Van dag tot dag ... november 2002
WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)  - STARTPAGINA - AGENDA  - OVERZICHT (o.a. van alle pagina's) - NIEUW -

jaartal - nieuw - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - Z
allochtonen, armoede, bijbeluitleg, bijbel en koran, boeddhisme, christendom, extreemrechts, fundamentalisme, globalisering en antiglobalisering, interlevensbeschouwelijke dialoog, islam, jodendom , levensbeschouwing, levensbeschouwing / godsdienst en onderwijsmigratie, racisme, samenleving, sikhisme, tewerkstelling van allochtonen, vluchtelingen en asielzoekers, vrijzinnigheidwitte scholen, multiculturele scholen en concentratiescholen
,
NIEUWE WEBPAGINA: DAGELIJKS NIEUWS: 2002.11 , 2002.12 ,
Meer info : Arseen De Kesel, Waterleliestraat 29 , 3500 Hasselt. Tel.: 011/72 06 67 , Email: arseen.de.kesel@pandora.be . Website : wederkerigheid (diversiteit) ,

 
„Islam lijkt op protestantisme”
RUG houdt debat over beeldvorming islam en Westen
Kerkredactie      Geplaatst:  3-12-2002 | 09:28    Laatst gewijzigd:  3-12-2002 | 09:28
„Het protestantisme kon volgens de
cultuurfilosoof Weber hand in hand gaan
met de opkomst van de kapitalistische
economie, omdat het protestantse
geloof een aantal waarden heeft die
stroken met kapitalistische
beginselen”, zei De Jong. Hij noemde
onder meer het streven naar individuele
prestatie en productieontwikkeling.
Die kenmerken zag de NRC-columnist ook
terug bij de islam.

.
Wel wees De Jong erop dat niet alle
religies over één kam te scheren zijn.
„Je hoort wel eens zeggen dat
godsdiensten nu eenmaal godsdiensten
zijn en dat het allemaal op hetzelfde
neerkomt. Nu geloof ik niet in het diepe
wezen van een bepaald geloof, maar er zijn
wel degelijk onderscheidende
kenmerken.” De Jong noemde de
historische voortgang van
het christendom in Europa. Langzaam
maar zeker won het christendom in heel
Europa terrein en werd het in veel
gebieden de belangrijkste godsdienst.
„Daardoor is het christendom
eerder ingevoegd in de samenleving dan de
islam in de Arabische wereld.
Bovendien waren de aanspraken van de
islam ook veel aanmatigender. Zij
wilden geen staten islamiseren, maar
liefst de hele wereld. De machthebber
in de Arabische wereld moest eigenlijk
ook een goede moslim zijn, terwijl de
islam aan de andere kant geen
theocratisch beginsel
kende.” Dat wringt, zei De
Jong. Hij haalde een bijbeltekst aan
waarmee hij wilde aantonen dat er een
wezenlijk verschil is met het
christendom. „Geef de keizer wat des
keizers is, zei Jezus Zelf. Het
christendom had wel een theocratisch
beginsel, maar maakte geen aanspraak op
absolute overheersing.” In de
jaren zeventig en tachtig zagen we de
stroming van het islamisme, aldus De
Arabische wereld haast niet mogelijk
is. Mensen die dat wél willen, lopen
keihard tegen die
intellectuele stagnering aan.”
Paus: katholiek moet vreemdelingen welkom heten

Hilversum (Van onze redactie) 2 december 2002 - Het is een christelijke plicht vreemdelingen gastvrij te ontvangen, racisme en vreemdelingen haat zijn uit den boze en mensensmokkel is “een ernstige misdaad”.

Dat zijn de belangrijkste zaken die paus Johannes Paulus II vandaag aan de orde stelt in een brief ter gelegenheid van Wereldmigrantendag 2003. Een actueel onderwerp, zeker nu veel westerse landen vluchtelingen niet zo snel meer willen opnemen.

De vreemdelingen moeten op hun beurt “de wetten, de cultuur en de tradities van het ontvangende land eerbiedigen. Alleen dan zal er sociale harmonie kunnen bestaan”, aldus de paus.

De Heilige Vader had speciale aandacht voor vluchtende vrouwen en kinderen omdat “zij vaak het slachtoffer zijn van misdadige mensensmokkel” en wees er verder op “dat het voor christenen een plicht is degenen die in nood op onze deur kloppen op te vangen”.

Paus Johannes Paulus II vroeg ouders en onderwijzend personeel op te treden tegen racistisch gedrag en vreemdelingenhaat.


Gazet van Antwerpen, 3 december 2002 02/12 Paus neemt het op voor migranten en vluchtelingen

"Voor een engagement dat elk racisme, elke vreemdelingenhaat en alle overdreven nationalisme overwint": zo luidt het thema dat paus Johannes Paulus II gekozen heeft voor de 89ste Werelddag van de Migrant en de Vluchteling 2003.
 
In een boodschap naar aanleiding van deze Werelddag stelt de paus dat het probleem van de migratie alle landen zonder uitzondering aanbelangt. De paus neemt het resoluut op voor de mensen zonder papieren, de vluchtelingen, de asielzoekers, voor de mensen die verjaagd werden door gewapende conflicten en voor de slachtoffers van de mensenhandel.
 
De paus stelt dat alle christenen iedereen moeten verwelkomen die uit noodzaak aan hun deur aanklopt. Johannes Paulus II wil ook dat de scholen resoluut de strijd aanbinden tegen racisme en vreemdelingen- haat.


Europe/ COMECE : La religion et l'avenir de l'Europe
Rencontre de la COMECE avec le président Prodi

CITE DU VATICAN, Vendredi 29 novembre 2002 (ZENIT.org) - Au cours de leur réunion plénière d'automne qui s'est tenue à Bruxelles les 28 et 29 novembre, les Évêques membres de la Commission des épiscopats de la Communauté européenne (COMECE) ont fait appel à l'Union européenne de reconnaître la contribution spécifique de la religion dans la définition des valeurs de la future Europe, indique un communiqué de cet organisme.

Lors d'une rencontre avec le Président de la Commission Européenne, Romano Prodi, ce vendredi 29 novembre, les Évêques ont expliqué quels étaient leurs espoirs quant aux travaux de la Convention Européenne :

"Nos propositions visent à soutenir une Union Européenne au service des citoyens et ne pas à défendre des privilèges. La priorité, pour nous, est qu'une constitution Européenne protège la dignité de l'être humain et serve le bien commun.

Tous en Europe doivent pouvoir se retrouver dans cette constitution ; la cohésion sociale dans la nouvelle Europe dépend de la vision de l'être humain qui sera le fondement de cette constitution. C'est la raison pour laquelle la constitution doit préciser que l'UE favorise et protège les droits fondamentaux de ses citoyens et qu'en tant que telle, elle est une communauté de valeurs. Il serait inimaginable de ne pas reconnaître la contribution dynamique de l'héritage religieux européen dans la définition de ces valeurs.

Reconnaître, dans la future constitution de l'UE, le fait que, pour de nombreux Européens de traditions religieuses diverses, la source de nos valeurs universelles est notre foi en Dieu, permettrait aux citoyens de s'y identifier et ne devrait pas exclure personne."

Les Évêques ont également présenté leurs propositions pour un dialogue structuré entre les institutions de l'Union Européenne, les Églises et les autres communautés religieuses.

Les Évêques ont salué l'adhésion prochaine de dix nouveaux États membres à l'Union Européenne. Le 6 décembre 2002, en vue du Sommet de l'UE à Copenhague, ils publieront une déclaration à ce propos.

Les Évêques ont également souligné l'importance d'un large débat sur les questions bioéthiques au niveau européen, telles que le financement de la recherche sur les cellules souches embryonnaires.

Pendant la réunion plénière, les Évêques ont aussi élaboré un texte concernant une politique agricole commune durable en Europe (ci-dessous) et ont invité les Conférence épiscopales et les mouvements catholiques a y réagir.

D'autre part, suite à l'absence d'un certain nombre de membres votants de la COMECE pour cause de maladie, il a été impossible d'atteindre le quorum nécessaire à l'élection du Présidium (prévu pour cette réunion plénière). L'élection a donc du être reportée à la réunion plénière de printemps, les 27 et 28 mars 2003, et le mandat de l'actuel Présidium a été prolongé jusqu'à cette date.
ZF02112909
Kerken doen mee aan nachtwake voor vluchtelingen (webpagina : http://www.trouw.nl/ANP/GLV/ANP-291102-8-anp.html )

DEVENTER (ANP) - Kerken in ruim 25 plaatsen houden op 14 december een nachtwake voor vluchtelingen. Ze geven daarmee gehoor aan een recente oproep van de werkgroep De Nachtwacht. Die pleit voor een verblijfsvergunning voor asielzoekers die al jaren in Nederland verblijven.

De werkgroep hoopt dat de wake leidt tot een eenmalige, bijzondere maatregel om zo'n verblijfsvergunning af te kunnen geven aan asielzoekers die uit landen komen waar recent burgeroorlogen waren en waar de mensenrechten ernstig zijn geschonden. De Raad van Kerken, Vluchtelingenwerk Nederland en de bisdommen Rotterdam en Utrecht ondersteunen de actie.

Plaatselijke kerken en parochies hebben de oproep gekregen aan de wake mee te doen. Behalve in Deventer zullen kerken in onder meer Amsterdam, Rotterdam, Zwolle, Arnhem, Nijmegen, Noordwijk en Doetinchem hun deuren een nacht openen. De organisatoren verwachten dat nog veel andere plaatsen zullen volgen.

Op de aangekondigde datum moet er de gehele nacht in gebedshuizen worden gewaakt. In zo'n nacht kunnen vluchtelingen en betrokkenen aan het woord komen. Er kan worden gebeden en gezwegen, gesproken en gezongen, aldus de initiatiefnemers. Het motto van de nachtwake is 'We kunnen er niet van slapen'.


Ook in Amsterdam religies bij elkaar op bezoek ( webpagina:  http://www.trouw.nl/ANP/GLV/ANP-291102-256-anp.html )

AMSTERDAM (ANP) - In navolging van het succesvolle Rotterdamse project 'Preken voor andermans parochie' gaan ook in Amsterdam-Zuidoost voorgangers bij gebedshuizen van andere religies op bezoek. In december en januari staan voorlopig vier interreligieuze ontmoetingen gepland.

De ontmoetingen worden georganiseerd door de culturele instelling Imagine Identity and Culture. Op 8 december krijgt de Hervormd-Gereformeerde Kerkgemeenschap Gaasperdam een vertegenwoordiger van een joodse gebedsgroep in het stadsdeel op bezoek.

Een Ghanese predikant van de True Teachings of Christ Temple is een week later te gast bij een hindoetempel in Oud-Zuid. Een vertegenwoordiger van die tempel brengt 12 januari een tegenbezoek aan de Ghanese migrantenkerk. Een lid van de Bahá'í Gemeenschap sluit de rij op 26 januari met een bezoek aan de Evangelisch-Lutherse Gemeente in Zuidoost.

Het heeft de organisatie veel moeite gekost om de vertegenwoordigers van de verschillende godsdiensten in Amsterdam-Zuidoost bij elkaar te krijgen, zei Bibi Panhuysen van Imagine IC vrijdag. ,,Er bestaat hier geen interreligieus platform en veel nieuwe kerken kampen met praktische problemen als huisvesting, waardoor ze wel iets anders aan hun hoofd hebben.''

Geactualiseerd om 15.58 uur


CONSEIL PONTIFICAL
POUR LE DIALOGUE INTERRELIGIEUX

MESSAGE POUR LA FIN DU RAMADAN
‘Id al-Fitr 1423 A.H. / 2002 A.D.

Chrétiens et musulmans sur les voies de la paix

 

Chers amis musulmans,

1. C’est pour moi un plaisir de m’adresser à vous à l’occasion de ‘Id al-Fitr, qui conclut le mois du Ramadan, pour vous présenter mes vœux les plus amicaux, au nom du Conseil pontifical pour le Dialogue interreligieux et au nom de l’Église catholique dans son ensemble.

Nous sommes heureux de recevoir toujours plus de réponses à notre message et aussi des souhaits à l’occasion de nos fêtes, surtout pour Noël. Nous sommes également heureux de constater que, en plusieurs lieux, les échanges entre chrétiens et musulmans s’intensifient au niveau local.

2. Vous savez, chers amis musulmans, combien la question de la paix se pose aujourd’hui à notre monde avec une urgence toute particulière. Les situations de guerre constituent une plaie ouverte dans le cœur de l’humanité, surtout les conflits qui durent depuis longtemps, que ce soit au Moyen-Orient, en Afrique ou en Asie. Dans plusieurs pays, les conflits font de nombreuses victimes innocentes, conduisant les populations à perdre l’espoir qu’une paix prochaine puisse advenir sur leur terre.

3. Les causes des conflits ont souvent leur origine dans le cœur des hommes qui refusent de s’ouvrir à Dieu. Un tel cœur est habité par l’égoïsme, par le désir immodéré du pouvoir, de la domination et de la richesse, et cela au détriment de l’autre et sans aucune attention au cri des affamés et assoiffés de justice et de solidarité. Si nous connaissons bien les causes profondes des guerres, il nous faut surtout chercher à explorer les voies de la paix.

4. Comme croyants au Dieu Unique, nous percevons notre devoir de chercher à instaurer la paix. Chrétiens et musulmans, nous croyons que la paix est avant tout un don de Dieu, c’est pourquoi nos deux communautés respectives prient pour la paix et elles ont toujours appelé à le faire. Comme vous le savez, le Pape Jean-Paul II a invité, le 24 janvier 2002, des représentants de différentes religions à venir à Assise, la cité de saint François, pour prier et s’engager en faveur de la paix dans le monde. Des musulmans nombreux et provenant de plusieurs pays ont contribué à la réussite de cette journée. Il a été demandé de ne pas laisser s’éteindre la flamme de l’espérance, symbolisée par la lampe. Pour sa part, notre Conseil est en train de chercher la meilleure manière de réaliser cette engagement.

5. Afin d’obtenir la paix et de la conserver, les religions ont à jouer un rôle important que, de nos jours plus que jamais, la société civile et les gouvernements des États leur reconnaissent. À cet égard, l’éducation est un domaine où les religions ont une contribution particulière à donner. Nous sommes en effet convaincus que les voies de la paix passent par l’éducation. Grâce à cette dernière, la personne est capable de reconnaître son identité propre et aussi celle de l’autre. Notre identité sera d’autant plus claire qu’elle ne sera pas en opposition avec celle de nos frères, comme si l’humanité pouvait être constituée de parties antagonistes. La paix est en effet inséparable d’un regard sur l’homme, dans la vérité et la justice. L’éducation à la paix comporte également la connaissance et l’acceptation des diversités. Apprendre à gérer les crises – pour ne pas les laisser dégénérer en conflits – fait aussi partie de cette éducation à la paix. Nous sommes heureux de voir croître, dans plusieurs pays, la collaboration entre musulmans et chrétiens dans ce domaine, surtout pour ce qui concerne une révision équitable des textes scolaires.

6. C’est dans un moment très particulier pour vous, ce temps du Ramadan, où le jeûne, la prière et la solidarité vous apportent une paix intérieure, que je partage avec vous ces réflexions sur les voies de la paix. Je vous souhaite donc cette paix, dans vos cœurs, dans vos familles et dans vos patries, et j’invoque sur vous la Bénédiction du Dieu de la paix.

Mgr Michael L. Fitzgerald
Président


Trouw, 22 november 2002

RK-Kerk roept moslims op tot samenwerking

VATICAANSTAD (ANP) - Christenen en moslims werken steeds vaker samen bij het bevorderen van de vrede. Dat staat in een vrijdag gepubliceerde boodschap van het Vaticaan aan de moslims ter gelegenheid van het einde van de vastenmaand ramadan op 6 december.

Volgens de boodschap van het Vaticaan spelen godsdiensten een belangrijke rol bij het bevorderen van vrede, vooral door middel van vredeseducatie. Op steeds meer plekken in de wereld werken christenen en moslims daarbij samen.

Overheden en de burgermaatschappij schatten de bijdrage van godsdiensten aan het bereiken van vrede in conflicthaarden steeds meer op waarde, stelt aartsbisschop Michael Fitzgerald, president van de pauselijke raad voor de interreligieuze dialoog in de boodschap.

De raad stuurt bij belangrijke feestdagen van andere godsdiensten doorgaans een groet aan de gelovigen uit. Het Vaticaan krijgt van de moslims steeds vaker antwoord, constateert Fitzgerald met vreugde. Bovendien sturen die ook steeds vaker een groetboodschap aan de rooms-katholieke gelovigen ter gelegenheid van christelijke feestdagen als Kerstmis.

Oorlogen zijn ,,een open wond in het hart van de mensheid'', aldus Fitzgerald. Hij verwijst naar langdurige conflicten in het Midden-Oosten, Afrika en Azië. De oorzaak ligt volgens hem in ,,harten die weigeren zich te openen voor God''. Daardoor hebben egoïsme en ongebreidelde zucht naar macht, overheersing en rijkdom vrij spel. Christenen en moslims moeten daar samen tegenwicht aan bieden, vindt de aartsbisschop.


Evangelische Omroep (22.11.2002)
30 -10 -2002
Vriend of vijand
Informatief boekje over de islam na 11 september
 
Twee christelijke islamkenners hebben onlangs een nieuw boekje toegevoegd aan de Midden-Oostenreeks van uitgeverij Medema. De titel luidt: Vriend of vijand, De islam in de schaduw van de Twin Towers. Thema is de opkomst van en de achtergronden bij de politieke islam.
 
Het eerste deel van het boekje behandelt de Islam als godsdienstige stroming. Herman Takken van stichting Evangelie & Moslims, beschrijft het leven van de profeet Mohammed en zijn opvolgers, de stromingen vn de sji’ieten en soennieten en de zuilen van de Islam.

Deel twee is interessanter, want daar gaat Wim Hoogendijk van stichting Near East Ministry in op de recente politieke ontwikkelingen. Hij schetst een beeld van de Nederlandse situatie: er zijn verschillende politiek-islamitische organisaties actief, maar hun aanhang is gering. Ook internationale ontwikkelingen komen aan bod.

Het boekje sluit af met een waardige en eerlijk christelijke bespreking van de Islam. De auteurs willen de verschillen tussen het christendom en de islam niet ontkennen. Maar ze weigeren om een karikatuur te maken van deze religie, als zou deze godsdienst zeer gevaarlijk zijn. Daarbij wijzen ze terecht ook op de gruwelijkheden in de geschiedenis van het christendom.

‘Vriend of vijand’ is dun en telt slechts tachtig pagina’s. Dat maakt het heel geschikt voor mensen die zich snel en gemakkelijk een beeld willen vormen van de laatste ontwikkelingen in de politieke islam. De nuchtere en eerlijke opstelling van de auteurs, maken het zeer lezenswaardig.

Naar aanleiding van:
Herman Takken en Wim Hoogendijk
Vriend of vijand. De islam in de schaduw van de Twin Towers
Midden-Oostenreeks
Eur. 8.75



Zenit, 17 novembre 2002,

Migrations: "Accueillez-vous comme le Christ vous a accueillis!"

Allocution de Jean-Paul II pour la Journée des Migrations

CITE DU VATICAN, Dimanche 17 novembre 2002 (ZENIT.org).- Face au phénomène mondial des migrations, Jean-Paul II appelle à "diffuser l'esprit d'accueil", en se fondant sur la parole de Saint Paul: "Accueillez-vous comme le Christ vous a accueillis!" Le pape dénonçait de "graves inégalités, spécialement entre le Nord et le Sud du monde ".

"On célèbre aujourd'hui en Italie, rappelait Jean-Paul II avant la prière de l'angélus de midi, ce dimanche, la Journée des Migrations, un rendez-vous annuel qui invite les Communautés ecclésiale et civile à réfléchir sur ce phénomène social important et complexe".

"Comme thème pour cette Journée, les évêques italiens ont choisi, soulignait le pape, une expression de l'Apôtre Paul: "Accueillez-vous les uns les autres comme le Christ vous a accueillis!" (Rm 15,7). En accueillant tout homme dans le Christ, Dieu s'est fait "migrant" sur les chemins du temps pour apporter à tous l'Evangile de l'amour et de la paix. Comment, en contemplant ce mystère, ne pas reconnaître que tout être humain est fils de l'unique Père céleste et par conséquent notre frère?

"Nous vivons à une époque de profondes mutations qui investissent les personnes, les groupes ethniques, et les peuples, continuait le pape. Aujourd'hui encore, on enregistre de graves inégalités, spécialement entre le Nord et le Sud du monde. Cela fait que la terre, devenant toujours plus un "village global", est hélas pour les uns un lieu de pauvreté et de privation, tandis que dans les mains des autres, se concentrent de grandes richesses. Dans ce contexte, "l'autre" risque d'être considéré souvent comme un concurrent, d'autant plus s'il est "différent" par sa langue, sa nationalité et sa culture".

"C'est pour cela, expliquait Jean-Paul II, qu'il est important que se diffuse l'esprit d'accueil, à traduire en comportements sociaux d'attention spécialement pour qui est davantage dans le besoin. Chacun est appelé à contribuer à rendre le monde meilleur en commençant par son propre milieu de vie et d'action. Je souhaite de tout cœur que les familles, les associations, les communautés ecclésiales et civiles deviennent toujours davantage des salles d'entraînement à l'hospitalité, de coexistence civile, de dialogue fécond. Que les immigrés, de leur côté, sachent respecter les lois de l'Etat qui les accueille et contribuer à une meilleure insertion dans leur nouveau contexte social".

Enfin, Jean-Paul II confiait cette intention à la Vierge Marie: "Marie, la Vierge de l'accueil, est la figure et le modèle de l'Eglise, qui doit être une maison hospitalière pour tous les hommes et tous les peuples. Pour assumer notre humanité, Dieu a voulu frapper à la porte du cœur de la Madone, en en recevant un "oui" plein de foi et d'amour. Qu'Elle nous aide à être ouverts aux exigences de nos frères, en particulier de ceux qui se trouvent le plus en difficulté".
ZF02111703

Inde: Des évêques catholiques en pèlerinage au sanctuaire du bouddhisme
Sous le signe de saint François d'Assise

CITE DU VATICAN, Dimanche 17 novembre 2002 (ZENIT.org).-Un groupe d’évêques catholiques indiens se rend en pèlerinage au sanctuaire le plus sacré du bouddhisme à Bodh Gaya, indique l'agence des Missions étrangères de Paris, Eglises d'Asie, dans le bulletin du 15 novembre (EDA, cf. http://eglasie.mepasie.org), N°363.

Vingt-cinq évêques catholiques de la région de l’Inde de langue hindi, à savoir le nord, le centre et l’est du pays, après l’une de leurs assemblées ordinaires à Patna, la capitale du Bihar, se sont rendus ensemble, le 22 octobre dernier, au temple de la grande illumination à Bodh Gaya, le lieu le plus sacré du bouddhisme. Le temple est bâti tout près de l’arbre sous lequel, selon la tradition, Bouddha atteignit l’illumination, il y a quelque 2 600 ans. Les moines de la pagode ont accueilli les évêques, se sont joints à eux lorsque ceux-ci ont lu quelques versets de la Bible et chanté le Cantique de la paix, attribué à Saint François d’Assise.

L’évêque du diocèse de Varanasi a déclaré devant ses hôtes que les évêques ressentaient comme un grand privilège de pouvoir se rencontrer sous l’arbre où le mystère de la paix a été révélé à Bouddha. Les religions universelles comme le bouddhisme et le christianisme, a-t-il dit, doivent jouer un rôle spécial dans la promotion du dialogue interreligieux et dans la guérison libératrice de la violence et des conflits. Il a solennellement condamné les activités terroristes menées par des fanatiques religieux qui ternissent les valeurs universelles d’amour et de compassion.

Un certain nombre de moines bouddhistes de diverses obédiences s’était rassemblé autour des évêques. Ils ont tenu à s’exprimer et à mettre en valeur l’importance de la rencontre. Le vénérable Bhante Bhikhu Bodhipala, desservant du temple, a qualifié d’événement rarissime la rencontre du 22 octobre, à cause du haut niveau des personnalités venues au temple. Il a cependant rappelé que le dialogue du bouddhisme avec le clergé et la hiérarchie catholique de la région avait commencé il y a une dizaine d’années. Entre les deux religions partenaires, a-t-il fait remarquer, il existe une affinité de pensée et de sentiments. Un religieux du monastère japonais établi à Bodh Gaya, participait lui aussi à la réception. Selon lui, cette rencontre effectuée sur le lieu même de l’illumination du Bouddha devrait avoir des répercussions dans tous les pays du monde. Le vénérable Tenzin Lama, qui est chargé du temple bouddhiste tibétain de la région, un des disciples le plus proche du dalai lama, a souligné que chrétiens et bouddhistes forment l’ensemble de croyants le plus important du monde. A ce titre, ils peuvent jouer un rôle important dans l’établissement de la paix. Il s’est désolé en ces termes : « Ce monde est rempli d’enfants gémissant après le lait de la paix mais on ne leur fournit que les charbons ardents de la haine et de la vengeance » ; il a appelé les religions à transformer cet état de choses.

Auparavant, l’archevêque catholique de Patna, où se trouve le sanctuaire bouddhiste, avait situé cette réunion interreligieuse dans le cadre d’une époque caractérisée par une véritable explosion des communications qui empêche l’Eglise catholique en Inde de rester isolée des autres religions. Déjà, a-t-il rappelé, en mars 2002, lors de l’Assemblée biannuelle de la Conférence épiscopale indienne, qui s’était tenue dans le Pendjab, les évêques s’étaient rendus en pèlerinage au « Temple d’or », le lieu le plus sacré du sikhisme. La signification profonde de la démarche épiscopale a été donnée par l’archevêque de Delhi, Mgr Vincent Concessao. Pour lui, la visite des évêques aux religieux bouddhistes représente un des efforts de l’Eglise de l’Inde pour « chercher et trouver Dieu sur le visage de son prochain ». « C’est la seule manière, a-t-il commenté, de générer la compassion et la sympathie susceptibles de dissiper la violence actuelle. »
© EDA
ZF02111707

Célèbes: Musulmans et chrétiens vivent à nouveau en bonne intelligence
La paix « fleurit à nouveau », constate un évêque

CITE DU VATICAN, Dimanche 17 novembre 2002 (ZENIT.org).-Selon l’évêque catholique de Manado, la paix fleurit dans la région de Poso (Célèbes) où musulmans et chrétiens vivent à nouveau en bonne intelligence, indique l'agence des Missions étrangères de Paries, Eglises d'Asie, dans le bulletin du 15 novembre (EDA, cf. http://eglasie.mepasie.org), N°363.

Mgr Josephus Suwatan, évêque catholique de Manado, a parcouru durant dix jours, du 10 au 20 octobre derniers, la région de Poso, zone qui a été le théâtre de violents et meurtriers affrontements intercommunautaires entre chrétiens et musulmans de décembre 1998 à il y a encore quelques mois. Selon Mgr Suwatan, qui s’est rendu à Poso et ses environs à l’occasion d’une visite pastorale, la paix « fleurit à nouveau », les habitants renouent avec une vie normale et les constructions détruites lors des violences sont peu à peu restaurées.

Les chrétiens et les musulmans ne vivent plus en communautés séparées mais se mêlent les uns aux autres, renouant avec une harmonie semblable à celle d’avant les événements de décembre 1998. Le 13 octobre, lors d’une cérémonie tenue dans une église, a rapporté Mgr Suwatan, le fait de constater que des musulmans, reconnaissables à leurs habits, avaient pris place dans l’assemblée a été une grande joie. « J’étais si heureux de constater cette nouvelle atmosphère, où chrétiens et musulmans s’assoient à la même table et partagent le même repas », a-t-il précisé, ajoutant que ni la crainte ni la suspicion ne se lisait sur le visage des gens.

A l’église Sainte Anne, dans le village de Beteleme, près de Poso, pour la cérémonie organisée à l’occasion de l’administration du sacrement de confirmation à 176 paroissiens, les catholiques avaient invité, parmi leurs voisins, des protestants et des musulmans dans un geste voulu comme une manifestation de paix et de réconciliation. Soulignant cette initiative, Mgr Suwatan a déclaré que les catholiques devaient se montrer actifs à promouvoir la paix.

Au cours des dix jours de sa visite, l’évêque de Manado a remarqué que les forces de l’ordre étaient toujours visibles dans les rues mais que « la situation allait en s’améliorant ». Par ailleurs, il a noté « nombre de bus venant de Tomohon, dans la province de Célèbes-Nord, chargés de réfugiés qui avaient fuit les combats » et qui revenaient s’installer chez eux. Selon les chrétiens locaux, la situation qui allait en s’améliorant ces derniers mois tout en restant fragile a véritablement changé pour le mieux à partir du moment où les militants du Laskar Jihad, ce groupe de musulmans extrémistes actifs depuis deux ans à Poso et aux Moluques et dont le dirigeant a proclamé la dissolution le 14 octobre dernier, ont quitté la région.
© EDA
ZF02111708

Op 17 november 2002 om 23.30 op CANVAS komt de Verenigde Protestantse Kerk van België te Hasselt  in beeld. Kijken !!!
Katholiek Nederland - Het Klooster - 17 november 2002
Getijden

We leven in de tijd. We worden geboren, groeien en sterven. We kunnen onze levens vergelijken met de seizoenen: lente (geboorte en schooljaren) , zomer (groei naar volwassenheid), herfst (de bloei van het leven: alles wat verworven is, mag nog eens volop schijnen) en dan de winter (periode van loslaten en ruimte maken).

Onze kalender wordt bepaald door zonnestanden en maanstanden. In alle culturen hebben de grote religieuze feesten van oorsprong ook te maken met de zon of de maan. De aantrekkingskracht van de maan zorgt voor eb en vloed, bij nieuwe maan schijnt het goed te zijn om te zaaien. In Het Klooster aandacht voor getijden.

We zijn te gast bij de benedictijnen in de Adelbert Abdij in Egmond Binnen  (http://www.abdijkaarsen.nl/), waar ze dagelijks de getijden bidden. Pater Frans Berkelmans is onze gastheer. Hij is al bijna 50 jaar benedictijn en bidt al die jaren dagelijks de getijden. Hij legt uit waarom het bidden van de psalmen hem zo goed doet. Niet alleen geeft het bidden op vaste tijden structuur aan de dag, maar ook wordt daardoor de aandacht voortdurend op God gericht en dus weg bij je 'egoïstische' zelf. Daar komt nog bij dat in de psalmen alle 'levensgetijden' worden verwoord: dankbaarheid, haat, verdriet, woede, vreugde en angst mogen er zijn en kunnen geuit worden. Voor God hoeft niets verborgen te worden.

Carola de Vries-Robles is psychotherapeute en heeft zich lange tijd verdiept in het Tibetaans Boeddhisme. Haar ontmoeting met Zalmon Schachter, een rabbijn uit de chassidische (joods mystieke) traditie, bracht haar terug naar haar joodse wortels. In het jodendom speelt heiliging van de tijd een belangrijke rol. Zo wordt wekelijks de sjabbat met grote vreugde gevierd: die dag stap je uit de dagelijkse sleur en herinner je je wie je van oorsprong bent en wat het leven van je vraagt. Ook is er in het jodendom veel aandacht voor de levensgetijden. Zelf geeft Carola de Vries cursussen in ouder worden. Bij het ouder worden gaat het erom naar binnen te keren en alleen nog te varen op je eigen kompas. Het is een tijd van doorgeven wat belangrijk is en loslaten wat onnodige ballast is geworden.

Hans Vugts was tot voor kort hoogleraar meteorologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij heeft dertig jaar lang klimaatonderzoek gedaan op de wadden onder andere naar de werking van eb en vloed. Maar naast wetenschappelijke belangstelling weet de zee met haar getijden ook nog steeds zijn hart te raken als hij wandelt op het strand. Hij schreef er ook een boek over 'Weerzien op de Wadden'. (Auteur: Hans Vugts, Uitgever: Uitgeverij Pirola, ISBN: 90-6455-3858, Prijs: € 19,90.)

Frans Lutters is leraar aan de Stichtse Vrije School in Zeist. Hij gaf les aan kinderen in de lagere schoolleeftijd en aan middelbare scholieren. Hij vertelt dat het leven steeds in fases of getijden van 7 jaar verloopt en noemt ook de kenmerken van iedere fase. Elke periode heeft zijn eigen opgaven. Om te eindigen met de oudere mens: die heeft een zekere glans over zich zoals de herfstbladeren, tenminste, als hij of zij niet vanuit het hoofd maar juist met het hart werkt.
Geplaatst: Za, 16 Nov2002 ,20 :01    Onderwerp: Wethouder in Antwerpen: Mimount Bousakla Plaats Reactie Reageer met quote

'Allochtonen aanpakken met de wet in de hand'

NRC Handelsblad

Door Caroline de Gruyter


Ze is Ayaan Hirsi Ali niet, maar kaart dezelfde onderwerpen aan. Als Marokkaans meisje liep Mimount Bousakla van huis weg en nu is ze wethouder in Antwerpen. De moeizame integratie van allochtonen verklaart ze niet uit de islam, maar uit tradities. `Allochtonen moeten hun dochters vrijer laten en eens wat beter op hun zoons letten.'

`Ik mocht thuis niets. Ik was een meisje, en meisjes moeten kort worden gehouden, zodat ze de eer van de familie niet bezoedelen. Ik heb hard gevochten. Het haalde niets uit. Uiteindelijk ben ik vertrokken, twee dagen voor mijn achttiende verjaardag. Toen ze me vijf jaar later op de tv zagen, wist mijn familie dat ik nog leefde. Nu heb ik een goede baan bij een bank en ben ik wethouder in Antwerpen. Ik heb het `gemaakt'. Ik ben een voorbeeld voor de familie geworden. Mijn oom, die destijds vond dat ik mijn mond moest houden en gewoon moest trouwen, zegt nu tegen zijn dochter: `Je moet hard studeren, Mimount heeft er ook keihard voor gewerkt!''

Als iemand uit eigen ervaring weet hoe moeilijk het is om als allochtoon iets te bereiken in België, is het wel Mimount Bousakla. In het `integratiedebat', dat nu ook in België op gang komt, stelt de socialistische politica (Leuven, 1972) de problemen luidkeels aan de orde. Scholen en werkgevers discrimineren bij de vleet, zonder dat je er precies de vinger op kunt leggen. Marokkaanse families houden hun dochters kort en laten hun zoons te vrij, met alle gevolgen van dien: meisjes leren alleen lezen en schrijven en worden dan uitgehuwelijkt, jongens raken aan lager wal, omdat anything goes. Allochtonenclubs bedekken alles met de mantel der liefde, omdat ze bang zijn dat ze anders hun subsidie verliezen. ,,Ik schreeuw dit soort dingen van de daken, en het wordt me niet altijd in dank afgenomen. Maar er is íemand die het moet doen. De staat en de allochtonen moeten ingrijpen. Anders stevenen we op een catastrofe af. Als ik geen hoop had, zou ik gewoon carrière maken bij de bank. Maar mijn verhaal bewijst dat het ook anders kan. Dus probeer ik om er anderen de ogen mee te openen.'

Bousakla is dertig, maar ze heeft in haar leven meer energie gespendeerd dan menig ander op zijn tachtigste. Ze is klein van stuk. Met haar dikke, halflange haar, reebruine ogen en hartvormige gezicht ziet ze er `zacht', vrouwelijk uit. ,,Vergis je niet', zegt ze in haar Antwerpse appartement, terwijl ze de voortdurend rinkelende telefoon probeert te negeren. ,,Ik ben keihard. Ik lijk op mijn vader.' Vorige week kwam haar boek Couscous met frieten uit, een bundeling columns die ze het afgelopen jaar schreef voor de Vlaamse krant De Morgen. In die stukjes stelt ze op bijna luchtige toon de falende integratie van de allochtonen in België aan de kaak. Ze schrijft over jonge vrouwen die door hun vaders naar Marokko worden ontvoerd om daar te worden uitgehuwelijkt. Over wat Marokkanen van Belgen vinden. Over de minachting waarmee Marokkanen in Marokko naar de kinderen van gastarbeiders in Europa kijken. En over ,,die draak van een Snel-Belgwet' die maakt dat stromen nieuwe migranten via familiehereniging naar België komen, nog voordat hun voorgangers de kans hebben gekregen of genomen om ingeburgerd te raken.

Bousakla is Ayaan Hirsi Ali niet. Maar ze stelt dezelfde onderwerpen aan de orde. Met haar uitgesproken meningen schaart ze zich in een groeiend rijtje allochtone politici die vinden dat de tijd rijp is om de kussens in België eens op te schudden. De meest actieve onder hen, degenen die doelbewust taboes doorbreken, zijn vrouwen. ,,Niet toevallig', vindt Bousakla. ,,We zijn bijna allemaal van huis weggelopen. We hebben jaren thuis gezeten, het enige wat we konden doen was boeken lezen en leren. We hebben gevochten, harde beslissingen genomen en gezien dat het wat uithaalde.'

Nonnenkind

Bousakla's vader kwam naar België als gastarbeider in de tijd dat gastarbeiders nog met open armen werden ontvangen. Hij werkte hard, iedereen was vriendelijk tegen hem en na verloop van tijd kon hij zelfs een huis kopen. De eerste generatie, zegt Bousakla, had alle reden om te denken dat hun kinderen het makkelijker zouden hebben dan zij. ,,En nu worden hun zoons gediscrimineerd. Niemand realiseerde zich destijds dat die tweede generatie aan twee verwachtingspatronen moest voldoen: voor je ouders moet je binnen de tradities blijven en een goede moslim zijn, en voor `België' moet je je op een heel andere manier bewijzen. Leven tussen die twee culturen kan bijna niet.' Zijzelf ging naar een katholieke school. Die had haar vader gekozen omdat er alleen meisjes opzaten. Ze was ,,het kindje van de nonnen'. Ze genoot. Het was dáár, zegt ze, dat ze bedacht dat ze wilde studeren, hogerop wilde komen. Ze was al jong zelfstandig. ,,De eerste generatie was totaal afhankelijk van ons. Mijn vader sprak geen Nederlands. Toen ik negen was, ging ik voor hem alle banken af om te kijken wie de goedkoopste hypotheek had. Als hij ziek was, tolkte ik in het ziekenhuis. Nóg komen bij de bank kinderen van zeven aan de balie die willen weten wat de voordelen zijn van een spaarbankboekje. Soms willen de ouders dat ik Arabisch of Berbers met ze spreek. Ik vertik het. Ik ben kredietadviseur, geen tolk. Ze moeten hun best maar doen.'

Bij familiebezoek moest Bousakla met de vrouwen de keuken in, en apart eten. Ze verzette zich er altijd tegen. Ze haalde haar rijexamen door net te doen of ze ging babysitten. Studeren was uit den boze. ,,Je moet trouwen', vond haar vader, ,,je gaat me toch geen slechte reputatie geven?' Bousakla schreef zich in aan de universiteit van Leuven, maar na twee colleges wachtte haar vader haar op met vijf andere Marokkaanse mannen. Ze vroeg: ,,De koran schrijft toch dat alle gelovigen moeten studeren?' Maar volgens haar vader kon ze lezen en schrijven en dat was genoeg. Ze mocht de deur niet meer uit, zelfs niet om brood te kopen. Intussen meldden kandidaten zich aan de deur om haar hand te vragen. ,,Op een dag kon ik er niet meer tegen. Ik ben vertrokken.'

Ze ging naar Antwerpen, want in Leuven kenden alle Marokkanen elkaar. Ze huurde een kamer, vond een baan en studeerde in de avonduren marketing. ,,Ik wilde van niemand afhankelijk zijn. Mijn studiegenoten maakten plezier, gingen weekenden naar hun familie. Ik werkte alleen maar. Dat was ook een manier om mijn familie te vergeten. Ik heb een moeilijke tijd gehad thuis, maar met vijf meisjes en twee jongens is er ook veel gezelligheid.'

Het stoorde haar dat veel allochtonen die in dezelfde situatie zaten, bleven zwijgen. Een nicht van Bousakla liep ook van huis weg, en is sindsdien verdwenen. Ze kan nog rissen anderen opnoemen. ,,Velen willen niet meer bestempeld worden als Marokkanen. Ze keren de gemeenschap de rug toe. Dat is begrijpelijk, maar zo verander je nooit iets.'

Bousakla haalde haar diploma, ging bij de bank werken en werd politiek actief. Intussen ziet ze haar familie weer. Na een stroef begin hebben ze haar nu geaccepteerd. Haar zus studeert en woont alleen. ,,Dankzij mij!', zegt Bousakla. In Antwerpen is ze sinds twee jaar wethouder van Openbare Verlichting, Straatbeeld en de Burgerlijke Stand.

Ze weet dat ze soms het verwijt krijgt dat ze het alleen maar over zichzelf heeft. ,,Ik moet mijn verhaal blijven vertellen, tot vervelens toe misschien. Want de staat had mijn zus echt niet zover gekregen. In geen 25 jaar. Het lukte alleen omdat mijn familie zag dat ik goed terecht was gekomen. Als ik langskom maar niet blijf eten of logeren, heel on-Marokkaans, zegt mijn moeder soms: `Zelfs de postbode komt nog binnen voor een kop koffie'. Maar mijn vader verklaart trots: `Mimount heeft een vergadering'. Zelfs mijn jongere broer zit nu op de universiteit. Vroeger dachten mijn ouders als zoveel andere Marokkanen: beroepsonderwijs is goed genoeg. Wist u dat meer dan de helft van de allochtone jongeren daarom beroepsonderwijs volgt? Terwijl sommigen echt meer kunnen.'

Neerkijken

Bousakla is de eerste allochtoon die huwelijken sluit in Antwerpen. Als ze vermoedt dat er meisjes worden uitgehuwelijkt, weigert ze. Ze vindt dat het strafbaar moet worden dat meisjes niet mogen studeren of dat ze gedwongen trouwen. Daarmee haalt ze zich vaak de toorn van Marokkanen op de hals. Echt bedreigd is ze nog niet, misschien omdat ze er – anders dan Ayaan Hirsi Ali niet steeds de islam bijhaalt om haar argumenten te staven. Maar het blijft, ook voor haar, roeien tegen de stroom in. ,,Als ik nu nee zeg tegen zo'n huwelijksvoltrekking, heb ík het gedaan. Ik vind dat de wet het moet doen, zodat Marokkanen echt begrijpen dat dit niet langer kan. In België hebben velen de mond vol van dit soort praktijken, maar niemand doet iets om het te voorkomen. Er is zelfs geen opvang voor dit soort meisjes.' Wel bestaan er allerlei cursussen voor vrouwen in België. Bijna alles wat met integratie te maken heeft, zegt Bousakla, is gericht op vrouwen. Maar daarmee bereikt de overheid de mannen niet, terwijl juist zij de besluiten vellen over de rest van de familie. Jongens van negen, tien jaar worden al als mannen beschouwd. Ze zijn niemand verantwoording schuldig, en doen maar wat met hun leven. Als ze willen doorleren, worden ze vaak ontmoedigd door vrienden die zelfs met een diploma geen baan vinden. Geen wonder dat velen in de criminaliteit terechtkomen. ,,Families besteden te veel aandacht aan de meisjes die op het rechte pad moeten blijven. Ik zou willen dat ze de meisjes eens wat vrijer lieten en beter op de jongens gingen letten.'

Als Bousakla in Marokko is, valt haar altijd op hoezeer Marokkanen neerkijken op mensen zoals zij: kinderen van gastarbeiders. Velen laten in hun dorp van herkomst `paleisjes' bouwen met hun Europese geld. Die rijkdom maakt indruk (om maar te zwijgen van de grote, gehuurde BMW's waarmee ze in de vakanties hun Belgische success story in hun geboorteland uitdragen), maar de mentaliteit van deze migranten niet. ,,Marokkanen in Marokko zijn veel beter opgeleid dan in België. Ze zijn ook liberaler. In Marokko is het gewoon geworden dat vrouwen werken, studeren, in de politiek gaan. Geen wonder dat allochtone meisjes liever met iemand uit Marokko trouwen dan met een Marokkaanse Belg. Vader is tevreden, want zijn schoonzoon is toch een Marokkaan. Ook de dochter is blij: een echte Marokkaan laat hen vrijer. Daar komen minder ruzies van.' Voor een poosje, althans. Want de nieuwe Snel-Belgwet maakt dat een man die met zo'n Marokkaans-Belgische vrouw trouwt, snel Belg wordt en na drie jaar zijn directe familie mag laten overkomen, de ouders meestal. Die ouders kunnen op hún beurt na drie jaar de andere kinderen laten overkomen. Een nicht van Bousakla trouwde met een Marokkaan, en nu staat hij op het punt om zijn ouders naar België te halen. Zij wil niet, want haar schoonouders trekken bij haar en haar man in, en dan is het gedaan met haar (relatieve) vrijheid. Maar haar protesten helpen niet: haar man heeft wettelijk het recht om dat te doen. Bousakla zucht. ,,Dat betekent dat zij harder moet werken om in het onderhoud van de hele familie te voorzien. Het betekent ook dat die ouders, zodra ze op zichzelf wonen, naar de sociale dienst stappen voor een uitkering. Dat betekent dat het huis over een paar jaar wéér voller wordt, als meer familieleden overkomen. En dát betekent weer voer voor het Vlaams Blok. Die wet moet zo snel mogelijk worden afgeschaft. Je bent de een nog niet aan het inburgeren of er zijn alweer tien anderen gearriveerd.'

Autochtone politici in Vlaanderen beginnen, net als in Nederland, toe te geven dat de integratie is mislukt. Allochtonen hebben het zelf allang vastgesteld. Te lang hebben de politici de problemen onder het kleed geveegd, vindt Bousakla, al was het maar om het extreem-rechtse Vlaams Blok niet in de kaart te spelen. En haar eigen partij, de Socialistische Partij-Anders, die al veel stemmen aan het Blok verloor, liep daarbij voorop.

In Antwerpen, waar het Blok eenderde van de stemmen haalde bij de vorige verkiezingen, deden ook allochtonenverenigingen aan deze radiostilte mee. Mocht het Blok immers nóg meer stemmen trekken, dan zou de leider van die partij, Filip Dewinter, wel eens burgemeester kunnen worden. Maar er zijn meer redenen waarom de verenigingen hun mond houden. Ze willen de vuile was niet buiten hangen. En ze zijn bang dat ze hun subsidies verliezen. ,,Als die verenigingen bijvoorbeeld zeggen dat scholen tegen alle regels in allochtonen weigeren, dan doen ze daarmee een aanval op de Vlaamse minister van Onderwijs. Iedereen weet dat. Maar zij is lid van de liberale regeringspartij. Die partij is in staat om te zeggen: kritiek komt ons niet uit, we schrappen de subsidie.' Volgens Bousakla moeten die verenigingen zo snel mogelijk worden afgeschaft, want ze helpen nu een gevaarlijke illusie in stand te houden, de illusie dat er geen discriminatie is in België.

Bousakla kent de integratiesector door en door. ,,De waarheid moet maar eens naar buiten komen. Allochtonen bellen mij nú nog, in oktober, omdat ze nog geen school voor hun kind hebben gevonden. Scholen zeggen gewoon: `We zitten vol'. Autochtonen overkomt dat niet. En mensen bij de tewerkstelling zeggen: `We begeleiden meest allochtonen'. Maar wie vinden er een baan? Die paar autochtone Belgen die er tussen zitten. Werkgevers hebben liever geen allochtonen. Het is lastig om ze van discriminatie te beschuldigen. Maar sta dan niet verwonderd te kijken dat er zoveel jongeren werkloos op straat hangen. Voor mij zijn een Marokkaanse tasjesdief en een Belgische werkgever die geen Marokkanen in dienst neemt allebei criminelen. Beiden moeten worden gestraft.'

Bousakla heeft geen goed woord over voor Dyab Abu Jahjah, de leider van de Arabisch-Europese Liga. De Libanees Abu Jahjah heeft het laatste jaar vaak de pers gehaald, omdat hij Antwerpse allochtonen in de moskee voorhoudt dat ze in België net zo onderdrukt zijn als de Palestijnen in de bezette gebieden. Hij organiseerde een paar protestdemonstraties voor de Palestijnen, waarvan er een uitliep op een kleine veldslag met de politie. Aanvankelijk liepen veel jongeren met deze Libanees weg. Hij gaf hun frustraties een stem, maar het animo wordt minder. ,,Geen wonder', zegt Bousakla. ,,Abu Jahjah discrimineert. Hij komt op voor de Arabieren. Maar over de Berbers, 80 procent van de Marokkanen in België, zegt hij vervelende dingen. Bijvoorbeeld dat alle criminelen Berbers zijn, en geen Arabieren. Bovendien houdt hij ons voor dat we allemaal slachtoffers zijn. De meeste allochtonen willen zichzelf niet in die hoek drukken.'

Bousakla heeft altijd geweigerd in die demonstraties mee te lopen. Dat kwam haar eerst op razende reacties van de allochtonenverenigingen te staan. Allochtonen moeten de rijen sluiten, vonden zij. Nu haakt de ene na de andere vereniging zelf af. Ouders van wie de kinderen door de politie werden opgepakt omdat ze in Abu Jahjah's demonstraties hadden meegelopen zeggen: ,,Het komt door hém dat mijn zoon is gearresteerd.' Abu Jahjah zegt dat hij een allochtone partij wil oprichten, misschien zelfs in Nederland. Velen geven hem geen schijn van kans. Het is eerder geprobeerd, maar elke poging strandde op de verdeeldheid in de allochtone gemeenschap. ,,Mocht hij het doen', zegt Bousakla, ,,dan eis ik een cordon sanitair tegen die partij. Net zoals we die tegen het Vlaams Blok hebben. Ik wil met geen enkele extremist samenwerken. Mensen opruien en stenen gooien dat is voor mij geen emancipatie.'


TROUW 15.11.2002 Korangeleerde Abu Zayd docent Humanisme en islam

UTRECHT (ANP) - De Egyptische korangeleerde Abu Zayd is aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht benoemd tot bijzonder hoogleraar humanisme en islam. Deze leerstoel is vernoemd naar de grote islamitische geleerde Ibn Rushd (1126-1198), beter bekend als Averroës.

Abu Zayd (59) week in 1995 naar Nederland uit nadat een gerechtshof in Egypte had geoordeeld dat hij van zijn vrouw moest scheiden omdat een moslimvrouw niet met een afvallige getrouwd mag zijn. Wegens zijn onorthodoxe ideeën was hij als ketter bestempeld. Sindsdien doceert hij aan de Universiteit Leiden.

In juni kreeg hij de onderscheiding voor godsdienstvrijheid van het Roosevelt Study Centre, een van de zogenoemde Four Freedoms Awards. In dezelfde maand kwam zijn autobiografie 'Mijn leven met de islam' uit.

De Ibn Rushdleerstoel is gevestigd vanwege de Stichting Socrates, met steun van de humanistische ontwikkelingsorganisatie Hivos. Ibn Rushd kwam in de twaalfde eeuw op voor gelijkwaardige verbindingen tussen rationeel denken en religiositeit.


15 november 2002

Naar 'hervormd' katholiek onderwijs?

De Nederlandse bisschoppen geloven dat het katholiek onderwijs zich op termijn zal herstellen. Zij vertrouwen erop dat de groeiende belangstelling voor 'spiritualiteit' en 'inspiratie' de wal is die het schip zal doen keren. Vandaar de idealistische toon van de jongste bisschoppelijke onderwijsnota. Maar is daarbij nog sprake van realisme?

Mr. L.A. Struik

De langverwachte nota van de bisschoppenconferentie Bezield en zelfbewust wil "nieuwe dynamiek en een gedeelde visie" in het katholiek onderwijs. Het is geen bisschoppelijke brief zoals in 1999 was aangekondigd. Volgens kardinaal dr. A.J. Simonis zou uit de consultatie (1996-1999) zijn gebleken, dat scholen een brief als een 'keurslijf' beschouwen Zij wilden geen 'directieven' maar 'inspiratie': de nota is een "aanzet tot die inspiratie".

Weerbarstig
Is die conclusie terecht? De uitkomsten van dat scholenonderzoek zijn in de nota niet geëvalueerd. Dat is een fors gemis, want die verantwoording zou een scherper licht op de weerbarstige werkelijkheid binnen het katholiek onderwijs hebben geworpen. Maar misschien kwam dat niet goed uit. Want het document wil dat "doemdenken, cynisme, en concurrentie" plaatsmaken voor een "bezielde en zelfbewuste intentie waarin spiritualiteit, gemeenschapszin en cohesie" voelbaar zijn.


De Kerk berust er willens en wetens in dat een onderwijsinstelling nog jaren het predikaat 'katholiek' onterecht blijft voeren.

Het vele werk aan de nota besteed, roept respect op. Maar het leitmotiv van de 'intentie' kleurt de gehele inhoud van het stuk en verkleurt daarmee de werkelijkheid. De bisschoppen hebben een bijna illusionair geloof in het katholiek onderwijs. Maar dat bestaat zo vrijwel niet meer. Achter het 'katholieke gezicht' van veel scholen strekt zich een levensbeschouwelijk veelstromenland uit. In die delta leeft geen samenhangende rooms-katholieke conceptie meer. Dat weten de bisschoppen, zoals blijkt uit passages over de band tussen katholieken en de Kerk.

Illustratie: M. van der Bij

Wanneer nog katholiek?
Zij wisten dit langer. In 1989 schreven de bisschoppelijk gedelegeerden: "Komt er ooit een moment waarop het katholiek onderwijs zegt: dit is niet meer toelaatbaar, nu is de grens bereikt?" In 1994 openbaarde de Dijsselburgconferentie de doorgewoekerde pluriformiteit in de scholen. In 1996 toonde de kardinaal zich zeer bezorgd over de "heel sterke veralgemeniseringstendens" in het katholiek onderwijs. In 1998 was het ad-liminarapport aan de paus in dezelfde mate verontrust. In 2000 concludeerde de Commissie Aerden dat er vrijwel geen herkenbaar "functioneel religiebegrip" in katholieke scholen meer te vinden was. Enquêtes van lerarenorganisaties in 2001 onthulden een vérgaande vervaging tussen openbaar en bijzonder onderwijs. En de reacties op de webstek van Trouw in november 2002 zijn even veelbetekenend.

Camouflage
De nota camoufleert dit verval met verheven beschouwingen, hoopvolle verwachtingen en nobele voornemens maar hanteert betwistbare uitgangspunten.

De voor katholieke scholen onmisbaar geachte "fundamentele waarden", zoals Gods Openbaring en de verbondenheid met de Kerk (III 3.2.2.) zouden bij een naar inhoud samenhangend katholiek onderwijs didactisch goed vertaalbaar zijn. Maar dat onderwijs is sterk "veralgemeniseerd". De verwachting die het episcopaat hierover van schoolleiding, personeel en schoolbestuur koestert, is op zijn zachtst gezegd een vorm van wishfull thinking.


De nota camoufleert dit verval met verheven beschouwingen, hoopvolle verwachtingen en nobele voornemens maar hanteert betwistbare uitgangspunten.

De verwachting (II. 4) "dat het katholiek onderwijs in de vervulling van zijn pedagogische en educatieve taak een bijdrage levert aan de zending van de Kerk in deze wereld" is even wankel. De pluriformiteit in de kring van besturen , docenten en ouders, die de nota zelf ook aangeeft, maakt die bijdrage dubieus.

Verantwoordelijkheid
Het document steunt op de vooronderstelling dat bij het 'katholieke' van de identiteit Kerk en school elkanders "partners' zijn, ieder met eigen verantwoordelijkheid. Die onjuiste veronderstelling leeft ook in het Activiteitenprogramma 2002-2005. Bisschoppen zijn echter de eerstverantwoordelijken voor "de missionaire en pastorale zending" van de Kerk via de katholieke school. Die eerste verantwoordelijkheid kunnen zij niet met anderen delen. Wel kunnen zij besturen en docenten mandateren hen bij de uitvoering van die zending te helpen. De nadruk in de nota op het "partnership" wekt de indruk van een voorwendsel voor de kerkelijke leiding: om de opdracht die de eerste verantwoordelijkheid meebrengt te ontwijken en op andere schouders te laden.

Nooit opgeven
In het op het Kerkelijk Wetboek (1983) gebouwde Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs (1987), is dat "partnership" niet te vinden. Dat zegt dat katholiek onderwijs "iedere vorm van onderwijs is, die door of namens het bevoegd kerkelijk gezag wordt bestuurd of als zodanig is erkend." Er zijn dus kerkelijke of, zoals in Nederland, door de Kerk erkende scholen. Scholen zonder een bisschoppelijke erkenning zijn dus geen 'katholieke' scholen! Wat nu te doen als de bisschoppelijke erkenning en de katholieke identiteit van een school "van elkaar losgeraakt zijn"? (IV 2.2.) Dan, aldus de bisschoppen, "streven wij naar herstel van de band tussen beiden". In Kruispunt zei kardinaal Simonis dat hij in zo'n situatie een termijn van vijf jaren (!) voor overleg met zo'n school wil aanhouden of (zoals het 'activiteitenprogramma' meldt) dan "in dialoog" de kwestie wil bespreken. De Kerk en haar in Nederland hoogste ambtsdrager berust er dus willens en wetens in dat een onderwijsinstelling nog jaren het predikaat 'katholiek' onterecht blijft voeren, misschien hopend dat die dat predikaat zelf zal prijsgeven. De woordvoerder van het Vereniging van Besturenorganisaties van Katholieke Onderwijsinstellingen verwachtte niet dat zulks zal gebeuren!

Waarom?
Menigeen vraagt zich af wat er toch achter die episcopale vlucht uit de werkelijkheid zit. Is het nog een 'trauma' uit de tijd van de polarisatie? Is het vrees om voor 'conservatief' te worden aangezien? Wil men de gevestigde orde van de onderwijsorganisaties niet voor het hoofd stoten? Is het alibi in Rome te zoeken?


Katholieke scholen gedragen zich als eigen bazen en het 'hoofdkantoor' durft geen algemene "directieven" te geven.

Wat zou er gebeuren als de bedrijfsleiders van de filialen van Albert Heyn de richtlijnen van het hoofdkantoor niet meer zouden volgen? Het antwoord laat zich raden. De vergelijking gaat mank: katholieke scholen gedragen zich als eigen bazen en het 'hoofdkantoor' durft geen algemene "directieven" te geven.

Toch kunnen er individuele scholen zijn die zich vandaag (en niet na 2005) vrijwillig voor hun katholieke identiteit ten opzichte van hun diocesane bisschop willen verantwoorden en daarvoor een kerkelijke licentie willen ontvangen. Als één zo'n school in elk diocees kan worden gevonden ontstaat een daadwerkelijk begin van een 'hervormd' katholiek onderwijs.


Hoe denken schooldirecteuren en ouders erover?

Abs. : absoluut aantal
Po: primair onderwijs
Vo: voortgezet onderwijs


Schooldirecteuren
Ouders
(medezeggenschapsraad)
 

Abs. % Po 
(%)
Vo 
(%)

Abs. % Po 
(%)
Vo 
(%)
 
Is de katholieke grondslag uitgewerkt in de doelstelling van de school?
 
1. nee, alleen in de statuten 32 13 6 21
2. ja, in het kort 13 5 2 10
3. ja beleids-/schoolwerkplan 195 81 92 69
 
Speelt katholieke achtergrond een rol bij benoeming docenten?
 
1. niet of nauwelijks 70 29 14 46
2. enige mate 106 44 45 43
3. sterke mate 64 27 40 11
 
In hoeverre speelt katholieke grondslag rol bij pedagogische taak van de school?
 
1. sterke rol 99 41 51 31
23 21 27 12
2. enige rol 127 53 48 58
65 61 58 66
3. geen rol 14 6 1 11
13 12 12 12
4. weet niet/zegt niet - - - -
6 6 3 10
 
In hoeverre speelt katholieke grondslag rol bij discussie over normen en waarden?
 
1. sterke rol 140 32 67 49
63 59 58 61
2. enige rol 93 39 33 46
31 29 29 29
3. geen rol 7 3 1 5
10 9 11 7
4. weet niet/zegt niet - - - -
3 3 3 2
 
Hoe waarderen docenten/ouders de vormgeving van de katholieke identiteit in dagelijkse praktijk?
 
1. men wil sterkere profilering 5 2 3 1
14 13 20 2
2. huidige vormgeving is goed 183 76 78 75
79 74 77 68
3. men wil minder profilering 13 5 3 8
3 3 2 5
4. er is verschil van mening over 29 12 11 13
- - - -
5. overig 10 4 5 3
11 10 2 25
 
Hoe heeft de school de katholieke identiteit de laatste vijf jaar ontwikkeld?
 
1. wordt minder 58 24 22 26
31 29 26 34
2. gelijk gebleven 107 45 47 42
57 53 56 49
3. neemt (weer) toe 70 29 29 30
13 12 15 7
4. overig 5 2 2 2
6 6 3 10
 
In hoeverre wordt de identiteit van de school bedreigd door desinteresse ouders?
 
1. geen bedreiging 84 35 32 39
27 25 27 22
2. enige bedreiging 72 30 31 29
41 38 36 41
3. grote bedreiging 82 34 37 31
36 34 35 32
4. weet niet/zegt niet 2 1 0 2
3 3 2 5
 
In hoeverre wordt de identiteit van de school bedreigd door desinteresse docenten?
 
1. geen bedreiging 89 37 42 32
43 40 47 29
2. enige bedreiging 92 38 40 37
39 36 29 49
3. grote bedreiging 56 24 18 30
21 20 21 17
4. weet niet/zegt niet 2 1 0 2
4 4 3 5
 
In hoeverre wordt de identiteit van de school bedreigd door optreden van de Kerk?
 
1. geen bedreiging 111 46 50 42
51 48 52 41
2. enige bedreiging 77 32 33 32
29 27 27 27
3. grote bedreiging 51 21 17 25
18 17 14 22
4. weet niet/zegt niet - - - -
9 8 8 10
 
In hoeverre wordt de identiteit van de school bedreigd door ontkerkelijking in het algemeen?
 
1. geen bedreiging 58 24 21 27
30 28 32 22
2. enige bedreiging 71 30 34 25
35 33 38 24
3. grote bedreiging 106 44 43 46
39 36 30 46
4. weet niet/zegt niet - - - -
3 3 0 7
 
Vindt u het gewenst dat uw school in de toekomst katholiek blijft?
 
1. ja 195 81 90 71
65 61 71 44
2. nee 37 15 9 23
12 11 5 22
3. maakt niet uit - - - -
29 27 24 32
4. weet niet/zegt niet 8 3 1 6
1 1 0 2
 
Is er godsdienstles op school?
 
1. ja 226 94 98 90
2. nee 14 6 2 1
3. weet niet/zegt niet 0 0 0 0
 
Wordt daarin expliciet aandacht besteed aan katholieke levensbeschouwing?
 
1. ja 190 84 85 83
2. nee 36 16 15 17
3. weet niet/zegt niet 0 0 0 0

Bron: Rapport van de consultatiecommissie 'Katholiek onderwijs 2000plus'


Wat verwachten schooldirecteuren en ouders van een bisschoppelijk schrijven?

Po: primair onderwijs
Vo: voortgezet onderwijs



Schooldirecteuren
Ouders
(medezeggenschapsraad)
 


Po 
(%)
Vo 
(%)

Po 
(%)
Vo 
(%)
 
1. Bemoediging 13 14
0 0
2. Inspiratie 13 10
5 0
3. aandacht voor de organisatie van het kath. Onderwijs 6 2
5 2
4. richtlijnen voor het kath. Onderwijs 6 5
14 5
5. ruimte voor verscheidenheid 8 11
6 5
6. aandacht voor het gemeenschappelijke kath. Scholen 2 4
6 5
7. anders 22 27
9 10
8. niets 34 25
30 32
9. weet niet/zegt niet 13 14
38 46
10. totaal ondervraagden in absolute getallen 126 114
66 41

Bron: Rapport van de consultatiecommissie 'Katholiek onderwijs 2000plus'


© 2002 Katholiek Nieuwsblad
Niets van deze uitgave mag opnieuw worden uitgegeven in welke vorm dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever


zaterdag 16 november 2002


Dialogue interreligieux: Mgr Celata nommé secrétaire
CITE DU VATICAN, Vendredi 15 novembre 2002 (ZENIT.org) - Mgr Pier Luigi Celata a été nommé hier par Jean-Paul II secrétaire du conseil pontifical pour le Dialogue interreligieux, poste vacant depuis la nomination de Mgr Michael Fitzgerald comme président de ce dicastère. Mgr Celata était jusqu'ici nonce apostolique en Belgique et au Luxembourg.
ZF02111502

Kerk is leeg, maar trottoirs liggen vol - 15/11/2002 . Hele groepen vluchtelingen slapen in Calais in gietende regen




Het Nieuwsblad vandaag
 
Kerk is leeg, maar trottoirs liggen vol - 15/11/2002

Hele groepen vluchtelingen slapen in Calais in gietende regen

De vluchtelingen in de kerk Saint Pierre-Saint Paul van Calais hadden gedreigd met verzet en met collectieve zelfmoord. Maar toen de Franse politie woensdagochtend om 5 uur massaal binnenviel, hadden de bezetters geen tijd en ook geen fut meer voor enige weerstand. Een halfuur later zaten ze allemaal met een lege blik op een bus richting politiekantoor. ,,Proper opgelost'', klinkt het bij de Franse autoriteiten. Maar hoe moet het met de tientallen vluchtelingen die hun zoveelste nacht op het trottoir doorbrachten?


Het leven in de kerk was de voorbije dagen geen pretje. Het enige toilet was al snel stuk. Er was maar één wasbakje voor zo'n honderd Iraakse en Afghaanse bezetters. De dekens en kartonnen matrassen zagen er elke dag wat vuiler uit. Bovendien was de sfeer er letterlijk verzuurd door een gebrek aan verluchting.

Maar de bezetters hadden een dak boven hun hoofd, het was warm en ze kregen enkele keren per dag soep en brood. Daar kunnen hun land- en lotgenoten buiten de kerk alleen maar van dromen.

Veel buitenslapers waren er zaterdag bij toen vrijwilligers de kerk openden voor de ronddolende vluchtelingen. Maar ze hadden pech. Toen de overheid maandagavond vond dat die opvang lang genoeg had geduurd en de toegang blokkeerde met een indrukwekkende politiemacht, waren ze net even buiten. Terug naar binnen mocht niet. Weggaan en hun vrienden binnen uit het oog verliezen, wilden ze niet. Dus bleven ze maar op het trottoir ,,wonen''.


Warmte zoeken bij elkaar
Een van de vrijwilligers uit Calais legt woensdagnacht de vluchtelingen nog maar eens uit dat ze beter asiel zouden aanvragen in Frankrijk. ,,In Engeland zijn jullie toch niet welkom'', herhaalt hij keer op keer. Maar zijn betoog verzandt in een Babylonische spraakverwarring. Bovendien komt het gesprek steeds weer uit bij hetzelfde droombeeld: ,,In Engeland is het goed.''

Rond middernacht wikkelen de buitenslapers zich in de weinige dekens die ze hebben. De gelukkigen hebben nog een slaapzak tegen de kou en de regen. De anderen zoeken warmte bij elkaar.

Donderdagmorgen vroeg valt de politie in alle stilte binnen in de kerk. De slapende bezetters zijn verrast, van het aangekondigde verzet komt niets in huis. Ze krijgen enkele minuten om hun spullen bijeen te rapen. Door een indrukwekkend politiekordon stappen ze een voor een naar buiten.

Hun landgenoten stromen rillend en hoestend samen bij de ingang. Ze kunnen niets anders dan toekijken hoe de politie de bezetters in bussen laadt en afvoert naar verschillende politiekantoren. Daar wordt hun geval individueel bekeken en krijgen ze de kans asiel aan te vragen.


Elke dag vijftig man bij
,,Ik had liever een andere oplossing gezien, maar ik ben blij dat de ontruiming correct en zonder geweld is verlopen'', verklaart priester Jean-Pierre Boutoille. Wat verderop vertelt de politiechef dat hij tevreden is over de actie.

Alleen een groepje vrijwilligers bekommert zich om de tientallen achterblijvers. ,,Om twee uur 's middags is er soep bij het gemeentehuis'', proberen ze uit te leggen.

De trottoirbewoners begrijpen er niets van. Ze zien wel in dat het geen zin heeft nog langer bij de kerk te blijven. De ene na de andere pakt zijn deken en vertrekt, op zoek naar een andere manier om in Engeland te raken. Ze zijn niet alleen.

Vluchtelingenorganisaties schatten dat er elke dag zo'n vijftig nieuwe vluchtelingen aankomen in de buurt van Calais.




door Steven DE BOCK

Kerk en Leven, woensdag 13 november 2002

ARMOEDE ERKENNEN
ATD Vierde Wereld helpt laven

Naar oudervergaderingen in de school van mijn kinderen ga ik niet meer.
Ik voel me daar buiten gekeken. Aan het woord is S., een 37-jarige Vlaamse moeder die in armoede leeft. Haar verhaal is, zelfs in onze samenleving van welstand en overvloed, één uit letterlijk duizenden. Wat echter telkens weer opvalt: mensen in armoede zijn ook het slachtoffer van uitsluiting. Extreme uitsluiting. Gelukkig zijn er ook die de dorst naar gerechtigheid helpen laven.

armoede kl024615
ATD Vierde Wereld wil dat wij mensen in armoede (h)erkennen als onze gelijken en zij bijdragen aan de samenleving. Vandaar de inzet van Volksuniversiteiten en, zoals hier in Rijsel, van reizende Volksbibliotheken.

Omdat mensen in armoede leven, wordt hen ook op andere vlakken onrecht aangedaan. Ze zijn de mindere, ze zijn afhankelijk, worden van de ene instantie naar de andere doorverwezen, hebben vaak geen toegang tot hun rechten. Dat zijn het recht hun eigen kinderen op te voeden, het recht op álle vormen van onderwijs. Ze leveren soms onnoemlijke inspanningen om zichzelf en hun gezin staande te houden. Haast zonder riemen trachten ze stroomopwaarts te roeien. Omdat ze dorsten naar gerechtigheid.

De beweging ATD Vierde Wereld, in 1957 ontstaan in een Parijse krottenwijk onder impuls van père Joseph Wresinski en nu wereldwijd vertakt in meer dan 25 landen, trekt in een gezamenlijk ‘front’ met de armen ten strijde. Hun doel: armoede uitroeien en respect afdwingen voor de fundamentele rechten van mensen in armoede.

„De belangrijkste vorm van gerechtigheid voor mensen in armoede is dat hun medemensen hen erkennen en herkennen als fundamenteel gelijkwaardig”, weet Bert Luyts uit ervaring. Bert is medewerker van ATD Vierde Wereld in Brussel. Samen met Marianne de Laat engageerde hij zich reeds als student in de vierdewereldbeweging. Die strijd boeide hen zo dat beiden, inmiddels gehuwd, al meer dan tien jaar meevechten.

„Doorgaans verbindt men armoede met een tekort aan geld en spulletjes”, aldus Bert Luyts. „Mensen in armoede zelf getuigen dat het veel erger is dat niemand hen ziet staan, dat ze niet nodig zijn. Mensen in armoede vragen dus méér dan medelijden en hulp. Ze willen erkend worden als gelijkwaardig.”
Een erkenning die wel hard gemaakt moet worden, onderstreept Bert Luyts. „Net zoals liefde is ook deze vorm van gerechtigheid een werkwoord. Concreet betekent dit voortdurend contact zoeken met mensen in armoede, wat echter wel inhoudt dat je gelegenheden moet scheppen waarin dat contact zinvol is voor beide groepen. Want alleen zo komt de begeerde gelijkwaardigheid daadwerkelijk tot uiting.”

Dat betracht ATD Vierde Wereld onder meer met de maandelijkse bijeenkomsten van haar zogeheten Volksuniversiteit. Armen en niet-armen ontmoeten elkaar, niet alleen om miserie te delen, maar ook om van gedachten te wisselen over armoede en de samenleving. „Mensen in armoede denken immers na over hun situatie”, zegt Bert Luyts. „Ze beschikken over een welbepaalde kennis, aangezien ze de samenleving van onderuit (moeten) bekijken. En die visie kunnen ze kwijt op de Volksuniversiteit. Anderen luisteren en kunnen reageren.”

Heel belangrijk, weet Marianne de Laat. „Iedereen heeft de behoefte nuttig te zijn voor anderen. Bij ATD Vierde Wereld zijn we er vast van overtuigd dat iedereen, ook al zit je diep in de miserie, iets kan betekenen voor een ander.” Zo vertelt Marianne dat ze ooit een vrouw ontmoette wier twee kinderen geplaatst waren en die algemeen voor gek werd versleten.

Ettelijke keren ging Marianne de Laat de vrouw opzoeken om haar uit te nodigen naar de Volksuniversiteit, maar ze weigerde steevast. „Ik heb niets te zeggen”, beweerde ze. „En ik weet niet wat zeggen. Ze hebben me nog nooit naar mijn mening gevraagd.” Na een jaar kwam de vrouw toch eens een kijkje nemen. Na twee jaar durfde ze de microfoon te grijpen.

Marianne de Laat: „In de Volksuniversiteit voelen mensen in armoede dat ze belangrijk zijn in de strijd tegen armoede en uitsluiting. Dat wij hun kennis echt nodig hebben. Zo krijgen ze opnieuw waardigheid. Maar het is een lang proces.”

Het is niet alleen belangrijk naar de mensen in armoede te stappen. Ook de samenleving moet weten dat in haar schoot mensen in armoede leven. Marianne de Laat: „Daarom komen wij elk jaar op 17 oktober, de Werelddag van Verzet tegen Extreme Armoede, samen om hulde te brengen aan de slachtoffers van de armoede, maar evenzeer om aandacht en respect te vragen voor de rechten van de mensen in armoede.”

Het mag echter niet blijven bij het (h)erkennen van de gelijkwaardigheid. Een en ander moet natuurlijk ook in wetten gegoten. „Een wetgeving die dan wel moet vertrekken van een gezond fundament van gelijkwaardigheid”, besluit Bert Luyts.

Ilse Van Halst

ATD Vierde Wereld, Victor Jacobslaan 12, 1040 Brussel, & 02/647.92.25, e-mail atd-vw.belgie@skynet.be. 


Tertio nr.143 6 november 2002 Armen nemen lot in eigen handen

Koenraad De Wolf
Terwijl de vrijwilligers van 11.11.11 dezer dagen bij u aanbellen voor steun aan het Zuiden, wordt ook in sommige officiële organisaties duchtig gedebatteerd of ontwikkelingssamenwerking al dan niet anders moet worden aangepakt.
De Haïtiaanse econoom Bony Jean Baptiste pleit alvast voor het bevorderen van de zuid-zuidsamenwerking (zie blz. 8). Kurt Petit van het United Nations Capital Development Fund (UNCDF) belicht de voordelen van een gedecentraliseerd beleid.

Een hefboom creëren voor een duurzame ontwikkeling van de armste Afrikaanse landen. Dat beoogt het United Nations Capital Development Fund (UNCDF) via een gedecentraliseerd beleid. Kurt Petit begeleidt de toepassing van die nieuwe visie in Niger. Hij pleit voor een fundamentele heroriëntering van de
ontwikkelingssamenwerking: ,,De inwoners van de derde wereld hebben het recht zelf te kiezen hoe ze hun leefwereld vorm willen geven.’’
Het UNCDF werkt alleen in de minst ontwikkelde - lees: de armste - landen van de wereld. Dit fonds van de Verenigde Naties (VN) gooide in 1999 het roer om. Het zette een punt achter zijn politiek van steun aan infrastructuurwerken, microfinanciering en multisectorale projecten. De aandacht gaat nu vooral naar het decentraliseringsproces van de macht.
De dertigjarige Petit studeerde politieke en sociale wetenschappen en ontwikkelingssamenwerking aan de Universiteit Gent. Hij ruilde in november 2001 zijn vaste baan bij de Directie-Generaal Internationale Samenwerking - het vroegere Algemeen Bestuur van de Ontwikkelingssamenwerking (Abos) - voor een modelproject van het UNCDF in de West-Afrikaanse republiek Niger.

De nieuwe VN-visie houdt in dat de bevolking van de ontwikkelingslanden zelf de beslissingen neemt. Kunt u dat verduidelijken?
,,Het nieuwe beleid van het UNCDF doet de plaatselijke bewoners het heft in eigen handen nemen. Zij beslissen voortaan autonoom over de investeringen en de besteding van hun budget. Niemand kent immers hun leefwereld en hun behoeften beter dan zij. Door de bevolking met vertrouwen en respect tegemoet te treden en ze verantwoordelijkheid te geven, willen de VN in de gemeenten een nieuwe dynamiek op gang brengen. Die visie wordt al in de praktijk gebracht in de Afrikaanse landen Mali, Senegal, Benin en Niger.’’

Wat is het verschil met vroeger?
,,Niger kende traditioneel een gecentraliseerde aanpak. De opeenvolgende militaire regimes die het land sinds de onafhankelijkheid bestuurden, namen ook de beslissingen op het gemeentelijke niveau.
President Mamadou Tandja, die in 1999 werd verkozen, plaatste de decentralisering bovenaan op de politieke agenda. Daarvoor behandelt het parlement nu een aantal wetswijzigingen. Die effenen het pad om volgend jaar in 264 gemeenten verkiezingen te houden en een bestuurlijke aanpak - geschoeid op de nieuwe leest - ingang te doen vinden.’’

In twee regio’s lopen al modelprojecten. Kunt u die situeren?
,,Aan het Nigerese experiment, dat loopt van 2000 tot 2005, nemen acht gemeenten deel van het vruchtbare en dichtbevolkte departement Mayahi, alsook vier gemeenten van het departement N’Guigmi aan de grens met Tsjaad. Daar liggen de kaarten een stuk moeilijker. De 76.000 inwoners, hoofdzakelijk nomaden, behoren tot vier verschillende etnische volkeren met elk een eigen taal. Bovendien zijn de gemeenten er zeer uitgestrekt. De gemeente N’Gourti, bijvoorbeeld, heeft tweeënhalve keer de oppervlakte van België.’’

U helpt bij de invoering van een strak organisatiemodel.
,,Wij zetten van hoog tot laag een hiërarchische structuur op poten die logisch, transparant en coherent in elkaar steekt.

Lees verder, blz. 8-9.

Mattheuseffect verliest vader


Benoit Lannoo
‘Toen ik van 1981 tot 1988 minister van Sociale Zaken was, was Herman Deleeck mijn belangrijkste raadgever,’ zegt oud-premier Jean-Luc Dehaene (CD&V) naar aanleiding van het overlijden van deze expert in de sociale zekerheid.
Herman Deleeck, decennialang de referentie van al wie in Vlaanderen in de weer was met de sociale zekerheid, is vorige week op 74-jarige leeftijd overleden. Tal van academici en politici verliezen zo hun leermeester, want Deleeck telde als professor in Antwerpen, Leiden en Leuven en als stichtend directeur van het Antwerpse Centrum voor Sociaal Beleid (CSB) onder zijn assistenten onder meer oud-CVP-senator en huidig CSB-directeur Bea Cantillon, SP.A-voorzitter Patrick Janssens en Vlaams Welzijnsminister Mieke Vogels (Agalev).
Ook Jean-Luc Dehaene (CD&V) is zijn beroepsloopbaan onder Deleecks vleugels begonnen en volgde die in 1965 op aan het hoofd van de studiedienst van de christelijke werknemerskoepel ACW. ,,Van dan af ben ik altijd met Deleeck in contact gebleven,’’ vertelt hij, ,,want zijn analyses waren baanbrekend. Eind jaren zestig en begin jaren zeventig, toen in ons socialezekerheidsstelsel nog expansie mogelijk was, gaf Deleeck telkens nauwgezet aan in welke sectoren er tekorten waren.’’
Bovendien legde de Antwerpse academicus her en der vicieuze mechanismen in de sociale zekerheid bloot. Het beroemdste ervan is het ‘mattheuseffect’: sociale voorzieningen blijken vooral ten goede te komen aan wie ze eigenlijk net niet nodig heeft, en bereiken niet altijd wie echt niet zonder kan. Zo kun je bijvoorbeeld van het studiebeurzenstelsel bezwaarlijk beweren dat het de doorstroming van arbeiderskinderen naar de universiteit heeft gerealiseerd.
De Vlaamse christen-democraten coöpteerden Deleeck tot tweemaal toe in de senaat, om van daaruit het sociale beleid van de crisisregeringen onder Wilfried Martens op de voet te volgen. En het was senator Deleeck die op het idee kwam van de koninklijke commissie voor de hervorming van de sociale zekerheid, waarin academici, politici en sociale partners tussen 1981 en 1985 - onder leiding van de latere Leuvense rector Roger Dillemans - het hele stelsel in kaart brachten. ,,Zo hielp Deleeck ons te vermijden dat de saneringspolitiek van de jaren tachtig afbreuk deed aan onze sociale zekerheid,’’ getuigt Dehaene.
Vanuit het CSB ontwikkelde Deleeck ook criteria om armoede te meten. Ze liggen niet alleen aan de basis van het jaarlijkse Jaarboek Armoede in ons land. ,,Minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (SP.A) wist net te bereiken dat de Europese commissie voortaan dezelfde criteria hanteert om de armoede in andere Europese lidstaten te meten,’’ aldus Dehaene. Een eerste en noodzakelijke stap naar een heus Europees sociaal beleid.

dinsdag 12 november 2002.

KerkNET - LEIDEN (ANP) - Joden, christenen en moslims moeten werken aan een 'gezamenlijk Godsgeloof' dat de weg kan effenen naar samen bidden tot de ene God waarin zij allen geloven. De drie godsdiensten moeten ook hun interne struikelblokken op die weg samen bespreken.
Ook betwiste christelijke dogma's als de goddelijke afkomst van Jezus moeten daarbij op de helling. Dat zei de rk-theoloog prof. dr. A. Houtepen maandag tijdens de twaalfde Leidse Lezing, een jaarlijkse theologische lezingen- en discussiebijeenkomst.
,,God is geen eenkennig God die er alleen voor een bepaalde godsdienst (het christendom of de islam) zou zijn of alleen daar in waarheid aanbeden zou kunnen worden'', stelde de hoogleraar oecumenica aan de Universiteit Utrecht. Er is volgens hem geen theologische reden om aan te nemen dat de God van Mozes een andere is dan die van Jezus of van Mohammed.
Gezamenlijk gebed
Het gesprek tussen joden, christenen en moslims moet volgens Houtepen vooral gaan over wie God is. ,,Dat christenen weigeren in te stemmen met gezamenlijk gebed tot God, de ene, genadevolle en barmhartige, is wel de eerste en voornaamste ergernis die ons bij de conversatie parten speelt'', zei hij. ,,Het bestaan van synagogen, kerken en moskeeën, ieder met zijn eigen oproep tot gebed, is een religieuze onregelmatigheid van de eerste orde.''
Een gezamenlijk beleden geloof in God is volgens Houtepen van groot belang in een samenleving waarin bepaalde waarden door de teloorgang van de godsdienst verloren dreigen te gaan.
Geactualiseerd om 15.25 uur

31 oktober - 11 november 2002 Boekenbeurs te Antwerpen

Het religieuze of levensbeschouwelijke boek (zie uitgeverijen  (U) of overzicht letter ?) o.a.
Anselm GRÜN, (G)
Ulricht LIBBRECHT, (L)
Peter SCHMIDT,  In de handen van mensen, (S)
Rik TORFS, (T)



 

 


350 personnes du monde entier ont participé à Castelgandolfo (Rome), du 1er au 3 novembre 2002 à la 5e rencontre de dialogue islamo-chrétien organisée par le mouvement des Focolari.

Fraternité en actes
Dès le premier jour Chiara Lubich développait le thème de l’année, « l’amour du prochain », repris par l’Imam Abdelaziz Kerzabi d’Algérie « dans la tradition musulmane » ; les jours suivants, le Pr Amer Al-Afi, de Jordanie, reprenait ce même thème sous l’angle de « l’ascèse » et le Pr Nawaz K. Marwat, du Pakistan, intervenait sur « Paix et fraternité ». Des témoignages personnels ou de groupes, et de nombreux échanges ont émaillé ces trois jours de congrès.
Mgr Fitzgerald, nouveau président du Conseil Pontifical pour le Dialogue interreligieux a communiqué à tous ses encouragements : « J’espère que vous continuerez à travailler, à collaborer ensemble dans cette communion. » Et l’on peut dire que ces journées ont vraiment été caractérisées par une communion intense, chaleureuse, vive, colorée, joyeuse.
Répondant aux questions, le dernier matin, Chiara Lubich a présenté l’amour réciproque comme le fondement du dialogue, et le dialogue entre les hommes comme le premier antidote au terrorisme.

Parmi les participants : 85 personnes du groupe des musulmans noirs des États-Unis, des délégations d’Algérie, du Maroc, de Tunisie et des ressortissants de ces pays vivant en Europe, des représentants de Turquie, du Pakistan, d’Inde, des Philippines, d’Indonésie, d’Afrique, etc. Vingt-deux personnes venaient de France – 16 musulmans et 6 chrétiens -, une douzaine de Belgique et du Luxembourg



- http://www.focolari.org/ .


Fin octobre, dans le cadre de la Semaine Monde Uni, le grand rabbin Guigui, le professeur de religion islamique Fathi Sadem et le cardinal Daneels ont dialogué avec 150 jeunes de Belgique.

Au cours de cette table ronde, les jeunes ont pu poser toutes les questions qu’ils souhaitaient aux différents intervenants : leurs interrogations portant sur l’intégrisme religieux (ou laïc !), les préjugés, le pardon, la paix... Les conclusions de ces échanges ? Ce n’est pas grave de penser différemment, l’important est de s’ouvrir à l’autre, d’apprendre à le connaître, à l’aimer, à dialoguer, à agir ensemble dans le respect de l’identité de l’autre. Les grandes notions de paix, fraternité, solidarité ont été largement illustrées au cours des échanges.

Quelques flashs
« Au lieu de vouloir assimiler l’autre, donnons-lui sa place car la différence crée l’enrichissement et la beauté de notre société » (Rabbin Guigui).
« Les différentes religions sont à l’image du soleil : les rayons divergent mais la source est la même » (Fathi Sadem).
« Perdre l’espérance, c’est comme le cœur qui s’arrête de battre » (Cardinal Daneels).





Tekst in TROUW van maandag 21 oktober 2002 Kardinaal tegen islamonderwijs katholieke scholen


BRUSSEL (ANP) - De Belgische kardinaal Danneels verzet zich tegen de invoering van onderricht in de islam op katholieke scholen in Vlaanderen. Daarvoor hadden de Vlaamse groene regeringspartij Agalev en de liberale regiominister van Onderwijs Vanderpoorten vorige week gepleit.
Volgens Danneels zijn kinderen van islamatische origine welkom in het katholiek onderwijs. De scholen moeten volgens de kerkleider echter wel hun eigenheid behouden.
Danneels reageerde pas zondag, na een ontmoeting met diverse religieuze leiders. Minister Vanderpoorten en de Vlaamse groenen vinden islamonderwijs op katholieke scholen een recht dat past binnen de vrijheid van godsdienst en meningsuiting.
In België bestaan geen speciale islamitische basisscholen. Wel zijn er specifieke lesprogramma's voor islamitische kinderen op 22 scholen. Het katholiek onderwijs is voor zijn financiering grotendeels afhankelijk van de Vlaamse regionale overheid.
Trialoog / Domweg gelukkig in de Akbarstraat door Yoram Stein 2002-10-19

De Vrije Universiteit te Amsterdam reikte gisteren een eredoctoraat uit aan Huub Oosterhuis. Maar eerst sprak islamdeskundige Anton Wessels een diesrede uit. Hij droeg deze op aan de burgemeester, Job Cohen, die ook bij de plechtigheid aanwezig was. Over de 'moslim in Mokum', en 'de tranen van Hagar'. ,,Kan Amsterdam een vrijplaats zijn waar joden, christenen en moslims in vrede samenleven?''
Kun je 'domweg gelukkig zijn in de Akbarstraat'? De islamoloog, Anton Wessels, hoopt van wel. Hij eindigde zijn diesrede met het uitspreken van de verwachting dat joden, christenen en moslims, en alle andere Amsterdammers, zich even fijn zullen voelen in de Akbarstraat in de Bos-en Lommerbuurt (waar minder dan tien procent autochtoon is) als dichter J.C. Bloem zich 56 jaar geleden voelde in de Dapperstraat.
Over deze Akbarstraat maakte Felix Rottenberg in september 2000 een documentaire -in januari uitgezonden bij de NPS. Daarin maakten de bewoners geen 'domweg gelukkige' indruk, geplaagd als zij werden door vrij op straat zwervend vuil, en even vrij rondzwervende kleine criminelen. Turken en Marokkanen rondom de Akbarstraat bleken bijna geen Nederlands te spreken. De scholen waren in snel tempo verslechterd, evenals veel andere publieke voorzieningen. Autochtone bewoners waren verbitterd geraakt, of verhuisd naar een betere buurt. Zij klaagden dat nieuwkomers hun best niet deden om te integreren, dat zij weigerden zich de Nederlandse waarden en normen eigen te maken. Maar hoe kan dat ook in een wijk waar bijna iedereen allochtoon is?
,,Amsterdam is niet pas vandaag of gisteren multicultureel geworden'', vertelt Wessels. In de 17de eeuw kwam je ,,bij de Amsterdamse Beurs katholieken en calvinisten tegen, moslims en joden, die er allemaal uit hebzucht naartoe werden getrokken. Maar zij probeerden hun begeerte in de handel te bevredigen, niet op het slagveld.''
Dat sommige fundamentalistische moslims nu het omgekeerde daarvan voorstaan -alleen 'gewelddadigen' zouden 'het moslimse koninkrijk Gods binnengaan'- is, volgens Wessels, een van de onderwerpen die nodig in een 'trialoog' behandeld moeten worden. ,,Evenmin als de christenen, hebben ook de joden het alleenvertoningsrecht op de uitleg van de schriften. Geen werkelijke dialoog in de stad van vandaag is mogelijk zonder een trialoog.'' Ook de dreiging van fundamentalisme zou bezworen kunnen worden als in deze 'trialoog' gevraagd zou worden om de boodschap uit te dragen dat God groot is, in plaats van de eigen godsdienstige 'club'.
De drie godsdiensten beschikken over de gemeenschappelijke waarden en normen die een vreedzaam samenleven in de hoofdstad mogelijk maken, denkt Wessels, want uiteindelijk hebben ,,joden, christenen en moslims, op grond van de profeten van Abraham tot Jezus en Mohammed, een onopgeefbare verbondenheid met allen die strijden voor gerechtigheid, ongeacht ras, volk of godsdienst.''
De nieuwjaarstoespraak van burgemeester Cohen over de multiculturele samenleving van 'na 11 september', wordt door professor Wessels tot leidraad genomen. Cohen zei toen dat zoeken ,,naar wat ons bindt'' de kern van zijn beleid vormt. ,,Ten eerste'' was volgens hem ,,de rol van religie'' belangrijk in de stad. ,,Voor de allochtonen speelt religie vaak een grote rol, een rol die als bindmiddel in de samenleving niet onderschat moet worden.''
De diesrede is niet alleen opgedragen aan Cohen, maar gaat ook precies over die vraag: wat joden, christenen en moslims aan elkaar bindt? Volgens alle drie de religies is dat Abraham, vertelt Wessels, ,,de vader van alle gelovigen.'' De historie van de monotheïstische godsdiensten is dus te lezen als een trieste familiegeschiedenis. 'De tranen van Hagar', het verdriet dat de 'andere vrouw' van Abraham had, nadat zij en haar zoon, Ismaël -de stamvader van de Arabieren- verstoten werden, is volgens Wessels hét symbool van de immigrant.
In zijn overdenking bij de uitvaartdienst voor prins Claus, zei Huub Oosterhuis -die het eredoctoraat ontving wegens zijn grote betekenis voor de oecumenische, liturgische ontmoeting: ,,De vreemdeling is de naaste bij uitstek; jaag hem niet op, jaag haar niet weg. Zij hebben dezelfde rechten als jij.'' Geheel in deze geest, hekelt ook Wessels de boodschap van Fortuyn en de zijnen. In de tiende eeuw liepen de Voltaires al in Syrië rond. Dus: ,,Wie sprak er over het achterlopen van de islamitische cultuur?''
Wessels maakt zich kwaad over de critici van islam en multiculturalisme. Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, krijgt de wind van voren, omdat hij stelde dat de migranten ,,allemaal geen houders van grote culturele kapitalen zijn, hierheen gekomen om hun geestelijke rijkdommen te verspreiden.'' Niet waar, zegt Wessels. ,,De Koran is juist het kapitaal dat moslims naar Nederland meegebracht hebben! Voor het werkelijk leefbaar houden van Amsterdam zal het noodzakelijk zijn dat dat empathie ontwikkeld wordt voor de tranen van Hagar en haar letterlijke of figuurlijke nazaten.''
Zo bleef de Mokumse moslim in zijn verhaal een slachtoffer, waar de autochtone bewoners van de Akbarstraat mededogen voor moeten koesteren. En de allochtone bewoner van die straat? Die zou het hoopvolle relaas helaas niet hebben kunnen verstaan.

Ayaan Hirsi Ali
 
Wetenschapster Ayaan Hirsi Ali, die onderzoek doet naar de emancipatie van islamitische vrouwen, moet onderduiken omdat zij wordt bedreigd vanwege haar vrijgevochten opvatting over de islam.
Hirsi Ali kwam begin jaren negentig als asielzoekster uit Somalië naar Nederland en doet bij de Wiardi Beckmanstichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, onderzoek naar de emancipatie en integratie van islamitische vrouwen in Nederland.
Lees meer hierover in ons dossier.
http://www.trouw.nl/religieenfilosofie/hirsiali/index.html .

16 oktober 2002 De Standaard  EEN SPIRITUALITEIT VAN EB EN VLOED

"Kerkasiel anders", zo heet het jongste initiatief van ,,Kerkwerk Multicultureel Samenleven” (KMS). Samen met de protestantse kerk van België wil het KMS christenen samenbrengen die actief werken aan het onthaal en de opvang van vluchtelingen, asielzoekers, mensen zonder papieren en nieuwe migranten in Vlaanderen en Brussel. Een portret van KMS-bezieler DidierVanderslycke (44): „Mijn spiritualiteit is die van eb en vloed.”

Van onze medewerkster
Gretel Van des Broek

MISSCHIEN heeft mijn werk iets te maken met mijn opvoeding”, zegt Vanderslycke. „Ik was thuis enig kind, net als mijn ouders, en ik ben dus in een zeer geplande en projectmatige levensstijl opgegroeid.  Kankeren over dingen die niet goed gaan, gaat me niet af. Het moet voortdurend kunnen spetteren. En, ìk geloof ook dat dit kan. Elke dag heeft mogelijkheden in zich om veranderingsprocessen in te zetten.”
Dus werd het voor Vanderslycke een leven vol inzet. Hij combineerde zijn studie maatschappelijk werk met een priesteropleiding, liep stages in projecten voor samenlevingsopbouw met allochtonen en kansarme jongeren en werkte als pastor in een ziekenhuis en in een parochie.
In Molenbeek maakte hij een studiewerk rond kerk, migratie en racisme. Daarin besloot hij dat er behoefte was aan een initiatief dat vanuit de kerk die thema’s uitdrukkelijk zou opvolgen. Bij zijn wijding, veertien jaar geleden, vertrouwde de bisschop van Antwerpen hem die taak toe.
Vanderslycke werd halftijds benoemd als oprichter van Kerkwerk Multicultureel Samenleven en kreeg ook een pastorale functie in de Borgerhoutse Drievuldigheidsparochie. Al nam het werken met christenen en moslims het meeste tijd in beslag, van bij de oprichting kreeg het KMS als accent de relatieopbouw tussen verschillende religies mee.
Zo was een workshop tijdens het Antwerps cultuurjaar 1993 de aanleiding voor de oprichting van de Wida, de Werkgroep voor Interreligieuze Dialoog Antwerpen. Ook het bekende kerkasiel uit 1998 had stevige KMS-wortels. Ondertussen heeft de organisatie een nationaal secretariaat in Brussel en regionale diensten in Antwerpen, Brussel, Hasselt, Gent, Mechelen en Roeselare.
Misschien is de kalender Feesten met de Buren het bekendste initiatief. Daarin worden niet alleen de van oorsprong kerkelijke feestdagen toegelicht, maar ook de feestdagen van andere religies. Voorts biedt het KMS een cursus „omgaan met racisme” aan, methodieken om in lokale kerkgemeenschappen te werken rond multicultureel samenleven en verspreidt het jaarlijks 10.000 ramadankaarten waarmee mensen hun moslimburen wensen sturen bij het einde van de ramadan.
Een handleiding kerkbezoek met moslims wordt ook gretig afgenomen door christenen. „Hoe een dialoog met andere religies ook je eigen religie kan verdiepen”, zegt Vanderslycke.
Didier Vanderslycke werkt in het KMS en in een parochie. Daarnaast houdt hij zich bezig met de werkgroep Mensen zonder Papieren. Hij woont in een familiale opvanggemeenschap, met mensen van verschifiende origine en met even diverse kwetsuren.
„Mijn spiritualiteit is die van de weg. Of die van eb en vloed. Zelfs wanneer je schitterende dingen uitbouwt, kunnen die door een vloedgolf overspoeld worden en verdwijnen. Je kunt dan zeggen: ik verlaat het strand, ik schrijf nooit nog in het zand. Maar je kunt zeggen: straks is het weer een paar uur eb, en ik ga het dan anders aanpakken. Zo blijf ik overeind. Ik weet dat al mijn werk contextueel is. Wat op een bepaald ogenblik niet lukt, lukt misschien later wel.”
Maar waarom stapt iemand die zo in het leven wil staan ook in het priesterschap? Voor deze bezige bij is de waarom-vraag van die stap niet zo belangrijk. „De vraag is, waarom ik erin blijf. En dat heeft voor mij alles te maken met een combinatie die mij gelukkig maakt. Ik ben bezig met spiritualiteitsontwikkeling én met mensenrechten. En dat voedt elkaar.”
„In mijn lokale kerkgemeenschap voel ik de uitdaging om mijn werk in de ngo-sfeer naar hen te vertalen, en anderzijds leer ik van hun bedenkingen. Ik zie hun onwennigheid met nieuwe culturen en zoek naar wegen om daarmee om te gaan. Eigenlijk zoek ik in mijn bezigheden naar een evenwicht tussen de progressieve en de. traditionele kerk. Tussen twee bewegingen instaan, dat is wel iets voor mij. Kruispunten creëren, daar heb ik deugd van.”
nele solidariteit bereik je meer.”
Eén van de concrete verwezenlijkingen is bijvoorbeeld een doordachte methode om te reageren op racistische boodschappen. „Ook wie zulke uitspraken doet, moet met respect benaderd worden. Enkel door te praten kun je op het spoor komen wat het echte gemis van die persoon is, en kun je duidelijk maken dat hij het racistische model niet nodig heeft om te zeggen wat hij echt voelt. Dat patroon is aangeleerd, zoals sommige hun vrouwen uitkafferen omdat ze dat nu eenmaal anderen ook hebben zien doen. Zolang er ruimte is voor gesprek, is dat de beste en meest evangelische manier om met anderen om te gaan.

Nationaal secreatriaat KMS, Huidevettersstraat 165, 1000 Brussel. Tel.: 02/502 11 28. Email: kms@broederlijkdelen.be

De startontmoeting van Kerkasiel.anders vindt plaats op 16 november van 9.30 tot 13 uur in de Lindenpoort in Mechelen.
IPB moet vrijplaats
voor ideeën over
de kerk blijven"








BRUSSEL— Hubert Schepers (61) volgt Trees Dehaene op als voorzitter van het Interdiocesaan Pastoraal Beraad (JPB). De oud-leraar Frans wil dat het IPB de plaats blijft waar in alle openheid over alle thema’s die de kerk aanbelangen, gesproken wordt.

Het IPB werd dertig jaar geleden — als gevolg van Vaticanum II —opgericht. Het moest de plaats worden waar de gelovige leek de dialoog met de bisschoppen kon aangaan. Sinds 1995 stond Trees Dehaene (zuster van) aan het hoofd van het overlegorgaan. Haar tweede mandaat als voorzitster liep vorig weekeinde ten einde. De IPB-leden kozen Hubert Schepers als haar opvolger.
Schepers is gehuwd en vader van drie kinderen. Hij heeft een carrière achter de rug als leraar Frans. De laatste tien jaar van zijn leraarsloopbaan was hij actief als pedagogisch begeleider voor de schoolpastoraal in het secundair onderwijs. Ook nu nog werkt hij daar, op vrijwillige basis, aan mee. Schepers was van bij het begin betrokken bij het IPB. Hij wil dat het IPB een vrijplaats blijft voor de uitwisseling van ideeën over de kerk. „Als voorzitter wil ik daarvoor de nodige ruimte creëren. Maar ik wil ook steven naar een eenheid in de diversiteit. van visies.”
,,Het IPB moet meehelpen om de kerk weer aansluiting te doen vinden met onze moderne maatschappij. Welke rol kan de kerk spelen in het maatschappelijk debat, zonder belerend te worden? Dat is een kernvraag. Volgens mij kan ze dat vooral doen door te kiezen voor de armen, voor de vluchtelingen, voor de jongeren.” Schepers geeft toe dat die boodschap vertroebeld wordt door enkele voorbijgestreefde standpunten. „Daarom moeten we vertrekken vanuit het leven van de mensen en tonen dat de kerk hen tegemoet wil komen.”

HUBERT SCHEPERS VOLGT TREES DEHAENE OP ALS VOORZITTER

De rol van de vrouw in de kerk is een van de hete hangijzers. Een van de thema’s van het voorbije IPB-congres was de wijding van gehuwde mannen. „Daarbij is ook de wijding van vrouwen ter sprake gekomen. Dat is zeker een van onze bekommernissen.” Toch blijft hij ook voorzichtig. Een radicaal 'ja’ aan de wijding van vrouwen tot diakens, spreekt hij niet uit. ,,Het is immers een ingewikkelde problematiek die een diepgaand antwoord vereist.”    (domi)

Conferentie van Europese Kerken - Raad van Europese Bisschoppenconferenties - Charta Oecumenica: Handvest voor groeiende samenwerking van de kerken in Europa

“Ere zij de Vader en de Zoon en de heilige Geest”

In de geest van de boodschap van de beide Europese Oecumenische Assemblees in Basel 1989 en in Graz 1997 zijn wij als Conferentie van Europese Kerken en als Raad van Europese Bisschoppenconferenties* vastbesloten de gemeenschap die tussen ons is gegroeid te bewaren en verder te ontwikkelen. Wij danken onze Drie-ene God dat Hij ons door zijn heilige Geest leidt op de weg naar een zich steeds verdiepende gemeenschap.

Veel verschillende vormen van oecumenische samenwerking hebben reeds hun waarde bewezen. Trouw aan het gebed van Christus: “Dat ze allen één mogen zijn. Zoals u, Vader, in Mij bent en Ik in U, zo moeten zij in Ons zijn, zodat de wereld kan geloven dat U Mij hebt gezonden” (Joh 17,21), mogen wij echter niet bij het tot nu toe bereikte stil blijven staan. In het besef van onze schuld en tot omkeer bereid, moeten wij ons inspannen om de onder ons nog aanwezige verdeeldheid te overwinnen, zodat wij samen de boodschap van het Evangelie onder de volkeren geloofwaardig verkondigen.

In het samen luisteren naar Gods Woord in de heilige Schrift en uitgedaagd tot het belijden van ons gemeenschappelijk geloof, alsook in het gemeenschappelijk handelen in overeenstemming met de waarheid die we erkennen, willen wij getuigenis afleggen van de liefde en hoop voor alle mensen.

Op ons Europese continent tussen Atlantische Oceaan en Oeral, tussen Noordkaap en Middellandse Zee, dat sterker dan ooit gekenmerkt wordt door een pluralistische cultuur, willen wij met het Evangelie opkomen voor de waardigheid van de menselijke persoon als beeld van God en als kerken gezamenlijk een bijdrage leveren aan de verzoening van volkeren en culturen.

Vanuit deze overtuiging nemen wij dit Handvest aan als gemeenschappelijke verplichting tot dialoog en samenwerking. Hierin worden fundamentele oecumenische taken beschreven en wordt van daar uit een reeks van richtlijnen en verplichtingen afgeleid. Het is de bedoeling dat deze Charta op alle niveaus van het kerkelijk leven een oecumenische cultuur van dialoog en samenwerking bevordert en daarvoor een bindende norm stelt. De Charta heeft echter geen leerstellige status of kerkjuridisch karakter. Het bindend karakter bestaat veel-eer in de verplichting die de Europese kerken en oecumenische organisaties zichzelf opleggen. Uitgaande van deze basistekst kunnen zij voor hun gebied eigen toevoegingen en gemeenschappelijke perspectieven formuleren die betrekking hebben op hun specifieke uitdagingen en de daaruit voortvloeiende verplichtingen.



I    Wij geloven in de “ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk”

“(Wees) vol ijver om de eenheid van de Geest te behouden door de band van de vrede: één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop, waarvoor Gods roeping borg staat. Eén Heer, één geloof, één doop. Eén God en Vader van allen, die is boven allen, met allen en in allen” (Ef 4,3-6).


1.    Samen geroepen tot eenheid in geloof

Met het Evangelie van Jezus Christus, volgens het getuigenis in de heilige Schrift en zoals het tot uitdrukking komt in de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel (381), geloven wij in de Drie-ene God: de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Omdat wij met dit credo “de ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk” belijden, is het onze onopgeefbare oecumenische taak, deze eenheid, die altijd een gave van God is, zichtbaar te laten worden.

Essentiële verschillen in geloof verhinderen nu nog de zichtbare eenheid. Er zijn verschillende opvattingen, vooral over de Kerk en haar eenheid, over de sacramenten en de ambten. Wij mogen ons daarbij niet neerleggen. Jezus Christus heeft ons aan het kruis zijn liefde en het geheim van de verzoening geopenbaard; in navolging van Hem willen wij al het mogelijke doen om de nog bestaande kerkscheidende problemen en belemmeringen te overwinnen.

Wij verplichten onszelf ertoe:
–    gevolg te geven aan de apostolische aansporing uit de brief aan de Efeziërs en ons met volharding voor een gemeenschappelijk verstaan van de heilsboodschap van Christus in het Evangelie in te zetten;
–    in de kracht van de heilige Geest toe te werken naar de zichtbaar eenheid van de Kerk van Jezus Christus, die tot uitdrukking komt in de wederzijds erkende doop en in de eucharistische gemeenschap alsook in gemeenschappelijke getuigenis en dienst.



II    Op weg naar een zichtbare gemeenschap van de kerken in Europa

“Daaraan zal iedereen kunnen zien dat jullie leerlingen van Mij zijn: als jullie onder elkaar de liefde bewaren” (Joh 13,35).


2.    Samen het Evangelie verkondigen

De belangrijkste taak van de kerken in Europa is om samen het Evangelie te verkondigen, door woord en daad, tot heil van alle mensen. Het gebrek aan oriëntatie van velen, de vervreemding van christelijke waarden, maar ook het veelvuldige zoeken naar antwoorden op zingevingsvragen dagen christenen, mannen zowel als vrouwen, uit om van hun geloof te getuigen. Daarvoor is een groter engagement en uitwisseling van ervaringen in catechese en pastoraat nodig in de plaatselijke gemeenten en parochies. Net zo belangrijk is het, dat het gehele volk van God gezamenlijk het Evangelie in de samenleving vertolkt en het door sociale inzet en het dragen van politieke verantwoordelijkheid tot zijn recht laat komen.

Wij verplichten onszelf ertoe:
–    met de andere kerken over onze initiatieven voor evangelisatie te spreken, daarover afspraken te maken en zo nadelige concurrentie en ook het gevaar van nieuwe verdeeldheid te vermijden;
–    te erkennen, dat ieder mens zijn godsdienstige en kerkelijke binding in vrijheid van geweten kan kiezen. Niemand mag onder morele druk of door materiële prikkels ertoe worden aangezet om tot een ander kerkgenootschap over te gaan. Evenmin mag iemand worden gehinderd om uit vrije wil over te gaan tot een ander kerkgenootschap.


3.    Elkaar tegemoet gaan

In de geest van het Evangelie moeten wij samen de geschiedenis van de christelijke kerken verwerken. Deze geschiedenis is gekenmerkt door veel goede ervaringen, maar ook door scheuringen, vijandigheid en zelfs door gewapende conflicten. Menselijke schuld, gebrek aan liefde en veelvuldig misbruik van geloof en kerk voor politieke doeleinden hebben de geloofwaardigheid van het christelijke getuigenis ernstig beschadigd.

Oecumene begint daarom voor christenen met de vernieuwing van het hart en de bereidheid tot boete en omkeer. In de oecumenische beweging is verzoening reeds groeiende.

Het is belangrijk de geestelijke gaven van de verschillende christelijke tradities te erkennen, van elkaar te leren en deze gaven te ontvangen. Voor de verdere groei van de oecumene is het noodzakelijk rekening te houden met de ervaringen en verwachtingen van jongeren en hun participatie te stimuleren en te ondersteunen.

Wij verplichten onszelf ertoe:
–    zelfgenoegzaamheid te overwinnen en vooroordelen uit de weg te ruimen, de ontmoeting met de ander te zoeken en er voor elkaar te zijn;
–    oecumenische openheid en samenwerking in de christelijke opvoeding, in de theologische opleiding evenals in het wetenschappelijk onderzoek te stimuleren en te ondersteunen.


4.    Samen handelen

In vele vormen van gemeenschappelijke activiteiten krijgt de oecumene reeds gestalte. Veel christenen uit verschillende kerken leven en werken samen, als vrienden en vriendinnen, als buren, op het werk en in hun gezinnen en families. Vooral partners in kerkelijk-gemengde huwelijken verdienen steun bij de door hen dagelijks geleefde oecumene.

Wij bevelen de oprichting en instandhouding aan van bi- en multilaterale oecumenische samenwerkingsverbanden op plaatselijk, regionaal, landelijk en internationaal niveau. Op Europees niveau is het nodig om de samenwerking tussen de Conferentie van Europese Kerken en de Raad van Europese Bisschoppenconferenties te versterken en volgende Europese Oecumenische Assemblees te organiseren.

Bij conflicten tussen de kerken moeten inspanningen tot bemiddeling en vrede geïnitieerd c.q. ondersteund worden.

Wij verplichten onszelf ertoe:
–    op alle niveaus van het kerkelijk leven gezamenlijk te handelen indien de voorwaarden aanwezig zijn en er geen redenen van geloof of grotere doelmatigheid daartegen spreken;
–    de rechten van minderheden te verdedigen en te helpen misverstanden en vooroordelen tussen meerderheids- en minderheidskerken in onze landen weg te nemen.


5.    Samen bidden

De oecumene leeft van ons gezamenlijk luisteren naar Gods Woord en de werking van de heilige Geest in ons en door ons. Krachtens de daaruit ontvangen genade zijn er nu veel initiatieven om door gebed en vieringen de geestelijke gemeenschap tussen de kerken te verdiepen en voor de zichtbare eenheid van de Kerk van Christus te bidden. Een bijzonder pijnlijk teken van de verscheurdheid tussen veel christelijke kerken is het ontbreken van de eucharistische gemeenschap.

In enkele kerken heeft men bedenkingen tegen het gemeenschappelijke oecumenische gebed. Maar op veel plaatsen zijn het de oecumenische vieringen, gemeenschappelijke liederen en gebeden, vooral het Onze Vader, die onze christelijke spiritualiteit vorm geven.

Wij verplichten onszelf ertoe:
–    voor elkaar en voor de christelijke eenheid te bidden;
–    de vieringen en de andere vormen van geestelijk leven van andere kerken te leren kennen en waarderen;
–    het doel van de eucharistische gemeenschap voor ogen te houden.


6.    Voortzetting van de dialoog

Tegenover onze verschillende theologische en ethische posities is het van fundamentele betekenis dat wij in Christus bij elkaar horen. Hoewel we onze verscheidenheid kunnen zien als gave en verrijking, hebben toch tegenstellingen in de leer, in ethische vraagstukken en kerkrechtelijke bepalingen tot kerkscheuringen geleid. Vaak speelden daarbij bijzondere historische omstandig-heden en cultuurverschillen een beslissende rol.

Om de oecumenische gemeenschap te verdiepen moeten de inspanningen voor het bereiken van een consensus in het geloof hoe dan ook worden voortgezet. Zonder eenheid in geloof is er geen volledige gemeenschap van kerken. Er is geen alternatief voor dialoog.

Wij verplichten onszelf ertoe:
–    de dialoog tussen onze kerken op de verschillende kerkelijke niveaus gewetensvol en intensief voort te zetten, alsook te onderzoeken welke uitkomsten van de dialoog officieel door de kerken bindend verklaard kunnen en moeten worden;
–    bij controversen, vooral als bij geloofsvragen en ethische kwesties het gevaar van een splitsing dreigt, het gesprek te zoeken en ons in het licht van het Evangelie samen over deze vragen te buigen.



III Onze gezamenlijke verantwoordelijkheid in Europa

“Gelukkig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden” (Mt 5,9).


7.    Mede vormgeven aan Europa

In de loop der eeuwen heeft vooral het christendom de godsdienstige en culturele ontwikkeling van Europa bepaald. Tegelijk is door het falen van de christenen veel onheil aangericht, zowel binnen als buiten Europa. Wij belijden mede verantwoordelijk te zijn voor deze schuld en vragen God en de mensen om vergeving.

Ons geloof helpt ons om van het verleden te leren en om ons er voor in te zetten het christelijk geloof en de naastenliefde een bron van hoop te laten zijn voor moraal en ethiek, voor onderwijs en cultuur, voor politiek en economie in Europa en in de hele wereld.

De kerken steunen de eenwording van Europa. Zonder gemeenschappelijke waarden is het niet mogelijk om een duurzame eenheid te bereiken. Wij zijn ervan overtuigd dat het spirituele erfgoed van het christendom een inspirerende kracht voor Europa vormt. Op grond van ons christelijk geloof zetten wij ons in voor een humaan en sociaal Europa, waar de rechten van de mens en de grondwaarden van vrede, gerechtigheid, vrijheid, tolerantie, participatie en solidariteit verwezenlijkt worden. Wij leggen de nadruk op de eerbied voor het leven, de waarde van huwelijk en gezin, de voorkeursoptie voor de armen, de bereidheid tot vergeving en in alles barmhartigheid.

Als kerken en als internationale gemeenschappen moeten wij het gevaar het hoofd bieden dat zich Europa tot een geïntegreerd Westen en een gedesintegreerd Oosten ontwikkelt. Ook moet rekening worden gehouden met de economische kloof tussen Noord en Zuid. Tegelijkertijd moet elk eurocentrisme worden vermeden en de verantwoordelijkheid van Europa voor de hele mensheid worden versterkt, in het bijzonder voor de armen overal in de wereld.

Wij verplichten onszelf ertoe:
–    tot overeenstemming te komen over inhoud en doel van onze sociale verantwoordelijkheid, en de zorgen en visioenen van de kerken zoveel mogelijk gezamenlijk kenbaar te maken aan de seculiere Europese instellingen;
–    de grondwaarden tegen iedere schending te verdedigen;
–    in te gaan tegen elke poging om godsdienst of kerk voor etnische of nationalistische doelen te misbruiken.


8.    Volkeren en culturen verzoenen

Wij zien de verscheidenheid van regionale, nationale, culturele en religieuze tradities als rijkdom van Europa. Gezien de talrijke conflicten is het de taak van de kerken om met elkaar de dienst van verzoening ook voor volkeren en culturen waar te nemen. Wij weten dat daarvoor vrede tussen de kerken een belangrijke voorwaarde is.

Onze gezamenlijke inspanningen zijn gericht op de beoordeling en oplossing van politieke en sociale vragen in de geest van het Evangelie. Omdat voor ons ieder mens zijn of haar persoon en waardigheid daaraan ontleent dat hij of zij als beeld van God is geschapen, staan wij in voor de absolute gelijkwaardigheid van alle mensen.
Als kerken willen wij gezamenlijk het proces van democratisering in Europa stimuleren en ondersteunen. Wij zetten ons in voor structuren van vrede die gebaseerd zijn op geweldloze conflictoplossing. Wij veroordelen elke vorm van geweld tegen mensen, vooral tegen vrouwen en kinderen.

Verzoening betekent ook de inzet voor sociale gerechtigheid in en tussen alle volkeren, en vooral de overbrugging van de kloof tussen arm en rijk en de uitbanning van de werkloosheid. Samen willen wij bijdragen aan menswaardige opvang van migranten, vluchtelingen en asielzoekers in Europa.

Wij verplichten onszelf ertoe:
–    elke vorm van nationalisme te bestrijden die tot onderdrukking van andere volkeren en nationale minderheden leidt en ons in te zetten voor geweldloze oplossingen;
–    de positie en gelijkberechtiging van vrouwen op alle levensterreinen te versterken en in kerk en samenleving een rechtvaardige gemeenschap van vrouwen en mannen te bevorderen.


9.    De schepping behoeden

In het geloof in de liefde van God de Schepper erkennen wij dankbaar de schepping als gave, de waarde en schoonheid van de natuur. Maar we zien ook met ontzetting dat de goederen van de aarde zonder respect voor hun intrinsieke waarde, zonder rekening te houden met hun eindigheid en zonder respect voor het welzijn van toekomstige generaties worden uitgebuit.

Wij willen ons gezamenlijk inzetten voor duurzame manieren van leven voor de gehele schepping. Het is onze verantwoordelijkheid tegenover God om gezamenlijk criteria op te stellen en verder te ontwikkelen, voor wat de mens wetenschappelijk en technologisch misschien wel kán doen, maar om ethische redenen niet mág doen. In elk geval moet de unieke waarde van ieder mens voorrang hebben boven wat technisch haalbaar is.

Wij bevelen aan in de Europese kerken een oecumenische dag van gebed voor de heelheid van de schepping in te stellen.

Wij verplichten onszelf ertoe:
–    een manier van leven verder te ontwikkelen die, tegen economische druk en consumptiedwang in, uitgaat van verantwoordelijkheid en duurzaamheid;
–    de kerkelijke milieuorganisaties en oecumenische netwerken bij hun verantwoordelijkheid voor het behoeden van de schepping te ondersteunen.


10.    De gemeenschap met het jodendom verdiepen

Een unieke gemeenschap verbindt ons met het volk Israël waarmee God een eeuwig verbond heeft gesloten. In geloof weten wij dat onze joodse zusters en broeders “Gods geliefden blijven, omwille van de aartsvaders. Want God kent geen berouw over zijn genadegaven of zijn roeping” (Rom 11,28-29). Zij hebben “het kindschap, de heerlijkheid, de verbonden, de wetgeving, de eredienst en de beloften; van hen zijn de aartsvaders en uit hen komt Christus lijfelijk voort” (Rom 9,4-5).

Wij betreuren en veroordelen alle uitingsvormen van antisemitisme, zoals uitbarstingen van haat en vervolgingen. We vragen God om vergeving voor het anti-judaïsme onder christenen en vragen onze joodse zusters en broeders om verzoening.

Het is uiterst noodzakelijk om in verkondiging en onderwijs, in leer en leven van onze kerken te werken aan het bewustzijn van de diepe verbondenheid van het christelijk geloof met het jodendom en de joods-christelijke samenwerking te ondersteunen.

Wij verplichten onszelf ertoe:
–    alle vormen van antisemitisme en anti-judaïsme in kerk en samenleving te bestrijden;
–    de dialoog met onze joodse zusters en broeders op alle niveaus te zoeken en te intensiveren.


11.    Relaties met de islam onderhouden

Sinds eeuwen leven er moslims in Europa. Zij vormen in sommige Europese landen grote minderheden. Daarbij waren en zijn er veel goede contacten tussen moslims en christenen, maar ook grote reserves en hardnekkige vooroordelen aan beide kanten. Deze berusten op pijnlijke ervaringen uit het verre en nabije verleden.

Wij willen de ontmoeting tussen christenen en moslims alsook de christelijk-islamitische dialoog op alle niveaus intensiveren. In het bijzonder bevelen wij aan om met elkaar over het geloof in de ene God in gesprek te gaan en wederzijds de opvattingen over mensenrechten te verhelderen.

Wij verplichten onszelf ertoe:
–    moslims met respect tegemoet te treden;
–    in zaken van gemeenschappelijk belang met moslims samen te werken.


12.    Ontmoeting met andere godsdiensten en levensbeschouwingen

De diversiteit van religieuze en levensbeschouwelijke overtuigingen en levenswijzen is een kenmerk geworden van de Europese cultuur. Oosterse religies en nieuwe reli-gieuze gemeenschappen groeien en hebben ook de interesse van veel christenen. Bovendien zijn er steeds meer mensen die het christelijke geloof afwijzen, er onverschillig tegenover staan of andere levensbeschouwingen hebben.

Wij willen ons kritisch laten bevragen en ons gezamenlijk inspannen voor een eerlijke en oprechte discussie. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen gemeenschappen waarmee de dialoog en ontmoeting gezocht zou moeten worden en die waarvoor vanuit christelijk oogpunt gewaarschuwd moet worden.

Wij verplichten onszelf ertoe:
–    de godsdienstvrijheid en de vrijheid van geweten van mensen en gemeenschappen te erkennen en ons ervoor in te zetten dat zij individueel en gezamenlijk, particulier en in het openbaar hun godsdienst of levensbeschouwing binnen de grenzen van het geldende recht mogen praktiseren;
–    open te staan voor het gesprek met alle mensen van goede wil, zaken van gemeenschappelijk belang met hen te behartigen en in de ontmoeting met hen te getuigen van het christelijke geloof.


* * * * * * * * * * *

Jezus Christus is als Heer van de ene Kerk onze grootste hoop op verzoening en vrede.
In zijn Naam willen wij verder gaan op de gezamenlijke weg in Europa. Wij vragen God om bijstand van zijn heilige Geest.
“Moge de God die onze hoop is, u vervullen met alle vreugde en vrede in het geloven,  zodat u overvloeit van hoop, door de kracht van de heilige Geest” (Rom 15,13).

* * * * * * * * * * *
Als voorzitters van de Conferentie van Europese Kerken en van de Raad van Europese Bisschoppenconferenties bevelen wij deze Charta Oecumenica als basistekst aan alle kerken en bisschoppenconferenties van Europa aan, om deze aan te nemen en toe te passen in ieders eigen context.

Met deze aanbeveling ondertekenen wij de Charta Oecumenica bij gelegenheid van de Europese Oecumenische Ontmoeting op de eerste zondag na het gemeenschappelijke Paasfeest in het jaar 2001.

Straatsburg, 22 april 2001

METROPOLIET JÉRÉMIE
voorzitter van de Conferentie van
Europese Kerken (KEK)

KARDINAAL MILOSLAV VLK
voorzitter van de Raad van Europese
Bisschoppenconferenties (CCEE)


Vertaling: L. Nelck-Brinkmann
Eindbewerking: E. Kuyk, D. Gudde


* Tot de Conferentie van Europese Kerken (KEK) behoren de meeste orthodoxe, hervormde/gereformeerde, anglicaanse, vrije kerken en oud-katholieke kerken in Europa. In de Raad van Europese Bisschoppenconferenties (CCEE) zijn de rooms-katholieke bisschoppenconferenties in Europa verenigd.