- Bibliografie
- Literatuur
- Liturgisch
gebruik - Overzicht
bijbelboeken - Overzicht
van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht
van deze website
Overzicht van het Johannesevangelie : Joh
1 , Joh
2 , Joh
3 , Joh
4 , Joh
5 , Joh
6 , Joh
7 , Joh
8 , Joh
9 , Joh
10 , Joh
11 , Joh
12 , Joh
13 , Joh
14 , Joh
15 , Joh
16 , Joh
17 , Joh
18 , Joh
19 , Joh
20 , Joh
21 ,
Tekstuitleg per perikope : - Joh
2,1-12 - Joh
2,13-22 - Joh
2,23-3,21
Tekstuitleg vers per vers - Joh
2,1 - Joh
2,2 - Joh
2,3 - Joh
2,4 - Joh
2,5 - Joh
2,6 - Joh
2,7 - Joh
2,8 - Joh
2,9 - Joh
2,10 - Joh
2,11 - Joh
2,12 - Joh
2,13 - Joh
2,14 - Joh
2,15 - Joh
2,16 - Joh
2,17 - Joh
2,18 - Joh
2,19 - Joh
2,20 - Joh
2,21 - Joh
2,22 - Joh
2,23 - Joh
2,24 - Joh
2,25 -
WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenaam : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/
en http://www.bijbelleerhuis.be
(zie bijbel)
. WEBLOG : BIJBELLEERHUIS
Nieuwe website : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ
DE HAND - NIEUW
- OVERZICHT
- TIJDSCHRIFTEN
-
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B
- C - D
- E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X
-Y - Z
HOOFDTHEMA'S :
allochtonen , armoede , bahá'í
, bijbel , bijbel en koran ,
boeddhisme ,
christendom ,
extreemrechts
( Vlaams Blok
) , fundamentalisme
, globalisering en antiglobalisering
, hindoeïsme
, interlevensbeschouwelijke
dialoog , interreligieuze
meditatie , islam , jodendom
, levensbeschouwing
, levensbeschouwing / godsdienst
en onderwijs , migratie , racisme , samenleving ,
sikhisme , NIEUWE
RUBRIEK : SPIRITUALITEIT
, tewerkstelling
van allochtonen , vluchtelingen
en asielzoekers , vrijzinnigheid
, witte scholen , multiculturele
scholen en concentratiescholen ,
- Eigen-zinnige
beschouwingen - Het
kleine of grote ongenoegen -
|
Woordenschat
- gar
(want, immers) . In 61 verzen bij Johannes, zie Joh 2,25 : Joh
2,23-3,21
- hèmera
(dag) , zie Joh
2,1-12 .
- houtôs
(zo) . In 11 verzen bij Johannes, zie Joh 3,16 : Joh
2,23-3,21
- Kana (Kana). Plaatsnaam, zie Joh
2,11 .
- meta
(na, met). In 24 verzen bij Johannes, zie Joh 2,12 : Joh
2,1-12
- houtôs
(zo) . In 11 verzen bij Johannes, zie Joh 3,16 : Joh
2,23-3,21
- hösper
(zoals), zie Joh
3,16 . Bij Johannes : (1) Joh
5,21 . (2) Joh
5,26 .
- pas
(elk, ieder) . In 15 verzen bij Johannes, zie Joh
3,16 : (1) Joh
2,10 . (2) Joh
3,8 . (3) Joh
3,15. (4) Joh
3,16 . (5) Joh
3,20 . (6) Joh
4,13 . (7) Joh
6,40 . (8) Joh
6,45 . (9) Joh
8,2 . (10) Joh
8,34 . (11) Joh
11,26 . (12) Joh
12,46 . (13) Joh
16,2 . (14) Joh
18,37 . (15) Joh
19,12
- pisteuô
(geloven, vertrouwen) bij Johannes, zie Joh
3,16 ; pisteuôn
(wie gelooft) . In 14 verzen bij Johannes, zie Joh
3,16 : (1) Joh
3,15 . (2) Joh
3,16 . (3a) Joh
3,18a . (3b)
Joh 3,18b . (4) Joh
3,36 . (5) Joh
5,24 . (6) Joh
6,35 . (7) Joh
6,40 . (8) Joh
6,47 . (9) Joh
7,38 . (10) Joh
11,25 . (11) Joh
11,26 . (12) Joh
12,44 . (13) Joh
12,46 . (14) Joh
14,12
- zôèn (leven) in 20 verzen bij Johannes, zie Joh
3,15 : (1) Joh
3,15 . (2) Joh
3,16 . (3) Joh
3,36 . (4) Joh
4,14 . (5) Joh
4,36 . (6) Joh
5,24 . (7) Joh
5,26 . (8) Joh
5,39 . (9) Joh
5,40 . (10) Joh
6,27 . (11) Joh
6,33 . (12) Joh
6,40 . (13) Joh
6,47 . (14) Joh
6,53 . (15) Joh
6,54 . (16) Joh
10,10 . (17) Joh
10,28 . (18) Joh
12,25 . (19) Joh
17,2 . (20) Joh
20,31
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik
Overzicht bijbelboeken
:
OT : Gn
, Ex , Lv
, Nu , Dt
, Joz , Re
, Rt , 1
S , 2 S , 1
K , 2 K , 1
Kr , 2 Kr
, Ezr , Neh
, Tob , Jdt
, Est , 1
Mak , 2 Mak
, Job , Ps
, Spr , Pr
, Hl , W
, Sir , Js
, Jr , Kl
, Bar , Ez
, Da , Hos
, Jl , Am
, Ob , Jon
, Mi , Nah
, Hab , Sef
, Hag , Zach
, Mal .
- NT : Mt
- Mc - Lc
- Joh -
Hnd , Rom
, 1 Kor , 2
Kor , Gal
, Ef , Fil
, Kol , 1
Tes , 2 Tes
, 1 Tim , 2
Tim , Tit
, Film , Heb
, Jak , 1
Pe , 2 Pe
, 1 Joh , 2
Joh , 2 Joh
, Jud , Apk
Overzicht van de
bibliografie van de bijbelboeken :
bibliografie
van het Oude Testament - bibliografie
Matteüsevangelie - bibliografie
Marcusevangelie - bibliografie
Lucasevangelie - bibliografie
van het Johannesevangelie - bibliografie van het
Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
Bruiloft te Kana : Joh
2,1-12
Afbraak van de tempel : Joh
2,13-22
Jezus en Nikodemus : Joh
2,23-3,21 -
Evangelielezing van de 2de
(tweede) zondag door het jaar C : Joh
2,1-12 :
In die tijd was er een bruiloft te Kana in Galilea, waarbij de moeder van Jezus
aanwezig was. Jezus en zijn leerlingen waren eveneens op die bruiloft uitgenodigd.
Toen de wijn opraakte zei de moeder van Jezus tot Hem: "Ze hebben geen
wijn meer." Jezus zei tot haar: "Vrouw, is dat soms uw zaak? Nog is
mijn uur niet gekomen." Zijn moeder sprak tot de bedienden: "Doet
maar wat Hij u zeggen zal." Nu stonden daar volgens het reinigingsgebruik
der Joden zes stenen kruiken, elk met een inhoud van ongeveer honderd liter.
Jezus zei hun: "Doet die kruiken vol water." Zij vulden ze tot bovenaan
toe. Daarop zei Hij hun: "Schept er nu wat uit en brengt dat aan de tafelmeester."
Dat deden ze. De tafelmeester proefde van het water dat in wijn veranderd was.
Hij wist niet waar die wijn vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept
hadden wisten het wel. Zodra hij geproefd had riep hij de bruidegom en zei hem:
"Iedereen zet eerst de goede wijn voor en wanneer men eenmaal goed gedronken
heeft de mindere. U hebt de goede wijn tot nu toe bewaard." Zo maakte Jezus
te Kana in Galilea een begin met de tekenen en openbaarde zijn heerlijkheid.
En zijn leerlingen geloofden in Hem. Daarna daalde Hij af naar Kafarnaüm,
Hijzelf en zijn moeder, de broeders en zijn leerlingen; maar zij bleven daar
slechts enkele dagen.
De Kana-pericope van Joh 2,1-11 vormt het sluitstuk van zijn eerste verblijf
in Galilea. Zo is dat ook in Joh
4,46-54. Daarna gaat Jezus telkens naar Jeruzalem bij gelegenheid van een
feest van de joden.
| Joh
2,3 |
Joh
2,4 |
Joh
2,5 |
Joh
2,7 |
Joh
2,7 |
Joh
2,9 |
| kai (en) |
kai (en) |
kai (en) |
| legei (zegt) |
legei (zegt) |
legei (zegt) |
legei (zegt) |
legei (zegt) |
legei (zegt) |
| autèi (aan haar) |
autois (aan hen) |
autois (aan hen) |
autôi (aan hem) |
| hè mètèr tou Ièsou (de moeder
van Jezus) |
ho Ièsous (Jezus) |
hè mètèr autou (zijn moeder) |
ho Ièsous (Jezus) |
| tois diakonois (aan de dienaars) |
en Kana tès Galilaias (in Kana van Galilea) komt bij
het begin (Joh
2,1) en het einde (Joh
2,11) voor.
| Joh 2,1 - Joh
2,1 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
| 2:1 kai tè èmera tè tritè gamos egeneto en kana
tès galilaias kai èn è mètèr tou ièsou ekei |
1 et die tertio nuptiae factae sunt in Cana Galilaeae
et erat mater Iesu ibi |
In die tijd was er een bruiloft te Kana in Galilea,
waarbij de moeder van Jezus aanwezig was. |
[1] Op de derde* dag werd er een bruiloft gevierd
te Kana in Galilea, waarbij de moeder van Jezus aanwezig was. |
[1] Op de derde dag was er een bruiloft in Kana,
in Galilea. De moeder van Jezus was er, |
1 ¶ Op de derde dag geschiedt er een bruiloft
te Kana in Galilea; Jezus’ moeder is daarbij. |
|
Joh
2,1 bestaat uit twee nevenschikkende zinnen die door het nevenschikkend
voegwoord kai (en) met elkaar verbonden zijn. In de eerste nevenschikkende zin
staat het nevenschikkend voegwoord aan het begin van de zin; hierop volgt dan
een tijdsbepaling, dan komt onderwerp + werkwoord, en de zin wordt besloten
met een plaatsbepaling.
| Joh 2,2 - Joh
2,2 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
| 2:2 eklèthè de kai o ièsous kai oi mathètai autou
eis ton gamon |
2 vocatus est autem ibi et Iesus et discipuli eius
ad nuptias |
Jezus en zijn leerlingen waren eveneens op die bruiloft
uitgenodigd. |
[2] Ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft
uitgenodigd. |
[2] en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de
bruiloft uitgenodigd. |
2 Ter bruiloft genodigd is ook Jezus met zijn leerlingen.
|
|
| Joh 2,3 - Joh
2,3 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
| 2:3 kai usterèsantos oinou legei è mètèr tou ièsou
pros auton oinon ouk echousin |
3 et deficiente vino dicit mater Iesu ad eum vinum
non habent |
Toen de wijn opraakte zei de moeder van Jezus tot
Hem: "Ze hebben geen wijn meer." |
[3] Toen de wijn opraakte, wendde de moeder van
Jezus zich tot Hem en zei: ‘Ze* zitten zonder wijn.’ |
[3] Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van
Jezus tegen hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ |
3 Als er een tekort aan wijn komt zegt Jezus’
moeder tot hem: ze hebben geen wijn! |
|
| Joh 2,4 - Joh
2,4 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
| 2:4 | kai | [kai] | legei autè o ièsous ti emoi
kai soi gunai oupô èkei è ôra mou |
4 et dicit ei Iesus quid mihi et tibi est mulier
nondum venit hora mea |
Jezus zei tot haar: "Vrouw, is dat soms uw
zaak? Nog is mijn uur niet gekomen." |
[4] Jezus antwoordde: ‘Wat* hebben ik en
u daarmee van doen, Vrouwe? Mijn uur is nog niet gekomen.’ |
[4] ‘Wat wilt u van me?’ zei Jezus.
‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’ |
4 Jezus zegt tot haar: ‘betekent dat iets
tussen mij en u, vrouwe?’– mijn uur is nog niet gekomen! |
|
| Joh 2,5 - Joh
2,5 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
| 2:5 legei è mètèr autou tois diakonois o ti an legè
umin poièsate |
5 dicit mater eius ministris quodcumque dixerit
vobis facite |
Zijn moeder sprak tot de bedienden: "Doet
maar wat Hij u zeggen zal." |
[5] Zijn moeder zei tegen de dienaren: ‘Wat
Hij u ook beveelt, doe het maar.’ |
[5] Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan:
‘Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is.’ |
5 Zijn moeder zegt tot de bedienden: wat hij u
ook zegt, doet het! |
|
| Joh 2,6 - Joh
2,6 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
| 2:6 èsan de ekei lithinai udriai ex kata ton katharismon
tôn ioudaiôn keimenai chôrousai ana metrètas duo è treis |
6 erant autem ibi lapideae hydriae sex positae
secundum purificationem Iudaeorum capientes singulae metretas binas
vel ternas |
Nu stonden daar volgens het reinigingsgebruik der
Joden zes stenen kruiken, elk met een inhoud van ongeveer honderd
liter. Jezus zei hun: |
[6] Nu stonden daar zes stenen waterbakken ten
behoeve van het Joodse reinigingsgebruik, elk met een inhoud van twee
tot drie metreten*. |
[6] Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel
zes stenen watervaten, elk met een inhoud van twee à drie metrete.
|
6 Er zijn daar zes stenen watervaten opgesteld
geweest, naar het reinigingsgebruik van de Judeeërs, elk met
een inhoud van twee tot drie metreten. |
|
| Joh 2,7 - Joh
2,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
| 2:7 legei autois o ièsous gemisate tas udrias udatos
kai egemisan autas eôs anô |
7 dicit eis Iesus implete hydrias aqua et impleverunt
eas usque ad summum |
"Doet die kruiken vol water." Zij vulden
ze tot bovenaan toe. |
[7] ‘Doe die bakken vol water,’ beval
Jezus hun. Ze deden ze vol water, tot de rand toe. |
[7] Jezus zei tegen de bedienden: ‘Vul de
vaten met water.’ Ze vulden ze tot de rand. |
7 Jezus zegt tot hen: giet die watervaten vol met
water! Zij gieten ze vol tot bovenaan. |
|
| Joh 2,8 - Joh
2,8 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
| 2:8 kai legei autois antlèsate nun kai ferete tô
architriklinô oi de ènegkan |
8 et dicit eis Iesus haurite nunc et ferte architriclino
et tulerunt |
Daarop zei Hij hun: "Schept er nu wat uit en
brengt dat aan de tafelmeester." Dat deden ze. |
[8] Vervolgens zei Hij: ‘Schep er nu wat
uit en breng het naar de tafelmeester.’ En ze deden het. |
[8] Toen zei hij: ‘Schep er nu wat uit, en
breng dat naar de ceremoniemeester.’ Dat deden ze. |
8 Hij zegt tot hen: schept er nu wat uit en brengt
dat naar de tafelmeester! Zij brengen het. |
|
| Joh 2,9 - Joh
2,9 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
| 2:9 ôs de egeusato o architriklinos to udôr oinon
gegenèmenon kai ouk èdei pothen estin oi de diakonoi èdeisan oi èntlèkotes
to udôr fônei ton numfion o architriklinos |
9 ut autem gustavit architriclinus aquam vinum
factam et non sciebat unde esset ministri autem sciebant qui haurierant
aquam vocat sponsum architriclinus |
De tafelmeester proefde van het water dat in wijn
veranderd was. Hij wist niet waar die wijn vandaan kwam, maar de bedienden
die het water geschept hadden wisten het wel. Zodra hij geproefd had
riep hij de bruidegom |
[9] De tafelmeester proefde het water dat wijn
was geworden, maar wist niet waar die vandaan kwam; de dienaren die
het water geschept hadden wisten het wél. De tafelmeester riep
dus de bruidegom |
[9] En toen de ceremoniemeester het water dat wijn
geworden was, proefde – hij wist niet waar die vandaan kwam,
maar de bedienden die het water geschept hadden wisten het wel –
riep hij de bruidegom |
9 Zodra de tafelmeester het water proeft dat wijn
geworden is, –en hij heeft niet geweten vanwaar die was, alleen
de dienaars wisten het, die het water hadden geschept– roept
de tafelmeester de bruidegom |
|
| Joh 2,10 - Joh
2,10 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
| 2:10 kai legei autô pas anthrôpos prôton ton kalon
oinon tithèsin kai otan methusthôsin ton elassô su tetèrèkas ton kalon
oinon eôs arti |
10 et dicit ei omnis homo primum bonum vinum ponit
et cum inebriati fuerint tunc id quod deterius est tu servasti bonum
vinum usque adhuc |
en zei hem: "Iedereen zet eerst de goede wijn
voor en wanneer men eenmaal goed gedronken heeft de mindere. U hebt
de goede wijn tot nu toe bewaard." |
[10] en zei: ‘Iedereen schenkt toch eerst
de beste wijn, en de gewone pas wanneer er al flink gedronken is.
Maar u hebt de beste wijn bewaard tot het laatst!’ |
[10] en zei tegen hem: ‘Iedereen zet zijn
gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede.
Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!’ |
10 en zegt hij tot hem: iedere mens zet de goede
wijn éérst voor, en wanneer ze flink gedronken hebben
de mindere; maar jij hebt de goede wijn bewaard tot daarnet! |
|
| Joh 2,11 - Joh
2,11 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
| 2:11 tautèn epoièsen archèn tôn sèmeiôn o ièsous
en kana tès galilaias kai efanerôsen tèn doxan autou kai episteusan
eis auton oi mathètai autou |
11 hoc fecit initium signorum Iesus in Cana Galilaeae
et manifestavit gloriam suam et crediderunt in eum discipuli eius
|
Zo maakte Jezus te Kana in Galilea een begin met
de tekenen en openbaarde zijn heerlijkheid. En zijn leerlingen geloofden
in Hem. |
[11] Dat was het begin* van Jezus’ tekenen,
te Kana in Galilea. Hij* openbaarde zijn heerlijkheid en zijn leerlingen
geloofden in Hem. |
[11] Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan
als eerste wonderteken; hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen
geloofden in hem |
11 Dit is het begin dat Jezus maakt met de tekenen
te Kana in Galilea; zo laat hij zijn glorie verschijnen en komen zijn
leerlingen tot geloof in hem. |
|
- Kana tès Galilaias (Kana van Galilea) komt bij Johannes in 4 verzen
voor; in Joh
2,1 en Joh
2,11; in Joh
4,46 (waar palin (opnieuw) en andere termen naar Joh
2,1-12 verwijzen; eis tèn Kana tès Galilaias:: naar Kana in
Galilea); in Joh
21,2 waar Natanaël genoemd wordt met de vermelding dat hij uit Kana
in Galilea afkomstig is; apo Kana tès Galilaias : uit Kana in Galilea.
. We zouden de gemeentenaam Kana met een lidwoord kunnen vertalen omwille van
de bijgevoegde provincienaam. We veronderstellen dat er naast een Kana in Galilea
ook nog een ander Kana bestaat. De provincienaam vertalen we telkens zonder
lidwoord.
- efanerôsen (hij openbaarde zich). In deze vorm komt het in 4 verzen
in de bijbel voor : (1) Joh
2,11 (2) Joh
21,1 enz.
| Joh 2,12 - Joh
2,12 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
| Meta touto katebè eis Kafarnaoum autos kai
hè mètèr autou kai hoi adelfoi autou kai hoi
mathètai autou |
12 post hoc descendit Capharnaum ipse et mater eius
et fratres eius et discipuli eius et ibi manserunt non multis diebus
|
Daarna daalde Hij af naar Kafarnaüm, Hijzelf
en zijn moeder, de broeders en zijn leerlingen; maar zij bleven daar
slechts enkele dagen. |
[12] Daarna vertrok Hij met zijn moeder, zijn broers* en zijn leerlingen
naar Kafarnaüm, waar ze enkele dagen bleven.
|
12 ¶ Daarna daalt hij af naar Kafarnaoem,
hijzelf, zijn moeder, de broers en zijn leerlingen, maar véle
dagen duurt hun verblijf daar niet. |
Daarna daalden af naar KafarnaÏm : hijzelf
en zijn moeder en zijn broers en zijn leerlingen |
|
Tekstuitleg Joh
2,12 . Joh
2,12 bestaat uit 2 nevenschikkende zinnen, die door het nevenschikkend voegwoord
kai (en) met elkaar verbonden zijn .
1. 2. meta (na, met) . In 24 verzen bij Johannes, zie Joh
1,43 ; meta touto (dit : onzijdig enkelvoud). In 4 verzen . (1 - 1) Joh
2,12 . (13 - 2) Joh
11,7 . (14 - 3) Joh
11,11 . (20 - 4) Joh
19,28 .
- Joh
2,12 bestaat uit 2 nevenschikkende zinnen, die door het nevenschikkend voegwoord
kai (en) met elkaar verbonden zijn .
- katebè (hij daalde af). Actief aorist 3de persoon enkelvoud. In deze
vorm enig in Joh
2,12 . Katabas (neergedaald) komt in 4 verzen bij Johannes voor.
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Joh 3,13 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| ho ek tou ouranou katabas (uit de hemel neergedaald) |
|
| ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon) |
| Joh 2,12 : (Daarna daalden af naar KafarnaÏm : hijzelf en zijn
moeder en zijn broers en zijn leerlingen |
| - meta
(na, met). In 24 verzen bij Johannes, zie Joh 2,12 : Joh
2,1-12 - |
Meta touto (hierna) verwijst naar het voorgaande verhaal nl.
de bruiloft te Kana in Galilea (Joh 2,1-11). Touto (dit) is
enkelvoud. Het slaat slechts op één voorafgaand verhaal. Daarna
daalt Jezus af naar Kafarnaüm. Hiermee wordt een link gelegd tussen Kana
en Kafarnaüm in Galilea. Joh 2,13 lijkt een soort overgangsvers. Hierna
is er een feest van de joden nl. het paasfeest, en gaat Jezus op naar Jeruzalem.
Een gelijkaardig iets zien we gebeuren in Joh 5,1. Een tweede wondergebeuren
in Kana had plaats in Joh 4,46-54. Er is opnieuw een feest van de joden, en
Jezus gaat opnieuw op naar Jeruzalem.
hèmera (dag) . Nominatief of datief
(hèmerai) enkelvoud. Het komt in 854 verzen in de bijbel voor; in 750
verzen in het O.T., in 104 verzen in het N.T. In 13 verzen bij Matteüs,
in 3 verzen bij Marcus, in 27 verzen bij Lucas, in 17 verzen bij Johannes, in
12 verzen in Hnd, enz.
--- hèmera bij Johannes :
(1) Joh 2,1 : Kai tèi hèmerai tèi tritèi gamos egeneto
(en op de derde dag was een huwelijk)
(2) Joh 5,9 : èn de sabbaton en tèi ekeinèi hèmerai
(het was echter sabbat op die dag)
(3) Joh 6,39 : en tèi eschatèi hèmerai (op de laatste dag)
(4) Joh 6,40 : en tèi eschatèi hèmerai (op de laatste dag)
(5) Joh 6,44 : en tèi eschatèi hèmerai (op de laatste dag)
(6) Joh 6,54 : tèi eschatèi hèmerai (op de laatste dag)
(7) Joh 7,37 : en de tèi eschatèi hèmerai tèi megalèi
tès heortès (op de laatste grote dag van het feest)
(8) Joh 9,14 : èn de sabbaton en hèi hèmerai (het was echter
sabbat op welke dag)
(9) Joh 11,9 : en tèi hèmerai (op de dag - overdag)
(10) Joh 11,24 : en tèi eschatèi hèmerai (op de laatste
dag)
(11) Joh 12,48 : en tèi eschatèi hèmerai (op de laatste
dag)
(12) Joh 14,20 : en ekeinèi tèi hèmerai ... (op die dag
...)
(13) Joh 16,23 : en ekeinèi tèi hèmerai ... (op die dag
...)
(14) Joh 16,26 : en ekeinèi tèi hèmerai ... (op die dag
...)
(15) Joh 20,19 : tèi hèmerai ekeinèi tèi miai sabbatôn
(op die dag op de eerste dag van de week)
--- hèmeran . In 266 verzen in de bijbel; in 210 verzen in het O.T.,
in 56 verzen in het N.T. kath' hèmeran : (1) Mt
26,55 . (2) Mc
14,49 . (3) Lc
9,23 . (4) Lc
11,3 . (5) Lc
16,19 . (6) Lc
19,47 . (7) Lc
22,53 . (8) Hnd 2,46 . (9) Hnd 2,47 . (10) Hnd 3,2 . (11) Hnd 16,5 . (12)
Hnd 17,11 . (13) Hnd 17,17 (kata pasan hèmeras = gedurende elke dag)
. (14) Hnd 19,9 .
--- hèmeras (dagen). (van de dag / dagen) genitief enkelvoud
of accusatief meervoud. Het komt in 799 verzen in de bijbel voor. In 8 verzen
bij Johannes. In 6 verzen is het een accusatief meervoud. In 2 verzen is het
een genitief enkelvoud.
(1) Joh 2,12 : kai ekei emeinan ou pollas hèmeras (en zij verbleven daar
niet vele dagen)
(2) Joh 4,40 : kai emeinen ekei duo hèmeras (en hij verbleef daar twee
dagen)
(3) Joh 4,43 : Meta de tas duo hèmeras exèlthen ekeithen eis tèn
Galilaian (Na de twee dagen echter ging hij vandaar weg naar Galilea)
(4) Joh 11,6 : tote men emeinen en hôè èn topôi duo
hèmeras (dan bleef hij echter op de plaats waar hij was twee dagen)
(5) Joh 11,17 : heuren auton tessaras èdè hèmeras (hij
vond hem reeds 4 dagen)
(6) Joh 20,26 : Kai kath'hèmeras oktô (En na 8 dagen...)
--- hèmerais. Datief meervoud. In 228 verzen in de bijbel; in 180 verzen
in het O.T., in 48 verzen in het N.T. In 6 verzen bij Matteüs, in 5 verzen
bij Marcus, in 18 verzen bij Lucas, in 2 verzen bij Johannes, in 10 verzen in
Hnd.
| Joh 2,13 - Joh
2,13 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
|
| Joh 2,14 - Joh
2,14 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
|
| Joh 2,15 - Joh
2,15 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
| |
|
| Joh 2,16 - Joh
2,16 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
|
| Joh 2,17 - Joh
2,17 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
| |
|
|
|
|
|
|
|
| Joh 2,18 - Joh
2,18 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
|
| Joh 2,19 - Joh
2,19 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
|
| Joh 2,20 - Joh
2,20 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
|
| Joh 2,21 - Joh
2,21 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
|
| Joh 2,22 - Joh
2,22 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
|
| Joh
3,2 |
Joh
3,3 |
Joh
3,4 |
Joh
3,5 |
Joh
3,9 |
Joh
3,10 |
| kai (en) |
| apekrithè (hij = Jezus antwoordde)) |
apekrithè (hij = Jezus antwoordde)) |
apekrithè (hij = Jezus antwoordde)) |
apekrithè (hij = Jezus antwoordde)) |
| Ièsous (Jezus) |
Ièsous (Jezus) |
Nikodèmos (Nikodemus) |
Ièsous (Jezus) |
| kai (en) |
kai (en) |
kai (en) |
| eipen (hij zei) |
eipen (hij zei) |
legei (hij zegt) |
eipen (hij zei) |
eipen (hij zei) |
| autôi (aan hem) |
autôi (aan hem) |
pros auton (tot hem) |
autôi (aan hem) |
autôi (aan hem) |
| ho Nikodèmos (Nikodemus) |
| Joh 2,23 - Joh
2,23 - Jezus en Nikodemus : Joh
2,23-3,21 - verwijzingen
-- Joh
2,23 - Joh
2,24 - Joh
2,25 - Joh
3,1 - Joh
3,2 - Joh
3,3 - Joh
3,4 - Joh
3,5 - Joh
3,6 - Joh
3,7 - Joh
3,8 - Joh
3,9 - Joh
3,10 - Joh
3,11 - Joh
3,12 - Joh
3,13 - Joh
3,14 - Joh
3,15 - Joh
3,16 - Joh
3,17 - Joh
3,16 - Joh
3,19 - Joh
3,20 - Joh
3,21 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
|
| Joh 2,24 - Joh
2,24 - Jezus en Nikodemus : Joh
2,23-3,21 - verwijzingen
-- Joh
2,23 - Joh
2,24 - Joh
2,25 - Joh
3,1 - Joh
3,2 - Joh
3,3 - Joh
3,4 - Joh
3,5 - Joh
3,6 - Joh
3,7 - Joh
3,8 - Joh
3,9 - Joh
3,10 - Joh
3,11 - Joh
3,12 - Joh
3,13 - Joh
3,14 - Joh
3,15 - Joh
3,16 - Joh
3,17 - Joh
3,16 - Joh
3,19 - Joh
3,20 - Joh
3,21 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
|
| Joh 2,25 - Joh
2,25 - Jezus en Nikodemus : Joh
2,23-3,21 - verwijzingen
-- Joh
2,23 - Joh
2,24 - Joh
2,25 - Joh
3,1 - Joh
3,2 - Joh
3,3 - Joh
3,4 - Joh
3,5 - Joh
3,6 - Joh
3,7 - Joh
3,8 - Joh
3,9 - Joh
3,10 - Joh
3,11 - Joh
3,12 - Joh
3,13 - Joh
3,14 - Joh
3,15 - Joh
3,16 - Joh
3,17 - Joh
3,16 - Joh
3,19 - Joh
3,20 - Joh
3,21 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
| |
|
|
|
|