Olympische Spelen - Antwerpen 1920      

Beerschot

Ontstaan
Na de oprichting van de 'Antwerp Football and Cricket Club' (1880) werd de voetbalsport op de militaire oefenpleinen aan het Wilrijkse plein beoefend. In 1893 verhuisde men naar de Transvaalstraat om in 1895 naar de 'vélodrome' van Zurenborg te trekken.

Ernest Grisar had in 1895 op het Kiel een stuk grond van 19 ha gekocht, waarop vroeger reeds de Beerschot-paardenrenbaan met tribune, stallingen, kleedkamers, buffet en dergelijke gelegen waren.
Zoon Alfred Grisar, sinds zijn jeugd reeds een groot sportliefhebber en uitstekend doelman, liep in 1899 school aan de 'College of Brighton' in Engeland.

Tijdens de zomervakantie van 1899 ontstond de idee een nieuwe sportclub naar Engels voorbeeld op te richten.
Zelf was Alfred immers niet langer tevreden over zijn premies bij Antwerp. Samen met enkele bestuursleden, ontevreden met het volkse imago van de club, scheurden ze zich af en stichtten de 'Royal Beerschot Athletic Club' (stamnummer 13). Grisar speelde hiermee in op de twee sociale snelheden die binnen Antwerp F.C. waren ontstaan. Het overgrote deel van de spelers volgde het voorbeeld van doelman Grisar.

Samen met zijn vrienden Max Elsen, Edouard Lysen, Charly Hunter en Paul Muller werd de 'Royal Beerschot Athletic Club' op 1 februari 1900 officieel opgericht met als doel de beoefening en de promotie van alle atletische sporten zoals voetbal, het snelwandelen, tennis, polo, cricket en hockey.
Als kleuren werd, naar de wens van Grisar, in rouw naar aanleiding van het overlijden van zijn vader, gekozen voor paars-wit.
Ook het wapenschild en de spreuk van abt Teniers werden mee overgenomen.

De eerste jaren

De allereerste Beerschotinstallaties waren volledig in hout opgetrokken en waren vrij rustiek. Het terrein waar oorspronkelijk de paardenrennen werden gehouden, werd omgevormd tot een voetbalveld, waaraan later nog een tweede terrein werd toegevoegd, ook gebruikt voor hockeywedstrijden.
Het gebouw van de jockeys werd omgevormd tot kleedkamer voor de spelers terwijl de tribune van het koersveld verbouwd werd tot een buffet. Opgehoogd tegen het voetbalveld werd een kleine tribune gebouwd. Verder werden ook nog twee cementen tennisbanen aangelegd.
Op 6 mei 1900 werd het ganse complex ingehuldigd en op 1 juli 1900 werd het stamnummer 13 door de Belgische Voetbalbond toegekend.
Beerschot was een op Britse leest geschoeide sportclub waarbij de plaatselijke Antwerpse handelselite de plak zwaaide.

Het eerste bestuur bestond uit voorzitter Max Elsen, secretaris Edouard Lysen en penningmeester Paul Muller. Reeds in 1901 gaf Elsen het voorzitterschap door aan Paul Havenith, die zich vanaf het ontstaan van de club had toegelegd op het verbeteren van de infrastructuur en het verzamelen van de middelen om een nv te kunnen oprichten.

Op 11 april 1901 was de oprichting van deze nv een feit: acht aandeelhouders brachten een kapitaal bij elkaar van elk 20 000 frank (prijzen van 1920), verdeeld over 800 aandelen van 25 frank.
Rentenier Paul Havenith nam 300 aandelen voor zijn rekening, de scheepsmakelaars Llelyn Evan Thomas en Charles William Twelves ieder 100 aandelen en rentenier Frédéric-Ludovic Van den Abeele, makelaar Louis Grisar, handelaar Louis Rymenans, bediende Willy Friling en scheepsmakelaar Charly Hunter elk 60 aandelen.

De familie Grisar en talrijke personen betrokken bij de oprichting van Beerschot A.C. waren voordien al actief binnen de schermafdeling van La Concorde, een ontspanningsvereniging die vanaf dat moment dé ontmoetingsplaats bij uitstek was voor de Antwerpse adel, de hoge burgerij en de Franstalige handelselite in Antwerpen.
De relaties die daar werden opgebouwd bleken later van cruciaal belang in het stand komen van het olympisch project van 1920 waarin Beerschot A.C. een centrale rol vervulde.

Op 21 oktober 1900 speelde Beerschot zijn eerste wedstrijd in ereafdeling: Cercle Brugge werd huiswaarts gestuurd met een 10-2 pandoering.
Naast doelman Grisar vormden o.a. Albert en Fernand Friling, Herbert en Walter Potts, Horace en Cécil Jacobs, Frédéric Van den Abeele, Louis Grisar, Florent Voets, Turnbull, Wulf en Jan Robyns de eerste sterke kern. Het eerste seizoen werd afgesloten met een tweede plaats na kampioen Racing Club Brussel.

Aan de successen van de eerste jaren kwam een einde toen de ploeg tijdens het seizoen 1905-1906 als laatste eindigde en degradeerde. Gelukkig speelde Beerschot onmiddellijk kampioen in tweede klasse en wist het zijn plaats in eerste afdeling terug in te nemen.
Een van de smaakmakers van het eerste uur was ongetwijfeld de Armeniër
Vahram Kevorkian. Na zijn studies in Brugge stortte hij zich op het voetbal, eerst bij Cercle Brugge, nadien gedurende vijf jaar voor Beerschot.

In 1910 telde men reeds 585 leden en een uitbreiding van de installaties kondigde zich aan. Aanpalende gronden werden aangekocht en in 1913 werd een begin gemaakt met de bouw van een nieuwe tribune voor 20 000 toeschouwers.

In het olympisch stadion stonden tot voor enkele jaren nog de borstbeelden die herinneren aan enkele markante voorzitters van Beerschot:
- Paul Havenith (brons, President R. Beerschot A.C. 1899-1942) 1942, door Karel Schuermans
- Joseph Rymenans (brons, Vice-President R. Beerschot A.C. 1899-1929) 1929, door Karel Schuermans
- Maurice Lysen (brons, President R. Beerschot A.C. 1942-1957) 1959, door Willy Kreitz
- Alfred Grisar (brons, Ere-President R. Beerschot A.C. 1942-1958) 1963, door Eugéne de Bremaecker.




















Andere sporten
Maar ook de andere sporten kwamen aan bod. Zo werd in april 1905 een poloclub opgericht. Het veld, paviljoen en stallingen waren ingeplant langs de Julius De Geyterstraat. In 1913 werden de terreinen afgestaan aan de voetbal- en tennisafdeling en werd een nieuw onderdak gevonden op de terreinen van Hoogboom.
In 1906 werd de afdeling paardenjacht en drags gesticht. De jacht vond vooral plaats in de bossen van Schotenhof, maar ook in de polders van Stabroek, Putte en Lillo. Ook de cricketafdeling en rugbyafdeling waren erg succesvol evenals het hockey en het tennis. In 1914 werd de atletiekafdeling gesticht, de oudste van het land.

De uitbreidingswerken aan het Beerschotstadion waren in 1913 nauwelijks uitgevoerd of de Eerste Wereldoorlog brak uit. Door de bezetting vielen alle sportieve activiteiten stil.
Na de wapenstilstand in 1918 werd de sportieve bedrijvigheid terug opgestart.
Charles Cnoops, bijgestaan door Paul Havenith en Fernand de Montigny, nam ook zijn oude droom terug op. Geďnspireerd door de Olympische Spelen in Stockholm (1912) wilde men de VIIde olympiade in Antwerpen en meer bepaald op Beerschot organiseren.
In 1919 werd het licht uiteindelijk op groen gezet en kon men beginnen met de organisatie van de eerste naoorlogse Spelen.
Op 4 juli 1919 werd de eerste steen gelegd voor de verbouwing van het Beerschotstadion voor de Olympische Spelen.



De succesperiode (1919-1944)
De naoorlogse periode was ongetwijfeld de meest succesvolle periode uit de geschiedenis van de club. De competitie werd in september 1919 hernomen. Union, drie keer kampioen op rij en zestig wedstrijden na elkaar zonder verlies, en Beerschot met zeven titels waren de toonaangevende clubs.
In het seizoen 1921-1922 werd Beerschot voor het eerst kampioen, en dit na een testwedstrijd tegen Union (2-0). Het was het begin van een erg succesvolle periode vermits er tussen 1921 en 1928 liefst vijf landstitels werden behaald.
Doelpuntenmaker Raymond Braine groeide in die periode uit tot de absolute topspeler van Beerschot en het Belgische voetbal.
Braine vertrok als eerste Belgische speler naar het buitenland, nl. naar Sparta Praag, speelde er van december 1929 tot december 1936 206 matchen, scoorde 126 goals en behaalde met Sparta Praag tweemaal de landstitel.
Vlak voor WO II keerde hij terug naar het Kiel. Het leverde Beerschot nog twee titels op, nl. in 1938 en 1939.

De naoorlogse periode (1946-1968)
In deze periode ontpopte Rik Coppens zich tot de absolute vedette van het Kiel: voetbalgoochelaar én publiekstrekker nummer één.
Vanaf zijn debuut in 1946, hij was toen 16 jaar, tot 1961 was Coppens elk jaar goed voor de nodige doelpunten. Hij werd driemaal topscorer in eerste afdeling en won in 1954 de eerste Gouden Schoen.
Het grillige karakter van Coppens was wellicht mede de oorzaak dat Beerschot in die periode geen landstitel wist te behalen. Toch werden de dolle fratsen, afgewisseld met het geniale voetbal, door het bestuur getolereerd vermits Coppens het Kiel gedurende jaren liet vollopen.

In 1956 werd op het Kiel voor het eerst een wedstrijd onder kunstlicht gespeeld tegen het Franse Sedan.
Vanaf de jaren zestig liet Beerschot zich ook opmerken als een erg wisselvallige ploeg: winst en spektakel tegen de toppers Anderlecht, Standard en Brugge, maar nederlagen en wanprestaties tegen de kleine broertjes. Toch waren spelers als Jos Smolders, Ivan De Ferm, Bob Weyn, Guy Raskin, Albert Michiels, Jan Verheyen en Etienne Zaman stuk voor stuk gedegen voetballers.


De profperiode (1969-1991)
De eerste financiële problemen staken de kop op. Het stadion werd verkocht aan de stad Antwerpen en de eerste buitenlandse profvoetballers meldden zich aan: Emmerich, Tolsa, Sanon, Tomaszewski, ... Beerschot werd een profclub, behaalde twee bekerzeges en proefde van Europees voetbal. De nieuwe plaatselijke vedette Juan Lozano kon het tij echter niet doen keren.

Na een op vermoedens gebaseerde klacht van Beringen en een maandenlang onderzoek werd Beerschot in 1981 door de voetbalbond veroordeeld tot degradatie naar tweede klasse: voor het eerst sinds het seizoen 1906-1907 speelde Beerschot niet in de eerste afdeling. Een seizoen en een eindronde later stond Beerschot terug tussen de elite, maar de terugval was ingezet.
Het seizoen 1990-1991 werd het laatste van Beerschot in eerste klasse. Beerschot eindigde laatste met amper 15 punten uit 34 wedstrijden. Maar het werd nog erger: na een klacht van SK Tongeren, gebaseerd op vermoedens, besliste de voetbalbond op 16 augustus 1991 dat Beerschot moest starten in derde klasse.

Donkere tijden (1991-1999)
In 1991 ging het laatste stukje van het originele olympisch stadion tegen de vlakte. De 'kleinen tribuun' met zijn typische houten bakjes, maakte plaats voor een meer moderne versie.
Er kwam nog wel een onmiddellijke promotie naar tweede klasse maar terugkeren naar de elite lukte niet: vier keer op rij strandde men in de eindronde. De Kielse jongeren konden Beerschot ook niet overeind houden en op het einde van het seizoen 1997-1998 tuimelde men terug naar derde klasse.
De vzw Koninklijke Beerschot Voetbal- en Atletiekclub ging in vereffening. Zelfs stamnummer 13 kon niet worden gered.

Een nieuwe start (1999-2011)
Beerschot verdween ... tot de fusie met Germinal Ekeren nieuwe mogelijkheden aanreikte. Germinal-voorzitter Jos Verhaegen nam het roer in handen.
Sinds de fusie tussen Germinal Ekeren en Beerschot (1 juli 1999) tot Germinal Beerschot werd het stadion nogmaals herbouwd tot wat het nu is, met een capaciteit van circa 13 000 zitplaatsen, verdeeld over vier tribunes. Er werd een samenwerking op het getouw gezet met Ajax Amsterdam, maar na vier jaren nam de groep rond Jos Verhaegen het heft opnieuw in handen.

The bear is back ..., voor even toch (2011-2013)
Het seizoen 2010-2011 was er vooral een van interne bestuurlijke strubbelingen. Bestuurder Patrick Vanoppen verwierf de overgrote meerderheid van de aandelen en zette een nieuwe organisatiestructuur op. De clubnaam werd gewijzigd in Koninklijke Beerschot Antwerpen Club, de oude spreuk (Tene Quod Bene) werd in ere gesteld, zelfs de oude beer verscheen weer in het logo.
De al te ambitieuze plannen bleken evenwel op een financiële luchtbel gebouwd. Beerschot kon de degradatie uit eerste klasse niet ontlopen en werd op 21 mei 2013 door de Antwerpse handelsrechtbank failliet verklaard.

Exit Beerschot na meer dan 100 jaar Antwerpse sporthistorie of toch niet?

KFCO Beerschot Wilrijk (2013-2018)
In de turbulente maanden na het faillissement werden nieuwe pistes uitgetest. Een mogelijk samengaan met een of ander team in de derde klasse bleek niet haalbaar, net als de optie om het 'echte Beerschot' te laten overleven via een totaal nieuwe start vanuit vierde provinciaal. Dan werden er contacten met KFCO Wilrijk in eerste provinciaal gelegd. In feite waren die contacten er al lang, de clubs waren verbonden via de samenwerking op het vlak van de jeugdwerking. Alles kwam in een stroomversnelling en er ontstond al snel een consensus. Op 31 mei 2013 werd de naamswijziging in KFCO Beerschot-Wilrijk ingediend bij de KBVB. Het nieuwe Beerschot was geboren.
De massale belangstelling voor de nieuwe club liet toe in het vertrouwde stadion te blijven spelen. Toeschouwersaantallen van zo'n 7 000 supporters waren legio - ongezien in eerste provinciale afdeling - en zorgden voor een enorme geestdrift zodat de horde van eerste provinciaal in een jaar werd overbrugd. Ook het seizoen 2014-2015, in vierde afdeling C, werd met een nieuwe kampioenstitel en slechts een nederlaag afgewerkt. Tijdens het seizoen 2015-2016 in derde afdeling B verliep alles wat moeizamer, maar toch werd op de valreep een nieuwe kampioenstitel behaald. Op naar de eerste amateurliga voor het seizoen 2016-2017. Ook nu werd de titel, en dit probleemloos, behaald. Met 26 winstmatchen en slechts 2 nederlagen werd het seizoen afgerond met een voorsprong van liefst 14 punten. Ook de eindronde met vier werd zegevierend afgesloten. De vierde titel op een rij was een feit: een unicum!
Tijdens het seizoen 2017-2018 drumde Beerschot om de poort naar de hoogste Belgische voetbalafdeling open te breken. De finalematch tegen Cercle Brugge ging in de 90ste minuut de mist in via een discutabele strafschop in het voordeel van de Bruggelingen. De absolute afspraak met de geschiedenis - een vijfde opeenvolgende promotie - werd op een haar na gemist!

K. Beerschot V.A. (2019-20..)
Heuglijk nieuws op het Kiel. De KBVB stelde het rugnummer 13 terug beschikbaar voor de club. De club veranderde van naam en stelde tevens het nieuwe logo voor.
Op sportief vlak speelde zich tijdens het seizoen 2018-2019 evenweel opnieuw een gelijkaardig senario af. Beerschot plaatste zich voor de finalematchen, nu tegen KV Mechelen. Werd het op het Kiel een teleurstellende 0-0, in Mechelen ging het opnieuw de boot in, ditmaal met 2-1 met het winnende doelpunt voor de 'kakkers' in minuut 88. Wat een teleurstelling!