vlaams parlement
/// dienst schriftelijke
vragen
adelheid byttebier
vlaams minister van
welzijn, gezondheid en gelijke kansen
Vraag nr. 38
van 28 november 2003
van de heer andré moreau
Chronisch vermoeidheidssyndroom - Beleid
1. Over
het chronisch vermoeidheidssyndroom bestaat er tot nu toe geen medische
consensus. Deze onduidelijkheid uit zich bijvoorbeeld in de vele benamingen die
nog steeds voor dit syndroom worden gebruikt, zoals ME (of myalgische
encefalomyelitis), fibromyalgie of, de laatste tijd meer en meer, CVS
(chronisch vermoeidheidssyndroom). De ziekte zelf is in België en Vlaanderen
(20.000 tot 30.000 Belgen zouden aan deze kwaal lijden) vaak nog omstreden,
niettegenstaande er internationaal aanvaarde diagnostische criteria bestaan en
ze erkend is door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) als neurologische
ziekte onder nummer G93.3, onder de benaming myalgische encephalomyelitis (ME).
Over het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) wordt er de laatste jaren meer
en meer gesproken. Is dit het gevolg van een toename van het aantal
CVS-patiënten in ons land ?
2. Reeds
verscheidene mensen hebben mij tijdens de voorbije jaren over deze ziekte
geschreven, zo onder meer : “… Hierbij durf ik een appél te doen op de Vlaamse
Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gelijke Kansen om deze problematiek
aan te kaarten op Vlaams niveau en structurele middelen te vragen om een
dergelijk expertisecentrum uit te bouwen, steeds in samenwerking met de
bestaande patiëntenverenigingen. Vlaanderen laat deze patiënten niet langer aan
hun lot over en durf tonen dat ook zij in onze regio gerespecteerd, gehoord en
erkend worden”.
De ziekte- en invaliditeitsverzekering in ons land is weliswaar nog steeds een
federale bevoegdheid, maar kan ook de Vlaamse overheid een expertisecentrum
voor CVS oprichten ?
Rekening houdende met het rationeel aanwenden van de schaarse financiële
middelen, moet de vraag worden gesteld of een dergelijke oprichting te
verantwoorden is. In de voorbije jaren kon ik van de toenmalige federale
minister van Sociale Zaken reeds vernemen dat hij (+-) 60 miljoen frank had
vrijgemaakt om een vijftal referentiecentra voor CVS in België op te richten.
3. Hoeveel CVS-patiënten hebben in 2002 een beroep gedaan op de Vlaamse zorgverzekering (niet-medische hulp) ?
4. Welk geldbedrag vertegenwoordigde deze niet-medische hulpverlening voor CVS-patiënten in 2002 ?
5. Wat heeft de Vlaamse overheid in de voorbije jaren in het kader van welzijn en gezondheid voor CVS-patiënten gedaan ?
Antwoord op de schriftelijke vraag nr. 38 van 28 november 2003 van de heer André Moreau, Vlaams parlementslid, betreffende het gevoerde beleid met betrekking tot het chronisch vermoeidheidssyndroom.
Ik heb de eer het geacht Lid mee te delen wat volgt:
1. In de ICD-10 classificatie plaatste de Wereldgezondheidsorganisatie in 1992 het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) inderdaad onder de nieuwe categorie G93, ‘Other disorders of brain’, en meer bepaald onder G93.3, Postviraal vermoeidheidssyndroom / benigne myalgische encephalomyelitis. De afkorting ME (myalgische encephalomyelitis) wordt in de internationale wetenschappelijke literatuur minder en minder gebruikt. In de Verenigde Staten spreekt men over CFIDS of chronic fatigue and immune dysfunction syndrome.
Een probleem hierbij is evenwel dat de afwijkingen ter hoogte van de hersenen die in de literatuur beschreven worden bij CVS-patiënten niet bij al deze patiënten terug te vinden zijn. Het chronisch vermoeidheidssyndroom is wellicht een heterogene groep van aandoeningen, waarvan de meeste - maar niet alle - van neurologische aard zijn. Niet alle CVS-patiënten hebben een aantoonbare ernstige virale infectie in hun voorgeschiedenis gehad of vertonen afwijkingen van hun immuunsysteem. Een aantal van de beschreven afwijkingen bij CVS zijn bovendien ook terug te vinden bij depressie, wat een psychiatrische aandoening is.
Het stresshormoonsysteem, het immuunsysteem, diverse neurotransmittersystemen en ook het centrale pijnverwerkingssysteem lijken bij CVS betrokken te zijn.
Er mag dus gesteld worden dat er nog tal van onduidelijkheden zijn op vlak van terminologie en classificatie van aandoeningen die onder de noemer ‘chronisch vermoeidheidsyndroom’ vallen. Volgens bepaalde auteurs zou er zelfs een verschil in medisch taalgebruik bestaan tussen Vlaanderen en Franstalig België, waarop respectievelijk de Angelsaksische en de Franstalige medische literatuur afstralen. Voldoende betrouwbare cijfers om een trend van voorkomen weer te geven, ontbreken omwille van bovengenoemde redenen vooralsnog.
2. Een Vlaams expertisecentrum oprichten voor CVS lijkt mij momenteel niet aan de orde te zijn. Het onderzoek dient zich te situeren in die instituten die hiertoe een maatschappelijke opdracht hebben, met name de universiteiten, zolang de aard van de aandoening nog opheldering behoeft via een wetenschappelijke benadering. U haalt bovendien terecht aan dat de vorige federale minister een vijftal referentiecentra voor CVS in het leven heeft geroepen, gespreid over gans België. Hier wordt de combinatie van cognitieve gedragstherapie en progressieve fysieke training toegepast en aangeboden aan CVS-patiënten.
3.
Om beroep te kunnen doen op de Vlaamse zorgverzekering moet
men ernstig en langdurig zorgbehoevend zijn. Dit zorgbehoevend zijn kan worden
gemeten met verschillende instrumenten, zoals de BEL-profielschaal, de
Katz-schaal, enz. Bij de meting van de zorgbehoefte speelt de aandoening die
oorzaak is van deze zorgbehoefte geen rol en wordt dan ook niet geregistreerd.
Het is dus onmogelijk te zeggen of en hoeveel CVS-patiënten een beroep doen op
de Vlaamse zorgverzekering.
4. Om dezelfde redenen als onder punt 3 is het ook niet mogelijk te achterhalen hoeveel geld er vanuit het Vlaams zorgfonds naar CVS-patiënten gaat.
5. Het Vlaams welzijns- en gezondheidsbeleid laat zich met de huidige stand van zaken en binnen de huidige bevoegdheidsverdeling tussen de federale staat en de Gemeenschappen niet opsplitsen naar één welbepaalde pathologiegroep. De hoofdreden hiervoor ligt in het feit dat de curatieve zorgverstrekking in hoofdzaak gefinancierd en geregistreerd wordt via federale instanties zoals het RIZIV.