Psychofarmaca zijn waardeloos, en de meeste zijn schadelijk. Velen veroorzaken blijvende hersenschade met de gewoonlijk voorgeschreven doseringen. Psychofarmaca en het beroep dat ze propageert zijn gevaarlijk voor uw gezondheid
The Comprehensive Textbook
of Psychiatry IV stelt dat de tricyclische type farmaca de meest effectieve soort
antidepressiva zijn (p. 1520).
Maar in zijn boek
Overcoming Depression zegt Dr. Andrew Stanway dat als antidepressiva werkelijk zo effectief waren als wordt
beweerd, dan zouden ziekenhuisopnames sterk zijn verminderd tijdens de
twintig jaar dat zij beschikbaar zijn. Helaas, dit is niet gebeurd(...). Vele
onderzoeken hebben aangetoond dat de tricyclische middelen nauwelijks
effectiever zijn dan neppillen, en sommigen hebben zelfs aangetoond dat ze
minder effectief zijn dan neppillen(p. 159-160).
In zijn leerboek Electroconvulsive Therapy legt Richard Abrams, hoogleraar Psychiatrie bij de
School voor Medicijnen te Chicago, uit waarom de in 1988 uitgegeven
editie bijgesteld moest worden tegenover de editie van zes jaar eerder:
tijdens deze zes jaren is de interesse in elektroshock enorm toegenomen...
Wat is verantwoordelijk voor deze evolutie in de Amerikaanse psychiatrie?
Teleurstelling in de antidepressiva misschien? Er zijn geen psychofarmaca gevonden die
meer nut hebben dan imipramine [een tricyclische farmacum], nu meer dan 30
jaar oud, en meer recentelijk in gebruik genomen middelen zijn of minder
effectief, of meer toxisch, of allebei.
Dr. Abrams meent dat ondanks de beweringen
van de fabrikanten, er geen noemenswaardige vooruitgang in de
farmacologische behandeling van depressie geweest is sinds die introductie van
imipramine in 1958 (p.xi).
In het
voorwoord bij dit boek stelt Max Fink, hoogleraar psychiatrie bij de
Staatsuniversiteit van New York bij Stony Brook, dat de reden voor het
toenemen van elektroshock (ECT) als zogenaamde therapie voor
depressie, een teleurstelling met de doeltreffendheid van
psychofarmaca is.
In zijn boek Psychiatric Drugs
bevestigt
de psychiater en arts Peter. R. Breggin: De meest fundamentele stelling
over de vaakst gebruikte antidepressiva is dat zij geen specifiek
antidepressieve werking hebben. Net als de neuroleptica waar zij zo nauw aan
verwant zijn, zijn ze zeer neurotoxisch en verzwakken ze de hersenen, en
bereiken hun werking door het verstoren van normale hersenfunctie (...). Alleen
de 'klinische mening' van voorstanders van psychofarmaca ondersteunen enige
antidepressieve werking (p. 160 & volgende).
In een artikel in het tijdschrift Newsweek (07-02-1994) staat dat
Prozac… en zijn chemische neefjes Zoloft en Praxil niet meer werking hebben
dan oudere behandelingen voor depressie (p.41). De
meeste mensen die ik heb gesproken en die zogenaamde antidepressiva hebben
gebruikt, inclusief Prozac, vertelden dat ze voor hun geen werking hadden.
Dit werpt twijfel op de vaak gemaakte bewering dat 60% of meer van de mensen
die zogenaamde antidepressiva gebruiken er baat bij hebben.
Er wordt beweerd
dat lithium helpt bij mensen wiens stemming herhaaldelijk wisselt van
vreugde naar wanhoop en terug. Psychiaters noemen dit manisch-depressief of
bipolaire gemoedsaandoening.
Lithium
werd voor het eerst omschreven als een psychofarmacum in 1949 door de
Australische psychiater John Cade. Volgens Clinical Psychiatry, een leerboek van de psychiatrie, merkte Cade tijdens het uitvoeren van dierproeven dat de dieren van lithium
lethargisch werden, dus kwam hij op het idee dit middel toe te dienen aan
enkele drukke psychiatrische patiënten (p. 342). Het leerboek omschrijft dit als
een keerpunt in de geschiedenis van de psychofarmacologie (p. 342).
Overigens, als men niet lethargisch wil zijn, lijkt
het gebruik van lithium weinig gunstig. Roger Williams, een voorstander van het gebruik van lithium als
psychiatrische behandeling, geeft toe dat lithium een
lichtelijk gedeprimeerd, in het algemeen lethargisch gevoel (p.20) veroorzaakt.
Hij noemt het
de standaard lethargie.
Overeenkomstig hiermee, kreeg een
van mijn familieleden de diagnose manisch-depressief en werd hem lithium
carbonaat voorgeschreven. Hij vertelde mij, jaren later: Lithium isoleerde
mij van de hoogtepunten maar niet van de dieptepunten. Het zou ons niet
moeten verbazen dat een lethargie-inducerend middel zoals lithium deze
werking heeft.
Het is merkwaardig dat
psychiaters soms beweren dat lithium depressieve gevoelens bestrijdt,
terwijl lethargie-inducerende middelen zoals lithium (en zoals de meeste
psychofarmaca) juist gevoelens van wanhoop en ongeluk bevorderen - ook al worden ze
antidepressiva genoemd.
Bij deze
categorie inbegrepen zijn Valium, Librium, Xanax, en Halcion.
De artsen die ze voorschrijven zeggen dat ze een kalmerende, antiangst,
paniekonderdrukkende werking hebben of nuttig zijn als slaapmiddelen.
Ieder die deze beweringen gelooft zou het artikel High Anxiety moeten lezen of hoofdstuk 11 in
Toxic Psychiatry van Peter. R. Breggin. Beiden beweren dat het omgekeerde eerder waar is. Zoals alle of bijna alle psychofarmaca genezen de
sedatieven niets, maar verzwakken zij enkel de hersenen. In een klinische
proef (Halcion
fabrikant Upjohn Co. verdedigt controversieel slaapmiddel, Miami
Herald, 17 december 1991, p. 13A) ontwikkelde 70% van de gebruikers van Halcion verlies van geheugen,
depressie en paranoia.
Volgens Newsweek (17 februari 1992, p. 58) hebben vier landen
het middel verboden. In zijn boek Toxic Psychiatry zegt Dr. Peter Breggin
over de sedatieven dat zij zoals bij de meeste psychofarmaca, leiden op lange termijn tot een toename van juist de symptomen die ze
verondersteld worden te doen afnemen.
In tegenstelling tot de bewering dat
sedatieven, neuroleptica en zogenaamde antidepressiva effectief zijn als
slaapmiddelen, is hun echte werking het blokkeren van echte slaap.
Toen
ik met een vriend die medicijnen studeerde een psychiatriecollege bijwoonde,
vertelde de docent ons dat onderzoek aangetoond heeft dat we niet hoeven te
slapen, maar wel moeten dromen. De droomfase van het slapen is het
belangrijkste deel. De meeste psychofarmaca, inclusief die gepropageerd worden
als slaapmiddelen of sedatieven, blokkeren deze belangrijke droomfase
en bewerkstelligen een staat die op slaap lijkt, maar in feite
een droomloos onbewustzijn is - niet slaap. M.a.w. slapen is een belangrijk
geestelijke activiteit die door de meeste psychofarmaca belemmerd of gestopt
wordt. Een gezondheidstijdschrift (Going Bonkers, eerste
uitgave, p. 75) adviseert om slaapmiddelen nooit te nemen
tenzij op voorschrift van een arts, en ook nooit langer dan tien
nachten achter elkaar. Ze verliezen niet alleen hun werking en
zijn verslavend, maar voorkomen de droomfase van het slapen, die
essentieel is voor onze geestelijke gezondheid.
Proeven met normale
mensen en slaaponthouding (Maya Pines, The Brain Changers,Harcourt
Brace Jovanovich, 1973, p. 105) tonen aan dat een gebrek aan slaap leidt tot hallucinaties. Dus
wat zou een van de logische gevolgen zijn van het gebruik van middelen die
echte slaap blokkeren?
Zo
schadelijk als de zogenaamde antidepressiva, lithium, en de zogenaamde antiangst
middelen of sedatieven zijn, ze zijn nog lang niet zo schadelijk als de
middelen die antipsychotica, neuroleptica of middelen tegen schizofrenie worden genoemd.
Inbegrepen bij deze categorie zijn Largactil, Haldol, Impromen, Leponex, Melleril, Semap, Orap,
Dogmatil, Dipiperon, Zyprexa en Risperdal.
In termen van de
psychologische werking veroorzaken deze middelen ellende - niet rust. Ze
wissen lichamelijk en neurologisch een groot deel van de gebruiker zijn
capaciteit om te denken en te handelen, zelfs bij de normale dosering.
Door
mensen hun functioneren te belemmeren is het mogelijk iedere vorm van denken
of gedrag die de psychiater afkeurt te onderdrukken. Maar dit is eenvoudig
mensen gehandicapt maken en geen therapie. Het middel belemmert tijdelijk of
schaadt permanent de gewenste én de
ongewenste karaktertrekken van iemand. Of en in welke mate de handicap veroorzaakt door het middel kan
terug worden gedraaid hangt af van hoe lang het middel is gebruikt en hoe
groot de dosis was. De antipsychotica/neuroleptica schaden de hersenen
duidelijker, erger en meer permanent dan alle andere middelen die in de
psychiatrie gebruikt worden.
Joyce G. & Iver F. Small, beiden hoogleraar in de psychiatrie
aan de Universiteit van Indiana, leveren kritiek op psychiaters die
gebruik maken van psychoactieve medicatie waarvan bekend is dat ze
neurotoxische effecten hebben en spreken van de toename van
langdurige, en soms onomkeerbare, belemmeringen van hersenfuncties veroorzaakt
door neuroleptica. In dit geval zijn de symptomen van hersenbeschadiging
niet subtiel maar overduidelijk aan ieder die de persoon ziet! (p.34)
Volgens Conrad M. Swartz, arts en hoogleraar
psychiatrie aan de School voor Medicijnen in Chicago, wissen, alhoewel
neuroleptica verlichting geven bij psychotische angsten, door hun sedatieve
werking de fijne details van de persoonlijkheid uit, o.a. initiatief,
emotioneel reactievermogen, enthousiasme, seksualiteit, alertheid en
inzicht (...). Hiernaast komen nog bijverschijnselen zoals onvrijwillige
bewegingen die permanent kunnen zijn en dus een teken van hersenschade (p-37-38).
Een verslag in 'Mental &
Disability Law Reporter' (januari-februari 1985) geeft aan dat rechtbanken in de V.S. uiteindelijk
zijn gaan herkennen dat het onvrijwillig toedienen van neuroleptica/antipsychotica in strijd is met het grondrecht op vrijheid van
meningsuiting omdat antipsychotica ernstig en zelfs permanent de capaciteit van een
individu om te denken en te communiceren kunnen aantasten (p. 26).
In Molecules of the Mind constateert John
Franklin dat het besef groeit dat niet alleen
de neuroleptica schizofrenie niet genezen - maar ze zelfs de
hersenen beschadigen. Plotseling worden de psychiaters die ze voorschrijven aan hun
patiënten op de rand van de maatschappij verdacht van nazisme en erger (p.103).
In zijn boek Psychiatric Drugs
stelt de psychiater Peter Breggin
dat de psychiatrie een epidemie van neurologische ziekte op de wereld
heeft losgelaten die een tot twee miljoen mensen per jaar treft (pp. 109
& 108).
In ernstige gevallen wordt de hersenschade veroorzaakt door neuroleptica
gekenmerkt door abnormale lichaamsbewegingen genaamd tardieve dyskinesie.
Overigens is tardieve dyskinesie enkel het topje van de ijsberg van door
neuroleptica veroorzaakte hersenschade. Hogere geestelijke functies zijn
meer kwetsbaar en worden belemmerd vóór de basisfuncties van de hersenen
zoals motorische sturing.
De hoogleraar psychiatrie Richard Abrams bevestigt dat tardieve dyskinesie nu gesignaleerd is na korte periodes ven behandeling met neuroleptica (p. 25, 1979).
In The New Psychiatry stelt Jerold S. Maxmen, hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit van Columbia, dat de beste manier om tardieve dyskinesie te voorkomen is om
helemaal geen antipsychotica te gebruiken. Behalve in de behandeling van
schizofrenie, is het gebruik er van nooit meer dan twee of drie maanden
achter elkaar verantwoord. Het criminele is dat veel te veel patiënten
antipsychotica worden toegediend zonder legitieme reden (pp. 155-156).
In feite gaat Dr. Maxmen niet ver genoeg. Zijn
voorstelling van de antipsychotica/neuroleptica als crimineel geldt
voor alle mensen, met inbegrip
van degene die schizofreen worden genoemd, ook wanneer de middelen niet zo
lang worden toegediend dat de veroorzaakte hersenschade zich vestigt als
tardieve dyskinesie.
Het voorwoord bij Tardive Dyskinesia: Research &
Treatment vermeld dat in de late jaren '60 de literatuur over
tardieve dyskinesie er samengevat op neerkwam dat de meeste psychiaters het probleem
geheel negeerden of vergeefs trachtten om te bewijzen dat deze abnormale bewegingen
klinisch onbelangrijk waren of niets te maken hadden met de farmaceutisch
therapie. Ondertussen kregen steeds meer patiënten te maken met tardieve
dyskinesie, en de symptomen in die mensen die al leden aan deze aandoening
werden erger. Er zijn weinig onderzoekers of clinici die nog twijfelen aan
de iatrogene (veroorzaakt door artsen) eigenschap van tardieve dyskinesie. …
Het blijkt dat hoe meer we leren over de toxische gevolgen van neuroleptica
op het centrale zenuwstelsel, hoe meer we een dringende behoefte zien om
onze huidige praktijken van farmacagebruik te wijzigen. Het is catastrofaal
dat veel artsen doorgaan met het voorschrijven van psychofarmaca in
overdreven hoeveelheden, en dat veel psychiatrische inrichtingen nog geen
beleid hebben ontwikkeld betreffende de beheersing en het voorkomen van
tardieve dyskinesie. Als dit boek, dat de meningen van de deskundigen in dit
vak weergeeft, een zetje kan geven tegen de laksheid van veel psychiaters,
zal dat geen kleine prestatie zijn.
In
Psychiatric Drugs zegt psychiater Peter Breggin de neuroleptica zijn zwaar
toxische middelen: ze zijn giftig voor diverse lichaamsorganen. Ze zijn in
het bijzonder zware neurotoxische middelen, en produceren vaak permanente
schade aan de hersenen. Tardieve dyskinesie kan zich ontwikkelen ook na
gebruik van korte duur en/of lage dosis (...) de dementie (verlies van hogere
geestelijke functies) die samen met tardieve dyskinesie intreedt is meestal
niet omkeerbaar (...). Zelden heb ik mij meer verdrietig of verbijsterd gevoeld
dan door het verzuim van de psychiatrie om te erkennen dat neuroleptica onomkeerbare
lobotomie-effecten veroorzaken, zowel als psychose en dementie in miljoenen
patiënten als gevolg van behandeling.
De hoogleraar psychiatrie Richard Adams
heeft opgemerkt dat de tricyclische antidepressiva … chemisch iets
gewijzigde vormen zijn van chlorpromazine en worden aangeprezen als eventuele
neuroleptica (p. 31, 1976).
In zijn boek Psychiatric Drugs noemt Dr. Breggin de
zogenaamde antidepressiva vermomde neuroleptica (p. 166).
De psychiater Mark S.
Gold heeft gezegd dat antidepressiva tardieve dyskinesie kunnen veroorzaken (p. 259).
Waarom aanvaarden de patiënten
dergelijke 'geneesmiddelen'? Soms doen ze dat uit onwetendheid over de
neurologische schade waar zij zichzelf aan onderwerpen door het advies van
hun psychiater op te volgen. Maar vaak, zo niet
meestal, worden neuroleptica met dwang toegediend tegen de wil van de
patiënt.
In zijn boek
Psychiatric Drugs zegt de
psychiater Peter Breggin dat telkens weer in mijn klinische ervaring ik
getuige ben geweest dat patiënten tot extreem lijden en woede worden gedreven
door met dwang neuroleptica toegediend te krijgen (...). Het probleem is zo
groot dat patiënten de middelen pas slikken wanneer
er gedreigd wordt de middelen onder dwang in de spier te injecteren (p.
45).
Dit is niet alleen een vorm van tirannie, het toedienen onder dwang van een psychofarmacum kan
zelfs vergeleken worden, lichamelijk en moreel, met verkrachting. Vergelijk
seksuele verkrachting en het onder dwang toedienen van een psychofarmacum
door middel van injectie in de bil, hetgeen het deel van het lichaam is
waar de injectie meestal wordt toegediend. Bij zowel verkrachting als
onvrijwillige injectie van een psychofarmacum is er een element van dwang.
In beide gevallen wordt de broek van het slachtoffer naar beneden getrokken.
In beide gevallen wordt een buis in het lichaam van de slachtoffer gebracht
tegen haar (of zijn) wil. In het geval van sexuele verkrachting is die buis
een penis. In het geval van wat men zou kunnen noemen psychiatrische
verkrachting is die buis een injectienaald. In beide gevallen wordt een
vloeistof in het lichaam van de slachtoffer gebracht tegen haar of zijn wil.
In beide gevallen is het in (of dichtbij) het achterste. In het geval van
seksuele verkrachting is de vloeistof sperma. In het geval van psychiatrische
verkrachting is de vloeistof Haldol of een gelijkaardig hersenbelemmerend
middel. Het feit van de schending van het lichaam komt overeen met of is erger (voor redenen die ik zo zal uitleggen) in het geval van psychiatrische
verkrachting. Het gevoel van verschrikking bij beide vormen van
mishandeling is even erg (slachtoffers van onvrijwillige elektroshock voelen zich
normaal gesproken ook zo). Zoals de hoogleraar psychiatrie Thomas Szasz eens
zei: geweld is geweld, ongeacht of het psychiatrische ziekte genoemd wordt
of psychiatrisch behandeling. Sommige mensen die niet in een instelling zijn opgenomen
worden gedwongen zich
om de twee weken bij een arts te melden voor een depotmiddel onder
bedreiging van hechtenis (onvrijwillige opname) en dwangbehandeling met het middel
indien ze niet gehoorzamen.
Waarom nu is psychiatrische verkrachting erger
dan seksuele verkrachting? Zoals de hersenschirurg I.S. Cooper zei in zijn
autobiografie: het zijn je hersenen die zien, voelen, denken, opdragen,
reageren. Je bent je hersenen. Ze zijn jou. Getransporteerd
in een andere drager, een ander lichaam, zouden jouw hersenen die ander
voorzien van jouw herinneringen, jouw gedachten, jouw emoties. Het zou jou
nog steeds zijn. Het nieuwe lichaam zou jouw huls zijn. Het zou jou rond
dragen. Jouw hersenen zijn
jij (p.50).
Het meest essentiële en meest intieme deel van jou
zit niet tussen je benen maar tussen je oren. Een aanval op jouw hersenen
zoals het onvrijwillig toedienen van een behandeling die de hersenen
belemmert of schaadt (zoals een psychofarmacum, elektroshock of lobotomie)
is een meer intieme, en moreel gesproken meer verschrikkelijke misdaad, dan
sexuele verkrachting. Psychiatrische verkrachting is ook om een andere reden
in morele zin meer verwerpelijk dan seksuele verkrachting. De onvrijwillige
toediening van biologische 'therapieën' in de psychiatrie veroorzaakt
permanente belemmering van
hersenfuncties. In tegenstelling hiermee zijn vrouwen na seksuele verkrachting
meestal nog seksueel functioneel. Zij lopen psychische schade op, maar
dat gebeurt ook bij de slachtoffers van psychiatrische mishandeling. Ik wens zeker niet het trauma of de verwerpelijkheid van
seksuele verkrachting te bagatelliseren: ik heb
slachtoffers van seksuele verkrachting bijgestaan in mijn
advocatenpraktijk, en al deze vrouwen die seksueel zijn verkracht hebben daarna schijnbaar normale seksuele relaties
onderhouden, en zijn meestal gehuwd en hebben gezinnen gesticht. Daarentegen zijn de hersenen van mensen die onderworpen zijn aan psychiatrische
mishandeling vaak niet meer geheel functioneel vanwege de lichamelijke en biologische schade
veroorzaakt door de behandeling.
In 1990 zei de psychoanalyst Dr. Jeffrey
Masson op een TV praatshow (Geraldo, 30 november 1990) dat hij hoopt dat de genen die verantwoordelijk
zijn voor dergelijke 'therapieën' ooit terecht zullen gesteld worden zoals
bij de Nürnburgprocessen.
De zelfde hersenschadende
antipsychotische en neuroleptische middelen worden regelmatige toegediend -
onvrijwillig - aan geestelijk gezonde ouderen in verzorgingstehuizen in de
V.S.
Volgens een artikel in In-Health (september-oktober 1991) worden in
verzorgingstehuizen antipsychotica gebruikt bij 21 tot 44
percent van de opgenomen ouderen de helft van de voorgeschreven
antipsychotica voor bewoners van verzorgingstehuizen konden niet uitgelegd
worden aan de hand van de diagnosen in de patiëntendossiers. Onderzoekers
vermoeden dat dergelijke middelen veelvuldig worden gebruikt door dergelijke
inrichtingen als chemische dwangbuizen - een middel om lastige patiënten in
toom te houden (p. 28).
Ik ken twee voorbeelden van zwakke oude mannen in
verzorgingstehuizen die nauwelijks uit hun rolstoelen konden komen, waaraan
neuroleptische/antipsychotische middelen waren toegediend. De ene had
geklaagd omdat hij aan zijn rolstoel werd gebonden om te voorkomen dat hij
zou proberen te lopen met zijn wandelstok. De ander werd 's nachts aan zijn
bed gebonden om te voorkomen dat hij zou op staan en mogelijk vallen wanneer
hij naar het toilet ging, waardoor hij zijn ontlasting in zijn bed moest
doen. Allebei waren zo lichamelijk gehandicapt dat ze geen enkel gevaar
konden zijn voor een ander. Maar allebei durfden bitter te klagen dat zij
mishandeld werden. In beide gevallen heeft het personeel van de
verzorgingstehuizen gereageerd op deze klachten door hen te injecteren met
Haldol - en zo deze mannen geestelijk gehandicapt te maken, waardoor het onmogelijk voor
hen werd om te klagen.
Onderzoeken die aantonen dat psychofarmaca
helpen zijn van een bedenkelijke geloofwaardigheid vanwege de vooroordelen van
de zogenaamde deskundigen. Alle of bijna alle psychofarmaca zijn neurotoxisch, en om deze
reden veroorzaken zij symptomen en problemen zoals een droge mond, verstoorde
visus, een licht gevoel in het hoofd, duizeligheid, traagheid, moeilijkheden met het denken, onregelmatigheden van de menses, urineretentie, hartkloppingen
en andere gevolgen van neurologische dysfunctie. Psychiaters noemen dit
bedrieglijk 'bijverschijnselen' alhoewel ze de enige echte effecten zijn
van de hedendaagse psychofarmaca. Neppillen (suikerpillen) veroorzaken deze
problemen niet. Gezien deze symptomen (of hun afwezigheid) opvallen aan de
psychiaters die z.g. dubbelblinde onderzoeken evalueren, zijn de onderzoeken
niet echt dubbelblind, dus is het onmogelijk om echt onbevooroordeeld
psychofarmaca te evalueren. Vanwege de vooroordelen van de deskundigen geven
de uitkomsten van het onderzoek een vals beeld.
Ondanks diverse niet bevestigde theorieën
en beweringen weten psychiaters niet hoe de psychofarmaca die zij
voorschrijven biologisch 'werken'. In de woorden van de hoogleraar
psychiatrie aan de Universiteit van Columbia, Dr. Jerold S. Maxmen: Hoe
psychofarmaca werken is niet duidelijk (p.143).
De ervaring leert dat het effect van
vandaag veel gebruikte psychofarmaca erin bestaat om de hersenen te
belemmeren in het algemeen.
Geen van de hedendaagse psychofarmaca heeft de capaciteit specifiek van
invloed te zijn (b.v. op depressie, angst of psychose) zoals gewoonlijk
wordt beweerd.
Het gebruik van een psychofarmacum wordt
vaak vergeleken met het gebruik van insuline bij diabetes. Alhoewel
psychofarmaca continu gebruikt worden, zoals insuline, is het een absurde
vergelijking. Diabetes is een ziekte met een bekende lichamelijke oorzaak.
Een lichamelijke oorzaak is voor geen van de z.g. geestelijke ziekten ooit
gevonden. De werking van insuline is bekend: Het is een hormoon die cellen
laat glucose (suiker) in het dieet opnemen. Daarentegen, de werking van
psychofarmaca is onbekend - alhoewel zelfs voorstanders van psychofarmaca
met de critici postuleren dat ze de normale hersenfunctie tegenhouden door
neuroreceptoren in de hersenen te blokkeren. Als deze theorie juist is, is
er nóg een tegenstelling tussen insuline en psychofarmaca: Insuline herstelt
een normale biologisch functie, nl. normale glucose (of suiker) metabolisme.
Psychofarmaca verstoren een
normale biologisch functie, nl. de normale neuroreceptorfunctie. Insuline is
een hormoon dat natuurlijk aanwezig is in het lichaam. Psychofarmaca zijn
niet normaal gesproken aanwezig in het lichaam. Insuline verleent aan het
lichaam van de diabeet een capaciteit die het niet zou hebben bij
afwezigheid van insuline, nl. het vermogen om suiker uit het dieet normaal
te metaboliseren. Psychofarmaca hebben een omgekeerd effect: Ze verwijderen
(geestelijke) capaciteiten die de persoon zou hebben in de afwezigheid van
de middelen. Insuline is van invloed op het lichaam liever dan de geest.
Psychofarmaca belemmeren de hersenen en dus de geest, de geest zijnde de
essentie van het ware zelf.
Lawrence Stevens, de auteur, is een advocaat die in zijn praktijk veel patiënten heeft vertegenwoordigd. Op zijn pamfletten gelden geen auteursrechten. U wordt uitgenodigd kopieën te maken en te verspreiden aan eenieder waarvan u denkt dat hij er belang bij heeft.