| levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs |
| Andersgelovigen
en katholiek onderwijs , Stichting Echelon en levensbeschouwelijke
communicatie , interculturele en interreligieuze
communicatie op de basisscholen in Rotterdam , - interreligieus leren
(van het net geplukt) , interreligieus leren in opvoeding en onderwijs
(Bert Roebben) , interreligieus leren op de Brede School (Rotterdam) ,
interreligieuze school Ede, islamitisch
godsdienstonderricht (Aanzetten tot een leerplan
Islamitisch Godsdienstonderwijs in de basisschool) , islamitische scholen
in Nederland, katholiek godsdienstonderricht , katholiek onderwijs
, Wat
ons bindt (Frank Siddiqui) Islamonderricht op katholieke scholen, dossier islamonderricht en moslims in het katholiek onderwijs, http://www.flwi.rug.ac.be/cie/dossierkatholiek.htm . kerkelijke regelgeving, http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek3.htm staatkundige regelgeving, http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek1.htm . toestemming om islamonderricht op katholieke scholen te geven (1978), concrete richtijnen (1986), visietekst (1996): http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek10.htm . werknota (1998): http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek11.htm . uitvoeringsnota 6 (2000): http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek12.htm . wet van 17 juni 1997 (personeelsformatie, voorstellen van prof. Verstegen om het conflict in Heusden-Zolder ten gevolge van het uitdoofbeleid op te lossen (2000) |
Aan de totstandkoming van deze uitgave werkten mede:
- als leden van de Produktiegroep:
gedurende het gehele ontwikkelingsproces:
Besteladres
SLO
Afdeling Verkoop
Postbus 2041
7500 CA Enschede
Telefoon (053) 840840
INHOUDSOPGAVE
VOORWOORD 5
1. LEERPLANONTWIKKELING 7
1.1. Doelgroepen (JHG) 7
1.2. Beschrijving van het ontwikkelingsproces
(JHG) 8
1.3. Gebruik voor het schoolwerkplan (HA) 9
1.4. Aanzetten tot een leerplan (JHG) 11
'niet meer dan' - 'niet minder
dan'
1.5. Leerplanontwikkeling in Duitsland (JHG)
12
(Nordrhein-Westfalen) het ‘Soestermodel'
1.6. Leerplanontwikkeling in België (JHG)
17
(Nederlands taalgebied) het ‘Belgisch
model’
2. ISLAMITISCH MENSBEELD 25
2.1. Inleiding 25
3. PEDAGOGISCH CONCEPT 29
3.1. Inleiding 29
3.2. De pedagogische doelen 29
3.3. Qorânische didactische methoden
30
3.4. De kennisbronnen
4. ALGEMENE DOELEN 35
4.1. inleiding 35
4.2. Algemene doelen van het lslamitisch 36
godsdienstonderwijs in Nederland
5. DIDACTISCHE DOELEN EN DIDACTISCHE BENADERING
39
5.1. De leerdoelen voor de verschillende leeftijdsgroepen
39
5.2. Didactiek, didactische werkvormen en leermiddelen
43
6. PROGRAMMA ONDERBOUW 47
7. PROGRAMMA MIDDENBOUW 57
8. PROGRAMMA BOVENBOUW 70
9. GERAADPLEEGD EN AANBEVOLEN BRONNENMATERIAAL (JHG) 81
10. VEEL VOORKOMENDE ARABISCHE WOORDEN EN
85
ISLAMITISCHE BEGRIPPEN (RAF)
Artikel 6 van de Nederlandse Grondwet garandeert iedere burger de vrije beleving van zijn of haar godsdienst. Vormgeving van dit grondrecht is een voortdurende zorg van de overheid en vereist regelmatig specifieke maatregelen.
De flnanciële ondersteuning van leerplanontwikkeling voor lslamitisch godsdienstonderwijs is een van die maatregelen. De Bestuursraad van het lnstituut voor Leerplanontwikkehng (SLO) heeft in december 1988 vastgesteld dat jaarlijks een bepaald budget dient te worden uitgetrokken voor de ontwikkeling van Ievensbeschouwelijk onderwijs.
Met beide voorgaande noties zijn de financiers van het voorliggende document genoemd. Die financiering is uiteraard van belang. maar belangrijker is dat er een moeilijk stuk werk met succes is volbracht.
Oorspronkelijk was het de bedoeling dat er een vakwerkplan ult een van de buurlanden zou worden bewerkt naar de Nederlandse situatie. Dat is uiteindelijk niet gebeurd. Na intensieve discussies tussen een produktiegroep gevormd door vertegenwoordigers van de lslamitische gemeenschap onderling en tevens met medewerkers van CPS en SLO is dit document ‘Aanzetten tot een leerplan lslamitisch godsdienstonderwijs in de basisschool' tot stand gekomen.
Dat is weliswaar een moeilijk en inspannend karwei geweest, maar het resultaat is er ook naar. Het resultaat Is namelijk een goed doordacht voorstel voor een onderwijsprogramma Islamitisch godsdienstonderwijs, ondersteund door achtergrondinformatie en bronnen voor lesmateriaal. Voor de Nederlandse situatie is dit nieuw en van grote waarde.
Ik wil de leden van de produktiegroep en de heren Joop Gerritsen (CPS) en Hans Annink (SLO) daarmee graag complimenteren
Drs. & Donkers
hoofd afdeling Basisonderwijs, Speciaal onderwijs
en Opleidingen SLO
Terug naar het begin van de pagina
1.1. Doelgroepen
Tot de doelgroepen van de aanzetten tot het leerplan worden o.a gerekend:
a Allereerst de lslamitische basisscholen in Nederland, waarvoor de ‘algemene doelen' uit de aanzetten zijn op te nemen in het school(deel)werkplan als onderdeel van hun regulier onderwijsaanbod.
b. Tot de tweede doelgroep kunnen worden gerekend zij die Islamitisch godsdienstonderwijs (willen) verzorgen,waarvoor de openbare basisscholen overeenkomstig artikel 31 van de Wet op het Basisonderwijs tijd en ruimte beschikbaar stellen.
Voor de inhoud en verzorging van dat godsdienstonderwijs is de geloofsgemeenschap zelf verantwoordelijk.
Sommige Gemeentebesturen zijn op aanvraag bereid om bij te dragen in de kosten van het godsdienstonderwijs. In veel Gemeenten wordt reeds in een reeks van jaren, in de door openbare (en algemeen-bijzondere) basisscholen beschikbaar gestelde tijd en ruimte door de kerken (via het IKOS = Interkerkelijk Overleg in Schoolzaken) christelijk godsdienstonderricht en door het Humanistisch Verbond 'humanistisch vormingsonderwijs’ verzorgd.
c. In bijzondere scholen op Ievensbeschouwelijke grondsiag, als katholieke en protestants-christelijke basisscholen, wordt een gevarieerd toelatingsbeleid gevoerd ten aanzien van andersgelovige leerlingen. Daarbij zijn er scholen die niet alleen andersgelovige leerlingen toelaten, maar ook naast de reguliere godsdienstige vorming ruimte bieden tot aanvullend Islamitisch godsdienstonderwijs door een Imam of Hodja
In andere ‘ontmoetingsscholen’ wordt het aanvullende godsdienstonderwijs door de groepsleerkrachten verwerkt in hun eigen programma.
Een derde mogelijkheid is de 'samenwerkingsschool' waarin vanuit twee godsdiensten op gelijkwaardige wijze godsdienstonderwijs wordt verzorgd.
d. Voor alle basisscholen in Nederland geldt het uitgangspunt in de Wet op het Basisonderwijs dat 'het onderwijs er mede op gericht dient te zijn dat de leerlingen opgroeien In een mutticulturele samenleving’. Voor dit Interculturele onderwijs is door de Onderwijswetgever als één van de onderwijskundige instrumenten het kennisgebied ‘Geestelijke Stromingen' aangegeven.
De omgang met dit verplichte kennisgebied wordt mede bepaald door de eigen grondsiagen en doelstellingen van verenigingen en stichtingen voor het onderwijs, dan wel die van het openbaar onderwijs. Scholen kunnen daarbij zelfs kiezen voor het zoeken naar de wortels van Ievensbeschouwingen, als de Islam. De ‘aanzetten’ bieden voor onderwijsgevenden daartoe oriëntatiemogelijkheden.
e. Voor alle beschreven doelgroepen geldt
dat zij voor een verantwoorde
omgang met de Islam en het lslamitisch godsdienstonderwijs
behoefte hebben aan terzake kundige begeleiding, opleiding/nascholing en onderwijskundige
ondersteuning. En daarmee worden de onderwijsverzorgende instellingen zelf
ook gekwalificeerd als doelgroep van deze uitgave van 'aanzetten tot een
leerplan lslamitisch godsdienstonderwijs'.
1.2. Beschrijving van het ontwikkelingsproces
Het project islamitisch godsdienstonderwijs in de basisschool wordt ondernomen, omdat zowel bij de centrale overheid, in het kader van overleg over de uitvoering van culturele accoorden met mediterrane staten, als bij verzorgingsinstellingen signalen opgevangen zijn, dat lslamitisch godsdienstonderwijs in de Nederlandse basisschool nog minder goed vorm krijgt dan de direct belanghebbenden wensen. De mogelijkheid tot uitvoering van het project is nu in versterkte mate aanwezig, doordat het Landesinstitüt für Schule und Weiterbildung te Soest (BRD) in beginsel bereid is gebleken zijn curriculumdocument ReIigiöse Unterweisung für Schüler lslamitischen Glaubens’ beschikbaar te stellen voor een adaptatie aan Islamitisch godsdienstonderwijs in de Nederlandse context. Aldus de aanhef van het projectplan BSO/211A/89-351 van augustus 1989.
Om het project te realiseren werd door het lnstituut voor Leerplanontwikkeling (SLO) contact gezocht met het Christelijk Pedagogisch Studiecentrum (CPS), dat via het P.C. Platform ‘Intercultureel Onderwijs’ een goede relatie ontwikkeld had met Moslims in Nederland en hun instellingen.
Voor de uitvoering van het project werd een Produktiegroep gevormd uit Moslims die hun ervaring, kennis en kunde ter beschikking wilden stellen. Deze groep was in het projectplan voorbestemd om op te treden als een resonansgroep rond een aantal niet-Islamitische deskundigen: Islamologen, pedagogen en onderwijskundigen. Deze laatste groep werd nu echter een adviserende rol toebedeeld. Gelet op de reeds langdurige relatie met Moslims en hun aandeel in andere projecten was het niet meer denkbaar dat zij ‘slechts’ zouden resoneren. Het projectplan is daarop dan ook in december 1989 bijgesteld.
De produktiegroep bleek een goede representant te zijn van de veelkleurige Islam in Nederland.
Op 20 december 1989 vond in Utrecht door het hoofd van de afdeling BSO van de SLO de installatie van de Produktiegroep plaats, waarna op 18 januari 1990 de eerste werkbijeenkomst werd gehouden. De werkbijeenkomsten vonden meestal plaats in het Turks lslamitisch Cultureel Centrum te Utrecht, waar tevens op de gebedsuren van de moskeeruimte gebruik kon worden gemaakt.
Voor de leden en adviseurs werd ter ondersteuning van het ontwikkelingsproces een uitvoerige documentatieverzameling gemaakt over curriculumontwikkeling in het Midden-Oosten en Europa, alsmede over gedachten rond Islamitische opvoeding en onderwijs.
Besloten werd om eerst met elkaar het Islamitisch mensbeeld te verkennen en in kaart te brengen, om daaruit een pedagogisch- en leerconcept op te bouwen. De ene daaruit voortkomende documenten zouden dan de fundamenten kunnen leveren voor de opzet en inhoud van het eigenlijke leerplan. Deze periode bood aan alle produktiegroepleden vele leerrijke momenten, die zorgvuldig werden omgezet in formules en begrippen.
Na de 4e werkbijeenkomst werd door de heer Annink (SLO) een eerste proeve van een programma opgezet, door de hoofdredacteur uitgelijnd in relatie tot de door de Produktiegroep ontworpen basisdocumenten en het Soestermodel.
Tijdens de 5e werkbijeenkomst van 9 mei 1990 moest worden vastgesteld dat het uitgelijnde programma niet aansloot bij de opvattingen van alle Produktiegroepleden. Met name het ‘Soestermodel' zou te veel geënt zijn op een conflict-pedagogische visie, niet eigen aan de opvattingen van Moslimpedagogen in en buiten Nederland. Het ontwikkelde programma werd ook teveel als ervaringsgericht ervaren en te weinig cognitief van inhoud. De vele reacties in Duitsland op het 'Soestermodel' gingen in die zelfde richting. Hierdoor ontstond een patstelling binnen de Produktiegroep. Aan enkele adviseurs werd om advies gevraagd, in het bijzonder aan mevr. drs. A. Lkoundi, moslima en onderwijskundige. Haar advies bevestigde de opvattingen onder veel leden van de Produktiegroep.
Na intensief overleg ontwikkelden de heer Annink en de hoofdredacteur een nieuw concept-programma, dat in januari 1990 gereed kwam. Dit concept bleek voldoende aanhakingspunten op te leveren voor een nieuwe creatieve inzet binnen de Produktiegroep. In hoog tempo werden elementen gezocht en ontwikkeld die konden leiden tot de voorliggende aanzetten tot een Ieerplan (zie par. 4).
Achteraf is de conclusie mogelijk dat het
'Soestermodel' en de aanzetten tot Ieerstofordening/ontwikkeling in BeIgië
(zie par.6) waardevolle tot eigen toepassing inspirerende documenten zijn
geweest en waarvan onderdelen in de eigen aanzetten tot een Ieerplan zijn
verwerkt.
1.3. Gebruik voor het schoolwerkplan
Deze publikatie heet 'Aanzetten tot een leerplan’. In deze paragraaf zullen we beschrijven, wat een schoolteam met deze publikatie kan doen, wanneer men besluit om kinderen Islamitisch godsdienstonderwijs te geven.
Een leerplan is iets anders dan een schoolwerkplan (voor het gehele onderwijs op een school) of een deelschoolwerkplan (voor bijvoorbeeld een vak- of vormingsgebied op een school). Een leerplan is bijvoorbeeld een voorstel aan scholen hoe het onderwijs gezien en gegeven kan worden. Maar scholen
moeten dan altijd nog zelf in het schoolwerkplan beschrijven, hoe zij hun onderwijs vorm en inhoud wensen te geven. Daarin zijn scholen in Nederland autonoom. Wel hebben zij de wettelijke verplichting om hun keuzes neer te leggen in een schoolwerkplan. Daarover zegt de Wet op het Basisonderwijs artikel 11 lid 1: Het onderwijs wordt gegeven volgens een schoolwerkplan dat een overzicht geeft van de organisatie en de inhoud van het onderwijs. Een (deel-)schoolwerkplan heeft in ieder geval twee functies:
1.3.1. Verantwoording: aangetoond moet worden, dat de school werkt in overeenstemming met wettelijke voorschriften (naar de inspectie toe) en met identiteits-beleid (naar het bevoegd gezag toe);
1.3.2. Planning: gepland wordt wat, waarom en hoe onderwijs gegeven wordt.
Deze publikatie is een uitstekend bronnenboek voor de schoolwerkplanontwikkeling. Het kan ertoe leiden, dat er tussen de scholen consensus groeit over het lslamitisch godsdienstonderwijs. Een van de consequenties zou dan zijn, dat leerlingen die verhuizen, op een andere school soortgetijk godsdienstonderwijs krijgen.
Om te zien hoe deze publikatie behulpzaam kan zijn bij de beschrijving van het deelschoolwerkplan, noemen we eerst de onderdelen daarvan. Dan noemen we de steunbiedende hoofdstukken uit de publikatie.
1.3.2.1. Uitgangspunten:
Hier beschrijft een schoolteam, welke visie men heeft op de mens en meer in het bizonder op het kind als leerling. Vervolgens op de samenleving en met name op het lslamitisch deel van de samenleving. Het kind moet immers opgevoed worden om te leven als Islamiet in de samenleving. Tenslotte beschrijft men de visie op de Islam. Het Islamitisch godsdienstonderwijs berust op de drie pijlers van kind, samenleving en godsdienst. Men moet keuzes maken. Wanneer men nadenkt ook over de relaties tussen deze drie factoren. Bijvoorbeeld bij de relatie kind-godsdienst is de vraag, hoe men de levensbeschouwelijke vorming ziet van vier- tot twaalf-jarige kinderen. De hoofdstukken twee en drie uit deze publikatie geven steun bij dit onderdeel.
1.3.2.2. Doelstellingen:
Hier beschrijft men de algemene doelen van het Islamitisch godsdienstonderwijs. Het lezen van de hoofdstukken drie en vier van dit boek is hiervoor stimulerend.
1.3.2.3. De leerinhoud
Men moet hierbij onderscheid maken tussen leerinhoud en leerstof. Leerinhouden zijn delen van een kennisgeheel die onderwezen moeten worden. Leerstof is datgene wat leerlingen moeten leren, de stof waarin inhouden voor hen vertaald is. Onder leerinhouden beschrijft men de begrippen, vaardigheden en waarden/normen, welke relevant zijn om de lslamitische godsdienst te begrijpen. Het is goed om de inhouden longitudinaal te beschrijven d.w.z. geordend naar onderbouw, middenbouw, bovenbouw. Dit boek biedt hierbij hulp in hoofdstuk 5.1.
1.3.2.4. Het leerproces
Hier beschrijft men hoe men het Islamitisch
godsdienstonderwijs organiseert. Hoe de aard van het onderwijzen en leren
is. Men maakt als team afspraken over:
- groeperingsvormen
- differentiatie en individualisering
- didactische werkvormen
- de wijze waarop men wil toetsen
- of en hoe men anderen bijvoorbeeld ouders
bij dit onderwijs betrekt
- welk lesmateriaal gebruikt zal worden.
Suggesties hiervoor vindt men in deze publikatie
op diverse plaatsen, maw vooral in hoofdstuk 5.2.
Naast dit schoolwerkplan en daarop gebaseerd kan een schoolteam op lesniveau een planningsdocument maken: het onderwijsprogramma lslamitisch godsdienstonderwijs. Dat vraagt van een team nieuwe keuzes. Bijvoorbeeld over de structuur van het programma, over de hoeveelheid Iestijd, over de onderwerpen waarin men de leerinhoud wil vertalen, over de opbouw van het programma door de jaren heen. Twee scholen kunnen met praktisch eenzelfde schoolwerkplan komen tot twee zeer verschillende programma’s. De beschrijving van het programma kan men beginnen met de verantwoording van gemaakte keuzes. 'Aanzetten tot leerplan’ geeft een voorstel voor een programma Het kan een schoolteam inspireren om het zelfstandig aan te passen of in te vullen naar de eigen situatie toe.
Wanneer de scholen in Nederland op deze wijze gebruik maken van ‘Aanzetten tot een leerplan’, dan verrijkt dat ongetwijfeld vorm en inhoud van hun schoolwerkplannen en onderwijsprogramma’s. Het vergemakkelijkt dan de methodische uitwerking in lessen, wat nog steeds een grote uitdaging is voor de Ieerkrachten Islamitisch godsdienstonderwijs. Onderlinge uitwisseling van methodische uitwerkingen zou daarbij van groot nut kunnen zijn.
1.4. Aanzetten tot een leerplan
‘niet meer dan’ - ‘niet minder dan’
Bij de beschrijving van het ontwikkelingsproces is het al duidelijk geworden dat de gang naar een leerplan ‘Islamitisch godsdienstonderwijs’ niet alleen een boeiende, leerzame aangelegenheid was, maw ook spanningen met zich meebracht.
In de werkbijeenkomsten botsten soms de in Nederland algemeen geaccepteerde pedagogische en onderwijskundige opvattingen met de op de Qorân en de regels van de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) gebaseerde visies over mens, opvoeding en onderwijs. Geconstateerd mag worden dat in deze confrontaties uiteindelijk de inspiratie was gelegen tot de ‘aanzetten’. Niet meer dan 'aanzetten’, deels door het omgaan met de gegeven tijd waarin veel geïnvesteerd moest worden om een consensus in de Produktiegroep te bereiken. Deels omdat er grenzen waren gesteld aan de beschikbare faciliteiten.
‘Niet meer dan’ maar ook ‘niet minder dan’!
De tot nu toe ontwikkelde elementen voor
een Ieerplan zijn vooralsnog uniek in de onderwijssituatie in Nederland,
waarbij het is gelukt om de grondslagen voor een Islamitische opvoeding en
onderwijs in kaart te brengen en posities te kiezen ten aanzien van Ieertrajecten
voor het godsdienstonderwijs.
Het 'niet meer dan’ betekent dan ook in de
ogen van de Produktiegroep het begin van een langer proces waarvoor nieuwe
opdrachten dienen te worden geformuleerd en gefaciliteerd..
1.5. Leerplanontwikkeling In Duitsland (JHG) (Nordrhein-Westfalen) het ‘Soestermodel’
Vanaf 1980 is er in opdracht van de Minister van Cultuur in de deelstaat Nordrhein-Westfalen gewerkt aan de ontwikkeling van een leerplan ‘Islamitisch godsdienstonderwijs.' De oorspronkelijke benaming gaf aan dat het zou gaan om ‘Religionsunterricht’ maar om onderwijspoIitieke redenen is uiteindelijk gekozen voor de titel ‘Religiöse Unterweisung’. De opdracht tot het ontwikkelen van een leerplan werd gegeven aan het Landesinstitut für Schule und Welterbildung in Soest (In onze ‘aanzetten voor een leerplan’ het Soestermodel genoemd).
Tussen 1982 en 1984 werden in een aantal
scholen enkele proefmodellen van een leerplan getoetst. Na verwerking van
de toetsresultaten verscheen in 1986 nog steeds als ‘Entwurf’:
24 Unterrichtseinheiten für die Grundschule
- Religiöse Unterweisung für Schüler islamischen Glaubens.
De uitgave was tweetalig: Duits en Turks, de
overgrote meerderheid van de migranten in (West-)Duitsland wordt gevormd
door Turken.
Op bladz. 96 van het onderzoek ‘Islamitisch Godsdienstonderwijs' in Nederland, België, Engeland en West-Duitsiand’ door W. van Esch en M. Roovers (ITS, 1987) staat te lezen: Het vraagstuk van de legitimering van een leerplan is een moeilijk punt, zeker als het om islamitisch godsdienstonderwijs gaat. Gelet op de uiteenlopende uitgangspunten en opvattingen met betrekking tot de invulling van islamitisch godsdienstonderwijs is het welhaast ondenkbaar dat er een Ieerplan tot stand komt, dat iedereen bevredigt. De keuze is dan het pogen samenstellen van een zo breed mogelijke leerplancommissie met vertegenwoordigers van alle stromingen of het samenstellen van een kleinere commissie met een grotere kans op een eindprodukt. In het Iaatste geval wordt dan de legitimatie gezocht nadat het Ieerplan gereed is. De deelstaat Nordrhein-Westfalen heeft blijkbaar voor de Iaatste weg gekozen. Ten tijde van het onderzoek waren de Ieerplanontwikkelaars doende een zo breed mogelijke steun te zoeken voor het ontwerp-Ieerplan. Men was in onderhandeling met de Turkse overheid in Ankara en met islamitische organisaties in de deelstaat. 0ok probeerde men steun te zoeken bij vooraanstaande islamitische geestelijken en wetenschappers in Turkije. Volgens de berichten zagen deze pogingen er kansrijk uit’.
Vele reacties van vooral Turks-islamitische organisaties in Duitsland en het buitenland bleken nogal negatief uit te vallen. Tijdens het Europees Congres voor Islamitische opvoeding en onderwijs van 10-12 november 1989 werd aan het ‘Soestermodel’ veel aandacht besteed. De oppositle tegen het Ieerplan werd daar verwoord door dr. Ayyub Köhler (Köln), in het discussieverslag lezen wij: ‘Een belangrijk kritiekpunt, niet alleen bij hem maar ook bij vele Moslimouders, is de nadruk die in de lesstof en in de training van de Ieerkrachten Iigt op de zgn. ‘conflictpedagogie’. Een kind van 6, 7 jaar wordt in dit model meteen geconfronteerd dat het een Turk is, een buitenlander, en dat dit een probleem is. Een kind moet toch eerst een positief zelfbeeld ontwikkelen voor het die conflicten aankan. Je hoeft niet telkens te beginnen met de situatie van het kind en dan vooral de problemen die uit die situatie voortvloeien. Begin de godsdienstles maar eens met simpele dingen als: er is een God, die de wereld heeft geschapen, enz. De heer Zimmerman, nauw betrokken geweest bij de ontwikkeling van het leerplan, reageert: ‘conflictpedagogie is inmiddels een soort shibbolet geworden. We bedoelen zomaar niet: ga uit van de problemen van een kind, maar wel: negeer de bestaande problemen niet. Als je bijvoorbeeld tijdens de les uitlegt dat moslims geen alcohol mogen drinken of gokken, weet je dat er waarschijnlijk kinderen in de klas zitten waarvan vaders drinken en/of gokken. Als je daar vervolgens niets van zegt, kan het kind in grote verwarring raken’. Een Brits pedagoog, dr. Nielsen brengt naar voren:’ Het is niet verstandig, meteen bij een heel curriculum te beginnen. Curriculumontwikkeling is de laatste stap in een heel proces. Moslims zouden zelf stap voor stap eigen lesmateriaal moeten ontwikkelen en dat inbrengen in de scholen. Daarbij moet hen natuurlijk wel een basisbenadering voor ogen staan. Verschillende moslims vinden de benadering in het Duitse curriculum te ‘westers’. Traditioneel begint men in het lslamitisch godsdienstonderwijs altijd met God, d.w.z. met het beginsel van de Tauhied (eenheid van God) Ouders herkennen de lesinhoud door de andere vorm niet als lslamitisch’.
De hoofddoelstellingen voor een ontwikkelen
van een leerplan worden als volgt omschreven:
- een bijdrage te leveren, vooral bij de in
Duitsland geboren generaties van moslims, zich bewust te worden van de islamitische
traditie aangaande geschiedenis, ethiek en religie en het individu met behulp
van deze traditie richtpunten aan te reiken;
- een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling
van een islamitische identiteit in een niet-islamitische omgeving;
- een bijdrage te leveren aan een goede verstandhouding
tussen Turken en Duitsers, moslims en christenen.
Dat betekent, dat het godsdienstonderwijs betrokken
dient te zijn op de situatie in Duitsland.
De islamitische traditie moet de levenssituatie van de moslims in Duitsland duiden en toepassingsmogelijkheden voor alle dag aanreiken. Dat betekent, dat de Islam vragen moet beantwoorden die tot nu toe aan de lslamitische gemeenschap niet gesteld werden. Tussen de islamitische traditie en de alledaagse werkelijkheid van moslims in de Duitse samenleving moet er een correlatie zichtbaar worden. Dat betekent, dat ook de verschillende waarden- en normenpatronen op elkaar betrokken moeten worden, het samenklinkende en het niet-verenigbare in een eerlijke dialoog zichtbaar gemaakt moeten worden en in het leerproces opgenomen dienen te worden.
In het leerplan komen 24 thema’s aan de orde, verdeeld over vier leerjaren. De leerstof wordt in sequenties aangeboden: van gemakkelijk naar moeilijk.
Voorrang wordt gegeven aan een kindgerichte benadering, waarbij de algemene grondervaringen in het menselljk bestaan, worden geactualiseerd in het kinderbestaan. Deze ervaringen willen aanknopingspunten bieden voor een reflectie vanuit de Qorân en de islamitische traditie. Voor wie dat zou willen is ook een andere leerroute mogelijk, waarbij de Qorân normerend uitwerkt op de houding van de kinderen. De ‘Unterrichtseinheiten’ bieden daarnaast mogelijkheden tot cognitieve toeëigening van geloofsregels en Oorânteksten. Elk thema is voorzien van lessuggesties en didactische werkvormen. Zie ter 'beeldvorming’ twee didactische schema’s , waarvan er een voorbeeldig is ingevuld, vooraf gegaan door de lnhaltsstruktur.
1.5.1. INHALTSSTRUKTUR
Grundlagen des Islams
Alltag in Deutschland
Erlebte und erfahrende Umwelt (kolom 2)
Pflichten, Kult und Brauchtum (kolom 3)
Religiöses Wissen (kolom 4)
KLASSE 1
amilie”
3 "Wit feiern Feste”
4 “Sauberheit gehört zum Glauben”
5 “Wir lernen den Koran Hz. Muham-mad kennen"
6 “Die Moschee - unser Gebetshaus’
KLASSE2
7 “Wir leben in einer fremden Welt”
8 “Allah belohnt die Menschen, die arbeiten”
9 “Wir wollen ehrlich sein"
10 “Unser Gebet”
11. “Hz. Muhammad, der Gesandte Allahs"
12 “Es gibt keinen Gott ausser Allah”
KLASSE 3
13 “Wir wollenFreunde sein"
14 “Die Gemeinschaft hat AllahsSegen”
15 “Allah liebt die Reinen”
16 “Ihr Glaäubigen,euch ist vorgeschrie-ben
zu fasten”
17 “Pilgerfahrt”
KLASSE 4
19 “Muslims inDeutschland"
20 "Die amGott glauben, werden nicht traurig
sein”
21 “Zekat undSadaka”
22 “Unser Koran"
23”Die fünf Säulendes Islams"
24 “Islam - Hinga-be an Allah"
Klasse
An welchen menschlichen Erfahrungen der Unterricht
anknüpfen kann (Grunderfahrungen):
Was die Kinder schon erlebt haben können
(konkrete Erfahrungen) 1a
Unterrichtseinheit Nr.
Islamischen Quellen, die den Unterricht stützen:
1b
Titel der Unterrichtseinheit
Was in der Unterrichtseinheit gelernt werden
soll (Intention): 1c
Welche Unterrichtsthemen unterrichtet werden
könnten (mögliche Themen): 1d
Klasse 2
An welchen menschlichen Erfahrungen der Unterricht
anknüpfen kann (Grunderfahrungen):
Vertrauen/ Angst
Geborgenheit/ Verlassenheit
Hoffnung/ Verzweiflung
Angenommensein/ Ablehnung
Was die Kinder schon erlebt haben können
(konkrete Erfahrungen)
Meine Mutter schickt mich zur Schule mit den
Worten: Allah behüte dich.
Mein älterer Bruder sagt oft: "Vallahi
billahi".
In unserem Auto hängt das Schild: "Allah
korusun".
Grossvater sagt: "Wenn du lügst, schickt
Allah dich in die Hölle."
UE 12
Islamischen Quellen, die den Unterricht stützen:
Über due Fragen, wie Allah sich offenbart,
wie er sich zu erkennen gibt:
Koran: Sure, 6, 106; 42, 11; 57, 1-5; 27, 2
und 49 ff; 112
Es gibt keinen Gott ausser Allah.
Was in der Unterrichtseinheit gelernt werden
soll (Intention):
Fähig und bereit sein, die eigenen Gottesvorstellungen
zu erweitern, Allah als Geber des Lebens erfahren und wissen, dass Allah sich
im Koran zu erkennen gibt.
Welche Unterrichtsthemen unterrichtet werden
könnten (mögliche Themen):
- "Ist Allah im Himmel?…"
- "Allahs Wohltaten sind unerschöpflich"
- "La Ilaha Illal' lah" ("Es gibt keinen
Gott ausser Allah"
- "…"
1.6. Leerplanontwikkellng in België - (Nederlands taalgebied) het “Belgisch model
Het lslamitisch godsdienstonderwijs in België (Nederlands taalgebied) wordt begeleid door het Islamitisch en Cultureel Centrum te Brussel.
In een brief van het directielid Samir J.A. Radhi van begin 1990 aan de godsdienstleraren valt te lezen: 'Onze actiemogelijkheden zijn uiterst beperkt, het lslamitisch en Cultureel Centrum van België ontvangt geen financiële steun van de Belgische regering; we beschikken niet over specialisten pedagogie die voldoende op de hoogte zijn van de realiteit van de Belgische scholen en programma’s om deze op te stellen in overeenstemming met de Belgische situatie; en de regering weigert tot nader order inspecteurs voor de lessen Islam aan te stellen. We hebben reeds aan het programma gewerkt, maw verdere inspanningen moeten geleverd worden.
Tot de voortrekkers van leerplan- en leerstofontwikkeling in BeIgië behoort Omar Abdel Aziz de Munck, verbonden aan het ICC te Brussel. De Munck heeft grote onderwijservaring en wil die als gelovig Moslim concreet inzetten bij het nadenken over en het vormgeven van het Islamitisch godsdienstonderwijs.
Zijn godsdienstpedagogisch/didactische visie brengt hij als volgt onder woorden: De godsdienstige opvoeding van het kind moet tot doel hebben het te helpen een persoonlijkheid te verwerven’. Dit wil zeggen dat wij van het kind een autonoom wezen moeten maken. Dat kind moet opgroeien in een complexe wereld. Het kan deze wereld alleen aan als het klaar ziet in zichzelf en in wat hem omringt en dat met volle kennis van zaken en volledig vrijwillig. Het moet een geheel van waarden aanvaarden waarvan het een synthese moet maken.
De hulp tot het verwerven van een persoonlijkheid is een zware en moeilijke taak. De lagere school en zeker de Ieraar lslamitische godsdienst helpt daaraan mee binnen de grenzen bepaald door de ontwikkelingsstadia van de kinderen die hen toevertrouwd worden.
Inzake morele opvoeding is voorzichtigheid nog meer dan elders geboden. Men moet veel willen bereiken, maar op tijd en stond. Wanneer men te vlug wil gaan,mag men ernstige teleurstelling verwachten. Men moet overtuigd zijn dat het opbouwen van het geloofsbewustzijn een lang en moeilijk werk Is, dat gaat tot het einde van adolescentie en dat later nog onderhouden moet worden.
Men heeft met de tijd ondervonden dat er in het leven van het kind (tussen 6 en 12 jaar) drie ontwikkelingsstadia voorkomen:
1. Tot 7-8 jaar beschouwt het kind als goed wat hem het best past en ook wat hem het best bevalt. Daartegenover aanziet het als een plicht wat hem wordt opgelegd, dus wat zijn vrijheid belemmert. Op deze Ieeftijd mag de leraar godsdienst slechts op de nabootsing rekenen om goede gevoelens en godsdienstige gewoonten te doen ontstaan. Deze nabootsing gaat ult van de waameming van ouders en leraar bijvoorbeeld. Ze wordt ook ingegeven door het verlangen sympathieke figuren uit verhalen, leeslessen enz. te evenaren (denken we even aan al de mooie verhaten betreffende de Profeet en zijn discipelen). Het kind vermoedt nog niet dat er een lslamwet bestaat. Het zou ze trouwens niet begrijpen. Maar al kent het ze niet, toch went het eraan de Islamwet in acht te nemen en zich te onderwerpen, aangetrokken door het voorbeeld van volwassenen, die het liefheeft en bewondert.
2. Tussen 7-8 en 10-11 jaar neemt de neiging om zich te onderwerpen af om plaats te maken voor de behoefte aan gelijkheid en wederzijdse eerbied. Het kind geeft blijk van groeiende belangstelling voor het standpunt van anderen. Op dat ogenblik dient het bijbrengen van gemeenschapszin de overgang van dwang naar samenwerking te vergemakkelijken. De leraar lslamftische godsdienst kan daartoe bijdragen door het schoolleven van het kind te doen verlopen in een atmosfeer van goedheid en onderling hulpbetoon, in een omgeving die menigvuldige gelegenheden biedt tot godsdienstig denken en handelen.
3. Tussen 10 en 12 jaar wordt het kind vatbaar voor hogere beweegredenen, die het goede rechtvaardigen en het kwade veroordelen. Van dan af kan met eenvoudig en concreet godsdienstonderwijs worden aangevangen.
Bij de leerplan- en leerstofontwikkeling is er sprake van een groeimodel. Via de kwartaaluitgave van de ‘Islamitische Nieuwsbrief’ (ICC, Jubelpark 14, 1040 Brussel) wordt een dossier lslamitisch godsdienstonderwijs opgebouwd dat t.z.t. volledige programma’s per leerjaar (België kent nog lager onderwijs met 6 leerjaren) zal bevatten.
Het raamleerplan ziet er als volgt uit:
1e jaar:
a - Allah is mijn God - Mohammed is mijn profeet
- de Qorân is mijn boek - de Islam is mijn godsdienst
b - Voorstelting van de vijf pijlers
c - De geboorte van de Profeet - Zijn borstvoeding
- De dood van zijn moeder - zijn huwelijk met Chadiedja - De openbaring
d - het leven op school - Buiten de school
- In het gezin
e - Aanleren van de soera’s: de ‘Fatiha’ -
'De Mensen - ‘De Doorbraak’ - 'De Toewijding’ - 'De Vezels' - 'De HuIp’
2e jaar:
a - Het geloof in God - in de Engelen - de
Heilige Boeken - de Profeten - de Lotsbestemming - de Dag van het Oordeel
b - Aanleren van het Gebed - van de Reiniging
C - Mohammed rond de leeftijd van 40 jaar en
de openbaring
d - het bezoek, vooral aan zieken - eerbied
voor anderen
e - Aanleren van de soera’s: ‘De Ongetovigen’
- ‘De Toevlucht’ - ‘Ouraysh’ - 'De Olifant'
3e jaar:
a - De attributen van God - de Schepper - de
Schepselen
b - Aanleren van de basisbeginselen van het
gebed - van een Rak’a - de oproep tot het gebed - het gebed in de groep
c - De groet in de Islam - eerbied voor de
natuur - eerbied voor de ouders - de oprechtheid in woorden en daden
d - De oproep tot de Islam - de Emigratie van
de Profeet
e - Aanleren van de soera’s: ‘De Lasteraar
- ‘De Namiddag’ - ‘De Bezitsdrang’ - ‘De Kletterende’
4e jaar:
a - De mens heeft het geloof nodig - de Islam
als laatste godsdienst - de universele boodschap van de Qorân
b - Het gebed van de twee feesten - van de
vrijdag - van de reiziger - het vergeten gebed - het Iaattijdige gebed
c - De intentie - de liefdadigheid - de plicht
tot studie - de eerbied voor de leraar
d - De Profeten vóór Mohammed
(Noe, Ibrahiem, Yacoub, Youssef)
e - Aanleren van de Soera’s: ‘De Rennenden’
- ‘De (aard)beving’ - 'Het Bewijs’ - ‘De Lotsbestemming’
5e jaar:
a - De voorwaarden tot het gebed - de handelingen
die het gebed teniet doen - het vasten - wat verboden is in de Qorân
b - De eerbied voor de buurman - het voorkomen
- de weldaad van de sport - hoe de vakantie beleven
c - De Profeten vóór Mohammed
(Mozes, Jezus) - de afscheids - bedevaart
d - De maan- en poolmaanden - voorstelling
van de Islamlanden
e - Aanleren van de soera’s: ‘Het Embryo’ -
‘De Vijgeboom’ - ‘De Verruiming’ - ‘Het Morgenlicht’ - ‘De Nacht’
6e jaar:
a - De aalmoes - de bedevaart - de kleine bedevaart
- de rituele slachting
b - het leven van de kaliefen (Aboe Bakr -
0mar - Otman - Ali)
c - hedendaagse ethische problemen: drugs,
alcohol, geweld, racisme, zedenverval
d - Rechten van het kind in de Islam in vergelijking
met het Handvest van de rechten van het kind
e - Aanleren van de soera’s: ’De Zon’ - ‘Het
Oord’ - ‘De Dageraad’ - ‘De Overweldigende’ - ‘De Allerhoogste’.
In 1990 is een eerste bundeling uitgegeven
onder de titel ‘Programma en lesvoorbereidingen betreffende het eerste leerjaar
voor de lagere school’, samengesteld door O. De Munck. De bundel voor de godsdienstleraren
gaat vergezeld van een leerlingenwerkboekje en de ‘Islamleerstof in vraag
en antwoord’. Kenmerken van dit programma zijn:
1. aanknopend bij de ervarings- en belevingswereld
van het jonge kind, zie bijvoorbeeld de Iessenopbouw van ‘Wie ben jij? -
Wie ben ik? - Mijn familie’ náár ‘Wie is God?
2. een goede combinatie van cognitieve en affectieve
leermomenten;
3. de stapsgewijze toeëigening van de
leerstof, waarbij steeds herhalingsaspecten zijn ingebouwd;
4. variatie in het gebruik van didactische
werkvormen.
Ter afsluiting twee voorbeelden:
Les 23
Titel van de les: ONZE GODSDIENST IS DE “ISLAM”.
Doel van de les:
Het woordje “Islam” uit te leggen, zodanig dat het niet zomaar een leeg woord of begrip is.
Verloop van de les:
- Jullie volgen de islamitische godsdienstles:
Waarom ? Wat is een godsdienst ?
- Waarom geloven jullie in Allah ?
- Wat wil “Islam” nu eigenlijk zeggen ?
“Islam” is ook een arabisch woord. Wij gebruiken
datzelfde woord in het nederlands.
“Islam” wil zeggen: overgave, onderwerping.
Wat willen deze woorden nu eigenhijk zeggen
?
“Overgave” wil ook zeggen dat wij aanvaarden wat Allah ons verplicht te doen of te laten. Wij moeten dus volgen wat er in de Koran staat, want dat zijn de bevelen van Allah, doorgegeven aan onze Profeet Muhammad met de hulp van de aartsengel Gabriël.
“Overgave” wil ook zeggen, dat wij ons onderwerpen, dat wij akkoord zijn, dat wij aanvaarden en dat wij alles zullen trachten te doen om de geboden van Allah op te volgen.
“Islam” is van dezelfde stam als het woord “salâm” dat “vrede” betekent. Wij mogen dus niet met elkaar vechten. Wij moeten mekaars vrienden zijn. Wij mogen niet jaloers zijn omdat andere kinderen iets hebben dat wij zouden willen. “Vrede” wil ook zeggen dat wij aanvaarden wat onze ouders ons zeggen, en dat wij de anderen zullen helpen waar en hoe wij dat ook maar kunnen.
Wij kunnen alleen maar vrede vinden als wij de geboden van Allah volgen. Als wij gehoorzamen en doen wat Allah ons beveelt te doen.
“Islam” is dus een gehoorzaamheid die vrede brengt.
Wij moeten er de nadruk op leggen en steeds herhalen wat “Islam” wil zeggen.
Het heeft geen zin de kinderen nieuwe woorden bij te brengen als zij die niet grondig begrijpen. Wij onthouden ook alleen maar als we de betekenis grondig begrijpen.
Wij gaan al de kinderen laten herhalen wat
de betekenis van het woord “Islam” is. Indien u aanvoelt dat sommige kinderen
het nog niet begrepen hebben, kan u de uitleg veranderen door over te schakelen
naar dagelijkse gebeurtenissen
Bv. Papa en mama bidden. Papa gaat naar de
moskee. Hij doet wat Allah gevraagd heeft. Dat is “Islam”. Papa, mama...
zi jn “Islamieten”. Ik ook wil een “Islamiet” zijn. U kan er tal van voorbeelden
aan toevoegen. U schrijft op het bord:
“Onze godsdienst is de Islam”
U kan het woord “Islam” in het arabisch schrijven.
Laat de kinderen dat natekenen, maar dan in het groot.
De kinderen schrijven netjes de zin in hun
schriftjes.
Les 26
Titel van de les: IK WIL 00K EEN MOSLIM ZIJN.
Doel van de les:
Het gevoel aan de kinderen geven dat zij alléén maar moslim kunnen zijn indien zij leven zoals Allah het aan de Profeten heeft meegedeeld en zoals onze Profeet Muhammad het ons heeft onderwezen.
Verloop van de les:
Wij beginnen nu steeds elke les met de begroeting
zowel in het nederlands als in het arabisch.
Laat meermalen de groet herhalen. Leg ook het
begrip en de bedoeling van de groet uit.
Hierbij een korte verkiaring van de groet:
- Leer de kinderen de groet eerst in bet nederlands:
“de vrede zij met je”
- Zeg daarna dezelfde groet in bet arabisch:
“as-Salâmu Alaikum”
- Herhaal nog even wat het woordje “vrede”
wil zeggen.
- Vrede betekent niet altijd: ophouden met
vechten…
- Vrede hier wil zeggen: het geluk, de gezondheid,
de kalmte, de liefde
Laat elk kind het even zeggen. Wij zeggen
het allemaal samen.
U kan ook de kinderen vertellen dat zij deze
groet vooral moeten richten aan andere moslimns. Het is dus overbodig dat
zij hun belgische en nederlandse klasgenoten of vrienden zo begroeten.
Zij begroeten wel zó hun ouders, ooms,
tantes, de Imam, de islamitische godsdienstleraar
U kan hetzelfde systeem gebruiken bij het antwoord
op de groet.
U kan er aan toevoegen dat het antwoord op
de groet mooier moet zijn dan de groet zelf.
U legt dus uit:
“Alaikum as-Salâm wa Rahmatullâhi
wa Barakatuhu”.
Dat wil zeggen:
“en vrede zij met jou, en de genade van Allah
en Zijn zegeningen”.
U moet nu de hele les de groet blijven herhalen.
U kan er ook een spel van maken.
U gaat naar één leerling en u
groet hem. Deze leerling moet de groet beantwoorden.
U stapt over naar een andere leerling. Ook
deze moet uw groet beantwoorden. U doet dat met elke leerling van de klas.
De groet wordt dus dikwijls herhaald. Ze gaan ook samen groeten. Vraag af
en toe de nederlandse betekenis van de groet.
Het samen antwoorden is reeds een begin van hetgeen zij later moeten doen bij het gezamelijk gebed in de moskee. Wanneer iedereen het antwoord klaar en duidelijk kan geven kan u ook peilen of zij wel weten wat zij antwoorden. Het van buiten leren heeft alléén maar zin wannee men begrijpt wat men leert.
U kan nu ook de nadruk leggen op hetgeen u als titel van de les aangebracht hebt: o.a. dat zij alléên maar moslim kunnen zijn indien zij leven naar het woord van Allah en onze Profeet Muhammad.
Wij schrijven een mooi zinnetje:
“Vrede zij met jou“ "as—Salâmu Alaikum”.
Terug naar het begin van de pagina
2.1. Inleiding
Het lijkt de samenstellers van dit leerplan
verantwoord bij het bepalen van de uitgangspunten van het islamitisch onderwijs
in te gaan op de islamitische opvoedingstheorie en -praktijk. Wat kunnen
we hierover en over het mensbeeld binnen de context van Qorân en Hadies
zeggen? Taalkundig betekent IslamiIn religieuze zin overgave en gehoorzaamheid
en in algemene zin vrede.
Over Taklief (verantwoordelijkheid)
Het meest essentiële dat over ‘taklief’
kan worden gezegd, staat in de Qorân als volgt omschreven: “Allah
belast geen ziel boven haar vermogen…" I (2:286) Vanaf een bepaalde leeftijd
zijn jongens en meisjes In de islam ‘moekallif’, dat wil zeggen verantwoordelijk
voor het uitvoeren van de lslamitische praktijk. Over het algemeen wordt
dit graadsgewijs ingevoerd en is het sterk afhankelijk van de wisselwerking
‘ouderlijke islampraktijk en opvoeding’ en ‘begrip en positieve gevoelens
ten opzichte van de islam van het kind’. Het fundamentele principe van de
islamitische wet is dat geen mens ooit een plicht opgedragen krijgt zonder
dat daar een recht tegenover staat. Tegenover sociaal-economische veiligheid
binnen de moslimsamenleving - het recht van ieder indivdu stelt de islam
een bepaalde sanctie indien de perken overschreden worden.
Islam in religieuze zin betekent de volledige overgave aan (de wil van) Allah om vrede onder de mensen te bereiken. De islam omvat alle facetten van het menselijk bestaan inclusief het godsverlangen. De één zal streven naar God, de Ene, de Ware en zich inspannen om dit godsverlangen te beantwoorden, terwijl de ander zal kiezen het te ontkennen. Maar de mens houdt zich onwillekeurig met de godsvraag bezig. Eén van de namen of kwaliteiten van Allah die in de Qorân worden genoemd is bijvoorbeeld Rabb. Door middel van de kwaliteit ‘Rabb’ worden enkele aspecten van AlIahs werkzaamheid ten opzichte van Zijn schepping getoond. Rabb als Schepper en lemand die Zijn schepping continueert, lemand die gunsten geeft, lemand die alles In orde brengt en voorzorgsmaatregelen treft.
De naam Rabb voor Allah betekent ook Heer en Meester of Opvoeder, waarbij in beide namen de kwaliteit van Rabb zich manifesteert als het graadsgewijs tot ontwikkeling brengen van het leven. De Qorân geeft op vele plaatsen aan, dat het onze taak (primair van de ouders) is de opvoeding (tarbiyya) van de ons toevertrouwde levens op ons te nemen. De principes van de islam (als een totale Ieefwijze, een zijnswijze, die geen enkel terrein van de menselijke activiteit uitsluit) zoals deze in de Qorân zijn aangegeven, vormen de richtlijnen van de islamitische opvoeding.
Tauhied, lmaan, Amal en lhsaan
Het eerste en voornaamste grondbeginsel
van de islam is tauhied en dit betekent dat er slechts één
God aanbeden kan worden. De Profeet (vrede zij met hem) van de islam kwam
om de mensheid te verenigen onder dit tauhiedbegrip. Dit eerste grondbeginsel
maakt deel uit van lmaan.
Imaan betekent geloof of eigenlijk overtuiging, versterkt met kennis van Gods aanwezigheid en hoedanigheid. Ook is Imaan het accepteren (tasdieq) met het hart van alles wat van Allah en via Zijn boodschapper (Rasoel) tot ons is gekomen en hiervan met woorden te getuigen (iqraar).
Handelen in volledig vertrouwen en overeenstemming
met Imaan wordt Amal genoemd. De verwerkeiijking van iemands relatie tot
God als resultaat van handelen en gehoorzaamheid wordt lhsaan genoemd. De
islam leert dat het hele leven in essentie een eenheid is van geloof, handelen
en verwerkelijking.
Het mensbeeld in de islam
De Qorân accentueert vier belangrijke
eigenschappen in de mens. De mens als (‘chaliefa’) vertegenwoordiger van
God op aarde in de hoedanigheld van beheerder over alles wat hem ten dienste
is gesteld. De mens is een natuurlijke creatie van God, komt zonder zonde
ter wereld en krijgt een natuurlijke aanleg tot het goede en overgave tot
de Schepper mee: fitra. In de opvoedingssituatie kan daarom de nadruk worden
gelegd op het ontwikkelen van de natuurlijke goede eigenschappen en het versterken
van de band met God. God is in zijn eigenschappen voor de mens als het ware
het ‘allerhoogste ideaal’. De mens heeft naast zijn /haar Iichaam en lichamelijke
behoefte een geestelljk bestanddeel of bezieling: de roeh. De bevrediging
van de Iichamelijke behoeften, op een wijze zoals de islam het toestaat wordt
positief gezien en dient in evenwicht te zijn met het tegemoetkomen aan de
geestelijke behoeften. Het voedsel voor de geest bestaat met name uit Qorân
recitatie, gebed en meditatie. De natuurlijke creatie ‘mens’ is uitgerust
met een vrije wil (‘iraada’). De mens is verantwoordelijk voor zijn keuze
om zijn taak (amâna-verantwoordelijkheid) als beheerder (‘chaliefa’)
al dan niet op zich te nemen. Daarnaast is de mens ook geschapen om God te
dienen (‘abd’) . Verantwoordelijkheid, creativiteit en activiteit zijn de
sleutelwoorden die beide begrippen (‘chaliefa’ en '‘abd') met elkaar verbinden.
Aangezien de mens over een vrlje wil beschikt, komt in relatie tot chaliefa
de vertaling van abd met ‘dienaar’ beter tot zijn recht dan de vertaling van
abd als ‘sIaaf' . In de Qorân wordt vermeld dat Allah (van) zijn geest
(‘roeh’) als ziel - bij de mens in wording inblaast, de
mens met andere woorden bezielt. Bovengenoemde potentiële aspecten (‘iraada’,
‘chaliefa’ en ‘abd’) maken allen deel uit van fitra of natuurlijke aanleg
blj de geboorte . Terwiji het onderwijs de mens voorbereidt om in dit leven
succes te hebben, is het uiteindelijke islamitische doel gericht op evenwicht
tussen deze en de komende wereld. Het belangrijkste doel van de islamitische
opvoeding is niet de wereld te overheersen en externe macht uit te oefenen,
maar meesterschap over zichzelf (de ‘nafs’) te verkrijgen. De ontwikkeling
van de nafs staat in relatie tot de fitra, die op een van nature positieve
aanleg
duidt, maar kan ppk negatief beïnvloed
worden . Met het bovenstaande wordt aangegeven dat de mens met zijn vrde
wil (‘iraada’) in eerste Instantie de belangrijkste keuze moet maken tussen
geloof of overtuiging (‘imaan’) en ongeloof (koefr’). Daamaast kent hij tijdens
z~n leven flog veel momenten waarop hg kiest tussen ultingen van imaan en
koefr. Koefr betekent Ietteri~k bedekken, het bedekken van de waarheid, het
ontkennen en verbergen van de islamitische geloofsprincipes.
Een tussenweg, die van de hypocriet (‘monaafiq’), is niet te accepteren. Of men kiest voor de verantwoordelijkheid (amânah) van de beheerder (chaliefa)/dienaar (‘abd’) ten opzichte van Allah eventueel resulterend in de uiteindeIijke toestand van evenwicht en harmonie (‘nafs oI-moetma’inna’) of men bedekt de waarheid en keert zich af van God met het gevolg van een veel beperkter en eenzijdige ontwikkeling. Het onderwijs zou kindgericht moeten zijn, waarbij het islamitisch opvoedingsideaal centraal staat. Dit is niet in tegenspraak met het uitgangspunt dat in het islamitische mens-wereld-beeld Allah een centrale positie inneemt. Het gaat bij de kindgerichtheid alleen om de pedagogische benadering van leerstof en leerkracht. De verhouding van de gelovige mens tot Allah is een intieme relatie als van het kind-in-wording met de moeder. Moeder, (‘oemm’ in het Arabisch), staat in linguïstische relatie tot de gemeenschap (‘oemma’). Of het individu van meer betekenis is en de samenleving alleen een instrument is voor zijn ontwikkeling of andersom is een academische kip-ei discussie. De bedoeling in de islam van de mens is dat hij sociaal optimaal functioneert, opdat er een Ieefbare maatschappelijke orde ontstaat, gebaseerd op rechtvaardigheid en een goddeli geïnspireerd normen- en waarden systeem. Vertaald naar Nederlandse waarden en normen betekent dit zonder verlies van eigenwaarde en identiteit in gelijkwaardigheid en met wederzijds respect participeren in de Nederlandse samenleving. Het aspect van ‘taqwaa’ (diep godsbewustzijn, dat de mens beschermt tegen onverantwoordelijk gedrag) komt pas echt tot zijn recht in de sociale situatie. Gehoorzaamheid aan Allah, Zijn boodschapper en de wereldse en/of geestelijke ‘autoriteiten', die volgens het rechtvaardigheidsprincipe van de islam hun taak verrichten, wordt in de Qorân geboden. Dit gebod schrijft moslims voor de wetgeving en de overheid van het land waarin zij leven te respecteren.
Terug naar het begin van de pagina
3.1. Inleiding
Allah is de absolute Schepper en Opvoeder.
Er is een aantal soorten schepselen o.a. de mens, het dier en het plantaardig
leven, die voorbestemd zijn om de aarde te bevolken. Alleen aan de mens heeft
Allah het denkvermogen meegegeven om zich te kunnen ontwikkelen. De mens probeert
overeenkomstig de capaciteiten van de hersenen waarmee hij begunstigd is
al onderzoekende steeds nieuwere technologieën te ontwikkelen. Hoewel
wetenschappelijk onderzoek en technologieën wel het wonderbaarlijke van
de schepping aan de mens duidelijk maken heeft het de mens niet direct in
aanraking met de Schepper kunnen brengen. Omdat het vergeefse moeite zou zijn
om God te zien, heeft God zijn boodschappers gestuurd om de mensen er aan
te herinneren dat God bestaat, maar dat de mens geen voorstelling zou kunnen
maken hoe God eruit ziet. Allah heeft zijn laatste boodschapper Mohammed (vrede
zij met hem) wel iets tastbaars in handen gegeven, als leidraad voor het
leven van de mens, namelijk de Qorân. De natuurlijke aanleg tot het
goede en de verantwoordelijkheid van de moslim alsmede het felt dat hij geleid
wordt door goddelijk geïnspireerde basiswaarden vormen de grondslag van
wat het moslimkind dan ook verder nog mag leren. Dit kan leiden tot het ontstaan
van een samenleving waar men in harmonie met elkaar leeft, verbonden in één
gemeenschappelijk geloof. De mogelijkheid tot geestelijke, morele en intellectuele
vooruitgang van de mens is volgens de islam in principe onbegrensd. De persoonlijkheid
wordt ontwikkeld in verhouding tot God, de mens en de natuur; dat wil zeggen
dat onderwijs relevant moet zijn voor de mens als individu, als een sociaal
wezen en als een wezen, dat in harmonie tot de natuur moet staan. In het
islamitische onderwijs wordt de nadruk gelegd op het feit dat geloof (imaan)
en godsbewustzijn (taqwaa) als geestelijk doel, duidelijk herkenbaar moeten
zijn in het leerplan. Taqwaa, afgeleid van het werkwoord beschermen, beschutten,
wordt letterlijk vertaald met godsvrees, vroomheid e.d. Het achterliggende
idee is dat een constant godsbewustzijn beschermlng verleent tegen Gods onwelgevallige
daden en Zijn consequente toorn.
3.2. De pedagogische doelen
Opvoedingsdoelen kunnen globaal verdeeld
worden in de volgende soorten:
1. Individuele doelen, deze bestaan uit:
· geestelijke doelen, deze kunnen zowel
gericht zijn op het individu als op de gemeenschap.
· verstandelijke doelen, waarbij onder
andere de ontwikkeling van het onderzoekend denkvermogen (intelligentie)
wordt nagestreefd.
· fysieke doelen, waarbij de bevordering
van fysieke vaardigheden wordt nagestreefd vanuit een positief ontwikkelde
houding ten aanzien van het bevredigen (binnen het Qorânische perspectief)
van de basisbehoeften.
2. Sociale doelen, deze splisen zich toe op
(het gedrag binnen) de familierelaties, bijvoorbeetd: broederschap, respect
voor de ouders, respect voor het leven enzovoorts.
· De individuele en sociale doelen moeten
met elkaar in harmonie zijn. Elk individu dient zijn unieke kwaliteiten te
ontwikkelen om binnen de samenleving te kunnen functioneren.
· Het geloof in God is een onmisbare
schakel tussen de middelen en het doel.
· Zonder doelen zijn de middelen waardeloos.
Daden zonder geloof zijn niet verdienstehjk, net zoals een juiste geloofsovertuiging
zonder praktijk (goede daden) geen vruchten afwerpt.
· Zonder (de juiste) middelen is de
verwezenlijking van een bepaald doel onmogelijk.
· Goede kwaliteiten in de islam, zoals
zelfbeheersing, geduld, bescheidenheid, eenvoud, doorzettingsvermogen, standvastigheid,
oprechtheid en rechtschapenheid komen pas in de praktijk tot hun volle recht.
Het belang van de Intentie
Van Omar ibn-al-Chattâb is de volgende overlevering: “ik hoorde Allahs boodschapper het volgende zeggen: “Daden worden naar hun intentie beoordeeld; men krijgt naar wat men bedoeld heeft. Indien iemand emigreert terwille van Allah en Zijn boodschapper, dan zal zijn emigratie voor de zaak van Allah en Zijn boodschapper gerekend worden. Indien iemand emigreert terwille van een vrouw, de rijkdommen van deze wereld en bezittingen, dan wordt zijn emigratie berekend naar die intentie. (Buchari en Muslim)
"Het bloed, noch het vlees (van de door u
geofferde dieren) bereiken Allah, maar alleen uw rechtschapenheid; de zuivere
intentie, bereikt Hem”.
(Soera al-Hadj, 22:36)
“Datgene wat in uw harten leeft, kunt u geheim
houden of openbaar maken, Allah weet het toch”.
(Soera Ali-Imràn, 3:29)
3.3. Qorânische didactische methoden
1. De methode van ge!eidelijkheid;
Zoals de openbaring van de Qorân geleidelijk heeft plaatsgevonden,
dient een parallelle stap-voor-stap-methode bij de opvoeding te worden gehanteerd.
2. De methode van de voorbeeldfunctie; Mensen
hebben behoefte aan voorbeelden bij hun handelen. Profeet Mohammed (vrede
zij met hem) is het voorbeeld voor de mensen. Qorân 33:21 ‘U hebt in
de profeet van Allah zeker een prachtig voorbeeld voor een ieder die op Allah
en de Laatste Dag hoopt, en Allah veel gedenkt’
3. De methode van leren door vraag en antwoord;
In de Qorãn zijn er zinnen in de vraagvorm waarop Allah meteen
het antwoord geeft. De voordelen hiervan zijn: het verlevendigen van het desbetreffende
onderwerp en het aanreiken van een methode, die de mens eenvoudig en vaak
kan toepassen.
In algemene zin kunnen de punten 1 tot en met 3 onderschreven worden. We moeten er echter vanuit gaan dat de Qorân uit goddelijke openbaring bestaat en elke methode die er door de mens in gezien wordt, slechts één van de mogelijke ‘pedagogische methoden' is. Er is een samenhang aan te duiden tussen het God-centrale beeld dat de Qorân ons geeft, van samenleving, familieleven, God-mens, mens-mens en mens-omgeving relatie en het Menscentrale beeld dat wij in dit leerplan trachten te ontwikkelen. Het woord Allah wordt meer dan 2.500 maal in de Qorân genoemd. De Qorân kan echter niet, in eerste instantie theologische verhandeling over God en Zijn aard genoemd worden, want het Gods-concept wordt in de Qorân als strikt-functioneel behandeld. Dat wil zeggen dat God voornamelijk in Zijn werkzame relatie tot de schepping als de Levende, Werkzame, Scheppende, etc. wordt getoond, dus niet als een passief belijdenisconcept, maar als een dynamische Eeuwig-Levende motorische kracht achter en in alles wat leeft. Ook wordt van de kant van intelligente scheppingsvormen niet alleen maar een aanvaarden van geloofswaarheden verwacht maar ook bewust luisteren, verwerken en tot onderzoek komen van die geloofswaarheden: ‘Daarin voorwaar een 'tot gedachtenis komen’ voor hem die een hart heeft of die luistert en oplettend is”. (50:37) Een andere dynamische methode om nader tot God te komen wordt even daarvoor behandeld: ‘ Die de Barmhartige in het verborgene respecteert en met een berouwvol hart tot Hem kwam’ (50:33) Ommekeer en inkeer als eerste stap van een ontwikkelingsproces. Het overtuigen van Gods bestaan gebeurt in de Qorân veel meer met een shock-therapie’ dan met rationele beredenering: ‘zij worden aangeroepen vanuit een verre plaats’ en daartegenover: ‘En voorzeker; Wij hebben de mens geschapen en Wij weten alles wat zijn Ik hem influistert. En Wij zijn nader tot hem dan zijn halsslagader. (50:16)
De methode van vraag en antwoord is
in de Qorãn toegepast om:
- de mensen te vermanen en uit te leggen;
- op de gevoelens van de mensen in te
werken;
- de mensen bij het leveren van bewijzen
via deze methode opmerkzaam te maken;
- de mensen aan bepaalde dingen te herinneren
(omdat de mens vergeetachtig is).
- de methode van zelfstandig onderzoek
of ‘zelf' ontdekken. Waarbij de dubbele betekenis van ‘zelf’ ontdekken tot
uiting komt in het Qorânvers: 'Weldra zullen Wij hen Onze tekenen doen
begrijpen (door wat zij waarnemen) aan de verste horizonnen en in henzelf
(41:53)
Naast deze methoden is elke methode, die
goede resultaten oplevert geoorIoofd, zolang die niet in strijd is met de
islamitische uitgangspunten.
Zo is bijvoorbeeld het hard straffen van kleine
kinderen verboden, omdat men zo dreigt de Fitra (natuurlijke goede aanleg)
te vernietigen.
Enkele richtlijnen bij de opvoeding van kinderen:
1. Het benadrukken en stimuleren van het positieve
2. Het positief en opbouwend gebruiken van
‘straf en belonen’. De betekenis van straf en belonen dient in relatie gebracht
te worden met de verantwoordelijkheid van de mens. Vóóraf aan
de straf gaat de waarschuwing voordat het kind de foutieve handeling verricht
of na de verkeerde handeling. De beperking van strafmaatregelen moet worden
gezien in relatie tot een gewenste doel. Straf en belonen verliezen hun waarde
bij herhaalde toepassing. Vermijd het straffen omdat:
- deze gemakkehjk gebruikt kan worden door
de opvoeder om zijn persoonlijke onlust af te reageren;
- de straf doorgaans geen positieve gedragswijze
bijbrengt;
- de straf emotionele reactie bij bet kind
oproept;
- de straf het kind in een conflictsituatie
plaatst. Sla nooit een kind in het
gezicht!
Als er wordt beloond, dan dient het met oprechtheid
te geschieden. Qorân 3:148 ‘Daarom gaf Allah hun be!oning van deze wereld
en de schone beloning van een volgende en Allah heeft degenen die goed doen,
lief’.
3.4. De kennisbronnen
Kennis wordt op twee wijzen verkregen:
A. Kennis, verkregen via zintuigen en instrumenten
die daarbij behulpzaam zijn. Deze kennis wordt via het verstand tot regels
herleid. Het verstand vormt geen onbegrensde en oneindige macht om kennis
te vergaren. Door deze verstandsbegrenzing kan het verstand God nooit absoluut
kennen, wel kan door het leggen van de verbinding schepping-Schepper AIIahs
bestaan worden bevestigd.
B. Kennen, verkregen door het hart zonder middelen.
Volgens imam Ghazali komt aan deze vorm van kennis ook geen inspanning of
onderzoek te pas. De kennis verkregen door het hart kent twee vormen. De eerste
vorm is de weg van de Goddelijke openbaring en is voorbehouden aan de boodschappers
van God. De tweede vorm noemt men inspiratie. De mens weet niet waar het
vandaan komt en hoe het ontstaat. Deze kennis valt ten deel aan de heilige
en goede dienaren van Allah die zich inspannen en goede werken verrichten.
De volgende verstandelijke vermogens worden in de Oorân genoemd: het interpreteren; het overwegen, het bezinnen; het verkrijgen van inzicht; het overpeinzen; het herinneren; het theoretiseren; het analyseren; het waamemen; het begrijpen en het verkrijgen van wijsheid.
De verschillende denkprocessen kunnen
bestaan uit:
1. Het bevorderen van het zelf-kritisch denken
bij de leerlingen in plaats van apologetlsch denken. Dat wil zeggen dat als
er iets mis gaat de fout in de eerste plaats bij jezelf te zoeken en niet
bij anderen;
2. Het trainen van de leerlingen om holistisch
te denken in plaats van fragmentarisch. De Qorân onderscheidt in dit
verband tussen uiterlijke kennis, omvattende kennis en diepe kennis. Fragmentarisch
denken leidt tot uiterlijke kennis, deze geeft weer aanleiding tot argumenteren
en het over en weer ongeldig verklaren van elkaars argumenten. Zowel omvattende
als diepe kennis komen voort ult holistisch denken en leiden tot erkenning
(van de ware werkelijkheid). Diepe kennis Ieidt tot vast geloof (in de Werkelijkheid);
3. Het stimuleren van Ieerlingen om vernieuwend
in plaats van traditioneel (papegaai-achtig kritiekloos kopiëren van
gewoonten van voorouders enzovoorts) te denken. Hierin zit de opdracht om
de geheimen te onderzoeken van het univers, van de maatschappelijke banden
en de wetten die het bestaan van mensen, dieren, planten en mineralen regelen.
4. Het trainen van leerlingen om islamitisch
wetenschappelijk te denken en niet van veronderstellingen en wensgedachten
uit te gaan.
5. Het trainen van leerlingen om zowel sociaal
als individualistisch te denken. De Qorân en Soenna hebben de wederzijdse
zorg van de individu voor de groep en andersom als bindende voorwaarde gesteld
voor de ontwikkeling van een bloeiende gemeenschap. Een hele gemeenschap moet
dus een verandering wensen - het is niet voldoende dat één of
meerdere individuen dat willen. Qorân 13:11 God verandert de status
van een volk niet tot het zijn eigen status verandert’
6. Het stimuleren van het denkvermogen, het
begripsvormingsproces, het redeneren en het argumenteren.
7. Het overbrengen van (wereldse en spirituele)
kennis.
Een opmerking over de balans tussen !iefde voor- en gehoorzaamheid aan Allah. Hierover het volgende: In de Qorân zien we op vele plaatsen het evenwicht tussen Gods eindeloze Macht en Majesteit, en Zijn eindeloze Genade en Barmhartigheid, omschreven. Zeg: Alle lot komt Allah toe en vrede zij met Zijn uitverkoren dienaren. Is Allah beter of wat zij met Hem vereenzelvigen? Nee - wie is het die de hemelen en de aarde heeft geschapen, en levenschenkend water van de hemel doet neerdalen waarmee Hij tuinen van stralende schoonheid doet groeieri? Terwijl het niet binnen onze vermogens Iigt (ook maar een van) haar bomen te doen groeien! Zou er een goddelijke kracht naast Allah kunnen bestaan? Neen, zij (die zo denken) zijn een volk dat afdwaalt Nee - wie is het die de aarde tot een rustplaats heeft gemaakt, er rivieren in laat stromen, of hechte bergen op zette en een barrière tussen de twee oceanen plaatste? Zou er een goddelijke kracht naast Allah kunnen bestaan? Nee, de meesten van hen weten niet (wat ze zeggen). Nee -wie is het die de wanhopige verhoort wanneer die Hem aanroept, en het kwaad wegneemt (dat de wanhoop veroorzaakte) en u erfgenamen van de aarde maakte? Zou er een goddelijke kracht naast Allah kunnen bestaan? Hoe zelden denkt u zich dit in'! (27:59-62 en verder tot 65)
Een andere aanwijzing voor het evenwicht tussen wet en genade zien we in: aan wie behoort alles dat in de hemelen en op aarde is? Zeg: aan Allah, Die de wet van genade en barmhartigheid op Zich heeft genomen.... (6:12)
‘Kataba ‘alâ nafsihi’, Ietterlljk (God)
schreef Zichzelf voor, komt slechts tweemaal voor in de Qorân. In dit
vers en in vers 54 van hetzelfde hoofdstuk en in beide gevallen heeft het
betrekking op Zijn genade.
In 7:156 staat duidelijk: ‘Mijn Genade overschrijdt
alles’, waarmee het goddelijke genadeprincipe als veel omvattender dan het
goddelijke rechtsprincipe wordt geopenbaard. Dit wordt verder nog bevestigd
door de bekende overlevering waarin God, volgens de profeet, over Zichzelf
zegt: ‘Waarlijk, Mijn genade en barmhartigheid overvleugelt Mijn toorn' Twijfelen
aan Gods genade wordt sterk afgewezen: 'Zeg: O Mijn dienaren die tegen zichzelf
hebben gezondigd, wanhoopt niet aan de genade van Allah, voorzeker Allah vergeeft
werkelijk alle zonden. Hij is de Vergevensgezinde, de Genadevolle” (39:53)
Samenvatting ‘Hedendaags islamitisch onderwijs’
tilt Qiblah okt-dec 1984
Breng kinderen die zaken bij waar zij het meest
baat bij vinden in dit leven als in het leven in het hiernamaals. Help het
inzicht bij kinderen te verruimen in zowel innerlijke als uiterlijke facetten
van de religie. Bij de overdracht van praktische kennis van de islam dienen
methodes gebruikt te worden die plezierig zijn, waardoor de kinderen aangetrokken
worden tot de religie. Er is geen religie zo tolerant als de islam, daarom
dient bij de opvoeding van jonge kinderen de tolerantie nadrukkelijk te worden
toegepast opdat de kinderen het fijn kunnen vinden om hun religie te praktiseren.
Immers dwang in religie kan uiteindelijk tot afkeer leiden. Op school dienen
de kinderen zich vrij te voelen ter ontwikkeling van hun beste karaktereigenschappen.
De leerkrachten dienen voortdurend erop toe te zien dat zij slagen liefde
voor de islam te installeren in de jonge mensen die aan hun zorg zijn toevertrouwd.
Kinderen opvoeden met he oog op de toekomst waarbij voortdurend gezocht wordt
naar verbeterde Ieermethoden. Naast alle toegestane kennis kan ook de moderne
techniek aangewend worden bij de opvoedingstaak. Kinderen opvoeden met het
oog op de toekomst waarbij voortdurend gezocht wordt naar verbeterde leermethoden.
Met andere woorden er moet worden vooruit gelopen op de situaties waarmee
opgroeiende kinderen zullen worden geconfronteerd en hen voorbereiden om
op doordachte wljze met die wereld om te gaan. Een moslim moet zich ervan
bewust zijn dat hij in een grote wereld leeft, daarom moet de opvoeding veelzijdig
zijn opdat onze kinderen tot levendige en bewuste moslims kunnen opgroeien
In een samenIeving vol verIeidingen.
Voetnoot
Vanwege de interculturele situatie in de klas
zou naar ons inzicht een kolom kwaliteiten opgesomd kunnen worden die het
‘gelijkwaardigheids-gevoel versterken en het ‘waarheid in pachtsgevoel' relativeren.
Daar hebben trouwens moslims en christenen in dezelfde mate last van.
Hierbij denken wij aan:
Islam is geen etnische religie.
De islam staat niet voor het kweken van dogmatische,
onverantwoordelijke, irrationele zelfgenoegzame leerlingen.
Maar ook geen slaven van hun eigen driften,
lusten, passie, exploitatie; consumptief
gedrag en het aanbidden van macht en geld ten
koste van geestelijke groei.
Daarnaast dienen we er rekening mee te houden dat islamitische godsdienstonderwijs in een niet-moslimomgeving welhaast automatisch een dualistische levensvisie veroorzaakt (moslim-seculier/privé-openbaar) daarom is het bevestigen van het zelfbeeld van het moslimkind in it verband erg belangrijk. Dit kan onder andere tot uiing komen in het aanvaarden van bepaalde kleding, voedingsregels, gelegenheid voor gebed. naast het geven van islamitisch godsdienstonderwijs, waarin alleen de theorie wordt behandeld. (Zie ook: begin Soestermodel)
Terug naar het begin van de pagina
4.1. Inleiding
Op grond van het in het vorige hoofdstuk gepresenteerde pedagogisch concept zullen wij in dit hoofdstuk voorstellen doen over onderwerpen die in het Islamitisch godsdienstonderwijs aan bod kunnen komen en over leerdoelen die nagestreefd kunnen worden om een bijdrage te leveren aan de opvoeding van moslimkinderen. Deze opvoeding heeft als uiteindelijk doel te komen tot goede evenwichtige mensen (insaan saaIih) die een harmonieuze samenleving tot stand kunnen brengen (insaan mosallih).
Dat de bijdrage die het islamitisch godsdienstonderwijs hier aan kan leveren een bescheiden bijdrage zal zijn, mag niemand uit het oog verliezen. Islamitisch godsdienstonderwijs in de openbare basisschool beslaat slechts één of twee uren per week. Dit kan worden uitgebreid met Islamitisch onderricht In de moskee. Op de Islamitische basisscholen kan men meer uren aan godsdienstonderwijs besteden.
De godsdienstige mens leeft in relaties. In zijn leven spelen zowel de relatie met de Schepper, als de relaties met medemensen, als ook de relatie met zijn natuurlijke omgeving een belangrijke rol. Een en ander is in het volgende schema verduidelijkt.
God
geestelijke doelen
('abd)
natuur - morele doelen - Mens - morele doelen
- medemensen
(chaliefa)
sociale doelen
fysieke doelen
verstandelijke doelen
Een goede relatie met de Schepper (de mens als abd) wordt in het onderwijs nagestreefd door middel van geestelijke doelen.
Uit de relatie met de Schepper ontstaat tevens
een kader voor morele waarden, die de mens accepteert als leidraad voor zijn
relaties met de medemens en de natuur om hem heen. Morele doelen moeten worden
nagestreefd om er voor te zorgen dat de mens zijn functie van chaliefa op
de juiste wijze kan waarnemen. In hoeverre de mens voldoende kracht en macht
ontwikkelt om de functie van chaliefa tot een succes te maken heeft te maken
met zijn sociale, fysieke en verstandelijke vaardigheden.
Daarom moeten de sociale, fysieke en verstandelijke
doelen in relatie tot de morele doelen worden nagestreefd. Deze zijn niet
los van elkaar te zien. Sociaal functioneren bijvoorbeeld kan niet dan vanuit
de Islamitische moraal worden aangeleerd.
Hoewel dus in principe in de Islamitische
pedagogie alle kennis, inzichten en vaardigheden, die aan kinderen worden
onderwezen vanuit de Islamitische geloofsleer en ethiek onderwezen dienen
te worden, moet men constateren dat een dergelijke alomvattende Islamitische
opleiding in Nederland in de praktijk niet voorkomt. Ook de Islamitische
scholen zijn nog niet in staat deze opleiding te verzorgen. Toch vinden wij
dat het islamitisch godsdienstonderwijs er toe moet bijdragen dat de komende
generatie Moslims in Nederland de aansluiting bij hun godsdienst niet mist.
De kinderen dienen in het Islamitisch godsdienstonderwijs te leren dat wat
voor hen als de moslimvolwassenen van de toekomst van belang is. In de volgende
paragraaf zal worden omschreven waarom godsdienstonderwijs aan moslimleerlingen
gegeven wordt en wat de algemene doelen van dat onderwijs zijn.
4.2. Algemene doelen van het Islamitisch godsdienstonderwijs
in Nederland
Het is van belang te stellen waarom er godsdienstonderwijs aan moslim-kinderen gegeven dient te worden. Op grond daarvan kan men bepalen wat de kinderen in lessen geleerd moet worden. Tenslotte kan men ingaan op de manier waarop hen iets aangeleerd moet worden, het “hoe'.
1. Waarom dient er godsdienstonderwijs aan
moslimkinderen gegeven te worden?
a. Opdat kennis van belangrijke geloofspunten
aan de volgende generatie overgedragen wordt.
b. Opdat de kinderen leren dat Islam goed is
voor hen, hen iets te bieden heeft.
c. Opdat de kinderen later in staat zullen
zijn de bronnen te raadplegen en zo hun kennis op het gebied van de Islam
te vergroten.
2. Wat moeten de kinderen leren in het godsdienstonderwijs?
1. inzicht verwerven in de Islamitische geloofsleer,
de geloofspraktijk en de zedenleer (1 a.).
2. Een aantal Qorânsoera’s uit hun hoofd
leren (kennen) (1 a)
3. Morele Islamitische principes leren die
voor hen in West-Europa van belang zijn (1 b.).
4. Het Arabische schrift leren verklanken (1
c.)
5. Leren hoe regels uit Qorân en Soenna
worden herleid (1 b.).
** Gezien de beperkte tijd voor het godsdienstonderwijs op openbare scholen zal het niet mogelijk zijn de kinderen veel Qorân-soera’s uit hun hoofd te laten Ieren en het Arabische schrift te leren verklanken. Eventueel kan men een Qorân-soera uit het hoofd laten leren of arabische woorden zoals Allah en Mohammed (v.z.m.h.) in het Arabisch geschreven laten inkleuren.
3. Hoe leren de kinderen dit?
Er is nog weinig materiaal voorhanden in het
Nederlands. Ook ontbreken er aanwijzingen voor een goede didactiek en didactische
werkvormen voor dit godsdienstonderwijs. Wij volstaan daarom met een raamplan,
met enkele suggesties voor de didactische benadering, didactische werkvormen
en les/leermateriaal.
Terug naar het begin van de pagina
5. DIDACTISCHE DOELEN EN DIDACTISCHE BENADERING
In dit hoofdstuk zullen de in hoofdstuk 4 genoemde algemene doelen (zie par. 4.2) verder worden uitgewerkt. Per leeftijdscategorie (onderbouw, middenbouw en bovenbouw) worden de leerdoelen gespecificeerd (par. 5.1). Voorts zullen op grond van paragraaf 4.2 punt 3 (het 'hoe’) enige opmerkingen worden gemaakt over een nog te ontwikkelen Islamitische didactiek en over leermiddelenontwikkeling (par. 5.2).
5.1. De leerdoelen voor de verschillende leeftijdsgroepen worden steeds verdeeld over de onderwerpen:
- geloofsleer (aqieda)
- geloofspraktijk (figh)
- karaktervorming (achlaaq)
Deze onderwerpen omvatten de hoofddoelen van het onderwijs (zie punt 2.1 en 2.3 van paragraaf 4.2). Andere algemene doelen, die onder punt 2 van paragraaf 4.2 genoemd worden i.c. het leren van Qorân-soera’s, het verklanken van het Arabische schrift en het herleiden van regels uit Qorân en Soenna kunnen als subdoelen in de lessen onderwezen worden.
Aan de hand van het hoofdonderwerp van de les wordt bijvoorbeeld bepaald welke Qorân-soera’s of aya’s worden geleerd en welke regels in de les worden behandeld aan de hand van Qorân en Soenna.
1. aqieda (geloofsleer)
Leerdoelen voor de onderbouw (4-6 jaar)
A. Een eerste kennismaking met God (tauhied
= eenheid van God).
Aspecten:
- God is de Schepper
- God wil dat wij het goede doen, omdat dat
beter voor ons is
B. Eerste kennismaking met profeetschap/ profeten, ondermeer profeet Mohammed (v.z.m.h.).
C. Eerste kennismaking met het Arabisch,
de taal van de Qorân.
Aspecten:
- het leren kennen van woorden als Allah, Mohammed,
enz.
- beginnen met het reciteren van Qorân-soera’s
Leerdoelen voor de middenbouw (6-9 jaar)
(Er wordt voortgebouwd op wat de kinderen in
de onderbouw geleerd hebben)
A. Goddelijke eigenschappen
De eenheid Gods
- als Schepper (Tauhied)
- als Heer (Rabb)
- als Alwetende (‘Aliem)
- als Eeuwig levende (Hayy)
- als Almachtige (Qadir)
• als Hij, die doet wat Hij wil (Irâda)
B. Verdere kennismaking met de Profeten
C. Kennismaking met de geopenbaarde boeken
en
Kennismaking met de Soenna (overleveringen
over de profeet Mohammed
(v.z.m.h.)
D. Kennismaking met de Engelen/ leven na de dood
E. Uit het hoofd leren van soera 'a1-Fâtiha'
tot 'al-Qadr’, eventueel aan te vullen met
aya’s, die te maken hebben met het onderwerp
van de les.
Leerdoelen voor de bovenbouw (9-12 jaar)
Verdieping van de leerstof
A. De Qorân
het proces van de openbaring en de verzameling
van de tekst Ayât en Ahâdies:
Sahih Buchari over de eerste openbaring (vertaling
Muh. Assad)
De taal van de Qorân
Het verder verklanken van het Arabisch
Uit het hoofd leren van soera 'aI-Qadr' tot
'al-Alâ', eventueel aan te vullen met aya’s, die in de les behandeld
worden.
B. De Profeten
- wie zijn de profeten?
- wat hebben zij gemeen?
- waarom zijn zij gekomen?
- enz.
waarbij 'Ayât' en 'Ahadies' als referentiekader.
C. Goddelijke eigenschappen
De schone namen van Allah
Wij kiezen voor een bepaalde categorie, bijvoorbeeld:
Sifaat al-Djamâlie,
zoals
* al-Haliem (de Zachtmoedige)
* al-Saboer (de Duldende/Geduldige)
* al-Kariem (de Goede Gever)
* al Moeghnie (de Onafhankelijke/Zelfgenoegzame)
voorbeeld van verbintenis tussen
Imaan - lslaam - lhsaan
* ar-Raqieb (de Waker)
* as-Sjahied (de Alomaanwezige/Getuigende)
2. figh (geloofspraktijk)
Leerdoelen voor de onderbouw (4-6 jaar)
Een eerste kennismaking met de geloofspraktijk.
Aspecten:
A. aanbidding, smeekbede (doe a)
gebed (salât)
vasten (saum)
peigrimstocht naar Mekka (haddj)
B. feesten: offerfeest (ied al - adhaa)
einde van de maand Ramadân (ied al -
fitr)
C. hygiëne (tahâra)
wellevendheid: groeten
toestemming vragen (adâb al - isti’dzaan)
Leerdoelen voor de middenbouw (6-9 jaar)
Verdere kennismaking met de geloofspraktijk.
- de wassing (woedoe) bad (ghosl)
- het gebed/doe’a (salât)
- vrijwillige soenna-gebeden djomo’ah-gebed
- Vasten (Ramadân)
- Zakât
- Haddj
- feesten:
ledol - Fitr
ledol - Adhaa
led - Mauloed
Mi’raadj
Laylatol - Qadr
Laylatol - Baraa’
Eerste kennismaking met het Arabische alfabet: het leren verklanken van letters en woorden.
Leerdoelen voor de bovenbouw
A. tahara
Woedoe/Ghoesl/Tayammoem
In detail behandelen in verband met de naderende
puberteit.
Vervolgens reinheidsgedachte uitwerken in
HaIâl en Harâm-thema’s:
- reinheid van voedsel
- reinheid van kleding
- reinheid van sociaal leven, onderverdeeld
in:
- leeftijdsgenoten
- andere sexe
- ouderen/jongeren
- sexuele voorlichting
B. Uiterlijke en innerlijke betekenis van:
- salaat
- zakaat
Als economische 'ibâdah’, waarbij het
waarom, het waarover en de
voordelen voor de gemeenschap worden behandeld.
- saum (weer: 1.4)
- haddj
C. Persoonlijke aanbidding:
- ad - doe’a (smeekbede)
- ad - dzikr (Godsgedachtenis)
- auraad (dagelijks programma van persoonlijke
aanbidding)
An - Niyya (de intentie)
As - Saum (de vasten)
3. Achlaaq (karaktervorming)
Achlaaq (ethiek) en Adaab (etikette)
Leerdoelen voor de onderbouw (4-6 jaar)
Doen wat Allah wil.
Dus:
- goed, aardig zijn voor papa, mama, broertjes,
zusjes andere familie, kinderen op school, buren.
- samen delen
- eerlijk zijn
- armen, zwakken en zieken helpen
- goed zijn voor dieren en planten
- zorgen voor andermans spullen (speelgoed)
Leerdoelen voor de middenbouw (6-9 jaar)
- respect voor ouderen
- respect voor ouders
- respect voor buren, andersgelovigen, de gehele
schepping
- persoonlijke verantwoordelijkheid
- reinheid op straat, groeten
- etensmanieren
- eerlijkheid, vrijgevigheid, gastvrijheid
- bescheidenheid, nederigheid
Leerdoelen voor de bovenbouw (9-12 jaar)
A. amal en tawakkoel
Verbintenis geloof - handelen
Op Allah vertrouwen
B. sabr en sjoekr
Geduld, doorzettingsvermogen, verdraagzaamheid
Dankbaarheid tegenover God en mensen
C. chauf en radjaa Leven tussen hoop en vrees.
Volgens Omar: 'Als er een stem uit de hemel
kwam en zei: iedereen gaat naar het paradijs, behalve één!’
zou ik vrezen, dat ik die ene was en indien de stem zou zeggen: iedereen
gaat naar de hel, behalve één!’ zou ik hopen die ene te zijn’.
Binnen dit onderwerp kunnen ook de concepten
Nafs en Sjaitan worden behandeld.
at - Taqwaa
De profeet:
‘Doordrenk jezelf met Gods eigenschappen’
D. amâna, sidq en himma
d.w.z. verantwoordelijkheid, waarheidsgetrouwheid
en vastberadenheid en djohd d.w.z. inzet, inspanning en offervaardigheid
Steeds te verdelen over vier maal tien of
drie maal dertien schoolweken Gezamenlijke vaststelling van einddoelen voor
elke leeftijd:
Aqieda (geloofsleer), Fiqh (leefregels) en
Achlâq (karaktervorming).
Na elke periode evalueren op lmaan-lsiaam-lhsaan,
d.w.z. hebben wij de verbintenis geloof -handelen-karaktervorming kunnen
realiseren, al was het alleen maar cognitief.
5.2. Didactiek, didactische werkvormen en leermiddelen
Er is in Nederland nog geen Islamitische didactiek ontwikkeld. Wij zullen daarom in deze paragraaf volstaan met het geven van enkele opmerkingen bij de didactische benadering van het Islamitische godsdienstonderwijs. Er worden voorstellen gedaan voor didactische werkvormen en het ontwikkelen van lesmateriaal.
5.2.1. De didactische benadering van het
Islamitische godsdienstonderwijs
In het pedagogisch concept zijn een aantal
opvoedingsmethoden en richtlijnen ter sprake gebracht. Welke didactische
benadering, methodiek of werkvorm men kiest, hangt af van een aantal factoren:
5.2.1.1. het islamitisch perspectief
Een positieve benadering is belangrijk om de
fitra (aangeboren goede aanleg) niet te schaden.
5.2.1.2. het feit dat de kinderen opgroeien
in een westerse samenleving.
Op school zijn de kinderen gewend aan een kindgerichte
benadering, waarbij gebruik wordt gemaakt van een uitgebreid en gevarieerd
aanbod van aantrekkelijke audio-visuele leermiddelen.
Wanneer men in het Islamitische godsdienstonderwijs
uitgaat van een starre, klassikale, leerkracht- of leerstofgerichte benadering
en niet of weinig gebruik maakt van aantrekkelijke audio-visuele leermiddelen,
zal het kind zich (misschien?) niet erg aangetrokken voelen tot het Islamitisch
godsdienstonderwijs.
5.2.1.3. de pedagogische benadering thuis
Kinderen, die thuis een bepaald pedagogisch
klimaat gewend zijn, waarin hun mening niet belangrijk is, waar zij weinig
vrijheid hebben en hen weinig verantwoordelijkheidsgevoel wordt aangeleerd,
zullen zij de grenzen in een pedagogisch klimaat, dat gericht is op eigen
vrije keuzen, niet goed begrijpen en de indruk krijgen, dat er geen grenzen
zijn. Zij zullen dan opnieuw grenzen zoeken met alle gevolgen van dien.
5.2.1.4. de leeftijd van de kinderen
De Profeet (v.z.m.h) heeft gezegd dat men de
ontwikkeling van kinderen tot volwassenen in drie perioden kan verdelen:
1 - 7 jaar de periode van het spelen (la’b)
7 - 14 jaar de periode van gedisciplineerde
opvoeding (ta’dieb)
14 - 21 jaar de periode van begeleiding (istishaab)
De overgangen tussen de perioden zijn uiteraard
niet abrupt, maar geleidelijk. Ook in de ontwikkelingspsychologie worden aan
verschillende leeftijden verschillende kenmerken toegeschreven.
In ieder geval past niet zonder meer elke pedagogische
benadering bij elke leeftijdsgroep. Jonge kinderen moeten spelend leren. Zij
staan open voor de initiatieven van volwassenen, nemen kritiekloos aan en
volgen hun voorbeeld na Oudere kinderen (7 - 14 jaar) kunnen meer discipline
opbrengen. Van hen kan meer discipline gevraagd worden, maar zij uiten langzamerhand
meer kritiek op handelen en uitspraken van volwassenen. Na een bepaalde leeftijd
heeft het dan ook geen zin meer te trachten kinderen te dwingen. Zij gaan
zich een eigen mening vormen. Dit proces moet men zoveel mogelijk begeleiden.
5. De doelen die men wil bereiken, de
stof die men in dit kader wil aanbieden en de lestijd die men hieraan wil
besteden.
Een aantal doelen spelen een rol in elke les;
bijvoorbeeld:
het bijbrengen van tauhied (kennis van en geloof
in de enige ware God. Welke sfeer moet er in de lessen geschapen worden om
deze doelstellingen te bereiken? Welke algemene didactische benadering past
men toe of laat men na? Aan andere onderwerpen worden een of meer lessen besteed.
Sommige onderwerpen vragen om een sterk geleide instructie. Het aanleren
van rituele handelingen bijvoorbeeld. Weer andere onderwerpen vragen een
meer vrije instructie om discussie en het stellen van open vragen mogelijk
te maken. Het aanleren van een bepaalde moraal bijvoorbeeld. Nog weer andere
onderwerpen lenen zich voor verschillende benaderingen tegelijk. De leerkracht
kan hier zelf een keuze maken. Zoals bij het aanleren van het Arabische alfabet.
5.2.2. Didactische werkvormen
Bij het kiezen van didactische werkvormen moet
men uiteraard rekening houden met hetgeen hierboven onder het hoofd ‘didactische
benadering van het Islamitisch godsdienstonderwijs’ is genoemd. Hieronder
geven wij enige voorstellen voor didactische werkvormen bij het onderwijs
in respectievelijk onderbouw, middenbouw en bovenbouw.
Onderbouw
De lesinhouden worden geformeerd rond een verhaal
over een profeet of een symbolisch verhaal. Daarna tekenen, kleuren, knippen
en/of plakken de kinderen iets naar aanleiding van het verhaal. Liedjes uit
het hoofd leren en zingen of een toneelstukje is ook mogelijk.
Middenbouw
Dezelfde aangeboden werkvormen als in de onderbouw
worden toegepast voor het aanleren van de Goddelijke eigenschappen en het
profeetschap. Teksten uit Qorân en Soenna worden op het bord geschreven
en vertaald. De geloofspraktijk wordt systematisch behandeld. De leerkracht
behandelt een onderwerp, schrijft hierover een aantal punten op het bord.
De leerlingen schrijven hierover iets in hun schrift. Dit kan uit het hoofd
geleerd en overhoord worden.
De te leren Qorân-soera’s worden regel voor regel behandeld. Zij worden opgeschreven in het Arabische alfabet. Een aantal woorden worden verklaard. De kinderen kunnen eventueel met behulp van cassettebandjes de soera’s thuis uit het hoofd leren. De soera’s worden zo nu en dan in de les gereciteerd.
Het Arabische alfabet wordt niet eerder dan
in groep 4 aangeboden. De leerlingen weten dan wat een letter is en waar deze
voor staat. 5 tot 10 letters tegelijk. Het Nederlands equivalent wordt hierbij
genoemd.
Eerst worden alleen de losse lettervormen behandeld.
Daarna begin-, midden- en eindposities en tenslotte de lange en de korte klinkers.
Zodra de leerlingen het verklanken onder de
knie hebben worden de te leren Qorân-soera’s in het Arabisch op het
bord geschreven en door de kinderen overgeschreven.
Lessen over ethiek en etikette worden in
de verhalende vorm gegoten.
Naar aanleiding van het verhaal kan een kringgesprek
plaatsvinden. Ook kan er iets getekend worden, een liedje gezongen of een
toneelstukje gespeeld worden.
Bovenbouw
Dezelfde werkvormen als in de Middenbouw. Het
accent verschuift echter langzaam van het speelse (plakken, knippen, kleuren)
naar meer gedisciplineerd leren (opschrijven, uit het hoofd leren) en een
eigen inbreng van de kinderen (open kringgesprek).
Lesmateriaal
Lesmateriaal zal grotendeels nog ontwikkeld
moeten worden. Waar al enig materiaal in het Nederlands voorhanden is wordt
dit in het leerplan genoemd. Men zal echter zo spoedig mogelijk materiaal
moeten verzamelen, vertalen en eventueel nieuw moeten ontwikkelen om in de
behoefte van de godsdienstleraren in Nederland te kunnen voorzien.
Terug naar het begin van de pagina
6. PROGRAMMA ONDERBOUW: DE KLEINE MENS/ DE KLEINE MOSLIM
Verdeeld over twee leerjaren
PROGRAMMA-ONDERDELEN ONDERBOUW
PERIODE:
september - oktober
THEMATIEK:
Profetenverhalen: IBRAHIEM (v.z.m.h.)
DOELEN:
1 A, B en 2 A
(letter-cijfercombinaties corresponderen met
overzicht van algemene doelen)
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR
1e leerjaar: het verhaal over Ibrahiem als
jongen;
de polemiek over de afgoden
2e leerjaar: (herhaling)
KENNIS VAN DE QORÂN
1e leerjaar: Soera 21 vers 51 t/m 72 en Soera
6 vers 74 t/m 83
2e leerjaar: idem
BEGRIPPENKENNIS:
- God (Er is geen God
dan God)
- Profeet(schap)
- Afgod (erij)
- Smeekbede (do’a)
- Gebed (salaat)
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN VOOR LESMATERIAAL
- Lesboek Islamitisch Godsdienstonderwijs
samenstelling: R.A. Fris (uitgever S.P.I.O.R.)
- Islam for Children
deel 1, hoofdstuk 8
deel 2, hoofdstukken 2, 3 en 4
- The Stones of the Prophets,
Syed Ah Ashraf, vertaling Marjam Ajdid-Brouwer
PERIODE:
oktober - november
THEMATIEK:
Profetenverhalen: IBRAHIEM (v.z.m.h.)
DOELEN:
1 A, B, 2 A en 3 A
(letter-cijfercombinaties corresponderen met
overzicht van algemene doelen)
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR
1e leerjaar: Ibrahiem (v.z.m.h.) en Ismaiel
(v.z.m.h.)
herbouwen van de Ka’ba
2e leerjaar: (herhaling)
KENNIS VAN DE QORÂN
1e leerjaar: Soera 22 vers 22 t/m 33 en
2e leerjaar: idem
BEGRIPPENKENNIS:
- God (Er is geen God dan God)
- Prof eet(schap)
- Ka’ba
- Mekka
- Haddj
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN VOOR LESMATERIAAL
- Lesboek Islamitisch Godsdienstonderwijs samenstelling:
R.A. Fris (uitgever Spioz)
- Islam for Children
deel 1, hoofdstuk 8
deel 2, hoofdstuk 9
- Muslim Nursery Rhymes (Islamic Foundation)
- Love at Home, Khurram Murad (lslamic Foundation)
PERIODE:
november - december
THEMATIEK:
Profetenverhalen: MOHAMMED (v.z.m.h.)
DOELEN:
1 A, B en 3 A en C
(letter-cijfercombinaties corresponderen met
overzicht van algemene doelen)
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR
1e leerjaar: - de geboorte van Mohammed
(v.z.m.h.)
Mohammed (v.z.m.h.) als klein kind
2e leerjaar: - (herhaling)
- het plaatsen van de steen in de Ka’ba
KENNIS VAN DE OORÂN
1e leerjaar: Soera 94 vers 6 t/m 11 en
2e leerjaar: idem
BEGRIPPENKENNIS:
- Profeet - Ka’ba
- Geboorte - eerlijkheid
- Borstvoeding - Goedheid
- Vader/ moeder
- Wees
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN VOOR LESMATERIAAL
- Lesboek Islamitisch Godsdienstonderwijs
samenstelling: R.A. Fris (uitgever S.P.I.O.R.)
- Islam for Children,
deel 1, hoofdstuk 18
- A Great Friend of Children, M.S. Kayani (Islamic
Foundation)
- Love at Home, Khurram Murad (Islamic Foundation)
- Muslim Nursery Rhymes (Islamic Foundation)
PERIODE:
december - januari
THEMATIEK:
Profetenverhalen: IESA (Jezus, v.z.m.h.)
DOELEN:
1 A. B en 3 D
(letter-cijfercombinaties corresponderen met
overzicht van algemene doelen)
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR
1e leerjaar: - de geboorte van lesa (v.z.m.h.)
2e leerjaar: - het neerdalen van de tafel uit
de hemel
- de wonderen van lesa (v.z.m.h.)
KENNIS VAN DE QORÂN
1e leerjaar: Soera 19 vers t/m 34 en Soera
5 vers 111 t/m 115
2e leerjaar: idem
BEGRIPPENKENNIS:
- God
- Profeet(schap)
- (Al) macht
- Goed - slecht
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN VOOR LESMATERIAAL
- Islam for Children,
deel 1, hoofdstuk 17
deel 2, hoofdstuk 8
- The Stones of the Prophets, Syed Ali Ashraf
daaruit de profeet lesa (vertaling M.A. Brouwer)
PERIODE:
januari - februari
THEMATIEK:
Profetenverhalen: MOHAMMED (v.z.m.h.)
DOELEN:
1 A, B, 2 B, 3 A en C
(letter-cijfercombinaties corresponderen met
overzicht van algemene doelen)
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR
1e leerjaar: - de jeugd van Mohammed (v.z.m.h.)
zijn huwelijk met Chadiedja
2e leerjaar: - de openbaring
KENNIS VAN DE QORÂN
1e leerjaar: Soera 94 vers 6 t/m 11 en Soera
96 vers 1 t/m 5
2e leerjaar: idem
BEGRIPPENKENNIS:
- God - Eerlijk - oneerlijk
- Profeet(schap) - Huwelijk
- Openbaring - Chadiedja (v.a.)
- Qorân
- Heilig Boek
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN VOOR LESMATERIAAL
- The life of the Prophet Muhammed (v.z.m.h.)
Safa Khulusi, vertaling M.A. Brouwer
- Islam for Children,
deel 1, hoofdstuk 18
deel 2, hoofdstuk 3 en 4
- A Great Friend of Children, M.S. Kayani w.o.
Siera Nabawijja
PERIODE:
februari - maart
THEMATIEK:
Profetenverhalen: MOHAMMED (v.z.m.h.)
DOELEN:
1 A, B, 2 C, 3 A B, D en E
(letter-cijfercombinaties corresponderen met
overzicht van algemene doelen)
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR
1e leerjaar: - verhalen rond het vasten
2e leerjaar: - verhalen rond goed zijn voor
mensen en dieren
- verhalen over geven aan armen en behoeftigen
KENNIS VAN DE QORÂN
1e leerjaar: Soera 2 vers 183 t/m 185 en Soera
94 vers 6 t/m 11
2e leerjaar: idem
BEGRIPPENKENNIS:
- God - Afgeven
- Prof eet(schap) - Zorgen voor
- Vasten
- Goed en slecht
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN VOOR LESMATERIAAL
- The life of the Prophet Muhammed (v.z.m.h.)
Safa Khulusi, vertaling M.A. Brouwer
- Islam for Children,
deel 1, hoofdstuk 18
deel 2, hoofdstuk 5 - 7
- A Great Friend of Children, M.S. Kayani (Islamic
Foundation) w.o. Siera Nabawijja
- Love all Creatures, M.S. Kayani (lslamic
Foundation)
- Love your Brother, Love your Neighbour, K.
Murat (Islamic Foundation)
PERIODE:
maart - april
THEMATIEK:
Profetenverhalen: MOHAMMED (v.z.m.h.)
DOELEN:
1 A, B, 2 F, G en 3 B, C
(letter-cijfercombinaties corresponderen met
overzicht van algemene doelen)
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR
1e leerjaar: - verhalen over samen delen, eerlijk
zijn
2e leerjaar: - verhalen over hygiëne en
wellevendheid
KENNIS VAN DE QORÂN
1e leerjaar: Soera 5 vers 6 en Soera 2 vers
261 t/m 267
2e leerjaar: idem
BEGRIPPENKENNIS:
- God - Wellevendheid:
- Profeet(schap) groeten, toestemming
- Delen vragen
- Eerlijk en oneerlijk
- Reinheid
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN VOOR LESMATERIAAL
- The life of the Prophet Muhammed (v.z.m.h.)
- Islam for Children,
deel 1, hoofdstuk 18
deel 2, hoofdstuk 1
- A Great Friend of Children w.o. Siera Nabawijja
PERIODE:
april - mei
THEMATIEK:
Verhalen over
de Pelgrimstocht (Haddj)
DOELEN:
2 A, D, E
(letter-cijfercombinaties corresponderen met
overzicht van algemene doelen)
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR
1e leerjaar: - Haddj naar Mekka
2e leerjaar: - Het offerfeest
KENNIS VAN DE QORÂN
1e leerjaar: Soera 2 ver 158 en Soera 3 vers
96/97
2e leerjaar: idem
BEGRIPPENKENNIS:
- Haddj (peigrimstocht)
- Haaddji (pelgrim)
- Mekka
-
Offeren
- Geven
-
Smeekbede (do’a)
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN VOOR LESMATERIAAL
- Islam for Children,
deel 1, hoofdstuk 18
deel 2, hoofdstuk 9
- Siera Nabawijja
OVERZICHT ISLAMITISCH LESMATERIAAL, SAMENGESTELD DOOR ISLAMITISCHE WERKGROEP AL-GHAZALI
Onderbouw
Waar de rechte weg’. Maalik Ba. A. Mahyuddin
Syaf
Titels van de kleine verhaaltjes:
Vroeg opstaan
De morgen
Bismillah
Naar school
AIIah is barmhartig en genadig
De Sjahâda
Nabi Mohammed de boodschapper van Allah
Nabi Mohammed, vrede zij met hem
Qorân lezen
De regen
Sjarif helpt vader
Vuilnis
Water
De aalmoes
Vertaling van Mevr. Tjen-A-Kwoei
‘Islam for younger people’. Ghulam Sarwar
The Muslim Educational Trust
Titels van de lesjes:
Allah
Allah is overal
Islam en Moslim
Zorg voor ouders
Iman
Engelen
Boeken van Allah
Leven na de dood
De dag des oordeels
Vertaling van Marjam-Ajdid-Brouwer
‘Islam für Kinder’. Achmad von Denffer
(gedeelte van het boek vertaald) vertaling Souâd Kabbaj- van Domburg
Het vasten
Geschichten für Muslimische Kinder
Arbeitsgruppe lslamische Erziehung
‘Vasten in Ramadaan’
'Zakât’
vertaling Latifa Weitjens
Arabische Prentenboeken te bestellen bij:
Uitg. Sharif Amin.
Weena 19C
3013 CB Rotterdam
Tel.: 010-4134656
De Profeet Soelaymân en Hoed Hoed
De Olifant van Abrahah
Yoenoes in de walvis
De prullenbak
vertaling Rafiq Ahmad Fris
Arabische kleurboekjes
Hadjj
Ramadân
Allah is de schepper
Terug naar het begin van de pagina
7. PROGRAMMA MIDDENBOUW
Verdeeld over drie leerjaren
PROGRAMMA-ONDERDELEN MIDDENBOUW
PERIODE:
augustus
THEMATIEK:
de Schepping - het verhaal over Adam (v.z.m.h.)
DOELEN:
- 1A, 2B, 3A
- 1A, 2B, 3A
- 1A, 2B, 3C
(letter-cijfercombinaties corresponderen met
overzicht van algemene doelen)
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR
1e leerjaar: (3-4 lessen)
- het verhaal/respect voor ouders
- eenheid van God als Schepper
is Allah in de hemel?
2e leerjaar: (3-4) lessen
- Allah’s scheppings bracht (verdieping)
waarde van gebed, doe’a
3e leerjaar: (3-4 lessen)
- Kalimah Tauhied: Lâ ilâha illallâh
- persoonlijke verantwoordelijkheid
KENNIS VAN QORAN
1e leerjaar: - Soera 'Al Fâtiha’
2e leerjaar: - Soera 'An Naas’
3e leerjaar: - Soera 'Al Ichlaas’
BEGRIPPENKENNIS:
- Imaan/Mo’min
- Tauhied
- Châliq ('naam van God met hoofdletter')
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN VOOR LESMATERIAAL:
- zie ‘Ittihad’ en ‘S.P.I.O.R.’
- Qorân 44,39; 2,30-39; 40,58; 71,15;
65,12; 7,55; 10,4; 34,5; 22,48; 70,4
- zie ook ‘Bijbel, Qorân en Wetenschap’,
dr. M. Bucaille
- Islam for Children, Ahmad von Denffer, deel
1 hoofdstuk 4 (lslamic Foundation)
- Love your God, Khurram Murad (Islamic Foundation)
PERIODE:
september
THEMATIEK:
- het verhaal over Noach (Noeh) (v.z.m.h.)
- herhaling verhaal over Ibrahim (v.z.m.h.)
- begin van levensverhaal over Mohammed
DOELEN:
- 1A,B,C en 3B
(letter-cijfercombinaties corresponderen met
overzicht van algemene doelen)
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR
1e leerjaar: (4 lessen)
- God als Heer (Rabb)
- genade, barmhartigheid (rahma)
andere profeten (als Mohammed)
2e leerjaar: (4 lessen)
- Allah’s weldaden zijn onuitputtelijk
de profeten en boodschappers
3e leerjaar: (4 lessen)
- La ilâha illallâh
- Mohammed ar-rasoellallah
- het Profeetschap
KENNIS VAN QORÂN
1e leerjaar: - Soera 'Al Falaq’
2e leerjaar: - Soera 'Al Masad’
3e leerjaar: - Soera 'An Nasr/Kâfiroen’
BEGRIPPENKENNIS:
- Dien
- Risâla
- Rabb (rabboeiyya)
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN VOOR LESMATERIAAL:
- kleurboekje van SAFIR
- verhaal over Noach (Noeh) S.P.I.O.R. - uitgave
- Family life in Islam, Khurshid Ahmad: onderzoek
der schepping
- Islam for Children, Ahmad von Denffer, hoofdstuk
5 (Islamic Foundation)
- Love all creatures, M.S. Kayani (Islamic
Foundation)
- Love your brother, love your neighbour, Khurram
Murad (Islamic Foundation)
PERIODE:
oktober
THEMATIEK:
- God als alwetende (c Atiem)
- Mauloed
DOELEN:
- 1A,B,C
(letter-cijfercombinaties corresponderen met
overzicht van algemene doelen)
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR
1e leerjaar: - de familie van de Profeet Mohammed
(v.z.m.h.)
2e leerjaar: - de geboorte van de Profeet Mohammed
(v.z.m,h.)
3e leerjaar: - begin van de openbaring (Qorân)
aan Profeet Mohammed (v.z.m.h.)
KENNIS VAN OORÂN
1e leerjaar: - Soera 'An-Naas’
2e leerjaar: - Soera 'Al-Ichiaas’
3e leerjaar: - Soera 'At-Tauba’, ayat 128 Ayat
voor 'hasbi allâh’
BEGRIPPENKENNIS:
- Nabiy (naboewwa)
- Rasoel
- Soenna
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN VOOR LESMATERIAAL:
- A Great Friend of children, M.S. Kayani (Islamic
Foundation)
- Marvellous stones from the life of Muhammed,
M.A. Tarantino (Islamic Foundation)
- Geboorte en jeugd, uit ‘Die Botschaft und
der Gesandte’ van Sidi Moussa (vertaling O. de Munck)
- ‘Islam de rechte weg’- mevr. Tjenakoei
- Westhill ‘Belief in Mohammed’, pag. 24-27
‘A supreme example’, pag. 40-42
- Foundations ‘The Life, Traditions and Sayings
of the Prophet, pag. 64 e.v.
- Soestermodel: UE 5b. ‘Wir lernen Hz. Muhammad
kennen’
- Belgisch model: lessen 9, 12, 13, 14, 15,
16, 17.
- Turkse cat.: ‘Onze verheven Profeet Mohammed’,
deel 1, pag. 24-26
PERIODE:
november
THEMATIEK:
- God als eeuwiglevende (Hayy)
- (Mi Craadj)
DOELEN:
- 1A,B,CenD
(letter-cijfercombinaties corresponderen met
overzicht van algemene doelen)
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR
1e leerjaar: - de Engelen
2e leerjaar: - de Qorân (begin van de
openbaring van Mohammed)
3e leerjaar: - leven na de dood
KENNIS VAN QORÂN
1e leerjaar: Soera 'Al Ichlaas’
2e leerjaar: Soera 'Al Kausar’
3e leerjaar: Soera 'Al Alaq’ (Ayatol-Koersie)
96, v.i: 'iqra bismirabbika
Soera 'Al Baqara’, a. 255
BEGRIPPENKENNIS:
- Soera en aya
- qara’a/wahyi
- (llâhi)
- (Moqaddas)
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN VOOR LESMATERIAAL:
- Islam for Children, hoofdstuk 3 (Islamic
Foundation)
‘Ik geloof in de engelen van Allah’:
- Westhill ‘Angels’, pag. 17, 18.
- Foundations ‘The Angels’, pag. 324 e.v.
PERIODE:
december
THEMATIEK:
het verhaal over Jezus (Iesa) v.z.m.h.
God als Almachtige (Qâdir)
DOELEN:
- 1A,B en 3B
(letter-cijfercombinaties corresponderen met
overzicht van algemene doelen)
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR
1e leerjaar: - de Djinn, Iblies/Satan
2e leerjaar: - de Bijbel, Oude en Nieuwe testament
(Thora en Indjiel)
3e leerjaar: - respekt voor andersgelovigen
KENNIS VAN QORÂN
1e leerjaar: - Soera 'An Naas’
Soera 'Al Falaq’ (herhalen)
2e leerjaar: - Soera 'Al Kâfiroen
3e leerjaar: - Soera 'Al Ma oen’
BEGRIPPENKENNIS:
- lllâhi
- Moqaddas
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN VOOR LESMATERIAAL:
- S.P.I.O.R. - uitgaven
- Islam for Children I, 17 (lslamic Foundation)
PERIODE:
januari
THEMATIEK:
- God als Hij die doet wat Hij wil (lrâda)
- afsluiting ‘Siera’
DOELEN:
- 1A, B en 3C
(letter-cijfercombinaties corresponderen met
overzicht van algemene doelen)
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR
1e leerjaar: - enkele flitsen uit het levensverhaal
Profeet Mohammed (v.z.m.h.)
persoonlijke verantwoordelijkheid
2e leerjaar: - verdere verhalen over de Profeet
Mohammed
- persoonlijke verantwoordelijkheid
3e leerjaar: - Medina- periode in het leven
van de Profeet Mohammed
KENNIS VAN QORÂN
1e leerjaar: - Soera 'Al Kausar’
2e leerjaar: - Soera 'l Asr’
3e leerjaar: - Soera 'l Fiel’/AlQoraisj
BEGRIPPENKENNIS:
- lrâda, Niyya
ACHTERGRONDINFORMATIE/ RONNEN VOOR LESMATERIAAL:
- S.P.l.O.R.- uitgaven
- A Great Friend of Children (Islamic Foundation)
- ‘An - Nisa’ - blaadje
- boekje van Djennah Ruhuputty
- ‘Islam, de rechte weg’, vertaling mevr. Tennakoei
- de mooiste verhalen uit het leven van Mohammed,
vertaling O. de Munck
- Islam for Children, 1, 18 (Islamic Foundation)
- Westhill ‘Belief in Mohammed’, pag. 24-27
A supreme example’, pag. 40-42
- Foundations ‘The Life, Traditions an Sayings
of the Prophet’, pag. 64 ev.
Soestermodel: UE 5b. ‘Wir lernen Hz. Muhammad
kennen’
UE 11. ‘Hz. Muhammad, der Gesandte
Allahs’
- Belgisch model: lessen 9, 12, 13, 14, 15,
16, 17
- Turkse cat.: ‘Onze verheven Profeet Mohammad’,
deel 1, pag. 24-26
PERIODE:
februari
THEMATIEK:
de Boeken
DOELEN:
- lC en 3B
(letter-cijfercombinaties corresponderen met
overzicht van algemene doelen)
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR
1e leerjaar: - kennismaking met de Qorân
het eerbiedswaardige
boek en andere goddelijke boeken (openbaring-idem)
2e leerjaar: - wat staat er in de Qorân
over andere boeken?
3e leerjaar: - het Boek en ons dagelijks leven
KENNIS VAN QORÂN
1e leerjaar: - Soera 'Al Kâfiroen’
2e leerjaar: - Soera 'Al Macoen’
3e leerjaar: - Soera 'Al~Homaza’/AlcAsr'
BEGRIPPENKENNIS:
- Kotob/Rosol
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN VOOR LESMATERIAAL:
- Thora - stukje van Djennah R. en vertaling
van ‘Islam for younger people’ van G. Sarwar, Qorân: ‘AI-lsraa’, 2
- Talmoed - Qorân: ‘An-Nisaa’, 163
- Indjiel - Qorân: 'aI-Mâ’ida’,
46
- Qorân - 'Introducing Islam to Children’,
Maudoedi, 'Riyâdos-Sâlihien’, h. 17, hadies van A.H. over laatste
ayats van soera 'Al-Baqara’
- Islam for Children, hoofdstuk 2 (lslamic
Foundation)
- Westhill 'Revealed books’, pag. 18-22
- Foundations: 'The Quran as the Foundation
of Islamic Spirituality’, pag. 3 e.v.
'The Spititual Significance of the Quran’,
pag. 11 e.v.
- Soestermodel: UE 5a. ‘Wir lernen den Koran
kennen’
- Belgisch model: lessen 18, 19, 20
Turkse cat.: ‘Het geloof in de boeken’, deel
1, pag. 20-22.
PERIODE:
maart
THEMATIEK:
de Soenna/Eenheid
DOELEN:
- 1C, 2A, 2B en 3D
(letter-cijfercombinaties corresponderen met
overzicht van algemene doelen)
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR
1e leerjaar: - reinheid op straat/in het leven
van alledag
- groeten
2e leerjaar: - kleine wassing (woedôe)
de grote wassing (ghosl)
3e leerjaar: - de Soenna
KENNIS VAN QORÂN
1e leerjaar: - Soera 'Al Masad’
2e leerjaar: - Soera 'Al Fiel’
3e leerjaar: - Soera 'Al Takâsor’
- Soera 'Al Qârica'
BEGRIPPENKENNIS:
- Soenna/ Tahâra
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN VOOR LESMATERIAAL:
- het begrip ‘Soenna’: ‘R-s-S’ hoofdstuk 16
hadies van Orba ibn Sariya
Qorân:
Al-Hâsjia, 7
Al-Imraan, 31
Al-Ahzaab, 21
- het begrip ‘Woedoe: hadies 185 (vertaling
A. v. Bommel) Islam, Beliefs and Teachings, Sarwar
- het begrip ‘Ghosl’: hadiet 99 en 210
- het begrip’ Reinheid’: Qorân 4, 43;
5, 6; 24, 21
- zie ook ‘Islam for Children’, hoofdstuk II,
1 en III, 1
ZUIVERHEID VAN BUITEN EN VAN BUITEN
1. Achtergrondinformatie
a. Westhill: ‘Meaning of lhsan’, pag. 30-33.
b. Foundations: ‘Man’, pag. 358 e.v.
Soestermodel: UE 4. ‘Sauberkeit gehört
zum glauben’.
UE 15. ‘Allah liebt die Reinen’.
Belgisch model: tweede jaar b.: ‘Van de Reiniging’.
Turkse cat.: ‘Water’, deel 2, pag. 37-38.
‘Wudu (enz.), deel 2, pag. 41-50.
Zie ook bij deel 3 Ethiek.
PERIODE:
april
THEMATIEK:
het standaardgebed (de Salât) + vrijwillige
en Soenna gebeden
DOELEN:
- 2B
(letter-cijfercombinaties corresponderen met
overzicht van algemene doelen)
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR
1e leerjaar: - gebed (Salaat en doeca)
2e leerjaar: - vrijwillige en Soenna gebeden
3e leerjaar: - het djomoca.gebed
KENNIS VAN QORÂN
le leerjaar: - Soera 'Al Mâcôen'
2e leerjaar: - Soera 'Al Qoraisj’
3e leerjaar: - Soera 'Al Fâtir’, a 18
- Soera 'Al-Adiyaat’
- Soera 'Az-Zalzala’
BEGRIPPENKENNIS:
- Salaat/Djomoca
ACHTERGRONDINFORMATIE BRONNEN VOOR LESMATERIAAL:
- het begrip ‘Salât’: hadies 187 R.s.S.
- ‘Soenna gebeden’: Islam for Younger People:
Vrijwillige en Soenna gebeden
hadies 195 en 204
Qorân: Fatir, 18
- zie ook Islam for Children, deel II hoofdstuk
3 en 4 (lslamic Foundation), deel III hoofdstuk 4 en 6
HET GEBED
1. Achtergrondinformatie
a Westhill: 'Salât’, pag. 5-8
'Friday congregational prayer’, pag. 50-51.
b. Foundations: ‘The inner meaning of Islamic
Rites’, pag. 111 e.v. ‘The spiritual dimension of prayer’, pag. 131 e.v.
Soestermodel: UE 6. ‘Die Moschee - unser Gebetshaus’
UE 10. ‘Unser Gebet’.
- Belgisch model: les 39 as-salât
- Turkse cat.: ‘Ibâdat’, deel 2, pag.
36
‘Gebeden en voorschriften’, deel 2, pag. 52-76.
PERIODE:
mei
THEMATIEK:
Vasten (Ramadân en Zakaat)
DOELEN:
- 2C,D en 3E,F
(letter-cijfercombinaties corresponderen met
overzicht van algemene doelen)
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR
1e leerjaar: - de vijf pilaren
2e leerjaar: - vasten (Ramadân)
- etensmanieren
3e leerjaar: - innerlijke reinheid (Zakaat)
- eerlijkheid, vrijgevigheid
KENNIS VAN QORÂN
1e leerjaar: - Soera 'Al Fiel’
2e leerjaar: - Soera 'Al-Homasa’
3e leerjaar: - Soera 'AI-Qadr’
- Soera 'Al-Bayyina’
BEGRIPPENKENNIS:
- lslâm - Salât - Saum - Oemma
- Sjahâda - Zakaat - Hadjj
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN VOOR LESMATERIAAL:
De vijf zuilen van de Islam
- Westhill: ‘The five pillars’, pag. 2-12
- Foundations: ‘The inner meaning of the lslamic
Rites’, pag. 111 e.v.
- Soestermodel: UE
16. ‘Ihr Glâubigen, euch ist vorgeschrieben zu fasten’
UE 17. ‘Pilgerfahrt’
UE 23. ‘Die fünf Sâulen des Islam’
- Belgisch model: eerste jaar b.: voorstelling
van de vijf pijlers’
- Turkse cat.: 'De vijf zuilen van de Islam’,
deel 2 pag. 31
- Vasten: zie 'Islam für Kinder’ (Arbeitsgruppe
Islamische Erziehung), ‘Geschichte für Muslimische Kinder’ over ‘Zakaat’
en ‘Ramadan’, vertaald voor de bovenbouw door Souad van Domburg (El-Ghazali
i.b.s.)
- Zakaat: innerlijke reinheid, hadies 37, 60/61
R.s.-S. Qorân 2, 272/273; 92, 8/11, 18
- verdere gedragsregels (Achlaaq): i.v.m. Zakaat
- Vrijgevigheid, Gastvrijheid, ook Bescheidenheid, Nederigheid, zie ook hoofdstuk
57/59 en 71, R.s.-S.; Oprechtheid, h. 1, R.s.-S.
zie ook ‘Islam for Children’, deel II, hoofdstuk
5 t/m 8.
PERIODE:
juni
THEMATIEK:
Haddj en Feesten
DOELEN:
- 2E.F en 3F, G
(letter-cijfercombinaties corresponderen met
overzicht van algemene doelen)
VERSPREID OVER DE LEERJAREN
- Haddj
- Feesten
* ledol-Fitr
* ledol-Adhaa
* led Mauloed
* Miraadj
* Laylatol-Qadr
* Laylatol-Baraa’
Ook gespreid over het jaar al naar gelang de
gelegenheid.
KENNIS VAN QORÂN
1e leerjaar: - Soera 'Al-Qoraisj’, + herhalingen
2e leerjaar: - vanaf Soera 'Al Qadr’
3e leerjaar: - vanaf Soera 'Al Asr’
BEGRIPPENKENNIS:
- Haddj/ cled
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN VOOR LESMATERIAAL:
- Westhill: ‘lslamic festivals’, pag. 52-55
- Soestermodel: UE 3. ‘Wir feiern Feste’
- Belgisch model: vierde jaar b.: ‘Het gebed
van de twee feesten’
- Turkse cat. : 'Gebeden op feestdagen’, deel
2, pag. 78-80
'Gezegende dagen en nachten’,
deel 2, pag. 84
- Zam-Zam, der wunderbare Brunnen’, Sidi Moussa
(M. Rassoul Verlag)
- 'Abd Al Muttalib and the Well of Zam-Zam’,
uit ‘Marvellous Stones from the life of Muhammed’ (Islamic Foundations)
zie ook deel II, hoofdstuk 9 in Islam for Children.
OVERZICHT ISLAMITISCH LESMATERIAAL, SAMENGESTELD DOOR ISLAMITISCHE WERKGROEP AL-GHAZALLI
Middenbouw
Arabisch lesboekje te bestellen bij:
Uitg. Sharif Amin
Weena 19c
3013 CB Rotterdam
Tel.: 010-4134656
Al Muslim assaghier. Mij. Safier ‘Een boek voor de kleine moslim’ vertaling Nourdine Aouari
Arabische verhaaltjes:
‘De redding van de boot’
‘De beloning van de vrek’ vertaling Rafiq Ahmad
Fris
‘Zam Zam’ Soumia Sidi Moussa
vertaling Marjam Ajdid-Brouwer
The Muslim childeren’s Library
The Islamic foundation. Khurram Murad
Titels van de boekjes:
'Love all creatures’ vertaling Mevr. Tjen-A-Kwoei
'Love your brother love your neighbour’
'Love at home’
'A great friend of children’
'Assalamoe alaikoem’ vertaling Marjam Ajdid-Brouwer
The stones of the Prophets’. Syed All Ashraf
titels van de verhalen:
'De eerste mens op aarde’
'Habil en Qabil’
'Nuh en de zondvloed’
'De profeet Hoed’
'De profeet Salih’
'De profeet Ibrahiem’
'De profeet Yoesoef’
'De profeet Sjacaib’
'De profeet Ayyoeb’
'De profeet Yoenes’
'De profeet Loet’
'De profeet Dawoed’
'De profeet Soelayman’
'De profeet Isa’
Vrede zij met hen allen. vertaling van Marjam
Ajdid-Brouwer
The life off the Prophet Muhammad’. (vzmH)
Safa Khulusi
vertaling van Marjam Ajdid-Brouwer
Tauhied.: Iman, Allah, de Engelen.
Achlaaq.: Samenleving, familie, spreken, eten,
geduld enz.
De zuilen van de Islam
Samengesteld door Djennah Rafioeddin
Terug naar het begin van de pagina
8. PROGRAMMA BOVENBOUW
Verdeeld over drie leerjaren
PROGRAMMA-ONDERDELEN BOVENBOUW
PERIODE:
september - oktober (steeds perioden van 5
lesweken)
THEMATIEK:
1. Het geloof in Allah als ... (zie kwaliteiten
van AIlah)
DOELEN:
Hoofddoel: bij alle thematieken wordt de ‘bodemlijn’
gevormd door de te
verwezenlijken harmonie tussen 'At-Taqwâ
(godsvrees, godsbewustzijn) en 'AtTa’allof’ (sociale integratie). Het een
mag nooit ten koste van het ander!
Subdoelen: (1C en 3C)
DEELONDERWERPEN ALGEMEEN:
Ieder leerjaar vijf lessen met ‘highlight-systeem’
d.w.z. ieder leerjaar krijgt 1 onderwerp de nadruk maar worden de andere
twee ook in één les behandeld:
le leerjaar 3-1-1
2e leerjaar 1-3-1
3e leerjaar 1-1-3
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR:
Groep 6 1. De schone en majesteitelijke kwaliteiten
van Allah (1C) die zijn verbonden aan hoop en vrees (3C)
Groep 7 2. Onze verhouding tot (relatie met)
Allah
ontzag, respekt, bewustzijn (zie: Annink, leerjaar
2)
Groep 8 3. Inkeer, bekering, ommekeer (Tauba)
leren inzien van eigen fouten, het betreuren
ervan, besluiten het niet meer te doen; herstellen.
(tussen haakjes zijn de nummers van het papier met algemene doelen aangegeven)
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN:
De 99 schone namen van Allah, van dr. Sharib.
(Waarbij de rubriek ‘Gebruik’
van elke bladzijde wordt weggelaten)
Uitg. Laatste Kwartier
Ninety Nine Names of Allah, by Muhammad Iqbal
Siddiqi, Kazi Publications
Lahore, Pakistan, 1987.
PERIODE:
oktober - november (steeds perioden van 5 lesweken)
THEMATIEK:
II. Kennis van de Qorân
DOELEN:
Hoofddoel: zie: Thematiek 1
Subdoelen: 1A
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR:
Groep 6 1. Taal en goede eigenschappen van
de Arabieren van vóór de Islam + het geografisch gebied (van
ontstaan) (1.1.)
Groep 7 2. Eerste openbaringen en oorzaken
van openbaring Wisselwerking van gebeurtenissen in de samenleving en de openbaring
van de belangrijkste levensprincipes van de Islam: éénheid
van God; gerechtigheid; gelijkheid (1.1.)
Groep 8 3. Verzameling en rangschikking van
de Qorântekst
a. Tijdens het leven van de profeet Mohammed
b. Door Aboe Bakr
c. Definitieve versie op schrift door Osman
ibn Affân
d. Hedendaagse inspanningen verspreiding, vertaling
en behoud van de Qorân
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN:
Bronnen door moslim auteurs:
‘Ulum al’Qur’ân, an introduction to the
Sciences of the Qur’ân, by Ahmad von Denffer, The Islamic foundation,
1983, Leicester, U.K
voorwoord van de Qorânvertaling door
Muhammad All, vertaald door Soedewo
Bronnen door niet-moslim auteurs:
Het Arabisch: Norm en realiteit, door A. Schippers
en K Versteegh, Coutinho,
Muiderberg, 1987
De Qorân verstaan, door A. Wessels, Uitg.
J.H. Kok, Kampen, 1986
Inleiding tot de Qorân, door w. Montgomery
Watt, Uitg. De Ploeg, Utrecht
The Collection of the Qur’ân, by John
Burton, cambridge University Press,
Cambridge, 1977
PERIODE:
december - januari
THEMATIEK:
III. Biografie van de profeet Mohammed
DOELEN:
Hoofddoel: zie: Thematiek 1 + Algemene doelen
1 B
Subdoelen: (3B en 3D)
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR:
Groep 6 1. De profeet in Mekka (1.2b)
Stapsgewijze prediking, vervolging, volharding (3B)
Karaktereigenschappen van de profeet (3D)
Groep 7 2. Medina: Staat en Strijd
Zelfde eigenschappen in andere omstandigheden (38 en 3D)
Groep 8 3. Aam al-Wofoed (Jaar van de delegaties);
Relaties moslims en niet-moslims
Afscheidsbedevaart
en preek:
volledige tekst
behandelen: mensenrechten en gelijkwardigheid
man en vrouw
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN:
Biografieën van Muhammad
- Een korte biografie van Mohammad, Qiblah
1981
Mohammad, door Maxime Rodinson, zeer gedeeltelijk
bruikbaar
- Ibn Ishaq, het leven van Mohammad, Meulenhof,
de Oosterse bibliotheek alleen zonder het cursief gedrukte commentaar van
de vertaler bruikbaar
- A. Guillaume, The life of Muhammad, A translation
of ibn lshaq’s Sirat Rasul Allah, Oxford, 1955
- The life of Muhammad, Abdul Hammeed Siddiqui,
(Islamic Publications Ltd. 1 3-e, Shah A’lam Market, Lahore, 1969
- Muhammad, the holy prophet, Hafiz Ghulam
Sarwar, Sh. Muhammad Ashraf, Kashmiri Bazar, Lahore, 1961
- Sirat-un-Nabi, The life of the Prophet, ‘Allama
Shibli
Nu’mâni Rendered into English by M. Tayyib
Bakhsh Budayûni
Kazi Publications, 121 - Zulqarnain Chambers,
Canpat Road, Lahore, 1979
- The life of Muhammad, Muhammad Husayn Haykal,
translated from the 8th Edition by lsm’il Ragi A. al-Faruqi, North American
Trust Publications 1976
- Muhammad, the Benefactor of Humanity, Naeem
Siddiqi, Islamic Publications Ltd. 1 3-E, Shahalam Market, Lahore, 1974
- The life of the Prophet, Sarwat Saulat, Islamic
Publications Ltd. 13-E, Shahalam Market, Lahore, 1976
- Muhammad, A biography, Essad Bey, translated
by Helmut L Ripperger, Longmans, Green and Go., New York-Toronto 1936
- lbn Sa’ds 'Kitab al-Tabaqat al-Kabir’, Vol
1 & II Englich Translation by S. Moin ul-Haq, Pakistan Historical Society
- The life of Muhammad, E. Dinet and Sliman
ben Ibrahim, Taj Cy. Ltd. P.O. Box 530, Karachi
- Andere vertaling van: Allama Shiblis 'Sirat
al-Nabi’, Vol. 1, translated by fazlur Rahman, Pakistan Historical Society,
Volume II, translated by Sibtain Ahmad, PubI. Jamiyat uI-Falah, Shahrah e-Liaquat,
Saddar, Karachi (geen datum)
Beknopte biografieën
- The Meccan Crucible, Zakaria Bashier, Fosis,
38 Mapesbury Road, London NW2, 1978
- The life of the Prophet Muhammad, 'Abd al-Rahman
Azzâm’, Islamic council of Europe, London, 1975
- Muhammad, in prophecy and tact, M.A. Rahim,
printed for Jamiat Dawah Islamia, Tripoli Libya, by Begum Aisha Bawany Wakf,
P.O. Box 4178, Karachi, Pakistan
- Holy Prophet and His four Caliphs, by S.A.K
Rao., translated by dr. A. Jamil-Fazl Ahmed, International Tablighi Islami
Mission, 3 New Street, Slaithwaite Huddersfield, UK, 1979
- The Great Battle of Badr, Muhammad Ahmad
Bashumail, Islamic Publications Ltd., 13-E, Shahalam Market, Lahore, 1971
- The Living Thoughts of The Prophet Muhammad,
Muhammad Al Cassel and Go. Ltd. London, 1948
- Book XX of Al-Ghazalli’s lhya Ulum al-Din,
L zolondek, E.J. BrilI, Leiden, 1963
- The Spirit of Islam, a History of the Evolution
and Ideals of Islam, with a life of the Prophet, Syed Ameer Ah, Christophers,
40 William IV Street, London, WC2, 1922
- A day with the Prophet, Ahmad von Denffer,
the Islamic Foundation, 223 London Road, Leicester Le2 1 ZE, UK, 1979
- Essays on the life of Muhammad, Syed Kahn,
Book House, P.O. Box 734, Lahore, Pakistan
- Prophet Muhammad and his Mission, Athar Husain,
Asia Publishing House, 440 Park Ave. S., New York 10016, USA
- The Shadowless Prophet of Islam, Syed Wahab,
Sh. Muhammad Ashraf, Kashimir Bazar, Lahore
- The life and teaching of the Prophet Muhammad,
Muhammad Abdul-Rauf, lslamic Publications Bureau, P.O. Box 3881, Lagos, Nigeria
- The Prophet of Islam, Gompiled & Edited
by Khurshid Ahmad and Ahmad Anas, Seerat Academy, Jamiyat uI-Falah, Karachi,
1966
Biografieën of biografische aantekeningen
van niet-moslim auteurs
- W. Montgomery Watt, Muhammad at Mecca, Oxford,
1953
W. Montgomery Watt, Muhammad at Medina, Oxford,
1956
W. Montgomery Watt, Muhammad, Prophet and Statesman,
Oxford, 1961
- Muhammad, by Maxime Rodinson, first published
as Mahomet by Club francais du hivre 1961, translated from the French by Anne
Carter, Penguin Books Ltd. 1971
- On Heroes and Hero-worschip and the Heroic
in History, Th. Carlyle, London, 1840
- Mohamed en de Joden in Medina, door A.J.
Wensinck, Leiden, 1908
- A Modern Arabic Biography of Muhammad, door
A. Wessels, Leiden, 1972 Een kritische studie van Muhammad Husayn Haykal’s,
‘Hayat Muhammad’
- lbn lshaq, Het leven van Muhammad, de vroegste
Arabische verhalen. Vertaald en toegelicht door Wim Raven, Meulenhoff Amsterdam,
1980. De vertaler heeft gemeend het waardevolle werk van inb Ishaq, van zijn
waardeloze toelichting te moeten voorzien
- Muhammad - The man and his Faith, Tor Andrea,
Harper & Row, Keystone Industrial Park, Scranton, PA 18512, USA
- The Messenger: The life of Muhammad, R.V.C.
Bodley, Greenwood Press, 51 Riverside Ave, Westport, CN 05880, USA
- The Life and Times of Muhammad, John Glubb,
Stein & Day, Scarborough House, Briarchiff Manor, NY 10510, USA
PERIODE:
februari - maart
THEMATIEK:
IV. Kennis van de overlevering van de 'Ahadies’
DOELEN:
Steeds dwarsverbintenis van theorie/ anecdote
naar 3B en 3D trachten te
realiseren
Hoofddoel: zie Thematiek 1
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR:
Groep 6 1. Het belang van de hadies-tekstwetenschap
Groep 7 2. Authenticiteit van de ‘Soenna’
Het profetisch voorbeeld in tekst en uitleg
Groep 8 3. De overleveraars (De speciale groep
van 70 man die tijdens het leven van de profeet zijn ‘leerlingen’ waren, de
zogenaamde 'Ahlie-soffa’ en de ridjaal, de latere geleerden op dit gebied
+ hun onderzoeksmethode
Alles wordt in verhaalvorm overgedragen met
veel anecdotische voorbeelden.
De zes betrouwbare verzamelingen + an-Nawawi
worden kort behandeld
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN:
Sahieh Muslim (in Engelse vertaling)
Sahieh Buchari (in Engelse vertaling)
Riyâdos-Salihien (in Engelse vertaling,
gedeeltelijk in Nederlandse vertaling)
Relevante passages kunnen uit bovengenoemde verzamelingen worden gekopiëerd en worden opgenomen in leerplan of werkboek bij leerplan.
PERIODE:
maart - april
THEMATIEK:
V. Levensverhalen van de profeten
DOELEN:
Hoofddoel: zie Thematiek 1
Subdoelen: 2A en 3A/3B en 3D
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR:
Groep 6 1. De stamvaders: Ibrahiem, lshâq,
Ya’qoeb (betekenis van 'Bani lsraiel’, kinderen lsraels (12 stammen)
Yoêsoef (moreel + reinheidsgedachte 2.1.)
Groep 7 2. Soeleyman en Dawoed
verbintenis staatsmanschap-profeetschap overeenkomsten
tusssen het
levensverhaal van de profeet en de Qoranische
benadering van de
profeten worden behandeld
Groep 8 3. Analogie Moesâ - lesâ
- Mohammed
Profeetschap volkomen geworden in Mohammed
boodschap van de Islam alomvattend
(Qorân 5:5-6). Kringgesprek met klas
zonder conclusie (open einde)
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN:
Qorân: Ibrahiem (Zijn karakter: hoofdstuk
16: 120-121/6:125/
/19:41/37:108-113; zijn prediking: 6:75-83/19:41-48/21
:51-71; lshâq’s geboorte:
37:112/11:71-73/14:39 en na het Ya’goeb: 19:49-50/21:72-73/38:45-46/37:113)
Aan Yoesoef is een heel hoofdstuk gewijd: hoofdstuk 12
Moesâ (Zijn kindertijd: 28:7/20:38-39/28:8-13;
hij doodt een Egyptenaar: 28:14-21, vlucht naar Midian en trouwt: 28:22-28;
wordt tot het profeetschap geroepen: 28:29-30/20:22-23/7:130-135; gaat naar
de Farao: 26:10-17/20:43-48; zie bijlage 7:109-
124/20:72-76; Farao antwoordt Moesâ:
7:127-129/20:84-89; Moesâ moet (mag) Egypte verlaten: 26:52-66/20:90-92;
Moesâ ontvangt de wetten: 7:142-145/ joden aanbidden ondertussen gouden
kalf: 7:148-151/20:85-98; Moesâ slacht koe om misdadiger te ontmaskeren:
2:67-71; goddelijke gunsten aan de kinderen lsraels en hun koppigheid: 2:60-64/5:20-26/33:69/61:5;
lessen uit het verhaal van Moesâ:
waarschuwing tegen sectarisme: 6:160/30:32/3:102/2:176
waarschuwing tegen eigenhandig veranderen van geopenbaarde teksten: 2:59/2:79/2:81;
het verbergen van de waarheid: 2:142/2:41/2:76/2:146, etc. waarschuwing
tegen schone schijn van deze wereld en afkeer van de dood: 2:96 zelfzuchtige
farizeeërs: 9:31/5:83/2:44; zich niets aantrekken van de geopenbaarde
wet: 62:5/5:68/5:13-14/5:42/9:34; samenwerking met afgodendienaren en ongelovigen:
5:80/58:22, etc.
Op bovenstaande wijze is een ‘verhaal-lijn’ in de Qorânteksten aan te brengen die de overeenkomsten en verschillen van de ‘grote drie’, Mozes, Jezus en Mohammed duidelijk maakt. Verder bronnenmateriaal is nauwelijks voorhanden. Het Moslim Informatie Centrum heeft een boek met de levensverhalen van de profeten in voorbereiding.
PERIODE:
april - mei
THEMATIEK:
VI. Leef regels
DOELEN:
Hoofddoel: zie Thematiek 1
Subdoelen: 2A en 3A
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR:
Groep 6 1. Algemene reinheidsgedachte verbinden
met karaktervorming Tahâra: Grote wassing, kleine wassing, alternatieve
wassing + algemene lichaamshygiëne
Groep 7 2. De reinheidsgedachte uitgewerkt
in 'HalâI en harâm’- thema’s: reinheid van voeding
kleding
inkomen/bezit
nageslacht
Groep 8 3. Sociale gedragspatronen tussen:
leeftijdgenoten
de twee sexen ouderen/ jongeren
sexuele voorlichting
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN:
Qorân: 5:6/2:222/7:31/9:107/ + de betreffende
hoofdstukken in ‘Ahadies’ ‘Kom tot het gebed’ door A. van Bommel, hoofdstuk
3.3. Tahâra: reiniging ‘Islam in Focus’, by Hammudah Abdalati, Amercan
Trust Publications, 1975 ‘The Westhill Project’ Teacher’s Manual (part four)
Syed Ah Ashraf (MGP) ‘Islamic Spirituality - Foundations’, chapter 18, red.
Seyyed Hossein Nasr (SCMPress)
PERIODE:
mei - juni
THEMATIEK:
VII. Betekenis van de zgn. ‘vijf zuilen’ en
de persoonlijke aanbidding
DOELEN:
Hoofddoel: zie Thematiek 1
Subdoelen: 1D en 2B
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR:
Groep 6 1. Salaat (uiterlijke en innerlijke
betekenis)
Zakaat (Als economische aanbidding, waarbij
het waarom, waarover en de voordelen voor de gemeenschap worden behandeld)
Groep 7 2. Saum (vasten: de uiterlijke en innerlijke
betekenis) Hadj (de bedevaart als internationale samenkomst van moslims, zonder
onderscheid naar afkomst, huidskleur, sexe, ras, nationaliteit, etc..)
Groep 8 3. Persoonlijke aanbidding
(Smeekbede, godsgedachtenis, dagelijkse regelmaat)
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN:
Betreffende plaatsen in de Qorân
‘Kom tot het gebed’ door A. van Bommel, de
betreffende hoofstukken
‘Islam in Focus’, by Hammudah Abdalati, American
turst publications, 1975, de betreffende hoofdstukken
‘The Westhill Project’ - Teacher’s Manual (part
one) - Syed Ah Ashraf (MGP) ‘Islamic Spirituality - Foundations’, chapters
6 and 7, red. Seyyed Hossein Nasr (SCM-Press)
PERIODE:
juni - juli
THEMATIEK:
VIII. Samenvatting van het geleerde in projektvorm,
rollenspel, tentoonstelling of werkstuk
DOELEN:
Voor groep 8: binnen het kader van het toneelstuk
dat aan het eind van het schooljaar wordt opgevoerd, kan een Islamitisch toneelstuk
worden gekozen
DEELONDERWERPEN PER LEERJAAR:
Verbintenis leggen tussen: Islamitische praktijk
en visuele uitbeelding.
In de vorm van tentoonstelling: Schematische
voorstellingen
Verzamelde foto’s
Tekeningen
Kaarten
Kleding
Gebruiksvoorwerpen
In de vorm van rollenspel: Een anecdote uit
het leven van een der grote karaktervoorbeelden uit de historie van de moslims
wordt uitgebeeld
In de vorm van een gezamenlijke videofilm maken
Een historische anecdote of een gebeurtenis
uit de dagelijkse werkelijkheid kan uitgebeeld worden
ACHTERGRONDINFORMATIE/ BRONNEN:
‘Je leeft niet alleen’ Islam (SCO, Den Haag)
Je bent wat je gelooft, Qiblah, winter 1988/
lente 1989
Diverse plaatwerken, o.a. Antwoord
Bestaande toneelstukken moeten uit de moslimtalen
worden vertaald.
OVERZICHT ISLAMITISCH LESMATERIAAL, SAMENGESTELD DOOR ISLAMITISCHE WERKGROEP AL-GHAZALI
Bovenbouw
'Marvellous Stones from the life of Muhammed.
S.A.W.’ M.A. Tarantino. The Islamic Foundation
vertaling Oemar de Munck. (België)
The Muslim children’s Library
Khurram Murad. The lslamic Foundation
Titels van de boekjes:
The broken idol and the jewish rabbi
The kingdom of justice
Stories from the life of Umar
The longing heart
The desert chief
The persecutor comes home
The wise poet
Heroes of Islam: Mahmud of Ghazni
Rashid Haroen
Islamic Information Services Limited
Khadeeja, The Daughter of Khuwaylid
Abdulhameed Jawdat Alsahhaar
Musilim Students’ Association of the U.S. and
Canada
- Het Islamitisch lesprogramma van Oemar de Munck. (België) Geschikt voor onderbouw
- De rekenmethode ‘Wereld in getallen’ is aangevuld, gecorrigeerd.
- De taal methode 'Taal Kabaal’ is van correctie en aanvulling voorzien; uitgewerkt in modellen door Souâd Kabbaj van Domburg.
- Er is een map met kniptechnieken van patronen uit de Islamitische kunst door Imaan Awad Ontwerpburo 'Minaret'.
- Handvaardigheidsmap met ideeën m.b.t.
Islam
Samengebracht door Souâd Kabbaj van Domburg
- Verscheidene Arabische spelletjes
gemaakt door de ‘Moedergroep’ van de Al-Ghazalischool,
Rotterdam.
Terug naar het begin van de pagina
9. GERAADPLEEGD EN AANBEVOLEN BRONNENMATERIAAL
Bij het bronnenmateriaal kunnen drie categorieën
worden onderscheiden:
1. oriënterende literatuur 'gaandeweg
naar een leerplan’;
2. achtergrondinformatie voor onderwijsgevenden;
3. bronnen voor lesmateriaal.
ad.1 ORIENTERENDE LITERATUUR
Onderweg naar de 'aanzetten tot een leerplan’ vond er een oriëntatie op relevante literatuur plaats. Deze literatuur zal ook bij vervolgaktiviteiten van groot belang kunnen zijn, in het bijzonder geldt dat voor:
A. In 1977 vond er in de King Abdulaziz Universiteit in Yeddah en Mekka het eerste wereldcongres over Islamitische opvoeding en onderwijs plaats. Hoofdvraag was op welke wijze opvoeding en Onderwijs naar Islamitisch model gestatte kan krijgen in een niet-Islamitische samenleving, als die in Noord- en West-Europa De aldaar aan de orde zijnde thema’s zijn later uitgewerkt in een aantal boeken (Islamic Education Series, uitgeverij Hoddes and Stoughton, Sevenoaks - Kent, GB). Onder de voor Ieerplanontwikkeling relevante delen zijn:
*AIMS AND OBJECTIVES OF ISLAMIC EDUCATION
redaktie: S.N. Al-Attas
* CURRICULUM AND TEACHER EDUCATION
redaktie: M.H.AI-Afendi & N.A.Baloch
* CRISIS IN MUSLIM EDUCATION
redaktie: S.S.Husain & S.A.Ashrat
Een ‘nadere uitwerking’ van de thematiek is verder te vinden in:
* NEW HORIZONS IN MUSLIM EDUCATION
S.A. Ashraf, uitgever Hoddes and Stoughton
zie vooral hoofdstuk 2 ‘Istamic Curriculum
for Muslim Education’
In de serie ‘World Spirituality’, uitgeverij
SOM Press Ltd, Londen biedt het deel
* ISLAMIC SPIRITUALITY - FOUNDATIONS
redaktie: Seyyed Hossein Nasr, uitstekende
informatie over
de wezenskenmerken van de Islam.
bijzonder aanbevolen met het oog op programma-thema’s
in het leerplan:
- The Quran as the Foundation of Islamic Sprituality
- The Life, Traditions, and Sayings of the
Prophet
• The Inner Meaning of the Islamic Rites
- Knowledge of Reatity: God, The Angels, The
Cosmos and the Natural Order, Man, Eschatology.
nota bene: zie ook hoofdstuk 1 par. 5
ad.2 ACHTERGRONDINFORMATIE VOOR ONDERWIJSGEVENDEN
Bij de programma’s in de hoofdstukken 6,
7 en 8 worden daarvoor suggesties gedaan.
In het bijzonder wordt de aandacht gevestigd
op
* THE WESTHILL PROJECT: ISLAM
een handboek voor het Onderwijs in ‘Geestelijke
Stromingen’
in Engeland, deel Islam, geschreven door Syed
AU Ashraf
en uitgegeven door Mary Glasgow Publications
Ltd, Londen.
De schrijver geeft goede en betrouwbare informatie
over vier hoofdbegrippen:
ISLAAM - IMAAN - IHSAAN - AMAAL
Dit handboek voor onderwijsgevenden wordt geopend
met de volgende hadie~
(vertaling J.H.Gerritsen):
Omar-ibn-al-Khattab heeft eens verteld:
Op een dag toen wij bij Gods boodschapper waren,
kreeg hij bezoek van een man in een smetteloos wit kleed en met gitzwart haar.
Het was hem niet aan te zien dat hij lang gereisd had en niemand herkende
hem.
Hij ging dicht bij de Profeet zitten en zei:
‘vertel mij Mohammed over de ISLAAM’. De Profeet antwoordde: ‘ISLAAM betekent
dat je zult belijden dat er geen god is dan God en dat Mohammed zijn Profeet
is, dat je het gebed in acht zult nemen, dat je zakat zult betalen, zult vasten
tijdens de Ramadân en dat je, wanneer maar enigszins mogelijk, de pelgrimstocht
naar het Huis (de Kaaba in Mekka) zult maken’.
De man in het wit zei: ‘je hebt de waarheid
gesproken’. Wij omstanders waren verbaasd over de ondervraging van de Profeet
en de mededeling dat hij de waarheid had gesproken.
Hij zei nu: ’vertel mij over de IMAAN’. De Profeet antwoordde: ’het betekent dat je in God zult geloven, in Zijn engelen, Zijn boeken, Zijn profeten, de jongste dag en dat je zult geloven in het oordeel over goed en kwaad’.
Nadat de man in het wit had opgemerkt dat de Profeet opnieuw de waarheid had gesproken, zei hij: vertel mij over de IHSAAN’. De Profeet antwoordde: ‘dat betekent dat je God zult dienen/eren zonder Hem te zien, ofschoon Hij ziet degenen die Hem niet zien’.
De man in het wit zei nu: 'vertel nu over het uur der waarheid’. De Profeet antwoordde: 'degene die dat vraagt is niet beter op de hoogte dan degene die moet antwoorden’.
Toen verdween de man in het wit en na lange tijd vroeg de Profeet aan mij: 'weet jij wie de vragensteller was?’ 'Ik denk dat het Omar was’, antwoordde ik. De Profeet zei mij: ‘Het was Gabriel die kwam om jou je godsdienst te onderwijzen!’
Verder aanbevolen:
* ONTMOETING MET HINDOES EN MOSLIMS IN DE BASISSCHOOL
waarin rond de levenstijdperken van de mens
o.a. informatie wordt gegeven over de betekenis van en de rituelen bij belangrijke
momenten in een mensenleven.
Uitgeverij: CPS, Hoevelaken.
ad.3 BRONNEN VOOR LESMATERIAAL
Bij de programma’s in de hoofdstukken 6, 7 en 8 wordt veelal verwezen naar Engels- en Nederlandstalige Islamitische uitgaven.
Bovendien wordt aan het eind van deze hoofdstukken een overzicht van in Nederland voorhanden/ te bestellen bronnenmateriaal.
Terug naar het begin van de pagina