19 november 2005
Smeerenburgcollectie terug naar Noorwegen
Op 19 november j.l. hebben het Rijksmuseum Amsterdam en het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen de zogenaamde Smeerenburgcollectie overgedragen aan de Noorse dienst voor Monumentenzorg. Die collectie bestaat uit overblijfselen uit de periode waarin Nederlanders zich op Spitsbergen gevestigd hadden voor de walvisvangst. waren in de Gouden Eeuw verwoede walvisvaarders. Terwijl de Scandinaviërs de eilandenarchipel nog nauwelijks hadden ontdekt, vestigden landgenoten zich daar voor dat doel al in 1614. Het grootste deel van de Smeerenburgcollectie zal binnenkort permanent op Spitsbergen tentoongesteld worden.
De bijzondere collectie bestaat uit archeologische voorwerpen uit de
walvisvangstnederzetting Smeerenburg die van 1614-1652 gevestigd was op
Amsterdameiland, Spitsbergen. Verschillende Nederlandse steden beheerden op deze barre plek, zo'n 1000 kilometer van de noordpool, traanovens waarin de walvisresten werden verwerkt. De voorwerpen uit de Smeerenburgcollectie (smeerenburg = blubberstad, van walvisvet) zijn opgegraven in de periode 1978-1981 door Groninger archeologen tijdens de Arctisch Centrum-Carl Denig-Spitsbergen expedities. Ze geven een goed beeld van de vaak moeilijke omstandigheden in de voormalige Nederlandse nederzetting. Zo is aan de gevonden kleding te zien op welke wijze de inwoners zich tegen de vochtige koude probeerden te beschermen. Gereedschappen tonen aan dat er in de nederzetting behalve walvisvaarders ook bakkers, smeden, timmerlieden, schoenlappers en botteliers werkzaam waren. Dat er zo nu en dan ook tijd was voor
ontspanning blijkt uit de resten van tabakspijpen, glas en aardewerk, vondsten die erop wijzen dat de Nederlandse nederzetting een café rijk was. Daarentegen blijkt uit de aanwezigheid van een grafveld in de buurt dat veel inwoners van Smeerenburg hun verblijf in de kou met de dood hebben. In 1988 waren veel van de voorwerpen tentoongesteld op de grote expositie Walvisvaart in de Gouden Eeuw in het Rijksmuseum te Amsterdam. Op deze tentoonstelling was met behulp van de voorwerpen en afbeeldingen van de vindplaats met succes het verhaal verteld van de
17e-eeuwse Nederlandse walvisvaarders op Spitsbergen. De tentoonstelling maakte duidelijk dat de collectie alleen samen met de vindplaats het complete historische verhaal vertelt. Daarom is besloten de collectie terug te brengen naar Spitsbergen, zodat daar het Nederlandse aandeel in de geschiedenis van Spitsbergen uitgebeeld kan
worden. Met de overdracht van de Smeerenburgcollectie aan Noorwegen is dit een feit. Het grootste deel van de collectie zal door de Noorse dienst voor Monumentenzorg worden ondergebracht in nieuw gebouwde magazijnen in Longyearbyen op Spitsbergen. Een deel van collectie zal tentoongesteld worden in de permanente expositie van het Svalbard museum aldaar. Het deel dat in Nederland achterblijft zal een plaats krijgen in het Rijksmuseum Amsterdam.


7 oktober 2005
Kostbaar Nederlands scheepvaartverleden in zwaar weer

Onbeschermde Nederlandse geschiedenis onder de waterspiegel dreigt in rap tempo verloren te gaan. Alleen wanneer nu maatregelen worden genomen, kan een cultuurhistorische ramp op zee- en rivierbodems worden voorkomen. Deze alarmerende conclusie komt na een jarenlange inventarisatie van het maritiem erfgoed in ons land door het Nederlands Instituut voor Scheeps- en onderwaterArcheologie (NISA), onderdeel van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB).'De situatie is zorgwekkend', verklaart Arent Vos, hoofd van het NISA-duikteam in Lelystad. 'Of het nu om scheepswrakken, verzonken landschappen of bruggen gaat, zolang archeologische overblijfselen niet fatsoenlijk worden afgedekt blijven natuurlijke processen hun eroderende werk doen en zal dit materiaal binnen 25 jaar echt verdwenen zijn.' Hij is somber gestemd over de staat waarin sommige van deze onderwatermonumenten zich nu al bevinden. Nederland telt een fiks aantal oudheidkundige restanten van vaartuigen, Romeinse infrastructuur en prehistorische nederzettingen in kust- en binnenwateren. Ze spreken boekdelen over het rijke maritieme leven van onze voorouders. Volgens Vos vormt een breed scala aan menselijke en natuurlijke processen zowel een directe als indirecte bedreiging voor al deze bronnen van oudheidkunde.
'Het gevaar komt uit allerlei hoeken. Door bijvoorbeeld de aanleg van de Afsluitdijk, de Deltawerken, uitbreiding van havens, baggerwerkzaamheden voor de kust en in rivieren zijn hele stromingspatronen veranderd. Eeuwenlang met zand en sediment bedekte overblijfselen komen hierdoor plotseling bloot te liggen en worden door het hard stromende water vernield en weggevoerd. Verder zijn vissers met hun netten, paalwormen die zich in het hout vreten en op voorwerpbeluste sportduikers risicofactoren. Massa's aan kennis gaan op die manier verloren. Er moet nu worden gehandeld om niet toekomstige generaties de kans te ontnemen ons fascinerende verleden op en langs de zee en rivieren te bestuderen.'
Samen met enkele collega-wetenschappers stelde Vos namens de Stichting voor de Nederlandse Archeologie (SNA) een bundel samen met daarin artikelen over deze problematiek die tevens boven water speelt. Onlangs verscheen het eerste exemplaar van dit boekje, getiteld 'Natuurlijke Processen als Verstoorder', en werd aangeboden aan staatssecretaris Medy van der Laan van cultuur.


26 oktober 2005
Hut Robinson Crusoe mogelijk ontdekt

Met het aantreffen van hutrestanten heeft een team van National Geographic hoogstwaarschijnlijk de verblijfplaats ontdekt van Alexander Selkirk, alias Robinson Crusoe. Daarmee wordt de legende rondom deze 18e-eeuwse Schotse zeeman eindelijk tastbaar. Onder leiding van de Japanse onderzoeker Daisuke Takahashi speurde het team, geadviseerd door een eilandbewoner, langs een verlaten bergpad. Het Robinson Crusoe Eiland met zijn ruim 600 inwoners is onderdeel van de Juan Fernández archipel op circa 670 kilometer ten westen van Chili in de Stille Zuidzee. Dit geïsoleerde stukje aarde is het toneel in de roman 'The Life and Strange Surprising Adventures of Robinson Crusoe of York, Mariner' uit 1719 door de Engelse auteur Daniel Defoe. Het boek is gebaseerd op ware feiten in navolging van Selkirk en werd over de hele wereld een regelrechte bestseller. Als bemanningslid op het schip van de vermaarde Britse ontdekkingsreiziger William Dampier liet Selkirk zich in 1704 vrijwillig op het eiland afzetten om pas in 1709 door kapitein Woodes Rogers opgepikt te worden. Zijn vertellingen over de bijna vierenhalfjaar afzondering op het toen nog onbewoonde eiland bleek de bron van inspiratie voor Defoe.
Langs de afgelegen route stuitten Takahashi en zijn equipe op resten van een stenen bouwwerk. Opgravingen toonden aan dat dit een Spaans kruitmagazijn van eind 18e-eeuw betrof. Echter, onder de fundamenten van dit gebouwtje kwam een tweede plattegrond tevoorschijn met daarin de sporen van paalgaten en vuurhaarden. De haarden bevatten naast as en houtskool tevens dierlijke beenderen, aanwijzingen dat hier voedsel zou zijn bereid. Het sterkste bewijs werd niettemin geleverd door het topje van een koperen kaartpasser, een belangrijk stuk gereedschap in het bepalen van posities op zee.
'Uit het verslag van Woodes Rogers weten we dat Selkirk een zeeman was met eigen navigatie-instrumenten', verklaart Takahashi. 'Als we dan vervolgens kijken naar de bezoekers en schipbreukelingen die dit eiland in het verleden aandeden, blijkt het dat Selkirk als enige dergelijke instrumenten in zijn bezit had. Dit is uiteraard een zeer sterke link met zijn verblijf op deze plek.'
De Japanse wetenschapper en zijn medewerkers zetten het onderzoek op de bewuste plaats voort. Hun focus is het analyseren van de geografische en milieukundige aspecten om daarmee het antwoord te vinden op de vraag hoe een man alleen in dergelijke solitaire omstandigheden jarenlang heeft kunnen overleven. Verder denkt Takahashi Nederlandse hulp in te schakelen bij de conservering van de overblijfselen.


25 oktober 2005
Unieke archeologische vondst in Nijmegen

Bij opgravingen in Nijmegen zijn unieke resten uit het begin van onze jaartelling gevonden. Het gaat om opgravingen in de bodem van de St. Josephhof, een van de langst bewoonde plaatsen in Nederland. De bijzondere vondst werd onlangs tijdens een speciale perspresentatie getoond en toegelicht door de Nijmeegse archeoloog Harry van Enckevort. De opgravingen gaan vooraf aan de bouw van een kleine honderd woningen met een ondergrondse garage. Deze 'Hof van Heden' wordt in 2007 opgeleverd. Inmiddels heeft de voltallige Raad van de gemeente Nijmegen als zijn mening uitgesproken dat bij het oudste stenen gebouw van Nederland op de Nijmeegse Josephhof een permanent bezoekerscentrum dient te komen. Deze plek moet permanent zichtbaar blijven voor bezoekers, vindt PvdA-raadslid Melchior de Grood. Hij spiegelt zich aan voorbeelden als de kelders van het Maastrichtse Derlon-hotel en de Romerpassage in Mainz. Behoud van de unieke plek is van enorm cultuurhistorisch belang: 'Dit soort vondsten zijn voor Nederland uniek. Dit moeten we voor het nageslacht behouden', aldus De Grood.


Romeins Nijmegen van 15 vóór tot 70 na Christus. Kaart van Jan Paul
Arkenbout, Bureau Archeologie.

Bij het bouwproject op de Josephhof - er worden appartementen en een parkeergarage gebouwd - is al rekening gehouden met het zichtbaar houden van archeologische vondsten. Het voorstel van De Grood gaat echter veel verder. Het thema van het permanente bezoekerscentrum zou moeten zijn: Nijmegen Oudste Stad en De Bataafse Opstand.
Realisatie van een bezoekerscentrum heeft grote financiële consequenties. De Grood vindt dat provincie en Rijk moeten bijspringen, gezien het nationale belang van de vondst. Ook een belangenorganisatie als Bouwend Nederland zou een bijdrage kunnen leveren; het oudste stenen huis markeert immers het begin van de branche. Hoe dan ook wil de gemeenteraad de vondst behouden. Hiervoor is een A-team ingericht, bestaande uit raadsleden die zich extra sterk maken voor Archeologie, Cultuurhistorie en Visualisatie. Bij de eerstvolgende raadsvergadering zal het A-team het college oproepen de komst van het bezoekerscentrum te bevorderen.


24 oktober 2005
Directeur Rijksmuseum van Oudheden legt functie neer

In goed overleg met de Raad van Toezicht van het Rijksmuseum van Oudheden heeft mevrouw drs J.R. Magendans, die sinds 1995 directeur van het museum en bestuurder van de stichting is, besloten haar functie neer te leggen. Recente ontwikkelingen binnen het museum hebben de directeur en de Raad genoopt een belangenafweging te maken, waarbij het persoonlijk welzijn van de directeur en de waarborging van de continuïteit van het museum een belangrijke rol speelden. Mevrouw Magendans bekleedde sinds 1995 de functie van directeur van het museum, dat in dat jaar werd geprivatiseerd en als door het rijk gesubsidieerde stichting zijn eigen weg ging. Tijdens het bestuur van Magendans kende het museum een aantal succesvolle nationale en internationale projecten. In de periode 1997-2001 werd onder haar leiding een grootscheepse verbouwing en herinrichting gerealiseerd. Verschillende tentoonstellingen van nationale en internationale allure werden aan het publiek gepresenteerd, in Leiden maar ook in vele steden op verschillende continenten. In 2003 is het museum bij de uitreiking van de prestigieuze internationale museumprijs 'European Museum of the Year Award' in Kopenhagen onderscheiden met een speciale aanbeveling.
De Raad van Toezicht heeft Michiel Verschuijl, die mevrouw Magendans de afgelopen maanden als co-directeur heeft bijgestaan, bereid gevonden het bestuur tijdelijk over te nemen als directeur ad interim.


21 oktober 2005
Romeins graf in Blerick gevonden

Bij archeologische opgravingen in Blerick is een Romeins graf met een urn met crematieresten uit vermoedelijk de vierde eeuw gevonden. De precieze datering van het graf, en of de resten van een man of vrouw zijn, wordt nog onderzocht. De opgravingen, voorafgaand aan de bouw van een nieuw gemeenschapshuis, hebben verder resten van een grote middeleeuwse boerderij en van een enorme greppel uit de 18de eeuw opgeleverd. De greppel is 6 meter breed en 3 meter diep. Stadsarcheoloog Dolmans vermoedt dat het om een afwateringsgreppel gaat. Onderzoek in de stadsrekeningen kan wellicht aantonen waarvoor de greppel heeft gediend. Het terrein waarop De Staay moet verrijzen wordt nu voor bouw vrij gegeven.


20 oktober 2005
Sint-Felixvloed herdacht in Sint-Felixtoer

Zaterdag 5 november 2005 is het 475 jaar geleden dat de Sint-Felixvloed de landkaart van Zeeland behoorlijk wijzigde. In deze fatale vloed verdronken vele dorpen in Zuidwest-Nederland. 5 november 1530 staat sindsdien bekend als 'Sint-Felix quade saterdach'. Ter herdenking organiseerde de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ) op 5 november een Sint-Felixtoer door Zeeland.
De Sint-Felixtoer omvatte een gevarieerd dagprogramma met drie thematentoonstellingen, een bezoek tijdens laag getijde aan een verdronken dorp en een theatervoorstelling in de buitenlucht. De begeleiding van deze dag en de toelichting op de vier programma-onderdelen is in handen van medewerkers van de SCEZ, de Archeologische Werkgemeenschap Nederland (AWN), afdeling Zeeland en historicus Jan Zwemer.
De toer werd georganiseerd door de SCEZ als onderdeel van het project 'Verdronken Dorpen in Zeeland'. Met dit project wordt de aandacht gevestigd op de minstens 117 verdronken dorpen (inclusief één verdronken stad: Reimerswaal) op het grondgebied van de provincie Zeeland. Het betreffen kerkdorpen die ruwweg zijn ontstaan in de periode 900 tot 1500. Ze zijn weggevaagd door het water, veelal als gevolg van een stormvloed, soms ook door langer lopende processen. Sporen in het landschap, bodemvondsten en archiefmateriaal herinneren ons tot op de dag van vandaag aan het leven van mensen op inmiddels verdwenen plekken. Het project wordt in de loop van 2006 afgerond, met de onthulling van een Monument voor de Verdronken Dorpen in Zeeland nabij Katshoek (in het zuidoosten van het voormalige eiland Noord-Beveland), naar ontwerp van de Amsterdamse kunstenares Lydia Schouten. Meer informatie: zie ook www.scez.nl (home>verdronken dorpen).


20 oktober 2005
Urnentuinen in vroegere tijden

Het Gemeentemuseum Weert, locatie De Tiendschuur, toont tot en met 19 maart 2006 de tentoonstelling Grafvelden uit de ijzer- en Romeinse tijd. De expositie vertelt over de rituelen van het cremeren en begraven, meestal met grafgiften, van Weerter voorouders. Ook in onze tijd kiezen steeds meer mensen voor crematie. De urnen worden tegenwoordig bijgezet in een urnentuin of columbarium. De Provincie Limburg riep 2005 uit tot het jaar van de archeologie. In dat kader presenteert het Gemeentemuseum Weert objecten die (amateur)archeologen vonden tijdens opgravingen in delen van Weert, zoals Molenakker en Kampershoek, aan het publiek.
Uit de tentoonstelling blijkt dat Weert en omstreken een lange en rijke geschiedenis heeft. Drie Weerter grafvelden uit de periode 800 voor Christus tot 225 na Christus vertellen hoe onze vroegere voorouders voor hun overledenen zorgden. Na het overlijden van een familielid legden de nabestaanden de dode gekleed op een brandstapel voor crematie. Het organische materiaal verbrandde en spijkers van schoenzolen, kledingaccessoires en sierraden bleven over. De bewoners van de nederzetting verzamelden vervolgens de as in een urn of doek en begroeven die in een kuil in een grafveld. Grafgiften in de vorm van bijpotten met voedsel en drank gaf men mee voor de reis naar het dodenrijk. Hiervoor gaven de nabestaanden de overledene ook een munt mee om de reis over de rivier de Styx te betalen.
De archeologische vondsten kunnen van dichtbij worden bekeken in het museum en brengen zo het verleden dichtbij. In chronologische volgorde toont de expositie de rituelen van bewoners van Molenakker, Kampershoek en Raak aan de hand van voorwerpen zoals armbanden, munten, haarversieringen, armringen, spelden, kralen, naalden, gordelhaak, eierdoppen, messen en gebruikskeramiek. Natuurlijk ontbreken urnen met bijpotten en crematieresten niet.


19 oktober 2005
Tussenstand onderzoek bij aanleg Noord-Zuid-metrolijn Amsterdam

Voor de aanleg van de Noord-Zuid metrolijn, die dwars door het historische centrum van Amsterdam voert, verrichten archeologen van het Bureau Monumenten en Archeologie van de gemeente een uitgebreid archeologisch onderzoek. Onderzoek in een 7 meter diepe bouwput bij het Centraal Station, eeuwenlang het havenfront van de stad, levert inmiddels de eerste resultaten op. De vondsten gaan terug tot de 14e eeuw en variëren van scheepsgereedschap en andere voorwerpen die te maken hebben met de scheepvaart en het havenbedrijf tot zo'n 60 tot 70 messen. De grote hoeveelheid messen die gevonden zijn, kunnen volgens de archeologen er op duiden dat op de Nieuwe Brug, die aan het begin van het Damrak lag, ooit winkeltjes en werkplaatsen waren. Dit is bekend van bruggen uit andere middeleeuwse steden, zoals Florence en Londen.
Opgravingsleider Jerzy Gawronski verwacht de komende twee weken nog meer bijzondere vondsten te doen. Dan zullen de archeologen graven in de bodemlagen die dateren uit de 12de eeuw en vroeger, de tijd dat de nederzetting Amsterdam aan de monding van de Amstel ontstond. Dit meldde Gawronski tijdens een tussentijdse presentatie van de archeologische vondsten die tot nu toe zijn gedaan. De archeologen werken onder bijzondere omstandigheden. Overdag doorzoeken zij met een grote zeef de afgevoerde grond. 's Avonds dalen zij in de bouwput af om, gewapend met mijnwerkerslampen en waterdichte pakken, ter plekke onderzoek te doen.



27 augustus 2005
Toeren door Tongeren
Als oudste stad van België staat Tongeren bekend om haar Romeins verleden. In heel de stad getuigen archeologische resten van haar roemrijke geschiedenis. Deze niet altijd even zichtbare sporen van de Romeinse aanwezigheid kun je vanaf nu zelf ontdekken met de handige prêt - à -porter brochure 'Toeren door Tongeren.' Families, schoolgroepen, individuele bezoekers maken via het boekje met onder andere afbeeldingen van gebouwen, stadsplannetjes en een begrafenisritueel kennis met het ontstaan en de ontwikkeling van de Romeinse stad: muren met torens, fundamenten van een tempel, landschapselementen als een aquaduct….Gecombineerd met een bezoek aan het Gallo-Romeins musuem groeit 'Toeren door Tongeren' uit tot een ideale dagtrip.
Info: 'Toeren door Tongeren, 'Gallo-Romeins Museum, Kielenstraat 15, Tongeren, tel. 0032 (0)12 67 03 30, www.galloromeinsmuseum.be


26 augustus 2005
Tijdelijk archeologiemuseum in Leidsche Rijn geopend
Donderdag 25 augustus heeft burgemeester Brouwer-Korf van Utrecht het tijdelijke archeologiemuseum in Leidsche Rijn officieel geopend. Het museum bevindt zich in Restaurant De Hoge Weide van 't Groene Sticht. De opening was tevens het startsein voor een feestweekend op 27 en 28 augustus ter ere van de tiende verjaardag van het nieuwe Utrechtse stadsdeel. Bij de opening onthulde zij een unieke archeologische vondst. De vondst, fraai bewerkte onderdelen van een Romeinse bronzen helm uit de 2e eeuw na Christus, was vorig jaar opgegraven in De Woerd, een wijk in aanbouw in Leidsche Rijn. Het stuk is gevonden op de bodem van een waterput, op enkele honderden meters van een Romeinse legerkamp (castellum) in Leidsche Rijn. Er zijn aanwijzingen dat het object is geofferd, wat een reden kan zijn voor de voortreffelijke staat waarin het voorwerp bewaard is gebleven. Onderzoek en raadpleging van experts in binnen- en buitenland heeft tot nu toe geen vergelijkbare vondsten opgeleverd. Het origineel en een replica waren vanaf 25 augustus voor het eerst voor het publiek te zien.
Behalve deze vondst zijn op de expositie een eg en verschillende metalen voorwerpen uit de Middeleeuwen, zoals pijlpunten, mantelspelden, gereedschappen en sleutels te zien. De grotendeels ijzeren voorwerpen zijn afkomstig uit een 12e-eeuwse nederzetting op de oever van de Oude Rijn. De voorwerpen bieden een kijkje in een huishouden uit een ver verleden. Op de expositie zijn verder foto's van archeologische vondsten in Leidsche Rijn van de fotograaf Harold Strak te zien.
De expositie in het tijdelijke archeologiemuseum geeft een beeld van de rijke historie van het gebied rond de Leidsche Rijn. Sinds 1997 vinden hier grootschalige opgravingen plaats en daarbij zijn bewoningsporen aangetroffen die teruggaan tot de Bronstijd. Verder zijn er vondsten uit de Romeinse tijd, waaronder diverse Romeinse wachttorens en schepen, en uit de Middeleeuwen gedaan.


20 augustus 2005
Verwarmd glas voor opgravingen in China
De verwarmd IQ glas producent Glass Consult uit het zuid Limburgse Noorbeek leverde onlangs een grote order verwarmd IQ glas ter bescherming van het Terra Cotta leger in China.
Dit leger, ooit bedoeld voor overleving in het hiernamaals van een vroegere Chinese keizer, is vorige eeuw pas ontdekt en wordt als het 8° wereldwonder beschouwd. Mede door de inzet van de Unesco wordt er een museum overheen gebouwd. Vanwege de enorme omvang is er een glazen beloopbare vloer overheen bedacht. Maar de condensproblemen op de glazen vloer en buitenwanden zouden dit erfgoed ernstig aan gaan tasten. Een Sloveense architect en Glass Consult vonden de oplossing in verwarmd IQ Glas, waardoor nu het gehele condensprobleem wordt opgelost. Momenteel is de order van enkele duizenden m2 reeds in volle productie. Voor het eind van het jaar, wanneer de officiële opening is voorzien, moet alles geleverd zijn.
Soortgelijke projecten hebben zich inmiddels al aangemeld in Griekenland en Egypte.
Inlichtingen: www.iqglas.com


18 augustus 2005
Wrak Oostindiëvaarder Roompot hard achteruit
Duikers van het Nederlands Instituut voor Scheeps- en onderwaterArcheologie (NISA) hebben tijdens een recente duikcampagne geconstateerd dat de staat van het scheepswrak de Roompot sterk in kwaliteit achteruit is gegaan. De houten driemaster uit Zierikzee was op terugreis uit Nederlands Indië met een lading rijst toen het in juni 1853 voor de kust van het Zeeuwse Vrouwenpolder op een zandbank vastliep. Enkele dagen later ging het inmiddels op drift geraakte schip verloren in de vaargeul met dezelfde naam. De bemanning bestond uit 22 man, drie ervan kwamen om het leven toen hun sloep omsloeg in de metershoge golven.
In 1992 werd het wrak van de Roompot bij toeval ontdekt door de Belgische duiker Vic Verlinden. In 1996 werd het wrak officieel geregistreerd. Dit jaar heeft het NISA een uitgebreid onderzoek naar het wrak van de Zeeuwse Oostindiëvaarder ingesteld. Doel van de duikcampagne onder leiding van Arent Vos was om de identiteit van het schip definitief vast te stellen en om meer te weten te komen over de toegepaste scheepsbouwtechnieken.
Vos en zijn duikers konden spoedig vaststellen dat het scheepswrak sterk te leiden heeft van wrakplunderaars, sleepnetten van visserschepen en de sterke stromingen voor de Zeeuwse kust. Het wrak van de Roompot is inmiddels aan bakboordzijde opengeklapt en veel van het scheepshout ligt los verspreid over de zeebodem. Eerder zijn door amateurduikers enkele voorwerpen, waaronder een scheepsklok, uit het scheepswrak geborgen. Deze krijgen waarschijnlijk een plaatsje in het scheepvaartmuseum in Zierikzee, de thuishaven van de Roompot.


17 augustus 2005
Plantin-Moretus Antwerpen op Werelderfgoedlijst
Het Werelderfgoedcomité van UNESCO heeft tijdens zijn 29ste sessie in het Zuid-Afrikaanse Durban, het Antwerpse complex 'Huize Plantin-Moretus-Werkplaatsen-Museum' opgenomen op de Werelderfgoedlijst. Het complex Plantin-Moretus is het 804de item op de Werelderfgoedlijst van sites met uitzonderlijke universele waarde.
Het gedurende drie eeuwen samengaan van leef- en bedrijfscultuur in de Antwerpse binnenstad én de continuïteit van het beheer door de wereldbekende kunst- en wetenschapsminnende drukkers en uitgevers Plantin-Moretus waren hiervoor de belangrijkste argumenten. De overgang van de rijkelijk gestoffeerde patriciërswoning en de bijzonder goed en technisch vooruitstrevend uitgeruste drukkerij naar museum in 1876 maakte een perfect behoud van het geheel mogelijk. Het museum is hiermee een enig voorbeeld waar een unieke typografische collectie en drukpersen (waaronder de twee oudste ter wereld) bewaard worden in de originele werkplaatsen. De eigen boekenproductie en aangekochte verzameling staan nog steeds in de daartoe ingerichte bibliotheken.
De aanzienlijke bijdrage die Plantin-Moretus leverde tot de boekdrukkunst heeft uiteraard een belangrijke rol gespeeld in de verspreiding van wetenschap, kunst en cultuur. Als vrienden van humanisten en geleerden als Justus Lipsius, Vesalius, Ortilius en ook kunstenaars zoals onder meer Rubens, namen ze bovendien actief deel aan het boeiende culturele leven. Opmerkelijk zijn eveneens de reeds tot de "Memory of the World" gerekende bedrijfsarchieven, die perfect de productie en commercie door de eeuwen heen documenteren. Het gaat bij dit Werelderfgoed kortom om de totale waarde van het ensemble dat sinds 1997 als monument is beschermd en sinds 1999 behoort tot de erkende musea van landelijk niveau. Die regelingen zorgen al op regionaal niveau voor behoud, onderhoud, beveiliging en continu beheer. Nu het complex Plantin-Moretus op de Werelderfgoedlijst prijkt, wordt zijn prestige gehonoreerd. De gemeenschap krijgt er wel een zwaardere verantwoordelijkheid bij, aangezien dergelijke topstukken samen met hun omgeving nog meer om permanente zorg en een behoorlijke en tactvolle behandeling vragen.
Museum Plantin-Moretus, Vrijdagmarkt 22 - 2000 Antwerpen, Tel: +32 (0)3 221 14 50
Fax: +32 (0)3 221 14 71, museum.plantin.moretus@stad.antwerpen.be,
museum.antwerpen.be/plantin_moretus





17 augustus 2005
Boomstamkano uit 800 voor Christus blootgelegd
Archeologen hebben in Vlaardingen de resten van een bijna 10 meter lange boomstamkano blootgelegd uit circa 800 voor Christus. Voor deze periode zijn boomstamkano's zeer zeldzaam. Bijzonder is dat er aanwijzingen zijn voor een binnenbetimmering, wat nog niet eerder voor prehistorische boomstamkano's is aangetoond. Deze topvondst is het weekend van 20 en 21 augustus te bezichtigen tijdens de open dagen op het opgravingsterrein De Vergulde Hand.
De kano is ontdekt bij vooronderzoek in de zomer van 2003. Bij dat vooronderzoek is vastgesteld dat aan de achterzijde van de kano een bouwnaad zichtbaar is met een binnenbetimmering. Het is de eerste keer in Nederland dat dit bij een prehistorische boomstamkano kan worden aangetoond. De boomstamkano kan mogelijk ook nieuw licht werpen op de kolonisatie van het veengebied in West-Nederland. Tot nu toe dateren de oudste bewoningsporen in het veen uit de 7de eeuw voor Christus, ruim een eeuw later dan de boomstamkano. De vraag is of de kano achtergelaten is door mensen die op expeditie waren in het gebied of dat het gaat om de oudste aanwijzing voor veenbewoning in West-Nederland. Eind augustus onderzochten de Vlaardingse archeologen niet alleen de kano, maar ook het omringende toenmalige landschap. De kano werd op 24 augustus gelicht.



5 augustus 2005
De Antwerpse Reien, een ondergronds avontuur
De ruien onthullen een stuk van de geschiedenis van de stad Antwerpen. Met de Ruienwandeling van 1.6 km lang wordt dit historisch erfgoed opnieuw toegankelijk en neemt U een kijkje in de onderbuik van de binnenstad. U kunt kiezen tussen een bezoek van het RUIhuis zonder gids of een Ruienwandeling van drie uur onder begeleiding van een gids. Zonder gevaar voor de gezondheid, gekleed in een overall en gelaarsd maakt u met een ervaren gids een wandeling door de onderbuik van een moderne stad…
Een ondergronds avontuur, toegelicht met een tentoonstelling over de geschiedenis van de ruien. Terug boven kunt u vragen stellen aan de gids. Samen met de gids keert u bovengronds terug naar het RUIhuis.
De ruiwandelingen zijn dagelijks mogelijk onder begeleiding van een stadsgids en duren ongeveer 3 uur. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen groepen en individuele bezoekers. Een bezoek aan de ruien is niet zonder enig risico; ondanks de veiligheidsmaatregelen die de vzw Visit Antwerpen.be getroffen heeft, dient u er zich steeds van bewust te zijn dat een wandeling in de ruien geen gewone wandeling is, maar eerder een natuurwandeling. Om veiligheidsredenen, bijvoorbeeld bij hevige regenval, kan het gebeuren dat wandelingen niet kunnen doorgaan.


5 juli 2005
Nieuw Zeugma Museum toont rijke cultuurschat Turkije
In de Turkse plaats Gaziantep opende premier Erdogan in juni j.l. het nieuwe Zeugma museum. Het museum toont een overzicht van mozaïeken uit de beroemde Romeinse stad Zeugma. Ruim 4000 objecten - waaronder 550 vierkante meter vloer- en wandmozaïeken en tegels, 35 beelden en 120 vierkante meter muurschilderingen - worden er tentoongesteld. Tot de topstukken van het museum behoren het 1.50 meter hoge bronzen beeld van Mars, de God van de Oorlog, en een mozaïek van het 'zigeunermeisje'. Een groot aantal gevonden voorwerpen heeft nu een plaats gekregen in het nieuwe museum dat mede door een subsidie van het Ministerie van Toerisme en Cultuur en het provinciale bestuur van Gaziantep mogelijk is gemaakt. Nadere informatie over de geschiedenis van de stad Zeugma, de opgravingen en foto's vindt men op www.zeugmaweb.com .
Opgravingen in Zeugma begonnen in 1987 en gaan nog steeds door. Door de aanleg van een stuwmeer werden vanaf 1993 met versnelde spoed opgravingen uitgevoerd in de archeologische vindplaats. Deze Romeinse stad - Zeugma betekent bruggenhoofd - groeide uit tot een zeer welvarende handelsstad waarin rijke kooplui indrukwekkende villa's lieten bouwen. Archeologen troffen in deze villa's prachtige mozaïeken en muurschilderingen aan die mythologische scènes uitbeelden. Het nieuwe Zeugma museum bevindt zich naast het Archeologisch museum.

21 juni 2005
Rijksmuseum van Oudheden krijgt hulp co-directeur
Michiel Verschuijl is door het Rijksmuseum van Oudheden aangesteld als co-directeur ad interim om het museum te helpen de organisatorische en financiële problemen aan te pakken. Verschuijl neemt hiertoe de komende vijf maanden taken over van de huidige directeur Renée Magendans.
Michiel Verschuijl heeft als opdracht de financiële kaders van het museum te verstevigen en een reorganisatie door te voeren. Ook zal gewerkt worden aan de verbetering van de personele verhoudingen binnen het museum.
Het Rijksmuseum van Oudheden heeft een moeilijk jaar achter de rug, waarin financiële en organisatorische problemen elkaar opvolgden. Dankzij bezuinigingen, een vacaturestop en een regeling met het ministerie van OCenW heeft het museum zijn financiën inmiddels redelijk op orde. Een reorganisatie is echter nodig, opdat de financiële positie van het museum ook structureel verbetert.

16 juni 2005
Portret van een Brugse geneesheer annex kunstliefhebber
Van 1 juli tot 4 september wordt in Brugge, België, de tentoonstelling ‘Isaac. Portret van een 19de eeuwse Brugse chirurg, gynaecoloog en kunstliefhebber' gehouden. Deze schetst zowel de professionele als persoonlijke leefwereld van Isaac De Meyer (1786-1861). Hij was niet alleen gynaecoloog avant-la-lettre, maar ook kunstverzamelaar, begeesterd verteller en gepassioneerd onderzoeker naar de medische geschiedenis van Brugge. Zijn persoonlijke verzameling boeken geldt wereldwijd als één van de meest volledige op het domein van de historische verloskunde en gaat terug tot de Middeleeuwen. Zijn schilderijenkabinet kende in zijn tijd een faam tot ver buiten de Brugse stadsmuren. Delen van het persoonlijk archief en heel wat historische informatie over de veelzijdige figuur van dokter De Meyer zitten verspreid in Brugse archieven en bibliotheken. Medische instrumenten, een schitterende boekencollectie rond verloskunde, tekeningen en schilderijen laten de bezoeker kennis maken met de verloskunde in de 19e eeuw, de perceptie rond zwangerschap en geboorte en ook met het sociaal-historisch kader waarin dokter De Meyer circuleerde.



‘Isaac. Portret van een 19de eeuwse Brugse chirurg, gynaecoloog en kunstliefhebber', van 1 juli tot 4 september 2005 in Site Oud Sint-Jan (zaal Strauss), Mariastraat 38, 8000 Brugge
gratis toegankelijk van dinsdag tot zondag van 10.00u tot 17.00u (maandag gesloten). Meer info: www.hoebevaltbrugge.be

10 juni 2005
Meebouwen aan een IJzertijdboerderij in Eindhoven.
Ben je 16 jaar of ouder en geïnteresseerd in het werken met hout, leem en andere ‘primitieve materialen'? Schrijf je dan in voor het internationale zomerkamp van het Historisch Openluchtmuseum Eindhoven dat van maandag 22 tot en met zondag 28 augustus 2005 plaatsvindt.
Ervaring in het prehistorisch bouwen is niet noodzakelijk, maar de organisatoren hebben vooral het oog op studenten archeologie of aanverwante studies van verschillende universiteiten, maar ook bijvoorbeeld op personen die van de sfeer van dit soort openluchtmusea houden.
De deelnemers zullen in die week in hun eigen slaapzak in een IJzertijdboerderij slapen. Het museum is overdag open voor het publiek, en om het plaatje zo mooi mogelijk te maken, werken de deelnemers in IJzertijdkleding die in het museum geleend kunnen worden. Ook voor ingrediënten wordt gezorgd, maar de groep zorgt zelf voor het koken.
Voor meer informatie en inschrijving, voor 1 augustus: Historisch Openluchtmuseum Eindhoven, Judith Schuitert, Boutenslaan 161B, 5644 TV Eindhoven, tel. 040-2522281.

9 juni 2005
Archeologen leggen Bredase Tolbrugpoort bloot
Bij archeologisch onderzoek werden begin juni in het centrum van Breda de resten bloot gelegd van de 14e-eeuwse Tolbrugpoort. Via de Tolbrug en de gelijknamige poort kwamen sinds de Middeleeuwen de bezoekers Breda binnen. Vanaf de 12e eeuw inden de heren van Breda hier tolgeld op langsvarende scheepsvrachten. Het archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het uitgraven van de Mark, een oude waterloop die tot 1941 de westelijke begrenzing van de stad vormde.


De archeologen troffen flinke muurfundamenten van het poortgebouw aan, waar een oude middeleeuwse keienweg doorheen liep. Naast het vierkante poortgebouw zijn aan twee zijden de restanten van de ronde poortwangen deels zichtbaar. De doorgang door de poort is slechts 3 meter breed. Op sommige plaatsen blijkt de poort op slechts 30 centimeter onder het huidige straatniveau nog vrij intact aanwezig. Ondanks verstoringen als gevolg van eerdere riool- en leidingaanleg kunnen de archeologen enkele bouwfasen onderscheiden. De oudste fase hangt waarschijnlijk samen met de bouw van de stadsmuur in de 14e eeuw. In 1546 werd het poortgebouw flink gerestaureerd, waardoor deze een heel ander uiterlijk kreeg dan de middeleeuwse voorganger. Het poortgebouw bleef nog een tijd voortbestaan, opmerkelijk aangezien de middeleeuwse stadsmuren toen al waren gesloopt. De functie die de poort in die tijd had, is nog onduidelijk.

9 juni 2005
Archeologen ontdekken onbekend kasteelterrein in Alblasserdam
Begin juni stuitten archeologen van ADC ArcheoProjecten in Alblasserdam totaal onverwacht op de resten van een adellijke woonplaats. De archeologen waren sinds half april aan het graven in de toekomstige nieuwbouwwijk De Waterhoven. Tot nu toe troffen zij volop sporen aan vanaf de tijd van de eerste pionierende middeleeuwse boeren in de Alblasserwaard tot nu. Van een kasteel was tot op heden nog niets bekend.
Het rechthoekige kasteelterrein heeft een oppervlakte van 30 bij 40 meter. Om het terrein lag een gracht. Kasteeldeskundigen noemen dit kasteeltype een begraven hofstad. Onder de vondsten, die door de archeologen als 15e- en 16e-eeuws worden gedateerd, bevinden zich een versierd aardewerken bord met een heraldisch wapen en een deel van een kruisboog. De archeologen verwachten de komende tijd nog meer ontdekkingen te doen.

4 juni 2005
Eerste Keltische muntschat van Nederland gevonden
Naar aanleiding van een vondstmelding van een amateur-archeoloog vonden archeologen van de Vrije Universiteit en de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek op een akker in het Limburgse Echt een Keltische muntschat van zeventien munten. Deze zijn van zilver, vermengd met koper en wat goud. De ontdekking heeft grote wetenschappelijke betekenis en vormt een unicum voor de Nederlandse archeologie: het is de eerste Keltische muntschat uit ons land. Waarschijnlijk dateren de munten van tussen 50 en 20 voor Christus. Hoewel het Keltische munten betreft, zijn ze geslagen door enkele Germaanse stammen, waaronder de Bataven. Waarschijnlijk gebruikten de leiders van deze stammen de munten om hun semi-militaire volgelingen te kunnen belonen voor bewezen diensten en trouw.
Deze vondst mag dan uniek zijn, hij komt toch niet helemaal onverwacht. De afgelopen decennia zijn in Midden- en Zuid-Nederland met een zekere regelmaat losse gouden en zilveren Keltische munten gevonden, waaruit blijkt dat deze regio vanaf eind tweede eeuw v.Chr. behoort tot het circulatiegebied van Keltische munten. Vlak over de Nederlandse grens zijn goudschatten aangetroffen in het Duitse Niederzier en in Beringen en Heers in Belgisch Limburg. Het was dus eigenlijk wachten op de eerste Nederlandse muntschat.

4 juni 2005
Eerste Keltische muntschat van Nederland gevonden
Naar aanleiding van een vondstmelding van een amateur-archeoloog vonden archeologen van de Vrije Universiteit en de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek op een akker in het Limburgse Echt een Keltische muntschat van zeventien munten. Deze zijn van zilver, vermengd met koper en wat goud. De ontdekking heeft grote wetenschappelijke betekenis en vormt een unicum voor de Nederlandse archeologie: het is de eerste Keltische muntschat uit ons land. Waarschijnlijk dateren de munten van tussen 50 en 20 voor Christus. Hoewel het Keltische munten betreft, zijn ze geslagen door enkele Germaanse stammen, waaronder de Bataven. Waarschijnlijk gebruikten de leiders van deze stammen de munten om hun semi-militaire volgelingen te kunnen belonen voor bewezen diensten en trouw.
Deze vondst mag dan uniek zijn, hij komt toch niet helemaal onverwacht. De afgelopen decennia zijn in Midden- en Zuid-Nederland met een zekere regelmaat losse gouden en zilveren Keltische munten gevonden, waaruit blijkt dat deze regio vanaf eind tweede eeuw v.Chr. behoort tot het circulatiegebied van Keltische munten. Vlak over de Nederlandse grens zijn goudschatten aangetroffen in het Duitse Niederzier en in Beringen en Heers in Belgisch Limburg. Het was dus eigenlijk wachten op de eerste Nederlandse muntschat.

3 juni 2005
AGVNTVM (Aguntum): nieuw museum in Osttirol
In Dölsach, Osttirol (Oostenrijk), is op 3 juni 2005 het nieuwe museum “Aguntum vita Romanae” geopend. Het museum beeldt het leven van de oude Romeinen uit aan de hand van diverse bijzondere opgravingen.
Aguntum, het Romeinse Municipium Claudium Aguntum, ligt op het kruispunt van de Drautalstrasse met de straat over de Iselsberg. De plaats werd zo'n 2000 jaar geleden, ten tijde van keizer Claudius in de eerste eeuw n.Chr. tot stad verheven en was het handelscentrum van de regio. Gehandeld werd in metalen (ijzer, koper, zilver, goud), maar ook in hout, vee, hars, kaas. De stad raakte in de vergetelheid omstreeks de 6e eeuw, na verschillende malen door Slavische troepen te zijn verslagen. Sinds de 16e eeuw kwamen er Romeinse vondsten in deze regio aan het licht. Vanaf het begin van de 20e eeuw vinden er hier archeologische opgravingen plaats door onderzoekers van de Universiteit Wenen en van het Oostenrijks Archeologisch Instituut Wenen. Vanaf 1991 is het Instituut voor Klassieke en Provinciaal Romeinse Archeologie van de Universiteit van Innsbruck verantwoordelijk voor het onderzoek.



Bij dat onderzoek werden resten van een atriumhuis gevonden. Maar in het gebied werden verder sporen aangetroffen van een vroegchristelijke kerk, een imposante stadsmuur, thermen en een woonwijk voor handarbeiders.
Thans is in de nabijheid van het atriumhuis een nieuw museum opgetrokken. In het middelpunt daarvan staat een marmeren bekken dat zich aanvankelijk in de tuin van het Romeinse huis bevond, maar dat om redenen van conservering verplaatst moest worden. Rondom het bekken worden thans diverse topvondsten uit het archeologisch onderzoek tentoongesteld.
Overigens gaat het onderzoek intussen onverminderd voort. Ook worden de muren van het atriumhuis binnenkort gerestaureerd, zal een Romeinse tuin gereconstrueerd worden en gaat de opgraving van start naar de oudste basilica van Tirol.

27 mei 2005
Opening Hunebedcentrum Borger
Het nieuwe Hunebedcentrum te Borger heeft zijn deuren geopend. Op vrijdag 27 mei 2005 verrichtte prinses Margriet de openingshandeling. Het officieel geopende Hunebedcentrum maakte meteen een vliegende start. Sinds het begin van de maand kon het publiek al een kijkje komen nemen in het nieuwe centrum. Het centrum boekte een record aantal bezoekers, maar liefst 10.500 bezoekers namen een kijkje. Daarbij waren ook veel bewoners van Borger-Odoorn, die dankzij een actie van de gemeente een gratis abonnement kregen voor het centrum. Ook de nieuwe website ( www.hunebedcentrum.nl ) van het Hunebedcentrum trok extra veel belangstellenden. Directeur Klompmaker is zeer tevreden met de eerste resultaten van het nieuwe centrum: "Als het zo doorgaat zullen we ons streefgetal van 50.000 bezoekers dit jaar zeker halen, maar ik heb altijd geleerd de dag niet te prijzen voor het avond is. We zullen permanent moeten zorgen voor aansprekende activiteiten en tentoonstellingen om het publiek te blijven interesseren."
Het nieuwe Hunebedcentrum in Borger is ontworpen door studio Van Eyck uit Amsterdam. Het centrum ligt naast het grootste hunebed van Nederland.

21 mei 2005
Opgraving naar Romeinse stad gaat weer van start
Op 11 juli gaat in Xanten (Duitsland) weer een opgraving voor zeven tot acht weken van start. De opgraving vindt plaats in de Colonia Ulpia Traiana (een Romeinse stad, rond 100 gesticht door keizer Traianus), net buiten het toeristische deel van het archeologische park.
Het doel van het archeologisch onderzoek is het bepalen van onder andere de grootte, de datering en de functie van een gebouwencomplex tegenover het Romeinse badhuis, op insulae 4, 11 en 18. In de jaren '50 hebben hier al enkele opgravingen plaatsgevonden. Omdat gegevens over deze opgravingen minimaal zijn, graaft de Radboud Universiteit van Nijmegen (faculteit der letteren, afdeling archeologie) in samenwerking met Archäologisch Park Xanten al vier jaar op deze plek op, om zo het zogenaamde gouverneurspaleis te analyseren. Dit (vijfde) jaar hopen de onderzoekers nog meer te weten te komen over de functie en grootte van de al aangetroffen ruimtes. De vraag is ook in welk opzicht deze muurresten met het paleis te maken hebben gehad. De eerste weken van de opgraving worden vooral besteed aan het afwerken van een aantal werkputten. Mogelijk worden daarbij sporen aangetroffen van een periode voor de stichting van de Romeinse stad, uit de zogenaamde pre - colonia periode (voor 100 n. Chr.) Bovendien wordt dit jaar niet alleen besteed aan het opgraven, maar ook aan het uitwerken van de vondsten en de tekeningen.
De opgraving vindt plaats van 11 juli t/m 27 augustus (mogelijk met nog een week uitwerking t/m 2 september) en biedt plaats aan ca. 20 studenten. Inmiddels is er alleen nog plaats in de weken 28 tot en met 30.
Aanmelding en info: Anouk Veldman: anouchka80@hotmail.com.

17 mei 2005
Oudste trap van Nederland opgegraven
Op Bedrijvenpark Medel, gemeente Tiel, hebben archeologen van opgravingsbedrijf Archol bv de oudste trap van Nederland gevonden, circa 3500 jaar oud. De zogenaamde boomstamtrap stond in een waterput die hoorde bij een huis uit de midden-bronstijd (circa 1800-1200 v. Chr.). De trap is hiermee de oudste van Nederland en, voor zover nu bekend, de oudste van het vasteland van Europa.
Ongeveer een meter hout is nog bewaard gebleven. De trap is gemaakt van een stam van elzenhout waarin enkele voetsteunen zijn uitgehakt. De onderkant was aangepunt; uit de kapsporen blijkt dat de trap met een bronzen bijl is bewerkt.
Het onderzoek naar de midden-bronstijdnederzetting in Medel heeft al meer spectaculaire resultaten opgeleverd: zeker vijf complete huisplattegronden uit de midden- en late bronstijd met een lengte tussen de 25 en 30 meter. In en rond de huizen lag veel bronstijd-huisraad: aardewerk, bot en vuurstenen gebruiksvoorwerpen.



Het onderzoek vindt plaats binnen het archeologieprogramma van Bedrijvenpark Medel dat is opgesteld en wordt uitgevoerd door de projectarcheologen van Hazenberg Archeologie Leiden bv.
Nadere info: www.hazenbergarcheologie.nl

3 mei 2005
Vlaardingen krijgt 8,5 ton voor onderzoek
Het ministerie van OCW heeft de gemeente Vlaardingen een subsidie van € 862.060 toegekend voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek in het plangebied Vergulde Hand West. In dit 23 hectare grote weidegebied gaan de resten schuil van niet minder dan negen nederzettingen variërend van de Vroege IJzertijd tot en met de Middeleeuwen. De archeologische resten bevinden zich in de top van het veen waardoor deze zeer goed bewaard zijn gebleven. Door de gevarieerdheid van de vondsten en de goede staat van conservering, heeft het ministerie de archeologische resten van nationaal belang gekwalificeerd. De totale kosten voor het uitvoeren van het archeologisch onderzoek bedragen circa € 2 miljoen.
In de afgelopen jaren hebben de Vlaardingse archeologen het toekomstige bedrijventerrein Vergulde Hand West op archeologische waarden geïnventariseerd. Door het trekken van sleuven troffen zij restanten aan van goed geconserveerde resten van negen nederzettingen. Er zijn palen, vlechtwerkwanden, huisvloeren en haarden van boerderijen ontdekt. Ook is een bijna 10 meter lange boomstamkano ontdekt van circa 2800 jaar oud. Voor deze periode zijn kanovondsten nog zeer zeldzaam. Bijzonder is dat deze kano een binnenbetimmering lijkt te hebben, wat voor prehistorische kano's nog niet eerder is vastgesteld. De kano is tevens een aanwijzing dat het veengebied mogelijk al werd bewoond rond 800 voor Christus. Daarmee zou het gaan om de oudste veenbewoning in West-Nederland.
De archeologen verwachten zeer binnenkort van start te kunnen gaan met het onderzoek dat naar verwachting twintig weken zal duren.



17 februari 2005
Maastrichtse archeologische collectie verhuist
Wie één dezer dagen het Bonnefantenmuseum in Maastricht binnenloopt in de hoop Limburgse bodemschatten te kunnen bewonderen komt bedrogen uit. Het provinciemuseum heeft zijn archeologische collectie namelijk de deur uit gedaan.
Sinds begin februari is het Centre Ceramique thuisbasis van deze collectie. Deze bestaat uit historisch materiaal dat sinds het midden van de negentiende eeuw is gevonden in Maastrichtse bodem. Ook bezit het museum een ruim aantal prehistorische en Romeinse resten uit andere delen van Limburg. De bewoningsresten lopen uiteen van 250 duizend tot een paar honderd jaar oud.
Nadat begin vorig jaar de Provinciale overheid de collectie overdroeg aan de gemeente Maastricht, en het Bonnefantenmuseum besloot voortaan louter kunst te exposeren, werd het Centre Ceramique de meest logische locatie voor de archeologische resten. Het stadsmuseum is immers gratis toegankelijk en makkelijk bereikbaar. Het moest echter nog wel even voor 1,3 miljoen euro worden uitgebreid.
Hoewel momenteel deze verbouwing nog in volle gang is, staan er al enkele vondsten voor het publiek uitgestald. Na voltooiing van het nieuwe museumgedeelte, is het Centre Ceramique van plan telkens verschillende delen van de archeologiecollectie tentoon te stellen. De voorwerpen die dan niet voor het publiek zichtbaar zijn, staan in de kelder van het museum. Daar worden ze onderzocht door specialisten.

10 februari 2005
Vikingdorpje gevonden in Midden-Jutland
In Gødvad bij Silkeborg in Midden-Jutland zijn door Deense archeologen de overblijfselen van een meer dan duizend jaar oud dorpje uit de Vikingtijd gevonden. Het dorpje, dat een oppervlakte beslaat van ongeveer vier voetbalvelden, stamt vermoedelijk uit de periode tussen 800 en 1000 jaar na Christus en is het eerste in zijn soort dat in Midden-Jutland is gevonden.
De vindplaats is dicht bij de rivier de Gudenå. De onderzoekers hopen te kunnen vaststellen of de rivier van belang is geweest bij de activiteiten van de Vikingen die in deze streek leefden. Tot nu toe was niet bekend dat in dit deel van Jutland Vikingen actief zijn geweest, aldus directeur Christian Fischer van het Cultuur-Historisch Museum in Silkeborg, die nauw betrokken is bij de opgravingen in Gødvad. Tijdens de opgravingen zijn onder meer resten gevonden van ondergrondse woningen. Deze zijn meestal beter bewaard gebleven dan bovengrondse huizen, waarvan de meeste sporen in de loop van de eeuwen worden weggevaagd. De Deense archeologen hebben vastgesteld dat in de ondergrondse huizen ambachtslieden hebben gewerkt. Er zijn sporen gevonden van een smederij, van weefwerktuigen en van een molensteen waarmee koren werd gemalen. De eerste etappe van de opgravingen in Gødvad zal waarschijnlijk in de loop van volgend jaar worden afgesloten.
De vondsten in Midden-Jutland werpen een nieuw licht op de boeiende geschiedenis van de Vikingen, waarvan op tal van plaatsen in Denemarken duidelijke sporen zichtbaar zijn. Er zijn onder meer verscheidene schepen uit de Vikingtijd gevonden. Ook zijn er op enkele plaatsen verdedigingswerken van de Vikingen blootgelegd. De belangrijkste Vikingstad is de oude hoofdstad Ribe in het zuid-westen van Jutland, dat zowel een Vikingcentrum als een Vikingmuseum bezit.



7 februari 2005
Mythe en werkelijkheid van een Afrikaans volk
Voor het eerst organiseert een Nederlands museum een grote overzichtstentoonstelling over de Dogon, een volk uit Mali met een eeuwenoude geschiedenis. Er is in de loop van de tijd ontzettend veel geschreven over de Dogon. Zin en onzin. Op het Internet levert de zoekterm 'Dogon' een ongelofelijk lange reeks internationale sites op met een breed scala aan onderwerpen. Het beeld dat wordt geschapen is dat van een authentiek Afrikaans volk, mysterieus, kleurrijk en vol verhalen. Nu is het de beurt aan het Rijksmuseum voor Volkenkunde te Leiden om in nauwe samenwerking met het Nationaal Museum van Mali de mythes rondom dit tot de verbeelding sprekende volk te ontrafelen en stil te staan bij de realiteit.
De afgelopen jaren is er vanuit het museum uitgebreid onderzoek gedaan naar de Dogon. De architectuur, de rotsschilderkunst en het aardewerk werden bestudeerd en samen met het Nationaal Museum van Mali is een representatieve collectie gebruiksvoorwerpen aangelegd. Er valt veel over de Dogon te vertellen en in de tentoonstelling komt een keur aan onderwerpen aan bod. De tradities, de traditionele religie en het dagelijks leven worden belicht aan de hand van karakteristieke voorwerpen, kleding en verhalen. Het museum toont de collectie van het Nationaal Museum van Mali, aangevuld met een selectie uit de eigen collectie en ook (inter)nationale bruiklenen.
De illegale handel in Malinees cultureel erfgoed is een belangrijk thema. Rijke verzamelaars in het Westen tellen een vermogen neer voor Dogon 'kunst', terwijl illegale schatgraverij de plaatselijke bevolking een schijntje oplevert. De schatgravers gaan roekeloos te werk en verstoren belangrijke archeologische vindplaatsen. Ook traditionele gebruiksvoorwerpen als maalstenen, ladders, krukjes en sloten vinden in het Westen hun weg als unieke Afrikaanse kunstwerken. De tentoonstelling Dogon - mythe en werkelijkheid van een Afrikaans volk loopt in het Rijksmuseum voor Volkenkunde nog tot en met 28 augustus 2005.



7 februari 2005
Hunebedcentrum wil actief tentoonstellingsbeleid voeren
Onder de titel "Archeologie van Nederland" gaat het Hunebedcentrum te Borger samenwerken met het Centrum voor Archeologische Research en Consultancy (ARC), verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. De samenwerking behelst onder meer de presentatie van drie tot zes tijdelijke tentoonstellingen per jaar in het nieuwe Hunebedcentrum. Op 10 februari ondertekenden beide instellingen een samenwerkingsconvenant.
Directeur Hein Klompmaker (Hunebedcentrum) is blij met de samenwerking: "Wetenschappelijk onderzoek en publiekspresentatie van de resultaten komen door de samenwerking in een directe relatie tot elkaar te staan. Het gebruik maken van elkaars deskundigheid zal heel vruchtbaar gaan werken". Ook het ARC ziet een grote toegevoegde waarde in de samenwerking met het Hunebedcentrum. Directeur Jan Schoneveld: "we maken op deze wijze archeologie zeer toegankelijk voor een groot publiek op een belevende wijze".
Het ARC gaat de resultaten van zijn opgravingen in diverse delen van Nederland (vondsten, foto's, tekeningen, kaarten e.d.) beschikbaar stellen voor tijdelijke tentoonstellingen. Deze tentoonstellingen zullen worden samengesteld en uitgevoerd door het Hunebedcentrum. Aan de exposities kunnen lezingen, symposia, brochures en publicaties worden gekoppeld.
Door de Maltawetgeving zijn overheden en particulieren in bepaalde gevallen gehouden aan het laten uitvoeren van archeologische onderzoek vóórdat er wordt gebouwd. Dat kunnen hele grote projecten zijn, zoals de aanleg van de Betuwelijn, of kleine onderzoeken, zoals onlangs vóór de bouw van het Hunebedcentrum werd uitgevoerd. Het publiek wordt doorgaans niet consequent geconfronteerd met de vaak interessante, soms spectaculaire vondsten, die daarbij worden gedaan. Daarin komt door deze samenwerking nu verandering.
Met het inrichten van tentoonstellingen onder de titel "Archeologie van Nederland" zal naar verwachting in januari 2006 een begin worden gemaakt.

5 februari 2005
Archeologie in Vlaanderen
Op 4 februari 2005 werd een nieuwe portaalsite voor de Archeologie in Vlaanderen geopend, nl. ArcheoNet Vlaanderen. Het is een initiatief van een aantal jonge archeologen. De site biedt een zeer volledig en gevarieerd aanbod van informatie over alle domeinen van de archeologie. De url is www.archeonet.be .

4 februari 2005
Atelier Da Vinci ontdekt in Florence?
Een kleine 485 jaar na zijn overlijden en sinds die tijd talloze malen onderzoeksonderwerp te zijn geweest, is Leonardo da Vinci nog altijd goed voor verrassingen. Onderzoekers van het militairgeografische instituut in Florence claimen namelijk begin dit jaar op een voormalige werkplaats van de zestiende-eeuwse wetenschapper/kunstenaar te zijn gestuit. Een stukje van hun kantoorpand was wellicht zo'n 500 jaar geleden, tussen 1500 en 1503, Da Vinci's leslokaal en onderzoeksruimte. Sommige historici denken dat hij er wellicht een proefversie van de 'Mona Lisa' heeft gemaakt.
Het tot dusver verstopte atelier bestond uit vijf kleine zolderkamertjes. Anno 2004 zijn ze ingeklemd tussen het instituut en de Santissima Annunziata basiliek in het centrum van Florence. De muren ervan zijn verfraaid met schilderingen van drie vogels. Typisch Da Vinci, menen enkele kenners: als ze niet door de kunstenaar zelf zijn geschilderd, dan wel door een leerling. Eén vogel is in duikvlucht, één zwevend, de derde in landing. Ze doen denken aan tekeningen uit de Codex Atlanticus, de aantekeningencollectie van Da Vinci.
Daarnaast is er een afbeelding van een knielende engel. Deze lijkt op Da Vinci's schilderij 'Annunciation'.
Decennialang verhinderde een simpele muur helder zicht op de fresco's. De rechterkant met de knielende engel is namelijk onderdeel van de basiliek. Aan de linkerkant in het instituut zijn de vogels te zien. Tot 1857 vormden de twee gebouwen één klooster.
Niettemin bleef na die tijd de muurschilderkunst zichtbaar. Slechts oplettend kijken was nodig om de twee helften met elkaar te verbinden, vertelt Roberto Manescalchi van het instituut.
Manescalchi was de eerste die dat wél deed. Toen hij op een dag een boek ging lenen bij de basiliek viel zijn oog op het stuk fresco. Het deed hem direct denken aan Annunciation. Én aan het stuk muur in zijn instituut. Vervolgens pakte hij een vijf eeuwen oude plattegrond van het klooster erbij, waarop hij vijf mysterieuze zolderkamertjes ontdekte. Met de kaart in de hand wist de kamers te lokaliseren, die tegenwoordig worden gebruikt als kantoorruimte.
Hoewel historici vrij zeker zijn van hun zaak, reageerden sommige van hun collega's sceptisch. Zo was via een biografie van Giorgio Vasari (1511-1574) al bekend dat Da Vinci vanaf 1499 drie jaar in het klooster woonde. Over het bestaan van het zolderatelier zei hij echter niets. Vooralsnog is dus nog niets zeker. De hypothese, want dat is het, moet nog diverse wetenschappelijke proeven doorstaan.


1 februari 2005
Kans op nieuwe vertraging invoering Verdrag van Malta
Op maandag 31 januari j.l. debatteerde de Tweede Kamer over de implementatie van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving. De VVD en CDA maakten bekend een amendement op het wetsontwerp te willen indienen. De twee partijen stellen voor een provinciale en gemeentelijke archeologiebelasting voor opgravingen in te voeren. Volgens de Stichting voor de Nederlandse Archeologie (SNA) staat dit voorstel haaks op het Verdrag van Malta. In het al in 1992 ondertekende Europese verdrag wordt de veroorzaker van bodemverstoring verantwoordelijk gesteld voor de kosten.
De archeologiekoepel SNA wijst er op dat het voorstel van VVD en CDA niet alleen indruist tegen de doelstellingen van de Europese overeenkomst, maar tevens zal leiden tot nieuwe en onverantwoorde vertragingen in de invoering van de wet. Hetzelfde geldt voor het voorstel van de VVD om het opdrachtgeverschap voor het verrichten van opgravingen te verschuiven naar het gemeentelijk en provinciaal bestuur. Daarmee wordt in de ogen van de SNA het hele archeologiebestel onderuit gehaald.
In januari 1992 ondertekende de toenmalige minister van WVC, Hedy d'Ancona, in Valletta het Europese Verdrag van Malta dat zich richt op een betere bescherming van het archeologisch erfgoed. Ruimtelijke ingrepen in de bodem zetten dit deel van het cultureel erfgoed onder toenemende druk. Eenmaal verstoord is het immers voor altijd verdwenen.
Staatssecretaris Van der Laan van OCenW verklaarde in de Tweede Kamer weinig te voelen voor de oprichting van een lokaal acheologiefonds, zoals beoogd door de regeringspartijen CDA en VVD. Van der Laan vreest dat een dergelijk fonds de uitgangspunten van het Verdrag van Malta kan ondergraven. Volgens het in 1992 gesloten Europese verdrag moet degene die graaft, ook betalen. De staatssecretaris houdt daar strikt aan vast. Van der Laan heeft de Tweede Kamer toegezegd voor 1 april in een brief de openstaande vragen te beantwoorden. (Bron: SNA)

28 januari 2005
16e-eeuwse Vlaamse kunst van La Palma
Van 4 maart tot en met 5 juni 2005 kan je in Kunsthal Sint-Pietersabdij te Gent de tentoonstelling "El Fruto de la Fe. 16de eeuwse Vlaamse kunst van het eiland La Palma" bewonderen.
El Fruto de la Fe biedt het publiek een eenmalige gelegenheid om te genieten van kunstuitingen die nauwelijks nog in de Lage Landen te vinden zijn. De tentoonstelling brengt Vlaamse religieuze kunst uit de zestiende eeuw met uniek houten beeldhouwwerk, meestal nog gepolychromeerd, en ongeziene schilderijen op paneel van Vlaamse meesters als Pieter Pourbus de Oude en Pieter Coecke van Aalst.
De kern van de werken behoort tot het artistieke erfgoed van het eiland La Palma, een van de Canarische eilanden voor de Afrikaanse kust. Vlaamse landeigenaars vestigden zich daar om aan suikerteelt te doen en lieten er de kerken aankleden met de wereldvermaarde Vlaamse kunstwerken die vanuit Antwerpen naar Spanje en Portugal werden uitgevoerd. Zo bleef daar bewaard wat bij ons massaal verloren ging in de vernietigingen van de beeldenstorm in 1566.
De tentoonstelling plaatst dit hoofdstuk Vlaamse kunst in de context van de Atlantische handelsroutes. De onuitgegeven confrontatie van de collectie van het eiland La Palma met kunstwerken uit België, Spanje en Portugal belicht ook de wisselwerking tussen creatie en kopie, tussen originaliteit en seriewerk.




26 januari 2005
Marokko door Nederlandse ogen 1605-2005
Museum Meermanno (gelegen aan de Prinsessegracht te Den Haag) organiseert dit voorjaar (van 26 februari t/m 22 mei) de tentoonstelling Marokko door Nederlandse ogen 1605-2005. De tentoonstelling gaat in op de relatie tussen Marokko en Nederland zoals deze is opgetekend en verbeeld door Nederlandse reizigers. Hun visies en ervaringen zien we weerspiegeld in een boeiend geheel van brieven, atlasbladen, prenten en tekeningen, en veel bijzondere boeken, waaronder geïllustreerde reisverslagen.
De tentoonstelling is als een drieluik opgebouwd. In het eerste deel van de tentoonstelling vinden we gezanten van de staat, scheepsofficieren, avontuurlijke kooplieden en bevrijde slaven, die in de 17e en 18e eeuw hun gedane zaken, ervaringen en ontberingen vastlegden. In het tweede deel komen schrijvers en kunstenaars aan het woord die rond 1900 naar Marokko gingen op zoek naar inspiratie en onderwerpen voor hun werk. Tot slot wordt de periode na 1960 belicht, waarin ondermeer aandacht is voor de migratie naar Nederland en het toerisme naar Marokko. Ook het werk van Nederlands-Marokkaanse auteurs komt aan bod. De tentoonstelling wordt zo ingericht dat de bezoekers, zowel volwassenen als kinderen, aan de hand van deze reizigers door de geschiedenis worden meegenomen.
Met deze tentoonstelling sluit Museum Meermanno aan bij de manifestaties in het kader van de viering van de 400-jarige relaties tussen Nederland en Marokko (zie ook www.marokkonederland2005.nl). De aanleiding voor de tentoonstelling is het zeer onlangs bij De Arbeiderspers verschenen boek Marokko door Nederlandse ogen, 1605-2005 van de historicus Herman Obdeijn en auteur Abdelkader Benali.