Iris Griekse godin van de regenboog.
'Bron van het water van boven'

Een van haar bijnamen is Podenemus (met voeten snel als de wind). Ook wordt ze de
hemelse Iris genoemd. Ze is de dochter van de titaan Thaumas en de oceanide
Electra; haar eega is Zephyrus, de westenwind; haar kinderen zijn de liefdesgod Eros
en Pothos. Ze is bode der goden, vooral van Hera.

Iris wordt afgebeeld met gouden vleugels en brengt de overleden vrouwen naar de
hemel. Ze knipt de levensdraad door van stervende vrouwen. Zo knipte ze een lok
van het haar van de stervende koningin Dido, om de weg voor haar ziel vrij te
maken. Op een Attische vaas is ze rennend afgebeeld, terwijl ze met haar handen
haar rok ophoudt.

De Grieken noemden haar 'Bron van het water van boven'. Als de goden ruzie hebben
of als ze ergens over liegen, haalt Iris in een gouden beker water uit de rivier de Styx.
Bij dit water moesten de goden een eed afleggen; als ze logen, verloren ze hun
onsterfelijkheid. Als Iris een boodschap aan een sterfelijke brengt, neemt ze meestal
de gedaante aan van een bekende. Als Laodice (gerechtigheid) bezoekt ze Helena in
Troje. Ze neemt de gestalte aan van BeroŽ, de dochter van Aphrodite en stichtster
van het Trakische Beroia, om zo de Trojaanse vloot in brand te steken, zodat aan de
omzwervingen een einde komt. Ze is de enige die tot de grot van Hypnos, de god
van de slaap kan doordringen om hem een boodschap over te brengen zonder door
de slaap te worden overmand.

Haar veelkleurige boog maakt de doorgang van de aarde naar de hemel mogelijk.
Homerus noemt haar de 'snelvoetige'. Ook associeert hij haar met een duif. Ze draagt
een gordel, waarmee ze in de mythen rond Herakles het schuim vastbond waarvan
Selene (de maan) de NemeÔsche leeuw schiep en het naar de NemeÔsche bergen
bracht. Strabo maakt melding van de rivier genaamd Iris, die ontspringt in Pontus en
uitmondt in de Zwarte Zee (Pontus Euxinus).

Iris' vader Thaumas ('wonderbaarlijk') wordt genoemd als zoon van Pontus en Gaia
(Moeder Aarde.) De bloem iris zou naar haar zijn genoemd vanwege de veelheid aan
kleuren waarin deze voorkomt. De iris heeft dezelfde connotaties als de lelie. De
narcis waarvan de krans van Demeter en Persephone wordt gemaakt, is een feite de
blauwe iris, een blauwe lisbloemige met drie kroonbladeren. Men droeg deze tijdens
de verzoening van de Eriniyen. Pausanius meldt dat in Corynthe de vrouwen
kransen maken van irissen; deze dragen tekens van rouw. Op andere plaatsen wordt
er zalf van gemaakt, of geneeskrachtige oliŽn.

Als godin wordt Iris vergeleken met Hermes vanwege de functie van de macht van
het woord of de spraak. Pausanius brengt beide namen etymologisch in verband met
Eirein, (po-eirein of poŽzie) dat het gebruik van spraak betekent. In de Odyssee moet
zij de goden overreden met haar redenaarstalent, waarbij zij gebruik maakt van een
overtuigende woordkeus en haar talent om de gestalte en intonatie van anderen te
imiteren. In de Aeneas is Iris de bode van de Romeinse Juno, die net als Iris de
beschermster is van de altijd vrouwelijke ziel.

Iris - Iris douglasiana (blauw/ violet)
Artistieke en creatieve inspiratie; om gevoelens van frustratie en beperktheid te
overwinnen.

Iris - als eenzaadlobbige heeft ze de neiging om zich meer naar de hemel te richten,
met een minder benadrukt wortelsysteem. De bloem van de Iris in het bijzonder,
heeft een ongewone "van binnen-naar-buiten" signatuur; het model en de stempel,
die bij de meeste planten diep binnenin worden gevonden, zijn bij de Iris verspreid
langs de naar buiten gedraaide bloembladen. De Iris laat zien, wat Goethe "een open
geheim" zou noemen, want terwijl ze ons toestaat om in haar diepten te schouwen,
draagt ze toch haar diepe geheim omlaag.

Vele soorten van de Iris kunnen zich aanpassen aan een breed scala van
eigenschappen van de omgeving, omdat de wortelstok water vasthoudt, dat in
zorgvuldig gecontroleerde hoeveelheden aan de plant verstrekt wordt. Daarom is de
Iris weldadig in cosmetische preparaten, omdat ze de vochtigheid van de huid helpt
conserveren en reguleren.

Deze innerlijke, waterachtige eigenschap van de Iris helpt ons begrijpen waarom ze
werd beschouwd als de godin van de regenboog in de Griekse mythologie. In de
Keltische folklore werd Iris zelfs door Hermes uit bloemen geschapen als een
gemalin van de zon. Deze creatieve relatie tussen zon en aarde werd van de hemel
uit gezien als een aura met de kleuren van de regenboog, die de aarde omringde, een
soort "beker" van dauwachtige, vloeiende kleuren, die doorlopend Hemel en Aarde
verjongde.

De Iris is een van de meest weldoende en universele van de F.E.S. remedies, ze helpt
degenen die zich teleurgesteld voelen in hun creatieve uitdrukking, alsof de ziel
"opgedroogd" was of een hemelse inspiratie miste. Net zoals de stoffelijke Iris zich
aanpast aan een veelheid van omstandigheden door haar innerlijke
waterhuishouding te reguleren, zo ook helpt de subtiele remedie van de Iris de ziel
om zich te leren uitdrukken in een geÔnspireerde en creatieve manier van leven,
onverschillig hoe de uiterlijke omstandigheden zijn.

Veel genezers melden dat deze remedie bijzonder waardevol is voor degenen die
betrokken zijn bij een artistiek streven en meer in het algemeen voor diegenen die
een behoefte hebben om een vernieuwde, innerlijke glans van zielekleur in uiterlijke
taken te brengen.