Sacramentenpastoraal en tweesporenbeleid


HomeInterviewAndré WereldwijdKerk en wereld gezien door de bril van AndréDooppastoraalSacramentenpastoraal & tweesporenbeleidTer discussie: Parochie in de brandingTer discussie 2 Over identiteitPersoonlijke bibliografieEerste communieActuaFamilieGastenboek


Federatie Ekeren

VISIE OP EEN SACRAMENTENPASTORAAL ANNO 2010


Deze tekst werd aanvankelijk opgemaakt als voorbereiding op een discussie met de parochieteams van de federatie Ekeren in 2002 en werd bijgewerkt in oktober 2010 naar aanleiding van het Jaar van de sacramenten.

Beknopte bibliografie

Bisschoppelijke Commissie Kerk en Geloof 2002, Ritueel en sacrament. Een aanzet tot reflectie onder pastoraal verantwoordelijken, Licap, 2002, 46 p.

IDEM, Opnieuw geboren worden. Leven vanuit de sacramenten (Verklaring van de bisschoppen van België, n. 38), 2010, 49 p.

AERENS L., Catechese van de weg, IPB uitgave, 2009, 34 p.

DANNEELS G., De tuin der zeven bronnen. Over de sacramenten, Persdienst Mechelen, 1993, 70 p.

ID., "Rituelen in, sacramenten out?", in Tijdschrift voor Liturgie 86(2002)306-322.

DE LANGE E. & ROEBBEN B., "Geloven onder spanning. Sacramentencatechese anno 1999", in De kerk in Vlaanderen avond of dageraad?, Davidsfonds, Leuven, 1999, p. 210-228

ROEYERS G., "Verslag van de dekensessie" in Daco juli-aug. 2002, p. 151-152 (samenvatting van 12 p.beleidsvisie gegeven door de bisschop van Antwerpen)

GHESQUIERE R., Anders gevormd. Kiezen voor de lange weg, St. - Annaparochie, Oud-Heverlee, 103 p.

VAN DER VLOET J., "Woord of symbool? Enkele vragen rond de relatie tussen beeld en woord in de liturgie" in: De toekomst van de parochie. Hand -en werkboek, Wommelgem, Den Gulden Engel, 1988, p. 158-168

CLAESSENS A., Kerk op het kruispunt tussen gisteren en morgen, Zomer 2001, 15 p.

IDEM, Parochie in de branding. Gedachten naar morgen toe - een uitnodiging om mee te denken, Herfst 2001, 4 p. (op deze website)

IDEM, Over de identiteit van de christelijke bewegingen. Discussietekst, Zomer 2002, 3 p. (idem)

IDEM, Welke dooppastoraal in een geseculariseerde samenleving, Winter 2002, 4 p.

Woord vooraf

De laatste jaren is er veel gepubliceerd rondom parochie en liturgie, liturgie en sacramenten, sacramenten en pastoraal. Een blik op tijdschriften zoals Collationes, Tijdschrift voor Liturgie, Tijdschrift voor Praktische Theologie, Tijdschrift voor Geestelijk Leven, enz. tonen duidelijk aan dat het gaat over kernvragen voor de hedendaagse pastoraal in een geseculariseerde samenleving. Het is dan ook niet zo eenvoudig een vrij complexe materie in enkele bladzijden te verwerken tot een visietekst voor pastoraalverantwoordelijken in parochieteams. De materie heeft mij altijd bezig gehouden vanuit mijn cursus sacramentenleer op de seminaries in Kongo en Kameroen.

Een sterke sacramentenpraktijk én een uitgebreid verenigingsleven heeft de voorbije eeuw in ons land bijgedragen tot een doorgedreven katholieke identiteit. Nu moeten wij leren leven met deze verlieservaring en beseffen dat de terloorgang ervan niet betekent dat het met de Kerk gedaan is. Het is niet de eerste keer in de kerkgeschiedenis dat er "crisis" ontstaat. Dit is trouwens een grieks woord om "oordelen, onderscheiden" mee uit te drukken, het gaat dus ook om een groeikans.

De beschouwingen die volgen willen rekening houden met de nauwe verwevenheid die er sinds de Contra-Reformatie in het katholieke parochieleven is gegroeid tussen pastoraal als kerkopbouw en de viering van de sacramenten enerzijds en anderzijds ook met de veranderde situatie van het kerkelijke leven in de parochies in Vlaanderen, inzonderheid in het bisdom Antwerpen waar de secularisatie wellicht sterker voelbaar is dan in andere regio's. .

Eigenlijk gaat het erom zicht te krijgen op deze vraag: welke sacramentenpastoraal in dienst van welke kerkgemeenschap?

De tekst die de bisschoppelijke commissie over Ritueel en Sacrament heeft gepubliceerd is een belangrijk baken, want zo kennen wij de klemtonen die de bisschoppen belangrijk blijven vinden. Ook de visie die in Opnieuw geboren worden uitgedrukt wordt mag ons denken mee richting geven.

Deze twee teksten worden bij voorkeur gelezen vooraf.

1. Uitgangspunten

Ondanks het feit dat in vele parochies liturgische werkgroepen inspanningen doen om wekelijks vieringen aan te bieden die dichter bij de mensen staan dan de teksten uit het Romeins Missaal, zien we een vergrijzend publiek en een geruisloze terugval van het aantal pratikerenden. Er is een wijdverbreide opvatting die iedere week aan aanhangers wint: 'je kan toch een goed gelovige zijn zonder naar de kerk te gaan' of 'hij/zij was niet fanatief, mijnheer', waarmee wil gezegd worden dat de overledene niet wekelijks ter kerke ging !.

En toch is er ook een belangrijke groep 'randkerkelijken en seizoenpratikanten' die nog wel beroep doen op een kerkelijk ritueel (uitsluitend sacramenteel) en daarbij de kerkgemeenschap eerder benaderen als een service-instituut voor rituelen en niet langer als een christelijke gemeenschap waarin men thuis is en die wordt opgebouwd door ieders inbreng. De territoriale kerkopbouw komt door de "shopping" mentaliteit onder zware druk te staan. Mensen verstaan minder en minder dat er inhoudelijke verwachtingen zijn tegenover hun vraag.

De heropleving van religieuze belangstelling en zinvragen in onze cultuur hebben niet te maken met een levendig godsbesef, rituelen en symbolen bemiddelen dus gewoonlijk geen betrokkenheid op een persoonlijke en transcendente God zoals die in de bijbel en de kerkelijke traditie verkondigd wordt. Sacramenten veronderstellen dit christelijk geloof en voor wie daarin niet meer geïnitieerd is verliezen de sacramenten hun spirituele kracht en kerkelijke betekenis. Het worden riten waaraan de mensen zelf een of andere inhoud geven, die vaak niets meer te maken heeft met het Christus' mysterie dat gevierd wordt.

Hoezeer godsdienst ook een persoonlijke zaak is "dit betekent toch geenszins dat de inhoud van de geloofsbelijdenis kan verengd worden tot mijn individuele overtuiging. … Het geloof en de beleving van de sacramenten kan dus niet herleid worden tot mijn persoonlijke overtuiging hier en nu en losgeknipt worden van de traditie, tot op mijn maat. Authentiek christelijk geloven is beamen wat mij is aangereikt en gegeven, van wat God mij zegt doorheen de Kerk"

… "Tenslotte is het evangelie ook niet te herleiden tot een stel algemene waarheden en waarden… maar het is een concrete gepersonaliseerde relatie met een Levende …" .

2. Pastorale optie

In het bisdom Antwerpen gebruikte bisschop-emeritus P. Van den Berghe in 2002 voor het eerst in een beleidsdocument de termen 'minderheidskerk' en 'volkskerk'. Bij de vaststelling dat wij een afbrokkelende volkskerk zijn "zou men kunnen pleiten voor een drastische optie om ons consequent op te stellen als een echte minderheidskerk. Dat zou onze kerk een duidelijk profiel geven en een kans bieden om opnieuw missionair en dynamisch te worden. Maar dit veronderstelt een ware mutatie, en het is de vraag of we die wel aankunnen en willen. Daarenboven gaan wij aldus voorbij aan de reële pastorale kansen die het karakter van volkskerk ons nu nog geeft en in de toekomst ook nog zal geven.

Want als is het geloof nog iets anders dan religiositeit, we mogen het belang niet onderschatten van de volksreligiositeit. Wij opteren daarom om nog geruime tijd twee sporen tegelijk te volgen: ons voor te bereiden op een wending naar het type minderheidskerk en toch volop de kansen te grijpen die we als volkskerk nog steeds hebben".

Dit is tamelijk duidelijke taal voor pastoraal geëngageerden. Welke zijn de consequenties in de ogen van het diocesaan beleid? Altijd volgens de samenvatting in Daco:

- dit veronderstelt dat we verder rationaliseren: zolang mogelijk in elke parochie één eucharistieviering per weekend, liefst op zondag;

- samenwerken in federatie en decanaat;

- aanvaarden dat mensen naar een keuzeparochie gaan en ideaal is dat ze zich daar dan ook zouden inzetten, parochies die daar rijker van worden mogen solidariteit beoefenen met de anderen;

In hun bespreking trokken de Dekens destijds de aandacht op:

- de bisschop dwingt best de naleving van zijn eigen voorschriften af, zoniet moet de plaatselijke pastor ervoor opdraaien;

- groeiende aandacht voor hedendaagse problematieken maakt ook werkbegeleiding voor priesters gewenst;

- nood aan alternatieve vieringen want alleen daarbij sluiten jongeren aan;

- mensen vormen en met kleine stapjes uitnodigen tot actieve deelname;

Tot slot vertolkte de bisschop zijn diepe overtuiging:

"Soms denk ik dat God ons doorheen crisissen wil brengen tot het besef dat Hij alleen de grond van ons vertrouwen is".

3. Sacramentele vieringen anno 2010

Vanuit de theologische bezinning op de eigenheid van de christelijke sacramenten zoeken wij naar een manier om constructief met de situatie om te gaan in het bewustzijn dat "gezien de complexiteit en onvoorspelbaarheid van de situatie, die we met de Kerk in onze samenleving doormaken, kunnen we geen definitieve, algemeen geldende voorschriften of oplossingen aanbrengen. Wel kunnen we enkele belangrijke oriëntaties, aandachtspunten en prioriteiten aanreiken, zodat we gezamenlijk kunnen toegroeien naar een consensus voor de aanpak van de problematiek" (RS p. 33)

- het christendom is geen uitvloeisel van de mens, het is 'openbaring' en 'verlossing' dus moeten wij bij de bron beginnen: hoe onze tijdgenoten inwijden in het specifieke van het christelijk geloof en zijn praxis? 3 pistes:

° initiatie in het christelijke geloof is een pastorale prioriteit

Deze 3 pistes kunnen een belangrijke pre-sacramentele rol spelen en stapsteen worden in de richting van de sacramenten.

4. Pastorale houding

In de omgang met randkerkelijken die sacramenten vragen past een pastoraal van gastvrijheid en een 'pastoraal van de weg' die hen probeert aan te bieden wat ze op dat stadium in hun levens -en geloofsgeschiedenis aankunnen. Het is de bedoeling hen op weg te zetten om verder toe te groeien naar de ontmoeting met Jezus Christus en naar de geloofsgemeenschap. In die zin moet een 'alles-of niets' alternatief vermeden worden, evenmin kan er aan 'uitverkoop' van de sacramenten gedaan worden. Er mag wel degelijk iets verwacht worden van de kant van wie sacramenten vraagt. Een minimum aan geloof of openheid om daarin te groeien is vereist.

Pastoraal verantwoordelijken zouden de kunst moeten verstaan om de verschillende motieven van de personen die sacramenten komen vragen, te onderkennen om op die manier een adequaat antwoord te kunnen geven en een aangepast aanbod te kunnen doen. Men moet er rekening mee houden dat veel mensen voor het verwoorden van eventuele geloofsmotieven geen taal hebben.

Aan alle personen die sacramenten vragen, dienen hoe dan ook concrete mogelijkheden aangereikt te worden om dieper in te groeien in het christelijke geloof en gemeenschapsleven. Dat dit niet vanzelfsprekend is blijkt uit de weerstand die de nieuwe richtlijnen i.v.m. de doopselpastoraal in het bisdom Brugge (25 oktober 2010) bij een aantal mensen oproepen. Op vele plaatsen doopt men reeds lang niet meer in de materniteit en wordt er een voorbereiding op het doopsel aangeboden. Aangezien het bij een kinderdoopsel gaat om een engagement van ouders, peter en meter om het kind gelovig op te voeden is een voorbereiding op dit engagement toch wel gepast.

Personen die een passende voorbereiding weigeren, hoeven we niet in naam van de mensvriendelijkheid tot de sacramenten toe te laten, zo lezen we het reeds in het kerkelijk wetboek van 1983 !

Er zijn nogal wat personen die sacramenten vragen, maar toch geen toenadering wensen tot de christelijke gemeenschap. Met hen moet eerlijk en in overleg naar een gepaste oplossing gezocht worden. We kunnen die oplossing zoeken in de richting van het aanbieden van zinvolle alternatieven.

Voor sommigen kan dit misschien een tussenstap zijn naar sacramentele vieringen. In elk geval is er een grondige mentaliteitsverandering nodig, waarbij het besef doordringt dat sacramenten er zijn voor hen die er vrij en bewust voor kiezen. In specifieke sacramentenkwesties moet er bedachtzaam gezocht worden welke wegen er al dan niet kunnen bewandeld worden.

Wijsheid impliceert ook deemoed en respect tegenover het gegeven karakter van geloof en liturgie. De beproefde en krachtige sacramentele formules of geijkte credoformuleringen vervangen door allerhande eigen creaties, is niet altijd een vruchtbare weg.

5. Bedienaars

De toenemende schaarste aan gewijde bedienaars vraagt een grondige reflectie en tijd-ruimtelijke pastorale reorganisatie dringt zich op. Het zeer groot aantal kerkgebouwen en gebedsruimtes wekt nog steeds verkeerde verwachtingen (naar een overmatig aantal eucharistievieringen), er dient nog drastisch gesnoeid te worden.

Het is niet goed om het wezenlijke onderscheid tussen gewijde ambten en niet-gewijde te laten belanden in een grijze zone dit kan leiden tot een niet-hiërarchische kerkopvatting. Ook de grens tussen wat een sacrament is en wat niet, moet klaar zijn.

6. Sacramentenpastoraal in de federatie

6.1 Dooppastoraal

De huidige dooppastoraal op onze drie parochies loopt uit elkaar en het is voor de federatie belangrijk dat wij een gelijkgezinde dooppastoraal uitbouwen die het twee sporenbeleid van bij de aanvang concretiseert. Hoe kan dit gebeuren?

voorstel: twee avonden per maand voor ouderparen uit de drie parochies, de doopvieringen in principe overal per drie kinderen, tenzij er voor een bepaalde zondag onvoldoende kandidaten zijn.

De voorbereidingsavonden hebben tot bedoeling:

° geloofsleven van de ouders die de geloofsopvoeding op zich nemen van hun kind

° voorbereiding van de viering

- Voor hen die onvoldoende gemotiveerd zijn biedt men een alternatief aan. Wat is onvoldoende?

- onwetendheid over Jezus en zijn weg

- Paul Pas "aan de andere kant vind ik het wel erg als ouders hun kind laten dopen opdat het later in orde zou zijn. … Dit is als motief onvoldoende. Zo er geen christelijke beïnvloeding te voorzien is vanwege de ouders, zou het kind beter niet worden gedoopt. Alleszins zou zult motief voor mij niet volstaan. En het ware voor de kinderen zelf ook beter: dan kunnen ze desgevallend zich later nog laten dopen; dat is dan een persoonlijke ontdekking van het geloof"

- voor deze mensen is een pedagogisch uitstel gewenst zodat zij de kans krijgen te groeien in hun motivatie dank zij een catechetisch parcours en in afwachting van de viering van het doopsel kan hen een alternatieve viering worden voorgesteld: een viering van het nieuwe leven in het gezin met kinderzegen.

- Vragen: wie kan er in federatieverband met deze laatste groep ouders opweg gaan en wie kan deze alternatieve vieringen voorgaan? Eventueel een opweg gaan met het hele gezin? Luc Aerens: "we zouden mensen ruimer kunnen uitnodigen: niet enkel de vormelingen, maar heel hun gezin, broertjes en zusjes en zelfs vrienden en vriendinnen. Ja, dan zal onze activiteit er wel anders moeten uitzien: meer opener, meer aantrekkelijk ..."

Wie is er in het nieuwe werkjaar nog beschikbaar voor de dooppastoraa, vormselpastoraal ... ?

6.2 Eerste communie

Terloops: - Catecheten en godsdienstpedagogen zijn meer en meer de mening toegedaan "dat rituelen en sacramenten pas echt zinvol zijn als ze door volwassenen beleefd worden. …" Ons pleidooi culmineert in de optie voor een volwassen Kerk. Geloven is een zaak van volwassenen. In de jonge Kerk was dat vanzelfsprekend. We komen echter uit een hardnekkige traditie van sacramentencatechese voor (veelal jonge) kinderen. Die reductie suggereert dat geloven een kinderlijke aangelegenheid is, waarbij het er vooral op aankomt dat de kinderen alles 'gehad' hebben. Welke deugd kinderen en volwassenen daaraan gehad hebben, is vaak niet aan de orde. Die scheefgetrokken situatie maakt dat het ons vandaag enige moeite kost onszelf te overtuigen om effectief de wissel van de volwassencatechese te trekken". In dit verband pleit AERENS voor een catechese voor kinderen naar een catechese voor allen: "het gaat eigenlijk niet over een kinderzaak in de catechese. We beseffen stilaan dat geloof niet met de moedermelk wordt overgedragen. Iedereen, jong en oud, kan stappen zetten in zijn geloofsgroei. ... Daarop zou de catechese moeten inspelen met een aanbod op volwassenmaat" (zie Topic n. 4, 2010, p. 21)

- Het nieuwe leerplan godsdienst op de katholieke scholen geeft informatie, maar de catechese (die leidt tot het geloofsantwoord en die geloofs-voedend is) wordt aan ouders en parochie overgelaten.

Wat deze initiatie betreft hebben wij reeds een aanpak voor de federatie. Het volgende is voorzien.

- Reeds in 1974 legde een beleidsnota van het bisdom de nadruk op de ouders die zelf initiatief zouden nemen om naar de pastorale verantwoordelijke te stappen om hun kind aan te bieden voor de eerste communie, aangezien de ouders zelf kunnen uitmaken wanneer hun kinderen rijp zijn om de eucharistie te vieren. Dit willen wij nu uitdrukkelijker als mogelijkheid promoten.

De ouders die hiervoor kiezen kunnen eventueel aan de hand van het beschikbaar materiaal dat wij nu gebruiken (bv. werkmap van Hasselt) hun kind voorbereiden en met de parochie overeenkomen op welke zondag hun kind de eerste communie zal doen.

Er wordt dus wel verwacht dat deze kinderen regelmatig aan de kind -of gezinsvieringen deelnemen, want "communie" - "geloofsgemeenschap vieren", veronderstelt dat dit gebeurt en geleerd wordt op de plaats waar die geloofsgemeenschap samen komt en dat is meestal de parochie. Daar wordt de band met het doopsel en het vormsel gelegd. Kinderen die reeds van kindsbeen af deelnemen aan het leven en vieren v.d. gemeenschap kunnen anders benaderd worden dan kinderen die voor het eerst in de kerk komen bij hun eerste communie en de volgende keer voor hun vormsel!

- voor ouders die een gezamelijke viering wensen voor hun kind:

aan de ingeschreven kinderen en ouders werd vanaf maart 2006 maandelijks een werkdocumentje bezorgd dat stapsgewijze voorbereidt op de eerste communieviering.

Vanaf januari zal er een maandelijkse bijeenkomst zijn met de kinderen om met de kinderen de viering voor te bereiden. Wat dit betreft groeit de overtuiging dat men moet afstappen van heel speciale vieringen zodat de kinderen in een gewone viering niet meer herkennen dat het over hetzelfde gaat en dit dus maar een saaie bedoening vinden.

- In de periode tussen de inschrijving en de viering doet de federatie een vrijblijvend aanbod van 3 ouderavonden rondom het thema van gelovige opvoeding om de ouders te ondersteunen in hun taak als geloofsopvoeders:

* geloofsopvoeding in deze tijd; moeilijke vragen van kinderen (3de trimester eerste klas)

* bijbelverhalen en bidden met kinderen (1ste trimester schooljaar 2de klas)

* geloof vieren met de kinderen (2de trimester)

Er wordt verwacht dat ouders en kinderen aan enkele vieringen deelnemen om zo geleidelijk vertrouwd te geraken met het vieren van de eucharistie en het bidden van de christelijke gemeenschap. Voor vele ouders is de eerste communie van hun kind een gelegenheid om terug een stap te zetten naar de geloofsgemeenschap waarvan zij wat vervreemd zijn in de periode dat zij met kleine kinderen zitten. In deze vieringen moet er ook aandacht besteed worden aan het maandelijkse werkblaadje dat de kinderen ontvangen.

6.3 De eucharistievieringen

In onze parochies zijn deze samenkomsten praktisch nog de enige plaats waar volwassenen met het christelijke geloof en gebedsleven in contact komen.

De onderliggende problematiek van de huidige situatie is:

"Het grootste probleem in de traditiecrisis is wellicht de 'correlatiezwakte': mensen weten niet meer waarover geloven gaat, deels omdat ze de grondervaring van verwondering in hun eigen leven niet meer thematiseren en deels omdat het gelovig referentiekader (woorden en gebaren) niet meer verwerkt of vitaal gehouden wordt om ervaringen in de diepte te duiden. … Het probleem is eerder dat diepe levenslijnen niet meer in verband gebracht worden met de leeslijnen van het geloof. …

Kinderen van deze tijd zijn niet meer religieus gesocialiseerd, het religieuze is hen vreemd geworden, zowel in de betekenis van referentiekader als in de betekenis van diepte-ervaring. …

Naar aanleiding van het doopsel, de eerste communie of het vormsel van hun kinderen, naar aanleiding van hun eigen kerkelijk huwelijk, zou men volwassenen kunnen uitnodigen om zich te buigen over de brokstukken en restanten van hun eigen geloofsgeschiedenis ener te zoeken naar de krijtlijnen waarbinnen hun eigen religieuze beleving is ontstaan en gegroeid"

Nu is de viering als dusdanig niet de plaats om aan catechese in strikte zin te doen. Wel moeten wij in de toekomst in onze vieringen meer het thema van de geloofscommunicatie impliciet aan de orde stellen.

De vragen die zich stellen in onze situatie:

- wat is wenselijk en haalbaar als evenwicht eucharistie -en gebedsvieringen

- hoe zit het met de zaterdagavondvieringen, dringt een rationalisatie zich niet op, rekening houdend met het feit dat ook begrafenissen en huwelijken graag op zaterdag gevierd worden?

- wat zal onze concrete beleidslijn zijn inzake aanbod voor de begrafenisliturgie met of zonder eucharistie? durven wij bij de uitvaart van iemand die reeds jaren geen voet meer in de kerk heeft gezet en zich slechts heel vaag "gelovig" noemde resoluut oriënteren naar een gebedsviering? moeten wij wachten tot er haast geen priesters meer zullen zijn om verandering in de praktijk te promoten? Neen, in het bisdom Antwerpen zal er een beetje verlichting komen omdat vanaf 1 januari 2011 de gewone vorm van de uitvaartliturgie een gebedsviering zal zijn, voorgegaan door een gemandateerde leek of priester.

In 2004 werd in de parochie Ekeren-Centrum worden er opnieuw vieringen georganiseerd met en door jongeren (JOMOVI: jongeren mogen vieren). Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met Greta Van den Bogaert, Oorderseweg 84; greta.van.den.bogaert@belgacom.net .

    6.4 Sacrament van boete en verzoening

Over de oude biechtpraktijk hoor je veel negatieve geluiden en iedereen in kerkelijke middens beseft dat de maandelijkse biecht door de H.Hartbonden gepromoot veel goed heeft gedaan, maar ook sterk overdreven was. In een bijzonder snel tempo hebben katholieken de biechtpraktijk opgegeven. Kennelijk hadden zij de privé biecht nauwelijks als een genade Gods of als een zinvolle daad van henzelf ervaren. Nu stellen wij vast dat de boetevieringen eveneens delen in de crisis en de kerkleiding terug aandringt op een vernieuwde praktijk van het persoonlijk biechtgesprek. In bedevaartsoorden en sommige "biechtkerken" kan men vaststellen dat er een zekere nood daaraan bestaat.

Bekeren en verzoening blijven belangrijke thema's in het christelijk heilsaanbod.

Bekering en verzoening in het dagdagelijkse leven worden normaal in een sacramentele viering bezegeld.

Wij kunnen geen praktijk forceren, maar ons wel de vraag stellen: welke stappen kunnen wij zetten om ook onze pastoraal op dit vlak te vernieuwen?

- durven wij het hebben over de dagdagelijkse wijze om vergeving van dagelijkse zonden te verkrijgen?

- is ons aanbod voor kerstmis en pasen voldoende? welke vernieuwing is mogelijk? moeten wij ook hier meer naar één viering voor de hele federatie?

- moeten wij in de federatie een dag en uur voorzien voor meer persoonlijk biechtgesprek zodat christenen die het verlangen niet elders op zoek moeten?

6.5 De Ziekenzalving

Ook dit sacrament doet het niet zo goed. Nog vele mensen blijven wachten tot de zieke het bewustzijn verloren heeft alvorens een priester wordt geroepen. De vernieuwde kijk op het sacrament is echt nog geen gemeen-goed geworden.

Er zijn ziekenzorg-kernen die regelmatig een gezamelijke viering voorzien voor hun leden die de zalving verlangen. Naarmate Ziekenzorg echter ook het katholieke kleed zal afleggen in de toekomst zal er op dit soort vieringen niet meer kunnen gerekend worden om onze ziekenpastoraal te ondersteunen. Wat dan?

Welke oriëntaties kunnen wij nu reeds nemen?

        6.6 Het vormsel

Vormsel Bunt

Vormsel Schoonbroek

De vormselvoorbereiding voor de 12 - jarigen kampt meer en meer met de moeilijkheid om nog goede catechisten te vinden. Op vele plaatsen werd de Kringwerking reeds tot één jaar terug gebracht en meer en meer wordt de vraag gesteld of er ook hier geen twee sporenbeleid moet komen. Hoe kan dit eruit zien?

- bij het einde van de lagere school een feestelijke overgangsrite aanbieden gecentreerd op de persoonlijke hernieuwing van de doopbeloften. Hieraan zou een minimale voorbereiding vooraf gaan.

Dit zal voor vele jongeren het moment zijn van viering van het (voorlopig) plechtig afscheid.

"Vele jongeren gooien het geloofsaanbod weg als 'dat is iets uit onze kindertijd'. Deze groep stagneert in de geloofsgroei en komt vaak niet verder, tenzij ze volwassenen ontmoeten die zo levensécht geloven dat het 'beklijft' en aan het denken zet. De enkele jongeren die je ontmoet die persoonlijk geloven groeien meestal op in een gelovig gezin en zijn tijdens hun puberteit in geloofsinzichten verder geëvolueerd. In individuele gesprekken kan je met hen over 'geloven' praten, in groep zullen ze zelden geloofsuitspraken doen uit angst hierdoor 'als vreemde eend' te worden geklasseerd".

- als wij eerlijk zijn durven wij misschien toegeven dat we het "rendement" van die enorme inspanning van vormselcatechese ieder jaar zien verminderen en we de grootste moeite van de wereld hebben om er catechisten voor te blijven vinden. Ouders voelen zich meestal ook niet toegerust om een handje toe te steken, tenzij voor het spelelement van de bijeenkomsten. De interdiocesane dienst voor catechese lanceert daarom: "We willen ook de meer gevormde vrijwilligers en vrijgestelden oproepen om van een catechetische pastoraal een echte prioriteit te maken. De nood aan verkondiging en initiatie zal steeds groter worden. We hebben hiervoor mensen nodig die als geloofslera(a)r(es) kunnen optreden en die aan de verschillende groepen een catechetische impuls kunnen geven. ... Ook de ouders, grootouders en familie van de vormelingen kunnen een rol spelen. Hoe groter de band met de geloofsgemeenschap, hoe meer zijeen catechetische bijdrage kunnen leveren. Dit is echter geen evidentie. Heel vaak zijn zij ook zelf geloofsleerlingen. Het is een hele uitdaging om deze volwassenen ook uit te nodigen tot het leven van de kerkgemeenschap". Hier liggen ongetwijfeld de grote uitdagingen en moeilijkheden

Wetend dat de praktijk van het kindervormsel behoort tot een bepaalde sociaal-culturele gestalte van de Kerk, stelt de vraag zich op vele plaatsen om naar een "lange weg" over te schakelen en met de enkelen, die na de laag-drempelige geloofsbelijdenis op 12 jaar geïnteresseerd blijven, op weg te gaan naar een vormselviering na de puberteit. Niet overal in Europa wordt er massaal gevormd op 12-jarige leeftijd! Ik pleit ervoor dat er binnen een federatie een gediversifieerd aanbod zou zijn.

Rutten vraagt zich af: "Terwijl scholen vaststellen dat ze in de huidige context niet meer aan geloofsinitiatie kunnen doen, wordt die opdracht helemaal naar de parochie doorverwezen. Moeten parochies daarom nu niet sterker worden ondersteund om nieuwe wegen te zoeken?".

"Er is morgen geen andere weg dan de lange weg", zei Mgr. Patrick Hoogmartens van Hasselt.

En nog Rutten: "Een groter gevaar is dat sacramenten vandaag 'dingen' worden die we vieren met mensen die amper betrokken zijn bij de plaatselijke kerk en die niet openstaan voor gelovige groei. Is het daarom niet aangewezen het vormsel te vieren op een leeftijd die iets bewuster keuze voor een meer christelijke levensstijl mogelijk maakt? Zeker in een tijd waarin de zinvragen almaar prangender worden, bewijzen we jongeren een dienst door hen het geloof te helpen ontdekken als een bewogenheid, als een bevrijdend en dragend gebeuren".

Durven wij oriëntaties naar de toekomst nemen?

- voor de 12-jarigen: minimale voorbereiding op geloofsbelijdenis eventueel in de paasnacht te vieren

- pluswerking starten met geïnteresseerden die uitloopt op een vormselviering voor het verlaten van de middelbare school

- hoe organiseren wij het overleg hierover binnen onze parochies? catechistengroepen? met ouders van vormelingen?

- hoe zoeken wij mensen om die pluswerking te dragen? JOMOVI is zeker een mogelijkheid om actiever te promoten. Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat ook de tieners uit de federatie meer te weet komen over actieve christelijke jongerenkernen in Vlaanderen?

6.7 Huwelijksviering

In GvA van 4 maart 2002 werden er een "altaarnatief" gepromoot voor de kerkelijke huwelijksviering.

Ook aan gemeentehuizen werd reeds gesuggereerd om van de huwelijkssluiting méér te maken dan nu gebruikelijk is en zo een alternatief te bieden ook aan niet kerksen. Deze trend zal zich wellicht doorzetten want er is een markt voor. Ook Rent-a-priest is actief in deze sector. Zij zijn aanwezig op huwelijksbeurzen. Hun tarieven liggen wel hoger dan de parochiale ...

Nu gebeurt de huwelijksvoorbereiding hoofdzakelijk langs een gesprek met een koppel en de pastoor. Tenzij in Antwerpen-Centrum waar de stadspastoraal een vrij uitgewerkt programma aanbiedt aan alle koppels die in één van hun kerken willen huwen.

Sommigen volgen een weekend rond relatie van Encounter Vlaanderen of in Hof Zevenbergen (Ranst). De meeste koppels stellen zelf een boekje samen.

"ook in de vraag om kerkelijk te huwen, kunnen diverse motieven meespelen: het zoeken van een mooi decorum, zich aansluiten bij een bestaande familietraditie, belang hechten aan een publieke erkenning van de relatie, vragen om Gods zegen, een engagement waar ook het persoonlijk geloof mee te maken heeft "

-Hebben wij iets aan te bieden aan koppels die nog niet aan een sacramentele huwelijkssluiting toe zijn, maar die gaan samenwonen en deze gelegenheid ook als christenen vierend willen duiden? of is deze "zondige" situatie voor ons een reden om niets aan te bieden?

-Wat durven wij als viering aanbieden voor de uit het echt gescheiden koppels die burgerlijk hertrouwen?

In Kerk & Leven n. 33 staat de brief van Mgr. Luysterman waarin hij vraagt deze mensen niet in de kou te laten staan. De Dienst Gezinspastoraal van Brugge publiceerde in 2000 een bundel (127p.) gebedsvieringen met burgerlijk hertrouwende echtgescheidenen. Durven wij dergelijke initiatieven promoten?

- Durven wij ook hier meer de gebedsviering met huwelijksinzegening promoten bij koppels die in de loop der jaren van de kerkgemeenschap zijn weggegroeid en die vervreemd zijn van de eucharistische praktijk?

- Wat kunnen wij aanbieden voor de koppels die een voldoende motivatie hebben om de huwelijkssluiting in een eucharistie te vieren én die bereidheid vertonen om terug op stap te gaan en ook hun geloofsleven wat te verdiepen?

NAWOORD

In Kerk op het kruispunt schreef ik enkele jaren geleden p. 11:

Wellicht zullen er toch keuzes moeten gemaakt worden die rekening houden met de steeds beperktere personeelsbezetting. De godsdienstsocioloog K. Dobbelaere pleit voor een zorgvuldig omspringen met de vraag van "seizoenkatholieken" naar overgangsrituelen omdat de rituele dimensie van het geloof een antwoord kan bieden op het zinzoeken bij geluks-,pijn -of verlieservaringen. De inhoudelijke prediking en vorming moet gericht worden op het verhelderen van die rituelen. De vraag daarbij is ook of die groep randkerkelijken wel voldoende zal openstaan voor andere dan priesterlijke bedieningen"

Pastoraaltheologen en catecheten zien weinig heil in de vanzelfsprekende toediening van sacramenten.

Zij pleiten ervoor om mensen eindelijk zelf subject van geloven te leren worden.

De pastoraal verantwoordelijken op het terrein zitten meestal tussen hamer en aambeeld. Dit wil zeggen: theoretische inzichten over de toekomst van de Kerk met een aangepaste sacramentenpastoraal én een vraag van concrete mensen die vaak geen benul meer hebben van het ABC van het christelijk geloof en die toch maar een ritus komen vragen.

In Tertio n. 209 van 11 februari gaf Peter Vande Voorde een samenvatting van de ideeën van pastoraal theoloog Klemens Armbruster. Volgens hem was de traditionele sacramentencatechese een onderdeel van de religieuze socialisatie. Zodra hij in die katholieke biotoop opgenomen was, moest de jongvolwassene zelf de katholieke cultuur ondersteunen en doorgeven. Toen die cultuurkatholieke biotoop - zeg maar volkskerk - verzwakte en zelfs uiteenveel, verloren de methodes van socialisatie in dat milieu hun effect. Dat systeem ziet Armbruster niet langer vruchten afwerpen omdat het zijn laatste intensieve vorming op jeugdniveau aanbiedt. Alsof dat volstaat om vervolgens als volwassene gelovig te zijn - in een milieu dat dit geloof geenszins ondersteunt. In een niet-christelijke cultuur hebben volwassenen geloofservaringen op volwassenenniveau nodig. Wanneer catechese zich niet - ook en vooral - tot volwassenen richt, haalt ze niets uit. Bovendien heeft die volwassenencatechese nood aan een radicaal ander perspectief dan de kindercatechese van vandaag. Geloofsoverdracht is namelijk niet langer socialisatie, maar initiatie (p. 9).

Persoonlijk denk ik dat de Alphacursus ook in de toekomst in Vlaanderen een waardevolle bijdrage zal kunnen leveren. Jammer genoeg trekken onze bisschoppen deze kaart niet, ook al heeft deze benadering in het Verenigd Koninkrijk zijn deugdelijkheid bewezen en is ook in Frankrijk er een actieve ondersteuning.

Logo Alphacursus

Een twee sporenbeleid met een gediversifieerd aanbod kan uitkomst bieden. Voor minimaal gemotiveerden een service bieden waarin de mensen een milde Kerk kunnen herkennen die toch altijd met een viering Gods' Woord in Jezus blijft aanbieden en waarin taal en gebaar getuigen van een lage drempel. Vele van deze niet-sacramentele vieringen zullen door de leken kunnen voorgegaan worden.

Vinden wij nog voldoende mannen en vrouwen die zich hierop willen voorbereiden of zal het twee sporenbeleid in de federatie in de steigers blijven staan bij gebrek aan veldwerkers?

Voor mensen die erop bedacht zijn hun geloof te voeden ook in sacramentele vieringen zullen wij een aanbod moeten uitbouwen dat aan de spirituele noden van de hedendaagse mens tegemoet komt en dat ons toelaat een kern-gemeenschap op te bouwen rondom de eucharistie waarin de ontmoeting met de Verrezen Christus ons ook inspireert tot inzet voor de omvorming van onze wereld.

Zomer 2002, geactualiseerd in oktober 2010..

André Claessens, pastor.