ALLOCHTONEN

- vzw Guido Gezelle - allochtone leerkrachten : hulpverlmeners -

ZOEKEN OP DE WEBSITES WEDERKERIGHEID EN INTERLEVENSBESCHOUWELIJK (meer dan 650 webpagina's)
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
ZOEKEN OP HET INTERNET

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenaam : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.bijbelleerhuis.be (zie bijbel)
Nieuwe website : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , racisme , samenleving , sikhisme , NIEUWE RUBRIEK : SPIRITUALITEIT , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen ,
- Eigen-zinnige beschouwingen - Het kleine of grote ongenoegen -

Kennismaking met vzw Guido Gezelle

Kerk & Leven, uitgave federatie Hasselt Noord-Oost nr.43, 22 oktober 2003

Bij gelegenheid van de ramadan, de vastenmaand van de moslims, schenken we ieder jaar aandacht aan een of andere organisatie van moslims in Hasselt. Dit jaar begint de ramadan op 27 oktober 2004. Naar aanleiding daarvan ging ik op bezoek bij de vzw Guido Gezelle

De vzw Guido Gezelle is een studentenhuis. Het is gelegen op de Martelarenlaan , op de kleine buitenring van Hasselt, tegenover de provinciale bibliotheek. Daar verblijven 10 allochtone studenten van secundair onderwijs.

Het studentenhuis Guido Gezelle op de Martelarenlaan

Ik had een vraaggesprek met Bahattin, administrator en mede-oprichter, Özkan en Yavuz, studiebegeleiders, Omer, Fathi en Senel, studenten. Het gesprek vond plaats in de grote mooie ontmoetingsruimte op de 3de verdieping van het centrum. Na het gesprek werden alle studenten opgeroepen voor een groepsfoto.

9 van de 10 studenten, de twee studiebegeleiders en ikzelf

Ik word het stilaan gewoon om mijn schoenen uit te doen bij het binnenkomen van een huis van moslims. Kou aan je voeten krijg je niet, want overal is de vloer met tapijt bedekt. Er is veel ruimte in dit huis. Er is een pingponglokaal. Er zijn verschillende studeervertrekken, een eetplaats, keuken en kamers waar 3 à 4 studenten per kamer slapen.

Sinds 1 januari 1998 is de vzw op dit adres gevestigd. Voordien, tussen 1994-1997, was ze gehuisvest in de Paalsteenstraat, 2de huis rechts over de spoorweg, grondgebied Kiewit. In het begin stonden de buren argwanig tegenover dit Turkse studentenhuis, maar na een opendeurdag en gesprekken ebde de argwaan weg.
Het studentenhuis werd vzw Guido Gezelle genoemd. Mede-oprichter Bahattin leerde in het 6de leerjaar gedichten van Guido Gezelle uit het geheugen. Guido Gezelle als leraar en sociaal bewogen mens maakte diepe indruk op hem. Bahattin was een leergierig kind en bezocht de plaatselijke bibliotheek van Beringen-Mijn die de naam Guido Gezelle droeg. Dit gebouw werd later door de Turkse Unie aangekocht. Met de keuze voor de naam vzw Guido Gezelle willen de stichters hun wil tot integratie benadrukken.

In dit studentenhuis ligt de klemtoon op studeren. Daarom wordt er voor hen gekookt en gepoetst. De studenten staan op om 7.30 u. Na het gemeenschappelijk ontbijt vertrekt ieder naar zijn eigen school. Rond 16.00 komen de studenten van school terug. Ze ontspannen zich, grotendeels gemeenschappelijk. Om 18.00 u. gebruiken ze het avondmaal. Ze studeren van 19.00 u. tot 21.00 u. Dan nemen ze nog wat ontspanning en om 23.00 u. is het compleet stil in het huis. Wie wil, kan het gebed tijdens de dag verrichten, maar is hiertoe niet verplicht.

De nadruk ligt op studeren

Studenten van dit huis boeken goede resultaten. Hier wordt studie gestimuleerd. “We worden minder afgeleid. We voelen niet de behoefte om buitenshuis vrienden op te zoeken omdat we in dit huis onze vrienden hebben. We krijgen kansen en voldoende ruimte om te studeren. En eventueel krijgen we bijles.” Deze studenten zijn extra gemotiveerd en zijn van plan om hogere studies te doen. Ook de ouders zijn gelukkig dat hun kinderen slagen in hun studies en waarderen dit studentenhuis.

Özkan Yilmaz, laatstejaars universiteitsstudent informatica, en Atac Yavuz, een Franstalige allochtoon uit Luik, begeleiden de studenten.

de administrator en mede-oprichter Bahattin Koçak, de twee studiebegeleiders Özkan Yilmaz en Yavuz Ataç.

Voor de meisjes moest de studiebegeleiding van internen worden stopgezet omdat een vrouwelijke begeleidster trouwde en niet meer beschikbaar was voor deze taak.

Na hun secundair onderwijs verhuizen de studenten die hoger onderwijs volgen, naar een appartement in de buurt. Daar verblijven momenteel 4 studenten.

Begeleiding van externen

De vzw Guido Gezelle is echter meer dan een studentenhuis. Het is een studiebegeleidingsproject voor allochtone kinderen en jongeren en ouderondersteuning. Een onderdeel van dit project is de studiebegeleiding van ongeveer 100 externen van het secundair onderwijs in Beringen, Diest, Hasselt, Heusden-Zolder, Leopoldsburg en Mol. In Genk en Maasmechelen heeft een nieuwe organisatie deze taak overgenomen.

Drie volwassen begeleiders, zelf student in het hoger onderwijs, komen regelmatig met een groep allochtone jongeren samen.

In 2003 werd het project Lucerna, een studiebegeleidingsdienst voor kinderen van het lager onderwijs opgestart in Beringen. Het bestaat uit een naschoolse werking van 3 x 2 u. per week. Allochtone studenten begeleiden deze kinderen in groepjes van 3-5 kinderen.

Zomerschool

De zomerschool werd in 2000 gestart in Heusden-Zolder. Dit jaar ging de zomerschool voor de 3de maal door, in Heusden-Zolder en Beringen.
Deze zomerschool bestaat erin dat kinderen van het lager onderwijs tijdens de weekdagen van de maand juli van 9.00-13.30 u. een programma van educatieve en ontspannende activiteiten worden aangeboden, zoals uitstapjes, taallessen, wiskunde, Turks en zoveel meer. Het is de bedoeling om schoolachterstand te voorkomen en om de kinderen die niet op vakantie kunnen gaan, een zinvolle vakantie te bezorgen.
In Beringen kwamen 40 en in Heusden-Zolder 30 kinderen naar de zomerschool.

Ouderondersteuning

De vzw Guido Gezelle beseft dat studies van kinderen en jongeren slechts kan slagen wanneer de ouders zelf hun dochters en zonen stimuleren en ze hen aanzetten tot goede resultaten. Daarom richt de vzw activiteiten voor ouders in, b.v. over studiebegeleiding, en zorgt ze voor begeleiding van de ouders naar het schoolcontact.

Besluit

Ik bewonder dit project. Het gaat uit van de gedachte dat grote broer of zus verantwoordelijkheid en zorg draagt voor de jongere en helpt in de opvoeding en studie. Dit project wil de slaagkansen van allochtone kinderen en jongeren vergroten en zo hun integratie in de maatschappij van de toekomst bevorderen.
De oprichters van dit project zijn sterk sociaal bewogen. Ze zijn tevens moslimgelovigen met een open kijk op onze samenleving.

Voor meer informatie: Vzw Guido Gezelle, Martelarenlaan 46, 3500 Hasselt. Tel: 0477/42 08 96 .
Afdeling Beringen: Randstraat 14, 3582 Beringen. Tel: 0477/94 47 52

Arseen De Kesel

Over hetzelfde onderwerp : Archief LIMBURGS MOZAÏEK juni 2000 . TURKSE STUDENTENHUIZEN IN HASSELT

De vzw Guido Gezelle begeleidt Turkse studenten, momenteel runt ze vier studentenhuizen in de stad en heeft ze 36 studenten onder haar hoede.

Er is een studentenhuis voor twintig jongens tussen dertien en achttien die secundair onderwijs volgen. Twaalf van hen verblijven intern, acht volgen de begeleiding en komen enkele nachten per week of tijdens het weekend logeren in het hoofdkwartier van de vzw aan de Martelarenlaan. In drie huizen verblijven studenten die hoger onderwijs volgen: een lokatie enkel voor meisjes (met vijf studenten) en twee huizen voor jongens met samen elf studenten.

Hoe het begon

De vzw Guido Gezelle is vijf jaar geleden opgericht door een groepje twintigers. Bahattin Kocak:"Het idee ontstond eerder toevallig. We hadden een discussie over onze eigen schoolervaringen: wat is er mis gegaan? Waarom zijn de meesten van ons mislukt in het hoger onderwijs? Turkse jongeren zijn toch niet dommer dan de anderen en zeker even goed in staat om een diploma te behalen. Hoe kunnen wij de generatie na ons helpen en ondersteunen in hun schoolcarrière? Eén belangrijke factor is dat onze ouders te weinig weten over het onderwijssysteem in België. Onze vaders zijn gewone arbeiders en konden ons niet ondersteunen bij het studeren.

Wij wilden een project opstarten om daar iets aan te doen. We wisten dat de concrete steun van oudere broers en zussen doorslaggevend kan zijn voor een goede schoolloopbaan van de jongere kinderen in het gezin en die rol wilden wij als studiebegeleiders opnemen voor de jongeren. Dat is de meerwaarde van onze aanpak."

En met succes. Van alle studenten die in één van de huizen van Guido Gezelle meedraaien slaagt elk jaar 85 %. Bahattin is fier op dit resultaat. Eind dit schooljaar zal hun eerste student zijn einddiploma behalen: een informaticus.

Vrijwilligers

In het begin was het een zware opdracht voor de vrijwilligers van de vzw: zij stonden in voor huisvesting, voor eten. En tegelijkertijd voor de studiebegeleiding: jongeren motiveren, rapportopvolging, gesprekken met leerkrachten en directie, huiswerkbegeleiding, jongeren leren leren, studiehouding bijbrengen, opvolgen van de oudercontacten op school en die informatie daarna doorgeven aan de ouders. Nu, na vijf jaar werking staan de studenten van het hoger onderwijs mee in voor de begeleiding en opvolging van de jongens van het secundair ondewijs.

Concreet betekent dit dat elke student hoger onderwijs een viertal jongeren heeft die hij begeleidt. Om beurten komen zij s' avonds studiebegeleiding geven en dit elk in hun vakgebied. Zij geven studietips en helpen bij het opmaken van studieschema's, ze leggen moeilijke leerstof uit. Ook zorgen ze voor ontspannende activiteiten, op die manier houden ze de groepsgeest erin.

Regime

Nurettin Yagmuroglu is eerstejaars van de Hogeschool Limburg, hij volgt de opleiding regentaat wiskunde-economie en staat mee in voor de begeleiding van de jongeren. Hij geeft de dagelijkse gang van zaken in het studentenhuis aan de Martelarenlaan. "Elke morgen staan we om zeven uur op en ontbijten we samen. Daarna gaat iedereen naar school, de meeste jongens gaan naar het Koninklijk Atheneum in het centrum hier vlakbij. Na school is er twee uur gereserveerd voor studeren en studiebegeleiding. 's Avonds is er tijd voor sport of ontspanning. Sommigen gaan trainen in de sporthal. Om tien uur gaan we slapen. Op de slaapkamers babbelen ze nog wat na: ze slapen hier met drie of meer in één kamer. Jongens die zich niet aan de regels mogen niet meedoen met ontspanningsactiviteiten. In het ergste geval kunnen ze geschorst worden en sturen we ze voor een paar dagen terug naar huis. In de voorbije vijf jaar hebben we slechts éénmaal iemand een paar dagen naar huis moeten sturen. Het ging om een echte pestkop maar achteraf heeft hij zich nooit meer misdragen."

Bahattin: "Dankzij de inschakeling van deze begeleiders-studenten kunnen wij, de oprichters, ons nu bezig houden met de praktische organisatie van het studentenhuis: geschikte huizen zoeken, financiën opvolgen, …

Guido Gezelle ?

De vzw is genoemd naar de bekende Vlaamse dichter. Een teken van integratie. Ook omdat Guido Gezelle zich als katholiek priester op school inzette voor studenten. Bahattin: "In die zin is zijn taak te vergelijken met die van ons: we begeleiden jongeren bij hun studies. Dat wij moslim zijn en hij katholiek doet dan niet echt terzake."

De vzw heeft geen uitgesproken islamitisch karakter. Volgens Bahattin (die voor zijn beroep godsdienstleerkracht is en verder nog freelanced voor een Turkse krant en televisiezender) wil de vzw op de eerste plaats studiebegeleiding aanbieden. Jongeren die dat willen krijgen de kans om dagelijks te bidden. "Maar we verplichten ze niet. We geven hier ook geen godsdienst- of koranlessen. Tijdens de ramadan vasten ze hier bijna allemaal en dit uit vrije wil."

Geen internaat

Bahattin wil benadrukken dat hun studentenhuis geen internaat is. Het is geen opvang voor probleemjongeren uit zwakke gezinnen of voor jongeren die iets mispeuterd hebben. Dit is alleszins niet het geval. Hij spreekt liever over een studiebegeleidingscentrum waar studenten ook kunnen verblijven.

De Turkse gemeenschap in Limburg is er geïnteresseerd en de vzw krijgt dan ook veel aanvragen van ouders. Slechts één derde van de aanvragen kunnen ze aanvaarden. Daarbij kiezen ze sterke studenten uit omdat die goede slaagkansen hebben in het hoger onderwijs. Eén jongen volgt nu beroeps en hij werd toegelaten omdat men erin gelooft dat hij toch goed kan presteren indien hij intens wordt begeleid.

Voorlopig is er ook nog geen plaats voor meisjes die middelbaar onderwijs volgen. Dat komt misschien nog wel, wanneer enkele van onze studenten-meisjes hoger onderwijs sterk genoeg zullen zijn om de begeleiding op te nemen. Dan moet er ook geschikte huisvesting gevonden worden en voorlopig heeft de vzw financieel nog niet voldoende armslag.

Buren

Bahattin wil ook dat de gewone Hasselaar het studentenhuis kent en weet wat ze doen. Zo hebben ze dit jaar op de derde dag van het offerfeest de buren uitgenodigd. Zeven buren hebben meegefeest en waren zeer enthousiast. Bahattin werkt ook samen met de plaatselijke integratiedienst en is zelfs voorzitter van de lokale integratieraad. Ze krijgen, ook positieve respons van de scjhool. "De directeur van het Atheneum zei dat onze studenten zich beeter gedrgaen dan de doorsnee-Belgische leerling. Bijvoorbeeld: onze studenten begroeten de leerkrachten 's morgens."

(inserts)

Coskun Önder (17) uit Lommel. "Op school ging het niet goed, ik had de verkeerde vrienden. Mijn vader dacht aan mijn toekomst en stuurde mij naar het studentenhuis. Nu gaat het beter met mijn schoolresultaten. Hier moet ik leren, want ik heb geen andere keuze. "

Baloglu Seyfullah (14) uit Beringen. "Thuis studeerde ik nooit , ik wilde altijd maar buiten spelen met mijn vrienden. In het studentenhuis kan ik beter studeren. Dit is belangrijk want ik wil later architect worden. t 'Is hier leuk, we kunnen overal te voet naar toe."

Yilmas Ahmet (13) uit Maasmechelen. " Een vriend van mij, die hier al was vertelde me over het studentenhuis. Ik heb toen aan mijn ouders gevraagd of ik me ook mocht aanmelden. Mijn ouders vonden het een goed idee, want thuis kon ik niet goed studeren. Ik wilde elke avond buiten voetballen. Hier in het studentenhuis kan ik beter studeren en toch nog sporten."

----------------------------------

Mogelijke concrete initiatieven om de aanwezigheid van allochtone studenten in het hoger onderwijs te verhogen ©Katholieke Hogeschool Limburg Gerard Gielen 2001

Een ander interessant initiatief vindt plaats in Hasselt. Oudere Turkse studenten leven samen met jongere scholieren in een soort internaat en begeleiden de jongeren. De naam van het centrum is heel Westers, namelijk Guido Gezelle. (HBvL, 28 juni 2000) De VZW Guido Gezelle geeft Turkse studenten een bed, eten en –vooral – begeleiding. Op dit ogenblik worden 36 studenten opgevangen in 4 gemeenschapshuizen in Hasselt. Studenten uit zowel het middelbaar als het hoger onderwijs wonen hier samen. “Begin jaren ’90 hadden we het idee om iets voor de jongere Turken te doen” legt Bahattin Koçak uit, die intussen zelf islamleraar en freelance journalist is. “Want we stelden vast dat onze generatie er op de schoolbanken niet veel van had gebakken. Het enige waar mijn leeftijdsgenoten mee bezig waren, was hooguit wat deeltijds onderwijs en vervolgens op straat rondhangen. Hoe komt het toch dat Turkse jongeren niet voortstuderen, dat ze geen
diploma halen, ze zijn toch niet dommer dan anderen, vroegen we ons af. In Turkije is dat anders. Daar zijn ze erg met hun opleiding bezig. Ik weet het, want ik heb zelf in Turkije gestudeerd. Van mijn generatie zijn er heel wat jongens naar Turkije gestuurd. Gewoon omdat onze ouders het onderwijssysteem van hier niet kenden. Alleen in de grote vakantie mochten we naar huis. De meesten hebben het niet volgehouden en eens in België konden ze onmogelijk de draad weer oppikken. We wilden dat de jongere generatie het verder zou schoppen. Daarom zijn we met een paar kameraden begonnen met scholieren te begeleiden. In een lokaaltje in Beringen konden ze hun huiswerk maken terwijl wij een oogje in het zeil hielden. Uiteindelijk gingen zij voortstuderen en zaten we met een nieuw
probleem. Wie zou hen helpen ? Vandaar het idee om met een studentenhuis te beginnen. De Turken zijn trouwens erg vertrouwd met het internaatsysteem. “
De studenten vonden in ’94 een pand in de Paalsteenstraat in Hasselt, maar de buren waren daar niet gelukkig mee. “Ze vreesden al meteen dat we er een moskee zouden inplanten en dat we tijdens het offerfeest schapen zouden slachten in de tuin. Nu, we moeten die buren eigenlijk bedanken. Want dankzij hen hebben we een mooier pand gezocht en gevonden.” Bij de 36 studenten zijn er ook meisjes. Zij hebben een eigen huis. “We zijn begonnen met jongens, omdat we zelf mannen zijn. Als we ons met meisjes gingen inlaten, zouden ze wel eens een verkeerd beeld kunnen krijgen”, vertelt Bahattin. “Het probleem is dat we niet genoeg oudere meisjes vinden die ervaring hebben in het onderwijs en jongeren kunnen helpen.” De vraag om in de studentenhuizen te logeren, komt niet alleen van Turken. “Ook Marokkanen en zelfs een Afrikaan zouden hier graag logeren. Maar we kampen met plaatsgebrek. Daarom zijn we dringend op zoek naar een groter pand.” Terug


Jamila Hamddan Lachkar , Marokkaanse, journaliste, gemeenteraadslid te Mechelen, docente aan CIMIC (Mechelen) over Marokkaanse beleving van wel- en onwelzijn. Zij stond op de 7de plaats van de lijst van de CVP bij de gemeenteraadsverkiezingen van 8 oktober 2000 (in 2000 was ze 28 jaar). Ze stond in 1999 op de lijst van het arrondissement Mechelen-Turnhout voor het Vlaams Parlement en behaalde 2981 voorkeurstemmen. Kruisveldstraat 17, 2800 - Mechelen.
In De Standaard van donderdag 5 december 2002 (blz. 6) staat een interview van Isa Van Dorsselaer met Bart Muyldermans over zijn keuze om moslim te worden.


Geplaatst: Za, 16 Nov 2002 ,20 :01    Onderwerp: Wethouder in Antwerpen: Mimount Bousakla . 'Allochtonen aanpakken met de wet in de hand' NRC Handelsblad  door Caroline de Gruyter
Ze is Ayaan Hirsi Ali niet, maar kaart dezelfde onderwerpen aan. Als Marokkaans meisje liep Mimount Bousakla van huis weg en nu is ze wethouder in Antwerpen. De moeizame integratie van allochtonen verklaart ze niet uit de islam, maar uit tradities. `Allochtonen moeten hun dochters vrijer laten en eens wat beter op hun zoons letten.'

`Ik mocht thuis niets. Ik was een meisje, en meisjes moeten kort worden gehouden, zodat ze de eer van de familie niet bezoedelen. Ik heb hard gevochten. Het haalde niets uit. Uiteindelijk ben ik vertrokken, twee dagen voor mijn achttiende verjaardag. Toen ze me vijf jaar later op de tv zagen, wist mijn familie dat ik nog leefde. Nu heb ik een goede baan bij een bank en ben ik wethouder in Antwerpen. Ik heb het `gemaakt'. Ik ben een voorbeeld voor de familie geworden. Mijn oom, die destijds vond dat ik mijn mond moest houden en gewoon moest trouwen, zegt nu tegen zijn dochter: `Je moet hard studeren, Mimount heeft er ook keihard voor gewerkt!''

Als iemand uit eigen ervaring weet hoe moeilijk het is om als allochtoon iets te bereiken in België, is het wel Mimount Bousakla. In het `integratiedebat', dat nu ook in België op gang komt, stelt de socialistische politica (Leuven, 1972) de problemen luidkeels aan de orde. Scholen en werkgevers discrimineren bij de vleet, zonder dat je er precies de vinger op kunt leggen. Marokkaanse families houden hun dochters kort en laten hun zoons te vrij, met alle gevolgen van dien: meisjes leren alleen lezen en schrijven en worden dan uitgehuwelijkt, jongens raken aan lager wal, omdat anything goes. Allochtonenclubs bedekken alles met de mantel der liefde, omdat ze bang zijn dat ze anders hun subsidie verliezen. ,,Ik schreeuw dit soort dingen van de daken, en het wordt me niet altijd in dank afgenomen. Maar er is íemand die het moet doen. De staat en de allochtonen moeten ingrijpen. Anders stevenen we op een catastrofe af. Als ik geen hoop had, zou ik gewoon carrière maken bij de bank. Maar mijn verhaal bewijst dat het ook anders kan. Dus probeer ik om er anderen de ogen mee te openen.'

Bousakla is dertig, maar ze heeft in haar leven meer energie gespendeerd dan menig ander op zijn tachtigste. Ze is klein van stuk. Met haar dikke, halflange haar, reebruine ogen en hartvormige gezicht ziet ze er `zacht', vrouwelijk uit. ,,Vergis je niet', zegt ze in haar Antwerpse appartement, terwijl ze de voortdurend rinkelende telefoon probeert te negeren. ,,Ik ben keihard. Ik lijk op mijn vader.' Vorige week kwam haar boek Couscous met frieten uit, een bundeling columns die ze het afgelopen jaar schreef voor de Vlaamse krant De Morgen. In die stukjes stelt ze op bijna luchtige toon de falende integratie van de allochtonen in België aan de kaak. Ze schrijft over jonge vrouwen die door hun vaders naar Marokko worden ontvoerd om daar te worden uitgehuwelijkt. Over wat Marokkanen van Belgen vinden. Over de minachting waarmee Marokkanen in Marokko naar de kinderen van gastarbeiders in Europa kijken. En over ,,die draak van een Snel-Belgwet' die maakt dat stromen nieuwe migranten via familiehereniging naar België komen, nog voordat hun voorgangers de kans hebben gekregen of genomen om ingeburgerd te raken.

Bousakla is Ayaan Hirsi Ali niet. Maar ze stelt dezelfde onderwerpen aan de orde. Met haar uitgesproken meningen schaart ze zich in een groeiend rijtje allochtone politici die vinden dat de tijd rijp is om de kussens in België eens op te schudden. De meest actieve onder hen, degenen die doelbewust taboes doorbreken, zijn vrouwen. ,,Niet toevallig', vindt Bousakla. ,,We zijn bijna allemaal van huis weggelopen. We hebben jaren thuis gezeten, het enige wat we konden doen was boeken lezen en leren. We hebben gevochten, harde beslissingen genomen en gezien dat het wat uithaalde.'

Nonnenkind

Bousakla's vader kwam naar België als gastarbeider in de tijd dat gastarbeiders nog met open armen werden ontvangen. Hij werkte hard, iedereen was vriendelijk tegen hem en na verloop van tijd kon hij zelfs een huis kopen. De eerste generatie, zegt Bousakla, had alle reden om te denken dat hun kinderen het makkelijker zouden hebben dan zij. ,,En nu worden hun zoons gediscrimineerd. Niemand realiseerde zich destijds dat die tweede generatie aan twee verwachtingspatronen moest voldoen: voor je ouders moet je binnen de tradities blijven en een goede moslim zijn, en voor `België' moet je je op een heel andere manier bewijzen. Leven tussen die twee culturen kan bijna niet.' Zijzelf ging naar een katholieke school. Die had haar vader gekozen omdat er alleen meisjes opzaten. Ze was ,,het kindje van de nonnen'. Ze genoot. Het was dáár, zegt ze, dat ze bedacht dat ze wilde studeren, hogerop wilde komen. Ze was al jong zelfstandig. ,,De eerste generatie was totaal afhankelijk van ons. Mijn vader sprak geen Nederlands. Toen ik negen was, ging ik voor hem alle banken af om te kijken wie de goedkoopste hypotheek had. Als hij ziek was, tolkte ik in het ziekenhuis. Nóg komen bij de bank kinderen van zeven aan de balie die willen weten wat de voordelen zijn van een spaarbankboekje. Soms willen de ouders dat ik Arabisch of Berbers met ze spreek. Ik vertik het. Ik ben kredietadviseur, geen tolk. Ze moeten hun best maar doen.'

Bij familiebezoek moest Bousakla met de vrouwen de keuken in, en apart eten. Ze verzette zich er altijd tegen. Ze haalde haar rijexamen door net te doen of ze ging babysitten. Studeren was uit den boze. ,,Je moet trouwen', vond haar vader, ,,je gaat me toch geen slechte reputatie geven?' Bousakla schreef zich in aan de universiteit van Leuven, maar na twee colleges wachtte haar vader haar op met vijf andere Marokkaanse mannen. Ze vroeg: ,,De koran schrijft toch dat alle gelovigen moeten studeren?' Maar volgens haar vader kon ze lezen en schrijven en dat was genoeg. Ze mocht de deur niet meer uit, zelfs niet om brood te kopen. Intussen meldden kandidaten zich aan de deur om haar hand te vragen. ,,Op een dag kon ik er niet meer tegen. Ik ben vertrokken.'

Ze ging naar Antwerpen, want in Leuven kenden alle Marokkanen elkaar. Ze huurde een kamer, vond een baan en studeerde in de avonduren marketing. ,,Ik wilde van niemand afhankelijk zijn. Mijn studiegenoten maakten plezier, gingen weekenden naar hun familie. Ik werkte alleen maar. Dat was ook een manier om mijn familie te vergeten. Ik heb een moeilijke tijd gehad thuis, maar met vijf meisjes en twee jongens is er ook veel gezelligheid.'

Het stoorde haar dat veel allochtonen die in dezelfde situatie zaten, bleven zwijgen. Een nicht van Bousakla liep ook van huis weg, en is sindsdien verdwenen. Ze kan nog rissen anderen opnoemen. ,,Velen willen niet meer bestempeld worden als Marokkanen. Ze keren de gemeenschap de rug toe. Dat is begrijpelijk, maar zo verander je nooit iets.'

Bousakla haalde haar diploma, ging bij de bank werken en werd politiek actief. Intussen ziet ze haar familie weer. Na een stroef begin hebben ze haar nu geaccepteerd. Haar zus studeert en woont alleen. ,,Dankzij mij!', zegt Bousakla. In Antwerpen is ze sinds twee jaar wethouder van Openbare Verlichting, Straatbeeld en de Burgerlijke Stand.

Ze weet dat ze soms het verwijt krijgt dat ze het alleen maar over zichzelf heeft. ,,Ik moet mijn verhaal blijven vertellen, tot vervelens toe misschien. Want de staat had mijn zus echt niet zover gekregen. In geen 25 jaar. Het lukte alleen omdat mijn familie zag dat ik goed terecht was gekomen. Als ik langskom maar niet blijf eten of logeren, heel on-Marokkaans, zegt mijn moeder soms: `Zelfs de postbode komt nog binnen voor een kop koffie'. Maar mijn vader verklaart trots: `Mimount heeft een vergadering'. Zelfs mijn jongere broer zit nu op de universiteit. Vroeger dachten mijn ouders als zoveel andere Marokkanen: beroepsonderwijs is goed genoeg. Wist u dat meer dan de helft van de allochtone jongeren daarom beroepsonderwijs volgt? Terwijl sommigen echt meer kunnen.'

Neerkijken

Bousakla is de eerste allochtoon die huwelijken sluit in Antwerpen. Als ze vermoedt dat er meisjes worden uitgehuwelijkt, weigert ze. Ze vindt dat het strafbaar moet worden dat meisjes niet mogen studeren of dat ze gedwongen trouwen. Daarmee haalt ze zich vaak de toorn van Marokkanen op de hals. Echt bedreigd is ze nog niet, misschien omdat ze er – anders dan Ayaan Hirsi Ali niet steeds de islam bijhaalt om haar argumenten te staven. Maar het blijft, ook voor haar, roeien tegen de stroom in. ,,Als ik nu nee zeg tegen zo'n huwelijksvoltrekking, heb ík het gedaan. Ik vind dat de wet het moet doen, zodat Marokkanen echt begrijpen dat dit niet langer kan. In België hebben velen de mond vol van dit soort praktijken, maar niemand doet iets om het te voorkomen. Er is zelfs geen opvang voor dit soort meisjes.' Wel bestaan er allerlei cursussen voor vrouwen in België. Bijna alles wat met integratie te maken heeft, zegt Bousakla, is gericht op vrouwen. Maar daarmee bereikt de overheid de mannen niet, terwijl juist zij de besluiten vellen over de rest van de familie. Jongens van negen, tien jaar worden al als mannen beschouwd. Ze zijn niemand verantwoording schuldig, en doen maar wat met hun leven. Als ze willen doorleren, worden ze vaak ontmoedigd door vrienden die zelfs met een diploma geen baan vinden. Geen wonder dat velen in de criminaliteit terechtkomen. ,,Families besteden te veel aandacht aan de meisjes die op het rechte pad moeten blijven. Ik zou willen dat ze de meisjes eens wat vrijer lieten en beter op de jongens gingen letten.'

Als Bousakla in Marokko is, valt haar altijd op hoezeer Marokkanen neerkijken op mensen zoals zij: kinderen van gastarbeiders. Velen laten in hun dorp van herkomst `paleisjes' bouwen met hun Europese geld. Die rijkdom maakt indruk (om maar te zwijgen van de grote, gehuurde BMW's waarmee ze in de vakanties hun Belgische success story in hun geboorteland uitdragen), maar de mentaliteit van deze migranten niet. ,,Marokkanen in Marokko zijn veel beter opgeleid dan in België. Ze zijn ook liberaler. In Marokko is het gewoon geworden dat vrouwen werken, studeren, in de politiek gaan. Geen wonder dat allochtone meisjes liever met iemand uit Marokko trouwen dan met een Marokkaanse Belg. Vader is tevreden, want zijn schoonzoon is toch een Marokkaan. Ook de dochter is blij: een echte Marokkaan laat hen vrijer. Daar komen minder ruzies van.' Voor een poosje, althans. Want de nieuwe Snel-Belgwet maakt dat een man die met zo'n Marokkaans-Belgische vrouw trouwt, snel Belg wordt en na drie jaar zijn directe familie mag laten overkomen, de ouders meestal. Die ouders kunnen op hún beurt na drie jaar de andere kinderen laten overkomen. Een nicht van Bousakla trouwde met een Marokkaan, en nu staat hij op het punt om zijn ouders naar België te halen. Zij wil niet, want haar schoonouders trekken bij haar en haar man in, en dan is het gedaan met haar (relatieve) vrijheid. Maar haar protesten helpen niet: haar man heeft wettelijk het recht om dat te doen. Bousakla zucht. ,,Dat betekent dat zij harder moet werken om in het onderhoud van de hele familie te voorzien. Het betekent ook dat die ouders, zodra ze op zichzelf wonen, naar de sociale dienst stappen voor een uitkering. Dat betekent dat het huis over een paar jaar wéér voller wordt, als meer familieleden overkomen. En dát betekent weer voer voor het Vlaams Blok. Die wet moet zo snel mogelijk worden afgeschaft. Je bent de een nog niet aan het inburgeren of er zijn alweer tien anderen gearriveerd.'

Autochtone politici in Vlaanderen beginnen, net als in Nederland, toe te geven dat de integratie is mislukt. Allochtonen hebben het zelf allang vastgesteld. Te lang hebben de politici de problemen onder het kleed geveegd, vindt Bousakla, al was het maar om het extreem-rechtse Vlaams Blok niet in de kaart te spelen. En haar eigen partij, de Socialistische Partij-Anders, die al veel stemmen aan het Blok verloor, liep daarbij voorop.

In Antwerpen, waar het Blok eenderde van de stemmen haalde bij de vorige verkiezingen, deden ook allochtonenverenigingen aan deze radiostilte mee. Mocht het Blok immers nóg meer stemmen trekken, dan zou de leider van die partij, Filip Dewinter, wel eens burgemeester kunnen worden. Maar er zijn meer redenen waarom de verenigingen hun mond houden. Ze willen de vuile was niet buiten hangen. En ze zijn bang dat ze hun subsidies verliezen. ,,Als die verenigingen bijvoorbeeld zeggen dat scholen tegen alle regels in allochtonen weigeren, dan doen ze daarmee een aanval op de Vlaamse minister van Onderwijs. Iedereen weet dat. Maar zij is lid van de liberale regeringspartij. Die partij is in staat om te zeggen: kritiek komt ons niet uit, we schrappen de subsidie.' Volgens Bousakla moeten die verenigingen zo snel mogelijk worden afgeschaft, want ze helpen nu een gevaarlijke illusie in stand te houden, de illusie dat er geen discriminatie is in België.


Bousakla kent de integratiesector door en door. ,,De waarheid moet maar eens naar buiten komen. Allochtonen bellen mij nú nog, in oktober, omdat ze nog geen school voor hun kind hebben gevonden. Scholen zeggen gewoon: `We zitten vol'. Autochtonen overkomt dat niet. En mensen bij de tewerkstelling zeggen: `We begeleiden meest allochtonen'. Maar wie vinden er een baan? Die paar autochtone Belgen die er tussen zitten. Werkgevers hebben liever geen allochtonen. Het is lastig om ze van discriminatie te beschuldigen. Maar sta dan niet verwonderd te kijken dat er zoveel jongeren werkloos op straat hangen. Voor mij zijn een Marokkaanse tasjesdief en een Belgische werkgever die geen Marokkanen in dienst neemt allebei criminelen. Beiden moeten worden gestraft.'

Bousakla heeft geen goed woord over voor Dyab Abu Jahjah, de leider van de Arabisch-Europese Liga. De Libanees Abu Jahjah heeft het laatste jaar vaak de pers gehaald, omdat hij Antwerpse allochtonen in de moskee voorhoudt dat ze in België net zo onderdrukt zijn als de Palestijnen in de bezette gebieden. Hij organiseerde een paar protestdemonstraties voor de Palestijnen, waarvan er een uitliep op een kleine veldslag met de politie. Aanvankelijk liepen veel jongeren met deze Libanees weg. Hij gaf hun frustraties een stem, maar het animo wordt minder. ,,Geen wonder', zegt Bousakla. ,,Abu Jahjah discrimineert. Hij komt op voor de Arabieren. Maar over de Berbers, 80 procent van de Marokkanen in België, zegt hij vervelende dingen. Bijvoorbeeld dat alle criminelen Berbers zijn, en geen Arabieren. Bovendien houdt hij ons voor dat we allemaal slachtoffers zijn. De meeste allochtonen willen zichzelf niet in die hoek drukken.'

Bousakla heeft altijd geweigerd in die demonstraties mee te lopen. Dat kwam haar eerst op razende reacties van de allochtonenverenigingen te staan. Allochtonen moeten de rijen sluiten, vonden zij. Nu haakt de ene na de andere vereniging zelf af. Ouders van wie de kinderen door de politie werden opgepakt omdat ze in Abu Jahjah's demonstraties hadden meegelopen zeggen: ,,Het komt door hém dat mijn zoon is gearresteerd.' Abu Jahjah zegt dat hij een allochtone partij wil oprichten, misschien zelfs in Nederland. Velen geven hem geen schijn van kans. Het is eerder geprobeerd, maar elke poging strandde op de verdeeldheid in de allochtone gemeenschap. ,,Mocht hij het doen', zegt Bousakla, ,,dan eis ik een cordon sanitair tegen die partij. Net zoals we die tegen het Vlaams Blok hebben. Ik wil met geen enkele extremist samenwerken. Mensen opruien en stenen gooien dat is voor mij geen emancipatie.'

Terug ,
Weg uit de betutteling door Bert Schampers

De Marokkaans/Belgische Mimount Bousakla ontvluchtte haar bestaan van gedwongen thuiszitten en uithuwelijking en werkte ver van haar ouders aan een nieuw bestaan. Haar integratie in de Belgische samenleving noemt ze in haar boek 'Couscous met frieten' liever 'emancipatie'. Binnenkort komt haar pleidooi voor wederzijds begrip uit in Nederland.

Als 9-jarig meisje moest Mimount Bousakla voor haar vader op zoek naar de goedkoopste hypotheek. Ze vergeleek de rentetarieven van alle banken. Zoals zoveel allochtone kinderen, was Mimount de tolk en vertaalster van de familie, niet alleen bij de bank, maar ook bij de dokter. ,,Mijn vader kreeg zo van mij te horen dat hij suikerziekte had. Die eerste generatie allochtonen is zo afhankelijk van hun kinderen. Daarom vind ik ook dat alle nieuwkomers in Vlaanderen verplicht Nederlands moeten leren.''
Mimount Bousakla is nu 30 jaar en werkt bij een bank, waar ze kredietadviezen verstrekt. In Antwerpen is ze politiek actief en namens de socialisten van de Sp.a wethouder in een van de wijkraden. In die hoedanigheid sluit ze ook huwelijken. Maar weigert ze soms ook mensen te trouwen, als een van de partners - meestal de vrouw - te kennen heeft gegeven dat het om een gedwongen verbintenis gaat.
De Belgische van Marokkaanse afkomst is een modelallochtoon, die zich loswrikte uit haar familie om te werken aan haar eigen emancipatie. De breuk met thuis is inmiddels hersteld. Ze beseft dat ze eigenlijk baanbrekend werk heeft verricht, niet alleen voor haar jongere zussen, maar voor zoveel andere allochtonen.
De belangstelling in Vlaanderen - en nu ook in Nederland - voor Mimount Bousakla heeft alles te maken met haar boekje 'Couscous met frieten'. Een bundeling van columns uit de krant De Morgen over haar Marokkaanse afkomst, de gebruiken en de vooroordelen. Het boek verscheen op het moment dat een partijgenoot verkondigde dat het integratiebeleid in België is mislukt. (…)
Twee dagen voor haar 18de verjaardag is ze thuis weggegaan en in Antwerpen gaan wonen, weg van haar familie in Leuven. Soms werd ze lastiggevallen door allochtone familieleden. Het was een schande wat ze had gedaan. Dezelfde boodschap kregen haar ouders voortdurend te horen. (…)
De relatie is nu weer goed. ,,Ik heb een belangrijke rol gespeeld in de emancipatie van mijn zussen en broers. Mijn jongere zus moest van mijn ouders ineens verder studeren en haar rijbewijs halen. Mijn broer gaat samenwonen. Door de stappen die ik heb gezet, heb ik meer voor hen bereikt dan vijftien jaar integratiebeleid.'' (…)
In Antwerpen is de opkomst van de radicale moslimleider Dyab Abou Jahjah een potentieel gevaar, vinden velen. De leider van de Arabisch Europese Liga overweegt de oprichting van een Arabische partij. Hij staat daarmee lijnrecht tegen Filip Dewinter van het Vlaams Blok, met wie hij overigens wordt vergeleken. Onder moslimjongeren geniet Jahjah groot aanzien.
,,Ik vind hem een belediging'', zegt Mimount Bousakla. ,,Hij maakt misbruik van de situatie in het Midden-Oosten, hij verplaatst de onderdrukking van de Palestijnen naar Antwerpen.'' Abou Jahjah is tegen integratie, hij pleit voor de eigenheid van de cultuur. Mimount Bousakla: ,,Natuurlijk, iedereen heeft recht om zijn eigen cultuur te behouden, maar zorg er dan tenminste voor dat je met iedereen kunt communiceren. Voor mij is integratie ook geen verplichting, ik gebruik liever het woord emancipatie. Verplichte integratie kan averechts werken, het moet van twee kanten komen.'' (…)
Binnenkort komt haar boek uit in Nederland. Mimount Bousakla zal er gaan spreken over de positie van de vrouw in de allochtone gemeenschap en pleiten voor meer emancipatie. ,,Hopelijk word ik niet bedreigd. Ik ben wel geschrokken over wat de politicologe Ayaan Hirsi Ali is overkomen. Zoiets had ik in Nederland niet verwacht.''

©Trouw


verschenen in:
Trouw,
17 oktober 2002



ARABISCH VIERDE TAAL
De politieke structuur van België is ingewikkeld: gewesten, gemeenschappen, enz. Deze structuur is mede ingegeven door de taal. Nederlands is de officiële taal van het Vlaams Gewest en de Vlaamse Gemeenschap. Slechts één taal.
Onze westerse cultuur werd hoofdzakelijk gevormd door het christendom met zijn joodse en griekse-romeinse bronnen. Grieks en latijn worden nog onderwezen in de humaniora, ivriet (hebreeuws) niet.
Arabisch is de taal van de koran, arabische literatuur. We zouden toch eens kunnen overwegen of arabisch geen keuze-taal in de humaniora zou kunnen zijn. 

Naar aanleiding van het interview met Dyab Abou Jahjah  in De Standaard van 12-13 oktober 2002
Mensen van een andere etnische afkomst kunnen Nepalees, Soedanees, Rus, Libanees zijn. Het is een indeling volgens nationaliteit. In een land, natie, kunnen volkeren van verschillende etnische afkomst leven b.v. in Marokko leven mensen van Arabische, Berberse en Franse oorsprong. Land en etniciteit vallen vaak niet samen.
Er kan één officiële taal gesproken worden (b.v.  Engels, Arabisch) in heel verschillende landen met heel verschillende volkeren.
Een bevolking van dezelfde etniciteit kunnen zich tot verschillende levensbeschouwingen en godsdiensten bekennen.
Ik heb de indruk dat in het discours met Abou Jaja etniciteit, taal (en cultuur), godsdienst en ook politiek voortdurend door elkaar gehaald worden. Er zijn arabisch sprekende volkeren die Arabisch, Berbers, enz... van oorsdprong zijn. Er zijn Arabisch sprekende moslims en Arabisch sprekende christenen. Er zijn Arabisch sprekende en Turks sprekende moslims, enz.
Het is waar dat 'allochtonen' moeten 'vechten' voor hun rechten in dit land, in onderwijs, tewerkstelling, godsdienst enz. Allochtonen voelen zich achteruitgesteld. 
In een land of een bestuursgebied moet de overheid gebruik maken van één of meerdere talen. In Vlaanderen is dat het Nederlands. Het is de officiële taal. Hiermee wil men mensen die een andere taal spreken, niet discrimineren. Een gemeenschappelijke taal maakt het mogelijk dat de overheid en de mensen onderling met elkaar kunnen communiceren. Er zijn immers een aantal zaken die gemeenschappelijk moeten geregeld worden. Die regelingen (wetten) moeten door allen gekend zijn. Als men "inburgering" opvat op deze wijze, is er geen sprake van assimilatie. Ook sommige Vlamingen zouden een "inburgeringscursus" kunnen gebruiken.
Niet alleen een gemeenschappelijke taal spreken, gemeenschappelijke instellingen bezitten, gemeenschappelijke wetten kennen, zijn belangrijk, maar ook begrip voor elkaars cultuur.
Het is goed dat allochtonen de Vlaamse geschiedenis, de Vlaamse cultuur enz. zoals het ook goed is dat Vlamingen de geschiedenis, cultuur enz. van allochtonen leren kennen.
Ik heb de indruk dat Abou Jahjah opkomt voor de rechten van de Arabisch sprekenden maar de allochtonen zijn zeer verscheiden. Ik heb de indruk dat hij een nogal statisch cultuuropvatting hanteert. Culturen evolueren en mensen van verschillende culturen oefenen invloed op elkaar uit. Abou Jahjah heeft de neiging de Arabische taal en cultuur als een monolitisch iets te beschouwen.

In Vlaanderen (en in België) is er scheiding van Kerk en Staat. Het betekent dat in Vlaanderen mensen zich tot een verschillende godsdienst kunnen bekennen. Nederlandssprekenden kunnen tot vele godsdiensten behoren. Er zijn christenen, moslims, boeddhisten, hindoes, vrijzinnigen enz. Een godsdienst is niet aan een taal of een natie gebonden. Er zijn in Palestina b.v. Arabisch sprekende moslims en Arabisch sprekende christenen.
Wanneer Abou Jahjah opkomt voor Arabisch sprekenden dan geeft hij me de indruk dat hij opkomt voor Arabisch sprekende moslims. Hij heeft zijn opvattingen over de islam en moslim zijn. Hij noemt Fatima Pehlivan en Fauzaya Talhaoua "évolués" , omdat ze niet beantwoorden aan het cultureel en godsdienstig moslimbeeld van Abou Jahjah.

Abou Jahjah pleit voor een democratie gebaseerd op het sjoera-beginsel. Hier koppelt hij godsdienst aan politiek. Ik besef maar al te goed dat aan de werking van de democratie nog veel verbeterd kan worden, maar godsdienst en politiek weer aan elkaar koppelen, liever niet. Abou Jahjah zou toch ook moeten beseffen dat velen in het Westen angst hebben voor het politieke bestel dat ze in vele islamitische landen zien; ze geven vaak geen blijk van democratie.

Hij is fout wanneer hij zich beperkt enkel en alleen voor de rechten van zijn eigen gemeenschap op te komen. Als burger zou hij ook moeten bekommerd zijn om de totale gemeenschap waarin hij leeft.

Hij spreekt de gevoelens van frustratie en ontevredenheid van jongeren aan. Hij wil voor de rechten van allochtonen opkomen, maar hij gebruikt daarbij een strijdtaal, die tot agressiviteit kan leiden. Hij zou toch moeten beseffen dat hij 'dynamietkruit' aan het leggen is, dat hij de maatschappij waarin hij nu leeft en die onvolmaakt is en waarin allochtonen te weinig kansen krijgen, tot springen kan brengen waardoor de kansen van allochtonen in deze maatschappij nog kleiner zouden kunnen worden.

Opkomen voor de rechten van allochtonen, o.k. in zoverre ze kaderen in het rechtvaariger laten functioneren van de hele maatschappij.


  • Literatuur en activiteiten
  • LANDELIJKE VERENIGINGEN VAN MIGRANTEN - VLAAMSE GEMEENSCHAP - Tariq Fraihi
  • PLAATSELIJKE VERENIGINGEN VAN MIGRANTEN (Limburg)/ Beringen, Dilsem-Stokkem, Genk, Hasselt, Heusden-Zolder, Houthalen-Helchteren, Leopoldsburg, Lommel, Maaseik, Maasmechelen,
  • Belgen en Migrantenwerking Houthalen-Helchteren
  • ALLOCHTONEN EN CRIMINALITEIT
  • De Bond 7 december 2001 Dagboek: Fadime Köse
  • Sylvia Nijns: A. Allochtone ouderen B. Omgaan met de dood


  • NIEUWS LITERATUUR LANDELIJKE VERENIGINGEN VAN MIGRANTEN - VLAAMSE GEMEENSCHAP - Overgenomen uit Palmyra, jg.2001 - LANDELIJKE VERENIGINGEN - PERSONEELSLEDEN -
    http://www.limburg.be/pric/DIENST_lir2.htm

    De belangen van de federaties worden verdedigd door het Forum van Organisaties van Etnisch-Culturele
    Minderheden (Gallaitstraat 78, 1030 Brussel, (02) 245 88 30).
    Het Intercultureel Centrum voor Migranten (ICCM) zit op hetzelfde adres en ondersteunt het allochtoon verenigingsleven (zowel inhoudelijk als administratief).
    Intercultureel Centrum voor Migranten, Gallaitstraat 76, 1030 Brussel. Tel.: 02) 245 88 30. E-mail: info@iccm.be

    RAAD VAN BEHEER ICCM
    ACHEAMPONG Kwaku (Ghanaba)
    ARKAN Ahmet (T.U.B.) (secretaris)
    AYDIN Resat (U.T.V.)
    BOSSELAERS Lucien (SoCius)
    BOSSUYT Tijl (V.C.A.) (ondervoorzitter)
    CAN Ridvan (FZO-VL)
    COPS Hubert (I.C.)
    CORSINI Luciano (A.I.F.) (penningmeester)
    CHRAYAH Abdelkhalek (VOEM)
    DERAECK Guido
    GOUDOUSAKIS Pascalis
    IKOUBAAN Mohammed (F.M.V.)
    ISCI Ayse (C.D.F.)
    LOPEZ Juan
    MONKASA Suzanne (R.V.D.A.G.E.)
    MURAYI-HABIMANA Ildephonse
    PANG Ching Lin (ondervoorzitter)
    PEHLIVAN Fatma (voorzitter)
    PINNA Piero (ACLI)
    VANHERCK Martine (Federatie Wereldvrouwen)

    Waarnemende leden
    BROUNS Matti (Ministerie Vlaamse Gemeenschap)
    GOOSSENS Luc (Ministerie Vlaamse Gemeenschap)
    DE VLAEMINCK Bart (VGC)

    ONZE MEDEWERKERS
    Isabel Antonucci, Administratie, onthaal, lay out. T. 02-245 88 30 – isabel.antonucci@iccm.be
    Hüseyin Aydinli, Coördinator vorming en begeleiding, T. 02-244 97 21– huseyin.aydinli@iccm.be
    Bernadette De Bruyn, Boekhouding, directiesecretaresse, T. 02-244 93 39 – bernadette.de.bruyn@iccm.be
    Philippe Degelin, Coördinator Brusselwerking, T. 02-244 93 37 – philippe.degelin@iccm.be
    Fransien De Jaegher, Projectleider kunst en culturele diversiteit, T. 02-244 97 24 – fransien.de.jaegher@iccm.be
    Katrijn D’hamers, Coördinator informatie en publicaties, T. 02-244 93 35 – katrijn.dhamers@iccm.be
    Abdelmalek El Houari, Projectleider kunst en culturele diversiteit, T. 02-244 97 25 – abdelmalek.elhouari@iccm.be
    Sylvain Van Labeke, Directeur, T. 02-244 93 30 – sylvain.vanlabeke@iccm.be
    Steunpunt Allochtone Meisjes en Vrouwen, steunpunt@iccm.be
    Sultan Balli, Projectverantwoordelijke Medetfoon, T. 0486-14 94 54 – sultan.balli@pandora.be
    Judith Perneel, Coördinator, T. 02-244 93 32 – judith.perneel@iccm.be
    Regine Trouillet, Administratie, T. 02-244 93 38 – regine.trouillet@iccm.be
    Eva Cornelis, Stafmedewerker, T. 02-244 93 38 – eva.cornelist@iccm.be
    Forum van Organisaties van Etnisch-Culturele Minderheden, forum@iccm.be
    Ouafia Snauwaert, Coördinator, T. 02-244 97 34 – ouafia.snauwaert@iccm.be
    Regine Trouillet, Administratie, T. 02-244 93 38 – regine.trouillet@iccm.be

    http://www.provant.be/welzijn/thema's/minderhedenbeleid/federaties.htm.
    Aantal verenigingen die een federatie heeft: http://www.belspo.be/belspo/ostc/act_scien/fedra/acrobat/seD801_n.pdf
    Het gesubsidieerde verenigingsleven van allochtonen is van recente datum en erg verscheiden. De eerste migratiegolven in de jaren 40/50 gaven de aanzet tot de ontwikkeling van het allochtone verenigingsleven. Het was echter wachten tot de jaren negentig voor een ondersteuning van de allochtone verenigingen op het niveau van de Vlaamse Gemeenschap

    In 1995 ging het decreet op de Volksontwikkeling (19 april 1995) van kracht dat binnen het beleidsdomein Cultuur in de erkenning en subsidiëring voorzag van o.a. de allochtone verenigingen. Voor lokale verenigingen werd subsidiëring per activiteit voorzien. Landelijke Verenigingen van Migranten konden een erkenning aanvragen die recht gaf op een toelage voor personeel en werking. Ondertussen is de sociaal-culturele sector in afwachting van een nieuw decreet. (zie: http://allserv.rug.ac.be/~hdeley/jdevos/jdevos6.htm. )

    Einde 2000 waren bij het ICCM 955 lokale migrantenverenigingen gekend. We maken een onderscheid tussen de aangesloten en de niet-aangesloten lokale zelforganisaties. De aangesloten verenigingen zijn gefedereerd bij één van de 15 landelijke verenigingen van migranten (zie verder). Einde 2000 waren 426 lokale verenigingen aangesloten bij een landelijke vereniging, 529 waren niet aangesloten.
    Het merendeel van de verenigingen concentreert zich in de provincie Limburg (324), gevolgd door de provincie Antwerpen (264), het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (157), Oost-Vlaanderen (146), Vlaams-Brabant (48) en tenslotte West-Vlaanderen (16).

    ASSOCIAZIONI CRISTIANE LAVORATORI ITALIANI (ACLI—Vlaanderen)
    Rondpuntlaan 25-3600 - Genk
    tel.: 089/35.74.16 - fax: 089/30.31.97
    e-mail : aclivlaanderen@pandora.be
    DI DONATO Teresa administratieve + educatieve
    DI IORIO Katia educatieve
    PINNA Piero toeleider tewerkstellingsproject
    ...

    ASSOCIAZIONI INTERNATIONALI FEDERATE (A.I.F.)
    Stalenstraat 155, 3600 Genk
    tel. 089/38.67.40 - fax : 089/38.67.41
    e-mail : maria.garcia@aif-afie.skynet.be
    Corsini Luciano
    GARCIA Maria educatieve
    LINASSI Anna administratieve
    LONDERO Laura administratieve (vervanging)

    FEDERATIE MAROKKAANSE DEMOCRATISCHE ORGANISATIES (F.M.D.O.)
    Bondgenotenstraat 52 - 1190 Brussel
    tel + fax: 02/346.17.71
    e-mail : fmdo@chello.be
    SEBAHI Mohammed directeur
    FRAIHI Tariq educatieve
    BEN EL FKIH Houda coördinator Nederlandse taalles

    FEDERATIE VAN MAROKKAANSE VERENIGINGEN (F.M.V.)
    Driekoningenstraat 67 - 2600 Berchem
    tel.: 03/239.98.31- fax: 03 1239.98.32
    e-mail : chakkar@hotmail.com
    CHAKKAR Mohammed
    geen gegevens over personeel

    FEDERATIE VAN TURKSE VOORUITSTREVENDE VERENIGINGEN vzw (C.D.F.)
    Dendermondsesteenweg 239 - 9040 Gent
    tel.: 09/228.90.55 - fax: 09/228.90.55
    e-mail : cdf@uptomail.com
    http://users.skynet.be/cdf/werking.htm.
    AYDEMIR Fikret coördinator
    ERDEM Yalçin educatieve
    PALMEN Martien educatieve
    Afdeling Limburg
      Hasseltsesteenweg 154
      3580 Beringen
      Tel. (011) 45 20 67

    FEDERATIE VAN ZELFORGANISATIES IN VLAANDEREN (F.Z.O.-VL)
    Brabantdam 72 - 9000 Gent
    tel. : 09/269.90.89 - fax : 09/225.35.42
    e-mail : fzov@n-d-t.com
    geen gegevens over personeel

    GHANABA (Association of Ghanians resident in Belgium) Rogierstraat 211 - 1030 Brussel
    tel : 02/218.84.46 - fax : 02/218.84.46 e-mail : ghanaba@online.be
    BONNE Griet educatieve halftijds

    INTERNATIONAAL COMITE (I.C.)
    Mgr. Broeckxplein 6 - 3500 Hasselt
    tel.: 011/29.09.12 - fax: 011/29.08.36
    e-mail : intcomit@pi.be
    ALONSO Carmen educatieve
    BONGORNO Vincenzo educatieve
    CASADEI Nadia administratieve
    COPS Hubert directeur
    GÜNGÖR Hatice educatieve
    YILMAZ Sevilay educatieve

    LATIJNS-AMERIKAANSE FEDERATIE (L.A.F.)
    Lange Beeldekensstraat 35 - 2060 Antwerpen
    tel. : 03/231.43.52 - Fax : 03/232.32.28
    e-mail : slarreategui@pandora.be
    LARREATEGUI Suzy educatieve
    TORRES Marie Carmen administratieve

    MIGRANTENVROUWENGROEPEN - WERELDVROUWEN p/a Buurthuis Meulenberg -
    Bremstraat 45 - 3530 Houthalen
    tel. 011/52.26.01 - fax : 011/52.26.01
    e-mail : federatie.wereldvrouwen@skynet.be
    VANHERCK Martine educatieve voltijds

    PLATFORM VAN AFRIKAANSE GEMEENSCHAPPEN
    DE CONINCPLEIN /ANTWERPEN
    Lange Scholierstraat 94 - 2060 Antwerpen
    tel.: 03/272.55.42 - fax: 03/236.84.78
    e-mail: Afrikaans.Platform@antwerpen.be
    ISHOLA Foluke administratieve
    PATERSON Berko educatieve

    UNIE DER TURKS ISLAMITISCHE KULTURELE VERENIGINGEN VAN BELGIE (Turkse Unie van België) Stationsstraat 96 - 3582 Beringen
    tel.: 011/45.38.38 - fax: 011/45.38.38
    e-mail : turkse_unie@hotmail.com
    COBAN Semra educatieve
    KILIC Isa educatieve
    KORKIDE Nilifer administratieve

    UNIE VAN TURKSE VERENIGINGEN (U.T.V.)
    Belegstraat 46 - 2018 Antwerpen
    tel.: 03/289.91.13 - fax: 03/289.77.10
    e-mail: utvtdb@p2ndora.be
    geen gegevens over personeel

    VERENIGING VOOR ONTWIKKELING EN EMANCIPATIE VAN MOSLIMS (V.O.E.M.)
    Duinstraat 152 - 2060 Antwerpen
    tel.: 03/272.35.07 - fax: 03/272.35.07
    e-mail : voem.vzw@village.uunet.be
    NARIMANE Sidali educatieve halftijds (o.v.)
    FARHAT Najmeddine educatieve halftijds (o.v.)

    HOOFDSTEDELIJKE VERBONDEN - BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST (VGC)

    FEDERATIE MAROKKAANSE DEMOCRATISCHE ORGANISATIES (F.M.D.O.)
    Bondgenotenstraat 52 - 1190 Brussel
    tel + fax: 02/346.17.71
    e-mail : fmdo@chello.be
    FRAIHI Tariq educatieve halftijds

    VERENIGING VOOR ONTWIKKELING EN EMANCIPATIE VAN MOSLIMS (V.O.E.M.)
    Priemstraat 19A — 1000 Brussel
    tel. + fax : 02/503.13.25
    EL ALAMI Abdelwahid educatieve halftijds (o.v.)

    VERBOND VAN LATIJNS-AMERIKAANSE VERENIGINGEN IN HET BRUSSELS GEWEST
    p/a Jettelaan 225 — 1090 Brussel
    tel + fax 02/426.44.73
    RODRIGUEZ Elisabeth educatieve

    Terug naar het begin van de pagina

    ASSOCIAZIONI CRISTIANE LAVORATORI INTERNAZIONALI (ACLI-Vlaanderen)
    In 1946 werd ACLI (Associazione Cristiana Lavoratori Internazionali) in België opgericht als bijstanddienst ten behoeve van de Italiaanse mijnwerkers. De Limburgse en Brabantse Acli- afdelingen en een aantal andere verenigingen uit de regio Limburg werden later samengebundeld in een nieuwe vzw ACLI- Vlaanderen. Vanaf 1 januari 1995 werd deze federatie door de Vlaamse overheid erkend als landelijke vereniging van migranten. ACLI-Vlaanderen is ondertussen gegroeid tot een federatie met meer dan 70 afdelingen in heel Brabant, West-Vlaanderen en Antwerpen.

    ACLI is een pluralistische migrantenvereniging. Het open karakter van de ACLI blijkt enerzijds uit de aanwezigheid van verschillende    nationaliteitenen anderzijds uit het behouden van een autonome werking en het organiseren van activiteiten die niet gebonden zijn aan politieke partijen.

    DOELSTELLINGEN
    Burgers van verschillende etniciteiten vormen opdat zij volwaardig in de maatschappij kunnen functioneren en dit zowel op sociaal, politiek als economisch vlak.
    Het gezamenlijk zoeken naar vormen van identiteit behoud, rekeninghoudend met het feit dat men in Vlaanderen leeft, werkt en bijdraagt tot het sociaal leven.
         Het begeleiden van de afdelingen bij het organiseren van activiteiten .
         Het stimuleren van educatieve activiteiten.
         Vorming helpen introduceren bij de aangesloten afdelingen
         De communicatie tussen de verschillende afdelingen verbeteren
         Administratieve hulp bieden bij de afdelingen bij het invullen van subsidieaanvragen, het opstellen van verslagen.
         Het begeleiden bij het opstarten van nieuwe kernen
         Nieuwe activiteiten concipiëren en helpen organiseren met het oog op het ontwikkelen van de mens als individu.
         Gezamenlijke acties organiseren rond knelpunten als veiligheid in de woonkernen, inspraak bij de lokale besturen.
         Deelnemen aan het beleid en het helpen uitstippelen van de werking van de verschillende Integratiecentra hetzij lokaal en Provinciaal.
         Stimuleren van een open en constructieve dialoog met en tussen alle componenten van de migranten wereld in Vlaanderen.



    PLAATSELIJKE VERENIGINGEN VAN MIGRANTEN (Limburg)

    http://users.skynet.be/slachtofferhulp.Antwerpen/adres/migrant.htm
    http://www.hri.org/MFA/abroadgr/society/var_gn.htm
    integratiediensten: http://www.vmc.be/main/maind02.htm. - http://users.skynet.be/vlaamsminderhedencentrum/adressenintegratiecentra.htm.

    3580 BERINGEN

    Griekse Culturele Vereniging Apollon,  Tessenderlosesteenweg 102,  011/43 32 89
    Integratiedienst Beringen, Mijnschoolstraat 88, 3580 BERINGEN, Telefoon: 011/45 84 86 Fax: 011/45 84 87
            e-mail: lic.Beringen@skynet.be
    Islamitische Ontwikkelingsvereniging,  Leysestraat 132, 011/43 15 24
    Poolse Vrije Vereniging Afdeling Beringen,  Laan op Vurten 83,  011/42 53 92
    Unie der Turks-Islamitische Kulturele Verenigingen van België (Turkse Unie van België),  Stationsstraat 96,  011/45 38 38  3582 Beringen tel.: 011/45.38.38 - fax: 011/45.38.38 e-mail : turkse_unie@hotmail.com

    3650 DILSEN-STOKKEM

    Integratiedienst Dilsen-Stokkem, Borreshoefstraat 4 / Europalaan 25, 3650 DILSEN-STOKKEM Telefoon: 089/79 08 54 Fax: 089/75 23 06 e-mail: liddilsenstokkem@hotmail.com

    3600 GENK

    ACLI-Vlaanderen - Associazioni Cristiane Lavoratori Italiani,  Rondpuntlaan 25,  089/35 74 16
    ACLI-Waterschei,  Risstraat 3,  089/35 33 07
    ARCE - Associazioni Regionale Calabresi Emigrati,  p/a Doornstraat 7,  089/35 81 37
    ARPL - Associazioni Regionale Pugliesi Limburgo,  Kievitstraat 2 A,  089/36 14 18
    CSI Genk, Vredestraat 41,  089/38 07 19
    Euro Afro Genk,  Trinterweg 27,  089/61 57 92
    Folkloristische Groep Krakus Genk,  Dijkstraat 23,  089/38 00 44
    Gemeentelijke Integratiedienst,  p/a Gemeentehuis Genk - Dieplaan 2,  089/30 95 33 Fax: 089 35 64 55 e-mail: minderheden@Genk.be
    Griekse Vereniging Evrou & Thraki van Limburg,  Anijsstraat 9,  089/84 10 40
    Hogar Espanol Altas Torres,  Hoevenzavellaan 22,  089/38 33 94
    Kurdische Kulturele Vereniging,  Herenstraat 16,  089/35 75 00
    Marokkaanse Islamitische & Culturele Vereniging Winterslag,  Noorderlaan 133 bus 3,  089/36 40 34
    ODYSSEUS VZW GRIEKSE JONGEREN, WILDE ROZENTUIN 15, B - 3600 GENK
    Turkse Culturele Vereniging Waterschei,  André Dumontlaan 90,  089/38 00 16
    Turkse Culturele Vereniging Winterslag,  Acacialaan 1,  089/35 12 17
    Turkse Oudervereniging,  Stalenstraat 201,  089/38 25 47

    3500 HASSELT

    Integratiedienst Hasselt, Manteliusstraat 25, 3500 HASSELT Telefoon: 011/23 64 47 Fax: 011/22 03.26
    Internationaal Comité (I.C.),  Mgr. Broeckxplein 6,  011/29 09 12  fax: 011/29.08.36 e-mail : intcomit@pi.be
               Kolibrie,  Martelarenlaan 22,  011/20 11 23
    Provinciaal Integratiecentrum,  Provinciehuis Universiteitslaan 1, 011/23 82 20  (011)23 82 35 fax (011)23 82 10 e-mail: pric@limburg.be website: www.limburg.be/pric/
    Cel vluchtelingen p/a Pric Limburg -Universiteitslaan 1 3500 HASSELT Telefoon: 011/23 82 51 Fax: 011/23 82 55
            e-mail: limburgsecel.vluchtelingenwerk@yucom.be Contactpersoon: Rebecca Huysmans
    Cel woonwagenwerk Universiteitslaan 1 3500 HASSELT Telefoon: 011/23 82 52 Fax: 011/23 82 55 e-mail:
            Contactpersoon: Thieu Schuurmans
    Regionaal Overleg Migrantenvrouwen Limburg,  Universiteitslaan 1 blok A,  011/23 81 20

    3550 HEUSDEN-ZOLDER

    Donne Unite - Federatie,  Bosbessenstraat 7,  011/57 13 00
    Ex-Mijnwerkers,  Rubenslaan 10,  011/53 71 81
    Integratiecentrum Migranten Heusden-Zolder,  Waterleidingstraat 14,  011/57 19 19
    Turks Islam. Kultuurverenigingen in België,  P. Paquaylaan 103b,  011/57 42 06

    3530 HOUTHALEN-HELCHTEREN

    Belgen & Migrantenwerking,(BMW)  Hoolvenstraat 112,  3530 Houthalen-Helchteren. Tel.: 011/52 49 62 (adres en telefoon van de secretaris) Website: http://www.geocities.com/Augusta/4555/
    Caba - Turkse Vrouwenwerking,  Grote Baan 112,  3530 Houthalen-Helchteren Tel.: 011/52 29 02
    Gemeentelijk Integratiecentrum Migranten, Grote Baan 112,  011/60 05 94
    Islamitische Ontwikkelingsvereniging,  Grote Baan 50,  011/60 14 75
    Kultuurvereniging Griekse Emigranten Houthalen - Mesem,  Brelaerstraat 20A,  011/52 61 19
    Moskee, Cultuur & Solidariteitsvereniging,  Saviostraat 49,  011/60 14 03
    Nahda, Schomstraat 4
    ÁÏÕÔÁËÅÍ ÐÏËÉÔÉÓÔÉÊ?ÊÅÍÔÑÏ - CENTRE CULTURAL GREC "MESEMA", HOOGSTRAAT 34, 3530 HOUTALEN

    LEOPOLDSBURG

    Integratiedienst Leopoldsburg Koningin Astridplein 44 3970 LEOPOLDSBURG Telefoon: 011/34 02 47 Fax: 011/34 02 46 Contactpersoon: Jean-Paul Vanbuel e-mail: leopoldsburg.gem.integratiedienst@cipal.be

    LOMMEL

    Integratiedienst Lommel Dorp 57 3920 LOMMEL tel. 011/54.47.61 fax 011/54.34.18 Wijkvormingscentrum De Kievit, Kievitpad 21, 3920 Lommel. tel. 011/54.41.08 fax 011/54.34.18 Contactpersoon: Sarah Kaya Website: http://www.lommel.be/diensten.html#Lokaal integratiecentrum

    3630 MAASMECHELEN

    Agios Dimitrios Ouders & Voogden,  Valkeniersstraat 21,  089/30 18 46
    AIFIB Ass. Italiana Famiglie Immigrati in Belgio,  Prins Philipstraat 6,  089/76 78 91
    ÁÓÌÅ×ÅËÅÍ ÓÕËËÏÃÏÓ ÅËËÇÍÙ?BR>ASSOCIATION DES GRECKS MAASMECHELEN ECHOSTRRAT 8 3630 MAASMECHELEN
    Integratiedienst Maasmechelen, Oude Baan 207  3630 MAASMECHELEN Telefoon: 089/77 96 02 Fax: 089/77 96 01
            e-mail: lic.maasmechelen@skynet.be Contactpersoon: Joon Ravesloot

    MAASEIK

    Integratiedienst Maaseik Lekkerstraat 10 MAASEIK Telefoon: 089/56 05 57 Fax: 089/56 05 61 e-mail: katrien.desmedt@maaseik.be Contactpersoon: Katrien De Smedt

    Terug naar het begin van de pagina



    Tariq Fraihi :

    - Het failliet van de integratie-industrie, Opinietekst in , 8 mei 2000, Tarik Fraihi , Student Wijsbegeerte, Voorzitter van Jongerencentrum Centrum-West;  http://allserv.rug.ac.be/~hdeley/CIE/fraihi.htm
    - Het doel van een debat over het failliet van de integratie, door Tarik FRAIHI,  Voorzitter jongerencentrum Centrum West,
    Adres: Onderrichtstraat 90/6, 1000 Brussel.  tel: 0477746441. Web Site: http://users.belgacom.net/KifKif/  E-mail: KifKif@wol.be
    http://allserv.rug.ac.be/~hdeley/CIE/fraihi2.htm

    - Van onze redacteur Rolf Falter - De Standaard, woensdag 28 maart 2001

    BRUSSEL Tarik Fraihi is een nieuwe stem in het immigratiedebat in Vlaanderen. Het jongste jaar liet hij opvallend van zich horen in vrije tribunes in kranten. Scherp en radicaal, maar met een doordachte logica. Wat hem aan het eind van zijn betoog Vlaanderen voor een glasheldere, ongenadige spiegel doet zetten.

    Tarik Fraihi (31) is afkomstig uit Klein—Brabant, als zoon van Marokkaanse ouders. Hij heeft een curriculum van jobs en activiteit in sociale organisaties, en bereidt aan de VUB een licentie in de filosofie voor.
    Sinds vorig jaar werkt hij bij de Federatie van Marokkaanse Democratische Organisaties, een koepel van 47 organisaties die actief zijn in de belangenbehartiging en emancipatie van Marokkaanse immigranten in Vlaanderen en Brussel.
    ,,Het is in het jeugdwerk dat mijn ogen zijn open gegaan”, zegt hij. ,,Wij waren vrij rebels, wilden reëel iets veranderen, en vooral ons lot in handen nemen. De migratie naar Europa is van hieruit georganiseerd en op gang gebracht.”
    ,,Maar de beleidsmensen hebben zich niet de vraag gesteld: wat doen we met de kinderen? Later reageerde men paternalistisch, in de sfeer van ‘ocharme, die kinderen’. Soms werd dat een flagrant racistische attitude: migrantenkinderen, da’s voor het beroepsonderwijs, een automatisme. Zoals snit en naad voor de vrouwen vroeger.”
    "Dan kwam de eerste doorbraak van het Vlaams Blok, in 1988. En een koninklijk commissaris, Paula D’Hondt. Zeker, die heeft een instrumentarium uitgebouwd. En met de beste bedoelingen een integratieconcept uitgewerkt. lnpassing heette dat: migranten moeten de wet volgen, mogen hun folklore en uiterlijkheden behouden, maar moeten de diepere culturele waarden van Vlaanderen overnemen.”
    ,,De attitude tegen de vrouwen, de gedwongen huwelijken, dat moest allemaal weg. Natuurlijk blijven gedwongen huwelijken verwerpelijk. Maar men heeft zich daarop gefixeerd. In 95 procent van de huwelijken is er geen dwang. Wel spelen de ouders vaak nog huwelijksbureau, wat jullie niet meer kennen. In immigrantengezinnen vinden daar volop discussies over plaats. Maar grijp daar plompverloren van buiten in, zoals Johan Leman enkele keren met cassante uitspraken heeft gedaan, en de stekels gaan omhoog. De discussie wordt dan afgeremd.”
    ,,ln het migrantenbeleid steekt veel paternalisme, goed bedoeld ongetwijfeld, maar zo kwetsend ook. Er is het miserabele beeld over migranten. Alsof wij allemaal sukkelaars zouden zijn. Er zijn miljonairs in de Marokkaanse gemeenschap.”
    ,,in de hoofden van de meeste mensen in Vlaanderen, en onder druk van het Vlaams Biok, is dat integreren inmiddels assimileren geworden. Men verwacht: migranten moeten volledig gaan leven zoals de mensen hier. Onzin. Wat wij eisen is gelijkwaardigheid, ook in de verschillen. Accepteer de verschillen en behandel ze op gelijke basis.”
    "Wat een vernedering is dat niet geweest met die moslimraad twee jaar geleden. Democratisch verkozen afgevaardigden moesten achteraf, na hun verkiezing notabene, door de filter van de Staatsveiligheid. Zouden Vlamingen zoiets aanvaarden?”
    ,,Vlaanderen is serieus ziek, ook zonder het Vlaams Blok. Het weet gewoon niet om te gaan met diversiteit. Hoeveel allochtonen zijn er al in dienst bij de overheid, in de politiek, in de bedrijven, aan de universiteiten? Vergeet de retoriek over de multiculturele samenleving. Verder dan het multiculinaire is men in Vlaanderen nog niet geraakt.”
    ,,Er wordt te weinig of geen moelle gedaan om wederzijds begrip te creëren. De geschiedenis die je op school krijgt, is nog verschrikkelijk eurocentrisch, op een ogenblik dat de wereld ons dorp wordt. Ik zeg niet dat het accent niet mag blijven liggen op het verleden hier, maar probeer eens de blik te verruimen.”
    ,Over het Vlaams-nationalisme wordt gedoceerd dat het een ontvoogdingsstrijd was, over het Arabische krijg je de indruk dat het vooral een bedreiging vormt, terwijl het toch ook een strijd tegen kolonisatie was. Plaats dat in zijn context.”
    ,,Ik heb soms de indruk dat het Vlaams Blok en de moeilijkheden elkaar versterken. Men focust op het weren van extreem-rechts en vergeet wat er fout is. Vandaar dat integratieconcept, dat niet doorgedacht is. Wanneer is iemand geïntegreerd en wie bepaalt dat? Er zit een idee achter dat je een vorm van eenheid in de natiestaat kan handhaven. Sorry, maar dat is oude romantiek.”
    ,,Wat is nationaliteit waard, als men toch geen werk vindt omdat je zwart bent. Ik denk dat inwonerschap een beter administratief instrument wordt. Nationaliteit zal niet meteen verdwijnen, omdat dit zou inhouden dat iedereen hier kan komen wonen. Maar het zal wel efficiënter worden mensen administratief in te delen en te behandelen — te belasten ook —op grond van het feit dat ze hier enkele jaren wonen of niet. En daar zal dan ook het stemrecht aan verbonden worden.”
    ,,De Vlamingen beseffen niet hoe geïsoleerd zij staan op het gebied van multiculturaliteit: het openstellen van hun maatschappij voor de immigranten die er zijn. Alle buurlanden, ook de Franstaligen in België, staan op dat vlak veel verder.”
    ,,Het heeft met het Vlaams Blok te maken, natuurlijk, maar dat Blok is symptoom voor iets dieper. De Fransen hebben in hun cultuur de notie van universaliteit, maar Vlaanderen lijkt sterk doordrongen te zijn van de idee dat de Vlamingen een gemeenschap zijn, en als groep moeten ageren.”
    ,,Ik denk dat wij als kinderen van migranten daar een scherpere kijk op hebben. Wij hebben een binding met de cultuur van onze ouders. Maar wij leven en zijn actief in Vlaanderen, waar ook nog zo sterke particularistische neigingen bestaan. Wij zoeken de synthese: we willen de band met die cultuur van onze ouders behouden, maar ook in onze leefwereld thuis zijn. De nieuwe uitdaging is juist een synthese te vormen tussen universele en particuliere strekkingen.’

    "Er zijn natuurlijk steeds meer Vlamingen die geen angst hebben voor andere culturen, maar met de merkwaardigheid dat ze de Vlaamse cultuur volledig weggegomd hebben voor de westerse massacultuur, die zo gericht is op consumeren. Dat is, vrees ik, een dood spoor, want de essentie van cultuur is creativiteit, niet consumeren.”
    ,,Het gekke is dat Vlamingen niet zien dat we bondgenoten kunnen zijn in het verdedigen van onze roots. De strijd tegen de monopolieneigingen van de westerse cultuur, waarin elk stukje eigenheid verdwijnt, dat was precies de inspiratie van de vroegste Arabische nationalisten. Daar is veel gelijkenis met de vroegste Vlaamse nationalisten.”
    "Cultuur is creatief en divers, probeer dat toch niet te geleiden of te kneden. Ik voel me niet goed bij de polarisering en verkramptheid die je vandaag in Vlaanderen aantreft. De radicale progressief die zijn eigen oorsprong ontkent is voor mij evenzeer in zijn bedje ziek als de rechtse extremist die zich vasibijt in zijn superioriteitsgevoel.”

    Terug naar de tekst



    Belgen en Migrantenwerking Houthalen-Helchteren
    _______________________________________________________________________

     Naam en  voornaam Adres Gemeente Functie Tel
     Ferro Luc, Welvaartstraat 5, 3550 Houthalen, Voorzitter, 011/52.44.79
     Sisti Nunzio, Bleuksken 17, 3550 Houthalen, Ondervoorzitter, 011/52.34.51
     Roska Stephan, Reimenhof 41, 3550 Houthalen, Penningmeester, 011/52.31.92
     Nicosia Antonino, Hoolvenstraat 112, 3550 Houthalen, Secretaris, 011/52.49.62
     Ben Ayad Mustafa, Meerkoetsstraat 14,  3550 Houthalen, Bestuurslid, 089/84.25.47
     Bencerif Abdelaziz, Eendstraat 8, 3550 Houthalen, Bestuurslid, 089/84.52.02
     Cacagnile Adelaide, Groenstraat 22, 3550 Houthalen, Bestuurslid, 011/31.53.48
     Cipriani Renato, Weyerstraat 57, 3570 Alken, Bestuurslid, 011/31.53.48
     De Vriendt Maria, Reimenhof 41, 3550 Houthalen, Bestuurslid, 011/52.31.92
     Di Giambatista Remo, Bunekensstraat 19, 3550 Houthalen, Bestuurslid, 011/60.16.55
     Garcia Maria, Bremstraat 103, 3550 Houthalen, Bestuurslid, 011/52.30.39
     Incalza Claudio, Groenstraat 22, 3550 Houthalen, Bestuurslid, 011/52.66.65
     Kalyoncu Nevzat, Gagelstraat 81, 3550 Houthalen, Bestuurslid, 011/52.51.40
     Latrech Mustafa, Broedersveld 46, 3560 Lummen, Bestuurslid, 013/52.31.97
     Palmers Henry, St Maartenlaan 45, 3550 Heusden, Bestuurslid, 011/57.29.09
     Parissi Mauro, Schomstraat 19, 3550 Houthalen, Bestuurslid, 011/52.41.02
     Poelmans Jos, Stationstraat 80A, 3550 Houthalen, Bestuurslid, 011/52.45.85
     Rozak Anna, Varenstraat 86, 3550 Houthalen, Bestuurslid, 011/52.30.09
     Rozak Loeba, Varenstraat 86, 3550 Houthalen, Bestuurslid, 011/52.30.09
     Vanvlemen Peter, Muntstraat 25, 3600 Genk, Bestuurslid, 089/84.27.73

    De vereniging Belgen en Migrantenwerking is 16 jaar geleden ontstaan vanuit ACV Italianen Meulenberg. Met enkele actieve bestuursleden kwamen wij tot de conclusie dat wij geen voldoening meer hadden aan puur syndicaal werk. Verder was er voor veel mensen uit de tweede generatie de taalkloof. Italiaans spreken en zo dat ging, maar een echte conversatie voeren en vergaderen in het Italiaans, dat lukte niet zomaar. Wij zijn toen gaan kijken of dezelfde problematiek ook bij andere nationaliteiten bestond en of wij mensen van andere nationaliteiten konden aantrekken om iets nieuw, in de richting van het socio-culturele op te zetten.

    Op de eerste vergadering waren Belgen en migranten van verschillende nationaliteiten aanwezig en werd
    gebrainstormd over de naam. Het moest een klinkende en gemakkelijk te onthouden naam worden. Een naam die vertelde wie wij waren met een afkorting die niet snel vergeten wordt Vandaar BMW. Sinds de nieuwe structuren uitgewerkt zijn door het Ministerie van Cultuur zijn wij als vereniging aangesloten bij de Landelijke Vereniging "Internationaal Comité" van het ACW.

    Als vereniging zijn wij actief in het verdedigen van de belangen van de sociaal zwakkeren in de maatschappij en
    bieden wij deze groep (Belgen en Migranten) allerlei diensten aan. Tijdens de periode van de belastingsbrieven
    houden wij een twintigtal zitdagen over de mijngemeenten. In die periode vullen wij een 1.000-tal belastingsbrieven in. Het spreekt voor zich dat onze bestuursleden zich jaarlijks dienen bij te scholen. Dit betekent wel dat wij nu met bestuursleden zitten die als bouwvakkers hun brood verdienen maar die meer weten over belastingen dan de gemiddelde burger en die op zo een zitdag gouden tips kunnen geven. In september - oktober doen wij hetzelfde voor de studiebeurzen. Hierbij bereiken wij een 50-tal mensen. Een lidmaatschap bestaat bij ons niet en ieder die beroep doet op ons wordt geholpen of doorverwezen. Natuurlijk maken wij dan reclame voor de verenigingen van de eigen zuil en wijzen wij op de goede dienstverlening die aangeboden wordt.

    Wij zetten onze bestuursleden aan om aanwezig te zijn op al de mogelijke geledingen van onze samenleving;
    aanwezigheid in vakbonden, verenigingen en politieke partijen om onze stem zoveel mogelijk te laten horen.
    In samenwerking met Vzw Alternatief organiseren wij geregeld cursussen computer. De eerste cursus die wij zelf organiseerden is nu 9 jaar geleden, ten tijde dat de PC nog in de kinderschoenen stond. In samenwerking met een plaatselijke school (Het Sint Pauluscollege van Houthalen-Helchteren) leerden wij hoe met de eerste PC' s om te gaan. Ongeveer de helft van onze bestuursleden is constant bijgeschoold met gevolg dat wij met een serie echte computernerds (zeg maar computermaniakken) zitten.

    Wij verlenen ook diensten aan andere verenigingen zoals lezingen over migratie of het organiseren van festiviteiten met migranteninslag zoals jaarlijks een quizavond (vorig jaar rond het Internet) voor de Migrantenraad van Houthalen-Helchteren.

    Bij belangrijke thema's worden werkgroepen opgezet die met een zekere onafhankelijkheid kunnen werken.

    In het verleden heeft de werkgroep Help Zahra een hulpfonds opgericht voor de kleine Zahra uit Genk, een achtjarig meisje dat op zesjarige leeftijd slachtoffer werd van een zwaar verkeersongeval Voor de inplanting van een speciaal beademingsapparaat, de aankoop van een elektrische rolstoel bedienbaar met de tong, een draagbare monitor en een draagbaar beademingsapparaat hebben wij in 5 maanden tijd 3 miljoen Belgische frank bijeengebracht.

    Een andere zeer actieve werkgroep is onze werkgroep Oost-Europa, naast een groep kinderen die hier tweemaal zijn komen optreden en een reis die wij in 1996 naar Oekraïne georganiseerd hebben steunen wij enkele groeperingen ter plaatse. De steun is vooral naar ziekenhuizen gericht en hiervoor kunnen wij beroep doen op Oostpriesterhulp en Artsen zonder grenzen. In het kader van deze werking zijn enkele studenten geneeskunde ter plaatse geweest. Daar hebben zij een stage gelopen in een ziekenhuis om te peilen naar de materiële behoeften van een plaatselijk ziekenhuis. Naar de steunverlening toe hebben wij een optie genomen om samen met de CM om in de stad LVIV een mutualiteit naar Belgische structuur op te zetten. De onderhandelingen zijn lopende. In april vertrekken enkele mensen van de werkgroep om te kijken hoe de hulpverlening ginder verloopt en om een rondreis voor juli 1998 door heel Oekraïne op te zetten. Deze reis voor een 10-tal personen wordt reeds uitgewerkt. De bedoeling is in 3 weken tijd een ronde te doen van heel Oekraïne, daarbij gebruik makend van onze kennissenkring ter plaatse om ons buiten het toeristisch circuit te houden.

    Een andere werkgroep is de werkgroep Italiaanse cultuur. In 1996 hebben wij een Italiaans weekend georganiseerd met de Middenstand van Houthalen-Centrum en van daar uit is het idee ontsproten om Italiaanse lessen op te zetten. Vanuit deze werkgroep is de wens gekomen om een reis naar Italië te organiseren. Dit is waarschijnlijk voor Pasen 1999.

    Werkgroep Turkije heeft banden met de het dorp Ekinci Beldesi, Hatay-Antakya tegen de Syrische grens. Het is een dorp van een 2.000 inwoners dat bewoond wordt door voor 90% Alevieten. Voor de avontuurlijke geesten gaat in september-oktober 1999 een reis door naar Ekinci. Modaliteiten worden door de werkgroep opgesteld.

    Verder hopen wij samen met onze Marokkaanse bestuursleden en een plaatselijke Marokkaanse werking in 1999 een programma rond Marokko op te zetten, en indien mogelijk eens te kijken of een uitstap (niet-toeristisch zoals in de gewone reisbrochures) te organiseren.

    Sinds december 1996 hebben wij een jongerenwerking die volledig autonoom werkt. Hun programmatie is vooral
    gericht naar jongeren in de leeftijd van 18 tot 25 jaar

    Terug naar de tekst



    ALLOCHTONEN EN CRIMINALITEIT

    Er is deze week (13 november 2001) nogal wat te doen rond het onderzoek van Marion Van Dan rond de criminaliteit van allochtonen.

    Wie is Marion Van Dan?

    Marion Van Sam publiceerde in 1998 haar proefschrift Stelen & steken: Delinquent gedrag van Curaçaose jongens in Nederland. Zij was verbonden aan het Willem Pompe-instituut.
    Universiteit Utrecht, Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Janskerkhof 16, 3512 BM Utrecht. Tel.: 030-2537125 - Fax: 030-2537028

    In De Standaard van woensdag 14 november 2001 lezen we: BRUSSEL — In de gang van de Amsterdam University Press staan dozen vol rapporten-Van San te wachten op groen licht vanuit Brussel. Maar zal het gepubliceerde rapport over de criminaliteit onder allochtonen het beleid sterk beïnvloeden? Ja en nee, leert het Nederlandse voorbeeld.

    De publicatie van het rapport-Van San over criminaliteit (DS 13 november 2001) onder allochtonen begint iets van een vaudeville te krijgen, maar het einde van de struisvogelpolitiek lijkt in zicht. Geheimdoenerij heeft  trouwens niet veel zin meer, nu de grote lijnen al in de krant stonden. De commotie is nog groter dan bij de publicatie van Van Sans studie naar de Antilliaanse jongeren in Nederland, in 1998. Nochtans heeft de Belgische criminologe-sociologe ook daar voor hete vuren gestaan. ,,Op een voorstelling van mijn rapport voor reclasseringswerkers in Rotterdam moest de politie me komen ontzetten, herinnert ze zich nog levendig. ,,Er was een vrouw in het publiek die Dutroux, rot op naar je eigen land riep. Ze had geen oren naar mijn nuances, alleen naar de vette koppen die De Telegraaf er van had gemaakt. En dus ging ze een twintigtal jonge Antillianen halen om amok te maken. Maar de storm ging liggen toen bleek dat het rapport genuanceerder was dan aanvankelijk vermoed. Even laaiden de gemoederen opnieuw op, toen de Nederlandse regering er bij de Antilliaanse op aandrong niet langer haar probleem te exporteren. De Nederlandse Antillen behoren tot het koninkrijk der Nederlanden en Antilliaanse burgers kunnen dus onbeperkt naar Nederland verhuizen. Op Curaçao heerst een grote werkloosheid en jeugdcriminaliteit. Ze zien er moeilijke tieners met plezier naar het koude noorden vertrekken, zij het zonder familie of behoorlijke kennis van het Nederlands. Het rapport heeft er onder meer toe geleid dat er nu inburgeringscursussen voor de Nederlandse maatschappij worden georganiseerd op de Antillen. Bovendien zijn de ogen opengegaan in de Antilliaanse gemeenschap in Nederland. Onlangs gaven enkele prominente Antillianen in het multiculturele tijdschrift Contrast volmondig toe dat er een Antilliaans probleem bestaat...
    In Nederland heeft Van San wél geloofwaardigheid opgebouwd. Vandaar ook haar huidige opdracht: het in kaart brengen van de criminaliteit onder Joegoslavische jongeren. Dat is in Nederland en in België een groot probleem: onder de ,,criminele Oost-Europese jongeren spannen Joegoslaven en Roemenen de kroon.
    Frappant is dat de opdracht voor Van Sans nieuwe onderzoek komt van het Landelijk Inspraakorgaan Zuid-Europese Jongeren (Lize), een organisatie die de belangen van onder meer Joegoslaven behartigt. Het Lize maakt zich zorgen dat zonder een duidelijke aanpak, het maatschappelijk draagvlak voor de opvang van asielzoekers gaat verdwijnen."

    Toch even gaan kijken hoe in sommige Nederlandse kringen het onderzoek van Marion Van Dan werd onthaald. Interessant is een artikel in De Groene Amsterdammer van 16-9-98: De Antillianen komen

    Het is chaos op de Antillen. Dus trekken veel eilandbewoners naar Nederland. Daar wordt een aantal mensen heel zenuwachtig van. Politiek, politie en wetenschap zien horden boeven en boefjes komen. Dat stigma hebben die aardige, pijprokende jongelui niet verdiend. door Joeri Boom en Joris van Casteren

    BRUINE NAGELS breken een bolletje open. Wit poeder en een lange askegel verdwijnen in de kop van een zilveren pijpje. Vlammetje erbij. Sigfrid inhaleert diep. De andere Antillianen rond het bankje op de Nieuwmarkt kijken verlekkerd toe als hij uitblaast.
    Sigfrid: 'Ik ga het je zeggen. Ik schaam mij Antilliaan te zijn. Ik zeg liever dat ik Papoea ben. Antilliaan is synoniem met alle kwaad. In deze tijd wil ik niet met Antillianen geassocieerd worden.'
    Reggie: 'Er worden op hoog niveau zulke domme uitspraken gedaan. De bewering dat we agressief zouden zijn, die gaat ons pas agressief maken. Al mijn Antilliaanse vrienden hier in de scene zijn boos. Ze zeggen: politici zijn klootzakken.' Hij neemt een trekje van de pijp.

    AMSTERDAM WORDT geteisterd door losgeslagen Antillianen, zo hebben diverse gezagsbekleders ons de afgelopen weken willen doen geloven. Het begon met commissaris Ad Smit van bureau Warmoesstraat. Dealende analfabete Antilliaanse jongens van een jaar of twaalf zetten het Centraal Station en de binnenstad op stelten. Korpschef Jelle Kuiper ging zo ver te beweren dat de knaapjes rechtstreeks uit Willemstad werden overgevlogen om de plekken van opgepakte dealers in te nemen. Daarna lanceerde minderhedenwethouder Jaap van der Aa (PvdA) in de pers het opzienbarende voorstel voortaan alle Antilliaanse nieuwkomers aan registratie te onderwerpen, anders zou op korte termijn de ellende niet te overzien zijn. Van der Aa kreeg warme steun van burgemeester Patijn, hoewel deze meer heil zag in een speciale Gemenebestpas voor Antillianen en Arubanen, naar Brits voorbeeld.
    Het is niet de eerste keer dat de Antillianen worden bestempeld als levensgevaarlijke criminelen. In 1993 beweerde de toenmalige Amsterdamse korpschef Eric Nordholt dat de Antilliaanse overheden hun hopeloze probleemjongeren dumpten in Nederland. Dat leidde tot een fikse rel tussen Nederlandse en Antilliaanse ambtsdragers. Het resultaat was een aanzienlijke bekoeling in de Nederlands-Antilliaanse betrekkingen.
    'Het lijkt haast een complot', zegt James Schrils, directeur van de Antilliaanse organisatie Forsa. 'Het ongedierte heeft een naam gekregen: Antilliaan. Het is een trend geworden in het wilde weg Antillianen te beschimpen.'

    OP DE RECENTE uitlatingen over Antillianen volgde een grootscheeps politieoptreden rond het Amsterdamse Centraal Station. Na een schoonveegactie werden bij alle toegangen agenten geposteerd om drugsgebruikers buiten te houden.
    'Overal worden we weggejaagd', zegt Sigfrid. 'En nou willen ze alle jongens ook nog eens laten registreren.'
    Johnny: 'Wie zegt dat?'
    Cailon: 'De wethouder toch, jongen. En de burgemeester. Ze weten niet waar ze over praten. Laat ze langskomen. Ze schuiven de verslaafden op een hoop. Het is stigmatiseren, zeker weten.'
    Sigfrid: 'De politie heeft vrij spel gekregen om razzia's te houden. Antillianen en alles wat daarop lijkt zijn vogelvrij verklaard.'
    Reggie: 'Dat komt omdat de politiek ons Antillianen een slechte naam heeft gegeven. Al dat geweld, dat zijn wij niet. Wij zijn eerlijke gebruikers. Ik zweer je, er is alleen een groep van twintig Antillianen, die twee jaar geleden naar Nederland kwam. Dat zijn de criminelen waar wij mee geassocieerd worden. Ze beroven oude dametjes en vrouwen. Met pistolen en messen, alles. Ze zijn laf, man. Ze steken voor een tientje. Het is een georganiseerde bende. Ze opereren voornamelijk in de Bijlmer, soms komen ze met de metro naar het CS.'

    TWEE WEKEN TERUG, op het moment dat de wildste geruchten de ronde deden, verscheen het proefschrift Stelen & steken: Delinquent gedrag van Curaçaose jongens in Nederland van de hand van antropologe Marion van San, verbonden aan het Willem Pompe-instituut. Dat instituut lijkt patent te hebben op harde uitspraken over allochtonen, gebaseerd op grofmazige wetenschap. In 1995 liet de aan het instituut verbonden criminoloog Frank Bovenkerk zich ontvallen dat 'enkele tientallen procenten' van de in Nederland woonachtige Turken zich inlieten met zware criminaliteit. Die uitspraak moest hij later terugnemen. De bevindingen van Marion van San zijn van hetzelfde soort: Antilliaanse jongens trekken bij de minste aanleiding een vlijmscherp mes en aarzelen niet te steken. Ze voegt daaraan toe: het agressieve karakter van deze gewetenloze Antillianen is deels te verklaren uit laks moederschap. Moeders zouden hun zonen in sommige gevallen zelfs aanmoedigen tot crimineel gedrag.
    Gert Oostindie, Leids hoogleraar Caribische studies, zat in de promotiecommissie van Van San. 'Dit proefschrift werkt onherroepelijk stigmatiserend. Dat hebben wij in de commissie voortdurend geroepen. Het zou goed zijn als wat meer beklemtoond was dat de conclusies niet van toepassing zijn op de hele Antilliaanse groep. Maar het blijft wetenschap. Je hoeft je niets aan te trekken van een politieke ontwikkeling.'
    Antropoloog Fridus Steijlen, verbonden aan het Koninklijk Instituut voor Taal, Land- en Volkenkunde (KILV), deed verscheidene onderzoeken naar Antilliaanse minderheden in Amsterdam-Zuidoost en Rotterdam. 'Van San speelt op het juiste moment in op sensatiegevoelens. Het is volstrekte onzin dat de moeder verantwoordelijk voor de criminaliteit van haar zonen zou zijn. Te simpel.'

    LAURINDO ANDREA (30), afkomstig uit Curaçao, herkent zich niet in de Antillianen-verhalen die via de media worden verspreid. 'Ik ben opgevoed door mijn moeder. Met mijn vader heb ik goed contact, maar mijn moeder koos ervoor alleen te staan. Ik moet zeggen, ze gaf me een op en top opvoeding. Ze werkte hard, in een hotel. Als ze mijn vrienden niet zag zitten, kwamen ze er niet meer in. Ze wist ook altijd precies waar ik geweest was. Ze had altijd aandacht voor me. Ik had gewoon geen kans om op het slechte pad te raken.' Andrea kwam in 1989 naar Nederland om te studeren, met een groep van driehonderdvijftig Antilliaanse studenten. Hij kwam terecht in Nijmegen, begon drie keer aan een andere studie (waarvan hij steeds de propedeuse haalde), stroomde door naar de kunstacademie en vond dáár pas wat hij zocht. Hij voltooide er de opleiding modevormgeving. Andrea: 'Ik heb doorgezet omdat ik iets wilde bereiken. Zonder motivatie red je het niet in Nederland. Dan word je opgeslokt door die grote, open wereld. Ik kwam hier niet om een beter leven te leiden, maar om een opleiding te doen die we op Curaçao niet hebben. Met die registratieplannen word ik op één lijn gesteld met criminelen, terwijl ik mijn best heb gedaan hier iets te bereiken. Met succes. Die plannen zijn beledigend. Het is sowieso belachelijk dat er helemaal geen aandacht wordt besteed aan de Antillianen die hier een degelijk bestaan hebben opgebouwd. Dat zijn er nog altijd veel meer dan het aantal Antilliaanse criminelen.' Andrea werkt als deeltijdtolk Spaans en Papiamento. Hij vertaalt vaak voor Antilliaanse verdachten die worden voorgeleid. Andrea: 'Ik kon me vroeger niet voorstellen dat een Antilliaan geen Nederlands kon spreken of zijn naam niet kon schrijven. Dat heb ik pas ontdekt sinds ik tolk ben. Ik wist wel van drugs, ik wist van het criminele pad op Curaçao, maar ik zag het niet. Toen ik er nog woonde, was het veel minder erg dan nu. Er worden nu mensen op klaarlichte dag beroofd. Ook het drugsgebruik is toegenomen. Allemaal tekenen van armoede en wanhoop. Mijn moeder vertelde me dat je beter niet meer na zeven uur 'savonds de straat op kunt gaan. Vroeger zaten we 'savonds met vrienden op het strand. Nu durft niemand daar nog te zijn als het donker is. Het probleem ligt niet hier, maar op de Antillen. Dáár zou iets aan de armoede gedaan moeten worden.' Ook Oostindie plaatst kanttekeningen bij de huidige beeldvorming over Antillianen. 'Ik vind het terecht dat er niet stiekem gedaan wordt over Antilliaans wangedrag. Er bestaat een groep Antilliaanse jongeren die levensgevaarlijk is. Maar die is klein. Er zijn nog negentigduizend andere Antillianen in Nederland. We moeten niet vergeten dat zij de best geïntegreerde minderheid vormen. De laatste jaren is er een kansarme groep Antillianen bijgekomen. Logisch, de maatschappij daar is totaal ontwricht. Er heerst schrijnende armoede, het rijke Nederland lonkt. Nederland ziet de nuance niet. De lokale Amsterdamse stemmingmakerij heeft een politieke dimensie gekregen. Nederland dreigt er een instrument van te maken om de stroom Antilliaanse vluchtelingen mee in te dammen.'

    IN DE SINT Antoniesbreestraat ontsteekt Sigfrid nogmaals zijn pijp. 'Ik ging hier in 1972 op vakantie, logeerde bij mijn broers. Ik ben nooit meer teruggegaan naar Buena Vista. Ik had een jaarretour. Drie dagen nadat dat verlopen was, kwam ik het tegen toen ik in mijn koffer rommelde. Ik ben verslaafd geraakt door alles uit te willen proberen. In die jaren, als je een beetje kleur had, pakte je alle vrouwen. Later heb ik moeten roven voor mijn drugs. Nu heb ik werk, als monteur. Ik denk aan de toekomst. Dagelijks gebruik ik voor tweehonderd gulden. Coke en heroïne.'
    Cailon: 'We hebben een hart. We zijn niet per se slecht omdat we gebruiken. Soms willen we praten maar van sommigen is het Nederlands niet goed. En dan worden ze agressief als zo'n agent ze niet wil begrijpen.'
    Johnny: 'Oké, we stelen wel eens wat. Maar we doen niet van die laffe dingen waar we van beticht zijn.' Het regent pijpestelen. De groep is in een portaal gaan staan. Een bewoonster leunt uit haar raam. 'Oprotten tuig', snauwt ze. De
    Antillianen verontschuldigen zich en slenteren verder.
    Cailon: 'Antillianen zijn niet heilig, dat zeg ik niet. Er wordt gesmokkeld vanaf de eilanden. Ik ken de verhalen. Maar de marine smokkelt ook. Zijn mariniers nu allemaal de lul?'

    ER ZIJN PROBLEMEN, geven de Antilliaanse organisaties bij monde van Forsa-directeur James Schrils toe. 'Ik ga er niet omheen draaien. Zes procent van de gevangenen in Nederland is Antilliaans. Dat terwijl van de totale Nederlandse bevolking Antillianen nog geen half procent uitmaken. Meer dan de helft van de Antillianen leeft hier van een uitkering. Er wonen 150.000 mensen op de Antillen. Een schatting, want zeker dertig procent is illegaal. Ik voorspel u: de toestroom van de afgelopen jaren is het begin van een grote lawine. Zeventig procent van de Antillianen leeft onder de armoedegrens, moet het doen met tweehonderd gulden uitkering. Het is zeer aanlokkelijk voor ze om hier te komen. Tussen nu en vijf jaar zullen er minstens vijftigduizend Antillianen bij komen. Wat is dit voor koninkrijk? Er moet iets gebeuren.' In de Rijksbegroting Koninkrijksrelaties 1999 laat de Nederlandse regering zich kritisch uit over het begrotingstekort en de toenemende criminaliteit. Investeringen zullen echter niet gedaan worden. Wel moet de 'zelfredzaamheid' worden vergroot. En dat schiet Leopold James, de op Sint Maarten residerende voorvechter van een bundeling van Antilliaanse krachten, in het verkeerde keelgat. James: 'U moet goed begrijpen dat we het zat zijn om onze hand op te houden. Ik ben erg cynisch geworden, de laatste jaren. Het contrast is werkelijk ongelooflijk. Nederland is stinkend rijk, terwijl op Sint Maarten mensen leven die niet meer hebben dan een koelkast met een fles water erin. Nederland laat ons simpelweg verkommeren en verbaast zich er vervolgens over dat de law en order-situatie uit de hand loopt. Dan zeg ik: Bedankt, Nederland. Gun ons nu maar eens de onafhankelijkheid. We zullen het moeilijk krijgen, maar dat hebben we liever dan elke keer weer die vernederingen.'

    DE ANTILLIANEN rusten uit naast een kiosk in de Sint Antoniesbreestraat. Johnny: 'Kijk die winkelier. Hij wil dat we weggaan. Hij durft niks te zeggen want hij weet dat Antillianen goed gebekt zijn en hem in zijn hemd zetten.'
    Cailon: 'Hij staat te dampen van woede.'
    De winkelier gaat naar binnen. Even later houdt een politiebusje halt. Vier agenten rennen op de groep af. Met de wapenstok drijven ze de Antillianen uiteen. Op de Nieuwmarkt klonteren ze weer samen.
    Johnny: 'Nederlanders komen wel naar ons eiland. Genieten van de zon. Maar hier halen ze de neus voor ons op.'
    Cailon: 'Drugsgebruikers zijn er nou eenmaal. Er wordt niets gedaan aan het probleem. Zeker niet als we zo opgejaagd worden.'
    Johnny: 'Wat Nederlanders betreft, ik heb alleen nog respect voor de groenteman. Die maakt geen onderscheid.'

    Publikaties in 1999:
    Prof. dr Frank Bovenkerk (1999) met M. van San en S. de Vries, Politiewerk in een multiculturele samenleving, LSOP, Tandem-Beek, Ubbergen; met M. van San en S. de Vries, Policing a Multicultural Society, LSOP, Tandem-Beek, Ubbergen (vertaling in het engels van Politiewerk in een multiculturele samenleving); met Geert Horstmann en Marion van San, Politie in een multiculturele samenleving, in: C.J.C.F. Fijnaut e.a. (eds.): Politie, studies over haar werking en organisatie. Samsom, Alphen aan den Rijn, pp. 513-534.

    In 1999 werd Marion Van Dan aangezocht om een onderzoek relatie criminaliteit en allochtonen te doen.

    Persartikel, Dinsdag 14 september 1999 - Het Volk : Onderzoek relatie misdaad-allochtonen. Justitieminister Verwilghen (VLD) wil de relatie tussen criminaliteit en etnische minderheden wetenschappelijk onderzoeken. Die verzuchting uit het VLD-Veiligheidsplan staat ook in het regeerakkoord. Zo’n onderzoek volgt Nederlandse en Duitse voorbeelden en neemt vooral het gedrag van allochtone jongeren onder de loep. Een aangezochte onderzoeker is de Nederlandse criminologe-sociologe Marion Van San, die het criminele gedrag van Antilliaanse jongens bestudeerde. De bedoeling het thema uit de taboesfeer te halen.

    Terug naar de tekst



    De Bond 7 december 2001 Dagboek: Fadime Köse


    Wie is Fadime Köse?

    FADIME KÖSE - Agalev. Fadime komt op de Agalev-lijst voor 8 oktober als onafhankelijke.
    °05/01/1972

    Studies
    Licentiate in de sociologie (Universiteit Gent - 1995)
    Bijkomende opleidingen rond het werken met en begeleiden van migranten, rond effectieve communicatie en kennisoverdracht en rond projectmatig werken.

    Beroepsmatig
    Werkt sinds kort als educatieve medewerker op het Provinciaal Integratiecentrum Oost-Vlaanderen. Voorheen was zij als stafmedewerkster verbonden aan het Regionaal Integratiecentrum Oost Vlaanderen.

    Interesses en engagementen
    Fadime is lid van het Centrum voor Islam in Europa en Lid van de Raad van Beheer van FoGi (vzw Forum voor Gelijkberechtiging en Interactie).

    Fadime Köse - Gent. GSM (0486)98 22 40. e-mail fadime01@hotmail.com 



    Het dagboek

    Vreemd... Als een mens niet mag eten  -tijdens de vasten bijvoorbeeld of de ramadan - dan heeft hij ongelooflijk veel behoefte om te spreken, in dit geval, te schrijven, over eten... Ook al is onze dagboekschrijfster tegelijkertijd met heel veel andere boeiende dingen bezig, het niet mogen eten op bepaalde tijdstippen , loopt toch als een rode draad door haar verhaal

    Zaterdag

    De lucht ziet er grijs uit vandaag. Het is halfnegen wanneer ik opsta. Ik moet mijn fiets bij de fietsenmaker binnenbrengen; ik voel me beknot in mijn vrijheid sinds die platte band. De winkel is maar in de voormiddag open en ik wil om 10 uur in het Geuzenhuis zijn voor de vorming over de Turkse woon-cultuur: Je zou denken «Wat moet jij daar nog over leren? Je bent zelf van Turkse afkomst!», maar dat betekent niet dat je alles weet of beleeft.
    Ik beland dan toch met tien minuten vertraging in het Gentse Geuzenhuis, maar de vorming is nog niet begonnen. Ik zie een hele groep bekenden. Misschien lukt het om na de vorming samen ergens te gaan eten. Helaas ben ik sinds dinsdag ongesteld, bijgevolg ben ik niet beginnen vasten. Het begin van de ramadan was vrijdag. Heel wat collega’s waren die dag aan het vasten. De Turkse en de Marokkaanse gemeenschap zijn bovendien samen begonnen. Soms wil dat niet lukken en verschillen ze één dag, maar dit jaar dus niet. Vasten voor de moslims betekent tussen zonsopgang en zonsondergang niet eten, niet drinken, niet roken, niet snoepen, geen seks... Maar ik ben dus niet aan het vasten; ik wil wel zo snel mogelijk beginnen.
    De vorming is zeer interessant: ik wist niet dat er zoveel logica kwam kijken bij de bouw en inrichting van een woning. ik herken mijn eigen voorkeur trouwens perfect: Turken zouden op de hoogste verdieping van een huis wonen en bijvoorbeeld zoveel mogelijk ramen in de muren steken voor licht en lucht (verluchting). Ik heb steeds naar appartementen gezocht op de hoogste verdieping met veel ramen en die ook gevonden. Bij zo’n vorming krijg je een verklaring van wat je altijd al gedaan hebt, maar waarvan je niet wist waarom je het zo wilde.
    Na de vorming en het etentje met vrienden zie ik twee van mijn zussen. We gaan eerst boodschappen doen in de Marokkaanse winkel niet ver van ‘t Sluizeken. Daar hebben ze heerlijke broodjes en zoetigheden tijdens de ramadan. Ik koop drie broodjes en dadels om mijn vasten ‘s avonds te verbreken. We wandelen daarna in de Veldstraat en ik zie een aantal leuke truien, maar ik koop niets. Het weekend ervoor is mijn portefeuille gestolen en ik heb voorlopig geen bankkaart... Aangezien ik niet graag met veel geld op zak rondloop, kan ik geen grote aankopen doen.
    Ik heb een rustige avond. Ik lees wat, ik luister naar muziek en geniet. Morgen komt mijn zus op bezoek.

    Zondag

    Ik geraak moeilijk mijn bed uit en heb amper geslapen. De halve nacht pijn in mijn maagstreek. De salade niçoise is mij niet bekomen. Ik ben wel aan het vasten. Ik zou sowieso niets kunnen eten met mijn maag in de knoop. Ik heb de hele voormiddag zitten werken aan de commissie van maandagavond. Er staat niet zoveel op de agenda, maar ik moet alle documenten doornemen om er zeker van te zijn dat er niets verkeerd wordt goedgekeurd op de gemeenteraad. Politiek is eerst en vooral keihard werken, als je het tenminste goed wil doen.
    Ik heb mijn zus een tijdje niet gezien, maar eindelijk is ze er dan. Ze wil praten over haar thesis en haar dode poes. We verbreken samen het vasten rond 17 uur. Zij wil enkel fruit eten, ze heeft geen honger. Ik eet wat salade en een half Marokkaans brood met biologische tuinkruidenkaas. Na het avondgebed gaan we met een vriend naar het GEC (Gents Ecologisch Centrum) om iets te drinken, ik vraag het gebak van de dag: yoghurttaart met druiven, een appel-kriekensap en daarna bio-cola zonder suiker. Heerlijk, maar iets te veel. Ik heb de rest van de avond geen rust meer, mijn maag staat op ontploffen. Ik heb te veel gegeten terwijl mijn maag nog niet helemaal in orde is. Ik weet wat mij te wachten staat: alweer een slapeloze nacht.

    Maandag

    Ik moet naar Brussel voor een vergadering. Misschien kan ik op de trein wat slapen? Maar zoals gewoonlijk heb ik niet geslapen, maar mijn krant gelezen. Al mijn informatie haal ik uit de krant. Niet alleen de laatste ontwikkelingen in de wereld boeien mij, ook de strips wil ik geen dag missen. In de namiddag bereik ik dan uiteindelijk mijn bureau op het PICO (Provinciaal Integratiecentrum Oost-Vlaanderen). Er staat een berg werk op mij te wachten. Voor ik het weet is het vier uur en tijd om naar huis te gaan. Kwart voor vijf ben ik thuis. Ik maak me gereed voor het zonsonderganggebed. Met een aantal dadels verbreek ik mijn vasten, maar ik durf enkel wat fruit te eten uit angst dat ik weer last krijg van mijn maag. Een tros druiven, een peer en een half stuk oranje fruit - ik weet niet wat de naam is, maar het is heerlijk- en ik ben verzadigd. Iets na zes uur vertrek ik naar het stadhuis voor de commissie welzijn. Als de vergadering niet te lang duurt, kan ik misschien eventjes naar huis om iets hartigers te eten. Pas tegen acht uur eindigt de commissie: óm acht uur dertig is er fractievergadering, dus ga ik maar meteen naar ons fractiesecretariaat. Onze secretaris is er al en zet alles klaar. Het belooft een lange avond te worden.
    De vergadering duurt lang en we stoppen tegen halféén. Ik ben doodmoe en wil zo snel mogelijk in mijn bed kruipen. Helaas lig ik pas tegen twee uur in bed: eerst een taxi naar huis genomen samen met een collega, vervolgens heb ik een klein beetje gegeten, mijn oefeningen gedaan en mijn gebed verricht. Ik moet om zeven uur weer op...

    Dinsdag

    Ik ben moe en slaperig wanneer ik naar de hogeschool ga. Ik moet er zijn om 8.30 uur en vanaf 9 uur zijn er twee werkgroepen die ik moet leiden. Ik zie dat er nogal wat bekenden zijn om ook een werkgroep te verzorgen. Het valt niet mee: de eerste groep is talrijk en de studenten lijken daar tegen hun zin te zitten. De tweede groep werkt beter mee en heeft meer te vertellen.
    Ik heb keelpijn van die drie uur lang praten en niet drinken. Ik had eraan moeten denken dat ik aan het vasten zou zijn toen ik op de vraag van de hogeschool inging. Ik ga nog eventjes naar huis voor ik naar mijn werk vertrek: ik moet vanavond toch werken. Ik neem wat eten mee; ik heb geen tijd en veel werk, dus eet ik op het werk. Om vijf uur enkele dadels en wat fruit en tegen zes uur mijn brood met kaas en slaatje. Ik heb ook twee chocolaatjes mee. Tegen 19.30 uur moet ik op de volgende vergadering zijn. Ik ben laat thuis en lig pas tegen één uur in bed. Het lukt me nooit om meteen na een vergadering thuis te komen en te gaan slapen. In mijn hoofd wordt alles nog eens overdacht.

    Woensdag

    Terwijl ik voor mijn deur de straat oversteek, valt mij plots op hoe mooi en kleurrijk de hemel in het oosten is. De zon komt op en de lucht kleurt onbeschrijfelijk mooi. Ik haast me naar het pérron zodat ik nog ongestoord naar de hemel kan kijken, maar helaas; het moment is weg. Het schilderachtig tafereel is allang vervlogen en het zonlicht wint steeds meer aan kracht.
    Vandaag heb ik een korte werkdag. Ik heb vanmiddag verlof genomen. Dat betekent niet dat ik thuis zal zitten. Ik heb een vergadering op de universiteit. Het is een efficiënte vergadering: op amper een uur tijd zijn we klaar. ik moet voor vier uur op de bank zijn om te informeren of mijn nieuwe bankkaart er al is. Het is zeer vervelend zonder die kaart. Gelukkig is ze er! Kan ik rustig gaan winkelen komende zaterdag. Het is nogal dringend, want ik heb bijna niets meer om aan te trekken. 's Avonds heb ik nog een overlegcommissie op het stadhuis en een korte fractievergadering op ons fractiesecretariaat. Daarna heb ik nog een afspraak. Eenmaal thuis drink ik nog een glas water en telefoneer naar mijn zus. Ze vraagt zich af of we niet eens samen kunnen eten. Ze zou mij graag eens vergezellen, want ik eet toch meestal alleen. En zeker tijdens de vastenperiode is het veel leuker om met anderen het vasten te beëindigen. We spreken af voor dinsdag. Dan is het de tweede dag van de gemeenteraad, maar uitzonderlijk begint die om acht uur in plaats van zeven uur. Zo kan ik meer tijd met mijn zus doorbrengen.
    Eigenlijk vast ik heel graag. Dan hoef ik mij de hele dag geen zorgen te maken over eten en koken. Ik kan de hele dag doorwerken en - enkel ‘s avonds moet ik me om het eten bekommeren. Ik voel me ook veel beter, ik voel me lichter en gezonder. Op het einde van de ramadan moet ik steeds weer leren eten overdag. Eigenlijk eten we allemaal veel teveel. We eten omdat we er zin in hebben, niet omdat we honger hebben...

    Donderdag

    De trein wordt aangekondigd met tien minuten vertraging. Het regent... maar ik ben helemaal niet in een slechte stemming ondanks het feit dat ik moest lopen naar het station. Mijn humeur slaat evenwel om naarmate de minuten verstrijken en de trein dan toch met ruim twintig minuten vertraging binnenrijdt. Wat zou nu de reden kunnen zijn? Gewoon omdat het regent of zou het een technisch defect zijn? Wie zal het zeggen?
    Tijdens de middag neem ik een pauze en wandel naar de winkelstraat. Ik koop niets... De dag gaat snel voorbij. Thuisgekomen is het nog maar een kwartiertje voor etenstijd. Ik zet de verwarming aan. Eerst eet ik wat druiven, mijn lievelingsfruit. Rond zes uur maak ik gefrituurde aardappelen en sla klaar. Het smaakt heerlijk. Vervolgens controleer ik mijn e-mails en beantwoord de dringende vragen eerst. Ik zou rond acht uur gaan squashen, maar alles is volzet. Tja, dan ga ik met een vriend van me naar de film Kandahar. Een Afghaanse vrouw leeft in Canada, maar keert terug naar Afghanistan nadat ze een brief van haar zus heeft ontvangen waarin staat dat die zelfmoord wil plegen. De vrouw wil haar zus redden...
    Ik kom gedeprimeerd uit de bioscoop. De film heeft niet lang geduurd, maar hij laat een beklijvend gevoel achter. Er is daar in Afghanistan zoveel armoede, zoveel ongeluk en geweld, zoveel slachtoffers van landmijnen, bijna iedereen is slachtoffer: kinderen, vrouwen, mannen.
    Ik heb een beetje honger en heb zin in pannenkoeken. Maar er is nergens een pannenkoek te krijgen. Het is ook al na tien uur. Dan maar naar huis: een boterhammetje met kaas, een beetje yoghurt, dadels en karamelthee om toch nog wat vocht binnen te krijgen voor vandaag. Maar ik kom lang niet aan mijn twee liter per dag. Twee liter is veel. Ook op een niet-vasten-dag lukt mij dat meestal niet. Ik hoop dat ik rustig kan slapen. Mijn rug ter hoogte van mijn maag laat weer van zich horen. Ik lees nog wat. Het is na middernacht als ik eindelijk in slaap val.

    Vrijdag

    Voor ik naar mijn vergadering in Brussel vertrek, geniet ik nog even van de kleurenpracht voor mijn deur. Er is een parkje voor mijn deur en ik heb een prachtig uitzicht vanaf de zevende verdieping (zo hoog woon ik). Het is volop herfst. Er vallen enkele druppels...
    Ik ben juist op tijd voor de trein. De trein naar Brussel zit altijd vol. Vanavond op de terugweg zal het helemaal niet te doen zijn.
    De Koning Albert II-laan is een zeer moderne maar koude laan. Ik moet in het Conscience-gebouw zijn; daar zit namelijk het departement Onderwijs. Iedereen moet naam en uur van aankomst invullen op een lijst. Je kunt naar binnen wanneer de receptionist op een knopje drukt, anders is er geen beweging in de glazen draaideurtjes te krijgen.
    Het is na halféén als ik het departement verlaat en de trein neem naar Brussel Centraal. Ik wil naar een studienamiddag over meertaligheid en burgerschap in de Spiegelzaal van het Brussels Parlement. Na een beetje zoeken vind ik het gebouw. Ik merk dat het heel dicht bij het station Brussel Centraal ligt en maar een paar minuten van de Grote Markt.
    Ik bel naar onze fractiesecretaris met de mededeling dat ik het werkoverleg van vijf uur niet haal. Ze zullen het zonder mij moeten doen.
    Voor de sprekers het woord nemen, worden we getrakteerd op mooie muziek. De namiddag vliegt om. Ik merk dat er heel wat collega’s uit de andere regio’s aanwezig zijn. Op een bepaald moment kom je meestal dezelfde mensen tegen op vormingen, studiedagen enzovoort.
    Er is ook een receptie voorzien om vijf uur. Ik blijf nog een kwartiertje en verbreek mijn vasten met een Marokkaanse zoetigheid. Daarna haast ik me naar het station. Terwijl ik op de trein wacht, eet ik nog wat dadels. Zoals ik verwacht had, is het perron voor Gent afgeladen vol; er zijn nog meer mensen dan ik verwacht had. Er is voor velen geen zitplaats meer, we zitten dan maar tussen twee compartimenten. Voor ik naar huis ga, spring ik nog even bij de fietsenmaker binnen om mijn fiets te halen.Tegen de tijd dat ik thuiskom, is het gestopt met regenen...

    Terug naar het begin van de pagina



    SYLVIA NIJNS http://www.khlim.be/saw/opleidingsonderdelen/derdejaar/opties20002001/nijnssylvia/Allochtone%20ouderen%20%204.htm

                                                   A. Allochtone ouderen.
    1.      De inleiding.

    Over heel de wereld worden mensen ouder. Toch kijkt men in verschillende culturen anders aan tegen het oud worden. Zo heeft oud worden in onze beschaving eerder een negatieve lading, terwijl oudere mensen in de meeste niet- westerse landen zeer gerespecteerd worden.
    In deze uiteenzetting wil ik duidelijk maken wat het oud worden betekent voor Turkse en Marokkaanse allochtonen.

    2.      De doelgroep.

    2.1 De leeftijd.

    De eerste Turkse en Marokkaanse allochtonen kwamen in de zestiger jaren naar België, omdat er hier op dat moment een grote vraag was naar ongeschoolde arbeidskrachten.
    De meeste allochtone ouderen in België zijn dus tussen de 60 en 80 jaar.

    2.2 Wanneer ben je oud?

    Het begrip oud worden en oud zijn heeft voor allochtonen een andere betekenis dan de westerse betekenis van oud- zijn. In België bepaalt je leeftijd wanneer je oud bent. Zo is 65 jaar vooralsnog het kritische punt waarop de grens tussen jong en oud wordt gedefinieerd. In de Turkse en Marokkaanse gemeenschap is leeftijd geen criterium voor oud zijn.
    Persoonlijke omstandigheden, lichamelijke kracht, arbeidsvermogen en eigendomsverhoudingen bepalen bij hen wie wel en wie niet tot de ouderen gerekend wordt.

    3.      Mensen van de eerste generatie.

    Om te kunnen begrijpen hoe het voor de Turkse en Marokkaanse allochtonen is om in een vreemd land oud te worden, moeten we aandacht schenken aan hun verleden, hun cultuur, de wijze van omgaan met elkaar,… De periode die oudere migranten hier doorbrengen is immers maar een gedeelte van hun leven. Zij hebben een belangrijk deel van hun leven in het land waar ze geboren zijn doorgebracht.

    3.1.            Waarom emigreren?

    In 1964 sloot België met Turkije en Marokko een akkoord om het tekort aan arbeidskrachten in België op te vullen. Men ging in de gebieden rond de Middellandse zee het nieuws verspreiden dat België het land was waar arbeid goed betaald werd en waar er veel comfort was. Alle arbeiders waren hier welkom.
    Veel Turkse en Marokkaanse mannen gingen in op dit aanbod. De Turkse en Marokkaanse gastarbeiders hadden namelijk in het thuisland weinig toekomstperspectieven. Ze maakten deel uit van een groep kanslozen op de arbeidsmarkt.

    3.2.            Tijdelijk verblijf in België.

    De Turkse en Marokkaanse mannen zijn naar België gekomen in de overtuiging dat dit slechts tijdelijk zou zijn. Ze hoopten in België op korte tijd veel geld te verdienen en dan als een geslaagd migrant terug te keren naar Marokko of Turkije. Men was bereid daar hard voor te werken. Arbeidsdagen van veertien tot zestien uur waren geen uitzondering. Ze namen genoegen met minimale huisvesting in slecht uitgeruste pensions. Ze gingen vooral werken in de mijnen en in de industrie. Maar hoewel de lonen hier hoog leken, toch was het voor veel Turkse en Marokkaanse mannen onmogelijk om te sparen en zo binnen een korte tijd terug te keren naar hun land van herkomst. Ze moesten namelijk van hun loon de kosten van verblijf en onderhoud betalen. Ze moesten eveneens nog een bijdrage leveren aan het levensonderhoud van hun ouders en de achterblijvers in hun land.
    En teruggaan naar huis zonder het ideaal bereikt te hebben, was niet mogelijk. Er was daar namelijk een blijvend groot overschot aan arbeidskrachten en de werkloosheid bleef er hoog. Eveneens zouden ze hun eer niet kunnen hooghouden, moesten ze terugkeren zonder in België iets bereikt te hebben.

    3.3.            Gezinshereniging.

    Maar de wens om eens geslaagd terug te keren bleef op de voorgrond staan en ze waren bereid om daarvoor veel te doen. Om zich die kans alsnog te verwerven, vonden ze het beter om hun verblijf in België te rekken. Ze gingen eveneens hun gezin laten afkomen. De bedrijven steunden in die tijd de mensen die hun gezin naar België haalden. Zij stelden woningen ter beschikking en betaalden de kosten voor de overtocht. De gezinshereniging zou de jarenlange eenzaamheid waarmee de migranten te maken hadden doorbreken. Het verblijf hier zou gerekt kunnen worden en de kinderen zouden een goede opleiding kunnen volgen. Met die opleiding zouden de kinderen later in Marokko een goed bestaan kunnen opbouwen en zo hun ouders een goede oude dag bezorgen. Dit was althans de gedachtegang bij de ouders. Maar in de jaren ’70 kwam er een sterke economische achteruitgang, waardoor vooral bij de migranten de werkeloosheid toesloeg. Ook de schoolgaande allochtone jongeren deden het op school niet zo goed als men wel gehoopt had. Voor de arbeidsmigranten van de eerste generatie wordt opnieuw een bres geslagen in de hoop ooit als welgestelde naar hun thuisland terug te keren.

    4.      Plaats van de grootouders in de gezinshiërarchie.

    In het algemeen bestaat een Turks of Marokkaans gezin uit vader, moeder, kinderen en grootouders. Vroeger woonden alle gezinsleden in hetzelfde huis bij elkaar. Nu komt het steeds minder vaak voor dat jongemannen bij hun ouders blijven wonen. Tegenwoordig eisen de ouders van het meisje bij huwelijksonderhandelingen, dat het jonge paar zelfstandig gaat wonen.
    Binnen het gezin bestaat er een strenge hiërarchie. De taken in het gezin liggen vast. De leeftijd bepaalt de verdeling van taken in het gezin. Oud worden betekent meer invloed krijgen, want ouderdom is het symbool van ervaring en wijsheid. Aan de top van de gezinshiërarchie staan de grootouder. Ze geven raad. Ze mogen zich met alle dagelijkse zaken in het gezin bemoeien, zelfs met de intiemste (vooral de grootmoeder). De grootouders mogen zich met hun wensen tot ieder ander lid van het gezin wenden. Bij geschillen tussen zoon en schoondochter geven zij bindend
    advies. Ze voeden de kleinkinderen op, verzorgen de tuin, doen boodschappen,... Eveneens dragen zij de kennis en de tradities over aan de kleinkinderen.

    5.      Zorgverlening aan ouderen.

    1.      Hulpverlening aan ouderen in Marokko en Turkije.

    Traditioneel is in Marokko en Turkije de hulpverlening aan ouderen een zaak die er voor de kinderen gewoon bij hoort. De islam legt de kinderen de verplichting op hun ouders te ondersteunen en te beschermen. Vroeger bleven de zonen na hun huwelijk bij de ouders wonen. Dit is nu aan het veranderen.
    Toch is men nog altijd moreel verplicht om regelmatig bij hun ouders langs te gaan en ze moeten eveneens een deel van hun inkomen afstaan.

    De Zakat en de Waqf. (Vooral in Marokko)

    Deze soort hulp komt van sociale hulpfondsen. Deze worden verzameld via de Zakat en de Waqf. Via de Zakat worden verplicht aalmoezen gegeven ten behoeve van armen en behoeftigen. De Waqf bestaat uit giften, voornamelijk in de vorm van onroerende goederen, die blijvend aan de staat geschonken zijn en door het Ministerie van Mohammedaanse Zaken beheerd worden. Uit deze fondsen worden activiteiten voor hulpbehoevende ouderen bekostigd.

    Werken zolang het kan.(vooral in Turkije)

    In Turkije ontvangen enkel fabrieksarbeiders, ambtenaren, mensen in de handel en in het bankwezen een pensioen. Heeft men geen pensioen, dan is men aangewezen op de kinderen of de familie. Dit betekent doorwerken zolang men daartoe in staat is. Ontvangt men geen pensioen of kan men geen beroep doen op de familie, dan krijgt men een klein inkomen van de staat.

    Buren.

    Buren zijn niet zomaar mensen die naast iemand wonen. Er is slechts en nuanceverschil tussen familie en buren. Buren betekenen vooral voor de vrouwen veel. Ze helpen elkaar met grote huishoudelijke klussen. Ze komen vaak bij elkaar over de vloer. Ze drinken samen thee, wisselen eten uit,… Voor ouderen is dit een gunstige situatie, want ook zij kunnen altijd rekenen op de steun van de buren.

    De staat

    Veranderingen binnen de Marokkaanse samenleving, een andere kijk op het gezins- en familieleven en de toename van het aantal ouderen zetten de overheid in Marokko ertoe aan meer aandacht te schenken aan de positie van de ouderen. Er worden gezondheidsprogramma’s opgezet, er wordt aan uitbreiding van pensioenfondsen gewerkt en er worden opvangcentra gecreëerd voor ouderen zonder familie.

    2. Hulpverlening aan allochtone ouderen in België.

    1. Algemeen.

    Andere opvattingen.

    Migranten zijn over het algemeen in veel zaken op elkaar aangewezen. Dat is ook het geval als ze hulp nodig hebben. Dat geldt des te meer voor de ouderen onder hen. De ouderen zijn heel vaak op de mensen uit hun eigen groep (kinderen, familie, dorps- en stadsgenoten) aangewezen voor hulp, ook al staat het hun vrij en hebben ze het recht een beroep te doen op alle mogelijke Belgische instanties.
    In het land van herkomst is meestal de gewoonste zaak van de wereld dat kinderen hun ouders financieel bijstaan. Hier in België is dat anders. Het is voor de meeste oudere migranten moeilijk te begrijpen, dat de kinderen door het betalen van belastingen, waarvan de pensioensuitkeringen worden betaald, als het ware hun plicht tegenover hun ouders gedaan hebben.

    Het gezin.

    Binnen de eigen kring zijn de Turkse ouderen voor hulp aangewezen op het eigen gezin, de vriendenkring en de eigen organisaties. Dit is echter minder vanzelfsprekend dan vaak gedacht wordt. Binnen het gezin zijn de verhoudingen tussen de vader en de kinderen hiërarchisch van aard. De kinderen nemen een aan de vader ondergeschikte positie in en aanvaarden vanzelfsprekend zijn autoriteit. De kinderen hebben respect voor hem en zijn bang zijn ongenoegen       op te wekken. In zijn aanwezigheid zijn ze vaak wat geremd. Financieel zijn de ouderen hier wel beter af dan hun leeftijdgenoten in Turkije en ook in Marokko. Ze hebben hier recht op pensioen.

    De persoonlijke vriendenkring.

    Vooral voor de allochtone mannen is de persoonlijke vriendenkring erg belangrijk. Deze kring is geen vaste groep. De vriendenkring bestaat uit de mensen waarmee hij regelmatig omgaat. Meestal verwanten en streekgenoten. Problemen worden met de mensen uit deze kring besproken.

    2. Elementen die het bieden van hulp kunnen bemoeilijken.

    Een beroep doen op de Belgische instanties is niet zo gemakkelijk voor oudere migranten.
    Om te beginnen leven zij hier in een voor hen vreemd land. Er zijn veel dingen anders dan in het land waar zij vandaan komen. De mensen hier hebben andere opvattingen over hulp- en dienstverlening. Wat er in het land van herkomst aan georganiseerde hulp- en dienstverlening bestaat, ziet er anders uit en is anders georganiseerd dan hier. Bepaalde vormen van hulpverlening die wij hier kennen, bestaan daar niet of zijn onbereikbaar voor de gewone mensen, waartoe de migranten vaak behoren.

    Eveneens vormt het verschil in taal en taalgebruik een groot probleem binnen de hulpverlening aan allochtone ouderen. Heeft men in België hulp nodig, dan wordt er verwacht dat men zijn of haar probleem goed onder woorden kan brengen. Men moet weten bij welke instanties men voor welke probleem moet zijn. Als men dat niet precies weet, dan loopt men de kans van het kastje naar de muur gestuurd te worden. Wanneer men bij het verkeerde adres aanklopt,
    dan moet er vaak weer van voren af aan begonnen worden.
    En de hulpverlening zit ook vol regels. Voordat men bij de huisarts terecht kan, moet men eerst bellen en dan nog tussen een bepaalt tijdstip. Buiten kantoortijd wordt men vaak verbonden met een antwoordapparaat. Door dat antwoordapparaat wordt men dan weer naar een andere dokter gestuurd; enzovoort.
    Vaak begrijpen hulpverleners niet veel van de cultuur en de gebruiken van migranten.

    3. Waar kan je als hulpverlener op letten indien er een plaatsing is in een rusthuis.

    -         Voedsel: Sommige Turkse en Marokkaanse cliënten zijn niet zo vertrouwd met het Belgisch voedsel. Bovendien spelen ook religieuze regels hierin een rol vb. het verbod op het eten van varkensvlees, regels tijdens de vastenperiode, …Deze regels worden vooral door de ouderen nog strikt nageleefd. Het is belangrijk dat je hier begrip voor opbrengt en hier in het mate van het mogelijke rekening mee houdt.

    -         Taal: Veel Turkse en Marokkaanse ouderen kunnen zeer moeilijk Vlaams spreken, hierdoor kunnen ze zich vaak eenzaam en onzeker gaan voelen. Ook hier is het belangrijk dat je als hulpverlener al het mogelijke doet om ervoor te zorgen dat deze personen niet geïsoleerd raken.

    -         Hygiëne: Islamitische cliënten zullen zichzelf willen wassen, omdat het voor hen een rituele reiniging is. Vooral Islamitische vrouwen hebben het hier moeilijk mee.
    Ook hebben ze een schaamtegevoel om zich door iemand van een andere sekse te laten wassen. Indien het echt nodig is om iemand te helpen tijdens het wassen, is het toch aangewezen om dit te laten gebeuren door iemand van hetzelfde geslacht.

    -         Medicijngebruik: Sommige cliënten kunnen hier nogal eens moeilijk over doen omdat ze niet zeker weten of de Islam hun het nemen van die bepaalde medicijn wel toelaat. Bij moeilijkheden hieromtrent kun je vb. de imam[1] inschakelen om de patiënt te overtuigen.

    6.      Verklaring voor de minderheid aan allochtone in de rusthuizen van Limburg.

    Slechts in zeer weinig rusthuizen verblijven er allochtone ouderen. Zo is er in Hasselt bijna geen enkel rusthuis waar er allochtone ouderen zitten. Dit kan je verklaren doordat je weet dat de allochtonen van de eerste generatie vooral tewerk werden gesteld in de mijn- en industriegebieden. Deze mensen zijn hier achteraf ook blijven wonen. Dus enkel in gemeenten als Beringen, Genk, Houthalen,… ga je meerdere allochtone ouderen aantreffen. Toch is het opvallend dat ook in rusthuizen gelegen in deze buurten er opvallend weinig allochtone ouderen verblijven. Vb. In Houthalen zijn er van de 1700 Turkse en Marokkaanse allochtonen 7% boven de 60 jaar. Op dit moment verblijft slecht 1 persoon hiervan in een rusthuis. Bij navraag is wel gebleken dat 15% van de ouderen bereid waren om naar een rusthuis te gaan indien dit nodig zou zijn.

    7.      Besluit.

    Op het moment zijn er nog niet veel allochtone ouderen in België die niet meer zelfstandig kunnen wonen. Toch zal deze populatiegroep de volgende jaren sterk stijgen. Aangezien niet alle kinderen de zorgverlening aan hun ouders vanzelfsprekend zien, zullen allochtone ouderen in de toekomst toch beroep moeten doen op Belgische instellingen en rusthuizen. De vraag is natuurlijk of het beleid van deze instellingen genoeg is afgestemd op de hulpvraag van deze cliënten?

                                                   B. Omgaan met de dood.

    1.      Inleiding.

    In onze huidige samenleving valt de aanwezigheid van islamitische immigranten niet meer weg te denken. Ook de groep van de allochtone ouderen gaat ieder jaar sterk stijgen. Daarom vind ik het toch belangrijk dat we wat meer achtergrondinformatie hebben over hoe islamitische allochtonen omgaan met de dood.
    Vooreerst is het opvallend dat de autochtone bevolking van ons land slechts weinig of geen weet heeft van de islamitische visie op sterven en dood, noch van hun doodsrituelen. Nochtans maakt het gedachtegoed over leven en dood essentieel deel uit van de kern van een cultuur. Het denken over de dood staat niet los van het leven, integendeel de manier waarop moslims de dood en het na-aards bestaan zien, beïnvloedt in niet geringe mate hun levenswijze.

    2.      De dood in de Islam.

    Van de grote wereldgodsdiensten is de islam de jongste. Hij heeft zowel joodse als christelijke invloeden ondergaan. Hij is gesticht door de profeet Mohammed (569- 632 na Chr. ) De islam telt nu ongeveer 900 miljoen gelovigen. Hij breidt zich steeds meer uit.
    Het woord islam betekent onderwerping aan Allah, de god van de islam. Allah eist dat zijn geboden onderhouden worden. Hij oordeelt de mensen naar hun daden. De zondaar die geen verdiensten heeft, wordt echter in de eeuwige hellevuur geworpen. Bij de dood beoordeelt Allah wat de mens met zijn leven heeft gedaan.
    Bij het laatste oordeel wordt de mens vooral beoordeeld naar de mate waarin hij de vijf peilers van de islam in acht genomen heeft. We kunnen dit met een beeld verduidelijken:
    Ons leven is de weg naar het paradijs. Als we geregeld bidden tot Allah, hebben we al de halve weg afgelegd. Als we vasten, komen we tot aan de poort van het paradijs. Als we aan de arme mensen aalmoezen geven, wordt de poort voor ons geopend. Wie zich ingezet heeft zijn geloof in Allah en eens in zijn leven op bedevaart is gegaan naar het heiligdom in Mekka, zal na zijn dood voortleven in het paradijs.
    De moslims stellen zich het paradijs voor als een prachtige, schaduwrijke tuin waar het altijd lente is. Ze hopen dat Allah hen zal belonen met eeuwige vreugde.

    3.      Dodenritus bij de moslims.

    Bij het overlijden van een moslim wordt het lijk eerst gewassen, meestal door een imam, al laten sommige gemeenschappen een vrouwenlijk enkel door een vrouw wassen. Tijdens het wassen bidden de aanwezigen, geknield. Intussen snijden de vrouwen uit een wit doek, zonder enige opdruk, een broek, hemd,hoofddeksel en pantoffels. Daarin wordt de overledene opgebaard, tenzij hij al op pelgrimstocht naar Mekka ging. In dat geval wordt hij in zijn Mekkagewaad gekleed. Vervolgens brengt de imam het lijk temidden van de familie, in de woonkamer. Een nacht lang bidden de familieleden rond het lichaam, niet geknield, maar rechtstaand deze keer. Meestal bidt men de Malak- verzenreeks, het gebed dat de moslims altijd voor het slapengaan bidden.
    Dikwijls volgt de begrafenis al de volgende dag, nog voor El Hasser, het gebed van de zonsondergang. Die haast heeft te maken met het warme klimaat van de moslimlanden, waarin een lijk sneller ontbindt. De imam en de familieleden dragen het lijk rechtstreeks van het huis van de overledene naar het kerkhof.
    Het lijk wordt in een put gelegd van ongeveer een meter diep. Een halve meter boven het lijk komen vaak stenen platen en pas dan wordt er aarde op gegooid, dit om te verhinderen dat wilde dieren het lijk opgraven. De grond van het kerkhof is gewijd. Daardoor is de bestemming voor eeuwig vastgelegd. Op het graf komt een platte opstaande steen met daarop de naam, geboorte- en sterftedatum van de overledene. Meestal wordt daar een tekst van de koran boven gezet, die altijd zal beginnen met ‘Allah is groot’. Na de begrafenis volgt een rouwperiode van drie dagen. Op het einde van de derde dag en op de zevende en de vijftiende dag na het overlijden, komt een religieus opnieuw aan huis voor een gebedencyclus, samen met de familie.

    4.      Hoe gebeurt dit in België?

    Zeer veel allochtonen wensen in hun moederland te worden begraven. Aangezien dit veel tijd in beslag neemt gaat men vaak al over tot de balseming van het lijk vóór de rituele wassing.
    De meeste onder hen hebben ook gedurende hun leven gespaard voor hun begrafenis in hun moederland. Toch begint men de laatste jaren ook in België rekening te houden met de gewoonten en de tradities bij een overlijden van een allochtoon. Zo zijn er in enkele gemeenten op het kerkhof enkele partiëlen voorzien, waar de moslims op traditionele wijze begraven kunnen worden. Deze begraafplaatsen zijn niet officieel erkend. Op dit moment is er in Limburg slechts één officiële begraafplaats voor moslims en deze is gelegen in Maaseik.

    5.      Tips voor hulpverleners bij het overlijden van een islamitische cliënt.

    Bij het overlijden van een islamitische cliënt kan de hulpverlener de familie, vrienden en/ of de imam waarschuwen. Voor de begrafenis bestaan er islamitische voorschriften (zoals hierboven reeds vermeld).
    De overledene zal door geloofsgenoten van dezelfde sekse gewassen worden en in doeken gewikkeld. Het is als hulpverlener belangrijk om een lijst op te maken met personen die dit kunnen doen. Je kan eventueel hiervoor de plaatselijke islamitische gemeenschap raadplegen.
                                                         ___________________

    [1] De rol van de imam lijkt op die van geestelijken van andere godsdiensten. Hij is meestal verbonden aan een moskee. Hij kan ingeschakeld worden bij het oplossen van conflicten binnen het gezin en in de gemeenschap. Ook wordt hij ingeschakeld bij ziekenbezoeken en bij het begeleiden van stervenden en is hij aanwezig bij de lijkwassing van doden.

    Terug naar de tekst




    Religie.opzijnbest.nl - De beste links over religie voor u verzameld.