Kerk & Wereld gezien door de bril van André
1. EN TOCH IS ER MEER TUSSEN HEMEL EN AARDE...
1.1. Europees waardenonderzoek
1.2. Meer religie, minder godsdienst, het "ietsisme"2. GEVOLGEN VOOR HET PAROCHIELEVEN
2.1. Vermindering van parochie
2.2. Parochie in de kering
WOORD VOORAF (naar boven - naar onder)
In 1991 schreef mijn professor van moraalfilosofie een interessant boek:
Marcel Heyndrikx svd, '... en Gij geeft ons een andere toekomst. Over het christelijk geloof en zijn gestalte tussen gisteren en morgen'. Leuven, 1991).
Zijn verhelderende analyses geven een inzicht in het wezen van de crisis die wij nu beleven in de West-Europese Kerk en waarom het einde van die crisis nog niet nabij is. Jammer genoeg is het boek destijds haast onopgemerkt voorbij gegaan. In 2009 is het nog actueel in wat de fundamentele analyse betreft. Peilend naar de toekomst van het christendom schreef de auteur:
"Het dilemma waarvoor de kerk komt te staan is het volgende
- ofwel houdt ze met alle mogelijke middelen vast aan de oude, statische, onhistorische geloofsgestalte - ofwel aanvaardt de kerk de radicale en totale herinterpretatie van de christelijke grondwaarheden en grondwaarden. De toekomst van de kerk ziet er reeds vrij somber uit door deze dreigende crisis, die uiteindelijk niets anders is dan de crisis van de oude geloofsgestalte in haar twee belangrijkste punten: absolute waarheid en absoluut gezag.
Toch is er nog een ander, wellicht nog belangrijker element dat de toekomst van geloof en kerk bedreigt, namelijk de voortschrijdende secularisatie, die voor grote groepen van de bevolking, ook van de 'gelovige' bevolking, bijna onvermijdelijk tot secularisme leidt."
Bijna 20 jaar later is het duidelijk dat de auteur goed gezien heeft. De volgende bladzijden pogen een beeld op te hangen van wat wij rondom ons ervaren om te zien welke de kernpunten zijn zodat de pastorale actie zich niet van schietschijf vergist.
Sinds ik uit Afrika terug ben houden deze vragen mij bezig en de vakantie 2001 in Zwitserland, aan de voet van Les Dents du Midi, gaf mij de gelegenheid één en ander met u te delen. In dit najaar 2011 verwerk ik ook recent materiaal dat in de afgelopen maanden ter beschikking kwam.
In februari 2006 heb ik voor mijn confraters
van de Cordate Community (Birmingham - Aston) een andere actualiteitstopic
behandeld tijdens hun seminarie in Tilburg: "Some characteristics of
contemporary Western European Culture
1. EN TOCH IS ER MEER TUSSEN HEMEL EN AARDE... (naar boven - naar onder)
"We leven in een (postmoderne) tijd waarin God verduisterd en maatschappelijk ongeloofwaardig geworden is. Christelijk geloven wordt vaak beschouwd als uit de tijd, naïef en soms zelfs gevaarlijk, ook al tiert het veelvormige religieuze welig. Onze cultuur ondersteunt niet alleen niet langer het godsgeloof, maar bemoeilijkt het heel vaak. Ook het vrijwel volstrekte monopolie op het gebied van zingeving dat de Kerk tot voor kort in onze streken bezat, lijkt de actuele geloofwaardigheid van het christelijk geloof in de weg te staan. Bovendien wordt het geloven in de christelijke God sterk bevraagd door de vaststelling dat vele godsdiensten en levensbeschouwingen vaak resoluut andere antwoorden bieden op de menselijke zinvragen. Is geloven in de christelijke God vandaag nog een rationele optie? En kan van dat geloof nog verantwoording afgelegd worden?" (1).
Met dit citaat uit de inleiding van de Leuvense theoloog Lieve Boeve op het boek De Kerk in Vlaanderen. Avond of dageraad?, wordt heel goed de hedendaagse vraagstelling waarmee wij worstelen verwoord. Op een meer populaire manier kan het ook als volgt uitgedrukt worden: "De vrije markt, de vrije pers en een vrij onderwijs hebben klaargespeeld wat opgedrongen ideologieën niet hebben kunnen bereiken. In het economisch florerende West - Europa wordt het christelijk geloof nog slechts door een minderheid beleden. De rol van de Kerk in het openbare leven is er vrijwel uitgespeeld. Op de vooravond van de eenentwintigste eeuw toont de bevolking een manifeste onverschilligheid voor het geloof dat haar twintig eeuwen heeft gevoed en geïnspireerd. Als godsdienst opium was voor het volk, dan is de opium nu zo verdund dat hij ongevaarlijk is en wordt het volk zoet gehouden met krachtiger middelen" (2).
Deze vaststelling van de essayist Gerard Bodifée wordt haast week na week door één of andere gebeurtenis of artikel in krant of weekblad geïllustreerd en verwoordt wat iedere regelmatige kerkganger en bedienaar kan vaststellen: de kerken lopen geruisloos leeg, jongeren halen hun schouders op voor hun aanbod en iedereen die met de toekomst begaan is vraagt zich bezorgd af: "hoe komt het toch?" ... en dat terwijl er nog nooit zoveel over religie gepubliceerd werd… en in Amerika de kerken terug vol lopen ... De commotie ontstaan rond recente uitspraken van de nieuwe aartsbisschop Mgr Léonard tonen maar hoe machtig de media geworden zijn om iemand "te maken" of "te kraken". De reacties op de websites van de kranten n.a.v. opiniestukken over sexueel misbruik in de pastorale relaties tonen niet de bekommernis of de belangstelling voor de kerk maar vooral hoe mensen nog rancune hebben tegenover het instituut Kerk uit hun jeugd, waarvan zij ondertussen reeds lang afstand hebben genomen, zo schrijven zij toch.
Volle kerken in Amerika ... ook dat is weer niet meer zo eenduidig. In het opinie weekblad Tertio n. 488 bespreekt de Amerikaanse theoloog John A. Dick het recente boek van Robert Putnam (Harvard) en schrijf p. 11: "Historisch gezien is het percentage Amerikanen dat zegt geen enkele religieuze affiliatie te hebben, heel klein, ergens tussen vijf en tien procent. Nu is dat cijfer de hoogte ingeschoten tot dertig procent en onder jongeren zelfs tot veertig procent. Volgens Putnam zijn de jongste twintig jaar veel jongeren gestopt met naar de kerk te gaan omdat ze georganiseerde godsdienst begonnen te zien als een bron van "intolerantie, starheid en doctrinaire politieke overtuigingen. ... Die evolutie heeft grote consequenties voor cultuur en politiek in de VS"
Op de website van Kerknet van 11 juli 09 werd trouwens wat cijfermateriaal gegeven dat bovenstaande illustreert: Het onderzoeksbureau voor godsdienststatistiek PEW stelt vast dat in Amerika 70% van de 75-plussers godsdienst als heel belangrijk bestempelt, bij jongeren beneden de 30 bedraagt dat aantal 44%. Een kwart van de Amerikanen tussen 18 en 29 is atheïst, agnost of zonder godsdienst. Bij de groep 65-plussers bedraagt dat aantal minder dan 7%. 18% van de 30-49-jarigen en 13% van de 50-64-jarigen noemt zich atheïst of ongelovig. 7% van de groep jonger dan 30 behoort tot een andere godsdienst dan het Jodendom of de katholieke of protestantse Kerken. Van de 65-plussers is 24% katholiek. Opvallend is dat het aantal katholieken bij de groep tussen 18 en 30 nog 20% bedraagt, dank zij de snel groeiende groep Spaanssprekenden.
Op Kerknet van 27 augustus 2011 wordt verwezen naar de recente gezaghebbende Shelljeugdstudie. Volgens deze studie vindt slechts 44% van de Duitse katholieke jongeren tussen 12 en 25 jaar het geloof in God belangrijk. Bij Duitse protestantse jongeren is dit nog slechts 39%. De eerste enquête werd gehouden in 1953. Volgens de studie is de huidige generatie jongeren bijzonder optimistisch, ondanks de economische crisis en de onzekere jobverwachting. De studie bestempelt de jongeren vooral als 'pragmatisch' en geeft ook aan dat 39% zich ook daadwerkelijk inzet voor een sociaal of maatschappelijk doel.
Op 14/2/07 publiceerde DS een samenvatting van de openingslezing van Prof. Rik Torfs gehouden in het Vlaams Nederlands Huis "De Buren" getiteld "De rentree van religie in de Lage Landen". De Decaan van de faculteit Kerkelijk Recht in Leuven deed er deze opmerkelijke uitspraak: "De kerken gaan geen nieuwe bloeitijd tegemoet, laten we daar niet onnozel over doen. Maar het religieuze wordt weer onderdeel van ons bestaan". In de tekst van de lezing staat het lapidair: religie ligt niet langer uitsluitend in de etalage bij de antiquair. Torfs stelt dat het religieuze vacuüm tot twee verschillende reacties kan leiden: een volkomen verwerping of tot een onbevangen nieuwsgierigheid. Daarover later meer. Ondertussen werd deze professor geen rector aan de KUL maar wel senator voor CD&V.
In de krant DS van 1-2/9/07 p. 19 lezen we in de rubriek "Waarde redactie" volgende mening naar aanleiding van de uitspraak van Mieke Van Hecke, directeur generaal van het Katholieke Onderwijs, dat ook het onderricht van de Islam op de katholieke scholen moet kunnen: "Alle godsdiensten zijn verhalen. Godsdienstonderwijs is per definitie indoctrinerend. Een godsdienst die pretendeert de enige ware te zijn, is leugenachtig en vals. Godsdienstonderwijs leidt tot intolerantie en enggeestigheid. Rome levert daarvan talloos veel voorbeelden, de moslimwereld nog meer. Al even talloos zijn degenen die, gepokt in het godsdienstonderwijs, hun geloof afzweren van zogauw ze enigszins rationeel leren denken. Ik ken niemand die 'literatuur' afzweert: iedereen heeft verhalen nodig, in welke vorm ook. Islam in katholieke scholen? Ja, naast alle wereldgodsdiensten en levensbeschouwingen, te behandelen op hetzelfde niveau als 'er was eens..."
Deze lezersreactie verwoordt zeer goed wat vele tijdgenoten denken en wij vinden er ook de grote cliché in terug: rationeel denken kan niet samen gaan met geloven. Het laatste boek van Marc Van de Voorde gaat dan ook weer over "geloof en rede" (2008). Recent publiceerden Stephen Hawking en Leonard Mlodinov, Het grote ontwerp. Een nieuwe verklaring van het universum (Amsterdam, Bakker, 2010, 216p.). Daarin wordt betoogd dat we al veel weten. Onze kennis groeit exponentieel. Voor wie het universum door een rationele bril bekijkt, blijft er eigenlijk maar één grote vraag volkomen onbeantwoord. Waar komen de natuurwetten vandaan? Dat gat in onze kennis is de laatste schuilplaats van een scheppende God. Maar voor de auteurs is dit manifest slechts een kwestie van tijd (cf. Knack n. 46, 2010, p. 74-75). Dit is in eenklank met veel literatuur uit het Darwin-jaar.
Met deze bladzijden wil ik een poging ondernemen om vanuit lectuur wat elementen samen te schrijven die helpen om de hedendaagse kloof tussen geloof en cultuur te verstaan zodat de actoren in het pastorale veldwerk er gepaster kunnen op inspelen in plaats van zich door de vragen te laten verlammen.
1.1. Europees waardenonderzoek (naar boven - naar onder)
Prof. Jan Kerkhofs, Jezuïet en godsdienstsocioloog heeft in de opeenvolgende waardenonderzoeken van de European Values Study Foundation cijfers gebracht die aantonen dat het wegdeemsteren van het geloof in een persoonlijke God in Europa een relatief nieuw en uniek verschijnsel is dat bovendien gepaard gaat met een informele en individualistische religiositeit - zonder - god.
Er is veelvuldige bloei van religie, maar geïnstitutionaliseerde godsdiensten maken een diepe crisis door en de "Bevrijde burger" verwerpt het theologische dogmatisme en de instelling (kerk) die de boodschap uitdraagt. Mark Eyskens beschrijft het als volgt:
"De godsdienst is geprivatiseerd. Er is geen standaardgeloof meer, er is zelfbediening, afstandsbediening, eclectisch bloemlezen waarbij het mooiste uit allerlei godsdiensten, net name vooral de oosterse, wordt samengebonden tot een zeer persoonlijke ruiker. Dit geldt ook voor de ethiek, die zeer situatiegebonden wordt ingevuld, zoals blijkt uit de houding van een groot aantal mensen tegenover abortus en euthanasie. ... Godsdienst is niet langer kuddelopen.. ... Andersdenkenden zijn niet langer verkeerd denkenden" (3).
Torfs drukte het als volgt uit naar aanleiding van een uitspraak van stand-up comedian Bert Kruismans die de draak steekt met de professor kerkelijk recht. "Iedereen is vrij religie te verwerpen zonder dat daarvoor enige argumentatie nodig is. Dat is vrij nieuw in eertijds religieuze landen als Vlaanderen en Nederland. Niemand is verplicht om zich te verantwoorden over zijn godsdienstige gedachten, ook al munten die niet uit door diepzinnigheid. Denken over God is niet langer een plicht, ook niet voor wie verstandig is. Het recht op religieus analfabetisme is een verworvenheid van onze tijd, net zo goed als het recht om kunst te verwerpen of wetenschap volkomen uit zijn leven te bannen", aldus Torfs.
In het waardenonderzoek van 2000 "Verloren zekerheid" lezen wij dat godsdienst zakt naar 49% en zelfs naar 38% bij de jongeren. Wat de inhoud van de waarde betreft blijkt dat 45% van de jongeren gelooft in God, maar slechts 15% in een persoonlijke God; 34% gelooft in een leven na de dood, maar slechts 19% in de verrijzenis. Deze percentages wijzen op een daling van gemiddeld 10 à 15 % tegenover de peiling "De stille ommekeer" van de jaren tachtig. Het vertrouwen in de katholieke Kerk als instelling komt op de voorlaatste (12de) plaats, net voor de politieke partijen. In het waardenonderzoek blijken gezin, vrienden, arbeid en vrijheid 82 à 96 % te halen op de honderdpuntenwaardenschaal.
In september 1999 publiceerde KNACK het resultaat van een VUB onderzoek "Zonder maskers", waarin een aantal VUB sociologen 4722 laatstejaarsleerlingen ondervroegen uit 63 scholen uit de drie netten (ASO, TSO, BSO) gespreid over alle Vlaamse provincies.
Ook 641 leerkrachten werden bevraagd. De gegevens werden verzameld tussen oktober '96 en mei '97 (4).
Het weekblad HUMO (n. 36, september 2008, p.8-13) publiceerde de resultaten van een grote opvoedingsenquête gehouden samen met VRT. In totaal werden 1000 mannen en vrouwen ondervraagd die samen met een partner (79%), in een formule van co-ouderschap (10%) of alleen (11%) instaan voor de opvoeding van kinderen. In de helft van de gezinnen wonen 2 kinderen, in slechts 7% van de gezinnen zijn er 4 of meer kinderen. Als het gaat over normen en waarden dan rekenen de ouders erop dat de school en in mindere mate ook grootouders en andere familieleden hun kinderen waarden meegeven. Naar jeugdbeweging en kerkgemeenschap wordt er in dat opzicht niet meer gekeken. Welke waarden willen zij meegeven? Voor 83% staat eerlijkheid voorop, slechts 3% noemt ook "gelovig zijn". In de mate deze enquête representatief zou kunnen genoemd worden, is het dan ook niet verwonderlijk dat wij in vele kerken 's zondags geen kinderen meer aantreffen.
Op 23 januari 2010 begon de krant Le Soir met de publicatie van de resultaten van een enquête over de godsdienstpraktijk waaruit zou blijken dat sinds 2005 (vorige enquête) één katholiek op drie aan zijn geloof zou verzaakt hebben. Volgens "Dedicated research" (staal van 1205 personen, telefonisch ondervraagd) zou 87% van de katholieken geboren zijn in een katholiek milieu en vandaag zijn er nog 60% die zich als katholiek bekennen (65% in 2005). Maar er zijn commentaren die de wetenschappelijke methode van deze enquête in vraag stellen. Naar aanleiding van de pedofilieschandalen in de Kerk, in Vlaanderen en elders in de wereld, zij er ook heel wat mensen die zich lieten "uitschrijven" of "ontdopen". Het was voldoende dat de media deze mogelijkheid onder de aandacht brachten om na enkele dagen de dossiers op de bisschoppellijke kanselarijen exponentieel te zien toenemen.
ALTERNATIEF GELOOF BIJ JONGEREN
| (KNACK Graphics) Geloofsitem | Veeleer of zeker niet | Twijfelt | Veeleer of zeker wel |
| Geesten | 57 | 22 | 21 |
| Helderziendheid | 49,6 | 26,9 | 23,5 |
| Waarzeggerij | 67,6 | 22 | 10,4 |
| Reïncarnatie | 54 | 25,7 | 20,3 |
| Astrologie | 57,4 | 23,1 | 19,5 |
| UFO's | 59,2 | 21,1 | 19,3 |
DE LEVENSBESCHOUWING VAN LEERLINGEN EN LEERKRACHTEN
| (in procenten) | Leerlingen | Leerkrachten/Totaal | Leerkrachtengemeen-schapsonderwijs | Leerkrachten vrijonderwijs |
| Ik ben een gelovig katholiek,
die
geregeld naar de mis gaat. |
6,7 | 25,2 | 7,9 | 35,1 |
| Ik ben een gelovig katholiek,
maar
ga niet zo vaak naar de kerk. |
20,1 | 24 | 10,6 | 29,4 |
| Ik ben iemand die twijfelt,
maar
toch min of meer christelijk is. |
31 | 21,7 | 19,2 | 23,1 |
| Ik ben vrijzinnig | 10,1 | 12,2 | 31,8 | 2,6 |
| Alles wat met godsdienst
te maken
heeft, interesseert mij niet. |
10 | 3 | 6,6 | 0,8 |
| Ik ben niet bijgelovig | 15,5 | 9, | 15,9 | 6 |
| Andere (waaronder moslim) | 5,7 | 4,6 | 7,9 | 3,1 |
(Wanneer deze tekst op de website wordt geplaatst beschikken wij over nog meer gedetailleerde gegevens: J. KERKHOFS & K. DOBBELAERE, Verloren zekerheid. De Belgen en hun waarden, Lannoo, 2000 waarin heel wat tabellen worden gepubliceerd.)
De situatie van de jongeren in Vlaanderen op het einde van de vorige eeuw zag er inzake religie en geloofsbeleving binnen de katholieke Kerk dus nog iets minder gunstig uit.
Prof. Jan Kerkhofs sj. besluit zijn studie:
"De tendens naar individualisering en secularisering neemt toe. Men heeft de indruk dat iedereen op elk vlak (arbeid, beroep, cultuur, politiek, partijkeuze, religie en ethiek), als bij een koud buffet, overigens overvloedig voorzien, een eigen schotel samenstelt, grotendeels op basis van een momentele voorkeur" (5). Dit besluit zou voor de meeste items kunnen ondersteund worden vanuit de enquête "Zonder maskers".
Wat de volwassenen betreft is er een recenter onderzoek beschikbaar dat de houding tegenover doop en dood analyseert. In haar doctoraat stelt sociologe Dr. Anne Van Meerbeeck dat in Vlaanderen nog altijd 73% van de kinderen gedoopt worden. Dertig jaar geleden was dat nog 96%. Een minder sterke daling dan het aantal kerkelijke huwelijken dat van 91,8 naar 51,2 % daalde. De begrafenissen blijven het populairste ritueel met een kleine daling van 91,3 naar 83,6 %. Hoe dit te verklaren? Volgens Van Meerbeeck: "Dat doop en dood nog de meeste mensen naar de kerk drijven, heeft ermee te maken dat je bij deze twee rituelen een beslissing met gevolgen voor iemand anders neemt. En dan wil je op veilig spelen, dus maakt je de meest neutrale keuze".
Al gaat maar amper 13% wekelijks naar de kerk, 59% noemt zich toch kerkelijk. Daar zit echter ook de groep bij die niet meer in het bestaan van God gelooft, maar nog wel waarde hecht aan volksreligieuze rituelen. In de groep met het zwakste kerkgeloof laat 87,5% hun kind dopen. Er zijn ook mensen die zich niet bij één of andere godsdienst of kerk betrokken voelen, maar nog wel in 'iets' geloven. Wat drijft dan jonge ouders om toch nog een doopsel te vragen? Volgens Van Meerbeeck: Het is niet, zoals velen denken, alleen maar conformisme of goedkope show. De behoefte aan een ritueel is groot, zowel uit familiale, sociale als religieuze overwegingen. De kerk ziet het doopsel als de opname van het kind in de kerkgemeenschap, maar de ouders zien het doopsel als de 'opname van het kind in de familie'. … De drang naar controle bij ouders is groot, ook over het irrationele. Ze willen het beste voor hun kind, waarvan ze het leven en het lot niet in handen hebben. Uit dat gevoel dat de wereld groter is dan het vangnet dat ze hun kinderen kunnen geven, kiezen ze voor het doopsel. Want ze willen het kind niet alleen op medisch, ook op emotioneel en spiritueel vlak beschermen. Dus gaan ze van de dokter in de witte jas naar de priester met de witte stola. … Dat ook ongelovigen naar de kerk stappen voor een ritueel, heeft alles met het monopolie van de kerk in rituelen te maken".
De laatste gegevens die beschikbaar zijn werden op Kerknet gepubliceerd op 9 juli 2008 en moeten de cijfers van 1998 actualiseren. Deze keer werden de gelovigen niet geteld op een gewone zondag maar op de kerstdagen 2006. Ook werden voor dat jaar de cijfers inzake doopsel, kerkelijk huwelijk en begrafenis verzameld. De verwerking gebeurde door het Centrum Politicologie van de KUL. Voor 44 gemeenten beschikt men over onvolledige cijfers en ook kerkgangers in rusthuizen enz. werden niet meegeteld. De cijfers zullen dus normaal wat hoger liggen.
Doopsels: 57 à 60% van de pasgeboren kinderen worden nog gedoopt, namelijk: Brugge 79,4%; Gent 73,2%; Hasselt 69,9%; Antwerpen 64%; Mechelen-Brussel 36,9% - brusselse gewest 17,1%. Voor Vlaanderen is dat dus 67,8% en voor Wallonië 54%. In 1967 bedroeg het aantal doopsel t.o.v. het aantal geboorten voor het hele land nog 93,6%, voor Vlaanderen 96,1% in 1998 was dat aantal reeds gedaald tot respectievelijk 64,7% en 73,1%.
Huwelijken: nationaal 27 à 29%. Het bisdom Brugge 35,6%; Hasselt 30,3%; Gent 28,7%; Antwerpen 27,9%; Mechelen-Brussel 19,8 - brussels gewest 8,9%. Voor Vlaanderen is het 29,7 en voor Wallonië 28,6%. Er is een enorme diversiteit, ter illustratie: in het West-Vlaamse heuvelland trouwen meer dan 90% van de koppels voor de kerk en in Schaarbeek amper 2%. Het totale aantal kerkelijke huwelijken wordt berekend op het totale aantal burgerlijke huwelijken en daar zitten natuurlijk ook cijfers bij van burgerlijke hertrouwden en van partners van hetzelfde geslacht. Van 86,1% in 1967, 49,2% in 1998 naar 26,7% in 2006.
Uitvaarten: deze liggen tussen 81 en 85%. In Wallonië rond de 50% en in Vlaanderen rond de 70%. In Hasselt 81,4%; Brugge 76,1%; Gent 67,8%; het Brusselse gewest 29,8%. Ook hier zijn de regionale verschillen heel groot, in Diksmuide 88% en in Anderlecht 12% kerkelijke begrafenissen. In 1967 waren er in Vlaanderen nog 91,3%; 83,6% in 1998 naar 70,4% in 2006. De onderzoekers wijzen hier op de sterke toename van de crematies van 5% in 1979 naar 44% in 2006. Het eventuele voorgaan van een kerkelijke bedienaar in een crematorium is niet terug te vinden in de statistieken van de bisdommen.
Kerstmis: In 2006 woonden 11,5% van de landgenoten een kerkdienst mee voor Kerstmis. In het Vlaamse gewest is dat 14,4%, in het Waalse 6,8% en in het Brussels gewest 6,2% In het bisdom Hasselt was dat 19,7% en in Doornik maar 6%. Er bestaat geen vergelijkingsmateriaal.
Er moet zeker op gewezen worden dat cijfers niet alles zeggen over kerkelijke praktijk en geloofsbeleving. De onderzoekers halveren de cijfers van Kerstmis om de gewone zondagspraktijk te benaderen, zo'n 7% maar de duizenden die buiten de parochiekerk nog ter kerke gaan blijven buiten beschouwing alsook de kerkgangers ouder dan 69 jaar en dat is toch wel een groot percentage als we 's zondags rondom ons kijken.
Op 25 november 2010 publiceerde De Standaard de meest recente cijfers uit de studie 'Kerkpraktijk in Vlaanderen' van politicoloog Marc Hooghe (KUL). Hij vergelijkt daarin de cijfers van een oktoberzondag 2009 met deze van vorige studies. In 1976 ging 36% van de Vlamingen tussen 5 en 69 jaar naar de zondagsmis; in 1998 was dat 13% en in 2009 nog amper 5,4% of 247.000 mensen. Als deze trend zich doorzet, besluit Hooghe, dan blijven de kerken in 2016 leeg. Dat is binnen 5 jaar. Er is een geruisloze vervanging van een 'kerkse' generatie door een steeds minder 'kerkse' generatie alhoewel er nog steeds 67% van de kinderen gedoopt wordt en 71% van de mensen in Vlaanderen nog een kerkelijke begrafenis krijgen. In 2009 liet 26% van de echtparen hun huwelijk nog inzegenen, dat was 30% in 2006. Limburg en West-Vlaanderen scoren nog het best in de kerkelijke praktijk. Op het platteland blijft daar de Kerk nog een sociale functie behouden, maar ook hier wordt de kloof tussen stad en platteland steeds dieper. Rond de steden Antwerpen, Brussel, Gent speelt de bevolkingsmix natuurlijk een grotere rol: ethnisch-culturele minderheden zijn vaak niet katholiek.
Met meer dan 200.000 vrijwilligers worden de crisiscijfers er niet milder om.
1.2. Meer religie, minder godsdienst, het "ietsisme" (naar boven - naar onder)
Ofschoon de joods-christelijke traditie een uitzonderlijk belang heeft gehad in de westerse culturen, is de vrij plotse terugloop van geïnstitutionaliseerde godsdienstigheid en godserkenning een breukverschijnsel.
Godsdienst en religie zijn evenwel geen synoniemen. Godserkenning en gods-dienst veronderstellen een religieus aanvoelen van de werkelijkheid. Religiositeit sluit niet noodzakelijkerwijs een godsgeloof in. Religie heeft te maken met zin voor verbondenheid met het zijnswonder, met het zich verbonden voelen met hogere krachten en de wonderen van schoonheid en vernuft (religare), zodat ik mijn bestaan anders ga lezen (relegere) en andere keuzen ga maken (re-eligere). Diverse diciplines zullen de oorsprong van religie anders verklaren. Godsdienst heeft te maken met de subjectieve ervaring van een hoogst kwalitatief bestaansaspect dat mij overstijgt en naar het totaal Andere, de totaal Andere wijst, "the depth of all being", "the ultimate concern" (P. Tillich) dat in de monotheïstische godsdiensten als een persoonlijk mysterie benoemd wordt.
Torfs in de hoger vermelde lezing zegt: "Al te gemakkelijk geloofden wij in het verleden dat de hunkering om dicht bij God te zijn gepaard moet gaan met de alomtegenwoordigheid van de georganiseerde religie in ons bestaan. Dat is een pijnlijk misverstand. Het is perfect mogelijk om te proberen dicht bij God te zijn en tegelijk tegenover de georganiseerde religie afstand te bewaren. In traditionele kerken keren mensen zich in toenemende mate af van het hart van het instituut. In de katholieke kerk van de Lage Landen leidde dat tot de verschrompeling van de bestaande parochiestructuren. ... Parochies worden soms vervangen door verenigingen, maar vaker nog door afstand. ... Afstand is geen afscheid. Misschien is het wel eigen aan de Westerse mens van vandaag dat hij in toenemende mate een semi-religieus personage wordt. Hij gelooft niet langer rotsvast in het bestaan van God, maar evenmin hecht hij geloof aan het tegendeel".
Zijn er verklaringen voor de teloorgang van de godsdiensten in Europa? In zijn boek Leven in tijden van godsverduistering geeft Mark Eyskens er enkele:
a/ De omgevingsdruk
De informatie, communicatie en kennismaatschappij oefent een horizontaliserende en destructurende invloed uit op de menselijke verhoudingen (bindingen tussen personen worden vaak grensoverschrijdend, losser, labieler) en de gemiddelde levensduur tot 80 jaar maakt een levenslang engagement veeleisender.
De wereldwijde netwerkmaatschappij die ontstaat voedt een gevoel van verbondenheid (wij-gevoel) en solidariteit ondanks conflicten en tegenstellingen. Menselijke verantwoordelijkheid, autonomie en vrijheid worden heel belangrijke waarden lijken onverenigbaar met een verticale godsrelatie met een alomtegenwoordige, alwetende en alles regulerende God.
b/ Het traditioneel godsconcept
De behoefte aan een verbondenheid met een groter geheel stuit op het traditionele godsconcept dat een extreme transcendentie oproept: de Gans Andere God geeft geen antwoord en blijft schijnbaar ook onverschillig en passief tegenover zoveel leed. In de moderne wereld domineren de horizontale relaties en een verticale godsdienst vol machtsbegrippen en gezagsargumenten is geen antwoord op het zoeken naar een compenserend gevoel van geborgenheid en vertroosting, nestwarmte, medemenselijkheid en solidariteit in een wereld waarin de mens geregeerd wordt door telematica, robotica, genetica, concurrentie, bureaucratie ...
Een pantheïstisch godsbesef lijkt nog gemakkelijker aanvaardbaar dan dat van een almachtige God - Vader.
Vandaag zullen velen zich dan nog wel gelovig noemen ("ik geloof in iets"), maar niet in een God - lemand en gaan er prat op onkerks te zijn. De contestatie van de Kerk als instituut dateert niet van vandaag, maar bereikt nu brede lagen van gelovigen in een kerkgemeenschap opgenomen. Vooral de Katholieke Kerk staat onder zware verdenking en kritiek. Mensen worden er zich van bewust hoe geïnstitutionaliseerde godsdiensten meestal de bestaande wanorde rechtvaardigden en zich door de heersende klasse lieten misbruiken. Deze kritiek wordt door goed-menende en niet nadenkende mensen vaak vertaald in vijandigheid tegenover het geloof zelf. Eyskens: "De postmoderne houding is er een van algemene onverschilligheid tegenover de godsvraag en zelfs korzeligheid tegenover wie die existentiële vraag met een positieve instelling benadert" (6). De auteur spreekt zelfs over een taboe, namelijk de onbespreekbaarheid van het godsbestaan (7).
G. Bodifée stelt: "Maar nu is er behoefte aan gesprek. Niet aan nog meer discussies over de organisatie van de kerk of het gezag van de paus, maar aan getuigenissen van wat omgaat in de ziel van de gelovige. Het gesprek zou opener kunnen zijn dan ooit, omdat veel van het oude onderscheid tussen gelovigen en niet-gelovigen is weggevallen. Er is nu zoveel dat gelovigen niet meer geloven en niet-gelovigen geloven dat het beide partijen makkelijker moet vallen in elkaar de lotgenoten te zien die zij altijd al waren. Maar hoe dan ook, elk gesprek over religie wordt steeds moeilijker te voeren omdat het onderwerp verder wegtrekt uit de gedachtewereld van de moderne mens, ongetwijfeld ook als gevolg van het heersende kille religieuze klimaat" (8).
De "god-is-dood-theologie" die in de jaren zeventig opgang maakte vanuit Amerika, lijkt nu wel aan de basis in een praktisch atheïsme uit te monden. De moderne westerling is veeleer onverschillig; voor hem is de godsdienstige fase van de geschiedenis van de mensheid afgesloten.
c/ Het postmodernisme
Eyskens onderlijnt dat de postmoderne filosofen "de klemtoon leggen op het feit dat de hedendaagse samenleving een maatschappij is zonder centrum, zonder ankerplaats, zonder gemeenschappelijk ontmoetingspunt, zonder dominerende doctrine of geloof. De postmoderne samenleving is een werelddorp, maar zonder marktplein. Het is een dorp van veelvuldige contacten en veelzijdige waarheden en standpunten die gelijktijdig, ondanks hun contradicties, kunnen en zelfs moeten worden beleefd en waarbij contacten via de netwerken de conflicten helpen oplossen en kunnen leiden tot contracten, afspraken en allerlei vormen van samenwerking. Het veeleer neerdrukkende en beschavings-vermoeide postmodernisme stelt bovendien dat vragen naar de zin en de onzin van het leven zinloze en nutteloze opgaven geworden zijn" (9).
Vele tijdgenoten verwerpen dan ook de grote syntheses, het allesomvattende mens -en wereldbeeld, de grote verhalen waarop het christelijk geloof en leer zijn gebouwd. Dit is typisch voor het post-modernisme.
Eyskens merkt op: "Het katholieke onderwijs, dat verondersteld wordt de jeugd- inzicht te verschaffen in de christelijke godsdienst, blijft in de Europese landen meestal zwaar in gebreke" (10).
Bodifée schrijft: "In alle netten van het onderwijs is van traditioneel godsdienstonderricht nauwelijks nog sprake. Ook het katholieke onderwijs gaat ervan uit dat de leerlingen niet langer een geloof opgedrongen mag worden dat zij niet wensen te beleven. Wat in de plaats aangereikt wordt, is meestal een algemene moraal en een vage deïstische religiositeit. In de academische wereld ontbreekt de religieuze reflectie volledig. Agnosticisme en atheïsme zijn al lang het kenmerk van de intellectueel. Daaraan is de houding van de Kerk zelf natuurlijk niet vreemd. Nooit heeft zij geantwoord op de vernietigende kritiek van denkers als Feuerbach, Marx, Freud en Nietsche" (11). Kort na zijn aantreden pleitte ook Mgr. Léonard voor het herziening van de inhoud van de godsdienstleerplannen ... In Nederland werden reeds nieuwe 'katholieke scholen' opgericht die aan het gebrek aan katholieken bewust van hun identiteit moeten tegemoet komen.
d/ Geloof en wetenschap
Bodifée overdrijft wel enigszins wanneer hij meent dat in de academische wereld religieuze reflectie volledig ontbreekt. Een aantal hedendaagse filosofen getuigt van een hernieuwde waardering voor het christendom als levensbeschouwing. Na de vernietigende kritieken van Nietsche en Heidegger op de metafysica wordt opnieuw naar objectiviteit gezocht. Sommigen zoeken opnieuw naar mededeelbaarheid en veralgemeenbaarheid van schijnbaar private overtuigingen. In ons taalgebied mogen wij verwijzen naar H. de Dijn, A. Burms, K. Raes en P. Moyaert en J. de Visscher. In Frankrijk geeft de filosoof L. Ferry hoog op van de moderne god - mens in wie de zin van het leven oplicht terwijl de Italiaan G. Vittimo de Absolute tot wie hij bidt leert kennen in de christelijke traditie (12).
Ofschoon de katholieke Kerk sinds de Middeleeuwen meent dat geloof en wetenschap nooit onderling in conflict kunnen treden, leven beiden op gespannen voet. Vanaf de 15de eeuw heeft de moderne wetenschap de godsdienstige voorstelling van de wereld ondermijnd. Men leze hierover het gesprek van vier filosofen van het Centrum voor Cultuurfilosofie van de Universiteit Antwerpen "Religie en Verlichting: niet altijd tegenpolen" in AlfabetA n. 84, 2010, p. 6-9. In In de loop van de 19de eeuw ontstond bij veel wetenschappers de overtuiging dat God een overbodige hypothese was geworden. "Sire, je n'ai point besoin de cette hypothèse ", antwoordde de wetenschapper P. Laplace op Napoleon' s vraag naar de plaats van God in het wereldontwerp. Sinds Galileï voert de katholieke Kerk in deze materie achterhoede gevechten, ondanks de universeel erkende waarde van de Pauselijke Academie voor Wetenschappen. Vaticanum II erkende de autonomie van geloof en wetenschap die beiden de werkelijkheid benaderen vanuit essentieel verschillende invalshoeken. Toch kan men geen hermetisch beschot aanbrengen tussen geloof en wetenschap. De theologische visie op God als de fundamentele oorzaak van de werkelijkheid activeert het latente conflict tussen beiden. Vele gevulgariseerde wetenschappelijke inzichten worden gemakkelijk voorgesteld en begrepen als in tegenspraak met wat de christelijke godsdiensten onderwezen en dragen bij tot het gevoel dat Jan Modaal heeft: "ze hebben ons van alles wijsgemaakt..." Recent is dit spanningsveld terug in het nieuws gekomen door het debat in Amerika over het al dan niet onderwijzen van een "scheppingsleer" of de hypothese van een "intelligent design" op de scholen.
e/ Secularisatie
Sinds de jaren '70 is het in de mode te spreken over de "mondige wereld". De autonome wereld heeft zich in versneld tempo geëmancipeerd van godsdiensten en Kerken en dit positieve proces van secularisatie is tot secularisme verworden. Ludo Van Den Eynden verwoordt het als volgt:
"Waar het in het christelijk geloof om gaat, het geheim van God en zijn zoeken naar de mens, ligt buiten de horizon van de gemiddelde geëmancipeerde of geseculariseerde westerling die godsdienst beschouwt als privé-zaak zonder impact op het maatschappelijke en politieke leven. Toch plaatsen niet alleen theologen vraagtekens bij die secularisatie. Ze stellen vast dat het christendom het Westen genetisch heeft bepaald met zijn waarden, gedragingen en houdingen tegenover de zogenaamde medemens. En gelijk hebben ze. Toch moet je dan vaststellen dat geloven zo versmalt en verengt tot een ethiek, de buitenkant, aïs je wilt, van het geloof, terwijl de binnenkant, de verhouding tot God, een onbeschreven blad blijft dat velen zelfs niet meer bij de hand hebben. De bekende Leuvense theoloog en psychoanalyticus Antoon Vergote stelde in zijn jongste boek. De Heer je God liefhebben. Het eigene van het christendom, deze scherpe diagnose: Geloven begint met God lief te hebben die zelf de mens opzoekt. Westerse Europeanen kijken daar niet meer naar uit, terwijl Amerikanen veel minder gecomplexeerd over God spreken en in Hem geloven, tot onze niet geringe verbazing. De Verlichting met haar rationele en kritische instelling is blijkbaar in de VS minder doorgedrongen dan in het westen van Europa" (13)
Dit lange citaat wijst de zwakke plek aan. Voor velen lijkt godsdienst en religie herleid te worden tot ethisch engagement. Wanneer de journalist aan priester Remy Verwimp, medestichter van de Synodale Katholieken van België, de vraag stelt "en wie of wat verstaat u onder 'God'?, dan luidt het antwoord:
"Voor mij is geloven in God: zich uitgedaagd weten door de Stem - met hoofdletter van de minsten, die mensen die in onze maatschappij niet aan hun trekken komen. Luisteren, proberen te analyseren wat er aan de hand is en dan keuzes maken en actie ondernemen, maar altijd vanuit die voorkeursoptie voor de minste - voor mijn part staat God in de bijbel dààrvoor. De blijde boodschap die christenen moeten uitdragen, is de fundamentele keuze voor de minste" (14).
Wanneer een gezaghebbende Vlaamse jurist als Etienne Vermeersch, ex-Jezuiet, gevraagd wordt of de Kerk in het jubeljaar 2000 veel redenen heeft tot jubel, dan antwoordt hij: "De toekomst van de meeste godsdiensten is onzeker. Een groot deel van de bevolking zal altijd behoefte hebben aan bepaalde vormen van spiritualiteit en riten, en aan verklaringen voor het leven en het bestaan van de mens. De godsdiensten zouden goed op die behoeften kunnen inspelen, als ze niet zo strak aan hun dogma's en voorschriften vasthouden. ... De Kerk zou veel van haar dogma's beter als mythe voorhouden, dan als objectieve waarheid. Wie wil, kan er dan verder in geloven, en de anderen kunnen er een symboolwaarde aan toekennen, waarin bepaalde waarden worden uitgedrukt. In tegenstelling tot de Entmythologisierung die Rudolf Bultmannm in een andere context voorstond, pleit ik voor een mythologisering van de dogma's, en een vrije interpretatie van de rituelen. Dat zou ook een vrije discussie over ethische kwesties makkelijker maken, en de aanzet geven tot de afschaffing van het celibaat en het verbod op vrouwelijke priesters. In dat geval zou de katholieke Kerk de volgende eeuw met iets meer hoop tegemoet kunnen zien" (15).
Beide citaten geven aan hoe de westerse geseculariseerde mens kijkt naar de godsdienst en zijn of haar klemtonen legt ver van wat de kerkelijke leer de gelovigen wil helpen beleven. Feit is echter dat de gelovigen door de media meer deze opvattingen assimileren dan artikels lezen uit Kerk en Leven of Tertio en andere publicaties die hun geloofsleven verdiepen en hen leren de bronnen van hun geloof te verstaan en in een hedendaagse taal verantwoording af te leggen van hun geloof. Het is alleszins duidelijk dat om een fundamentele keuze te maken voor de minste of om mythische verhalen te beluisteren het geenszins nodig is om 's zondags nog ter kerke te gaan en samen met anderen gebeden tot God te beamen en liederen te zingen die mijn gelovige instemming behoren uit te drukken!
Maar waarom gaan de niet minder geseculariseerde en materialistisch beladen Amerikanen nog wel ter kerke? Waarom willen zij dat er op hun scholen nog wel gebeden wordt en eden gezworen worden "zo helpe mij God"?
Daar waar in vele landen van West - Europa de geloofsafvalligheid zich niet alleen voordoet bij de jeugd, maar eveneens bij heel wat mensen op rijpere leeftijd die openlijk en met enige trots verklaren gebroken te hebben met het geloof van hun jeugd; moet men tevens vaststellen dat de onheilsstatistieken niet in dezelfde mate gelden voor Noord - Amerika en Canada, die grotendeels eenzelfde intellectueel en materieel erfgoed delen. Trouwens moet opgemerkt worden dat de situatie in Vlaanderen en Nederland niet representatief is voor heel West - Europa. In Noord - Amerika doen zich verschijnselen voor van collectieve godsvrucht en uit bepaalde onderzoeken blijkt dat 90 % van de Russen zich weer bekent tot de orthodoxe godsdienst, ofschoon slechts 50 % verklaart in God te geloven. Daarnaast zijn er in West - Europa natuurlijk ook aarden van godsdienstige belangstelling binnen de bestaande Kerken en die van meer of mindere traditionalistische en/of integristische tendenzen blijk geven: de charismatische vernieuwing, allerlei nieuwe religieuze gemeenschappen (ook van leken), Opus Dei, enz. Buiten de bestaande kerkelijke structuren is er natuurlijk een heel ruime markt aan allerlei religieuze en esoterische invulling van de menselijke honger: New Age, Scientologie, spiritisme, enz. (16). Het is duidelijk dat in tijden van postmoderne leegte veel mensen zoeken naar een holistische geloofsbelijdenis die opnieuw samenhang geeft aan hun leven en eventueel enkele gezondheidsproblemen helpt oplossen. Soms blijkt het mogelijk jeugd in grote massa's te mobiliseren voor religieus geïnspireerde manifestaties (cf. Wereld - jongerendagen rond JP II en recent in Keulen, Sydney of Madrid rond Benedictus XVI) en mensen die al jaren geen voet meer in de parochiekerk zetten in bedevaartsoorden aan te treffen waar zij kaarsen branden en in een biechtstoel neerknielen.
Torfs: "Volgens mijn collega Roch Pagé uit Chicoutimi in Québec, zal de parochie vervangen worden door verenigingen van gelovigen of door de zogenaamde nieuwe religieuze bewegingen. Dat is niet alleen zo voor Québec. Ook in Vlaanderen en Nederland merk je de opgang van deze nieuwe religieuze bewegingen. San Egidio bijvoorbeeld. De tijd lijkt rijp voor een wissel van de macht".
Ludo Van Den Eynde: "Op het einde van deze eeuw zijn veel mensen religieuze zoekers buiten de muren van kerken: ze zappen hun eigen geloof en religie bij elkaar. In de boekhandels zijn er rekken vol esoterie, meditatietechnieken, ontspannings -en ademhalingstechnieken. En New Age spreekt velen aan. Daarin voelen tijdgenoten de hang naar de eenmaking van de mens om in eenklank te leven met de natuur. Ook dat leeft duidelijk in de traditie van het boeddhisme. ... De wereld wordt geleidelijk één groot dorp met een christelijke kerk, een moskee en een boeddhistische tempel" (17).
Wij zien uit naar het congres dat het Centrum Pieter Gillis van de U.A. wil organiseren in 2012 over secularisering (cf. www.ua.ac.be/pietergillis).
f/ De crisis in de Kerk
De huidige situatie is niet alleen het resultaat van omwentelingen buiten de geloofsgemeenschappen om. Volgens Eyskens wordt de katholieke kerk getroffen door drie crisissen, te weten:
1 de algemene crisis van de instellingen
Zoals alle instellingen is de Kerk voorwerp van scherpe contestatie omdat de mondige en autonome burger in de pluralistische samenleving autoriteit, sanctioneringen en machtsuitoefening niet meer vanzelfsprekend vindt. De Kerk wordt bovendien betrapt op allerlei tekortkomingen die in de media dik in de verf worden gezet en ruimschoots bijdragen tot de geloofwaardigheidscrisis van de Kerk (vb. de pedofilie schandalen waarin kerkmensen betrokken zijn). Al het goede dat door deze Kerk in de loop der eeuwen is tot stand gebracht en al het positieve dat ook vandaag door haar gelovigen wordt verricht heeft haast geen nieuwswaarde. Bovendien zijn er ook bewegingen binnen de kerkgemeenschap die ruimschoots bijdragen tot nestbevuiling en negatieve kritiek zodat 'Kerk' in de hoofden van velen alleen nog maar een reactionair instituut oproept en niet langer een geloofsgemeenschap waarin men probeert van Christus' liefde te leven. De verspreiding van de kennis - en netwerkmaatschappij enz. draagt bij tot kritiek op hiërarchische structuren en op de uitoefening van gezag en macht, temeer als deze niet democratisch verloopt, zoals in de roomse Kerk. Zij werd door priester Rik Devillé betiteld als "de laatste dictatuur" ...
2 de postmoderne crisis van de waarden
Sinds oudsher heeft de katholieke Kerk moeite met de "moderniteit" en de nieuwe waarden die zij telkens aanreikt. Denken wij maar aan haar reactie tegen de opkomende democratie of de ontvoogding van het proletariaat in voorbije eeuwen. In de 20ste eeuw kwam er een belangrijke breuk door heel de na-oorlogse beweging van 'seksuele bevrijding' die haaks stond op de onverzettelijke standpunten van de katholieke hiërarchie inzake seksuele moraal. Het werd haast een breuk tussen de top en de basis (18). Vaak werd dit alles geassocieerd met discriminatie van belangrijke groepen: vrouwen, homo-seksuelen, enz. Kerkelijke waarschuwingen voor consequenties van bepaalde ontdekkingen in de bio-genetica worden geassocieerd met conservatief. Het belang van de media en de informaticamaatschappij wordt ook in de praktijk niet altijd voldoende positief benaderd zodat belangrijke groepen zich met argwaan bejegend voelen. Uit het Europees waardenonderzoek blijkt dat de Europese mens de nieuwe eeuw niet waardeloos instapt, maar vele waarden groeien weg van hun joods - christelijke wortels en worden in traditioneel christelijke middens niet langer door een geloofshouding gevoed. Politieke partijen die gedurende decennia het christelijke erfgoed in de samenleving verdedigden nemen er meer en meer af stand van omdat zij pluralistisch geworden zijn. De verwijzing naar het christelijk erfgoed verdwijnt uit de namen van politieke partijen en bewegingen van katholieke huize.
In de kerkelijke leer wordt het gezin als de "huiskerk" gezien, maar wegens de opmars van eenoudergezinnen en echtscheidingssituaties voelen velen zich niet meer op hun plaats in de zondagse kerkgemeenschap. Nieuwe samenlevingsvormen staan meestal haaks op de katholieke leer. In oktober '05 herinnerde de synode over de eucharistie eraan dat katholieke - echtgescheidenen die in een nieuw samenlevingsverband zijn gestapt niet moeten naderen tot de eucharistische tafel.
3 De crisis van het geloof
Deze crisis heeft in de meeste Europese landen de bevolking ertoe gebracht de traditionele geloofsinhoud te verwaarlozen en vaak ook te verwerpen. Ook wie zich bekent tot de praktiserende christenen worstelt met vragen die voorheen taboe waren en die op een antwoord wachten, meestal vergeefs.
Bovendien wordt het ook steeds duidelijker hoe in het verleden en heden het geloof en het toebehoren tot een kerkgemeenschap niet alleen verzoening hebben gebracht, maar vaak ook geweld en oorlog. Als liefde de kern is van de christelijke heilsboodschap blijft de verdeeldheid van de christelijke kerken een schandaal.
Torfs: "Onze kennismaatschappij evolueert razend snel. ... Tegelijk zijn er terreinen waarop de kennis die wij eertijds bvezaten, terugloopt. Religie is hiervan een schitterend voorbeeld. De gemiddelde Vlaming of Nederlander heeft nu een geringere kennis over godsdienst dan 30 jaar geleden. Dit gebrek aan kennis gaat hand in hand met het teruglopen van onze traumatische ervaringen ... Het strenge katholicisme stierf een stille dood kort na het Tweede Vaticaans Concilie. ... De hedendaagse West-Europeaan heeft een door de religie bepaalde identiteit die hijzelf in toenemende mate als een mysterie beschouwt. ... Wie in het Westen wil weten wie hij is, dient uit te zoeken wie eens zijn God is geweest. ... De vraag naar de religieuze wortels duikt weer op voor wie waarlijk diepgang zoekt. ... Het vacuüm heeft een aangenaam neveneffect voor de vrije geest die vandaag religieuze diepgang zoekt. Er is binnen een christelijke traditie weer ruimte voor wilde religiositeit. Katholieke dogma's zijn zowel onbekend als onbemind. ... Het traditionele theologische speelveld ligt er verlaten bij".
Voor nogal wat mensen is het niet meer duidelijk welke de plaats is die Christus inneemt in de heilsgeschiedenis. Vanaf de jaren '60 ging de dekolonisering gepaard met een ernstig gewetensonderzoek over de rol van het Westen en zijn godsdienst in de onderdrukking van andere volkeren en hun culturen. De toenemende globalisering en de opmars van de multiculturele samenleving hebben tot gevolg dat de zogenaamde 'vreemde' culturen en godsdiensten ineens zeer dichtbij kwamen. Wanneer in de recente verklaring Dominus lesus de rol van Christus als universele Heiland en de betekenis daarvan voor de Kerk werd duidelijk gesteld, hebben vele mensen dit niet begrepen omdat zij de godsdiensten beschouwen als "één pot nat".
3.1 de crisis van de geloofstaal
De laatste jaren is er heel wat te doen over de geloofstaal. In de loop van de laatste 30 jaar zijn op vele plaatsen de officiële liturgische boeken vervangen of aangevuld geworden door allerlei andere producties die het geloofsgoed in een meer hedendaagse taal willen toegankelijk maken. In Vlaanderen heeft dit de ontvolking van de kerkgebouwen niet belet. In de ons omringende landen (behalve Nederland) zijn de officiële boeken meestal nog in gebruik en blijken door de meeste kerkgangers nog 'verteerd' te worden. Misschien is die taalkwestie dan ook niet het essentiële struikelblok en ook niet het voor-copernicaanse wereldbeeld dat uit vele godsdienstige teksten spreekt. Feit is wellicht dat er geen initiatie meer is om die taal nog te verstaan (19). Tot welke situaties gaan we komen als straks de laatste Romeinse instructie "Authentieke liturgie" zal moeten toegepast worden en teksten moeten gelezen worden waarvan de vertaling nauwkeurig de Latijnse versie moet weergeven? Trouwens, heel wat kerkmensen zien niet hoe de romeinse richtlijnen inzake "misbruiken" in de liturgie kunnen worden doorgevoerd zonder nog meer mensen af te stoten. Toch moet men toegeven dat de geschriften van Roger Lenaers s.j. "De droom van Nebukadnezar of het einde van de middeleeuwse kerk" in Tijdschrift voor Geestelijk Leven 57(2001) en "Uittocht uit oudchristelijke mythen. Geloven na 'De Droom van Nebukadnesar'" TGL 59(59) heel wat bijval hebben gevonden in kerkelijke intellectuele middens. U kan recensies over zijn publicaties lezen op www.rk-kerkplein.org
3.2. de crisis van de symboliek
De liturgische symbolen spreken niet meer tot de moderne mens, hoort men wel eens vaker. Kan een religieuze symboliek radicaal worden vernieuwd? Is deze niet van nature traditioneel omdat de grondsymbolen nooit worden uitgevonden. Misschien is de diepere oorzaak van de tegenwoordige crisis niet de natuur van de symbolen, maar het feit dat we in hoge mate de zin voor symboliek zelf hebben verloren. Zolang dat cultuurprobleem niet aangepakt wordt in opvoeding en onderwijs zullen wij, alle veranderingen ten spijt, weinig resultaat boeken.
De geloofstaal is een symbolische taal en de liturgie hanteert deze taal en gebruikt symboolhandelingen om het geloof te vieren. Het is dus normaal dat in het liturgische leven de spanning met de omvattende cultuur het sterkst tot uitdrukking komt. De grond van de zaak is dus de geloofsovergave en de uitdrukking in de symboliek van de geloofsinhoud die bijbel en traditie. Dit vraagt wezenlijk initiatie en een groeiproces. De catechese door gelovige mensen is dus de essentie van de zaak met het oog op de toekomst.
g/ De teloorgang van de volkskerk
Het Vlaamse katholicisme steunde in het verleden zeer sterk op de kracht en de macht van het vrij onderwijs en een breed katholiek verenigingsleven. Dit alles bepaalde grotendeels de sociale gestalte van de katholieke kerk als 'volkskerk'. Eigen aan een volkskerk is dat mensen door geboorte en doop automatisch worden opgenomen. Door het aantrekken van de massa ligt er een sterk accent op wat de massa vraagt: rituele religiositeit. Het vanzelfsprekend lidmaatschap impliceert dat een intense doopvoorbereiding via catechese onbestaande is. Er werd vooral op het confessioneel onderwijs en verenigingsleven gerekend om tot katholieke socialisatie te komen. Dit waren de gepriviligieerde instrumenten van de katholieke actie en de inbreng van de leken in het kerkelijke leven. Ook in de ons omringende landen voltrok zich een gelijkaardige evolutie. Eind der zestiger jaren is het duidelijk dat door maatschappelijke veranderingen en interne ontwikkelingen ten gevolge van Vaticanum II dit model niet overeind blijft en men evolueert naar een "vrijwilligerskerk" (0. Schreuder, 1967).
In 1973 definieerde Karl Rahner de vrijwilligerskerk als: "De kerk van de toekomst moet een kerk zijn, die van onderaf vanuit de basisgemeenten, die op eigen initiatief en door vrije associatie van de betrokkenen gevormd worden, wordt opgebouwd. (...) De kerk zal slechts bestaan, doordat zij steeds opnieuw gevormd wordt door de vrije geloofsbeslissing en gemeentevorming van individuele mensen te midden van een juist niet bij voorbaat christelijk gevormde profane maatschappij" (20).
Volgens Draulans en Witte functioneert de Kerk in Vlaanderen op vele plaatsen nog volgens de volkskerkelijke structuren gedragen door de middenveldorganisaties, terwijl ze qua lidmaatschap en participatie ontwikkelt naar een vrijwilligerskerk. De sociale druk om tot de Kerk te behoren viel weg, maar de monopoliepositie blijft nog wat voortduren. Ten aanzien van jongere generaties groeit er een andere sociale druk die de deelneming aan het kerkelijke leven ridiculiseert. Het katholiek onderwijs kan dit niet ondervangen, want het wordt steeds duidelijker dat men nog onvoldoende authentiek gelovige leerkrachten vindt om de volheid van de doelstelling van het katholiek onderwijs te dragen (21).
In Nederland schijnen de katholieken het punt van het negatieve verzet tegen het eigen verleden reeds voorbij te zijn. Doorgedreven secularisatie leidde er enerzijds tot grote onverschilligheid en anderzijds tot bewuste keuzen voor kerkelijk lidmaatschap en grote bereidheid de Kerk ook financieel te ondersteunen. In Vlaanderen heeft de levensbeschouwelijke monopoliepositie, de jarenlange politieke meerderheidspositie en financiering van de levensbeschouwingen door de Staat tot een zekere luiheid en weerloosheid geleid. Nu de vrijwilligerskerk meer dan ooit aan de aflossing van de wacht toe is, is het moeilijk nog buitenstaanders aan te spreken om te verjongen. Zonder telkens nieuwe instroom loopt de vrijwilligersrekrutering dood. Dit leidt tot ontmoediging bij wie nu in de bres staat.
Tegelijkertijd wordt het duidelijk hoe nodig geloofscommunicatie en initiatie zullen worden. Het geloof van kerkgangers is niet iets vanzelfsprekends en vergt bijgevolg permanente herbronning. Initiatieven zoals 'Meer dan ooit' (het geloofsgesprek anno 2000 in het bisdom Antwerpen) kunnen daartoe nuttige aanzetten of gelegenheden zijn. Mensen getuigen dat het hen goed doet nog eens over hun (zoekend) geloven te kunnen spreken met anderen. Toch ziet men in de buurlanden Nederland en Frankrijk de nood groeien tot een re-initiatie ten aanzien van een groep mensen die ooit contact hadden met de Kerk, maar sinds geruime tijd afhaakten (22). Het initiatief van de Alpha-cursussen is hierop een succesvol antwoord.
Wellicht zullen er toch keuzes moeten gemaakt worden die rekening houden met de steeds beperktere personeelsbezetting. De godsdienstsocioloog K. Dobbelaere pleit voor een zorgvuldig omspringen met de vraag van "seizoenkatholieken" naar overgangsrituelen omdat de rituele dimensie van het geloof een antwoord kan bieden op het zinzoeken bij geluks-, pijn -of verlieservaringen. De inhoudelijke prediking en vorming moet gericht worden op het verhelderen van die rituelen. De vraag daarbij is ook of die groep randkerkelijken wel voldoende zal openstaan voor andere dan priesterlijke bedieningen (23).
Pastoraal theologen en catecheten zien weinig heil in de vanzelfsprekende toediening van sacramenten. Zij pleiten ervoor om mensen eindelijk zelf subject van geloven te leren worden. Dit moet rekening houden met de meest fundamentele garantie van werkelijk leren: in gesprek gaan met elkaar. Het probleern van de traditiecrisis mag niet onderschat worden: "mensen weten niet meer waarover geloven gaat, deels omdat ze de grondervaring van verwondering in hun eigen leven niet meer thematiseren en deels omdat het gelovig referentiekader (woorden en gebaren) niet meer werkt... De vraag naar een herstel van het oude religieuze referentiekader met zijn begrippen en rituelen is tegen die achtergrond begrijpelijk maar onterecht. ... Naar aanleiding van het doopsel, de eerste communie of het vormsel van hun kinderen, naar aanleiding van het eigen kerkelijk huwelijk, zou men volwassenen kunnen uitnodigen om zich te buigen over de brokstukken en restanten van hun eigen geloofsgeschiedenis en er te zoeken naar de krijtlijnen waarbinnen hun eigen religieuze beleving is ontstaan en gegroeid. . . Zo zou men hen kunnen uitdagen om die nieuwe ervaringen zelfstandig te verwoorden in confrontatie met het ervaringspotentieel van de traditie. ... De Kerk hoeft dus de geloofskeuze niet in de plaats van mensen te maken, maar hen te stimuleren om op verhaal te komen, om zelf klaarheid te verwerven in de eigen geloofsgeschiedenis. 0ns pleidooi culmineert in de optie voor een volwassen kerk. Geloven is een zaak van volwassenen. ... De vragen die kinderen stellen, zijn confronterend en precies daarom bijzonder leerzaam voor ouders. Een niet onbelangrijke groep van mensen wil graag meer vernemen over gelovige inhouden en levens- en denkstijlen." (24).
Laat mij nog verwijzen naar een conferentie gegeven door Walter Weyns op het TPC op 2/10/2010 "Kerkgemeenschappen tussen polariteiten in een panische cultuur". Hij stelde dat de twee mythologische figuren Pan en Narcissus elkaar terugvinden in onze cultuur. Pan is de god die al wat lelijk en chaotisch is voorstelt. Hij zorgt voor een panische cultuur waarin de dreiging domineert op micro en macro niveau. Narcissus is de jongeling die, verliefd op zijn eigen spiegelbeeld, verdrinkt in zichzelf en het middelpunt wordt van waaruit alles bedacht wordt. De 'eeuwige onbeslistheid' en de 'consequentieloze vrijheid' kenmerken daarom onze tijdgenoten. De mens zoekt binnen de onzekerheid zijn identiteit, waarvoor hij zich door een schare deskundigen laat bijstaan. Onze gemeenschappen staan in dezelfde dynamiek: neotribale gemeenschappen, identitaire
Op dezelfde geloofsdag dacht Thomas Knieps na in zijn referaat over "Hoe staat Kerk binnen deze samenleving? Een panische Kerk?". Hij ziet vijf polariteiten waarbinnen Kerk zich vandaag afspeelt:
- individu versus gemeenschap
- leefruimte versus organisatie
- particulariteit versus universaliteit
- identiteit versus openheid
- hiërachie versus democratie
Wie de teksten van deze referaten wil nalezen cf. DACO november 2010
h/ De vrijheid : een knoop.
In zijn bijdrage "Voor de vrijheid heeft Hij ons vrijgemaakt. Verkenning van een knoop" gepubliceerd in Topic 9(2011) n. 1, p. 18-21 maakt prof. Eddy Van Waelderen ook een interessante analyse. Hij stelt vast dat in alle moderne maatschappijen de mensen afstand nemen van oude instellingen, een groeiend individualisme. "Maar de diepere oorzaak ligt in het feit dat mensen het recht opeisen zelf hun koers te bepalen. Instellingen zullen moeten leren omgaan met mensen voor wie de vrijheid heilig is. Tegelijk blijven deze mensen ook verlangen naar overzichtelijke en toegankelijke structuren en leefvormen. Zij zoeken een 'bedding', een 'thuis', een 'wij'. ... Wat taant is ambtelijke autoriteit zonder gezicht. Bevoogding en betutteling werken al helemaal averechts". De hamvraag is dus of het christelijk geloof nog wel een boodschap heeft voor deze vrijheidskunstenaars ... En de leuvense filosoof prof. Herman De Dijn schreef er een kritisch boek over: "Hoe overleven we de vrijheid". In zijn boek Als God zoveel jaar kan duren. Een christelijk antwoord op de ik-cultuur (Lannoo, Tielt, 2010) betoogt Erik Galle dat de vrijheid haast synoniem geworden is van 'op zichzelf alleen staan' waardoor elke vorm van afhankelijkheid als een aanslag op de ontplooiing van de eigen persoonlijkheid ervaren wordt. Deze ik-cultuur, zegt Galle, staat natuurlijk haaks op een christelijk geloven dat spreekt van een gegeven vrijheid en een gekregen identiteit. Voor Erik Borgman is religieus leven, antwoordend leven. Vrijheid is dan uiteindelijk werkelijk kunnen ingaan op het ware en het goede zoals dit zich voor ons opent (cf. Overlopen naar de Barbaren. Het publieke belang van religie en christendom, Kapellen-Pelckmans, 2009, p. 40. 46-47). De vrijheid verschijnt dus voor vele cultuurgenoten als absoluut onverenigbaar met de religieuze eerbied en de erkenning van afhankelijkheid.
2. GEVOLGEN VOOR HET PAROCHIELEVEN (naar boven - naar onder)
Al deze mutaties in het sociaal - culturele leven in Vlaanderen hebben ook gevolgen op het niveau van het parochieleven. De meest opmerkelijke daarvan zijn de geruisloze leegloop van de kerken op vele plaatsen en de crisis in het bewegingsleven als het gaat over de "K" van de bewegingen die traditioneel de katholieke actie voor jeugd en volwassenen uitmaakten.
2.1. Vermindering van parochies (naar boven - naar onder)
In meerdere bisdommen dateren de beleidsnota's over rationalisering reeds van het midden jaren '80. In het bisdom Brugge werden de 25 decanaten herleid tot 19 en de 366 parochies gegroepeerd in 92 federaties. In Antwerpen blijven er nog 4 decanaten over en is de federatievorming het werkstuk waar de parochieteams mee in het reine moeten komen. In Vlaams - Brabant en Mechelen werden de 40 decanaten teruggebracht tot 15 en de 416 parochies vormen 73 federaties. In Hasselt werden 312 parochies gegroepeerd in 65 federaties.
Een en ander hangt natuurlijk samen met het dalende priesteraantal. Iedereen blijkt het erover eens dat de loskoppeling van ambt en celibaat welkom zou zijn, maar het zou de crisis niet oplossen omdat deze fundamenteel een geloofscrisis is, waar ook niet-katholieke gemeenschappen mee kampen.
Schaalvergroting is dus in de meeste bisdommen de optie. Wij gaan wellicht terug naar situaties die bestonden, maar die wij vergeten zijn. In zijn boek Pastoor De Vos en zijn tijd schrijft Hendrik Kanora dat toen pastoor De Vos in 1775 in Ekeren aankwam - hij was toen 28 jaar - de St.- Lambertusparochie de zielzorg had over 26 gehuchten met zo'n 4000 inwoners, sommige gehuchten lagen 2 volle uren van de kerk verwijderd. Kapellen en Hoevenen waren reeds zelfstandige parochies, Brasschaat behoorde nog tot Ekeren. In die tijd ging de grote meerderheid van de bevolking nog ter kerke en verplaatste de pastoor zich met paard en kar. Als wij nu de regelmatige kerkgangers tellen in het vroegere decanaat Ekeren anno 2004 komen wij misschien aan een gelijkaardig aantal pratikerende gelovigen voor de 13 parochies.
Tot 2004 telde het decanaat Ekeren nog 13 parochies met 8 pastoors. In 2010, met het huidig beleid, blijft er echter in het toenmalige decanaat nog slechts 1 priesters over die jonger is dan 65 jaar! Het decanaat werd opgeheven op 1 januari 2005. Op 1 juli 09 is er geen residerend priester meer in de parochies Zandvliet - Berendrecht - Lillo- Stabroek- Putte-Kapellen-Zilverenhoek-St.- Mariaburg.
2.2. Parochie in de kering (naar boven - naar onder)
De pastorale overheid staat dus voor een soort dilemma: voor de kleine groep actieve christenen van morgen moet er op de nieuwe situatie ingespeeld worden om levendige gemeenschappen te behouden. Voor de vele "randkerkelijken" zullen de maatregelen wellicht moeilijk te verteren zijn. Zij komen slechts voor een doop, eerste communie of begrafenis in de kerk en zijn er niet op uit om met geloofsgenoten regelmatig gemeenschap te vormen en wat er verder in die kerk reilt en zeilt is ver van hun bekommernissen.
Traditioneel maakt vooral de plaatselijke parochie de kerkgemeenschap en het evangelie zichtbaar. Je kan er het goede nieuws beluisteren, de sacramenten vieren en de christelijke solidariteit beoefenen. We worden nu uitgedaagd te aanvaarden dat de parochie niet langer aan alle religieuze behoeften van de mensen tegemoet komt en niet langer (territoriaal) heel de samenleving bestrijkt. In het bisdom Antwerpen doet een discussiepaper de ronde over de "Zondagskerk". In het kort komt het hierop neer dat men op een te bepalen territorium van de federatie ervoor zou zorgen dat er minstens in één (centrale) kerk een zondagseucharistie gevierd wordt waar de gelovigen uit de omliggende parochies op uitgenodigd worden. De andere kerken zouden dan vooral nog gebruikt worden voor gelegenheidsvieringen zoals: begrafenissen, huwelijken, doopsels. Plaasters op een houten been ???
Er is ook het fenomeen dat het inwijdingsproces in het christendom bij de moderne mens niet langer lineair verloopt. In de buurlanden waar het kinderdoopsel al eerder in crisis is geraakt stelt men vast dat jongeren en volwassenen zich laten dopen. In Frankrijk is er ook het verschijnsel van de "herbeginners". Mensen die vaak 20 of 30 jaar ver van de kerk verwijderd waren en die om één of andere reden terug willen instappen.
Wanneer is een parochie niet langer echt parochie?
Volgens de specialisten is dit wanneer zij niet meer voor de vitale functies kan instaan, te weten:
- over onvoldoende middelen en mensen beschikt om de catechese te organiseren
- wanneer de verscheidenheid ontbreekt en een parochie alleen maar uit ouderen bestaat
Daarom zullen in de toekomst wellicht nieuwe parochies moeten getekend worden met verschillende kerktorens, een soort net van vitale christelijke kernen. Het zal daarbij moeilijk zijn om alle kerkgebouwen te behouden als men verwacht dat de burgerlijke gemeenschap er de last van blijft dragen. Daarvoor is straks geen politieke meerderheid meer te vinden in ons land. Zullen de katholieken al die lasten zelf kunnen dragen met de 20 of 50 eurocent die velen nu 's zondags nog in de schaal durven werpen? Misschien nemen de bisschoppen best zelf initiatieven om niet door de politici met de rug tegen de muur geplaatst te worden…
Het wordt meer en meer duidelijk dat bij processen van samenwerking en schaalvergroting we vooral moeten bedacht zijn op kernen van geloof. We moeten een parochie niet langer definiëren vanuit haar territoriale begrenzing, maar vanuit haar kern die de verrezen Christus is, waarrond zich een gemeenschap van gelovigen kan verzamelen. Waar kunnen gelovigen mekaar ontmoeten en hoe kunnen ze op een zinvolle manier hun geloof concreet gestalte geven? Dat is het nieuwe uitgangspunt. Bovendien zullen samenwerking en schaalvergroting maar zinvol zijn wanneer we de dorpsgeest laten varen en werken vanuit een fundamentele openheid voor mekaar. Dan pas kan geleidelijk een netwerk tot stand komen van gelovige kernen (25).
Wanneer parochies niet langer meer als territoriale eenheden zullen functioneren, maar eerder als knooppunten waar je het levende evangelie kan ontmoeten dan zal er ook een ander model van voorgangers en een andere rolverdeling tussen leken en priesters moeten groeien. Misschien hebben wij wel wat te leren van de manieren waarop men in andere continenten kerk is. De 'jonge kerken' elders hebben onze situatie van elke buurt zijn priester en zijn kerktoren nooit gekend. Evangelisch leven is er zaak van kleine groepen in wijken en straten en de parochie functioneert veeleer als een centrum van animatie, vorming en coördinatie.
NAWOORD (naar boven - naar onder)
En morgen?
Laat ik nog even een godsdienstleraar met 31 jaar ervaring aan het woord:
"Ik stel gewoon vast dat ik zelden jongeren relevante vragen heb weten stellen, van waaruit dan een interessante les of een boeiende geloofscommunicatie zou kunnen groeien. ... Waar jongeren naar zin zoeken, gebeurt dat zelden op die manier (ik bedoel met expliciete vragen en antwoorden). Uiteraard ken ik de klassieke vragen die jongeren in de godsdienstles wel eens stellen over God als persoon, over Jezus aïs zoon van God ... Dit soort vragenstellerij is een ritueel van de godsdienstles geworden. Het zijn de kapstokken waaraan zij hun feitelijk ongeloof ophangen, de verbale symbolen van de geseculariseerde cultuur die hun natuurlijke bestaanshorizon is. ... De vervreemding heb ik gestadig zien toenemen. Het is algemeen bekend dat zij op dit ogenblik nagenoeg totaal is. ... Het gaat niet alleen om de ontbinding van kerkelijke of parochiale structuren en organismen, maar ook en vooral om het verlies van verbondenheid met het heilige, het sacrale of 'de derde werkelijkheid'. ...Maar steeds duidelijker blijken jongeren reeds aangekomen in een zeker nihilisme dat volgens Gianni Vattimo de onvermijdelijke uitkomst moet zijn van het rationalisme en het positivisme die sinds de Verlichting toonaangevend werden, met het daarop geënte vooruitgangsoptimisme en de consumptie economie. Het gaat bij jongeren niet om filosofisch nihilisme, maar om een soort bekwaamheid - waaraan zij geen morele schuld hebben - om het 'hier en nu' te doorbreken en zich te openen voor een levensbeschouwelijke optie, laat staan voor een andere dimensie die een religieuze gezichtseinder aan het bestaan kan verlenen.... 0m daarin licht te brengen, is méér nodig dan het gesprek en een eventueel hertaalde theologie. Jongeren hebben ronduit een nieuwe gemeenschap nodig, waarin (nieuwe?) symbolen en rituelen voor zichzelf spreken en de mystieke dimensie aanwezig stellen. Dit is een variante op het adagium dat ik reeds in mijn boek 'Omgaan met jONg ONGELOOF' stelde: de beste jeugdpastoraal is ... een andere voiwassenenpastoraal. Geïsoleerde werkvormen die geen geloofscommunicatie met jongeren beogen, schieten hun doel voorbij als zij niet uitgaan van een geloofsgemeenschap waarin jongeren zich thuis kunnen voelen en waarvan zij het lidmaatschap een natuurlijke en aantrekkelijke keuze vinden" (26).
Dus... welke pastoraal voor de voiwassenen in onze parochies?
Val d'Illiez, juli 2001 (laatste update augustus 2011)
André Claessens msc
NOTEN (naar boven - naar onder)
(1) De Kerk in Vlaanderen: avond of dageraad?, Leuven, Davidsfonds, 1999, p. 7
(2) Het religieus vacuüm, in Millenium 21. Knack, p. 194
(3) Leven in tijden van godsverduistering, Tielt, Lannoo, 2001, p. 98-99
(4) zie KNACK van 15.09.2000, p. 61
(5) EYSKENS M., aangehaald werk, p. 100
(6) Ibidem, p. 107
(7) in Kerk en Leven n. 39 van 29.09.2001 vinden wij hiervan een bevestiging in de colum van Mark Van de Voorde:
"Uit een enquête voor het Franstalige Belgische weeklad Télémoustique blijkt dat voor 87% van de mensen godsdienst hét onderwerp is waar je met een ander niet over praat. Godsdienst en geloof zijn de grootste taboe onderwerpen van deze tijd".
(8) "Waarover moeilijk te praten valt" in KNACK van 14.02.2001, p. 122.
(9) Idem, p. 57-68. "De grote verhalen, zo luidt het, konden hun beloftes niet waarmaken en zijn in hun tegendeel omgeslagen", schrijft Lieve Boeve in "Geloof op zoek naar inzicht" in De Kerk in Vlaanderen, p. 21
(10) Aangehaald werk, p. 93
(11) "Religieus vacuüm", p. 196
(12) WILDIERS N.M., Wereldbeeld en theologie. Van de Middeleeuwen tot vandaag, Antwerpen, Standaard, 1973; ID., De Muziek der sferen. Vier opstellen over wereldbeeld en cultuur, Antwerpen, 1983; VAN DER VEKEN J., Cirkelen om de wereld. Concrete invullingen van het wereldbeeldenproject, Kapellen, Pelckmans, 1994.
(13) "De weg naar de mens" in Millenium 21, p. 200-2001.
(14) "Luister naar de verdrukten!" in KNACK 1.11.2000, p. 41
(15) "Asielbeleid" in KNACK 13.10.1999, p. 151
(16) In Cannes heeft het 11de Festival van 'La Voyance' plaats gehad. KNACK bericht hierover: "Une enquête montre que 46% des Français croient aux prévisions des voyants et 39% sont convaincus de l'existence d'extraterrestres. Chaque année, dix millions de personnes, hommes et femmes dans une même proportion, consultent les cinquante mille voyants et astrologues que compte le pays. Rien qu'à Paris trois mille professionnels sont à l'oeuvre" (19.9.01, p. 51)
(17) art. cit., p. 202-203
(18) ter illustratie kunnen wij verwijzen naar de hoofdstukken 5-6 betreffende Humanae Vitae in het boek van WILLS G., Pauselijke zonde. Geconstrueerd bedrog, Averbode, Altiora, 2002. In eigen land waren de Leuvense moraaltheologen L. Janssens en J. Ghoos dezelfde mening toegedaan.
(19) zie LENAERS R., De droom van Nebukadnezar of het einde van een middeleeuwse kerk, speciaal nummer van Tijdschrift voor Geestelijk Leven, Leuven, 2001, en de reactie erop van DUPRE L., "Veelzeggende symbolen" in Tertio 7.06.2001, p. 13-14.
(20) geciteerd door V. DRAULANS en H. WITTE, "Initiatie in de vrijwilligerskerk" in De Kerk in Vlaanderen, p. 177. Over de vrijwilligerskerk lees ook KERKHOFS J., "Waardenonderzoek. Een bijdrage tot pastoraal realisme" in LEIJSSEN L., e.a., Geloven als toekomst, Leuven-Amersfoort, 1995, p. 159-169 en IDEM, "Leiding in een vrijwilligersbeweging", p. 187-210.
(21) "Welke gemeenschap zal welk geloof dragen? De Vlaamse Kerk tussen cultuur -en keuzechristendom" , in Idem, p. 87.
(23) zie DOBBELAERE K., "De 'overgangsrituelen', steunberen van een katholicisme buiten de muren?", in BULCKENS J. en COOREMAN P., Kerkelijk leven in Vlaanderen anno 2000, Leuven-Amersfoort, 1989; IDEM, Het 'Volk Gods' de mist in? Over de Kerk in België, Idem, 1988, p. 72-79.
(24) DE LANGE E. en BOEVE L., "Geloven onder spanning. Sacramentencatechese anno 1999", in De Kerk in Vlaanderen, p. 218. 224-225.
(25) cf. VAN DIJK M. - GROENEBOER, R. WEVERBERGH, De parochie van 2020, in HELLEMANS S., PUTMAN W., WISSINK J. (red.), Een kerk met toekomst. De katholieke Kerk in Nederland 1960-2020, Zoetermeer, Meinema, 2003, 84-109.
In deze richting dacht ook de Oostenrijkse theoloog P.M. ZULEHNER wanneer hij in de herfst 2005 in Vlaanderen conferenties gaf over de omwenteling in het parochielandschap, cf. Tertio n. 302, 23 november 2005, p. 13-14.
(26) VERHELST M., "Kinderen van de nacht? Spirituele evolutie van de na-oorlogse jongerengeneratie" in Tijdschrift voor Geestelijk Leven 56(2000)387-398 met verwijzing naar het boek van VAN DEN BERKT T., Mystagogie. Inwijding in het symbolisch bewustzijn, Meinema, 1999.
1. EN TOCH IS ER MEER TUSSEN HEMEL EN AARDE...
1.1. Europees waardenonderzoek
1.2. Meer religie, minder godsdienst,2. GEVOLGEN VOOR HET PAROCHIELEVEN
2.1. Vermindering van parochie
2.2. Parochie in de kering