Ter discussie: Parochie in de branding


HomeInterviewAndré WereldwijdKerk en wereld gezien door de bril van AndréDooppastoraalSacramentenpastoraal & tweesporenbeleidTer discussie: Parochie in de brandingTer discussie 2 Over identiteitPersoonlijke bibliografieEerste communieActuaFamilieGastenboek


discussietekst

Update okt.2010

(hierna volgt een tekst 'Parochie in de branding' die aan deze discussietekst vooraf ging)

ANTWERPEN, EEN STAD VAN GELOVIGEN?

In Mensen Onderweg n. 6, 2005 schrijft Harry Spee een bijdrage getiteld: "Geloven vandaag uitgedaagd". Hij schrijft ondermeer: "Veel christenen in onze contreien zijn in grote twijfel geraakt. Die besluiteloosheid over God is er overigens in verschillende maten en soorten. Sommigen hebben aan het leven zelf met al zijn uitdagingen en genoegens eenvoudig genoeg. Dorothee Sölle sprak in dit verband over een 'banaal atheïsme': "Hoezo, een betere wereld?" Anderen hebben van God en geloof juist schoon genoeg. Het godsbeeld van hun jeugd zat vol angst en straf. Ze zijn nu eindelijk bevrijd en tot zelfontplooiing gekomen. Velen kunnen het idee van een trouwe en genadige God niet rijmen met zoveel onrecht en ellende in onze wereld. Zagen we niet onlangs de beelden van een alles verwoestende tsunami? We moeten die verwoeste wereld weer opbouwen, maar helpt God daar ook bij? Kunnen we niet beter leven zonder verwijzing naar God, alleen gedreven door het goede dat zich opdringt: de waardigheid en integriteit van elke mens, de liefde tot de naaste als eerste opdracht? Zo heeft menigeen in de laatste decennia via zelfontplooiing en moreel engagement afscheid genomen van een verre God aan de overkant van samenleving en geschiedenis, een vrijblijvend opperwezen in ruste. Weer anderen namen afscheid van een almachtige God die almaar aan de touwtjes trekt, die mensen bijstuurt via engelen en wonderkrachten en die wacht op onze verlanglijstjes om die vanuit de hoge hemel te verhoren. Bovendien is er de overmacht van het wetenschappelijk-technisch wereldbeeld. Uit stof en materie komen wij op en zinken er ook weer in terug. Deze benadering meent alles te kunnen verklaren. Zij werkt met de instrumentele redelijkheid... Te midden van fysieke krachten is er geen spoor van God" (p. 19-20).

Als de analyse van Spee pertinent is dan gaat de grond van de crisis over geloofsvragen, over het godsbeeld, en niet in de eerste plaats over hoe de pastoraal beter kan georganiseerd worden of over de schaalvergroting waar menige pastorale dienst aan werkt. En toch is de pastorale organisatie belangrijk voor de verkondiging.

Reeds in 1987 werd onder leiding van Johan Van der Vloet het boek gepubliceerd De toekomst van de parochie. Hand -en werkboek (Wommelgem, De Gulden Engel, 343 p.). Het zoeken dateert heus niet van vandaag. Volgend op deze nieuwe discussietekst kan u een tekst lezen "Parochie in de branding" die dateert uit 2001. Bijna drie jaar later voelde ik de behoefte hierover verder na te denken en enkele interessante dingen in de aandacht te brengen. Ook in het bisdom Antwerpen zijn er nu grotere decanaten (nog 5 blijven erover) en kwam de federatievorming in een stroomversnelling vanaf 2005. Wat zullen de gevolgen zijn voor de parochie? Her en der probeert men nieuwe stappen te zetten. Kijken wij ook eerst eens over de grens.

1. Experiment in regio Oosterhout (NL)

Ergens in november 2003 kwam diaken Franck Ploum uit het bisdom Breda een spreekbeurt geven bij ons met de titel "Antwerpen, een stad van gelovigen". In Oosterhout wordt gewerkt aan nieuwe vormen van kerkelijke aanwezigheid langs de lijn van een drietal profielen. Acht jaar was hij werkzaam in een grote nieuwbouwwijk van de stad Breda.

In zijn eerste deel gaf de spreker een theoretische benadering over de veranderde situatie in kerk en samenleving en over de wijze waarop je als kerk hierop kan reageren. In de nieuwbouwwijk van 35.000 mensen is één kerkgebouw met driehonderd zitplaatsen voldoende. Oorspronkelijk, in de jaren 1960, plande het bisdom Breda voor deze wijk 7 parochies. Toen de bouw van de eerste huizen begon in 1978 werd het één parochie met vier kerkjes.

Iedereen ervaart hoe onze maatschappij indringend veranderd is. De nieuwe samenleving heeft geen monocultuur meer, maar verscheidenheid, pluriformiteit. Ook de mens wil zich niet meer door instituties laten voorschrijven hoe er moet geleefd worden, wat goed en kwaad is. Mensen geven vorm en inhoud aan hun eigen leven. Men heeft geen gezag meer door de functie, maar door je prestaties. Bewust levende mensen willen een eigen stempel drukken op alles, "authentiek" zijn.

Ook geloof en kerk ondergaat die invloed. Christelijke overtuigingen verbrokkelen (cf. mijn discussietekst over christelijke identiteit). De institutionele kerken zijn één van de vele segmenten van de samenleving geworden. Hadden de kerken vroeger hun vertakkingen in de hele samenleving dank zij wat men in Vlaanderen de "zuilen" noemde, vandaag zijn zij verdrongen naar de rand van de samenleving. De vraag is dan ook: wat heeft het geloof en de kerkgemeenschappen nog te bieden aan de mondige, geseculariseerde mens? De christelijke kerken hebben concurrentie van een veelheid aan aanbod op de religieuze markt waar de mensen gaan "shoppen". In tegenstelling met vroeger, zegt de spreker, beleef en deel je geloof en religie niet meer met anderen of met behulp van een voorgegeven systeem. Ook zoekt de mens zijn heil steeds minder bij één organisatie of godsdienst. Mensen gaan steeds minder een engagement aan met een beweging of instituut, maar kiezen uit alle aanbod, datgene wat het beste bij hen past. Mensen vormen een zelfgemaakte geloofsinhoud uit alle keuze mogelijkheden (syncretisme). Deze "gelovige" heeft er geen moeite mee om nu en dan eens een eucharistieviering bij te wonen, op een andere dag een cursus zenmeditatie te volgen en zonodig een medium te consulteren of aan een healingsessie deel te nemen. Geloof en kerk groeien uit elkaar, geloven is een onderdeel geworden van het privé-domein, de media stellen trouwens de maatschappelijke relevantie van de geïnstitutionaliseerde godsdiensten graag in vraag, en een leergezag wordt zelfs door menig katholiek afgewezen of als ballast ervaren.

Een drietal reacties op deze nieuwe situatie

- vanuit heimwee naar het verleden, naar de geïdealiseerde harmonie van het 'rijke roomse leven', roept heel deze evolutie verzet op bij velen;

- anderen geven zich over aan de moderne tijd en passen zich aan en beperken zich tot de algemene waarden van menselijkheid, behulpzaamheid, enz. , het geloof in God, in Jezus, komt nauwelijks nog ter sprake;

- zoals elke periode in de geschiedenis is ook onze tijd een uitdaging voor de kerkgemeenschap. Om deze uitdaging aan te gaan geeft de spreker 5 elementen aan:

° alleen samenwerking is geen oplossing: men gaat aan fusie doen om te kunnen behouden wat er nog is. Men stelt echter vast dat na een fusie parochies er nog niet in slagen om nieuwe mensen te bereiken.

° secularisatie en ontkerkelijking: er zijn nog mensen op zoek naar zingeving en spiritualiteit, maar de kerken kijken ernaar en blijven doen wat ze altijd gedaan hebben. Religiositeit leidt niet tot kerkelijkheid. De christelijke traditie heeft zeker heel wat te bieden, veel meer dan wat er vanuit de parochies op dit moment wordt aangeboden.

° voor 'standaard' komt niemand nog het bed uit: het doctoraal proefschrift van T. Visser uit Rotterdam (1) toont aan dat kerken die geen herkenbaar gezicht hebben, ten dode zijn opgeschreven. Hij pleit voor profielkerken die zich op eigen wijze specialiseren. Het gaat niet langer om het vormen van territoriale gemeenschap, maar het individu laat zijn keuze bepalen door de geboden inhoud en niet door het territorium. Volgens hem zijn de twee belangrijkste elementen voor het pastoraat van de toekomst: verzorgde liturgie waarin een bepaalde keuze tot uitdrukking komt en waarin veel aandacht is voor schoonheid, en een pastoraal aanbod waarmee de geïndividualiseerde mens kan werken aan een persoonlijke relatie met God.

° een eigen identiteit: parochies moeten een gezicht krijgen vanuit de vragen "wie zijn wij?" en "wat is onze zending?". Het uitgangspunt is hier gemeenschap of 'koinonia' (2) in drie dimensies: omgang met God, gemeenschap en dienst.

° een nieuwe inhoud voor het begrip 'gemeenschap'. Mensen maken zelf duidelijk een keuze voor een bepaalde kerk. Dit wil zeggen dat er niet moet gewerkt worden aan het opnieuw vormen van een territoriale geloofsgemeenschap, maar dat er door middel van een goed aanbod mensen op inhoud aan elkaar verbonden worden. Bovendien zoeken de mensen meestal geen levenslange verbindingen meer. Mensen kiezen op 'projectbasis' en doen mee binnen de kaders van een afgesproken periode en bepalen dan opnieuw hun keuze. We zullen dus niet alleen kerk moeten zijn voor de 'heilige rest', maar vooral ook voor de zoekers en spiritueel daklozen.

De spreker besloot dat de fusie van parochies alleen niets oplevert wanneer dit niet gepaard gaat met het ontwikkelen van nieuwe vormen van pastoraat. Dit is de opdracht voor parochies in verstedelijkt gebied. Ze zullen zich moeten verdiepen in de wijze waarop mensen vandaag 'geloof' beleven.

In het praktische deel schetste de spreker dan de situatie in regio Oosterhout die negen parochies omvat. In de nota "Naar een andere pastorale organisatie in de regio Oosterhout" (jan. 2002) werd voorgesteld om drie profielen van kerk-zijn te ontwikkelen. Het pastoraal aanbod dient rekening te houden met een verscheidenheid aan religieuze en gelovige vragen en interesses. Niet elke pastor en niet elke huidige parochie kan zo'n gevarieerd pastoraal programma aanbieden. De bedoeling van het plan is om allerlei verschillende mensen uit de regio Oosterhout een plaats te bieden waar zij zich thuis kunnen voelen, waar ze wegen kunnen vinden naar God en waar ze vanuit deze relatie mede vorm kunnen geven aan hun leven en hun samenleven. Om dit te realiseren zullen de pastores nauwer in teamverband samenwerken.

Drie profielen van kerk-zijn

De negen parochies behouden was niet langer werkzaam. Deze samenvoegen en vervolgens grootschaliger met hetzelfde aanbod doorgaan is uitstel van executie, stelde de spreker. Er vanuit gaande dat randkerkelijk of niet-kerkelijk geen synoniem is van niet gelovig, moeten er antwoorden gegeven worden aan zoekende mensen. Bovendien zijn veel mensen in hun geloofszoektocht niet op zoek naar een plek waar ze van wieg tot graf verzorgd worden, maar zoeken ze veeleer naar oases en pleisterplaatsen waar ze hun geloof en twijfel kunnen ter sprake brengen om vervolgens weer verder te gaan. Over welke profielen gaat het concreet?

Binnen het profiel Sint - Jan wordt werk gemaakt van de wekelijkse traditionele liturgie. Daarnaast komt er een aanbod op het gebied van de spiritualiteit van de liturgie. Er is aandacht voor sacramenten en voor kerkelijke feestdagen. Voor het overige pastorale aanbod wordt samengewerkt met of naar de andere profielen verwezen.

In het Huiskamerprofiel wordt gezicht gegeven aan de 'moderne volkskerk'. Er is voor elk wat wils: kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen kunnen er iets naar hun gading vinden. Er wordt gewerkt aan gemeenschap en een gastvrij onthaal voor iedereen die aanklopt.

In de Pleisterplaatsprofiel zijn er twee pijlers: kerk ter plekke en een aanbod op het snijvlak van geloof en cultuur. De liturgie zal vernieuwend en experimenteel zijn. Er wordt gezocht naar verbindingen tussen geloof, spiritualiteit, kunst, toneel, muziek en theater.

Elk profiel heeft een eigen inhoud en accent en vullen elkaar ook aan, kunnen zonder elkaar niet bestaan. Alles wat gedaan wordt is voor de hele regio. De acht pastores gaan zich ieder verbinden aan een profiel: drie vanuit de 'huiskamer', twee vanuit Sint - Jan en drie vanuit 'pleisterplaats' profiel. Met deze weg van de profilering komt er een einde aan de territoriale parochie die binnen haar grenzen een compleet pakket heeft voor alle leeftijden en alle levensfasen. Mensen kunnen voortaan, op basis van inhoud en programma, een keuze maken voor een bepaald profiel en ook deelnemen aan activiteiten in verschillende profielen.

Of dit een koers is die vruchten zal afwerpen is maar de vraag. Volgens de spreker had deze ontwikkeling veel eerder in gang moeten gezet worden.

Noten:

(1) Stad van mijn hart. Het spiritueel centrum als vorm van kerkelijke aanwezigheid in de Randstad. Een onderzoek, Voorburg, 2000.

(2) HENDRIKS J., Gemeente als herberg. De kerk anno 2000 - een concrete utopie, Kampen, 1999.

2. Dienst van de kerk in de grootstad

Op 22 oktober 2002 gaf de betreurde pater Walter Corneillie in het Theologisch en Pastoraal Centrum van Antwerpen een dinsdagnamiddag conferentie over dit thema. Zijn werkterrein was de Sint - Gorikssector in Brussel. Een 35.000 inwoners, waarvan zo'n 50% allochtonen en waarvan velen behoren tot de kansarmen. Vanuit het Vicariaat is er als structuur een nieuwe pastorale eenheid gecreeërd die de bestaande parochiestructuur overstijgt. De christelijke gemeenschappen in deze sector zijn missionair bewogen en voelen zich geroepen en gezonden tot "dienstbaarheid". Bij dit alles is het belangrijk dat de christenen elkaar ontmoeten in de zondagsviering en dit als "pelgrimerende gemeenschap" in de stad.

In zijn getuigenis verwees de spreker eveneens naar het boek van J. Hendriks, Gemeente als herberg. De metafoor van de 'herberg' moet als "eye-opener" fungeren. Dit roept een beeld van de kerk op die

- staat langs de wegen van de mensen, - open en gastvrij is, uitnodigend, - een kerk die niet probeert mensen binnen te houden - te bekeren - maar hen van al het nodige voorziet zodat zij hun eigen weg gesterkt, misschien zelfs met blijdschap kunnen vervolgen, - die gasten de kans geeft hun verhaal te vertellen en naar dat van anderen te luisteren; die ook de mogelijkheid biedt voor beraad om samen in actie te komen, maar die ook gezelligheid, rust en ontspanning brengt, - een kerk die een aloud beeld van leiding oproept: ambtsdragers als dienaars, tafeldienaars, - die werkt in de geest van de Eigenaar.

Als we ons dat realiseren komen nieuwe associaties op. In een herberg met deze Eigenaar: - krijgen de armen de beste tafeltjes, - zitten de meest verkleumden het dichtst bij het vuur, - kun je eten en drinken om niet.

Een aperitief van het grootste visioen van Jesaja 25,6. De kerk als herberg. Ach ja, zegde Walter, het klinkt wat gedateerd. Maar dat mag toch wel voor een instituut met zo'n lange traditie? Het is bovendien een beeld dat past bij onze samenleving. Het appelleert aan het verlangen naar een open gemeenschap. En het mist al te hoge pretenties. Het is bijbels en realistisch.

In Suara n. 18, 2005, p.2 (krant van Missio), staat een interessante bijdrage "Vieringen en netwerken" , een verslag van de uiteenzetting van prof. Liliane VOYE op het colloquium dat Omnes Gentes onlangs organiseerde. Enkele uitvoerige citaten:

Over vroeger:

"Het is begrijpelijk dat de meeste vieringen werden opgevat met een verwijzing naar de vormen en voorwaarden van het traditionele leven. Zo verwijst de territoriale parochie rechtstreeks naar het introverte dorp, van kleine omvang, waar iedereen elkaar kent, waar wederzijdse kennis en ook wederzijdse controle overheersen. ... Ook het taalgebruik op de preekstoel en de commentaren bij de Schrift konden zo min of meer gestandaardiseerd worden, althans voor zover de waarden wen wereldvisies gemeenschappelijk waren. De erg zwakke mobiliteit, die samenging met een zeer sterk gevoel van het lokale 'wij', droeg ertoe bij dat de vieringen belangrijke momenten waren van het collectieve leven evenals de regelmatig wederkerende bevestiging van de identiteit en de eenheid ervan ... Verder werden de zondagsvieringen, behalve voor hun louter religieuze betekenis, ook nog beleefd als feestelijke momenten (men deed zijn 'zondagse kleren' aan) waarop de inwoners, die in de week verspreid waren door hun werk op het veld, elkaar samen ontmoetten en nieuws en verhalen konden uitwisselen... In onze streken werd het regelmatig kerkbezoek bovendien beschouwd als een teken van moraliteit en gezonde zeden, het kon zo een criterium zijn bij de keuze van een echtgenoot. Sociale functies van de parochie en haar vieringen waren bijgevolg belangrijk, zowel voor de lokale gemeenschap als voor de individuele persoon".

over het nu ...

"Netwerken functioneren heel anders dan groepen. Netwerken gaan uit van het individu dat autonoom wil zijn en blijven, dat meester wil zijn van zijn keuzes op godsdienstig vlak. ... Het is de wil om te kiezen die gaat overheersen: keuze van de parochie, type van viering, deelnemen of niet... Die keuze zal berusten op zeer veranderlijke factoren, van de meest godsdienstige (het doorgeven van de christelijke boodschap) tot de meer pragmatische (het uur of de mogelijkheid om te parkeren), over esthetische aspecten heen (de architectuur van de plaats, de kwaliteit van de muziek...) of socio-culturele eensgezindheid bij het type toespraak dat gehouden wordt (bijvoorbeeld eerder links of rechts) en met het soort publiek dat samenkomt (jongeren, families met kleine kinderen, intellectuelen en kaderleden, handarbeiders, sociaal geëngeerden ...) (...) Men merkt trouwens dat sommigen bijzondere vieringen vragen, die ze mee willen opstellen, voorbereiden en realiseren. Om het met één woord te zeggen: vieringen die 'pasklaar' zijn en vieringen die 'op maat gemaakt' zijn (...)"

In deze herfst 2005 was de Oostenrijkse pastoraaltheoloog P.M. Zulehner te gast in Drongen. Het Universitair Centrum St. - Ignatius in Antwerpen organiseerde er een tweedaags seminarie rond pastoraal en territorialiteit. Hij had het ook over de omwenteling in het parochielandschap. De deelnemers waren het erover eens dat in het panorama van de parochiehervorming er vaak teveel energie gaat naar structurele aanpassingen, ten koste van geloofsverdieping en de eigenlijke zorg voor de geloofsgemeenschap. Vicaris generaal Paul Van Puyenbroeck (Gent): "In een meer geseculariseerde samenleving wordt het duidelijk dat de parochie geen territorium is, maar een 'locus', een plaats waar christenen zich vanuit de diaspora verzamelen om een geloofsgemeenschap te worden. Die gemeenschap staat vervolgens missionair, gastvrij en dienstbaar open voor alle mensen uit de omgeving". Volgens hem zal die hergroepering in de toekomst helpen om te komen tot een nieuw wij-gevoel, waarbij niet het territoriale nabuurschap, maar wel het christen-zijn het bindmiddel is. Dus moeten wij volgens Zulehner eerst opnieuw het visioen herontdekken. Er rijzen volgens hem voor de kerk twee uitdagingen:

- de vraag naar solidariteit in een cultuur die de vrijheid hoogacht

- de vraag naar spiritualiteit in een onttoverde wereld

Hij pleit voor de uitbouw van spirituele centra en gemeenschappen, wil dat gelovigen in de leer gaan bij spirituele meesters en dat ze de kerkelijke vergadercultuur vervangen door spirituele beleving. Daarmee bedoelt hij echte geloofsinwijding, scholen van gebed, eucharistievieringen die vol-van-God zijn en waarvan een transformerende kracht uitgaat.

Zo moeten ook wij een antwoord geven op de "missioneringsatrofie" waaraan onze Westerse kerk volgens hem ziek is: "De Kerk heeft het missionair handelen in eigen omgeving verleerd in de lange tijd dat het niet nodig was. Het is zoals bij iemand die bedlegerig was en niet bewogen heeft. Wanneer hij dan opstaat kan hij ook niet meer stappen. Hij moet het opnieuw leren. De Kerk in Europa moet opnieuw leren missionair te zijn" .

Dat is dus slechts mogelijk vanuit geloofsgemeenschappen waar volwassencatechese een pastorale prioriteit is. Men moet mensen helpen bij het ontwikkelen van een volwassen geloofshouding: een leven in verbondenheid met God. Daarvoor zijn mensen nodig die iets doen oplichten van Gods aanwezigheid en betrokkenheid op het concrete leven van mensen (mystagogen)(3). Dus niet alleen geloofsinhoud ook praxis, diaconie gedragen door heel de gemeenschap. Zulehner vraag zich af "hoe kunnen we eucharistie vieren als een voedingsbodem voor bekering tot God en bekering tot de armen?". De solidariteit naar buiten moet gepaard gaan met een fraterniteit naar binnen. We moeten dus bedacht zijn op het vormen van kernen van geloof. En de ambtsdragers morgen? Hij hoopt dat er morgen 'priesters van het volk' zullen zijn, personen met ervaring in de gemeente, die door de gemeente worden voorgedragen en die na een opleiding op maat door de bisschop in een lokaal priestercollege worden gewijd.

De federatie Ekeren situeert zich aan de noordrand op zo'n 10 km. van de stadskern Antwerpen. Wat sociologische samenstelling betreft is de federatie heel verscheiden. Er zijn villa wijken waar men veel kaderleden en zelfstandige beroepen aantreft, er zijn wijken met veel arbeiders en bedienden, maar er is ook de sociale woningbouw zoals op Rozemaai waar er naast veel (jongere) allochtonen in de woonblokken ook heel wat gepensioneerden hun eigen appartement hebben aan de 'overkant'. Langs de welzijnsschakel 'Buurtwerk' probeert de christelijke gemeenschap ook iets te doen om de veelzijdige armoede te bestrijden. De kerkelijke praktijk ligt niet hoog in de federatie en de 'geruisloze' exodus is reeds enkele jaren aan de gang. Wat hoger geschreven werd over Breda en Brussel is grotendeels dus ook hier waar te nemen. De tijd is niet veraf meer dat onze parochies bepaalde kerntaken niet meer afzonderlijk zullen kunnen verwezenlijken en dat de financiële last van sommige gebouwen te zwaar zal worden voor de draagkracht van één parochie. In iedere parochie wordt het moeilijk om jaarlijks voldoende catechisten te vinden voor de begeleiding van de voorbereiding op de sacramenten, inzonderheid op het vormsel. Bij lectoren en liturgische werkgroep zijn er haast geen jongeren beneden de 40 jaar actief. Ook in de beleidsorganen, zoals de parochieteams, zijn jongeren niet vertegenwoordigd. De samenwerking tussen de drie parochies van de federatie wordt intenser, nieuwe initiatieven worden zoveel mogelijk gezamelijk genomen en dit werkjaar is er een federatieteam dat om de maand samenkomt om de hele kerkopbouw te begeleiden. Eigenlijk gaat het over schaalvergroting om toch nog zoveel mogelijk het klassieke aanbod te kunnen doen. Er is nog geen sprake van parochies afschaffen of kerken sluiten zoals dit in Nederland wel is gebeurd. Het aantal 'zielzorgeenheden' is daar sinds 1970 met 300 verminderd.

In zijn commentaar op het rapport van het 'ad limina' bezoek van de Nederlandse Bisschoppen schrijft S. Van den Bossche:"Anderzijds leeft aan de basis in Vlaanderen de gedachte dat de leken, bezoldigd of vrijwillig, grotendeels de taak van de priester kunnen overnemen, de supplementaire weg dus om toch ook weer het verleden vol te houden. Dat is nu net de weg waar Nederland stilaan structureel afscheid van lijkt te nemen wegens de eigen inbreng van het gewijde ambt en omdat die leken niet beschikbaar zijn. Het kan dan niet verwonderen dat bij ons het paniekvoetbal en daardoor de polarisatie op verschillende fronten in de kerk lijkt toe te nemen" (5). Wij denken dus blijkbaar dat wij met het bouwen aan federatievorming het territorialiteitsbeginsel dat de parochiepastoraal tot hiertoe regeert zullen kunnen overeind houden. Toch schijnen er plaatsen te zijn waar men meer en meer de facto van dit principe afstapt, met of zonder instemming van de diocesane instanties. Deken Decroos promoot openlijk het 'netwerkmodel' als pastoraal waardevol voor de toekomst. Hij deed dat op onze studiedag voor de parochieteams in Tongerlo op 2de Paasdag 2001. Her en der zien wij ook een alternatief liturgisch aanbod ontstaan, gelijkend op de profielen optie van Oosterhout.

Denken wij maar aan het aanbod elke zaterdagavond van de Vleugel in de H. Geest parochie in de Antwerpse binnenstad. Op de folder lezen wij: "De Vleugel is een vernieuwend liturgisch initiatief, herkenbaar voor mensen die zoeken naar zingeving en die de joods-christelijke weg bewandelen in volle openheid en diversiteit. De vieringen zijn hedendaags en sober in vormgeving, worden voorgegaan door toegewijde vrouwen en mannen, gedragen door een gemeenschap, en zijn betrokken op het samen-leven". Het liederenpatrimonium is dat van Oosterhuis en men meet verder zich een oecumenisch profiel aan. Een gelijkaardig initiatief is De Brug in Lier. Ook al worden deze initiatieven zeker niet door het bisdom gepromoot, het bestaat toch al enkele jaren en kan overal publiciteit verspreiden ... en niet zonder succes.

In Deurne biedt Sint - Fredegandus elke vierde zaterdag van de maand een Emmaüsviering. Op de folder lezen wij: "Geeft de 'gewone' zondagsviering in de parochie niet echt antwoord op uw vragen? Voelt u zich daar misschien niet onder 'gelijkgezinden'? ... probeer dan eens de Emmaüsvieringen".

Ook al is het nog niet duidelijk welk lot deze initiatieven zullen beschoren zijn na de Romeinse instructie Redemptionis Sacramentum van 25 maart 2004, zij beantwoorden blijkbaar aan een nood. In de federatie Ekeren-Zuid zijn er zeker ook mensen die ernaar verlangen, maar zij moeten elders gaan zoeken.

3. En de toekomst ?

In de toekomst zullen de gewijde voorgangers ontbreken om nog in iedere parochie wekelijks een eucharistieviering voor te gaan. Het aantal toegewijde en gevormde leken zal wellicht niet toenemen omdat in de meeste parochies de jonge mensen niet in het gangbare model passen. De vormingsprogramma's voor leken bestaan maar kunnen onvoldoende personeel leveren om aan de bestaande noden te beantwoorden. Bovendien is de onwetendheid inzake christelijk geloof van die aard bij de jonge mensen dat men maar moeilijk kan inzien waar de roepingen zouden moeten uit opbloeien. Velen geloven wel in 'iets', vinden Jezus een tof voorbeeld van ethisch leven, maar dat alles lijkt niet voor te bestemmen op ambtelijk dienstwerk waar zozeer de klemtoon op ligt in de recente instructie. Indien wij morgen nog vitale kernen van christelijk leven willen hebben moeten wij dan niet radicaal beginnen met een nieuwe pastoraal uit te tekenen? Tot nu toe investeren wij enorm veel energie in kinder -en jongerencatechese. Toch zien wij dat zonder ondersteuning van de ouders weinig geloofsgroei kan gebeuren. Het zaad is uitgezaaid en wij rekenen erop dat het zal ontkiemen "terwijl de boer slaapt". Wellicht zal dat ook wel op één of andere manier door de kracht van de Geest. Of het echter zal leiden tot enig engagement in de geloofsgemeenschap is een heel andere vraag.

In Tertio n. 209 van 11 februari 2004 gaf Peter Vande Voorde een samenvatting van de ideeën van pastoraal theoloog Klemens Armbruster. Volgens hem was de traditionele sacramentencatechese een onderdeel van de religieuze socialisatie. Zodra hij in die katholieke biotoop opgenomen was, moest de jongvolwassene zelf de katholieke cultuur ondersteunen en doorgeven. Toen die cultuurkatholieke biotoop - zeg maar volkskerk - verzwakte en zelfs uiteenveel, verloren de methodes van socialisatie in dat milieu hun effect. Dat systeem ziet Armbruster niet langer vruchten afwerpen omdat het zijn laatste intensieve vorming op jeugdniveau aanbiedt. Alsof dat volstaat om vervolgens als volwassene gelovig te zijn - in een milieu dat dit geloof geenszins ondersteunt. In een niet-christelijke cultuur hebben volwassenen geloofservaringen op volwassenenniveau nodig. Wanneer catechese zich niet - ook en vooral - tot volwassenen richt, haalt ze niets uit. Bovendien heeft die volwassenencatechese nood aan een radicaal ander perspectief dan de kindercatechese van vandaag. Geloofsoverdracht is namelijk niet langer socialisatie, maar initiatie (p. 9).

In de nasleep van de pedofilie schandalen in de Kerk, inzonderheid in Oostenrijk, hadden de Oostenrijkse bisschoppen de moed om het verplichte priestercelibaat in vraag te stellen. Recent sprak de Weense aartsbisschop, kardinaal Schönbron, zich uit voor een 'lekenkerk'. Talrijke kerkverlaters veroorzaken ook financiële consequenties inzake kerkbelasting -en inkomsten. De secularisatie laat zich nu ook voelen in meer rurale streken. De afbraak van het volkskatholicisme blijkt sneller te verlopen dan verwacht. Hij stelde daarom op de diocesane synode een masterplan voor: laat leken plaatselijke gemeenschappen leiden. Onder een grote "moederparochie", geleid door een pastoor en een team, kunnen kleinere wijk -of dorpsgemeenschappen komen door leken geleid. Volgens het kerkelijk recht moeten alleen parochies door een pastoor worden geleid. Centraal in het plan staat de geloofsvorming ter bevordering van nieuw gemeenschapsleven, een 'ja' aan de wereld en de bereidheid om als Kerk in de wereld van vandaag aanwezig te willen blijven (6).

Territoriale kerkgemeenschappen of "netwerk" kerken, in een geseculariseerde maatschappij zullen zij maar kunnen overleven wanneer de leden overtuigd zijn en dat vraagt terdege initiatie. De nieuwe leerplannen godsdienst voorzien niet in catechese als geloofsopvoeding van kinderen en jongeren, maar doen een aanbod opdat jongeren de joods-christelijke cultuur die het Westen tekent zouden begrijpen en ook andere (religieuze) levensbeschouwingen zouden kunnen tegemoet treden. "Godsdienstonderwijs wil jongeren niet meer 'inlijven' in de kerk, maar wil hen allereerst begeleiden in het complexe proces van religieuze identiteitsontwikkeling. Dat is in de huidige interculturele en levensbeschouwelijk meerzinnige samenleving geen eenvoudige opdracht" (7). De nieuwe aartsbisschop, Mgr Léonard, sprak kort na zijn aanstelling reeds twijfel uit of de nieuwe leerplannen godsdienst wel beantwoorden aan de nood van jongeren om geïnitieerd te worden in het christelijk geloof. Was hij er dan niet bij wanneer de leerplannen werden goedgekeurd?

In TOPIC schreef priester Pol Hendrix twee opvallende bijdragen: in jaargang 7 nummer 3: "Een nieuwe wind? De territoriale pastoraal in een nieuw kleedje" en in jaargang 8 n. 1 "Onze zeewaardigheid. De territoriale pastoraal ..." In zijn optiek is de federatie van nu de parochie van morgen en moet er dus nu gewerkt worden aan volwaardige federaties die de taken en de verantwoordelijkheden van de parochies overnemen. Vermits de meerderheid van de gelovigen niet kerkgaand of parochiebetrokken is, maar toch nog een en ander van ons verwacht zullen wij ons aanbod moeten aanpassen om niet alleen met palliatieve zorgen van een vergrijzend kerkpubliek bezig te zijn. Wij zullen onszelf structureel én spiritueel anders moeten presenteren. Vele vrijwilligers van de jaren '70-'80 zien het fraais waaraan ze hebben meegebouwd nu afkalven, hun initiatieven hebben niet meer het succes van toen. Er dagen nu echter geen vernieuwers meer op. Er zijn enkele verleidingen daarmee verbonden:

- vernieuwing beschouwen als gebrek aan respect voor het opbouwwerk van vorige generaties

- bewaren van onze 'eigenheid', samenwerking met anderen is een bedreiging daarvoor

- 'ons mensen' kunnen niet verder zonder het oude, vertrouwde

Wij spreken graag over gemeenschap, maar wat bedoelen we daarmee, vraagt Hendrix zich af. Gaat het over de kerkgangers, de parochiebetrokkenen of de meerderheid van gedoopten die het een noch het ander zijn? De vierende gemeenschap op zondag wordt door een aantal parochiebetrokkenen niet echt als een gemeenschap ervaren. Daar zijn ook gelovigen tussen die aan de zondagsviering deelnemen meer om hun persoonlijk 'zieleheil' dan omwille van het gemeenschapsgebeuren. In het kader van de parochie zijn er ook andere samenkomsten waar men gemeenschap kan ervaren, maar daar kan de parochievlag niet altijd wapperen. Het gaat om initiatieven van verenigingen KAV, KWB, Davidsfonds, Chiro, Scouts & Gidsen. De parochie levert de infrastructuur en er is een K-verantwoordelijke, maar zijn/haar woordje moet vooral niet te kristelijk klinken om meer volk aan te kunnen trekken. Herbronning is dus nodig om de pijlers van een kerkelijke gemeenschap werkzaam te houden.

Hendrix ziet deze spirituele onderbouw bestaande uit:aanwezigheid, vrijheid, schoonheid, waarheid, goedheid en wijsheid (cf. p. 19). De 'nieuwe' parochie heeft dan de volgende 4 onderdelen:

- een centraal bestuur en beraad

- vierende gemeenschappen, kernen van medewerkers, catechumenale groepen

- plekken van geloof: kerken en parochiehuizen met een aanbod van geloofsvorming

- netwerken in functie van een solidariteitspastoraal als van persoonlijke (geloofs)begeleiding

In zijn bijdrage "Onze zeewaardigheid" werkt hij dit wat uit vanuit de praktijk van de 12 parochies in de federatie Deurne.

(3) GROENER G.," Kerkopbouw als school van spiritualiteit", in Praktische Theologie, 2005, n. 2, 222-234; p. 341-360 "Ingewijd en toegewijd" (over de mystagogische dienst van de pastor). Ook interessant is BORRAS A., "Hedendaagse evoluties, parochiale liturgie en huidige kerkopbouw" in Tijdschrift voor Liturgie 89(2005)36-55.

(4) "Crisis duurt, vernieuwing daagt", in Tertio n. 216, 31 maart 2004, p. 12

(5) idem

(6) zie Kerk en Leven n. 45, 2010, p. 11

(7) KERKHOVEN D., " 'Verhalender wijs' naar religieuze identiteit, in Tertio n. 221, 5 mei 2004, p. 15

In een dinsdagnamiddag conferentie op het TPC in oktober 1999 sprak Eddy Van Waelderen over 'pelgrims naar de 21ste eeuw'. Hij onderlijnde het belang van de mystagogische pastoraal en aan plekken, gemeenschappen, leerhuizen, ontmoetingsgroepen ... Ondertussen is die 21ste eeuw reeds volop bezig, maar zien wij reeds krijtlijnen van die nieuwe pastoraal? Mystagogie is het griekse woord voor initiatie. De ideeën van de Duitser Armbruster zijn het overwegen waard. De nood aan plaatsen waar mensen op verhaal kunnen komen wordt misschien nog niet zo sterk aangevoeld. Wanneer in onze federatie de geloofsgesprekken georganiseerd worden dan zien wij altijd de vertrouwde gezichten, maar we krijgen blijkbaar geen contact met de randkerkelijke zoekers. Zou dit komen omdat onze parochies een klassiek imago hebben onaangepast om zoekers aan te trekken?

Welke richting denk jij dat wij uitmoeten: grotere gehelen die hetzelfde bieden of zie jij ook wel iets in wat men in Oosterhout probeert op te zetten?

In juni 2004 werden de talrijke besprekingen over een beleidsplan voor de Stadspastoraal te Antwerpen afgerond. Het geheel bestaat uit 29 doelstellingen. Vijf prioriteiten moeten mee helpen de de stad te maken tot een warme samenleving:

- een aanbod rond zingeving bij de momenten in het leven die mensen raken

- betrokkenheid op de maatschappelijke problematieken in de stad

- bij federatievorming diverse gemeenschappen ontwikkelen, met een eigen profiel, een eigen vorm van liturgie en specifieker doelpubliek (hierover ging het eigenlijk in bovenstaande bijdrage !)

- versterking van de samenwerking met jeugd-en volwassenenpastoraal

- de rouwbegeleiding

Enkele interessante werken kunnen aanbevolen worden voor verdieping:

WARD PETE, Kerk als water. Pleidooi voor een vloeibare manier van kerk-zijn, Uitg. Kok, Kampen, 2003. In zijn boek stelt de auteur twee concepten tegenover elkaar. De bestaande: de statische kerk, die zich verenigt rondom een gebouw, een eredienst en waarvoor het aantal kerkleden van wezenlijk belang is. En een (nog) niet bestaande: de vloeibare kerk. 'Vloeibaar' omdat ze aansluit op een 'vloeibare cultuur' waarin mensen reizen, communiceren op afstand, wisselen van baan, woonplaats, partner ... Ward wil deze cultuur ernstig nemen.

ERNEST HENAU, Zij verhaal moet doorgaan. Over christelijke gemeenschapsopbouw, Davidsfonds, Leuven, 2005. De huidige kerkorganisatie is gebaseerd op het territoriaal beginsel. De vraag is of deze structuur nog werkt vandaag. De auteur meent dat de territoriaal opgebouwde pastoraal toch de beste waarborg biedt voor een maximale bereikbaarheid van de geloofsgemeenschap en haar 'service'.

HELLEMANS S., PUTMAN W., WISSINK J. (red.), Een kerk met toekomst. De katholieke Kerk in Nederland 1960-2020, Zoetemeer, Meinema, 2003.

ZUHLEHNER P.M., Kirche umbauen - nicht totsparen, Ostfildern, Schwabenverlag, 2004.

Zoals u kan merken zijn we er nog niet uit ...

 

André Claessens

Logo: Parochie in de branding

ter discussie 2

PAROCHIE IN DE BRANDING

Volgende discussietekst werd geschreven voor de website van de federatie bij gelegenheid van de 35 jaar Sint - Laurentiusparochie in 2001 en update in januari 2007 naar aanleiding van de 40ste verjaardag van de parochie.

Heel wat veranderingen …

In deze uitnodiging tot discussie wil ik niet meer op de geschiedenis van de parochie terugkomen. Laat ons naar vandaag en morgen kijken. Overal in het land zijn de bisdommen bezig met het hertekenen van parochie -en decanaatsgrenzen. Het is duidelijk dat het parochieleven ook in Vlaanderen een grondige verandering doormaakt. De toegenomen mobiliteit heeft de betrokkenheid bij de parochie drastisch beïnvloed. Woon -en werkmilieu, vriendenkring en vrijetijdsbesteding vallen niet langer samen met de geloofsgemeenschap en het bewegingsleven dat er een dragende kracht van was. Dit bewegingsleven zelf K.W.B., K.A.V., A.C.W., 'Katholieke dit en dat" is ook in crisis. Ook het katholiek onderwijs herschrijft haar geloofsbrieven om het pluralisme dat ook de schoolgemeenschappen tekent een plaats te geven. Sinds het katholicisme als overkoepelende levensbeschouwing heeft afgedaan, is niet langer elke inwoner van een dorp 'automatisch' parochiaan. Een pastoor kan niet langer zeggen dat alle inwoners op het parochieterritorium ook effectief parochianen zijn. "Christen - zijn" en behoren tot de katholieke Kerk vergt vandaag een uitdrukkelijke keuze. De culturele stabiliteit waarin het individu zich in overgeleverde kaders hoefde in te schrijven, is verdwenen. Het huidige parochienetwerk is niet aan deze situatie aangepast. En dus is er een drastische 'uitdunning' van de parochies aan de gang en het bestaande parochienetwerk dat erop gericht was Vlaanderen tot in de kleinste uithoeken parochiaal te 'overspannen' is aan herziening toe. Kerken worden gesloten omdat het niet langer verantwoord is ze met gemeenschapsgeld open te houden voor een handvol gelovigen dat ze in het weekend regelmatig bezoekt. Bovendien wijzen sociologen erop dat het katholicisme in ons land door zijn eeuwenlange monopoliepositie, vandaag voor velen alleen als 'religie-bij-gebrek-aan-alternatief' functioneert.

Religieuze dienstverlening blijft actueel

Tegelijkertijd stelt men vast dat er nog een onevenredig hoge vraag blijft naar religieuze dienstverlening bij belangrijke overgangsmomenten. In juli 2001 publiceerde een krant nog een recent onderzoek van de K.U. Leuven. De sociologe Anne Van Meerbeeck publiceerde haar doctoraat waaruit blijkt dat in Vlaanderen toch nog altijd 73% van de borelingen ten doop wordt gedragen (in de jaren '70 was dat nog 96%). Opmerkelijk is dat van de gezinnen die zichzelf nog amper als gelovig omschrijven nog 80% hun kinderen laten dopen.

De daling van de kerkelijke huwelijken echter is meer spectaculair: van 91,8 naar 51,2%.

Begrafenissen blijven in Vlaanderen het populairste ritueel met een kleine daling van 91,3 naar 83,6%.

De verklaring die Van Meerbeeck hieraan geeft: "Dat doop en dood nog de meeste mensen naar de kerk drijven heeft ermee te maken dat je bij deze twee rituelen een beslissing met gevolgen voor iemand anders neemt. En dan wil je op veilig spelen, dus maak je de meest neutrale keuze".

Al gaat maar amper 13% wekelijks naar de kerk, 59% noemt zich toch kerkelijk. Daar zit echter ook de groep bij die niet meer in het bestaan van God gelooft, maar nog wel waarde hecht aan volksreligieuze rituelen. In de groep met het zwakste kerkgeloof laat 87,5% hun kind dopen. Er zijn ook mensen die zich niet bij één of andere godsdienst of kerk betrokken voelen, maar nog wel in 'iets' geloven. Wat drijft dan jonge ouders om toch nog een doopsel te vragen? Volgens Van Meerbeeck: "Het is niet, zoals velen denken, alleen maar conformisme of goedkope show. De behoefte aan een ritueel is groot, zowel uit familiale, sociale als religieuze overwegingen. De kerk ziet het doopsel als de opname van het kind in de kerkgemeenschap, maar de ouders zien het doopsel als de 'opname van het kind in de familie'. … De drang naar controle bij ouders is groot, ook over het irrationele. Ze willen het beste voor hun kind, waarvan ze het leven en het lot niet in handen hebben. Uit dat gevoel dat de wereld groter is dan het vangnet dat ze hun kinderen kunnen geven, kiezen ze voor het doopsel. Want ze willen het kind niet alleen op medisch, ook op emotioneel en spiritueel vlak beschermen. Dus gaan ze van de dokter in de witte jas naar de priester met de witte stola. … Dat ook ongelovigen naar de kerk stappen voor een ritueel, heeft alles met het monopolie van de kerk in rituelen te maken".

Aan de monopoliepositie inzake riten wordt ook gesleuteld. Weldra komt er naast de kerkelijke huwelijksviering allicht een viering voor mensen die geen voeling meer hebben met de kerk. Meerdere gemeentebesturen organiseren reeds een meer uitgebreide huwelijksviering op het gemeentehuis. In GVA van 11 juni 2001 kon men ook lezen dat VZW "Het Moment" een alternatief biedt voor het kerkelijk huwelijksritueel als ankermoment. De richtprijs voor de viering is 15.000 frank (375 euro) en de voorbereiding gebeurt in 3 à 4 bijeenkomsten! Voor velen van de koppels die wij over de vloer krijgen wordt het reeds teveel om als voorbereiding nog eens met een ander koppel te gaan praten en de 8.000 frank (200 euro) die als vastgesteld tarief geldt in het bisdom Antwerpen vinden velen ook al schrikkelijk veel …!

Vermindering van parochies

In meerdere bisdommen dateren de beleidsnota's over rationalisering reeds van het midden jaren 80. In het bisdom Brugge werden de 25 decanaten herleid tot 19 en de 366 parochies gegroepeerd in 92 federaties. In Antwerpen is de federatievorming niet opgelegd. Van de 312 parochies is een derde reeds gebundeld in een federatie. In Vlaams-Brabant en Mechelen werden de 40 decanaten teruggebracht tot 15 en de 416 parochies vormen 73 federaties. In Hasselt werden 312 parochies gegroepeerd in 65 federaties. In Antwerpen blijven er sinds 1 j anuari 2005 nog 5 decenaten over met 48 federaties en 299 parochies en 9 kapelanijen.

Een en ander hangt natuurlijk samen met het dalende priesteraantal. Iedereen blijkt het erover eens dat de loskoppeling van ambt en celibaat welkom zou zijn, maar het zou de crisis niet oplossen omdat deze fundamenteel een geloofscrisis is waar ook niet-katholieke gemeenschappen mee kampen.

Schaalvergroting is dus in de meeste bisdommen de optie. Wij gaan wellicht terug naar situaties die bestonden, maar die wij vergeten zijn. In zijn boek Pastoor De Vos en zijn tijd schrijft Hendrik Kanora dat toen pastoor De Vos in 1775 in Ekeren aankwam - hij was 28 jaar - de St.- Lambertusparochie (Ekeren) de zielzorg had over 26 gehuchten met zo'n 4000 inwoners, sommige gehuchten lagen 2 volle uren van de kerk verwijderd. Kapellen en Hoevenen waren reeds zelfstandige parochies, Brasschaat behoorde nog tot Ekeren. In die tijd ging de grote meerderheid van de bevolking nog ter kerke en verplaatste de pastoor zich met paard en kar. Als wij nu de regelmatige kerkgangers tellen in het decanaat Ekeren komen wij misschien aan een gelijkaardig aantal pratikerende gelovigen.

Parochie in de kering

De pastorale overheid staat dus voor een soort dilemma: voor de kleine groep actieve christenen van morgen moet er op de nieuwe situatie ingespeeld worden om levendige gemeenschappen te behouden. Voor de vele "randkerkelijken" zullen de maatregelen wellicht moeilijk te verteren zijn. Zij komen slechts voor een doop, eerste communie of begrafenis in de kerk en zijn er niet op uit om met geloofsgenoten regelmatig gemeenschap te vormen en wat er verder in die kerk reilt en zeilt is meestal ver van hun bekommernissen. Traditioneel maakt vooral de plaatselijke parochie de kerkgemeenschap en het evangelie zichtbaar. Je kan er het goede nieuws beluisteren, de sacramenten vieren en de christelijke solidariteit beoefenen. We worden nu uitgedaagd te aanvaarden dat de parochie niet langer aan alle religieuze behoeften van de mensen tegemoet komt en niet langer heel de samenleving bestrijkt.

Er is ook het fenomeen dat het inwijdingsproces in het christendom bij de moderne mens niet langer lineair verloopt. In de buurlanden waar het kinderdoopsel al eerder in crisis is geraakt stelt men vast dat jongeren en volwassenen zich laten dopen. In Frankrijk is er ook het verschijnsel van de "herbeginners". Mensen die vaak 20 of 30 jaar ver van de kerk verwijderd waren en die om één of andere reden terug willen instappen. In Engeland en Frankrijk kennen de Alpha-groepen een onbetwistbaar succes. Beginners en herbeginners komen 10 maal samen voor een eerste evangelisatie ...

Wanneer is een parochie niet langer echt parochie?

Volgens de specialisten is dit wanneer zij niet meer voor de vitale functies kan instaan, te weten:

- over onvoldoende middelen en mensen beschikt om de catechese te organiseren

- wanneer de verscheidenheid ontbreekt en een parochie alleen maar uit ouderen bestaat

Daarom zullen in de toekomst wellicht nieuwe parochies moeten getekend worden met verschillende kerktorens, een soort net van vitale christelijke kernen. Het zal daarbij moeilijk zijn om alle kerkgebouwen te behouden als men verwacht dat de burgerlijke gemeenschap er de last van blijft dragen. Daarvoor is straks geen politieke meerderheid meer te vinden in ons land. Zullen de katholieken al die lasten zelf kunnen dragen met de 20 frank die zij nu 's zondags in de schaal werpen? Misschien nemen de bisschoppen best zelf initiatieven om niet door de politici met de rug tegen de muur geplaatst te worden…

Wanneer parochies niet langer meer als territoriale eenheden zullen functioneren, maar eerder als knooppunten waar je het levende evangelie kan ontmoeten dan zal er ook een ander model van voorgangers en een andere rolverdeling tussen leken en priesters moeten groeien. Misschien hebben wij wel wat te leren van de manieren waarop men in andere continenten kerk is. De 'jonge kerken' elders hebben onze situatie van elke buurt zijn priester en zijn kerktoren nooit gekend. Evangelisch leven is er zaak van kleine groepen in wijken en straten en de parochie functioneert veeleer als een centrum van animatie, vorming en coördinatie.

En Schoonbroek - Rozemaai ?

Sinds 1999 zijn er initiatieven genomen tot een grotere samenwerking met de parochie van Bunt. Dit is goed verlopen omdat beide parochies dezelfde pastor delen. Sinds januari 2005 spreken wij ook van de federatie Ekeren. Een federatieteam zorgt voor de pastorale coördinatie tussen Bunt - Schoonbroek/Rozemaai en Ekeren Centrum. Nieuwe initiatieven willen wij voortaan samen ontwikkelen.

De grote behoefte die wij ervaren is de vernieuwing en de versterking van onze groepen die ervoor zorgen dat iedereen een actieve inbreng kan hebben in het parochieleven en dat het niet een klein groepje van steeds dezelfde mensen is dat alles op zich neemt.

Het parochieteam, de liturgische werkgroep, de catechese van onze kinderen, de huwelijksvoorbereiding en de solidariteit met mensen dichtbij en veraf (Welzijnszorg, Broederlijk Delen) hebben nog nood aan jou actieve inbreng. Zou jij niet kunnen meewerken om onze gemeenschap dynamisch te houden? Alvast een hartelijk "dank u" aan de velen die tot hiertoe mee het parochieleven hebben gedragen en onze gemeenschap hebben gemaakt tot wat zij nu is.

Geef gerust jou idee om onze gemeenschap dynamisch te houden en steeds beter in te spelen op de verwachtingen van de bewoners van onze stadswijken.

reageer André Claessens
OF st.laurentius.schoonbroek@parochies.kerknet.be

EPILOOG

In het weekblad Tertio n. 209, 2004, p. 8 gaf Peter Vande Vyvere onder de titel "Naar een gemeenschap van gemeenschappen" een relaas over een studieweek voor Vlaamse seminaristen in het Diocesaan Pastoraal Centrum in Mechelen. Centraal stonden de vragen: hoe evolueert het parochieleven? welke klemtonen verdienen in de toekomst de aandacht en hoe ziet het profiel van de parochiepriester van morgen eruit?

In het najaar 2005, op 3-4 november ging in Drongen een vormingsdag door voor pastoraal personeel rond het thema "Een stad op de berg. Over de toekomst van de parochie". De Oostenrijkste pastoraaltheoloog Paul Zulehner leverde er ook een bijdrage. Volgens hem is de pastorale schaalvergroting die bijna overal wordt toegepast een kans om in de gewijzigde socio-culturele context een stap te zetten in de richting van een andere kerkelijke presentie en organisatie. Het herverdelen van het pastorale werk biedt immers de mogelijkheid om vrijgestelden deeltijds en op een innoverende manier werk te laten maken van projecten op vlak van diaconie en spiritualiteit en gericht naar diegene die we nu nergens of bijna nooit in ons kerkgebeuren weten te betrekken..

Ook René Hornikx in zijn inleiding voor de vijf decenaten van Antwerpen in mei 2005 Spiritualiteit: motor tot vernieuwing van geloofsgemeenschappen waarschuwde ervoor de kar niet voor de paarden te spannen. Hij schreef: "Op welke wijze kan het proces van neergang gestopt worden of op welke wijze kan vernieuwing plaats vinden? Voor mij is duidelijk dat de parochie neit meer groeit. Hoe kunnen we het verval van de parochie tegengaan? Dat kan door opnieuw en als eerste aandacht te besteden aan de droom, de visie. We moeten als het ware opnieuw aandacht hebben voor onze bronnen. En daarin moeten we als eerste investeren. En dat kan niet met de hele gemeenschap. Bij voorkeur gebeurt dit in kleine groepen, voortrekkersgroepen. Duidelijk is ook dat allerlei maatregelen in de organisatorische sfeer niet tot vernieuwing leiden. ... Ik zie vooral in de praktijk dat in de eerste plaats werk wordt gemaakt van de verkaveling van het parochielandschap. Dit is een maatregel in de sfeer van de organisatie. Hier als eerste mee beginnen houdt gevaren in. Een groot gevaar dat dreigt is de versnelling van de neergang. En ik stel in processen van samenwerking waar men met reorganisatie begint een daling van betrokkenheid vast".

Beste lezer, wat denkt u daarover? Hebt u meer spirituele honger dan organisatorische verlangens? Aan welke nood komen wij volgens u niet tegemoet in onze parochies?