Hoe het begon?

Leon Theunis, bediende aan de R.T.T. wonende in de Berthoutstraat nr. 1 te Mortsel bij Antwerpen, was begin oktober 1967 op verlof te Bohan aan de Semois. Hij had er kennis gemaakt met Desiré Wittewrongel uit Blankenberge. Waarschijnlijk de 4de oktober of wellicht één der volgende dagen waren zij samen op uitstap gegaan naar Charleville-Mezières, een stad in het noorden van Frankrijk, ongeveer op 30 km van Bohan.

Bohan zelf is gelegen aan de boorden van de Semois en is één van die mooie vakantiedorpjes in de prachtige Semoisvallei. Het heeft ongeveer 350 inwoners en ligt juist aan de grens met Frankrijk, op de plaats waar de Semois dit land binnenstroomt.

Die avond, omstreeks halftien keerden zij terug naar hun vakantiehuis. Langs de eenzame weg, die naar het tehuis leidde, bemerkten zij opeens vanuit de wagen, voor een aldaar langs de boord staande appelboom, omgeven in een zee van licht een wondermooi jong meisje.

Geen van beide zei iets, uit vrees door de andere als belachelijk te worden aanzien. Tot eensklaps Desiré opmerkte: "Hebt gij dit gezien? De Sinte Vierge!"
Zij zijn toen teruggereden, doch voor Leon was de verschijning verdwenen.
Desiré zag Haar echter zachtjes ten hemel opstijgen.
Dan bleven er voor hen slechts lichtjes over, die steeds hemelwaarts stegen.
Dit wondere schouwspel duurde ongeveer gans de nacht.Aan elkaar beloofden zij er met niemand over te spreken.'s Anderdaags 's morgens waren zij vroeg naar het dorp gegaan en om te bekomen van die heerlijke maar zo vreemde nacht, gingen zij in de plaatselijke herberg een whisky drinken.
Terug buiten gekomen, bemerkten zij een paternoster, die op de grond lag.
Leon boog om hem op te rapen, maar voor hij hem kon grijpen, was de paternoster verdwenen.

Nu volgden er voor Leon vier eigenaardige nachten. Om vier uur in de morgen, zo vertelt hij, vloog mijn kamerdeur open. Dit gebeurde zo drie nachten na elkaar. De vierde nacht besloot ik op te blijven en mijn deur open te laten. Klokslag vier uur sloeg de deur dicht en mijn uurwerk viel stil, juist op vier uur.
Ik ben dan afgereisd en bij mijn thuiskomst liet ik mijn uurwerk aan mijn vrouw zien. Toen mijn vrouw het in handen nam, begon het terug normaal te werken en dit doet het tot heden toe.
Ik heb dan mijn belofte, aan mijn vriend gedaan, verbroken en heb alles aan mijn vrouw verteld.

Half november 1967 werd ik opgenomen in de Sint Camilluskliniek te Antwerpen om er een heelkundige ingrijpen te ondergaan.
De derde nacht na mijn opname flikkerde er 's avonds rond elf uur achteraan boven mijn bed een lichtje. Na een paar maal op en neer te hebben gedanst, bewoog het naar de deur toe en schoof onder de deur naar buiten. Door nieuwsgierigheid gedreven, ben ik opgestaan om het lichtje te volgen. Doorheen de lange hospitaalgang heb ik het dan gevolgd, totdat het doorheen een gesloten raam naar buiten zeilde, waar het uiteindelijk boven de kerktoren achter het ziekenhuis bleef hangen en er een kruis verlichtte.
Dit beschouwde ik als een aanmaning om terug naar de kerk te gaan, wat ik in twintig jaar niet meer had gedaan.

Bij mijn thuiskomst en na mijn herstel was mijn eerste werk dan ook ter kerke gaan om er een generale biecht te spreken. Dit werd voor mij het begin van een nieuw en regelmatig, ja, dagelijks bezoek aan de Heilige Mis.

De drang naar Bohan was zo groot, dat ik er regelmatig terugkeerde, om er mij dikwijls naar de plek te begeven en er te bidden tot Maria en om Haar te danken voor de genade van mijn terugkeer tot de Kerk. Daar bij die appelboom bracht ik vele uren in gebed door, want hoewel bekeerd, toch bleef ik in grote zielenood en biddend en smekend om Maria's hulp, beloofde ik Haar een kapel te bouwen op de plaats der verschijning.
Het wonder geschiedde. Ik werd werkelijk op goede wijze geholpen.
Hoewel ik de hemel en Maria dankte, toch vergat ik mijn belofte.

In de komende jaren bleef Maria mij verschijnen en kreeg ik heel wat vizioenen. Dit gebeurde telkens in mijn slaapkamer om vier uur in de morgen.
Doch nooit zei Maria iets.

In de vizioenen werden mij in deze periode al de aardbevingen en rampen getoond. Dagen van te voren was ik op de hoogte van al de komende gebeurtenissen. Het eerste wat ik gezien heb, was de verschrikkelijke ramp van Oost-Pakistan (het huidige Bangladesh).
Het werd mij getoond door de Hemelse Vader in een beeltenis zoals wij die vroeger zagen op de afdrukken 'Hier vloekt men niet. God ziet ons.'
In de overtuiging dat deze dingen alleen voor mij bestemd waren, nam ik er geen notie of aantekening van. Daarom bleef ik ook zoveel mogelijk zwijgen.

Toen volgde er een kalme periode.

In 1971 een paar dagen  voor Goede Vrijdag, zag ik de kerk van de Heilige Theresia van het Kindje Jezus en van Het Heilig Aanschijn tot boordens toe gevuld met volk, alsook geheel de Grote Steenweg zwart van het volk zover het oog reiken kon.

Dit vizioen verhaalde ik aan Pater Simon en ook aan Monseigneur Schruers, huidige hulpbisschop-coadjutor van het bisdom Hasselt.
Deze raadde mij aan alles te noteren. Doch ook nu nam ik er geen nota van. Wat het meeste indruk op mij maakte, was de lichte aardbeving, die gebeurde in het Noorden van België en daarbij de aanduiding 'over 55 dagen plus 2'. De avond van de aardschok tekende Pien, de berichtgever van het meteorologisch instituut van Ukkel, op de T.V. dezelfde tekening, die ik dagen van tevoren had gemaakt voor mijn vrouw.
Nu was ik er zeker van, dat het geen zinsbegoocheling was.

Eveneens werd ik aangegrepen door een licht aardbeving in centraal-Joegoslavië, omdat ik van tevoren de dag wist. De dag zelf, hoorde ik langs de radio, toen ik op bedevaart was in Beauraing, dat het gebeurd was.
In deze periode zag ik voor de eerste maal in een vizioen de kapel, zoals Maria ze verlangde. Op de zoldering was geschreven in vele mij bekende en onbekende talen: 'Ik ben uw aller Moeder, Koningin van de wereld'.
Bij een ander nachtelijk vizioen zag ik voor de eerste maal de letters AMU. Om ze zeker niet te vergeten, schreef ik ze met een stuk zeep op de spiegel.

Onze Lieve Vrouw sprak voor het eerst tegen Leon, op 21 april 1972.
Zeggende: 'Prijst en verspreidt mijn naam.'

Onze Zaligmaker Jezus Christus sprak voor de eerste maal tegen Leon, op 12 mei 1972.
Zeggende: 'Weest niet bevreesd. Spreekt en zwijgt niet meer!

Vele jaren kreeg Leon boodschappen van Onze Lieve Vrouw en Haar Goddelijke Zoon Jezus.
Leon Theunis overleed op 22 februari 1985.

Al deze boodschappen staan te boek opgetekend.
Het boek:' AMU Ik ben uw aller Moeder, Koningin van de wereld'.

 

 

Homepagina