In België heeft elke hond een Diergeneeskundig Paspoort (het vroegere vaccinatieboekje), dat u wordt meegegeven door de fokker bij het afhalen van uw puppy. Hierin worden alle diergeneeskundige handelingen die uw hond ondergaat ingeschreven.
Spijts al uw goede zorgen is uw hond niet immuun tegen ziektes.
Hou de conditie van uw puppy goed in de gaten, zodat ziektes vroegtijdig kunnen opgespoord
worden. Raadpleeg uw fokker ingeval van twijfel.
Plan één tot twee visites per jaar bij uw veearts, zelfs indien uw hond gezond blijkt.
Vaccinatie
Er zijn vijf gevaarlijke infectieziekten die het leven van uw hond in gevaar kunnen
brengen: ziekte van carré, hepatitis, leptospirose, rabiës en parvo-virus.
Zij worden overgebracht door virussen of bacteriën, waarmee uw hond bijna overal in
contact kan komen. Vaccinatie beschermt de hond tegen deze vijf aandoeningen.
Een vaccinatie geeft maar een volledige bescherming indien ze op regelmatige tijdstippen
herhaald wordt. De datum van inspuiting en de naam van het vaccin worden ingeschreven in
het Diergeneeskundig Paspoort van uw puppy.
De data voor de herhalingvaccinaties worden u meegedeeld door de fokker en later door de
dierenarts.
Ontworming
Interne parasieten, zoals spoelworm en lintworm kunnen de weerstand van uw pup aantasten.
De hond moet regelmatig ontwormd worden, voor de eerste keer op drie, dan op vijf en
daarna op zeven weken. Vraag aan de fokker wanneer uw puppy laatst ontwormd werd en
wanneer een herhaling nodig is.
Enkele ziektesymptomen
De hieronder beschreven ziekteverschijnselen kunnen verschillende oorzaken hebben. Enkel
uw veearts kan een juiste diagnose stellen.
Rasgebonden kwalen
Er zijn verschillende redenen waarom bepaalde kwalen bij bepaalde rassen overheersen:
Heupdysplasie:
Alle grote rassen, dus ook de Berners, zijn onderhevig aan heupdysplasie (HD): te vlakke of onregelmatige gewrichtskom van de heupen; kan in een erg stadium tot lamheid leiden.
Een vroege diagnose kan enkel radiografisch gebeuren.
Bij de Belgische rasclubs is een radiografisch onderzoek van de ouderhonden verplicht vooraleer te mogen fokken.Elleboogdysplasie:
Problemen in schouder-, elleboog-, knie- en spronggewricht.
Er is nog niet veel geweten over de werkelijke oorzaak van deze kwaal.Maagkanteling:
Deze aandoening kan ontstaan door teveel te eten, door te snelle bewegingen, spelen of springen na de maaltijd.
Symptomen: vergeefse pogingen om over te geven, zeer snelle tonvormige opzwelling van de buik. Wordt de hond niet binnen de twee uur geopereerd, dan zal hij een pijnlijke dood sterven.Epilepsie:
Op epilepsie lijkende aanvallen kunnen voorkomen. Verkramping van de spieren van de rug en van de ledematen. Kan met succes behandeld worden door de dierenarts.
Giftige planten:
Veel tuiplanten zijn giftig. Honden mogen beslist geen paddestoelen eten
en goudenregen en de bessen van de misteletoe moeten
buiten hun bereik blijven. Houd ze ook weg van bloembollen zoals die van
narcissen.
De volgende planten zijn echt gevaarlijk
- De gewone boterbloem (Aquilegia vulgaris)
- Dollekervel (conium maculatum)
- Oleander (nerium oleander )
- Taxus (taxys baccata)
- Lupine (lupine soorten)
- Buksboompje (buxus sempervirens)
- Clematis (clematis soorten)
- Lelietje-van-dalen (convallaria majalis)
- Klimop (hedenrassoorten)
| ??????????? |
Regels bij het voeden
Het voedsel mag niet te warm of te koud zijn. Best is kamertemperatuur.
Verwijder het resterend voedsel na ongeveer een half uur. Bedorven voedsel geeft diarree
en trekt vliegen aan.
Bewaar geopende blikken en zelf klaargemaakt voedsel niet langer dan twee dagen in de
ijskast.
Was na elke maaltijd de eetpot uit met heet water om bacterievorming te voorkomen.
Er moet altijd een drinkpot met fris water in het bereik van de hond staan, zodat hij op
ieder moment zijn dorst kan lessen.
Laat de hond rustig en ongestoord eten.
Wat slecht is voor uw hond:
Sterk gekruid voedsel kan de nieren van uw puppy aantasten.
Zoetigheden en chocolade tasten de tanden aan en doen uw hond verdikken.
Overgewicht remt de normale ontwikkeling van het beendergestel van uw jonge hond.
Wat uw hond nodig heeft
De wolf, voorvader van de hond, eet de onverteerde inhoud in de ingewanden van zijn
plantenetende prooien volledig op. Zodoende krijgt hij voldoende vezels, koolhydraten,
mineralen en vitamines naar binnen.
Hondenvoeding moet al deze elementen bevatten. Een eenzijdig vleesdieet bevat te weinig
van deze elementen, zodat het lichaam van een jonge hond zich niet volwaardig kan
ontwikkelen, en allerlei ziekteverschijnselen kunnen optreden.
Kant-en-klare voeding
In de meeste commerciële voedingen zijn alle nodige voedingsstoffen aanwezig. De fokker
kan u inlichten over kwaliteit en kwantiteit van de te verschaffen voeding. Er bestaat ook
dieetvoeding voor honden met overgewicht en voor oudere honden.
Zelfbereid voedsel
Om zelf een uitgebalanceerd voedselpakket voor de hond samen te stellen heeft men een
zekere basiskennis nodig over zijn nutritieve noden. De fokker kan u hierbij helpen aan de
nodige documentatie.
