Op het ogenblik dat prof. Vermeersch in zijn tussentijds rapport pleit voor een menswaardige behandeling van gedwongen terugkeer van uitgeproceerde asielzoekers, komt het Vlaams Blok met een nota over de kostprijs over het asielbeleid. De nota heeft de ondertoon: zie eens hoeveel geld we aan asielzoekers weggooien. (ADK)
kostprijs asielbeleid
[03/06/2004] - Een dure grap . Website Vlaams Blok : http://vlaamsblok.be/index.shtml
.
Nooit eerder werden de cijfers aangaande de kostprijs van het asielbeleid door de regering meegedeeld. Tobback meende te weten dat het om ongeveer 10 miljard Belgische frank ging. Het blijkt echter om veel meer dan het dubbele van dit bedrag te gaan.
De minister van Sociale Integratie, de Nederlandsonkundige Marie Arena, gaf als antwoord op een parlementaire vraag toe dat, voor het jaar 2004 alleen al, de belastingbetaler ruim 23 miljard oude Belgische franken voor het asielbeleid dient te betalen. Een gigantisch bedrag.
231.153.000 euro (9.324.712.020 BEF) wordt uitgegeven aan de federale opvangcentra, en nog eens 242.906.000 euro ( 9.798.828.040 BEF) gaat naar de terugbetaling van de steun die door de OCMW's wordt verleend. De budgetten voor het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen bedragen 23.945.000 euro (965.941.300 BEF) en die voor de Dienst Vreemdelingzaken 70.900.000 euro (2.860.106.000 BEF). Voeg daarbij nog de extra kosten bij de lokale en federale administraties en politiediensten, en men komt tot de duizelingwekkende som van meer dan 23 miljard.
Maar hierbij houdt het verhaal helaas niet op. Ronduit wraakroepend is het feit dat de burgers zich blauw dienen te betalen ter financiering van een falend beleid.
Het spreidingsbeleid, destijds ingevoerd door de regering Dehaene, verplicht de steden en gemeenten ertoe, om de drie of zes maanden bepaalde aantallen asielzoekers op te nemen. Kwestie van iedere stad en gemeente te laten delen in de verrijking van onze cultuur. Wallonië krijgt momenteel 26% van de asielzoekers te verwerken, "La Flandre égoiste" krijgt er 74%.
Wanneer één of meerdere van de haar toegewezen asielzoekers niet op het grondgebied van de gemeente verblijven, wordt deze gemeente beboet. Welnu, van de 579 gemeenten in België werden er 476 beboet in 2001, 454 in 2002 en 453 in 2003. Wetende dat verscheidene gemeenten niet onder het systeem vallen, gelet op het reeds zeer hoge aantal asielzoekers aldaar, is het duidelijk dat het spreidingssysteem hoegenaamd niets oplost.
Zelfs de ruime vergoeding die door minister Vande Lanotte werd ingevoerd voor de 'lokale opvanginitiatieven', waaraan de gemeenten kunnen verdienen, heeft hieraan niets kunnen veranderen.
repatrëring 2003 : 7.742 personen
.
Asielzoekers - 2004/05/16 22:29 België repatrieert recordaantal asielzoekers
. Op de website van Katie van Cauwenberge : http://www.katievancauwenberge.be/index.php?option=com_simpleboard&func=view&catid=5&id=14
.
do 05/02/04 - België heeft vorig jaar een recordaantal uitgeprocedeerde
asielzoekers met het vliegtuig gerepatrieerd. Dat schrijven de VUM-kranten vandaag.
In totaal werden 7.742 personen met een lijnvlucht of speciaal
toestel teruggevlogen. Dat zou duiden op een strakker beleid van de Belgische
overheid.
In 1999 werden er nog slechts 1.872 mensen gerepatrieerd. Onder voormalig minister
van Binnenlandse Zaken Antoine Duquesne (MR) steeg het aantal weer. Het aantal
gerepatrieerden steeg in 2000 tot net iets meer dan 3.000, waarna het in 2002
en 2003 fors boven de 7.000 klom.
De stijging van het aantal repatriëringen is ook het gevolg van de komst
van gesloten centra in 1993. Van hieruit worden uitgeprocedeerden terug naar
hun thuisland gebracht. België sloot ook met diverse landen akkoorden voor
een vlottere repatriëring.
Intussen werkt de Gentse professor Etienne Vermeersch in opdracht van minister
Patrick Dewael aan een nieuw draaiboek voor de verplichte uitwijzingen. Dat
rapport is in mei klaar.
----------
Worden er meer asielzoekers gerepatrieerd? Voert de regering een strenger immigratiebeleid?
En waarom? Wat drijft hen?
Financieel Economische Tijd , Het einde van Sangatte , Bas Kurstjens; 27-12-2002
(tijd) - Bulldozers halen de barakken van het Rode Kruis neer. De laatste vluchtelingen
hebben het kamp verlaten. Nog voor het einde van dit jaar zijn de werkzaamheden
ten einde en doet weinig nog denken aan Europa's meest omstreden vluchtelingencentrum
van de afgelopen decennia: Sangatte in Noord-Frankrijk. Het vluchtelingenkamp
was meer dan een jaar lang het schrijnende voorbeeld van het ontbreken van een
gezamenlijk Europees vluchtelingenbeleid.
Sluiting vluchtelingencentrum lost asielproblematiek niet op
VAN ONZE CORRESPONDENT IN PARIJS
Het eldorado voor mensenhandelaars, de laatste tussenstop voor vluchtelingen
op weg naar het beloofde land en de navel van het Europese vluchtelingenprobleem.
Sangatte is het allemaal. Of beter: wás het allemaal. Want zaterdag,
of uiterlijk zondag rest er van het vluchtelingencentrum niet veel meer dan
wat wrakhout en afgedankte golfplaten.Aan de sluiting ging een hoog oplopende
ruzie vooraf tussen Frankrijk en Groot-Brittannië. De sluiting zelf leidde
tot de nodige onrust die doorsijpelde tot in ons land. Het is weinig waarschijnlijk
dat met de afbraak van het vluchtelingencentrum ook een einde komt aan de vluchtelingenstroom
naar de Franse ingang van de Kanaaltunnel.Het begon in september 1999, toen
het Internationale Rode Kruis en de Vluchtelingenorganisatie van de Verenigde
Naties met instemming van de Franse overheid een opvangcentrum inrichtte voor
de duizenden illegalen die rondzwierven bij de Franse ingang van de Kanaaltunnel
naar het Verenigd Koninkrijk. De overheid confisqueerde een oude loods in Sangatte
die was gebruikt voor de werkzaamheden bij de aanleg van de Kanaaltunnel. In
iets meer dan drie jaar tijd vonden 68.000 vluchtelingen onderdak in het centrum.
De laatsten vertrokken de afgelopen weken met bussen alsnog naar Groot-Brittannië.Vluchtelingen
beschouwen Groot-Brittannië als het land in Europa waar de Europese asielwetgeving
het soepelst is. Tot voor kort legaliseerde Londen immers alle vluchtelingen
op het moment dat zij zich in Groot-Brittannië bevinden. De Britse regering
kon die regeling vrij eenvoudig treffen, juist doordat het land geen direct
buitengrenzen met het Europese vasteland heeft. Dat had en heeft een sterk aanzuigende
werking op vluchtelingen uit oorlogsgebieden. De populatie was een goede weerspiegeling
van de brandhaarden in de wereld. In 1999 waren het nog grotendeels Kosovaren
die Sangatte bevolkten, de vluchtelingen die zich eind dit jaar in het kamp
bevonden kwamen grotendeels uit Afghanistan en Irak.Het Verenigd Koninkrijk
is alleen te bereiken via de lucht, het water, of de Kanaaltunnel. De controles
op luchthavens zijn scherp en zonder visum maken vluchtelingen geen enkele kans
om Groot-Brittannië in te komen. Sinds eind juni 2000 op een veerboot tussen
Zeebrugge en Dover 58 dode illegalen in een Nederlandse vrachtwagen werden aangetroffen,
zijn de controles op veerboten aanzienlijk verstrengd. Met warmtescanners worden
vrachtwagens op de aanwezigheid van illegalen gecontroleerd voordat de chauffeurs
de veerboot op mogen. Daardoor bleef alleen de Kanaaltunnel in het Nauw van
Calais over als 'redelijke' mogelijkheid de andere kant van het Kanaal te bereiken.Dat
leidde tot een grote toevloed van vluchtelingen aan de Franse ingang van de
Kanaaltunnel. Mensenhandelaars leverden illegalen in groten getale af in de
troosteloze omgeving van Noord-Frankrijk. Vanaf daar moesten de vluchtelingen
meestal op zoek naar nieuwe handelaren die hen voor grof geld een overtocht
naar de andere zijde van het Kanaal aanboden. Overdag hielden de illegalen zich
schuil voor de Franse vreemdelingenpolitie en zodra het donker was bruiste de
anders zo rustige omgeving van de activiteiten. Mensenhandelaars ontplooiden
er hun misdadige praktijken en boden voor veel geld een overtocht aan. Aan de
grote doorstroom van de vluchtelingen in het opvangcentrum was af te lezen dat
die pogingen veelal succesvol verliepen.
Woedend
De Britse regering van de socialistische premier Tony Blair was woedend op de
Fransen. Blair eiste dat het vluchtelingenkamp direct gesloten zou worden omdat
het een aanzuigende werking zou hebben op illegalen die Groot-Brittannië
probeerden te bereiken. Parijs zou met het opvangcentrum de vluchtelingen de
helpende hand reiken om de oversteek te wagen zodat de Fransen zelf van het
probleem verlost zouden zijn, meenden wantrouwende Britten.De toenmalige socialistische
Franse premier, Lionel Jospin, wilde niets horen van sluiting van Sangatte.
Hij vond dat de Britten zich juist moesten excuseren. De chaos en onrust in
Noord-Frankrijk als gevolg van de vluchtelingenstroom was volgens hem geheel
en al te wijten aan het soepele Britse asielrecht. Dát was volgens Jospin
wat de vluchtelingenstroom creëerde. Het opvangcentrum in Sangatte was
in Jospins ogen niet veel meer dan een humane actie om de vluchtelingen een
tijdelijk dak boven hun hoofd te geven. Frankrijk weigerde Sangatte te sluiten.
Meer dan twee jaar vertroebelde 'Sangatte' de Brits-Franse relatie, die van
nature toch al fragiel is.Inmiddels had de Britse regering de immigratieregels
aanzienlijk aangescherpt waardoor het voor illegale vluchtelingen aanzienlijk
moeilijker wordt een verblijfsvergunning in het Verenigd Koninkrijk te krijgen.
Desalniettemin houdt het land een grote aantrekkingskracht op vluchtelingen.Met
de ruk naar rechts in Frankrijk bij de presidents- en parlementsverkiezingen
afgelopen voorjaar, veranderde ook de Franse houding. De opmars van de extreem
rechtse Jean-Marie Le Pen en het aantreden van de centrumrechtse regering onder
leiding van premier Jean-Pierre Raffarin deden de Fransen iets anders tegen
de problematiek aankijken. De nieuwe en uiterst ambitieuze minister van Binnenlandse
Zaken, Nicolas Sarkozy, reisde terstond naar Londen en kwam met zijn Britse
ambtsgenoot David Blunkett overeen dat Sangatte zou worden gesloten. Over de
nog aanwezige 1.900 vluchtelingen werd ook snel een akkoord bereikt. Ruim de
helft kreeg alsnog een visum voor Groot-Brittannië en de rest zou door
Frankrijk worden opgevangen. Afghaanse Sangatters kregen van Parijs het aanbod
om met een 'oprotpremie' van 2.000 euro naar hun vaderland terug te keren. Veel
vluchtelingen hadden daar barweinig vertrouwen in en verkozen de illegaliteit
om alsnog een poging te wagen het Kanaal over te steken.
Adinkerke
Dat met de sluiting van het opvangcentrum het vluchtelingenprobleem in Noord-Frankrijk
niet is opgelost, bleek al half november. Het Rode Kruis en de vluchtenlingenorganisatie
van de Verenigde Naties (UNHCR), die het centrum uitbaatten, sloten twee weken
eerder dan aangekondigd hun deuren voor nieuwe vluchtelingen. Daar hadden tal
van vluchtelingen die nog onderweg waren naar Sangatte niet op gerekend. Veel
vluchtelingen probeerden uit alle macht net voor de sluiting van het centrum
nog een plekje te bemachtigen. Toen dat niet meer mogelijk bleek, zwermden ze
weer als vanouds uit over de regio en vonden ze onderdak in een kerk in Calais,
waar ze zich verschansten. Pas als ze een vrijgeleide naar het Verenigd Koninkrijk
kregen, waren ze bereid de kerk te verlaten. Aanbiedingen om in een Frans asielzoekerscentrum
vijf dagen na te denken over een eventuele asielaanvraag in Frankrijk kon hen
niet overreden. Na het verstrijken van enkele ultimatums ontruimde de Franse
oproerpolitie uiteindelijk zonder geweld de kerk. In ons land reageerde de politiek
met draconische maatregelen. Illegalen die na Sangatte de Frans-Belgische grens
zouden oversteken, zouden op weinig compassie kunnen rekenen, liet premier Guy
Verhofstadt weten. Op kerstavond werden in het treinstation van het West-Vlaamse
Adinkerke 37 illegalen uit Sangatte aangetroffen. Zij worden waarschijnlijk
linea recta de grens met Frankrijk overgezet. Met de sluiting van Sangatte verdwijnt
dus wel het symbool van de Europese vluchtelingenproblematiek, maar niet het
probleem zelf.
Terug ,
Ondergetekende kreeg een vriendelijke rondleiding van adjunct-directeur en psycholoog Rupert Van Dorpe. Hij lijkt zowat alle bewoners te kennen. Achter ieder gezicht gaat een drama verborgen, maar oplossingen zijn soms in de verste verte niet te bedenken. Hoe houdt u het vol om dag in dag uit naar deze verhalen van uitzichtloos menselijk leed te luisteren?
Het zijn inderdaad dramatische verhalen. Soms vraag ik me af wat er van alle uitgewezen en teruggedreven mensen is geworden. Wie zal me vertellen hoe het nu met John uit Nigeria is gesteld? Hij was een onvoorstelbaar diep gelovig man. Elke dag was hij enkele uren aan het bidden. Iedereen zag John graag. Hij had een soort vrede over zich.
Op de dag van zijn terugdrijving belde hij me op. Hij zat op z’n knieën te bidden toen ik eraan kwam. „Geef me uw zegen vóór ik sterf”, vroeg hij me. Hij beloofde ook dat hij me zou contacteren, zodra hij heelhuids bij zijn familie was aangekomen. Ik heb nooit meer iets van hem gehoord. Was ik niet thuis toen hij belde? Ging zijn brief ergens in de post verloren? Die onzekerheid over het lot van deze mensen speelt me soms parten.
Natuurlijk loopt het voor de meesten niet zo fataal af, maar iedereen beleeft zijn persoonlijk drama. Deze mensen vertrokken op basis van valse beloften naar Europa. Het hele dorp zamelde geld in voor de reis. Vele illusies armer, keren ze weer terug. Hoe moeten ze dat uitleggen?
Ik beschouw het zelf als een genade dat ik aalmoezenier mag zijn in de Refuge. Heel veel mensen hebben er alle moed verloren. Ze hebben nood aan een Goede Boodschap. Het is mijn belangrijkste taak hen hoop te geven. Vroeger was het centrum als een hel met opschrift: Laat alle hoop varen. Ik beschouw het als een misdaad om iemand alle hoop te ontnemen. Als aalmoezenier wil ik de mensen nabij zijn, hen helpen geloven dat het leven hier niet eindigt. „Je gaat het nog moeilijk krijgen, maar blijf geloven”, zeg ik hen. „Ondanks alles is er Iemand die je draagt.” Dat is waar.
Vele mensen die gerepatrieerd worden, houden vanuit hun nieuwe bestemming contact met mij. Gisteren nog kreeg ik een telefoontje van iemand uit een vluchtelingenkamp in Uganda. En twee weken geleden mocht ik delen in het geluk van iemand die in Canada erkend was als politiek vluchteling.
Enkele maanden geleden werd een jongeman, een sportliefhebber, teruggevlogen naar zijn land in Afrika. Ik had ervoor gezorgd dat hij werd opgewacht door een missionaris. Die had een renfiets bij zich, een geschenk voor de onfortuinlijke uitgewezene. Onlangs belde de jongen me vanuit Groot-Brittannië. Hij vertegenwoordigde er zijn land in een wielerwedstrijd. Je ziet het, vanaf mijn kleine plek in Brugge heb ik de hele wereld binnen handbereik. Met nieuwjaar krijg ik kaartjes uit alle continenten. Zelf geraak ik misschien niet ver, maar de wereld is bij me thuis!
Letterlijk zelfs. U adopteerde kinderen uit Rwanda.
Die kinderen zijn mij gegeven. Je ‘krijgt’ toch kinderen, nietwaar? Het begon met de oudste, Alain. Hij was al een twintiger toen ik hem leerde kennen, maar hij hechtte zich aan mij als aan een vader. Op een bepaald moment kreeg Alain het heel erg moeilijk. Hij miste zijn broers en zussen zozeer, dat hij eraan dacht naar Rwanda terug te keren. Teruggaan naar het land waar je ouders en een zus zijn vermoord, kan echter niet. Dus vond ik dat de broers en zussen beter naar België konden komen.
Waar zouden ze wonen? Alains studiootje was veel te klein. Het leek vanzelfsprekend dat ze naar mij zouden komen. Tot kort tevoren had ik altijd bij mijn zorgbehoevende vader ingewoond, maar die was pas naar een rusthuis verhuisd. Van een overleden tante erfde ik een huisje. Drie maanden na de inrichting kwamen de eerste kinderen in België aan. Het werd algauw te klein. En toen zorgde de Voorzienigheid ervoor dat het aanpalende huisje in dezelfde periode leeg kwam te staan. We kochten het aan, maakten een doorgang en hebben nu voldoende ruimte om samen te eten en van wat privacy te kunnen genieten.
In ons gezin zijn we met z’n zessen. De grootsten wonen intussen op zichzelf. Maar ‘s avonds komen ze wel eten. Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik ze allemaal heb gezien. De jongste is negen. ‘s Ochtends, wanneer ik iedereen heb gewekt, vraagt ze: „Hoe laat ben je thuis vanavond?” Als ik ‘s avond later ben dan gepland, krijg ik te horen: „Je bent een echte Afrikaan!” Nooit gedacht dat ik nog kinderen zou krijgen! Maar ja, het is dan ook ‘in het zwart’, hé!
Heeft deze gezinssituatie uw leven en werk beïnvloed?
Ik begrijp de zorgen van de gewone mens beter dan vroeger. In de gevangenis kunnen mensen zich enorm betrokken voelen op hun kinderen. Ik weet nu wat het is om ‘s nachts wakker te liggen omdat er eentje nog niet thuis is. Vroeger nam ik nooit een vrije dag op.
Zelfs op 1 mei ging ik net als alle andere dagen gevangenen bezoeken. Nu probeer ik uiteraard tijd te maken voor de kinderen. Als je iets doet, moet je het goed doen! Ik help hen bij de huistaken, leef mee met de examens en ben blij wanneer die achter de rug zijn. Ja, de zorgen voor gezondheid en schooltaken zijn me niet meer vreemd.
Via mijn kinderen voel ik nu wel van heel nabij wat het is
om als allochtoon in een ‘witte stad’ te leven. Hoewel Alain
een erkend diploma heeft, geraakte hij maar moeilijk aan een
baan. En toen hij eenmaal werk had, begon de ellende opnieuw
met het zoeken naar een woonst. „Sorry, meneer, net verhuurd!”
Belde ik dan later nog eens naar de verhuurmaatschappij in
kwestie, dan bleek de woning toch weer vrij. Alain heeft vast
werk en is Belg. Wat willen ze eigenlijk nog meer?
Maar het omgekeerde is ook waar. Vele mensen doen echt hun best. Mijn jongste wordt steevast uitgenodigd op verjaardagsfeestjes van klasgenootjes. En toch, je kunt je moeilijk inbeelden hoe erg het voor een kind is wanneer het te horen krijgt: „Jij mag niet meespelen, want je bent bruin!” Soms zou ik mijn kinderen wel willen wit schilderen. Het zou het leven zoveel makkelijker maken.
Terug ,
Een honderdtal vluchtelingen heeft z’n toevlucht gezocht in de Sint-Pieter-en-Paul in Calais. Ze zoeken er asiel, Oost-Europeanen, Koerden en Irakezen vooral. Allen mensen die hopen via de kanaaltunnel Groot-Brittannië te bereiken. De man op de foto met de kerk komt er niet meer in. Van zijn gezicht is een onbestemd gevoel af te lezen. Schaamte? Gelatenheid? Angst? Woede?
De feiten achter de beelden: in havenstad Calais en tunneldorp Sangatte streken de voorbije jaren duizenden gelukzoekers uit alle hoeken van de wereld neer. Amper 35 kilometer scheiden hen van hun eindbestemming: de Britse eilanden. Aan de overzijde van het Kanaal hoef je geen identiteitsbewijs op zak te hebben, kun je dus makkelijker ondergronds leven en werken. Kosten noch moeite sparen de vluchtelingen om dat eldorado van het illegale bestaan te bereiken.
Mensenhandelaars verkopen plekjes als verstekeling aan boord van trucks richting Groot-Brittannië. Voor vele vluchtelingen gaat het feest echter niet door. Politie en spitstechnologie belemmeren de illegale inwijkelingen de toegang tot de haven en de kanaaltunnel. Gevolg: meer dan 1.500 mannen, vrouwen en kinderen kwamen terecht in het opvangcentrum van het Rode Kruis in Sangatte. Uit die immense hangar kunnen ze de afvarende ferry’s gadeslaan.
ONTRUIMING
Dit Sangatte en z’n aantrekkingskracht waren de nieuwe Franse regering al van bij haar aantreden in juni laatst een doorn in het oog. In oktober sloot de minister van Binnenlandse Zaken, de „overtuigde katholiek” en gewezen secretaris van presidentspartij RPR Nicolas Sarkozy, een akkoord met zijn Britse ambtsgenoot. Het opvangcentrum van Sangatte zou in luttele maanden tijd dichtgaan.
Vanaf 2 november werden alvast geen nieuwelingen meer opgenomen. Dat belette niet dat in de herfst opnieuw meer dan vijfhonderd gelukzoekers kwamen opdagen in het nabijgelegen Calais. De (communistische) burgemeester zorgde voor onderdak in gemeentelijke zalen, pastoor Jean-Pierre Boutoille in zijn kerk.
Terwijl laatstgenoemde benadrukte dat het de zending van de Kerk is vreemdelingen te onthalen, barstte rond dit kerkasiel een fikse politieke rel los. Voor de linkse oppositie was het duidelijk dat Sarkozy’s plannen waren mislukt. Sangatte sluiten was een vergissing.
De prefectuur kon om het kerkasiel niet lachen. Na een ultimatum ontruimde de politie in de nacht van 15 november het kerkje. De vluchtelingen boden geen weerstand. Ze werden geregistreerd en afgevoerd. Pastoor Boutoille, die de actie van de vluchtelingen ondersteunde, was teleurgesteld. Na bemiddeling van het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen waren immers onderhandelingen aangevat.