Stamoudsten

Indianen zagen ouderdom en dood als aspecten van de kringloop van het leven., iets wat je niet hoeft te betreuren of vrezen. Ouder worden brengt wijsheid met zich mee, die geŽerbiedigd wordt en de stamoudsten spelen een belangrijke rol in het gemeenschapsleven, al kunnen ze niet jagen, planten of voedsel verzamelen.

Overledenen werden na hun dood geŽerd met een begravenisrite;soms werden ze begraven. Volgens andere gebruiken werden ze hoog boven de grond op een platform gelegd, zodat de ziel zich op het volgende leven kon voorbereiden. Men gaf het lichaam terug aan de natuur. Uit een beschrijving van de begravenisrite van de Ojibwa blijkt de overtuiging dat het leven door de dood veranderde, niet eindigde;daaruit spreekt een geloof in een hiernamaals, dat leefde bij alle stammen over het hele continent.

Wanneer [een van ons] sterft, gaat het lichaam in een graf, meestal in zittende houding met het gezicht naar het westen. Alle spullen die men in het leven nodig heeft voor een reis, worden mee begraven.
Voor een man zijn dat zijn geweer, een deken,een ketel, een wetsteen, een vuursteen en mocasins
Voor een vrouw; haar mocassins, een bijl, een draagband, een deken en een ketel

Direct na de dood slaat de ziel een uitgesleten pad in westelijke richting in; het eerste wat hij daar tegenkomt is de grote Oda-e-min (heartberry), of aardbeistruik, die als een enorm rotsblok langs de kant van de weg staat en waarvan hij een handvol af plukt en onderweg opeet. Hij gaat verder tot hij bij een diepe snelstromende rivier komt, waar de zeer gevreesde Ko-go-gaup-o-gun over ligt, ofwel de bewegende en zinkende brug wanneer de zeiziger daar eenmaal overheen is en achterom kijkt, neemt de brug de vorm aan van een enorme slang die zich over de rivier kronkelt.

Nadat hij vier nachten buiten heeft geslapen, en alle dagen door de prarie is getrokken, komt de ziel aan in het land der Geesten; daar ontmoet hij al zijn verwanten, die zich daar verzameld hebben sinds de eerste mens geschapen werd. Het is er een en al vreugde, zang en dans. Ze wonen op een prachtig grondgebied met her en ter heldere meren en rivieren, bossen en vlakten. Waar ze zich een tegoed kunnen doen aan een overdaad van vruchten en wild, in een wereld. Kortom die overstroomd van alle dingen die een roodhuid het meest begeert en die zeer veel bijdragen aan zijn geluk. Van een degelijk paradijs kan alleen iemand die daartoe door zijn manier van leven op aarde bevoegd is, de geneugden proeven

OJIBWA

oudeman

oudevrouw

[Welkom] [Home] [Gemeenschap] [Moedige mensen] [Overlevingskunst] [Tijdstabel] [Stamoudsten] [Stammen] [Wapens] [Woningen] [Stamhoofden] [Links]

© 2006 Apacheke's Design