De verschillende gebieden besproken op deze pagina worden niet beheerd door Natuurpunt VZW.  Ze vallen echter wel binnen de grenzen Zedelgem, Ichtegem, Torhout en ze zijn zeker de moeite waard eens te ontdekken.

    Zedelgem

  1. Merkemveld
  2. Vloethemveld
  3. Vloethemveldzate
  4. Kasteelpark Loppem
  5. Torhout

  6. Wijnendale
  7. Groenhove
  8. Vrijgeweid
  9. Groene 62
  10. Ichtegem

  11. Stationsput

ZEDELGEM


Merkemveld

Het domein Merkemveld ontstond op de leengronden van de familie van Outryve d'Ydewalle.  Deze leengronden maakten deel uit van een groter heidegebied, dat aanleunde bij het Veld van Lichtervelde.  Omstreeks het einde van de 18e eeuw werd ca. 400 ha hiervan ontgonnen, waarbij het overgrote deel in bos werd omgezet.   Centraal in het domein liet de familie van Outryve een buitenverblijf optrekken.   Na de Belgische onafhankelijkheid bouwde ze er ook een kasteel.
Later kwam het domein in handen van baron Aloïs de Vrière.  Rond het kasteel liet hij een groot park aanleggen.  Onder het beheer van baron de Kerckhove d'Ousselghem kreeg het domein vaste vorm, met ruim 50 ha park en bos.  In 1984 wist de gemeente Zedelgem hiervan 12 ha te verwerven.  Door deze aankoop kon de verdere aantasting van het gebied voorkomen worden.
Ondanks de beperkte afmetingen vormt het gemeentelijk domein een biologisch en landschappelijk waardevolle entiteit.  Hieraan is de specifieke samenstelling van de bodem, waarbij zandgrond rust op een oppervlakkige laag klei en zandleem, niet vreemd.
Het bomenbestand vertoont in soort en leeftijd een grote verscheidenheid.  Het  bos bestaat overwegend uit gemengd loof- en naaldhout.  In de ondergroei en langs padranden treft men ondermeer Bosaardbei, Zenegroen, Tormentil, Kantig hertshooi en Boswederik aan.  Een kleiner terrein met vijver ('t Open Veldje) herbergt een rijke herpetofauna en heel wat libellensoorten.  Tot de broedvogels van het gebied behoren diverse soorten mezen (Staartmees), kleine zangertjes (Grauwe vliegenvanger, Gekraagde roodstaart, Spotvogel) en prooivogels (Torenvalk, Ransuil).
Bij het gemeentelijk domein leunen een aantal partikuliere bospercelen aan, naast een 18 ha groot speelbos en het Baasveldkasteel met park dat eigendom is van de familie Joly-Janssens de Bisthoven.

Ligging: bereikbaar via Zeedijkweg en Leliestraat Loppem/Zedelgem
Oppervlakte: 12 ha
Eigenaar: gemeente Zedelgem
Beheerder: gemeente Zedelgem i s m Aminal
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk op dreven en paden

Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen in West-Vlaanderen, West-Vlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994


Vloethemveld

Status: Militair domein
Domeinen van: Federale overheid
Ligging: Zedelgem - Snellegem- Aartrijke
Oppervlakte: ca 180 ha
Landschap/biotoop:
Het militair domein het Vloethemveld is een heideterrein dat bestaat uit natte en droge heide, natte en droge schrale graslanden, pioniermilieus, vennen, wilgenstruweel en eiken-berkenbos met struwelen en zomen.
Fauna en flora:
Rode dophei en tweenervige zegge zijn belangrijke atlantische heide-elementen. Onder de aanwezige planten behoren een 30-tal tot de Rode Lijst-soorten.  Zeer sterk bedreigde soorten zijn: draadgentiaan, dwergbloem, dwergvlas en kleverige ogentroost.
Beheer:
Het huidige beheer beperkt zich tot maaien en verwijderen van opslag op een héél beperkte oppervlakte.  Het herstelbeheer van de heide en heischrale graslanden dat met afdeling Bos en Groen zal gevoerd worden, zal in hoofdzaak inhouden: het verwijderen van de recente boomopslag en verbraming, het vrijmaken van de oeverzones van de vennen en het maaien van de heischrale graslanden.
Wandelen:
Gezien het gebied momenteel nog volledig militair domein is, is het momenteel niet toegankelijk.
Folder: Naar aanleiding van Open Monumentendag 2004 is door de gemeente Zedelgem & gemeente Jabbeke een folder uitgebracht.
Meer info: Agentschap voor Natuur & Bos West-Vlaanderen, Zandstraat 255, bus 3, 8200 Sint-Andries-Brugge (050/454165; natuur.wvl@lin.vlaanderen.be).

Bron: www.mina.be/natuur.html

Geschiedenis.

De naam Vloet(h)em wordt duidelijk als men weet dat het bos zowat 3 m lager ligt dan de Isenbaertstraat en de Diksmuidse Heerweg waardoor bij hevige regenval het water naar het lager gelegen gebied vloeit.
Ooit was Vloetem een zompig, moerassig stuk heide, eigendom van de graaf van Vlaanderen; door het volk "woestijne" genoemd.  In 1296 schonk Gwijde van Dampierre het goed aan het Brugse Sint-Janshospitaal.  Vele eeuwen later ploegden de hospitaalbroeders het gebied om tot vruchtbaar akkerland.  Hiertoe bouwden ze in 1550 een 1600 m lange aarden barm: de Vossebarm.  Die dijk moest het water, dat via de Diksmuidse Heerweg binnenstroomde tegenhouden, zodat het gebied achter de barm in cultuur kon worden gebracht.  Vóór de dijk ontstonden talrijke vijvers (o.m. 't maentje vijver).  Deze plassen werden tussen 1770 en 1882 gedempt en bebost, hoofdzakelijk met Grove den.  In 1796 werd het Vloetemveld overgedragen aan het OCMW van Brugge.
Na WO I werd het grootste deel - ong. 170 ha - onteigend door het ministerie van Landsverdediging voor de aanleg van een munitiedepot.  In 1980 werd het overige deel aangekocht door Waters en Bossen.  Het Vloetemveld strekt zich uit over Snellegem (170 ha) en Zedelgem (110 ha) waarvan 113 ha domeinbos en de rest militair domein.

Het bos is meestal vrij vochtig en helt af naar het noorden en naar de centrale beek toe; de hoogteligging bedraagt 10 tot 15 m.  De bodem bestaat grotendeels uit arme zandgrond.

Middel- en hakhout zijn niet aanwezig, ook al worden de bosranden vaak als hakhout behandeld ten einde de aanpalende landbouw niet te hinderen.  De naaldboompercelen (Grove den) zullen worden omgevormd naar loofbos (eik en berk).

Ligging: langs de Diksmuidse Heerweg (Zedelgem-Aartrijke) in Zedelgem rechts af langsheen (militaire) spoorweg.

Toegankelijkheid: behalve het militaire gedeelte, vrij toegankelijk

Bron: Wandelen door Westvlaamse bossen, Julien van Remoortere, Dicht-bij-huisgidsen Lannoo 1995

Het Vloetemveldbos ligt op een hoogte tussen 10 en 15 meter en helt licht naar het noordoosten.  Het paalt zowel aan de Zand- en Zandleemstreek als aan de Polders.   Ten noorden van de lijn Aartrijke-Zedelgem treft men immers zwak leemhoudende gronden aan, terwijl het zuiden van die lijn lemig zand overheerst.  Hydrografisch behoort het bos tot het verzamelgebied van de Jabbeekse beek, die afwatert naar het kanaal Brugge-Oostende.
Oorspronkelijk vormde het Vloetemveld een heide- en veengebied.  In historisch-geografische kontekst slaat de term "veld" op onvruchtbare, braakliggende gronden met heidebegroeiing.  Als niet-ontgonnen gronden waren de "velden" eigendom van de graaf van Vlaanderen.  Veelal konden dorpsgemeenschappen uit de omgeving er gebruiksrechten laten gelden.  Ten gevolge van de bevolkingsaangroei werden veel van die "wastines" vanaf de 13e eeuw voor ontginning prijsgegeven.  Zo ook schonk graaf Gewijde van Dampierre in 1296 het gebied rond Vloetemveld aan het Sint-Janshospitaal te Brugge.  De broeders van het hospitaal werd opgedragen het veld in vruchtbaar akkerland om te zetten.  Hiertoe wierpen ze aan de noordzijde omstreeks 1500 een 1600 meter lange dijk, de zgn "Vosseberm" op, om het kwelwater vanaf de hogergelegen Diksmuidse Heerweg tegen te houden.  Op deze manier ontstond vóór deze dijk een moerassig, waterrijk gebied dat later met de naam "Vloethevelt" werd aangeduid.
Tot 1796 bleef het gebied eigendom van het St-Janshospitaal.  Nadien werd het overgedragen aan de Commissie van Burgerlijke Godshuizen van Brugge (OCMW).  Op last van deze Commisie werd het gebied tussen 1770 en 1882 bebost, waarbij ook de vijvers werden gedempt.
Een groot deel van het bos (195 ha) werd in 1929 door het Ministerie van  Landsverdediging onteigend en als militair domein (munitie opslagplats) ingericht.   In 1980 kocht het Rijk de resterende bosgronden van het Brugse OCMW. Enkele jaren later werden ze door Aminal opengesteld voor het publiek.
Het huidige domeinbos omvat nagenoeg evenveel naald- als loofhout.  Het naaldhout is vrij homogeen en bestaat overwegend uit Grove den.  Daarnaast komen ook bestanden met Zwarte den, Douglasspar, Fijnspar, Sitkaspar en Lork voor.  Het loofhout vertoont een meer heterogene struktuur, met als dominante soorten Zomereik en Beuk.  Het ligt in de bedoeling om op termijn de naaldhoutpercelen ten dele om te zetten tot loofhout.
Langs de dreven en greppels komt sporadisch nog wat reliktvegetatie van heide voor (o m Struikheide, Tormentil, Pijpestrootje en Rode dopheide).  In het najaar vindt men er ook heel wat zwammen (russula's, boleten, Knolamanieten, melkzwammen, taailingen en mycena's).  Het gebied vormt een geschikt biotoop voor uiteenlopende vogelsoorten.   Vooral prooivogels (Buizerd, Wespendief, Sperwer, Torenvalk, Boomvalk en Ransuil) blijken er goed vertegenwoordigd.  Er zijn ook regelmatige waarnemingen van Boomklever en Kruisbek.

Ligging: bereikbaar via de Diksmuidse Heerweg langsheen de (militaire) spoorweg
Oppervlakte: 113 ha
Eigenaar: Vlaamse gewest
Beheerder: Aminal
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk

Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994

Recente geschiedenis.

...In 1995 wordt door de legerhervormingen het munitiedepot overbodig.  Een ministerieel besluit van de Vlaamse regering van 09 juni 1995 beschermt het hele Vloethemveld als landschap.   Het beschermde gebied dat ruim 500 ha beslaat, omvat naast het ex-militair domein ook de Snellegemse meersen en de omringende bossen, beheerd door Bos en Groen van Aminal.

Waterhuishouding en bodem.

Het Vloethemveld is een kom (laagste niveau 6 m - hoogste niveau 20 m) en staat dus overal onder invloed van een permanente grondwatertafel.  Het gebied heeft een scheidingslijn tussen drie beekstelsels: de Walebeek, de Moerletebeek en de Zabbeek.  Water van Aartrijke komt het gebied binnen en verrijkt de grote visvijvers die hierdoor massaal met Gele plomp begroeid raken.  Door de filterwerking verlaat het water het Vloethemveld als het zuiverste water van onze provincie.  De vochtigheid schommelt van zeer droog boven op de taluds, tot zeer nat, vooral in de winter wanneer bepaalde delen onder water komen.   De bodem bestaat overwegend uit zure zandgrond met een aanzienlijke variatie in zuurtegraad ( pH 4 - 7).

Knelpunten en beheer.(militair deel)

Een groot knelpunt voor het voortbestaan van de unieke vegetaties is de sterke verbossing die zich sinds het begin de jaren 1990 ontwikkeld heeft.  Door het stopzetten van het jarenlange intensieve beheer (de schutsdammen en de brandgangen werden constant gemaaid en het maaisel werd afgevoerd) is er door het gebied een massale braam- en boomopslag ontstaan.  Door deze verruiging komen vele zeldzame planten in de verdrukking.   Het herstelbeheer zal in hoofdzaak bestaan in het verwijderen van de boom- en braamopslag.  Gezien de waardevolle habitats en inhet bijzonder de grote natuurwaarde van de Rode dopheidevegetatie is dit een absolute prioriteit.  De beboste stukken zouden voorlopig met rust gelaten worden; hoogstens zouden de exoten verwijderd worden.   Wegens de Wielewaalpopulatie wordt gekozen om de populieren te behouden.

Bron: brochure Vloethemveld Open natuurdagen 05-06/05/2001


Vloethemveldzate

Geen informatie beschikbaar.


Kasteelpark Loppem

Het neogothisch kasteel dateert van 1859, het omringende park werd in 1873 aangelegd.   Het kasteelpark werd uitgebouwd in een zwierige Engelse landschapsstijl, waarbij zowel inheemse als exotische boomsoorten zijn aangewend.  Bij de aanleg werden ook tal van wilde planten als bodembedekkers gebruikt.  Deze stinseplanten bestaan vnl uit voorjaarsbloeiers.  Benevens Lelietje-van-dalen, Sneeuwklokje en Bosanemoon, is vooral de aanwezigheid van Stengelloze sleutelbloem merkwaardig.  Deze Atlantische plantensoort bereikt hier in het Brugse zowat de oostelijke grens van zijn verspreidingsgebied.  Het zuidelijk gedeelte is samengesteld uit diverse oude bomen.   Het is een restant van het "Balander Bosch" dat zich eeuwen geleden in de vallei van de Marsbeek uitstrekte. Hier vind men nog een aantal oude Zomereiken met een stamomtrek van ca. 5 m.  Gezien het voorkomen van tal van zeldzame plantensoorten (Keverorchis, Heelkruid, Vogelmelk, Eenbes e a) kreeg dit bosgebied een natuurbehoudsfunctie en is derhalve niet vrij toegankelijk.
Aan de rand van het kasteelpark situeert zich tevens en labyrint, dat in 1873 aangelegd werd.

Ligging: bereikbaar via de Steenbrugsestraat te Loppem
Oppervlakte: 20 ha
Eigenaar: Stichting Jean van Caloen
Beheerder: gemeente Zedelgem
Toegankelijkheid: kasteelpark vrij toegankelijk op wegen en paden - zuidelijk bosgebied (10 ha) niet vrij toegankelijk

Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994


TORHOUT


Wijnendale

Geschiedenis.

Het Wijnendalebos was generaties lang eigendom van de familie Matthieu de Wynendaele, die het als jachtterrein en houtleverancier beschouwde.  In 1983 werd het (voor de helft) aangekocht door de Vlaamse Gemeenschap.  Van de 175 ha, die deel uitmaken van een 265 ha groot boscomplex, liggen 60 hectaren op Torhouts en 115 hectaren op Ichtegems grondgebied.
Het bos ligt aan de zuidrand van het plateau van Wijnendale, met als hoogste punt het "Wijnendale fonteintje" (privé), ongeveer 40 m boven de zeespiegel.  Het laagste punt bevindt zich bij de oevers van de Kasteelbeek, 16 m boven het zeeniveau.   Het domein vertoont dus een sterk reliëf met regressieve erosie en veel brongebieden en beekjes.  De bodem varieert van arm via lemig zand naar kleiig alluvium.

Flora.

Het  bos bestaat uit een bonte mengeling van talrijke boomsoorten zoals Zomereik, Beuk, lork, Zwarte en Witte els, Gewone esdoorn, berk, olm, abeel, populier, Corsicaanse den en Fijnspar.  Bosbouwkundig is er een tendens naar het herstel van de vroegere middelhoutstructuur.  Maar in de toekomst zal tevens worden gewerkt aan het herstel van het hakhout.  Ongeveer 80 jaar geleden werd de Beuk geïntroduceerd met alle negatieve gevolgen voor de ondergroei (weinig of geen licht naar de bodem).  Het Wijnendalebos is arm aan jonge bestanden.  Het is wel een aantal monumentale eiken en Gewone essen - met een omtrek van ongeveer 3 m - rijk.
Door de variatie in reliëf en bodem groeien hier zeer veel planten o.a. Klaverzuring, Paarbladig en Verspreidbladig goudveil, Waterviolier, Maagdenpalm en zelfs heiderelicten zoals Pijpestrootje en Struikheide.  Maar op veel plaatsen rukt de Braam op.

Fauna.

Men signaleert geregeld Bunzing, Wezel en Hermelijn en sporadisch ook een VosBuizerd, Torenvalk, Ransuil en Sperwer zijn regelmatige gasten.  Soms lopen de Fazanten gewoon voor de voeten.

Ligging: langs de baan Torhout-Oostende, net vóór de grote bocht langs het kasteel van Wijnendale, links af een smalle kasseiweg (= Fonteinpad) naar een parking.

Toegankelijkheid: er is een vrij toegankelijke en een ontoegankelijke zone.

Bron: Wandelen door Westvlaamse bossen, Julien van Remoortere, Dicht-bij-huisgidsen Lannoo 1995

Het domein Wijnendale vormt de kern van het Torhoutse Houtland.  Het landgoed bestaat overwegend uit een aaneengesloten bos (ca. 265 ha), waarbij een ommuurd park met historisch waterslot aansluit.  De naam "Wijnendale" houdt een verwijzing in naar het wildrijke  karakter van de omgeving ("Wijnen" komt van "Wine", het Oud-Saksische voor wild).

Het bos  van Wijnendale vormt een relict van het vroegere woud, dat grote delen van Binnen-Vlaanderen eertijds bedekte.  Het gebied werd eerst op het einde vande 18e eeuw op grote schaal ontgonnen.  De aanleg van een aantal nieuwe wegen, zoals Brugge-Menen, Wijnendale-Beerst en Torhout-Oostende, speelden hierbij een voorname rol. Omstreeks de eerste helft van de 19e eeuw vormde Wijnendale een vrij uitgestrekt maar versnipperd bos.  Pas rond de eeuwwisseling verkreeg het zijn huidig aaneengesloten karakter met de strak geometrische percellering.

In 1984 verwierf de Vlaamse Gemeenschap een belangrijk deel van het bos.  Zo'n 80 ha werden als wandelgebied opengesteld.  Een aantal verharde paden zorgt voor een goede ontsluiting (ook voor kinderwagens en rolstoelpatiënten).
Het westelijk deel van het bos, de zgn. wetenschappelijke zone (93 ha) fungeert als rust- en stiltegebied.  Om verstoring van fauna en flora te voorkomen wordt  het bezoek er bewust beperkt.  Bij deze zone sluit trouwens het partikulier jachtlandgoed van de familie Mathieu aan.

Het bos van Wijnendale situeert zich op de zuidelijke steilrand van het gelijknamige plateau.  Het wordt in zijn algemeen voorkomen gekenmerkt door een relatief grote verscheidenheid.  Niettemin kan ook een vrij sterke antropogene invloed worden vastgesteld.  De bodemvormende sedimenten bestaan er overwegend uit lemige zandgronden en lichte zandleemgronden.  Op een aantal plaatsen dagzomen echter ook meer uitgesproken zandige formaties.  Als gevolg van de afwisseling van kleiige en zandige lagen in de ondergrond zijn sommige lagen daarenboven watervoerend.  Dit stuwwater geeft aanleiding tot het ontstaan van kleine beekjes (Venbeek, Waterbeek, Fonteinbeek, Kasteelbeek).  De ecologisch meest waardevolle boszones zijn dan ook langsheen deze bronbeken gelegen.  Twee bostypes van het Elzen-Vogelkersverbond komen hier voor: een rompengemeenschap van het vochtig Elzen-Essenbos met Zwarte els, Ijle zegge, Boswederik, Muskuskruid, Speenkruid e a en een fragmentair ontwikkeld Goudveil-Essenbos met als indikatieve soorten o m Paarbladig en Verspreidbladig goudveil en Gele dovenetel.  Voor het Goudveil vormt het Wijnendalebos de belangrijkste vindplaats inWest-Vlaanderen.
Op hellingen en in dalen overheersen meer voedselrijke bodems.  Hier groeit o m Kruipend zenegroen, Witte klaverzuring, Bosaardbei en Nagelkruid.  In voedselarmere gedeelten vindt men in de ondergroei vooral bramen en varens (Adelaarsvaren, Wijfjesvaren, Koningsvaren, Brede stekelvaren, Dubbelloof) naast Dalkruid, Valse salie en Boskruidkruis.   Sporadisch ontmoet men ook nog een aantal vertegenwoordigers van het heidemilieu: Pijpestrootje, Tormentil, Fraai hertshooi en Struikheide.
Het bos zelf is overwegend opgebouwd uit gemengd loofhout; slechts 10% van het bos bestaat uit homogeen naaldhout (o m Californische cypres, Weymouthden, Zwarte den en Fijnspar).   De bestanden vertonen doorgaans een oude middelhoutstruktuur.  Waar hooghout domineert (vooral forse Zomereiken, Populieren, Beuken en Gewone es) zijn de bestanden vaak aangevuld met naaldhout (in hoofdzaak Lork).  Hakhout is er ook met Zwarte en Grauwe els, Tamme kastanje en Gewone esdoorn.  De struiklaag wordt gevormd door Wilg, Berk, Vlier, Sporkehout, Gelderse roos, Meidoorn, ...
Door het sterk aaneengesloten karakter van het bos vertoont de fauna een soortenspectrum waarin vooral bosbewoners goed vertegenwoordigd zijn.  Onder de carnivoren kunnen o m Wezel, Bunzing en Hermelijn worden vermeld.  Hoewel  ook de Vos in het domein is gesignaleerd, geeft de sterke jachtdruk vermoedelijk weinig kansen aan deze predator.  Tot de meest markante  broedvogels van het gebied behoren o m Buizerd, Boomvalk, Nachtegaal, Wielewaal, Boomklever en Ransuil.  Voorts biedt het bos ook onderdak aan diverse sorten spechten, mezen en vele kleine zangertjes.  De beekbegeleidende bosgedeelten bezitten ook een rijke herpetofauna met Pad, Bruine kikker, Alpenwatersalamander en Kleine watersalamander.  Langs de beekjes zelf duiken vaak libellen,waterjuffers en vooral beekjuffers op.
Tot de rijkdom van het gebied draagt ook de ruime periferie rond Wijnendale bij.  Het domein ligt immers in een gevarieerd kultuurlandschap met tal van waardevolle vlak-, lijn- en puntelementen.  Zo herbergt een stuk weiland langsheen de Planterijdreef een moerasrelict met hoge botanische waarde (Breedbladige rietorchis).  Voorts is er ook de bekoorlijke mozaïek van graslanden, akkers en houtwallen in het grensland van Torhout, Ichtegem en Kortemark. Oostwaarts van het domein situeert zich tenslotte de oude spoorlijn naar Oostende, die als wandel- en fietspad werd ingericht (Groene 62).

Ligging: bereikbaar via de Oostendestraat (Planterijdreef e n Fonteinpad) te Torhout
Oppervlakte: 179 ha bos en 33 ha park
Eigenaar: Vlaamse Gewest en privaat
Beheerder: domeinbos: Aminal
Toegankelijkheid: domeinbos vrij toegankelijk - wetenschappelijke zone: uitzonderlijk geleide exursies (Aminal 050/45.41.58) - park en kasteel: gedeeltelijk toegankelijk tussen 15 mei en 15 september (mits inkomgeld)

Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994


Groenhove

Oorspronkelijk was Groenhove een nat heidegebied, dat later werd bebost.  Rond de 7e eeuw maakte het deel uit van het "Woud zonder genade", dat zich over het grootste gedeelte van West-Vlaanderen uitstrekte.  Archeologische vondsten (Romeinse munten) en de blootlegging van graven uit de tijd van Keizer Nero (54 - 68  n C) wijzen op een vroege bewoning van het gebied.
De naam Groenhove verwijst naar het gelijknamige "chalet forestier" dat de Brugse grootgrondbezitter Anatole Van de Walle hier in 1870 liet optrekken.  Na WO II werd dit landhuis afgbroken en op dezelfde plaats werd later het klooster "Virgo Fidelis" gebouwd.  Het huidige bosdomein is sterk versnipperd: een gedeelte behoort toe aan de kloostergemenschap, een stuk werd verkaveld en de resterende oppervlakte (13 ha) werd in 1972 door de stad Torhout aangekocht en als wandelbos opengesteld.
Groenhove is samengesteld uit een verzameling loof- en naaldhoutbestanden, die rond de (19 - 20e) eeuwwisseling  werden aangeplant.  Naast Zomereik, Beuk, Grove den en Fijnspar vinden we er ook enkele merkwaardige boomsoorten als Vleugelnootboom, Hickorynoot, Wilde kerselaar en Thuya.  Door de sterke verschillen in bodemtypes herbergt het domein tevens een grote soortenrijkdom aan kruiden, mossen, varens en paddestoelen. We treffen er o m Dalkruid, Tormentil, Blauw glidkruid en Veenmos aan.   In het bos ligt ook een heideveldje (ca. 3 ha) waarvan het beheer door de Houtlandse Milieugroep wordt waargenomen.
Naast de meest algemene vogelsoorten als Tjiftjaf, Houtduif, Vlaamse gaai en verschillende mezen, houden ook Grote bonte specht, Vink, Boomkruiper, Wielewaal, Goudhaantje en Ransuil zich in het gebied op.

Ligging: bereikbaar via Bosdreef en Groenhovestraat  te Torhout
Oppervlakte: 120 ha, waarvan 13 ha stadsdomein
Eigenaar: stad Torhout, private eigenaars
Beheerder: technische dienst stad Torhout
Toegankelijkheid: vrije toegang op wegen en  paden (voor wandelaars)

Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994


Vrijgeweid

Vroeger was het Vrijgeweid een "gemeen" gebied waar de bewoners de grafelijke toelating hadden hun vee vrij te laten weiden of grazen.  In de vorige eeuw was er nogal wat heide of "veld", waren er ondiepe vijvers  en heel veel hagen, bomenrijen, dreven en ander hout.  Opeenvolgende ontginningsgolven veegden al die wilde schoonheid ongenadig weg en de harde ruilverkaveling rond de tweede wereldoorlog maakte wegen en beken recht en saai, creëerde grootschaligheid, vierkante akkers en weiden en "saneerde" het meeste hout weg.

Bron: Wandelen in het Torhoutse Houtland tussen Brugge en Roeselare, Marcel Gevaert (1989 ?)


Groene 62

Geen informatie beschikbaar.


ICHTEGEM


Stationsput

Geen informatie beschikbaar.


Bovenstaande toelichtingen zijn overgenomen van de gemeenschappelijke website van Natuurpunt-afdelingen Brugge, Oostkamp & Beernem, waarop quasi alle natuurrijke gebieden uit het noordelijk deel van West-Vlaanderen worden besproken.  Klik hier om er een kijkje te nemen.