Olympische Spelen - Antwerpen 1920      

Antieke Spelen

Ontstaan
De Olympische Spelen uit de Oudheid, ook wel klassieke of antieke Olympische Spelen genoemd, zijn waarschijnlijk ontstaan uit offerplechtigheden die de oude Grieken hielden om hun goden gunstig te stemmen. Voor het reusachtig beeld van Zeus, in een vallei in het Elisgebied in de Peloponnesos, kwamen de Grieken bijeen in Olympia, waar vijf dagen lang allerlei wedkampen werden gehouden.
Maar daarnaast werden er ook nog andere Spelen georganiseerd. Zo werd Zeus ook vereerd op de Nemeïsche Spelen, Apollo op de Pythische Spelen en Poseidon op de Istmische Spelen. De godin Pallas Athena werd dan weer vereerd op de Pan-Atheense Spelen. Van al deze Spelen waren de Olympische Spelen echter veruit de belangrijkste.

Godsdienst speelde bij de antieke Olympische Spelen een hoofdrol. Van de vijf dagen werden er immers drie voor een groot gedeelte gevuld met processies, offerplechtigheden en allerlei dankzeggingen.
Op de eerste dag was er een plechtige ceremonie, waarbij de deelnemers in optocht naar het beeld van Zeus gingen in het Raadhuis. In aanwezigheid van de 'hellanodikai' (de scheidsrechters), zwoeren zij voor het beeld de eed waarbij zij beloofden zich aan de regels te zullen houden.
Ook de derde dag van de Spelen was gewijd aan godsdienstige handelingen. In de ochtend werden ter ere van Zeus ossen geslacht en symbolisch aan hem geofferd.
Ten slotte was ook de laatste dag gericht op rituele dankzeggingen. Na alle ochtendrituelen, waaronder het uitreiken van de overwinningstekenen, werd er de rest van de dag gefeest ter ere van Zeus en de andere goden.

Pan-Helleense ontmoeting
De Olympische Spelen waren, net als de andere hiervoor vermelde Spelen, Pan-Helleense Spelen. Griekse atleten uit alle Griekse stadstaten mochten meedoen. Of deze stadstaten nu in Griekenland zelf lagen of in Zuid-Italië, iedere Griekse man mocht meedoen. Om te voorkomen dat vrouwen stiekem zouden deelnemen, moesten de atleten naakt sporten.
Tijdens de duur van de Olympische Spelen werd er tussen de stadstaten een wapenstilstand afgekondigd, zodat de atleten en hun begeleiders in vrede naar Olympia konden afreizen.
Officieel gold de lauwerkrans van olijftakken als prijs voor de olympische overwinnaar. In werkelijkheid viel er echter heel wat te verdienen tijdens de Spelen. Een olympische overwinning werd gezien als een zegening door de goden. Overwinnaars konden rekenen op grote geldbedragen, gunsten en geschenken van allerlei aard.

Olympia
Olympia, gelegen op vier uur rijden van Athene, was eigenlijk geen stad maar een heiligdom, gewijd aan de Griekse oppergod Zeus. Het middelpunt van het complex werd gevormd door de tempels van Hera en van Zeus. Achter de tempel van Zeus was het heilige gebied, de 'Altis', waar ook de heilige olijfboom stond waar men met een gouden sikkel takken afsneed voor de winnaars.

De eerste antieke Spelen werden waarschijnlijk al in de negende eeuw voor Christus in Olympia gehouden. De eerste door de geschiedschrijving geregistreerde Olympische Spelen vonden plaats in 776 voor Christus. De Spelen werden elke vier jaar, dit is een olympiade, georganiseerd. Officieel begon een volgende olympiade bij de eerste volle maan na midzomer. De bronnen spreken meestal over de augustusmaand als de maand van de Spelen.

Het stadion in Olympia, ongeveer 212 m lang en 28,5 m breed, had de vorm van de letter U. Het bood plaats aan 45 000 toeschouwers die voor het merendeel op de grond plaats namen.

In 776 voor Christus was er slechts één wedstrijdonderdeel, de 'dromos'. Bij dat hardlooponderdeel werd er 192,27 meter afgelegd, precies de lengte van het stadion. Bij de start plaatsten de deelnemers hun voeten in drempels die in een langwerpige marmeren steen waren gebeiteld.

Tijdens de veertiende Spelen, in 724 voor onze tijdrekening, werd het programma uitgebreid met een tweede proef, de 'diaulos' (= 384 meter). Vier jaar later werd een derde hardlooponderdeel gehouden, de 'dolichos', een lange afstandswedstrijd over 24 lengtes van het stadion, of ongeveer 4 614 meter.
Pas in 708 voor Christus werd een totaal nieuwe proef georganiseerd, de 'pentathlon'. Deze vijfkamp bestond uit de volgende onderdelen: hardlopen, speerwerpen, discuswerpen, verspringen en worstelen. De atleet die drie van de vijf nummers won, werd tot winnaar uitgeroepen. Als geen enkele deelnemer drie nummers had gewonnen, besliste de jury over de toekenning van de zege in de vijfkamp. Meestal gaf dan de overwinning in het worstelen de doorslag.
Later volgden in 688 het vuistvechten, een voorloper van het boksen en in 680 de wagenrennen. Het 'pankration' - een mengvorm van worstelen, boksen en karate - werd waarschijnlijk voor het eerst in 648 ingericht en in 520 volgde de hardloopwedstrijd in volle wapenuitrusting, de 'hoplitodromos'.

Naast het stadion werden de wagenrennen en paardenraces gehouden in het hippodroom. Later werden er belangrijke voorzieningen gebouwd, zoals het 'Palaestra', waar de verspringers en vechtsporters konden trainen en het 'Gymnasion' waar de hardlopers en de speer- en discuswerpers trainden. Daarnaast kwamen er verblijven voor de scheidsrechters en de hoogwaardigheidsbekleders.


De Sporten
Hardlopen
De eerste onderdelen bestonden uit een lange sprint, de 'dromos' (192 m), een middenafstand, de 'diaulos' (384 m) en een lange afstand, de 'dolichos' (4 614 m).

Een bijzonder hardloopnummer was de 'hiplotodromos', een lange sprint in wapenuitrusting. Men zou twee keer de lengte van het stadion moeten lopen, dus 2 keer de 'dromos'.

Speerwerpen
Speerwerpen was een onderdeel van de 'pentathlon'. Men maakte gebruik van een tamelijk lichte speer van vlierhout. Aan de speer was een werpkoord bevestigd. Het was de bedoeling dat de speer door het wegwerpen ging roteren. De speer werd daardoor stabieler in de lucht en kon dus verder gegooid worden. Er werden vermoedelijk afstanden tussen de 80 en de 100 meter geworpen.



Verspringen
Verspringen voerde men vroeger anders uit dan tegenwoordig. Of men een aanloop nam is niet geweten, maar afbeeldingen tonen wel verspringers met halters in hun handen. Een in Olympia gevonden springgewicht woog 4,5 kilo. Dat zou betekenen dat zij met 9 kilo aan gewicht ver probeerden te springen. Maar misschien was het gevonden gewicht slechts voor de sier en waren de echte gewichten lichter. Er is in ieder geval een record bekend van 16,66 meter. Aangezien het verspringrecord vandaag op 8,95 meter staat, ligt het voor de hand dat men vroeger verschillende pogingen bij elkaar optelde of men gebruikmaakte van een hinkstapsprong.


Discuswerpen
Als er één sport bekend staat als een klassieke sport, dan is het wel het discuswerpen. Toen men dat onderdeel bij de Spelen van Athene (1896) wilde invoeren moesten sporters eerst naar oude afbeeldingen van Griekse discuswerpers kijken om de proef te doorgronden. De discus varieerde vroeger in gewicht van 1,5 tot 6,5 kilo. De discus was van brons, marmer of lood en had een doorsnede van 17 tot 35 cm. Of men vroeger al ronddraaide voor men de discus weggooide is niet geweten.

Worstelen, boksen en 'pankration'
Ook de vechtsporten kwamen natuurlijk rechtstreeks voort uit de oorlogvoering. Bij het worstelen was het de bedoeling om de tegenstander met zijn rug op de grond te gooien. De wedstrijd eindigde pas als de tegenstander drie keer op de grond was gegooid.
Bij het boksen gebruikte men geen handschoenen, zoals tegenwoordig, maar wikkelde men lederen riemen om de handen en de onderarmen. Later werden loden puntige kogeltjes op de riemen bevestigd. Ook bij het boksen was er geen tijdslimiet. Het gevecht ging net zolang door tot één beiden opgaf.
Het 'pankration' was dé vechtsport, waarbij vrijwel alles mocht, van slaan tot trappen, verwurgen en het breken van vingers. Wat niet mocht was bijten en elkaars ogen uitsteken.


Wagenrennen en paardenraces
Het hippodroom, te vergelijken met het stadion van de hardlopers, was niet meer dan een lange baan in de open lucht. Bij de wagenrennen waren wedstrijden voor tweespan- maar ook vierspanwagens. Niet de berijder van de wagens kreeg als hij won de overwinningstak, maar de eigenaar van de paarden.
Bij de gewone paardenraces mende een jockey de paarden. Maar ook hier kreeg de eigenaar de overwinningstak.

Het einde
De antieke atleten maakten veel gebruik van zieners en heksen teneinde hun tegenstanders te beïnvloeden. Ook waren ze niet vies van allerlei omkooppraktijken. Het eerste gedocumenteerde geval van corruptie stamt uit 388 voor Christus, toen de bokser Eupolus drie opponenten betaalde om op te geven. De olympische eer was te verlokkelijk. Toen de Romeinen Griekenland onder controle kregen, nam de corruptie in olympische kringen helemaal een hoge vlucht. In 86 plunderde Sulla Olympia en werden de deelnemers aan de Spelen naar Rome overgebracht om daar hun kunsten te laten zien.

Elf eeuwen lang, tot 261 na Christus, werden de Spelen iedere vier jaar gehouden. Het is onduidelijk of de Spelen nadien nog georganiseerd werden, omdat men uit deze tijd geen lijsten heeft gevonden waarop de winnaars werden vermeld. Waarschijnlijk gingen zij nog wel door tot in 394 na Christus de Spelen als een heidens en dus onchristelijk evenement werden verboden door de tot christen bekeerde Romeinse keizer Theodosius I.

In 395 werd Olympia vernietigd door barbarenstammen. De Spelen werden voortaan gehouden in het Circus Maximus in Rome, met gladiatoren en al. Op het houden van Spelen in Olympia stond de doodstraf.
Aan de kust van Syrië zouden nog decennialang alternatieve Spelen worden gehouden, waar ook vrouwelijke atleten welkom waren, zij het dat zij niet poedelnaakt aantraden, maar in een tuniek die één borst vrijliet. Keizer Justinus (518-527) was alle olympische naaktloperij een doorn in het oog en hij ging over tot het definitieve verbod van de Spelen.