'Hoog- en laaggeschoolden leven elk in een andere wereld'

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) - websitenaam : http://levensbeschouwing.info/ of http://www.levensbeschouwing.info/
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , mystiek , racisme , samenleving , sikhisme , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen ,
- Eigen-zinnige beschouwingen - Het kleine of grote ongenoegen -

armoede: armoededeskundige, armoede, welzijn en welvaartarmoede en onderwijsBroederlijk Delen en Welzijnszorg, hoog- en laaggeschooldenkansarmoede, onderwijs en maatschappelijk werk, organsiaties in verband met armoede

Koen Pelleriaux is een aan de VUB geschoolde socioloog. Hij doceert thans onderwijsbeleid en onderwijssociologie aan de UA. Hij is de auteur van het vorig jaar verschenen Demotie en burgerschap; de culturele constructie van ongelijkheid in de kennismaatschappij, een boek dat heel wat aandacht genoot in de pers.
Demotie en burgerschap : de culturele constructie van ongelijkheid in de kennismaatschappij / Koen Pelleriaux. -
Brussel : VUB Press, 2001. - 255 p. ; 25 cm. - ISBN 90-5487-301-9: 695 BEF, BB A 2001 5.103
E-mail: koen.pelleriaux@ua.ac.be . DOSSIER 'Hoog- en laaggeschoolden leven elk in een andere wereld' Koen Pelleriaux over de nieuwe ongelijkheden in de samenleving Peter Hertog in: Doen, jg. (2001), nr.?, p.4-7

De ongelijkheid in de samenleving is vandaag minder zichtbaar, maar zeker niet minder aanwezig dan vroeger Ze heeft ook een ander gezicht gekregen. Dat zegt Coen Pelleriaux, assistent van Mark Elchardus aan de VUB, en auteur van een studie over ongelijkheid in de samenleving en het gevolgde onderwijsniveau.

Koen Pelleriaux: “Er is iets fundamenteels veranderd aan de ongelijkheid in de samenleving. Ongelijkheid werd vroeger bepaald door sociale klasse: de toekomst van een jongere werd bepaald door zijn afkomst, namelijk het beroep van de vader. Een arbeiderskind had een totaal andere toekomst dan een kind van een advocaat. Door een aantal veranderingen, zoals de komst van de kennismaatschappij en een economie die draait rond diensten, is dat veranderd. Niet afkomst, wel de gevolgde scholing bepaalt vandaag de kloof tus­sen mensen en de kansen in de samenleving die je krijgt. De nieuwe kloof loopt tussen hoog- en laaggeschoolden, en het scherpst loopt die kloof tussen het Algemeen Secundair Onderwijs (ASO) en het Beroeps Secundair Onderwijs (BSO).”

Is dat zo' verschil? Wie nu beroepsonderwijs volgt, is vaak een arbeiderskind, en kinderen van advocaten zitten bijna steeds in het algemeen secundair

Koen Pelleriaux: “Juist, maar toch is er een groot verschil. Want het mag dan wel om dezelfde mensen gaan, ze voe­len dat zo niet aan. Er wordt niet gezegd: ‘Je hebt minder kansen omdat je een kind van arbeiders bent’, maar wel: ‘Je hebt minder kansen of je ver­dient slechter omdat je minder naar school bent geweest.’ De oude ongelijk­heid — de afkomst — bestaat dus nog wel, maar wordt weggestopt door de nieuwe ongelijkheid: de scholing.”

En dat maakt een verschil?
Koen Pelleriaux: “Ja, want daardoor verandert ook hun reactie op ongelijkheid. Op de oude ongelijkheden ontstond bijna altijd collectief verzet. Vrouwen verzetten zich bijvoorbeeld col­lectief tegen het feit dat ze als groep werden gediscrimineerd om iets waar ze niks aan konden doen, namelijk vrouw zijn. Het probleem met de nieuwe ongelijkheid is dat collectief verzet moeilijker is: het gaat immers om iets waarvan de samenleving vindt dat je er wel iets aan kan doen, namelijk uw eigen opleidingsniveau. Concreet voorbeeld: iemand verlaat de school zonder secundair diploma. Als die achteraf klaagt over het feit dat hij of zij zo’n slecht betaalde job heeft of geen werk vindt, dan krijgt die te horen: ‘Je had maar beter je best moeten doen op school.’ In plaats van collectieve emancipatie-acties van vroeger, krijg je nu een wantrouwig, teruggetrokken individu dat zich opsluit”

Ze geven zichzelf de schuld?

Koen Pelleriaux: "Ja. Neem nu werklo­zen: ze zijn er omdat er gewoon niet genoeg jobs zijn. Toch zie je weinig betogingen van werklozen, gewoon omdat die pechvogels het gevoel heb­ben dat het - althans gedeeltelijk - hun eigen schuld is. Je ziet pas werklozen-betogingen wanneer ook gestudeerden door de werkloosheid getroffen worden, wanneer het collectief gevoel ontstaat dat iedereen getroffen kan worden. Bijvoorbeeld bij de jongerenmarsen voor werk in de jaren ‘80 heeft dat gewerkt?

Zorgt die kloof op basis van scholing en de reactie daarop ook voor een nieuwe manier van denken?

Koen Pellerlaux: “Zeer duidelijk. Wij noemen dat de nieuwe links-rechts­breukiijn. De oude links-rechts tegenstelling was sociaal-economisch. De nieuwe links-rechts tegenstelling is eerder ethisch-cultureel van aard. In mensentaal: aan de ene kant heb je mensen die weinig verwachten van de toekomst, autoritair zijn en wantrouwend zijn tegenover de andere, een negatieve kijk hebben op de politiek, tegen vreemdelingen zijn. Aan de andere kant heb je beter geschoolden, open, hoopvol over de toekomst, multiculturele wereldburgers. En de posities op die breukiijn liggen grotendeels vast op het einde het secundair onderwijs.”

En nieuw-rechts vindt men terug in het BSO, nieuw-links in het ASO?

Koen Pelleriaux: “Grotendeels. Dat heeft veel te maken met de uitbreiding van het onderwijs de laatste 50 jaar, waardoor er verschillende onderwijsvormen ontstonden. Aan de vooravond van de Belgische onafhankelijkheid volgden er in heel België slechts 4.800 leerlingen secundair onderwijs, en die volg­den dan nog allemaal Latijn-Griekse, want dat was de enige richting die bestond. Pas veel later, bij het ontstaan van de schoolplicht, ontstaat er een opsplitsing in algemeen vormend, beroeps, technisch enzoverder. En dan nog: de overgrote meerderheid ging ook tussen de twee wereldoorlogen naar een soort lagere school tot 14 jaar. De echte differentiatie onstaat pas na de tweede wereldoorlog, in een samenleving met volledige scolarisatie, die steeds meer belang hecht aan opleiding en met schoolplicht tot 16 en later tot 18 jaar. De verschillende onderwijsvormen zijn het rechtstreeks gevolg van het feit dat er veel meer volk naar school gaat en er dus een veel heterogenere groep op school zit. In Vlaanderen alleen zijn er nu 500.000 leerlingen die secundair volgen.”

Maar hoe komt het dat die autoritaire, wantrouwlge en anti-vreemdelingen houdingen zich vooral ontwikkelen in het BSO?

Koen Pellerlaux: “Dat komt door ach­terstelling en ongelijkheid, en waarschijnlijk nog meer door het gevoel van achterstelling. Minstens even belangrijk is dat de medeleerlingen hetzelfde gevoel hebben. De autoritaire, onverdraagzame houding vormt samen met een gevoel van achterstelling en ongelijkheid een soort subcultuur die zich verspreidt in het BSO. De subcultuur begint dus echt met een aantal mensen die achtergesteld zijn of zich achtergesteld voelen, maar in die cultuur kun­nen ook mensen worden opgenomen die uit de middenklasse komen, maar die omwille van het feit dat ze ‘maar’ in het BSO zitten, er toch door besmet worden. Dat heeft ook te maken met het feit dat de samenleving handenarbeid nog altijd lager inschat dan geestesarbeid. Je moet dus niet echt achter­gesteld zijn om door deze cultuur aangestoken te worden. Gedeelde ervaringen zijn wel nodig, en het gevolgde onderwijs blijkt daarvoor zeer geschikt te zijn. Maar er zijn ook andere gemeenschappelijke zaken, ook weer op basis van wat de samenleving laag en hoog inschat. Bijvoorbeeld VT4 en Dag Allemaal zijn laag en Canvas en Humo zijn hoog. Vraag me niet waarom, ik vind Humo niet echt moeilijker dan Dag Allemaal, maar bon: de ‘lage’ media worden gelezen en bekeken door BSO’ers, terwijl de ‘hoge’ media goed scoren in het ASO, en de open, verdraagzarne cultuur zich daar ook beter verspreidt.”

Moeten we het beroepsonderwijs dan veranderen?

Koen Pelleriaux: “Bwa, ik weet niet Het gaat niet om structurele, materiële problemen, het gaat om culturele (voor)oordelen en gevoelens. Ik wil ook geen steen werpen naar één of ander type onderwijs. Het is niet zo dat het onderwijssysteem iets actief doet om dat in de hand te werken. Als je kijkt naar onze leerkrachten, ook die in het beroepsonderwijs, dat zijn mensen waarbij het etnocentrisme heel wat lager ligt dan bij het gemiddelde van de bevolking, dus bij leraars in het beroepsonderwijs ligt dat zeker heel wat lager dan bij hun leerlingen. Het is niet het beroepsonderwijs dat die hou­dingen bewust of onbewust stuurt of kanaliseert. Het is vooral een opvoedingsproject van klasgenoten. Het zorgt voor ongelijkheid in de samenleving, het is besmettelijk, het virus zit bij mensen die zich bevinden in de lokalen van het beroepsonderwijs, en electoraal vertaalt het zich in een extreem-rechtse stem.”

Wellicht weet u ook hoe we dle wrevel kunnen weg werken?

Koen Pelleriaux: “Euh, toch niet. Het cordon sanitair is alleszins geen middel tegen de groei van extreem-rechts. Het is een duidelijk politiek signaal om aan te geven dat een aantal dingen niet kunnen, maar het remt het Vlaams Blok niet af. Negatie hebben we ook geprobeerd, en confrontatie. afschrikking en ontmaskering. Het is allemaal al geprobeerd, en blijkbaar werkt het niet, of toch niet voldoende. Het probleem is dat we voor dit nieuw links-rechts—conflict (nog) geen vreedzame oplossingen of pacificatiemodellen hebben, zoals we die wel hebben voor de grote conflicten (oude links-rechts tegenstelling, katholiek-vrijzinnig. Vlaams-Franstalig) uit het verleden. Neem de sociaal-economi­sche breuklijn. Daarop kwam de sociale zekerheid, de vakbonden, mutualiteiten. Die oude tegenstelling is geneutraliseerd, de conflicten zijn verzacht, en dat heeft zeer lang geduurd. Ook bij de andere conflicten is dat zo, met cultuurpacten, schoolpacten, federalisme, enzovoort. Met die nieuwe breukljn staan we maar aan het begin, en we hebben daar nog geen arsenaal middelen om tot conflict-pacificatie te komen. Daardoor lijkt dat contlict nu veel ruwer.”

Zit dat arsenaal er aan te komen?

Koen Pelleriaux: “Niet direct. Dat zou er bij wijze van spreken op neer komen dat Agalev en het Vlaarns Blok samen gaan zoeken naar het juiste aantal asielzoekers dat ons land binnen mag. Het heeft zeer lang geduurd voor er op de oude breuklijnen iets bougeerde, ook nu zal het lang duren. Er zijn wel al een aantal acties die hoopgevend zijn. Bijvoorbeeld buurtbemiddeling, wijkmanagement, enzovoort, In plaats van constant tegen de mensen te zeggen dat ze fout zijn met hun extreem-rechtse stem — zoals dat jaren werd gedaan — wordt er nu geprobeerd de problemen gewoon aan te pakken. Niet langer proberen de mensen le overtuigen, gewoon de problemen oplossen zonder echt een oordeel te vormen. Zo hebben we het ook gedaan bij de oude conflicten. Typisch Belgisch, maar het werkt.” Patrick Janssens wil dat de SP dc strijd tegen ongelijkheid centraal stelt. Een goede keuze?

Koen Pellerlaux: “Ik denk het wel, en ik denk dat de SP daarmee gedeeltelijk de sleutel tot pacificatie in handen heeft. De electoraten op de nieuwe breuklijn, de kiezers van Agalev en Vlaams Blok, die zitten zeer ver van elkaar. Die zitten eigenlijk even ver van elkaar als een eeuw geleden de communisten verwijderd waren van mensen als Woeste enzo. Je voelt direct dat die niet echt tot een toenadering of pacificatie gaan komen. De SP heeft electoraat aan beide kanten van de nieuwe breukfljn, een beetje zoals vroeger de CVP op de oude breuklijn een linker- en een rechtervleugel had, waardoor zij een sleutelpositie bekleedden in de oude pacificatieprocessen. Ik denk dat die positie nu door de SP kan ingenomen worden. Zeker met de nadruk op gelijke kansen, die beide vleugels kan bekoren, zij het vaak om verschillende redenen.”

De SP zit dus op rozen?

Koen Pelleriaux: ‘(lacht) Dat heb ik niet gezegd, maar de mogelijkheden en de uitdagingen zijn voor de SP alleszins bijzonder groot, omdat de partij met gelijke kansen op een thema zit dat de komende tijd tot bijzonder veel problemen aanleiding zal geven. Neem de ziekteverzekering. Daarin had je vroeger een homogeen risico: mensen waren er van overtuigd dat iedereen dezelfde kans had om ziek te worden. Bijdragen aan de ziekteverzekering was niks anders dan bijdragen aan uw brandverzekering: een verzekeringslogica, een gezonde vorm van egoïsme. Maar, stel dat we genetisch kunnen bepalen wie een grote kans maakt op Alzheimer en wie niet: dan kom je in de problemen met je verzekeringslogica. Als je in een situatie terechtkomt waarbij je op voor­hand weet wie er gaat bijdragen en wie er gaat ontvangen, dan moet je overstappen van een verzekeringslogica naar een solidariteitslogica. Ander voorbeeld: we kunnen vrij goed voorspellen wie er werkloos gaat worden en wie niet. We weten dat op basis van het diploma. De kans dat hooggeschoolden werkloos worden is veel kleiner, dus zit je niet meer met een homogeen risico, en dus komt de verzekeringslogica in het gedrang. In de situatie van welbe­grepen eigenbelang komen we nooit meer terecht, en dat allemaal omwille van het feit dat alles bepaald wordt door die ene grote ongelijkheid: scholing. Vroeger had je massa’s ongeljkhe­den: geslacht, afkomst, religie, Vlaming zijn, enzovoort. Discniminaties op basis van die ongelijkheden vinden we — terecht — niet meer kunnen. Maar we vinden het wel kunnen dat mensen omwille van hun lage scholing worden veroordeeld. Voor dit probleem zullen we oplossingen moeten bedenken, en ik denk dat een partij die uitgaat van gelijkheid en solidariteit daarin een grote rol te vervullen heeft.”

Peter Hertog: Iedereen gelijk zei u?

• Dat je in de opera nauwelijks laaggeschoolden tegenkomt zal weinigen verbazen. Maar op een popconcert? Van de universitair geschoolden gaat 1 op 10 wel eens naar een popconcert. Voor laaggeschoolden is dat nauwelijks 2 op 100, of vijf keer minder.

• Van alle hogergeschoolden heeft 1 op 7 te kampen met chronische gezondheidsproblemen (hardnekkige rugaandoenlngen, hoge bloeddruk, allergie, gewrichtsontsteking, depressie, enzovoort). Bij de laaggeschoolden is dat bijna 1 op 3, meer dan dubbel zoveel.

• Verleden jaar werden bij ons 39.212 personenauto’s van meer dan één miljoen frank gekocht. Daarvoor werd zo’n 50 miljard frank uitgegeven.

• Van elke 1.000 frank die de overheid uitgeeft om voor een goede huisvesting te zorgen krijgen de 20 procent armsten 100 frank en de 20 procent rjksten ... 400 frank

• Op een liter loodvrije benzine voor je auto of je grasmaaier betaal je een goede 20 frank accijnzen. Op een liter kerosine voor een Boeing of een Airbus wordt nul frank accijnzen betaald. En wie maakt er het meest gebruik van het vliegtuig?

* 61 procent van de arbeidsters in Vlaanderen maakt regelmatig gebruik van kinderopvang. Bij de moeders met een kaderfunctie is dat ... 97 procent. In Limburg maken 55 procent van de gezinnen met jonge kinderen regeImatig gebruik van kinderopvang. In Vlaams-Brabant is dat 75 procent. Alleenstaande moeders ondervinden in bijna twee keer zoveel gevallen moeilijkheden om een geschikte opvang te vinden voor hun kinderen dan een klassiek ouder-paar.

• De helft van de Belgische gezinnen heeft een belastbaar netto-inkomen onder de 725.000 frank per jaar. Allemaal te samen beschikken ze over 25 procent van alle inkomens. Een tiende van de gezinnen zit boven de 1.750.000 frank per jaar. Zij verdienen samen 28 procent van alle inkomens.

• Wat hebben we aan permanente vorming als blijkt dat ze gereserveerd wordt voor hooggeschoolden, die er 5 keer meer gebruik van (mogen) maken dan laaggeschoolden zodat de kenniskloof nog vergroot?

• In twee derden van de Vlaamse gemeenten is er geen opvang voor zieke kinderen voorzien, terwijl het met de nacht en weekendopvang nog een stuk erger gesteld is. Hoe moeten die ouders hun werk en gezin combineren, zonder de kinderen aan hun lot over te laten?

• Wie in België geboren wordt, heeft een levensverwachting van zo’n 77 jaar. In Tanzania is dat 48 jaar. Een Tanzaniaan moet dan ook met 50 keer minder rondkomen dan een Belg. Op 1000 kinderen sterven er in België 6 kinderen bij hun geboorte. in Cuba 7. In Polen 10. in Roemenië 21. In Peru 43. In Zuid-Afrika 60 en in Kongo 81.

• Vlaanderen telt 26 procent hooggeschoolden (hoger onderwijs en universitair onderwijs). Het Europees gemiddelde is 20 procent. Daar zitten we goed. Maar Vlaanderen telt ook meer dan 40 procent laaggeschoolden. Als we het over lage scholing hebben dan hebben we het wel over 4 Vlamingen op 10. Het Europees gemiddelde is 25 procent.

Volgens de International Adult Literacy Survey, hebben 42 procent van de Vlamingen onvoldoende taal- en reken-vaardigheden om zich staande te houden in de zich razendsnel ontwikkelende kennismaatschappij. Een bestelbon invullen, een grafiek correct lezen of uit een medische bijsluiter aflezen hoeveel dagen men een geneesmiddel maxi­maal mag innemen, levert voor hen heel wat moeilijkheden op.

Terug naar het begin van de pagina




Religie.opzijnbest.nl - De beste links over religie voor u verzameld.