GESCHIEDENIS VAN DE WAANZIN


De geschiedenis van de waanzin, zoals deze door Michel Foucault in het gelijknamige boek is beschreven, is absurd.

Op het einde van de Middeleeuwen was men gefascineerd door de waanzin. De schilderijen van Jeroen Bosch tonen een waanzinnige wereld. Onmogelijke, fantastische en tegennatuurlijke wezens krioelen er doorheen elkaar. De obsessie met de dood toen de middeleeuwen geteisterd werden door pestepidemieën en oorlogen maakte plaats voor de fascinatie door de waanzin.

henry dargerDe Renaissance ontraadselde deze fascinatie. Wat diep in de waanzin huisde nam men waar aan de oppervlakte: eigenliefde, vleierij, vergetelheid, luiheid en wellust (...). Wetenschappers die zich vastbeten in boeken en gesprekken over god werden door Erasmus in zijn 'Dans van de Gekken' waanzinnig genoemd. Anderen in de tijd stelden de waanzin voor als een illusie die het leven draaglijk en plezierig maakt.
De Klassieke Periode erna brak hiermee. Waanzinnigen werden toen samen met andere werkonwilligen, werkonbekwamen en werklozen geïnterneerd in speciaal hiervoor opgerichte hospitalen, gevangenissen en tuchthuizen (what's in a name?). De waanzinnige werd veroordeeld omdat hij zich onledig hield met van alles en nog wat behalve gerespecteerd werk. De waanzinnige wordt waargenomen als iemand bezeten door een dierlijke vrijheid, die men moet intomen met opsluiting en afstomping.

De negentiende eeuw veranderde dit. Waanzinnigen werden uit hun kettingen bevrijd en overgebracht naar gestichten. De fysieke dwang werd vervangen door een structuur gericht op zelfbeheersing door hem verplicht te laten werken in het gesticht, en hem erbij voortdurend bloot te stellen aan de blik van het verplegend personeel. De waanzinnige wordt niet langer als een beest behandeld, maar wel als een minderjarige zonder rechten.

Van hieruit loopt er een rechte lijn naar de hokjes die de psychiatrie vandaag gebruikt om de waanzin in te stoppen, mooi samengevat in de 'Diagnostic Statistic Manual' (verder afgekort als DSM), de bijbel van de psychiatrie. De internering en observatie van zogenaamde waanzinnigen vormt de voorwaarde voor de ontwikkeling van een alomvattende psychopathologie. Of in de woorden van Michel Foucault : De wetenschap omtrent geestesziekten zoals die zich binnen de gestichten zal kunnen ontwikkelen, zal nooit van een andere orde zijn dan observerend en classificerend. Dialoog zal het niet zijn. En de nieuwe inzichten van de psychoanalyse brengen enkel de nieuwe structuren van het spreken zonder antwoord, in evenwicht met dit niet-wederkerig en asymmetrisch kijken.

Dit beknopt overzicht van de geschiedenis van de waanzin toont aan dat de diverse vormen van waanzin zoals deze in de DSM staan tot stand zijn gekomen via stigmatisering en uitstoting. Een bepaald gedrag wordt waanzinnig genoemd omdat het niet past in de zeden en gewoonten van wie de macht had in een bepaalde tijd. Waanzin nam hierdoor verschillende vormen aan, van een gebrek aan godsdienstige vroomheid tot en met een gebrek aan arbeidsijver.

Michel Foucault toont verder aan dat de geneeskundige theorievorming vanaf de Klassieke Periode de stigmatisatie en uitsluitingspraktijken steeds achterna heeft gehinkt. Ad hoc werden allerlei verklarende theorieën over de inwendig lichamelijke oorzaken van de waanzin verzonnen, die vandaag elke geloofwaardigheid hebben verloren en, naar het woord van Erasmus, voorbeelden van waanzin zijn.
De DSM van de psychiatrie is ontstaan vanuit de geschiedenis van een brute dagelijkse strijd om de macht, waarbij sociale, economische, politieke of culturele criteria werden gebruikt om de grens tussen machteloos en machtig, normaal en abnormaal te trekken.
De in de DSM vermelde vormen van waanzin worden bepaald via een maximum aantal gelijste gedragsuitingen waarvan er slechts een minimum aantal moeten voorkomen om iemand waanzinnig te noemen. Zoiets kan niet zonder een grote mate van onzekerheid, ja: vaagheid en willekeur. Deze willekeur weerspiegelt de stempel van de macht op de waanzin. En, hoe kan het anders, inwendig lichamelijke criteria komen amper of in het geheel niet voor bij de gelijste kenmerken.

Vanuit zo'n geschiedenis is het volkomen begrijpelijk, ja: menselijk, dat er vanaf de jaren '60 alternatieve stromingen ontstaan die reageren tegen de psychiatrie, zoals de kritische, sociale, democratische en antipsychiatrie. Deze stromingen besteden eerder aandacht aan de sociale, economische, culturele of politieke factoren die aanleiding geven tot abnormaal gedrag en de erop volgende stigmatisatie en uitstoting. Het geneeskundig model van de psychiatrie dat er van uitgaat dat waanzin bepaald wordt door inwendig lichamelijke factoren wordt hierdoor verlaten.
henry dargerNochtans kan niet worden uitgesloten dat bij hooguit 5 tot 10 % van de vormen van waanzin biochemische of organische factoren meespelen, waarbij sociale, economische, culturele of politieke factoren een trigger-effect hebben. Maar dan nog is het zo dat, dixit David Cooper (in: 'De Taal van de Waanzin'), biochemische correlaten van ervaringstoestanden één ding zijn, dat is wetenschap. Ze oorzaken noemen van 'geesteszieken' daarentegen is een andere zaak, dat is psychiatrie. Meer nog, misschien zijn er chemische substanties die een positieve waanzin vergemakkelijken, waanzin als recuperatie van een verloren ervaring, als regeneratie. Als waanzin wedergeboorte is via een diepe crisis of een leerproces waarbij men de werkelijke verhoudingen van onze maatschappij aan den lijve ondervind, dan doet het er niet toe dat bepaalde vormen van waanzin ooit via een lichamelijke mutatie zijn ontstaan (gesteld dat dit laatste al zo is).
Kortom het is een grote vergissing, en een misdaad tegen de mensheid, om te menen dat de ontdekking van organische of biochemische factoren bij een beperkt aantal vormen van waanzin de huidige handelswijze van de psychiatrie gerechtvaardigd is. Hierover beslist immers alleen de zogenaamd waanzinnige zelf. Waanzin kan niet voorbarig als iets negatiefs worden beschouwd dat kost wat kost moet worden bestreden. Iedereen heeft met andere woorden het volste recht om gedrag dat anderen waanzinnig noemen als normaal te beschouwen (en omgekeerd) of om waanzin positief te waarderen.

De inzichten en praktijken van de kritische, sociale, democratische en antipsychiatrie blijven brandend actueel.





De auteur, Martin Hendrickx, studeerde moraalwetenschappen en organiseerde in het verleden 'is niet anders soms niet gewoon?', een project over mensenrechten in de psychiatrie, zelfbeschikking, kunst en waanzin. Op zijn teksten zijn geen auteursrechten van toepassing. U wordt uitgenodigd deze te verspreiden bij diegenen waarvan u denkt dat ze er baat bij zullen hebben.