Verloop van de ziekte
Symptomen
De eerste tekenen die kunnen wijzen op de ziekte van Alzheimer treden heel geleidelijk op en worden meestal niet meteen opgemerkt. Dit neemt niet weg dat de omgeving moet waakzaam zijn voor bepaalde symptomen. Geheugenverlies is meestal één van de eerste symptomen. In het begin is het onschuldig en gaat het om
kleine banale dingen, zoals een telefoonnummer vergeten. Dit is niet meer dan normaal, maar bij een Alzheimerpatiënt komt dit wel vaker voor: hij of zij weet niet meer waar de sleutels liggen, kan zijn of haar bril niet meer vinden en is heel verbaasd over de plaats waar die bril of sleutels dan tenslotte opduiken. De vergeetachtigheid kan ook andere vormen aannemen: het vergeten van een afspraak of het niet meer weten dat men iets op het vuur heeft gezet. Andere vroegtijdige symptomen: in een gesprek vergeet men eenvoudige woorden, men gebruikt de woorden in een verkeerde context of men spreekt in zinnen die onverstaanbaar zijn. Tegelijkertijd kunnen er ook gedragsstoornissen optreden, op een geniepige manier. Deze stoornissen wekken meer ongerustheid op bij de omgeving dan de geheugenstoornissen. Mensen met de ziekte van Alzheimer kunnen onder meer onderhevig zijn aan:
- plotse en onvoorspelbare humeurschommelingen;
- ongewone angsten;
- wantrouwen;
- buitensporige agressie;
- een dalende belangstelling voor huishoudelijke taken, het werk en sociale verplichtingen;
- een depressieve toestand (slechts in bepaalde gevallen sprake van);
- …
Stadia
De ziekte van Alzheimer tast alle aspecten van het leven aan, maar iedereen ondergaat ze op zijn of haar eigen manier. Het is dus moeilijk te voorspellen welke symptomen er zullen zijn, in welke volgorde ze zich voordoen en hoe ze zullen evolueren. Grosso modo kan men het ziekteverloop wel indelen in drie grote stadia.
Eerste stadium
De eerste ziektefase wordt gekenmerkt door matig geheugenverlies: de persoon kan gewone gebruiksvoorwerpen niet meer terugvinden, zoals bvb. sleutels, en heeft moeite met het onthouden van zijn of haar naam. Bij die geheugenstoornissen komen bovendien concentratiestoornissen voor: de patiënt heeft moeite om een gesprek te volgen en om zijn woorden te vinden. Die stoornis noemen we afasie. In dit stadium wordt ook het ruimtebesef aangetast: de patiënt vindt zijn weg niet meer terug op vertrouwde plaatsen. Tenslotte heeft de patiënt ook moeite met het abstraheren (geld bijvoorbeeld verliest zijn symbolische waarde) en kan hij last krijgen van gedragsstoornissen. Vaak wordt de patiënt steeds passiever.
Tweede stadium
In dit stadium gaan de mentale vermogens achteruit en wordt de patiënt steeds meer afhankelijk van anderen. De geheugenstoornissen worden groter. Niet alleen de herinneringen aan recente gebeurtenissen vervagen, maar ook de gebeurtenissen van langer geleden. De patiënt krijgt ook last van agnosie, dit betekent dat hij een aantal voorwerpen en hun functie niet meer herkent. Ook kan hij familie niet meer bij naam noemen (het verband tussen gelaat en naam verdwijnt). Omdat het geheugen hapert, kan het gebeuren dat de patiënt ervan overtuigd is dat zijn naasten hem al lang niet meer bezocht hebben. Het tijd- en ruimtebesef zijn aangetast en mogelijk heeft de patiënt last van slapeloosheid omdat hij het onderscheid tussen dag en nacht niet meer kan maken of omdat beiden verward worden. De bewegingen worden steeds minder precies en ongeordend gemaakt. Dit noemen we apraxie. Bij dagelijkse taken (wassen, aankleden,…) heeft hij veel hulp nodig.
De persoonlijkheid van de patiënt ondergaat aanzienlijke veranderingen: de patiënt wordt prikkelbaarder en lacht, weent of wordt boos zonder duidelijke redenen. Hij spreekt ook steeds minder. De interesse voor alles wat er rond hem gebeurt, neemt af. Bovendien heeft de patiënt af te rekenen met bruuske en frequente humeurschommelingen en een toenemend wantrouwen wat zijn omgeving betreft. Ook taalproblemen nemen toe: de patiënt heeft steeds meer moeite om gesproken en geschreven taal te begrijpen en om te spreken en te schrijven.
In dit stadium gebeurt het vaak dat de patiënt constant dezelfde woorden of zinnen herhaalt, onophoudelijk dezelfde bewegingen uitvoert en doelloos in huis rondloopt.
Derde stadium
In dit stadium lijdt de patiënt aan ernstige dementie. Hij kan niet meer voor zichzelf zorgen en is totaal afhankelijk van andere mensen. Hij kan niet meer praten en hij begrijpt niet wat men hem zegt. De patiënt herkent niemand meer en bovendien kan hij lijden aan totale incontinentie. In dit stadium is constante aanwezigheid en verzorging noodzakelijk.
Hier zie je de verschillende stadia weergegeven in een grafiek (cognitietest: Mini Mental State onderzoek)
Score
MMS
Jaren
Diagnose
Wanneer wordt de diagnose gesteld?
Vaak is iemand die lijdt aan de ziekte van Alzheimer zich niet bewust van de omvang van zijn problemen of denkt hij dat het om doodgewone ouderdomsverschijnselen gaat. Ook de familie heeft de neiging om de symptomen te banaliseren en ze toe te schrijven aan de leeftijd. Het zijn vooral de gedragsstoornissen die de familie aanzetten om een arts te raadplegen. Maar de ziekte van Alzheimer is een geniepige aandoening: op het ogenblik dat de symptomen een medische consultatie noodzakelijk maken, hebben de hersenen helaas al heel wat schade geleden.
Van zodra de eerste symptomen opduiken moet een arts geraadpleegd worden, zelfs al zijn die symptomen eerder onschuldig, van voorbijgaande aard, of te wijten aan een andere aandoening want mogelijk wijst de vergeetachtigheid op de ziekte van Alzheimer. Met een vroegtijdige diagnose kan een behandeling snel gestart worden en kunnen de symptomen voor een beperkte tijdsduur afgeremd worden.
Hoe wordt de diagnose gesteld?
De arts zal eerst alle mogelijke andere oorzaken uitschakelen die aan de basis kunnen liggen van de problemen en zorgvuldig de mentale en fysieke toestand van de patiënt onderzoeken. Vaak wordt gebruik gemaakt van de Mini Mental Status van Folstein, een eenvoudig onderzoek waarbij de patiënt vragen moet beantwoorden zoals “Welke dag is het vandaag?”, “In welke stad zijn we?”, “Wat is de naam van dit voorwerp?”.
Een ander deel van het onderzoek bestaat uit het uitvoeren van een aantal taken (lezen, schrijven, eenvoudige berekeningen maken). Op deze manier kunnen eventuele geheugen-, taal- of aandachtsproblemen opgespoord worden. Ook mensen uit de omgeving van de patiënt kunnen nuttige informatie doorspelen aan de arts.
Belang van een vroegtijdige diagnose?
Hoewel de ziekte van Alzheimer niet kan genezen worden, zijn er toch goede redenen om zo snel mogelijk een arts te raadplegen om zo tot een vroegtijdige diagnose te komen.
Ten eerste kan het zoeken naar een diagnose een andere oorzaak die geneeslijk en omkeerbaar is van de symptomen (depressie, metabolismestoornis, stemmingsstoornissen) aan het licht brengen.
Ten tweede maakt een vroegtijdige diagnose het mogelijk om zo snel mogelijk een behandeling in te stellen waardoor de patiënt langer zelfstandig door het leven kan gaan.
Bovendien kan men zo de nodige aandacht schenken aan goede verzorging en psychologische en sociale hulp.