| Dit artikel verscheen op de federatiebladzijde Hasselt Noord-Oost van het parochieblad Kerk en Leven, woensdag 8 mei 2002. |
Een anekdote om te beginnen.
Ik zat in het college in het laatste jaar secundair onderwijs. Om niet onvoorbereid het hoger onderwijs in te stappen werden de examens van enkele vakken mondeling afgenomen, o.a. van het vak godsdienst. De superior, de verantwoordelijke van het college, ondervroeg ons. Hij vroeg me wanneer Rerum Novarum gevierd werd. Ik wist het niet. Immers, in het internaat van het college ervaarden we weinig verschil tussen Hemelvaartdag en een zondag. Iedere Hemelvaartdag op het college was voorbijgegaan zonder dat we iets over Rerum Novarum hadden gehoord. Dat ik het antwoord schuldig bleef op zijn vraag, sloeg hem blijkbaar met verstomming, wat ik uit zijn gelaatsuitdrukking kon aflezen. Sindsdien is de herdenking van Rerum Novarum bij mij steeds verbonden gebleven met die gelaatsuitdrukking.
Maar wat hebben
Hemelvaartsdag en Rerum Novarum dan met elkaar gemeen. Rerum Novarum
(over de nieuwe dingen) verwijst naar de eerste woorden van de sociale
encycliek van 15 mei 1891 van paus Leo XIII. Hemelvaartsdag is de dag waarop
christenen de Hemelvaart van Jezus, 40 dagen na Pasen, vieren. In België
is Hemelvaartsdag een wettelijke feestdag. In mijn kinderjaren heb ik de
viering van Rerum Novarum op Hemelvaartsdag ervaren als een tegenhanger van
de 1 mei-viering. Immers, 1 mei werd door het internationaal socialistisch
congres van 1889 tot de internationale dag van de arbeid uitgeroepen.
In het hemelvaartverhaal
van het eerste hoofdstuk van Handelingen van de apostelen tuurden de apostelen
na de hemelvaart van Jezus naar de hemel. Er verschenen hen twee engelen
die hen terug met beide voeten op de wereld zetten en hun wezen op hun dagelijkse
taak: 'Mannen van Galilea, wat staan jullie daar toch naar de hemel te kijken.'
Donderdag 9 mei 2002 is het Hemelvaartdag. Het ACW ( Christelijke Arbeidersbeweging; ACW is de afkorting van Algemeen Christelijk Werknemersorganisatie) herdenkt dan Rerum Novarum. Het is voor ons aanleiding om eens stil te staan bij ACW-Hasselt. In de Banneuxwijk, nl. in de Paalsteenstraat, woont Rik Bloemen, de voorzitter van ACW Limburg. Ik had een gesprek met hem.
Rik Bloemen is afkomstig van Bocholt. Hij werd geboren in 1950
in Neerpelt als Hendrik-Jozef. Hij volgde de basisschool in Bocholt, de latijn-griekse
humaniora aan het Sint-Michielscollege te Bree. In 1968 ging hij naar de
sociale hogeschool van Heverlee en studeerde er in 1971 af als maatschappelijk
assistent. Na zijn studie ging hij werken in het Limburgs Observatie- en
Behandelingscentrum Bethanië te Genk. In 1975 trouwde hij met Mieke
Vandormael. Ze kregen een dochter die in 2000 afstudeerde als antropologe.
Via Genk-Termien kwamen ze in 1979 in de Paalsteenstraat van de Banneuxwijk
wonen. Vanaf september 1976 werkte hij als maatschappelijk werker aan het
Medisch-Opvoedkundig Bureau te Hasselt, waar hij kinderen, jongeren en hun
gezinnen bijstond in de opvoedings- en gedragsproblemen. Vanaf september
2000 ruilde hij deze functie om directeur-coördinator te worden aan
het Limburgse Vertrouwenscentrum inzake Kindermishandeling te Hasselt. Hij
is voorzitter of lid van een tiental verenigingen. Hij is o.a. voorzitter
van de VZW Jeugd- en Ontmoetingscentrum De Hazelaar en van het Koninklijk
Hasselts A Capellakoor. En het voorzitterschap van ACW-Limburg brengt ook
verschillende mandaten met zich mee.
Op uitnodiging van Jef Bijnens zaliger, mijnwerker van Winterslag, werd
hij lid van de KWB van de Banneuxwijk. Na korte tijd vervoegde hij er de
bestuursploeg, om nadien voorzitter gekozen te worden. Onder zijn stimulans
kende de KWB een aanzienlijke ledengroei en werd de werkgroep Langzaam Verkeer
opgestart. Zijn capaciteiten werden al vlug opgemerkt door KWB-Limburg, waar
hij geruime tijd medevoorzitter en wat later voorzitter werd.
Bij KWB-Limburg
werd hij door ACW, het Algemeen Christelijk Werknemersverbond van Limburg,
weggekaapt om er sinds 1995 voorzitter te zijn. Tot op heden is hij nog
steeds voorzitter van ACW-Limburg. En nog steeds is hij een actief bestuurslid
van de KWB van de Banneuxwijk.
Zijn bezoldigde
job is: directeur van het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Limburg,
de andere engagementen zijn vrijwilligerswerk.
Begin april 2002 had ik een gesprek met Rik Bloemen. We kenden elkaar niet persoonlijk. Mijn dochter echter had de familie leren kennen naar aanleiding van haar vrijwilligerswerk van zes maanden in Sri Lanka (einde september 2001 - einde maart 2002). Bij de verwelkoming ging het onderwerp natuurlijk over Sri Lanka. Rik en Mieke Bloemen-Vandormael hebben hun hart aan het land verpand. Ze zijn er enkele malen geweest, hebben er goede vrienden, zijn vol enthousiasme over het land en zijn bevolking. Mieke is er in 1997 via Wereldsolidariteit op inleefreis geweest. Er is een band van solidariteit tussen hier en ginder.
8 mei: nacht van de solidariteit
De voorbereiding van de viering op woensdagavond 8 mei is volop bezig en Rik vertelt onmiddellijk voluit over die viering. Naam, thema en locatie zijn doelbewust gekozen: Nacht van de solidariteit: Wij geven stem aan zorg, in de Koolmijn van Winterslag vanaf 21.15 uur, in samenwerking met Caritas Limburg, Ziekenzorg-CM en het Limburgs Platform van Zelfhulp- en Ontmoetingsgroepen. "We willen alle mensen die zorg dragen voor een ander – vooral de vrijwilligers - in de bloemetjes zetten en samen feesten.” Immers, solidaire zorg geeft aan vele mensen betekenis in hun leven en is tegelijkertijd goede zuurstof voor onze samenleving. Deze mensen verdienen een stem in deze samenleving. Daartoe willen ze zich uit vrije wil vrij verenigen. Dat willen we gedenken tijdens Rerum Novarum.
Rik schetst de structuur van het ACW: het is een koepelorganisatie, die geschraagd wordt door vier pijlers.
De eerste pijler
is de syndicale of de vakbondswerking: ACV (Algemeen
Christelijk Vakverbond) en zijn centrales (Bedienden, Hout en Bouw, Metaal,
enz. )
De tweede pijler is die van de zorg om gezondheid en ziekte: mutualiteit
of ziekenfonds , ziekenzorg , CM (Christelijke Mutualiteiten), KBG (Kristelijke
Beweging van Gepensioneerden), Wit-Gele Kruis, Familiehulp,
De derde pijler is die van de socio-culturele sector:
KAJ (Katholieke Arbeidersjeugd), KAV (Kristelijke Arbeiders Vrouwen), KWB
(Kristelijke Werknemersbeweging).
De vierde pijler is de financieel-economische sector:
Arcopar, Bacob, Verzekeringen , DVV (De VolksVerzekering).
ACW heeft er
tevens voor gekozen om op formele wijze samen te werken met grote organisaties:
Wezlijnszorg, Pax Christi Vlaanderen.
Welzijnszorg
en Pax Christi Vlaanderen zijn geassocieerde partners.
ACW zelf kent
enkele bekende diensten: Vakantiegenoegens, Wereldsolidariteit.
Vakantiegenoegens en Wereldsolidariteit ( de inrichter van het KINEMUNDO-filmgebeuren met een 4-tal aangrijpende films).
Het ACW heeft een drietal functies.
R.B. Een 10-15
jaar geleden had elke parochie zijn eigen ACW. Het werd al langsom
moeilijker om vrijwilligers te vinden en de financiële middelen waren
beperkt. Zoals elders in Limburg kwam er één ACW voor de fusiegemeente
Hasselt. Deze was goed gestructureerd met afgevaardigden uit de verschillende
afdelingen. Er waren tot 75 leden aanwezig. Maar later vielen velen op de
eigen organisatie en wijk terug. Het is nu een beperkte groep die projectmatig
werkt. Zo wordt geijverd voor speelpleintjes in de H.Hartwijk, werd actie
gevoerd voor klantvriendelijke winkelwagentjes op de wekelijkse markten. Verschillende
leden van KAV en KWB namen deel aan de inleefreizen van Wereldsolidariteit
(Sri Lanka, Togo-Benin) en getuigden in hun verenigingen erover. Hierbij ligt
de klemtoon op solidariteit en op het zich inleven in de situatie van de
ander. Wereldsolidariteit heeft internationale contacten en wil mensen verenigen
in solidariteit met elkaar rond arbeid en gezondheid.
Het ACW-Hasselt/Wereldsolidariteit
zit in de Stedelijke Werkgroep Ontwikkelingssamenwerking van de stad Hasselt
en stimuleert de stad om middelen voor bepaalde projecten te voorzien. Zo
kreeg ACW Hasselt éénmalig 2500 euro voor een project in Sri
Lanka.
Waar vinden de verschillende christelijke arbeidersorganisaties op plaatselijk vlak elkaar nog? In veel parochieraden zijn ze niet meer vertegenwoordigd en een plaatselijk ACW is er niet.
Op stedelijk vlak kunnen ze elkaar vinden. Op plaatselijk vlak is de ACW-tafel weg. Het is goed dat mannen en vrouwen in een eigen groep kunnen samenkomen, maar er is nood aan een gezinsbeweging vanuit de arbeidersbeweging. Wereldsolidariteit spreekt jonge mensen aan.
Hoe zit het met de C - het christelijke - van ACW
De drijfveer,
motor en inspiratie is het evangelie. In ons doen en laten, in onze fundamentele
doelstellingen willen we ons laten inspireren door het evangelie: "Wat je
aan de minsten hebt gedaan, heb je aan Mij gedaan."
ACW is een open
beweging, die in een sfeer van pluralisme wil samenwerken met allen die een
rechtvaardige samenleving nastreven waarin ieder mens rechten (mensenrechten)
heeft, gerespecteerd en geëerbiedigd wordt (respect voor ieders overtuiging)
en zich voor de ander in solidariteit met elkaar engageert. ACW wil een
grote en sterke beweging zijn, zichtbaar naar buiten, en opnemen wat mensen
belangrijk en noodzakelijk vinden.
Spijtig genoeg
hebben de plaatselijke arbeidersbewegingen de band met de plaatselijke kerk
wat verloren.
ACW en de toekomst
Rik legt een aantal klemtonen.
In de arbeidersbeweging
zouden we moeten groeien naar een beweging, die naast een synthese van de
gescheiden werkingen , meer aandacht richt op gezinnen.
We pleiten voor
een nieuwe Noord-Zuidverhouding, een andere wereldbeweging met aandacht voor
het milieu en de vrije tijd.
We willen beklemtonen
dat het middenveld belangrijk is. Het is een uitstekend middel tegen vereenzaming
en individualisering. Sommige politieke figuren menen te weten wat belangrijk
voor het volk is. We stellen dat verenigingen nodig zijn die opkomen voor
de belangen van mensen en die gewone mensen een stem geven in deze samenleving.
"Ik hoop dat de overheid leert begrijpen dat met mensen, die zich verenigen,
heel wat mogelijk is en dat ze het niet uit handen van de mensen moet nemen."
Hierbij verwijst Rik naar de tendens om de samenleving te laten organiseren
door gemeentelijke ambtenaren en coördinatoren.
Rik Bloemen is een uiterst geëngageerd man, zeer actief in Limburg en in de wijk. Hij heeft oog voor wat zich heel nabij voordoet. Hij is bekommerd om zijn onmiddellijke omgeving o.a. Kempenhof. Twintig jaar geleden was het een wijk waarin jonge gezinnen kwamen leven. De meesten zijn eigenaars. De mensen van de wijk verouderen. Hij pleit voor een ruimte waarin de mensen elkaar kunnen ontmoeten en hiervoor de steenweg niet moeten oversteken.
Bij gelegenheid
van de viering van Rerum Novarum brengen we dit artikel over het ACW. Ik
pleit ervoor dat de kerk meer voeling krijgt met de bewegingen die een C
in hun naam dragen en dat de christelijke sociale bewegingen de band met
de kerk hervinden.
| ACW-Limburg: Mgr.Broekxplein
6, 3500 Hasselt. Tel.(011)29 08 11. Fax (011)29 08 36. E-mail : acw.limburg@acw.be. Website: http://www.acwlimburg.be
Website van Vakantiegenoegens Limburg - Hasselt-Kampeerclub: Website van Wereldsolidariteit
Limburg: http://www.wsm.be/regionaal/Default.htm
|
Arseen De Kesel
| Ter informatie: Bijbel en Bezinning |
Een
publicatie van het Centrum voor Arbeiderspastoraal (CAP) van het ACW.
In 2002 reeds
aan zijn 21ste jaargang toe!
De abonnee ontvangt
16 bijbelfiches per jaar (per zending 4 fiches).
Elke fiche omvat:
een korte situering van de behandelde bijbeltekst, de bijbelpassus
zelf, vragen ter bezinning of ter bespreking, een gebed, uitleg van en verklaring
bij thema en tekst.
Greep uit de thema's voor 2002: Schulden: wie wordt er beter van?; Jaar van de Diaconie; Concilie van Jeruzalem; Ruimte voor andersgelovigen. En verder: Pinksteren; Zending van de Twaalf; Roosje doet de deur open. Aandacht voor (de figuur en het belang van) Johannes de Doper; Ismaël en Hagar; Melchisedek.
Bijbel en Bezinning verschijnt rond 1 maart, 1 juni, 1 september, 1 december.
Het jaarabonnement 2002 kost 4 euro (165 fr.). Dit bedrag dient gestort op rekeningnr. 799-5500106-14 van ACW, Postbus 20, 1031 Brussel, met vermelding: "Nieuw abonnement B & B". Of men kan 4 euro (165 fr.) aan postzegels opsturen naar ACW-CAP op voornoemd adres. Info: 02/246.37.55. pers@acw.be
| De Standaard, 13 mei 2002. Van onze redacteur Guy Tegenbos. Postuum Willy D'havé |
BRUSSEL — Willy D’havé, voorzitter van het Algemeen Christelijk Werkersverbond (ACW) van 1965 tot 1988, is zaterdagmorgen (11 mei 2002) onverwacht thuis in Overijse overleden. Hij was 78. D’havé leidde het ACW in zijn vorige versie. Intussen is dit sterk veranderd.
Willy D'havé, geboren op 11 oktober 1923 in Eeklo,
had sociale hogeschool gevolgd in Heverlee — toen de kweekschool van het
kader van de christelijke arbeidersbeweging. Hij trok daarna naar de universiteit
van Leuven om rechten te studeren. Zo kwam hij opnieuw terecht in die sociale
hogeschool, ditmaal aan de andere kant van de lessenaar.
In 1951 werd hij hoofd van de studie-, vormings- en persdienst
van de christelijke vakbond ACV. Van daaruit stootte hij door naar het voorzitterschap
van de koepel van de christelijke arbeidersbeweging, het ACW. Op die stoel
bleef hij niet minder dan 23 jaar, van 1965 tot 1988, tot hij er werd opgevolgd
door Theo Rombouts. Die maakte onlangs bekend dat hij er na veertien jaar
ook meestopt dit jaar. Het ACW overkoepelt naast de Vakbond, ook het christelijk
ziekenfonds, en de andere takken van die arbeidersbeweging, onder meer de
welzijnstakken en de sociaal-culturele bewegingen (KWB, KAV, KAJ). Toen D’havé
het ACW leidde, waren de economische takken van de beweging nog belangrijk:
de spaarbank BAC, De Volksverzekering, de krant Het Volk,
en een coöperatie ((LVCC/Welvaart). Daarvan was hij ook voorzitter
of beheerder. Een deel van die bedrijven is nu verdwenen of geprivatiseerd.
Het was ook de tijd waarin de standen in de CVP nog volop
functioneerden. Het ACW was dé sterkste stand binnen de CVP en de
CVP was altijd mee aan de macht. Het ACW was toen nog een machtige organisatie.
Vandaag hebben sommige deeltakken nog macht-vakbond en ziekenfonds
bijvoorbeeld. De koepe1 is vooral nog invloedrijk en gezaghebbend, maar niet
meer machtig. Het ACW zoekt zijn politieke contacten ook lang niet meer alleen
bij de CD&V, maar bij "alle partijen die naar ons willen luisteren”.
D’havé was een statig, minzaam en voornaam man die deze macht niet etaleerde en weinig in het publieke debat optrad. Achter de schermen woog hij zwaar, maar dit gewicht stoelde ook op het gezag dat hijzelf genoot.
Hij was de zachte man aan het hoofd, die grote beleidslijnen
uittekende. Het hardere, praktisch-politieke werk was voor de secretaris
van het ACW — jarenlang Frans Janssens. Het was ook de secretaris die het
meest werd gevreesd door de CVP-ministers en -parlementsleden die ACW’er
waren of de steun van het ACW wensten. Hij werd „de kingmaker" genoemd.
Lang voor de actieve welvaartsstaat werd uitgevonden pleitte
D’havé al voor arbeid voor iedereen, als middel tot zelfontplooiing.
Onderwijs en onderzoek waren belangrijk voor hem. Hij was actief in de centra
voor beroepsoriëntering (later PMS, nu CLB), was medeoprichter van het
Hoger Instituut voor de Arbeid, en beheerder van de KU Leuven. D'havé
was ook van bij de oprichting lid van het uitvoerend comité van de
Koning Boudewijnstichting, en hij coördineerde de organisatie van het
bezoek van de paus aan ons land in juni 1985.
D’havé was ook zeer begaan met de huisvesting en
was van in de jaren zestig tot diep in de jaren negentig voorzitter van de
Vlaamse Huisvestingsmaatschappij (VHM).
Willy D'Havé wordt vrijdag 17 mei 2002 begraven in
Overijse.
| Periodiek gelezen. De Standaard, 6 november 1995. Het geloof in de kristelijke arbeidersbeweging |
Hoe zwaar weegt de geloofsinspiratie nog in de kristelijke
arbeidersbeweging? Die vraag houdt de bekende moraalteoloog Roger Burggraeve
wakker. Zijn vader was jarenlang aktief in de KWB en het ACW. Nu hoort de
zoon meermaals de vraag of zo’n kristelijke beweging nog wel haalbaar en nuttig
is.
Onze tijd leeft van nog-vragen. Werk je nog? Ben je nog
gelovig? Heeft een katolieke school nog zin? Heeft de Kerk nog toekomst?
Die korte nog-vragen spreken boekdelen.
Burggraeve staat niet alleen met die bezorgdheid. Ook Veerle
Draulans is er niet gerust in. Ze is aktief in de beweging en docent aan de
Teologische Fakulteit in Tilburg. In haar doctoraal proefschrift bekeek ze
de kristelijke inspiratie binnen de kristelijke arbeidersbeweging.
Beide auteurs komen in Collationes (*) tot de zelfde vaststellingen.
Burggraeve legt er vooral de nadruk op dat de klassieke kristelijke bewegingen
onder druk staan van nieuwe sociale bewegingen zoals Greenpeace, Amnesty International
en Artsen zonder Grenzen. Die hebben alle één duidelijk doel
en stellen zich principieel a-religieus op, zodat de religieuze, gelovige
of humanistische levensovertuiging van sympatizanten of aktivisten in de
privé-sfeer blijft.
Bovendien reageren die bewegingen vanuit een sterke morele
verontwaardiging, die zeker jongeren uit de middenklasse sterk aanspreekt
in hun verzet tegen de huidige draai van wereld en maatschappij.
Deze nieuwe bewegingen met hun krachtig etisch elan dagen
de kristelijke bewegingen uit zich even stevig te herbronnen. Ze mogen zeker
geen kopie van die nieuwkomers worden, vindt Burggraeve. De kristelijke sociale
bewegingen zijn ontstaan uit etische bewogenheid voor de ekonomische, professionele
en kulturele achterstelling van de arbeider. Bovendien stoelde die etische
inspiratie op de kristelijke geloofservaring. Dat is voor beide auteurs de
kern van de zaak. En daar knelt ook de schoen. Ook vanbinnen staat de kristelijke
arbeidersbeweging onder druk, merken beiden op. Niet alle leden (en klanten),
evenmin als alle kaderleden zijn gelovig en zeker niet kerkelijk. Het pluralisme
van de maatschappij vind je terug in die grote kristelijke beweging. Daarom
stelt ze zich terughoudend op en schuift ze de kristelijke inspiratie op de
achtergrond zodat ook daar zoals bij de nieuwe bewegingen, het geloof een
privé-zaak wordt
Draulans stelt vast dat de kristelijke arbeidersbeweging
de voorbije decennia stilzwijgend haar christelijke eigenheid afzwakte. Toch
onderkent het ACV in 1994 in zijn kongresdokument dat de teloorgang van de
grote zinsgevingssystemen de mensen in een leegte achterlaat. „Onze kristelijke
boodschap kan die vullen”.
Mensen zijn gesekularizeerd en tegelijkertijd kunnen ze
niet goed over weg met hun religiositeit, vindt Draulans. Ze onderstreept,
zoals Edward Schillebeeckx, dat de sekularizatiebeweging vooral de kerkelijkheid
aanvreet, maar de mensen zeker niet a-reigeus achterlaat, integendeel. Die
twee kanten vind je ook terug in de kristelijke arbeidersbeweging: het geloof
wat op de achtergrond houden en toch er rekening mee houden dat het een rol
speelt.
Sociologisch, merkt Burggraeve op, kan je er niet naast
kijken dat in onze maatschappij het etische beter in de markt ligt dan het
religieuze, en zeker dan het religieus-kerkelijke. Toch holt de kristelijke
beweging haar identiteit uit, als ze haar etische bewogenheid afsnijdt van
haar religieuze bronnen. Zo werkt ze zelf de sekularizatie in de hand.
Burggraeve heeft oog voor de nood aan vele spiritualiteitsgroepen
in de Kerk. Tevens legt hij er sterk de nadruk op dat sociale bewegingen
het geloof handen en voeten geven in de wereld: ze verankeren het geloof
in ekonomische, kulturele en politieke instellingen. Verlies je dat uit het
oog, dan trekt de godsdienst zich terug in de privé-kamers.
Zonder die handen en voeten valt het geloof helemaal niet
meer op en verduistert ook God. Hier gaat Burggraeve op een verrassende teologische
toer. We ervaren God in zijn etische voortreffelijkheid: hij is woedend om
ongerechtigheid, barmhartig, geduldig en mensnabij. Mensen kunnen elkaar die
God aanreiken. Dat is de diepe zin van kristelijke bewegingen. Daarom moeten
ze de moed hebben zichzelf te blijven. Kwaad worden met God over de ongerechtigheid
die mensen ondergaan en bij hen zijn om die ongerechtigheid aan te pakken.
Beide auteurs komen op voor de eigenheid van deze beweging
op grond van het geloof en niet uit restauratieneigingen om over de rug
van de sekularizatie terug te keren naar de goeie oude tijd. Daarom moeten
in die bewegingen inspirators zijn óf gevormd worden om die religieuze
adem in stand te houden.
Ludo VAN DEN EYNDEN Collationes, Vlaams tijdschrift voor
teologie en pastoraal, nummer 3, oktober 1995, Reep 1 9000 Gent.
Terug ,
ROTSELAAR — Hoe woont een theologisch echtpaar? Open en helder. Als je bij Veerle Draulans in de woonkamer binnenstapt, kom je in een grote, heldere ruimte. Samen met haar man, professor Jo De Tavernier, woont ze in een moderne losstaande woning waar het licht vrij naar binnen en naar buiten kan. Ook in haar boek verrast ze met duidelijke en open standpunten, en liefst met de beide benen op de grond.
— Voor uw licentiescriptie Godsdienstwetenschappen
en voor uw doctoraal proefschrift in theologie deed u een beroep op empirisch
onderzoek. Eerst ging dat over het godsbeeld bij jongeren en nadien over
de christelijke arbeidersbeweging. Is die empirische aanpak toeval of zegt
die ook iets over uw theologische aanpak?
Dat is zeker geen toeval. Theologie moet met de beide benen
op de grond staan. Daarom sloot ik ook vaak een hoofdstuk af met een verwijzing
naar de feiten. Dat werkt verhelderend en relativerend.
Neem het postmodernisme met zijn roep van narcisme. Uit
de feiten blijkt dat mensen minder narcistisch zijn dan de theorie voorhoudt.
Toch zijn feiten voor een ethicus niet de norm.
Draulans is docente aan de theologische faculteit in Tilburg
waar ze "Theologie en maatschappelijk handelen” doceert.- ,,Dat vak beweegt
zich tussen de wenselijkheid, van wat zou moeten zijn (ethiek) en de werkelijkheid,
de feiten. Trouwens de oorspronkelijke titel van mijn boek luidde Tussen
wenselijkheid en werkelijkheid."
- Had u behoefte aan een doctoraat om als vrouw sterker
te staan in de Kerk of was het weleer een intellectuele uitdaging?
Er bestaat zoiets als „wetenschappelijke gedrevenheid”.
Voor de KAV deed ik de coördinatie van een wetenschappelijk onderzoek,
waarin we op zoek gingen naar profielen en meningen van leden. Het onderzoek
gebeurde in samenwerking met het Hoger Instituut voor de Arbeid in Leuven.
Dit soort werk boeit me. Toen kiemde al de wens te doctoreren.
— Dus toch intellectueel?
Ja, zeker. Doctoreren om mijn kerkelijke positie als vrouw
te versterken, daar zat ik niet mee Dat was het punt niet. Er stak eerder
een maatschappelijke motivatie achter dan een kerkelijke. Ik liet me inspireren
door sommige vrouwen uit de academische wereld die voor mij een „voorbeeldfunctie”
hebben zoals professor Lieve Vandemeulebroecke. De beste promotie van de vrouw
in een academisch milieu is promoveren, zei professor Emma Vorlat me
ooit. In feite wou ik me eerst en vooral ten opzichte van mezelf bewijzen.
— Bent u er trots op?
Bij de promotie waren veel vrouwen. Dat deed me wat. Mijn
moeder was beretrots en ik wilde slagen, vooral voor mijn drie kinderen.
Trots, ja dat toch ook.
Middenveld
— Samen met uw man vormt u een intellectueel en hoog
theologisch paar dat zich ook kerkelijk op het middenveld beweegt tussen
top en basis. Voelt u zich daar thuis of ongemakkelijk?
Ik ben daar graag. Dat is een belangrijk werkveld, dat theologen
niet mogen loslaten. Ik zat midden in de arbeidersbeweging, ik voelde daar
het hart kloppen. En ik wil daarmee in contact blijven. Hier in Rotsebar heb
ik bdoofd mee te doen aan de 11.11.11-actie. Laat je zo’n contacten los, dan
schuif je weg.
Vanuit de woonkamer schuift de lange tuin verder naar de
horizon waar de kerktoren priemt en de wat verwaarloosde bouw van een verlaten
brouwerij een zijkant invult. Vanuit haar woonkamer ziet ze de kerk en de
wereld. Terloops zegt ze: „Na mijn boek voel ik me soms wat onwennig én
in de Kerk én in de christelijke sociale bewegingen omdat ik over beide
mijn mening heb gezegd. Hoe komt mijn kritiek bij hen aan? Ik sta zowat op
de brug tussen de twee in.”
— U durft uw collega’s rustig te zeggen als u het niet
met hen eens bent. Stelt u zich daar als jonge docente niet kwetsbaar op’?
Of is dat al invloed van uw doceeropdracht in Nederland waar de intellectuele
zeden harder zijn dan in het gemoedlijke Vlaanderen?
In je doctoraat moet je duidelijke standpunten innemen.
Ik zoek daarmee zeker geen polemiek, ik wil intellectueel eerlijk zijn. Dat
steekt in mij: ik wil argumenteren en duidelijk zijn.
- En de Nederlandse invloed?
Dat was toen nog te vroeg. Wel stel ik vast dat Vlamingen
tegenover de vanzelfsprekendheid van Nederlanders bescheidener optreden,
misschien met een kleiner geloof in zichzelf.
- Herhaaldelijk brengt u de democratie ter sprake die
vandaag nogal onder druk staat. In het spoor van de Amerikaanse politoloog
Putnam ziet u heil in de middenveldspelers. Steunen de sociale bewegingen
die democratie?
Ik heb veel aan Putnam gehad. Niet alleen de grote sociale
bewegingen zijn voor hem belangrijk. Het gaat hem ook om het zangkoor, een
buurtcomité of een bescheiden voetbalploeg. Het zijn de sociale weefsels
die mensen bij elkaar houden. Mijn jongens spelen bij de ploeg van Rotselaar.
De man met de kalkpot die er de lijnen bijwerkt, daar gaat het ook om. Heel
wat vrijwilligerswerk, dat wordt maatschappelijk te weinig gewaardeerd;
— En de sociale bewegingen?
Die zijn onder bepaalde voorwaarden belangrijk voor de democratie.
Ze moeten zelf horizontaal gestructureerd zijn en niet van boven af werken.
Zelfs de arbeidersbeweging heeft het daar wat moeilijk mee. Putnam verdedigt
niet zonder meer de zuilen. Zelf ook democratisch en doorzichtig zijn in hun
standpunten, die eis geldt ook voor sociale bewegingen. Bertrand De Clercq
heeft daar indringend op gewezen.
Milieu
— Maar zijn de mensen niet meer geïnteresseerd
in het milieu dan in sociale vragen ondanks alle werkloosheid?
Dat is zo. Ik merk dat ook bij theologiestudenten. Als ik
over die sociale bewegingen spreek, kunnen vooral jonge studenten in Nederland
niet goed
volgen. Bij hen zijn de zuilen gedeeltelijk afgebouwd. Eigenlijk
vertel ik een Vlaams verhaal en schat ik ons verleden kritisch in. Terwijl
ze in Nederland beginnen te beseffen dat met die ontzuiling ook weefsels zijn
weggevallen. Maar het is overduldelijk, de ecologische kwestie heeft de sociale
verdrongen.
— Verdedigen sociale bewegingen, ook de christelijke,
niet veeleer hen die nog werk hebben?
Sociale bewegingen moeten pertinent opkomen voor de echte
zwakken in de samenleving, hier en buiten onze grenzen. En dat gebeurt niet
altijd zo duidelijk.
- Hoe meer de Kerk zichzelf benadrukt en zich tegenover
de wereld opstelt, des te meer houdt ze vast aan een eigen christelijke
moraal. U zet u daar scherp tegen af. Vindt u dan dat een christen dezelfde
ethiek heeft als een humanist? En wat doe je dan met de bergrede die een
radicaal andere levenswijze voorstaat?
Ik onderscheid in het denken over ethiek twee niveaus. Het
eerste is het niveau van de houdingen, de fundamentele opties, de motivatiebron,
de horizont van waarden. Daar inspireert het christelijk verhaal, ook de
bergrede.
Het andere niveau is de concrete materiële inhoud van
het dagelijks handelen. Hoe gaan we afval verwerken? Welk sociaal stelsel
kiezen we? Hier dienen christenen rationeel en argumenterend te werk te
gaan. We zijn gelijke gesprekspartners en kunnen ons niet beroepen op gezagsargumenten
van onze levensovertuiging. Vooral in het micro-ethische kan een christelijke
overtuiging tot andere opties leiden.
— Voor de christelijke sociale bewegingen, onder meer
het ziekenfonds en de vakbond, pleit u voor een kleine kern gelovigen die
de inspiratie van het geloof levendig houden. Anders gaat de eigenheid van
zo'n 'vertooggemeenschap' verloren. Is dat geen wensdroom?
Bij beide leeft de vraag of ze niet meer dienstverlenend
zijn dan sociale beweging: Touraine verwacht van een sociale beweging dat
ze impulsen geeft om de maatschappij te veranderen.
Die kleine kern? Hoeveel medewerkers moeten er zijn die
het christelijke verhaal ernstig nemen om de beweging christelijk te houden?
Bij beroepskrachten en jonge vrijwilligers stellen we een passieve tolerantie
vast tegenover de christelijke inspiratie. Ze mag er zijn, al investeert
ze er zelf niet in. Na honderd jaar zullen onze waarden toch niet verdwijnen,
menen ze. Toch hebben we geen garantie dat die waarden standhouden. Vandaar
de nood aan die kleine waakzame en inspirerende kern. Bovendien vind ik
dat de christelijke sociale bewegingen eens moeten nagaan hoe ze met de macht
en de economie omgaan.
Overleving
— Welke overlevingskansen ziet u voor de godsdienst,
het christendom?
Uit de ontwikkeling van de laatste decennia hebben mensen
geleerd dat de zinvraag belangrijk is en dat daarvoor openheid moet blijven.
Schillebeeckx zegt dat mensen God tussen de overtolligheid en de onmisbaarheid
plaatsen. God is voor hen overtollig, maar ze vrezen dat God zou verdwijnen
en hebben daarom graag dat de buurman God nog belangrijk vindt.
— Dat is dubbelzinnig.
Ja, dat is het. Ook bij christelijk sociale organisaties
merk je diezelfde spanning. Ze ontvoogden zich van de kerkelijke impact en
stellen nu een geestelijke leegte vast die het christelijk verhaal nodig
heeft. Dat is een nieuw en belangrijk gegeven.
En voor mezelf? Ik vind dat ik als christen de schaamte
voorbij moet gaan. Durven uitkomen voor mijn levensbeschouwing, zondet restauratie
of fundamentalisme. De moed hebben, nu de vanzelfsprekende legitisering van
het grote verhaal is weggevallen, naar de authentieke kern te gaan, waardoor
het ethische weer vorm krijgt.
De tuin ligt er nog wat afwachtend bij. Enkele verse struiken
liggen klaar om gepland te worden. Ook geestelijk heeft Draulans geplant.
Ze vraagt zich een beetje bezorgd af hoe haar geestelijke struik gaat groeien.
Traditie met Toekomst?
Onder deze titel publiceerde Veerle Draulans (1959) haar
doctoraal proefschrift in een herwerkte vorm. In 1994 doctoreerde ze aan
de KU Leuven over de wenselijkheid en de mogelijkheid van een christelijk
geïnspireerde arbeidersbeweging in deze tijd. Haar promotor was professor
Roger Burggraeve.
Zij onderzoekt eerst indringend de postmoderne samenleving,
richt haar aandacht kritisch op de sociale bewegingen die een identiteitscrisis
doormaken en bekijkt de verschillende kerkelijke modellen tegenover de wereld
en de ethiek. Ten slotte maakt ze haar eigen keuze. Haar boek is uitgegeven
door Acco.( ISBN 90 334 3387 7).
Terug ,