WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT)
STARTPAGINA AGENDA LEVENSBESCHOUWING SAMENLEVING OVERZICHT interlevensbeschouwelijke dialoog
Interlevensbeschouwelijke dialoog,  Abrahamhuis, interreligieus leren (van het net geplukt),   interculturele en interreligieuze kalender,  Interreligieus leren in opvoeding en onderwijs (Bert Roebben), Interreligieus leren op de Brede School (Rotterdam), Interreligieuze levensdialoog, Interreligieuze school Ede, Islamitisch Dialoog-en Informatiecentrum, Kerkwerk Multicultureel Samenleven (KMS), Mehmet Aydin: biografie - conferentie in het Engels en in Nederlandse vertaling - verslag, Stichting Echelon en          levensbeschouwelijke communicatie, Trees ANDREE en Cok BAKKER: Religie, geweld en opvoeding tot vrede, Wat ons bindt (Frank Siddiqui)

Informatiekrant over het ontmoetingsonderwijs - een initiatief van Edese kerken om meer bekendheid te geven aan de Juliana van Stolbergschool, november 1997

Mounja Larech, oud-leerlinge

 Mounja Larech is van Marokkaanse afkomst. Ze is 20 jaar oud en volgt de opleiding voor Sociaal Juridisch Medewerker in Arnhem. Toen zij op de Juliana van Stolberg school zat, was dit nog een ‘gewone’ christelijke school. ‘Het was gewoon de dichtstbijzijnde school, dus ging ik daar heen net als mijn oudere broer en zus. Er was toen al een groot aantal kinderen van allochtone afkomst op school, maar er was geen onderscheid naar afkomst: iedereen speelde met iedereen’, aldus Mounja. Toen ze in de vierde klas zat, werd het officieel ontmoetingsonderwijs. Vanaf die tijd werd er naast Arabische les ook godsdienst- en cultuurles gegeven door een imam. Helaas gingen vanaf die tijd de kinderen van Nederlandse afkomst achter elkaar van school. Er werd niet rechtstreeks gezegd waarom maar het was wel opvallend. 'Dat was erg jammer, want het is juistzo belangrijk dat kinderen van jongs af met elkaar opgroeien. Op die manier leer je vanzelf dingen van elkaars cultuur, bijvoorbeeld wat er gebeurt als het ramadan is. Maar ook leer je als Turks of Marokkaans kind veel beter Nederlands te praten. Je begrijpt elkaar veel gemakkelijker. Als je elkaar pas op de middelbare school tegenkomt, gaat dat veel moeizamer en is er veel meer uitleg nodig’, zegt de Marokkaanse studente.

Hans, Ans, Mark Scholing, ouders en oud-leerling

Hans en Ans Scholing hebben twee zoons, Michael (20) en Mark.(18), die allebei hun lager schooltijd op de Juliana van Stolberg school hebben doorgebracht. ‘Toen de jongens op school begonnen was het nog een ‘gewone’ christelijke school. We zijn meegegroeid in de ontwikkeling naar ontmoetingsonderwijs, hierdoor raakten we steeds meer betrokken bij het gebeuren op school,’ aldus Hans. ‘Een groot pluspunt is dat je kinderen op groeien met kinderen uit andere culturen en daardoor meer verdraagzaamheid krijgen voor elkaar. Ze maken elkaar van dichtbij mee en krijgen daardoor een veel reëler beeld, vult Ans aan.

Maar ze vinden allebei dat je als ouders heel bewust moet kiezen voor zo'n school: het vraagt veel inzet en tijd van ouders. Immers je kind komt iedere dag met een verhaal thuis, maakt andere dingen mee dan kinderen op een doorsnee school. En de school probeert ook de ouders met elkaar in contact te brengen: 'als ouder ga je ook een beetje naar school’. Helaas is het aantal kinderen van Nederlandse afkomst de laatste jaren sterk teruggelopen. Daardoor waren de laatste twee jaren van Mark niet zo leuk. ‘De eerste jaren waren er contacten met Turkse en Marokkaanse kinderen, speelde na schooltijd met ze. Natuurlijk was er ook wel eens ruzie, maar dat werd weer op een gewone manier opgelost. Helaas was ik de laatste paar jaar één van de weinige Nederlandse kinderen. Door die scheve verhouding waren er veel meer strubbelingen en voelde ik me wel heel erg een eenling.’

Toch is Mark blij dat hij op de Juliana van Stolbergschool gezeten heeft: je weet van alles over andere culturen, krijgt meer begrip voor elkaar en leert dat bijvoorbeeld ook Turkse kinderen net zoveel onderling verschillen als Nederlandse: macho en niet-macho, laag niveau en hoog niveau.

De familie Scholing is er heel duidelijk in: ontmoetingsonderwijs werkt uitstekend, maar de verhouding moet goed zijn. 'Alleen of met een paar Nederlandse kinderen is niet leuk. Het zou het mooiste zijn school doet. Met één roos kun je nog geen lente maken, maar met één bloem kan wel de lente beginnen.’

Moustafa Celik, bestuurslid Centrum Interculturele Samenwerking

Mustafa Çelik is van Turkse afkomst en woont al sinds 1980 in Nederland. Hij is getrouwd en heeft drie jonge kinderen. Zo'n drie jaar geleden werd besloten tot oprichting van het Centrum voor Interculturele Samenwerking ter verlichting en ondersteuning van het team van de Juliana van Stolbergschool. Om de grote belangstelling voor de school (zelfs uit het buitenland) op te vangen en om materiaal te ontwikkelen voor intercultureel onderwijs. ‘Er is nauwelijks goed lesmateriaal voor handen. Zo is er geen enkel eenvoudig boek over de Islam, geschikt voor de basisschool. En neem hij voorbeeld een geschiedenisboek: dat is natuurlijk vanuit Nederlands standpunt geschreven. Dat sluit dus niet aan bij intercultureel onderwijs' aldus Mustafa. De jonge Turkse vader werd gevraagd om zitting te nemen in het bestuur van het Centrum. Dat deed hij van harte: ‘Als er geen ontmoeting is, vindt er ook geen gesprek plaats en ontstaat er wederzijdse angst. Alleen door ontmoeting kan die angst overwonnen worden.’ In het bestuur zitten twee Turkse ouders, twee Marokkaanse en drie Nederlandse ouders. Ze organiseren bijvoorbeeld in samenwerking met de Raad van Kerken ieder jaar in de migrantenweek een thema-bijeenkomst voor mensen uit verschillende culturen. ‘Aan het begin van zo’n avond zit daar een groepje Nederlanders, daar een groepje Turken en daar een groepje Marokkanen. Maar door middel van gesprek en rollenspel leren de aanwezigen elkaar en elkaars cultuur kennen. En dan zie je aan het eind van de avond alle mensen ineens door elkaar zitten. Dat is mooi om te zien en ook een direct resultaat!’, aldus Mustafa. Daarnaast organiseert het centrum ieder voorjaar een kamp voor lagere schoolkinderen. Ook daarvan is het doel ontmoeting tussen culturen, zodat angst voor elkaar weggenomen wordt en er vriendschap kan ontstaan. Helaas waren er vorig jaar erg weinig Nederlandse kinderen.

Verder wil het bestuur op aanvraag cursussen opzetten voor scholen, bedrijven, ziekenhuizen, de politie etc. Cursussen om te leren omgaan met mensen uit een andere cultuur.

Mustafa betreurt het dat er geen Nederlandse kinderen meer op de Juliana van Stolbergschool zitten: Maar dit wil niet zeggen dat het nu geen intercultureel onderwijs meer is, wat ik om me heen wel hoor zeggen. Het gaat toch om de lesinhoud en die is nog steeds intercultureel!’ zou doen. Vanuit een bewuste keuze, met een grote betrokkenheid en veel inzet.

 de heer Gürsoy, Turkse imam

De heer en mevrouw Gürsoy zijn van Turkse afkomst, ze hebben een dochtertje van zes jaar en een zoontje van een paar maanden. De heer Gürsoy woont alweer 17 jaar in Nederland en heeft als imam les gegeven op de Juliana van Stolberg school. "Het is erg belangrijk dat onze kinderen op school leren over de Turkse cultuur en godsdienst. En dat ze de Turkse taal leren, taal heeft immers alles te maken met identiteit. Daarnaast is het vooreen multi-culturele samenleving heel belangrijk dat onze kinderen als een grote groep ouders van Nederlandse afkomst gezamenlijk hun kinderen op de Juliana van Stolbergschool bij elkaar op school zitten en op die manier kennis krijgen van elkaars cultuur en godsdienst. Daar komt bij dat de Turkse en Marokkaanse kinderen op die manier veel gemakkelijker de Nederlandse taal leren’, zegt de heer Gürsoy. Dochtertje Ruveyda zit in groep 2 van de Juliana van Stolberg school, helaas zit er geen enkel Nederlands kind meer op school. Erg jammer vinden de heer en mevrouw Gürsoy dat. De imam vertelt dat omwonenden niet erg enthousiast reageerden toen de school interreligieus werd. ‘Mondeling willen ze integratie, maar in de praktijk doen ze dat niet. Mensen met kinderen dichtbij de school sturen toch hun kinderen naar een school verderop...’ Net als de familie Scholing lijkt het hem het beste als er een groep Nederlandse christelijke ouders is die hun kinderen op de Juliana van Stolberg.

BASISSCHOOL JULIANA VAN STOLBERG IN EDE is een open school geworteld in de religieuze tradities: van school voor christelijk nationaal schoolonderwijs (1956-1990) naar de eerste christelijke islamitische samenwerkingsschool (1992) en nu (1997) bekend als een school voor intercultureel/ interreligieus basisonderwijs.

De Juliana van Stolberg staat midden in een samenleving, die steeds meer multi-etnisch is samengesteld. Hoe we daarin met elkaar (kunnen) omgaan, hebben we opgepakt in deze school. Kinderen kunnen dat heel goed! Ouders ook trouwens.

Martin Luther King (wie herinnert hem nog?) had zijn droom. Deze werd een prachtig symbool van hoop. Voor velen in Nederland en daarbuiten geeft ook de Juliana van Stolbergschool een signaal. De school wil verbindend werkzaam zijn in de “nieuwe” Edese samenleving. De aanwezigheid van kinderen uit verschillende groeperingen biedt grote kansen: een interculturele samenlevingsschool.

Met elkaar: kinderen, hun ouders en teamleden, willen we een levend symbool creëren. Als gelovigen uit verschillende tradities is het belangrijk elkaar te ontmoeten en te gaan staan voor gezamenlijke waarden, die we onze kinderen willen doorgeven.

Maar nu:

De stem van Lizzy schalde in juli 1997 via de IKON/ Wereldomroep radio uitzending over de hele wereld. De laatste leerling van Nederlands-christelijke afkomst verlaat de interreligieuze basisschool. Dat blijkt wereldnieuws te zijn. Lizzy verlaat in de afscheidsmusical van groep 8 zingend de school.

‘Ik heb het op deze school erg naar mijn zin gehad’, zegt Lizzy. ‘Ik weet van kinderen, die door de ouders van school werden gehaald, graag zouden willen terugkomen!’

Wat doen?

Een aantal ouders van Marokkaanse afkomst zeggen het steeds tegen elkaar, zeiden het tegen de kerken en zeggen het nu, via mij tegen u: “Het kan toch niet waar zijn?” Zij geloven dat ouders van Nederlandse afkomst, christelijk geïnspireerd, willen bijdragen aan de goede verhoudingen van mensen van allerhande afkomst in die ene grote Nederlandse samenleving.

Als ik in de school rondloop, zie ik prachtige kopjes. De kinderen staan ervoor het leven te leren kennen. Onbevangen reageren zij op datgene, waarmee volwassenen onhandig omgaan, zoals over vooroordelen en discriminatie. Zij begrijpen niet, dat ouders van Nederlandse afkomst om de school heenlopen.

Ik nodig ouders van Nederlandse afkomst uit hun schouders eronder te zetten. Zijn er jonge ouders, die gezamenlijk een stap willen zetten! Samen met de ouders die er al zijn speelt u in op een samenleven, dat u voor de kinderen belangrijk acht. Ouderparticipatie is binnen deze school extra verrijkend.

Het perspectief

De school biedt elk kind goede begeleidingsmogelijkheden. De groepen zijn klein en er is veel remedial teaching.

Het team werkt voortdurend aan zijn eigen professionalisering. Met goede kennis kom je verder. En er is meer…!!!

Het is voor kinderen onmisbaar om de waarden uit de eigen traditie te leren kennen. In de school wordt daarom gewerkt met religieuze vorming, zowel in de christelijke als in de islamitische. De kinderen komen er in herkenningslessen achter, dat overeenkomsten verbinden en dat verschillen pijn kunnen doen. Je hoeft daarvoor elkaar niet uit de weg te gaan. Integendeel contact is mogelijk, contact verrijkt. Vooroordelen worden voorkomen.

De school werkt samen met een drietal CNS-scholen. Kinderen ontmoeten elkaar. Prachtig. Toch lukt dat beter, als je elkaar elke dag tegenkomt.

Contact kunt u maken door in de overwegingen welke school te kiezen, ook de Juliana van Stolberg te betrekken en daar een afspraak te maken.

Tot slot: de school speelt in op het anderswordende gezicht van de samenleving. Zij staat in de Nederlandse traditie en wil dat weten!

Bart ten Broek, directeur

adres van de school: Proosdijerveldweg 55, 6714 AA Ede, telefoon: 0318 - 619440

De schoenen van de voeten

Verbazing

‘Moet je je als kerk dan bemoeien met zo maar één school?’ Ook andere scholen in het Edese zitten soms toch ook met het probleem van werving van leerlingen? Wij vragen het aan ds Klaas Wolfis, adviseur van het Pastoraal-Diakonaal Trefpunt van de SOW kerken in Ede. ‘Het begon in mei 1996 met een vraag van een groep Marokkaanse ouders van de Juliana van Stolbergschool. Zij hadden ervan gehoord dat de SOW-kerken door middel van het Pastoraal-Diakonaal Trefpunt bondgenootschap aanbieden aan mensen en groepen in de Edese samenleving, die in een situatie van nood verkeren. ‘Onze nood is, dat de christelijke ouders van Nederlandse afkomst op onze school steeds meer afwezig zijn’ schreven ze in een brief. We hebben toen wel duidelijk gemaakt dat het werven van leerlingen niet de taak is van de kerk. Dat is de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. En natuurlijk zijn er in ons dorp vele andere voortreffelijke basisscholen van christelijke en andere signatuur. Maar de bewogenheid van deze Marokkaanse ouders reikte verder dan leerlingenwerving. Wat mij diep heeft geraakt is de oprechte verbazing van deze ouders over de christelijke afwezigheid bij een inderdaad uniek en bijzonder onderwijsexperiment, dat inzicht in en respect voor elkaars godsdienstige tradities beoogt. Niet alleen was hun verwonderde vraag: waar blijven de christelijke ouders? Maar ook konden deze ouders niet echt begrijpen, waarom er vanuit de kerk niet krachtiger gewezen werd op de noodzaak om kinderen van jongsaf te leren eerlijke interesse en respect te hebben voor elkaars geloof en cultuur. Dat zou de kerk toch ter harte moeten gaan. Waar blijft de kerk?

Heilige grond

Wat vindt u er zelf van? Het gaat in de kerk toch niet alleen om ‘ontmoeting’ met andere godsdiensten? Gaat het niet ook om ‘getuigenis’? Ds. Wolfis: Ik verbaas mij er wel eens over dat de kerkelijke interesse in wat er zich in de samenleving afspeelt minder is geworden dan voorheen. Veel, te veel, energie gaat uit naar onze eigen sores. Kijk maar naar het SOW proces. Dat is een binnenkerkelijke aangelegenheid. Waar het om gaat in de kerk, namelijk de (liefdes)dienst aan de naasten, aan de samenleving, daar hoor je te weinig over. In onze studententijd lazen we Hoekendijk. Die zei al meer dan dertig jaar geleden, dat de kerk nooit een doel mag zijn, maar dat ze een middel is. Het gaat de Eeuwige niet om de kerk, maar om de (hoopvolle vernieuwing van de) samenleving. Dat geloofsinzicht is ook van belang bij de ontmoeting met andere godsdiensten. Je zou kunnen zeggen: in de ontmoeting met andere godsdiensten moeten de schoenen van de voeten. Wij bevinden ons ook hier op heilige grond. Andersgelovigen waren en zijn niet zonder de Eeuwige, ook toen de kerk nog niet op het godsdienstig toneel aanwezig was. Het gaat niet om de missio van de kerk maar om de missio Dei. De Eeuwige gaat voor de kerk uit, niet omgekeerd.

Gevulde ruimte

In de ontmoeting met andere godsdienstige tradities zou daarom het accent meer moeten liggen op datgene wat verbindt dan op wat onderscheidt. Ze zou gezien moeten worden als een oefening in verwondering en respect. Inderdaad moeten we dat ook onze kinderen al heel vroeg leren. En natuurlijk wordt het pas een echte ontmoeting als alle partners dat doen vanuit hun eigen geloofsidentiteit. Maar dat betekent niet dat je de ander aan jouw kant wil zien te krijgen, dat de ander zich bekeren, veranderen moet. Ontmoeting betekent wel dat je in een ruimte terecht komt, waar openheid is en respect voor elkaar. En is dat ook niet de optimale ruimte waarin veranderingen kunnen plaatsvinden? Van jezelf en van de ander? Zo wordt de ruimte van de ontmoeting een gevulde ruimte.

Dr. L. G. Zwanenburg, ouddocent godsdienst en geestelijke stromingen,Christelijke HogeschoolEde:Het ontmoetingsonderwijs blijkt voor Nederlandse ouders geen vanzelfsprekende keuze te zijn, evenmin als voor anderen, maar het is een reële mogelijkheid die in de toekomst voor wederzijds verstaan van elkaars geloof en cultuur van meer dan gewone betekenis kan zijn.

Ds. Hans van der Linden, predikant Open Hof (Samen op Weg):

Ontmoetingsonderwijs, een noodzakelijk experiment. Veelkleurigheid is rijkdom

Colofon

Deze krant is een uitgave van het Pastoraal-Diakonaal Trefpunt (PDT) van de Samen op Weg kerken in Ede.

Redactie:

Grytsje Veldman

Schralenhouw 3

6711 EA Ede

Tel.: 610776

Ds Klaas Wolfis

Obrechtlaan 66

6711 EN Ede, tel.: 619234


Tijdschrift Opbouw, jg. 93 (1999), nr.5, bldz 22, Dialoog door B.ten Broek

Wat gebeurt er aan catechese en geloofsopvoeding op een interreligieuze school?

Een klein blond mannetje, Stefan, stapt met zijn moeder het school­plein op. Stralend! Dit wordt zijn nieuwe school. Om hem heen verza­melen zich Mohammed. Samira, Abdoel en anderen. “Hoi, Stefan!” De lach van herkenning is op hun gezicht, want zij kennen hem uit de wijk!

De moeder heeft voor de interreligieuze basisschool Juliana van Stolberg gekozen. Nee, niet vanwege dat moeilijke woord, wel omdat haar zoon veel begeleiding nodig heeft en dat kan deze school bieden. Daarom komt hij in augustus op school Nu maakt hij vast kennis

Bart ten Broek directeur interreligieuze basis­school Juliana v.Stolberg Ede

Vorig jaar in deze zelfde tijd maakte Lizzy zich op om vanuit groep 8 afscheid te nemen van deze school. Radio en tv. meldden dat feit in vele variaties. Toen Lizzy’s rauwe stem, zingend in de afscheids musical, via de IKON en Wereldomroep op veel plaatsen in Nederland en daarbuiten gehoord werd, kregen we veel reac­ties. Wat een prachtige ambassa­drice!

Lizzy was de laatste leerling van Nederlandse afkomst, die de als christelijke-islamitische samenwer­kingsschool bekend geworden school verlaat.

Stefan is in augustus weer de eerste!

De samenleving is anders geworden

In de kleinere dorpen is dit nog niet zo zichtbaar. Binnen de kerkelijke gemeenschappen lijkt deze nog verder weg. Toch is het feit daar: de samenleving is steeds meer multi-­etnisch geworden. Zij, die gekomen zijn, brachten andere godsdiensten mee en vooral de Islam is heel zicht­baar aanwezig.

De protestants-christelijke Juliana van Stolberg werd daarmee ook geconfronteerd in de jaren tachtig. Heel resoluut is men daar op weg gegaan de ‘nieuwe, andere instro­mers’ onderwijskundige ruimte te bieden. Men koos voor kindvolgend werken en een onderwijs op maat:

‘ieder kind is een aandachtskind’. Dat alles wilde men zo veel mogelijk met de ouders vorm geven! Dat is dus een hele klus geweest.

Daarover kan ik tijdschriften vol schrijven. Werkend op de christelijke school werd het onderwijzend perso­neel zich bewust van de komst van moslimkinderen. Hoe geef je hen daarbinnen een plaats? We (ik was daarbij) zijn het aangegaan. 

Zo ontstond de ontmoetingsschool! Christelijke en islamitische feesten werden voorbereid met zgn. ontmoe­tingslessen. Deze ontstonden vanuit een intensieve samenwerking tussen onderwijsgevenden, theologen. ouders en vrijwilligers uit de buurt. Een werkgroep Pluriforme Samenleving van de Edesche Raad van Kerken adopteerde de school en adviseerde. De uitstraling leverde ons vele vrijwilligers op, die zich spontaan aanmeldden.

Naast deze positieve ontwikkeling ontstond ook een schaduwkant. De moslimouders waren echt blij om de erkenning van de religieuze identiteit van hun kinderen binnen de school. Om ontmoeting te versterken vragen zij voor hun kinderen afzonderlijke islamitische godsdienstlessen.

Kan dit wel binnen de christelijke school? Een heftige discussie is ontstaan tussen het bestuur, het team en de ouders. Een intensief proces, met veel pijn onderweg, leidde tot de verzelfstandiging van de school in 1990! Vanaf dat moment is er sprake van gelijkwaardigheid:

het bestuur bestaat uit vertegenwoor­digers van Nederlandse (christelijke), Marokkaanse en Turkse (islamiti­sche) afkomst; er is ruimte voor

afzonderlijke christelijke en afzonder­lijke islamitische 

godsdienstlessen; de verbindende lessen (op groepsni­veau. dus gezamenlijk) noemen we de herkenningslessen.

Nooit vergeet ik het vijfjarige meisje van Marokkaanse afkomst, dat op de openingsdag in de gang van de school mijn hand vastpakte en zei:

“U bent de baas van de school, hè? Mijn vader (n.b. hij werd bestuurslid) is vandaag ook een beetje baas geworden!”

De ontmoetingsles is dus een her­kenningsles geworden. Als betrokke­nen bij de school weten we ons gezamenlijk verantwoordelijk voor het groeiproces van de leerlingen. Hoe vroeger je leert om te gaan met elkaars anders-zijn des te beter blijf je met elkaar in contact, als je vol­wassen wordt. Dat voorkomt veel conflicten. Oudleerlingen hebben ons verteld: het werkt ook zo!!

Ik geloof in de mogelijkheden van de ontmoeting (Martin Buber) en de kracht van het symbool (Hans,Küng). Het is mogelijk om samen op weg te zijn met de pijn van anders-zijn en de plezierige herkenning van overeen­komsten. Daarvoor is het nodig om contact te maken. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat de pers zoekt naar mislukking in het model, als de laat­ste leerling van Nederlandse afkomst verdwijnt. Wat ik daarbij heel sterk wil benadrukken is, dat men dan de nu aanwezige ouders dreigt tekort te doen. Zij kozen voor een school, die werkte aan de bevestiging van de identiteit en de actieve relatie met de autochtone participanten binnen de gehele Nederlandse samenleving. Helaas is duidelijk geworden, dat een school, die zwarter’ wordt, ouders van Nederlandse afkomst weerhoudt om contact te maken met de school, met alle goede intenties en uitstraling ten spijt.

Om die reden is de school niet bij de pakken gaan neerzitten, integendeel zelfs! Ouders stapten naar kerken en vroegen: “Laat zien dat wij bereid­heid hebben te integreren en zeg aan christelijke ouders, dat het heel legitiem is voor de interreligieuze identiteit van de Juliana van Stolberg te kiezen!”

Om te voorkomen, dat de kinderen in een isolement geraken, werken we samen met christelijke scholen in Ede. De kinderen spelen en werken op een aantal momenten samen. Hoogtepunten zijn de bezoeken aan de vieringen van religieuze feesten. Onze kinderen wonen een Kerstviering op de andere school bij. De kinderen van de christelijke school maken een Suiker- of Offer­feestviering mee. Zij zijn getuigen van, leren en, heel aantrekkelijk, eten en drinken gezamenlijk. Zo iets zou ook tussen kerk en moskee ontwik­keld kunnen worden.

Een aantal Edese kerken onderken­nen de inzet en hebben in een krantje nog eens extra op de keuze­mogelijkheid van de school geatten­deerd, na de vraag van de ouders van Marokkaanse afkomst. Gelukkig bieden regelmatig vrijwilligers zich aan om mee te werken. Het zijn er nog altijd te weinig.

Nu

Woorden als participatie en gelijk­waardigheid zijn belangrijk. Daar willen we voor blijven staan. De druk van buitenaf is groot. Enerzijds is er de waardering voor alle inzet, ander­zijds is daar de afkeuring voor ‘zwart-zijn’ (ook al kan de school daaraan niet veel doen). Een aantal ouders vraagt zich ook af: “Moet je nog wel uitdrukking geven aan Sinterklaas en hoort de kerstboom nog wel in deze school?”. Steeds zijn de ouders en het team met elkaar in dialoog over de identiteit van de school. Daarin gaat het over vorm-kenmerken en rituelen. Bij ouders (en ook bij kinderen) doet zich de pijn van de afwijzing voelen (trouwens ook wel bij de teamleden) en er is de

drang middenin de Nederlandse samenleving te blijven staan. Het gaat in de school natuurlijk niet alleen om de levensbeschouwelijke aspecten. Veel onderwijskundige vragen roepen om aandacht. Denk maar eens aan Nederlands als tweede taal en de omgang met de Arabische en Turkse taal. Veel sociale en emotionele problemen doen zich voor. Deze eisen tijd op. Om tegemoet te komen aan de behoeften van de kinderen en hun ouders werken we nu aan het con­cept ‘Brede Samenlevingsschool’. De school zal steeds langer open zijn en een soort van tweede thuis zijn. Zo bewegen we ons met veel alert­heid voort over de golven van samenleven. We hebben stormen getrotseerd. Het (na) genieten wordt steeds weer ingedamd door een volgende. De horizon vormt het symbool van de hoop. We zijn er ons van bewust, dat deze zich steeds verlegt.

Tot slot

Stefan lacht de school tegemoet. Lizzy komt regelmatig even terug op school. Het gaat haar goed op het Groenhorstcollege.

Kort geleden zijn een moeder- en een vaderraad van start gegaan. Zij willen voor de school gaan staan. Participatie betekent dat ouders en team niet buiten elkaar kunnen. Voor velen van onze huidige ouders is het moeilijk om invulling aan het woord vrijwilligheid te geven. Met elkaar leren wij! We creëren samen het perspectief voor ‘onze’ kinderen. Werken vanuit verschillende denk- en gevoelkaders verrijkt, als je deze met elkaar in contact brengt.

Zo houden we het ‘Goddank’ ook vol met elkaar!