„Islam lijkt op protestantisme” RUG houdt debat over beeldvorming islam en Westen Kerkredactie Geplaatst: 3-12-2002
| 09:28 Laatst gewijzigd: 3-12-2002 |
09:28
„Het protestantisme kon volgens de
cultuurfilosoof Weber hand in hand gaan
met de opkomst van de kapitalistische
economie, omdat het protestantse
geloof een aantal waarden heeft die
stroken met kapitalistische
beginselen”, zei De Jong. Hij noemde
onder meer het streven naar individuele
prestatie en productieontwikkeling.
Die kenmerken zag de NRC-columnist ook
terug bij de islam.
.
Wel wees De Jong erop dat niet alle
religies over één kam te scheren zijn.
„Je hoort wel eens zeggen dat
godsdiensten nu eenmaal godsdiensten
zijn en dat het allemaal op hetzelfde
neerkomt. Nu geloof ik niet in het diepe
wezen van een bepaald geloof, maar er zijn
wel degelijk onderscheidende
kenmerken.” De Jong noemde de
historische voortgang van
het christendom in Europa. Langzaam
maar zeker won het christendom in heel
Europa terrein en werd het in veel
gebieden de belangrijkste godsdienst.
„Daardoor is het christendom
eerder ingevoegd in de samenleving dan de
islam in de Arabische wereld.
Bovendien waren de aanspraken van de
islam ook veel aanmatigender. Zij
wilden geen staten islamiseren, maar
liefst de hele wereld. De machthebber
in de Arabische wereld moest eigenlijk
ook een goede moslim zijn, terwijl de
islam aan de andere kant geen
theocratisch beginsel
kende.” Dat wringt, zei De
Jong. Hij haalde een bijbeltekst aan
waarmee hij wilde aantonen dat er een
wezenlijk verschil is met het
christendom. „Geef de keizer wat des
keizers is, zei Jezus Zelf. Het
christendom had wel een theocratisch
beginsel, maar maakte geen aanspraak op
absolute overheersing.” In de
jaren zeventig en tachtig zagen we de
stroming van het islamisme, aldus De
Arabische wereld haast niet mogelijk
is. Mensen die dat wél willen, lopen
keihard tegen die
intellectuele stagnering aan.”
Paus: katholiek moet vreemdelingen
welkom heten
Hilversum (Van onze redactie) 2 december
2002 - Het is een christelijke plicht vreemdelingen gastvrij te ontvangen,
racisme en vreemdelingen haat zijn uit den boze en mensensmokkel is “een
ernstige misdaad”.
Dat zijn de belangrijkste zaken die paus Johannes
Paulus II vandaag aan de orde stelt in een brief ter gelegenheid van Wereldmigrantendag
2003. Een actueel onderwerp, zeker nu veel westerse landen vluchtelingen
niet zo snel meer willen opnemen.
De vreemdelingen moeten op hun beurt “de wetten,
de cultuur en de tradities van het ontvangende land eerbiedigen. Alleen
dan zal er sociale harmonie kunnen bestaan”, aldus de paus.
De Heilige Vader had speciale aandacht voor vluchtende
vrouwen en kinderen omdat “zij vaak het slachtoffer zijn van misdadige mensensmokkel”
en wees er verder op “dat het voor christenen een plicht is degenen die
in nood op onze deur kloppen op te vangen”.
Paus Johannes Paulus II vroeg ouders en onderwijzend
personeel op te treden tegen racistisch gedrag en vreemdelingenhaat.
Gazet van Antwerpen, 3 december 2002
02/12Paus neemt het
op voor migranten en vluchtelingen
"Voor een engagement dat elk racisme,
elke vreemdelingenhaat en alle overdreven nationalisme overwint": zo luidt
het thema dat paus Johannes Paulus II gekozen heeft voor de 89ste Werelddag
van de Migrant en de Vluchteling 2003.
In een boodschap naar aanleiding van deze Werelddag stelt de paus dat
het probleem van de migratie alle landen zonder uitzondering aanbelangt.
De paus neemt het resoluut op voor de mensen zonder papieren, de vluchtelingen,
de asielzoekers, voor de mensen die verjaagd werden door gewapende conflicten
en voor de slachtoffers van de mensenhandel.
De paus stelt dat alle christenen iedereen moeten verwelkomen die uit
noodzaak aan hun deur aanklopt. Johannes Paulus II wil ook dat de scholen
resoluut de strijd aanbinden tegen racisme en vreemdelingen- haat.
CITE DU VATICAN, Vendredi 29 novembre 2002 (ZENIT.org) - Au cours de leur réunion
plénière d'automne qui s'est tenue à Bruxelles les
28 et 29 novembre, les Évêques membres de la Commission des
épiscopats de la Communauté européenne (COMECE) ont
fait appel à l'Union européenne de reconnaître la contribution
spécifique de la religion dans la définition des valeurs de
la future Europe, indique un communiqué de cet organisme.
Lors d'une rencontre avec le Président de la Commission Européenne,
Romano Prodi, ce vendredi 29 novembre, les Évêques ont expliqué
quels étaient leurs espoirs quant aux travaux de la Convention Européenne
:
"Nos propositions visent à soutenir une Union Européenne
au service des citoyens et ne pas à défendre des privilèges.
La priorité, pour nous, est qu'une constitution Européenne
protège la dignité de l'être humain et serve le bien
commun.
Tous en Europe doivent pouvoir se retrouver dans cette constitution ;
la cohésion sociale dans la nouvelle Europe dépend de la vision
de l'être humain qui sera le fondement de cette constitution. C'est
la raison pour laquelle la constitution doit préciser que l'UE favorise
et protège les droits fondamentaux de ses citoyens et qu'en tant que
telle, elle est une communauté de valeurs. Il serait inimaginable
de ne pas reconnaître la contribution dynamique de l'héritage
religieux européen dans la définition de ces valeurs.
Reconnaître, dans la future constitution de l'UE, le fait que,
pour de nombreux Européens de traditions religieuses diverses, la
source de nos valeurs universelles est notre foi en Dieu, permettrait aux
citoyens de s'y identifier et ne devrait pas exclure personne."
Les Évêques ont également présenté
leurs propositions pour un dialogue structuré entre les institutions
de l'Union Européenne, les Églises et les autres communautés
religieuses.
Les Évêques ont salué l'adhésion prochaine
de dix nouveaux États membres à l'Union Européenne.
Le 6 décembre 2002, en vue du Sommet de l'UE à Copenhague, ils
publieront une déclaration à ce propos.
Les Évêques ont également souligné l'importance
d'un large débat sur les questions bioéthiques au niveau
européen, telles que le financement de la recherche sur les cellules
souches embryonnaires.
Pendant la réunion plénière, les Évêques
ont aussi élaboré un texte concernant une politique agricole
commune durable en Europe (ci-dessous) et ont invité les Conférence
épiscopales et les mouvements catholiques a y réagir.
D'autre part, suite à l'absence d'un certain nombre de membres
votants de la COMECE pour cause de maladie, il a été impossible
d'atteindre le quorum nécessaire à l'élection du Présidium
(prévu pour cette réunion plénière). L'élection
a donc du être reportée à la réunion plénière
de printemps, les 27 et 28 mars 2003, et le mandat de l'actuel Présidium
a été prolongé jusqu'à cette date.
ZF02112909
Kerken doen mee aan
nachtwake voor vluchtelingen (webpagina : http://www.trouw.nl/ANP/GLV/ANP-291102-8-anp.html
)
DEVENTER (ANP) - Kerken in ruim 25 plaatsen houden op 14 december een nachtwake
voor vluchtelingen. Ze geven daarmee gehoor aan een recente oproep van de
werkgroep De Nachtwacht. Die pleit voor een verblijfsvergunning voor asielzoekers
die al jaren in Nederland verblijven.
De werkgroep hoopt dat de wake leidt tot een eenmalige, bijzondere maatregel
om zo'n verblijfsvergunning af te kunnen geven aan asielzoekers die uit
landen komen waar recent burgeroorlogen waren en waar de mensenrechten ernstig
zijn geschonden. De Raad van Kerken, Vluchtelingenwerk Nederland en de bisdommen
Rotterdam en Utrecht ondersteunen de actie.
Plaatselijke kerken en parochies hebben de oproep gekregen aan de wake
mee te doen. Behalve in Deventer zullen kerken in onder meer Amsterdam,
Rotterdam, Zwolle, Arnhem, Nijmegen, Noordwijk en Doetinchem hun deuren een
nacht openen. De organisatoren verwachten dat nog veel andere plaatsen zullen
volgen.
Op de aangekondigde datum moet er de gehele nacht in gebedshuizen worden
gewaakt. In zo'n nacht kunnen vluchtelingen en betrokkenen aan het woord
komen. Er kan worden gebeden en gezwegen, gesproken en gezongen, aldus de
initiatiefnemers. Het motto van de nachtwake is 'We kunnen er niet van slapen'.
AMSTERDAM (ANP) - In navolging van het succesvolle Rotterdamse project
'Preken voor andermans parochie' gaan ook in Amsterdam-Zuidoost voorgangers
bij gebedshuizen van andere religies op bezoek. In december en januari staan
voorlopig vier interreligieuze ontmoetingen gepland.
De ontmoetingen worden georganiseerd door de culturele instelling Imagine
Identity and Culture. Op 8 december krijgt de Hervormd-Gereformeerde Kerkgemeenschap
Gaasperdam een vertegenwoordiger van een joodse gebedsgroep in het stadsdeel
op bezoek.
Een Ghanese predikant van de True Teachings of Christ Temple is een week
later te gast bij een hindoetempel in Oud-Zuid. Een vertegenwoordiger van
die tempel brengt 12 januari een tegenbezoek aan de Ghanese migrantenkerk.
Een lid van de Bahá'í Gemeenschap sluit de rij op 26 januari
met een bezoek aan de Evangelisch-Lutherse Gemeente in Zuidoost.
Het heeft de organisatie veel moeite gekost om de vertegenwoordigers van
de verschillende godsdiensten in Amsterdam-Zuidoost bij elkaar te krijgen,
zei Bibi Panhuysen van Imagine IC vrijdag. ,,Er bestaat hier geen interreligieus
platform en veel nieuwe kerken kampen met praktische problemen als huisvesting,
waardoor ze wel iets anders aan hun hoofd hebben.''
Geactualiseerd om 15.58 uur
CONSEIL
PONTIFICAL
POUR LE DIALOGUE INTERRELIGIEUX
MESSAGE POUR LA FIN DU
RAMADAN
‘Id al-Fitr 1423 A.H. / 2002 A.D.
Chrétiens
et musulmans sur les voies de la paix
Chers amis musulmans,
1. C’est pour moi un plaisir
de m’adresser à vous à l’occasion de ‘Id al-Fitr, qui
conclut le mois du Ramadan, pour vous présenter mes vœux les plus
amicaux, au nom du Conseil pontifical pour le Dialogue interreligieux et
au nom de l’Église catholique dans son ensemble.
Nous sommes heureux de recevoir
toujours plus de réponses à notre message et aussi
des souhaits à l’occasion de nos fêtes, surtout pour Noël.
Nous sommes également heureux de constater que, en plusieurs lieux,
les échanges entre chrétiens et musulmans s’intensifient
au niveau local.
2. Vous savez, chers amis musulmans,
combien la question de la paix se pose aujourd’hui à notre
monde avec une urgence toute particulière. Les situations de guerre
constituent une plaie ouverte dans le cœur de l’humanité, surtout
les conflits qui durent depuis longtemps, que ce soit au Moyen-Orient,
en Afrique ou en Asie. Dans plusieurs pays, les conflits font de nombreuses
victimes innocentes, conduisant les populations à perdre l’espoir
qu’une paix prochaine puisse advenir sur leur terre.
3. Les causes des conflits
ont souvent leur origine dans le cœur des hommes qui refusent de s’ouvrir
à Dieu. Un tel cœur est habité par l’égoïsme,
par le désir immodéré du pouvoir, de la domination
et de la richesse, et cela au détriment de l’autre et sans aucune
attention au cri des affamés et assoiffés de justice et de
solidarité. Si nous connaissons bien les causes profondes des guerres,
il nous faut surtout chercher à explorer les voies de la paix.
4. Comme croyants au Dieu Unique,
nous percevons notre devoir de chercher à instaurer la paix. Chrétiens
et musulmans, nous croyons que la paix est avant tout un don de Dieu,
c’est pourquoi nos deux communautés respectives prient pour
la paix et elles ont toujours appelé à le faire. Comme
vous le savez, le Pape Jean-Paul II a invité, le 24 janvier 2002,
des représentants de différentes religions à venir
à Assise, la cité de saint François, pour prier et
s’engager en faveur de la paix dans le monde. Des musulmans nombreux et
provenant de plusieurs pays ont contribué à la réussite
de cette journée. Il a été demandé de ne pas
laisser s’éteindre la flamme de l’espérance, symbolisée
par la lampe. Pour sa part, notre Conseil est en train de chercher la meilleure
manière de réaliser cette engagement.
5. Afin d’obtenir la paix et
de la conserver, les religions ont à jouer un rôle important
que, de nos jours plus que jamais, la société civile et
les gouvernements des États leur reconnaissent. À cet égard,
l’éducation est un domaine où les religions ont une contribution
particulière à donner. Nous sommes en effet convaincus
que les voies de la paix passent par l’éducation. Grâce à
cette dernière, la personne est capable de reconnaître son
identité propre et aussi celle de l’autre. Notre identité
sera d’autant plus claire qu’elle ne sera pas en opposition avec celle
de nos frères, comme si l’humanité pouvait être constituée
de parties antagonistes. La paix est en effet inséparable d’un
regard sur l’homme, dans la vérité et la justice. L’éducation
à la paix comporte également la connaissance et l’acceptation
des diversités. Apprendre à gérer les crises – pour
ne pas les laisser dégénérer en conflits – fait aussi
partie de cette éducation à la paix. Nous sommes heureux
de voir croître, dans plusieurs pays, la collaboration entre musulmans
et chrétiens dans ce domaine, surtout pour ce qui concerne une
révision équitable des textes scolaires.
6. C’est dans un moment très
particulier pour vous, ce temps du Ramadan, où le jeûne,
la prière et la solidarité vous apportent une paix intérieure,
que je partage avec vous ces réflexions sur les voies de la paix.
Je vous souhaite donc cette paix, dans vos cœurs, dans vos familles et
dans vos patries, et j’invoque sur vous la Bénédiction du
Dieu de la paix.
Mgr Michael L. Fitzgerald Président
Trouw, 22 november 2002
RK-Kerk roept moslims op tot samenwerking
VATICAANSTAD (ANP) - Christenen en moslims werken steeds vaker samen bij
het bevorderen van de vrede. Dat staat in een vrijdag gepubliceerde boodschap
van het Vaticaan aan de moslims ter gelegenheid van het einde van de vastenmaand
ramadan op 6 december.
Volgens de boodschap van het Vaticaan spelen godsdiensten een belangrijke
rol bij het bevorderen van vrede, vooral door middel van vredeseducatie.
Op steeds meer plekken in de wereld werken christenen en moslims daarbij
samen.
Overheden en de burgermaatschappij schatten de bijdrage van godsdiensten
aan het bereiken van vrede in conflicthaarden steeds meer op waarde, stelt
aartsbisschop Michael Fitzgerald, president van de pauselijke raad voor
de interreligieuze dialoog in de boodschap.
De raad stuurt bij belangrijke feestdagen van andere godsdiensten doorgaans
een groet aan de gelovigen uit. Het Vaticaan krijgt van de moslims steeds
vaker antwoord, constateert Fitzgerald met vreugde. Bovendien sturen die
ook steeds vaker een groetboodschap aan de rooms-katholieke gelovigen ter
gelegenheid van christelijke feestdagen als Kerstmis.
Oorlogen zijn ,,een open wond in het hart van de mensheid'', aldus Fitzgerald.
Hij verwijst naar langdurige conflicten in het Midden-Oosten, Afrika en
Azië. De oorzaak ligt volgens hem in ,,harten die weigeren zich te
openen voor God''. Daardoor hebben egoïsme en ongebreidelde zucht naar
macht, overheersing en rijkdom vrij spel. Christenen en moslims moeten daar
samen tegenwicht aan bieden, vindt de aartsbisschop.
Evangelische Omroep (22.11.2002)
30
-10
-2002
Vriend of vijand
Informatief boekje over de islam na 11 september
Twee christelijke islamkenners hebben onlangs een
nieuw boekje toegevoegd aan de Midden-Oostenreeks van uitgeverij Medema.
De titel luidt: Vriend of vijand, De islam in de schaduw van de Twin Towers.
Thema is de opkomst van en de achtergronden bij de politieke islam.
Het eerste deel van het boekje behandelt de Islam als
godsdienstige stroming. Herman Takken van stichting Evangelie & Moslims,
beschrijft het leven van de profeet Mohammed en zijn opvolgers, de stromingen
vn de sji’ieten en soennieten en de zuilen van de Islam.
Deel twee is interessanter, want daar gaat Wim Hoogendijk van stichting
Near East Ministry in op de recente politieke ontwikkelingen. Hij schetst
een beeld van de Nederlandse situatie: er zijn verschillende politiek-islamitische
organisaties actief, maar hun aanhang is gering. Ook internationale ontwikkelingen
komen aan bod.
Het boekje sluit af met een waardige en eerlijk christelijke bespreking
van de Islam. De auteurs willen de verschillen tussen het christendom
en de islam niet ontkennen. Maar ze weigeren om een karikatuur te maken
van deze religie, als zou deze godsdienst zeer gevaarlijk zijn. Daarbij
wijzen ze terecht ook op de gruwelijkheden in de geschiedenis van het
christendom.
‘Vriend of vijand’ is dun en telt slechts tachtig pagina’s. Dat maakt
het heel geschikt voor mensen die zich snel en gemakkelijk een beeld willen
vormen van de laatste ontwikkelingen in de politieke islam. De nuchtere
en eerlijke opstelling van de auteurs, maken het zeer lezenswaardig.
Naar aanleiding van:
Herman Takken en Wim Hoogendijk
Vriend of vijand. De islam in de schaduw van de Twin Towers
Midden-Oostenreeks
Eur. 8.75
CITE DU VATICAN, Dimanche 17 novembre 2002 (ZENIT.org).- Face au phénomène
mondial des migrations, Jean-Paul II appelle à "diffuser l'esprit
d'accueil", en se fondant sur la parole de Saint Paul: "Accueillez-vous
comme le Christ vous a accueillis!" Le pape dénonçait de
"graves inégalités, spécialement entre le Nord et
le Sud du monde ".
"On célèbre aujourd'hui en Italie, rappelait Jean-Paul
II avant la prière de l'angélus de midi, ce dimanche, la
Journée des Migrations, un rendez-vous annuel qui invite les Communautés
ecclésiale et civile à réfléchir sur ce phénomène
social important et complexe".
"Comme thème pour cette Journée, les évêques
italiens ont choisi, soulignait le pape, une expression de l'Apôtre
Paul: "Accueillez-vous les uns les autres comme le Christ vous a accueillis!"
(Rm 15,7). En accueillant tout homme dans le Christ, Dieu s'est fait
"migrant" sur les chemins du temps pour apporter à tous l'Evangile
de l'amour et de la paix. Comment, en contemplant ce mystère,
ne pas reconnaître que tout être humain est fils de l'unique
Père céleste et par conséquent notre frère?
"Nous vivons à une époque de profondes mutations qui
investissent les personnes, les groupes ethniques, et les peuples, continuait
le pape. Aujourd'hui encore, on enregistre de graves inégalités,
spécialement entre le Nord et le Sud du monde. Cela fait que la
terre, devenant toujours plus un "village global", est hélas pour
les uns un lieu de pauvreté et de privation, tandis que dans les
mains des autres, se concentrent de grandes richesses. Dans ce contexte,
"l'autre" risque d'être considéré souvent comme un
concurrent, d'autant plus s'il est "différent" par sa langue, sa
nationalité et sa culture".
"C'est pour cela, expliquait Jean-Paul II, qu'il est important que
se diffuse l'esprit d'accueil, à traduire en comportements sociaux
d'attention spécialement pour qui est davantage dans le besoin.
Chacun est appelé à contribuer à rendre le monde meilleur
en commençant par son propre milieu de vie et d'action. Je souhaite
de tout cœur que les familles, les associations, les communautés
ecclésiales et civiles deviennent toujours davantage des salles d'entraînement
à l'hospitalité, de coexistence civile, de dialogue fécond.
Que les immigrés, de leur côté, sachent respecter
les lois de l'Etat qui les accueille et contribuer à une meilleure
insertion dans leur nouveau contexte social".
Enfin, Jean-Paul II confiait cette intention à la Vierge
Marie: "Marie, la Vierge de l'accueil, est la figure et le modèle
de l'Eglise, qui doit être une maison hospitalière pour
tous les hommes et tous les peuples. Pour assumer notre humanité,
Dieu a voulu frapper à la porte du cœur de la Madone, en en recevant
un "oui" plein de foi et d'amour. Qu'Elle nous aide à être
ouverts aux exigences de nos frères, en particulier de ceux qui
se trouvent le plus en difficulté".
ZF02111703
CITE DU VATICAN, Dimanche 17 novembre 2002 (ZENIT.org).-Un groupe d’évêques
catholiques indiens se rend en pèlerinage au sanctuaire le plus
sacré du bouddhisme à Bodh Gaya, indique l'agence des Missions
étrangères de Paris, Eglises d'Asie, dans le bulletin du
15 novembre (EDA, cf. http://eglasie.mepasie.org),
N°363.
Vingt-cinq évêques catholiques de la région
de l’Inde de langue hindi, à savoir le nord, le centre et l’est
du pays, après l’une de leurs assemblées ordinaires à
Patna, la capitale du Bihar, se sont rendus ensemble, le 22 octobre dernier,
au temple de la grande illumination à Bodh Gaya, le lieu le plus
sacré du bouddhisme. Le temple est bâti tout près de
l’arbre sous lequel, selon la tradition, Bouddha atteignit l’illumination,
il y a quelque 2 600 ans. Les moines de la pagode ont accueilli les évêques,
se sont joints à eux lorsque ceux-ci ont lu quelques versets de la
Bible et chanté le Cantique de la paix, attribué à
Saint François d’Assise.
L’évêque du diocèse de Varanasi a déclaré
devant ses hôtes que les évêques ressentaient comme
un grand privilège de pouvoir se rencontrer sous l’arbre où
le mystère de la paix a été révélé
à Bouddha. Les religions universelles comme le bouddhisme et le
christianisme, a-t-il dit, doivent jouer un rôle spécial dans
la promotion du dialogue interreligieux et dans la guérison libératrice
de la violence et des conflits. Il a solennellement condamné les
activités terroristes menées par des fanatiques religieux
qui ternissent les valeurs universelles d’amour et de compassion.
Un certain nombre de moines bouddhistes de diverses obédiences
s’était rassemblé autour des évêques. Ils
ont tenu à s’exprimer et à mettre en valeur l’importance
de la rencontre. Le vénérable Bhante Bhikhu Bodhipala, desservant
du temple, a qualifié d’événement rarissime la rencontre
du 22 octobre, à cause du haut niveau des personnalités
venues au temple. Il a cependant rappelé que le dialogue du bouddhisme
avec le clergé et la hiérarchie catholique de la région
avait commencé il y a une dizaine d’années. Entre les deux
religions partenaires, a-t-il fait remarquer, il existe une affinité
de pensée et de sentiments. Un religieux du monastère japonais
établi à Bodh Gaya, participait lui aussi à la réception.
Selon lui, cette rencontre effectuée sur le lieu même de l’illumination
du Bouddha devrait avoir des répercussions dans tous les pays du
monde. Le vénérable Tenzin Lama, qui est chargé du
temple bouddhiste tibétain de la région, un des disciples
le plus proche du dalai lama, a souligné que chrétiens et bouddhistes
forment l’ensemble de croyants le plus important du monde. A ce titre, ils
peuvent jouer un rôle important dans l’établissement de la paix.
Il s’est désolé en ces termes : « Ce monde est rempli
d’enfants gémissant après le lait de la paix mais on ne leur
fournit que les charbons ardents de la haine et de la vengeance »
; il a appelé les religions à transformer cet état de
choses.
CITE DU VATICAN, Dimanche 17 novembre 2002 (ZENIT.org).-Selon l’évêque
catholique de Manado, la paix fleurit dans la région de Poso (Célèbes)
où musulmans et chrétiens vivent à nouveau en bonne
intelligence, indique l'agence des Missions étrangères
de Paries, Eglises d'Asie, dans le bulletin du 15 novembre (EDA, cf. http://eglasie.mepasie.org), N°363.
Mgr Josephus Suwatan, évêque catholique de Manado,
a parcouru durant dix jours, du 10 au 20 octobre derniers, la région
de Poso, zone qui a été le théâtre de violents
et meurtriers affrontements intercommunautaires entre chrétiens
et musulmans de décembre 1998 à il y a encore quelques mois.
Selon Mgr Suwatan, qui s’est rendu à Poso et ses environs à
l’occasion d’une visite pastorale, la paix « fleurit à nouveau
», les habitants renouent avec une vie normale et les constructions
détruites lors des violences sont peu à peu restaurées.
Les chrétiens et les musulmans ne vivent plus en communautés
séparées mais se mêlent les uns aux autres, renouant
avec une harmonie semblable à celle d’avant les événements
de décembre 1998. Le 13 octobre, lors d’une cérémonie
tenue dans une église, a rapporté Mgr Suwatan, le fait de
constater que des musulmans, reconnaissables à leurs habits, avaient
pris place dans l’assemblée a été une grande joie.
« J’étais si heureux de constater cette nouvelle atmosphère,
où chrétiens et musulmans s’assoient à la même
table et partagent le même repas », a-t-il précisé,
ajoutant que ni la crainte ni la suspicion ne se lisait sur le visage des
gens.
A l’église Sainte Anne, dans le village de Beteleme, près
de Poso, pour la cérémonie organisée à l’occasion
de l’administration du sacrement de confirmation à 176 paroissiens,
les catholiques avaient invité, parmi leurs voisins, des protestants
et des musulmans dans un geste voulu comme une manifestation de paix et
de réconciliation. Soulignant cette initiative, Mgr Suwatan a déclaré
que les catholiques devaient se montrer actifs à promouvoir la
paix.
Op
17 november 2002 om 23.30 op CANVAS komt de Verenigde Protestantse Kerk
van België te Hasselt in beeld. Kijken !!!
Katholiek Nederland
- Het Klooster - 17 november 2002
Getijden
We leven in de tijd. We worden geboren, groeien en sterven. We
kunnen onze levens vergelijken met de seizoenen: lente (geboorte en schooljaren)
, zomer (groei naar volwassenheid), herfst (de bloei van het leven:
alles wat verworven is, mag nog eens volop schijnen) en dan de winter
(periode van loslaten en ruimte maken).
Onze kalender wordt bepaald door zonnestanden en maanstanden.
In alle culturen hebben de grote religieuze feesten van oorsprong ook
te maken met de zon of de maan. De aantrekkingskracht van de maan zorgt
voor eb en vloed, bij nieuwe maan schijnt het goed te zijn om te zaaien.
In Het Klooster aandacht voor getijden.
We zijn te gast bij de benedictijnen in de Adelbert Abdij in
Egmond Binnen (http://www.abdijkaarsen.nl/), waar
ze dagelijks de getijden bidden. Pater Frans Berkelmans is onze gastheer.
Hij is al bijna 50 jaar benedictijn en bidt al die jaren dagelijks
de getijden. Hij legt uit waarom het bidden van de psalmen hem zo goed
doet. Niet alleen geeft het bidden op vaste tijden structuur aan de
dag, maar ook wordt daardoor de aandacht voortdurend op God gericht
en dus weg bij je 'egoïstische' zelf. Daar komt nog bij dat in de
psalmen alle 'levensgetijden' worden verwoord: dankbaarheid, haat, verdriet,
woede, vreugde en angst mogen er zijn en kunnen geuit worden. Voor God
hoeft niets verborgen te worden.
Carola de Vries-Robles is psychotherapeute en heeft zich lange
tijd verdiept in het Tibetaans Boeddhisme. Haar ontmoeting met Zalmon
Schachter, een rabbijn uit de chassidische (joods mystieke) traditie,
bracht haar terug naar haar joodse wortels. In het jodendom speelt heiliging
van de tijd een belangrijke rol. Zo wordt wekelijks de sjabbat met grote
vreugde gevierd: die dag stap je uit de dagelijkse sleur en herinner je
je wie je van oorsprong bent en wat het leven van je vraagt. Ook is er in
het jodendom veel aandacht voor de levensgetijden. Zelf geeft Carola de
Vries cursussen in ouder worden. Bij het ouder worden gaat het erom naar
binnen te keren en alleen nog te varen op je eigen kompas. Het is een tijd
van doorgeven wat belangrijk is en loslaten wat onnodige ballast is geworden.
Hans Vugts was tot voor kort hoogleraar meteorologie
aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij heeft dertig jaar lang klimaatonderzoek
gedaan op de wadden onder andere naar de werking van eb en vloed. Maar
naast wetenschappelijke belangstelling weet de zee met haar getijden
ook nog steeds zijn hart te raken als hij wandelt op het strand. Hij
schreef er ook een boek over 'Weerzien op de Wadden'. (Auteur:
Hans Vugts, Uitgever: Uitgeverij Pirola, ISBN: 90-6455-3858, Prijs: €
19,90.)
Frans Lutters is leraar aan de Stichtse Vrije School in Zeist.
Hij gaf les aan kinderen in de lagere schoolleeftijd en aan middelbare
scholieren. Hij vertelt dat het leven steeds in fases of getijden van
7 jaar verloopt en noemt ook de kenmerken van iedere fase. Elke periode
heeft zijn eigen opgaven. Om te eindigen met de oudere mens: die heeft
een zekere glans over zich zoals de herfstbladeren, tenminste, als hij
of zij niet vanuit het hoofd maar juist met het hart werkt.
Ze is Ayaan Hirsi Ali niet, maar kaart dezelfde onderwerpen aan.
Als Marokkaans meisje liep Mimount Bousakla van huis weg en nu is ze wethouder
in Antwerpen. De moeizame integratie van allochtonen verklaart ze niet
uit de islam, maar uit tradities. `Allochtonen moeten hun dochters vrijer
laten en eens wat beter op hun zoons letten.'
`Ik mocht thuis niets. Ik was een meisje, en meisjes moeten kort
worden gehouden, zodat ze de eer van de familie niet bezoedelen. Ik heb
hard gevochten. Het haalde niets uit. Uiteindelijk ben ik vertrokken, twee
dagen voor mijn achttiende verjaardag. Toen ze me vijf jaar later op de
tv zagen, wist mijn familie dat ik nog leefde. Nu heb ik een goede baan
bij een bank en ben ik wethouder in Antwerpen. Ik heb het `gemaakt'. Ik
ben een voorbeeld voor de familie geworden. Mijn oom, die destijds vond dat
ik mijn mond moest houden en gewoon moest trouwen, zegt nu tegen zijn dochter:
`Je moet hard studeren, Mimount heeft er ook keihard voor gewerkt!''
Als iemand uit eigen ervaring weet hoe moeilijk het is om als allochtoon
iets te bereiken in België, is het wel Mimount Bousakla. In het `integratiedebat',
dat nu ook in België op gang komt, stelt de socialistische politica
(Leuven, 1972) de problemen luidkeels aan de orde. Scholen en werkgevers
discrimineren bij de vleet, zonder dat je er precies de vinger op kunt
leggen. Marokkaanse families houden hun dochters kort en laten hun zoons
te vrij, met alle gevolgen van dien: meisjes leren alleen lezen en schrijven
en worden dan uitgehuwelijkt, jongens raken aan lager wal, omdat anything
goes. Allochtonenclubs bedekken alles met de mantel der liefde, omdat ze
bang zijn dat ze anders hun subsidie verliezen. ,,Ik schreeuw dit soort
dingen van de daken, en het wordt me niet altijd in dank afgenomen. Maar
er is íemand die het moet doen. De staat en de allochtonen moeten
ingrijpen. Anders stevenen we op een catastrofe af. Als ik geen hoop had,
zou ik gewoon carrière maken bij de bank. Maar mijn verhaal bewijst
dat het ook anders kan. Dus probeer ik om er anderen de ogen mee te openen.'
Bousakla is dertig, maar ze heeft in haar leven meer energie gespendeerd
dan menig ander op zijn tachtigste. Ze is klein van stuk. Met haar dikke,
halflange haar, reebruine ogen en hartvormige gezicht ziet ze er `zacht',
vrouwelijk uit. ,,Vergis je niet', zegt ze in haar Antwerpse appartement,
terwijl ze de voortdurend rinkelende telefoon probeert te negeren. ,,Ik
ben keihard. Ik lijk op mijn vader.' Vorige week kwam haar boek Couscous
met frieten uit, een bundeling columns die ze het afgelopen jaar schreef
voor de Vlaamse krant De Morgen. In die stukjes stelt ze op bijna luchtige
toon de falende integratie van de allochtonen in België aan de kaak.
Ze schrijft over jonge vrouwen die door hun vaders naar Marokko worden ontvoerd
om daar te worden uitgehuwelijkt. Over wat Marokkanen van Belgen vinden.
Over de minachting waarmee Marokkanen in Marokko naar de kinderen van gastarbeiders
in Europa kijken. En over ,,die draak van een Snel-Belgwet' die maakt dat
stromen nieuwe migranten via familiehereniging naar België komen,
nog voordat hun voorgangers de kans hebben gekregen of genomen om ingeburgerd
te raken.
Bousakla is Ayaan Hirsi Ali niet. Maar ze stelt dezelfde onderwerpen
aan de orde. Met haar uitgesproken meningen schaart ze zich in een groeiend
rijtje allochtone politici die vinden dat de tijd rijp is om de kussens
in België eens op te schudden. De meest actieve onder hen, degenen
die doelbewust taboes doorbreken, zijn vrouwen. ,,Niet toevallig', vindt
Bousakla. ,,We zijn bijna allemaal van huis weggelopen. We hebben jaren
thuis gezeten, het enige wat we konden doen was boeken lezen en leren. We
hebben gevochten, harde beslissingen genomen en gezien dat het wat uithaalde.'
Nonnenkind
Bousakla's vader kwam naar België als gastarbeider in de tijd
dat gastarbeiders nog met open armen werden ontvangen. Hij werkte hard,
iedereen was vriendelijk tegen hem en na verloop van tijd kon hij zelfs
een huis kopen. De eerste generatie, zegt Bousakla, had alle reden om te
denken dat hun kinderen het makkelijker zouden hebben dan zij. ,,En nu worden
hun zoons gediscrimineerd. Niemand realiseerde zich destijds dat die tweede
generatie aan twee verwachtingspatronen moest voldoen: voor je ouders
moet je binnen de tradities blijven en een goede moslim zijn, en voor `België'
moet je je op een heel andere manier bewijzen. Leven tussen die twee culturen
kan bijna niet.' Zijzelf ging naar een katholieke school. Die had haar vader
gekozen omdat er alleen meisjes opzaten. Ze was ,,het kindje van de nonnen'.
Ze genoot. Het was dáár, zegt ze, dat ze bedacht
dat ze wilde studeren, hogerop wilde komen. Ze was al jong zelfstandig.
,,De eerste generatie was totaal afhankelijk van ons. Mijn vader sprak
geen Nederlands. Toen ik negen was, ging ik voor hem alle banken af om
te kijken wie de goedkoopste hypotheek had. Als hij ziek was, tolkte ik
in het ziekenhuis. Nóg komen bij de bank kinderen van zeven
aan de balie die willen weten wat de voordelen zijn van een spaarbankboekje.
Soms willen de ouders dat ik Arabisch of Berbers met ze spreek. Ik vertik
het. Ik ben kredietadviseur, geen tolk. Ze moeten hun best maar doen.'
Bij familiebezoek moest Bousakla met de vrouwen de keuken in, en
apart eten. Ze verzette zich er altijd tegen. Ze haalde haar rijexamen
door net te doen of ze ging babysitten. Studeren was uit den boze. ,,Je
moet trouwen', vond haar vader, ,,je gaat me toch geen slechte reputatie
geven?' Bousakla schreef zich in aan de universiteit van Leuven, maar na
twee colleges wachtte haar vader haar op met vijf andere Marokkaanse mannen.
Ze vroeg: ,,De koran schrijft toch dat alle gelovigen moeten studeren?'
Maar volgens haar vader kon ze lezen en schrijven en dat was genoeg. Ze
mocht de deur niet meer uit, zelfs niet om brood te kopen. Intussen meldden
kandidaten zich aan de deur om haar hand te vragen. ,,Op een dag kon ik er
niet meer tegen. Ik ben vertrokken.'
Ze ging naar Antwerpen, want in Leuven kenden alle Marokkanen elkaar.
Ze huurde een kamer, vond een baan en studeerde in de avonduren marketing.
,,Ik wilde van niemand afhankelijk zijn. Mijn studiegenoten maakten plezier,
gingen weekenden naar hun familie. Ik werkte alleen maar. Dat was ook
een manier om mijn familie te vergeten. Ik heb een moeilijke tijd gehad
thuis, maar met vijf meisjes en twee jongens is er ook veel gezelligheid.'
Het stoorde haar dat veel allochtonen die in dezelfde situatie zaten,
bleven zwijgen. Een nicht van Bousakla liep ook van huis weg, en is sindsdien
verdwenen. Ze kan nog rissen anderen opnoemen. ,,Velen willen niet meer
bestempeld worden als Marokkanen. Ze keren de gemeenschap de rug toe.
Dat is begrijpelijk, maar zo verander je nooit iets.'
Bousakla haalde haar diploma, ging bij de bank werken en werd politiek
actief. Intussen ziet ze haar familie weer. Na een stroef begin hebben
ze haar nu geaccepteerd. Haar zus studeert en woont alleen. ,,Dankzij mij!',
zegt Bousakla. In Antwerpen is ze sinds twee jaar wethouder van Openbare
Verlichting, Straatbeeld en de Burgerlijke Stand.
Ze weet dat ze soms het verwijt krijgt dat ze het alleen maar over
zichzelf heeft. ,,Ik moet mijn verhaal blijven vertellen, tot vervelens
toe misschien. Want de staat had mijn zus echt niet zover gekregen. In
geen 25 jaar. Het lukte alleen omdat mijn familie zag dat ik goed terecht
was gekomen. Als ik langskom maar niet blijf eten of logeren, heel on-Marokkaans,
zegt mijn moeder soms: `Zelfs de postbode komt nog binnen voor een kop
koffie'. Maar mijn vader verklaart trots: `Mimount heeft een vergadering'.
Zelfs mijn jongere broer zit nu op de universiteit. Vroeger dachten mijn
ouders als zoveel andere Marokkanen: beroepsonderwijs is goed genoeg. Wist
u dat meer dan de helft van de allochtone jongeren daarom beroepsonderwijs
volgt? Terwijl sommigen echt meer kunnen.'
Neerkijken
Bousakla is de eerste allochtoon die huwelijken sluit in Antwerpen.
Als ze vermoedt dat er meisjes worden uitgehuwelijkt, weigert ze. Ze
vindt dat het strafbaar moet worden dat meisjes niet mogen studeren of
dat ze gedwongen trouwen. Daarmee haalt ze zich vaak de toorn van Marokkanen
op de hals. Echt bedreigd is ze nog niet, misschien omdat ze er – anders
dan Ayaan Hirsi Ali niet steeds de islam bijhaalt om haar argumenten te
staven. Maar het blijft, ook voor haar, roeien tegen de stroom in. ,,Als
ik nu nee zeg tegen zo'n huwelijksvoltrekking, heb ík het gedaan.
Ik vind dat de wet het moet doen, zodat Marokkanen echt begrijpen dat dit
niet langer kan. In België hebben velen de mond vol van dit soort praktijken,
maar niemand doet iets om het te voorkomen. Er is zelfs geen opvang voor
dit soort meisjes.' Wel bestaan er allerlei cursussen voor vrouwen in België.
Bijna alles wat met integratie te maken heeft, zegt Bousakla, is gericht
op vrouwen. Maar daarmee bereikt de overheid de mannen niet, terwijl juist
zij de besluiten vellen over de rest van de familie. Jongens van negen,
tien jaar worden al als mannen beschouwd. Ze zijn niemand verantwoording
schuldig, en doen maar wat met hun leven. Als ze willen doorleren, worden
ze vaak ontmoedigd door vrienden die zelfs met een diploma geen baan vinden.
Geen wonder dat velen in de criminaliteit terechtkomen. ,,Families besteden
te veel aandacht aan de meisjes die op het rechte pad moeten blijven. Ik
zou willen dat ze de meisjes eens wat vrijer lieten en beter op de jongens
gingen letten.'
Als Bousakla in Marokko is, valt haar altijd op hoezeer Marokkanen
neerkijken op mensen zoals zij: kinderen van gastarbeiders. Velen laten
in hun dorp van herkomst `paleisjes' bouwen met hun Europese geld. Die
rijkdom maakt indruk (om maar te zwijgen van de grote, gehuurde BMW's waarmee
ze in de vakanties hun Belgische success story in hun geboorteland uitdragen),
maar de mentaliteit van deze migranten niet. ,,Marokkanen in Marokko zijn
veel beter opgeleid dan in België. Ze zijn ook liberaler. In Marokko
is het gewoon geworden dat vrouwen werken, studeren, in de politiek gaan.
Geen wonder dat allochtone meisjes liever met iemand uit Marokko trouwen
dan met een Marokkaanse Belg. Vader is tevreden, want zijn schoonzoon is toch
een Marokkaan. Ook de dochter is blij: een echte Marokkaan laat hen vrijer.
Daar komen minder ruzies van.' Voor een poosje, althans. Want de nieuwe Snel-Belgwet
maakt dat een man die met zo'n Marokkaans-Belgische vrouw trouwt, snel Belg
wordt en na drie jaar zijn directe familie mag laten overkomen, de ouders
meestal. Die ouders kunnen op hún beurt na drie jaar de andere
kinderen laten overkomen. Een nicht van Bousakla trouwde met een Marokkaan,
en nu staat hij op het punt om zijn ouders naar België te halen. Zij
wil niet, want haar schoonouders trekken bij haar en haar man in, en dan
is het gedaan met haar (relatieve) vrijheid. Maar haar protesten helpen niet:
haar man heeft wettelijk het recht om dat te doen. Bousakla zucht. ,,Dat
betekent dat zij harder moet werken om in het onderhoud van de hele familie
te voorzien. Het betekent ook dat die ouders, zodra ze op zichzelf wonen,
naar de sociale dienst stappen voor een uitkering. Dat betekent dat het huis
over een paar jaar wéér voller wordt, als meer familieleden
overkomen. En dát betekent weer voer voor het Vlaams Blok. Die
wet moet zo snel mogelijk worden afgeschaft. Je bent de een nog niet aan
het inburgeren of er zijn alweer tien anderen gearriveerd.'
Autochtone politici in Vlaanderen beginnen, net als in Nederland,
toe te geven dat de integratie is mislukt. Allochtonen hebben het zelf
allang vastgesteld. Te lang hebben de politici de problemen onder het
kleed geveegd, vindt Bousakla, al was het maar om het extreem-rechtse
Vlaams Blok niet in de kaart te spelen. En haar eigen partij, de Socialistische
Partij-Anders, die al veel stemmen aan het Blok verloor, liep daarbij
voorop.
In Antwerpen, waar het Blok eenderde van de stemmen haalde bij de
vorige verkiezingen, deden ook allochtonenverenigingen aan deze radiostilte
mee. Mocht het Blok immers nóg meer stemmen trekken, dan zou
de leider van die partij, Filip Dewinter, wel eens burgemeester kunnen
worden. Maar er zijn meer redenen waarom de verenigingen hun mond houden.
Ze willen de vuile was niet buiten hangen. En ze zijn bang dat ze hun
subsidies verliezen. ,,Als die verenigingen bijvoorbeeld zeggen dat scholen
tegen alle regels in allochtonen weigeren, dan doen ze daarmee een aanval
op de Vlaamse minister van Onderwijs. Iedereen weet dat. Maar zij is lid
van de liberale regeringspartij. Die partij is in staat om te zeggen:
kritiek komt ons niet uit, we schrappen de subsidie.' Volgens Bousakla
moeten die verenigingen zo snel mogelijk worden afgeschaft, want ze helpen
nu een gevaarlijke illusie in stand te houden, de illusie dat er geen discriminatie
is in België.
Bousakla kent de integratiesector door en door. ,,De waarheid moet
maar eens naar buiten komen. Allochtonen bellen mij nú nog,
in oktober, omdat ze nog geen school voor hun kind hebben gevonden. Scholen
zeggen gewoon: `We zitten vol'. Autochtonen overkomt dat niet. En mensen
bij de tewerkstelling zeggen: `We begeleiden meest allochtonen'. Maar
wie vinden er een baan? Die paar autochtone Belgen die er tussen zitten.
Werkgevers hebben liever geen allochtonen. Het is lastig om ze van discriminatie
te beschuldigen. Maar sta dan niet verwonderd te kijken dat er zoveel jongeren
werkloos op straat hangen. Voor mij zijn een Marokkaanse tasjesdief en een
Belgische werkgever die geen Marokkanen in dienst neemt allebei criminelen.
Beiden moeten worden gestraft.'
Bousakla heeft geen goed woord over voor Dyab Abu Jahjah, de leider
van de Arabisch-Europese Liga. De Libanees Abu Jahjah heeft het laatste
jaar vaak de pers gehaald, omdat hij Antwerpse allochtonen in de moskee
voorhoudt dat ze in België net zo onderdrukt zijn als de Palestijnen
in de bezette gebieden. Hij organiseerde een paar protestdemonstraties
voor de Palestijnen, waarvan er een uitliep op een kleine veldslag met
de politie. Aanvankelijk liepen veel jongeren met deze Libanees weg. Hij
gaf hun frustraties een stem, maar het animo wordt minder. ,,Geen wonder',
zegt Bousakla. ,,Abu Jahjah discrimineert. Hij komt op voor de Arabieren.
Maar over de Berbers, 80 procent van de Marokkanen in België, zegt hij
vervelende dingen. Bijvoorbeeld dat alle criminelen Berbers zijn, en geen
Arabieren. Bovendien houdt hij ons voor dat we allemaal slachtoffers zijn.
De meeste allochtonen willen zichzelf niet in die hoek drukken.'
Bousakla heeft altijd geweigerd in die demonstraties mee te lopen.
Dat kwam haar eerst op razende reacties van de allochtonenverenigingen
te staan. Allochtonen moeten de rijen sluiten, vonden zij. Nu haakt de ene
na de andere vereniging zelf af. Ouders van wie de kinderen door de politie
werden opgepakt omdat ze in Abu Jahjah's demonstraties hadden meegelopen
zeggen: ,,Het komt door hém dat mijn zoon is gearresteerd.' Abu
Jahjah zegt dat hij een allochtone partij wil oprichten, misschien zelfs
in Nederland. Velen geven hem geen schijn van kans. Het is eerder geprobeerd,
maar elke poging strandde op de verdeeldheid in de allochtone gemeenschap.
,,Mocht hij het doen', zegt Bousakla, ,,dan eis ik een cordon sanitair tegen
die partij. Net zoals we die tegen het Vlaams Blok hebben. Ik wil met geen
enkele extremist samenwerken. Mensen opruien en stenen gooien dat is voor
mij geen emancipatie.'
TROUW 15.11.2002 Korangeleerde Abu Zayd docent Humanisme en islam
UTRECHT (ANP) - De Egyptische korangeleerde Abu Zayd is aan
de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht benoemd tot bijzonder hoogleraar
humanisme en islam. Deze leerstoel is vernoemd naar de grote islamitische
geleerde Ibn Rushd (1126-1198), beter bekend als Averroës.
Abu Zayd (59) week in 1995 naar Nederland uit nadat een gerechtshof
in Egypte had geoordeeld dat hij van zijn vrouw moest scheiden omdat
een moslimvrouw niet met een afvallige getrouwd mag zijn. Wegens zijn onorthodoxe
ideeën was hij als ketter bestempeld. Sindsdien doceert hij aan de
Universiteit Leiden.
In juni kreeg hij de onderscheiding voor godsdienstvrijheid
van het Roosevelt Study Centre, een van de zogenoemde Four Freedoms Awards.
In dezelfde maand kwam zijn autobiografie 'Mijn leven met de islam'
uit.
De Ibn Rushdleerstoel is gevestigd vanwege de Stichting Socrates,
met steun van de humanistische ontwikkelingsorganisatie Hivos. Ibn Rushd
kwam in de twaalfde eeuw op voor gelijkwaardige verbindingen tussen rationeel
denken en religiositeit.
15 november 2002
Naar 'hervormd' katholiek
onderwijs?
De Nederlandse bisschoppen geloven dat het katholiek onderwijs zich
op termijn zal herstellen. Zij vertrouwen erop dat de groeiende belangstelling
voor 'spiritualiteit' en 'inspiratie' de wal is die het schip zal doen
keren. Vandaar de idealistische toon van de jongste bisschoppelijke
onderwijsnota. Maar is daarbij nog sprake van realisme?
Mr. L.A. Struik
De langverwachte nota van de bisschoppenconferentie Bezield en zelfbewust
wil "nieuwe dynamiek en een gedeelde visie" in het katholiek onderwijs.
Het is geen bisschoppelijke brief zoals in 1999 was aangekondigd. Volgens
kardinaal dr. A.J. Simonis zou uit de consultatie (1996-1999) zijn gebleken,
dat scholen een brief als een 'keurslijf' beschouwen Zij wilden geen
'directieven' maar 'inspiratie': de nota is een "aanzet tot die inspiratie".
Weerbarstig
Is die conclusie terecht? De uitkomsten van dat scholenonderzoek
zijn in de nota niet geëvalueerd. Dat is een fors gemis, want die
verantwoording zou een scherper licht op de weerbarstige werkelijkheid
binnen het katholiek onderwijs hebben geworpen. Maar misschien kwam
dat niet goed uit. Want het document wil dat "doemdenken, cynisme, en
concurrentie" plaatsmaken voor een "bezielde en zelfbewuste intentie waarin
spiritualiteit, gemeenschapszin en cohesie" voelbaar zijn.
De
Kerk berust er willens en wetens in dat een onderwijsinstelling nog
jaren het predikaat 'katholiek' onterecht blijft voeren.
Het vele werk aan de nota besteed, roept respect op. Maar het leitmotiv
van de 'intentie' kleurt de gehele inhoud van het stuk en verkleurt
daarmee de werkelijkheid. De bisschoppen hebben een bijna illusionair
geloof in het katholiek onderwijs. Maar dat bestaat zo vrijwel
niet meer. Achter het 'katholieke gezicht' van veel scholen strekt zich
een levensbeschouwelijk veelstromenland uit. In die delta leeft geen
samenhangende rooms-katholieke conceptie meer. Dat weten de bisschoppen,
zoals blijkt uit passages over de band tussen katholieken en de Kerk.
Illustratie: M. van
der Bij
Wanneer nog katholiek?
Zij wisten dit langer. In 1989 schreven de bisschoppelijk gedelegeerden:
"Komt er ooit een moment waarop het katholiek onderwijs zegt: dit is
niet meer toelaatbaar, nu is de grens bereikt?" In 1994 openbaarde de
Dijsselburgconferentie de doorgewoekerde pluriformiteit in de scholen.
In 1996 toonde de kardinaal zich zeer bezorgd over de "heel sterke veralgemeniseringstendens"
in het katholiek onderwijs. In 1998 was het ad-liminarapport aan de paus
in dezelfde mate verontrust. In 2000 concludeerde de Commissie Aerden
dat er vrijwel geen herkenbaar "functioneel religiebegrip" in katholieke
scholen meer te vinden was. Enquêtes van lerarenorganisaties in 2001
onthulden een vérgaande vervaging tussen openbaar en bijzonder onderwijs.
En de reacties op de webstek van Trouw in november 2002 zijn even
veelbetekenend.
Camouflage
De nota camoufleert dit verval met verheven beschouwingen,
hoopvolle verwachtingen en nobele voornemens maar hanteert betwistbare
uitgangspunten.
De voor katholieke scholen onmisbaar geachte "fundamentele waarden",
zoals Gods Openbaring en de verbondenheid met de Kerk (III 3.2.2.) zouden
bij een naar inhoud samenhangend katholiek onderwijs didactisch goed
vertaalbaar zijn. Maar dat onderwijs is sterk "veralgemeniseerd". De verwachting
die het episcopaat hierover van schoolleiding, personeel en schoolbestuur
koestert, is op zijn zachtst gezegd een vorm van wishfull thinking.
De nota camoufleert dit verval met verheven beschouwingen, hoopvolle
verwachtingen en nobele voornemens maar hanteert betwistbare uitgangspunten.
De verwachting (II. 4) "dat het katholiek onderwijs in de vervulling
van zijn pedagogische en educatieve taak een bijdrage levert aan de zending
van de Kerk in deze wereld" is even wankel. De pluriformiteit in de
kring van besturen , docenten en ouders, die de nota zelf ook aangeeft,
maakt die bijdrage dubieus.
Verantwoordelijkheid
Het document steunt op de vooronderstelling dat bij het 'katholieke'
van de identiteit Kerk en school elkanders "partners' zijn, ieder met
eigen verantwoordelijkheid. Die onjuiste veronderstelling leeft ook
in het Activiteitenprogramma 2002-2005. Bisschoppen zijn echter de eerstverantwoordelijken
voor "de missionaire en pastorale zending" van de Kerk via de katholieke
school. Die eerste verantwoordelijkheid kunnen zij niet met anderen
delen. Wel kunnen zij besturen en docenten mandateren hen bij de uitvoering
van die zending te helpen. De nadruk in de nota op het "partnership"
wekt de indruk van een voorwendsel voor de kerkelijke leiding: om de
opdracht die de eerste verantwoordelijkheid meebrengt te ontwijken en
op andere schouders te laden.
Nooit opgeven
In het op het Kerkelijk Wetboek (1983) gebouwde Algemeen Reglement
voor het Katholiek Onderwijs (1987), is dat "partnership" niet te vinden.
Dat zegt dat katholiek onderwijs "iedere vorm van onderwijs is, die
door of namens het bevoegd kerkelijk gezag wordt bestuurd of als
zodanig is erkend." Er zijn dus kerkelijke of, zoals in Nederland,
door de Kerk erkende scholen. Scholen zonder een bisschoppelijke erkenning
zijn dus geen 'katholieke' scholen! Wat nu te doen als de bisschoppelijke
erkenning en de katholieke identiteit van een school "van elkaar losgeraakt
zijn"? (IV 2.2.) Dan, aldus de bisschoppen, "streven wij naar herstel
van de band tussen beiden". In Kruispunt zei kardinaal Simonis
dat hij in zo'n situatie een termijn van vijf jaren (!) voor overleg met
zo'n school wil aanhouden of (zoals het 'activiteitenprogramma' meldt)
dan "in dialoog" de kwestie wil bespreken. De Kerk en haar in Nederland
hoogste ambtsdrager berust er dus willens en wetens in dat een onderwijsinstelling
nog jaren het predikaat 'katholiek' onterecht blijft voeren, misschien
hopend dat die dat predikaat zelf zal prijsgeven. De woordvoerder van
het Vereniging van Besturenorganisaties van Katholieke Onderwijsinstellingen
verwachtte niet dat zulks zal gebeuren!
Waarom?
Menigeen vraagt zich af wat er toch achter die episcopale vlucht
uit de werkelijkheid zit. Is het nog een 'trauma' uit de tijd van de
polarisatie? Is het vrees om voor 'conservatief' te worden aangezien?
Wil men de gevestigde orde van de onderwijsorganisaties niet voor het
hoofd stoten? Is het alibi in Rome te zoeken?
Katholieke
scholen gedragen zich als eigen bazen en het 'hoofdkantoor' durft geen
algemene "directieven" te geven.
Wat zou er gebeuren als de bedrijfsleiders van de filialen van Albert
Heyn de richtlijnen van het hoofdkantoor niet meer zouden volgen? Het
antwoord laat zich raden. De vergelijking gaat mank: katholieke scholen
gedragen zich als eigen bazen en het 'hoofdkantoor' durft geen algemene
"directieven" te geven.
Toch kunnen er individuele scholen zijn die zich vandaag (en niet na
2005) vrijwillig voor hun katholieke identiteit ten opzichte van hun
diocesane bisschop willen verantwoorden en daarvoor een kerkelijke licentie
willen ontvangen. Als één zo'n school in elk diocees kan
worden gevonden ontstaat een daadwerkelijk begin van een 'hervormd' katholiek
onderwijs.
Hoe denken schooldirecteuren
en ouders erover?
Abs. : absoluut aantal
Po: primair onderwijs
Vo: voortgezet onderwijs
Schooldirecteuren
Ouders
(medezeggenschapsraad)
Abs.
%
Po
(%)
Vo
(%)
Abs.
%
Po
(%)
Vo
(%)
Is de katholieke grondslag uitgewerkt in
de doelstelling van de school?
1. nee, alleen in de statuten
32
13
6
21
2. ja, in het kort
13
5
2
10
3. ja beleids-/schoolwerkplan
195
81
92
69
Speelt katholieke achtergrond een rol bij
benoeming docenten?
1. niet of nauwelijks
70
29
14
46
2. enige mate
106
44
45
43
3. sterke mate
64
27
40
11
In hoeverre speelt katholieke grondslag
rol bij pedagogische taak van de school?
1. sterke rol
99
41
51
31
23
21
27
12
2. enige rol
127
53
48
58
65
61
58
66
3. geen rol
14
6
1
11
13
12
12
12
4. weet niet/zegt niet
-
-
-
-
6
6
3
10
In hoeverre speelt katholieke grondslag
rol bij discussie over normen en waarden?
1. sterke rol
140
32
67
49
63
59
58
61
2. enige rol
93
39
33
46
31
29
29
29
3. geen rol
7
3
1
5
10
9
11
7
4. weet niet/zegt niet
-
-
-
-
3
3
3
2
Hoe waarderen docenten/ouders de vormgeving
van de katholieke identiteit in dagelijkse praktijk?
1. men wil sterkere profilering
5
2
3
1
14
13
20
2
2. huidige vormgeving is goed
183
76
78
75
79
74
77
68
3. men wil minder profilering
13
5
3
8
3
3
2
5
4. er is verschil van mening over
29
12
11
13
-
-
-
-
5. overig
10
4
5
3
11
10
2
25
Hoe heeft de school de katholieke identiteit
de laatste vijf jaar ontwikkeld?
1. wordt minder
58
24
22
26
31
29
26
34
2. gelijk gebleven
107
45
47
42
57
53
56
49
3. neemt (weer) toe
70
29
29
30
13
12
15
7
4. overig
5
2
2
2
6
6
3
10
In hoeverre wordt de identiteit van de
school bedreigd door desinteresse ouders?
1. geen bedreiging
84
35
32
39
27
25
27
22
2. enige bedreiging
72
30
31
29
41
38
36
41
3. grote bedreiging
82
34
37
31
36
34
35
32
4. weet niet/zegt niet
2
1
0
2
3
3
2
5
In hoeverre wordt de identiteit van de
school bedreigd door desinteresse docenten?
1. geen bedreiging
89
37
42
32
43
40
47
29
2. enige bedreiging
92
38
40
37
39
36
29
49
3. grote bedreiging
56
24
18
30
21
20
21
17
4. weet niet/zegt niet
2
1
0
2
4
4
3
5
In hoeverre wordt de identiteit van de
school bedreigd door optreden van de Kerk?
1. geen bedreiging
111
46
50
42
51
48
52
41
2. enige bedreiging
77
32
33
32
29
27
27
27
3. grote bedreiging
51
21
17
25
18
17
14
22
4. weet niet/zegt niet
-
-
-
-
9
8
8
10
In hoeverre wordt de identiteit van de
school bedreigd door ontkerkelijking in het algemeen?
1. geen bedreiging
58
24
21
27
30
28
32
22
2. enige bedreiging
71
30
34
25
35
33
38
24
3. grote bedreiging
106
44
43
46
39
36
30
46
4. weet niet/zegt niet
-
-
-
-
3
3
0
7
Vindt u het gewenst dat uw school in de
toekomst katholiek blijft?
1. ja
195
81
90
71
65
61
71
44
2. nee
37
15
9
23
12
11
5
22
3. maakt niet uit
-
-
-
-
29
27
24
32
4. weet niet/zegt niet
8
3
1
6
1
1
0
2
Is er godsdienstles op school?
1. ja
226
94
98
90
2. nee
14
6
2
1
3. weet niet/zegt niet
0
0
0
0
Wordt daarin expliciet aandacht besteed
aan katholieke levensbeschouwing?
1. ja
190
84
85
83
2. nee
36
16
15
17
3. weet niet/zegt niet
0
0
0
0
Bron: Rapport van de consultatiecommissie 'Katholiek onderwijs 2000plus'
Wat verwachten schooldirecteuren
en ouders van een bisschoppelijk schrijven?
Po: primair onderwijs
Vo: voortgezet onderwijs
Schooldirecteuren
Ouders
(medezeggenschapsraad)
Po
(%)
Vo
(%)
Po
(%)
Vo
(%)
1.
Bemoediging
13
14
0
0
2.
Inspiratie
13
10
5
0
3.
aandacht voor de organisatie van het kath. Onderwijs
6
2
5
2
4.
richtlijnen voor het kath. Onderwijs
6
5
14
5
5.
ruimte voor verscheidenheid
8
11
6
5
6.
aandacht voor het gemeenschappelijke kath. Scholen
2
4
6
5
7.
anders
22
27
9
10
8.
niets
34
25
30
32
9.
weet niet/zegt niet
13
14
38
46
10.
totaal ondervraagden in absolute getallen
126
114
66
41
Bron: Rapport van de consultatiecommissie 'Katholiek onderwijs 2000plus'
Dialogue interreligieux:
Mgr Celata nommé secrétaire
CITE DU VATICAN, Vendredi 15 novembre 2002 (ZENIT.org) - Mgr Pier Luigi Celata a été
nommé hier par Jean-Paul II secrétaire du conseil pontifical
pour le Dialogue interreligieux, poste vacant depuis la nomination
de Mgr Michael Fitzgerald comme président de ce dicastère.
Mgr Celata était jusqu'ici nonce apostolique en Belgique et au
Luxembourg.
ZF02111502 Kerk is leeg, maar
trottoirs liggen vol - 15/11/2002 . Hele groepen vluchtelingen
slapen in Calais in gietende regen
Het Nieuwsblad vandaag
Kerk is leeg, maar trottoirs liggen
vol - 15/11/2002
Hele groepen vluchtelingen slapen in Calais in gietende
regen
De vluchtelingen in de kerk Saint Pierre-Saint Paul van
Calais hadden gedreigd met verzet en met collectieve zelfmoord. Maar
toen de Franse politie woensdagochtend om 5 uur massaal binnenviel,
hadden de bezetters geen tijd en ook geen fut meer voor enige weerstand.
Een halfuur later zaten ze allemaal met een lege blik op een bus richting
politiekantoor. ,,Proper opgelost'', klinkt het bij de Franse autoriteiten.
Maar hoe moet het met de tientallen vluchtelingen die hun zoveelste
nacht op het trottoir doorbrachten?
Het leven in de kerk was de voorbije dagen geen pretje. Het
enige toilet was al snel stuk. Er was maar één wasbakje
voor zo'n honderd Iraakse en Afghaanse bezetters. De dekens en kartonnen
matrassen zagen er elke dag wat vuiler uit. Bovendien was de sfeer er
letterlijk verzuurd door een gebrek aan verluchting.
Maar de bezetters hadden een dak boven hun hoofd, het was
warm en ze kregen enkele keren per dag soep en brood. Daar kunnen hun
land- en lotgenoten buiten de kerk alleen maar van dromen.
Veel buitenslapers waren er zaterdag bij toen vrijwilligers
de kerk openden voor de ronddolende vluchtelingen. Maar ze hadden pech.
Toen de overheid maandagavond vond dat die opvang lang genoeg had geduurd
en de toegang blokkeerde met een indrukwekkende politiemacht, waren ze
net even buiten. Terug naar binnen mocht niet. Weggaan en hun vrienden
binnen uit het oog verliezen, wilden ze niet. Dus bleven ze maar op het
trottoir ,,wonen''.
Warmte zoeken bij elkaar
Een van de vrijwilligers uit Calais legt woensdagnacht de
vluchtelingen nog maar eens uit dat ze beter asiel zouden aanvragen
in Frankrijk. ,,In Engeland zijn jullie toch niet welkom'', herhaalt
hij keer op keer. Maar zijn betoog verzandt in een Babylonische spraakverwarring.
Bovendien komt het gesprek steeds weer uit bij hetzelfde droombeeld: ,,In
Engeland is het goed.''
Rond middernacht wikkelen de buitenslapers zich in de weinige
dekens die ze hebben. De gelukkigen hebben nog een slaapzak tegen de
kou en de regen. De anderen zoeken warmte bij elkaar.
Donderdagmorgen vroeg valt de politie in alle stilte binnen
in de kerk. De slapende bezetters zijn verrast, van het aangekondigde
verzet komt niets in huis. Ze krijgen enkele minuten om hun spullen bijeen
te rapen. Door een indrukwekkend politiekordon stappen ze een voor een
naar buiten.
Hun landgenoten stromen rillend en hoestend samen bij de
ingang. Ze kunnen niets anders dan toekijken hoe de politie de bezetters
in bussen laadt en afvoert naar verschillende politiekantoren. Daar
wordt hun geval individueel bekeken en krijgen ze de kans asiel aan
te vragen.
Elke dag vijftig man bij
,,Ik had liever een andere oplossing gezien, maar ik ben
blij dat de ontruiming correct en zonder geweld is verlopen'', verklaart
priester Jean-Pierre Boutoille. Wat verderop vertelt de politiechef dat
hij tevreden is over de actie.
Alleen een groepje vrijwilligers bekommert zich om de tientallen
achterblijvers. ,,Om twee uur 's middags is er soep bij het gemeentehuis'',
proberen ze uit te leggen.
De trottoirbewoners begrijpen er niets van. Ze zien wel in
dat het geen zin heeft nog langer bij de kerk te blijven. De ene na
de andere pakt zijn deken en vertrekt, op zoek naar een andere manier
om in Engeland te raken. Ze zijn niet alleen.
Vluchtelingenorganisaties schatten dat er elke dag zo'n vijftig
nieuwe vluchtelingen aankomen in de buurt van Calais.
door Steven DE BOCK
Kerk en Leven, woensdag 13 november 2002
ARMOEDE ERKENNEN ATD
Vierde Wereld helpt laven
Naar oudervergaderingen
in de school van mijn kinderen ga ik niet meer.
Ik voel me daar buiten gekeken. Aan het woord is S.,
een 37-jarige Vlaamse moeder die in armoede leeft. Haar verhaal
is, zelfs in onze samenleving van welstand en overvloed, één
uit letterlijk duizenden. Wat echter telkens weer opvalt:
mensen in armoede zijn ook het slachtoffer van uitsluiting.
Extreme uitsluiting. Gelukkig zijn er ook die de dorst naar
gerechtigheid helpen laven.
ATD Vierde Wereld wil dat wij
mensen in armoede (h)erkennen als onze gelijken en zij bijdragen
aan de samenleving. Vandaar de inzet van Volksuniversiteiten
en, zoals hier in Rijsel, van reizende Volksbibliotheken.
Omdat mensen in armoede leven,
wordt hen ook op andere vlakken onrecht aangedaan. Ze zijn
de mindere, ze zijn afhankelijk, worden van de ene instantie
naar de andere doorverwezen, hebben vaak geen toegang tot hun rechten.
Dat zijn het recht hun eigen kinderen op te voeden, het recht
op álle vormen van onderwijs. Ze leveren soms onnoemlijke
inspanningen om zichzelf en hun gezin staande te houden.
Haast zonder riemen trachten ze stroomopwaarts te roeien.
Omdat ze dorsten naar gerechtigheid.
De beweging ATD Vierde Wereld,
in 1957 ontstaan in een Parijse krottenwijk onder impuls
van père Joseph Wresinski en nu wereldwijd vertakt
in meer dan 25 landen, trekt in een gezamenlijk ‘front’
met de armen ten strijde. Hun doel: armoede uitroeien en respect afdwingen
voor de fundamentele rechten van mensen in armoede.
„De belangrijkste vorm van gerechtigheid
voor mensen in armoede is dat hun medemensen hen erkennen
en herkennen als fundamenteel gelijkwaardig”, weet Bert
Luyts uit ervaring. Bert is medewerker van ATD Vierde Wereld
in Brussel. Samen met Marianne de Laat engageerde hij zich reeds
als student in de vierdewereldbeweging. Die strijd boeide
hen zo dat beiden, inmiddels gehuwd, al meer dan tien jaar meevechten.
„Doorgaans verbindt men armoede
met een tekort aan geld en spulletjes”, aldus Bert Luyts.
„Mensen in armoede zelf getuigen dat het veel erger is dat
niemand hen ziet staan, dat ze niet nodig zijn. Mensen in
armoede vragen dus méér dan medelijden en hulp. Ze
willen erkend worden als gelijkwaardig.”
Een erkenning die wel hard gemaakt moet worden, onderstreept
Bert Luyts. „Net zoals liefde is ook deze vorm van gerechtigheid
een werkwoord. Concreet betekent dit voortdurend contact
zoeken met mensen in armoede, wat echter wel inhoudt dat
je gelegenheden moet scheppen waarin dat contact zinvol is
voor beide groepen. Want alleen zo komt de begeerde gelijkwaardigheid
daadwerkelijk tot uiting.”
Dat betracht ATD Vierde Wereld
onder meer met de maandelijkse bijeenkomsten van haar zogeheten
Volksuniversiteit. Armen en niet-armen ontmoeten elkaar,
niet alleen om miserie te delen, maar ook om van gedachten
te wisselen over armoede en de samenleving. „Mensen in armoede
denken immers na over hun situatie”, zegt Bert Luyts. „Ze
beschikken over een welbepaalde kennis, aangezien ze de samenleving
van onderuit (moeten) bekijken. En die visie kunnen ze kwijt
op de Volksuniversiteit. Anderen luisteren en kunnen reageren.”
Heel belangrijk, weet Marianne
de Laat. „Iedereen heeft de behoefte nuttig te zijn voor
anderen. Bij ATD Vierde Wereld zijn we er vast van overtuigd
dat iedereen, ook al zit je diep in de miserie, iets kan
betekenen voor een ander.” Zo vertelt Marianne dat ze ooit
een vrouw ontmoette wier twee kinderen geplaatst waren en die algemeen
voor gek werd versleten.
Ettelijke keren ging Marianne
de Laat de vrouw opzoeken om haar uit te nodigen naar de
Volksuniversiteit, maar ze weigerde steevast. „Ik heb niets
te zeggen”, beweerde ze. „En ik weet niet wat zeggen. Ze
hebben me nog nooit naar mijn mening gevraagd.” Na een jaar
kwam de vrouw toch eens een kijkje nemen. Na twee jaar durfde ze de
microfoon te grijpen.
Marianne de Laat: „In de Volksuniversiteit
voelen mensen in armoede dat ze belangrijk zijn in de strijd
tegen armoede en uitsluiting. Dat wij hun kennis echt nodig
hebben. Zo krijgen ze opnieuw waardigheid. Maar het is een
lang proces.”
Het is niet alleen belangrijk
naar de mensen in armoede te stappen. Ook de samenleving
moet weten dat in haar schoot mensen in armoede leven. Marianne
de Laat: „Daarom komen wij elk jaar op 17 oktober, de Werelddag
van Verzet tegen Extreme Armoede, samen om hulde te brengen
aan de slachtoffers van de armoede, maar evenzeer om aandacht en respect
te vragen voor de rechten van de mensen in armoede.”
Het mag echter niet blijven bij
het (h)erkennen van de gelijkwaardigheid. Een en ander
moet natuurlijk ook in wetten gegoten. „Een wetgeving die
dan wel moet vertrekken van een gezond fundament van gelijkwaardigheid”,
besluit Bert Luyts.
Tertio nr.143 6 november 2002 Armen nemen lot
in eigen handen
Koenraad De Wolf
Terwijl de vrijwilligers van 11.11.11 dezer dagen bij u aanbellen
voor steun aan het Zuiden, wordt ook in sommige officiële organisaties
duchtig gedebatteerd of ontwikkelingssamenwerking al dan niet anders
moet worden aangepakt.
De Haïtiaanse econoom Bony Jean Baptiste pleit alvast voor
het bevorderen van de zuid-zuidsamenwerking (zie blz. 8). Kurt Petit
van het United Nations Capital Development Fund (UNCDF) belicht de voordelen
van een gedecentraliseerd beleid.
Een hefboom creëren voor een duurzame ontwikkeling van de
armste Afrikaanse landen. Dat beoogt het United Nations Capital Development
Fund (UNCDF) via een gedecentraliseerd beleid. Kurt Petit begeleidt de
toepassing van die nieuwe visie in Niger. Hij pleit voor een fundamentele
heroriëntering van de
ontwikkelingssamenwerking: ,,De inwoners van de derde wereld
hebben het recht zelf te kiezen hoe ze hun leefwereld vorm willen geven.’’
Het UNCDF werkt alleen in de minst ontwikkelde - lees: de armste
- landen van de wereld. Dit fonds van de Verenigde Naties (VN) gooide
in 1999 het roer om. Het zette een punt achter zijn politiek van steun
aan infrastructuurwerken, microfinanciering en multisectorale projecten.
De aandacht gaat nu vooral naar het decentraliseringsproces van de
macht.
De dertigjarige Petit studeerde politieke en sociale wetenschappen
en ontwikkelingssamenwerking aan de Universiteit Gent. Hij ruilde in
november 2001 zijn vaste baan bij de Directie-Generaal Internationale
Samenwerking - het vroegere Algemeen Bestuur van de Ontwikkelingssamenwerking
(Abos) - voor een modelproject van het UNCDF in de West-Afrikaanse republiek
Niger.
De nieuwe VN-visie houdt in dat de bevolking van de ontwikkelingslanden
zelf de beslissingen neemt. Kunt u dat verduidelijken?
,,Het nieuwe beleid van het UNCDF doet de plaatselijke bewoners
het heft in eigen handen nemen. Zij beslissen voortaan autonoom over
de investeringen en de besteding van hun budget. Niemand kent immers hun
leefwereld en hun behoeften beter dan zij. Door de bevolking met vertrouwen
en respect tegemoet te treden en ze verantwoordelijkheid te geven, willen
de VN in de gemeenten een nieuwe dynamiek op gang brengen. Die visie wordt
al in de praktijk gebracht in de Afrikaanse landen Mali, Senegal, Benin
en Niger.’’
Wat is het verschil met vroeger?
,,Niger kende traditioneel een gecentraliseerde aanpak. De opeenvolgende
militaire regimes die het land sinds de onafhankelijkheid bestuurden,
namen ook de beslissingen op het gemeentelijke niveau.
President Mamadou Tandja, die in 1999 werd verkozen, plaatste
de decentralisering bovenaan op de politieke agenda. Daarvoor behandelt
het parlement nu een aantal wetswijzigingen. Die effenen het pad om volgend
jaar in 264 gemeenten verkiezingen te houden en een bestuurlijke aanpak
- geschoeid op de nieuwe leest - ingang te doen vinden.’’
In twee regio’s lopen al modelprojecten. Kunt u die situeren?
,,Aan het Nigerese experiment, dat loopt van 2000 tot 2005, nemen
acht gemeenten deel van het vruchtbare en dichtbevolkte departement Mayahi,
alsook vier gemeenten van het departement N’Guigmi aan de grens met Tsjaad.
Daar liggen de kaarten een stuk moeilijker. De 76.000 inwoners, hoofdzakelijk
nomaden, behoren tot vier verschillende etnische volkeren met elk een
eigen taal. Bovendien zijn de gemeenten er zeer uitgestrekt. De gemeente
N’Gourti, bijvoorbeeld, heeft tweeënhalve keer de oppervlakte van
België.’’
U helpt bij de invoering van een strak organisatiemodel.
,,Wij zetten van hoog tot laag een hiërarchische structuur
op poten die logisch, transparant en coherent in elkaar steekt.
Lees verder, blz. 8-9.
Mattheuseffect verliest vader
Benoit Lannoo
‘Toen ik van 1981 tot 1988 minister van Sociale Zaken was, was
Herman Deleeck mijn belangrijkste raadgever,’ zegt oud-premier Jean-Luc
Dehaene (CD&V) naar aanleiding van het overlijden van deze expert
in de sociale zekerheid.
Herman Deleeck, decennialang de referentie van al wie in Vlaanderen
in de weer was met de sociale zekerheid, is vorige week op 74-jarige
leeftijd overleden. Tal van academici en politici verliezen zo hun leermeester,
want Deleeck telde als professor in Antwerpen, Leiden en Leuven en als
stichtend directeur van het Antwerpse Centrum voor Sociaal Beleid (CSB)
onder zijn assistenten onder meer oud-CVP-senator en huidig CSB-directeur
Bea Cantillon, SP.A-voorzitter Patrick Janssens en Vlaams Welzijnsminister
Mieke Vogels (Agalev).
Ook Jean-Luc Dehaene (CD&V) is zijn beroepsloopbaan onder
Deleecks vleugels begonnen en volgde die in 1965 op aan het hoofd van
de studiedienst van de christelijke werknemerskoepel ACW. ,,Van dan af
ben ik altijd met Deleeck in contact gebleven,’’ vertelt hij, ,,want zijn
analyses waren baanbrekend. Eind jaren zestig en begin jaren zeventig,
toen in ons socialezekerheidsstelsel nog expansie mogelijk was, gaf Deleeck
telkens nauwgezet aan in welke sectoren er tekorten waren.’’
Bovendien legde de Antwerpse academicus her en der vicieuze mechanismen
in de sociale zekerheid bloot. Het beroemdste ervan is het ‘mattheuseffect’:
sociale voorzieningen blijken vooral ten goede te komen aan wie ze
eigenlijk net niet nodig heeft, en bereiken niet altijd wie echt niet
zonder kan. Zo kun je bijvoorbeeld van het studiebeurzenstelsel bezwaarlijk
beweren dat het de doorstroming van arbeiderskinderen naar de universiteit
heeft gerealiseerd.
De Vlaamse christen-democraten coöpteerden Deleeck tot tweemaal
toe in de senaat, om van daaruit het sociale beleid van de crisisregeringen
onder Wilfried Martens op de voet te volgen. En het was senator Deleeck
die op het idee kwam van de koninklijke commissie voor de hervorming van
de sociale zekerheid, waarin academici, politici en sociale partners tussen
1981 en 1985 - onder leiding van de latere Leuvense rector Roger Dillemans
- het hele stelsel in kaart brachten. ,,Zo hielp Deleeck ons te vermijden
dat de saneringspolitiek van de jaren tachtig afbreuk deed aan onze sociale
zekerheid,’’ getuigt Dehaene.
Vanuit het CSB ontwikkelde Deleeck ook criteria om armoede te
meten. Ze liggen niet alleen aan de basis van het jaarlijkse Jaarboek
Armoede in ons land. ,,Minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (SP.A)
wist net te bereiken dat de Europese commissie voortaan dezelfde criteria
hanteert om de armoede in andere Europese lidstaten te meten,’’ aldus
Dehaene. Een eerste en noodzakelijke stap naar een heus Europees sociaal
beleid. dinsdag 12 november 2002.
KerkNET - LEIDEN (ANP) - Joden, christenen en moslims moeten
werken aan een 'gezamenlijk Godsgeloof' dat de weg kan effenen naar
samen bidden tot de ene God waarin zij allen geloven. De drie godsdiensten
moeten ook hun interne struikelblokken op die weg samen bespreken.
Ook betwiste christelijke dogma's als de goddelijke afkomst
van Jezus moeten daarbij op de helling. Dat zei de rk-theoloog prof.
dr. A. Houtepen maandag tijdens de twaalfde Leidse Lezing, een jaarlijkse
theologische lezingen- en discussiebijeenkomst.
,,God is geen eenkennig God die er alleen voor een bepaalde
godsdienst (het christendom of de islam) zou zijn of alleen daar in
waarheid aanbeden zou kunnen worden'', stelde de hoogleraar oecumenica
aan de Universiteit Utrecht. Er is volgens hem geen theologische reden
om aan te nemen dat de God van Mozes een andere is dan die van Jezus of
van Mohammed.
Gezamenlijk gebed
Het gesprek tussen joden, christenen en moslims moet volgens
Houtepen vooral gaan over wie God is. ,,Dat christenen weigeren in
te stemmen met gezamenlijk gebed tot God, de ene, genadevolle en barmhartige,
is wel de eerste en voornaamste ergernis die ons bij de conversatie parten
speelt'', zei hij. ,,Het bestaan van synagogen, kerken en moskeeën,
ieder met zijn eigen oproep tot gebed, is een religieuze onregelmatigheid
van de eerste orde.''
Een gezamenlijk beleden geloof in God is volgens Houtepen van
groot belang in een samenleving waarin bepaalde waarden door de teloorgang
van de godsdienst verloren dreigen te gaan.
Geactualiseerd om 15.25 uur 31 oktober - 11 november 2002 Boekenbeurs te
Antwerpen
Het religieuze of levensbeschouwelijke boek (zie
uitgeverijen (U) of overzicht
letter ?) o.a.
Anselm GRÜN, (G)
Ulricht LIBBRECHT, (L)
Peter SCHMIDT, In de handen van mensen, (S)
Rik TORFS, (T)
350 personnes du monde entier ont participé
à Castelgandolfo (Rome), du 1er au 3 novembre 2002 à
la 5e rencontre de dialogue islamo-chrétien organisée
par le mouvement des Focolari.
Fraternité en actes
Dès le premier jour Chiara Lubich développait le
thème de l’année, « l’amour du prochain »,
repris par l’Imam Abdelaziz Kerzabi d’Algérie « dans
la tradition musulmane » ; les jours suivants, le Pr Amer
Al-Afi, de Jordanie, reprenait ce même thème sous l’angle
de « l’ascèse » et le Pr Nawaz K. Marwat, du
Pakistan, intervenait sur « Paix et fraternité ».
Des témoignages personnels ou de groupes, et de nombreux
échanges ont émaillé ces trois jours de congrès.
Mgr Fitzgerald, nouveau président du Conseil Pontifical
pour le Dialogue interreligieux a communiqué à tous
ses encouragements : « J’espère que vous continuerez
à travailler, à collaborer ensemble dans cette communion.
» Et l’on peut dire que ces journées ont vraiment été
caractérisées par une communion intense, chaleureuse,
vive, colorée, joyeuse.
Répondant aux questions, le dernier matin, Chiara Lubich
a présenté l’amour réciproque comme le fondement
du dialogue, et le dialogue entre les hommes comme le premier antidote
au terrorisme.
Parmi les participants
: 85 personnes du groupe des musulmans noirs des États-Unis,
des délégations d’Algérie, du Maroc, de
Tunisie et des ressortissants de ces pays vivant en Europe, des
représentants de Turquie, du Pakistan, d’Inde, des Philippines,
d’Indonésie, d’Afrique, etc. Vingt-deux personnes venaient
de France – 16 musulmans et 6 chrétiens -, une douzaine
de Belgique et du Luxembourg
Fin octobre, dans le cadre de la Semaine Monde Uni,
le grand rabbin Guigui, le professeur de religion islamique Fathi Sadem
et le cardinal Daneels ont dialogué avec 150 jeunes de Belgique.
Au cours de cette table ronde, les jeunes ont pu poser toutes les
questions qu’ils souhaitaient aux différents intervenants
: leurs interrogations portant sur l’intégrisme religieux
(ou laïc !), les préjugés, le pardon, la paix...
Les conclusions de ces échanges ? Ce n’est pas grave de penser
différemment, l’important est de s’ouvrir à l’autre,
d’apprendre à le connaître, à l’aimer, à
dialoguer, à agir ensemble dans le respect de l’identité
de l’autre. Les grandes notions de paix, fraternité, solidarité
ont été largement illustrées au cours des échanges.
Quelques flashs
« Au lieu de vouloir assimiler l’autre, donnons-lui sa place
car la différence crée l’enrichissement et la beauté
de notre société » (Rabbin Guigui).
« Les différentes religions sont à l’image
du soleil : les rayons divergent mais la source est la même
» (Fathi Sadem).
« Perdre l’espérance, c’est comme le cœur
qui s’arrête de battre » (Cardinal Daneels).
Tekst in TROUW van maandag 21 oktober 2002 Kardinaal tegen islamonderwijs
katholieke scholen
BRUSSEL (ANP) - De Belgische kardinaal Danneels verzet zich
tegen de invoering van onderricht in de islam op katholieke scholen
in Vlaanderen. Daarvoor hadden de Vlaamse groene regeringspartij Agalev
en de liberale regiominister van Onderwijs Vanderpoorten vorige week
gepleit.
Volgens Danneels zijn kinderen van islamatische origine welkom
in het katholiek onderwijs. De scholen moeten volgens de kerkleider echter
wel hun eigenheid behouden.
Danneels reageerde pas zondag, na een ontmoeting met diverse
religieuze leiders. Minister Vanderpoorten en de Vlaamse groenen vinden
islamonderwijs op katholieke scholen een recht dat past binnen de vrijheid
van godsdienst en meningsuiting.
In België bestaan geen speciale islamitische basisscholen.
Wel zijn er specifieke lesprogramma's voor islamitische kinderen op
22 scholen. Het katholiek onderwijs is voor zijn financiering grotendeels
afhankelijk van de Vlaamse regionale overheid.
Trialoog / Domweg gelukkig in de Akbarstraat
door Yoram Stein 2002-10-19
De Vrije Universiteit te Amsterdam reikte gisteren een eredoctoraat
uit aan Huub Oosterhuis. Maar eerst sprak islamdeskundige Anton
Wessels een diesrede uit. Hij droeg deze op aan de burgemeester,
Job Cohen, die ook bij de plechtigheid aanwezig was. Over de 'moslim in
Mokum', en 'de tranen van Hagar'. ,,Kan Amsterdam een vrijplaats zijn waar
joden, christenen en moslims in vrede samenleven?''
Kun je 'domweg gelukkig zijn in de Akbarstraat'? De islamoloog,
Anton Wessels, hoopt van wel. Hij eindigde zijn diesrede met het uitspreken
van de verwachting dat joden, christenen en moslims, en alle andere
Amsterdammers, zich even fijn zullen voelen in de Akbarstraat in de
Bos-en Lommerbuurt (waar minder dan tien procent autochtoon is) als
dichter J.C. Bloem zich 56 jaar geleden voelde in de Dapperstraat.
Over deze Akbarstraat maakte Felix Rottenberg in september 2000
een documentaire -in januari uitgezonden bij de NPS. Daarin maakten
de bewoners geen 'domweg gelukkige' indruk, geplaagd als zij werden
door vrij op straat zwervend vuil, en even vrij rondzwervende kleine
criminelen. Turken en Marokkanen rondom de Akbarstraat bleken bijna geen
Nederlands te spreken. De scholen waren in snel tempo verslechterd, evenals
veel andere publieke voorzieningen. Autochtone bewoners waren verbitterd
geraakt, of verhuisd naar een betere buurt. Zij klaagden dat nieuwkomers
hun best niet deden om te integreren, dat zij weigerden zich de Nederlandse
waarden en normen eigen te maken. Maar hoe kan dat ook in een wijk waar
bijna iedereen allochtoon is?
,,Amsterdam is niet pas vandaag of gisteren multicultureel geworden'',
vertelt Wessels. In de 17de eeuw kwam je ,,bij de Amsterdamse Beurs
katholieken en calvinisten tegen, moslims en joden, die er allemaal uit
hebzucht naartoe werden getrokken. Maar zij probeerden hun begeerte in
de handel te bevredigen, niet op het slagveld.''
Dat sommige fundamentalistische moslims nu het omgekeerde daarvan
voorstaan -alleen 'gewelddadigen' zouden 'het moslimse koninkrijk Gods
binnengaan'- is, volgens Wessels, een van de onderwerpen die nodig
in een 'trialoog' behandeld moeten worden. ,,Evenmin als de christenen,
hebben ook de joden het alleenvertoningsrecht op de uitleg van de schriften.
Geen werkelijke dialoog in de stad van vandaag is mogelijk zonder een
trialoog.'' Ook de dreiging van fundamentalisme zou bezworen kunnen worden
als in deze 'trialoog' gevraagd zou worden om de boodschap uit te dragen
dat God groot is, in plaats van de eigen godsdienstige 'club'.
De drie godsdiensten beschikken over de gemeenschappelijke waarden
en normen die een vreedzaam samenleven in de hoofdstad mogelijk maken,
denkt Wessels, want uiteindelijk hebben ,,joden, christenen en moslims,
op grond van de profeten van Abraham tot Jezus en Mohammed, een onopgeefbare
verbondenheid met allen die strijden voor gerechtigheid, ongeacht ras,
volk of godsdienst.''
De nieuwjaarstoespraak van burgemeester Cohen over de multiculturele
samenleving van 'na 11 september', wordt door professor Wessels tot
leidraad genomen. Cohen zei toen dat zoeken ,,naar wat ons bindt'' de
kern van zijn beleid vormt. ,,Ten eerste'' was volgens hem ,,de rol van
religie'' belangrijk in de stad. ,,Voor de allochtonen speelt religie vaak
een grote rol, een rol die als bindmiddel in de samenleving niet onderschat
moet worden.''
De diesrede is niet alleen opgedragen aan Cohen, maar gaat ook
precies over die vraag: wat joden, christenen en moslims aan elkaar
bindt? Volgens alle drie de religies is dat Abraham, vertelt Wessels,
,,de vader van alle gelovigen.'' De historie van de monotheïstische
godsdiensten is dus te lezen als een trieste familiegeschiedenis. 'De tranen
van Hagar', het verdriet dat de 'andere vrouw' van Abraham had, nadat zij
en haar zoon, Ismaël -de stamvader van de Arabieren- verstoten werden,
is volgens Wessels hét symbool van de immigrant.
In zijn overdenking bij de uitvaartdienst voor prins Claus,
zei Huub Oosterhuis -die het eredoctoraat ontving wegens zijn grote
betekenis voor de oecumenische, liturgische ontmoeting: ,,De vreemdeling
is de naaste bij uitstek; jaag hem niet op, jaag haar niet weg. Zij hebben
dezelfde rechten als jij.'' Geheel in deze geest, hekelt ook Wessels
de boodschap van Fortuyn en de zijnen. In de tiende eeuw liepen de Voltaires
al in Syrië rond. Dus: ,,Wie sprak er over het achterlopen van de
islamitische cultuur?''
Wessels maakt zich kwaad over de critici van islam en multiculturalisme.
Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, krijgt
de wind van voren, omdat hij stelde dat de migranten ,,allemaal geen
houders van grote culturele kapitalen zijn, hierheen gekomen om hun geestelijke
rijkdommen te verspreiden.'' Niet waar, zegt Wessels. ,,De Koran is juist
het kapitaal dat moslims naar Nederland meegebracht hebben! Voor het
werkelijk leefbaar houden van Amsterdam zal het noodzakelijk zijn dat
dat empathie ontwikkeld wordt voor de tranen van Hagar en haar letterlijke
of figuurlijke nazaten.''
Zo bleef de Mokumse moslim in zijn verhaal een slachtoffer,
waar de autochtone bewoners van de Akbarstraat mededogen voor moeten
koesteren. En de allochtone bewoner van die straat? Die zou het hoopvolle
relaas helaas niet hebben kunnen verstaan.
Ayaan Hirsi Ali
Wetenschapster Ayaan Hirsi Ali, die onderzoek doet naar de emancipatie
van islamitische vrouwen, moet onderduiken omdat zij wordt bedreigd
vanwege haar vrijgevochten opvatting over de islam.
Hirsi Ali kwam begin jaren negentig als asielzoekster uit Somalië
naar Nederland en doet bij de Wiardi Beckmanstichting, het wetenschappelijk
bureau van de PvdA, onderzoek naar de emancipatie en integratie van
islamitische vrouwen in Nederland.
Lees meer hierover in ons dossier. http://www.trouw.nl/religieenfilosofie/hirsiali/index.html
. 16 oktober 2002 De Standaard EEN SPIRITUALITEIT
VAN EB EN VLOED
"Kerkasiel anders", zo heet het jongste initiatief van ,,Kerkwerk
Multicultureel Samenleven” (KMS). Samen met de protestantse kerk van
België wil het KMS christenen samenbrengen die actief werken aan
het onthaal en de opvang van vluchtelingen, asielzoekers, mensen zonder
papieren en nieuwe migranten in Vlaanderen en Brussel. Een portret van
KMS-bezieler DidierVanderslycke (44): „Mijn spiritualiteit is die van
eb en vloed.”
Van onze medewerkster
Gretel Van des Broek
MISSCHIEN heeft mijn werk iets te maken met mijn opvoeding”,
zegt Vanderslycke. „Ik was thuis enig kind, net als mijn ouders, en ik
ben dus in een zeer geplande en projectmatige levensstijl opgegroeid.
Kankeren over dingen die niet goed gaan, gaat me niet af. Het moet voortdurend
kunnen spetteren. En, ìk geloof ook dat dit kan. Elke dag heeft
mogelijkheden in zich om veranderingsprocessen in te zetten.”
Dus werd het voor Vanderslycke een leven vol inzet. Hij combineerde
zijn studie maatschappelijk werk met een priesteropleiding, liep stages
in projecten voor samenlevingsopbouw met allochtonen en kansarme jongeren
en werkte als pastor in een ziekenhuis en in een parochie.
In Molenbeek maakte hij een studiewerk rond kerk, migratie en
racisme. Daarin besloot hij dat er behoefte was aan een initiatief
dat vanuit de kerk die thema’s uitdrukkelijk zou opvolgen. Bij zijn wijding,
veertien jaar geleden, vertrouwde de bisschop van Antwerpen hem die taak
toe.
Vanderslycke werd halftijds benoemd als oprichter van Kerkwerk
Multicultureel Samenleven en kreeg ook een pastorale functie in de Borgerhoutse
Drievuldigheidsparochie. Al nam het werken met christenen en moslims
het meeste tijd in beslag, van bij de oprichting kreeg het KMS als accent
de relatieopbouw tussen verschillende religies mee.
Zo was een workshop tijdens het Antwerps cultuurjaar 1993 de
aanleiding voor de oprichting van de Wida, de Werkgroep voor Interreligieuze
Dialoog Antwerpen. Ook het bekende kerkasiel uit 1998 had stevige KMS-wortels.
Ondertussen heeft de organisatie een nationaal secretariaat in Brussel
en regionale diensten in Antwerpen, Brussel, Hasselt, Gent, Mechelen en
Roeselare.
Misschien is de kalender Feesten met de Buren het bekendste
initiatief. Daarin worden niet alleen de van oorsprong kerkelijke feestdagen
toegelicht, maar ook de feestdagen van andere religies. Voorts biedt
het KMS een cursus „omgaan met racisme” aan, methodieken om in lokale
kerkgemeenschappen te werken rond multicultureel samenleven en verspreidt
het jaarlijks 10.000 ramadankaarten waarmee mensen hun moslimburen wensen
sturen bij het einde van de ramadan.
Een handleiding kerkbezoek met moslims wordt ook gretig afgenomen
door christenen. „Hoe een dialoog met andere religies ook je eigen
religie kan verdiepen”, zegt Vanderslycke.
Didier Vanderslycke werkt in het KMS en in een parochie. Daarnaast
houdt hij zich bezig met de werkgroep Mensen zonder Papieren. Hij woont
in een familiale opvanggemeenschap, met mensen van verschifiende origine
en met even diverse kwetsuren.
„Mijn spiritualiteit is die van de weg. Of die van eb en vloed.
Zelfs wanneer je schitterende dingen uitbouwt, kunnen die door een
vloedgolf overspoeld worden en verdwijnen. Je kunt dan zeggen: ik verlaat
het strand, ik schrijf nooit nog in het zand. Maar je kunt zeggen: straks
is het weer een paar uur eb, en ik ga het dan anders aanpakken. Zo blijf
ik overeind. Ik weet dat al mijn werk contextueel is. Wat op een bepaald
ogenblik niet lukt, lukt misschien later wel.”
Maar waarom stapt iemand die zo in het leven wil staan ook in
het priesterschap? Voor deze bezige bij is de waarom-vraag van die
stap niet zo belangrijk. „De vraag is, waarom ik erin blijf. En dat
heeft voor mij alles te maken met een combinatie die mij gelukkig maakt.
Ik ben bezig met spiritualiteitsontwikkeling én met mensenrechten.
En dat voedt elkaar.”
„In mijn lokale kerkgemeenschap voel ik de uitdaging om mijn
werk in de ngo-sfeer naar hen te vertalen, en anderzijds leer ik van hun
bedenkingen. Ik zie hun onwennigheid met nieuwe culturen en zoek naar
wegen om daarmee om te gaan. Eigenlijk zoek ik in mijn bezigheden naar
een evenwicht tussen de progressieve en de. traditionele kerk. Tussen
twee bewegingen instaan, dat is wel iets voor mij. Kruispunten creëren,
daar heb ik deugd van.”
nele solidariteit bereik je meer.”
Eén van de concrete verwezenlijkingen is bijvoorbeeld
een doordachte methode om te reageren op racistische boodschappen. „Ook
wie zulke uitspraken doet, moet met respect benaderd worden. Enkel door
te praten kun je op het spoor komen wat het echte gemis van die persoon
is, en kun je duidelijk maken dat hij het racistische model niet nodig
heeft om te zeggen wat hij echt voelt. Dat patroon is aangeleerd, zoals
sommige hun vrouwen uitkafferen omdat ze dat nu eenmaal anderen ook hebben
zien doen. Zolang er ruimte is voor gesprek, is dat de beste en meest
evangelische manier om met anderen om te gaan.
De startontmoeting van Kerkasiel.anders vindt plaats op 16 november
van 9.30 tot 13 uur in de Lindenpoort in Mechelen.
IPB moet vrijplaats
voor ideeën over
de kerk blijven"
BRUSSEL— Hubert Schepers (61) volgt Trees Dehaene op als voorzitter
van het Interdiocesaan Pastoraal Beraad (JPB). De oud-leraar Frans wil
dat het IPB de plaats blijft waar in alle openheid over alle thema’s die
de kerk aanbelangen, gesproken wordt.
Het IPB werd dertig jaar geleden — als gevolg van Vaticanum II
—opgericht. Het moest de plaats worden waar de gelovige leek de dialoog
met de bisschoppen kon aangaan. Sinds 1995 stond Trees Dehaene (zuster
van) aan het hoofd van het overlegorgaan. Haar tweede mandaat als voorzitster
liep vorig weekeinde ten einde. De IPB-leden kozen Hubert Schepers als
haar opvolger.
Schepers is gehuwd en vader van drie kinderen. Hij heeft een carrière
achter de rug als leraar Frans. De laatste tien jaar van zijn leraarsloopbaan
was hij actief als pedagogisch begeleider voor de schoolpastoraal in
het secundair onderwijs. Ook nu nog werkt hij daar, op vrijwillige basis,
aan mee. Schepers was van bij het begin betrokken bij het IPB. Hij wil
dat het IPB een vrijplaats blijft voor de uitwisseling van ideeën
over de kerk. „Als voorzitter wil ik daarvoor de nodige ruimte creëren.
Maar ik wil ook steven naar een eenheid in de diversiteit. van visies.”
,,Het IPB moet meehelpen om de kerk weer aansluiting te doen vinden
met onze moderne maatschappij. Welke rol kan de kerk spelen in het maatschappelijk
debat, zonder belerend te worden? Dat is een kernvraag. Volgens mij
kan ze dat vooral doen door te kiezen voor de armen, voor de vluchtelingen,
voor de jongeren.” Schepers geeft toe dat die boodschap vertroebeld wordt
door enkele voorbijgestreefde standpunten. „Daarom moeten we vertrekken
vanuit het leven van de mensen en tonen dat de kerk hen tegemoet wil komen.”
HUBERT SCHEPERS VOLGT TREES DEHAENE OP ALS VOORZITTER
De rol van de vrouw in de kerk is een van de hete hangijzers. Een
van de thema’s van het voorbije IPB-congres was de wijding van gehuwde
mannen. „Daarbij is ook de wijding van vrouwen ter sprake gekomen. Dat
is zeker een van onze bekommernissen.” Toch blijft hij ook voorzichtig.
Een radicaal 'ja’ aan de wijding van vrouwen tot diakens, spreekt hij niet
uit. ,,Het is immers een ingewikkelde problematiek die een diepgaand antwoord
vereist.” (domi) Conferentie van Europese Kerken - Raad van Europese
Bisschoppenconferenties - Charta Oecumenica: Handvest voor groeiende
samenwerking van de kerken in Europa
“Ere zij de Vader en de Zoon en de heilige Geest”
In de geest van de boodschap van de beide Europese Oecumenische
Assemblees in Basel 1989 en in Graz 1997 zijn wij als Conferentie van
Europese Kerken en als Raad van Europese Bisschoppenconferenties* vastbesloten
de gemeenschap die tussen ons is gegroeid te bewaren en verder te ontwikkelen.
Wij danken onze Drie-ene God dat Hij ons door zijn heilige Geest leidt
op de weg naar een zich steeds verdiepende gemeenschap.
Veel verschillende vormen van oecumenische samenwerking hebben
reeds hun waarde bewezen. Trouw aan het gebed van Christus: “Dat ze
allen één mogen zijn. Zoals u, Vader, in Mij bent en
Ik in U, zo moeten zij in Ons zijn, zodat de wereld kan geloven dat U
Mij hebt gezonden” (Joh 17,21), mogen wij echter niet bij het tot nu
toe bereikte stil blijven staan. In het besef van onze schuld en tot
omkeer bereid, moeten wij ons inspannen om de onder ons nog aanwezige
verdeeldheid te overwinnen, zodat wij samen de boodschap van het Evangelie
onder de volkeren geloofwaardig verkondigen.
In het samen luisteren naar Gods Woord in de heilige Schrift
en uitgedaagd tot het belijden van ons gemeenschappelijk geloof, alsook
in het gemeenschappelijk handelen in overeenstemming met de waarheid
die we erkennen, willen wij getuigenis afleggen van de liefde en hoop voor
alle mensen.
Op ons Europese continent tussen Atlantische Oceaan en Oeral,
tussen Noordkaap en Middellandse Zee, dat sterker dan ooit gekenmerkt
wordt door een pluralistische cultuur, willen wij met het Evangelie opkomen
voor de waardigheid van de menselijke persoon als beeld van God en als
kerken gezamenlijk een bijdrage leveren aan de verzoening van volkeren
en culturen.
Vanuit deze overtuiging nemen wij dit Handvest aan als gemeenschappelijke
verplichting tot dialoog en samenwerking. Hierin worden fundamentele
oecumenische taken beschreven en wordt van daar uit een reeks van richtlijnen
en verplichtingen afgeleid. Het is de bedoeling dat deze Charta op
alle niveaus van het kerkelijk leven een oecumenische cultuur van dialoog
en samenwerking bevordert en daarvoor een bindende norm stelt. De Charta
heeft echter geen leerstellige status of kerkjuridisch karakter. Het bindend
karakter bestaat veel-eer in de verplichting die de Europese kerken en
oecumenische organisaties zichzelf opleggen. Uitgaande van deze basistekst
kunnen zij voor hun gebied eigen toevoegingen en gemeenschappelijke perspectieven
formuleren die betrekking hebben op hun specifieke uitdagingen en de daaruit
voortvloeiende verplichtingen.
I Wij geloven in de “ene, heilige, katholieke
en apostolische Kerk”
“(Wees) vol ijver om de eenheid van de Geest te behouden door
de band van de vrede: één lichaam en één
Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop, waarvoor
Gods roeping borg staat. Eén Heer, één geloof, één
doop. Eén God en Vader van allen, die is boven allen, met allen
en in allen” (Ef 4,3-6).
1. Samen geroepen tot eenheid in geloof
Met het Evangelie van Jezus Christus, volgens het getuigenis
in de heilige Schrift en zoals het tot uitdrukking komt in de geloofsbelijdenis
van Nicea-Constantinopel (381), geloven wij in de Drie-ene God: de
Vader, de Zoon en de heilige Geest. Omdat wij met dit credo “de ene,
heilige, katholieke en apostolische Kerk” belijden, is het onze onopgeefbare
oecumenische taak, deze eenheid, die altijd een gave van God is, zichtbaar
te laten worden.
Essentiële verschillen in geloof verhinderen nu nog de
zichtbare eenheid. Er zijn verschillende opvattingen, vooral over de
Kerk en haar eenheid, over de sacramenten en de ambten. Wij mogen ons
daarbij niet neerleggen. Jezus Christus heeft ons aan het kruis zijn
liefde en het geheim van de verzoening geopenbaard; in navolging van Hem
willen wij al het mogelijke doen om de nog bestaande kerkscheidende problemen
en belemmeringen te overwinnen.
Wij verplichten onszelf ertoe:
– gevolg te geven aan de apostolische aansporing
uit de brief aan de Efeziërs en ons met volharding voor een gemeenschappelijk
verstaan van de heilsboodschap van Christus in het Evangelie in te
zetten;
– in de kracht van de heilige Geest toe te
werken naar de zichtbaar eenheid van de Kerk van Jezus Christus, die
tot uitdrukking komt in de wederzijds erkende doop en in de eucharistische
gemeenschap alsook in gemeenschappelijke getuigenis en dienst.
II Op weg naar een zichtbare gemeenschap
van de kerken in Europa
“Daaraan zal iedereen kunnen zien dat jullie leerlingen van
Mij zijn: als jullie onder elkaar de liefde bewaren” (Joh 13,35).
2. Samen het Evangelie verkondigen
De belangrijkste taak van de kerken in Europa is om samen het
Evangelie te verkondigen, door woord en daad, tot heil van alle mensen.
Het gebrek aan oriëntatie van velen, de vervreemding van christelijke
waarden, maar ook het veelvuldige zoeken naar antwoorden op zingevingsvragen
dagen christenen, mannen zowel als vrouwen, uit om van hun geloof te getuigen.
Daarvoor is een groter engagement en uitwisseling van ervaringen in catechese
en pastoraat nodig in de plaatselijke gemeenten en parochies. Net zo belangrijk
is het, dat het gehele volk van God gezamenlijk het Evangelie in de samenleving
vertolkt en het door sociale inzet en het dragen van politieke verantwoordelijkheid
tot zijn recht laat komen.
Wij verplichten onszelf ertoe:
– met de andere kerken over onze initiatieven
voor evangelisatie te spreken, daarover afspraken te maken en zo nadelige
concurrentie en ook het gevaar van nieuwe verdeeldheid te vermijden;
– te erkennen, dat ieder mens zijn godsdienstige
en kerkelijke binding in vrijheid van geweten kan kiezen. Niemand mag
onder morele druk of door materiële prikkels ertoe worden aangezet
om tot een ander kerkgenootschap over te gaan. Evenmin mag iemand worden
gehinderd om uit vrije wil over te gaan tot een ander kerkgenootschap.
3. Elkaar tegemoet gaan
In de geest van het Evangelie moeten wij samen de geschiedenis
van de christelijke kerken verwerken. Deze geschiedenis is gekenmerkt
door veel goede ervaringen, maar ook door scheuringen, vijandigheid
en zelfs door gewapende conflicten. Menselijke schuld, gebrek aan liefde
en veelvuldig misbruik van geloof en kerk voor politieke doeleinden hebben
de geloofwaardigheid van het christelijke getuigenis ernstig beschadigd.
Oecumene begint daarom voor christenen met de vernieuwing van
het hart en de bereidheid tot boete en omkeer. In de oecumenische beweging
is verzoening reeds groeiende.
Het is belangrijk de geestelijke gaven van de verschillende
christelijke tradities te erkennen, van elkaar te leren en deze gaven
te ontvangen. Voor de verdere groei van de oecumene is het noodzakelijk
rekening te houden met de ervaringen en verwachtingen van jongeren en
hun participatie te stimuleren en te ondersteunen.
Wij verplichten onszelf ertoe:
– zelfgenoegzaamheid te overwinnen en vooroordelen
uit de weg te ruimen, de ontmoeting met de ander te zoeken en er voor
elkaar te zijn;
– oecumenische openheid en samenwerking in
de christelijke opvoeding, in de theologische opleiding evenals in
het wetenschappelijk onderzoek te stimuleren en te ondersteunen.
4. Samen handelen
In vele vormen van gemeenschappelijke activiteiten krijgt de
oecumene reeds gestalte. Veel christenen uit verschillende kerken leven
en werken samen, als vrienden en vriendinnen, als buren, op het werk
en in hun gezinnen en families. Vooral partners in kerkelijk-gemengde
huwelijken verdienen steun bij de door hen dagelijks geleefde oecumene.
Wij bevelen de oprichting en instandhouding aan van bi- en
multilaterale oecumenische samenwerkingsverbanden op plaatselijk,
regionaal, landelijk en internationaal niveau. Op Europees niveau is
het nodig om de samenwerking tussen de Conferentie van Europese Kerken
en de Raad van Europese Bisschoppenconferenties te versterken en volgende
Europese Oecumenische Assemblees te organiseren.
Bij conflicten tussen de kerken moeten inspanningen tot bemiddeling
en vrede geïnitieerd c.q. ondersteund worden.
Wij verplichten onszelf ertoe:
– op alle niveaus van het kerkelijk leven
gezamenlijk te handelen indien de voorwaarden aanwezig zijn en er geen
redenen van geloof of grotere doelmatigheid daartegen spreken;
– de rechten van minderheden te verdedigen
en te helpen misverstanden en vooroordelen tussen meerderheids- en
minderheidskerken in onze landen weg te nemen.
5. Samen bidden
De oecumene leeft van ons gezamenlijk luisteren naar Gods Woord
en de werking van de heilige Geest in ons en door ons. Krachtens de daaruit
ontvangen genade zijn er nu veel initiatieven om door gebed en vieringen
de geestelijke gemeenschap tussen de kerken te verdiepen en voor de
zichtbare eenheid van de Kerk van Christus te bidden. Een bijzonder pijnlijk
teken van de verscheurdheid tussen veel christelijke kerken is het ontbreken
van de eucharistische gemeenschap.
In enkele kerken heeft men bedenkingen tegen het gemeenschappelijke
oecumenische gebed. Maar op veel plaatsen zijn het de oecumenische vieringen,
gemeenschappelijke liederen en gebeden, vooral het Onze Vader, die
onze christelijke spiritualiteit vorm geven.
Wij verplichten onszelf ertoe:
– voor elkaar en voor de christelijke eenheid
te bidden;
– de vieringen en de andere vormen van geestelijk
leven van andere kerken te leren kennen en waarderen;
– het doel van de eucharistische gemeenschap
voor ogen te houden.
6. Voortzetting van de dialoog
Tegenover onze verschillende theologische en ethische posities
is het van fundamentele betekenis dat wij in Christus bij elkaar horen.
Hoewel we onze verscheidenheid kunnen zien als gave en verrijking, hebben
toch tegenstellingen in de leer, in ethische vraagstukken en kerkrechtelijke
bepalingen tot kerkscheuringen geleid. Vaak speelden daarbij bijzondere
historische omstandig-heden en cultuurverschillen een beslissende rol.
Om de oecumenische gemeenschap te verdiepen moeten de inspanningen
voor het bereiken van een consensus in het geloof hoe dan ook worden
voortgezet. Zonder eenheid in geloof is er geen volledige gemeenschap
van kerken. Er is geen alternatief voor dialoog.
Wij verplichten onszelf ertoe:
– de dialoog tussen onze kerken op de verschillende
kerkelijke niveaus gewetensvol en intensief voort te zetten, alsook
te onderzoeken welke uitkomsten van de dialoog officieel door de kerken
bindend verklaard kunnen en moeten worden;
– bij controversen, vooral als bij geloofsvragen
en ethische kwesties het gevaar van een splitsing dreigt, het gesprek
te zoeken en ons in het licht van het Evangelie samen over deze vragen
te buigen.
III Onze gezamenlijke verantwoordelijkheid in Europa
“Gelukkig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God
genoemd worden” (Mt 5,9).
7. Mede vormgeven aan Europa
In de loop der eeuwen heeft vooral het christendom de godsdienstige
en culturele ontwikkeling van Europa bepaald. Tegelijk is door het falen
van de christenen veel onheil aangericht, zowel binnen als buiten Europa.
Wij belijden mede verantwoordelijk te zijn voor deze schuld en vragen
God en de mensen om vergeving.
Ons geloof helpt ons om van het verleden te leren en om ons
er voor in te zetten het christelijk geloof en de naastenliefde een bron
van hoop te laten zijn voor moraal en ethiek, voor onderwijs en cultuur,
voor politiek en economie in Europa en in de hele wereld.
De kerken steunen de eenwording van Europa. Zonder gemeenschappelijke
waarden is het niet mogelijk om een duurzame eenheid te bereiken. Wij
zijn ervan overtuigd dat het spirituele erfgoed van het christendom een
inspirerende kracht voor Europa vormt. Op grond van ons christelijk geloof
zetten wij ons in voor een humaan en sociaal Europa, waar de rechten van
de mens en de grondwaarden van vrede, gerechtigheid, vrijheid, tolerantie,
participatie en solidariteit verwezenlijkt worden. Wij leggen de nadruk
op de eerbied voor het leven, de waarde van huwelijk en gezin, de voorkeursoptie
voor de armen, de bereidheid tot vergeving en in alles barmhartigheid.
Als kerken en als internationale gemeenschappen moeten wij
het gevaar het hoofd bieden dat zich Europa tot een geïntegreerd
Westen en een gedesintegreerd Oosten ontwikkelt. Ook moet rekening
worden gehouden met de economische kloof tussen Noord en Zuid. Tegelijkertijd
moet elk eurocentrisme worden vermeden en de verantwoordelijkheid van
Europa voor de hele mensheid worden versterkt, in het bijzonder voor
de armen overal in de wereld.
Wij verplichten onszelf ertoe:
– tot overeenstemming te komen over inhoud
en doel van onze sociale verantwoordelijkheid, en de zorgen en visioenen
van de kerken zoveel mogelijk gezamenlijk kenbaar te maken aan de seculiere
Europese instellingen;
– de grondwaarden tegen iedere schending
te verdedigen;
– in te gaan tegen elke poging om godsdienst
of kerk voor etnische of nationalistische doelen te misbruiken.
8. Volkeren en culturen verzoenen
Wij zien de verscheidenheid van regionale, nationale, culturele
en religieuze tradities als rijkdom van Europa. Gezien de talrijke conflicten
is het de taak van de kerken om met elkaar de dienst van verzoening
ook voor volkeren en culturen waar te nemen. Wij weten dat daarvoor
vrede tussen de kerken een belangrijke voorwaarde is.
Onze gezamenlijke inspanningen zijn gericht op de beoordeling
en oplossing van politieke en sociale vragen in de geest van het Evangelie.
Omdat voor ons ieder mens zijn of haar persoon en waardigheid daaraan
ontleent dat hij of zij als beeld van God is geschapen, staan wij in
voor de absolute gelijkwaardigheid van alle mensen.
Als kerken willen wij gezamenlijk het proces van democratisering
in Europa stimuleren en ondersteunen. Wij zetten ons in voor structuren
van vrede die gebaseerd zijn op geweldloze conflictoplossing. Wij veroordelen
elke vorm van geweld tegen mensen, vooral tegen vrouwen en kinderen.
Verzoening betekent ook de inzet voor sociale gerechtigheid
in en tussen alle volkeren, en vooral de overbrugging van de kloof tussen
arm en rijk en de uitbanning van de werkloosheid. Samen willen wij bijdragen
aan menswaardige opvang van migranten, vluchtelingen en asielzoekers
in Europa.
Wij verplichten onszelf ertoe:
– elke vorm van nationalisme te bestrijden
die tot onderdrukking van andere volkeren en nationale minderheden
leidt en ons in te zetten voor geweldloze oplossingen;
– de positie en gelijkberechtiging van vrouwen
op alle levensterreinen te versterken en in kerk en samenleving een
rechtvaardige gemeenschap van vrouwen en mannen te bevorderen.
9. De schepping behoeden
In het geloof in de liefde van God de Schepper erkennen wij
dankbaar de schepping als gave, de waarde en schoonheid van de natuur.
Maar we zien ook met ontzetting dat de goederen van de aarde zonder respect
voor hun intrinsieke waarde, zonder rekening te houden met hun eindigheid
en zonder respect voor het welzijn van toekomstige generaties worden uitgebuit.
Wij willen ons gezamenlijk inzetten voor duurzame manieren
van leven voor de gehele schepping. Het is onze verantwoordelijkheid
tegenover God om gezamenlijk criteria op te stellen en verder te ontwikkelen,
voor wat de mens wetenschappelijk en technologisch misschien wel kán
doen, maar om ethische redenen niet mág doen. In elk geval moet
de unieke waarde van ieder mens voorrang hebben boven wat technisch
haalbaar is.
Wij bevelen aan in de Europese kerken een oecumenische dag
van gebed voor de heelheid van de schepping in te stellen.
Wij verplichten onszelf ertoe:
– een manier van leven verder te ontwikkelen
die, tegen economische druk en consumptiedwang in, uitgaat van verantwoordelijkheid
en duurzaamheid;
– de kerkelijke milieuorganisaties en oecumenische
netwerken bij hun verantwoordelijkheid voor het behoeden van de schepping
te ondersteunen.
10. De gemeenschap met het jodendom verdiepen
Een unieke gemeenschap verbindt ons met het volk Israël
waarmee God een eeuwig verbond heeft gesloten. In geloof weten wij
dat onze joodse zusters en broeders “Gods geliefden blijven, omwille
van de aartsvaders. Want God kent geen berouw over zijn genadegaven
of zijn roeping” (Rom 11,28-29). Zij hebben “het kindschap, de heerlijkheid,
de verbonden, de wetgeving, de eredienst en de beloften; van hen zijn
de aartsvaders en uit hen komt Christus lijfelijk voort” (Rom 9,4-5).
Wij betreuren en veroordelen alle uitingsvormen van antisemitisme,
zoals uitbarstingen van haat en vervolgingen. We vragen God om vergeving
voor het anti-judaïsme onder christenen en vragen onze joodse
zusters en broeders om verzoening.
Het is uiterst noodzakelijk om in verkondiging en onderwijs,
in leer en leven van onze kerken te werken aan het bewustzijn van de
diepe verbondenheid van het christelijk geloof met het jodendom en de
joods-christelijke samenwerking te ondersteunen.
Wij verplichten onszelf ertoe:
– alle vormen van antisemitisme en anti-judaïsme
in kerk en samenleving te bestrijden;
– de dialoog met onze joodse zusters en broeders
op alle niveaus te zoeken en te intensiveren.
11. Relaties met de islam onderhouden
Sinds eeuwen leven er moslims in Europa. Zij vormen in sommige
Europese landen grote minderheden. Daarbij waren en zijn er veel goede
contacten tussen moslims en christenen, maar ook grote reserves en hardnekkige
vooroordelen aan beide kanten. Deze berusten op pijnlijke ervaringen
uit het verre en nabije verleden.
Wij willen de ontmoeting tussen christenen en moslims alsook
de christelijk-islamitische dialoog op alle niveaus intensiveren. In
het bijzonder bevelen wij aan om met elkaar over het geloof in de ene
God in gesprek te gaan en wederzijds de opvattingen over mensenrechten
te verhelderen.
Wij verplichten onszelf ertoe:
– moslims met respect tegemoet te treden;
– in zaken van gemeenschappelijk belang met
moslims samen te werken.
12. Ontmoeting met andere godsdiensten en
levensbeschouwingen
De diversiteit van religieuze en levensbeschouwelijke overtuigingen
en levenswijzen is een kenmerk geworden van de Europese cultuur. Oosterse
religies en nieuwe reli-gieuze gemeenschappen groeien en hebben ook
de interesse van veel christenen. Bovendien zijn er steeds meer mensen
die het christelijke geloof afwijzen, er onverschillig tegenover staan
of andere levensbeschouwingen hebben.
Wij willen ons kritisch laten bevragen en ons gezamenlijk inspannen
voor een eerlijke en oprechte discussie. Daarbij moet onderscheid worden
gemaakt tussen gemeenschappen waarmee de dialoog en ontmoeting gezocht
zou moeten worden en die waarvoor vanuit christelijk oogpunt gewaarschuwd
moet worden.
Wij verplichten onszelf ertoe:
– de godsdienstvrijheid en de vrijheid van
geweten van mensen en gemeenschappen te erkennen en ons ervoor in
te zetten dat zij individueel en gezamenlijk, particulier en in het
openbaar hun godsdienst of levensbeschouwing binnen de grenzen van het
geldende recht mogen praktiseren;
– open te staan voor het gesprek met alle
mensen van goede wil, zaken van gemeenschappelijk belang met hen te
behartigen en in de ontmoeting met hen te getuigen van het christelijke
geloof.
* * * * * * * * * * *
Jezus Christus is als Heer van de ene Kerk onze grootste hoop
op verzoening en vrede.
In zijn Naam willen wij verder gaan op de gezamenlijke weg
in Europa. Wij vragen God om bijstand van zijn heilige Geest.
“Moge de God die onze hoop is, u vervullen met alle vreugde
en vrede in het geloven, zodat u overvloeit van hoop, door de kracht
van de heilige Geest” (Rom 15,13).
* * * * * * * * * * *
Als voorzitters van de Conferentie van Europese Kerken en van
de Raad van Europese Bisschoppenconferenties bevelen wij deze Charta
Oecumenica als basistekst aan alle kerken en bisschoppenconferenties van
Europa aan, om deze aan te nemen en toe te passen in ieders eigen context.
Met deze aanbeveling ondertekenen wij de Charta Oecumenica
bij gelegenheid van de Europese Oecumenische Ontmoeting op de eerste
zondag na het gemeenschappelijke Paasfeest in het jaar 2001.
Straatsburg, 22 april 2001
METROPOLIET JÉRÉMIE
voorzitter van de Conferentie van
Europese Kerken (KEK)
KARDINAAL MILOSLAV VLK
voorzitter van de Raad van Europese
Bisschoppenconferenties (CCEE)
Vertaling: L. Nelck-Brinkmann
Eindbewerking: E. Kuyk, D. Gudde
* Tot de Conferentie van Europese Kerken (KEK) behoren de meeste
orthodoxe, hervormde/gereformeerde, anglicaanse, vrije kerken en oud-katholieke
kerken in Europa. In de Raad van Europese Bisschoppenconferenties
(CCEE) zijn de rooms-katholieke bisschoppenconferenties in Europa verenigd.