|
Enkele risicogroepen vereisen onze speciale aandacht bij de selectie van een hoestpreparaat:
Zwangerschap en lactatie: Dextromethorfaan lijkt een veilig antitussivum (middel tegen hoest). Ook Clobutinol kan worden afgeleverd onder
voorbehoud van het eerste trimester. In geval van een lichte niet-productieve hoest gaat ondze voorkeur uit naar vlier- en heemstpreparaten. Thymol (in tijmsiropen) is ABSOLUUT verboden omwille van foetale
toxische nevenwerkingen zoals levertoxiciteit, beenmergdepressie, eiwitdenaturatie en convulsies!!!!!!!!!!!
Guaifenesine neemt men best niet tijdens het eerste trimester van de zwangerschap. Mucolytica op basis van acetylcysteïne, broomhexine of
carbocisteïne vormen geen probleem tijdens de zwangerschap of lactatieperiode. Toch sporen bijsluiters doorgaans aan tot voorzichtigheid wegens gebrek aan gegevens.
Diabetes: Eén koffielepel sirupus simplex (de basis van de meeste siropen) bevat 3.5g saccharose en verhoogt de bloedsuikerspiegel
significant. Ook comprimés, bruistabletten en poeders dienen omzichtig gebruikt te worden. Er zijn in België echter voldoende suikervrije preparaten op de markt om een diabetes-patiënt niet in de kou te
laten staan.
Astma en COPD (Chronische Obstrucieve LongAandoening): Mucolytica en expectorantia worden vaak aangewend bij astma of
COPD. Acetylcysteïne kan na inhalatie bronchoconstrictie uitlokken. De aerosolvorm wordt daarom best gecombineerd met een bronchodilatator. Centraalwerkende antitussiva kunnen bij astma- en
COPD-patiënten een tweeledig effect hebben: depressie van het ademhalingscentrum in de hersenstam, als gevolg van een verminderde gevoeligheid voor CO2 en bronchusobstructie door het vrijmaken van histamine uit de
mestcellen. Codeïne zou minder ademhalingsdepressie geven dan de andere morfinomimetica. in een dosering van 20 à 30 mg per keer lijken de risico's althans minimaal. Veiligheidshalve raden we deze
patiënten aan hun arts te contacteren alvorens een antitussivum te nemen.
Gastro-intestinale ulcus (maagzweer of dunne darmzweer): Mucolytica en expectorantia zijn tegenaangewezen bij ulcuspatiënten wegens hun etsend
vermogen ter hoogte van maag- en darmmucosa.
Toxicomanie: Hoeststillende middelen als codeïne en ethylmorfine worden aangewend in het drugsmilieu als substitutieprodukt. Ze hebben
een snelle werking en vangen de dervingsverschijnselen op. Codeïnebevattende siropen worden soms aangewend als verdunningsmiddel voor drugs. Ook pseudo-efedrine wordt in drugmilieus misbruikt voornamelijk
onder siroopvorm. Bij verwarming van de siroop kan eventueel efedrine gevormd worden, dat, samen met codeïne, verantwoordelijk is voor het roesverwekkend effect.
|