Olympische Spelen - Antwerpen 1920      

Impact

Er zijn niet zo veel getuigen meer die ons herinneren aan de Spelen van 1920: wat straatnamen op het Kiel, enkele herkenningspunten aan het olympisch stadion, het onofficiële rapport van de Spelen, de olympische eed, de olympische vlag met de vijf ringen,...
Deze stille getuigen zijn de restanten van de ongetwijfeld belangrijkste sportgebeurtenis die Antwerpen en België ooit te beurt is gevallen.
Blijft de vraag welke uiteindelijke invloed deze Olympische Spelen hebben gehad op ons land en dit zowel sportief, financieel als op het gebied van internationaal aanzien.

Slotplechtigheid
Sport en cultuur waren op de Spelen nauw met elkaar verbonden, want op de slotplechtigheid op 12 september 1920 weerklonk muziek, Vlaamse muziek. Na de slottoespraak van baron Pierre de Coubertin, het strijken van de vlag, een oproep van de Thebaanse trompetten en twee kanonschoten sloeg Flor Alpaerts (1876-1954) de opmaat voor de uitvoering van de Rubenscantate van Peter Benoit.

Volgens Het Handelsblad was het 'een uitstekend gedacht deze alhier overbekende cantate bij de sluiting der VIIe Olympiade uit te voeren, aldus onze nationale muziek doende kennen aan de tallooze vreemdelingen alhier tegenwoordig. Want nooit wel zal een werk van Peter Benoit voor een zoo verscheiden publiek ten gehoore gebracht zijn.' Volgens de pers zorgde Alpaerts voor een uitstekende uitvoering en werd hij door provinciegouverneur baron Gaston van de Werve, eerste minister Léon Delacroix en generaal Alphonse Cabra gefeliciteerd.

Sportief
Op sportvlak waren de Spelen niet zo succesrijk. We mogen hierbij natuurlijk niet vergeten dat twee jaar eerder veel van de jonge sporters nog op de slagvelden van Wereldoorlog I stonden. Daardoor hadden heel wat landen moeite om bekwame en geoefende ploegen samen te stellen. WO I had immers zijn tol geëist. Niet alleen hadden mogelijke medaillekandidaten het leven gelaten op de Europese slagvelden, ook de ontwikkeling van verschillende sportdisciplines was gestagneerd. De Franse baron en vader van de moderne Olympische Spelen, Pierre de Coubertin, bezorgd om een schisma binnen de nog jonge olympische beweging, liet de beslissing om de uitnodigingen te versturen over aan het Antwerpse organisatiecomité. Dat verzond liefst 31 invitaties maar sloeg, om evidente redenen, de oorlogstegenstanders over. De Duitsers, Oostenrijkers, Hongaren, Bulgaren en Turken waren met andere woorden niet welkom op de Spelen, evenals Rusland waar drie jaar eerder Lenin aan de macht was gekomen.

Er werden heel wat knappe sportsprestaties geleverd. Er sneuvelden wereld- en olympische records, er werden heel wat besttijden en/of beste persoonlijke prestaties gerealiseerd. Eén uitzonderlijk atleet trad ontegensprekelijk op de voorgrond tijdens deze Antwerpse Spelen en slaagde er in zijn naam te plaatsen tussen de allergrootsten uit de olympische geschiedenis: Paavo Nurmi. De Finse afstandsloper legde in Antwerpen met vier gouden en een zilveren medaille de basis voor een onnavolgbare sportcarrière. Naast Nurmi moeten zeker ook de Italiaanse schermer Nedo Nadi (vijf gouden medailles) en de Franse tennisster Suzanne Leglen (3 maal goud) worden vermeld.

België, als organiserende natie, oogstte 14 gouden, 11 zilveren en 11 bronzen medailles, een nooit meer geëvenaard aantal. Blikvanger daarbij was natuurlijk boogschutter Hubert Van Innis met liefst zes medailles. Maar ook het Belgische voetbalgoud sprak tot de verbeelding en wist de massa te begeesteren.

Ook de omstandigheden waarin de Spelen plaatsvonden waren mede oorzaak van het feit dat deze Spelen geen uitzonderlijke sportieve hoogvlieger werden. Mede door het slechte weer in augustus 1920 was de atletiekpiste traag en zwaar. De afgebakende vestinggracht die dienst deed als olympisch zwembad werd onder nog veel zwaardere kritiek bedolven. Maar ook de huisvesting van de atleten was veelal ondermaats en vormde een punt van ergernis en kritiek.

Dat het evenwel niet allemaal kommer en kwel was mag blijken uit bijgaande menukaart naar aanleiding van de overwinning van de Winnipeg Falcon's in het ijshockeytornooi .
Het moet gezegd dat de voorbereidingstijd om de Spelen te organiseren, zo kort na de perikelen van WO I, erg beperkt was. Maar op de zitting van het IOC op 17 augustus 1920 werd door de Coubertin toch ook op die problemen gealludeerd: 'Naast de internationale verdiensten die dit land vanaf 1914 mag opeisen komt ook die van intelligentie en snelle organisatie of - als ik een minder academische maar des te expressievere term mag gebruiken - die van de plantrekkerij'.

Extrasportieve propaganda
Vooraleer in te gaan op de financiële resultaten van de Spelen dient eerst nog een beeld geschetst van de extrasportieve campagnes die werden opgezet om de Spelen te promoten.

Een officiële affiche diende niet meer te worden ontworpen aangezien dit reeds in 1914 was gebeurd voor de propagandabrochure uit dat jaar. Deze affiche, 85 cm op 62 cm groot, werd door vier firma's op 90 000 exemplaren en in 17 verschillende talen gedrukt. Voor binnenlands gebruik werden zelfs 10 000 exemplaren voorzien van een tweetalig ontwerp.
Op klein formaat (6 x 4 cm) werden 2 500 000 reclamezegels gedrukt in het rood, blauw, groen, bruin en paars.
Ook werden, geïnspireerd op de officiële affiche, nog eens 40 000 affiches (30 x 20 cm) gedrukt met een afbeelding van de Antwerpse rede in plaats van het stadspanorama.

Daarnaast werd nog een propagandabrochure op 100 000 exemplaren gedrukt met allerhande interessante informatie over de stad, de Antwerpse haven, België, maar ook over de belangrijkste slagvelden van WO I. Bovendien bevatte de brochure details over de feestelijkheden naar aanleiding van de Spelen. Om dit allemaal financieel rond te krijgen werd een beroep gedaan op privé-initiatief en werd commerciële en industriële reclame in de brochure opgenomen.


Vermelden we ook nog het 106 bladzijden tellende "Programme officiel", uitgegeven door het organisatiecomité. Om het programmaschema in detail verder uit te vlooien kan je hier terecht.

Om de grote massa vanuit de ganse wereld naar Antwerpen te lokken werd op liefst een miljoen exemplaren nog een folder verspreid met enerzijds het programma en anderzijds een wereldkaart met aanduiding van de reistijd vanuit de grote wereldsteden naar Antwerpen.

Om de propaganda in het binnenland te versterken werden aan hotels, restaurants, cafés en grote winkels maar ook op de grote kruispunten in de belangrijkste steden van het land vaandels (5 x 1 m) opgehangen. Op een witte achtergrond werd in rode letters - de stadskleuren van Antwerpen - de tekst van de affiche hernomen.
Als verzamelobject en uitgedeeld aan de deelnemers aan de Spelen werden ook nog 5 000 pakketjes met 10 postkaarten met een aantal meesterwerken uit de Antwerpse musea gedrukt.

In de marge van dit alles is het misschien interessant te vermelden dat onze Vlaamse schrijver Alfons De Ridder, alias
Willem Elsschot, samen met zijn zakenpartner en vriend Léonce Leclercq vanuit hun vestiging van het reclamebedrijf 'La Propagande Commerciale' op de Groenplaats, op de hoek met de Groenkerkhofstraat, belangrijke opdrachten binnenhaalden van de organisatoren van de Olympische Spelen, o.a. het in 1920 verschenen 'La VIIme Olympiade et les Fêtes d’Anvers. Guide-Programme. Textes officiels avec plans'.

Maar ook schrijver Jan Albert Goris, alias
Marnix Gijsen, was van de partij op de Spelen. Als verslaggever voor het Nederlandse dagblad De Tijd liet hij zijn licht schijnen op het Antwerpse gebeuren. Hij verwerkte zijn ervaringen op onnavolgbare wijze in meerdere geschriften, o.a. in 'Klaaglied om Agnes' (1959). Hierbij een fragment uit een van zijn verhalenbundels.

Via het ministerie van de posterijen werd voor de Spelen een speciale datumstempel ontwikkeld voor alle postzendingen in België en naar het buitenland en werden speciale postzegels, gedrukt in New York, uitgegeven. Een speciale toeslag van 5 cent werd gerekend 'pour les mutilés - voor de verminkten'.

Om de internationale delegaties op gepaste wijze te ontvangen werden meerdere feesten, banketten en recepties georganiseerd. Het officieel verslag vermeldt niet zonder enige trots dat van de voorziene 60 000 frank (prijzen van 1920) er slechts 37 451,25 frank werd opgesoupeerd.

Voor de volledigheid moeten we er toch ook nog op wijzen dat in het verlengde van de organisatie van de Spelen in Antwerpen er door anderen ook gespeeld werd met de idee om, in navolging van de Spelen van Parijs 1900 en St.-Louis 1904, na 1885 en 1894 voor een derde keer uit te pakken met een Wereldtentoonstelling in Antwerpen. Uiteindelijk gingen deze plannen niet door en werd op 3 juni 1919 de nv Exposition Universelle Anvers 1920 ontbonden. In de plaats werd een nieuwe vennootschap, de Societé de Fêtes d'Anvers, opgericht die in de periode van mei tot september 1920 allerhande internationale tentoonstellingen op het getouw zette. Zo was er een autotentoonstelling, een koloniale tentoonstelling, een tentoonstelling van last- en trekwagens, landbouw- en nijverheidsmotoren, een juwelententoonstelling, een neerhofdierententoonstelling, een hondensport- en een sporttentoonstelling en een groots opgezette Floraliën. Deze Floraliën nabij het Middelheim herbergde Franse, Engelse en Japanse tuinen en de ganse zomer lang werden feestelijkheden georganiseerd waaraan talrijke buitenlandse kwekers meewerkten en waarop de atleten van de Spelen waren uitgenodigd. Er waren, naargelang het seizoen, speciale tentoonstellingen van bloemen en planten en tijdens de rozententoonstelling werd zelfs aangekondigd dat de perken elektrisch zouden verlicht worden.
In de stadsfeestzaal aan de Meir werd een schitterende diamantententoonstelling georganiseerd en bij de openingsrede sprak koning Albert I Nederlands, een feit dat in die tijd veel opzien baarde.

Daarnaast werden nog feesten georganiseerd zoals een gymnastisch gouwfeest (9 mei), een federaal wielrijdersfeest (23 en 24 mei), een groot wielrijdersfeest ter gelegenheid van de aankomst van de race Milaan-Antwerpen (10 augustus) en grote internationale vliegfeesten (van 19 juni tot 3 juli). Jan Olieslagers en andere wereldbekende luchtpiloten, zoals Charles Nungesser, toonden boven het Wilrijkse plein hun kunsten en er waren demonstraties van transportvliegtuigen zoals de Handley-Page, de Farman Goliath en de Caudron die tot vijftien (!) passagiers konden vervoeren. Tijdens een nachtmeeting in augustus werd een overval op een stad nagebootst. Op het Wilrijkse plein werd daartoe een stad van kartonnen huisjes gebouwd. De bommen die uit het vliegtuig moesten vallen waren in werkelijkheid mijnen die men op de grond liet ontploffen en de kartonnen huisjes werden met fakkels in brand gestoken.
Bovendien werden nog speciale activiteiten gehouden naar aanleiding van de nationale feestdagen van Amerika, Frankrijk en België.

Financieel debacle
Het financiële hoofdstuk is mogelijk de meest zwarte bladzijde van de Spelen. Het land zat na WO I niet alleen financieel aan de grond, het organisatiecomité slaagde er evenmin in het financieel plaatje rond te krijgen.
In maart 1919 werden de kosten voor de Spelen geraamd op 3 700 000 frank (prijzen van 1920). De Belgische overheid leverde een bijdrage van 1 500 000 frank, de stad Antwerpen 800 000 frank, de provincie Antwerpen kwam tussen voor 200 000 frank en de stad Brussel 10 000 frank. Het tekort van ruim één miljoen frank hoopte men te krijgen van een 'Voorlopig Comité', dat echter nooit over de brug kwam.

De publieke belangstelling was bovendien ondermaats, mede omdat de toegangskaarten erg duur waren. Enkel de worstel- en bokswedstrijden, die in de Zoo plaats vonden, en het voetbal trokken veel volk. In totaal werden 349 689 toeschouwers geteld waarvan 219 689 betalenden. De organisatoren hielden er een financiële kater aan over.

De eindafrekening leert ons immers dat uiteindelijk 4 012 062,51 frank (prijzen van 1920) werd geïnd terwijl een som van 4 638 085,01 frank werd uitgegeven. De Antwerpse Spelen sloten aldus af met een deficit van 626 022,50 frank.

Besluit
Op basis van het nooit gepubliceerde officieel rapport blijkt dat het organisatiecomité zich wel degelijk bewust was van het feit dat men geen perfect werkstuk had afgeleverd: 'Si l'on jette un regard sur les Jeux de la VIIème Olympiade, on s'étonne qu'il ait été possible, avec le peu de moyens et les faibles ressources disponibles, de faire le tour de force qui a été exécuté.
Financièrement parlant, le Comité aurait pu boucler son budget s'il avait eu à sa disposition, outre les subsides, le capital privé dont la promesse avait été la raison pour laquelle, contrairement à l'usage établi, une autre ville que la capitale belge avait été désignée comme siège des Jeux. Ce fut une erreur. Une fois de plus, l'expérience des Jeux d'Anvers démontra combien il est coûteux d'organiser des Jeux olympiques; qu'il est imprudent de les entreprendre sans avoir en mains tous les capitaux nécessaires.
Entravé dans son action par l'esprit de clocher et la modicité des ressources dont il disposait, le Comité de la presse ne remplit pas le rôle que l'on en attendait. Nombreux sont les Belges qui regrettent de n'avoir pu, faute d'informations suffisantes, assister aux manifestations sportives d'Anvers
'.

Vanuit internationaal standpunt werden de Spelen een algemeen succes, vanuit Belgisch standpunt waren ze eerder relatief succesvol. Niet alleen Antwerpen en haar handelsactiviteiten haalden onmiddellijk voordeel uit de Spelen, ook de sport en de fysieke ontwikkeling van de jeugd kregen een niet te verwaarlozen impuls door de Spelen. Maar ook Beerschot profiteerde via een vernieuwde infrastructuur ruim mee van de Olympische Spelen.

De vastberadenheid van enkele elitaire figuren uit het Antwerpse sportmilieu wist de eigen Belgische bevolking echter onvoldoende te bereiken.
Waar men zeker niet in slaagde was een doorbraak te forceren inzake het veralgemeend deelnemen van de vrouw en van vertegenwoordigers uit de arbeidersklasse aan de Spelen. Anderzijds waren deze Zomerspelen wel een stimulans voor de Wintersporten die vanaf 1924 in Chamonix als afzonderlijke Spelen werden gehouden.
Toch werden deze Spelen achteraf wel eens gecatalogeerd als 'die sfeerloze Spelen voor de vermoeide jeugd van de oorlog' of 'de Spelen van de armoede'.

Internationaal aanzien verkreeg zeker Henri de Baillet-Latour (1876-1942). De jonge Henri, afstammeling van het adellijke geslacht de Baillet-Latour, - vader Ferdinand was gouverneur van Antwerpen - was bezeten van atletiek en ruitersport. In 1906 richtte hij mee het Belgisch Olympisch Comité op waarvan hij later voorzitter werd. Maar de Baillet-Latour maakte vooral naam en oogstte aanzien als medeorganisator van de Spelen van 1920. Het mag immers een huzarenstuk worden genoemd dat men er in is geslaagd, nog geen twee jaar na de wapenstilstand van 11 november 1918, opnieuw Olympische Spelen te organiseren met deelnemers uit de vijf continenten. Het betekende meteen een nieuwe start voor de Olympische beweging.

Die prestatie bleef niet onopgemerkt. Toen de Coubertin in 1925 terugtrad als IOC-voorzitter volgde de Baillet-Latour hem immers op. Hij ontpopte zich onder meer daardoor in de eerste helft van de 20ste eeuw tot een belangrijke publieke figuur in Europa. Zijn internationale invloed lag vooral op het vlak dat hij een fanatiek verspreider van de olympische gedachte - het gaat alleen om de sport en niet om commercie of politiek - was. Hij bleef IOC-voorzitter tot aan zijn dood in 1942.

Eén vaststelling die de metropool Antwerpen nog meer tot een unieke stad maakt, staat echter buiten elke discussie:



Vanaf 1920 heeft Antwerpen het privilege van 'olympische stad'.