| JAARTAL - NIEUW - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - Z allochtonen, armoede, bahá'í , bijbeluitleg, bijbel en koran, boeddhisme, hindoeïsme ,interlevensbeschouwelijke dialoog, islam, jodendom , levensbeschouwing, levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie, racisme, samenleving, , tewerkstelling van allochtonen, vluchtelingen en asielzoekers, vrijzinnigheid , witte scholen, multiculturele scholen en concentratiescholen , |
| DE WEBPAGINA'S VAN HET
HOOFDITEM ISLAM islam, aanzetten tot een leerplan "Islamitisch Godsdienstonderwijs in de basisschool", de islam is modern, Marhaban. Verhalen uit de wereld van de islam (OFFRINGA), |
Het loopt grondig mis met het beeld dat wij van de islam hebben. De recente verwoestingen van de boeddhabeelden in Afghanistan maken het alleen maar erger. Ze wekken de indruk dat de islam gelijkstaat met ‘islamisme’ — dat is de uitbouw van een staat volgens de islamitische principes. Het is om te beginnen helemaal niet duidelijk welke die principes dan zijn. Maar bovendien sorteert dat soort politieke islam in feite een omgekeerd effect: het werkt niet de godsdienstigheid, maar de secularisering in de hand. Dat is overduidelijk gebleken in Iran na de ‘islamitische revolutie’ van revolutie’ van Khomeini.
De islamwereld is geen monolithisch blok. Alleen al tussen Marokko en Turkije gaapt een wereld van verschil. Die verscheidenheid neemt niet weg dat de islam in zijn vele vormen wereldwijd een geweldige crisis doormaakt. De oorzaak ligt in de onstuitbare opmars van de moderniteit. ,,Geen enkele islamiet, hoe ‘fundamentalistisch’ hij ook mag zijn, is opgewassen tegen de reclamecampagnes van bepaalde Amerikaanse frisdrankproducenten en fastfoodketens.” En, zo mogen we er meteen aan toevoegen, ook niet tegen de gsm, het internet en... dollarbiljetten.
Dat leidt tot een merkwaardigc paradox: om de eigen identiteit te bevestigen tegenover de opdringende moderniteit, wordt teruggegrepen naar typisch islamitische symbolen, zoals bijvoorbeeld de sluier, maar dat ,,is in heel wat gevallen niet méér dan een modeverschijnsel, een uiterlijke vernislaag, om onislamitische gedragspatronen en praktijken oppervlakkig te islamiseren”.
De Leuvense onderzoekers, de filosoof Daniël De Smet en Jan Van Reeth, gespecialiseerd in vergelijkende godsdienstgeschiedenis en oosterse literatuur, blijken de moslimwereld in al zijn diversiteit vrij grondig te kennen. Met De islam is modern willen ze enkele vastgeroeste vooroordelen uit de wereld helpen, zodat de lezer een juister — lees genuanceerder — beeld krijgt van de feitelijke situatie.
Dat is niet alleen van belang voor ons, maar ook voor de moslims zelf, want ,,zij hebben het gevoel dat zij er niet in slagen hun stem te laten horen en het stereotiepe beeld dat er van hen wordt opgehangen te voorzien van een treffend weerwoord”. Dat laatste is niet zonder gevaar, want het kan zo frustrerend werken dat je kwaad wordt en naar geweld grijpt.
In de moslimwereld zelf geven de intellectuelen zich gaandeweg rekenschap van de situatie. Heel wat Turkse, Arabische en Iraanse denkers trachten antwoorden te formuleren op de grote uitdagingen van deze tijd. Voor wie van namen houdt, even een onvolledig — lijstje: ,,Aboe Zaid, Arkoun, Soroush, Talbi, Laroui, Ahmed, Esmail, schrijvers zoals Tariq Ramadan en Foe’aad Zakarija, de vooraanstaande Egyptische jurist Asjmawi en zovele anderen.”
De Smet en Van Reeth luisteren aandachtig naar die stemmen, maar niet zonder ongerustheid. Ze vrezen namelijk dat de huidige moslimwereld intellectueel onvoldoende sterk staat om een nieuw evenwicht te vinden tussen traditie en vernieuwing. In feite u er, volgens sommige islamitische geleerden, zoiets als een ‘Vaticanum II van de islam’ nodig... Toch zien de auteurs hoopgevendc tekenen. Ze stippen daarbij terecht aan dat de westerse wereld zelf een essentiële rol te vervullen heeft in die ontwikkeling van de islam, met name door een eerlijke en diepgaande dialoog aan te gaan. En dat stelt zo zijn eisen.
Het grootste deel van dit boek — dat dus geen ‘inleiding in de islam’ is en evenmin een studie in vergelijkende godsdienstwetenschap — is gewijd aan die dialoog met de hedendaagse islam. Wanneer we die open en eerlijk willen voeren, moeten we ook nadenken over de fundamenten van onze moderne cultuur. Onze vooroordelen zitten immers zo diep, dat we er ons gewoon geen rekenschap van geven. Zo bestempelen wij islamitische opvattingen en gebruiken haast spontaan als ‘middeleeuws’.
Die term steunt op het besef dat onze geschiedenis breukmomenten heeft gekend, zoals de renaissance en de Franse revolutie. Daaruit zijn ‘vanzelfsprekendheden’ gegroeid, zoals de scheiding tussen kerk en staat. Voorts is ‘middeleeuws’ bepaald geen compliment. Maar door op die manier de islam te beoordelen, vergeten we dat die wereld in zijn geschiedenis nooit een soortgelijke breuk heeft gekend.
Sterker nog: de moslims zijn ervan overtuigd dat Mohammed hen al lang voor onze Verlichting voorgoed uit de duistere tijden naar het tijdperk van rede en verlichting heeft gebracht. Dat mag vreemd klinken, maar een eerlijke dialoog dwingt ons ertoe rekening te houden met die totaal andere opvatting en beleving van ruimte en tijd. Hetzelfde kan worden gezegd van bijvoorbeeld onze principiële, methodische uitsluiting van het transcendente in het zoeken naar waarheid. Voor ecn moslim is het evident dat Allah in alle vormen van waarheid is betrokken en er zelfs het laatste woord in heeft. En je kunt geen halve moslim zijn.
Ook moeten we ons ervan bewust blijven dat, juist door gemeenschappelijke wortels in de bijbel, de islam godsdienstig veel dichter bij ons staat dan wij meestal bereid zijn aan te nemen. Zo geven de auteurs tal van sporen aan om tot een eerlijker kijk op die rijke cultuur en godsdienst te komen.
Na lectuur van dit zeer lezenswaardige boek blijft één vraagje bij mij hangen: in hoeverre zijn de aangehaalde auteurs representatief voor de vele strekkingen in de moslimwereld? In welke mate worden zij door hun ‘basis’ begrepen en ernstig genomen? Om maar een heikel punt te noemen: in hoeverre zou de gemiddelde imam bereid zijn om tot historisch-kritische exegese van de koran over te gaan? Ik zou het echt wel willen weten.
Terug naar het begin van de pagina
Terug naar het begin van de pagina
In De Morgen, dinsdag 27 maart 2001: ISLAMOLOGEN JAN VAN REETH EN DANIËL DE SMET DOORPRIKKEN MYTHES OVER MOSLIMWERELD IN EEN GEPOLARISEERD DEBAT (Bart De Schrijver)
‘Als er in de islamwereld iets gebeurt, krijgen alle moslims collectief de schuld’
Sinds de machtsgreep van ayatollah Khomeini
in Iran, nu twintig jaar geleden is de radicale islam niet meer uit het wereldnieuws
weg te bannen. De publieke internationale belangstelling staart zich blind
op massafenomenen, op terroristische aanslagen. Sommige media doen mee aan
dat opbod en zenden de woorden uit van extremisten, wier ideologieën
uit een ver verleden stammen, maar die zeer mediatiek blijken te zijn.
In ‘De islam is modern’ wordt een stem gegeven
aan jonge moslimintellectuelen die de kloof tussen islam en moderniteit willen
overbruggen. De auteurs, Daniel De Smet en Jan Van Reeth, verbonden aan de
KU-Leuven, schrijven meteen in hun voorwoord dat de studie van de islam nooit
een neutrale bezigheid kan zijn, en een academicus willens nillens wordt
gedwongen positie te kiezen. Journalisten en opiniemakers halen er volgens
de academici alleen maar een islamoloog bij om hem te doen bevestigen wat
zij zelf al denken. Die reactie is begrijpelijk, schrijven ze, want vele
vakgenoten laten totaal tegenstrijdige geluiden horen.
Doelen jullie daarbij op professor Urbain
Vermeulen, die enkele maanden geleden door de Leuvense rector op de vingers
werd getikt vanwege zijn uitlatingen over de Arabische wereld? Vermeulen is
bekend om zijn stelling dat de dialoog tussen moslims en christenen onmogelijk
is.
Jan Van Reeth: (grijnst) Dat is een netelige
vraag. Vermeulen neemt het standpunt in van een historicus. De dialoog die
als gevolg van het Tweede Vaticaans Concilie is gestart op initiatief van
de kerk, werd in de jaren zeventig gefnuikt door fundamentalistische stromingen
in de islamwereld. Wij kijken echter naar de recente ontwikkelingen en daar
is overduidelijk te zien dat de dialoog voortdurend aan de orde van de dag
is. Het pausbezoek aan Egypte heeft enorm veel tot stand gebracht. Als de
paus binnenkort naar Syrië gaat, is dat een teken dat de islamwereld
wel zal verstaan?’
Daniel De Smet: ‘We hadden het werk van een
Grieks-orthodoxe filosoof gelezen over wat het oosterse denken scheidt van
het westerse. Aangezien denkers uit de moslimwereld tot dezelfde conclusies
komen als intellectuele christenen uit het Oosten, concludeerden wij dat er
wel degelijk een dialoog bestaat tussen christenen en moslims.’
Ondanks deze dialoog bestaat er nog altijd
een vijandig beeld van de islamwereld.
Van Reeth: ‘Er leeft blijkbaar een soort panische
angst, vooral wat veiligheid en criminaliteit betreft. Nog niet zolang geleden
is met de val van het ijzeren gordijn de dreiging van de grote beer verdwenen.
Het westen is blijkbaar op zoek naar een nieuwe, mogelijke vijand. Maar de
islamwereld is toch geen militaire vijand voor het Westen, behalve dan als
dat zelf de wapens gaat leveren. Deze kwestie houdt ook verband met de problemen
in Algerije. Ik heb vaak de indruk dat het Westen zich door de Algerijnse
regering een rad voor de ogen laat draaien, want daar is meer aan de gang
dan alleen maar een conflict met fundamentalisten.’
Maar fundamentalisme is toch een reëel
probleem in verschillende Islamlanden.
De Smet: ‘Ik geef toe dat niet alle fundamentalismen
voorbij zijn. Fundamentalisme is een poging om de klok terug te draaien, een
beetje in de nasleep van de dekolonisatie, om zich af te zetten tegen het
Westen. Maar het gaat hier om een utopie. Alles wijst er op dat in de meest
geëvolueerde islamlanden de vooruitgang onomkeerbaar is. En bovendien,
daar waar fundamentalisten aan de macht zijn gekomen, heeft dat geleid tot
omgekeerde resultaten, zoals in Iran. Een échte theocratie heeft nooit
echt bestaan, in Iran is die poging mislukt. De islamlanden kunnen dan twee
wegen inslaan: ofwel laten zij hun erfgoed achterwege en ‘amerikaniseren’
zij zichzelf, ofwel kan men de rijke islamitische traditie aanpassen aan
de moderniteit. Deze traditie is rijk genoeg om dergelijke confrontatie aan
te gaan. Ondanks het feit dat in bepaalde gevestigde islamitische kringen
er een achterstand bestaat. Er zijn evenwel genoeg jonge intellectuelen om
dat te compenseren.’
Van Reeth: ‘Ook de achteruitstelling van vrouwen
in vele islamlanden mag niet vanuit de koran worden verklaard, maar wel vanuit
eeuwenoude geperverteerde gewoonten. Er moet een onderscheid gemaakt worden
tussen de godsdienst zelf en de islamitische gebruiken, die voor een stuk
zelfs op oude oosterse tradities teruggaan. Fundamentalisme staat eigenlijk
haaks op de islam. Bij oosterse auteurs is er een veel groter gevoel voor
verschillende waarheden. In het Westen wordt de geschiedenis vaak alleen
bekeken vanuit het standpunt van één volk: dan krijg je een
eenzijdig beeld dat aanleiding kan geven tot conflicten. Door Arabische intellectuelen
wordt nog al eens gezegd dat de westerse moderniteit een grond tot totalitarisme
in zich draagt. In de Arabische literatuur worden vele dingen naast elkaar
verteld, met verschillende invalshoeken.’
Waarom zijn uw vaatstellingen nog niet
eerder opgemerkt en aan het publIek bekendgemaakt?
Van Reeth: ‘Er is een groot verschil hierin tussen
Vlaanderen en Wallonië. Aan Franstalige zijde zijn er meer universiteiten
waar islamkunde gedoceerd wordt. Er heerst daar ook een
andere sfeer, met grotere tolerantie en openheid.
In Vlaanderen zit dat debat over de islam veel meer gepolariseerd. Ik denk
dat dat door de welbekende politieke evolutie is.’
De Smet: ‘Van de islamwereld accepteert men
weinig, als er daar iets gebeurt, worden alle moslims collectief verantwoordelijk
gehouden. Wat kan een allochtone burger in België of een Egyptenaar eraan
doen dat de Taliban in Afghanistan floreren? Dat wantrouwen is ook specifiek
aan de Vlaamse situatie. We hebben massaal gastarbeiders ingevoerd, zonder
daarbij na te denken wat daarvan de consequenties zouden zijn. Behalve arbeiders
zijn dat ook mensen met verlangens, een religie en ee’n cultuur. Nu er al
een vierde generatie is, wordt er nog een debat gevoerd over integreren en
assimileren. Dal is nonsens. Dat debat is achterhaald, want er is een sterke
ontvoogding aan de gang in de migrantengemeenschap. We zouden beter die uitgestoken
hand grijpen in plaats van steeds terug te keren op dingen van het verleden.’
In welke mate spelen de intellectuelen
van de allochtone gemeenschap een rol?
Van Reeth: ‘Wel, je merkt bij voorbeeld aan
de Vlaamse universiteiten dat allochtone studenten zich verenigen en werken
omtrent democratisering en cultuur. Dat zijn de intellectuele kaders van
de allochtone gemeenschap van morgen.’
De Smet: ‘De mensen zijn natuurlijk naar hier
gekomen zonder kaders. Daarom is er lange tijd een stiefmoederlijke intellectuele
behandeling geweest van de moslimgemeenschap. Een intellectueel centrum als
de moskee van Brussel werd volledig gefinancierd door Saoedi-Arabië.
De meeste imams bij ons zijn opgeleid in het Oosten en hebben weinig voeling
van de Belgische context?’
Van Reeth: ‘Voor een stuk is dat ook onze fout,
omdat hier nog altijd het debat woedt over de vraag of integratie wel compatibel
is met het aanleren van eigen taal en cultuur. Men denkt hier nog steeds
in termen van 'als ze alles van vroeger maar zo snel mogelijk vergeten, dan
kunnen ze zich integreren’. Daarmee creëer je alleen maar mensen die
nog meer gefrustreerd worden en bovendien cultureel ontworteld. Nederland
staat hierin veel verder. Wanneer de ouders het vragen, kunnen de kinderen
onderwijs krijgen in hun oorspronkelijke taal. Men maakt daar ook handboeken
en en woordenboeken in het Arabisch, Hindi, Urudu enzovoort. Men leert de
allochtonen om zich te verdiepen in hun eigen traditie, wat niet uitsluit
dat zij goede Nederlandse burgers kunnen zijn. Als die mensen hun eigen cultuur
beter kennen, gaan ze zich ook meer thuisvoelen en verstaan ze tenminste
hun grootouders. In België zijn er ontzettend veel allochtone jongeren
die noch goed Nederlands, noch goed Arabisch spreken.
Terug naar het begin van de pagina