- Frank
Peters - Matteüs-Koran
- Lucas-Koran
- Schrift, jg. (dec.1994), nr.156, p.188-193 - Zacharias en Zakarijja - Piet
Reesink
LEERHUIS - 1STE BIJEENKOMST : Zëkhar(ë)jâhû / Zacharias
/ Zakarijja -> Zacharias --
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| http://www.answering-islam.de/Main/Dutch/arlandson/arlandson.htm | de koran in het Nederlands : 1 , 2 , 3 , | http://www.islaam.nl/index.asp | koran transcriptie |
| http://www.ontdekislam.nl/arabisch_nederlands.php | koran en getallen | wonderen van Jezus |
LEERHUIS B – T – K (BIJBEL – TENACH – KORAN : LOCATIE HERKENRODE
TEKSTEN EN VERHALEN UIT DE JOODSE TENACH , DE CHRISTELIJKE BIJBEL EN DE ISLAMITISCHE KORAN
Groep : 10 à 15 personen. Er is geen voorkennis vereist. Voor al wie met de ‘heilige geschriften’ van jodendom, christendom en islam wil kennismaken. Voor joden , christenen en moslims of voor hen die tot deze of gene godsdienst of levensovertuiging behoren. Voor leerkrachten , welzijnswerkers, geïnteresseerden .
Inhoud : Teksten uit : Tenakh , Bijbel en Qor’an . Omdat we met de ‘heilige geschriften’ van deze drie godsdiensten vertrouwd willen worden , zullen we ook de namen van die geschriften gebruiken . Dat doet soms wat vreemd aan , maar dat went wel .
Methode 1. Lezing van de teksten uit de heilige schriften. 2. Literaire benadering van de teksten en verhalen . 3. Via gesprek met vragen, opmerkingen, suggesties wordt de betekenis van de teksten uitgediept . 4. De inleider bezorgt de deelnemers de teksten en notities die tijdens de bijeenkomst kunnen gebruikt worden. Ze kunnen ook na de bijeenkomst door de deelnemers gelezen worden. 5. Van de deelnemers wordt geen voorbereiding of huiswerk verwacht . Wel kan het nuttig zijn de teksten op voorhand te lezen.
Financiële bijdrage : 5 euro (huur van lokaal , consumptie , cursus , vergoeding van de inleider) Plaats : Bezinningscentrum Herkenrode , HERKENRODEABDIJ 1, 3511 KURINGEN-HASSELT BELGIE . E-mail : herkenrode.abdij.bezinningscentrum@skynet.be - 0032(0)11/22.12.33 . Weblog : http://herkenrode-abdij-bezinningscentrum-bijbelgroep.skynetblogs.be/ . Coördinator : Ivonne Jansen .
Data Maandelijks (9.45-12.00 u ; pauze : 10.45 – 11.00 u. ) niet tijdens schoolvakanties .
29 september 2007 : Zëkhar(ë)jâhû / Zacharias / Zakarijja -> Zacharias . Hij is de vader van (jôhânân: / Iôannès / Jahja > Johannes de Doper .
20 oktober 2007 2007 : Mir(ë)jâm /Mariam / Marjam -> Maria . Zij is de moeder van Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus .
24 november 2007 : de geboorte-aankondiging van Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus
15 december 2007 : de geboorte van Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus
26 januari 2008 : namen van Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus
16 februari 2008: de daden van Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus
1 maart 2008 : de woorden van Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus
26 april 2008 : de dood van Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus . Is Jezus gestorven ?
24 mei 2008 : Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Is Jezus verrezen en opgevaren ten hemel ?
21 juni 2008 : de dag van het oordeel
Inleiders o.a. Arseen De Kesel . Tel : 011/72 06 67 . E-mail : arseen.de.kesel@pandora.be . Website : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
Moderatoren : Theo Mathijs . Tel : 0476/97 99 26 . E-mail : mathijstheo@hotmail.com . Trudo Lambregs . Tel : 0496/85 61 90 . E-mail : trudo.lambregs@mail.be .
Verdere informatie : Trudo Lambregs . Tel : 0496/85 61 90 . E-mail : trudo.lambregs@mail.be . .
LEERHUIS B – T – K : BIJBEL – TENACH – KORAN
LOCATIE CATLOK VIJVERSSTRAAT KIEWIT (HASSELT)
TEKSTEN EN VERHALEN UIT DE JOODSE TENACH , DE CHRISTELIJKE BIJBEL EN DE ISLAMITISCHE KORAN
Groep : 10 à 15 personen . Er is geen voorkennis vereist . Voor al wie met de ‘heilige schriften’ van jodendom , christendom en islam wil kennismaken via teksten en verhalen . Voor joden , christenen en moslims of voor hen die tot deze of gene godsdienst of levensovertuiging behoren . Voor leerkrachten , welzijnswerkers, geïnteresseerden .
Inhoud : Teksten uit : Tenakh , bijbel en Qor’an .Verhalen over Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus . In het Nieuwe Testament is Jezus de vervulling van de beloften uit het Oude Testament , de joodse Tenach . In de islam is Isa een belangrijk profeet . Omdat we met de ‘heilige schriften’ van deze drie godsdiensten vertrouwd willen worden , zullen we ook de namen van die geschriften gebruiken . Dat doet soms wat vreemd aan , maar dat went wel .
Methode 1. Lezing van de teksten uit de heilige schriften .2. Literaire benadering van de teksten en verhalen . 3. Via gesprek met vragen, opmerkingen, suggesties wordt de betekenis van de teksten uitgediept . 4. De inleider geeft de deelnemers de teksten en notities die tijdens de bijeenkomst kunnen gebruikt worden. Ze kunnen ook na de bijeenkomst door de deelnemers gelezen worden. 5. Van de deelnemers wordt geen voorbereiding of huiswerk verwacht . Wel kan het nuttig zijn de teksten op voorhand te lezen .
Financiële bijdrage : 4 euro (zonder consumptie : 3 euro)
Plaats : CATLOK , Vijversstraat , Kiewit (Hasselt)
Data . Maandelijks op woensdagvoormiddag (9.45 – 12.00 u) niet tijdens schoolvakanties . Data zie hieronder . Bij de namen wordt eerst de naam volgens de Hebreeuwse tekst gegeven , daarna de naam volgens de Septuaginta (Griekse vertaling) , die via de Vulgata (Latijnse vertaling) onze benaming heeft bepaald , en tenslotte de naam volgens de Arabische tekst . Uitgangspunt zijn teksten uit het Nieuwe Testament , die belicht worden vanuit de joodse tenach , de christelijke bijbel en de islamitische koran .
1. 26 september 2007 : Zëkhar(ë)jâhû / Zacharias / Zakarijja -> Zacharias . Hij is de vader van (jôhânân: / Iôannès / Jahja > Johannes de Doper .
2. 24 oktober 2007 : Mir(ë)jâm /Mariam / Marjam -> Maria . Zij is de moeder van Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus .
3. 21 november 2007 : de geboorte-aankondiging van Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus
4. 19 december 2007 : de geboorte van Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus
5. 23 januari 2008 : namen van Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus
6. 27 februari 2008 (derde zaterdag van de maand !!) : de daden van Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus
7. 12 maart 2008 : de woorden van Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus
8. 23 april 2008 : de dood van Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus . Is Jezus gestorven ?
9. 21 mei 2008 : Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Is Jezus verrezen en opgevaren ten hemel ?
10. 18 juni 2008 : de dag van het oordeel
Inleider : Arseen De Kesel . Tel : 011/72 06 67 . E-mail : arseen.de.kesel@pandora.be . Website : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
Verdere informatie : Joanna Juchtmans . Tel : 011/72 84 48 . E-mail : joannajuchtmans@telenet.be
LEERHUIS B - T - K : BIJBEL – TENACH - KORAN : LOCATIE PROTESTANTSE KERK HASSELT (Kuringersteenweg 81)
TEKSTEN EN VERHALEN UIT DE JOODSE TENACH , DE CHRISTELIJKE BIJBEL EN DE ISLAMITISCHE KORAN
Groep : 10 à 15 personen . Er is geen voorkennis vereist . Voor al wie met de ‘heilige schriften’ van jodendom , christendom en islam wil kennismaken via teksten en verhalen . Voor joden , christenen en moslims of voor hen die tot deze of gene godsdienst of levensovertuiging behoren . Voor leerkrachten , welzijnswerkers, geïnteresseerden .
Inhoud : Teksten uit : Tenakh , bijbel en Qor’an .Verhalen over Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus . In het Nieuwe Testament is Jezus de vervulling van de beloften uit het Oude Testament , de joodse Tenach . In de islam is Isa een belangrijk profeet . Omdat we met de ‘heilige schriften’ van deze drie godsdiensten vertrouwd willen worden , zullen we ook de namen van die geschriften gebruiken . Dat doet soms wat vreemd aan , maar dat went wel .
Methode 1. Lezing van de teksten uit de heilige schriften .2. Literaire benadering van de teksten en verhalen . 3. Via gesprek met vragen, opmerkingen, suggesties wordt de betekenis van de teksten uitgediept . 4. De inleider geeft de deelnemers de teksten en notities die tijdens de bijeenkomst kunnen gebruikt worden. Ze kunnen ook na de bijeenkomst door de deelnemers gelezen worden. 5. Van de deelnemers wordt geen voorbereiding of huiswerk verwacht . Wel kan het nuttig zijn de teksten op voorhand te lezen .
Financiële bijdrage : 3 euro Plaats : Protestantse kerk , Kuringersteenweg 81 , 3500 Hasselt . Informatie : dominee Lianne de Oude , Beverzakstraat 240 , 3500 Hasselt . Tel : 011/82 33 80 . GSM : 0486/22 60 81 . E-mail : lianne.deoude@scarlet.be
Data Maandelijks op woensdagavond (19.30 – 22.00 u) , niet tijdens schoolvakanties . Data zie hieronder . Op voorhand inschrijven . Bij de namen wordt eerst de naam volgens de Hebreeuwse tekst gegeven , daarna de naam volgens de Septuaginta (Griekse vertaling) , die via de Vulgata (Latijnse vertaling) onze benaming heeft bepaald , en tenslotte de naam volgens de Arabische tekst . Uitgangspunt zijn teksten uit het Nieuwe Testament , die belicht worden vanuit de joodse tenach , de christelijke bijbel en de islamitische koran .
1. 26 september 2007 : Zëkhar(ë)jâhû / Zacharias / Zakarijja -> Zacharias . Hij is de vader van (jôhânân: / Iôannès / Jahja > Johannes de Doper .
2. 24 oktober 2007 : Mir(ë)jâm /Mariam / Marjam -> Maria . Zij is de moeder van Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus .
3. 21 november 2007 : de geboorte-aankondiging van Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus
4. 19 december 2007 : de geboorte van Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus
5. 23 januari 2008 : namen van Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus
6. 27 februari 2008 (derde zaterdag van de maand !!) : de daden van Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus
7. 12 maart 2008 : de woorden van Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus
8. 23 april 2008 : de dood van Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Jezus . Is Jezus gestorven ?
9. 21 mei 2008 : Jëhôsjua` / Ièsous / Isa -> Is Jezus verrezen en opgevaren ten hemel ?
10. 18 juni 2008 : de dag van het oordeel
Inleider : Arseen De Kesel . Tel : 011/72 06 67 . E-mail : arseen.de.kesel@pandora.be . Website : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
Moderator : dominee Lianne de Oude
Verdere informatie : dominee Lianne de Oude , Beverzakstraat 240 , 3500 Hasselt . Tel : 011/82 33 80 . GSM : 0486/22 60 81 . E-mail : lianne.deoude@scarlet.be
LEERHUIS B – T – K (BIJBEL - TENACH –
KORAN)
Zëkhar(ë)jâhû / Zacharias / Zakarijja -> Zacharias
Woensdagvoormiddag 26 september 2007 : Kiewit
Woensdagavond 26 september 2007 : VPKB Hasselt
Zaterdagvoormiddag 29 september 2007 : Bezinningscentrum Herkenrode
1. TEKSTEN UIT HET NIEUWE TESTAMENT (Nieuwe Vertaling 2005)
Lc 1,5-25 : Aankondiging van de geboorte van Johannes
[5] Toen Herodes koning van Judea was, leefde er een priester die Zacharias
heette en tot de priesterafdeling Abia behoorde. Zijn vrouw, Elisabet, stamde
af van Aäron. [6] Beiden waren vrome en gelovige mensen, die zich strikt
aan alle geboden en wetten van de Heer hielden. [7] Ze hadden geen kinderen,
want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren al op leeftijd.
[8] Toen de afdeling van Zacharias eens aan de beurt was om de priesterdienst
te vervullen, [9] werd er volgens het gebruik van de priesters geloot en werd
Zacharias door het lot aangewezen om het reukoffer op te dragen in het heiligdom
van de Heer. [10] De samengestroomde menigte bleef buiten staan bidden terwijl
het offer werd gebracht. [11] Opeens verscheen hem een engel van de Heer, die
aan de rechterkant van het reukofferaltaar stond. [12] Zacharias schrok hevig
bij het zien van de engel en hij werd door angst overvallen. [13] Maar de engel
zei tegen hem: ‘Wees niet bang, Zacharias, je gebed is verhoord: je vrouw
Elisabet zal je een zoon baren, en je moet hem Johannes noemen. [14] Vreugde
en blijdschap zullen je ten deel vallen, en velen zullen zich over zijn geboorte
verheugen. [15] Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer, en wijn en andere
gegiste drank zal hij niet drinken. Hij zal vervuld worden met de heilige Geest
terwijl hij nog in de schoot van zijn moeder is, [16] en hij zal velen uit het
volk van Israël tot de Heer, hun God, brengen. [17] Als bode zal hij voor
God uit gaan met de geest en de kracht van Elia om ouders met hun kinderen te
verzoenen en om zondaars tot rechtvaardigheid te brengen, en zo zal hij het
volk gereedmaken voor de Heer.’
[18] Zacharias vroeg aan de engel: ‘Hoe kan ik weten of dat waar is? Ik
ben immers een oude man en ook mijn vrouw is al op leeftijd.’ [19] De
engel antwoordde: ‘Ik ben Gabriël, die altijd in Gods nabijheid is,
en ik ben uitgezonden om je dit goede nieuws te brengen. [20] Maar omdat je
geen geloof hebt gehecht aan mijn woorden, die op de voorbestemde tijd in vervulling
zullen gaan, zul je stom zijn en niet kunnen spreken tot de dag waarop dit alles
gaat gebeuren.’
[21] De menigte stond buiten op Zacharias te wachten, en de mensen vroegen zich
af waarom hij zo lang in het heiligdom bleef. [22] Maar toen hij naar buiten
kwam, kon hij niets tegen hen zeggen. Ze begrepen dat hij in het heiligdom een
visioen had gezien; hij maakte gebaren tegen hen, maar spreken kon hij niet.
[23] Toen zijn tempeldienst voorbij was, ging hij terug naar huis.
[24] Korte tijd later werd zijn vrouw Elisabet zwanger. Ze leefde vijf maanden
lang in afzondering en zei bij zichzelf: [25] De Heer heeft zich mijn lot aangetrokken.
Hij heeft dit voor mij gedaan opdat de mensen me niet langer verachten.
Lc 1,57-64 : De geboorte van Johannes
[57] Toen de dag van haar bevalling was aangebroken, bracht Elisabet een zoon
ter wereld. [58] Haar buren en verwanten hoorden hoe barmhartig de Heer voor
haar was geweest, en ze verheugden zich samen met haar. [59] Op de achtste dag
kwamen ze het kind besnijden, en ze wilden het Zacharias noemen, naar zijn vader.
[60] Maar zijn moeder zei: ‘Nee, Johannes zal hij heten!’ [61] Ze
zeiden tegen haar: ‘Er is niemand in je familie die zo heet.’ [62]
Ze beduidden zijn vader te laten weten hoe hij het kind wilde noemen. [63] Hij
vroeg om een schrijftablet en schreef erop: ‘Johannes is zijn naam.’
Iedereen was verbaasd. [64] En meteen werd de verlamming van zijn mond en zijn
tong ongedaan gemaakt, en hij begon te spreken en loofde God.
2. TEKSTEN UIT DE JOODSE TENACH (Nieuwe Vertaling 2005)
2.1. Gn 11,30 : Sarai was onvruchtbaar, zij kreeg geen kinderen.
2.2. Gn 15, [2] ‘HEER, mijn God,’ antwoordde Abram, ‘wat voor
zin heeft het mij te belonen? Ik zal kinderloos sterven, en alles wat ik bezit
zal het eigendom worden van Eliëzer uit Damascus. [3] U hebt mij immers
geen nakomelingen gegeven; daarom zal een van mijn dienaren mijn erfgenaam worden.’
[4] Maar de HEER sprak opnieuw tot hem: ‘Nee, niet je dienaar zal jouw
bezittingen erven, maar een kind dat jijzelf zult verwekken.’ --- [8]
Abram vroeg: ‘Ach Heer god, hoe kan ik weten dat ik het inderdaad zal
krijgen?’
2.3. Gn 17, [17] Abraham boog zich diep neer, maar lachte en dacht: Hoe zou
iemand van honderd nog een kind kunnen krijgen? En Sara, zou zij op haar negentigste
nog een kind ter wereld kunnen brengen?
2.4. Gn 18, [11] Nu waren Abraham en zij op hoge leeftijd gekomen en de jaren
dat een vrouw vruchtbaar is, lagen al ver achter haar. [12] Daarom lachte ze
in zichzelf. Zou de liefde voor mij dan nog weggelegd zijn? dacht ze. Ik ben
immers verwelkt, en ook mijn man is al oud. [13] Toen vroeg de HEER aan Abraham:
‘Waarom lacht Sara, waarom vraagt ze zich af of ze op haar leeftijd nog
wel een kind ter wereld kan brengen? [14] Is ook maar iets voor de HEER onmogelijk?
Op de vastgestelde tijd, over precies een jaar, kom ik bij je terug en dan heeft
Sara een zoon.’
2.5. 1 S 1, 1-20 : De gelofte van Hanna en de geboorte van Samuël
[1] In Rama in de streek Suf,* in het bergland van Efraïm, woonde een man
die Elkana heette. Hij was een zoon van Jerocham, die een zoon was van Elihu,
de zoon van Tochu, de zoon van Suf, en behoorde tot de stam Efraïm. [2]
Hij had twee vrouwen: de ene heette Hanna en de andere Peninna. Peninna had
kinderen, maar Hanna niet. [3] Elk jaar ging deze man vanuit zijn woonplaats
naar Silo, om daar de HEER van de hemelse machten te vereren en hem offers te
brengen. Chofni en Pinechas, de twee zonen van Eli, waren daar priesters van
de HEER. [4] Wanneer Elkana zijn jaarlijkse offer bracht, gaf hij zijn vrouw
Peninna en haar zonen en dochters een stuk van het offervlees. [5] Maar het
mooiste stuk gaf hij aan Hanna, want haar had hij lief, ook al hield de HEER
haar moederschoot gesloten. [6] Haar rivale kwetste haar dan diep, door haar
te sarren omdat de HEER haar geen kinderen gaf. [7] Zo ging het jaar in jaar
uit. Elke keer als ze naar het heiligdom van de HEER gingen, treiterde Peninna
Hanna zo erg dat ze begon te huilen en haar eten liet staan. [8] Toen dat weer
eens gebeurde, vroeg Elkana: ‘Waarom huil je, Hanna? Waarom eet je niet
en waarom ben je zo bedroefd? Beteken ik niet meer voor je dan tien zonen?’
[9] Na de maaltijd stond Hanna op en ging naar het heiligdom van de HEER, waar
de priester Eli op een bankje bij de ingang zat. [10] Diep bedroefd bad Hanna
tot de HEER. In tranen [11] legde ze een gelofte af: ‘HEER van de hemelse
machten, ik smeek u, heb toch oog voor mijn ellende. Denk aan mij, uw dienares,
vergeet mij niet. Schenk mij een zoon, dan schenk ik hem voor zijn hele leven
aan u: nooit zal zijn haar worden afgeschoren.’ [12] Terwijl Hanna zo
lang bad, keek Eli opmerkzaam naar haar mond. [13] Ze bad namelijk in stilte:
haar lippen bewogen wel, maar haar stem was niet te horen. Daarom dacht Eli
dat ze dronken was. [14] Hij sprak haar aan en vroeg: ‘Gaat dit nog lang
zo duren? Als u dronken bent, ga dan uw roes uitslapen!’ [15] ‘U
vergist u, heer,’ antwoordde Hanna. ‘Ik heb geen wijn of andere
drank gedronken. Nee, ik ga gebukt onder een zwaar verdriet en stort mijn hart
uit bij de HEER. [16] Denk niet dat ik een slechte vrouw ben; ik bid zo lang
omdat ik overstelpt ben door droefheid en ellende.’ [17] ‘Ga dan
in vrede,’ antwoordde Eli. ‘De God van Israël zal u geven waar
u om hebt gevraagd.’ [18] ‘Ik dank u voor uw vriendelijkheid,’
zei Hanna, en ze ging terug naar haar familie. Haar gezicht was opgeklaard en
ze at ook weer. [19] De volgende morgen vroeg bogen ze zich neer voor de HEER,
waarna ze zich op de terugreis begaven. Thuis in Rama sliep Elkana met zijn
vrouw Hanna, en de HEER verhoorde haar. [20] Hanna werd zwanger en na verloop
van tijd baarde ze een zoon. Ze noemde hem Samuël, ‘want,’
verklaarde ze, ‘ik heb hem aan de HEER gevraagd.’
3. TEKSTEN UIT DE KORAN (Zacharijja : negenmaal in vier soera’s)
3.1. Soera 3, 38-41. 37. Daarom nam haar Heer haar (Maria) met welbehagen aan en deed haar goed opgroeien en vertrouwde haar aan Zacharia toe. Telkens, wanneer Zacharia bij haar in de kamer ging, vond hij voedsel bij haar. Hij zeide: "O, Maria, waar heb je dit vandaan?" Zij antwoordde: "Het komt van God." Voorzeker, God geeft volop aan wie Hij wil. 38. Toen bad Zacharia tot zijn Heer: "Mijn Heer geef mij een rein nageslacht; voorzeker, Gij verhoort het gebed." 39. En de engelen riepen tot hem, terwijl hij in de kamer stond te bidden: "God geeft u de blijde tijding over Johannes, die God's woord zal vervullen - en hij zal edel, kuis en een profeet onder de rechtvaardigen zijn. 40. Hij zeide: "Heer, hoe zal er een zoon voor mij zijn, waar ouderdom al over mij gekomen en mijn vrouw onvruchtbaar is?" Hij antwoordde: "Zo doet God, wat Hij wil." 41. Hij zeide: "Heer, geef mij een teken." Hij antwoordde: "Uw teken zal zijn, dat je drie dagen slechts door gebaar tot de mensen zult spreken. Gedenk uw Heer vaak en verheerlijk Hem 's avonds en 's morgens."
3.2. Soera 19,2-11. 2. Dit is een vermelding van de barmhartigheid van uw Heer, betoond aan Zijn dienaar, Zacharia. 3. Toen hij zijn Heer in het verborgene aanriep, 4. Sprak hij: "Mijn Heer, het gebeente in mij is zwak geworden en mijn hoofd glanst met grijze haren, niettemin ben ik niet wanhopig, mijn Heer, bij mijn aanroep tot U." 5. "Maar ik vrees mijn bloedverwanten na mij; mijn vrouw is onvruchtbaar, geef mij een opvolger van U." 6. "Opdat hij mij en het Huis van Jacob tot erfgenaam moge zijn. En maak hem, mijn Heer, U welgevallig." 7. (God antwoordde) "O Zacharia, Wij brengen u blijde tijding omtrent een zoon wiens naam Jahja (Johannes) zal zijn. Wij hebben voordien niemand aan hem gelijk gemaakt." 8. Hij Sprak: "Mijn Heer, hoe kan mij een zoon geworden, terwijl mijn vrouw onvruchtbaar is en ik de uiterste grens des ouderdoms heb bereikt?" 9. Hij Sprak: "Het zij zo, Uw Heer zegt: 'Het is gemakkelijk voor Mij, Ik heb u voordien geschapen toen je niets waart.'" 10. Hij Sprak: "Mijn Heer, geef mij een teken." (God) zei: "Uw teken is dat je voor drie opeenvolgende dagen en nachten tot niemand zult spreken." 11. Aldus kwam hij uit de kamer tot zijn volk en beduidde hen God in de morgen en in de avond te verheerlijken.
3.3. Soera 6,85. En Zacharia, Johannes, Jezus en Elias. Elk hunner behoorde tot de deugdzamen.
3.4. Soera 21, 89. En Zacharia, toen hij tot zijn Heer riep, zeggende: "Mijn Heer, laat mij niet alleen en Gij zijt de Beste der erfgenamen." 90. Toen verhoorden Wij zijn gebed en beloofden hem Johannes en Wij maakten zijn vrouw geschikt (een kind te krijgen).
4. TOELICHTING BIJ Lc 1,5-25
4.1. Plaats van het gebeuren
Begin— en eindtoestand van het verhaal spelen zich bij de thuis van Zacharias
af (Judea; niet voor niets staat er Herodes, de koning van Judea). Het middengedeelte
van het verhaal laat het gebeuren plaats vinden in de tempel van Jeruzalem.
Zacharias gaat het heiligdom van de tempel binnen (v.9) en komt dan naar buiten
(v.22), Terwijl hij in het heiligdom is, staat het volk buiten te wachten (v.10;
v,21). De aanwezigheid van JHWH wordt gesymboliseerd door het altaar van het
heiligdom. Daarom verschijnt de engel, rechts van het offeraltaar.
4.2. Tijdsgegevens
“In de dagen van Herodes, de koning van Judea. . .“ (v.5)
“Eens, toen Zacharias met zijn afdeling aan de beurt was..." (v.8)
“Zodra zijn tempeldienst was afgelopen. . .“ (v.23)
“Niet lang daarna... “ (v.24)
“Zij hield zich vijf maanden lang verborgen.” (v.24)
4.3. Personages
In het verhaal van de aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper, is
Zacharias het hoofdpersonage. Immers, na de tijdsaanduiding “In de dagen
van Herodes, de koning van Judea” volgt de zin : “was er een priester
genaamd Zacharias”.
Wat zegt de tekst ons over Zacharias? Zacharias is een priester. Deze vermelding
is niet toevallig. Immers vele termen uit het verhaal staan in verband met het
priesterschap.
Volgens de tekst behoort Zacharias tot de afdeling Abia; de tekst veronderstelt
dus dat de priesters in verschillende afdelingen zijn ingedeeld. De indeling
van de priesters in (24) afdelingen had de bedoeling om de priesterlijke functie
volgens beurtrol te laten uitoefenen. In de afdeling werd dan een priester door
loting aangeduid om het heiligdom van de tempel binnen te gaan en het reukoffer
op het offeraltaar te brengen, terwijl het volk buiten bleef staan bidden. Gedurende
de tijd van hun tempeldienst, bleven de priesters in Jeruzalem.
Evenals zijn vrouw Elisabet behoort Zacharias tot de priesterlijke stam, die
op Aäron teruggaat. Zacharias is gehuwd: “Ook zijn vrouw stamde af
van Aäron”. In het jodendom was het priesterschap erfelijk.
De verdere voorstelling van Zacharias en Elisabet hebben te maken met de priesterlijke
afstamming van Zacharias en Elisabet en met de erfelijkheid van dat priesterschap.
Zacharias en Elisabet gedragen zich volgens de waardigheid van hun afstamming;
immers “Beiden waren rechtvaardig in Gods ogen en leidden een onberispelijk
leven, geheel volgens de geboden en voorschriften van de Heer.” (v.6)
M.a.w. hun leven staat geheel in dienst van God. Zacharias en Elisabet hebben
geen kinderen. Hun kinderloosheid is niet het gevolg van een zondig leven, want
zij leidden een onberispelijk leven, maar wegens de onvruchtbaarheid van Elisabet.
Het houdt in dat zij de priesterlijke lijn niet zullen kunnen verder zetten.
Als er geen priesterlijke nakomelingen zijn, kan de priesterlijke dienst aan
JHWH niet vervuld worden.
De eindtoestand van het verhaal is de tegengestelde situatie van de begintoestand.
Tegenover de kinderloosheid van vers 7 staat de zwangerschap van Elisabet in
v.24.
Volgens v.6 zijn zij rechtvaardig voor God, maar hun kinderloosheid wordt door
de mensen beschouwd als een smaad. Want kinderloosheid werd aanzien als een
straf van God voor de zonde die het kinderloze echtpaar heeft bedreven. Wanneer
Elisabet zwanger is en haar zwangerschap goed zichtbaar wordt, zegt Elisabet:
“Dit heeft de Heer voor mij gedaan, toen hij... mijn smaad onder de mensen
wegnam.”(v.25)
Zacharias en Elisabeth hebben kinderen gewild; ze hebben erom gebeden: “want
je gebed is verhoord; je vrouw Elisabet zal jou een zoon baren (v.l3). Maar
Zacharias had alle hoop opgegeven, want hij en Elisabet zijn reeds op jaren:
“Hoe weet ik of dat wel waar is? Ik ben een oude man en mijn vrouw is
al op jaren” (v.18). Hij gelooft de woorden van de engel niet; daarom
wordt hij met verstomming geslagen: “Hij maakte gebaren naar hen en bleef
stom.” (v.22) Uit deze verstomming ontsproot nieuwe hoop.:
“Maar jij zult zwijgen en niet kunnen spreken tot de dag waarop dit gebeurt,
omdat je mijn woorden niet hebt geloofd; maar die zullen echter op hun tijd
in vervulling gaan.” (v.20)
Het verhaal vertelt het gebeuren van een toestand van onvruchtbaarheid van Elisabet
naar een toestand van zwangerschap. Wie heeft deze ommekeer bewerkt? Zacharias!
Want we mogen veronderstellen dat hij gemeenschap had met zijn vrouw: “Zodra
zijn tempeldienst was afgelopen ging hij naar huis. Niet lang daarna werd zijn
vrouw Elisabet zwanger.” (v.23—24a)
Wie is uiteindelijk verantwoordelijk voor de verstomming van Zacharias? m.a.w.
wie was in staat om Zacharias van houding te veranderen. Wie kon zijn houding
van ongeloof in de mogelijkheid van de zwangerschap van zijn vrouw doen verstommen?
De engel is verantwoordelijk voor de verandering in Zacharias’ houding;
dat wordt ons verteld in het verhaal van “de engelverschijning”.
Het vormt dan ook het kernstuk van het verhaal.
Over de figuur van Johannes, de Doper, zou veel te vertellen vallen. Maar we
laten hem hier buiten beschouwing. In het verhaal van het optreden van Johannes,
de Doper, komen vele elementen tegen, die we hier aantreffen (v.l3—17).
4.4. Structuur
Concentrische opbouw :
a v.6 rechtvaardig in Gods ogen
b v,7 want Elisabet was onvruchtbaar
c v.8 Eens, toen Zacharias. .. om als priester dienst te doen
d v.9 om het heiligdom van de Heer binnen te gaan
e v.l0 stond heel het volk buiten te bidden
f v.11-20 de engelverschijning
e’ v.21 Het volk stond op Zacharias te wachten
d’ v.22 Toen hij naar buiten kwam
c’ v.23 Zodra zijn tempeldienst was afgelopen
b’ v.24 werd zijn vrouw Elisabet zwanger
a’ v.25 toen hij. .. mijn smaad onder de mensen wegnam
De engelverschijriing heeft de volgende structuur:
a. de verschijning van de engel aan Zacharias (v.11)
b. de vrees van Zacharias (v.12)
c. het woord van de engel (v.13—17)
1) het wegnemen van de vrees (v.13a)
2) de boodschap
— aankondiging van de geboorte van een zoon
— de naamgeving
— de toekomst
d. het bezwaar van Zacharias (v.l8)
e. het wederwoord van de engel
1) het wegnemen van het bezwaar (v.l9)
2) het teken (v.20)
Uit onze analyse komen we tot de volgende structuur van het verhaal:
v,5- 7: inleiding
v.8-22 : middengedeelte
v.23—25: slot.
De toestand in het slot is tegengesteld aan die van de inleiding. Het middengedeelte bewerkt de overgang
5. TOELICHTING VANUIT DE JOODSE TENACH
5.1. Het verhaal van de aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper
behoort tot de bijbelse ‘wordingsverhalen’ . Het behoort tot de
verhalen over de geboorte van Izaak, Esau en Jakob, Jozef, Simson, Samuël.
Deze kinderen werden geboren nadat hun moeder (Sara, Rebecca, Rachel, de echtgenote
van Manoach, Hanna) vruchtbaar werden na een tijdelijke onvruchtbaarheid . `äqârâh
= onvruchtbaar . In acht verzen in de bijbel : (1) Gn 11,30 (Sara) . (2) Gn
25,21 (Rebekka) . (3) Gn 29,31 (Rachel) . (4) Re 13,2 (de moeder van Simson)
. (5) Re 13,3 . (6) 1 S 2,5 (Hanna , de moeder van Samuël) . (7) Js 54,1
. (8) Job 24,21 .
Zo zegt Rachel in Gn 30,22-23 . [22] Toen was God Rachel indachtig: Hij verhoorde
haar en opende haar schoot. [23] Zij werd zwanger, baarde een zoon, en zei:
‘God heeft mijn schande weggenomen.’
5.2. Het meest opmerkelijke ‘wordingsverhaal’ is dat van de geboorte
van Izaak. Gn 11,30 vermeldt dat Sara onvruchtbaar is en geen kind heeft. Pas
in Gn 21,2 - Gn 21,3 wordt Sara zwanger en baart ze een zoon, Isaak. In Gn 16,1
wordt nog eens teruggegrepen naar Gn 11,30: Sarai had geen kinderen. In Gn 17
- Gn 18 wordt aan Sarai de belofte gedaan dat uit haar een zoon zal geboren
worden. Het loopt bijna mis wanneer Abraham zegt dat
zijn vrouw Sara zijn zuster is (Gn 20,1) en zij geschaakt wordt door Abimelek.
God, JHWH, de engel van JHWH beloven Abram / Abraham herhaaldelijk dat hij talrijk
zal worden en dat zijn nageslacht het land zal verwerven. Pas in Gn 15,2 neemt
Abram het woord, waarin Abram opmerkt wat hij aan al die bezittingen heeft als
hij kinderloos blijft. Opnieuw wordt hem een nageslacht beloofd en Abram vraagt
naar een teken (Gn 15,8). Wanneer aan Abram concrete toezegging van een zoon
wordt gedaan, reageert Abram dat hij en zijn vrouw oud zijn geworden (Gn 17,17
en Gn 18,12).
5.3. Tussen het verhaal van de geboorte van Samuël in 1 S 1 en van Johannes
de Doper in Lc 1,5-25 zijn nogal wat gelijkenissen.
a. Er was eens … uit. Hij had … heette … (1 S 1,1-2; Lc 1,5).
b. Het gaan naar het heiligdom / de tempel (1 S 1,3; Lc 1,8) .
c. Het gebeuren speelt zich af in het heiligdom / de tempel (1 S 1,4-18).
d. Terugkeer naar huis (1 S 1,19; Lc 1,8-22) .
e. Zwangerschap (1 S 1,19b-20; Lc 1,24-25) .
Tussen beide verhalen zijn er ook verschillen. Elkana is geen priester. Er is
geen verschijning in het heiligdom, maar de priester Eli spreekt uit dat God
aan haar moge geven wat zij afsmeekt.
5.4. Abram / Abraham : een gelovig man
Terach , de vader van Abram , ging met zijn familie van Ur op weg naar Kanaän
. Onder hen bevond zich Abram en zijn vrouw Sarai . Gn 11,30 vermeldt dat Sarai
onvruchtbaar was en geen kinderen had . Hij vestigde zich echter onderweg in
Haran .
Abram kreeg van JHWH de opdracht om naar het land te gaan dat Hij hem zou aanwijzen
. Daarenboven kreeg hij de belofte dat hij een groot volk zou worden . Abram
ging op weg en kwaam in Kanaän . Daar verscheen JHWH aan Abram Die hem
beloofde dit land aan zijn nakomelingschap te geven (Gn 12) .
Het liep bijna mis wanneer een hongersnood Abram dwong naar Egypte te verhuizen
. Hij vreesde dat de Egyptenaren hem zouden vermoorden en zijn vrouw Sarai zouden
nemen . Daarom bedacht Abram een plannetje . Hij stelde aan Sarai voor dat zij
aan de Egyptenaren zou zeggen dat zij de zus van Abram is . Zo gebeurde het
. Sarai werd in het huis van de farao gebracht . JHWH greep echter in . Zo werd
het plan van Abram ontmaskerd en kreeg Abram zijn vrouw Sarai terug .
Omdat Lot , de neef van Abram , en Abram zelf , vele kudden bezaten , waren
ze genoodzaakt een overeenkomst met elkaar te maken welk land elk zou toebehoren
. Lot koos voor het vruchtbare land rond de Jordaan . Aan Abram beloofde JHWH
het overige land van Kanaän . Hij zou het hem en zijn nageslacht geven
dat zo talrijk als de zandkorrels op aarde zou zijn (Gn 13) . Tot nu toe hebben
we van dat nageslacht weinig gezien .
6. TOELICHTING BIJ DE TEKSTEN VAN DE KORAN
6.1. Soera 3,38. Toen bad Zacharia tot zijn Heer: "Mijn Heer geef mij
een rein nageslacht; voorzeker, Gij verhoort het gebed."
Toelichting. In Lc 1,13 zegt de engel : ‘Schrik niet, Zacharias, want
uw gebed is verhoord’ // soera 3,38b : Gij verhoort het gebed. De tekst
in Lucas veronderstelt dat Zacharias om een zoon gebeden hebben. In Gn 15,2-3
lezen we: Toen zei Abram: … want ik blijf maar kinderloos … 3. U
hebt mij geen nakomelingen geschonken. In 1 S 1,10-18 bidt Hanna in het heiligdom
om een zoon.
Soera 3,39. En de engelen riepen tot hem, terwijl hij in de kamer stond te bidden:
"God geeft u de blijde tijding over Johannes, die Gods woord zal vervullen
- en hij zal edel, kuis en een profeet onder de rechtvaardigen zijn.
Toelichting. Tijdens de tempeldienst verschijnt een engel aan Zacharias (Lc
1,11). Bij de geboorte van Jezus is de engel die de blijde boodschap aan de
herders brengt, vergezeld van een menigte engelen.
Soera 3,40. Hij zeide: "Heer, hoe zal er een zoon voor mij zijn, waar ouderdom
al over mij gekomen en mijn vrouw onvruchtbaar is?" Hij antwoordde: "Zo
doet God, wat Hij wil."
Toelichting. Zoals in het Lucasverhaal volgt een reactie van Zacharias op de
boodschap van de engel. Er is een sterke gelijkenis tussen soera 3,40 en Lc
1,18. Het bezwaar van Zacharias verschilt enigszins; in soera 3,40 is o.a. het
bezwaar de onvruchtbaarheid van zijn vrouw, in Lc 1,18 dat zijn vrouw reeds
op jaren is.
Soera 3,40 komt overeen met soera 19,8: Hij Sprak: "Mijn Heer, hoe kan
mij een zoon geworden, terwijl mijn vrouw onvruchtbaar is en ik de uiterste
grens des ouderdoms heb bereikt?" De volgorde van de bezwaren is omgekeerd.
Soera 19, 9. Hij Sprak: "Het zij zo, Uw Heer zegt: 'Het is gemakkelijk
voor Mij, Ik heb u voordien geschapen toen je niets waart.'" Maakt misschien
de betekenis Vn soera 3,40b (?" Hij antwoordde: "Zo doet God, wat
Hij wil.") duidelijk. In Gn 18,13-14 reageert de Heer om het lachen van
Sara met de boodschap dat zij over een jaar een zoon zal hebben : [13] Toen
vroeg de HEER aan Abraham: ‘Waarom lacht Sara, waarom vraagt ze zich af
of ze op haar leeftijd nog wel een kind ter wereld kan brengen? [14] Is ook
maar iets voor de HEER onmogelijk? Op de vastgestelde tijd, over precies een
jaar, kom ik bij je terug en dan heeft Sara een zoon.’ De koran verwijst
uitdrukkelijk naar de schepping.
Soera 3,41. Hij zeide: "Heer, geef mij een teken." Hij antwoordde:
"Uw teken zal zijn, dat je drie dagen slechts door gebaar tot de mensen
zult spreken. Gedenk uw Heer vaak en verheerlijk Hem 's avonds en 's morgens."
Toelichting : In het Lucasverhaal stelde Zacharias de vraag : Hoe kan ik weten
of dat waar is? Bij de blijde boodschap van de engel aan de herders voegt de
engel aan de boodschap toe : Dit is het teken voor u (Lc 2,12). Het spreken
met gebaren komt voor in Lc 1,20. Het zwijgen overkwam Jona die drie dagen en
drie nachten in de walvis verbleef. Dit is een teken dat Jezus drie dagen en
drie nachten in het graf zal verblijven. De koran ziet beide gebeurtenissen
als een wonder. Wil de koran de zwangerschap van de vrouw van Zacharias vergelijken
met het wonder van Jona en Jezus?
Dan zegt soera 3,41 : Gedenk uw Heer… Zacharias betekent JHWH gedenkt.
In Gn 30,22 dacht God aan Sara . In 1 S 1,11 bidt Sara dat God aan haar zou
denken.
Soera 3,41b : “Gedenk uw Heer vaak en verheerlijk Hem 's avonds en 's
morgens." sluit de verzen over Zacharias af. Misschien is het een oproep
tot gebed.
6.2. Soera 19,3-6 doet denken aan de vraag van Abram om een nakomeling (Gn 15,2
- Gn 15,3). In het Lucasverhaal wordt een bede van Zacharias verondersteld.
De bede – met reminiscentie aan Gn 15,2 - Gn 15,3, wordt in soera 19,3-6
verwoord. In die bede zijn elementen die we terugvinden in Lc 1,7 (Ze hadden
geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren ze al op jaren).
Zie ook de bespreking van soera 3,38.
Soera 19,7 komt gedeeltelijk overeen met soera 3,39. In soera 19,7 is God aan
het woord en is er geen plaatsbepaling.
Soera 19,8, zie bespreking soera 3,40.
Soera 19,9, zie bespreking soera 3,40.
Soera 19,10, zie bespreking soera 3,41.
Soera 19,11, zie bespreking soera 3,41. Het eerste deel van het vers komt grotendeels
overeen met Lc 1,22.
Enkele besluiten
1. De teksten in de drie geschriften dragen bij tot een betere kennis van elk
van hen.
2. In Lc 1,5-25 stond de toekomst van het priesterschap centraal, ofschoon de
evangelist Lucas wellicht schreef nadat de tempel van Jeruzalem was verwoest
en het priesterschap niet meer werd uitgeoefend. In de koran is geen sprake
meer van priesterschap in de tempel. Het gaat om de aankondiging van een nakomeling,
een erfgenaam, om toekomst van het geloof. Zowel in het Lucasverhaal als in
de koran is Abraham een belangrijke figuur. Zo overstijgt het Lucasevangelie
de wet van Mozes. Zo staat het Lucasverhaal dicht bij de teksten van de koran.
Arseen De Kesel
BIENVENUE AU SITE
: LA BIBLE DANS LE CORAN. INTRODUCTION A L'OECUMENISME: http://www.historel.net/biblecor/index.htm
Over de koran
vind je heel wat webpagina's: http://www.google.de/search?hl=de&q=koran.de&btnG=Google-Suche&meta=
Dialoog christenen - moslims : http://www.freewebs.com/dialoog/ .
In de interreligieuze dialoog is de studie van elkaars heilige geschriften zeer belangrijk. We hopen een aantal artikels te kunnen brengen
Evenwichtig inzicht in de islam . Boek van Frank Peters geeft eerlijk beeld van wereldgodsdienst . Geplaatst op 17/1 '06 om 15:31u door Theo Borgermans (Bron: Friesch Dagblad)
UTRECHT (RKnieuws.net) - Frank Peters, een Noord-Amerikaanse islamoloog, heeft een prachtige inleiding in de islam geschreven, die bovendien in goed Nederlands is vertaald.
Peters vertelt hoe de islam is ontstaan, geeft veel context en vroege geschiedenis, en legt het uit voor joden en christenen door vergelijkingen te trekken. Om er enkele te noemen, veel mensen vergelijken de Koran met de Bijbel en denken dan te weten hoe het zit - maar het zit anders. Ze vergelijken Jezus en Mohammed - dat is een halve waarheid, maar die zijn vaak erger dan hele leugens. De grote fout van de meeste gelovigen en ongelovigen is dat ze hun eigen begrip van religie en cultuur op andere religies en culturen plakken, en tegelijk de eigen cultuur beter voorstellen en de andere slechter. Dat is een soort egoïstische wisseltruc: jij bent precies zoals ik ben, maar dan slechter; christelijk geweld is een vergissing, islamitisch geweld hoort erbij.
Het knappe van dit boek is dat Peters zowel laat zien wat christenen en moslims
gemeen hebben als waarin ze verschillen. Genuanceerd schrijft hij over goed
en kwaad. De wreedheid van de christelijke kruisvaarders staat naast de minder
wrede islamitische herovering van Jeruzalem. De ruimte die middeleeuwse moslims
aan joden en christenen boden - voor die tijd ruimhartig - komt niet in mindering
op hun onderworpen status.
Een van de aardigste trekken van dit boek is bovendien dat Peters op een aantal
punten inzicht biedt in de oorzaken van allerlei ontwikkelingen. Hij geeft verklaringen
voor ontwikkelingen vanuit hoe een religie ‘werkt’: Na de dood van
de ‘stichter’ moet er een manier worden gevonden om tradities te
verzamelen en de beweging op de een of andere manier te organiseren. Dat kan
via kerkleiding in combinatie met vorsten (zoals lang in het christendom) of
via rabbijnen (vaak in combinatie met buurten waarin Joden samenleefden), maar
hoe ging dat nu onder moslims zonder bisschoppen of synodes? Elke traditie wil
dat mensen leven zoals zij het goede leven ziet - hoeveel ruimte gunt men anderen,
hoe deden moslims dat?
Via zulke beschouwingen krijgt de lezer inzicht in de context waarin de islam is ontstaan en de processen die tot de klassiek geworden gestalten van de islam hebben geleid.
Geloofsleven
Het boek combineert de levende religie met geloofsleer en geloofsleven. Het
geeft een historisch overzicht van de heel vroege islam en behandelt dan de
Koran, het gemenebest van Allah (vergelijk: de christenheid), de moraal en het
ritueel, de omgang met anders-gelovigen en het gericht en eeuwig leven. Telkens
trekt Peters lijnen naar latere ontwikkelingen, zonder dat hij probeert een
compleet beeld van de huidige islam te schetsen zoals die zich op in Pakistan,
Zuid-India, Maleisië, Indonesië en Afrika ontwikkelt - want dat kan
allemaal niet in één boek.
Het is niet een goed eerste leerboek voor studenten; wie details echt in het
hoofd wil zetten, moet mijns inziens eerst een beknopte meer schoolse inleiding
lezen. Maar het is wel een heel goede inleiding als het om inzicht gaat.
Jihad
De voornaamste punten uit de discussie rond de islam in het Westen komen ruim aan de orde in dit boek. Hij legt de achtergrond van de jihad uit, bespreekt de rol van Mohammed vergeleken met Mozes en Jezus, de wil anderen te helpen om goede gelovigen te worden en de kracht van traditionalistische bewegingen. Het is, kortom, een goede inleiding in de islam die niet alleen een schema voorschotelt maar inzicht geeft en begrip kweekt zonder pijnpunten over te slaan.
Ik voeg er nog een algemene opmerking aan toe. Nogal wat christenen hebben afkeer van de islam - niet zozeer van de moslims die ze ontmoeten, maar van de islam als krachtige beweging. Zo schrikken mensen van de beelden van moslims die met een groot mes de keel van een ram doorsnijden voor het offerfeest. Het in veler ogen ruwe van de slachting en vooral het massale, wereldwijde van de islam jaagt kennelijk schrik aan. De eenheid van de islam is zichtbaarder dan de eenheid van de christenen. De vijf gebeden per dag reguleren heel het islamitische leven: elke vergadering wordt tussendoor gepland. Primair is het geloof; de rest komt tussendoor.
Daarbij vergeleken komt het christendom zwak over. Beter dan zich af te zetten tegen de islam is erover na te denken hoe men de kerk zelf kan verbeteren en in rapport kan brengen met de tijd waarin we nu leven: meer hoofdzaken-prediking en minder kinderroosters voor de preek, meer structuur voor het geloofsleven en nadruk op persoonlijke bekering, en meer training in het gesprek met niet-christenen om geloof te leren uitleggen. Door de vergelijkingen tussen christendom en islam houdt Peters christenen en joden ook een spiegel voor...
N.a.v.: Frank E. Peters, Islam en de joods-christelijke traditie, Amsterdam,
Boom, 2005. Prijs: 24,50 euro.
Henk Vroom is hoogleraar godsdienstfilosofie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.
http://home.worldonline.nl/~sttdc/jrg13_nr1_p58.htm .
| bijbel en koran... (de heilige geschriften van de godsdiensten) |
| bijbel en koran, parallellen bijbel-koran, ramadan en veertigdagentijd, |
Terug naar het begin van de pagina
Terug naar het begin van de pagina
In veel opzichten staat de islam dichter bij het protestants
christelijk geloof dan bij het katholicisme. Hiervoor geldt één
uitzondering: Maria.
In veel moskeeën, bijvoorbeeld in de Aya Sophia in
Turkije maar ook in Nederland, vindt men een verwijzing naar haar in een tekst
die zich meestal boven de mihraab bevindt: ‘Telkens als Zakarijja bij
haar (=Marjam, Maria) in de mihraab binnenkwam, vond hij proviand bij haar...’
(soera 3:37). Het woord mihraab heeft hier nog niet de technische betekenis
van ‘gebedsnis’, maar van ‘heiligdom, tempel’ (van Jeruzalem).
De tekst wordt niet alleen gebruikt vanwege het woord
mihraab, maar ook vanwege het grote respect dat moslims voor Marjam hebben.
Maar wat heeft dat respect van moslims voor Marjam met
Zakarijja te maken? Veel. Het parallellisme van de twee geboorteverhalen in
de koran heeft me een andere lezing verschaft van Lucas 1.
Parallellisme bij Lucas
Ik ging er vanuit dat het Zacharias-Johannes verhaal in
Lucas geheel ondergeschikt moest zijn aan dat van Maria-Jezus, aangezien Johannes
‘slechts’ de voorloper was van Jezus. Als men echter Lucas 1,5-25,
(57-80) vergelijkt met 1,26-56, zijn voor deze voorlopersrol binnen het kader
van hoofdstuk 1 (en 2) nauwelijks expliciete tekstuele verwijzingen.
Het eerste verhaal (1,5-25) mag dan chronologisch voorafgaan
en een schakel leveren (26 en 36) voor het vervolg (1,26-56), het kent veel
overeenkomsten met het tweede verhaal en heeft zo een eigen intrinsieke waarde.
Laten we enkele van deze overeenkomsten noemen:
* beide verhalen kennen twee hoofdfiguren (Johannes,
Jezus) met hun ouders (Zacharias, Maria);
* de aankondiging van de geboorte en de geboorte zelf sluiten
aan bij andere wonderbaarlijke geboorten van het Eerste Testament;
* in beide gevallen gebeurt de aankondiging door Gabriël;
* het zijn niet alleen geboorteverhalen, maar ook roepingsverhalen;
* zowel Zacharias als Maria is vroom en kinderloos;
* er is een speciale setting voor de aankondiging. Deze
is voor Johannes nog indrukwekkender en openlijker dan voor de aankondiging
van Jezus’ geboorte;
* Elisabet (1,41) en Zacharias (1,67) werden met heilige
geest vervuld. Ook op Maria zal heilige geest komen (1,35) en Johannes wordt
in de schoot van zijn moeder met heilige geest vervuld (1,15);
* beide verhalen kennen veel expliciete of impliciete verwijzingen
naar het Eerste Testament en naar joodse gebruiken. Hoofdstuk 1 en 2 van Lucas
bieden zo een duidelijk afgesloten geheel met een eigen stijl en inhoud, die
sterk contrasteren met de overige hoofdstukken;
* ‘Hij (Johannes) zal vele kinderen van Israël
bekeren tot de Heer hun God, hij zal voor hem uit gaan in de geest en de kracht
van Elia‘ (cf. Maleachi 3,1). De engel spreekt niet expliciet van de messias
(maar Elia werd wel verondersteld terug te komen en de messias te prediken).
Jezus (‘Jahweh is heil’) zal een groot man
zijn (1,32);
* Zacharias twijfelt en vraagt een teken (1,18): ‘Hoe
weet ik of dat wel waar is?’ Maria vraagt een verklaring: ‘Hoe moet
dat dan?’ (1,34) en krijgt een teken;
* Zacharias en Maria zijn discreet met betrekking tot deze
gebeurtenissen;
* Zacharias (1,12) en Maria (1,29) schrikken en worden
gerustgesteld. Zacharias krijgt te horen (1,13): ‘Schrik niet, Zacharias
... je vrouw zal je een zoon baren, die je de naam Johannes zult geven.’
En Maria (1,29): ‘Schrik niet, Maria, je zult een zoon baren, die je de
naam Jezus zult geven’;
* in beide lofzangen (Magnificat 1,46-55, Benedictus 1,68-79)
gaat het om de verheerlijking van het messiaanse heil;
* Jezus zal ‘de zoon van de allerhoogste’ worden
genoemd (1,32) en Johannes ‘profeet van de allerhoogste’ (1,76);
* Jezus is een ‘openbaring ... voor de volken’
(1,32). Johannes ‘verbleef in eenzame streken tot de dag waarop hij aan
Israël geopenbaard werd’ (1,79);
* Maria wordt door de engel begroet met: ‘Ik groet
je (of: ‘verheug je’) gezegende’ (1,28);
Zacharias zal ‘vreugde en blijdschap’ (1,14)
kennen en Elisabets schande of smaad onder de mensen zal worden weggenomen;
De vreugde die Johannes’ geboorte brengt (1,14) en
de blijde boodschap van de aankondiging (1,19) vindt zijn echo in de vreugde
die Jezus’ geboorte brengt voor heel het volk (2,10).
We laten vanwege plaatsgebrek de verschillen terzijde.
Johannes een voorloper?
Als we alleen Lucas hoofdstuk 1 en 2 beschouwen, vinden
we hier geen verwijzing naar Johannes als de voorloper van de messias. De verzen
1,16 en 17 verwijzen niet naar de messias. Wel zegt Zacharias in zijn Benedictus:
‘De Heer heeft zijn volk bezocht en bevrijd. Hij heeft ons een hoorn van
redding (=een machtige redder) verwekt in het huis van David, zijn dienaar’
(1: 68-69). De Griekse tekst heeft episkeptomai (neerzien) maar het is de vertaling
van het in het Eerste Testament gebruikte Hebreeuwse paqad bezoeken.
De termen ‘bezoeken’, ‘hoorn van redding’,
‘huis van David’ — waartoe Maria ‘behoort —, verwijzen
indirect naar de messias, maar dit zou natuurlijk ook van veel andere teksten
uit het Eerste Testament gezegd kunnen worden.
Dat Johannes een scharnierfiguur is, die zich op het raakvlak
van de twee testamenten bevindt (bijvoorbeeld Lucas 7,28 en 16,16), komt pas
na hoofdstuk 2 aan de orde: hij is meer dan een profeet (7,26), niemand is groter
dan hij, maar in het koninkrijk van God is de kleinste groter dan hij (7,28):
een zekere dubbelzinnigheid dus ondanks ook duidelijke tekenen van ondergeschiktheid
(zie Lucas 3). Deze dubbelzinnigheid lijkt ook te bestaan waar Johannes voor
de messias wordt aangezien en Jezus als de herrezen Johannes wordt beschouwd.
Concluderend kunnen we zeggen dat Lucas 1 en 2 twee geboorteaankondigingen en -verhalen vertellen over Johannes en Jezus die een sterk parallellisme vertonen qua stijl en inhoud, teruggrijpen naar joodse bronnen en vaak direct verwijzen naar het Eerste Testament. Johannes wordt in Lucas 1 en 2 niet voorgesteld als ondergeschikt aan Jezus of als diens voorbereider.
Jahjâ en ‘lsâ
De Qor’ân (koran) kent eveneens deze twee verhalen over Jahjâ (Johannes) en ‘Isâ (Jezus): ook hier kunnen we spreken van kindsheidsverhalen die zowel de aankondiging c.q. geboorte vertellen als hun beider roeping beschrijven.
In de soera Marjam (het hoofdstuk Maria, hoofdstuk 19)
vinden we in de âjât (letterlijk: tekenen, dat wil zeggen: verzen)
2-15 de aankondiging aan Zakarijja van Jahjâ, gevolgd in 16-38 door de
aankondiging aan Marjam en de geboorte van ‘Isâ.
In de soera Aal ‘Imraan (het hoofdstuk over de mensen
van Imraan, hoofdstuk 3) wordt in 33-37 de geboorte van Marjam verhaald en hoe
zij aan Zakarijja wordt toevertrouwd voor de dienst in
de Tempel. In 38-41 wordt aan Zakarijja een zoon aangekondigd en volgt het teken
van zijn stomheid. In de verzen 42-54 gaat het over Marjams uitverkiezing, de
aankondiging van ‘Isâ’s geboorte door Gods scheppende kracht
en de tekenen die hij zal verrichten. Ten slotte zal God hem laten sterven en
hem weer opheffen.
Beide verhalen worden dus tweemaal vermeld in de koran.
De oudste versie is die van hoofdstuk 19 (soera Marjam),
dat dateert uit de tweede mekkaanse periode (615-619), waarin Mohammed, vervolgd
en niet erkend door zijn stadgenoten, troost en
bemoediging zoekt in de profetenverhalen, waarin hij zich
herkent. Veel profetenverhalen stammen dan ook uit deze periode. Ook in hoofdstuk
19 volgen de profeten elkaar op: ze beginnen meestal met ‘en vermeld’
(of vermelding van) zoals in vs. 2 voor Zakarijja (en Jahjâ), vs. 16 voor
Marjam (en ‘Isâ), vs. 41 voor Ibrahiem, vs.
(p.189)
Koran hoofdstuk 3
33 God heeft Adam, Noeh, de mensen van Ibrahiem en de mensen
van ‘Imraan uitverkoren boven de wereldbewoners, 34 als afstammelingen
van elkaar. God is horend en wetend 35 Toen de vrouw van imraan zei: “Mijn
Heer, ik wijd bij gelofte aan u wat in mijn buik is, neem het van mij aan. U
bent de horende, de wetende’ 36 Toen zij haar gebaard had zei ze: 'Mijn
Heer, ik heb een meisje gebaard’ — God wist het best wat zij gebaard
had, het mannelijke is niet als het vrouwelijke — 'Ik heb haar Marjam
genoemd en ik bid u haar en haar nageslacht beschermen tegen de vervloekte satan.‘
37.Toen aanvaardde haar Heer haar vriendelijk en zorgde ervoor dat zij goed
opgroeide en Hij vertrouwde de zorg voor haar aan Zakarijja toe. Telkens als
Zakarijja bij haar in het heiligdom binnenkwam, vond hij proviand bij haar.
Hij zei: Marjam, waar heb je dit vandaan “Zij zei: Het komt van God. God
geeft levensonderhoud aan wie Hij wil, zonder afrekening.
38 Daar(op) riep Zakarijja zijn Heer aan, hij ze: Mijn
Heer, schenk mij van uw kant een.goed nageslacht. U bent de verhoorder van het
gebed. 39 Toen riepen de engelen tot hem terwijl hij in het heiligdom standvastig
de salaat bad: ‘God kondigt jouw Jahja aan, bevestiger van een woord van
God, leidsman, asceet en profeet; een van de rechtschapenen.’ Hij zei:
Mijn Heer, hoe kan ik nog een jongen. krijgen, terwijl ik al oud ben geworden.
en mijn vrouw onvruchtbaar is? Hij zei: Zo is het God doet wat Hij wil ‘
41 Hij zei ‘Mijn Heer, geef mij een teken. ‘Hij zei: Jouw teken
is dat je drie dagen niet tot de mensen zult spreken behalve door middel van
gebaren. En gedenk jouw Heer veel en lofprijs in de avond en 's ochtens vroeg.’
51 voor Moesa, vs. 54 voor Isma’îl en vs.
56 voor ‘Idries.
Hoofdstuk drie (soera Soera Aal Imraan) behoort tot het
begin van de medinische periode (na 622). Hoofdstuk 3 kent meer polemische passages.
Zie beide kaders voor de teksten.
Hierna (42 e.v.) volgt weer, zoals in hoofdstuk 19, de aankondiging van de geboorte van ‘Isâ.
Commentaar bij de koranteksten
Waar Elisabets vruchtbaarheid in het evangelie van Lucas
door de engel als een teken wordt gegeven dat ook de aan Maria gedane belofte
waar zal worden, is in de koran (hoofdstuk 3) de wonderbaarljke voedselverschaffing
aan Marjam de reden voor Zakarijja om te vertrouwen dat God zijn bede om een
zoon zal verhoren (vs. 38 hunâlik zou dus beter vertaald kunnen worden
met ‘toen, op dat ogenblik’ dan met ‘daar’ (in de tempel)).
De vader van Marjam, ‘Imraan wordt in 3:33 via Ibrahiem
(Abraham) en Noeh (Noach) tot Adam herleid: het gaat echter vooral om een geestelijke
verwantschap. Op het eerste gezicht lijkt er een naamsverwarring: de vader van
Mozes, Aaron en hun zuster Miryam heet ook Imraan (Amraan) en Maria wordt in
de koran zuster van Aaron genoemd. De moslim-commentatoren hebben echter meerdere
oplossingen hiervoor. (1)
De moeder van Maria wordt in de koran ‘de echtgenote
van ‘Imraan’ genoemd, ook al kennen veel moslims haar traditionele
christelijke naam Anna. De meeste moslims zien Jahjâ en ‘Isâ
als neven.
De moslim-commentatoren At-Tabari en Al-Allousi zinspelen
op een oude christelijke legende, volgens welke Anna, die ondanks haar verlangen
nog geen kind had, een vogel haar kleintjes zag voeden en toen begon te bidden.
Haar gebed werd verhoord en ze werd zwanger. Maar ze had op een jongen gerekend.
Vandaar haar teleurgestelde uitroep in vers 36. Râzi geeft hier als uitleg:
Marjam onderwerpt zich aan Gods wil, die haar een meisje schenkt ondanks haar
voorkeur voor een jongen. Naar aanleiding van het einde van vers 36 kent de
traditie een
hadîth. ‘Elke pasgeboren mensenzoon wordt door
Satan geraakt, behalve de zoon van Marjam en zijn moeder (de overleveringstradities
van Boekhari en Muslim). De islam kent dus wat de katholieke traditie de onbevlekte
ontvangenis noemt. Zo wordt ook haar uitverkiezing uitgelegd in 3:42: Marjam
is gevrijwaard van alle vlekken van lichaam en geest.
Vs. 36 ‘Ik heb haar Marjam genoemd’. Meestal
wordt aan deze naam de betekenis van ‘de vrome’ (al âbidah)
gegeven, soms die van ‘dienares’ of ‘vrouwe’ (sajjida).
Zakarijja wordt sajjid genoemd, heer of leidsman (3:39).
Vs. 37 De zorg voor Marjam werd aan Zakarjja toevertrouwd.
Een verwijzing naar de manier waarop dit gebeurde staat in 3:44: ‘...
Jij (Marjam) was immers niet bij hen toen zij hun rietpennen wierpen om (door
loting) uit te maken wie van hen de zorg voor Marjam op zich zou nemen en jij
was ook niet bij hen toen zij twistten’. Zakarijja's recht om voor Marjam
te zorgen werd door de lectoren van de Tempel betwist: om het lot te laten beslissen,
moesten ze hun rietpennen in de stroom (van de Jordaan?) werpen. Alle pennen
verdwenen behalve die van Zakarijja, die zichtbaar bleef. Men is het niet eens
op welke leeftijd Marjam aan Zakarjja werd toevertrouwd. een hongersnood, toen
Zakarjja te oud was om voor haar te zorgen.
Het lot viel op een timmerman, die tegelijk monnik was,
Joerayzj. Hij bracht een minimum aan eten, dat op wonderbaarlijke wijze werd
vermenigvuldigd. De proviand die Zakarijja in de tempel vond, bestond uit vruchten
van het paradijs of zomervruchten in de winter, of wintervruchten in de zomer.
Jozef wordt in de koran niet genoemd. De latere traditie
(bijvoorbeeld Ibn Khaldoen) kent hem als Marjams collega in de tempel. Zij was
voor hem ‘als een echtgenote’.
Na de aankondiging door de engel vreesde hij ten onrechte te worden beschuldigd door de priesters die Marjam aan hem hadden toevertrouwd. Maar niet hij, maar Zakarijja zou zijn beschuldigd. Deze vluchtte in een boom die zich over hem sloot. Maar een stuk van zijn kleed stak uit de boom, waardoor hij werd erkend. De duivel verraadde zijn schuilplaats. De boom werd omgehakt en hij werd aan zijn vijanden overgeleverd en ter dood gebracht. Deze legende is momenteel te zien in een van de vele afbeeldingen uit een Falname (boek der voortekenen), in het Museum voor Volkenkunde te Rotterdam. Bij de bijbelafbeelding hoort een gedicht (in het Perzisch) dat de functie heeft van een waarzegkaart: degene die deze ‘kaart’ trekt krijgt te lezen dat de keten van zorgen en nood (die Zakarijja ook heeft gekend) zal breken, als men Gods geboden maar opvolgt.
Het zou te ver voeren alle verzen te becommentariëren. Laten we het parallellisme bekijken dat ook in de koran bestaat tussen de aankondiging en geboorte van Jahjâ en die van Isa.. Zoals in het evangelie van Lucas enkele overeenkomsten tussen de twee verhalen van Johannes en Jezus zijn aan te wijzen, zijn die er ook in de koran bij de verhalen over Jahjâ en ‘Isâ. Zij die de beschikking hebben over een koran kunnen de volgende tekstuele overeenkomsten in hoofdstuk 19 erop naslaan: bijvoorbeeld vs. 2 en 16; 8 en 20; 9 en 21; 12 en 30; 12-14 en 31-33; 14 en 32; 15 en 33; 12 en 3:48.
Overeenkomsten tussen koran en bijbel
* Het parallelisme tussen de twee verhalen geldt zowel
voor Lucas 1 als voor soera 19.
* Van Zacharias en Elisabet wordt door Lucas gezegd in
1,6: ‘Beiden waren rechtvaardig in Gods ogen en leidden een onberispelijk
leven, geheel volgens de geboden en voorschriften van de Heer.’ De vader
van Jahjâ en zijn vrouw, de mensen van ‘Imraan, behoorden tot de
uitverkorenen boven de wereldbeworiers (3:33) en ‘zij wedijverden in goede
daden en riepen Ons (=God) aan in verlangen en ontzag en zij onderwierpen zich
deemoedig aan ons’.
* Zowel in de bijbel als in de koran vinden de aankondiging
en de geboorte van Johannes en Jezus plaats in wonderbaarlijke omstandigheden.
Een hiervan is voor de koran dat ‘Isâ vanuit de wieg spreekt om
zijn moeder te verdedigen en te zuiveren van elke blaam. De traditie kent dit
wonder ook aan andere profeten toe zoals aan Jahjâ. Het is voor moslims
normaal dat God ‘Isâ toestaat een wonder te verrichten om de onschuld
van Marjam te bewijzen.
* Om ‘lsâ los te maken van een genealogie die
niet zuiver op de graat is, wordt zijn ontvangenis beschouwd als een scheppingsdaad
in de schoot van Marjam (vgl. vs. 35 en 3:47). Ook de moeder van Jahjâ,
de vrouw van Zakarijja, die onvruchtbaar was, ondergaat een wonder:
21:89: ‘Wij (=God) maakten zijn echtgenote, namelijk
weer vruchtbaar.
* Evenals Lucas de roeping aangeeft van Johannes en Jezus,
zo geeft de koran de taak van Jahjâ aan 3:39: 'een bevestiger van een
woord van God, leidsman, asceet en profeet; een van de rechtschapenen (heiligen)’
en van ‘Isâ (3:45 e.v.; 19:21 en 30 e.v.).
Conclusie we hebben slechts enkele aspecten beschouwd
van de vele mogelijke raakvlakken tussen bijbel en koran in zake Zacharias/Johannes
en Maria/Jezus.
Moge de mihraab, die voor moslims het symbool is voor de
hemelpoort, ook de poort zijn waar joden (met de herinnering aan het reukoffer
in de Tempel), christenen (met het aandenken aan Maria en haar ‘eredienst’
(‘ibâdah)), en moslims (met hun gebeden die naar God opstijgen)
naar binnen gaan om elkaar te ontmoeten.
Zie hiervoor, en voor commentaar op Jezus’ geboorte in de koran, BEGRIP moslims-christenen, nr. 82.
Terug naar het begin van de pagina