Welkom op mijn webstekje!

Wat vind je hier

Alchemie

Ayurveda

        Vata

        Pitta

        Kapha

Bachbloesems

Boekenhoekje

Foto's

Gedichten

Handoplegging

Hekserij

Holistische geneeskunde

Holistische hulpverlening

Homeopathie

Hypnose

Kunst

Lichtwerk

Links

Magie

Metamorfosemassage

Paranormaal

Reiki

Spiritueel

Wijn als geneesmiddel

Archief

Vertaalwerk

 

Contact

ANieuwA

Gastenboek

Weblog

Living in Antwerp

Zoekertjes

 

 

 

Archief

Ton van der leeden uit Bergen in Noord Holland is een fervent wichelroedeloper. Hij beoefent deze hobby met passie. Hier volgt een artikel van Ton, dat ook terug te vinden is in het archief van http://www.spiritueelmagazineonline.com/

 

Hieronder ga ik mijn ervaringen met wichelroedelopen beschrijven en omdat ik een radio-technische interesse in het paranormale heb, wil ik voor een nog groter begrip van wat hieronder volgt graag verwijzen naar mijn eveneens in ’t Archief van http://www.spiritueelmagazineonline.com/ opgeslagen artikel SCIENCE FICTION.

In dat artikel bespreek ik onder andere de werking van de pijnappelklier, die niet alleen de melatonine maakt, de stof met een ompolend karakter die onze geest uit de stof verdrijft en ons zo’n 8 uur per etmaal in een geëxcarneerde slaaptoestand doet belanden, maar die tevens als bijzonderheid heeft de enige klier te zijn die opgebouwd is uit frequenties- geleidend zenuwweefsel.

 

Bij het wichelroedelopen maken we op een volgende manier van de pijnappelklier gebruik:

 

Deze pijnappelklier is een knooppunt voor ons bewustzijn, hij is het middelpunt van ons privé-mini-cosmosje waarop de aura, die ons bewustzijn bevat, dus dit bewustzijn zit niet in onze hersenen die slechts verwerken en bewerken, de aura dus, zich als geest inkoppelt in de stof, dus in ons hoofd en verder lichaam.

Als we met de L-vormige wichelroeden lopen, lees ook “De Wichelroede” een artikel  dat door Peter Marcus is geschreven en zich in ’t Archief bevindt, dan moeten we in ons brein een gedachte aan een onderwerp waar we wat meer over willen weten vasthouden in ons hoofd, eenpuntsgericht daarmee bezig zijn, daaraan denken.

Op energiegebied bij het wichelroedelopen is er sprake van een soort wipwap als in een speeltuin.

Het scharnierpunt daarvan is daarbij die pijnappelklier.

Het brein, dus onze gedachte, bevindt zich op het ene uiteinde.

De aurische trillingen die met het brein corresponderen bevinden zich op het andere uiteinde.

 

Als ik WATERADER denk dan zal mijn aura WATERADER bevatten in de vorm van een aurisch trillings-kleur-gebied van  bepaalde ijlere frequenties.

Als ik dan met de wichelroeden loop waar zich een waterader op een ongezien trillingsenergiegebied bevindt dan gaan mijn roeden daarop reageren.

Dit komt doordat de trilling ter plekke de trilling in mijn aura herkent, er komt dan een handshake op gang, een samensmelting en een energieoverdracht van het ene naar het andere, het gelijke voelt zich namelijk altijd aangetrokken tot het gelijke.

Als ik b.v. ETHERISCHE LEYLIJN-ENERGIE of AARDSTRAAL denk dan zal de energie van de waterader van daarnet dit niet herkennen, geen overdracht met als gevolg geen beweging van mijn wichelroeden.

 

Het zijn de leylijnen waar ik mij als para-hobbyist graag mee bezig houd, dit zijn etherische energielijnen langs het aardoppervlak die vergeleken kunnen worden met de meridianen langs het menselijke lichaam.

Daar waar zulke leylijnen elkaar vaak als spaken aan een wiel kruisen ontstaan zgn. leycentra, in feite zijn dit positieve aarde-chakra’s waar de kosmische energie zich spiraalvormig/trechtervormig vervoegt bij het stoffelijke lichaam van Moeder Aarde.

Die leycentra zijn bij de meridianen vergelijkbaar met de acupunctuur en acupressuur punten en ze bevinden zich dus in het etherische aurische gebied van onze planeet, een aurisch gebied dat het dichtste bij onze stoffelijke werkelijkheid ligt. Op ijler trillingsenergiegebied is dit echter net zo reëel als de radio- en tv-golven.

 

Toch heb ik zoals hieronder gaat volgen mijn subjectieve oplossing van het hoe en waarom van het bewegen van de wichelroeden kunnen vinden bij een ervaring met water.

 

In het kort nog even :

 

Men houdt de twee L-vormige wichelroeden met de korte einden losjes vast, ellebogen in de zijde, met de lange einden recht vooruitgestoken en de uiteinden iets naar beneden.

Men gaat lopen met die ene gedachte in het hoofd waarop men zich rustig concentreert.

Men kruist de plek waar “het gelijke het gelijke ziet”.

De wichelroeden kruisen naar binnen en “men heeft het gevonden”.

 

Let op : veranker in jezelf dat het wel kan want veranker je twijfel, dan is    

            dat juist een blokkerende situatie aan dat andere wipwap-uiteinde

            dat dus je eigen aura is.

 

Mijn subjectieve waarheid van hoe het werkt :

 

Bij het volgende onderzoekje gaat het om de combinatie wichelroede t.o.v. water waarbij vergelijking wordt gezocht met een zendontvangantenne t.o.v. water.

Zoals bekend reageert de wichelroede op meer beïnvloedende signalen, trillingen of frequenties dus, dan alleen maar die van water.

Antenneafstraling of het omgekeerde nml. ontvangst wordt ook beïnvloed door verschillende nattere of drogere grondsoorten :

 

Twee Kaapse viooltjes in mijn woonkamer waren altijd erg mooi geweest.

Zij hadden al een keer gebloeid en daarna nog eens.

Ik gaf ze ongeveer om de week water en blijkbaar was dat een goed ritme.

Toen ze voor de tweede keer waren gaan bloeien, ging ik er wat extra op letten om ze op tijd water te geven en beter te verzorgen.

Dat werkte juist verkeerd uit want ik zag dat ze allebei achteruit gingen en verlepten en waarschijnlijk verrottingsverschijnselen aan de wortels kregen.

Mijn eerdere gedrag was duidelijk beter geweest en ik probeerde daar weer toe over te gaan in de hoop ze te redden.

Ik had uit het boek “Wichelroedelopen” van E.R.A. van Heerde en G.J.F. van Tuil begrepen hoe je met de L-vormige wichelroeden door de voor de borst kruisende beweging kunt vaststellen of planten ziek zijn.

Hoewel het ook zichtbaar was, merkte ik dit duidelijk met de wichelroeden  op bij de slechtst uitziende plant, die in de aarde een overdosis water en helaas verrotting aan de wortels had zitten.

Het is bekend hoe een aurisch krachtveld, dus een elektrisch veld, tussen de bij elkaar gebrachte handen als luchtbuffertje gevoeld kan worden.

Toen ik dit als proefje boven beide planten deed, ontdekte ik dat bij de blijkbaar ziekste plant niet alleen de wichelroeden naar binnen wilden kruisen, maar ook hoe dat zgn. buffertje dikker en warmer aanvoelde.

 

Zo kwamen hierbij enige gedachten boven over vochtigheid enerzijds en antennes en condensatoren in de radio-techniek anderzijds.

 

1 )  de zieke plant heeft met een te vochtige aarde en verrotting te

      maken.

2 )  het zgn. aurische buffertje is een elektrisch veld zoals bij

      condensatoren het geval is, een zgn. capacitieve werking.

      een condensator is als het ware een accuutje waarbij de energie

      het liefste van de ene pool naar de andere pool als vonk zou

      overslaan.

3 )  bij antennes hebben we te maken met bepaalde lengtes om bepaalde

      golflengtes te zenden of ontvangen, die omgekeerd evenredig zijn

      met bepaalde frequenties.

      korte antennes: hoge frequenties    lange antennes: lage frequenties.

      veel geboomte e.d. kan bij regenachtig weer door een dan sterkere

      capacitieve, dus condensator-achtige werking tussen antenne en

      aardoppervlak ervoor zorgen dat de specifieke resonantiefrequentie

      voor een specifieke antennedraadlengte nadelig beïnvloed wordt.   

      energie lekt dan weg naar aarde.

 

Bij een erg vochtige weersgesteldheid zal een verhoogde capacitieve werking tussen antenne en grond ervoor zorgen dat er weglekkend energie-verlies ontstaat in het uit te stralen of te ontvangen vermogen van een zendontvangantenne.

Dit vermogensverlies is natuurlijk ook in een vorm van warmteverlies uit te drukken: ik voelde meer warmte en meer buffering, d.w.z. capacitieve werking tussen mijn bij elkaar gebrachte handen ontstaan boven de ziekste plant.

Er is dus een parallel tussen dit extra bufferingsverschijnsel plus extra warmteverschijnsel bij mijn handen en de door condensator-werking ontstane capacitieve vermogensverliezen, dus warmteverliezen van de

zendontvangantenne in de situatie van regenachtig weer.

Je zou kunnen zeggen dat het Kaapse viooltje een magnetische behandeling kreeg, tenminste zo wordt dat genoemd, het kreeg echter een elektrische behandeling, een toestroming van ijler stoffelijke energie, conclusie: eigenlijk zou een magnetiseur juist elektriseur genoemd moeten worden, maar het ingeburgerde woord magnetiseur moet maar blijven.

Er is echter eveneens de parallel met de twee naar voren gestoken

L-vormige wichelroeden die kennelijk i.v.m. de aanwezigheid van veel vocht zich gaan gedragen als antenne en aardoppervlak (ook 2) in die situatie van een erg vochtige atmosfeer.

Net zoals de antenne zich bevindt boven de natte aarde bevinden de wichelroeden zich boven de te natte aarde van de zieke plant.

Als er een elektrisch veld is dan wil spanning tussen de twee platen

(de handen) van een condensator het liefste tot een vonkoverslag van de ene naar de andere plaat komen.

In vergelijking hieraan dus het liefste van de ene naar de andere recht vooruit gestoken L-vormige koperen wichelroede.

Dat gaat niet zo gemakkelijk en snel maar een omgekeerde tendens in de vorm van het elkaar aantrekken van die twee wichelroeden, dat zodoende die vonkende overslag van elektronen wil bevorderen, is principieel hetzelfde.  

Kort voordat de wichelroeden naar binnen draaien voelen mensen daarom vaak een energiestuwing in de handen, elektrische prikkelingetjes.

 

Dus bij zieke planten merken we op :

 

1 )  de twee naar voren uitgestoken koperen L-vormige wichelroeden

      kruisen voor de borst en zelfs kunnen incidenteel elektrische

      spanninkjes gevoeld worden.

2 )  de aura tussen de twee handen voelt dikker en warmer aan.

 

Vervolgens is het mogelijk deze gedachtegang door te trekken naar het bekwamere wichelroedelopen van iemand met sterker dan gemiddeld optredende paranormale eigenschappen.

Zoals ik in mijn in ’t Archief geschreven artikel SCIENCE FICTION probeer duidelijk te maken, heeft bij betere gezondheid en grotere kunde in het paranormale presteren die bewuste persoon een “dikkere, warmere aura”,

Kortom zal hij meer horizontale afstraling hebben, daarover wordt dus geschreven in SCIENCE FICTION.

Zo iemand zal veel gemakkelijker zijn energie kunnen laten weglekken naar zo’n ziek Kaaps viooltje.

Het is logisch dat bij die persoon de wichelroeden in een bepaalde situatie sneller voor de borst kruisen, hij kan ook sneller met kleinere wichelroeden werken, lees hierboven over frequenties en lengtes, zijn energieveld herbergt nml. van nature al meer hoge frequenties.

Hoe paranormaler men is hoe korter dus de wichelroeden kunnen zijn.

De waarlijk sterk begaafde persoon zal aan het registreren met zijn eigen energieveld, zijn eigen aura dus, voldoende hebben.

Als de wichelroeden op een bepaalde plek op aarde voor de borst kruisen,

bevestigt men in feite de magnetische geaardheid van die plek en voegt men zelfs nog energie toe aan die plek.

Dus ley-energie heeft een positieve geaardheid terwijl aardstralen juist een negatieve geaardheid hebben, water is niet per se negatief, ons lichaam bestaat er voor een groot deel uit.

Duidelijk zal zijn, dat men beter op een leycentrum vertoeft dan op een aardstraal, leer wichelroedelopen bij oude kerken!

Een wichelroedeloper doet dus in wezen een aanslag op zijn eigen energieveld en daarom kan het hoewel het groei-bevorderend werkt toch afmattend zijn.

Wel serieus, maar speels en niet te langdurig ermee werken zijn om die reden trefwoorden voor de beginneling.

Als men zich de tijd gunt om zich te concentreren, waarbij men sterker in het eigen middelpunt verankert, dat is dus de pijnappelklier, dan zal de eigen aura krachtiger uitstralen en dan is het vermogen om een kundig wichelroedeloper te zijn of zelfs op iets langere termijn alsnog te worden voor ieder mens aanwezig.

In groepsverband kan men door opslingering t.o.v. elkaar dit vermogen sneller ontwikkelen en krachtiger maken.

Een elektromagnetische golf bestaat uit een elektrische component die zich als golf voortbeweegt en een magnetische component, haaks op de elektrische component, dus 90 graden in fase verschoven, die zich daarmee synchroon als golf voortbeweegt.

Uit het bovenstaande is de conclusie dat men de meting doet aan de hand van de elektrische component van de ijlere elektromagnetische golf.

Zo is het zelfs mogelijk om oude, reeds lang afgebroken gebouwen, die op energiegebied ter plekke nog aanwezig zijn, op te sporen met de wichelroeden.

Men kan zich afvragen hoe het werkt met houten wichelroeden : eender, want ook die bestaan uit metalen en mineralen, net als onze aarde die eveneens een magnetosfeer of aura heeft, metaal werkt echter prettig.

De eigen aura wordt door zulke wichelroeden, antennes als het ware, versterkt en door ze te hanteren is men ontvankelijker.

Door er regelmatig mee te werken wordt men in het algemeen ontvankelijker en het mooie is : iedereen kan het leren.

Ik ben altijd bereid om anderen op weg te helpen, ben benaderbaar via mijn onderstaand e-mail adres.

 

Ton van der Leeden

Bergen N.H.

Tony@hccnet.nl