LA CORRIDA
 

I.
(fragment uit "Duende" van Ivo Hermans)

RONDA
De koningin van de Sierra

In de vroege avond bereikte ik Ronda, de koningin van de Sierra en wellicht de mooiste provinciestad van Andalucía. Ik reed dwars door het centrum, over de brug die boven het gapende ravijn de twee stadshelften verbindt. Voorbij de oude monumentale toegangspoort daalt een smal baantje af tot aan de voet van de kloof. Niemand zou Ronda mogen bezoeken zonder zich het uitzicht van onder naar boven te gunnen. Vooral als de zon daalt, badend in tinten van beige over oker tot rood, is de rots met de stenen brug tegen de strakke lucht overweldigend mooi. Tijdens de Burgeroorlog was dat de plaats van een afschuwelijk drama. Na de inname van de stad door de troepen van Franco werden de gevangen verdedigers één na één verplicht in de diepte te springen. Hun schreeuw duurde uren en weerklonk nog lang in de herinnering. En onbewust misschien ook in de serranas. De eigen flamencostijl van Ronda, de rondeña, hoort men nu niet vaak meer als cante maar wel als demonstratiestuk op de gitaar.
    Ik logeerde in het negentiende-eeuwse hotel Reina Victoria, even voorbij het huis waar Rilke ooit verbleef. Het hotel ademt de sfeer uit van voorbije grootheid. 's Avonds ging ik eten in restaurant Pedro Romero met zijn machtige streekgerechten. Pedro Romero was de man die aan het eind van de 18de eeuw de regels van het klassieke stierengevecht vastlegde. Voortaan zou het plaatsvinden in de zogenaamde Plaza de Toros, of zoals buitenlanders het zeggen, in de arena, wat "zand" betekent.
    Vóór Pedro Romero werd de corrida in het open veld gehouden. Wilde stieren werden gelokt, meestal naar een plaats bij de muren van de stad. Daar stonden de jongemannen met de degen in de aanslag de toro bravo op te wachten. Ze daagden het beest met allerlei kreten uit, terwijl de meisjes die ze wilden imponeren vol ontzetting toekeken vanop de wallen. De stier viel aan in stormloop, niet misleid door het doek zoals nu, maar met zijn horens pal op het lichaam van zijn belager gericht. Schampte de degen op de forse nek af, dan was het pleit beslecht. Want ondanks zijn snelheid en zijn gewicht van een halve ton wentelt een stier bliksemsnel en nog voor het wapen aan kracht herwint, stopt de dood het spel. Viva la muerte! Spanje, het land waar de dood de ceremoniemeester is. De kans op een overwinning was even groot voor de stier als voor de torero. Honderden doden per jaar deden de nieuwe regels van Pedro Romero ontstaan. Drie nieuwe elementen speelden in het nadeel van de oude gehoornde vruchtbaarheidsgod. Eerst de muleta, het doek, om de aanval af te wenden. Vervolgens de banderillas, de pinnen met linten om de nekspieren te verzwakken en dan de picadores, de lansiers die de stier verder vermoeien.
     Ronda heeft de oudste Plaza de Toros van Spanje. Het is een plaats die in vele verhalen terugkomt. In Carmen van Prosper Merimée bijvoorbeeld. De Andalusiërs hebben een grote eerbied voor dit mythische gebouw. Toen Madonna er een videoclip wilde opnemen werd haar dat geweigerd. Aan de Plaza de Toros van Ronda is een museum verbonden dat absoluut een bezoek verdient. Om het te bereiken moet men dwars door de Plaza. Het geeft een pakkend gevoel even in het midden van de arena te blijven staan, precies op de plaats waar de matador zijn sabel richt.
     Ronda is niet alleen de koningin van de Sierra maar ook de parel van de provincie Málaga. De stad Málaga zelf regeert de Costa del Sol, hoewel ze haast systematisch gespaard bleef van de miljoenen toeristen die de Spaanse zuidkust bezochten. Wie in de buurt is, moet het centrum van Málaga zeker verkennen. Op de Plaza de la Merced staat het geboortehuis van Pablo Picasso. Ook één van de beroemdste café-cantantes, het Café de Chinitas, ligt in Málaga, op de hoek van de Pasaje Chinitas, in de buurt van de kathedraal. De acteur Gabriel Lopez, bijgenaamd Chinitas, werd een ster in dat café en gaf het zijn naam in de tweede helft van de 19de eeuw. Het was ook daar dat de legendarische torero Paquiro tot zijn laatste tragische corrida besloot met een glas Málagawijn in de hand, waarin de gaslichtlampen fonkelend weerspiegelden. Het verhaal wordt verteld in het mooie lied Café de Chinitas, dat tegelijk een prachtig voorbeeld is van de impact van de dichter García Lorca op de Andalusische volksmuziek. Hij zocht oude liedteksten op en legde de melodie ervan vast in pianopartituren. Later noemde men die liederen lorqueñas.

  
  
En el Café de Chinitas
dijo Paquiro a su hermano
soy más valiente que tú
más torero y más gitano.

Ya hablaban las malas lenguas
de un torero de cartel
y de un toro colorao
que nadie podía con el.

Sacó Paquiro el reloj
y dijo de esta manera
este toro ha de morir
antes de las cuatro y media.

Salió Paquiro en la calle
su hermano salió con él
era Paquiro en la calle
un torero de cartel.

(Lorqueña)

In 'El Café de Chinitas'
zei Paquiro tot zijn broer:
ik ben meer man dan jij,
meer torero en meer gitano.

De kwade tongen spraken al
van een torero op de doodsaffiches
en van een gevlekte stier
waar niemand tegenop zou kunnen.

Paquiro nam zijn zakhorloge
en sprak als volgt:
deze stier zal sterven
voor het halfvijf zal slaan.

Paquiro ging naar buiten
zijn broer volgde hem op straat
en toen was Paquiro op straat
een torero op de doodsaffiches.

  
  
Mettertijd werd het Café de Chinitas steeds meer een cabaret, tot het in 1937 gesloten werd. Nu rest er alleen nog de gevel van, waarin winkelramen zijn verwerkt.
 
 
 

II.
(fragment uit onbekende bron)

HET STIEREGEVECHT:
tussen Christusoffer en Cultus van de maagd

In West-Europa wordt het stieregevecht in Spanje over het algemeen gereduceerd tot de toeristische, spectaculaire corrida's en maakt men zich er druk over dat in het openbaar gewelddadigheden gevierd worden die tegen ieders humanitaire gevoelens indruisen. Deze kritiek vindt bij de voorstanders van het stieregevecht geen gehoor. Voor hen is het immers een handeling binnen een cultus, een rituele uitdrukkingswijze van een archaïsche samenlevingsvorm die met de burgerlijke zo goed als niets gemeen heeft. 
     Men moet daarbij bedenken dat het hele christelijke avondland tijdens de mis herdenkt dat de jonge, onschuldige zoon van God aan zijn hemelse Vader werd geofferd voor het heil van de mensheid. Dit offer werd met Christus gerealiseerd maar was al in het Oude Testament met de geschiedenis van Isaac voorbereid. Daar kwam een engel tussenbeide die vader Abraham het moordwapen uit handen nam.
     In Spanje is het stieregevecht een oeroud, geïntegreerd bestanddeel van vele dorps- en volksfeesten, terwijl de corrida's pas sinds ongeveer twee eeuwen in de arena's plaatsvinden. De stierencultus gaat terug op een Oosterse mysteriecultus, waar hij dezelfde betekenis had als de cultus van de geofferde en tragische jonge god. De volkeren van het Iberische schiereiland hadden sinds 2000 v. Chr. doorlopend contact met het Oosten wat hun religiositeit navenant beïnvloedde. Hier ligt een fundamenteel onderscheid met de volken van Midden- en West-Europa die pas onder de Romeinen met de christianisatie aan deze invloeden kwamen bloot te staan. Dat is ook de eigenlijke reden waarom er achter de Pyreneeën een nieuw continent begint en waarom de Iberische volken het christendom tot op heden bijna uitsluitend als een Mariacultus belijden. Het is een trek die in alle mediterrane volken terug te vinden is, maar de nauwe band met de stierencultus heeft alleen op het Iberische schiereiland stand gehouden. De stierencultus is het centrale bestanddeel van de Iberische volksreligie die in afgelegen dorpen tot op heden is kunnen blijven bestaan, ondanks alle verboden en restricties van staatswege en het verzet van de Kerk, die sinds de 15de/16de eeuw krachtig tegen deze feesten heeft geageerd. Wat is de essentie van het stieregevecht in het kader van de volksfeesten en de volksreligie?
     In vele dorpen worden de stieren eerst vrijgelaten en moeten ze door de jonge mannen in een orgie van lawaai naar de plaats worden gedreven waar ze worden geofferd. In het dorp ontstaat een kunstmatig opgewekte chaos, die de gemeenschap in een staat van angst en verwarring brengt. De arena is over het algemeen het dorpsplein, dat afgetimmerd wordt en waar de dorpsgemeenschap zich verzamelt. De rollen zijn hier strikt vastgelegd: de stier symboliseert de jonge, krachtige mannelijkheid, de ongetemde.
     De traditionele dorpsgemeenschap heeft haar wortels in het huwelijk en het gezin, haar wetten worden vastgelegd door de vrouwen, die ook de hoeders van de openbare moraal zijn. Het huwelijk wordt beschouwd als de absoluut noodzakelijke instelling voor de reproduktie van de gemeenschap, waarin de ongebonden mannen geïntegreerd moeten worden. De tijd tussen het verlaten van het gezin en de intrede in het huwelijk wordt als de kritische fase van de gemeenschap gezien, die een reeks van rituelen ontwikkeld heeft om deze weg van bedreigende chaos naar nieuwe orde vast te leggen en veiliger te maken. De belangrijkste rite daarvoor is het stieregevecht, dat in de grond een ritus is waarmee de man op het huwelijk en de matriarchale familie wordt voorbereid of meer bepaald hier min of meer toe gedwongen wordt.
     De vrouwelijke rol wordt bij het stieregevecht gespeeld door vertegenwoordigers van de dorpsgemeenschap, de torero's, die na de vechters te paard, de rejoneadoren, en de vechters te voet, de matadoren, de arena betreden. Zonder op specifieke bijzonderheden in te gaan, hebben ze de opdracht de stier door een zowel verleidelijk als gevaarlijk spel mee te lokken en aan te trekken en zo te verzwakken om hem op zijn onvermijdelijke lot voor te bereiden. De relatie tussen de stierevechter en het dier wordt niet bepaald door vernietigingsdrang of haat, maar door een sensuele erotiek en een sterke gevoelsmatige binding. Deze hele dynamiek van toenadering en afstoting tussen de twee wezens kan als een strategie van aanmoediging en afwijzing begrepen worden, die de absoluut noodzakelijke voorbereiding zijn voor een laatste volledig contact waarmee de tegengestelde polen elkaar in een intieme en dodelijke omarming verenigen. De symbolische inhoud bestaat uit het temmen van de onbeteugelde mannelijke potentie door de gemeenschap, hetgeen van de man de onvermijdelijke opgave van zijn natuur eist en de onvoorwaardelijke integratie in de matriarchale gezinsstructuur tot stand brengt, een structuur waarin zijn streven naar volledige mannelijke ontwikkeling op sociaal, familiaal en seksueel vlak nooit verwezenlijkt wordt.
     Na het stieregevecht wordt het vlees van het offer door de gemeenschap opgegeten en in veel gevallen uitdrukkelijk door de jonge vrouwen klaargemaakt voor de jonge mannen, die zo de door de gemeenschap hoog gewaardeerde mannelijke potentie in gedomesticeerde, zacht gekookte vorm belichamen. Daarbij worden de genitaliën van de stier niet per toeval in de vorm van een hostie klaargemaakt.
     Zowel voor de stier als voor de jonge man gaat het erom een wezen te temmen waarvan men tegenstand kan verwachten. De tactiek bestaat er dan in via de gemeenschap gebruik te maken van het instinctieve van zijn natuur dat zowel een sterkte als zwakte is. Zijn eigen blinde begeerte leidt er uiteindelijk toe dat het doel van de gemeenschap bereikt wordt waarin hij zich dan tegen wil en dank moet schikken. Qua basisstructuur volgen alle traditionele feesten van het Iberisch schiereiland – of het nu de jonge-mannenfeesten op 26 december, carnaval, de meiboomfeesten, de Johannesfeesten op 24 juni of de Mariafeesten betreft – de wetten en logica van het stieregevecht.
     Voor welbepaalde tijd wordt chaos afgekondigd, zijn de wetten niet van kracht, worden de autoriteiten door gekozen feestkoningen verdrongen [  –  ]. De feesten zijn een dionysische uitzonderingstoestand, een luidruchtig, tumultueus en extatisch festijn waarbij de nachtelijke danspartijen voor de twee geslachten de gebruikelijkste methode zijn om betrekkingen aan te knopen die tot een huwelijk kunnen leiden.
     De ongetrouwde vrouwen staan tijdens het feest voor hun maatschappelijke vuurproef. Ze moeten de jongemannen met hun charmes weten te provoceren maar moeten tegelijkertijd angsvallig over hun maagdelijkheid waken. Bij de rol die hun door de maatschappij is toebedacht, is dat immers hun belangrijkste troef om de mannen in het huwelijksbootje te lokken, die over het algemeen wel het 'ene' willen maar daarom niet noodzakelijk ook het andere, te weten het huwelijk. Voor de vrouw bestaat de compensatie voor haar voorhuwelijkse kuisheid uit de latere dominantie in huwelijk en gezin. Voor de man wordt het huwelijk de enige plaats waar hij zijn seksuele dromen kan verwezenlijken die tijdens de hele opvoeding door de moeder gevoed werden en die vaak genoeg luchtkastelen blijken te zijn wanneer het al te laat is om nog om te keren. Het is geen toeval dat de rode doek van de stierenvechter waarmee hij de stier opwindt, in de volksmond engaño, bedrog, wordt genoemd. Hij is het symbool van het maagdenvlies waarop zijn hele aandacht geconcentreerd is.
     De jonge mannen krijgen met het stieregevechtritueel het onvermijdelijke van hun lot voor ogen. Meestal wordt hiermee het feest besloten voordat de beelden van de schutspatronen in een feestelijke processie weer in het dorp terugkeren en de oude autoriteiten opnieuw geïnstalleerd worden.
     Typisch genoeg wordt in veel volksliedjes en gedichten van het Iberisch schiereiland de Christuspassie met het stieregevecht vergeleken, waarbij de analogie een bijzonder eigenzinnige interpretatie binnen de volksreligie krijgt: Christus wordt net als de stier en de jonge man na jaren van vrijheid op het hoogtepunt van zijn kracht gevangengenomen en naar het 'centrum van de wereld', Jeruzalem, het dorpsplein, het altaar, gebracht waar een vooraf bepaald, ritueel offer wordt volbracht. De gemeenschap velt het oordeel in overeenstemming met eeuwige, kosmische wetten die vanuit het oogpunt van de menselijke moraal een schrijnende onrechtvaardigheid inhouden, omdat het juist de krachtigste treft, die alleen schuldig is door het feit van zijn vrije, sterke natuur. De dood van Christus aan het kruis (de dood van de stier, de huwelijksvoltrekking voor de man) is de 'vrijwillige' opgave van zijn individuele vrijheid en een offer in dienst en tot heil van de gemeenschap, een diep-tragische daad die door alle deelnemers zo wordt aangevoeld, door niemand gewild wordt en toch moet worden voltrokken. Het offer, dat zich uiteindelijk in zijn onontkoombare lot schikt, moet de bittere kelk ledigen totdat de poort van de zaligheid zich opent. Het houten kruis stelt binnen de volksreligie de moederlijke levensboom voor waaraan de jongeman vastgenageld wordt om de kosmische liefdesdaad te bedrijven met de moedergodin, die hem als nieuwe mens naar de schoot van de gemeenschap terugvoert. De moedergod Maria, die lijdzaam het offer van haar geliefde zoon begeleidt, is tegelijk de in het Marianisme vergoddelijkte cultusfiguur waaraan alle stieregevechten gewijd zijn. De Mariakapel ontbreekt in geen enkele arena en bevindt zich net naast de ingang waardoor de acteurs het slagveld betreden.
     De voorgangers van Jezus in het cultuurgebied van het Midden-Oosten zijn de mythologische personages van Attis, Adonis, Tamuz en Osiris. Als zonen maar vooral als geliefden van de Grote-Moedergodinnen Isis, Asarte, enz. werden ze door deze in de liefdesdaad gedood, begraven, betreurd en herboren. Volgens de matriarchale [  –  ] was de aarde de moederlijke grondstof van in den beginne. De vrouw is het gegevene, de man is uit haar voortgekomen. Hij hoort bij de zichtbare maar steeds veranderende schepping en komt alleen in sterfelijke gedaante tot leven. De vrouw alleen is vanaf het begin beschikbaar, gegeven en onveranderbaar. De man wordt en vergaat daarom steeds.
     Deze logica is grotendeels overgenomen door het Marianisme, die de Iberische volksreligie bepaalt. Met zijn dood wordt Christus de stichter van de nieuwe 'gemeenschap der heiligen' en Maria, die in ontelbare cultussen als goddelijke duif vereerd wordt, tot de heilige geest die deze gemeenschap bezielt en haar kracht en expressie verleent. De dood van Christus verschijnt als triomf, als bevrijding van animale instincten, waardoor de terugkeer in de schoot van de matriarchale gemeenschap mogelijk wordt. Deze gebeurtenis wordt in de mis met de hostie op dezelfde manier gevierd als met de collectieve consumptie van het stierenoffer. Daarom ook de rituele betekenis in de traditionele gemeenschap van de huwelijksnacht, waarbij nooit het kruis boven het huwelijksbed ontbreekt, dat de seksuele vereniging van de partners haar overeenkomstige inzegening en betekenis geeft.
     Het volksfeest met in het centrum de stierencultus stelt voor korte tijd de gevestigde orde buiten werking en herinnert zo aan de chaotische oorsprong van het universum dat hier in de microkosmos van het dorp gereproduceerd wordt. Tegelijkertijd wordt aan de deelnemers getoond dat de uit deze chaos ontstane ordening onwrikbaar is en dat elke poging om haar te verstoren of te ontvluchten vergeefs is. Omdat de integratie van de mannen in de matriarchale ordening bijzonder zwak gegrondvest is [  –  ] plaatsvindt, moet ze de basissymbolen waarop de ordening berust verinnerlijken. Ze is de voortdurende legitimatie van de noodzakelijkheid van een gewelddaad om de onomstreden hoeksteen van de samenleving, het gezin, te stichten. Ze vereist het temmen van de seksuele instincten, de berusting te kiezen en zichzelf te straffen. In dezelfde mate vereist ze evenwel ook het tegendeel: het zinnelijke gevoel, de extase – het buiten zichzelf treden – en de tendens tot behoeftebevrediging.
     Deze feesten van het gewone volk beantwoorden niet alleen aan het machtsmonopolie, waarop de staat als enige aanspraak maakt, ze nodigen er niet alleen toe uit de straten met veel tumult te bezetten, ze geven niet alleen de mogelijkheid voorbij te gaan aan de belangen van de kapitalistische produktie en tijdsvoorstelling, ze zijn bovendien meeslepend door hun vorm van intermenselijke betrekkingen waarmee alle categorieën van het heersende systeem overboord worden gezet. De burgerlijke staat en de officiële Kerk hebben zich altijd gestoord aan het subversieve karakter van de volksfeesten. Na vergeefse pogingen om ze eenvoudigweg te verbieden, werden subtielere methodes gebruikt. Men begon ze te reglementeren en uit hun verband te rukken en ze de betekenis te ontnemen die in de optiek van de microkosmos van het dorp gesitueerd dient te worden. De belangrijkste klap werd eind 18de eeuw toegebracht door het dorpsfeest en het stieregevecht in ruimte en tijd van elkaar te scheiden. Het stieregevecht werd na eeuwenlang in het diskrediet te zijn gebracht plotseling tot nationaal feest uitgeroepen en van staatswege naar de van het dorpsplein gescheiden arena verplaatst. Dat was de poging het stieregevecht tot een sportief-ridderlijke strijd te verheffen, tot een exotische maar betekenisloze folklore zonder ook maar de minste cultusachtergrond. Deze poging is maar ten dele gelukt enerzijds omdat de traditionele dorpsfeesten ongestoord voortgezet werden en anderzijds omdat in het officiële reglement van het stieregevecht talrijke elementen van de oorspronkelijke symbolische samenhang werden overgenomen die door een beperkte kring nog altijd zo begrepen werden. Deze breuk tussen het dorpsfeest en de corrida is ziet men ook bij het onderscheid tussen het door Christus gehouden Laatste Avondmaal en de katholieke communie waarvan de symboliek afgezien van een levend betekenisverband maar moeilijk door de gelovigen begrepen kan worden.
     Een laatste poging tot verduidelijking met de woorden van de antropoloog Manuel Delgado: 'De religie van de stier en Maria of van Christus en Maria wordt geïnspireerd op en gevormd door het onvervangbare ideaal van de moederliefde. Er heerst geen wanorde tijdens het feest, maar de hegemonie en verjonging van een andere ordening; er gebeurt niets ongecontroleerd, maar er wordt alleen een andere macht uitgeoefend die niet die van de machtigen is. De volksreligie was in bijna al haar uitdrukkingsvormen – van de Isis-verering tot de hekserij, van Adonis tot de Mariacultus van nu – een religie van mannen zowel door haar inhoud als door de menselijke kant van haar praxis.
     Tegenwoordig gaat de strijd tegen de stierencultus in dezelfde richting: ze is een verstoring van de oude religie van de moeder en haar zoon, van het huis, van de overzichtelijke gemeenschap. Daarbij moet ook de lagere klassen, die zich het hevigst tegen dit proces verzetten, een gesloten model van orde en macht worden opgedrongen dat uit niets anders voortspruit dan het patriarchaat. Dit is uitsluitend geschikt voor een van bovenaf ontworpen wereldorde door de hiërarchisch gestructureerde maatschappijen die door de staat gecontroleerd worden. Het radicaal vrouwelijke betekent opstand. Het rijk van de moeder is de antipode van de heerschappij van de staat.'
 
 
 

III.

HET VERLOOP
VAN EEN STIEREGEVECHT

De voorbereidingen van een stieregevecht beginnen altijd een dag van te voren.
In deze tijd stellen de autoriteiten met grote nauwkeurigheid vast:
1. Of de stier de leeftijd en het juiste gewicht heeft, en de horens voldoen aan de voorschriften.
2. Of de paarden de juiste conditie hebben, en voldoen aan de eisen voor hun werk. Wanneer de overheid vindt, dat de conditie van de dieren niet in overeenstemming is met het reglement, kan het gevecht niet plaats vinden. Wanneer alles in orde bevonden is, gaat men 's morgens voor het gevecht over in tegenwoordigheid van de overheid, impressario, gevolmachtigde of representant van de stierenvechter tot de volgende handelingen:
     1e Controle van de "puyas" (lanspunten).
     2e Controle van het harnas van de paarden.
     3e Controle van de banderillas.
     4e Het scheiden van de stieren in groepen van twee.
     5e Het verloten van de groepen onder de "matadores".
     6e Het opsluiten van de stieren.
Het is belangrijk op tijd aanwezig te zijn, omdat alle stierengevechten op tijd beginnen. Wanneer het eerste gevecht begonnen is, moet U wachten tot de eerste stier gedood is, zodat U een deel van de "fiesta" mist.
Een kwartier voor de aanvang van het gevecht speelt de "banda" pasodobles om het publiek in de stemming te brengen.
U kunt de presidentiele loge herkennen aan het rood tapijt, met daarover heen de rood-geel-rode spaanse vlag. Even voor de aanvang komt de president met zijn assistenten binnen; deze laatsten zijn een oud-torero en een veearts.
Als tekens tijdens het gevecht maakt de president gebruik van verschillend gekleurde zakdoeken.
De witte zakdoek wordt gebruikt om
     1. het begin van het gevecht aan te geven,
     2. toestemming te geven voor de opvolgende onderdelen,
     3. de trofee aan de triomferende torero toe te kennen,
     4. de stierenvechter te waarschuwen, indien hij de tijdslimiet van 20 minuten, toegestaan voor het doden van de stier, overschrijdt.
De groene zakdoek wordt gebruikt om de stier naar de stal terug te sturen
     1. wanneer de stier te weinig moed toont,
     2. wanneer de matador de tijdslimiet overschreden heeft,
     3. wanneer de stier het gevecht gewonnen heeft, dan wordt hij gebruikt voor de fok.
De rode zakdoek wordt gebruikt voor het plaatsen van de strafbanderillas wanneer de stier de picadores niet wil aanvallen.
De blauwe zakdoek wordt gebruikt om de stier een ereronde toe te kennen. 
 

Wanneer de president voor de eerste maal zijn witte zakdoek toont, begint het gevecht:
De klaroenen zetten in
Bij het begin van de corrida, als de president zijn witte zakdoek toont, dan hoort men de trompetten en de trommels.
Intrede van de "Cuadrilla"
Alle deelnemers aan het stieregevecht komen in formatie de arena binnen en groeten de president. Voorop de "alguacilillos", de helpers van de president, daarachter de "toreros", in het midden de jongste in het vak, rechts van hem de oudste en links de middelste. Hierachter alle andere helpers.
Groet aan de president
Bij de loge van de president aangekomen groeten de deelnemers met de hoed in de hand.
Verwisselen van de "capote"
Nu leggen de toreros de tijdens het défilé gedragen "capote" af, en nemen de gevechtsmantel.
Vlak maken van de arena

Ondertussen maken de "areneros" het zand in de arena weer vlak.
Applaus van het publiek
De torero wordt toegejuichd indien hij tijdens zijn laatste optreden in deze arena uitstekend was. Meestal laat hij zijn collegas in het applaus delen.
Het fluiten van het publiek
Wanneer echter één van de toreros tijdens zijn vorig optreden slecht was, wordt hij door het publiek uitgefloten.
Het vragen om de sleutel
De "alguacilillos" te paard gezeten gaan in eerste instantie de opzichter van de stallen vragen of de dieren in conditie zijn voor het gevecht. Wanneer hij de bevestiging gekregen heeft, gaat hij naar de president om het mede te delen en de sleutel te vragen, die hij aan de stalopzichter overhandigd.
De klaroenen zetten in
Op het teken van de president, de witte zakdoek, zetten de klaroenen in en komt de stier binnen.
De intrede van de stier
Een medewerker opent de deur van de stal en er heerst een ogenblik van gespannen stilte, in afwachting van de binnenkomst van de stier. Dan komt de stier en hoort men een oordelend gemompel.
Eerste "capotazos"
De eerste die de stier nadert is niet de torero zelf maar zijn vertrouwens-helper en hij maakt enkele wendingen om de stier te peilen. Wanneer het dier niet voldoende aanvalslust vertoont wordt het op een teken van de president terug gezonden naar de stallen. Dit komt echter niet vaak voor.
Optreden van de "matador"
Daarna voert de torero zelf enkele wendingen uit die gewoonlijk de "verónicas" genoemd worden.
De klaroenen zetten in
Na het verschijnen van de zakdoek zetten de klaroenen in en verschijnen de "picadores".
Optreden van de "picadores"
De "picadores" zitten op geblinddoekte en geharnaste paarden. Hun taak is de stier te verzwakken. De picadores mogen de witte lijnen niet overschrijden.
De "quite"
De matador lokt na de eerste steek de stier bij het paard weg, en hij beslist zelf hoeveel malen de stier gestoken wordt.
Het planten van de "banderillas"
Nadat de stier gestoken is, moeten de banderillas geplant worden. Meestal gebeurt dit door de helpers. Wanneer echter de matador ze zelf plaatst, speelt de kapel een pasodoble, anders niet.
"Banderillas negras"
Wanneer de stier de picadores niet heeft aangevallen, worden de zwarte strafbanderillas gebruikt. Deze zijn groter en irriteren meer.
"El brindis"
De torero verwisselt nu zijn gevechtsmantel voor de rode "muleta". Hij nadert de presidentiële loge, groet de president en vraagt toestemming voor het gevecht. Hierna draagt hij de stier op aan een dame uit het publiek of aan een vriend, door haar of hem de "montera" te overhandigen, ofwel aan alle toeschouwers indien hij zijn "montera" in de arena legt.
"Suerte de matar"
De torero begint zijn werkelijke optreden met enkele figuren, "castigos" genaamd of "tanteos" om nogmaals de mentaliteit van de stier te bepalen.
"Pases de muleta"
Als de stier er zich toe leent, begint de torero met basisfiguren "naturales" genaamd, die hij afsluit met "pechos".
"Adornos"
Bovendien bestaan er andere figuren, zoals "molinetes" waarbij de stier rond de torero draait. Verder de "manoletinas" gecreëerd door Manolete, waarbij de stier onder de oksel van de torero door gaat, en hij met zijn hand de "muleta" achter zijn rug houdt.
"La estocada de muerte"
Dit is het beslissend ogenblik, waarop de torero zijn moed kan tonen. Met de rechterhand plaatst hij het zwaard in het "cruz", dit is het punt tussen de schouderbladen van de stier. Dit is het mooiste en meest opwindende ogenblik, omdat stier en stierevechter oog in oog staan.
"El descabello y puntilla"
Soms wordt de stier niet voldoende verwond en wankelt maar valt niet. Dan gebruikt men de "descabello" (kruisdegen) om het einde te bespoedigen. Om zeker te zijn wordt een genadestoot gegeven met de "puntilla", een dolk.
"Avisos"
Na tien minuten werk met de "muleta" moet de stier dood zijn. Zoniet, eerste waarschuwing, waarna hij drie minuten uitstel krijgt. Na deze drie minuten volgt een tweede waarschuwing die geldt voor twee minuten, eveneens aangekondigd door hoorngeschal. Als dan de stier nog leeft, volgt een derde waarschuwing, waarop de torero de arena moet verlaten en de stier teruggeleid wordt naar de stallen, met behulp van enkele tamme ossen.
Ereronde
Na een goed gevecht maakt de torero aan ereronde, waarbij het publiek applaudiseert, en voorwerpen, als bloemen, enz. in de arena gooit.
Trofeeën
Door met de zakdoeken te zwaaien vraagt het publiek aan de president, de torero een trofee toe te kennen. Afhankelijk van het aandringen van dit gezwaai kunnen de prijzen zijn: de bovengenoemde ereronde; ten tweede één oor van de stier; ten derde twee oren van de stier en ten slotte twee oren en de staart.
Ereronde voor de stier
Indien de president de blauwe zakdoek te voorschijn haalt, betekent dit een ereronde voor de moedige stier.
Controle van de hoorns
Na de strijd worden de hoorns gecontroleerd. Indien men vermoedt dat deze afgeveild zijn, worden de hoorns onverbiddelijk naar de veiligheidspolitie gestuurd.
 

De "rejoneo" is een stieregevecht te paard. Het heet rejoneo omdat de stierevechter gedurende het gevecht enkele speren moet plaatsen die "rejones" heten. De reglementen voor dit gevecht zijn dezelfde als voor het gevecht te voet, alleen voert de "rejoneador" alles te paard uit. De rejoneo is een kunst van buitengewone pracht. Het lopen van de stier achter de ruiter en het paard, brengt het publiek in hoge mate in beroering. De rejoneador moet een buitengewoon goede ruiter zijn en het paard volkomen beheersen, omdat hij – afgezien van het feit dat hij het paard van alle aanvallen van de stier moet redden – zich moet bewegen en moet oprichten om de "banderillas" en de "rejones" in de stier te plaatsen. De paarden die men in dit gevecht gebruikt, zijn van de "Hoge Rijschool", lenig en speciaal voor de rejoneo getraind. Iedere rejoneador gebruikt voor het gevecht over het algemeen vier paarden, die hij gedurende de corrida afwisselt, om ze van het vermoeiende werk uit te laten rusten. De rejoneador moet ook te voet goed kunnen vechten, omdat hij, voor het geval hij de stier vanaf het paard niet kan doden, af moet stappen en het te voet met degen en muleta moet doen. De onderscheidingen en trofeeën, die de rejoneador gedurende en na het gevecht krijgt, zijn dezelfde als die voor een stierevechter te voet.

INDEX