- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT - TIJDSCHRIFTEN - ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES : JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering , hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , mystiek , racisme , samenleving , sikhisme , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , - Eigen-zinnige beschouwingen - Het kleine of grote ongenoegen - |
Bij iedere verkiezing steeg het aantal stemmen voor het Vlaams Blok
en nam het aantal zetels in de verschillende parlementen (Europees, federaal
en Vlaams) en raden (provincie en gemeente) toe.
Deze partij ijvert voor een andere staatsstructuur dan de democratie en voor
een samenlevingsmodel, waarin geen plaats is voor diversiteit aan culturen.
Extreem-rechtse groeperingen in binnen- en buitenland sympathiseren met nazisme
en fascisme van 1933-1945, en maken van hun symbolen gebruik. Ze durven een
taal hanteren die kwetsend, vernederend en vernietigend voor allochtonen
en vreemdelingen is. Soms zetten ze hun verbaal geweld in daden om.
De rechtse ideeën verspreiden zich als een olievlek en al maar meer
mensen schrikken er niet voor terug racistische taal te gebruiken en
te discrimineren op basis van etnische afkomst. Dat is ook binnen de school
het geval. Sommige leerlingen - en ook soms leerkrachten - reageren racistisch.
Wie de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt, huivert bij de opkomst van extreem-rechts. Het roept bij hen zoveel herinneringen wakker aan de oorlogstijd. Ze weten maar al te goed tot welke extremen het kan leiden.
In het voorjaar 1988 kwam een twintigtal scholieren en jeugdwerkers bij elkaar om na te gaan wat er tegen het racisme kon worden gedaan. De idee werd gelanceerd dat scholen zich racismevrij zouden verklaren zoals er kernvrije gemeenten zijn. Enerzijds zou een petitie-actie kunnen resulteren in een meerderheid van de schoolgemeenschap die de school uitroept tot School zonder racisme (SZR). Dit gaat gepaard met het ophangen van een gevelbordje. Anderzijds zou de school initiatieven nemen voor antiracistische en interculturele vorming.
Vanaf het begin hadden de initiatiefnemers een basisbeweging op
het oog; de oproep was een middel om heel de schoolbevolking te betrekken.
Tussen 1989 en 1991 ontstonden over het hele land - Vlaanderen, Brussel en
Wallonië - tientallen Scholen Zonder Racisme. Een overkoepelende structuur
drong zich op. In het licht van de strijd tegen racisme en nationalisme koos
het bestuur steeds voor een organisatie die 'de volksgemeenschappen' zou
overstijgen. In maart 1991 werd SZR nationaal opgericht. Het nationaal bureau
was eerst in Antwerpen en dan in Gent gevestigd en werd later naar Brussel
overgeplaatst. SZR raakte ook in het buitenland bekend o.a. Nederland,
Duitsland, Spanje… Op 21 maart 2001 kregen SZR een Europese structuur.
SZR wil vooreerst jongeren kansen bieden tot contacten met de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog enerzijds en met allochtonen, vreemdelingen en vluchtelingen anderzijds. Ze wil jongeren bewust maken van de gevolgen van het nazisme en fascisme. Ze wil jongeren laten kennismaken met de cultuur, de leefgewoonten, de godsdienst van allochtonen en hen uitnodigen tot vriendschap met mensen van andere etnische origine.
Bovendien maakt SZR gebruik van tentoonstellingen, boeken, dia's, films, video's enz. en ontwikkelt ze eigen materialen zoals de diareeks "De geschiedenis van het Racisme", het Safispel (een inleefspel rond wettelijke en feitelijke discriminaties), het vooroordelenspel (een rollenspel rond vooroordelen en racisme), het Gelijke Rechtenspel, het "Vluchten-kan-niet-meer"spel, enz. en biedt alternatieve schoolreizen aan zoals "Brussel anders bekeken", het ontwerpen en het onderhouden van een website.
SZR stelt tot doel dat jongeren kiezen voor vriendschap en tegen racisme. Een School Zonder Racisme worden kan het resultaat van een maandenlange werking zijn, het blijven is een voortdurende opdracht. Dat vereist ondersteuning, vorming, engagement. Nationaal en regionaal worden jaarlijks contact- en studiedagen ingericht. Ieder jaar wordt gewerkt met een thema, dat vaak bepaald wordt door de actualiteit: "Maak van je school een school zonder racisme" (1992-1993), "In elke school een dag voor Vriendschap en Gelijkheid" (1993-1994), "Voor een toekomst zonder racisme en fascisme" (1994-1995), "Gelijkheid kent geen grenzen (1995-1996),… "Voor vriendschap en gelijkheid. Trek geen grens om ons heen!" (2000-2001).
Scholen worden aangespoord "een dag van vriendschap en gelijkheid" te organiseren. Daarenboven is 8 mei (8 mei 1945: einde van de Tweede Wereldoorlog) een gelegenheid om stil te staan bij racisme en fascisme, evenals 21 maart, de Internationale dag tegen racisme.
Meer en meer is School Zonder Racisme moeten opkomen tegen discriminatie en uitsluiting van allochtonen op scholen: de weigeringen van scholen om een allochtoon kind in te schrijven - vaak op basis van het non-discriminatie-akkoord, de achterstelling van allochtone leerkrachten op tewerkstelling, vooral in het vrije net, het stopzetten van islamonderricht op katholieke scholen, waar het reeds meer dan 20 jaar werd georganiseerd, de kwalificatie van minder kwaliteit wanneer het over een concentratieschool gaat. Scholen zijn geneigd allochtone kinderen aan te nemen op voorwaarde dat ze in een kleine minderheid blijven, de kwaliteit van de school en het levensbeschouwelijk pedagogisch project niet in gevaar brengen, de ouders geen rechten laten gelden. SZR ijvert voor gelijke rechten voor elk kind, elke leerkracht. Het staat kritisch tegenover de non-discriminatieverklaring en de invulling van het Intercultureel Onderwijs (ICO) zoals het door het Steunpunt ICO gebeurt (zie de brochure: Intercultureel Onderwijs vanuit antiracistisch perspectief).
Nieuwe uitdaging
Meer dan vroeger doen jongeren (en leerkrachten) racistische uitspraken
op school en in de klas. Een handtekeningenactie van 60 % op de oproep, een
dag van vriendschap en gelijkheid, de werking van een werkgroep SZR volstaan
niet. Op de studiedag van 19 mei 2001 werden ervaringen verteld, vragen gesteld
en oplossingen voorgesteld.
De schooldirecteur van Sint-Amands te Kortrijk vertelde hoe hij in de structuur
van zijn school discriminaties tracht weg te werken, door o.a. de leerlingen
niet onder te verdelen in de hokjes van ASO, TSO, BSO enz. en door leerlingen
te confronteren met hun racistisch taalgebruik.
Een leerkracht van een middelbare school in Boechout (provincie Antwerpen)
vertelde dat er op zijn school veel racisme aanwezig is, ofschoon er op zijn
school (ASO) van 1200 leerlingen slechts enkele allochtone leerlingen zijn.
Daarenboven stelde hij vele vragen. Hoe reageren op racistische uitspraken
in de klas? Hoe kan je op school planmatig rond racisme werken? Kan
een wetenschappelijk onderzoek opgezet worden naar de relatie tussen racisme
en de leeftijd van de jongeren, de sociale klasse waartoe de jongere behoort?
Leerlingen van het Institut des Ursulines vertelden dat de handtekeningactie
op de oproep in de hogere klassen van het middelbaar onderwijs bijna geen
60 % opleverde. Dat was een sein om de situatie te analyseren, problemen met
elkaar te bespreken, in de school ruimte te scheppen om erover te spreken,
en om in acties solidariteit te betonen met de vluchtelingen in het Klein
Kasteeltje en met de moeilijke situatie van de Palestijnen.
Een leerkracht van Charleroi stelde volgende oplossingen voor. 1° Permanente
opvoeding van de schoolgemeenschap. 2° Verandering van de samenstelling
van de schoolgemeenschap, minder elitair. 3° Het versterken van de democratische
werking van de school bij leerkrachten en leerlingen. 4° Interschoolse
activiteiten.
School zonder racisme wil scholen en leerkrachten en leerlingen in de klas
ondersteunen in hun strijd tegen racisme. Voor leerkrachten is een lesmap
'racisme' ontwikkeld. De tentoonstelling 'Vluchtelingen' wordt ten zeerste
aangeprezen en een brochure erbij geeft de nodige begeleiding. De website
zal verder uitgewerkt worden tot een handig middel om lesvoorbereidingen uit
te wisselen.
Arseen De Kesel
Terug naar het begin van de pagina
School Without Racism-Europe is born
You are cordially invited to celebrate this
happy event
Where? Institut des Ursulines (site Sacré-Coeur),
Rue Jules Debecker 71, 1081 Brussels (At 200 m of the station Simonis)
When? 21 march 2001 at 14h00
School Without Racism-Europe is het resultaat
van de samenwerking tussen School Zonder racisme (België), Landelijk
Bureau ter Bestrijding van Rassendiscriminatie (Nederland) en Asamblea de
Cooperación por la Paz (Spanje).
De nieuwe vereniging zal het project SZR coördineren
op Europees niveau. Met een Europees netwerk van vele SZR, willen we werk
maken van een Europa zonder racisme. Na de persconferentie krijgt u een unieke
kans om kennis te maken met het educatieve materiaal van de drie organisaties.
Programme
Press Conference by the board of School Without
Racism (Europe)
Students from Belgium and the Netherlands talk
about their experiences
Reception
Antiracist Workshops
Presentation of Teaching Aids
Terug naar het begin van de pagina
Twaalf jaar geleden ging School Zonder Racisme
in België van start. Bedoeling is jongeren aan het werk te zetten rond
thema’s als racisme en discriminatie. Het project is een schot in de roos.
Vandaag zijn er in België meer dan 220 Scholen Zonder Racisme. Dat betekent
dat vele duizenden jongeren de oproep tegen racisme ondertekend hebben en
dat vele honderden actief zijn in School Zonder Racisme-werkgroepen op hun
school.
België is natuurlijk niet het enige land
waar jongeren iets willen doen tegen de opkomst van extreemrechts en het
racisme in de samenleving.
Hakenkruizen in Terneuzen
In 1994 was er een ernstig incident in de Zuid-Nederlandse
stad Terneuzen. Een toekomstig asielcentrum werd met hakenkruizen beklad.
Leerlingen van alle scholen in Terneuzen wilden hun verontwaardiging tonen.
Meer dan 1500 leerlingen kwamen op straat en na de optocht werd besloten
om naast elke schoolpoort het bordje van School Zonder Racisme op te hangen.
Om het project School Zonder Racisme echt uit te bouwen in Nederland heb
je natuurlijk een organisatie nodig die voor ondersteuning kan zorgen. Jongeren
moeten er terecht kunnen met hun vragen en hun wensen.Deze organisatie moet
ook zorgen voor een aantrekkelijk vormingsaanbod rond de thema’s racisme
en discriminatie. Op die manier heeft School Zonder Racisme-België een
Nederlandse partner gekregen. Op korte tijd kwamen er vele Nederlandse Scholen
Zonder Racisme bij. Het project is nu inhanden van LBR (Landelijk Bureau
ter Bestrijding van Rassendiscriminatie). Zij hebben ondertussen een schitterende
informatiemap klaar met veel interessant materiaal, een stappenplan aangepast
aan de Nederlandse situatie en mooie illustraties.
Escuelas Sin Racismo
Ook vanuit Spanje was er interesse voor het
project. Spaanse jongeren die in België op bezoek waren, kregen een
folder van School Zonder Racisme in handen. Enkele maanden later kwam op
het secretariaat in Brussel een dikke omslag toe met honderden handtekeningen
van de leerlingen van die Spaanse school. Zij vroegen of zij nu ook het bordje
konden krijgen. Nog wat later werden wij gecontacteerd door een Spaanse organisatie,
ACPP, die het project wilde opstarten in Spanje. ACPP (Asamblea de Cooperación
por la Paz) is een organisatie die projecten heeft in verschillende landen
van de derde wereld. Naast die ontwikkelingsprojecten, wilden zij ook werken
aan de bewustmaking in Spanje. School zonder Racisme leek hen daarbij een
zeer interessant project om jongeren duidelijk te maken dat Spanje haar rijke
culturele geschiedenis dankt aan de samensmelting van verschillende culturen.
School Zonder Racisme wordt een Europees
netwerk
Om deze samenwerking beter te coördineren,
werd met de steun van de Europese Commissie een Europese vereniging opgericht.
Organisaties die het project in hun land willen opstarten kunnen lid worden
van deze vereniging.
Nieuwe kansen en mogelijkheden
Een Europese samenwerking biedt enorme kansen.
De verschillende organisaties krijgen de kans materiaal en ervaringen uit
te wisselen. Misschien kunnen andere organisaties zich laten inspireren door
onze schoolreizen “Brussel Anders Bekeken”. Waarom niet eens “Madrid Anders
Bekeken of Rotterdam of Lissabon”. Deze steden hebben ongetwijfeld ook onbekende
wijken en multiculturele bijzonderheden. Er is ook de kans om informatie
uit te wisselen. U zit met een vraag over het vluchtelingenbeleid in Spanje?
Stuur een mail naar de Spaanse partner. Het zijn maar enkele voorbeelden
van de vele kansen die de samenwerking biedt.
Racisme bestrijden op Europees niveau
Het is interessant om racisme te bestrijden op
Europees niveau. Veel problemen hebben een Europese dimensie: opkomst van
extreemrechts, de kloof tussen noord en zuid, vluchtelingen,…
Deze problemen hebben een Europese aanpak nodig.
Om vooroordelen te bestrijden heb je nood aan een objectieve kijk op de Europese
geschiedenis. Er is het Europa van de grote ontdekkingen, van bloeiende wetenschappen
en kunsten. Maar er is ook het Europa van de slavernij, van het kolonialisme
en van de Tweede Wereldoorlog. Om een genuanceerd beeld te hebben op Europa
moeten ook deze aspecten aan bod komen.
School Without Racism-Europe heeft een mooie
toekomst. Wij hopen binnenkort andere organisaties te kunnen verwelkomen:
organisaties uit de verschillende landen van Europa en waarom niet ook buiten
Europa.
Terug naar het begin van de pagina
Op 21 maart is in Brussel het startschot gegeven voor School Zonder Racisme Europa. Een internationale delegatie scholieren namdeel aan Brussel Anders Bekeken: een kijk- en doe schoolreis door wereldstad Brussel. Behalve scholieren spraken ook vertegenwoordigers van School Zonder Racisme België, Spanje en Nederland bij de officiële opening. Hieronder de toespraak van Gilbert Wawoe, voorzitter School Zonder Racisme Europa
Brussel, 21 maart 2001
Geachte toehoorders,
Ik wil op de eerste plaats onze Belgische gastheren bedanken voor het innovatieve initiatief tot School Zonder Racisme dat zij namen in 1988. Een briljant idee.
Briljant, omdat het tegemoetkomt aan het veel uitgesproken idee –van beleidsmakers,
politici, pedagogen, ouders en andere betrokkenen- dat er in het onderwijs
structureel aandacht moet zijn voor het tegengaan van ongelijkheid, vooroordelen
en racisme.
Briljant ook omdat het School Zonder Racisme concept in de praktijk zoveel
mogelijkheden en handvatten biedt.
Daarvoor dank ik onze gastheren.
Het concept van School Zonder Racisme zou ik kort willen samenvatten als:
met een betrokken schoolbevolking aandacht hebben voor het voorkomen en tegengaan
van racisme met alle mogelijkheden die de school daartoe biedt. Dus in de
lessen en bij schoolactiviteiten, maar ook bij de samenwerking met ouders
en het personeelsbeleid.
Het is niet verbazingwekkend dat al snel bleek dat School Zonder Racisme
internationale potentie heeft. Ook in andere Europese landen bestaat het besef
dat het onderwijs belangrijk is voor de vorming van normen en waarden en
het aanleren van communicatieve vaardigheden en omgangsvormen waarmee de
jongste generaties hun weg zullen vinden in de in Europa totstandgekomen multiculturele
samenleving.
In Nederland, maar ook in andere Europese landen, vond School Zonder Racisme navolging. Ik verzoek u mij, als Nederlander, toe te staan dat ik mij even tot het Nederlandse vervolg beperk. In de Nederlandse situatie bleek dat School Zonder Racisme heel goed mensen kan enthousiasmeren. Momenteel zijn in ons kleine land 85 scholen een ‘School Zonder Racisme’. Ook bleek echter dat School Zonder Racisme eigenlijk pas goed tot zijn recht kan komen wanneer het project professioneel wordt aangepakt. School Zonder Racisme moet niet op de eerste plaats worden getrokken door kleine groepjes enthousiaste mensen, maar een vaste plek verwerven binnen het onderwijs. Professionele middelen moeten als peilers onder het project geplaatst worden. Ik noem er enkele, die naar mijn mening noodzakelijk zijn:
De School Zonder Racisme methode, het aanbod voor de scholen, moet
worden vastgelegd op een voor de scholen toegankelijke manier. In Nederland
is hiervoor de School Zonder Racisme informatieklapper ontwikkeld. Met behulp
van folders of muurkranten moet het project School Zonder Racisme eenvoudig
bij leerlingen en leraren onder de aandacht worden gebracht.
Een goede website is noodzakelijk. Voor het geven van informatie. Als helpdesk
voor scholieren die bijvoorbeeld een werkstuk willen schrijven. Maar ook
om lesmaterialen onder de aandacht te brengen en als hulpmiddel voor internationale
communicatie en samenwerking. Een aanbod van lesmaterialen en van op het
onderwijs gerichte workshops, projecten en theaterproducties waaruit School
Zonder Racisme scholen kunnen kiezen. In Nederland heeft dit aanbod de internationale
naam SZR-on the road gekregen. Vanzelfsprekend moet dit aanbod jaarlijks
worden vernieuwd. Een aanbod voor verschillende niveaus en leeftijdsgroepen.
In Nederland wordt nu hard gewerkt, in samenwerking met onderwijzers en materiaalontwikkelaars,
aan de School Zonder Racisme methodiek voor het basisonderwijs. SZR voor
het basisonderwijs zal in Nederland dit jaar van start gaan. Samenwerking
met regionale partners omdat zij bij sommige projecten meer voor scholen
kunnen betekenen dan de landelijke organisatie. Samenwerking met landelijk
partners omdat dat de deskundigheid en de breedte van het aanbod van School
Zonder Racisme kan verbreden. In Nederland is School Zonder Racisme ondergebracht
bij het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie.
Vandaag wordt, wederom in België, het startschot gegeven voor School Zonder Racisme Europa. Ik heb er vertrouwen in dat wij nu, opnieuw, getuige zijn van een succesvol begin. De eerste stap naar samenwerking met goede partners in verschillende Europese landen – in navolging van België, Spanje en Nederland. Een eerste stap naar een vaste, geprofessionaliseerde structuur voor School Zonder Racisme in Europa.
De voordelen van Europese samenwerking zijn evident, denk alleen al aan
de uitwisseling van goede, beproefde ideeën en materialen en
mogelijkheden tot internationale uitwisseling en communicatie, bijvoorbeeld
van leerlingen via websites en email.
Ik wil School Zonder Racisme Europa hartelijk danken voor de uitnodiging
om deel uit te maken van het bestuur van SZR-Europa. Ik vind
het een hele eer om, als voorzitter, tot dit bestuur toe te treden.
Tenslotte hoop ik dat deze dag evenveel betekent als het vastschroeven
van een School Zonder Racisme bordje op een school. Het enthousiaste
begin van een veelomvattend programma dat vele generaties meegaat. De opbouw
en uitbouw van een professioneel
netwerk School Zonder Racisme in Europa.
Ik dank u voor de aandacht,
Gilbert Wawoe (voorzitter LBR).
Terug naar het
begin van de pagina
zaterdag 19 mei 2001 van 10.00 tot 17.00 u. organiseerde School zonder racisme haar jaarvergadering met een studiedag, JINY, Grétrystraat 26, 1000 Brussel - verslag: http://www.schoolzonderracisme.be/index_nl.html
Programma:
Voormiddag
10u00-10u30: onthaal
10u30-10u45: inleiding
10u45-13u00: “Hoe kunnen we racisme bestrijden
in de klas?”, uitwisseling van ervaringen.
13u00-14u00: lunch (Broodjes ter plaatse verkrijgbaar)
Namiddag
14u00-15u00:
Werkgroep 1: De website, een virtuele ontmoetingsplaats
voor leraars en leerlingen.
Werkgroep 2: Lesmap “Racisme”.
Pauze
15u30-16u30:
Werkgroep 3: Woord en Beeldwedstrijd als aanzet
voor een intercultureel project op school.
Werkgroep 4: Werken rond het vluchtelingen-thema
in projectvorm.
16u30-17u00: “Les chaussettes mouillées”,
Brusselse jongeren spelen enkele komische sketches over veiligheid en racisme.
17u00: Drink
“In januari wou ik met SZR beginnen in mijn
school, maar wist niet hoe ik dat moest aanpakken. Nu is er al een werkgroep
met 20 leerlingen en twee leraars.”
Een leerlinge uit Oost-Vlaanderen.
“In mijn school kan ik niet rechtstreeks over
vluchtelingen spreken. Ik moet het tactisch aanpakken: ik nodig dan een muziekgroep
uit waarin ook vluchtelingen spelen en zo komen we toch op dat thema.”
Een lerares uit Charleroi.
Aandacht besteden aan thema’s als racisme
en discriminatie tijdens de lessen is zeker niet eenvoudiger geworden. Sommige
leraars hebben door de jaren heen heel wat ervaring opgebouwd. Voor anderen
is het nog wat aftasten. Op 19 mei willen we die verschillende ervaringen
samenbrengen.
Het programma van de dag bestaat uit twee
delen. In het eerste deel zijn er getuigenissen van leraars en
leerlingen die heel wat te vertellen hebben over hun ervaringen op school.
Met onder meer:
Franz Verplancke, directeur van het VTI-Kortrijk,
Caroline en Greet, leerlingen van het KA St-Niklaas die dit jaar begonnen
met een werkgroep SZR op hun school en een getuigenis uit een school in hartje
Brussel.
Daarna proberen we aan de hand van enkele
bestaande werkmiddelen te achterhalen hoe je in projectvorm kan werken
rond racisme en discriminatie. Steeds meer merken we dat de aanpak van
racisme een werk van lange adem is. Een projectmatige aanpak blijkt productiever
dan eenmalige acties.
Hoe kan onze Gekleurde Penwedstrijd (vorig jaar
600 deelnemers) deel uit maken van een intercultureel project op school? Welke
educatieve hulpmiddelen zijn daarbij nodig? Michel Barile, animator
van “Annoncer la couleur” geeft zijn visie.
Hoe kan je in projectvorm werken rond het vluchtelingenthema?
André Petithan, een leraar die de animatie-tentoonstelling
Enkele reis naar het noorden naar zijn school haalde, getuigt.
Marc Laquière, coördinator
ROGO en auteur van de succesvolle lesmap “Racisme. Vooroordelen tegenover
migranten en hun gezinnen” vertelt over zijn ervaringen met intercultureel
onderwijs en de verwerking daarvan in de lesmap.
Hoe kunnen we de website uitbouwen tot
een ontmoetingsplaats voor leraars en leerlingen met lesvoorbereidingen, informatie
en ideeën?
100 BF deelname in de kosten (koffie, thee
en water inbegrepen)
---------------------------------------------------
Inschrijvingsstrook
Naam:………………………………………………………
Adres:………………………………………………………
School/organisatie:…………………………………….
O Werkgroep 1 of O Werkgroep 2 O
Werkgroep 3 of O Werkgroep 4
E-mail:
Tel.:
O Ik zal aanwezig zijn.
O Ik zal niet aanwezig zijn, maar wil
wel op
de hoogte worden gehouden
van jullie
activiteiten.
Terug naar het begin van de pagina
In Mozaïek van juli 2001 (http://www.limburg.be/pric/inleiding_m23.htm ) verscheen het artikel: KIEZEN VOOR VRIENDSCHAP, TEGEN RACISME
School Zonder Racisme België bestaat tien jaar en gaat nu Europees.
Lisette Vanhees, voorzitter SZR België en SZR Limburg, samen met Mark Holsteens, onderdirecteur van het Sint-Jozefinstituut in Bokrijk, al tien jaar School Zonder Racisme.
School Zonder Racisme (SZR) ontstond in Antwerpen. In het voorjaar 1988 waren een aantal jongeren, jongerenbegeleiders en leerkrachten van mening dat scholen moesten gemobiliseerd worden in de strijd tegen vreemdelingenhaat, tegen discriminatie van allochtonen en tegen het oprukkend racisme. Ze riepen scholen op om SZR te worden. Hiervoor moest minimum zestig procent van de schoolpopulatie de oproep ondertekenen en dan kreeg de school het bordje ‘School Zonder Racisme’, een teken van engagement voor de buitenwereld. Vanaf het begin hadden de initiatiefnemers een basisbeweging op het oog: de oproep was een middel om heel de schoolbevolking te betrekken.
Vrij vlug volgde Gent en Limburg. In 1989 gingen een aantal mensen uit Limburg naar een studiedag in Antwerpen en dat was de start om in Limburg met SZR te beginnen. De Limburgse werkgroep was netoverstijgend.
1991: SZR-nationaal
Tussen 1987 en 1991 ontstonden over het hele land - Vlaanderen, Brussel en Wallonië - tientallen Scholen Zonder Racisme. Een overkoepelende structuur drong zich op en in maart 1991 werd SZR-nationaal opgericht. Het bestuur koos er bewust voor om de verschillende ‘volksgemeenschappen’ (Vlamingen en Walen) samen te brengen. Het nationaal bureau was eerst in Antwerpen en dan in Gent gevestigd en werd later naar Brussel overgeplaatst. SZR raakte ook in het buitenland bekend onder andere in Nederland, Duitsland en Spanje… Op 21 maart 2001 kregen SZR een Europese structuur en Lisette Vanhees, voorzitter van SZR België én SZR Limburg werd Europees ondervoorzitter.
Vriendschap
SZR stelt tot doel dat jongeren kiezen voor vriendschap en tegen racisme. SZR wil jongeren in contact brengen met de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog om op die manier jongeren bewust te maken van de gevolgen van het nazisme en fascisme. Wie de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt huivert bij de opkomst van nieuwe extreemrechtse partijen, ze weten maar al te goed tot wat dat kan leiden.
SZR wil jongeren ook in contact brengen met allochtonen en vluchtelingen. Ze wil hen laten kennismaken met hun cultuur, hun leefgewoonten, hun godsdienst en hen uitnodigen tot vriendschap met mensen van andere etnische origine.
Werking
SZR gebruikt tentoonstellingen, boeken, dia's, films, video's en ontwikkelt zelf ook eigen materialen zoals de diareeks De geschiedenis van het Racisme, het Safispel (een inleefspel rond wettelijke en feitelijke discriminaties), het Vooroordelenspel, het Gelijke Rechtenspel en het spel Vluchten kan niet meer. SZR biedt ook alternatieve schoolreizen aan, zoals Brussel anders bekeken.
Onlangs verschenen het handboek van SZR (Maak van je school een School Zonder Racisme, een praktisch werkinstrument) en de jongerenbrochure Zwart op wit. Wit op zwart (over racisme, vooroordelen, discriminatie, vluchtelingen, mensen zonder papieren, islam…) en in een nieuwe lay-out brochure Brussel anders bekeken voor lectoren hoger onderwijs. De website van SZR (www.schoolzonderracisme.be) zal verder uitgewerkt worden tot een handig middel om lesvoorbereidingen uit te wisselen.
Scholen worden ook aangespoord een dag van vriendschap en gelijkheid te organiseren en stil te staan bij de data 21 maart (de internationale dag tegen racisme) en 8 mei (8 mei 1945: einde van de Tweede Wereldoorlog).
Studiedag
Een School Zonder Racisme worden kan het resultaat van een maandenlange werking zijn, het blijven is een voortdurende opdracht. Dat vereist ondersteuning, vorming, engagement. Nationaal en regionaal worden jaarlijks contact- en studiedagen ingericht. Ieder jaar wordt gewerkt met een actueel thema. Het thema voor dit schooljaar luidt: "Voor vriendschap en gelijkheid. Trek geen grens om ons heen!".
Op de studiedag van 19 mei 2001 in Brussel wisselden scholen uit gans het land ervaringen en problemen uit. De directeur van Sint-Amands uit Kortrijk vertelde hoe hij in zijn school probeerde de traditionele hokjes van ASO, TSO en BSO te doorbreken. Een leerkracht van een middelbare school in Boechout vertelde dat er op zijn school veel racisme aanwezig is, ondanks dat er toch maar een paar allochtone leerlingen schoollopen. Hij had veel vragen: hoe kan je reageren op racistische uitspraken in de klas? Hoe kan je op school planmatig rond racisme werken? Kan er een wetenschappelijk onderzoek opgezet worden naar de relatie tussen racisme en de leeftijd van de jongeren, de sociale klasse waartoe de jongere behoort? Leerlingen van het Brusselse Institut des Ursulines vertelden dat hun handtekeningactie maar met moeite de zestig procent had gehaald en dat was voor hen een sein om de situatie te analyseren en de problemen met elkaar te bespreken. Zij waren ook van plan om een solidariteitsactie op te zetten met de vluchtelingen van het Klein Kasteeltje en de Palestijnen in het Midden-Oosten.
Bokrijk
Eén van de kersverse, gezonde tieners onder de scholen zonder racisme is het Sint-Jozefinstituut in Bokrijk. Onderdirecteur Mark Holsteens: ”In 1991 dook in het scholierenparlement de vraag op om school zonder racisme te worden. Dat illustreert hoe een open schoolcultuur die gericht is op samenwerking tussen leerlingen, leerkrachten en directie de ideale voedingsbodem is voor de ontwikkeling van democratische en breeddenkende jongeren. Leraars en directie sprongen op de kar, en de oproep werd door alle schoolbewoners met een overweldigende meerderheid goedgekeurd. In 1998 werd dat nog eens overgedaan, kwestie van het engagement te hernieuwen.”
Een stuurgroep van scholieren en leraars van het Sin-Jozefinstituut bedacht allerhande acties om de strijd tegen de vooroordelen en het discours van extreem-rechts te voeren. Die stuurgroep hielp ook het interne gelijke-kansenbeleid vorm te geven en hield de aandacht voor de Derde en Vierde Wereld op school permanent gaande. Het was de bedoeling te komen tot een geïntegreerde aanpak. Later werd een lawine van losse initiatieven en activiteiten gestructureerd in jaarlijks terugkerende actieweken of actiedagen. Tentoonstellingen (Anna Frank, Vuile Arabieren, Wit over Zwart) en werden naar de school gehaald. Overlevenden van de concentratiekampen getuigden jaarlijks voor alle leerlingen van het derde jaar en interculturele doe-activiteiten en uitwisselingen maakten op heel wat leerlingen een diepe indruk.
Van bij het begin was het echter duidelijk dat uitsluitend actiemomenten onvoldoende zijn om het heilig vuur brandende te houden. Verschillende leraars geven les over fenomenen als migratie, beeldvorming, vooroordelen en er werden specifieke methodieken ontwikkeld (vooral discussiespelen zoals de wolkjesmethode en de lege stoel). In het kader van projectonderwijs kiest regelmatig een groepje scholieren dit thema als studieobject. Marc Holsteens: “Op deze wijze hopen we hier in Bokrijk te blijven timmeren aan de weg, de weg naar meer vriendschap en gelijkheid, de enig denkbare weg.”
Op school zelf
School Zonder Racisme komt ook op tegen discriminatie en uitsluiting van allochtonen op scholen: scholen die weigeren om een allochtoon kind in te schrijven, afgestudeerde allochtone leerkrachten die moeilijk aan de slag geraken, scholen die stoppen met islamlessen die meer dan twintig jaar op het programma stonden, concentratiescholen die steevast als minderwaardige scholen worden afgeschilderd,… SZR ijvert voor gelijke rechten voor elk kind, elke leerkracht. Het staat kritisch tegenover de non-discriminatieverklaring en wil ook expliciet aandacht voor antiracisme bij de invulling van het Intercultureel Onderwijs (ICO).
Bescheiden middelen
SZR heeft steeds met zeer bescheiden middelen moeten werken. Met de steun van de provincie Limburg, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Vlaamse Gemeenschap en de Europese commissie kon SZR een aantal publicaties verzorgen, didactische leermiddelen uitwerken en enkele personeelsleden in een Gesco-statuut te werk stellen. Omwille van dat statuut wisselde het personeel regelmatig. De steun was sterk projectgebonden en niet structureel.
De organisatie werd (en wordt) vooral gedragen door vrijwilligers, geëngageerde jongeren, leerkrachten en directies. Zij zijn en blijven de spil van de werking op school, zij mobiliseren andere jongeren en collega's.
School Zonder Racisme, Cellebroersstraat
37, 1000 Brussel
Tel.:02/511 16 36
Fax: 02/503 37 40
E-mail: info@schoolzonderracisme.be
Website: www.schoolzonderracisme.be
Arseen De Kesel
Terug naar het begin van de pagina
Op zaterdag 19 mei 2001 bracht directeur Franz Verplancke op de jaarvergadering van School zonder racisme een getuigenis over racismebestrijding op zijn school.
Hij is directeur van het Sint-Amandscollege
te Kortrijk. Adres:
Diksmuidekaai 6, 8500 Kortrijk. Telefoon: (056)36
12 11. Telefax: (056)36 12 98. E-mail: secrstamand@sintamandscollege.be
Toen hij nog godsdienstleraar en schoolpastor in Poperinge, was, maakte racismebestrijding deel uit van zijn werk. Daarvan getuigt hij in een interview uit 1998
BRANDING 4 de trimester 1998, 10-de jaargang
- nr 2. http://www.vi-host.net/fego/brand/branding102.htm
10 JAAR AFGESTUDEERD - EEN BABBEL MET EEN GEDREVEN
GODSDIENSTLERAAR.
In 1998 interviewde Jean-Paul Vermassen godsdienstleraar Franz Verplancke, toen nog verbonden aan het VTI te Poperinge.
Een gesprek met iemand die al 10 jaar bezig is, begint meteen anders dan een gesprek met pas afgestudeerde collega’s. Hier voel je geen onzekerheid meer. Hier is geen bekommernis meer voor lesvoorbereidingen of gezag in de klas.
Franz Verplancke bruist van visie en plannen. Franz geeft godsdienstles in het VTI van Poperinge. Hij is er ook pastoraal verantwoordelijke. Franz is klaar voor zijn pastorale taak. Hij beschouwt deze pastorale verantwoordelijkheid als zijn prioritaire opdracht. Hij is er enkele uren voor vrijgesteld. En die vrijstelling kan in de toekomst nog groeien. Daar hoopt hij op.
De school van Franz heeft een herkenbare situatie. Het is een katholieke school waar de priester-leerkracht verdwijnt. Leken namen er eerst de godsdienstlessen over en nu ook volop de schoolpastoraal.
We beginnen een gesprek met een enthousiast godsdienstleraar die geen moeite heeft om een paar uur vol te praten. Het gesprek vond plaats eind augustus (1998), vlak na de Vliebergh studiedagen.
Godsdienstleraar te zijn in TSO en BSO. Het moet niet simpel zijn?
Zoals later nog wel een paar keer in het gesprek blijkt, komt Franz rustig en zelfzeker uit de hoek. Hij relativeert mijn suggestie. Alles valt of staat met de persoon van de godsdienstleraar, is zijn conclusie. In het TSO en BSO is dit misschien nog belangrijker: leerlingen kijken eerst wie er voor hen staat. Ze bekijken de leerkracht met een onderzoekende blik of die wel is voor wat hij staat. Als dat het geval is dan nemen ze het vak er graag bij. Komt daarbij dat de streek van Poperinge nog relatief katholiek is. Godsdienst en kerk hebben nog aanzien in de Westhoek, beweert Franz. Er wordt daar niet gelachen met geloof. Dus ook in die zin is het niet zo moeilijk om godsdienstleraar te zijn in Poperinge.
Op de Vliebergh dagen hadden we het over pluralistische klassen, ook in de katholieke school. Kent Poperinge dan geen pluralistisch leerlingenpubliek?
Franz countert en repliceert: volgens mij
krijgen we eerder ‘pluralistische’ godsdienstleerkrachten! Het probleem vandaag
zit niet zozeer in de klassen maar bij de godsdienstleerkrachten zelf. Velen
durven niet meer zeggen waarvoor ze staan. Als men getuigt als godsdienstleraar
dan zal men daar niet mee lachen. Meer nog:
vele leerlingen zullen ervoor open staan, zeker
als men authentiek is. Leerlingen hebben respect voor de leraar die doet
wat hij zegt. Men mag dus als godsdienstleraar niet verontschuldigend in
de klas binnenkomen.
Franz gaat nog een stapje verder in zijn kritische
diagnose: de aarzeling, de twijfel en het gebrek aan slagkracht zitten in
de structuur van het katholiek onderwijs zelf.
Durft het katholiek onderwijs voor zijn katholiciteit
uitkomen en opkomen? Een congres over Kiemkracht is onvoldoende. Men moet
de mooie woorden ondersteunen met praktische maatregelen en omkadering.
Als men beweert dat bezinningsdagen in het katholiek onderwijs belangrijk blijven dan moet men ze omkaderen. Waarom zou de Guimardstraat geen geld en middelen kunnen vrijmaken om vrijgestelde godsdienstleerkrachten - met een ernstig statuut! - bezinningsdagen te laten geven? Waar is hier de reële dienstverlening aan de scholen?
Franz stelt dezelfde vragen aan de plaatselijke
katholieke scholen: worden er mensen vrijgemaakt voor de schoolpastoraal?
Als men schoolpastoraal echt belangrijk vindt dan moet men dat materieel ondersteunen.
Of moet schoolpastoraal een supplementaire job blijven naast de full-time
job van het lesgeven? Katholiek onderwijs
is echt wel wat meer dan een kruis aan de muur
ophangen. Katholiek onderwijs moet een meerwaarde aanbieden tegenover het
officieel onderwijs. Dan blijft het toekomst hebben. En de meerwaarde van
het katholiek onderwijs noemt Franz ‘katholieke menselijkheid’. De inspiratie
van waaruit je je onderwijs aanbiedt is anders en dat moet ook blijken. En
het dient structureel ondersteund te worden.
Maar willen leerlingen nog wel schoolpastoraal?
Franz herneemt zijn krachtige persoonlijke
overtuiging: als men als school en als godsdienstleerkracht pastoraal zelf
nog belangrijk vindt, dan lukt het. Leerlingen komen zich op zijn school zelf
aanbieden om deel te nemen aan de pastoraal dragende groep. Er is in het
VTI in Poperinge een pastorale werkgroep bestaande uit
alleen godsdienstleerkrachten én een
pastoraal dragende groep van leerlingen, collega’s en ouders. Samen werken
deze groepen de pastoraal uit. En dat lukt. Van pluralisme in het corps heeft
Franz geen last in Poperinge. Als ge dingen doet dan krijg je respect, is
zijn stelling. Er is wel een directie nodig die erin gelooft. Maar
daarna is het een kwestie van krediet verdienen.
De schoolpastoraal moet gezag verwerven.
Wat is schoolpastoraal?
Franz stelt een ruime definitie voor. Voor hem is schoolpastoraal ‘alles’. Schoolpastoraal biedt alles aan aan leerlingen en leerkrachten. Elke godsdienstleraar zal daarbij volgens eigen talenten een specifieke sector coördinerend behartigen.
Eén werkprincipe is voor iedereen hetzelfde: men moet schoolpastoraal personaliseren en concretiseren. Niet een algemene actie maar een actie voor herkenbare personen. Schoolpastoraal situeert zich op verschillende vlakken:
Er is nog toekomst voor het vak godsdienst
als godsdienstleerkrachten durven zeggen waarvoor ze staan. De leerkrachten
moeten eerst zelf durven zeggen dat en wat
ze geloven. Ge moet leerlingen kunnen motiveren
voor dat geloof. En dat lukt als ge zelf gemotiveerd blijft. Zo moeten godsdienstleerkrachten
durven bidden in de klas. Ook dat lukt nog bij ons, beweert Franz.
Het leerplan vindt Franz te veeleisend. Er
is communicatie en vrijheid nodig in de godsdienstles. Franz staat kritisch
tegenover - de nieuwe - leerplannen. Staan de mensen die dat alles ontwerpen
in de praktijk? De leerplannen en de kerkelijke onderwijsverantwoordelijken
werken nog teveel vanuit een controlerende kerkvisie: je bent verplicht om
dat te geven. Maar deze mensen moeten niet zozeer vertellen wat en hoe we
het zoal moeten doen. Ze moeten midden in de ervaringen komen
staan en de vragen van godsdienstleerkrachten
ter plaatse komen beantwoorden. Daar zullen ze bijvoorbeeld zien dat de verdeling
van de leerstof in thema’s niet altijd netjes volgens het boekje kan of moet
verlopen. Ik zelf integreer in de vierdes verschillende thematieken in één
geheel, zegt Franz. Jezus, Nieuw Testament, dialoog en conflict zijn in elkaar
geïntegreerd. Men moet als godsdienstleraar creatief durven omgaan met
het leerplan. In het beroepsonderwijs staan alle thema’s te ver van het leven
van de leerlingen. De godsdienstleerkracht moet die afstand overbruggen.
Bijvoorbeeld over het thema kerk houden wij een projectdag. We nodigen mensen
uit die werkzaam zijn in de kerk. Dat brengt veel meer bij dan abstracte
kennis. Vanuit die levende ervaring brengen we de thema’s dichter bij de
leerlingen. Zo lukt het. Een les over wereldgodsdiensten gebeurt aan de hand
van een bezoek aan concrete joodse gelovigen en moslims. Met minder theorie
toch godsdienstige informatie geven, dat is de opdracht van het beroepsonderwijs.
Alleen via ervaring kan goed godsdienstles gegeven worden.
Er is nog toekomst voor het vak godsdienst. Leerlingen staan open voor die dingen. Als er maar godsdienstleerkrachten blijven opstaan die erin geloven en erin slagen om wat ze zelf de moeite waard vinden met bezieling en creativiteit over te brengen.
Franz zelf hoopt ook de komende jaren met deze visie en vitaliteit te blijven doorgaan, misschien minder als godsdienstleerkracht maar meer als verantwoordelijke van schoolpastoraal. We wensen het hem graag toe. Misschien houden we over tien jaar nog een interview met de schoolpastor of directeur van het VTI in Poperinge, die dan wellicht Franz Verplancke zal heten. Althans dat is de intuïtie van de interviewer.
Terug naar het
begin van de pagina
André Petithan,
Vice-Président d'ESR Belgique
Bonjour, Je suis professeur dans une école
bruxelloise (Belgique) et bénévole dans une association qui
a pour nom Ecole Sans Racisme.
http://www.google.com/search?q=cache:_sECkHVDk4Q:users.swing.be/j.p.sprumont/StJusanracism.htm+Andr%E9+Petithan&hl=nl
Saint-Julien sans racisme…
L'Institut Saint-Julien - Parnasse s'engage
dans le mouvement "Ecole sans racisme". Ceci ne concerne pas que la section
biotechnique, mais concerne aussi celle-ci (par ailleurs très multiculturelle
et ouverte sur le monde). Voici les comptes-rendus de deux activités.
Une activité commune : Ticket Cul-de-sac
pour le Nord.
Emigration, droits de l'Homme, … Sujets brûlants
d'actualité auxquels l'école se doit d'intéresser les
élèves qui lui sont confiés. C'est ce qui fut fait avec
cette animation "Cul-de-sac pour le Nord" à
laquelle ont participé les élèves
de sixième primaire et du cycle inférieur de l'enseignement
secondaire, toutes sections confondues.
TICKET CUL-DE-SAC POUR LE NORD
Depuis des années, en Belgique comme
ailleurs en Europe, se pose la question de l’accueil des réfugiés.
Chassés par la misère, la pauvreté, les guerres, les
catastrophes naturelles, la situation politique de leur pays, un nombre de
plus en plus important de personnes errent de par le monde en quête
de conditions de vie meilleures, voire simplement possibles. Le haut commissariat
aux réfugié estimait, rien que pour l’année 98 à
plus de 25.000.000 le nombre de personnes concernées. (
http://www.unhcr.ch/statist/98oview/intro.htm )
Les pays occidentaux, riches, se voient confrontés
à une arrivée parfois massive de réfugiés, qualifiés
tantôt de politique, tantôt d’économiques selon une distinction
somme toute dérisoire vis-à-vis de la détresse portée
par ces personnes. En Belgique comme ailleurs, des centres d’ " accueils
" ont été créés, parfois ouverts (Petit-Château),
parfois fermés (Steenokkerseel ou Vottem). De toute façon,
dans l’immense majorité des cas (plus de 80%), le candidat réfugié
verra sa demande refusée par l’Office des Etrangers. Il sera alors
expulsé, le plus souvent par la force. Souvenons-nous des cas atroces
Sémira Adamu ou des 70 Tziganes expulsés par le ministre de
l’Intérieur selon des méthodes que les plus anciens n’ont pas
manqué de comparer à la période de l’Occupation. Parfois,
le candidat réfugié entrera dans la clandestinité, grossissant
la masse des " sans papiers ", estimée à près de cent
mille personnes, rien que dans le royaume. Le gouvernement a d’ailleurs décidé,
fin 99, de résoudre le problème de ces " sans papiers " en
mettant sur pied une opération de régularisation. Cette opération,
qui doit être unique, aura permis l’introduction de plus de 35.000 demandes
malgré d’une part les conditions très strictes prévues
pour l’obtention du statut de réfugié et malgré d’autre
part le risque potentiel d’expulsion en cas de refus de ce statut par les
autorités.
Cette actualité brûlante a permis
d’organiser à l’Institut une semaine consacrée à une
approche différente de la problématique des réfugiés.
En effet, six éducateurs et professeurs ont décidé de
profiter de l’existence d’une Expo Action " Ticket Cul-de-sac pour le Nord
" pour se former à son animation puis pour animer, une semaine durant,
les classes de 6ème primaire, 1-2-3ème secondaire, soit près
de 400 élèves !
Cette Expo-Action est une réalisation
de l’ASBL Village du Monde : les jeunes de Cuesmes, réunis autour de
Jean-Pierre Griez et des animateurs du Coron ont voulu réagir au sort
des réfugiés, surtout après la mort atroce de Sémira
Adamu. Leur réaction s’est concrétisée par un film "
Aller simple vers l’hiver ", imaginé par les enfants et réalisé
par Mourad Boucif. On nous y emmène des cales d’un cargo à
Anvers à une petite école de campagne, des paysages enneigés
d’Ardennes au centre fermé de Vottem. Malika, l’héroïne
d’ " Aller simple vers l’hiver " nous entraîne dans son sillage et
nous fait découvrir l’angoisse, la tristesse, la dureté de
son voyage et surtout l’implacable engrenage de la pauvreté du Sud
qui transforme des êtres humains en migrants malgré eux.
Le film, en lui-même, constitue un excellent
point de départ pour introduire un débat sur les réfugiés,
le droit d’asile ou les inégalités Nord-Sud. Mais ce qui constitue
sans doute l’atout majeur de cette production, c’est encore une fois l’inventivité
sans faille des enfants et de leurs animateurs. En effet, une expo-action
peut utilement compléter le débat lancé. " Ticket cul-de-sac
vers le Nord ", c’est son nom, est en fait un grand jeu de rôle complété
de panneaux informatifs artistement décorés par les enfants
eux-mêmes. Une tente géante est jointe au tout : elle servira
d’atelier clandestin pour les candidats réfugiés en herbe.
Le jeu est simple : une immense toile cirée
au sol (la carte du monde) permet aux enfants de ‘circuler’ selon le rôle
qu’ils se sont appropriés. Ils font connaissance avec le personnage
dont ils jouent le rôle puis tentent d’échapper à la
misère ou au danger de leur environnement en s’exilant. Dans leur
quête illusoire et désespérée, comme dans la stricte
réalité, ils rencontreront nombred’embûches, parfois
fatales : négriers, passeurs véreux, voyage à fond de
cale, refoulement, clandestinité, emprisonnement, expulsion, mort.
Seule une infime minorité des ‘joueurs’, comme dans la stricte réalité,
arrivera à pénétrer dans la forteresse Europe, soit
pour y devenir candidat réfugié, soit pour y entrer dans la
clandestinité réservée aux sans-papiers. Un jeu d’où
l’on ne sort pas indemne car il nous révèle la réalité
: on ne quitte pas son pays d’origine par plaisir ou par recherche d’une
vie facile et dorée. Quitter son pays et les siens est toujours une
déchirure, une aventure risquée au bout de laquelle on ne trouve
le plus souvent que le rejet, l’exclusion voire la mort.
Avec un tel matériel, il ne pouvait être
que motivant pour les 6 organisateurs de planifier la semaine " réfugiés
" à Saint-Julien-Parnasse. Les 18 (!) classes concernées ont
été réparties sur la semaine, divisées en deux
groupes, l’un pour le film et un court débat, l’autre pour l’Expo-Action,
avec inversion des rôles. En deux heures trente, la classe entière
pouvait approcher la réalité de la vie des réfugiés
et des sans papiers.
Lancer une telle opération ne va cependant
pas sans une certaine appréhension : problème d’horaire, intérêt
des élèves, volonté d’entrer dans le " jeu ", réaction
des parents, … A propos de l’attitude des élèves dont on a
souvent tendance à déplorer le manque d’intérêt,
voire la démotivation, il doit être dit ici que cette semaine
a, de ce point de vue aussi, été parfaite. Pas un seul couac
à déplorer, pas une remarque déplacée, pas une
intervention qui n’ait été dictée par la volonté
de faire avancer le débat. Enfin, il faut souligner que, outre la
disponibilité des organisateurs, cette semaine a pu être une
réussite grâce à la collaboration de tous les enseignants
ainsi que du pool des éducateurs.
Isabelle DEHAN
Anne-Marie THAYER
Véronique HAVERHALS
Fernando HERERRO
Michel BENITEZ
André PETITHAN
Collaboration Saint-Julien-Parnasse -
Ecole sans racisme : une année faste !
Cette année a été particulièrement
fertile en ce qui concerne la participation de notre institut aux activités
organisées par l’ASBL Ecole Sans Racisme. En effet, tout au long de
l’année, diverses activités se sont succédées.
Au 1er trimestre, les 1B ont eu l’occasion de
visiter le quartier de Molenbeek appelé Chicago. L’après-midi,
les élèves ont pu se défouler sur des rythmes hip-hop.
Ils ont d’ailleurs gardé un souvenir ému des trémoussements
de leur titulaire.
Au 2ème trimestre, ce sont tour à
tour les élèves de 3C (Mme Gossaert), de 3 B (Mme Thayer) et
de 5ème (Mme Habay) qui ont jeté un ‘autre regard’ sur Bruxelles,
en effectuant le parcours ‘réfugiés’. Leur après-midi
a été occupée par divers ateliers multiculturels : danse
et percussion africaines, cuisine marocaine et calligraphie arabe, Kikboxing,
capoeira,….
Ces voyages scolaires alternatifs "Bruxelles, un autre regard " permettent aux élèves de mieux appréhender les caractéristiques sociales de certains quartiers de Bruxelles à fort taux de population migrante. Le contact s’établit grâce à un circuit de découverte par groupes. La mise en commun qui suit permet alors de démonter certains préjugés. Il va de soi que les circuits sont adaptés à l’âge des élèves (de la 5ème primaire au supérieur non-universitaire). L’après-midi est alors consacrée à des activités en atelier ayant pour trait commun leur aspect multiculturel.
Autre activité à laquelle Saint-Julien participe depuis quelques années, le tournoi sportif ‘Foot and smash against Racisme’. Cette année encore, une équipe interclasse de mini-foot a particulièrement brillé parmi 7 autres équipes.
Nos jeunes sportifs ont en effet remporté la victoire, enrichissant ainsi d’une superbe coupe le palmarès sportif de St-Julien. La compétition, qui se déroulait sur notre plaine de sport, a permis à des jeunes d’horizons différents de se mesurer les uns aux autres. Le fair-play et l’esprit sportif de nos jeunes, ainsi que la qualité d’arbitre de certains, ont été unanimement reconnus.
Enfin, dernière collaboration SJPA-ESR en date, un voyage à Rotterdam d’une quinzaine d’élèves de rhéto accompagné de Mme Bockourt et M. Petithan.
Il s’agissait là d’un voyage organisé
dans le cadre d’un projet européen initié par Ecole Sans Racisme-Belgique.
L’objectif étant de promouvoir le projet Ecole Sans Racisme au Pays-Bas
et en Espagne. Nous avons dès lors pu rencontrer les partenaires néerlandais
d’ESR, le Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR)
ainsi que les professeurs et les étudiants d’une School Zonder Racisme
de La Haye. Journée très intéressante et pour nos jeunes
et pour les accompagnateurs.
Seul regret de nos rhétoriciens : ne
plus être en mesure de lancer le projet ESR à Saint-Julien l’an
prochain. Qu’ils se rassurent : d’une part d’autres prendront la relève,
d’autre part, ils sont capables de lancer le projet dans leur future école
supérieure !
Alors, à tous, rendez-vous dès septembre pour une nouvelle année scolaire riche en activités antiracistes et multiculturelles.
André Petithan 13/12/2000
Le Soir du samedi 3 février 2001
AURORE D'HAEYER
Le temps d'une matinée, Nick est devenu
Lee, habitant du Sri Lanka. Depuis que j'ai 7 ans, je travaille dans un atelier.
Il paraît que nous fabriquons des tapis pour la firme suédoise
Ikea. Je gagne 80 FB par jour.
Halima s'est glissée dans la peau de
Huyen qui a tout perdu pendant les inondations de Birmanie.
Sanae se prend pour Kemalet, Kurde d'Iran, persécuté.
Et moi, je suis Elias. J'ai décidé
de partir quand mon père est mort à la guerre, commente Julie.
Les élèves de 4e primaire de l'Institut de l'Enfant Jésus
(rue T'kint à Bruxelles) ont joué à être quelqu'un
d'autre. A dire vrai, le jeu, même s'il se joue avec des pions et un
dé sur un planisphère géant, n'est pas vraiment drôle.
Les joueurs doivent suivre le parcours des
milliers de réfugiés qui fuient les misères, les guerres,
les répressions politiques ou les tortures, vers un ailleurs. Meilleur
? Pas sûr.
Juré, les dés ne sont pas pipés,
mais allez savoir pourquoi, les joueurs tirent toujours la mauvaise carte
: Lee finira noyé dans son embarcation de fortune quelque part au
large des côtes sud-africaines, Huyen sera renvoyé dans son
pays après avoir patienté dans un centre fermé, Kemalet
n'aura d'autre choix que de mendier pour un peu de nourriture. Et des papiers.
Le jeu a été créé par les gosses de l'ASBL Le Coron à Mons, explique André Petithan, vice-président de l'ASBL « Ecole sans racisme » qui organise la manifestation. Ils avaient été très choqués par l'assassinat légal de Sémira Adamu et ils ont choisi d'exprimer leur indignation par ce jeu de société. Il s'accompagne d'une BD géante sur l'histoire de Sémira. Pour compléter la réflexion, nous diffusons également le film « Aller simple vers l'hiver » qui raconte la vie des réfugiés chez nous. Enfin, une fois que la partie est terminée et que la classe a vu le film, on organise un petit débat pour alimenter la réflexion des enfants.
L'expo-animation porte le nom évocateur de « Ticket cul-de-sac vers le Nord ». L'école sans racisme fera voyager les gosses jusqu'au 15 février.· L'animation s'adresse aux enfants à partir de la 6e primaire. Elle se déroule au Curohall d'Anderlecht (7, rue Ropsy Chaudron). Renseignements et inscriptions : 02-511.16.36.
Terug naar het begin van de pagina