Olympische Spelen - Antwerpen 1920      

Athene 1896


De eerste Olympische Spelen van de moderne tijd gingen niet door in Olympia, de bakermat van de olympische beweging, maar wel in de Griekse hoofdstad Athene.

Op 6 april 1896 werden de Spelen door Koning George I voor zo'n 50 000 aanwezigen voor geopend verklaard.

De Spelen werden door de Griekse bevolking met veel enthousiasme onthaald. Griekenland vierde juist zijn 50-jarige onafhankelijkheid en deze eerste Olympische Spelen van de moderne tijd konden de vieringen veel luister bijbrengen.








Deze eerste Spelen leverden maar erg bescheiden resultaten op. Alle wedstrijden werden afgewerkt met primitieve technische middelen en de deelname mocht veeleer als folkloristisch worden bestempeld. Hoezeer de sport nog in de kinderschoenen stond, bleek bij het zwemmen. Dat vond niet plaats in een zwemaccommodatie, maar in de haven van Piraeus. Voor de proef over 1 200 m vrije slag werden de deelnemers per boot de zee ingestuurd om ze daar in het woeste en ijskoude water te laten starten. De Hongaar Alfred Hajos was zo handig geweest zich dik met vet in te smeren en won.

In totaal namen 13 landen deel: Australië, Bulgarije, Chili, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Griekenland, Hongarije, Oostenrijk, de Verenigde Staten van Amerika, Zweden en Zwitserland, samen goed voor 311 deelnemers.
Er stonden 9 proeven op het programma: atletiek, turnen, wielrennen, schermen, zwemmen, schieten, tennis, gewichtheffen en worstelen.

De eerste olympische kampioen van de moderne geschiedenis was een Amerikaan, James Connoly. Hij won het hink-stap-springen met een sprong van 13,71 meter. Van hem wordt verteld dat hij na zijn overwinning onmiddellijk naar een postkantoor snelde en volgend telegram naar huis stuurde: 'De Hellenen hebben Europa veroverd. Ik heb de hele wereld veroverd'.




In die tijd waren er wel altijd een paar merkwaardige figuren. Zo liep een Franse sprinter de reeksen van de 100 meter met witte handschoenen, uit eerbied voor de Griekse koning die in de tribune had plaatsgenomen, zo verklaarde hij achteraf.

Waren de Grieken bijzonder enthousiast over de Spelen, toch was er ook ontgoocheling bij de toeschouwers omdat Griekse overwinningen uitbleven en de ontgoocheling werd nog groter door het verlies van de Griekse favoriet Paraskevopoulos in het discuswerpen.
Het was de Amerikaan Robert Garrett die won met een worp van 29,15 meter, dit bij zijn laatste poging. Op zich was dit niet uitzonderlijk ware het niet dat Garrett tijdens de wedstrijd zelf nog met de discus moest leren omgaan want het was de eerste keer dat hij dit tuig van dichtbij zag, terwijl de Griek zich maandenlang intensief had voorbereid. In feite was Garrett een buitengewoon atleet want hij won daarna nog het kogelstoten, werd tweede in het verspringen en derde in het hoogspringen.


Maar hét nummer van deze eerste Spelen was ongetwijfeld de marathon.
De start van deze langste loopwedstrijd van het programma werd gegeven om twee uur in de namiddag, het was drukkend warm en het zou een loodzware wedstrijd worden met veel opgevers.
De moedige deelnemers werden langs de weg aangemoedigd door duizenden toeschouwers.








Wat velen gevreesd hadden, gebeurde ook. Eén na één werden de deelnemers geveld door de verzengende hitte.
Na 23 km begon de Amerikaan Arthur Blake, de tweede op de 1 500 meter, over de weg te zigzaggen en een weinig verder moest ook de Fransman Lermusiaux, die tot dan aan de leiding liep, zijn inspanningen staken. Een vriend die de wedstrijd per fiets volgde masseerde de uitgeputte benen van de Fransman om hem alsnog op weg te helpen maar tot veel meer dan wat gestrompel was hij niet meer in staat.
De menigte in het stadion werd om de tien minuten over het verloop van de wedstrijd door boodschappers te paard ingelicht. De Australiër Edwin Flack, die na 32 km aan de leiding liep, kreeg plots een zware inzinking en werd honderden meters verder voorbijgelopen door een jonge Griek die luisterde naar de naam Spiridon Louys, een schaapherder uit Amaroussion.
Bij het binnenkomen van het stadion barstte er enorm applaus los en werden vreugdeschoten afgevuurd. De laatste honderd meter werd Spiridon Louys geflankeerd door de twee zonen van de koning. Spiridon Louys werd op slag een ware volksheld.