ONDERWIJS IN DE ISLAMITISCHE GODSDIENST (ISLAMONDERRICHT) OP KATHOLIEKE BASISSCHOLEN

(zie ook andersgelovigen en katholiek onderwijs ) zie ook levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenaam : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ of http://levensbeschouwing.info/ of http://www.levensbeschouwing.info/ of http://www.bijbelleerhuis.be (zie bijbel)
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , mystiek , racisme , samenleving , sikhisme , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen ,
- Eigen-zinnige beschouwingen - Het kleine of grote ongenoegen -

- Ex-voorzitter Vlaamse liberalen: katholiek onderwijs moet opening maken naar islamonderwijs
- Agalev-standpunt : Meer ruimte voor islamonderricht in het Vlaams onderwijs : webpagina : http://www.agalev.be/code/nl/page.cfm?id_page=2303 .
- V L A A M S P A R L E M E N T - VOORSTEL VAN RESOLUTIE - van de heren Ludo Sannen, Gilbert Van Baelen, André Van Nieuwkerke en Dirk De Cock – betreffende het islamonderricht in het onderwijs
TEKST AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING - 1 oktober 2003
- VLAAMS PARLEMENT - BEKNOPT VERSLAG 1 oktober 2003 – Middagvergadering – Uittreksel Het islamonderricht in het onderwijs
- Godsdienstles verdeelt Indonesisch parlement (2 mei 2003)
- Een nieuwe werktekst (waarop we graag je reacties verwachten) , Lessen islamitische godsdienst (islamonderricht) in katholieke scholen
- Knack,  In Vlaanderen wordt er veel over gepraat, in Nederland bestaan ze: islamitische scholen. Patrick Martens
- In nr.142 van het weekblad Tertio (30 oktober 2002) schreef Frans Hitchinson het artikel "Islam en Katholiek onderwijs".
- PRO & CONTRA : Moslimscholen oprichten?, in Knack, Woensdag 23 oktober 2002, p. 15. auteur(s): M'hamd El Massoudi & Marleen Vanderpoorten
- HET VOLK,  16 oktober 2002 . "In onze scholen leren ze onze cultuur kennen."
- Ludo Sannen , Fractievoorzitter Agalev , in het Vlaams Parlement  - Uittreksel tussenkomst Septemberverklaring : 25 september 2002 - over de Islam
- BRONNEN EN DOCUMENTEN ,
-
ISLAMONDERRICHT OP KATHOLIEKE SCHOLEN - beknopte en bijgewerkte versie
- Standpunt ,

Ex-voorzitter Vlaamse liberalen: katholiek onderwijs moet opening maken naar islamonderwijsislamonderwijs . Geplaatst op 4/4 '04 om 15:52u door Theo Borgermans

BRUSSEL (RKnieuws.net) - Het is belangrijk dat het katholieke onderwijs een opening maakt naar het islamonderwijs. De kinderen krijgen vandaag al onderricht in de moskeeën. Het is dan ook beter dat ze op school een Europese vorm van de islamonderricht krijgen. Dat
verklaarde oud-VLD-voorzitter en Kamerlid Karel De Gucht zondag in De Zevende Dag (VRT).

De Gucht zei dat het islamonderwijs een maatschappelijk probleem is in tegenstelling tot zedenleer. De Gucht verwees daarmee naar zijn eerdere stelling dat er ook zedenleer een plaats moet krijgen in het katholiek onderwijs. Hij merkte ook op dat de imams binnenkort
door de overheid betaald zullen worden.

Mieke Van Hecke, de toekomstige directeur-generaal van het Katholiek Onderwijs, vond dat er een groot verschil is tussen islamonderwijs en zedenleer. Iemand die zedenleer wil volgen, kiest voor een maatschappijbeeld zonder geloof, terwijl iemand die voor islamonderricht kiest, net zoals de katholieken vertrekt van een maatschappijbeeld met religie. Van Hecke voegde er aan toe dat er nog moest geevalueerd worden of de theorie ook in de praktijk kan worden uitgevoerd. Het is alvast niet de bedoeling om het islamonderricht in alle katholieke scholen aan te bieden, maar wel in die regio of wijk waar er een grote vraag is.


Artikel uit BN/DeStem van 08-01-2004 . Pleidooi bisschop Muskens: Ruimte op RK-school voor islam .
Door Laurent Heere

Donderdag 8 januari 2004 - BERGEN OP ZOOM - Rooms-katholieke scholen moeten open staan voor andere geloofsrichtingen zoals de islam. Kinderen met een ander geloof moeten de ruimte krijgen hun geloof op school te beleven, aldus bisschop Muskens gisteren in Bergen op Zoom.

Muskens zei dat tijdens een bezinningsdag van de Lowys Porquinstichting, een rooms-katholieke scholenstichting met 21 scholen in de regio Bergen op Zoom.

Niet alleen Muskens pleitte voor een open opstelling van het RK-onderwijs, ook CDA-minister Van der Hoeven van Onderwijs gaf een duidelijk signaal. Scholen mogen hun ‘identiteit’ niet misbruiken om bijvoorbeeld zwarte leerlingen te weren.

Verdiepen

De bisschop vindt dat RK-scholen kinderen met een ander geloof ‘dezelfde ruimte moeten bieden om zich te laven aan de spiritualiteit van hun eigen geloof als katholieke kinderen’. Volgens de bisschop zou het mooi zijn als onderwijzers zich ook zouden verdiepen in de literatuur van andere godsdiensten, zodat ze de leerlingen kunnen helpen.

Hoofddoekjes

De bisschop ging gisteren de discussie over het al dan niet dragen van hoofddoekjes uit de weg. „Ik ken persoonlijk geen katholieke scholen die het dragen van hoofddoekjes verbieden op grond van hun katholieke identiteit“, aldus de bisschop.

Minister Van der Hoeven haalde tijdens het congres van de Bergse onderwijsstichting uit naar de VVD, zonder die partij met name te noemen.

De liberalen morrelen in haar ogen aan de vrijheid van onderwijs onder het mom van integratie.

„Elke school in dit land kan en mag anders zijn, maar onder voorwaarden. De vrijheid van onderwijs gaat over de vrijheid van keuze van leerlingen, ouders en scholen. Kiezen mag, maar wel met respect voor elkaar“, aldus Van der Hoeven.


V L A A M S P A R L E M E N T - VOORSTEL VAN resolutie - van de heren Ludo Sannen, Gilbert Van Baelen, André Van Nieuwkerke en Dirk De Cock – betreffende het islamonderricht in het onderwijs . TEKST AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING - 1 oktober 2003
Zitting 2003-2004
Stuk 1619 (2002-2003) – Nr. 4
Zie :
1619 (2002-2003)
– Nr. 1 : Voorstel van resolutie
– Nr. 2 : Amendement
– Nr. 3 : Verslag
4178
Het Vlaams Parlement,
– overwegende :
1° dat er binnen de allochtone gemeenschap
een groeiende vraag is naar islamitisch godsdiensonderricht
;
2° dat er een onevenwicht is in het islamitisch
godsdienstaanbod over de onderwijsnetten ;
3° dat integratie een gedeelde verantwoordelijkheid
is, ook in het onderwijs ;
4° dat de organisatie van islamitisch godsdienstonderricht
de vraag naar afzonderlijke
islamscholen vermindert ;
5° dat met islamonderricht in enkele vrije
scholen in Vlaanderen positieve ervaringen
werden opgedaan ;
6° dat in Vlaanderen in het curriculum van de
opleiding tot leraar basisonderwijs nergens
het vak 'islamitisch godsdienstonderricht' is
opgenomen ;
7° dat in Vlaanderen er slechts één opleiding
tot leraar secundair onderwijs groep 1 'islamitisch
godsdienstonderricht' wordt aangeboden
;
8° dat er een tekort is aan leerkrachten 'islamitisch
godsdienstonderricht' ;
9° dat er in Vlaanderen geen universitaire academische
opleiding islamitische godsdienstwetenschappen
is ;
10° dat, in internationaal perspectief, er zich een
groeiende vraag naar islamonderricht ingebed
in de cultuur van het land manifesteert,
en er zich verschillende educatieve initiatieven
in verband met de islamitische godsdienst
en het onderricht ervan ontwikkelen
in het hoger onderwijs ;
– vraagt de Vlaamse regering :
1° stimuleringsmaatregelen te nemen voor
meer islamonderricht in scholen van het vrije
onderwijsnet ;
2° via stimuleringsprojecten naar allochtone
leerlingen de instroom in de lerarenopleiding
te verhogen ;
3° meer aandacht te hebben voor religieuze en
culturele diversiteit binnen de lerarenopleiding
en nascholing ;
4° de koepels en inrichtende machten uit te nodigen
tot het geven van een positief signaal
aan hun directies om allochtone leerkrachten
aan te werven ;
5° te zorgen voor meer en beter opgeleide islamleerkrachten,
door onder meer :
a) het vak islamitisch godsdienstonderricht
in meer lerarenopleidingen basisonderwijs
en secundair onderwijs groep 1 op te
nemen, zodat een voldoende aanbod is
verzekerd ;
b) het ontwikkelen van goed lesmateriaal
om het islamitisch godsdienstonderricht
te ondersteunen ;
c) de oprichting van een faculteit islamitische
godsdienstwetenschappen in Vlaanderen.
Stuk 1619 (2002-2003) – Nr. 4 2

VLAAMS PARLEMENT - BEKNOPT VERSLAG 1 oktober 2003 – Middagvergadering – Uittreksel Het islamonderricht in het onderwijs
Bespreking

De voorzitter: Aan de orde is het voorstel van resolutie van de heren Sannen, Van Baelen, Van Nieuwkerke en De Cock betreffende het islamonderricht in het onderwijs.
De bespreking is geopend.
De heer Frans Ramon, verslaggever: De indieners van het voorstel van resolutie gaan uit van een groeiende vraag naar islamitisch godsdienstonderricht en een onevenwicht in het aanbod binnen de onderwijsnetten. Zo is er een tekort aan leerkrachten, ontbreekt een universitaire opleiding en is islamitisch godsdienstonderricht niet in het curriculum van de lerarenopleiding voor het basisonderwijs opgenomen. De indieners vragen dat de Vlaamse regering onder meer stimuleringsmaatregelen neemt voor meer islamonderricht in scholen van het vrije onderwijs. Verder vragen ze aandacht voor de instroom van allochtone leerlingen in de lerarenopleiding en voor de aanwerving van allochtone leerkrachten. Een apart punt maken ze van een betere opleiding van islamleerkrachten. Ten slotte pleiten ze voor de oprichting van een faculteit islamitische godsdienstwetenschappen in Vlaanderen.
In de bespreking kwamen vooral de thema’s vrijheid van onderwijs, het al dan niet verplichtend karakter van de resolutie en de mogelijke meerkost aan bod. CD&V heeft het vooral moeilijk met de eerste aanbeveling van het voorstel. Met het nemen van stimuleringsmaatregelen voor meer islamonderricht in scholen van het vrije onderwijsnet wordt impliciet de boodschap gegeven dat de vrije scholen islamonderricht horen te geven. De fractie stelt een amendement voor waarin staat dat de regering maatregelen kan nemen zodat vrije scholen die islamonderricht wensen te geven, over de nodige middelen en omkadering kunnen beschikken. Volgens de leden van de meerderheid gaat dat verder dan stimuleren.
Het Vlaams Blok leidt uit de toelichting af dat het vooral over het katholieke onderwijs gaat. Ze vinden het voorstel een ondermijning van de eigenheid van het katholieke onderwijs en een aanval op de vrijheid van onderwijs.
De VLD vindt dat het voorstel een maatschappelijke realiteit erkent. Het houdt geen verplichting in en het islamonderricht brengt ook geen extra kosten met zich mee. Spirit is voorstander van een inburgering langs de bestaande scholen als alternatief voor de oprichting van islamscholen. Sp·a sluit zich daarbij aan. Agalev beklemtoont dat het aanbod van islamonderricht een belangrijke kans kan zijn voor de noodzakelijke interculturele dialoog. Bij de stemming wordt het CD&V-amendement verworpen. Het voorstel van resolutie wordt aangenomen met acht stemmen voor en zes tegen. (Applaus bij CD&V, de VLD, sp·a, AGALEV en VU&ID)
De heer Joris Van Hauthem: Het Vlaams Blok is het fundamenteel oneens met de doelstellingen van het voorstel van resolutie. Het opschrift van het voorstel van resolutie betreffende het islamonderricht in het onderwijs is bijzonder misleidend, omdat het in feite gaat over het islamonderricht in het vrij katholiek onderwijs. Dat blijkt duidelijk uit de uitvoerige toelichting bij het voorstel.
Alweer wordt het vrij katholiek onderwijs voor zijn verantwoordelijkheid geplaatst. We hebben al vier jaar de indruk dat paars-groen de bedoeling heeft om de eigenheid van het vrij katholiek onderwijs te ondermijnen. Zo waren er voorstellen om onder meer de schoolbesturen van vrije scholen anders te gaan samenstellen. Er is de nagenoeg absolute inschrijvingsplicht. Bij overname van een gemeenteschool moet een vrije school blijvend zedenleer aanbieden. Enzovoort. Dit voorstel past in het rijtje.
Onze fundamentele kritiek is dat paars-groen eenzijdig het broze evenwicht tussen de actieve en passieve onderwijsvrijheid doorbreekt. De indieners stelle n in de toelichting duidelijk dat dit niet de bedoeling is omdat men het katholiek onderwijs niet verplicht om islamonderricht in te richten. Dat is grondwettelijk trouwens niet mogelijk. Daarom doet men het op een sluikse manier, met morele chantage. Ons standpunt is duidelijk: de overheid moet haar handen afhouden van de grondwettelijke vrijheid van onderwijsaanbod.
Men is niet logisch: islamonderricht in het officieel onderwijs is verplicht voor wie erom vraagt. Als vrije katholieke scholen vandaag islamonderricht willen geven, kunnen ze dat. De overheid heeft zich daar niet mee te moeien, maar met dit voorstel doet het Vlaams Parlement dat wel.
De motivatie voor het indienen van dit voorstel is de vrees dat er islamitische scholen zullen worden opgericht. De redenering is dat dergelijke scholen eerder segregatie in plaats van integratie zullen bevorderen. Men moet weten wat men wil. In het decreet betreffende het basisonderwijs kan diegene die een islamitische school wil oprichten, worden gesubsidieerd.
Het decreet Basisonderwijs, dat door alle partijen werd goedgekeurd behalve door het Vlaams Blok, bevat een artikel dat de oprichting en de subsidiëring van islamitische scholen mogelijk maakt. Nu blijkt dat men van oordeel is dat de oprichting van islamitische scholen geen goede zaak zou zijn voor de samenleving.
In dat geval moet men het betreffende artikel van het decreet Basisonderwijs herzien. In plaats daarvan wil men het islamonderwijs promoten in het vrij katholiek onderwijs.
Los van de morele chantage op de katholieke scholen rijst de vraag wat de stimulerende maatregelen waarvan sprake is, zullen inhouden. Zal het gaan om extra financiële middelen of om een wijziging van de omkaderingsnormen? De minister van Onderwijs kan hierover geen uitsluitsel geven. Men evolueert blijkbaar naar een vorm van positieve discriminatie.
De katholieke scholen kunnen nu al islamonderwijs inrichten, als ze dat willen. Met dit voorstel van resolutie wil het Vlaams Parlement de katholieke scholen daartoe evenwel verplichten. Zo niet krijgen ze het stigma dat ze niet goed bezig zijn. Wij menen dat de overheid zich daarmee niet mag bemoeien. Overigens verwacht ik niet dat minister Vanderpoorten ook de joodse scholen zal stimuleren om islamonderricht aan te bieden.
De heer Van Baelen merkte op dat het Vlaams Blok blijkbaar de godsdienstvrijheid niet respecteert. De term godsdienstvrijheid betekent dat men niet kan verbieden dat iemand zijn godsdienst beleeft. Dat is iets heel anders dan de erkenning van een godsdienst door de overheid. Een erkenning heeft ook financiële repercussies en impliceert onder meer een verplichting om het onderricht van deze godsdienst aan te bieden in het officieel onderwijs.
Progressief Vlaanderen wil de rooms-katholieke factor terugdringen uit het openbaar leven. Anderzijds wil men een bepaalde godsdienst wel erkennen als een belangrijk element in de samenleving zonder zich daarbij kritische vragen te stellen.
We mogen het katholiek onderwijs niet laten opdraaien voor samenlevingsproblemen die het niet zelf gecreëerd heeft. Daarom zegt het Vlaams Blok neen tegen deze aanval op de onderwijsvrijheid in het algemeen en tegen de sluikse aanval op de specificiteit en de autonomie van het vrij katholiek onderwijs in het bijzonder. Dus zeggen we ook neen tegen dit voorstel.
De heer Dirk De Cock: De sereniteit van dit debat is gebleken uit het verslag van de besprekingen in de commissie voor Onderwijs. Ik ben geschrokken van het ultramontaanse gehalte van het standpunt van het Vlaams Blok.
Dit voorstel legt aan de scholen geen verplichting op, maar wil wel een aanmoediging zijn. In ons leerplichtonderwijs zitten 150.000 kinderen met een islamitische achtergrond, van wie er in het schooljaar 2001-2002 ongeveer 20.500 islamonderricht volgden. Dat aantal stijgt. Zij hebben een grondwettelijk recht op onderwijs, ook op godsdienstonderwijs. Het Vlaams Blok zegt dat dit alleen kan in het gemeenschapsonderwijs. Dat komt neer op een zware aanslag op het GOK-decreet.
Liever dan in eigen islamscholen zien wij de inburgering gebeuren binnen bestaande scholen en schoolnetten. Dan kan het godsdienstonderricht worden gegeven door leerkrachten die gediplomeerd zijn volgens Vlaamse normen. De integratie is een gedeelde verantwoordelijkheid van alle onderwijsnetten. De vrije scholen die nu al islamonderricht geven, beschouwen dit als een positieve ervaring die hun pedagogisch project niet in de weg staat. Er is een gebrek aan leraren islamitische godsdienst. Deze lerarenopleiding wordt trouwens slechts aan één instelling gegeven en er is ook geen academische opleiding islamitische godsdienstwetenschappen.
Het is de hoogste tijd voor een integratie van de moslims in onze democratische maatschappij via hun godsdienst. De Europese islam, zoals die ooit in Bosnië bestond, en die een verrijking kan zijn, zijn we voor een stuk kwijt. Dit voorstel van resolutie biedt mogelijkheden om een democratische islam ingang te laten vinden.
De heer Kris Van Dijck: Alleen over het eerste punt van het voorstel bestaat discussie. De punten 2 tot 5 bevatten veel waardevolle elementen. Het bevat de betrachting om meer controle te krijgen over het islamonderricht, dat nu vaak gebeurt in koranscholen, in een vreemde taal en door mensen op wie we geen vat hebben. We zouden er moeten toe komen islamleerkrachten op te leiden in Vlaanderen, zoals we ook leraren katholieke godsdienst opleiden.
De vrijheid van onderwijs en de scheiding van kerk en staat zijn belangrijke principes voor de N-VA. We vragen ons wel af waarom het vrij onderwijs zou moeten worden gestimuleerd tot het onderrichten van deze ene godsdienst en niet van andere godsdiensten.
Daarom zal mijn partij dit voorstel niet goedkeuren. Inzake de punten 2 tot 5 krijgt het echter onze volle steun.
De heer Gilbert Van Baelen: Ik sluit mij volledig aan bij de mening van de vorige sprekers, maar niet bij de visie van de heer Van Hauthem. Het stoort me dat het Vlaams Bolk suggereert wat er niet staat. Dit gebeurt wellicht bewust om ongenoegen en onbehagen te voeden, maar het staat los van de sociale realiteit in bepaalde regio’s, steden en gemeenten. Daar zetten mensen met een islamitische achtergrond zich actief in onze samenleving in.
Het grote discussiepunt in het voorstel van resolutie is punt één, maar indien de lokale autonomie ten volle kan spelen hoeft dat geen probleem te vormen. Het is zoals de directeur van een vrije katholieke basisschool onlangs verwoordde: als in het vrije onderwijs geen islamlessen georganiseerd worden, gaan alle moslims naar het gemeenschapsonderwijs. Dit zal leiden tot witte katholieke scholen, en zwarte concentratiegemeenschapsscholen. Daar heeft niemand baat bij, behalve het Vlaams Blok.
De heer Joris Van Hauthem: Ik heb in mijn betoog geen enkele keer gezegd wat moet of niet mag, doch slechts wat zou moeten kunnen. Dat is een heel verschil. Ik pleit voor de autonomie van de scholen; we hoeven niet in het parlement te beslissen welke scholen islamonderricht moeten of mogen geven. De onderwijsvrijheid op levensbeschouwelijk vla k is voor mij heilig. Overigens worden in dit voorstel enkel de katholieke scholen geviseerd: er is niemand die het in zijn hoofd zal halen een vrije joodse school de organisatie van islamlessen op te leggen. Laat de vrije scholen vrij.
De gang van zaken is trouwens een beetje achterbaks: wat decretaal niet haalbaar is, namelijk de vrije scholen verplichten, wordt gewoonweg tersluiks gestimuleerd.
Het is duidelijk dat niemand graag het ontstaan van islamscholen zou zien. Nochtans is dat volgens het decreet Basisonderwijs perfect mogelijk. Men moet consequent zijn, en erkennen dat dit decreet moet aangepast worden.
De heer Dirk De Cock: Ik constateer dat er twee mogelijkheden zijn: integratie en segregatie. Voor het Vlaams Blok is dit laatste duidelijk de betere keuze, omdat het zich daardoor beter kan profileren.
De heer Miel Verrijken: Zowel het christendom als de islam beheersen alle aspecten van het leven. In de westerse wereld is er duidelijk een verzwakking van de godsdienstbeleving aan de gang, maar in de islamitische niet. Islamscholen zijn nog steeds totaalscholen. Het is een ketterij van verouderd antiklerikalisme de islam in katholieke scholen binnen te brengen, terwijl geen enkele islamiet er nog maar aan denkt zijn kind naar een niet volledig islamitische school te sturen. Als u dit voorstel aan de Vlaams-joodse Antwerpenaren alleen nog maar laat zien, verliest u meteen uw laatste stemmen bij hen.
De heer André Van Nieuwkerke: Het is heel belangrijk dat allochtonen ertoe aangezet worden een lerarenopleiding te volgen. Natuurlijk moeten ze daarna ook aangesteld worden, en niet alleen voor het godsdienstonderricht. In bepaalde scholen zijn er problemen rond het mandaat, maar dat speelt niet voor algemene vakken, op voorwaarde dat de kandidaat-leraars respect hebben voor het opvoedingsproject.
De voorzitter: De bespreking is gesloten.
Wij zullen om 16u de hoofdelijke stemming over dit voorstel van resolutie houden.
Hoofdelijke stemming
De voorzitter: Aan de orde is de hoofdelijke stemming over het voorstel van resolutie van de heren Sannen, Van Baelen, Van Nieuwkerke en De Cock betreffende het islamonderricht in het onderwijs.
- Het voorstel van resolutie wordt met 59 stemmen tegen 53 aangenomen.


- Godsdienstles verdeelt Indonesisch parlement ( webpagina: http://www.nd.nl/newsite/artikel.asp?id=10121 )

door onze correspondent Theo Haerkens
JAKARTA - De nieuwe onderwijswet in Indonesië, waarover het parlement binnenkort een besluit neemt, ligt onder vuur. Vooral christelijke scholen verzetten zich tegen het voorstel om leerlingen van diverse gezindten door leraren uit de eigen religieuze groep te laten onderwijzen. Zij beschouwen de wet als een aanval op hun rechten.

Christelijke scholen hebben doorgaans een goede reputatie in Indonesië en laten ook moslims, hindoes en boeddhisten toe. Met name rooms-katholieke scholen trekken veel moslimleerlingen. Doorgaans wordt afgesproken dat zij alle lessen volgen, inclusief godsdienst, en buiten schooltijd in hun eigen religie worden onderwezen. De overheid zou zich niet mee moeten bemoeien met die werkwijze, vinden de christelijke scholen. Moslimscholen die - minder vaak - andersdenkenden toelaten, pakken het op dezelfde wijze aan.

Toch steunen veel moslims - de overgrote meerderheid in Indonesië - de nieuwe onderwijswet. Zij vinden dat moslimkinderen op school door een moslimleraar in de islam moeten worden onderwezen, ook al sturen ouders hun kinderen juist vanwege het goede onderwijs naar een christelijke school.

Voormalig president Abdurrahman Wahid, in het verleden een belangrijk moslimleider, wijst het voorstel echter af omdat het de vrijheid van onderwijs aantast. Hij herinnert eraan dat Indonesië een seculiere staat is waarin iedereen het recht heeft zijn eigen onderwijs te verzorgen. Andere gematigde moslims voorzien dat christelijke scholen geen moslims meer toe zullen laten.

De grootste partij in het parlement, de PDI-P van president Megawati Soekarnoputri is evenmin gelukkig met het plan dat al enige maanden circuleert. De fractieleider, Roy Janis, meent dat het in strijd is met de grondwet en vreest onrust in de samenleving. Als het voorstel toch wordt aangenomen, worden christelijke scholen gedwongen voor minimaal tien leerlingen van een ander geloof een extra leerkracht aan te trekken voor de godsdienstles.

Onderwijsspecialist Mochtar Buchori klaagt dat de opstellers van het plan nauwelijks belangstelling hebben voor de verbetering van het onderwijs in Indonesië, terwijl dat juist de samenleving werkelijk vooruit kan helpen.

Fervent voorstander van de nieuwe wet is vice-president Hamzah Haz, een groot vriend van radicale moslims. Hij vindt het heel gewoon dat christelijke scholen gedwongen worden extra leerlingen aan te trekken om jonge moslims in hun geloof te onderrichten. Ook wil hij dat christelijke scholen moslims en andere leerlingen gebedsruimte bieden.


- Een nieuwe werktekst (waarop we graag je reacties verwachten) , Lessen islamitische godsdienst (islamonderricht) in katholieke scholen

Inleiding

- Katholieke scholen
In Vlaanderen wordt het onderwijs georganiseerd door een openbaar bestuur of door een natuurlijke persoon of private rechtspersoon. Katholieke scholen worden georganiseerd door een private rechtspersoon en behoren daardoor tot het vrij onderwijs.

- Lessen islamitische godsdienst
    - Staatkundige regelgeving
Onderwijs in de islamitische godsdienst (islamonderricht) is onderwijs in één van de erkende godsdiensten. Volgens art.42 van het decreet basisonderwijs (25 februari 1997) kunnen vrije lagere scholen onderwijs in één of meer erkende godsdiensten verstrekken (1) . Een katholieke school kan dus naast onderwijs in de Rooms-katholieke godsdienst eveneens onderwijs in de islamitische godsdienst (islamonderricht) aanbieden. Deze regeling geldt sinds het Schoolpact van 1958 (de wetten van 29 mei 1959). 

    - Kerkelijke regelgeving
Van 1978 af hanteren de Hoofden van de katholieke eredienst (later Erkende Instantie Rooms-katholieke godsdienst) een principeel en een praktisch standpunt. Ze stellen dat in het katholiek onderwijs enkel lessen in de Rooms-katholieke godsdienst aangeboden worden. Wel kunnen de vicarissen van de betrokken bisdommen om praktische redenen lessen in de islamitische godsdienst toelaten.

Het katholiek onderwijs en de huidige politieke situatie

Met het aantreden van een nieuwe regering in 1998 kwam de toenmalige CVP (nu CD&V) in de oppositie en leverde de VLD de minister-president van de Vlaamse regering in de persoon van Patrick Dewael en de premier van de federale regering in de persoon van Guy Verhofstadt. Tijdens deze regeerperiode worden maatregelen genomen die de invloed van de verschillende godsdiensten willen beperken en de invloed van de staat op het katholiek onderwijs kunnen vergroten. Het contrasteert sterk met de beginselen van de VLD die pleit voor vrijheid, verdraagzaamheid en vrij ondernemingschap. Sommigen zijn van mening dat een anti-godsdienstige en antikerkelijke vrijmetselarij een offensief voert tegen al wat godsdienstig en katholiek is, waarvan partijvoorzitter Karel De Gucht een spreekbuis is. Hierdoor voelt het katholiek onderwijs zich bedreigt, bekijkt sommige voorstellen met argusogen en is op haar hoede voor een verborgen agenda.
Ofschoon aan de grondwettelijke principes van godsdienst en onderwijs niet wordt geraakt, wordt de uitoefening van deze vrijheden ernstig beknot. In haar maatregelen ijvert de regering voor een lekenstaat en voor een onderwijs, dat in al zijn aspecten door haar geregeld wordt.
In een dergelijk beladen klimaat kunnen levensbeschouwelijke onderwerpen niet open , in wederzijds respect en vertrouwen besproken worden en kunnen levensbeschouwelijke problemen geen fundamentele oplossing krijgen.

De bevoegdheid van de Erkende Instantie Rooms-katholieke godsdienst

Het behoort tot de bevoegdheid van het vrij katholiek onderwijs om te bepalen welke godsdiensten in haar onderwijs worden aangeboden. Dat de Erkende Instantie Rooms-katholieke godsdienst opteert om in principe enkel lessen in de Rooms-katholieke godsdienst in het katholiek onderwijs aan te bieden, is haar recht. Het fundeert haar onderwijs als katholiek onderwijs.
Dit neemt niet weg dat katholieke scholen om bepaalde specifieke omstandigheden lessen in de islamitische godsdienst aanbieden.
De materie van het katholiek godsdienstonderricht op school behoort tot de bevoegdheid van de Erkende Instantie van de Rooms-katholieke godsdienst en bestrijkt zowel het vrij katholiek als het officieel onderwijs. De vicaris van een bisdom kan evenwel geval per geval beoordelen in welke vrije katholieke school hij islamonderricht kan toelaten. Zo zou de Erkende Instantie besloten hebben het islamonderricht te laten uitdoven maar zou de vicaris van het bisdom Hasselt dit uitdoofbeleid hebben stopgezet. De Guimardstraat echter ontleent zijn standpunten omtrent deze materie aan de Erkende Instantie en aan de afzonderlijke maatregelen van de vicaris van onderwijs van elk bisdom. Zo beweert de Guimardstraat dat het katholiek onderwijs beslist heeft om het islamonderricht op katholieke scholen uit te doven. Dit is slechts gedeeltelijk waar. Het is niet de Guimardstraat die deze beslissing heeft genomen en haar berichtgeving is daarenboven onvolledig vermits het bisdom Hasselt dit uitdoofbeleid heeft stopgezet.

Voorstellen om islamonderricht in het katholiek onderwijs aan te bieden

Minister Vanderpoorten sloot zich aan bij Agalev'er Ludo Sannen dat islamonderricht in het katholiek onderwijs zou moeten kunnen. Deze gedachte spruit voort uit de zorg voor een kwaliteitsonderwijs voor iedereen. Dit kwaliteitsonderwijs zou gerealiseerd kunnen worden door elk kind gelijke kansen te geven en leerlingen te spreiden zodat multiculturele scholen tot stand komen of blijven bestaan. Hiertoe zouden de drempels die dit opzet bemoeilijken, moeten verlaagd worden. Eén van die drempels - althans voor sommige moslimouders - is het ontbreken van lessen islamitische godsdienst op katholieke scholen.

Reactie van het katholiek onderwijs

Het pleidooi voor islamonderricht in het katholiek onderwijs stuit op argwaan. Er wordt gevreesd voor de verborgen agenda. Het katholiek onderwijs vermoedt dat dit voorstel een strategische stap naar het binnenbrengen van non-confessionele zedenleer in het katholiek onderwijs zou kunnen zijn. Dan zou het katholiek onderwijs niet alleen meer van buitenuit maar ook van binnenuit kunnen aangepakt worden en zou de godsdienstige en kerkelijke invloed nog meer kunnen ingeperkt worden. Dit vermoeden is niet onterecht, daar van niet-katholieke zijde regelmatig gewezen wordt op het feitelijk pluralistisch karakter van de katholieke school en er gepleit wordt voor een pluralistische school als een eigentijds schoolmodel. Dit pleidooi komt als onwaarachtig over daar de pleitbezorgers vaak blijk geven van onverdraagzaamheid tegenover alles wat met godsdienst te maken heeft. In hoeverre kunnen we hun ijver voor het islamonderricht in het katholiek onderwijs au serieux nemen?

Sommigen stellen voor dat het katholiek onderwijs islamonderricht zou moeten aanbieden als ouders erom vragen. Dit voorstel stemt overeen met de verplichting in de scholen van het officieel onderwijs om die levensbeschouwingen aan te bieden waarom de ouders vragen. En… als het katholiek onderwijs op dit verzoek zou ingaan, waarom zou het dan niet ingaan op de vraag van ouders om niet-confessionele zedenleer aan te bieden. In de huidige omstandigheden betekent dit voorstel zoveel als de vraag om het paard van Troje binnen te halen.

Maatschappelijke discussie

Spijtig genoeg doorkruist de levensbeschouwelijke discussie het maatschappelijk debat om allochtone kinderen en jongeren grotere kansen tot slagen in het onderwijs te geven. Concentratiescholen beschikken vaak niet over voldoende middelen en missen dikwijls de gepaste omgeving om de schoolresultaten  te verbeteren. Verhoudingsgewijze telt het officieel onderwijs het grootst aantal concentratiescholen. Het klinkt dan ook logisch dat ervoor gepleit wordt dat het katholiek onderwijs meer allochtone kinderen zou opnemen en dat deze kinderen er islamonderricht zouden kunnen ontvangen. In Limburg gaat 70 % van de leerlingen van het basisonderwijs naar het katholiek onderwijs, niet omdat Limburg katholieker dan andere provincies zou zijn, maar omdat het aantal scholen van het officieel onderwijs verhoudingswijze er lager is dan in de andere provincies.

Nieuwe opvatting over het katholiek godsdienstonderricht

Het katholiek onderwijs is van mening dat de nieuwe visie op het katholiek godsdienstonderricht, waarin dit onderricht niet meer als catechese maar als godsdienst wordt opgevat en waarin de lessen op een communicatieve wijze worden gegeven, de mogelijkheid schept dat iedere leerling zich levensbeschouwelijk kan vormen en dat de leerlingen van de verschillende levensbeschouwingen met elkaar een interlevensbeschouwelijke dialoog kunnen voeren. De lessen worden gegeven door een katholiek gelovige, die erin de christelijke boodschap op een open wijze aanbrengt en daarenboven zorg draagt voor de levensbeschouwelijke vorming van alle leerlingen.

Vooronderstellingen

Het katholiek onderwijs gaat ervan uit dat de ouders bij de inschrijving van hun kinderen met de vormgeving van dit godsdienstonderwijs akkoord gaan. Het gaat er eveneens van uit dat andersgelovige leerlingen voldoende gevormd zijn om met hun medeleerlingen in dialoog te gaan, ofschoon hun vorming binnen de godsdienstlessen eerder beperkt en occasioneel is.

Islamitische scholen

In Nederland werden islamitische scholen opgericht enerzijds om de schoolresultaten van de allochtone kinderen en jongeren te verbeteren en anderzijds om hen islamonderricht te verstrekken dat bijdraagt tot hun identiteitsvorming.
In Vlaanderen zou de oprichting van islamitische scholen het samenleven tussen de verschillende culturele en religieuze groepen kunnen bemoeilijken. Daarom wordt er van verschillende zijden gezocht hoe binnen de huidige structuren van het onderwijs de schoolresultaten van allochtone kinderen en jongeren kan worden verhoogd en hun religieuze identiteit kan worden versterkt.

Interreligieus project

We pleiten voor een interreligieus project in een aantal katholieke scholen met een aanzienlijk aantal andersgelovige leerlingen. In deze scholen zou een leerplan godsdienst bestaan, dat gemeenschappelijk is voor de beide godsdiensten. Het godsdienstonderricht op een communicatieve wijze zou 'verruimd' worden. Enerzijds zouden er lessen Rooms-katholieke godsdienst en lessen islamitische godsdienst respectievelijk aan katholieke en aan moslimleerlingen gegeven worden, waarin hetzelfde thema vanuit de eigen godsdienst wordt belicht. Anderzijds zouden er gemeenschappelijke lessen zijn waarin leerkrachten en leerlingen aan elkaar uitwisselen.
Dergelijk project vergt voorbereiding en een goede begeleiding.

We kunnen wellicht ook op zoek gaan hoe katholieke scholen met 80 tot 90 % en meer moslimkinderen kunnen evolueren naar interreligieuze scholen waarin de participatie van het schoolbestuur een weerspiegeling van de schoolbevolking kan zijn. Het katholiek onderwijs kan het als een christelijke dienstverlening bij uitstek beschouwen wanneer het minderheidsgroepen zoals de moslims en hun kinderen ondersteunt in hun emancipatieproces naar meer autonomie.
Op deze wijze werkt het mee aan een meer democratische samenleving waarin mensen van verschillende culturen en levensbeschouwingen in gelijkheid en zonder racisme met elkaar omgaan.

15 januari 2002  - Arseen De Kesel
Terug ,


Knack,  Patrick Martens - In Vlaanderen wordt er veel over gepraat, in Nederland bestaan ze: islamitische scholen. De Nederlandse inspectie van Onderwijs heeft in haar nieuwe rapport ‘Islamitische scholen en sociale cohesie’ een aantal zeer kritische opmerkingen.
( Inspectierapport (Nederland) 25 oktober 2002 : Islamitische scholen en sociale cohesie

- brief van 25 oktober 2002 heeft Minister van OCW, Maria van der Hoeven , http://www.minocw.nl/brief2k/2002/doc/54148.PDF ,
- rapport van de Onderwijsinspectie Islamitische scholen en sociale cohesie : http://www.minocw.nl/brief2k/2002/doc/54148a.PDF ,
-  25 okt 2002 . persbericht : 'ISLAMITISCHE ONDERWIJS BELEMMERT INTEGRATIE NIET' , http://www.regering.nl/actueel/nieuwsarchief/2002/10October/25/42_10872.jsp?ComponentID=10872&SourcePageID=9572 , )

Wie een idee wil lanceren om een pittige discussie uit te lokken, moet dat vooral doen in het onderwijs. De kans dat ‘wordt geraakt’ aan verworven rechten, geïnstitutionaliseerde belangen, ingewikkelde wetgeving en andere ongeschreven onderwijsregels is bijzonder groot. Bovendien zijn er telkens weer genoeg woordvoerders — van inrichtendc machten, overkoepelende instanties, vakbonden, schooldirecties, ouderverenigingen, studentenorganisaties, universiteiten en politieke partijen, die hun mening willen ventileren. Maar op de dagelijkse praktijk in de scholen heeft al die opwinding meestal weinig of geen invloed. Het is strovuur. De debatten laaien snel en fel op, maar ze doven even vlug weer uit.

VRIJHEID VAN ONDERWIJS

Goed drie weken geleden was het andermaal zo ver. Tijdens een bezoek aan de Erasmushogeschool in Brussel, waar hij samen met enkele collega’s wilde nagaan hoe 14 allochtone studenten van de lerarenopleiding dit academiejaar het vak islamitische godsdienst onder de knie proberen te krijgen, opperde onderwijs-deskundige en fractievoorzitter van Agalev in het Vlaams parlement Ludo Sannen dat katholieke scholen die allochtone leerlingen inschrijven ook islamonderricht moeten aanbieden. Een maand eerder had hij daarover in het debat over de Septemberverklaring van de Vlaamse regering ook een uitspraak gedaan, weliswaar in vragende vorm. ‘Waarom zouden vrije scholen niet mee hun verantwoordelijkheid opnemen in de strijd tegen het islamisme en islamonderricht toelaten opdat allochtone kinderen niet naar koranscholen hoeven te gaan?’

Sannen kreeg toen geen antwoord. De reacties op zijn nieuwe voorzet lieten evenwel niet lang op zich wachten. Vlaams minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten (VLD) schaarde zich achter het idee, maar herinnerde er ook aan dat ze vrije scholen ter zake nergens toe kan verplichten. De CD&V riep hetzelfde grondwettelijke argument (vrijheid van onderwijs) in om tegengas te geven, hoewel haar onderwijsspecialist in het Vlaams parlement, Luc Martens, enige ruimte liet. ‘Als een school wil kiezen voor islamonderricht, dan moet ze dat kunnen doen. Als ze die keuze niet wil maken, dan moet dat ook mogelijk zijn’, zei Martens.

Voor kardinaal Godfried Danneels was ook dat een brug te ver. Hij verwoordde de beleidslijn die de Erkende Instantie Rooms-katholieke Godsdienst al meer dan vijf jaar volgt: in katholieke scholen is er geen plaats voor islamitisch godsdienstonderwijs, maar wordt in het vak godsdienst wel de nadruk gelegd op communicatie met anders-gelovigen en op religieuze verscheidenheid. Die stelling werd herhaald door kanunnik André De Wolf, de directeur-generaal van het Vlaams Secretariaat voor het Katholiek Onderwijs.’Wie bij ons komt, weet wat hij kan verwachten. Dat geldt ook voor allochtone ouders’, aldus De Wolf.
Deze afwijzing lokte reactie uit aan de andere zijde van het spectrum, waar gepleit wordt voor aparte islamitische scholen. Abou Jahjah en zijn Arabisch-Europese Liga lieten luid van zich horen, maar bijvoorbeeld ook voorzitter M’hamd El Massoudi van de Unie van Moskeeën en Islamitische Verenigingen van Antwerpen beschouwde een islamitisch onderwijsnet in dit blad (Knack 23/10/02) als een mogelijke optie. Dat deed ook Vlaams parlementslid Chokri Mahassine (SPA). Voor eigen rekening zei hij te begrijpen dat het katholiek onderwijs geen islamonderricht wil aanbieden. ‘De islam is tenslotte een andere godsdienst. Het is als het ware concurrentie’, aldus Mahassine in Het Belang van Limburg. Islamitische scholen zouden volgens hem wel de Vlaamse onderwijsregels moeten volgen en de lessen zouden in het Nederlands moeten worden gegeven door hier opgeleide leerkrachten.

DEMOCRATISCHE RECHTSORDE

Het Vlaamse departement van Onderwijs kreeg nog nooit een verzoek om erkenning en subsidiëring van een islamitische school. En misschien is dat goed, want dan kan er eerst nog iets worden geleerd van de situatie in Nederland.
Daar werden in 1988 de eerste islamitische scholen opgericht en erkend. Een hoge vlucht nam dat initiatief niet. Bijna 15 jaar later zijn er 35 islamitische basisscholen en twee islamitische scholen voor voortgezet of secundair onderwijs. Samen bereiken ze ongeveer 9000 leerlingen (op een totaal van 1,6 miljoen kinderen en jongeren, verspreid over 7019 basisscholen en 574 middelhare scholen). Dat er nog eens zes nieuwe basisscholen zullen starten, verandert niet veel aan het aandeel van het islamitisch onderwijs in Nederland.
Maar in het kielzog van de terreuraanslagen op 11 september vorig jaar in de Verenigde Staten, trokken de 37 bestaande islamitische scholen wel de aandacht van de Algemene lnlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Die binnenlandse veiligheidsdienst in Nederland pakte in februari uit met een rapport over ‘De democratische rechtsorde en islamitisch onderwijs, buitenlandse inmenging en anti-integratieve tendensen’. De AIVD deed geen onthutsende vaststellingen over een bedreigde rechtsorde, maar zag ‘zorgelijke aspecten’, zoals de invloed van radicale figuren in de schoolbesturen en het feit dat een aantal leerkrachten niet hoog wegloopt met het idee van integratie.
De publicatie van het AIVD-rapport viel samen met berichten in de Nederlandse media over een radicalisering in het islamitisch onderwijs. In die sfeer kreeg de Nederlandse inspectie van onderwijs de opdracht om te onderzoeken of de betrokken scholen genoeg op integratie gerichte inspanningen leveren voor hun leerlingen van Marokkaanse (45 procent), Turkse (35 procent), Surinaamse of een andere afkomst.
De inspectie moest onder meer letten op de Nederlandse taalbeheersing, de begeleiding van de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen, het godsdienstonderwijs, de verhouding tussen schoolbesturen en -directies, de ouderparticipatie en de contacten met andere scholen en instanties. Eind oktober bezorgde ze haar verslag over ‘Islamitische scholen en sociale cohesie’ aan de nieuwe minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen Maria van der Hoeven (van het christen-democratische CDA).

De minister nam in een brief aan de Nederlandse Tweede Kamer de ‘algemene positieve conclusie’ van de inspectie over. En dat is opmerkelijk, want dat besluit staat enigszins haaks op een aantal zeer kritische opmerkingen. Zo scoren de islamitische scholen inzake ‘het pedagogisch klimaat’ onder het Nederlandse gemiddelde. Dezelfde waarneming geldt voor de ouderbetrokkenheid en de professionaliteit van de leerkrachtenteams. Een groot knelpunt is voorts dat de schoolleiding weinig weet over de inhoud van het islamonderricht en van het ‘onderwijs van allochtone levende talen’ (of het ‘oalt’ dat midden 2004 wordt stopgezet en goed is voor maximaal 100 lesuren per schooljaar). Voor het godsdienstonderwijs zijn er ernstige bedenkingen bij de pedagogisch-didactische invulling, terwijl in bijna de helft van de scholen sinds 1 augustus een aantal ‘oaltleerkrachten’ geen les meer mag geven omdat ze geen Nederlands kennen. Een probleem is ook dat de samenstelling van de schoolbesturen te veel verandert en dat de bestuurders alsmaar op zoek zijn naar nieuwe directeurs. In juli hadden 15 scholen zelfs geen directie.
Het verslag van de onderwijsinspectie plaatste de coalitiepartners CDA en de liberale VVD ondertussen tegenover elkaar. De VVD wil dat de islamitische scholen en hun godsdienstonderwijs strenger worden gecontroleerd. Het CDA is ter zake veel terughoudender en zit op dezelfde golflengte als zijn onderwijsminister die vergoelijkend spreekt over de problemen van de islamitische scholen. ‘Op zichzelf is dat niet verwonderlijk gezien de jonge bestaansgeschiedenis van het islamitisch onderwijs’, meent Van der Hoeven. Zij heeft stappen aangekondigd om ‘een goede godsdienstmethode’ te ontwikkelen en ‘de bestuurscultuur’ van de scholen te verbeteren. Bij de Algemene Onderwijsbond wordt haar houding zo uitgelegd: ‘Als er wordt geknaagd aan de autonomie en de rechten van de islamitische scholen, dan zou dat ook wel eens kunnen gebeuren met bijvoorbeeld de protestants-christelijke scholen. En dat kan een CDA-minister niet maken. De grondwettelijk verankerde godsdienstvrijheid en vrijheid van onderwijs wegen zwaar door in het debat.’
Ook in Vlaanderen is dat laatste niet te vermijden in de afwegingen die worden gemaakt over een uitbreiding van het islamonderricht naar alle scholen van alle onderwijsnetten enerzijds en anderzijds de oprichting van aparte islamitische scholen.

ACTIEF PLURALISME

Totnogtoe spitste de discussie zich vooral toe op de plaats en de integratie-functie van het islamitisch godsdienstonderwijs. De islam werd in 1974 een erkende godsdienst in ons land en daardoor meteen een levensbesehouwing die, naar het voorbeeld van katholieke of joodse scholen, aan de basis kan liggen van een eigen onderwijsnet. Maar zelfs de aanzet daartoe ontbrak tot nu toe. In België is er slechts één erkende islamitische school, de Ghazali-basisschool in Brussel die wordt gesubsidieerd door de Franstalige Gemeenschap.
In 1978 werd het islamonderricht ook formeel erkend door een amendering van de schoolpactwetten. Het katholiek onderwijs zocht aanvankelijk een compromis tussen een principiële opstelling (in katholieke scholen wordt alleen katholieke godsdienst gegeven) en een praktisch standpunt (een bisdom kan toelaten dat in een katholieke school met veel allochtone leerlingen de islam wordt onderricht). Maar van 1996 af schroefde de Erkende Instantie Rooms-katholieke Godsdienst die pragmatische houding terug (momenteel kunnen allochtone leerlingen nog in 22 katholieke scholen islamonderricht volgen). Ze werd definitief geruild voor het principe dat in het katholiek onderwijs voortaan 'enkel rooms-katholieke godsdienst, in een communicatieve versie, wordt aangeboden’. Voor dat vak hebben de katholieke scholen sinds vorig schooljaar een nieuw leerplan.
De recente stellingname van kardinaal Danneels over het islamonderricht was dus alleszins niet nieuw. Ze verklaart mee de huidige spreiding van het islamitisch godsdienstonderwijs over scholen en netten (zie grafiek). Het officieel onderwijs moet dat onderricht aanbieden en schakelt daarvoor momenteel een 250-tal erkende leerkrachten in. Vrije scholen kunnen zich beroepen op de vrijheid van onderwijs om hun ‘eigen opvoedkundig project’ gestalte te geven, zonder islam-onderricht.
Die vrijheid is zowat onbegrensd bij de Organisatie van de zes erkende levensbeschouwelijke vakken (roomskatholiek, islamitisch, joods, protestants, orthodox en niet-confessioneel). Het gaat dan bijvoorbeeld over de aanstelling van de betrokken leerkrachten, de inspectie van hun lessen en de leerplannen die ze moeten volgen. Voor het islamitisch godsdienstonderwijs was daarvoor de voorbije vier jaar de moslimexecutieve verantwoordelijk. In de toekomst wordt dat voor het Vlaams onderwijs een taak van de vzw Islam Vlaanderen. Aysel Bayraktar, lid van en onderwijsverantwoordelijke bij de moslimexecutieve: ‘We hebben van 1998 af werk gemaakt van een beter statuut van de islamleerkrachteri en van een nieuw leerplan. In de komende periode moeten we dringend een eigen inspectieteam op de been brengen en meer islamleerkrachten aanstellen. Als we alle vragen van de scholen willen beantwoorden, zijn er zeker 40 extra nodig.’
Bayraktar doet zelf geen uitspraak over de zin van aparte islamitische scholen. In Nederland blijkt de behoefte alvast niet zo groot als sommigen daar 15 jaar geleden voorspelden. Bayraktar merkt wel op dat de vraag naar islamitische scholen groter is bij de Marokkaanse dan hij de Turkse gemeenschap. Mogelijk spelen daarbij twee samenvallende factoren een rol: de stijgende frustratie over een gebrekkige doorstroming in het onderwijs van kinderen en jongeren uit Marokkaanse gezinnen, en een groeiende middenklasse die sociaal-economisch integreert, maar de behoefte heeft om zich ‘cultureel te markeren’.
Van Agalev-parlementslid Ludo Sannen krijgt Bayraktar intussen steun voor de oprichting van een faculteit islamitische godsdienstwetenschappen aan een Vlaamse universiteit. Die zou dan imams en islamleerkrachten voor het secundair onderwijs kunnen opleiden. Sannen gaat daarom een resolutie in het Vlaams parlement indienen. Hij pleit er ook voor om het vak islamitisch godsdienstonderwijs mee op te nemen in de lerarenopleiding (de Erasmushogeschool in Brussel is met haar aanbod uniek). Andere punten van de resolutie slaan op een actief pluralisme in het officieel onderwijs (Sannen vindt het bijvoorbeeld onzinnig dat een allochtone leerkracht wel een hoofddoek mag dragen tijdens het islamonderricht, maar niet tijdens andere lessen) en voorts op stappen om vrije scholen te stimuleren om toch islamonderricht aan te bieden. ‘Katholieke scholen hechten terecht veel belang aan de religieuze dimensie van het leven. Waarom zouden ze dan geen ruimte voor islamonderricht laten? Als vrije én officiële scholen meer openheid tonen, valt de behoefte aan islamscholen weg’ aldus Sannen.
Allicht gaat minister Vanderpoorten mee in die gedachtegang omdat ze vind dat islamscholen de integratie niet ten goede komen. Ze beloofde trouwen twee jaar geleden al, toen er veel commotie was ontstaan over het schrappen van islamonderricht in een aantal katholieke basisscholen in Limburg, nieuwe maatregelen.
Haar Nederlandse collega Van der Hoeven houdt intussen zelf ook een opvallende slag om de arm. Haar onderwijsinspectie moest nagaan of islamitische scholen de integratie van allochtone leerlingen bevorderen, In haar brief aan het Nederlandse parlement schrijft ze dat ‘van een meerderheid van de islamitische scholen kan worden vastgesteld dat ze de integratie niet belemmeren’..
Terug

In nr.142 van het weekblad Tertio (30 oktober 2002) schreef Frans Hitchinson het artikel "Islam en Katholiek onderwijs".

Katholieke godsdienstlessen waaraan ook islamitische leerlingen deelnemen, bieden een uitstekend kader voor interreligieuze dialoog. In tegenstelling tot sommige politici, vindt Frans Hitchinson - inspecteur-adviseur katholieke godsdienst in het basisonderwijs en auteur van een recent boek over de islam en het
godsdienstonderricht - afzonderlijke islamlessen aan katholieke scholen dan ook geen goed idee.

Al zowat dertig jaar duikt geregeld de vraag op naar islamitische godsdienstlessen in het katholiek onderwijs. Politici, onder wie Agalev-volksvertegenwoordiger Ludo Sannen, brachten die vraag recentelijk opnieuw onder de aandacht. De huidige Vlaamse minister van Onderwijs, Marleen Vanderpoorten (VLD), steunt dat voorstel. Zij zou graag zien dat katholieke scholen islamlessen organiseren als ouders erom vragen, maar wil er geen verplichting van maken.
Het katholiek onderwijs verklaart dat het op die vraag niet wenst in te gaan. Het beroept zich op zijn wettelijk gewaarborgde vrijheid om in zijn scholen alleen katholieke godsdienstlessen te geven. Aan ouders van islamitische kinderen wordt meegedeeld dat zij daar alleen katholieke godsdienst kunnen volgen, in de lijn van het katholiek opvoedingsproject van die school. Je kunt stellen: daarmee is de zaak afgehandeld, althans principieel en wettelijk.
In nagenoeg alle katholieke basis- en secundaire scholen volgen de moslims dus het vak katholieke godsdienst, samen met de andere leerlingen. In sommige scholen kregen zij in het verleden de toelating passief in die lessen aanwezig te zijn.
In zowat twintig scholen, met een groot aandeel moslimleerlingen, werd het vak islamitische godsdienst al ruim twintig jaar geleden ingevoerd. Meer scholen zouden dat kunnen doen, om pragmatische redenen of uit eerbied voor de geloofsovertuiging van de moslims. En ook op die manier kun je de zaak dan afhandelen.

Maar nieuwe tijden scheppen nieuwe kansen en nieuwe mogelijkheden; zij brengen ook nieuwe opvattingen mee. Het katholiek godsdienstonderricht vindt vandaag plaats tegen een andere achtergrond dan een of twee generaties geleden. Heel wat leerkrachten stellen vast dat godsdienstlessen alleen niet in staat zijn van hun leerlingen goede christenen te maken. Zij zijn er bovendien van overtuigd dat dit doel niet samengaat met eerbied voor de leerlingen. Ook is het uitgangspunt, de ‘beginsituatie’ van de leerlingen, heel verschillend: van overtuigd christengelovig of andersgelovig tot nauwelijks of niet gelovig.
Die verscheidenheid maakt het godsdienstonderricht moeilijker, maar reikt ook kansen aan: de verschillende standpunten kunnen bijdragen tot een interessant gesprek, tot het vaststellen van overeenkomst en verschil, tot nadenken en levensbeschouwelijke groei.
Een paar jaar geleden hechtten de Vlaamse bisschoppen hun goedkeuring aan nieuwe leerplannen katholieke godsdienst voor het lager en het secundair onderwijs in Vlaanderen, alsook aan een werkplan katholieke godsdienst voor de katholieke kleuterscholen. Daarin wordt de levensbeschouwelijke verscheidenheid van kinderen en leerlingen bewust als beginsituatie erkend. En het doel is niet: vlug iedereen tot christen maken; maar wel: ieder kind en iedere leerling laten groeien op levensbeschouwelijk vlak, in een eigen tempo, op een eigen weg.
Dat gebeurt in gesprek met de leerlingen, een proces van open communicatie. De christelijke visie wordt aangeboden als een waardevolle levensweg, maar ook andere dan christelijke standpunten kunnen ter sprake komen, zoals het islamitisch geloof of het niet-geloven.
Het effect van zo’n communicatief godsdienstonderricht zal niet voor iedere leerling hetzelfde zijn. Sommigen zullen zich - in mindere of meerdere mate - door de christelijke levensvisie persoonlijk aangesproken weten; anderen zullen een andere levensvisie verkiezen.

In zo’n open, communicatief levensbeschouwelijk leerproces kan de onlangs ontwikkelde didactiek van het ‘interreligieus leren’ interessante mogelijkheden bieden, zowel voor de islamitische als voor de andere leerlingen. Het komt erop neer dat leerlingen niet alleen leren over de godsdienst waar zij het dichtst bij aanleunen, maar ook over andere godsdiensten en dat zij leren van die andere godsdiensten. Het is de weg van het monoreligieuze naar het interreligieuze model. Het is bewust gaan staan in het spanningsveld tussen eigenheid en openheid.
Dat is een riskante positie, maar zij kan de specificiteit van een standpunt ook duidelijker tot uiting doen komen. De Marokkaanse feministische schrijfster Fatima Mernissi zei onlangs: ,,Je kunt jezelf niet echt goed kennen zonder de vreemde, want de vreemde openbaart je aan jezelf. Dit geldt ook voor de godsdienst: je leert de waarde van je godsdienst duidelijker kennen in de ontmoeting met andere godsdiensten.’’

Katholieke godsdienstlessen, gegeven in klassen waarin ook islamitische leerlingen zitten, kunnen een interessant kader scheppen om de interreligieuze dialoog te voeren, uiteraard op een niveau dat bij de leerlingen past. In hun verscheidenheid kunnen zij elkaar zien, horen, ontmoeten.
Naast het gebruik van teksten, handboeken, videofragmenten of andere media kan de aanwezigheid van islamitische leerlingen een bijzondere impuls geven: als persoonlijk betrokkenen kunnen zij spreken over hun opvattingen, levenswijze en gevoeligheden. Dat is een sterke leeromgeving, waarin de kinderen of leerlingen overeenkomsten en verschillen kunnen onderzoeken, terwijl de leerkracht hen stimuleert, begeleidt en informeert. Die verkenning van levensbeschouwelijke meerstemmigheid kan een interessant leerproces op gang brengen.

Een voorbeeldje. Een kleuter merkt op dat niet alle kinderen van de klas een kruisteken maken. Dat is een mooie kans om verschillen te verkennen: misschien zijn sommige kleuters gewoon fysiek nog niet in staat om dat gebaar te maken; islamitische kinderen hebben misschien van thuis uit verbod gekregen op dat punt mee te doen; voor christelijk gedoopte kinderen is het kruisteken een teken van hun geloof.
Het is waardevol dat kinderen eerst die verschillen als een feit leren zien en aanvaarden. Daarnaast stellen zij vast dat zij en de andersgelovige kinderen veel gelijke dingen doen, zelfs heel wat samen doen. Door persoonlijk contact kunnen zij verdraagzaamheid, eerbied en verbondenheid leren. Later in hun groei kunnen zij daarover meer informatie krijgen en persoonlijk nadenken, sommigen vroeger, anderen wat later. Zij zullen bijvoorbeeld vernemen waarom moslimkinderen geen kruisteken maken. De eigen christelijke betekenis van het kruisteken, als verwijzing naar de kruisdood van Christus en als belijdenis van het christelijk geloof kunnen daarbij duidelijk in het licht komen te staan.

Christelijke en islamitische leerlingen kunnen veel onderwerpen uit de katholieke godsdienstleerplannen samen verwerken, met verschillende mogelijkheden naargelang zij in het lager of het secundair onderwijs zitten. Ik denk aan het bidden of het vasten, het omgaan met dood en rouw, de opvatting over God en over Jezus, ethische kwesties zoals de mensenrechten of de verhouding tussen man en vrouw... Het werken rond bijbelverhalen die ook in de koran voorkomen - opnieuw met overeenkomst en verschil -, kan islamitische leerlingen motiveren om die teksten niet alleen te beluisteren als behorend tot een andere geloofstraditie, maar ze ook te herkennen als hun eigen verhalen.
Aanvankelijk zullen leerlingen vooral belang stellen in de uiterlijke kant van de besproken onderwerpen. Later zullen zij wellicht ook aandacht schenken aan de zin en de betekenissen die erachter steken. De leerkracht kan die verschuiving van feiten naar betekenis begeleiden en stimuleren en zo een boeiend en rijk leerproces organiseren.

De ‘Erkende instantie rooms-katholieke godsdienst’ heeft - respectievelijk in 1997 en 2000 - twee nota’s gepubliceerd over het vak katholieke godsdienst in katholieke basisscholen met moslimleerlingen en over de vraag of daar ook het vak islamitische godsdienst mag worden gegeven. De basisvisie van deze teksten geldt eveneens voor het secundair onderwijs.
De beschouwingen die ik hierboven ontwikkelde, liggen in de lijn van die nota’s. De ‘Erkende instantie’ vindt dat moslims in de katholieke godsdienstlessen van hun school een waardevolle inbreng kunnen hebben in het levensbeschouwelijk gesprek. Je kunt ook onderzoeken hoe islamitische leerkrachten die in ons land een katholieke lerarenopleiding hebben gevolgd, naast hun andere opdrachten in de school ondersteuning kunnen verlenen aan leerkrachten die katholieke godsdienst geven.

De Vlaamse minister van Onderwijs verkiest dat de moslims geen eigen islamitische scholen oprichten, omdat dit de integratie niet zou bevorderen. Het lijkt mij evenmin wenselijk in katholieke scholen verschillende levensbeschouwelijke vakken te geven - behalve in zeer specifieke situaties.
Goed verzorgd, communicatief godsdienst- onderricht biedt veel mogelijkheden tot ontmoeting en dialoog. Katholieke godsdienstlessen in gesprek met moslims kunnen echte ‘laboratoria’ zijn: plaatsen van begrip en eerbied, over vooroordelen heen. Soms is het moeizaam werk. Hopelijk worden verdraagzaamheid en wederzijdse waardering er de vruchten van.

Frans Hitchinson is inspecteur-adviseur katholieke godsdienst in het basisonderwijs.

FRANS HITCHINSON, Ontmoeting. De islam binnen de katholieke godsdienstlessen in het basisonderwijs,
De Katholieke Schoolgids-cahier, Belsele, 127 blz., € 6. Info en bestellen,
tel/fax: 09/360.04.48.
Terug

PRO & CONTRA : Moslimscholen oprichten?, in Knack, Woensdag 23 oktober 2002, p. 15.
auteur(s): M'hamd El Massoudi & Marleen Vanderpoorten

De voorzitter van de Unie van Moskeeën en Islamitische Verenigingen van Antwerpen M'hamd El Massoudi, zelf een leraar, vraagt in de eerste plaats respect voor ieders geloofsovertuiging. 'We hoeven ons niet af te scheiden voor die enkele kleine verschillen. Maar als sommige scholen zelfs daarover blijven struikelen, hebben moslims de plicht hun kinderen zelf op te voeden.'

'In het gelijkekansenbeleid voor het onderwijs streven we naar zoveel mogelijk diversiteit op de scholen. Terug naar afscheiding streven, door aparte moslimscholen op te richten, lijkt me dus geen goed idee.' Vlaams minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten (VLD) ziet geen wettelijke, maar wel principiële bezwaren.

Terug 

HET VOLK,  16 oktober 2002


 
Terug

Ludo Sannen , Fractievoorzitter Agalev , in het Vlaams Parlement  - Uittreksel tussenkomst Septemberverklaring : 25 september 2002 - over de Islam

    -    onthaalbeleid okay maar vooral integratiebeleid :
            Terecht wordt het engagement om het onthaalbeleid van Vlaanderen volgehouden. Een efficiënt opvangbeleid voor nieuwkomers waarbij naast het taalonderricht ook inspanningen geleverd worden op het vlak van huisvesting en tewerkstelling, is nodig.
            Maar belangrijker is misschien wel het integratiebeleid. Het samenleven van allochtonen en autochtonen is een blijvende opgave voor het beleid. Daarom moeten wij de krachten bundelen om de wanhoop en frustratie in een aantal buurten aan te pakken.
                         Vlaanderen is een open democratie met veel zienswijzen, veel geloofsovertuigingen, veel culturen. Vooral in deze onzekere internationale context zijn begrip en acceptatie daarin  sleutelwoorden, maar ook noodzakelijke integratie met als duidelijke grens onze democratische waarden. De scheiding van kerk en staat, de vrijheid van meningsuiting, de verdraagzaamheid en de non-discriminatie zijn essentiële elementen van onze democratie. Iedereen moet zich houden aan de wetten die uit deze beginselen zijn voortgekomen. Dit veronderstelt ook een godsdienstvrijheid. Zij die de belevingsruimte van de Islam willen inperken in Vlaanderen raken aan dit verworven democratisch recht. Wel moeten wij werk maken van de nodige theologische opleiding ervan in Vlaanderen en een betere lerarenopleiding opdat de organisatie van de eredienst van de Islam en de vorming aangestuurd wordt vanuit onze samenleving.
            Ruimte creëren voor de Islam en de strijd tegen het islamisme organiseren. Waarom zouden vrije scholen niet mee deze verantwoordelijkheid opnemen en Islamonderricht in hun scholen toelaten opdat deze kinderen niet terecht moeten in Koranscholen. In sommige van deze scholen is het onderscheid tussen godsdienst en een ideologische fundamentalistische maatschappij-analyse niet altijd even duidelijk. Geef geen ruimte aan het islamistisch politiek discours.
Terug

BRONNEN EN DOCUMENTEN ,

Cours de la religion islamique... (1978) http://users.pandora.be/arseen.de.kesel/19780120.htm
Kerkelijke regelgeving: islamonderricht op kat. scholen http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek3.htm dossier... tekst 2
Moslimkinderen in katholieke scholen  http://www.flwi.rug.ac.be/cie/dossierkatholiek.htm
Persmededeling van minster Vanderpoorten http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek5.htm dossier... tekst 5 
Richtlijnen... in scholen met moslimleerlingen http://users.pandora.be/arseen.de.kesel/1986isl.htm
Staatkundige regelgeving http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek1.htm dossier... tekst 1
Uitvoeringsnota 6: ... met een hoog percentage... http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek12.htm dossier... tekst 14.
Visietekst (1996) http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek10.htm dossier... tekst 12
Voorstellen van R. Verstegen in Heusden-Zolder http://users.pandora.be/arseen.de.kesel/20000918.htm
Werknota: Moslims en Rooms-katholieke godsdienst... http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek11.htm dossier... tekst 13.
Wet van 17 juni 1997 (personeelsformatie) http://users.pandora.be/arseen.de.kesel/19970617.htm

Terug

ISLAMONDERRICHT OP KATHOLIEKE SCHOLEN - beknopte en bijgewerkte versie

Een uitvoerige tekst over "Moslimkinderen in katholieke scholen" vind je in het dossier, tekst 3 op de website
http://www.flwi.rug.ac.be/cie/katholiek3.htm .

Hieronder volgt een beknoptere en bijgewerkte versie. De volledige bronnen kan je raadplegen op de webpagina's waarnaar verwezen wordt. 

1. De burgerlijke regelgeving

1.1. Islam, door de wet erkend

Op vrijdag 23 augustus 1974 verscheen in het Belgisch Staatsblad de ‘Wet tot erkenning van de besturen belast met het beheer van de temporaliën van de islamitische eredienst’, die op 19 juli 1974 door de Koning was bekrachtigd. 

1.2. Het godsdienstonderwijs en de niet-confessionele zedenleer worden in België geregeld door de wetten van 29 mei 1959 en 11 juli 1973, de zogenaamde schoolpactwetten. In de wet van 14 juli 1975 wordt het onderricht in de islamitische godsdienst opgenomen in het godsdienstonderricht.

1.3. Zonder op de uitvoeringsbesluiten van de wet van 1974 te wachten, introduceert een omzendbrief van de Minister van Nationale Opvoeding met ingang van het schooljaar 1975-1976 de cursus in de islamitische godsdienst in het officieel onderwijs, alhoewel islamitisch godsdienstonderricht formeel pas sedert 20 februari 1978 mogelijk is, door een amendement van artikel 8 van de wet van 29 mei 1959, de zogenaamde schoolpactwet. Art. 39 van de schoolpactwet van 29 mei 1959 zegt: "In de gesubsidieerde vrije inrichtingen omvat het, hetzij het onderricht in de godsdienst en in de op die godsdienstberustende zedenleer, hetzij het onderricht in de niet-confessionele zedenleer, hetzij deze twee leervakken.”

Decreet basisonderwijs (25 februari 1997) van de Vlaamse Gemeenschap: (de tekst betreffende ons onderwerp is bijna letterlijk de tekst van 1959)  Art. 42. In de vrije lagere scholen wordt hetzij onderwijs in één of meer erkende godsdiensten en in de op deze godsdiensten berustende zedenleer, hetzij het onderwijs in de niet-confessionele zedenleer, hetzij beide, hetzij onderwijs in de cultuurbeschouwing verstrekt.’

Dit is de wettelijke basis voor het katholiek onderwijs om naast de lessen in de katholieke godsdienst ook lessen in een andere erkende godsdienst in te richten. . zie: http://allserv.rug.ac.be/~hdeley/CIE_Dutch_frame.htm dossier... tekst 1.

2. Kerkelijke regelgeving http://allserv.rug.ac.be/~hdeley/CIE_Dutch_frame.htm dossier... tekst 2.

Het vak Rooms-katholieke godsdienst wordt geregeld door de Hoofden van de Rooms-katholieke eredienst (later Erkende Instantie Rooms-katholieke godsdienst genoemd).

De kerkelijke regelgeving wordt bepaald door drie documenten:

2.1. Eerste document van de Hoofden van de katholieke eredienst: Cours de religion islamique à l’école libre catholique (1978)

http://users.pandora.be/arseen.de.kesel/19780120.htm

… Il ne faut cependant pas se faire d’illusion sur les demandes qui pourraient nous arriver si nous renonçons au projet de l’école catholique qui, en principe, n’organise que le seul cours de religion catholique.

Pour la question posée à la Conférence épiscopale au sujet de l’organisation officielle d’un cours de religion musulmane dans les écoles catholiques, les Vicaires généraux chargés de l’enseignement sont d’avis qu’il ne serait pas souhaitable que la Conférence épiscopale exprime officiellement son accord de principe pour réaliser la possibilité administrative d’instituer un cours de religion islamique dans les écoles catholiques, mais permettre dans chaque diocèse à son Vicaire générale d’accorder ad actum les permissions qui s’imposent par le nombre important d’élèves appartenant à une autre religion.

C’est le problème de l’identité et de la spécificité de notre enseignement chrétien qui est en jeu.

Het islamonderricht in katholieke scholen met moslimleerlingen werd voor het eerst geregeld in 1978 door de Hoofden van de Katholieke Eredienst. Zij namen het principiële standpunt in dat het katholiek onderwijs enkel lessen Rooms-katholieke godsdienst inricht; anderzijds namen zij het praktische standpunt in dat het toelaten van lessen islamitische godsdienst door een leerkracht islamitische godsdienst door de vicaris van onderwijs van het betrokken bisdom geval per geval zou bekeken worden.
Deze benadering wijzigde zich niet in de loop der jaren. Het katholiek onderwijs was bekommerd om de specificiteit van zijn onderwijs. Het ging uit van de veronderstelling dat het over de vrijheid van het aanbod van godsdienst en moraal beschikte. Van wettelijke wijze was het inrichten van lessen islamitische godsdienst in katholieke scholen niet verboden. Het was een vrije keuze van het katholiek onderwijs om principieel enkel lessen in de katholieke godsdienst in te richten.

Op basis van dit document werden in de loop der jaren lessen islamitische godsdienst in verschillende vrije lagere scholen en één vrije secundaire school toegelaten.

Het is interessant om zien dat de formulering die in de Uitvoeringsnota van 2000 gebruikt wordt, sterk gelijkt op deze van het document van 1978:
 
1978 2000
qui, en principe, n’organise que le seul cours de religion catholique. als levensbeschouwelijk vak in het katholiek onderwijs voortaan in principe enkel r.-k. godsdienst, in een communicatieve visie, wordt aangeboden.
mais permettre dans chaque diocèse à son Vicaire générale d’accorder ad actum les permissions qui s’imposent par le nombre important d’élèves appartenant à une autre religion. Wanneer katholieke lagere scholen - om zeer specifieke redenen - gebruik wensen te maken van de in art. 42 van het decreet basisonderwijs voorziene mogelijkheid om ook onderwijs in andere erkende godsdiensten (b.v. de islamitische) te verstrekken, doen zij dit slechts na instemming van de plaatselijke bisschop of zijn vertegenwoordiger

Zo te zien is de kerkelijke regelgeving in 2000 niet verschillend van die van 1978. Het verschil zit hem enkel in de wijze van aanbieding: 'in communicatieve vsie' (2000). Het uitdoofbeleid, waarvan reeds in 1996, bij het verschijnen van de visietekst van 1996, sprake is, kan wellicht niet op basis van dit document verdedigd worden.

2.2. Tweede document van de Hoofden van de katholieke eredienst: Richtlijnen van de Hoofden van de Katholieke Eredienst over de organisatie van het godsdienst-onderricht in scholen met moslimleerlingen (1986) http://users.pandora.be/arseen.de.kesel/1986isl.htm

1. Scholen met slechts enkele Moslimleerlingen

  1. Vooral in het secundair onderwijs zijn er nogal wat klassen waar slechts één of twee Moslimjongeren aanwezig zijn. Een bijzondere regeling voor de organisatie van het godsdienstonderricht is in dit geval niet nodig.
  2. Deze enkele leerlingen volgen normaal de godsdienstles en bestuderen de katholieke godsdienst zoals de andere leerlingen. De godsdienstleraar zal er evenwel voor zorgen dat deze Moslimleerlingen ten volle gerespecteerd worden en dat zij geregeld de kans krijgen om over de inhoud van hun eigen geloof te spreken.
2. Scholen met een beperkt percentage Moslimleerlingen

  1. Over het algemeen willen wij stellen dat het Koranonderricht zoveel mogelijk buiten het lesrooster wordt gehouden. Wanneer er uitdrukkelijk vraag naar is, kan de school haar lokalen buiten de lesuren ter beschikking stellen voor het Koranonderricht.
  2. Een gemeenschappelijk programma catechese voor de autochtone en de Moslimleerlingen samen lijkt niet aangewezen. Voor de leerlingen die normaal de katholieke godsdienst en de daarop steunende moraal volgen, zou dit een te grote verarming betekenen.
  3. In die zin doet men er goed aan de lessen godsdienst in de verschillende klassen op hetzelfde moment te organiseren om zodoende met gesplitste groepen te kunnen werken en de Moslimleerlingen van hetzelfde jaar te kunnen samenzetten.
  4. De vraag die zich dan stelt is, wat men aan de Moslimleerlingen kan en mag geven. Volgens de wettelijke bepalingen moeten deze lessen duidelijk de naam dragen ‘godsdienst en de daarop steunende moraal’, zoniet worden deze leerlingen niet als regelmatige leerlingen beschouwd en loopt de school het gevaar de subsidies te verliezen en voor het secundair onderwijs ook geen gehomologeerde getuigschriften te kunnen uitreiken. De scholen moeten er dus uiterst nauwlettend over waken dat enkel de officiële benaming op de administratieve documenten vermeld wordt.
  5. Wat de inhoud van deze lessen aan Moslimleerlingen betreft, is het duidelijk dat christelijke leerkrachten geen Koranonderricht mogen geven. In de moslimgemeenschap is het de vader die thuis de godsdienst moet onderwijzen en de Imam of Hodja in de moskee. Op school kan men voor de Moslimleerlingen een programma uitwerken waarin, louter op het niveau van informatie en kennisoverdracht, eigen catechetische accenten worden gelegd en waarin o.a. ook enige vergelijking tussen de christelijke en de Islamgodsdienst, gegeven wordt, evenals een verklaring van christelijke gebruiken in de westerse cultuur, religieuze en cultuurgeschiedenis van de Islam, e.d.m.
3. Scholen met een groot percentage Moslimleerlingen

  1. Met ‘groot percentage’ wordt hier bedoeld: scholen, afdelingen of klassen met 80 à 100 % Moslimleerlingen. Meestal bevinden deze scholen zich in een omgeving met een hoge concentratie Moslims. 
  2. Voor het ogenblik hebben meerdere basisscholen met hoge concentratie Moslimleerlingen een beroep gedaan op een Islamleerkracht die binnen het lesrooster Koranonderricht komt geven. Deze oplossing maakt de organisatie van het godsdienstonderricht eenvoudig. Daar de ouders van Moslimleerlingen soms druk uitoefenen om een Islamleerkracht op school te hebben, weze hier nog even herinnerd aan de richtlijn dat de school vooraf van de vicaris voor onderwijs van het betrokken bisdom de toelating moet krijgen om een Imam of Hodja toe te laten. 
Waar geen Islamleerkracht aanwezig is: zie 2 d. en e.

Dit dokument geeft concrete richtlijnen met betrekking tot het toelaten van islamitische godsdienst in katholieke scholen.

3.1. Het vak R.K.- godsdienst in de scholen in Vlaanderen. Visietekst van de commissie in opdracht van de bisschoppen, 1 september 1996 http://allserv.rug.ac.be/~hdeley/CIE_Dutch_frame.htm dossier... tekst 12.

De nieuwe visietekst legt de nadruk op de communicatieve visie, de dialoog, de eerbied voor iedere leerling, ook de andersgelovige.

3.2. De werknota Moslims en R.K. godsdienst in de katholieke basisschool. Werknota in opdracht van en voor de erkende instantie R.K. godsdienst (13 november 1997). Niet bedoeld voor scholen met een hoge concentratie moslimleerlingen. Zie: http://allserv.rug.ac.be/~hdeley/CIE_Dutch_frame.htm dossier... tekst 13.

3.3. UITVOERINGSNOTA -6- met ingang van 1 september 2000 Zie: http://allserv.rug.ac.be/~hdeley/CIE_Dutch_frame.htm dossier... tekst 14.

Het vak rooms-katholieke godsdienst in katholieke basisscholen met een hoog percentage moslims - beslissing van de Erkende Instantie op 13 april 2000

Wanneer katholieke lagere scholen - om zeer specifieke redenen - gebruik wensen te maken van de in art. 42 van het decreet basisonderwijs voorziene mogelijkheid om ook onderwijs in andere erkende godsdiensten (b.v. de islamitische) te verstrekken, doen zij dit slechts na instemming van de plaatselijke bisschop of zijn vertegenwoordiger.

Katholieke basisscholen met een hoog percentage moslims, die begaan zijn met de interculturele en interreligieuze dialoog, moeten het voorwerp zijn van de gezamenlijke zorg van het schoolteam. Om het schoolteam daarbij te helpen zouden scholen met een hoog percentage moslims in overweging kunnen nemen een islamgelovige leerkracht aan te werven die een diploma behaald heeft aan een katholieke hogeschool. Deze (eventueel ambulante) leerkracht kan zelf geen r.-k. godsdienst geven, omdat zij/ hij het mandaat hiertoe niet kan krijgen. Hij/ zij kan echter wel een belangrijke schakel vormen om de interreligieuze dialoog binnen de school te bevorderen (zie verder 2.3.2).

In de voorbije decennia heeft een aantal katholieke lagere scholen, meestal met veel islamitische leerlingen, naast katholieke ook islamitische godsdienstlessen georganiseerd. Deze scholen krijgen daarvoor aanvullende lestijden, naast de aanvullende lestijden voor R.-k. godsdienst. Dergelijke lessen vallen onder de bevoegdheid van het hoofd van de islamitische eredienst, dat de leerplannen vaststelt en de leerkrachten en inspectieleden voordraagt. Zal dan een leerkracht aangesteld worden die naast de islamitische geloofsovertuiging ook het interreligieus gesprek in de klas bevordert en voldoende open staat voor de westerse cultuur en het christelijk geloof? Er kunnen ernstige twijfels rijzen over de vrijheid die een schoolbestuur heeft om een kandidaat te weigeren of te weren die niet aan deze criteria beantwoordt.

De nadruk die het recente leerplan r.-k. godsdienst legt op communicatie en omgaan met religieuze verscheidenheid vermindert de noodzaak van afzonderlijke islamitische godsdienstlessen. Door het geven van afzonderlijke lessen islamitische godsdienst vallen interessante mogelijkheden weg tot interreligieus contact in de godsdienstlessen.

Daarom opteert de Erkende Instantie r.-k. godsdienst ervoor dat als levensbeschouwelijk vak in het katholiek onderwijs voortaan in principe enkel r.-k. godsdienst, in een communicatieve visie, wordt aangeboden.

Maar de opstelling van heel wat islamitische ouders inzake de religieuze opvoeding van hun kinderen verschilt vaak van die van de school of van de visie die aan de leerplannen r.-k. godsdienst ten grondslag ligt. Zij vrezen dat de christenen erop uit zijn hun kinderen te bekeren. Hoe kleiner (en dus onmondiger) de kinderen zijn, des te groter is die vrees van de ouders.

Soms verlangen of eisen ouders islamitisch godsdienstonderricht. Waar reeds islamitische godsdienstlessen werden gegeven beschouwen zij dit als een verworven recht. Wordt toch uitsluitend r.-k. godsdienst gegeven, dan dreigen zij hun kinderen weg te trekken uit de katholieke school. Het zou goed zijn dat deze ouders kunnen ontdekken dat katholieke seholen een openheid voor het religieuze aanbieden die kan bijdragen tot de godsdienstige groei van hun kinderen. (over de informatie aan de ouders, zie verder 2.6)

BESLUIT: In de uitvoeringsnota 6 van 13 april 2000 wordt de mogelijkheid gegeven om islamonderricht toe te laten. Anderzijds opteert de Erkende Instantie in de Uitvoeringsnota in principe enkel voor R.k.- godsdienst, in een communicatieve visie, (zie 2.1. bij de tekst van 1978)

4. De praktische organisatie van de levensbeschouwelijke vakken

4.1. Deze wordt geregeld door de wet van 17 juni 1997

17 JUNI 1997 - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs. (B.S. = Belgisch Staatsblad, 12-9-1997)http://users.pandora.be/arseen.de.kesel/19970617.htm

Art. 18. Elke cursus godsdienst, niet-confessionele zedenleer of cultuur-beschouwing omvat ten minste 2 en ten hoogste 3 lestijden. Een minder gevolgde cursus godsdienst of niet-confessionele zedenleer bedraagt evenveel lestijden als de meest gevolgde cursus godsdienst of niet-confessionele zedenleer. De meest gevolgde en de minder gevolgde cursussen worden gelijktijdig georganiseerd.

4.2. Bij een inspectie van een aantal vrije katholieke scholen die naast katholieke godsdienst ook islamitische godsdienst aanboden, bleken verschillende ervan niet in regel met artikel 18 van het besluit van 17 juni 1997.(niet evenveel uren van beide godsdiensten, niet gelijktijdig)

O.a. de problemen rond de organisatie van beide cursussen lag aan de basis voor het stopzetten van de lessen in de islamitische godsdienst in de drie lagere scholen van Heusden-Zolder.

4.3. Prof. Raf Verstegen geeft op 18 september 2000 een stand van zaken met o.a. volgend punt: http://users.pandora.be/arseen.de.kesel/20000918.htm

2.2. Bij nader onderzoek is gebleken dat dit voorschrift enkel kan gelden voor scholen van de overheid die inderdaad alle levensbeschouwingen op gelijke voet moeten behandelen. Een vrije school evenwel kan, gebruik makend van haar grondwettelijke vrijheid van onderwijs, beslissen om enkel katholieke godsdienst aan te bieden, ook voor islamitische leerlingen. Zij kan ook vragen dat alle leerlingen een of twee lestijden katholieke godsdienst volgen, maar tegelijkertijd de mogelijkheid bieden aan islamitische leerlingen om hun eigen godsdienst te bestuderen onder de leiding van een eigen godsdienstleerkracht. Het is evenzeer de grondwettelijke vrijheid van islamitische ouders om in hun keuze voor een katholieke school met een dergelijke regeling in te stemmen. 

2.3. De minister van Onderwijs steunt deze interpretatie en heeft beslist dat de tekst van het besluit voor het vrij onderwijs in die zin zal worden toegepast en aangepast zie http://allserv.rug.ac.be/~hdeley/CIE_Dutch_frame.htm dossier tekst 5 (Op 21 mei 2001 laat de uitvoering op zich wachten; dat heeft tot gevolg dat in overgrote klassen - tot 40 leerlingen in een klas - de lessen katholieke godsdienst moeten gevolgd worden. Ook zijn er geruchten dat deze interpretatie door het departement terug in vraag wordt gesteld.)

4.4. Prof. Raf Verstegen gaat ook in op de bekommernis van de drie katholieke lagere scholen van Heusden-Zolder om het katholiek karakter van de school te beklemtonen. 

We citeren uit de stand van zaken van 18 september 2000:

3.1. De beslissing om het aanbod islam stop te zetten is ook beïnvloed door de wens van de inrichtende macht(en) om zich sterker als katholieke school te profileren. In meerdere of minder mate heeft hier het standpunt van de kerkelijke overheid meegespeeld om het aanbod van islamonderricht in katholieke scholen te laten uitdoven door niet tot vervanging over te gaan wanneer een islamleerkracht wegvalt. 

In de loop van de besprekingen is hieromtrent het volgende duidelijker geworden.

3.2 In de formule 3 RK / 2 of 1 islam kunnen alle leerlingen in de derde of tweede en derde lestijd weer samengebracht worden. Dit houdt bijzonder positieve mogelijkheden in voor de realisatie van het elkaar ontmoetend godsdienstonderwijs van het nieuwe leerplan katholieke godsdienst. In een derde (of tweede en derde) lestijd katholieke godsdienst kan speciaal aandacht worden besteed aan wederzijdse ontmoeting en dialoog, nadat eerst in afzonderlijke groepen op de eigen geloofstraditie is ingegaan.

Anderzijds biedt de formule voor de leerlingen die enkel katholieke godsdienst volgen ook betere mogelijkheden voor verdieping en afstemming op beleving in een afzonderlijke groep. 

Ook het benadrukken van het katholieke karakter van de school komt in deze formule tot uiting, doordat alle leerlingen met de katholieke godsdienst kennismaken."

4.5. Bij het conflict tussen de schoolbesturen van drie lagere scholen van Heusden-Zolder en de moslimouders bemiddelt professor Raf Verstegen. Hij stelt het volgende: 

"Het gescheiden aanbod van zowel katholieke godsdienst als Islam gecombineerd met het samenbrengen van alle leerlingen in nog één of twee lestijden katholieke godsdienst biedt bijzonder positieve mogelijkheden voor zowel de verdieping en de beleving van de eigen godsdienst, als voor het gesprek en de ontmoeting die het nieuwe leerplan katholieke godsdienst nastreeft. "

HET UITDOVEN VAN ISLAMONDERRICHT IN KATHOLIEKE SCHOLEN

In 1996 duiken berichten op over het uitdoven van islamonderricht in katholieke scholen. Sinds 1998 wordt de actie van het uitdoven intenser. Er bestaat geen schriftelijk document waarin het besluit werd geformuleerd en geargumenteerd. Het uitdoven zou hierin bestaan dat een leerkracht islamitische godsdienst bij pensionering of bij vetrek niet meer zou vervangen worden. Na de moeilijkheden in Heusden-Zolder zou de Erkende InstantieRooms-katholieke godsdienst beslist hebben dat het islamonderricht op katholieke scholen, waar het niet in afbouw is, mag blijven bestaan ten eeuwige dage. Maar vermits hiervan geen schriftelijke neerslag bestaat, doen allerlei versies de ronde.

21 mei 2001

Arseen De Kesel
Terug

STANDPUNT

Islamonderricht in het katholiek onderwijs staat volop in de belangstelling. 
Senator Ludo Sannen  en minister Marleen Vander Poorten is voor. Kardinaal Danneels zegt neen tot het verplichte islamonderricht in katholieke scholen.
Maar laat er toch een tussenoplossing zijn.

Mits de uitvoeringsbesluiten van de nieuwe interpretatie van de wet van 17 juni 1997 zou het inrichten van islamonderricht in katholieke scholen wettelijk en praktisch mogelijk zijn. Ook zou de wijze waarop het Rooms-katholieke en het islamitisch godsdienstonderricht (2 u. afzonderlijk - 1 u. gemeenschappelijk) wordt ingericht, het mogelijk maken dat het uitstekend past in de nieuwe visie op het Rooms-katholiek godsdienstonderricht dat pleit voor communicatie en interreligieuze dialoog. In deze visie wordt echter wel verondersteld dat moslimouders zich met dit soort godsdienstonderricht .akkoord kunnen verklaren.

Met dit standpunt wordt het katholiek onderwijs in zijn eigenheid erkend. Bovendien wordt de ruime visie van het godsdienstonderricht erkend. De nieuwe leerplannen R.K. godsdienst kunnen wellicht een oplossing bieden voor de meeste problemen, maar niet voor alle.
Maatschappelijjk zijn er belangrijke problemen. De identiteitsontwikkeling  van moslimkinderen is er één van. Ook deze kinderen hebben recht op een volwaardig godsdienstonderricht in het onderwijs. De bedenking dat moslimouders voor het katholiek onderwijs kiezen en zich dus maar moeten neerleggen bij de eisen van dat onderwijs gaat niet volledig op. Vooreerst beschikken zij niet over eigen scholen. Daarenboven is er b.v. in de provincie Limburg geen gemeenschapsschool in de buurt. En als dat nog het geval zou zijn, zou het de concentratie van allochtone kinderen in het gemeenschapsonderwijs versterken.
Logisch gezien pleit het katholiek onderwijs voor een onderwijs op basis van confessie. Dat is haar goed recht. Maar dan hebben moslims ook dat recht. Hoe rijmen we dat met een multiculturele en multireligieuze samenleving en met de interreligieuze dialoog.

Wat denkt u ervan. Kan islamitisch godsdienstonderricht in een katholieke school?

Mail het naar arseen.de.kesel@pandora.be . We reageren op uw mail.

Terug 

Religie.opzijnbest.nl - De beste links over religie voor u verzameld.