DAMIAANACTIE (Hasselt)  

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) - STARTPAGINA - AGENDA - OVERZICHT - NIEUW -  TIJDSCHRIFTEN -

JAARTAL - NIEUW - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - Z
allochtonen, armoede, bahá'íbijbeluitleg, bijbel en koran, boeddhisme,  hindoeïsme  , interlevensbeschouwelijke dialoog, islam, jodendom , levensbeschouwing, levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie, racisme, samenleving, , tewerkstelling van allochtonen, vluchtelingen en asielzoekers, vrijzinnigheid , witte scholen, multiculturele scholen en concentratiescholen ,

- Kerk en Leven , Nummer 4 van 22 januari 2003 , bladzijde 12-13 ,
- Damiaanactie te Hasselt, Kerk en Leven, federatiebladzijde, 22 januari 2003
- Op woensdag 23 januari 2002 verschijnt op de federatiebladzijde van Hasselt N-O van Kerk en Leven het artikel "De Damiaanactie in Hasselt", geschreven door Arseen De Kesel + actie in Limburg
- Damiaanactie ,
- Raoul Follereau ,
- dokter Frans Hemerijckx ,
- Damiaanactie in België ,
- De geschiedenis van het theaterstuk ,
- De Standaard, 25 januari 1983. Vlaamse verpleegsters organiseren leprabestrijding - Van onze verslaggever MOM VANDEROSTYNE
- Uit Damiaanaktiekrant (dec. 1983- jan.-febr. 1984) OP STAP MET JOSEPH ROULLING
-  Uit: PEETERS, Rigo, Pater Damiaan, wereldburger, Damiaanaktie, 1989? DE OORLOG VERKLAARD

Kerk en Leven , Nummer 4 van 22 januari 2003 , bladzijde 12-13 :
Het laatste januariweekend is campagneweekend van de Damiaanactie. Bij die gelegenheid brengt Michel Vermeersch het slot van zijn reportage in Congo. Hij onderzoekt hoe de Damiaanactie aldaar lepra en tuberculose bestrijdt.
DAMIAANACTIE TE HASSELT , Kerk en Leven, federatiebladzijde, 22 januari 2003

Je moet het toch maar doen om ieder jaar opnieuw de Damiaanactie voor te bereiden, scholen te bezoeken om errond te werken, leerkrachten te mobiliseren die op hun beurt leerlingen weten te motiveren om enkele uren van hun vrije tijd te spenderen aan de verkoop van stiften , gelegenheidspredikanten op te sporen en van het nodige materiaal te voorzien ,  parochiepriesters eraan te herinneren dat de actie weer in aantocht is en zoveel meer.
Wellicht beseffen we onvoldoende wat er allemaal komt kijken en wat deze vrijwilligers aan tijd en energie wijden aan deze actie.

In Hasselt is een energieke groep hiermee bezig. Karien Coussée samen met haar moeder Helena De Ridder coördineren het geheel. Alice Lynen zorgt voor de actie op de scholen. Frans Bollen en Helena De Ridder zijn verantwoordelijken voor de parochies en Guido Van Meer en Gert Dongleur staan in voor de organisatie van de stiftenverkoop aan de winkels.

de Damiaanactie en de scholen

Via het bezinningscentrum "Godsheide" en de jezuïet Paul Van Looy leerde Alice Lynen de Damiaanactie van Hasselt kennen in de persoon van Maria Reekmans-Zeelmaekers, de organisatrice van de actie te Hasselt. Het enthousiasme en het enorme engagement van deze vrouw sprak haar aan. Op 1 september 1997 stierf Maria Zeelmaekers. Vanaf dan namen Helena De Ridder en haar dochter Karien Coussée de organisatie ervan over . Sinds maart 1998 is Karien Coussée regionale verantwoordelijke. Deze verhuisde in 2000 naar Aarschot maar blijft de coördinatie verzorgen. Karien vroeg in 1999 aan Alice om de schoolwerking op zich te nemen, en dat deed ze. Op mijn vraag waarom ze zich voor de Damiaanactie inzet, antwoordt ze: " Ik wil iets doen voor anderen. O.L.Heer heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat het de Damiaanactie is. Deze niet-gouvernementele organisatie spreekt me aan."

In 1999 contacteerde Alice  telefonisch de 39 basis- en secundaire scholen van Hasselt. In 2001-2002 en nu in 2002-2003 gaat ze ter plaatse. Ze wordt door de directies hartelijk ontvangen. Ze bezorgt iedere school een pakket met campagnemateriaal. Ze stelt vast dat de directies heel wat om hun oren hebben en de actie moeilijk zelf kunnen opzetten. Ze gaat nu op zoek naar contactpersonen in de scholen. Ze koestert de hoop dat het merendeel van de scholen een actie zullen opzetten maar ze begrijpt dat sommige scholen niet intekenen om mee te doen vermits iedere school ook eigen projecten en acties kiest en uitwerkt.

verkoopactie aan belangrijke winkelcentra

Ieder jaar engageren zich een vijftigtal jongeren om aan een zestal belangrijke winkelcentra van Hasselt stiften voor de Damiaanactie te verkopen. Deze jongeren zijn derdejaarsstudenten van het Virga-Jessecollege. In de maand september krijgen de derdejaars, 11 klassen met een totaal van 250 studenten, een eerste bezoek van een animator van de Damiaanactie. Deze stelt de actie voor en probeert de studenten te motiveren om mee te werken. In januari - dit jaar op 17 januari - ontvangen deze studenten een tweede bezoek om hen extra voor de komende actie te motiveren. Deze jonge vrijwilligers spenderen 1 tot 4 uur van hun vrije tijd aan de Damiaanactie.

inleefreis naar Bangladesh

In het parochieblad van 23 januari 2002 vermeldden we dat drie leerlingen, één uit Hasselt, één uit Sint-Truiden en één uit Tongeren, en drie leerkrachten op inleefreis naar Banglasdesh waren. Deze inleefreis was bedoeld om in de respectievelijke scholen een project op te zetten. Op deze wijze wilde men ook de Damiaanactie grotere bekendheid bij de scholen geven. TV-Limburg en Het Belang van Limburg brachten bijdragen waardoor de inleefreis bij een ruim publiek  werd gebracht.
De laatstejaarsstudente (nu universiteitsstudente) Stefanie Demey en leerkracht Fons Cuypers, beide van het Virga-Jessecollege, behoorden tot de deelnemers. Van Fons Cuypers ontvingen we een verslag met indrukken en overdenkingen.

kort verslag door Fons Cuypers, leraar uit het Virga-Jessecollege van Hasselt

" Het nieuwe jaar is anders gestart dan anders.  Samen met Stefanie, een leerlinge uit het zesde jaar S.O. en nog twee leerling-leerkracht-duo's, kreeg ik de kans om met de Damiaanactie op inleefreis naar Bangladesh te gaan.  Doel van de reis was een bezoek te brengen aan lepra- en tuberculosepatiënten en kennis te maken met de actieve bestrijding van deze twee ziekten en de noodzaak van de Damiaanactie in dit land. Ligt de verantwoordelijkheid van deze actie bij de inheemse bevolking?  Wat kan onze daadwerkelijke bijdrage zijn?
In hoeverre kunnen wij ons inleven in deze patiënten, in hun cultuur en levenswijze?  Wat zien we als we patiënten zien?  Wat voelen zij?  Wat voelen wij?  Wat is hun persoonlijke geschiedenis?  Wat zijn de oorzaken, de gevolgen van deze ziekten?

Mij trof vooral de deskundige en structurele aanpak van het  artsenteam. De artsen sensibiliseren en informeren deze meestal ongeletterde mensen via zeer eenvoudige flapover-tekeningen en poppenspel.  Ze brengen de zieken en ziekten in kaart. De verpleging en verzorging gebeuren zeer hygiënisch en de behandeling erg correct.  Eens genezen is er voor deze mensen een aangepast  integratieprogramma voorzien.  Ze worden begeleid om zich terug volwaardig in de maatschappij te integreren.  De betrokkenheid en participatie van deze mensen zijn intens.  

een eerste confrontatie

De eerste confrontatie met het wriemelende verkeer is echt beangstigend.  Onze handige chauffeurs wringen zich doorheen het chaotisch wegverkeer.  Fietsen, kleurrijke riksjas, babytaxi's, bussen van alle formaten met mensen er in en er op, camions met mensen en hier en daar een personenwagen of een jeep lijken wel om het snelst op de juiste bestemming te moeten zijn.  Dit alles is omgeven met een stofferige lucht, de nodige smog van de uitlaatgassen, het oorverdovend lawaai van het getoeter van bellen en claxons. Dit alles heeft een verkeersfunctie.  Hela, opgelet "Ik steek je voorbij".  Wil de ander niet direct opzij, dan toeter je luider en agressiever tot je een doorgang in het verkeer hebt geforceerd. En zo gaat dat maar door  kilometer na kilometer. Onvoorstelbaar, maar waar."

de schoonheid en de veerkracht van het Bengaalse volk

Bangladesh is een fascinerend land.  De mensen zijn er zeer afhankelijk van de natuur. Ze hebben een sterke veerkracht en overlevingsdrang.   Zoals het land steeds weer regelmatig door water wordt overstroomd en zich terugtrekt, zo veren ook de mensen steeds weer overeind uit hun miserie.  Het water is voor hen levensbedreigend en levengevend tegelijk. Denken we maar aan de rijst als het voornaamste voedingsmiddel, aan de visvangst, de garnalen en  de scampi's.
Het volk is nieuwsgierig, vriendelijk en gastvrij.  De Bengalen zijn mooi en puur zoals de natuur.  De kinderen stralen een optimisme uit, een warme en open blik.  Ze wekken aandacht en interesse.  Waar we ook kwamen, ze stonden in dichte drommen rondom ons.   
De mensen zijn als bezige bijen. Van 's morgens tot 's avonds zijn ze bezig.  Ze zijn steeds in de weer en in beweging: te voet, met de riksja's, op de velden.  Ze schrikken niet voor het zware werk.  Ze werken ook vaak heel intensief.  Dit hebben we kunnen merken in een confectiebedrijf, in een steenbakkerij, bij het lossen van schepen,  bij het aanleggen en repareren van wegen, bij het planten van rijst op de velden.  Dit alles gaat gepaard met heel veel handenarbeid.  De machinale bewerking is minimaal, alsof ze iedereen  wat werk in de hand willen geven.

de confrontatie met zieken

Lepra en tuberculoze zijn vreselijke ziekten.  Hoofdoorzaak is de schrijnende armoede, het gebrek aan de meest fundamentele hygiënische voorwaarden om gezond te leven.   Spontaan denk ik dan aan Hasna, een meisje van 18 jaar.   Ze komt uit een gezin van 7 kinderen.   Eén jaar geleden stierf haar driejarig zoontje.   Haar man liet haar in de steek omdat ze tbc had opgelopen.  75 % van haar longen functioneert niet, ze is kortademig en heel depressief.  Haar moeder is nu haar toeverlaat.  De papa van het meisje is riksjarijder. Met het verdiende loon moet hij 9 personen weten te voeden.  Een ondoenbare zaak.  Doorheen dit verhaal wordt duidelijk wat er in deze gezinnen aan de hand is.   Via haar gelaat zie je het gezicht van de armoede, het hongerloon, de afhankelijkheid van de vrouw in dit land, de emotionele en psychische nood, de verstoting wegens ziekte.  Welke toekomst wacht dit meisje?

Of ik denk aan Salahuddin, een jongen van 13 jaar.  Hij is 1,5 jaar leprapatiënt. Hij vertoeft al 5 maanden in het ziekenhuis van de Damiaanactie.  Ook hij komt uit een arme familie.  Zijn vader is tweemaal getrouwd.  Zijn eerste vrouw gaf hem geen kinderen, zijn tweede vrouw twee kinderen. Zijn broer is aan lepra gestorven. Hij heeft een 'dropfoot' ten gevolge van een zenuw die aangetast is. De medische staf werkt nauwgezet om deze jongen een nieuwe toekomst te geven.  Maar er is leven na de ziekte.  Wanneer hij genezen is, zal hij net zoals Taber Üdin en Marjina, beide ex-leprapatiënten, zich terug kunnen integreren in de maatschappij.

het unieke van de Damiaanactie

Vooraf was ik wel eens heel benieuwd wat wij als westerlingen kunnen betekenen voor deze zieken.  En ik was aangenaam verrast. In schril contrast met de staatsziekenhuizen werkt de Damiaanactie in Bangladesh in moeilijke omstandigheden maar zeer efficiënt.  Zij investeert op de eerste plaats in degelijke opgeleide artsen.  De deskundigheid van de inheemse artsen en het verplegend personeel, die weliswaar een deel van hun opleiding in het Westen hebben genoten, heeft mijn vertrouwen in de Damiaanactie flink versterkt. Er zijn zovele postieve aspecten op te sommen : een goede structurele uitbouw, geen nodeloos geld verspillen in gebouwen, een goed teamwork, een degelijk structurele uitbouw tot in de verste hoeken van het platteland, de persoonlijke aanpak, de nauwkeurig bijgehouden fiche van elke patiënt, de diagnosestelling, de opvolging en het motiveren van de patiënten. In de plattelandsdorpen hebben we gezien hoe ongeletterde mensen op een creatieve manier werden gesensibiliseerd en geïnformeerd.  Soms was het doodernstig wanneer dit plaatsvond met lepra- en tbc-patiënten, soms werd er een dorpsfeest aan gekoppeld, zoals bij de Mandi-stam.
Ook de reïntegratieprojecten die we hebben bezocht, zijn zeer efficiënt. Deze mensen waren terug in hun gemeenschap opgenomen en dit is niet zo vanzelfsprekend wanneer het over lepra gaat.

Slot

Terugblikkend op onze inleefreis vind ik deze meer dan geslaagd.  We hebben een nieuwe wereld ontdekt.  De Damiaanslogan 2003 luidt: "Lepra verminkt, tuberculose doodt, Damiaanactie geneest". Als we hierin slagen werkt dit niet alleen voor ons,  maar ook voor de omgeving van de betrokken patiënten aanstekelijk.

Enkele overdenkingen

Als je bedenkt …  Een inleefreis naar Bangladesh grijpt je aan tot in de diepste vezels van je lichaam en van je geest.
Je wordt als het ware besmet door de armoede en de pijn van duizenden melaatsen en tbc patiënten. Een aangrijpende ervaring is de gevoelloze plekken op de huid, de verminkte handen en voeten, maar vooral de mens achter de ziekte, de onzekerheid, de pijn, de angst en veel, heel veel verdriet.
Daarbij komt nog al te dikwijls het stigma dat op hen kleeft waardoor zij zich uitgestoten voelen en gediscrimineerd worden in de samenleving,  omdat deze ziekte besmettelijk is.
Als je nog dieper nadenkt en je weet dat de laatste melaatsen hier in België dateren van 1704 te Diest…De laatste leprozen van Hasselt werden gesignaleerd in 1542.. Lepra is het gevolg van de verschrikkelijke onmenselijke armoede, slechte hygiëne, watervoorziening,
Ook heb ik tijdens de inleefreis de ziel van de Damiaanactie leren kennen. Ik was getroffen door de jonge, dynamische Bengaalse artsen en verplegend personeel, door hun inzet en hun gedrevenheid in de geest van Damiaan.
Niettegenstaande 1,7 miljard lepra- en tbc patiënten op de wereld is er vooruitgang…Deze typische armoedeziekten zijn nog lang niet bedwongen in een land als Bangladesh, maar  ze kunnen genezen worden door een eenvoudige som van  30 E . Dus is solidariteit met een zieke een noodzaak."
Tot zover het verslag van Fons Cuypers ( tel.: 089/36 36 78 ; e-mail : fons.cuypers@skynet.be )

tot slot

De drie Limburgse laatstejaarsstudenten - nu universitairen in Antwerpen, Leuven en Gent - waren aanwezig op de nationale ontmoetingsdag van 16 november 2002. Met hen is een bijeenkomst gepland in maart 2003 om in het universitaire midden een actie op te zetten.

In de Damiaanactie 2003 staat Bangladesh centraal. De dertienjarige Salahuddin, waarover Fons Cuypers sprak in zijn verslag, is het hoofdpersonage in de videofilm die met het oog op de campagne 2003 werd opgenomen.

Het Damiaanactiecomité van Hasselt wil nog vele vrijwilligers betrekken in haar werking. Neem dus contact op met Helena De Ridder, Genkersteenweg 111, 3500 Hasselt. Tel. : 011/23 56 60

Werkten mee bij het tot stand komen van dit artikel : Chris Bussels, Karien Cousée, Fons Cuypers, Arseen De Kesel, Helena De Ridder, Alice Lynen, Guido Van Meer

   Damiaanactie : http://www.fondationdamien.be/nl/index.htm
   Teksten van de eucharistieviering: http://www.4ingen.be/4ing%20volledig/volwassene/Campagnes/Damiaan/2002_Damiaanactie.htm.

  Op woensdag 23 januari 2002 verschijnt op de federatiebladzijde van Hasselt N-O van Kerk en Leven het artikel "De Damiaanactie in Hasselt", geschreven door Arseen De Kesel

Volgend week-end staat in het teken van de Damiaanactie. Je zult er heel wat over vernemen in de media en je kunt ook de website bekijken: http://www.fondationdamien.be/nl/ .

Helena De Ridder en haar dochter Karien Coussee organiseren deze actie voor  Hasselt. Helena woont op de Genkersteenweg. Ze is een vijftiger. Ze heeft twee dochters. Ze  werkt halftijds op de provinciale administratiedienst van de KWB. In januari 1992 wordt ze door mevropuw Maria Reekmans-Zeelmakers gevraagd om mee te werken. Na de dood van Maria in 1996 vraagt men haar verantwoordelijke voor het Hasseltse te worden. Helena werkt dan voltijds en haar dochter Karien is werkloos. Karien helpt haar moeder tot tevredenheid van allen, wat uitmondt in de vraag om op haar beurt verantwoordelijke te worden. Ondertussen woont Karien in Aarschot maar blijft zich engageren voor de werking in Hasselt. Aldus vormen moeder en dochter een tandem en zetten ze zich in voor het goede verloop van de Damiaanactie in Hasselt.

Zaterdag 26 en zondag 27 januari 2002 gaat opnieuw de actie door. Vrijwilligers van verschillende leeftijden spreken je dan aan in de grootwarenhuizen Aldi, Carrefour, Colruyt, Delhaize en Spar of op de grote markt om stiften te kopen of een bijdrage te geven in de collectebus. De Hasseltse kerken brengen in hun viering en preek de Damiaanactie onder de aandacht van hun gelovigen en collecteren voor de projecten. De scholen Virga Jessecollege (zie http://users.pandora.be/virgajes/secollege/  ). KTA1 (zie webpagina: http://users.pandora.be/kta1.hasselt/nieuws/p3.htm ) en het H.Hartinstituut zetten acties op. Voor 2001 ging het om een eindbedrag van 967.381 BEF; 640.838 uit de stiftenverkoop en 326.543 uit de collectes van de parochies.
Bij mijn opmerking dat de Damiaanactie wel een geldactie lijkt te zijn, repliceert Helena: "Met geld worden mensen geholpen: medicamenten, vergoeding aan de dokters".  Ik maak de kritische bemerking: "voor de dure erelonen van de dokters". Ze corrigeert me: "De dokters leven sober en wonen heel bescheiden. Sommigen vangen thuis zieken op en moeten bijbouwen."

Bij een dergelijke actie zijn vele vrijwilligers betrokken. Ze worden aangesproken, geïnformeerd, ingelicht over de aard, de plaats en het uur van hun inzet. Dat vraagt planning en organisatie.
Helena vertelt: "In november gaat in Brussel de startvergadering door. We bekijken o.a. de film of video van de nieuwe actie. Einde november - begin december komen we met het klein Hasselts comité bijeen: de schoolverantwoordelijke Alice Lynen, de parochieverantwoordelijken Frans Bollen en ikzelf, de winkelverantwoordelijken Guido Van Meer en Gert Dongleur. We bereiden de actie voor en zetten de eerste stappen om de nodige vergunningen van de winkelcentra en van de stad om te verkopen te bekomen. Alice bezoekt de 44 scholen van Hasselt en bezorgt elke school een pedagogisch pakket. Rond de nieuwjaarsperiode komt het comité opnieuw bijeen om de eerste resultaten van vergunningen en medewerkers te bekijken en om voorlopige overzichten te maken. Half januari houden we de voorbereidende vergadering voor alle medewerkers. In februari sluiten we af met de dankvergadering en bekijken we wat de actie heeft opgeleverd. In augustus is er de nationale familiedag, het ene jaar in Wallonië, het andere in Vlaanderen. En verder ga ik naar de maandelijkse vergadering van de Stedelijke
Werkgroep voor OntwikkelingsSamenwerking (SWOS) om er de Damiaanactie te vertegenwoordigen."

Bij zoveel belangloze inzet stel ik Helena de vraag waarom ze het doet en hoe ze in deze actie in Hasselt terechtkwam?
Helena vertelt: "Ik vind het normaal dat ik het doe. Ik zou er moeite mee hebben als ik het niet zou doen." Helena is niet zozeer een vrouw van grote woorden, maar van de concrete actie. Achter haar woorden voel je dat vriendschap, bewogenheid door de armoede van mensen in de derde wereld, dankbaarheid omwille van je kunnen en mogen inzetten, haar in beweging houden.

Ik vraag aan Helena naar het ontstaan van de Damiaanactie in Hasselt.
Helena vermeldt Imelda Vanhoudt, die op haar beurt naar haar zus Theresia en haar broer Rom Vanhoudt verwijst, advocaat Jaak Bouveroux, advocaat Luc Beerden, Xavier Spelmans en nog vele anderen. Ik ben benieuwd wie de Damiaanactie in Hasselt heeft opgestart. Bij verschillende telefonische contacten word ik van de ene naar de andere persoon doorverwezen.

De namen Raoul Follereau (1903-1977) en dokter Frans Hemerijckx (1902-1969) vallen. Raoul Follereau was schrijver, journalist, filosoof en advocaat. Hij wordt wel eens de advocaat van de melaatsen genoemd . In 1954 riep hij de werelddag voor de melaatsen in het leven. Dokter Frans Hemerijckx - van wie twee zonen in Hasselt wonen - werkte in Zaïre (1930-1954) en daarna in India met zijn rijdend lepra-hospitaal.  Geïnspireerd door pater Damiaan, advocaat Raoul Follereau en dokter Frans Hemerijckx komt in België in 1954 de Damiaanactie op gang en vanaf 1964 verzorgt ze in ons land de werelddag voor de melaatsen. In Hasselt neemt rechter Marc Vancoppenolle het initiatief om de advocaten van de jonge balie van Hasselt (o.a. advocaat Jaak Bouveroux, die hem later als coördinator van de actie zal opvolgen; advocaat Luc Beerden en vele andere advocaten) aan te spreken. Op de laatste zondag van januari gaan ze in de kerken van Hasselt preken en collecteren. Tot begin van de jaren negentig doen ze het elk jaar opnieuw. In 1992 krijgt de Damiaanctie in Hasselt een nieuwe impuls waarbij scholen en jeugdbewegingen worden betrokken.

We kunnen het artikel niet afsluiten zonder de vermelding van de inleefreis naar Bangladesh  van Stefanie Demey, leerling van het laatste jaar secundair onderwijs, en Fons Cuypers, leerkracht, namens het Virga Jessecollege van Hasselt. Stefanie vertelt: «Een reis naar Bangla Desh, een confrontatie met het leven daar, het werk van Damiaanactie aan de lijve meemaken, ... Deze aanbieding krijgt niet iedereen. Toen ze mij vroegen om als schoolafgevaardigde mee te gaan, heb ik eerlijk gezegd eerst getwijfeld. Ik schrok toch wel; zomaar uit je eigen luxewereld weggerukt worden om daar de armoede en miserie van dichtbij mee te maken. Maar hoe meer ik erover sprak met vrienden, en hoe meer ik erover nadacht bij mezelf, des te meer geraakte ik ervan overtuigd dat dit een kans was om met beide handen te pakken. Ik zal mijn uiterste best doen om een goede afgevaardigde te zijn. En ik hoop dat deze reis een succes wordt.» Ze vertrokken op donderdag 3 januari 2002 en zijn terug sinds 10 januari. Het Belang van Limburg zal over deze reis uitvoerig verslag uitbrengen.

In 1936 werd het stoffelijk overschot van pater Damiaan door het koopvaardijschip De Mercator naar België overgebracht. Over de aankomst te Antwerpen en de overbrenging naar Leuven bezit Jacques Dezeure, die in Kiewit woont,  een reeks foto's. Deze erfde hij van zijn tantes Kusters.

Contactadres van de Damiaanactie in Hasselt: Helena De Ridder: Genkersteenweg 111, 3500 Hasselt, 011/23.56.60.  Karien Coussee, -GSM: 0486/67 87 85 E-mail: kc@hotmail.com
 

1978.01.28/29: 25ste werelddag     In Kerk en Leven van 26 januari 1978 geeft Paul Van Wouwe verslag van zijn bezoeken aan India (juli 1974), India (augustus 1975), Maleisië (juli 1975) en Soudan (juli 1977).
1979.01: 26ste
1980.01:27ste
1981.01:
1982.01.29/30/31: 29ste werelddag
1983.01.1983: 30ste werelddag.
1984.01.28/29: 31ste werelddag. 20 jaar juridisch bestaan. 30 jaar werking. Voorzitter is L. Moyersoen. 10 gfebruari 1984:  toneelvoorstelling Damiaan door Alex Wilequet in het Cultureel Centrum van Hasselt.

1985.01.26/27: 32ste werelddag
1986.01.25/26: 33ste werelddag
1987.01.31/02.01: 34ste werelddag
1988.01.30/31: 35ste werelddag
1989.01.28/29: 25 jaar Damiaanactie en 100 jaar na het overlijden van Damiaan. 36ste werelddag. Slogan: Wij genzen melaatsen. Eindresultaat: 126 miljoen BEF (+ 12,7 %). Vlaanderen: 66,7 miljoen BEF (+ 20,7%).
25 januari 1989: toneelvoorstelling Damiaan door Alex Wilequet in het Cultureel Centrum van Hasselt.
Een brief uit Brussel kondigt de actie van janauri 1989 aan. Hij is getekend door Carla Reynders, animatrice, Rom Vanhoudt, animator en Rigo Peeters, secretaris-generaal.
Op 17 januari 1989 nodigt Jaak Bouveroux de 'predikheren' van de balie uit ten huize van eerste voorzitter Marc Van Coppenolle.
1990: 37ste werelddag
1991.01.26/27: 38ste  werelddag der melaatsen. Er zal een verkoops-en propagandastand zijn op de Grote Markt van Hasselt.  (J. Bouveroux)
Thema was: Bombay. Rom Vanhoudt werkte nog op het Nationaal secretariaat. Bij Imelda Vanhoudt (toen woonachtig Grote Breemstraat 49, 3500 Hasselt), broer van Rom, ging op 24 november 1990 de startvergadering voor Hasselt en omstreken door.
 

Limburg:

Chris Bussels, Broeseinderdijk 142, 3910 Neerpelt, GSM 0495/26.83.30, fax 011/80.60.84
Marc Dejan, Homsemstraat 1A, 3891 Gingelom, 011/88.32.50,
Karien Coussee, Genkersteenweg 111, 3500 Hasselt, 011/23.56.60

Damiaanactie Sint-Truiden: Contactpers. : Johan Sierens, Duraslaan 45, 3803 Sint-Truiden - tel. 011/68 91 80 - fax 011/69 28 83

Walter De Wouwe , Chris Bussels
Leopold II-laan 263, 1081 Brussel
tel. 02/422 59 11 of 0495/52 75 26
fax 02/422 59 00
claudia.breysens@damien-foundation.be
walter.vanwouwe@damien-foundation.be  (netwerkverantwoordelijke Vlaanderen)
website: http://www.damiaanaktie.be
bereikbaar: 8.30 - 17 uur
Damiaanactie is een ngo die lepra en tuberculose bestrijdt in ongeveer 16 landen in Afrika, Azië en
Latijns-Amerika.

Pater Damiaan Jozef De Veuster http://www.ping.be/flanders_religion/damiaan.htm.


  Raoul Follereau: De Werelddag voor de Melaatsen http://www.fondationdamien.be/nl/algemeen/figuren/follereau.htm.

Raoul Follereau is geboren in 1903 in het Franse Nevers. In 1925 trouwt hij met Madeleine Boudou, die hem trouw zal blijven tot aan zijn dood. Raoul Follereau wordt journalist, filosoof, advocaat, schrijver en conférencier.

In 1935 bereidt hij een reportage voor over Charles de Foucault en gaat naar Tamanrasset waar zijn auto defect raakt. Het is op dat moment dat hij voor het eerst oog in oog staat met een leprapatiënt. Deze ontmoeting maakt een blijvende indruk op hem. Vanaf dan zal hij de spreekbuis zijn voor alle leprapatiënten wereldwijd.

Enkele jaren nadien vernam hij in het klooster van de Soeurs de Notre Dame des Apôtres dat er een
melaatseneiland bestond. Het eiland nabij de Ivoorkust was een melaatsenkolonie geïsoleerd van de buitenwereld. De zusters wilden een meer
menswaardig opvangcentrum bouwen op het vasteland, maar er was geldgebrek. Vanaf toen voelde de Franse journalist zich geroepen om overal over de lepra te gaan spreken en de mensen aan te sporen tot financiële steun

Toen in het begin van de jaren vijftig duidelijk werd dat de melaatsheid te genezen was, raakte Follereau nog meer overtuigd. Hij wilde eerst en
vooral ijveren voor de bevrijding van de melaatsen uit de marginaliteit. In 1954 riep hij een Werelddag voor de Melaatsen in het leven, die ondertussen in 150 landen gevierd wordt.
Als conferencier en schrijver heeft hij 30 maal de wereld rondgereisd om de wereld bewust te maken van het lepraprobleem, en van andere ziektes, zoals het egoïsme.
In 1958 bracht hij 500 leprologen uit 50 verschillende landen samen in Tokio. Samen eisten zij de onmiddellijke afschaffing van alle uitzonderingswetten tegen melaatsen.

In 1968 wordt Association Française Raoul Follereau (AFRF) opgericht om de strijd tegen de melaatsheid te voeren.

Raoul Follereau overlijdt op 6 december 1977, in Parijs, ten gevolge van inwendige bloedingen.


     dokter Frans Hemerijckx http://www.fondationdamien.be/nl/algemeen/figuren/hemerijckx.htm.

De Damiaanactie is heel veel verschuldigd aan een indrukwekkende figuur uit Ninove, dokter Frans Hemerijckx. Hij is de grondlegger van de ambulante aanpak van lepra.

Frans Hemerijckx werd geboren in Ninove op 19 augustus 1902. Na zijn humaniora in Geraardsbergen studeerde hij geneeskunde in Leuven (hij wasmede-oprichter van de ‘Missiebond der Vlaamse studenten’, de missionariswerking van de Vlaamse studenten) Daarna specialiseerde hij
zich in tropische geneeskunde in Brussel.

In 1929 vertrok hij voor de Medische Hulpdienst voor Missies naar Tsumbe (Kasaï, Belgisch-Congo) samen met zijn verloofde, die een jaar later stierf aan een tropische ziekte. Op zijn tochten van dorp naar dorp werd hij vooral geconfronteerd met endemische ziekten als slaapziekte en lepra. Aangezien er nog geen geneesmiddelen beschikbaar waren en lepra epidemische vormen aannam, bouwde hij een leprozerie voor de melaatsen. Deze was opgevat als een dorp, waar de melaatsen in afzondering konden leven, maar toch samen met hun familie. Dokter Hemerijckx beschouwde de afzondering als een noodzakelijke maar weinig ideale oplossing.

Tijdens de 2de wereldoorlog (Dr. Hemerijckx was inmiddels hertrouwd met de zus van zijn eerste vrouw) stichtte hij het 2de lepradorp met de naam ‘Dikungu’. Ondertussen raakte de sulfonenbehandeling bekend waardoor Dr. Hemerijckx overschakelde op de ambulante verzorging. Dit betekende dat de leprapatiënten niet langer in leprozerieën werden opgesloten maar bij hen thuis werden verzorgd en tijdens hun behandeling bij hun familie bleven wonen.

Tien jaar later verhuisde Dr. Hemerijckx naar India samen met 3 Belgische vrouwen: Dr. Claire Vellut en de verpleegsters Simone Liégeois en Hélène Berg. Ze richten er de ‘klinieken onder de bomen’ op in Polambakkam. Het project  werd een pilootproject en in heel India werden op vraag van de Indische regering zulke projecten opgestart. In 1960 nam de Indische regering het beheer over en dokter Hemerijckx bood zijn diensten aan bij de Wereldgezondheidsorganisatie.

Dr. Hemerijckx beïnvloedde de publieke opinie over de leprapatiënten. Zijn ambulante gezondheidszorg werd in heel de wereld overgenomen. Staten zoals Thailand, Afghanistan en Zuid-Korea vroegen om zijn advies.
In 1965, op 63-jarige leeftijd, keerde Dr. Hemerijckx terug naar Grimbergen waar zijn vrouw en vijf kinderen al sinds 1946 leefden. Hij werd medisch adviseur van Damiaanactie, reisde nog veel en nam deel aan congressen.
Hij overleed op 15 oktober 1969 in Leuven.


     Geïnspireerd door dat voorbeeld kwam in België de DAMIAANACTIE op gang. Pater Obbels en Pater Van de Wijngert, beiden van de kongregatie van de Heilige Harten, hebben uitstekend werk geleverd. Vanaf 1960 heeft de Damiaanactie in ons land de Werelddag voor de
Melaatsen georganizeerd, deze gaat door op de laatste zondag van januari. Sedert 5 november 1964 vormt zij, samen met de "Belgische
Stichting ter Bestrijding van de Melaatsheid", een nieuwe vereniging: "Damiaanaktie, Internationale Vereniging ter Bestrijding van de
Melaatsheid". Deze vereniging wil de gedachtenis aan pater Damiaan levendig houden, door aan de strijd tegen lepra over de gehele wereld
deel te nemen, zowel op medisch en wetenschappelijk als op sociaal en menselijk vlak. Zij streeft dit doel na buiten elke politieke en religieuze
beschouwing.

De Damiaanaktie haalt geld bijeen door de verkoop van stiften, postkaarten en briefpapier. Met het geld dat de Damiaanaktie inzamelt kunnen
melaatsen van over heel de wereld geholpen worden. Dit zijn ongeveer 400.000 melaatsen, verdeeld over meer dan 20 landen.

Vanaf 15 april 1964 werd de stichting aanvaard als "Vereniging voor Technische Bijstand aan de Ontwikkelingslanden". In die periode werd ook
duidelijk dat voor de Damiaanaktie, wilde zij haar caritatieve en menslievende aktie ten voordele van de melaatsen doeltreffender maken,
bestendige medewerking van geschoold medisch personeel een strikte noodzaak was. Er werd dan ook een medisch comitee opgericht. Hier
werd een duidelijk programma uitgewerkt met de volgende doelstellingen:

     De melaatsen moeten in hun dorpen opgezocht en in hun eigen omgeving behandeld worden. Dat is de meest aangewezen manier van
     melaatsenzorg, tevens de meest dringende en de goedkoopste.
     Het organizeren of reorganizeren van centra waar de zieken tijdelijk worden afgezonderd en het opstarten van centra voor fysiotherapie en
     plastische chirurgie.
     Het oprichten van vormingscentra waar zowel inlands als buitenlands personeel kan worden opgeleid in de specifieke melaatsenzorg.
     Voorkomen dat er nog melaatsen onnodig afgezonderd worden. Tevens door vroegtijdige opsporing en behandeling voorkomen dat
     melaatsen ten gevolge van hun ziekte blijvende verminkingen en letsels opdoen.
     Melaatsen die ondanks alles letsels, verminkingen of misvormingen hebben opgelopen toch nog met een aangepaste behandeling zoveel
     mogelijk bekwaam maken om zich weer in te passen in de maatschappij.
     De melaatsen voor wie de moderne geneeskunde te laat is gekomen, moeten in rustdorpen opgenomen worden.
     De publieke opinie en bijzonder de schooljeugd moeten wereldwijd, en vooral in de ontwikkelingslanden, door onderricht en voorlichting
     een juistere kijk krijgen op de medische en sociale problemen van de melaatsen.

De Damiaanaktie werkt hard om dit programma te verwezenlijken. En steeds weer staan edelmoedige mensen klaar om, in het spoor van
Damiaan, zich ten dienste te stellen van hun melaatse medemens. Zij verdienen onze waardering en bewondering om hun inzet, hun moed en
hun daadwerkelijke naastenliefde. In hun werk leeft Pater Damiaan verder.


De geschiedenis van het theaterstuk

Het originele toneelstuk Damien werd voor het eerst opgevoerd in 1976 te Honolulu, door de Amerikaanse akteur Terrence Knapp. Voor het zover was, was er een jarenlange arbeid aan voorafgegaan door de schrijfster van het stuk, mevrouw Aldyth Morris. Sinds 1926 reeds woonde zij op Hawaï, en in 1936 was zij getuige van de overbrenging van het stoffelijk overschot van Damiaan uit Hawaï naar België. Dit liet een diepe indruk op haar na. Ook later werd ze geboeid door de figuur van de Vlaamse pater Damiaan, en ze ging met aandacht zijn leven en karakter bestuderen. Dit leidde tenslotte tot het schrijven van het toneelstuk. Vier verschillende versies werden uitgewerkt, maar het solo-toneel werd uiteindelijk weerhouden.
Nog in de jaren ‘70 werd het toneelstuk in een aangepaste versie uitgezonden door de Hawaïaanse televisie. Het stuk viel in de prijzen en bereikte uiteindelijk ook, in 1981, Broadway: het Mecca van het theater in Amerika en in New-York.

Het was een alerte taxi-chauffeur in New-York die over het theaterstuk begon te praten met Roger Domani, direkteur van het Théâtre de Poche te Brussel. — Bent u Fransman, mijnheer? Neen, van België. België? Kuifje... Hercule Poirot... en wist u dat er hier een theaterstuk loopt over Father Damien? - De belangstelling van Domani was gewekt. Twee jaar later, in april 1983, pakte Théâtre de Poche uit met een eigen bewerking in het Frans van het stuk van Aldyth Morris. Regisseur was Angelo Bison en de akteur die de indrukwekkende monoloog vertolkte was Bernard Marbaix.

Toen reeds was de Vlaamse akteur Alex Wilequet bezig met het vertalen en bewerken van het toneelstuk, rechtstreeks uit het Engels. Theater 19 had de rechten ervan gekocht en was met Alex Wilequet overeengekomen dat zij samen deze produktie in Vlaanderen zouden uitbrengen. Damiaanaktie was een derde betrokken partij. De 50 voorstellingen die in 1984 in Vlaanderen voorzien werden, moesten de 20e verjaardag van de vereniging enige luister bijzetten, en op een eigentijdse wijze de leprabestrijding en de figuur van Damiaan in de belangstelling brengen. Op 29 november 1983 speelde Wilequet de première van het stuk in de Leuvense Stadsschouwburg. De kritiek van de pers was bijna unaniem positief.

Het succes van het theaterstuk sloeg alle verwachtingen. Overal bleek men belangstelling te hebben voor een opvoering van Damiaan in de plaatselijke parochiezaal, desnoods in de kerk. In totaal werd het stuk 280 keren gebracht, bijna steeds voor een gevulde zaal en iedere keer ten voordele van de Damiaanaktie. Het totale aantal toeschouwers dat de één of andere voorstelling ervan bijwoonde, moet welhaast omtrent de 100.000 liggen... Welk theaterstuk in Vlaanderen kan zoiets evenaren?
Bovendien was Alex Wilequet met Damiaan ook in Zaïre, Rwanda en Burundi te bekijken. Hij maakte er een rondreis die hem ook in lepra-projekten van de Damiaanaktie bracht.
De 280ste voorstelling van Damiaan was een feestelijke voorstelling. Op maandag 28 december 1987 ontving Alex Wilequet in het EWT-theater te Deurne de prijs Kareltje ‘87. Deze Kareltjes-prijs is a.h.w. de toneeloscar voor Vlaanderen, eertijds ingesteld door minister van cultuur Karel Poma voor opmerkelijke prestaties van Vlaamse akteurs. Alex Wilequet noemde het stuk zelf het ‘hoogtepunt van zijn carrière’, maar ook ‘het toppunt van volkstheater’. Inderdaad waren er duizenden —misschien tienduizenden— toeschouwers die met Damiaan hun eerste theatervoorstelling bijwoonden. Blijkbaar raakte deze produktie werkelijk het hart van vele Vlamingen, die verder aan theater niet veel aandacht geven. Naar aanleiding van de 100e verjaardag van het overlijden van pater Damiaan op Molokaï, heeft Damiaanaktie dan ook besloten opnieuw een reeks voorstellingen van dit toneelstuk te organiseren. In een jaar waarin er veel belangstelling zal zijn voor het leven en werk van pater Damiaan op Molokaï, kan de eigentijdse maar bestudeerde visie die uit het toneelstuk naar voren komt, een boeiende en aangrijpende ‘inleiding’ zijn in het hele herdenkings-gebeuren.

DAMIAAN
met Alex Wilequet
auteur: Aldyth Morris
vertaling en bewerking: Alex Wilequet
regie: Roger Vossenaar
dekor— en kostuumontwerp: Leo Hubrecht
lichtregie + techniek: Dirk Vandendriesche & Gerard Baert
produktieleiding: Jo De Caluwe
produktie: Arca vzw Gent en Brugge

Terug naar het begin van de pagina


De Standaard, 25 januari 1983. Vlaamse verpleegsters organiseren leprabestrijding - Van onze verslaggever MOM VANDEROSTYNE

JALCHATRA (Bangladesh) — In de jungle van Malidupur worden de zieken vervoerd op een berrie van bamboe. Maar de doden gaan naar het graf in een kist op een riksja.
Achthonderd tot duizend zieken per maand komen er binnen In het ziekenhulsje van Jalchatra waar drie Vlaamse verpleegsters werken, in één van de armste landen ter wereld. Met minder dan twee miljoen fr. per jaar bestrijden ze van daaruit de melaatsheid, in een gebied zo groot als half België.

De Damiaanaktie noemt Jalchatra één van haar typeprojekten In 1972 werd het ziekenhuis overgenomen van Amerikaanse en Franse missies, en met de komst van de Vlaamse verpleegsters veranderde de optiek waarin werd gewerkt. Tot 1972 was
Jalchatra niet veel meer dan een leprosarium, een open plek in de jungle, waar melaatsen samenkropen na verstoting uit hun familie Ze kregen er verzorging, ontgonnen het bos, plantten de eigen rijst, zorgden voor het levensonderhoud. Van-
af de jaren zeventig kregen de ideeën Ingang van de Vlaamse dokter Hemerijckx. Behalve een algemeen ziekenhuis en een dispensarium voor de onmiddellijke omgeving is Jalchatra thans hét administratieve centrum voor de melaatsenzorg bij
12 miljoen mensen uit drie districten van Bangladesj.
Halfweg tussen de Golf van Bengalen en het Himalaya-koninkrijk Boetan werken daar
nu drie Vlaamse verpleegsters: Rita Meynen uit Heusden, Lut Everaert uit Erwetegem en Marie-Paule Bijnens uit Genk. De twee eersten zijn lekenzusters, de laatste is kloosterzuster bij de Augustinessen en verantwoordelijke voor het projekt. Ze
werken er samen met twee Franse nonnen en een Bengaalse zuster. Alle zes vormen zij de kern van 37 personeelsleden onder wie 21 Bengaalse verplegers die door hen zijn opgeleid.

Cyclonen

Het is een sober en een hard leven, daar in de lage, witgeschilderde gebouwtjes ván Jalchatra. Tropische moessonregens zorgen in de zomer voor een vochtige, ondraaglijke hitte. Overstromingen in het deltagebied maken veel dorpen dan
ontoegankelijk. ‘s Winters voelt men de koude van de Himalaya in de niet-verwarmde huisjes.
En in het najaar razen de beruchte cyclonen tot diep in het land.
Bangladesh is een moslimland, en wie de Islam heeft gezien in Arabische landen zal de Levant geëmancipeerd noemen in vergelijking met Bengalen.
Drie vrouwen in een moslimland, in een melaatsenziekenhuis midden de jungle. Veel westers komfort is hier niet te vinden. Televisie is er niet, telefoon evenmin. Elektriciteit is er nog maar twee jaar, vroeger moest zelfs het water in kalebassen worden aangedragen. De oudsten vertellen hoe ze wegvluchtten in de kapel, toen er luipaarden verschenen aan de rand van de jungle. En de jongsten worden ook vandaag nog opgeschrikt door hagedissen, tropische spinnen, slangen en vleermuizen in hun slaapkamer. In de bossen rond het ziekenhuis leven er struikrovers en bandietenbenden. Eén van de zusters werd tijdens de nacht anderhalf uur lang gegijzeld. Ze werd pas ontzet nadat de zieken hulp gingen halen op een Amerikaanse missie. Er wordt geld gestolen en geneesmiddelen, en een nachtwaker werd teruggevonden In de jungle, vastgebonden aan een boom. In de witgeschilderde gebouwtjes van het ziekenhuis in Jalchatra houden de drie Vlaamse vrouwen alarmfluitjes, een handsirene en ook een pistool binnen handbereik
Het westerse personeel in Jalchatra werkt onder vrljwillgersstatuut. Dat betekent dat ze zich tevreden stellen met een aanvangs-»salaris” van... zesduizend fr, betaald door de Damiaanaktie.

Geregistreerd

ABOS, dat ook de sociale zekerheid voor  z’n rekening neemt, stort op een Belgische bankrekening nog een tienduizend fr per maand als reïntegratiepremie. Het hele projekt in Jachatra werkt met een begroting van minder dan twee miljoen per jaar. Daarmee wordt het westerse en inlandse personeel betaald, de leefkosten, de voertuigen, de brandstof, en de geneesmiddelen die voor de mensen gratis en voor de andere zieken tegen een symbolische prijs ter beschikking worden gesteld. Om de twee jaar kunnen de Vlaamse verpleegsters terugkeren naar huis. De Damiaanaktie betaalt dan hun reis, bij verlenging van hun kontrakt voor een nieuwe termijn van twee jaar ABOS de reis terug.
Naar schatting tussen 150.000 en 200.000 melaatsen leven er in Bangladesj. Daarvan zijn er tot nu toe maar 40.000 geregistreerd. Met haar Jalcharta-projekt bestrijkt de Damiaanaktie een gebied van een goeie 200 km doorsnede. Na tien jaar werking zijn er thans 3.400 melaatsen geregistreerd in de registers van Jalchatra. In 1982 werden er driehonderd nieuwe melaatsen ontdfekt, achtenzestig leparalijders werden genezen verklaard en uit de statistiek geschrapt.

Men huivert bij de omvang van wat nog te doen staat, in een gebied waar nu twaalf miljoen mensen wonen. De middelen zijn miniem, geschoolde verplegers zijn er veel te weinig, de problemen zijn immens, vooral door de in Bangladesh aanhoudende bevolkingsexplosie. In 1961 woonden in Bangladesh vijftig miljoen mensen, in 1982 waren het er bij de negentig miljoen. Tegen het jaar 2000 zijn het er honderdvijftig miljoen.
In de zomer om 7 u, ‘s winters een half uurtje later begint het werk in het ziekenhuis van Jalchatra. Van de 35 bedden zijn er 27 voor leprapatiënten en de ziekenronde is het eerste werk van de dag. De vrouwelllke patiënten in Jalchatra zitten achter kippedraad — ook Vlaamse verpleegsters moeten de normen respekteren van deze moslimsamenleving.

Uitkoteren

Alleen melaatsen die in een acute krisis verkeren of die, bv wegens amputaties geruime tijd moeten gevolgd worden,blijven opgenomen in het ziekenhuis, soms voor een paar maanden.
Zo vlug als mogelijk gaat iedereen terug naar z’n eigen leefgemeenschap. Genezing Is daar verzekerd, als men tenminste geregeld de voorgeschreven geneesmiddelen neemt. De verzorging zelf van de melaatsen bestaat uit het verwijderen van de verbanden, het weken van handen en voeten, het reinigen van soms verscheidene centimeters diepe wonden ("uitkoteren”, heet dat), het verwijderen van woekerende wormen en ander ongedierte, het afsnijden van stukjes wegrottend vlees, het afschrappen van aangetaste botten. Het is een weinig aangenaam werk, afzichtelijk weerzinwekkend, en voor een buitenstaander is de stank soms ondraaglijk. Pas toen ik deze Vlaamse vrouwen daar boven op een gewone, houten tafel mét hun melaatsen aan het werk zag, heb ik iets kunnen begrijpen van hun hardheid en hun cynisme dat me aanvankelijk zozeer had geschokt.

Eén van de grote problemen van deze verpleegsters is de afwezigheid van een arts. Nadat bij een melaatse in een inlands ziekenhuis een half been was afgezet waar een halve teen had volstaan, voeren zijzelf kleine amputaties uit (maar altijd is er de schrik voor onstelpbare bloedingen). Voor alles staan zij alleen: voor het stellen van een diagnose, voor bevallingen met komplikaties, voor zware brandwonden, voor slangebeten, voor vergiftigingen, voor het bepalen van dosissen van geneesmiddelen voor volwassenen en kinderen. Medische handboeken geven maar zelden een antwoord dat bruikbaar is in de jungle. Het besef van hun verantwoordelijkheid is verpletterend.

Naast het eigenlijke ziekenhuisje is er nog een dispenarium, een soort polikliniek voor dorpen van de omtrek. Per dag komen daar tussen de dertig en de honderd mensen, voor de meest uiteenlopende aandoeningen en klachten. In deze wintermaanden moeten veel brandwonden worden verzorgd bij kinderen wier lange rok in brand is geraakt in de houtvuurtjes die tussen de hutten worden gestookt Verder zijn er de aandoeningen van alle ontwikkelingsianden, vooral buikloop, ondervoedlng, uitdroging, wormen, bloedarmoede, geslachtsziekten, schurft.
Het ziekenhuisje en het dispensarium vormen niet de belangrijkste aktiviteit in Jalchatra. De echte zorg voor de melaatsen, de opsporing van nieuwe zieken, het bijbrengen van elementaire begrippen van hygiëne, gebeurt buiten de witgeschilderde huisjes van het compound. Jalchatra is niet veel meer dan een administratief centrum voor een veel grootser projekt. Tien jaar nu al werkt de Damlaanaktie vanuit Jalchatra De vorming van inlandse verplegers, de aflossing van de wacht, is aan de gang. Hoe lang drie heldhaftige, Vlaamse verpleegsters in dit land nog zelf de gezondheidszorg moeten organizeren, valt niet te voorspellen.

Terug naar het begin van de pagina


Uit Damiaanaktiekrant (dec. 1983- jan.-febr. 1984) OP STAP MET JOSEPH ROULLING
 
Ieder jaar zorgt Damiaanaktie ervoor dat, ter gelegenheid van de Werelddag, het projektenwerk duidelijk wordt geïllustreerd tijdens een B.R.T.-uitzending.

Om de uitzending van de Werelddag 1984 voor te bereiden, was een filmploeg van R.T.B.F. op bezoek bij pater Joseph Roulling in Kameroen. Het resultaat van hun werk kan u bekijken op B.R.T.-T.V. tijdens de tweede helft van januari (juiste datum nog niet gekend bij het ter perse gaan van dit nummer). Vooraleer het zo ver is, heeft Colette Braeckeman haar ervaringen reeds op papier gezet. De hoogtepunten uit een kort verblijf bij een basiswerker, het aanvoelen van de reële noden en problemen van een bevolking die — temidden van het tropisch oerwoud — een weinig rooskleurig bestaan kent.

Buiten enkele missionarissen kennen ze in Batouri geen Europeanen, een toerist of een expert-ontwikkelingshelper is er nog nooit langs gekomen. Ook vertegenwoordigers van de Kameroense regering komen raar of zelden naar deze Oostelijke uithoek van het land. Niet dat de bewoners onverdraagzaam of weinig gastvrij zijn. Integendeel, in Batouri wordt er misschien meer gelachen, gedanst en... bier gedronken dan elders in Kameroen. Het probleem is echter dat de verbindingswegen enorm slechts zijn en dat de rijkdommen van de streek bijzonder schaars zijn, naast wat koffie en tabak is het armoe troef. Nog meer weggedoken naar het Oosten zit je bovendien volop in het tropische oerwoud.

En toch is er een Belg die reeds vijftien jaar in Batouri leeft. Van ver komen ze aanlopen om hem te groeten want in Batouri is pater Joseph Roulling door jong en oud gekend. Iedereen in de streek heeft al wel eens een beroep gedaan op zijn goede diensten. Op een ogenblik dat het lokale ziekenhuis zonder geneesmiddelen zat, wanneer je denkt dat enkel een stevige inspuiting genezing kan brengen... steeds kun je terecht bij pater Joseph Roulling, een man die de goedheid zelve is.

En toch is deze priester geen dokter, wel is hij als verpleger verbonden aan het plaatselijk ziekenhuis!

Joseph Roulling is zo'n vijftien jaar geleden afgereisd naar Kameroen. Voordien was hij priester te Seraing maar de wens om zich ooit eens nuttig te maken in Afrika was overduidelijk aanwezig. Na een bijkomende vorming als verpleger heeft het bisdom Luik hem niet langer kunnen weerhouden. Zijn aanwezigheid in Kameroen gaat in ieder geval niet onopgemerkt voorbij.

Van de Kameroense regering kreeg hij de opdracht om in de twee Oostelijke departementen, Kadei en Bumba Ngoko, een plan voor de bestrijding van de lepra uit te werken. Het opsporen, de behandeling en de kontrole van de lepra zijn, net zoals overal elders, de drie hoofdopdrachten.

Waar er vroeger 60 tot 70.000 lepralijders in Kameroen waren, is dit cijfer vandaag gedaald tot 25.000. Maar vooral in de Oostelijke provincies is een strenge kontrole noodzakelijk wil men voorkomen dat de ziekte zich opnieuw zou uitbreiden. Pater Joseph Roulling heeft in dit gebied, 1,5 maal de oppervlakte van België, een 2.000 geregistreerde zieken die aan zijn goede zorgen zijn toevertrouwd.

Uitstoting is in het land onbekend, de lepralijders blijven bij hun familie en nemen, zoveel als mogelijk, deel aan het dagelijks leven. Deze solidaire houding vergemakkelijkt dus wel de politiek van de regering die besliste dat er per departement slechts 1 leprozerie kon in stand gehouden worden. Indien geen bijkomende zorgen nodig zijn, is het beter dat lepralijders thuis verzorgd worden en dat ze verder deelnemen aan het maatschappelijk leven. Bovendien is het werken met ambulante verzorgingsposten 4 maal goedkoper dan het verblijf in leprozerieën.

In theorie is deze verdediging van de ambulante verzorging natuurlijk mooi, het komt er echter op aan om deze veel zwaardere opdracht — tot het einde toe — uit te voeren.

Om de ambulante verzorging efficiënt te maken moet je, als het ware, de lepralijders blijven achtervolgen. In de ver afgelegen dorpen, op de velden...
Deze eerstelijnsverzorging is toevertrouwd aan de verplegers die aktief zijn in de vele dispensaria. Joseph Roulling zorgt dan voor toezicht en algemene koördinatie in dit uitgestrekte gebied, al laat hij niet na ook zelf vele zorgen toe te dienen. Joseph Roulling is geen man om enkel toezicht te houden, hij wil dat alles perfekt loopt, dat de lepralijders krijgen waar ze recht op hebben... Hij wil op de eerste plaats een levend voorbeeld zijn van dienstvaardigheid.
Om de film voor te bereiden heeft de R.T.B.F.-ploeg drie weken rondgereisd in het gezelschap van deze uitzonderlijke man. Het werd een rondrit vol avonturen maar met nog veel meer merkwaardige ontmoetingen.

De avonturen ontbraken niet: de landrover liet het regelmatig afweten, het overtollig slijk verplichtte ons om de nacht door te brengen temidden het oerwoud...

Maar het meest aangrijpende waren toch de vele ontmoetingen: echt menselijk en vaak ontroerend, opbeurend ter wille van het vele lijden.
Onderweg werden natuurlijk de vrienden-missionarissen niet vergeten die in deze verloren hoekjes volop bezig zijn mét het onderwijs, de evangelisatie...

En langsheen de ganse reisweg is het een terugvinden van echte vrienden, de lepralijders. Met de jaren kent hij ze door en door, hun familie-situatie, hun ziektebeeld, de kinderen... Zo ontmoeten we te Yokaduma de oude Pious. Bij het horen van de Landrover is deze fel gehandicapte man naar buiten gestrompeld om te vertellen dat hij honger heeft... omwille van de droogte was de oogst pover!
Jean-Pierte ontmoeten we langs de weg te Bidjuki. Hij beklaagt er zich over dat de verpleger de voorbije maanden niet meer gekomen is en dat hij er nu, bij gebrek aan geneesmiddelen, slecht aan toe is. Joseph Roulling zorgt er onmiddellijk voor dat deze man kan opgenomen worden in het ziekenhuis te Batouri, in het paviljoen voor lepra-lijders en T.B.C.-patiënten. Wat tijdens deze ontmoeting vooral opvalt is dat Joseph Roulling zich kwaad maakt op de Kameroense verantwoordelijken. Het enige moment van ons samenzijn dat deze lachende en rustige man zich opwindt.., hij neemt het niet dat de lepralijders niet krijgen waar ze recht op hebben!

Diep verscholen in het oerwoud, nabij de grens met de Centraal Afrikaanse Republiek, is er de ontmoeting met een bevolkingsgroep die moeilijk te volgen valt: de pygmeeën.

In het verleden kwam lepra niet voor bij de pygmeeën, toen leefden ze veilig verborgen in het oerwoud en de kontakten met dorpsbewoners waren uitzonderlijk. Mettertijd zijn deze kontakten stilaan toegenomen. Pygmeeën verkopen nu wild en honing aan de dorpsbewoners, samen wordt er gewerkt aan de ontginning van het oerwoud... Deze toenemende en meervoudige kontakten laten sporen na: 18 % van de zieken die nu door J. Roulling verzorgd worden, zijn pygmeeën! En door hun levenswijze is het bijzonder moeilijk hen een regelmatige verzorging toe te dienen!

Toch zijn verrassingen niet uitgesloten. Zo hebben we, na lang rijden, Pascal ontmoet in de nederzetting te Libongo. Toen ontdekt werd dat hij lepra had, was hij bereid zich goed te verzorgen.., hij heeft het gedaan en, na dit onderzoek, kan J. Roulling hem meedelen dat de ziekte volledig zal verdwijnen als hij nog enkele maanden trouw zijn geneesmiddelen neemt. Toen was het feest in Libongo. Muziek en dans onderstreepten het geluk van alle aanwezigen en Joseph Roulling werd verplicht zijn onafscheidelijke pijp opzij te leggen om mee te roken aan de týpische pijp van de pygmeeën. Zulke momenten van intens geluk doen zich regelmatig voor, maar even vaak is er de konfrontatie met nieuwe zieken of met patiënten die hervallen zijn. Maar wat wil je! Hoe kan je in zulke omstandigheden de noodzakelijke hygiëne waarborgen? Het samenhokken vermijden? In een streek waar drinkwater een o luxe is; waar — ondanks de weelderige natuur — ond ervoeding schering en inslag is! Omwille van deze bijzondere situatie is het begrijpelijk dat Joseph Roulling meer doet
dan opsporen en verzorgen van lepra en T.B.C
Tijdens iedere reis heeft hij een goed uitgedachte voorraad geneesmiddelen mee zodat hij alle zieken, die zich melden, min of meer kan verzorgen. Uiteraard worden deze geneesmiddelen niet gratis uitgedeeld. Vaak is het een kleinigheid die hij vraagt maar zo beseft de lokale bevolking dat « gezondheid » niet gratis kan verkregen worden. Nog nooit heeft iemand problemen gemaakt omtrent deze « betalingen », men beseft maar al te best dat de gevraagde prijs ver beneden de prijs ligt die gevraagd wordt door de apotheken in de steden, als die beschikken over geneesmiddelen...

Zieken die een intensieve verzorging nodig hebben, worden opgenomen in het paviljoen te Batouri. In dit bijgebouw van het ziekenhuis heerst er wel een familiale sfeer. De aanwezige patiënten ontbreekt het aan niets.

We hebben er Nestor ontmoet. Door de verzweringen is hij handen en voeten verloren, maar dit paviljoen is voor hem zijn nieuwe woonst geworden. Familie heeft hij niet meer en de rol van gastheer voor de nieuwelingen vervult hij op een voorbeeldige wijze. Ook Auguste, een ter dood veroordeelde uit de naburige gevangenis en T.B.C.-patiënt, wacht op zijn genezing in dit paviljoen! Wel met de stille hoop dat, wanneer de tijd hem gunstig gezind is, zijn straf, wordt omgezet in levenslang.

In deze vertrekbasis, het paviljoen, werkt J. Roulling met enkele Italiaanse vrijwilligsters en een groep jonge Kameroenezen... Bij hem leeft de stille hoop dat deze laatsten zijn werk ooit zullen verderzetten.

Maar dit lijkt de moeilijkste opdracht want het plaatselijk personeel houdt niet zoveel van die voortdurende rondritten, het op zoek gaan naar de zieken in de ver afgelegen dorpen...

Toch is en blijft dit de geloofsbelijdenis van Joseph Roulling, en hij herhaalt het steeds... « Je moet naar de zieken toegaan, dat is de voornaamste opdracht! ».

Bij deze merkwaardige man blijft het niet beperkt tot woorden, hij is steeds onderweg... op weg naar zijn lepralijders.
Een ploeg van de televisie trok naar Kameroen om er een film te maken over melaatsheid. Zij volgden Roulling op zijn lange verplaatsingen en noteerden met geluids- en beeldband de talrijke kontakten en ervaringen met de man onderweg.
Herhaaldelijk worden van dichtbij de verzorgingen getoond en de letsels die door de lepra veroorzaakt zijn. Het is telkens wennen aan het zicht van verdwenen handen en voeten.
Men wordt daarbij geholpen door gesprekken die meer vertellen over het leven van de melaatse. Zo dat gesprek met Nestor.
Nestor mist handen en voeten, is genezen en beweegt zich voort op krukken. Colette van de filmploeg vraagt of hij nu terugkeert naar zijn gezin. Nestor zegt dat zijn vrouw wegging toen hij melaats werd. Hij kan nu geen vrouw meer hebben want hij kan niet werken. Zonder handen en zonder werk is er geen voedsel voor het gezin...
Hij zegt dat wel, maar wil duidelijk wat anders want als Roulling langs komt, vraagt hij werk... schilderwerk... met de borstel tussen beide armen... hij zou het traag doen, nauwkeurig en goed.
Het antwoord van Roulling klinkt hard, want negatief: Nestor kan niet met de borstel werken, hij zou de pot omstoten en de verf is zo duur...
Trouwens Nestor is toch nuttig, hij onthaalt de mensen, hij praat met de andere zieken en let op hen, hij heeft zelfs het eerst gezien dat een klein meisje vlekken vertoonde. Dank zij hem was zij tijdig verzorgd
« Ik schilder toch ook niet », zegt Roulling. Het is mijn werk de zieken te verzorgen. Ieder heeft zo zijn taak.
Men ziet dat de « ja » knikkende Nestor slechts moeilijk te troosten valt door die woorden. Hij staart met ogen die glanzen in de verte, de toekomst. Welke is zijn toekomst?
Nestor en anderen in de film tillen zwaar aan die gedwongen werkloosheid: geen hout kunnen hakken en geen maniok kunnen verbouwen voor een vrouw en voor kinderen.
Dit is een ander beeld in een film over Kameroen, in januari 1984 op de televisie!

Terug naar het begin van de pagina


 Uit: PEETERS, Rigo, Pater Damiaan, wereldburger, Damiaanaktie, 1989? DE OORLOG VERKLAARD

In navolging van het voorbeeld van Pater Damiaan, waren er ondertussen in verschillende landen nieuwe initiatieven ontstaan . In 1924 stichtte het Belgische Rode Kruis in Congo een instelling die belast was met de opsporing en verzorging van de melaatsen. In 1930 wordt de Fondation Reine Elisabeth opgericht, voor gezondheidszorg in Neder-Congo.
Naar aanleiding van het overbrengen van het stoffelijk overschot van Pater Damiaan in 1936, werd het plan opgevat een internationale vereniging te stichten voor de strijd tegen lepra. Dit project werd nooit uitgevoerd maar drie jaar later ontstond, steeds in België, de Fondation Père Damien, afgekort FOPERDA. Zij bestaat nog steeds en werkt, weliswaar in beperkte mate, verder met de steun van Ontwikkelingssamenwerking en in goede verstandhouding met Damiaanaktie. Naar een wens van Leopold III wordt in 1953 de Belgische Stichting voor de strijd tegen melaatsheid opgericht. Haar eerste realisatie was het beroemde centrum van Polambakkam, in India, in het hart van een streek waar niet minder dan 25.000 melaatsen behandeld konden worden. De statistieken die daar werden bijgehouden dienen nog steeds als epidemiologisch model voor de hele wereld. In Polambakkam werden rondreizende gezondheidsdiensten opgericht, een revolutionair initiatief van Dr. Hemerijkcx, eveneens een belangrijke figuur in de strijd tegen de lepra en een wereldhurger wiens verdiensten algemeen erkend worden. Zijn assistente, Dr. Claire Vellut kreeg de leiding over Polambakkam, dat inmiddels volgens het akkoord een nationale Indische instelling was geworden. Eenmaal haar doel bereikt was, werd de Belgische Stichting ontbonden en smolt zij samen met Damiaanaktie.
Het opmerkelijke initiatief van de “Wereiddag voor de Melaatsen” werd uitgewerkt door Raoul Follereau. Nadat hij in 1936, tijdens een reis in Afrika, voor de eerste maal geconfronteerd werd met slachtoffers van de lepra, ontpopte de advocaat, journalist en schrijver zich in een globetrotter die de wereld afreisde om de gewetens wakker te schudden. In 1954 lanceerde Follereau de idee van de thans zo bekende “Werelddag”. Aanvankelijk werd deze dag slechts in een twintigtal landen gevierd, thans wordt hij in 130 verschillende staten georganiseerd. In 1958 slaagt Raoul Follereau erin in Tokyo meer dan 500 lepraspecialisten samen te brengen. In een resolutie eisen zij de onmiddellijke afschaffing van alle uitzonderingswetten tegen melaatsen. Het debat werd voor de Verenigde Naties gebracht.

DAMIAANAKTIE

De vzw Damiaanaktie tenslotte, is ontstaan in het klooster van de Paters Picpussen in Suarlée, onder impuls van Pierre Van den Wijngaert.
Als gevolg van een oproep van Raoul Follereau, werd er in 1957 te Brussel een groep opgericht rond Jacques Vellut, met als doel geld in te zamelen voor de lepra-bestrijding. Daarnaast ontstonden er, los van elkaar, gelijkaardige organisaties, bijvoorbeeld in Doornik, Namen en Verviers.

In 1964 groeide uit al deze initiatieven en uit de Belgische Stichting voor de Strijd tegen Melaatsheid een nieuwe vereniging, Damiaanaktie. In 1965 aanvaardt Hare Majesteit de Koningin het erevoorzitterschap.
Damiaanaktie, zich inspirerend op het werk van de beroemde missionaris, koos als doel het werk van Damiaan voort te zetten, los van elke politieke, religieuze of raciale context.
Van dit opzet is Damiaanaktie niet afgeweken. Nooit politieke kwesties. Damiaanaktie staat open voor al diegenen die willen meewerken aan de strijd tegen melaatsheid, welke politieke of religieuze overtuiging zij er ook op mogen nahouden. Vandaag verenigt zij honderden lokale verantwoordelijken en duizenden gelegenheidsmedewerkers. Damiaanaktie coördineert de inspanningen van 1.500 personen, waaronder 40 Belgische vrijwilligers die permanent tewerk gesteld zijn in lepraprojecten.
Damiaanaktie is gelukkig lang niet de enige vereniging ter bestrijding van de lepra.
Talrijke organisaties, verspreid over de hele wereld, streven naar hetzelfde doel.
llep, de Internationale Federatie van de verenigingen tegen de lepra, bundelt de krachten van de 23 belangrijkste verenigingen uit 16 industrielanden. Allemaal samen besteden de leden van llep jaarlijks meer dan 60 miljoen US dollar aan de strijd tegen de melaatsheid. Verschillende commissies, waaronder een medische, en werkgroepen voor de evaluatie van de projecten, maken het mogelijk ervaringen uit te wisselen.



Religie.opzijnbest.nl - De beste links over religie voor u verzameld.