Ex-voorzitter Vlaamse liberalen: katholiek onderwijs moet opening maken naar islamonderwijsislamonderwijs . Geplaatst op 4/4 '04 om 15:52u door Theo Borgermans
BRUSSEL (RKnieuws.net) - Het is belangrijk dat het katholieke onderwijs een
opening maakt naar het islamonderwijs. De kinderen krijgen vandaag al onderricht
in de moskeeën. Het is dan ook beter dat ze op school een Europese vorm
van de islamonderricht krijgen. Dat
verklaarde oud-VLD-voorzitter en Kamerlid Karel De Gucht zondag in De Zevende
Dag (VRT).
De Gucht zei dat het islamonderwijs een maatschappelijk probleem is in tegenstelling
tot zedenleer. De Gucht verwees daarmee naar zijn eerdere stelling dat er ook
zedenleer een plaats moet krijgen in het katholiek onderwijs. Hij merkte ook
op dat de imams binnenkort
door de overheid betaald zullen worden.
Mieke Van Hecke, de toekomstige directeur-generaal van het Katholiek Onderwijs, vond dat er een groot verschil is tussen islamonderwijs en zedenleer. Iemand die zedenleer wil volgen, kiest voor een maatschappijbeeld zonder geloof, terwijl iemand die voor islamonderricht kiest, net zoals de katholieken vertrekt van een maatschappijbeeld met religie. Van Hecke voegde er aan toe dat er nog moest geevalueerd worden of de theorie ook in de praktijk kan worden uitgevoerd. Het is alvast niet de bedoeling om het islamonderricht in alle katholieke scholen aan te bieden, maar wel in die regio of wijk waar er een grote vraag is.
Artikel uit BN/DeStem van 08-01-2004 . Pleidooi bisschop Muskens: Ruimte
op RK-school voor islam .
Door Laurent Heere
Donderdag 8 januari 2004 - BERGEN OP ZOOM - Rooms-katholieke scholen moeten open staan voor andere geloofsrichtingen zoals de islam. Kinderen met een ander geloof moeten de ruimte krijgen hun geloof op school te beleven, aldus bisschop Muskens gisteren in Bergen op Zoom.
Muskens zei dat tijdens een bezinningsdag van de Lowys Porquinstichting, een rooms-katholieke scholenstichting met 21 scholen in de regio Bergen op Zoom.
Niet alleen Muskens pleitte voor een open opstelling van het RK-onderwijs, ook CDA-minister Van der Hoeven van Onderwijs gaf een duidelijk signaal. Scholen mogen hun ‘identiteit’ niet misbruiken om bijvoorbeeld zwarte leerlingen te weren.
Verdiepen
De bisschop vindt dat RK-scholen kinderen met een ander geloof ‘dezelfde ruimte moeten bieden om zich te laven aan de spiritualiteit van hun eigen geloof als katholieke kinderen’. Volgens de bisschop zou het mooi zijn als onderwijzers zich ook zouden verdiepen in de literatuur van andere godsdiensten, zodat ze de leerlingen kunnen helpen.
Hoofddoekjes
De bisschop ging gisteren de discussie over het al dan niet dragen van hoofddoekjes uit de weg. „Ik ken persoonlijk geen katholieke scholen die het dragen van hoofddoekjes verbieden op grond van hun katholieke identiteit“, aldus de bisschop.
Minister Van der Hoeven haalde tijdens het congres van de Bergse onderwijsstichting uit naar de VVD, zonder die partij met name te noemen.
De liberalen morrelen in haar ogen aan de vrijheid van onderwijs onder het mom van integratie.
„Elke school in dit land kan en mag anders zijn, maar onder voorwaarden. De vrijheid van onderwijs gaat over de vrijheid van keuze van leerlingen, ouders en scholen. Kiezen mag, maar wel met respect voor elkaar“, aldus Van der Hoeven.
V L A A M S P A R L E M E N T - VOORSTEL VAN resolutie
- van de heren Ludo Sannen, Gilbert Van Baelen, André Van Nieuwkerke
en Dirk De Cock – betreffende het islamonderricht in het onderwijs . TEKST
AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING - 1 oktober 2003
Zitting 2003-2004
Stuk 1619 (2002-2003) – Nr. 4
Zie :
1619 (2002-2003)
– Nr. 1 : Voorstel van resolutie
– Nr. 2 : Amendement
– Nr. 3 : Verslag
4178
Het Vlaams Parlement,
– overwegende :
1° dat er binnen de allochtone gemeenschap
een groeiende vraag is naar islamitisch godsdiensonderricht
;
2° dat er een onevenwicht is in het islamitisch
godsdienstaanbod over de onderwijsnetten ;
3° dat integratie een gedeelde verantwoordelijkheid
is, ook in het onderwijs ;
4° dat de organisatie van islamitisch godsdienstonderricht
de vraag naar afzonderlijke
islamscholen vermindert ;
5° dat met islamonderricht in enkele vrije
scholen in Vlaanderen positieve ervaringen
werden opgedaan ;
6° dat in Vlaanderen in het curriculum van de
opleiding tot leraar basisonderwijs nergens
het vak 'islamitisch godsdienstonderricht' is
opgenomen ;
7° dat in Vlaanderen er slechts één opleiding
tot leraar secundair onderwijs groep 1 'islamitisch
godsdienstonderricht' wordt aangeboden
;
8° dat er een tekort is aan leerkrachten 'islamitisch
godsdienstonderricht' ;
9° dat er in Vlaanderen geen universitaire academische
opleiding islamitische godsdienstwetenschappen
is ;
10° dat, in internationaal perspectief, er zich een
groeiende vraag naar islamonderricht ingebed
in de cultuur van het land manifesteert,
en er zich verschillende educatieve initiatieven
in verband met de islamitische godsdienst
en het onderricht ervan ontwikkelen
in het hoger onderwijs ;
– vraagt de Vlaamse regering :
1° stimuleringsmaatregelen te nemen voor
meer islamonderricht in scholen van het vrije
onderwijsnet ;
2° via stimuleringsprojecten naar allochtone
leerlingen de instroom in de lerarenopleiding
te verhogen ;
3° meer aandacht te hebben voor religieuze en
culturele diversiteit binnen de lerarenopleiding
en nascholing ;
4° de koepels en inrichtende machten uit te nodigen
tot het geven van een positief signaal
aan hun directies om allochtone leerkrachten
aan te werven ;
5° te zorgen voor meer en beter opgeleide islamleerkrachten,
door onder meer :
a) het vak islamitisch godsdienstonderricht
in meer lerarenopleidingen basisonderwijs
en secundair onderwijs groep 1 op te
nemen, zodat een voldoende aanbod is
verzekerd ;
b) het ontwikkelen van goed lesmateriaal
om het islamitisch godsdienstonderricht
te ondersteunen ;
c) de oprichting van een faculteit islamitische
godsdienstwetenschappen in Vlaanderen.
Stuk 1619 (2002-2003) – Nr. 4 2
VLAAMS PARLEMENT - BEKNOPT VERSLAG 1 oktober 2003 – Middagvergadering
– Uittreksel Het islamonderricht in het
onderwijs
Bespreking
De voorzitter: Aan de orde is het voorstel van resolutie van de heren Sannen,
Van Baelen, Van Nieuwkerke en De Cock betreffende het islamonderricht in het
onderwijs.
De bespreking is geopend.
De heer Frans Ramon, verslaggever: De indieners van het voorstel van resolutie
gaan uit van een groeiende vraag naar islamitisch godsdienstonderricht en een
onevenwicht in het aanbod binnen de onderwijsnetten. Zo is er een tekort aan
leerkrachten, ontbreekt een universitaire opleiding en is islamitisch godsdienstonderricht
niet in het curriculum van de lerarenopleiding voor het basisonderwijs opgenomen.
De indieners vragen dat de Vlaamse regering onder meer stimuleringsmaatregelen
neemt voor meer islamonderricht in scholen van het vrije onderwijs. Verder vragen
ze aandacht voor de instroom van allochtone leerlingen in de lerarenopleiding
en voor de aanwerving van allochtone leerkrachten. Een apart punt maken ze van
een betere opleiding van islamleerkrachten. Ten slotte pleiten ze voor de oprichting
van een faculteit islamitische godsdienstwetenschappen in Vlaanderen.
In de bespreking kwamen vooral de thema’s vrijheid van onderwijs, het
al dan niet verplichtend karakter van de resolutie en de mogelijke meerkost
aan bod. CD&V heeft het vooral moeilijk met de eerste aanbeveling van het
voorstel. Met het nemen van stimuleringsmaatregelen voor meer islamonderricht
in scholen van het vrije onderwijsnet wordt impliciet de boodschap gegeven dat
de vrije scholen islamonderricht horen te geven. De fractie stelt een amendement
voor waarin staat dat de regering maatregelen kan nemen zodat vrije scholen
die islamonderricht wensen te geven, over de nodige middelen en omkadering kunnen
beschikken. Volgens de leden van de meerderheid gaat dat verder dan stimuleren.
Het Vlaams Blok leidt uit de toelichting af dat het vooral over het katholieke
onderwijs gaat. Ze vinden het voorstel een ondermijning van de eigenheid van
het katholieke onderwijs en een aanval op de vrijheid van onderwijs.
De VLD vindt dat het voorstel een maatschappelijke realiteit erkent. Het houdt
geen verplichting in en het islamonderricht brengt ook geen extra kosten met
zich mee. Spirit is voorstander van een inburgering langs de bestaande scholen
als alternatief voor de oprichting van islamscholen. Sp·a sluit zich
daarbij aan. Agalev beklemtoont dat het aanbod van islamonderricht een belangrijke
kans kan zijn voor de noodzakelijke interculturele dialoog. Bij de stemming
wordt het CD&V-amendement verworpen. Het voorstel van resolutie wordt aangenomen
met acht stemmen voor en zes tegen. (Applaus bij CD&V, de VLD, sp·a,
AGALEV en VU&ID)
De heer Joris Van Hauthem: Het Vlaams Blok is het fundamenteel oneens met de
doelstellingen van het voorstel van resolutie. Het opschrift van het voorstel
van resolutie betreffende het islamonderricht in het onderwijs is bijzonder
misleidend, omdat het in feite gaat over het islamonderricht in het vrij katholiek
onderwijs. Dat blijkt duidelijk uit de uitvoerige toelichting bij het voorstel.
Alweer wordt het vrij katholiek onderwijs voor zijn verantwoordelijkheid geplaatst.
We hebben al vier jaar de indruk dat paars-groen de bedoeling heeft om de eigenheid
van het vrij katholiek onderwijs te ondermijnen. Zo waren er voorstellen om
onder meer de schoolbesturen van vrije scholen anders te gaan samenstellen.
Er is de nagenoeg absolute inschrijvingsplicht. Bij overname van een gemeenteschool
moet een vrije school blijvend zedenleer aanbieden. Enzovoort. Dit voorstel
past in het rijtje.
Onze fundamentele kritiek is dat paars-groen eenzijdig het broze evenwicht tussen
de actieve en passieve onderwijsvrijheid doorbreekt. De indieners stelle n in
de toelichting duidelijk dat dit niet de bedoeling is omdat men het katholiek
onderwijs niet verplicht om islamonderricht in te richten. Dat is grondwettelijk
trouwens niet mogelijk. Daarom doet men het op een sluikse manier, met morele
chantage. Ons standpunt is duidelijk: de overheid moet haar handen afhouden
van de grondwettelijke vrijheid van onderwijsaanbod.
Men is niet logisch: islamonderricht in het officieel onderwijs is verplicht
voor wie erom vraagt. Als vrije katholieke scholen vandaag islamonderricht willen
geven, kunnen ze dat. De overheid heeft zich daar niet mee te moeien, maar met
dit voorstel doet het Vlaams Parlement dat wel.
De motivatie voor het indienen van dit voorstel is de vrees dat er islamitische
scholen zullen worden opgericht. De redenering is dat dergelijke scholen eerder
segregatie in plaats van integratie zullen bevorderen. Men moet weten wat men
wil. In het decreet betreffende het basisonderwijs kan diegene die een islamitische
school wil oprichten, worden gesubsidieerd.
Het decreet Basisonderwijs, dat door alle partijen werd goedgekeurd behalve
door het Vlaams Blok, bevat een artikel dat de oprichting en de subsidiëring
van islamitische scholen mogelijk maakt. Nu blijkt dat men van oordeel is dat
de oprichting van islamitische scholen geen goede zaak zou zijn voor de samenleving.
In dat geval moet men het betreffende artikel van het decreet Basisonderwijs
herzien. In plaats daarvan wil men het islamonderwijs promoten in het vrij katholiek
onderwijs.
Los van de morele chantage op de katholieke scholen rijst de vraag wat de stimulerende
maatregelen waarvan sprake is, zullen inhouden. Zal het gaan om extra financiële
middelen of om een wijziging van de omkaderingsnormen? De minister van Onderwijs
kan hierover geen uitsluitsel geven. Men evolueert blijkbaar naar een vorm van
positieve discriminatie.
De katholieke scholen kunnen nu al islamonderwijs inrichten, als ze dat willen.
Met dit voorstel van resolutie wil het Vlaams Parlement de katholieke scholen
daartoe evenwel verplichten. Zo niet krijgen ze het stigma dat ze niet goed
bezig zijn. Wij menen dat de overheid zich daarmee niet mag bemoeien. Overigens
verwacht ik niet dat minister Vanderpoorten ook de joodse scholen zal stimuleren
om islamonderricht aan te bieden.
De heer Van Baelen merkte op dat het Vlaams Blok blijkbaar de godsdienstvrijheid
niet respecteert. De term godsdienstvrijheid betekent dat men niet kan verbieden
dat iemand zijn godsdienst beleeft. Dat is iets heel anders dan de erkenning
van een godsdienst door de overheid. Een erkenning heeft ook financiële
repercussies en impliceert onder meer een verplichting om het onderricht van
deze godsdienst aan te bieden in het officieel onderwijs.
Progressief Vlaanderen wil de rooms-katholieke factor terugdringen uit het openbaar
leven. Anderzijds wil men een bepaalde godsdienst wel erkennen als een belangrijk
element in de samenleving zonder zich daarbij kritische vragen te stellen.
We mogen het katholiek onderwijs niet laten opdraaien voor samenlevingsproblemen
die het niet zelf gecreëerd heeft. Daarom zegt het Vlaams Blok neen tegen
deze aanval op de onderwijsvrijheid in het algemeen en tegen de sluikse aanval
op de specificiteit en de autonomie van het vrij katholiek onderwijs in het
bijzonder. Dus zeggen we ook neen tegen dit voorstel.
De heer Dirk De Cock: De sereniteit van dit debat is gebleken uit het verslag
van de besprekingen in de commissie voor Onderwijs. Ik ben geschrokken van het
ultramontaanse gehalte van het standpunt van het Vlaams Blok.
Dit voorstel legt aan de scholen geen verplichting op, maar wil wel een aanmoediging
zijn. In ons leerplichtonderwijs zitten 150.000 kinderen met een islamitische
achtergrond, van wie er in het schooljaar 2001-2002 ongeveer 20.500 islamonderricht
volgden. Dat aantal stijgt. Zij hebben een grondwettelijk recht op onderwijs,
ook op godsdienstonderwijs. Het Vlaams Blok zegt dat dit alleen kan in het gemeenschapsonderwijs.
Dat komt neer op een zware aanslag op het GOK-decreet.
Liever dan in eigen islamscholen zien wij de inburgering gebeuren binnen bestaande
scholen en schoolnetten. Dan kan het godsdienstonderricht worden gegeven door
leerkrachten die gediplomeerd zijn volgens Vlaamse normen. De integratie is
een gedeelde verantwoordelijkheid van alle onderwijsnetten. De vrije scholen
die nu al islamonderricht geven, beschouwen dit als een positieve ervaring die
hun pedagogisch project niet in de weg staat. Er is een gebrek aan leraren islamitische
godsdienst. Deze lerarenopleiding wordt trouwens slechts aan één
instelling gegeven en er is ook geen academische opleiding islamitische godsdienstwetenschappen.
Het is de hoogste tijd voor een integratie van de moslims in onze democratische
maatschappij via hun godsdienst. De Europese islam, zoals die ooit in Bosnië
bestond, en die een verrijking kan zijn, zijn we voor een stuk kwijt. Dit voorstel
van resolutie biedt mogelijkheden om een democratische islam ingang te laten
vinden.
De heer Kris Van Dijck: Alleen over het eerste punt van het voorstel bestaat
discussie. De punten 2 tot 5 bevatten veel waardevolle elementen. Het bevat
de betrachting om meer controle te krijgen over het islamonderricht, dat nu
vaak gebeurt in koranscholen, in een vreemde taal en door mensen op wie we geen
vat hebben. We zouden er moeten toe komen islamleerkrachten op te leiden in
Vlaanderen, zoals we ook leraren katholieke godsdienst opleiden.
De vrijheid van onderwijs en de scheiding van kerk en staat zijn belangrijke
principes voor de N-VA. We vragen ons wel af waarom het vrij onderwijs zou moeten
worden gestimuleerd tot het onderrichten van deze ene godsdienst en niet van
andere godsdiensten.
Daarom zal mijn partij dit voorstel niet goedkeuren. Inzake de punten 2 tot
5 krijgt het echter onze volle steun.
De heer Gilbert Van Baelen: Ik sluit mij volledig aan bij de mening van de vorige
sprekers, maar niet bij de visie van de heer Van Hauthem. Het stoort me dat
het Vlaams Bolk suggereert wat er niet staat. Dit gebeurt wellicht bewust om
ongenoegen en onbehagen te voeden, maar het staat los van de sociale realiteit
in bepaalde regio’s, steden en gemeenten. Daar zetten mensen met een islamitische
achtergrond zich actief in onze samenleving in.
Het grote discussiepunt in het voorstel van resolutie is punt één,
maar indien de lokale autonomie ten volle kan spelen hoeft dat geen probleem
te vormen. Het is zoals de directeur van een vrije katholieke basisschool onlangs
verwoordde: als in het vrije onderwijs geen islamlessen georganiseerd worden,
gaan alle moslims naar het gemeenschapsonderwijs. Dit zal leiden tot witte katholieke
scholen, en zwarte concentratiegemeenschapsscholen. Daar heeft niemand baat
bij, behalve het Vlaams Blok.
De heer Joris Van Hauthem: Ik heb in mijn betoog geen enkele keer gezegd wat
moet of niet mag, doch slechts wat zou moeten kunnen. Dat is een heel verschil.
Ik pleit voor de autonomie van de scholen; we hoeven niet in het parlement te
beslissen welke scholen islamonderricht moeten of mogen geven. De onderwijsvrijheid
op levensbeschouwelijk vla k is voor mij heilig. Overigens worden in dit voorstel
enkel de katholieke scholen geviseerd: er is niemand die het in zijn hoofd zal
halen een vrije joodse school de organisatie van islamlessen op te leggen. Laat
de vrije scholen vrij.
De gang van zaken is trouwens een beetje achterbaks: wat decretaal niet haalbaar
is, namelijk de vrije scholen verplichten, wordt gewoonweg tersluiks gestimuleerd.
Het is duidelijk dat niemand graag het ontstaan van islamscholen zou zien. Nochtans
is dat volgens het decreet Basisonderwijs perfect mogelijk. Men moet consequent
zijn, en erkennen dat dit decreet moet aangepast worden.
De heer Dirk De Cock: Ik constateer dat er twee mogelijkheden zijn: integratie
en segregatie. Voor het Vlaams Blok is dit laatste duidelijk de betere keuze,
omdat het zich daardoor beter kan profileren.
De heer Miel Verrijken: Zowel het christendom als de islam beheersen alle aspecten
van het leven. In de westerse wereld is er duidelijk een verzwakking van de
godsdienstbeleving aan de gang, maar in de islamitische niet. Islamscholen zijn
nog steeds totaalscholen. Het is een ketterij van verouderd antiklerikalisme
de islam in katholieke scholen binnen te brengen, terwijl geen enkele islamiet
er nog maar aan denkt zijn kind naar een niet volledig islamitische school te
sturen. Als u dit voorstel aan de Vlaams-joodse Antwerpenaren alleen nog maar
laat zien, verliest u meteen uw laatste stemmen bij hen.
De heer André Van Nieuwkerke: Het is heel belangrijk dat allochtonen
ertoe aangezet worden een lerarenopleiding te volgen. Natuurlijk moeten ze daarna
ook aangesteld worden, en niet alleen voor het godsdienstonderricht. In bepaalde
scholen zijn er problemen rond het mandaat, maar dat speelt niet voor algemene
vakken, op voorwaarde dat de kandidaat-leraars respect hebben voor het opvoedingsproject.
De voorzitter: De bespreking is gesloten.
Wij zullen om 16u de hoofdelijke stemming over dit voorstel van resolutie houden.
Hoofdelijke stemming
De voorzitter: Aan de orde is de hoofdelijke stemming over het voorstel van
resolutie van de heren Sannen, Van Baelen, Van Nieuwkerke en De Cock betreffende
het islamonderricht in het onderwijs.
- Het voorstel van resolutie wordt met 59 stemmen tegen 53 aangenomen.
- Godsdienstles verdeelt Indonesisch parlement ( webpagina: http://www.nd.nl/newsite/artikel.asp?id=10121 )
door onze correspondent Theo Haerkens
JAKARTA - De nieuwe onderwijswet in Indonesië, waarover het parlement binnenkort
een besluit neemt, ligt onder vuur. Vooral christelijke scholen verzetten zich
tegen het voorstel om leerlingen van diverse gezindten door leraren uit de eigen
religieuze groep te laten onderwijzen. Zij beschouwen de wet als een aanval
op hun rechten.
Christelijke scholen hebben doorgaans een goede reputatie in Indonesië en laten ook moslims, hindoes en boeddhisten toe. Met name rooms-katholieke scholen trekken veel moslimleerlingen. Doorgaans wordt afgesproken dat zij alle lessen volgen, inclusief godsdienst, en buiten schooltijd in hun eigen religie worden onderwezen. De overheid zou zich niet mee moeten bemoeien met die werkwijze, vinden de christelijke scholen. Moslimscholen die - minder vaak - andersdenkenden toelaten, pakken het op dezelfde wijze aan.
Toch steunen veel moslims - de overgrote meerderheid in Indonesië - de nieuwe onderwijswet. Zij vinden dat moslimkinderen op school door een moslimleraar in de islam moeten worden onderwezen, ook al sturen ouders hun kinderen juist vanwege het goede onderwijs naar een christelijke school.
Voormalig president Abdurrahman Wahid, in het verleden een belangrijk moslimleider, wijst het voorstel echter af omdat het de vrijheid van onderwijs aantast. Hij herinnert eraan dat Indonesië een seculiere staat is waarin iedereen het recht heeft zijn eigen onderwijs te verzorgen. Andere gematigde moslims voorzien dat christelijke scholen geen moslims meer toe zullen laten.
De grootste partij in het parlement, de PDI-P van president Megawati Soekarnoputri is evenmin gelukkig met het plan dat al enige maanden circuleert. De fractieleider, Roy Janis, meent dat het in strijd is met de grondwet en vreest onrust in de samenleving. Als het voorstel toch wordt aangenomen, worden christelijke scholen gedwongen voor minimaal tien leerlingen van een ander geloof een extra leerkracht aan te trekken voor de godsdienstles.
Onderwijsspecialist Mochtar Buchori klaagt dat de opstellers van het plan nauwelijks belangstelling hebben voor de verbetering van het onderwijs in Indonesië, terwijl dat juist de samenleving werkelijk vooruit kan helpen.
Fervent voorstander van de nieuwe wet is vice-president Hamzah Haz, een groot vriend van radicale moslims. Hij vindt het heel gewoon dat christelijke scholen gedwongen worden extra leerlingen aan te trekken om jonge moslims in hun geloof te onderrichten. Ook wil hij dat christelijke scholen moslims en andere leerlingen gebedsruimte bieden.
- Een nieuwe werktekst (waarop we graag je reacties
verwachten) , Lessen islamitische godsdienst (islamonderricht) in katholieke
scholen
Inleiding
- Katholieke scholen
In Vlaanderen wordt het onderwijs georganiseerd door een openbaar bestuur of
door een natuurlijke persoon of private rechtspersoon. Katholieke scholen worden
georganiseerd door een private rechtspersoon en behoren daardoor tot het vrij
onderwijs.
- Lessen islamitische godsdienst
- Staatkundige regelgeving
Onderwijs in de islamitische godsdienst (islamonderricht) is onderwijs in één
van de erkende godsdiensten. Volgens art.42 van het decreet basisonderwijs (25
februari 1997) kunnen vrije lagere scholen onderwijs in één of
meer erkende godsdiensten verstrekken (1) . Een katholieke school kan dus naast
onderwijs in de Rooms-katholieke godsdienst eveneens onderwijs in de islamitische
godsdienst (islamonderricht) aanbieden. Deze regeling geldt sinds het Schoolpact
van 1958 (de wetten van 29 mei 1959).
- Kerkelijke regelgeving
Van 1978 af hanteren de Hoofden van de katholieke eredienst (later Erkende Instantie
Rooms-katholieke godsdienst) een principeel en een praktisch standpunt. Ze stellen
dat in het katholiek onderwijs enkel lessen in de Rooms-katholieke godsdienst
aangeboden worden. Wel kunnen de vicarissen van de betrokken bisdommen om praktische
redenen lessen in de islamitische godsdienst toelaten.
Het katholiek onderwijs en de huidige politieke situatie
Met het aantreden van een nieuwe regering in 1998 kwam de toenmalige CVP (nu
CD&V) in de oppositie en leverde de VLD de minister-president van de Vlaamse
regering in de persoon van Patrick Dewael en de premier van de federale regering
in de persoon van Guy Verhofstadt. Tijdens deze regeerperiode worden maatregelen
genomen die de invloed van de verschillende godsdiensten willen beperken en
de invloed van de staat op het katholiek onderwijs kunnen vergroten. Het contrasteert
sterk met de beginselen van de VLD die pleit voor vrijheid, verdraagzaamheid
en vrij ondernemingschap. Sommigen zijn van mening dat een anti-godsdienstige
en antikerkelijke vrijmetselarij een offensief voert tegen al wat godsdienstig
en katholiek is, waarvan partijvoorzitter Karel De Gucht een spreekbuis is.
Hierdoor voelt het katholiek onderwijs zich bedreigt, bekijkt sommige voorstellen
met argusogen en is op haar hoede voor een verborgen agenda.
Ofschoon aan de grondwettelijke principes van godsdienst en onderwijs niet wordt
geraakt, wordt de uitoefening van deze vrijheden ernstig beknot. In haar maatregelen
ijvert de regering voor een lekenstaat en voor een onderwijs, dat in al zijn
aspecten door haar geregeld wordt.
In een dergelijk beladen klimaat kunnen levensbeschouwelijke onderwerpen niet
open , in wederzijds respect en vertrouwen besproken worden en kunnen levensbeschouwelijke
problemen geen fundamentele oplossing krijgen.
De bevoegdheid van de Erkende Instantie Rooms-katholieke godsdienst
Het behoort tot de bevoegdheid van het vrij katholiek onderwijs om te bepalen
welke godsdiensten in haar onderwijs worden aangeboden. Dat de Erkende Instantie
Rooms-katholieke godsdienst opteert om in principe enkel lessen in de Rooms-katholieke
godsdienst in het katholiek onderwijs aan te bieden, is haar recht. Het fundeert
haar onderwijs als katholiek onderwijs.
Dit neemt niet weg dat katholieke scholen om bepaalde specifieke omstandigheden
lessen in de islamitische godsdienst aanbieden.
De materie van het katholiek godsdienstonderricht op school behoort tot de bevoegdheid
van de Erkende Instantie van de Rooms-katholieke godsdienst en bestrijkt zowel
het vrij katholiek als het officieel onderwijs. De vicaris van een bisdom kan
evenwel geval per geval beoordelen in welke vrije katholieke school hij islamonderricht
kan toelaten. Zo zou de Erkende Instantie besloten hebben het islamonderricht
te laten uitdoven maar zou de vicaris van het bisdom Hasselt dit uitdoofbeleid
hebben stopgezet. De Guimardstraat echter ontleent zijn standpunten omtrent
deze materie aan de Erkende Instantie en aan de afzonderlijke maatregelen van
de vicaris van onderwijs van elk bisdom. Zo beweert de Guimardstraat dat het
katholiek onderwijs beslist heeft om het islamonderricht op katholieke scholen
uit te doven. Dit is slechts gedeeltelijk waar. Het is niet de Guimardstraat
die deze beslissing heeft genomen en haar berichtgeving is daarenboven onvolledig
vermits het bisdom Hasselt dit uitdoofbeleid heeft stopgezet.
Voorstellen om islamonderricht in het katholiek onderwijs aan te bieden
Minister Vanderpoorten sloot zich aan bij Agalev'er Ludo Sannen dat islamonderricht
in het katholiek onderwijs zou moeten kunnen. Deze gedachte spruit voort uit
de zorg voor een kwaliteitsonderwijs voor iedereen. Dit kwaliteitsonderwijs
zou gerealiseerd kunnen worden door elk kind gelijke kansen te geven en leerlingen
te spreiden zodat multiculturele scholen tot stand komen of blijven bestaan.
Hiertoe zouden de drempels die dit opzet bemoeilijken, moeten verlaagd worden.
Eén van die drempels - althans voor sommige moslimouders - is het ontbreken
van lessen islamitische godsdienst op katholieke scholen.
Reactie van het katholiek onderwijs
Het pleidooi voor islamonderricht in het katholiek onderwijs stuit op argwaan.
Er wordt gevreesd voor de verborgen agenda. Het katholiek onderwijs vermoedt
dat dit voorstel een strategische stap naar het binnenbrengen van non-confessionele
zedenleer in het katholiek onderwijs zou kunnen zijn. Dan zou het katholiek
onderwijs niet alleen meer van buitenuit maar ook van binnenuit kunnen aangepakt
worden en zou de godsdienstige en kerkelijke invloed nog meer kunnen ingeperkt
worden. Dit vermoeden is niet onterecht, daar van niet-katholieke zijde regelmatig
gewezen wordt op het feitelijk pluralistisch karakter van de katholieke school
en er gepleit wordt voor een pluralistische school als een eigentijds schoolmodel.
Dit pleidooi komt als onwaarachtig over daar de pleitbezorgers vaak blijk geven
van onverdraagzaamheid tegenover alles wat met godsdienst te maken heeft. In
hoeverre kunnen we hun ijver voor het islamonderricht in het katholiek onderwijs
au serieux nemen?
Sommigen stellen voor dat het katholiek onderwijs islamonderricht zou moeten
aanbieden als ouders erom vragen. Dit voorstel stemt overeen met de verplichting
in de scholen van het officieel onderwijs om die levensbeschouwingen aan te
bieden waarom de ouders vragen. En… als het katholiek onderwijs op dit
verzoek zou ingaan, waarom zou het dan niet ingaan op de vraag van ouders om
niet-confessionele zedenleer aan te bieden. In de huidige omstandigheden betekent
dit voorstel zoveel als de vraag om het paard van Troje binnen te halen.
Maatschappelijke discussie
Spijtig genoeg doorkruist de levensbeschouwelijke discussie het maatschappelijk
debat om allochtone kinderen en jongeren grotere kansen tot slagen in het onderwijs
te geven. Concentratiescholen beschikken vaak niet over voldoende middelen en
missen dikwijls de gepaste omgeving om de schoolresultaten te verbeteren.
Verhoudingsgewijze telt het officieel onderwijs het grootst aantal concentratiescholen.
Het klinkt dan ook logisch dat ervoor gepleit wordt dat het katholiek onderwijs
meer allochtone kinderen zou opnemen en dat deze kinderen er islamonderricht
zouden kunnen ontvangen. In Limburg gaat 70 % van de leerlingen van het basisonderwijs
naar het katholiek onderwijs, niet omdat Limburg katholieker dan andere provincies
zou zijn, maar omdat het aantal scholen van het officieel onderwijs verhoudingswijze
er lager is dan in de andere provincies.
Nieuwe opvatting over het katholiek godsdienstonderricht
Het katholiek onderwijs is van mening dat de nieuwe visie op het katholiek godsdienstonderricht,
waarin dit onderricht niet meer als catechese maar als godsdienst wordt opgevat
en waarin de lessen op een communicatieve wijze worden gegeven, de mogelijkheid
schept dat iedere leerling zich levensbeschouwelijk kan vormen en dat de leerlingen
van de verschillende levensbeschouwingen met elkaar een interlevensbeschouwelijke
dialoog kunnen voeren. De lessen worden gegeven door een katholiek gelovige,
die erin de christelijke boodschap op een open wijze aanbrengt en daarenboven
zorg draagt voor de levensbeschouwelijke vorming van alle leerlingen.
Vooronderstellingen
Het katholiek onderwijs gaat ervan uit dat de ouders bij de inschrijving van
hun kinderen met de vormgeving van dit godsdienstonderwijs akkoord gaan. Het
gaat er eveneens van uit dat andersgelovige leerlingen voldoende gevormd zijn
om met hun medeleerlingen in dialoog te gaan, ofschoon hun vorming binnen de
godsdienstlessen eerder beperkt en occasioneel is.
Islamitische scholen
In Nederland werden islamitische scholen opgericht enerzijds om de schoolresultaten
van de allochtone kinderen en jongeren te verbeteren en anderzijds om hen islamonderricht
te verstrekken dat bijdraagt tot hun identiteitsvorming.
In Vlaanderen zou de oprichting van islamitische scholen het samenleven tussen
de verschillende culturele en religieuze groepen kunnen bemoeilijken. Daarom
wordt er van verschillende zijden gezocht hoe binnen de huidige structuren van
het onderwijs de schoolresultaten van allochtone kinderen en jongeren kan worden
verhoogd en hun religieuze identiteit kan worden versterkt.
Interreligieus project
We pleiten voor een interreligieus project in een aantal katholieke scholen
met een aanzienlijk aantal andersgelovige leerlingen. In deze scholen zou een
leerplan godsdienst bestaan, dat gemeenschappelijk is voor de beide godsdiensten.
Het godsdienstonderricht op een communicatieve wijze zou 'verruimd' worden.
Enerzijds zouden er lessen Rooms-katholieke godsdienst en lessen islamitische
godsdienst respectievelijk aan katholieke en aan moslimleerlingen gegeven worden,
waarin hetzelfde thema vanuit de eigen godsdienst wordt belicht. Anderzijds
zouden er gemeenschappelijke lessen zijn waarin leerkrachten en leerlingen aan
elkaar uitwisselen.
Dergelijk project vergt voorbereiding en een goede begeleiding.
We kunnen wellicht ook op zoek gaan hoe katholieke scholen met 80 tot 90 % en
meer moslimkinderen kunnen evolueren naar interreligieuze scholen waarin de
participatie van het schoolbestuur een weerspiegeling van de schoolbevolking
kan zijn. Het katholiek onderwijs kan het als een christelijke dienstverlening
bij uitstek beschouwen wanneer het minderheidsgroepen zoals de moslims en hun
kinderen ondersteunt in hun emancipatieproces naar meer autonomie.
Op deze wijze werkt het mee aan een meer democratische samenleving waarin mensen
van verschillende culturen en levensbeschouwingen in gelijkheid en zonder racisme
met elkaar omgaan.
15 januari 2002 - Arseen De Kesel
Terug ,
PRO & CONTRA : Moslimscholen oprichten?, in
Knack, Woensdag 23 oktober 2002, p. 15.
auteur(s): M'hamd El Massoudi & Marleen Vanderpoorten
TerugDe voorzitter van de Unie van Moskeeën en Islamitische Verenigingen van Antwerpen M'hamd El Massoudi, zelf een leraar, vraagt in de eerste plaats respect voor ieders geloofsovertuiging. 'We hoeven ons niet af te scheiden voor die enkele kleine verschillen. Maar als sommige scholen zelfs daarover blijven struikelen, hebben moslims de plicht hun kinderen zelf op te voeden.'
'In het gelijkekansenbeleid voor het onderwijs streven we naar zoveel mogelijk diversiteit op de scholen. Terug naar afscheiding streven, door aparte moslimscholen op te richten, lijkt me dus geen goed idee.' Vlaams minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten (VLD) ziet geen wettelijke, maar wel principiële bezwaren.
Ludo Sannen , Fractievoorzitter Agalev , in het Vlaams Parlement - Uittreksel tussenkomst Septemberverklaring : 25 september 2002 - over de Islam
| Cours de la religion islamique... (1978) | http://users.pandora.be/arseen.de.kesel/19780120.htm |
| Kerkelijke regelgeving: islamonderricht op kat. scholen | http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek3.htm dossier... tekst 2 |
| Moslimkinderen in katholieke scholen | http://www.flwi.rug.ac.be/cie/dossierkatholiek.htm |
| Persmededeling van minster Vanderpoorten | http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek5.htm dossier... tekst 5 |
| Richtlijnen... in scholen met moslimleerlingen | http://users.pandora.be/arseen.de.kesel/1986isl.htm |
| Staatkundige regelgeving | http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek1.htm dossier... tekst 1 |
| Uitvoeringsnota 6: ... met een hoog percentage... | http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek12.htm dossier... tekst 14. |
| Visietekst (1996) | http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek10.htm dossier... tekst 12 |
| Voorstellen van R. Verstegen in Heusden-Zolder | http://users.pandora.be/arseen.de.kesel/20000918.htm |
| Werknota: Moslims en Rooms-katholieke godsdienst... | http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek11.htm dossier... tekst 13. |
| Wet van 17 juni 1997 (personeelsformatie) | http://users.pandora.be/arseen.de.kesel/19970617.htm |
Een uitvoerige tekst over
"Moslimkinderen in katholieke scholen" vind je in het dossier, tekst
3 op de website
http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek3.htm
.
1. De burgerlijke regelgeving
1.1. Islam, door de wet
erkend
Op vrijdag 23 augustus
1974 verscheen in het Belgisch Staatsblad de ‘Wet tot erkenning van
de besturen belast met het beheer van de temporaliën van de
islamitische eredienst’, die op 19 juli 1974 door de Koning was bekrachtigd.
1.2. Het godsdienstonderwijs
en de niet-confessionele zedenleer worden in België geregeld
door de wetten van 29 mei 1959 en 11 juli 1973, de zogenaamde schoolpactwetten.
In de wet van 14 juli 1975 wordt het onderricht in de islamitische
godsdienst opgenomen in het godsdienstonderricht.
1.3. Zonder op de uitvoeringsbesluiten van de wet van 1974 te wachten, introduceert een omzendbrief van de Minister van Nationale Opvoeding met ingang van het schooljaar 1975-1976 de cursus in de islamitische godsdienst in het officieel onderwijs, alhoewel islamitisch godsdienstonderricht formeel pas sedert 20 februari 1978 mogelijk is, door een amendement van artikel 8 van de wet van 29 mei 1959, de zogenaamde schoolpactwet. Art. 39 van de schoolpactwet van 29 mei 1959 zegt: "In de gesubsidieerde vrije inrichtingen omvat het, hetzij het onderricht in de godsdienst en in de op die godsdienstberustende zedenleer, hetzij het onderricht in de niet-confessionele zedenleer, hetzij deze twee leervakken.”
Decreet basisonderwijs
(25 februari 1997) van de Vlaamse Gemeenschap: (de tekst betreffende
ons onderwerp is bijna letterlijk de tekst van 1959) Art. 42.
In de vrije lagere scholen wordt hetzij onderwijs in één
of meer erkende godsdiensten en in de op deze godsdiensten berustende
zedenleer, hetzij het onderwijs in de niet-confessionele zedenleer,
hetzij beide, hetzij onderwijs in de cultuurbeschouwing verstrekt.’
Dit is de wettelijke basis voor het katholiek onderwijs om naast de lessen in de katholieke godsdienst ook lessen in een andere erkende godsdienst in te richten. . zie: http://allserv.rug.ac.be/~hdeley/CIE_Dutch_frame.htm dossier... tekst 1.
2. Kerkelijke regelgeving http://allserv.rug.ac.be/~hdeley/CIE_Dutch_frame.htm dossier... tekst 2.
Het vak Rooms-katholieke godsdienst wordt geregeld door de Hoofden van de Rooms-katholieke eredienst (later Erkende Instantie Rooms-katholieke godsdienst genoemd).
De kerkelijke regelgeving wordt bepaald door drie documenten:
2.1. Eerste document
van de Hoofden van de katholieke eredienst: Cours de religion islamique
à l’école libre catholique (1978)
… Il ne faut cependant
pas se faire d’illusion sur les demandes qui pourraient nous arriver
si nous renonçons au projet de l’école catholique qui,
en principe, n’organise que le seul cours de religion catholique.
Pour la question posée
à la Conférence épiscopale au sujet de l’organisation
officielle d’un cours de religion musulmane dans les écoles
catholiques, les Vicaires généraux chargés
de l’enseignement sont d’avis qu’il ne serait pas souhaitable que la
Conférence épiscopale exprime officiellement son accord
de principe pour réaliser la possibilité administrative
d’instituer un cours de religion islamique dans les écoles catholiques,
mais permettre dans chaque diocèse à son Vicaire générale
d’accorder ad actum les permissions qui s’imposent par le nombre important
d’élèves appartenant à une autre religion.
C’est le problème
de l’identité et de la spécificité de notre
enseignement chrétien qui est en jeu.
Het islamonderricht in katholieke scholen met moslimleerlingen werd voor
het eerst geregeld in 1978 door de Hoofden van de Katholieke Eredienst.
Zij namen het principiële standpunt in dat het katholiek
onderwijs enkel lessen Rooms-katholieke godsdienst inricht; anderzijds
namen zij het praktische standpunt in dat het toelaten van lessen
islamitische godsdienst door een leerkracht islamitische godsdienst
door de vicaris van onderwijs van het betrokken bisdom geval per geval
zou bekeken worden.
Deze benadering wijzigde zich niet in de loop der jaren. Het katholiek
onderwijs was bekommerd om de specificiteit van zijn onderwijs. Het
ging uit van de veronderstelling dat het over de vrijheid van het aanbod
van godsdienst en moraal beschikte. Van wettelijke wijze was het inrichten
van lessen islamitische godsdienst in katholieke scholen niet verboden.
Het was een vrije keuze van het katholiek onderwijs om principieel
enkel lessen in de katholieke godsdienst in te richten.
Op basis van dit document werden in de loop der jaren lessen islamitische godsdienst in verschillende vrije lagere scholen en één vrije secundaire school toegelaten.
Het is interessant om zien dat de formulering die in de Uitvoeringsnota
van 2000 gebruikt wordt, sterk gelijkt op deze van het document van
1978:
| 1978 | 2000 |
| qui, en principe, n’organise que le seul cours de religion catholique. | als levensbeschouwelijk vak in het katholiek onderwijs voortaan in principe enkel r.-k. godsdienst, in een communicatieve visie, wordt aangeboden. |
| mais permettre dans chaque diocèse à son Vicaire générale d’accorder ad actum les permissions qui s’imposent par le nombre important d’élèves appartenant à une autre religion. | Wanneer katholieke lagere scholen - om zeer specifieke redenen - gebruik wensen te maken van de in art. 42 van het decreet basisonderwijs voorziene mogelijkheid om ook onderwijs in andere erkende godsdiensten (b.v. de islamitische) te verstrekken, doen zij dit slechts na instemming van de plaatselijke bisschop of zijn vertegenwoordiger |
Zo te zien is de kerkelijke regelgeving in 2000 niet verschillend van die van 1978. Het verschil zit hem enkel in de wijze van aanbieding: 'in communicatieve vsie' (2000). Het uitdoofbeleid, waarvan reeds in 1996, bij het verschijnen van de visietekst van 1996, sprake is, kan wellicht niet op basis van dit document verdedigd worden.
2.2. Tweede document van
de Hoofden van de katholieke eredienst: Richtlijnen van de Hoofden van
de Katholieke Eredienst over de organisatie van het godsdienst-onderricht
in scholen met moslimleerlingen (1986)
1. Scholen met slechts enkele Moslimleerlingen
De nieuwe visietekst legt
de nadruk op de communicatieve visie, de dialoog, de eerbied voor
iedere leerling, ook de andersgelovige.
3.2. De werknota Moslims en R.K. godsdienst in de katholieke basisschool. Werknota in opdracht van en voor de erkende instantie R.K. godsdienst (13 november 1997). Niet bedoeld voor scholen met een hoge concentratie moslimleerlingen. Zie: http://allserv.rug.ac.be/~hdeley/CIE_Dutch_frame.htm dossier... tekst 13.
3.3. UITVOERINGSNOTA -6- met ingang van 1 september 2000 Zie: http://allserv.rug.ac.be/~hdeley/CIE_Dutch_frame.htm dossier... tekst 14.
Het vak rooms-katholieke godsdienst in katholieke basisscholen met een hoog percentage moslimsWanneer katholieke lagere
scholen - om zeer specifieke redenen - gebruik wensen te maken van
de in art. 42 van het decreet basisonderwijs voorziene mogelijkheid
om ook onderwijs in andere erkende godsdiensten (b.v. de islamitische)
te verstrekken, doen zij dit slechts na instemming van de plaatselijke
bisschop of zijn vertegenwoordiger.
Katholieke basisscholen
met een hoog percentage moslims, die begaan zijn met de interculturele
en interreligieuze dialoog, moeten het voorwerp zijn van de gezamenlijke
zorg van het schoolteam. Om het schoolteam daarbij te helpen zouden
scholen met een hoog percentage moslims in overweging kunnen nemen
een islamgelovige leerkracht aan te werven die een diploma behaald heeft
aan een katholieke hogeschool. Deze (eventueel ambulante) leerkracht kan
zelf geen r.-k. godsdienst geven, omdat zij/ hij het mandaat hiertoe niet
kan krijgen. Hij/ zij kan echter wel een belangrijke schakel vormen om
de interreligieuze dialoog binnen de school te bevorderen (zie verder
2.3.2).
In de voorbije decennia
heeft een aantal katholieke lagere scholen, meestal met veel islamitische
leerlingen, naast katholieke ook islamitische godsdienstlessen georganiseerd.
Deze scholen krijgen daarvoor aanvullende lestijden, naast de aanvullende
lestijden voor R.-k. godsdienst. Dergelijke lessen vallen onder de
bevoegdheid van het hoofd van de islamitische eredienst, dat de leerplannen
vaststelt en de leerkrachten en inspectieleden voordraagt. Zal dan
een leerkracht aangesteld worden die naast de islamitische geloofsovertuiging
ook het interreligieus gesprek in de klas bevordert en voldoende open
staat voor de westerse cultuur en het christelijk geloof? Er kunnen ernstige
twijfels rijzen over de vrijheid die een schoolbestuur heeft om een
kandidaat te weigeren of te weren die niet aan deze criteria beantwoordt.
De nadruk die het recente
leerplan r.-k. godsdienst legt op communicatie en omgaan met religieuze
verscheidenheid vermindert de noodzaak van afzonderlijke islamitische
godsdienstlessen. Door het geven van afzonderlijke lessen islamitische
godsdienst vallen interessante mogelijkheden weg tot interreligieus
contact in de godsdienstlessen.
Daarom opteert de Erkende
Instantie r.-k. godsdienst ervoor dat als levensbeschouwelijk vak
in het katholiek onderwijs voortaan in principe enkel r.-k.
godsdienst, in een communicatieve visie, wordt aangeboden.
Maar de opstelling van
heel wat islamitische ouders inzake de religieuze opvoeding van hun
kinderen verschilt vaak van die van de school of van de visie die aan
de leerplannen r.-k. godsdienst ten grondslag ligt. Zij vrezen dat de
christenen erop uit zijn hun kinderen te bekeren. Hoe kleiner (en dus
onmondiger) de kinderen zijn, des te groter is die vrees van de ouders.
Soms verlangen of eisen
ouders islamitisch godsdienstonderricht. Waar reeds islamitische
godsdienstlessen werden gegeven beschouwen zij dit als een verworven
recht. Wordt toch uitsluitend r.-k. godsdienst gegeven, dan dreigen
zij hun kinderen weg te trekken uit de katholieke school. Het zou goed
zijn dat deze ouders kunnen ontdekken dat katholieke seholen een openheid
voor het religieuze aanbieden die kan bijdragen tot de godsdienstige
groei van hun kinderen. (over de informatie aan de ouders, zie verder 2.6)
BESLUIT: In de uitvoeringsnota 6 van 13 april 2000 wordt de mogelijkheid gegeven om islamonderricht toe te laten. Anderzijds opteert de Erkende Instantie in de Uitvoeringsnota in principe enkel voor R.k.- godsdienst, in een communicatieve visie, (zie 2.1. bij de tekst van 1978)
4. De praktische organisatie van de levensbeschouwelijke vakken
4.1. Deze wordt geregeld door de wet van 17 juni 1997
17 JUNI 1997 - Besluit
van de Vlaamse regering betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs.
(B.S. = Belgisch Staatsblad, 12-9-1997)
Art. 18. Elke cursus godsdienst, niet-confessionele
zedenleer of cultuur-beschouwing omvat ten minste 2 en ten hoogste
3 lestijden. Een minder gevolgde cursus godsdienst of niet-confessionele
zedenleer bedraagt evenveel lestijden als de meest gevolgde cursus
godsdienst of niet-confessionele zedenleer. De meest gevolgde en de
minder gevolgde cursussen worden gelijktijdig georganiseerd.
4.2. Bij een inspectie van een aantal vrije katholieke scholen die naast katholieke godsdienst ook islamitische godsdienst aanboden, bleken verschillende ervan niet in regel met artikel 18 van het besluit van 17 juni 1997.(niet evenveel uren van beide godsdiensten, niet gelijktijdig)
O.a. de problemen rond de organisatie van beide cursussen lag aan de basis voor het stopzetten van de lessen in de islamitische godsdienst in de drie lagere scholen van Heusden-Zolder.
4.3. Prof. Raf Verstegen geeft op 18 september 2000 een stand van zaken met o.a. volgend punt: http://users.pandora.be/arseen.de.kesel/20000918.htm
2.3. De minister van Onderwijs steunt
deze interpretatie en heeft beslist dat de tekst van het besluit
voor het vrij onderwijs in die zin zal worden toegepast en aangepast
4.4. Prof. Raf Verstegen gaat ook in
op de bekommernis van de drie katholieke lagere scholen van Heusden-Zolder
om het katholiek karakter van de school te beklemtonen.
We citeren uit de stand van zaken van 18 september
2000:
3.1. De beslissing om het
aanbod islam stop te zetten is ook beïnvloed door de wens van de inrichtende
macht(en) om zich sterker als katholieke school te profileren. In meerdere
of minder mate heeft hier het standpunt van de kerkelijke overheid meegespeeld
om het aanbod van islamonderricht in katholieke scholen te laten uitdoven
door niet tot vervanging over te gaan wanneer een islamleerkracht wegvalt.
In de loop van de besprekingen
is hieromtrent het volgende duidelijker geworden.
3.2 In de formule 3 RK
/ 2 of 1 islam kunnen alle leerlingen in de derde of tweede en derde
lestijd weer samengebracht worden. Dit houdt bijzonder positieve
mogelijkheden in voor de realisatie van het elkaar ontmoetend godsdienstonderwijs
van het nieuwe leerplan katholieke godsdienst. In een derde (of tweede
en derde) lestijd katholieke godsdienst kan speciaal aandacht worden
besteed aan wederzijdse ontmoeting en dialoog, nadat eerst in afzonderlijke
groepen op de eigen geloofstraditie is ingegaan.
Anderzijds biedt de formule
voor de leerlingen die enkel katholieke godsdienst volgen ook betere
mogelijkheden voor verdieping en afstemming op beleving in een afzonderlijke
groep.
Ook het benadrukken
van het katholieke karakter van de school komt in deze formule tot
uiting, doordat alle leerlingen met de katholieke godsdienst kennismaken."
4.5. Bij het conflict
tussen de schoolbesturen van drie lagere scholen van Heusden-Zolder
en de moslimouders bemiddelt professor Raf Verstegen. Hij stelt het
volgende:
"Het gescheiden
aanbod van zowel katholieke godsdienst als Islam gecombineerd met het
samenbrengen van alle leerlingen in nog één of twee lestijden
katholieke godsdienst biedt bijzonder positieve mogelijkheden voor zowel
de verdieping en de beleving van de eigen godsdienst, als voor het gesprek
en de ontmoeting die het nieuwe leerplan katholieke godsdienst nastreeft.
"
HET UITDOVEN VAN ISLAMONDERRICHT
IN KATHOLIEKE SCHOLEN
In 1996 duiken berichten op over het uitdoven van islamonderricht in katholieke scholen. Sinds 1998 wordt de actie van het uitdoven intenser. Er bestaat geen schriftelijk document waarin het besluit werd geformuleerd en geargumenteerd. Het uitdoven zou hierin bestaan dat een leerkracht islamitische godsdienst bij pensionering of bij vetrek niet meer zou vervangen worden. Na de moeilijkheden in Heusden-Zolder zou de Erkende InstantieRooms-katholieke godsdienst beslist hebben dat het islamonderricht op katholieke scholen, waar het niet in afbouw is, mag blijven bestaan ten eeuwige dage. Maar vermits hiervan geen schriftelijke neerslag bestaat, doen allerlei versies de ronde.
21 mei 2001
Islamonderricht in het katholiek onderwijs staat volop in de belangstelling.
Senator Ludo Sannen en minister Marleen Vander Poorten
is voor. Kardinaal Danneels zegt neen tot het verplichte islamonderricht
in katholieke scholen.
Maar laat er toch een tussenoplossing zijn.
Mits de uitvoeringsbesluiten van de nieuwe interpretatie van de wet
van 17 juni 1997 zou het inrichten van islamonderricht in katholieke
scholen wettelijk en praktisch mogelijk zijn. Ook zou de wijze waarop
het Rooms-katholieke en het islamitisch godsdienstonderricht (2 u.
afzonderlijk - 1 u. gemeenschappelijk) wordt ingericht, het mogelijk
maken dat het uitstekend past in de nieuwe visie op het Rooms-katholiek
godsdienstonderricht dat pleit voor communicatie en interreligieuze
dialoog. In deze visie wordt echter wel verondersteld dat moslimouders
zich met dit soort godsdienstonderricht .akkoord kunnen verklaren.
Met dit standpunt wordt het katholiek onderwijs in zijn eigenheid erkend.
Bovendien wordt de ruime visie van het godsdienstonderricht erkend.
De nieuwe leerplannen R.K. godsdienst kunnen wellicht een oplossing
bieden voor de meeste problemen, maar niet voor alle.
Maatschappelijjk zijn er belangrijke problemen. De identiteitsontwikkeling
van moslimkinderen is er één van. Ook deze kinderen
hebben recht op een volwaardig godsdienstonderricht in het onderwijs.
De bedenking dat moslimouders voor het katholiek onderwijs kiezen
en zich dus maar moeten neerleggen bij de eisen van dat onderwijs gaat
niet volledig op. Vooreerst beschikken zij niet over eigen scholen.
Daarenboven is er b.v. in de provincie Limburg geen gemeenschapsschool
in de buurt. En als dat nog het geval zou zijn, zou het de concentratie
van allochtone kinderen in het gemeenschapsonderwijs versterken.
Logisch gezien pleit het katholiek onderwijs voor een onderwijs
op basis van confessie. Dat is haar goed recht. Maar dan hebben moslims
ook dat recht. Hoe rijmen we dat met een multiculturele en multireligieuze
samenleving en met de interreligieuze dialoog.
Wat denkt u ervan. Kan islamitisch godsdienstonderricht in een katholieke school?
Mail het naar arseen.de.kesel@pandora.be
. We reageren op uw mail.