Alle diagnoses en behandelingen in de psychiatrie, en vooral in de biopsychiatrie, zijn gebaseerd op de stelling dat er zo iets bestaat als geestelijke ziekte of geestelijke aandoening of stoornis. Wat wordt bedoeld met 'ziekte' of 'aandoening' of 'stoornis'?
In zijn boek Is Alcoholism Hereditary? bespreekt de psychiater Donald W. Goodwin de betekenis van het woord
'ziekte' en trekt de conclusie ziekte is iets waarvoor men naar een dokter
gaat... Artsen worden geraadpleegd over alcoholisme en daarom is
alcoholisme, volgens deze definitie, een ziekte.
Als we deze definitie aanhouden, dan zouden ook de vraagstukken hoe
we de economie kunnen verbeteren, of hoe om te gaan met een
huwelijksconflict ziektes zijn indien we besloten hier een arts over te
raadplegen. Het is duidelijk dat dit niet is wat er bedoeld wordt met het
woord 'ziekte.' In zijn discussie over de betekenis van 'ziekte' geeft Dr.
Goodwin toe dat er een gelimiteerde betekenis van 'ziekte' is waarvoor er
een biologische afwijking aanwezig moet zijn. In dit pamflet tonen we aan dat er geen biologische afwijkingen zijn die de zogenaamde
geestelijke ziektes of geestelijke aandoeningen veroorzaken, en dat daarom
geestelijke ziekte geen biologisch bestaan heeft. Wellicht meer belangrijk,
overigens, zal ik aantonen dat geestelijke ziekte ook geen niet-biologisch
bestaan heeft - behalve dat de term wordt gebruikt om afkeuring aan te geven
aan een bepaald aspect van iemand z'n karakter.
Het idee van geestelijke ziekte als een biologisch iets is makkelijk tegen te spreken. In 1988 zegden Seymour S. Kety en Steven Matthysse , beiden hoogleraar aan de Harvard Universiteit, dat een onbevooroordeeld lezen van de recente literatuur verschaft niet de gehoopte opheldering van de catecholamine (neurotransmitter) hypothese, noch wordt er overtuigend aangetoond dat er andere biologische verschillen zijn die eventueel een kenmerk zijn voor de hersenen van patiënten met geestelijke ziektes (p148). In 1992 verklaarde een team van deskundigen, verzameld door het bureau van technische beoordeling van het congres van de V.S., in The Biology of Mental disorders dat er veel vragen blijven over de biologie van geestelijke ziektes. In feite heeft onderzoek alsnog voor geen een van deze ziektes specifieke biologisch oorzaken kunnen vast stellen. ... Geestelijke aandoeningen worden geclassificeerd op grond van symptomen omdat er als nog geen biologische aanwijzingen of laboratorium onderzoeken voor zijn (pp. 13-14, 46-47). In zijn boek The Essential Guide to Psychiatric Drugs zei professor psychiatrie Jack M. Gorman van Columbia Universiteit we weten eigenlijk niet wat de oorzaak is van welke psychiatrische ziekte dan ook (p.316). En in Toxic Psychiatry zei psychiater Peter Breggin er is niet aangetoond dat enige van de veel voorkomende psychologische of psychiatrische aandoeningen een genetisch of biologisch oorzaak hebben (p. 291).
Het wordt soms beweerd dat het 'genezen' (stoppen) door psychofarmaca van het denken, de emoties, en het gedrag dat geestelijke ziekte genoemd wordt bewijst dat er biologisch oorzaken aanwezig zijn. Het is makkelijk dit argument weer te leggen: Stel iemand speelt de piano, en je vindt dat niet leuk. Stel je dwong of overtuigde hem een farmacum te gebruiken waardoor hij zo zwaar belemmerd zou worden in zijn algemene functioneren dat hij niet meer de piano kon spelen. Zou dit bewijzen dat zijn spelen van de piano veroorzaakt is door een biologisch afwijking dat genezen is door het farmacum? Zo onzinnig als dit argument is, wordt het vaak op geworpen. De meeste, zo niet alle psychofarmaca zijn neurotoxisch, veroorzaken een algemene belemmering van het neurologisch functioneren. Dus ze stoppen wel het afgekeurde gedrag en mogelijk schakelen ze iemand zijn hersensfuncties zodanig uit dat hij niet meer zich boos, ongelukkig, of 'gedeprimeerd' kan voelen. Maar om dat een 'genezing' te noemen is absurd. Om hieruit de conclusie te trekken dat het farmacum een onderliggende biologisch afwijking die de oorzaak was van het afgekeurde gevoel of gedrag heeft genezen is eveneens absurd.
Wanneer zij geconfronteerd worden met het gebrek aan aanwijzingen voor hun geloof in geestelijke ziekte als een biologisch iets, zullen sommige verdedigers van de stelling beweren dat geestelijke ziekte kan bestaan en kan gedefinieerd worden als een 'ziekte' zonder dat het veroorzaakt wordt door een biologische afwijking. Het idee van geestelijke ziekte als een niet-biologisch iets vereist een wat langere tegenspraak dan het biologische argument.
Men acht iemand als geestelijk ziek alleen wanneer zijn denken, emoties of gedrag anders is dan wat men aanvaardbaar vindt, dus wanneer er anderen (of de zogenaamde patiënt zelf) iets van hem niet aan staat. Een manier om de absurdheid aan te tonen van iets geestelijke ziekte te noemen niet omdat het een biologisch iets is maar alleen omdat het ons niet aan staat of dat wij het afkeuren, is om te kijken hoe opvattingen verschillen in verschillende culturen, en hoe onze opvattingen veranderen met de tijd.
In zijn boek The Psychology of Self-Esteem schreef de wetenschapper psychologie Nathaniel Branden dat een van
de hoofddoelen van de psychologische wetenschap is definities te verschaffen
van geestelijke gezondheid en geestelijke ziekte. ... Maar er is geen
algemene consensus onder psychologen en psychiaters over de aard van
geestelijke gezondheid of geestelijke ziekte -- geen algemeen geaccepteerde
definitie, geen basisstandaard op grond waarvan de ene psychologische
staat kan onderscheiden worden van de ander. Veel schrijvers verklaren dat
er geen objectieve definities en standaarden kunnen opgesteld worden -- dat
een algemeen, universeel toepasbaar concept van geestelijke gezondheid niet
mogelijk is. Zij geven toe dat, gezien gedrag dat in de ene cultuur
beschouwd wordt als gezond of normaal in een andere cultuur beschouwd kan
worden als afwijkend of neurotisch, alle criteria een kwestie zijn van
'culturele vooroordelen'. De theoretici die deze opvatting aan hangen
beweren meestal dat het meest dichtbij dat iemand bij een definitie van
geestelijke gezondheid kan komen is: het conformeren met culturele normen.
Dus, zij verklaren dat iemand geestelijk gezond is in zo ver als hij 'goed
aangepast' is aan zijn cultuur. ... De vraag die een dergelijke stelling op
roept is: Wat gebeurt er wanneer de normen en waarden van een bepaald
cultuur onredelijk zijn? Kan geestelijke gezondheid inhouden dat men goed
aangepast is aan het onredelijke? Hoe zit dat dan, bijvoorbeeld, met Nazi Duitsland?
Is een vrolijke dienaar van de Nazi staat -- die zich rustig en gelukkig
voelt in zijn maatschappelijk omgeving -- een voorbeeld van geestelijke
gezondheid? (pp. 95-96).
Dr. Branden doet hier diverse
dingen. Ten eerste, hij verwart moraliteit met redelijkheid, doordat hij
suggereert dat respect voor mensenrechten redelijk is terwijl het in feite
een kwestie van moraliteit is. Dr. Branden is blijkbaar zo psychologisch en
emotioneel in zijn eigen waarden gesloten en er door verblind dat hij het
verschil niet kan herkennen. Ten tweede, Dr. Branden verklaart een deel van
zijn waarden. Onder deze waarden zijn: respect voor mensenrechten is goed;
en overtreding van mensenrechten (zoals bij nazisme) is slecht. En hij zegt:
Het overtreden van deze waarden is 'niet redelijk' ofwel geestelijke
ziekte. Alhoewel degenen die het beroep beoefenen het niet toe geven en er
vaak niet van bewust zijn, psychiatrie en 'klinische' psychologie gaan in
hun aard over waarden -- waarden die verborgen liggen onder een dun laagje
van jargon dat het doet lijken of ze niet gaan over het propageren van
waarden maar over 'gezondheid'. Het antwoord op de vraag die Dr. Branden
stelt is: iemand die in Nazi Duitsland woonde en er goed aangepast was, was
wel 'geestelijk gezond' volgens de waarden van zijn eigen maatschappij.
Volgens de waarden van een maatschappij die de mensenrechten respecteert was
hij zo ziek (metaforisch gesproken) als de rest van zijn cultuur. Overigens
zegt iemand zoals ikzelf dat zo iemand moreel 'ziek' is, en herkent
dat het woord 'ziek' hier niet letterlijk maar metaforisch wordt gebruikt.
Voor iemand zoals Dr. Branden die gelooft in de mythe van geestelijke
ziekte, is zo iemand letterlijk ziek, en heeft een arts nodig. Het verschil
is dat iemand zoals ikzelf zijn waarden erkent voor wat zij zijn:
moraliteit. Gewoonlijk heeft degene die gelooft in geestelijke ziekte,
zoals Dr. Branden, dezelfde waarden als ik, maar verwart ze met gezondheid.
Een van de meest schrijnende voorbeelden is homoseksualiteit, dat officieel gedefinieerd werd als een geestelijke ziekte door de American Psychiatric Association, de Vereniging van Psychiaters in de V.S., tot 1973 maar erna niet meer. Homoseksualiteit werd als geestelijke ziekte gedefinieerd op bladzijde 44 van hun standaard naslagwerk dat over de hele wereld als diagnostisch handvest geldt, de DSM-II (tweede editie, gepubliceerd in 1968). In dat boek wordt 'homoseksualiteit' omschreven als een van de seksuele afwijkingen op pagina 44. In 1973 werd in de American Psychiatric Association bij stemming gekozen om homoseksualiteit te verwijderen van de officiële diagnostische categorieën van geestelijke ziekte. Dus, wanneer de derde editie van dit boek werd uitgegeven in 1980, stond er in dat homoseksualiteit op zichzelf niet wordt beschouwd als een geestelijke aandoening (p. 282). De editie uit 1987 van The Merck Manual of Diagnosis and Therapy zegt dat de American Psychiatric Association homoseksualiteit niet meer beschouwt als een psychiatrische ziekte (p. 1495). Als geestelijke ziekte echt een ziekte was in dezelfde zin als lichamelijke ziektes dat zijn, dan zou het idee om homoseksualiteit of wat dan anders ook weg te laten uit de categorieën van ziekte door middel van een verkiezing net zo absurd zijn als dat een groep huisartsen kiest om kanker of de mazelen uit te sluiten van het concept van ziekte. Maar geestelijke ziekte is niet een ziekte zoals iedere andere ziekte. In tegenstelling tot lichamelijke ziekte, waar het om lichamelijke feiten gaat, is geestelijke ziekte geheel een kwestie van waarden, van goed en slecht, van passend versus ongepast. Ooit leek homoseksualiteit zo iets vreemd en moeilijk te begrijpen dat het nodig was het idee van geestelijke ziekte op te roepen om het uit te leggen. Na dat homoseksuelen zich weerbaar genoeg opstelden en hun kracht van het getal lieten gelden, en ten minste een klein deel maatschappelijke acceptatie opeisten, was het niet meer nodig en leek het niet meer gepast homoseksualiteit uit te leggen als een ziekte.
Een voorbeeld van cultuurgebonden waarden is zelfmoord. In veel landen, o.a. de V.S. en Groot-Brittannië, wordt iemand die zelfmoord pleegt, of het probeert, of er over denkt, beschouwd als ernstig ziek. Maar, dit is in de menselijke geschiedenis niet altijd het geval geweest, noch is het heden zo in alle culturen van de wereld. In zijn boek Why Suicide? wijst psycholoog Eustace Chesser er op dat noch in het hindoeïsme noch in het boeddhisme er geaarde bezwaren zijn tegen zelfmoord, en in sommige vormen van boeddhisme wordt geloofd dat zelfverbranding een bijzondere deugd heeft. Hij wijst er ook op dat de Kelten het wachten op ouderdom en zwakheid ongewenst vonden. Zij geloofde dat degenen die zelfmoord pleegden voordat hun kracht afzwakte naar de hemel gingen, en degenen die stierven aan ziekte of seniel werden naar de hel gingen - een interessante tegenstelling tot het christelijke geloof (p. 121-122). In zijn boek Fighting Depression wijst de psychiater Harvey M. Ross er op dat in sommige culturen wordt het van een vrouw verwacht zich op de brandstapel van haar overleden man te storten (p. 20). Waarschijnlijk de meest bekende maatschappij waar zelfmoord aanvaardbaar is is Japan. Liever dan zelfmoord, of harakiri zoals de Japanners het noemen, te beschouwen als bijna altijd veroorzaakt door geestelijke ziekte, beschouwen de Japanners het in sommige gevallen als het normale, maatschappelijk aanvaardbare, om te doen, zoals wanneer men beschaamd wordt of is vernederd door een of ander mislukking. Een ander voorbeeld waar zelfmoord werd beschouwd als normaal en niet gek in Japanse ogen zijn de kamikaze piloten die Japan in zette tegen de V.S. zeemacht tijdens de tweede wereld oorlog. Ze kregen genoeg brandstof mee voor een eenrichtingsreis, een zelfmoordmissie, naar waar de aanvallende V.S. troepen werden gesignaleerd en ramden met opzet hun vliegtuigen in de schepen van de vijand. Er is nog nooit een Amerikaanse kamikazepiloot geweest, in ieder geval niet officieel door de V.S.-regering uit gezonden. De redenen hiervoor zijn de verschillende houdingen tegenover zelfmoord in Japan en de V.S. Zou zelfmoord alleen gepleegd kunnen worden door mensen met een geestelijke ziekte in de V.S. en tegelijkertijd door normale mensen in Japan? Of wordt bij het aanvaarden van zelfmoord in Japan abusievelijk of hardnekkig over het hoofd gezien dat psychologische afwijkingen aanwezig moeten zijn bij iemand die een eind maakt aan zijn of haar eigen leven? Waren de kamikazepiloten geestelijk ziek of hadden zij en de maatschappij waaruit zij kwamen gewoon andere waarden dan wij? Worden niet zelfs in de V.S. (en Nederland) zelfmoordachtige daden gepleegd voor medesoldaten of voor het vaderland tijdens oorlog beschouwd als een heldendaad in plaats van als gekheid? Waarom vinden we dergelijke mensen helden en niet gekken? Het lijkt dat we mensen alleen beoordelen (of 'diagnosticeren') als gek of geestelijk gestoord wanneer ze hun eigen leven beëindigen voor egoïstische redenen, (zo van, ik kan het niet meer aan) en niet wanneer ze dat doen ten goede van anderen. Het echte vraagstuk lijkt niet zelfmoord te zijn maar egoïsme.
Wat deze voorbeelden aantonen is dat 'geestelijke ziekte' eenvoudig een afwijking is van wat mensen willen of verwachten in een bepaalde maatschappij. 'Geestelijke ziekte' is welk aspect dan ook in het menselijke karakter dat afgekeurd wordt door de gene die het omschrijft.
De situatie werd toepasselijk omschreven in een artikel in Omni uit november 1986: aandoeningen komen en gaan. Zelfs het concept van neurose van Sigmund Freud werd geschrapt in de DSM-III (1980). En in 1973 stemde de ledenraad van de APA (American Psychiatric Association) om bijna alle verwijzingen naar homoseksualiteit als een aandoening te wissen. Voor de verkiezingen werd homoseksualiteit beschouwd als een psychiatrisch probleem. Na de verkiezingen werd het probleem verwezen naar de zolder van de psychiatrie. 'Het is een kwestie van mode', zegt Dr. John Spiegel van Brandeis Universiteit, die president was van de APA in 1973 toen het debat over homoseksualiteit oplaaide. 'En modes veranderen steeds.
Wat is er mis met deze benadering die mensen omschrijft als psychiatrisch 'ziek' alleen omdat zij niet overeenstemmen met de visie van een diagnosticus of van andere mensen over hoe een mens zou moeten zijn in kleding, gedrag, denken of mening? Wanneer het neerkomt op het overtreden van de rechten van anderen, moet nonconformisme met maatschappelijke normen of waarden beperkt worden of gestopt met diverse middelen, bijvoorbeeld wetten tegen criminaliteit. Maar om dit nonconformistische of afgekeurde gedrag een 'ziekte' te noemen of om aan te nemen dat het veroorzaakt wordt door een ziekte alleen omdat het onaanvaardbaar is volgens de huidig heersende waarden is niet redelijk. De rede dat we dit doen, is dat we niet de echte redenen weten voor gedachten, emoties of gedrag waar we niet van houden. Wanneer we de echte redenen niet begrijpen, creëren we mythen om een uitleg te verschaffen. In vroegere eeuwen gebruikte men mythen over boze geesten of bezetting door demonen om onaanvaardbaar denken of gedrag uit te leggen. Vandaag de dag geloven de meesten van ons in plaats daar van in de mythe van geestelijke ziekte. Het geloof in mythologische ideeën geeft een illusie van begrip, en het is prettiger in een mythe te geloven dan te herkennen dat we het niet weten.
Het afgekeurde denken, emoties en gedrag bestempelen als geestelijke ziekte zou misschien te vergeven zijn als de mythe van geestelijk ziekte nut zou hebben, maar dat heeft het niet. Eerder dan ons te helpen om gaan met hulpbehoevende mensen of mensen die overlast veroorzaken, lijdt de mythe van geestelijke ziekte ons af van de echte problemen die aangepakt moeten worden. Het nonconformisme, het wangedrag en de emotionele reacties die we geestelijke ziekte noemen worden niet veroorzaakt door 'storingen in de chemische huishouding' of andere biologische problemen, maar zijn het resultaat van moeilijkheden die sommige mensen hebben met het voldaan krijgen aan hun behoeften, en het gedrag dat sommige mensen hebben geleerd tijdens hun leven. De oplossing is mensen leren hoe ze kunnen bewerkstelligen dat er aan hun behoeften voldaan wordt, hoe zich te gedragen, en het gebruiken van welke krachten dan ook die nodig zijn om mensen te dwingen de rechten van anderen te respecteren. Dit is de verantwoordelijkheid van onderwijs en justitie, niet van medicijnen en therapie.
De auteur, Lawrence Stevens, is advocaat die in zijn
praktijk veel psychiatrische clienten heeft vertegenwoordigd. Op zijn teksten
zijn geen auteursrechten van toepassing. U wordt uitgenodigd deze te
verspreiden bij diegenen waarvan u denkt dat ze er baat bij
zullen hebben.