Start

Kennismakingsspelen

Balspelen
Tikspelen

1.Tweelingstikspel

Leerling1 een leerling2 geven elkaar de hand en vertellen elkaars naam. Samen tikken ze leerling3. Leerling1 mag nu afvallen. Versneld kan je dit met 2 tweelingen spelen.

2.Geheim agent

De groep wordt in twee gedeeld. De twee groepen plaatsen zich met de rug naar elkaar (ongeveer 3 meter van elkaar). De spelleider neemt van elke groep een leerling en plaatst deze twee leerlingen met de rug naar elkaar in het midden. De andere leerlingen draaien zich dan, op het teken van de spelleider, om. Nu moeten de beide groepen, door middel van gebaren, de leerling uit hun groep duidelijk maken wie zich achter hem bevindt. Nadat n van beide werd geraden herneemt de procedure zich. Je kan na enkele beurten de groepen herindelen.

3.Dierentemmer

En leerling staat in het midden van de kring. Iemand uit de kring noemt een naam. De genoemde leerling moet nu zo vlug mogelijk een andere leerling uit de kring bij naam noemen. Wordt hij door de leerling in het midden getikt voor hij een andere naam genoemd heeft, dan moet hij in het midden gaan staan.

4.Ik speel met de voeten van ...

Alle leerlingen zitten op stoelen in een kring. In de kring staat een leerling. Die zegt : "Ik speel met de voeten van ... (hier noemt hij drie of vier namen van leerlingen). De genoemde leerlingen moeten dan van plaats verwisselen. De leerling in het midden moet trachten een van de vrijgekomen stoelen te bemachtigen. wie overblijft begint opnieuw.

5.Dat doet me denken aan ...

Alle leerlingen zitten in een kring. Een leerling begint en zegt : "Dat doet me denken een paraplu, Piet". Piet gaat dan verder : "een paraplu doet me denken aan regen, Greet". Greet antwoordt dan : "regen doet me denken aan wolken, ...". Kan iemand niet vlug antwoorden, of niet juist, dan moet hij in het midden gaan zitten.