Stichting Echelon en Levensbeschouwelijke Communicatie

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) - STARTPAGINA - AGENDA - OVERZICHT - NIEUW -  TIJDSCHRIFTEN -
JAARTAL - NIEUW - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - Z
allochtonen , armoede , bahá'íbijbeluitleg , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , islam , jodendom , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , racisme , samenleving , sikhisme , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen ,

 

levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs
Andersgelovigen en katholiek onderwijs , Stichting Echelon en levensbeschouwelijke communicatie ,  interculturele en interreligieuze communicatie op de basisscholen in Rotterdam , - interreligieus leren (van het net geplukt) , interreligieus leren in opvoeding en onderwijs (Bert Roebben) , interreligieus leren op de Brede School (Rotterdam) , interreligieuze school Ede,  islamitisch godsdienstonderricht (Aanzetten tot een leerplan  Islamitisch Godsdienstonderwijs in de basisschool) , islamitische scholen in Nederland, katholiek godsdienstonderricht , katholiek onderwijs , Wat ons bindt (Frank Siddiqui)

Islamonderricht op katholieke scholen,
dossier islamonderricht en moslims in het katholiek onderwijs, http://www.flwi.rug.ac.be/cie/dossierkatholiek.htm .
kerkelijke regelgeving, http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek3.htm
staatkundige regelgeving, http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek1.htm .
toestemming om islamonderricht op katholieke scholen te geven (1978),
concrete richtijnen (1986),
visietekst (1996):  http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek10.htm .
werknota (1998):  http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek11.htm .
uitvoeringsnota 6 (2000): http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek12.htm .
wet van 17 juni 1997 (personeelsformatie,
voorstellen van prof. Verstegen om het conflict in Heusden-Zolder ten gevolge van het uitdoofbeleid op te lossen (2000)


De vijf doelstellingen:


Intercultureel
Interreligieus
Sociaal-emotioneel
Normen- en waarden
Hanteerbaar lesmateriaal

1. Intercultureel onderwijs
Intercultureel onderwijs kan worden samengevat onder: de vier I 's.

- Identiteitsvormend: de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen speelt een belangrijke rol in het onderwijs. Bewustwording van de etnische of culturele identiteit maakt daar deel van uit. Identiteitsontwikkeling wordt gezien als een uniek proces voor ieder individu, waarbij keuzes gemaakt worden vanuit verschillende culturen en levensbeschouwingen.

- Inclusief/positief: het onderwijs dient voor iedere leerling of student even toegankelijk en zoveel mogelijk herkenbaar te zijn. Etnische of culturele diversiteit is inclusief in het onderwijsaanbod aanwezig en wordt positief gewaardeerd, waarbij de erkenning van elkaar voorop staat. Er wordt gezocht naar overeenkomsten, zonder de verschillen te negeren.

- Interactief/reflectief: jongeren leren zichzelf en elkaar kennen door communicatie, dialoog en soms ook door confrontatie en het samen onderzoeken en actief verwerken van informatie.

- Internationaal: steeds verder reikende communicatie- en reismogelijkheden maken de wereld kleiner. Die ontwikkeling geeft ook intercultureel onderwijs een nieuwe dimensie: wereldwijde communicatie zal steeds normaler en intensiever worden.

2. Interreligieuze dialoog

Levensbeschouwelijke communicatie kan een belangrijke rol spelen bij het tot stand brengen van een interreligieuze dialoog. Voorwaarde is dan wel dat de religiositeit van de leerlingen vanuit hun beleving aan bod komt. De religieuze beleving (spiritualiteit) van de leerlingen dient centraal te staan. Alleen dan kan een goede dialoog ontstaan. Een fout die dient te worden vermeden, is het op voorhand karakteriseren van leerlingen naar hun levensbeschouwelijke achtergrond: ‘dus jij bent hindoe en jij bent moslim'. Kinderen op voorhand indelen in levensbeschouwelijke of godsdienstige ‘hokjes' leidt tot bevestiging van bestaande beeldvorming. De kans om nieuwe perspectieven te openen wordt dan onvoldoende benut.

3. Sociaal-emotionele ontwikkeling

Het terug kunnen valllen op collectief gedeelde waarden stelt de mens in staat om structuur aan te brengen in zijn bestaan. Tegelijkertijd moet men kinderen in deze tijd ervan bewust maken dat er meerdere betekenis- en zingevingssystemen naast elkaar voorkomen. Door het kind hierin samenhangen te laten ontdekken, kan het op grond van eigen inzichten en belevingen veiligheid en vastigheid ontwikkelen.

Goede opvoeding betekent dat men kinderen leert hun waarden en zekerheden uit zichzelf te halen. Het is niet goed als kinderen het gevoel krijgen dat ze voor hun betekenis- en zingevingssysteem helemaal afhankelijk zijn van anderen. Wanneer men in de opvoeding het kind slechts één zingevingssysteem voorhoudt, kan dat de ontplooiing van het kind tot een sociaal wezen in de weg staan.

Een kind groeit op naar zelfstandigheid door de taal te leren en de expressievormen te hanteren die binnen een cultuur zijn ontwikkeld. De taal die wij spreken verwijst naar een gemeenschappelijke werkelijkheid. Door taal geven wij onze werkelijkheid zin en betekenis.

4. Normen- en waardenoverdracht
In de multiculturele- en ontzuilde samenleving doet de overheid in toenemende mate een beroep op de scholen om extra aandacht te besteden aan de normen- en waardenoverdracht. Om tegemoet te kunnen komen aan dit beroep, moet van het lesmateriaal worden verwacht dat het:

- kinderen zelfstandig leert denken en handelen, ze leert vertrouwen op eigen inzichten, zodat ze zich ontwikkelen tot weerbare individuen;

- een kind stimuleert een eigen ‘taal' te ontwikkelen waarmee het bewust uitdrukking kan geven aan zijn of haar identiteit;

- kinderen wijst op de mogelijke expressievormen die de cultuur heeft ontwikkeld om aan gemoedstoestanden en verlangens uitdrukking te geven;

- kinderen aanzet tot het zich eigen maken van normen die richtinggevend zijn binnen de maatschappij;

- zicht biedt op een volwaardige participatie in een niet eenduidige cultuur.

5. Hanteerbaar lesmateriaal

Scholen die betrokken zijn bij de ontwikkelingen in de samenleving zullen ook zelf voortdurend in beweging zijn. Dit vraagt veel extra inspanning van de leerkrachten. Het lesmateriaal dat zij gebruiken moet daarom helder en overzichtelijk te zijn. Het moet concrete lessen aanbieden, zodat de voorbereidingstijd van de leerkracht relatief gering is. Tevens dient het lesmateriaal ruimte te bieden voor een eigen inbreng van de leerkrachten.

Actuele informatie

Persberichten

30-01-2001 Intercultureel themawerkboek: De Vleugels van de Tijd
20-09-2000 Workshop Stichting Echelon, 8 juni 2001 te Zwolle
30-05-2000 Brochure Eigentijds Basisonderwijs: 1919-2020

Recensies

11-01-2000 - Noord Hollands Dagblad
Koning David als voorbeeld (recensie van David, Held en Schurk)

15-09-2000 - Kwartaalblad JOTA
Drie rozenkavaliers, een luitenant en een prima boek (recensie van Een bron van verhalen)

15-12-200 - Maandblad De Wereld van het Jonge Kind
Levensbeschouwelijke communicatie: De Vleugels van de Tijd (recensie van De Vleugels van de Tijd

30 januari 2001 - Persbericht - Intercultureel themawerkboek:  De vleugels van de tijd

'We kunnen er niet snel genoeg bij zijn om onze kinderen te stimuleren en te helpen bij de uitdaging om zich voor elkaars cultuur te interesseren. "De vleugels van de Tijd" draagt bij tot een creatieve en inventieve interpretatie van interculturaliteit. De schrijvers hebben tijd noch moeite gespaard de mogelijkheden te onderzoeken om op school systematisch te kunnen werken aan de normen- en waardenontwikkeling van onze kinderen. Intercultureel ben je niet één dag in het jaar, neen, intercultureel zijn is een manier van leven.'
Gerda Havertong

Stichting Echelon heeft in januari 2001 een nieuw boek uitgebracht waarmee de leerkrachten interculturele thema's in de les kunnen behandelen en gezamenlijk kunnen uitwerken in vieringen en/of activiteiten voor de hele school.

Het doel van dit nieuwe boek en het lesmateriaal is basisscholen te helpen bij het werken aan de onderlinge herkenbaarheid en de sociale binding. Het boek levert een bijdrage aan de normen- en waardenontwikkeling van de kinderen, maar stimuleert ook hun creativiteit. Natuurlijk zullen de kinderen op school meedoen omdat ze het leuk vinden, maar het is ook een serieuze zaak. Het werken met interculturele thema's houdt in: kennismaken, verkennen, verdiepen en uitproberen. De kinderen staan stil bij hun eigen ervaringen en gevoelens en ze leren zich in te leven in die van anderen.

De titel is gekozen omdat de tijd een fundamenteel antropologisch gegeven is. Een belangrijk aandachtspunt binnen het project is de diversiteit waarop mensen de tijd beleven, met hun tijd omgaan en hun tijd indelen. Mensen zijn vrij in het kiezen van een eigen manier om de tijd te benutten, maar ze zullen ook manieren moeten vinden om hun tijd af te stemmen op die van anderen.

Aangezien steeds meer scholen gebruik maken van internet, wil stichting Echelon het lesmateriaal over enige tijd ook aanbieden via de website. Het uitwerken van de thema's op de website zal gebeuren in overleg met basisscholen, Pabo's en organisaties die zich bezighouden met intercultureel onderwijs.

Het werkboek bevat een uitgebreide handleiding met evaluatieformulieren, een werkvormen-ABC met honderdvijftig werkvormen, een interculturele kalender en een trefwoordenregister. De volgende thema' s komen in het boek aan bod:
Tijd: lente, zomer, herfst, winter, maand, week.
Natuur: bloem, boom, dier, zaaien, voedsel.
Elementen: vuur, water, lucht, aarde.
Hemel: zon, maan sterren.
Mens: vroeuw, man, kind, relaties.
Tijdsdrempels: afsluiting, dood, offer, liefde, lijden.
Iets maken: muziek, spel, arbeid, ruimte, wonen.
Lichaam: hoofd, oog, oor, neus, hand, voet, mond.

Het boek kost f 70,- en is te bestellen bij Stichting Echelon.

20 september 2000 - Persbericht - Workshop Stichting Echelon, 8 juni 2001 te Zwolle
Twee onderwijsbegeleidingsdiensten, OAC Zwolle en Perspectief Apeldoorn samen met PABO Windesheim organiseren voor leerkrachten ba.o en s.o een conferentiedag over waarden en normen. Op deze studiedag zal stichting Echelon een workshop verzorgen over Levensbeschouwelijke Communicatie.

datum:  8 juni 2001
plaats: Zwolle

aanmelden: M. van der Hoek, Göbelstraat 2, 8101 CD Raalte. Tel. 0572 - 36 32 00, fax. 0572 - 36 32 05, e-mail: vanderhoek@raalte.oac-net.nl
titel: Normen- en waardenontwikkeling binnen Levensbeschouwelijke Communicatie.
doel: Nagaan hoe de identiteit van de school van invloed is/kan zijn op de normen- en waardenontwikkeling.
inhoud: Aan de hand van de brochure Eigentijds Basisonderwijs, levensbeschouwelijke communicatie in het bijzonder en openbaar basisonderwijs, zal worden gediscussiëerd over de manieren waarop een school zich kan profileren.
N.B. Het verdient aanbeveling dat de deelnemers van de workshop vooraf de brochure Eigentijds Basisonderwijs lezen. Deze is te bestellen bij Stichting Echelon.
Het Biblion BV (Nederlandse Bibliotheekdienst) schrijft over de brochure: Deze publicatie is een beleidsnota ten behoeve van een directeurenberaad voor Katholiek Basisonderwijs in Twente. Het bevat beleidsaanbevelingen voor de vormgeving van levensbeschouwelijke communicatie in bijzonder en openbaar onderwijs. Bij de samenstelling van dit rapport is gebruik gemaakt van ervaringen in Noord-Holland. Met de term levensbeschouwelijke communicatie wordt geprobeerd een gemeenschappelijke noemer te formuleren voor een streven meer samenhang aan te brengen tussen: sociaal-emotionele ontwikkeling, levensbeschouwelijke vorming (godsdienstonderwijs), omgaan met normen en waarden en intercultureel onderwijs. Aandacht wordt besteed aan de rol van de overheid (kerndoelen) en de samenleving, verder wordt op drie niveaus een beschrijving gegeven van levensbeschouwelijke communicatie: algehele verkenning, praktijkschets met voorbeelden en aanbevelingen voor ouders, tems en besturen. Doelgroepen: besturen en directies van scholen voor primair onderwijs, onderwijsbegeleidings-diensten, opleidingen, katechetische centra, ouders.

30 mei 2000 - Persbericht - In mei 2000 is een brochure uitgekomen met een nieuwe visie op het levensbeschouwelijk onderwijs:

Eigentijds Basisonderwijs 1999 - 2020 - Wanneer ideologie en geloof wegvallen, worden oude vragen weer als nieuw.'  - Levensbeschouwelijke Communicatie  - in het bijzonder en openbaar basisonderwijs.

De brochure is een samenwerkingsproject van de KONOT (Katholiek Onderwijs Noord Oost Twente) en Stichting Echelon te Amsterdam.

Intercultureel onderwijs heeft gevolgen voor de identiteit van de basisschool. En de gevolgen van de ontzuiling worden overal merkbaar: openbare scholen merken dat ouders het op prijs stellen als leerkrachten meer aandacht besteden aan gewoontes die gerelateerd zijn aan levensbeschouwingen. Bijzondere scholen merken dat veel leerlingen niet of nauwelijks enige binding hebben met een kerk- of geloofsgemeen-schap. Ook hebben de basisscholen in 1998 van overheidswege nieuwe kerndoelen gekregen en meer eigen bestuursverantwoordelijkheid.

Op grond van de nieuwe kerndoelen: zelfbeeld en sociaal gedrag, worden in de brochure verbanden gelegd met het vak geestelijke stromingen, de normen en waardenontwikkeling en de socioaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen.

Er worden richtingen gewezen en concrete oplossingen aangedragen voor een gezamenlijke aanpak binnen het bijzonder en het openbaar basisonderwijs.

Enkele reacties op de brochure vanuit het werkveld:

'De term openbaar verwijst voor mij (als oud-directeur van een openbare school) niet alleen naar naar de bestuursvorm, maar ook naar openheid: staat open voor ieder kind, en houdt dus een belofte in. De belofte om rekening te houden met, kennis te nemen van verschillende achtergronden. In dit onderwijs is veel behoefte aan invulling en afstemming van geestelijke stromingen, sociaal-emotionele ontwikkeling en pedagogisch klimaat.' Onderwijskundige

'Het feit dat een groot schoolbestuur interesse heeft voor LC betekent dat er vanuit het veld belangstelling is voor een wijze van denken die kleur en zuil van een school sterk relativeert. En voor levensbeschouwing als zodanig. Dat is een goede zaak'.
Docent PABO

'Als groepsleerkracht en later als directielid heb ik gewerkt in het PC- onderwijs. Dat betekent dat ik trouw altijd de dag ben begonnen op een wijze zoals dat van een PC-onderwijzer werd verwacht. Het is voor mij een verademing om vanuit allerlei invalshoeken een gefundeerde visie op levensbeschouwelijke communicatie toegereikt te krijgen. Als orthopedagoog, maar ook als vader kan ik goed uit de voeten met het hier geschetste LC kader.'
Onderwijsadviseur

De brochure kost f 15,- en kan worden besteld bij Stichting Echelon.

Noord Hollands Dagblad, 11 januari 2000 - Koning David als voorbeeld

Bijbelse teksten als tijdloze verhalen over seksuele rollenpatronen

Tijdschriften, TV en internet staan bol van de seks. De vechtpartijen bij Jerry Springer, de voorlichting van Catherine Keyl over SM en de seksfantasieën bij Menno Buch bereiken ook de kinderen. Ouders moeten vaak even slikken. Of moeten we zeggen: juist de ouders? Of ligt hier tevens een taak voor het onderwijs?

Seks is spannend, seks is geweldig. Deze boodschap krijgen jongeren al vroeg mee vanuit soaps en films op televisie. En dan is er ook nog het internet. Expliciet materiaal waarvoor men vroeger over de drempel van een seksshop moest stappen, is nu beschikbaar via enkele clicks met de muis. Kortom: kinderen beschikken tegenwoordig over veel bronnen waaruit ze informatie kunnen krijgen over seks. Kinderen testen elkaar ook op hun kennis. Vieze moppen zijn een goed voorbeeld. Wie de clou begrijpt, die lacht, en laat daarmee zien op de hoogte te zijn. 

De traditionele wijze waarop kinderen met seksuele informatie in aanraking kwamen, was het voorlichtingsgesprek. Maar toen bleek dat veel ouders zo'n gesprek langdurig wisten uit te stellen, namen veel scholen hun taak over. In de basisvorming is het geven van seksuele voorlichting wettelijk verplicht. De taak van de voorlichter is ook breder geworden en de informatie complexer. Er wordt gesproken over verschillende vormen van seksualiteit, voorbehoedsmiddelen en geslachtziekten. Veel aandacht gaat ook uit naar de sociale omgangsvormen tussen meisjes en jongens. Er wordt geleerd hoe ze signalen kunnen oppikken die aangeven wat er wordt verwacht in 'spannende situaties.' 

Kinderen weten dus erg veel over seks en wat ze niet weten hebben ze zo gevonden. Maar wat doen ze met die informatie? Passen ze hun vroeg verkregen kennis ook toe in de praktijk? 

Hoewel kinderen al op jonge leeftijd veel weten over seksualiteit, blijken ze er in de praktijk helemaal niet gemakkelijk over te praten. 

Aan kinderen uit groep acht van de basisschool vertelde een leerkracht het volgende verhaal: Twee jongens en een meisje gaan naar de gymzaal. Daar doen de jongens de deur op slot. Eén van de jongens houdt de handen van het meisje vast, de andere betast haar borsten. Daarna laten ze haar gaan. De leerkracht vroeg aan de meisjes of ze het aan iemand zouden vertellen als hen zoiets zou overkomen. Tot zijn verbazing antwoordden ze bijna allemaal ontkennend. 

Niet weerbaar

Meer kennis over seks betekent niet automatisch dat kinderen er ook weerbaar van worden. De meisjes die ik sprak, gingen ervanuit dat hun directe omgeving niet solidair zou reageren, maar eerder afwijzend of afkeurend. Daarom hielden ze liever hun mond. 

Aan de jongens uit dezelfde groep vertelde de leraar een verhaal over een man die een jongen van hun leeftijd betast. De jongens bleken nog minder dan de meisjes bereid over zoiets te praten. Zonder uitzondering zouden ze het voorval verzwijgen als het hen overkwam. Jongens blijken met hun vragen nauwelijks terecht te kunnen bij mensen in hun directe omgeving. Meisjes bespreken seks eerder met elkaar. Als jongen laat je niks merken. 

Lesmateriaal op dit gebied bestaat er bijna niet. Vaak huurt een school een deskundige in van de NVSH. Toch durven ook sommige ontwikkelaars van lesmateriaal de uitdaging aan. Eén van hen is Jos van Remundt, ontwikkelaar van lesmateriaal voor de Stichting Echelon.

'Slachtoffers van ongewenste intimiteiten, aanrandingen, verkrachtingen en incest hebben vaak grote moeite om het misdrijf naar buiten te brengen. Zwijgen komt vaker voor dan men beseft. Want wat zal er gebeuren als ze erover spreken? Kinderen ervaren dat ouders en leerkrachten nog vaak met een soort schaamtegevoel zitten, waardoor seks te beladen blijft om er goed over te spreken,' zegt van Remundt. 

Enkele jaren geleden maakte hij een lessenserie over seksuele rollenpatronen voor basis- en voortgezet onderwijs. Hij gebruikte daarvoor een bijbels verhaal.

'Om het onderwerp macht en seksueel geweld aan de orde te stellen, maken wij gebruik van het verhaal van David uit de bijbel. Dit verhaal biedt veel thema's die bij de belevingswereld van kinderen aansluiten. Ook laten we door de keuze van dit eeuwenoude verhaal zien dat het niet alleen om een eigentijdse problematiek gaat.' 

Van Remundt ontwikkelt lesmateriaal op het gebied van levensbeschouwelijke communicatie. Maar hij haalt zijn schouders op wanneer ik vraag naar het levensbeschouwelijke karakter van het lesmateriaal. 'Wat ik belangrijk vind is de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen op school. En daarbij komt een stuk normen- en waarden overdracht. Ik gebruik daarbij verhalen uit religieuze tradities. Ik doe dat niet omdat die tradities een normatieve waarde zouden hebben, maar om te laten zien dat bijvoorbeeld verwondering, liefde, macht, angst, geweld, kortom de grote de menselijke thema's al oeroude thema's zijn. 

David 

Vaak is zo'n lessenserie ook een eye-opener voor een leerkracht. Lessenseries die gerelateerd zijn aan religieuze tradities moeten zo worden geschreven dat ze zowel voor de leerkracht als voor de leerlingen verrassend zijn. Het werkt relativerend als je ziet dat mensen van alle tijden worstelen met dezelfde vragen en problemen.' 

Volgens Van Remundt zijn alle elementen voor echt groots drama in het Davidverhaal aanwezig. 'De titel die wij aan het boek hebben meegegeven, 'David, held en schurk,' maakt duidelijk dat wij ervoor hebben gekozen de goede en slechte eigenschappen van koning David naar voren te halen. Als centraal thema van dit project hebben wij gekozen voor het thema macht en machtsmisbruik. Aan de hand van gebeurtenissen uit het verhaal wordt het thema uitgewerkt en geconcretiseerd, zodanig dat de leerlingen de machtsstructuren in hun eigen leven gaan herkennen en er mee leren omgaan.' 

Een voorbeeld: 'David weet dat zijn zoon Amnon zijn dochter Tamar heeft verkracht. Toch neemt David het niet voor haar op, maar verkiest te zwijgen. We gebruiken bij die les een werkblad waarop vijf situaties worden beschreven van seksueel geweld. De slachtoffers in deze situaties voelen zich doorgaans machteloos en nemen een apatische houding aan. De leerlingen wordt gevraagd een aantal redenen aan te geven voor die apathie. Deze les maakt altijd veel los bij de kinderen. Het is me meerdere malen overkomen dat kinderen me na afloop bedankten omdat ze hun hart konden luchten.' 

Is het materiaal, gezien de link met de religieuze literatuur ook geschikt voor openbare scholen? Van Remundt: 'Vergelijkbare lesmethodes die te maken hebben met normen en waarden zijn vaak erg cognitief. Als er iets oninteressant is, dan is het wel praten over normen en waarden. Normen en waarden zijn net als verkeersregels. Als je ze eenmaal kent, en wie kent ze niet, dan moet je ze gewoon toepassen. Wat wel interessant is, is wat mensen te vertellen hebben over wat ze ‘in het verkeer’ meemaken. Waar ze naar toe gaan en waarom. Waar ze geweest zijn en hoe het daar was. Wij betrekken verhalen, tradities en ervaringen bij de normen- en waardenoverdracht. Dat maakt het lesmateriaal creatief en interessant. Dit is wat mij betreft de levensbeschouwelijke dimensie van Echelon.' 

Tjarco Duinstra 

Kwartaalblad JOTA, augustus 1998 - Drie rozenkavaliers, een luitenant en een prima boek

'Hoe komt het toch dat u altijd voor ieder onderwerp een passend verhaal hebt?' vroeg men een rabbi. 'Ik zoek nooit naar een verhaal voor een onderwerp,' antwoordde hij, 'ik breng alleen maar onderwerpen er sprake waar ikverhalen voor heb!' Tjeu van den Berk bespreekt het boek Een bron van verhalen

Er was eens een luitenant in het leger van de tsaar, die op een dag door een kleine joodse nederzetting reed en op de zijkant van een schuur wel honderd kleine krijtcirkels ontdekte. Midden in iedere krijtcirkel zat een kogelgat. De luitenant was stomverbaasd, hield de eerste de beste voorbijganger aan en vroeg wat dit te betekenen had. De voorbijganger antwoordde: 'O, dat heeft Shepsel gedaan, de zoon van de schoenmaker. Hij is een beetje eigenaardig.' 'Dat kan me niets schelen,' zei de luitenant, 'iemand die zo goed kan schieten...' 'U begrijpt het niet,' onderbrak de voorbijganger hem, 'ziet u, Shepsel schiet eerst en pas daarna tekent hij het krijtcirkeltje!' 

Rozenkavaliers 
Dit verhaal is tekenend voor het boek Een bron van verhalen. Daarin wordt de Bijbel, naar een uitspraak van de Joodse nieuwtestamenticus Pinchas Lapide (1922-1997), niet letterlijk genomen, maar wel serieus. Het verhaal wordt verteld door een rabbi aan wie gevraagd wordt: 'Hoe komt het toch dat u altijd voor ieder onderwerp een passend verhaal hebt?' Na het verhaal van de luitenant verteld te hebben, zegt de rabbi: 'Het is met mij net als met Shepsel, ik zoek nooit naar een verhaal voor een onderwerp, ik breng alleen maar onderwerpen ter sprake waar ik verhalen voor heb.' Zo is het ook de drie auteurs van Een bron van verhalen vergaan. Het zijn rozenkavaliers, maar waar zij op het eerste gezicht midden in de roos lijken te hebben geschoten, blijken ze bij nader inzien hun rozen zo te hebben aangebracht, dat zij recht op een doel mikken. De luitenant vergeet dat het verhaal het onderwerp maakt. Bijbelexegese en bijbelcatechese verschillen wezenlijk. Het is de klassieke valstrik. De mensen uit de Bijbel hadden eerst hun ervaringen, daarna schreven ze ze pas op. De 'luitenant-catecheet' die dit niet door heeft, begint met wat er opgeschreven staat en wil zo weer tot de ervaring komen, en is dus zeer onbijbels bezig. Bijbelboeken zijn niet anders dan in tweede instantie aangebrachte krijtcirkeltjes. 

Kogelgaten 
Om kinderen en jongeren dit door te laten krijgen, is Een bron van verhalen geschreven. Het boek behandelt vier thema's: 1) Op verhaal komen met oude verhalen uit de bijbel - speciaal geschikt voor Pabo-studenten en leerkrachten op een basisschool; 2) Komen de kinderen op verhaal met een kinderbijbel? - speciaal geschreven voor ouders en opvoeders die van plan zijn om met een kinderbijbel te gaan werken; 3) Met welke kinderbijbel kom jij op verhaal? - voor kinderen van de hoogste groepen van het basisonderwijs, voor brugklassers en voor (kerkelijke) vormingsgroepen;

4) Kom op met je verhaal! - geschikt voor oudere kinderen die reeds de vorige thema's doorgewerkt hebben. 

Deze vier 'kogelgaten' spreken op zich nog niet direct tot de verbeelding. Het zijn dan ook de cirkels die er omheen getrokken worden, die dit boek zo bijzonder maken. Speciaal eraan is de wijze waarop met de genoemde thema's wordt omgegaan, namelijk zó dat de leerling ze zelf ontdekt, doorkrijgt en uitwerkt. Via uitgekiende werkvormen beweegt hij zich in de wereld van verhalen, realiseert zich wat een verhaalde werkelijkheid is, en ervaart de noodzaak van het feit dat verhalen vertalen betekent. 

Krijtcirkels 
Ik ben verbaasd hoe serieus het kind hier genomen wordt, hoe hoog het aangeslagen wordt. De leerstof wordt absoluut niet in hapklare brokjes voorgekauwd. De kinderen moeten constant zelf en zichzelf evalueren. Bij het derde thema bijvoorbeeld gaan zij zelf aan de slag met verschillende kinderbijbels, krijgen daarbij uitgebreide vragenlijsten te beantwoorden, moeten kinderbijbels waarderen, vormen daarvoor een kinderjury, enzovoort. Het is onwaarschijnlijk hoe snel de kinderen weten waar ze precies hun krijcirkeltjes moeten trekken. Na drie á vier bijeenkomsten van ongeveer twee uur ontwikkelen zij een scherpe kijk op het verschijnsel Bijbel, hebben in de gaten dat het een boek vol boeken is, dat allerlei mensentypen erin voorkomen, en weten zij het verschil tussen een scheppingsverhaal, een historisch verhaal en wijsheidsliteratuur. En dit alles niet omdat zij dat beleerd hebben gekregen, maar omdat zij dat zélf geleerd hebben! Het boek barst van het werkmateriaal, geeft zeer gerichte en uitvoerige opdrachten, houdt de kinderen bij de les, maar zó dat ze zelf op ontdekkingstocht gaan. De kracht van deze methode is dat hij geschikt en aan te bevelen is voor elk Nederlands kind, gelovig of niet. En wil men zich met kinderen werkelijk kerkelijk-gelovig op de Bijbel gaan bezinnen, dan dient dat wat mij betreft pas te gebeuren nadat zij zich gelest hebben aan deze Bron van verhalen. Dan pas is een kind in staat de Bijbel serieus te nemen en niet letterlijk. Ik heb altijd grote vragen bij kinderbijbels gehad. Misschien was dat wel omdat men het kind bijna nooit leerde hoe ermee om te gaan. 

Ten slotte verdient de lay-out van het boek alle lof. Prachtige verhalen over verhalen en ter zake doende instucties begeleiden de tekst in de marge van de bladzijden. De werkbladen zijn helder en instructief samengesteld, de ilustraties speels. 

Simon Deen/Sietske de Jongh/Jos van Remundt, Een bron van verhalen (met een voorwoord van Nico ter Linden), Stichting Echelon 1997.

Maandblad De Wereld van het Jonge Kind, 15 december 2000 - De Vleugels van de Tijd

Levensbeschouwelijke Communicatie

Stichting Echelon brengt medio december een werkboek uit waarmee leerkrachten interculturele thema’s in hun groep kunnen behandelen en/of activiteiten voor de hele basisschool. Het doel van dit themaboek De vleugels van de tijd is om basisscholen te helpen bij het werken aan de onderlinge herkenbaarheid en de sociale binding van de kinderen.
Auteur: Anthon de Vries, universitair docent ontwikkelingspsychologie te Leiden.

‘Juf Kim, de oma van Aisja is nu toch in een wolk hè?’ Aisja staat er beteuterd bij te kijken. ‘Nee toch juf haar oma is toch in de grond?’ Als Wenneke, Aisja en Arno zo duidelijk staan te wachten op het wijze woord van de leerkracht, voelt juffrouw Kim dat zowel haar eigen levensbeschouwing, als haar verantwoordelijkheid als opvoeder, ten diepste wordt aangesproken.

Wat juffrouw Kim overkomt, gebeurt zo vaak in scholen. Ze zal er ter plekke een vorm voor willen vinden, om niet alleen haar eigen overtuigingen te verwoorden, maar ook Aisja, Arno en Wenneke aan het woord te laten. Niet alleen in kwesties van dood en leven, ook waar het gaat over stout en lief, onwaar en waar, kwetsbaar en sterk, gevaar en veiligheid, ziekte en gezondheid, hebben kleuters ideeën en vragen waarmee ze bij elkaar en bij de leerkracht aankloppen. Als een leerkracht zich goed voorbereid wil voelen, om de ernst waarmee kleuters zo’n onderwerp naar voren brengen, en hen ook ernstig en rijk tegemoet wil treden, zal ze waarschijnlijk behoefte krijgen aan een structuur. Een inhoudelijke, pedagogisch en didactisch doordachte structuur die meer biedt dan een incidenteel goed gekozen reactie.
De Stichting Echelon in Amsterdam is druk bezig om voor basisscholen zo' n structureel kader te bouwen.

EEN GESCHENK VAN DE WOESTIJN

Het woord ‘Echelon’ staat voor een duidelijk herkenbaar onderdeel van een marcherend leger, en ook voor traptrede. We gaan ervanuit dat de Stichting Echelon zichzelf ziet als een duidelijk herkenbaar onderdeel van het onderwijsveld. Echelon maakt al een aantal jaren lesmateriaal voor leerkrachten, kinderen en ouders van de basisschool. Materiaal dat bedoeld is om levensbeschouwelijke communicatie inhoud en betekenis te geven.
Een waardevolle kennismaking is het boek Een geschenk van de woestijn, verhalen voor 1001 kinderen.

Het boek biedt verhalen voor drie leeftijdsgroepen, te beginnen met zestien verhalen voor kleuters. En voor elke groep ook een uitgewerkt toneelstuk; voor de onderbouw is daarvoor het verhaal Doornroosje gekozen. In dit sprookje overwint het goede (de wens van de laatste fee), het kwade (de betovering van de boze fee). De uitgewerkte dramacompositie van het Doornroosjeverhaal beslaat ruim vijf pagina’s en is in alle opzichten voor leerkracht en kleuters een hanteerbare en zinvolle serie van achttien mini-acts. Het lied ‘Timpe Tampe Tovenaar’ (voor het toneel zijn de feeën vervangen door tovenaars), wordt in zeven van de achttien scènes gebruikt als middel om het drama verder te laten gaan en samenhang te waarborgen. Voor elk van de verhalen zijn de levensbeschouwelijke thema’s en de werkvormen aangegeven. En in het hele boek vinden we verhalen uit de hindoeïstische, de socialistische, joodse, islamitische en christelijke werelden. Het boek ‘Een geschenk van de woestijn’, is een geschenk voor elke leerkracht in de basisschool die van de betovering van het vertellen houdt, en die ervan geniet om met de kinderen van gedachten te wisselen over de werkelijke waarden in hun leven.

EIGENTIJDS BASISONDERWIJS

Een tweede publicatie van de Stichting Echelon heet Eigentijds Basisonderwijs 1919-2020: Levensbeschouweljke communicatie. Dit is een uitgave waar kleuters alleen maar indirect van profiteren, omdat het bedoeld is als gespreksstof voor het team van leerkrachten in de school. Sinds 1987 is het vak geestelijke stromingen verplicht in het basisonderwijs, en dit ‘Eigentijds Basisonderwijs’ biedt daarvoor een inhoudelijk, pedagogisch en didactisch model, om multicultureel onderwijs in de eigen school te bespreken. De brochure heeft een streng standpunt, als de auteurs Duinstra en Van Remundt schrijven dat juffrouw Kim in haar eentje, incidenteel, niet goed levensbeschouwelijk kan communiceren. Ze vinden dat die diepgang gedragen moet worden door het hele team. ‘En dat pas echt sprake is van een ontwikkeling in een school, als niet het onderwijs in één groep verandert. maar als de verandering in de hele school merkbaar is. Dat is het geval als het schoolteam een collectief leerproces doormaakt.’ Juffrouw Kim laat zich gelukkig niet uit het veld slaan door die opstelling. Ze weet maar al te goed hoe de rommelige praktijk van arbeidsduurverkorting, deeltijdbaan, ziekteverlof, leerlingvolgsysteem, toetsafname en stagestudent, om maar een paar punten van zorg te noemen, de levensbeschouwelijke communicatie onderling in het team vaak lelijk in de weg kunnen zitten.
Ze voelt zich in de eerste plaats verantwoordelijk voor Aisja, die haar grootmoeder verloren is, en voor Wenneke en Arno die met haar willen praten over de betekenis van het levenseinde.

Ondanks de terechte houding van de Stichting Echelon, dat het zoveel zinvoller is als het hele team van leerkrachten in een basisschool doordesemd is met de liefde voor levensbeschouwelijke communicatie, laten ze met hun aankomende publicatie die juffrouw Kim niet in de kou staan.

DE VLEUGELS VAN DE TIJD

In december 2000 verschijnt bij Echelon De vleugels van de tijd, ook van Duinstra en Van Remundt. Het werkboek biedt 40 thema’s en is bedoeld om de leerkrachten te helpen bij het vormgeven van levensbeschouwelijke communicatie. Tussen die 40 onderwerpen vinden we de hoofdstukken Dood, Offer, en Liefde, en ook Vuur, Water, Licht en Aarde. Als juffrouw Kim de komende dagen met Arno, Wenneke en Aisja verder wil communiceren over de begrafenis van Aisja’s grootmoeder, en ook andere kleuters in haar klas een kans wil geven om mee te doen, kan ze uit het hoofdstuk ‘Aarde’ de suggestie overnemen om een verteltafel in te richten met aarde, stenen, schelpen en klei. En voor de dynamiek op deze verteltafel kunnen bloembollen en tuinkerszaad dienst doen. In het boek begint zo’n hoofdstuk over de aarde met een algemene beschouwing over de verbintenis van de mens met de natuur en met name met de moederaarde waar planten, dieren en mensen uit voortkomen en ook weer toe terugkeren. Een houding van besef van kleinheid is dat men op aarde knielt, zoals bij de gebeden in verschillende tradities.
Over stenen zegt het hoofdstuk dat ze overal op de wereld gezien worden als iets bijzonders. Een steen vormt bijvoorbeeld het middelpunt van de bedevaartplaats Mekka. De leerkracht doet inspiratie op voor de gesprekken bij de verteltafel, door de achtergrondinformatie te lezen bij het onderwerp dat zij kiest.

Een verhaal uit het boek ‘Een geschenk van de woestijn’ of uit een ander voorleesboek, kan het gesprek bij de verteltafel nog verdere aanknopingspunten geven.

AISJA EN DE VERTELTAFEL

Als de verteltafel de volgende dag is ingericht met potten aarde, een stuk witte plasticine, een paar stenen, en een lege aquariumbak met wit zand en schelpen, komt Als ja naar Kim. Ze laat merken dat ze het niet eens is met Wenneke en Arno, dat haar oma nu in een wolk is of in de grond zit. Kim was al van plan om op condoleance bezoek te gaan bij het gezin van Aisja. Ze zegt dan ook tegen het meisje dat ze vlug bij haar thuis zal komen, om bloemen te brengen ter ere van haar oma. Kim besluit om de geheimzinnige tafel pas een rol te geven, als ze beter begrijpt welke betekenis het overlijden van haar grootmoeder voor Aisja heeft.
De grootmoeder is op een Islamitische begraafplaats in Rotterdam begraven. Aisja is niet mee geweest naar de begrafenis, maar bij vrienden van de familie opgevangen. Kim brengt tijdens haar visite voorzichtig ter sprake dat Aisja het niet eens is met de gedachte dat de ziel na de dood in de wolken zal zijn, als een beeld van de hemel. Waarop de ouders vertellen dat ze Aisja hebben uitgelegd dat de ziel van haar oma na de dag des oordeels bij Allah in het paradijs zal zijn, en dat ze denken dat het paradijs lijkt op een prachtige tuin met bomen vol vogels en vruchten en dat er overal fonteinen zullen zijn met water. Nu Kim dit weet, besluit ze dat haar verteltafel tot nu toe te aards is, en dat ze er goed aan doet om er ook de boompjes aan toe te voegen uit haar verzameling klein materiaal.
De verteltafel gebruikt Kim voor levensbeschouwelijke communicatie. Hij is er voor elk groepje kleuters dat kiest om bij de tafel te komen werken met plasticine, met klein materiaal een wereldspel te spelen en te praten over de groei van de tuinkers. Maar als eersten mogen Wenneke, Aisja en Arno bij de verteltafel met juffrouw Kim praten over hun gedachten over doodgaan. Dit heeft voor elk een andere betekenis: begraven worden in de aarde, in de wolken zijn en bij Allah in zijn schitterende tuin zijn.

Over die interactie tussen de leerkracht en de kleuters, schrijven Duinstra en Van Remundt dat ‘levensbeschouwelijke communicatie voor iedere leerling toegankelijk en herkenbaar is. De erkenning voor elke cultuur staat voorop en wordt positief gewaardeerd. En er wordt gezocht naar overeenkomsten, zonder de verschillen te negeren.’

Literatuur

Deen, R., F. Houtzager, Een geschenk van de Woestijn. Echelon, Amsterdam, 1995.

Duinstra, T., J. van Remundt, Eigentijds Basisonderwijs 1919-2020: Levensbeschouwelijke communicatie. Echelon, Amsterdam, 2000.

Duinstra, T., J. van Remundt, De Vleugels van de Tijd. Echelon, Amsterdam, 2000.

Lesmateriaal
Het lesmateriaal van Echelon is onderverdeeld in drie catergorieën:

·basisonderwijs

·voortgezet onderwijs

·PABO en nascholing leerkrachten

Lesmateriaal
Basisonderwijs
Het lesmateriaal van Echelon voor het basisonderwijs is onderverdeeld in vier categorieën:

·filmmodules

·geestelijke stromingen

·literair

·creatief

Filmmodules

Hier treft u de beschrijvingen aan van de verschillende filmmodules van Echelon. Wilt u meer informatie over normen- en waardenoverdracht via speelfilms, klik dan hiernormenwa.htmlnormenwa.html

Beschrijving lesmateriaal

Titels voor het Primair Onderwijs:
Groep 3 Rode Ballon
Groep 4 Het Zakmes
Groep 5 De Tasjesdief
Groep 6 E.T.
Groep 7 Mijn vader woont in Rio
Groep 8 Karate Kid

Uitvoering lesmateriaal:
boek 50-75 blz., in de rug geniet, A4-formaat, met te kopiëren werkbladen.

De rode ballon

Algemeen:
De film is in 1956 gemaakt en duurt 30 minuten. Hij is te huur in de videotheek.

Uitgangspunten en Doelstellingen:
De doelen van de lesmodule 'De rode ballon' zijn: het stimuleren en helpen van de kinderen om waarde te hechten aan hun eigen gevoelens en gedachten; het leren uiten van gevoelens; zich leren inleven in gevoelens van anderen; het leren troosten van iemand anders.

Inhoudsbeschrijving:
De film 'Le Ballon Rouge' gaat over de vriendschap van een jongetje met een rode ballon. De film is in grijsblauwe tinten opgenomen, de ballonnen zijn felgekleurd. Er wordt bijna niet gesproken.

Lesmodule:
De lesmodule (1996) kent drie fasen. Elke fase bestaat uit twee lesuren.
Lesactiviteiten: een introductiegesprek; het werken met werkbladen; het gebruik van spiegels; het kijken naar een gedeelte van de film; een nagesprek, een rollenspel en het maken van een woordveld.

Fase 1 Welke kleur kies je? Niet iedereen waardeert dezelfde dingen.
Fase 2 Een andere kleur: uitbeelden van gevoelens (eenzaamheid, verliefdheid, vriendschap
Fase 3 Alle kleuren samen: De kinderen bedenken manieren om elkaar in moeilijke situaties te helpen.

Het zakmes

Algemeen:
De film is in 1992 gemaakt en duurt 90 minuten. Hij is gebaseerd op het jeugdboek 'Het zakmes' van Sjoerd Kuyper. De film is te huur in de videotheek.

Uitgangspunten en doelstellingen:
De doelen van de lesmodule zijn gebaseerd op de thema's uit de film: kennis maken met het verschijnsel hebbedingetjes, op zoek gaan naar een manier om met iemand contact te maken, eigen geheimtaal, inzien dat je verdriet mag hebben bij tegenslagen.

Inhoudsbeschrijving:
De film 'Het zakmes' gaat over een zesjarige jongen, Mees, die per ongeluk het zakmes van zijn vriendje Tim in zijn zak stopt. Als Mees het zakmes terug wil brengen, blijkt Tim net verhuisd te zijn. Omdat zijn ouders geen tijd hebben moet Mees helemaal alleen op zoek naar zijn verhuisde vriendje.

Lesmodule:
De lesmodule (1995) kent vijf fasen. Elke fase bestaat uit twee lesuren.
Lesactiviteiten: introductiegesprek, het kijken van een gedeelte van de film, een rollenspel, het werken met de werkbladen, het maken van een tentoonstellingstafel met hebbedingen, het maken van een lied (gedichtenbundel) en het houden van een songfestival.

Fase 1 Dierentaal: gaat over manieren van contact maken.
Fase 2 Hebbedingetjes: gaat over voorwerpen die voor mensen een bijzondere gevoelswaarde hebben.
Fase 3 Contact maken: waarom lukt communicatie soms niet? En wat dan?
Fase 4 Mijn lied: de kinderen maken een eigen tekst/liedje.
Fase 5 Het optreden: de kinderen dragen hun lied/gedicht voor.

De Tasjesdief

Algemeen:
De film is in 1995 gemaakt en duurt 94 minuten. Hij is gebaseerd op het boek De tasjesdief van Mieke van Hooft. De film is te bestellen bij Shooting Star Filmcompany te Amsterdam, en te huur in de videotheek.

Uitgangspunten en doelstellingen:
'Een ruggengraat hebben,' is het centrale thema van de film. Dit thema is uitgewerkt in de volgende specifieke doelstellingen: ontdekken dat je met de houding en de bewegingen van je lichaam veel kunt zeggen; je bewust worden van verschillende vormen van de baas zijn en de baas spelen; het ontdekken van manieren om met angsten om te gaan; ervaren dat het prettig kan zijn om alleen te zijn; een geheim hebben; ontdekken dat je je tegen machthebbers kunt verweren.

Inhoudsbeschrijving:
Roos, de oma van de 12-jarige Alex, is in haar huis overvallen door twee jongens. Alex heeft de jongens gezien en wil hen bij de politie aangeven, maar dat mag niet van Roos. Zij laat Alex beloven er met niemand over te praten. Alex bewaart het geheim van zijn oma. Maar vanaf dat moment wordt hij gechanteerd door de twee overvallers. Wanneer de situatie voor Alex onhoudbaar wordt, neemt hij het heft in eigen handen. Hij zorgt ervoor dat de overvallers door de politie worden opgepakt.

Lesmodule:
De lesmodule (1998) kent vijf fasen. Elke fase bestaat uit twee lesuren. Er is een grote keuze uit verschillende werkvormen (21 werkbladen).
Lesactiviteiten: het opbouwen van een skelet, het kijken naar de film, luisteren op verschillende manieren, werken met de werkbladen, oefenen in alleen zijn, yoga-oefeningen, het maken van een zelfportret, het geven van een 'steuntje in de rug,' groepsgesprek, kijken en schrijven vanuit een bepaald perspectief.

Fase 1 Je lichaam: gaat in op nonverbale communicatie en het verschil tussen horen en gehoorzamen.
Fase 2 Naar jezelf kijken: gaat over verschillende vormen van de baas zijn en de baas spelen.
Fase 3 Jezelf zijn: heeft als onderwerp: concentratie op jezelf.
Fase 4 Ruggengraat hebben: gaat over de eigenwaarde van mensen en over zelfvertrouwen.
Fase 5 Je eigen perspectief ontdekken: gaat in op de manieren waarop mensen iets kunnen zien of beleven. De kinderen praten over de rol die hun ouders/verzorgers in hun leven spelen.

E.T.

Algemeen:
De film E.T. is gemaakt in 1982 door Steven Spielberg en duurt 100 minuten. De film is te huur in de videotheek.

Uitgangspunten en doelstelling:
Het uitgangspunt van de lesmodule is het omgaan met de natuur, dat een tedere en zorgzame houding vereist. De doelstellingen zijn: het verwerven van een eigen, bewuste houding ten aanzien van al wat leeft; ontdekken dat alles wat leeft kwetsbaar is; ontdekken dat er veel communicatievormen zijn - in deze module ligt de nadruk op de tastzin (voelen, strelen, tasten) en gebaren.

Inhoudsbeschrijving:
Een klein ruimtewezen blijft per ongeluk achter op een open plek in het bos. Elliot, een jongen van twaalf jaar, vindt het wezentje. Het buitenaardse wezen beschikt over een geheimzinnige kracht waarmee het een verwelkte plant weer tot leven wekt. Elliot en het ruimtewezen staan in een soort telepatisch contact met elkaar. Dat blijkt als het wezentje per ongeluk bier drinkt. Elliot, die op dat moment op school is, wordt dronken. De kinderen bouwen voor E.T. een antenne zodat hij contact kan zoeken met zijn soortgenoten. Maar de antenne werkt niet en E.T. wordt ziek. Alles wijst erop dat E.T. dood gaat. Maar Elliot merkt dat de soortgenoten van E.T. onderweg zijn. De kinderen brengen E.T. terug naar de open plek in het bos. Daar landt het ruimteschip en het neemt E.T. weer mee.

Lesmodule:
De lesmodule (1994) kent vijf fasen. Elke fase bestaat uit twee lesuren. Er is een grote keuze uit verschillende werkvormen (22 werkbladen).
Lesactiviteiten: vertonen en bespreken van de film; werken met de werkbladen; een tentoonstelling maken; een masker maken; een boom analyseren; een stuk grond adopteren.

Fase 1 Alles wat leeft heeft gevoel: alles wat leeft hangt met elkaar samen.
Fase 2 Voelen wat een ander voelt: gaat over de 'band' die mensen met elkaar kunnen hebben, het kunnen delen van elkaars gevoelens (blijdschap, verdriet, teleurstelling, overwinning).
Fase 3 Kom uit voor je gevoel: Mensen zijn altijd onderhevig aan een stemming of humeur. Dat is soms lastig, maar je moet je er niet door uit het veld laten slaan.
Fase 4 Wanneer is iemand een goede tuinder? gaat over de kwetsbaarheid van levende wezens en de gevoelige (tedere) houding die bij een goede zorg is vereist.
Fase 5 Door welke bril kijk je? gaat in op de scheppingsverhalen uit verschillende tradities.

M'n vader woont in Rio

Algemeen:
De film is in 1989 gemaakt en heeft een speelduur van 95 minuten. Hij is te huur in de videotheek.

Uitgangspunten en doelstelling:
De doelen van de lesmodule zijn: het kennis maken met het verschijnsel begrafenis/crematie; het beschrijven van hoe mensen thuis leven en hoe mensen elkaar kunnen ervaren en waarderen; het ervaren dat de waarheid zeggen niet altijd kan; ervaren dat mensen door gebruik te maken van hun fantasie, kracht en doorzettingsvermogen kunnen krijgen; kunnen aangeven hoe een ideale leefsituatie eruit ziet.

Inhoudsbeschrijving:
'Mijn vader woont in Rio' gaat over een meisje, Liesje, wiens opa is overleden. Opa was voor haar een vertrouwensfiguur. Door zijn overlijden moet zij nu veel alleen verwerken. De vader van Liesje woont in Rio, tenminste dat denkt zij. Maar in werkelijkheid zit hij in de gevangenis wegens drugssmokkel. Na de dood van opa komt de vriend van de moeder bij hen inwonen: in de kamer van opa. Liesje besluit met het vliegtuig naar Rio te gaan. Met de hulp van de gevangenisdirecteur weet de vader van Liesje haar net op tijd op het vliegveld te vinden. 

Lesmodule:
De lesmodule (1994) kent vijf fasen. Elke fase bestaat uit minimaal twee lesuren, waarvan twintig minuten film. Er is een ruime keuze uit verschillende werkvormen (34 werkbladen).
Lesactiviteiten: vertonen en bespreken van de film; werken met de werkbladen; een tentoonstelling maken van zelfgemaakte papieren vliegtuigen; het maken van collages.

Fase 1 Wat is er aan de hand?: behandelt begrafenis en crematie, rituelen bij rouwverwerking.
Fase 2 Leugentje om bestwil: gaat over liegen en de waarheid. Kennismaking met de Koran en de Bijbel.
Fase 3 Hoe kom je aan die mening? Mensen vormen hun meningen op verschillende gronden (ervaring, eigen lichaam, waarden en normen, kennis, fantasie).
Fase 4 Ieder heeft zijn eigen kijk op iets: gaat over het hebben van een eigen voorkeur voor dingen.
Fase 5 Gebruik je fantasie: gaat in op de invloed die de fantasie kan hebben op je voorkeur. 

Karate Kid

Algemeen:
De film is in 1984 uitgekomen en duurt 120 minuten. Uitgegeven bij Rostrum B.V. in Haarlem en te huur in de videotheek.

Uitgangspunten en doelstelling:
Het uitgangspunt van de module is het hebben van een eigen houding ten aanzien van regels, en de rol die de leraar daarbij speelt. Thema's uit de film zijn: oosterse filosofie, metaforen en symbolen. Doelstellingen zijn: het verkrijgen van inzicht in vriendschappen; inzicht in het beoordelen van mensen; het ontdekken van sociale gedragscodes; kunnen hanteren van enkele metaforen en symbolen.

Inhoudsbeschrijving:
Daniël, een jongen van zestien jaar, verhuist met zijn moeder naar een andere stad. Hij wordt verliefd op het meisje Ali. Maar zodra haar ex-vriend Johnny dat merkt, slaat hij Daniël in elkaar. Daarop besluit Daniël naar de plaatselijke karakteschool te gaan, maar daar blijkt Johnny juist de scepter te zwaaien. Dan maakt Daniël kennis met de oude conciërge van het huis die een Japanse karateleraar blijkt te zijn. Daniël wordt in deze sport ingewijd, maar het blijkt eerder een kwestie van zelfbeheersing dan van vechtlust te zijn. 

De lesmodule:
De lesmodule (1990) kent vier fasen. Elke fase bestaat uit minimaal twee lesuren, waarvan dertig minuten film. Er is keuze uit verschillende werkvormen (12 werkbladen).
Lesactiviteiten: vertonen en bespreken van de film; werken met de werkbladen; een eigen fantasieboom (bonsaï) tekenen; kringgesprek, evenwichtsoefeningen; fotocollage maken, bespreken en zelf ontwerpen van symbolen.

Fase 1 De verhuizing: gaat over het gevoel een vreemde te zijn.
Fase 2 Vrienden maken: gaat over het maken van (nieuwe) vrienden.
Fase 3 De hand: heeft als onderwerp het woord karate, dat 'lege hand' betekent.
Fase 4 Evenwicht: gaat over het hebben van het gevoel dat je met jezelf in evenwicht bent

Geestelijke stromingen

Wie klopt mag binnengaan
Verkenning van de religieuze omgeving: een praktische handleiding voor schoolexcursies naar kerk, moskee en synagoge.

Uitgangspunten en doelstellingen:
Kinderen in deze tijd groeien op in een multireligieuze cultuur waarvan de wortels voor hen niet zonder meer duidelijk zijn. Aan de hand van bezoeken aan een kerk, een moskee, een synagoge en het bestuderen van symbolen en karakteristieken, maken de kinderen kennis met zaken die voor hen in het dagelijks leven meestal wel bekend zijn, maar vaak niet begrepen worden.

Uitvoering:
Werkbladen en begeleidingsboek losbladig, geperforeerd voor 4-ringsband.

Inhoudsbeschrijving:
Het project bestaat uit vier hoofdstukken:

Hoofdstuk 1: Wat is eigenlijk godsdienst? (bezoek aan een protestantse kerk)
Hoofdstuk 2: Christelijke feestdagen (Pasen) (bezoek aan een roomskatholieke kerk)
Hoofdstuk 3: Wat geloven moslims? (bezoek aan een moskee)
Hoofdstuk 4: Het joodse geloof (bezoek aan een synagoge)

Elk hoofdstuk bestaat uit vijf onderdelen:
1. Introductie
2. Bespreking symbolen en voorwerpen
3. Voorbereiding bezoek kerk/moskee/synagoge
4. Bezoek kerk/moskee/synagoge
5. Verwerking bezoek: verheldering en evaluatie

Literair - Verhalenprojecten

Waarom verhalenprojecten?

Het lezen van de oude verhalen uit de wereldliteratuur geeft kinderen toegang tot de bronnen van de cultuur. Gemeenschappelijke waarden en normen, denkbeelden, wensen en verlangens die men in culturen aantreft, vinden hun oorsprong in zulke oude verhalen. Maar verhalen hebben ook de vervelende neiging alomvattend te worden, hun eigen vertellers te gijzelen en hun vrije blik op de wereld te ontnemen. Binnen de lessen levensbeschouwelijke communicatie wordt met dit gevaar rekening gehouden. In Held of schurk, wordt het bijbelse verhaal van koning David verteld. Er zijn veel invalshoeken mogelijk om dit verhaal voor kinderen te vertellen. In deze lesmodule is ervoor gekozen de menselijke trekken van koning David te benadrukken. De koning is een held, maar ook een schrurk. Het zijn de goede en de slechte menselijke trekken die hem tot een levensecht, geloofwaardig mens maken. Het centrale thema van de lessen over koning David is macht en machtsmisbruik in intermenselijke relaties.

In een ander groot verhaal, dat van Odysseus, is het thema zelfvertrouwen uitgewerkt. In deze lessen wordt benadrukt dat het leren van normen en waarden te maken heeft met een zoektocht. Ieder mens reist en zwerft door het labyrint van de maatschappij, net als Odysseus en Telemachos doen. Odysseus is niet iemand die afwacht en dagdroomt over wat komen gaat. Nee, hij is actief en probeert zijn doel te bereiken. Dat vereist wilskracht en geduld. 

Uitvoering:
Begeleidigsboek, 4-ringsband en kopieerbladen, 90-140 blz.
Verhalenboekje, zwart-wit illustraties, 20 x 21 cm. 50-85 blz. 

Inhoud:
Het begeleidingsboek bevat minimaal tien lessen en een deel met achtergrondinformatie (toelichting op begrippen). In elk van de hoofdstukken wordt de doelstelling, de verantwoording, de benodigdheden, de werkwijze en de uitvoering aangegeven. Tevens zijn de bijbehorende werkbladen in het begeleidingsboek opgenomen. Elke les bevat een gesprek en het lezen van een stuk van het verhaal. De hoofdstukken uit het verhalenboek lopen parallel aan de lessen en werkbladen in het begeleidingsboek.

Titels:
Groep 4 Goede Manieren (Jozefverhaal uit het bijbelboek Genesis)
Groep 5 De schouders eronder (Mozesverhaal uit het bijbelboek Exodus)
Groep 6 Het spoor van de wind (Odysseia uit de Illias)
Groep 7/8 Held of schurk (Davidverhaal uit de bijbelboeken 1-2 Samuel)

 

Goede manieren

Uitgangspunten en Doelstellingen:
Uitgangspunt voor de lesmodule 'Goede manieren' (1995) vormen de hoofdstukken 27 tot en met 50 van het bijbelboek 'Genesis,' waarin de verhalen worden verteld over Jacob en Jozef.
Met het verhaal en de daarbij behorende verwerkingsvormen kunnen de kinderen inzicht ontwikkelen in bepaalde mechanismen die met agressie (pesten) en zondebokken te maken hebben en hoe zij bepaalde situaties kunnen veranderen. Het project maakt bespreekbaar hoe mensen met elkaar omgaan: liegen, elkaar bedonderen, haat, maar ook met solidartiteit, vertrouwen en mededogen. Dit lesmateriaal is gemaakt in samenwerking met Bob van der Meer van het APS.

Inhoudsbeschrijving:
Het begeleidingsboek bevat tien lessen. In de lessen komen onder andere de volgende thema’s aan de orde: bedriegen, pesten, vriendschap, dromen, schuld, onrecht, jaloezie, wraak, belonen, helpen, inleven in anderen, vrede.
De didactische werkvormen in de lessen zijn onder andere: het samen lezen van verhalen, het maken van tekeningen, het voeren van kringgesprekken, het spelen van rollenspelen, dans, zang en het gebruik van werkbladen.
In het schaduwverhaal ‘Goede manieren’ wordt Genesis 27-50 vrijwel integraal verteld. Het verhaal volgt het leven van Jozef.

De schouders eronder

Uitgangspunten en doelstellingen:
Het bijbelboek ‘Exodus’ vormt het uitgangspunt voor de lesmodule. De hoofdpersoon in het boek Exodus is Mozes en het centrale thema is betrokkenheid.
Met het verhaal en de daarbij behorende verwerkingsvormen kunnen de kinderen inzicht ontwikkelen in het vaak moeizame proces van saamhorigheid en het samen ergens de schouders onder zetten. Het project wil bespreekbaar maken hoe een proces van betrokkenheid tot stand komt en waar mensen dan toe in staat zijn. Dit lesmateriaal is gemaakt in samenwerking met de Novib.

Inhoudsbeschrijving:
Naast het centrale thema betrokkenheid komen er ook andere thema’s aan de orde: Egypte; herinnering; onderdrukking; mishandeling; solidariteit; belofte, schuld en strijd; Joodse Pesachviering; hebzucht; zelfvertrouwen; afspraken en regels.
De didactische werkvormen in de lessen zijn onder andere het lezen van de verhalen, het gebruik van werkbladen, het voeren van kringgesprekken, pantomime, gipsen voetafdrukken maken en het werken met een bouwplaat.
Het schaduwverhaal ‘De schouders eronder’ beschrijft het verhaal van Mozes, die een volk uit Egypte aanvoert op weg naar een van oudsher beloofd land.

In het spoor van de wind

Uitgangspunten en doelstellingen:
De Odysseia vormt het uitgangspunt voor de lesmodule. De Odysseia gaat over de mens die niet wil buigen voor de wil van de goden en geen speelbal wil zijn van het lot. Een mens die niet wil winnen door brute kracht, maar door argumentatie, humor en intelligentie. De reis van Odysseus is meer dan een avontuur, het is een zoektocht naar het wezen van de mens. Het centrale thema van de lesmodule is de avontuurlijke zoektocht van elk mens naar zijn eigen identiteit. Dit lesmateriaal is gemaakt in samenwerking met Rob Tielman, Universiteit voor Humanistiek (Humanistisch Vormings Onderwijs).

Inhoudsbeschrijving:
Het begeleidingsboek bevat dertien lessen. Telkens wordt het thema: ‘identiteit' op een andere manier uitgewerkt, gerelateert aan de belevenissen van Odysseus. De didactische werkvormen in de lessen zijn onder andere: het samen lezen van de verhalen, het inventariseren van associaties, het voeren van kringgesprekken, het gebruik van werkbladen, het spelen van rollenspellen, kompaswoorden, het schrijven van een verhaal. De belangrijkste en steeds terugkerende werkvorm is het interpreteren van de Griekse goden en het maken van een pantheon.
Het schaduwverhaal In het spoor van de wind beschrijft het verhaal van Odysseus die door een list de stad Troje verovert, maar zich daardoor de woede van de goden op de hals haalt. Door hun toedoen komt hij pas na een twintig jaar durende reis thuis.

David, held of schurk

Uitgangspunten en doelstellingen:
De bijbelboeken 1 en 2 Samuel vormen het uitgangspunt voor de lesmodule. Aan de hand van gebeurtenissen uit het Davidverhaal wordt het thema Machtsmisbruik uitgewerkt en geconcretiseerd. De leerlingen herkennen machtsstucturen in hun eigen leven en leren ermee omgaan. Er wordt vanuit gegaan dat ook beladen onderwerpen (sexuele intimidatie) met kinderen besproken kunnen worden omdat ze deel uitmaken van de ervaringswereld van kinderen. Dit lesmateriaal is gemaakt in samenwerking met Loek van Veldhuyzen van het APS

Inhoudsbeschrijving:
Het begeleidingsboek bevat dertien lessen. Het thema machtsmisbruik wordt steeds op een andere manier uitgewerkt. Macht tussen vrouwen en mannen; in vriendschappen, in verband met het maken van keuzes, macht en slachtoffers; uitzichtsloosheid; legitimatieplicht en andere regels.
De didactische werkvormen in de lessen zijn onder andere: het samen lezen van de verhalen, het inventariseren van associaties, het voeren van kringgesprekken, het gebruik van werkbladen en foto’s, het spelen van rollenspellen.
Het schaduwverhaal David, held en schurk gaat over een jongen (schaapherder) die al op jonge leeftijd tot opvolger wordt aangewezen van een koning die hem eerst liefheeft als zijn eigen zoon, maar hem al snel vervolgt op leven en dood. Als David later zelf koning is, staat zijn lievelingszoon Absalom hem naar het leven.

Creatief - Drama

Een geschenk van de woestijn

In het dramaboek Een geschenk van de woestijn (1995) ontdekt de leraar primair onderwijs een rijkdom van verhalen uit de culturen die ons land rijk is. Het boek geeft praktische handreikingen om via drama de fantasie en het voorstellingsvermogen te stimuleren en te ontwikkelen. Het drama-ABC aan het eind van het boek is daarbij ook zeer behulpzaam. 


Het boek bevat:

·een inleiding in het werken met verhalen en drama-activiteiten;

·vijftig verhalen uit diverse culturen met werkvormen voor kinderen van vier tot dertien jaar;

·drie compleet uitgewerkte dramacomposities;

·een geheel uitgewerkt voorbereidingsschema voor een dramavoorstelling;

·een drama-ABC met een beschrijving en uitleg van 150 begrippen, termen en dramawerkvormen;

·een literatuurlijst.

Overal waar met kinderen wordt gewerkt, ook buiten de school, kan dit dramaboek zijn diensten bewijzen. De gebruiker kan af en toe een verhaal uit dit boek nemen en er een half uurtje met de kinderen mee werken. Maar het is ook geschikt voor een heel basisschoolteam om te hanteren als dramamethode voor alle groepen. Ook kan het dienen als aanvulling op leergangen en methodes op het gebied van geestelijke stromingen en levensbeschouwelijke vorming.



Religie.opzijnbest.nl - De beste links over religie voor u verzameld.