Opvoeding

De puppy
Vanaf de derde tot de twaalfde week leert de pup zijn soortgenoten (mensen)
kennen en ermee omgaan. Dit is de socialisatieperiode. Wat hij in deze periode
leert en ervaart is bepalend voor zijn toekomstig sociaal gedrag.
- Wen uw puppy aan andere mensen, kinderen, postbodes.
- Doe hem nu en dan een halsbandje aan.
- Wen hem voorzichtig aan elektrische apparaten, auto's en andere honden.
- Borstel uw pup elke dag, of betast hem terwijl u hem vasthoudt. Onderzoek dagelijks
oren, ogen, tanden, de onderkant van zijn poten en onder zijn staart. Dat leert de pup dat
u hem mag vasthouden zonder dat het bedreigend is. Laat ook anderen dat doen. Zo bereidt u
de pup voor op dierenartsenbezoek.
- Misschien is er in uw buurt een hondenschool met puppytraining.

De puber
- Tot ongeveer zijn zesde levensmaand bestempelt uw pup u vanzelfsprekend als
roedelleider, op u vertrouwt hij.
- In de puberteitsperiode gaat het gedrag van uw pup stilaan veranderen.
Wanneer de (uw) regels die gelden in zijn roedel niet consequent toegepast worden zal de
puber de rangorde in vraag stellen.
Meer en meer zal uw jonge hond de andere leden van de roedel testen om zijn positie te
verstevigen.
- De bevelen (zit, af) die met veel geduld werden aangeleerd worden genegeerd. Ga niet
schreeuwen en zeker niet slaan. Probeer geduldig te blijven, en laat de hond het bevel
uitvoeren dat u hem gegeven heeft, al moet u honderd keer herhalen.
- Wees kordaat en consequent! Laat u hem echter zijn zin doen dan bent u in de ogen van uw
hond een zwakke roedelleider. Vooral wanneer u uw hond bij u roept, kan hij doen alsof hij
u niet gehoord heeft. Wat hij wil bereiken is eigenlijk dat u naar hem toegaat, wat in
hondentaal betekent dat u zich onderwerpt aan zijn wil. Geef vooral niet toe en blijf uw
hond roepen tot hij komt. Lok hem eventueel met een koekje en geef het hem als beloning
wanneer hij na veel getreuzel toch komt.
- Het "speels bijten" in baasjes hand: wat uw pup indertijd speels bedoelde kan
hij nu aanwenden om op te klimmen in de rangorde. Geef uw hond een kordate berisping
(foei, genoeg) wanneer hij probeert in uw hand te bijten.
- Leer uw hond tijdens het wandelen om mooi naast uw linkerbeen te lopen.
- Ga steeds als eerste door een smalle doorgang. Een roedelleider gaat steeds als eerste
op verkenning.
Bewijs uw jonge hond dat u uw taak als roedelleider aankan.
- Geef uw hond te eten nadat u gegeten heeft.
Geef nooit toe aan bedelen aan tafel.
- Laat uw hond nooit op de sofa of op bed liggen. Het is het voorrecht van de leider om de
beste en hoogste plaats te bezitten.
- Zorg ervoor dat u bij het spelen met uw hond steeds de leiding hebt. Bepaal wanneer wel
en wanneer niet wordt gespeeld. Laat de hond enkele spelletjes winnen, maar zorg ervoor
dat u bij het laatste spel de absolute winnaar bent.
- Een hondenschool is een ideale plaats om uw puber verder te socialiseren.
- Denk eraan dat uw jonge hond enkel tot rust zal komen als hij exact zijn plaats in uw
roedel kent!

