Een aantal mensen die gepsychiatriseerd werden, maken uitzonderlijke, excentrieke en buitensporige creaties die op het eerste zicht vloeken met het artistieke en culturele leven uit die tijd.
Deze kunstenaars leefden in grote mate buitencultureel. Zowel het artistieke leven van hun tijd als de volkscultuur en de cultuur in ruimere zin brachten hen weinig soelaas.
Alhoewel deze kunstenaars vaak ontsprongen waren uit de schoot van het volk, beïnvloeden de er vaak voorkomende, intolerante, vormen van sociale controle en conformisme geenszins hun uitzonderlijke dadendrang.
Omgekeerd vormde de volkscultuur dikwijls een vruchtbare voedingsbodem voor hun kunst. De volkse wereldverklaring gebaseerd op riten vormde een eigenaardig mengsel van rationalisme, scepticisme, materialisme, utopisme en religieus naturalisme, waarin deze excentrieke kunstenaars hun stek vonden. Ze waren volkse en gewone mensen. Vaak arbeiders die hun werk maakten tijdens hun vrije tijd.
De uitzonderlijke en waardevolle kunststukken die deze gewone mensen creëerden, zijn ontstaan vanuit een dubbel isolement.
Dit isolement was in de eerste plaats psychisch en emotioneel. Door hun buitengewone denk- en gevoelswereld kan men enkel op zichzelf terugvallen voor begrip, niet op anderen.
De kunst die ze maken geeft hen een gevoel van herkenning. De taal van de kunst is hiervoor geschikt omdat ze niet enkel abstracte en onlichamelijke tekens gebruik, noch gebonden is aan de lineaire discursiviteit van het woord. Doorheen kunst kunnen denkbeelden en gevoelens worden uitgedrukt die niet of moeilijk in een verhaal te vatten zijn of die anderen niet begrijpen. Kunst maken is dus een noodzaak en zeker geen 'kunst om de kunst'. Kunst is eten en drinken, de creatie van een persoonlijk universum dat inkrimpt en uitdijt al naar gelang de grillen en luimen van de gedachtenvlucht, verbeeldingskracht of doorleefde emotionaliteit.
In de tweede plaats ontstonden deze werken vanuit het beklemmend isolement van de psychiatrie. Soms werkte dit stimulerend omdat, paradoxaal, de instelling de gepsychiatriseerde vaak definitief losweekt uit het sociale leven en de ermee samenhangende verplichtingen zoals het gebruik van woorden om mee te praten.
Niet langer verplicht zich te bedienen van de taal als een instrument, te meer omdat men bij hen het 'juiste' gebruik van de taalvermogens betwistte, konden deze patiënten zich ten volle uitleveren aan het spel, een overgave waardoor zij in de ban konden komen van de lichamelijkheid van de tekens en hun intrinsiek energetische geladenheid schrijft Jean Dubuffet in Vache, herbe, frondaisons.
De afzondering van het sociale leven is een tweesnijdend mes. De werken die men had gemaakt dreigden erdoor vergeten te worden, en verbrijzeld door de maalstroom van de tijd. Te meer daar de kunstenaars zelf noch hun vrienden of familieleden (indien men deze al had) hun werk als kunst beschouwden. Hiervoor waren ze te bescheiden! Hun kunst bleef meestal anoniem en volgens Jean Dubuffet altijd daar waar men ze niet verwacht. Daar waar niemand er aan denkt of de naam kunst ook maar vernoemt. Kunst dus die de erkenning en de lofprijzingen verafschuwt (uit: l'Art Brut préféré aux arts culturels, J. Dubuffet).
Omwille van de kwetsbaarheid van deze kunst werd in 1948 de Compagnie de l'Art Brut opgericht. Een vereniging die zich tot doel stelde als forum op te treden voor geïnteresseerden en kunstenaars alsook een collectie aan te leggen van deze werken. Na allerlei omzwervingen kan men deze collectie, ondertussen gestadig uitgebreid, gaan bezichtigen in het kasteel Beualieu te Lausanne, Zwitserland.
Volgens een van de oprichters, Jean Dubuffet , verwees Art Brut naar werken uitgevoerd door personen die gevrijwaard zijn gebleven van de artistiek culturele invloeden. Bij deze personen speelt het mimetisme weinig of geen rol (uit: l'Art but préféré aux arts culturels).
Een stelling die hij in 1970 nuanceert, wanneer hij toegeeft dat er geen artistieke kunst bestaat noch kan bestaan, los van culturele invloeden (...). Het is dus onvoorstelbaar dat mentale activiteiten niet in laatste instantie zouden herleidbaar zijn tot minstens een klein deel van de fundamentele uitgangspunten van onze cultuur. Het is dus een zaak van grotere of kleinere onafhankelijkheid (uit: l'Homme du commun a l'ouvrage).
Deze kijk van Dubuffet op l'Art Brut houdt in dat er geen onderscheid kan gemaakt worden tussen kunst van mensen die gepsychiatriseerd werden en anderen. Niet alle art brut-kunstenaars zijn of werden gepsychiatriseerd. En omgekeerd, niet iedereen die met de psychiatrie in aanraking kwam en kunst maakt, is een art brut-kunstenaar.
Alhoewel Dubuffets typering van Art Brut juist was voor de periode voorafgaand aan WOII is de term eerder ongelukkig gekozen. Art Brut verwijst naar bruutheid, wildheid, heftigheid. Deze connotaties zijn misleidend, omdat niet alle art brut wild en heftig oogt of gemaakt is uit brute en ruwe materialen. Integendeel, een aantal art brut-kunstenaars hebben sereen werk gemaakt, sterk geordend en uiterst verfijnd, werk van een hoogstaand spiritueel niveau.
Sedert de oprichting van de Compagnie de l'Art Brut deden er zich ingrijpende cultuurhistorische wijzigingen voor. Door de hogere scholingsgraad en uitbreiding van de massamedia, bleven steeds minder mensen gevrijwaard van culturele invloeden. De art brut kunstenaar die Dubuffet beschreef loste hierdoor op in de tijd.
Als klap op de vuurpijl leidde het gebruik van de moderne psychopathologische medicatie, zoals Haloperidol er toe dat bij een groot aantal gepsychiatriseerden hun bijzondere gedachten, gevoelens of emoties werden geaborteerd, waardoor de nood om deze te uiten logischerwijze onbestaande werd.
Meer nog, deze meestal verplichte medicatie remt niet enkel de productieve symptomen, de meest radicale vormen zijn wanen en hallucinaties, maar geeft vrij spel aan de destructieve symptomen, zoals lichaamsaftakeling. Waar mensen in de psychiatrie toe veroordeeld zijn is hun dood in alle betekenissen van het woord: de langzame lichamelijke aftakeling via psychofarmaca zonder enige geestelijke of emotionele creativiteit.
De tendens om de creatieve ateliers, in zoverre deze al bestaan, in de psychiatrie te stroomlijnen naar een therapeutisch model versterkt de neerwaartse spiraal. De creativiteit, vindingrijkheid en inventiviteit van de gepsychiatriseerde, de herinnering aan wat was zeg maar, wordt hierdoor volledig verstikt ten gunst van een instruerende en streng begeleide aanpak. Deze tendens zette zich dito sterk in Vlaanderen door.
Omwille van de maatschappelijke veranderingen besloot de Compagnie de l'art brut een Annex Connection op te richten met werken die inhoudelijke en vormelijk waren onder te brengen bij Art Brut. Nochtans werden deze werken gemaakt door mensen met een ontwikkelde kijk op kunst of een intenser contact met de cultuur die - ondanks de expressie van buitengewoon bizarre gevoelens, emoties en ideeën - aan de tentakels van de psychiatrische moloch wisten te ontglippen. In 1982 werd deze collectie als Neuve Invention ondergebracht bij de collectie te Lausanne, Zwitserland. Toch gaat Neuve Invention niet over werken van academisch geschoolde kunstenaars die het leven van een bohemien hebben omhelsd. Een grote mate van marginaliteit blijft overeind.
De collecties die nadien zijn opgericht weerspiegelen bovenstaande ontwikkeling.
In deze verzamelingen treft men Art Brut en Neuve Invention aan. Een andere term die opduikt is Outsider Art of Kunst van Buitenstaanders. Deze term dekt zowel Art Brut als Neuve Invention.
De collecties met Outsider Art duiken op de meest uiteenlopende plekken op.
Heel wat werken belanden in musea. Zo gaat de collectie van Aracine naar het Musée d'Art Moderne Lille Metropole en is de Outsider Archive Collection voor lange tijd in bruikleen gegeven aan het Irish Museum of Modern Art te Dublin. Tegelijk worden er aparte collecties opgericht, bijvoorbeeld het Center for Intuitive and Outsider Art (Intuit) te Chicago of de Australian Collection of Art Brut/Outsider Art te Sydney. Soms belanden de werken op plekken waar ze helemaal niet thuishoren, bijvoorbeeld de Prinzhorn Collection in het psychiatrisch ziekenhuis te Heidelberg of de Stadshof collectie die onderdak vindt in het Museum Dr. Guislain te Gent.
De interesse voor Outsider Art nam de laatste jaren exponentieel toe. In die mate dat heel wat werken ondertussen hun weg vonden naar het reguliere circuit van kunsthandelaars en galerijen. Het buitenculturele aspect van Outsider Art staat hierdoor op de helling. Sinds 1989 volgt bovendien het internationaal magazine Raw Vision de ontwikkelingen binnen Art Brut en Outsider Art op de voet.
Outsider Art verwijst eveneens naar een oorspronkelijk anonieme kunst Deze is allesbehalve homogeen en uniform. De verscheidenheid die deze kunst kenmerkt kan enkel begrepen worden door te onderkennen dat deze enkelingen elk voor en op zichzelf een kunststroming vormen.
Outsider art is een kunst gemaakt door radicale individualisten die terugvallen op zichzelf. In de ban van zichzelf hebben ze de gangbare codes van ruimte en tijd doorbroken. Zichzelf slingerend in de leegte, zichzelf uitstortend in de leegte als zonnelichamen tot deze leegte, dit nihilisme waarin elke mens geboren is, vol is (horror vacui).
Dit oorspronkelijk nihilisme leidt bij de mediums onder hen tot een ketters wereldbeeld. Vaak uit deze wereldbeeldconstructie zich enkel in kunstwerken, soms is ze meer uitgesproken.
Bij anderen leidt dit nihilisme tot de constructie van een persoonlijk universum dat samenvalt met de verbeten jacht op hun meest intieme gedachten en emoties. En maar goed ook. Want het zou een gevaar zijn voor de hele natie en niet alleen voor het individu zelf dat de mensen zich zouden sluiten voor alles waar ze niet beroepshalve mee geconfronteerd worden, zonder nog een sprankeltje nieuwsgierigheid, noch verbeelding, onbekwaam om zich te passioneren voor wat dan ook behalve dat wat hun geld of materieel gewin opbrengt (uit: Avant-projet d'une conférence populaire sur la peinture, J. Dubuffet).
Bovendien, als men het menselijk leven zou onderwerpen aan een fundamenteel onderzoek, dus een groter gewicht toekennend aan het individuele dan aan het collectieve leven, dan ontdekt men al gauw dat wat echt waardevol, nuttig en essentieel is in het menselijk leven samenvalt met de verbeten jacht van de mens op zijn eigen fantasieën en capriolen. Kunst is dus een heel ernstige aangelegenheid, en uiterst belangrijk voor de mens. Maar dan wel kunst die bestaat uit inventiviteit, speelsheid en vermetelheid. Kunst die ons amuseert, verheugt en in vervoering brengt (uit: idem).
De opstoten van waanzin, de frenesie van gevoelens en emoties die Outsider Art doortrekken zijn het gevolg van een enkel door de materie begrensde experimentatielust. Het experiment met lichamelijke tekens en het vlees der aarde is de weg te gaan. Deze kunst toont ons de materialiteit in zijn meest barre en gelijkertijd gecompliceerde dimensies. Omdat deze niet volledig door de rede en het verstand is te vatten stoten we op de ondoordringbare en verdichte materialiteit in al zijn vormen. De materie kan beter ervaren worden via Outsider Art dan via deeltjesversnellers of andere high tech.
Outsider Art mag niet verward worden met primitieve, naïeve, volkse of kinderlijke kunst.
Alhoewel er soms vormelijke gelijkenissen zijn tussen beiden is de kunst van primitieve volkeren en culturen opmerkelijk verschillend.
De kunstenaars uit primitieve samenlevingen zijn gebonden aan institutionele rolpatronen, religieuze of ideologische voorschriften.
Deze kunstenaars zijn bovendien in grote mate imiterend. Hun kunst beperkt zich tot de imitatie van traditioneel overgeleverde modellen.
Outsider art staat in een antagonistische relatie met de cultuur. Deze kunstenaars blijven fundamenteel asocialen, zowel met betrekking tot hun omgeving als met betrekking tot hun culturele context (uit: l'Art Brut, M. Thévoz). Outsider art genereert hierdoor een wervelende flux van nieuwe werelden die uit de mens en de materie ontspringen. Haar taal is die van de subversiviteit, de weerspannigheid van de enkeling en de weerbarstigheid van de materie.
Outsider Art ontstaat vanuit de mens die behagen schept in zijn natuur, zijn zintuigen en motoriek. Op dit vlak leunt ze aan bij de kunst van kinderen. Want kijk naar onze kinderen: tekenen zij niet graag, kribbelen zij niet even graag en even spontaan zoals ze praten? (uit: Avant-project d'une conférence populaire sur la peinture, J. Dubuffet).
Beide kunsten ontstaan dus vanuit het motief van het plezier. Beiden verwerpen het vervelende werk. Want het is tegen de natuur van de mens om zich af te beulen waar het niet nodig is (en dit is vooral de kunst). Het is natuurlijk voor hem of haar om zich erop toe te leggen zo'n situaties te vermijden, om zich te bedienen van elk instrument en van elke situatie die hem ertoe kan bewegen zijn werk gemakkelijker en aantrekkelijker te maken. Het vervelende werk is onmenselijk en weerzinwekkend, elk oeuvre dat er de stempel van draagt is lelijk. Het is eerder het plezier en het gemak, zonder stijfheid noch benauwdheid, die gratie verlenen aan elk menselijk gebaar (uit: Notes pour les Fins-Lettrés, J. Dubuffet).
Marginale kunstenaars hebben hun kinderlijkheid niet van zich afgelegd, met dit verschil dat hun onderzoekingen en ontdekkingen op een meer systematische wijze zijn georganiseerd dan bij kinderen.
Een belangrijk verschil tussen Outsider Art en de kunst van kinderen, is de bijna obsessionele en onvermurwbare volharding waarmee de eersten hun doel najagen en het technisch meesterschap dat ze verwerven door zich hier op toe te leggen (uit: l'Art Brut, M. Thévoz).
Outsider Art verschilt van naïeve kunst omdat ze niet de werkelijkheid tracht te imiteren. De naïeve kunstenaars heeft de intentie om naturalistische werken te maken. Alleen heeft hij niet door scholing die vaardigheden verworven of technieken ontdekt die nodig zijn om dit te doen.
Zo ontstaan werken die wij naïef noemen omwille van hun gestileerde en soms karikaturale weergaven van typerende figuren gesitueerd in een tweedimensionale, platte ruimte.
De volkskunst verwijst oorspronkelijk naar de inheemse ambachten en decoratieve vaardigheden van landbouwvolkeren in Europa. Later werden er vooral praktische voorwerpen mee aangeduid. Vandaag kan er van alles mee worden bedoeld, van votieven tot gezaagde houtfiguren. Hoewel en een kruisbestuiving bestaat tussen volkskunst en Outsider Art, steunt de eerste toch meer op eigen tradities die verschillend zijn van het cultureel antagonisme dat het zenuwknooppunt vormt van Outsider Art
De traditionele kunsttheorie werkt met stijlelementen zoals het schone, het elegante, het galante, het consistente, het harmonieuze en het evenwichtige. Deze elementen hebben geen vat op Outsider Art. Ze is immuun voor de Griekse uitvinding van het idee dat sommige objecten mooier zijn dan andere door hun bevallige lijnen en aangename kleurharmonieën en de renaissancistische cultus van het genie.
De verschillen tussen Outsider Art en de hedendaagse kunst zijn minder duidelijk.
Vooral sinds de kunst zich heeft ontworsteld uit de wurggreep van het mimetisme en het keurslijf van goede smaak, zijn de verschillen met Outsider Art kleiner geworden. Een van de meest herkenbare kenmerken van beide kunstvormen is de uniciteit en originaliteit van elk kunstwerk dat gemaakt wordt.
Hieruit blijkt dat de psychologische mechanismen waaruit elke creatie van kunst ontstaan, zo zijn, dat men of alle kunstwerken moet classificeren als psychopathisch, of de eigen conceptie van wat gezond en normaal is moet verruimen, en de grenzen hiervan zo moet verleggen dat de waanzin er in zijn geheel toe kan behoren. Het mechanisme van de kunst is immers gelijkaardig in elke kunst. Er is niet meer kunst van gekken dan omgekeerd (uit: l'Homme du Commun à l'Ouvrage, J. Dubuffet).
Zowel hedendaagse kunst als Outsider Art teren op de aberraties of afwijkingen. Voor hen geldt dat de aberratie levensschenkend is. Immers, zijn de aberraties niet een menselijke faculteit? Leiden ze niet tot de meest waardevolle en precieuze ontdekkingen? Begint kunst eigenlijk niet met de aberratie? (uit: Notes pour les Fins-Lettrés, J. Dubuffet). De afwijking, een ander woord voor waanzin, vormt de kern van de kunst. Een zekere mate van wanorde wordt erbij niet geschuwd.
Anders dan in de hedendaagse kunst is Outsider Art niet gevangen in een web van actie en reactie, van het reageren tegen vroegere kunststrekkingen of kunstenaars, en de zoektocht naar een nieuwe niche in de kunstmarkt. Hierdoor laat ze zich niet leiden door de drang om zich vrij te maken van vroegere kunststrekkingen (negatieve vrijheid), maar realiseert een vrijheid van ongeremde creativiteit (positieve vrijheid).
De auteur, Martin Hendrickx, studeerde moraalwetenschappen en organiseerde in het verleden 'is niet anders soms niet gewoon?', een project over mensenrechten in de psychiatrie, zelfbeschikking, kunst en waanzin. Op zijn teksten
zijn geen auteursrechten van toepassing. U wordt uitgenodigd deze te
verspreiden bij diegenen waarvan u denkt dat ze er baat bij
zullen hebben.