COMMENTAAR OP HET JOHANNESEVANGELIE . TWINTIGSTE HOOFDSTUK JOH 20 - verwijzingen -- Joh 20,19-31 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website - ZOEKEN -

Overzicht van het Johannesevangelie : Joh 1 , Joh 2 , Joh 3 , Joh 4 , Joh 5 , Joh 6 , Joh 7 , Joh 8 , Joh 9 , Joh 10 , Joh 11 , Joh 12 , Joh 13 , Joh 14 , Joh 15 , Joh 16 , Joh 17 , Joh 18 , Joh 19 , Joh 20 , Joh 21 ,
Tekstuitleg per perikope - Joh 20,1-18 - Joh 20,19-23 - Joh 20,24-29 - Joh 20,30-31
Tekstuitleg vers per vers - Joh 20,1 - Joh 20,2 - Joh 20,3 - Joh 20,4 - Joh 20,5 - Joh 20,6 - Joh 20,7 - Joh 20,8 - Joh 20,9 - Joh 20,10 - Joh 20,11 - Joh 20,12 - Joh 20,13 - Joh 20,14 - Joh 20,15 - Joh 20,16 - Joh 20,17 - Joh 20,18 - Joh 20,19 - Joh 20,20 - Joh 20,21 - Joh 20,22 - Joh 20,23 - Joh 20,24 - Joh 20,25 - Joh 20,26 - Joh 20,27 - Joh 20,28 - Joh 20,29 - Joh 20,30 - Joh 20,31 -
ZOEKEN OP DE WEBSITES WEDERKERIGHEID EN INTERLEVENSBESCHOUWELIJK (meer dan 650 webpagina's)
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
ZOEKEN OP HET INTERNET
Google

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenaam : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.bijbelleerhuis.be (zie bijbel) . WEBLOG : BIJBELLEERHUIS
Nieuwe website : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , mystiek , racisme , samenleving , sikhisme , NIEUWE RUBRIEK : SPIRITUALITEIT , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen ,
- Eigen-zinnige beschouwingen - Het kleine of grote ongenoegen -

Woordenschat
- ekeinè (die) , zie Joh 20,1 .
- ousès , zie Joh 20,19
Bibliografie
Literatuur .
Liturgisch gebruik

- Apk 1,9-11a.12-13.17-19 : Beloken Pasen C. 2de (tweede) paaszondag C .
Overzicht bijbelboeken :
OT : Gn (Genesis ) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) -   Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Jezus'leerlingen bij het lege graf : Joh 20,1-18 -
Verschijning aan de leerlingen : Joh 20,19-23 -
Jezus en Tomas : Joh 20,24-29 -
Bedoeling van dit boek : Joh 20,30-31 -

Jezus'leerlingen bij het lege graf : Joh 20,1-18 - Joh 20,1-18 -- verwijzingen -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 -

Maria was er als de kippen bij om naar het graf van Jezus te gaan. Het was 's morgens vroeg. Maar het was nog donker. Ze moet zich dus beholpen hebben met het licht van de maan en de sterren. Of was de morgenster - Venus - er al die vóór zonsopgang reeds aan de hemel schittert. Maria van Magdala wist waar ze Jezus in het graf hadden neergelegd. Ze was erbij onder het kruis. En naar alle waarschijnlijkheid heeft ze ook de begrafenis meegemaakt. Maria heeft Jezus zien sterven en begraven worden. Ze moest niet overtuigd worden van Jezus'dood waarbij Jezus zijn handen en zijn zijde zou moeten laten zien. Maria herkende Jezus aan zijn stem. Maar voor die herkenning staat het verhaal van het bezoek van Petrus en Johannes aan het graf. Het betekent dat ze nog niet naar het graf waren geweest. Johannes had het ook meegemaakt: hij had Jezus zien sterven en wellicht zien begraven worden. Maria ging naar het graf en merkte dat de steen voor het graf was weggehaald. Daaruit besloot Maria dat Jezus uit het graf was weggehaald. Ze was naar Petrus en Johannes gegaan. Daarop liepen ze samen naar het graf: Johannes liep vlugger dan Petrus. Van Maria van Magdala is hier geen sprake. Johannes komt eerst aan en werpt een oppervlakkige blik naar binnen, maar wacht om binnen te gaan. Daarna komt Petrus, gaat binnen en ziet hoe de doeken liggen. Het geeft aan dat iemand in het graf heeft gelegen. Hiermee is Petrus overtuigd dat een gestorvene hier heeft gelegen, maar daarmee is hij nog niet zeker dat het de gestorven Jezus was. Daarvan moest Johannes niet overtuigd worden, hij wist het immers. Johannes gaat na Petrus naar binnen, ziet en gelooft. Hij gelooft wat Maria van Magdala gelooft : ze hebben Jezus weggehaald. Over verrijzenisgeloof is hier nog geen sprake.

Maria van Magdala kijkt in het graf en ziet twee engelen. Blijkbaar heeft dat graf met God en de hemel te maken. Ze stellen ook de vraag naar het waarom van haar schreien. Dat is toch vanzelfsprekend. Voor de engelen is dat blijkbaar niet. De engelen zeggen geen woord. Maar Jezus bevindt zich buiten het graf, maar zij wist het niet. Ze is nog steeds overtuigd dat Jezus ergens dood en begraven is. Dat verandert wanneer Jezus haar naam noemt. Zij herkent Jezus aan zijn stem. Zij ziet Jezus. Ze weet nu dat hij leeft. Ze gaat niet verder zoeken, maar gaat voor de tweede maal naar de leerlingen. Deze maal brengt ze de boodschap dat ze Jezus gezien heeft en wat hij gezegd heeft. Van de kant van de leerlingen komt geen reactie.

1. Maria Magdalena              
Joh 20,1 Joh 20,2 Joh 20,3 Joh 20,4 Joh 20,6 Joh 20,8 Joh 20,10 Joh 20,11
Tèi de miai (Op de eerste echter) oun slaat op het laatste deel van Joh 20,1 : ton lithon èrmenon ek tou mnèmeiou (de steen weggenomen van het graf) oun is een reactie op de melding van Maria Magdalena aan Petrus exèlthen oun ho Petros ... (Petrus ging daarop naar buiten) etrechon de ... (geen verandering van personage) erchetai oun Simôn Petros (daarop komt Simon Petrus) tote oun eisèlthen kai ho allos mathètès(dan daarop ging ook de andere leerling binnen) apèlthon oun palin pros autous hoi mathètai Maria de heistèkei (Maria echter stond) verandering van personage
  èran ton kurion ek tou mnèmeiou (zij namen de Heer uit het graf weg)            

 

Joh 20,1 - Joh 20,1 -- Jezus'leerlingen bij het lege graf : Joh 20,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 -
Griekse tekst Vulgaat   (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:1 tèi de miai tôn sabbatôn Maria hè Magdalènè erchetai prôi skotias eti ousès eis to mnèmeion kai blepei ton lithon èrmenon ek tou mnèmeiou              Op de eerste dag van de week kwam Maria Magdalena 's morgens, terwijl duisternis er nog is 

- hèmera (dag) bij Johannes, zie Joh 2,12 : Joh 2,1-12 -

Joh 20,1 bestaat uit 2 nevenschikkende zinnen. De 1ste zin bestaat uit 16 woorden en 33 lettergrepen; de 2de zin uit 8 woorden en 14 lettergrepen. In totaal telt Joh 20,1 16 + 8 = 24 woorden en 33 + 14 = 47 lettergrepen.

Er zijn 3 tijdsaanduidingen; van algemeen naar meer specifiek: (1) tèi miai tôn sabbatôn (op de eerste -dag - van de weken) (2) prôi ('s morgens) (3) skotias eti ousès (terwijl er nog duisternis is). In Joh 20,19 krijgen we de omgekeerde volgorde: (1) ousès oun opsias ('s avonds dan) (2) tèi hèmerai ekeinèi (op die dag) (3) tèi miai sabbatôn (op de eerste van de weken).
In Mc 16,2 vinden we eveneens 3 tijdsaanduidingen (1) lian prôi (zeer vroeg) - Johannes heeft geen enkele keer lian (zeer) in zijn evangelie. Bij Marcus omsluiten de concretere tijdsaanduidingen het vers. (2) tèi miai tôn sabbatôn (op de eerste -dag - van de weken) zoals bij Johannes (3) anateilontos tou hèliou (na zonsopgang) . Zoals Marcus heeft Johannes een losse genitief. Marcus beklemtoont het licht, Johannes de duisternis.

1. 3. -5. - tèi miai (tôn) sabbatôn (op de eerste dag van (de) week / (het) wekenfeest) komt slechts in twee verzen in Johannes voor : (1) Joh 20,1 en (2) Joh 20,19 . De datief van het hoofdtelwoord miai (eerste) komt slechts op deze twee plaatsen bij Johannes voor . In Joh 20,19 gaat geen lidwoord tôn (de) aan het zelfstandig naamwoord genitief meervoud sabbatôn (week? wekenfeest?) vooraf . Over welke eerste gaat het ? Over de eerste dag van de week ? Over de eerste van het wekenfeest (7 X 7 -> vijftigste : Pinksteren) . Het is wel opvallend dat hèmerai (op de dag) er niet staat ; dat zou misschien te sterk in de richting van de eerste dag van de week kunnen duiden . In de betekenis van : "op de eerste van het wekenfeest" kan die eerste op om het even welke dag van de week vallen . Er staat ook geen voorzetsel (en = op) van tijdsbepaling , wat eerder uitzonderlijk is , zie hèmera (dag) bij Johannes , zie Joh 2,12 .
Een losse genitief om de tijd aan te duiden met het werkwoord eimi (zijn) komt eveneens slechts in deze twee verzen bij Johannes voor , nl. Joh 20,1 : skotias eti ousès (terwijl duisternis er nog is) en Joh 20,19 : ousès oun opsias (terwijl het derhalve avond is - 's avonds) .
- ekeinos (die) . Nominatief vrouwelijk enkelvoud of datief vrouwelijk enkelvoud. In 323 verzen in de bijbel; in 277 verzen in het O.T., in 46 verzen in het N.T. In 10 verzen bij Johannes.
--- ekeinè : (op die - die) . Verwijzing : ekeinè (die) , zie Joh 20,1 .
Joh 4,53 : en ekeinèi tèi hèmerai en tèi ... (op die dag waarop ...)
Joh 5,9 : en ekeinèi tèi hèmerai ... (op die dag ...)
Joh 14,20 : en ekeinèi tèi hèmerai ... (op die dag ...)
Joh 16,23 : en ekeinèi tèi hèmerai ... (op die dag ...)
Joh 16,26 : en ekeinèi tèi hèmerai ... (op die dag ...)
Joh 20,19 : tèi hèmeraè ekeinèi tèi miai tôn sabbatôn (op die dag op de eerste van de week / het wekenfeest)
Joh 21,3 : en ekeinèi tèi nukti (in die nacht)

tôn thurôn kekleismenôn (terwijl de deuren waren gesloten) komt slechts 2X in Johannes voor : Joh 20,19 en Joh 20,26.

Joh 20,2 - Joh 20,2 -- Jezus'leerlingen bij het lege graf : Joh 20,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 -
Griekse tekst Vulgaat   (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:2 trechei oun kai erchetai pros simôna petron kai pros ton allon mathètèn on efilei o ièsous kai legei autois èran ton kurion ek tou mnèmeiou kai ouk oidamen pou ethèkan auton               

Joh 20,3 - Joh 20,3 -- Jezus'leerlingen bij het lege graf : Joh 20,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 -
Griekse tekst Vulgaat   (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:3 exèlthen oun o petros kai o allos mathètès kai èrchonto eis to mnèmeion               

Joh 20,4 - Joh 20,4 -- Jezus'leerlingen bij het lege graf : Joh 20,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 -
Griekse tekst Vulgaat   (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:4 etrechon de oi duo omou kai o allos mathètès proedramen tachion tou petrou kai èlthen prôtos eis to mnèmeion                

Joh 20,5 - Joh 20,5 -- Jezus'leerlingen bij het lege graf : Joh 20,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 -
Griekse tekst Vulgaat   (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:5 kai parakupsas blepei keimena ta othonia ou mentoi eisèlthen              

Joh 20,6 - Joh 20,6 -- Jezus'leerlingen bij het lege graf : Joh 20,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 -
Griekse tekst Vulgaat   (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:6 erchetai oun kai simôn petros akolouthôn autô kai eisèlthen eis to mnèmeion kai theôrei ta othonia keimena               

Joh 20,7 - Joh 20,7 -- Jezus'leerlingen bij het lege graf : Joh 20,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 -
Griekse tekst Vulgaat   (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:7 kai to soudarion o èn epi tès kefalès autou ou meta tôn othoniôn keimenon alla chôris entetuligmenon eis ena topon               

Joh 20,8 - Joh 20,8 -- Jezus'leerlingen bij het lege graf : Joh 20,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 -
Griekse tekst Vulgaat   (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:8 tote oun eisèlthen kai o allos mathètès o elthôn prôtos eis to mnèmeion kai eiden kai episteusen               

Joh 20,9 - Joh 20,9 -- Jezus'leerlingen bij het lege graf : Joh 20,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 -
Griekse tekst Vulgaat   (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:9 oudepô gar èdeisan tèn grafèn oti dei auton ek nekrôn anastènai               

Joh 20,10 - Joh 20,10 -- Jezus'leerlingen bij het lege graf : Joh 20,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 -
Griekse tekst Vulgaat   (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:10 apèlthon oun palin pros autous oi mathètai                

Joh 20,11 - Joh 20,11 -- Jezus'leerlingen bij het lege graf : Joh 20,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 -
Griekse tekst Vulgaat   (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:11 maria de eistèkei pros tô mnèmeiô exô klaiousa ôs oun eklaien parekuyen eis to mnèmeion                

Joh 20,12 - Joh 20,12 -- Jezus'leerlingen bij het lege graf : Joh 20,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 -
Griekse tekst Vulgaat   (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:12 kai theôrei duo aggelous en leukois kathezomenous ena pros tè kefalè kai ena pros tois posin opou ekeito to sôma tou ièsou               

Joh 20,13 - Joh 20,13 -- Jezus'leerlingen bij het lege graf : Joh 20,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 -
Griekse tekst Vulgaat   (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:13 kai legousin autè ekeinoi gunai ti klaieis legei autois oti èran ton kurion mou kai ouk oida pou ethèkan auton               

Joh 20,14 - Joh 20,14 -- Jezus'leerlingen bij het lege graf : Joh 20,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 -
Griekse tekst Vulgaat   (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:14 tauta eipousa estrafè eis ta opisô kai theôrei ton ièsoun estôta kai ouk èdei oti ièsous estin               

 

Joh 20,15 - Joh 20,15 -- Jezus'leerlingen bij het lege graf : Joh 20,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 -
Griekse tekst Vulgaat   (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:15 legei autè ièsous gunai ti klaieis tina zèteis ekeinè dokousa oti o kèpouros estin legei autô kurie ei su ebastasas auton eipe moi pou ethèkas auton kagô auton arô              

Joh 20,16 - Joh 20,16 -- Jezus'leerlingen bij het lege graf : Joh 20,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 -
Griekse tekst Vulgaat   (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:16 legei autè ièsous mariam strafeisa ekeinè legei autô ebraisti rabbouni o legetai didaskale                

Joh 20,17 - Joh 20,17 -- Jezus'leerlingen bij het lege graf : Joh 20,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 --
Griekse tekst Vulgaat   (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:17 legei autè ièsous mè mou aptou oupô gar anabebèka pros ton patera poreuou de pros tous adelfous mou kai eipe autois anabainô pros ton patera mou kai patera umôn kai theon mou kai theon umôn                

Joh 20,18 - Joh 20,18 -- Jezus'leerlingen bij het lege graf : Joh 20,1-18 -- Joh 1,1 - Joh 1,2 - Joh 1,3 - Joh 1,4 - Joh 1,5 - Joh 1,6 - Joh 1,7 - Joh 1,8 - Joh 1,9 - Joh 1,10 - Joh 1,11 - Joh 1,12 - Joh 1,13 - Joh 1,14 - Joh 1,15 - Joh 1,16 - Joh 1,17 - Joh 1,18 -
Griekse tekst Vulgaat   (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:18 erchetai mariam è magdalènè aggellousa tois mathètais oti eôraka ton kurion kai tauta eipen autè               

Verschijning aan de leerlingen : Joh 20,19-23 - verwijzingen - Joh 20,19-23 -- Joh 20,19 - Joh 20,20 - Joh 20,21 - Joh 20,22 - Joh 20,23 -

Evangelielezing van Beloken Pasen C. 2de (tweede) paaszondag C : Joh 20,19-31 (Verwijzing : Joh 20,19-31) :
Op de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: "Vrede zij u." Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: "Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft zo zend Ik u." Na deze woorden blies Hij over hen en zei: "Ontvangt de heilige Geest. Als gij iemand zonden vergeeft dan zijn ze vergeven, als gij ze niet vergeeft zijn ze niet vergeven." Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd was echter niet bij hen toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem: "Wij hebben de Heer gezien." Maar hij antwoordde: "Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven." Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Tomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: "Vrede zij u." Vervolgens zei Hij tot Tomas: "Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig." Toen riep Tomas uit: "Mijn Heer en mijn God!" Toen zei Jezus tot hem: "Omdat gij Mij gezien hebt gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben." In het bijzijn van zijn leerlingen heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan welke niet in dit boek zijn opgetekend, maar deze hier zijn opgetekend opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt bezitten in zijn Naam.

Wat hebben de leerlingen met het getuigenis van Maria van Magdala gedaan? Thomas wordt als 't ware op zijn nummertje gezet omdat hij niet gelooft op het woord van de leerlingen die Jezus gezien hebben. Die leerlingen hadden ook op hun nummertje gezet mogen geweest zijn want blijkbaar hebben ze niets met het getuigenis van Maria van Magdala gedaan. Heeft dat getuigenis van Maria van Magdala voor de anderen geen enkele waarde? Het is vrij laat op de dag vooraleer Jezus aan zijn leerlingen verschijnt. De zon is wellicht nog niet ondergegaan, maar is toch sterk gedaald. De dag loopt bijna ten einde. De leerlingen zijn het huis niet uit geweest. Ze hadden zich beveiligd in het huis. Ze waren daar samen en ze hadden de deuren gesloten. Een sterke tegenstelling tussen Jezus die vroeg op de dag erbij is, de geslotenheid van het graf heeft doorbroken en zich buiten het graf aan Maria van Magdala heeft laten zien. Het eerste woord aan zijn leerlingen is vrede. Het laatste woord aan zijn leerlingen was dat de herder zou worden geslagen en de schapen zouden verstrooid worden. De leerlingen waren gevlucht. Enkel een aantal vrouwen en Johannes stonden bij het kruis. De vredeswens houdt vergeving in. Het initiatief gaat uit van Jezus. Hij komt in hun beslotenheid. En hij zal die ook doorbreken. De leerlingen worden gezonden. Ze worden op hun verantwoordelijkheid gewezen. Samen verkommeren brengt geen aarde aan de dijk. Jezus geeft hen ook de heilige geest. De verlatenheid en eenzaamheid zal plaats maken voor getuigenis : wij hebben de Heer gezien. Jezus toonde hen zijn handen en zijn zijde. Ze hebben met geen schijnjezus te maken of met iemand die maar schijnbaar dood was. Het is de dode Jezus die ze levend zien. Dat is ook wat Thomas vraagt, overtuigd als hij is dat Jezus is gestorven. Zijn opwerping wil zeggen: hoe kan een dode nu verder leven?
Maria was de eerste die getuigde : Ik heb de Heer gezien. Daarna volgden zijn leerlingen : Wij hebben de Heer gezien. Dat getuigenis wordt in de verf gezet, want het getuigenis van de leerlingen is het fundament van de volgende generaties van wie gevraagd wordt dat ze in Jezus geloven zonder hem gekend te hebben. In deze visie is de 'traditie' fundamenteel en is een rechtstreekse ervaring van Jezus (zonder hem in zijn leven gekend te hebben) uitgesloten.
Het lijkt er bijna op dat de rol van Maria van Magdala volgens Johannes erin bestaat om Petrus ervan te overtuigen dat Jezus werkelijk gestorven is en werd begraven (hij heeft het zelf niet meegemaakt - het was de ontbrekende link bij Petrus). Het getuigenis van Maria dat ze Jezus gezien heeft, blijft bij de leerlingen zonder gevolg.

                 
Joh 20,19 Joh 20,21 Joh 20,22 Joh 20,25a Joh 20,25c Joh 20,27 Joh 20,28   Joh 20,29
kai (en)   kai (en)   ho de (hij echter) eita (vervolgens)   kai (en)  
                 
legei (hij zegt) eipen oun (hij zei derhalve) legei (hij zegt) elegon oun (ze zeiden derhalve) eipen (zei) legei (hij zegt) apekrithè (hij antwoordde) eipen (hij zei) legei (hij zegt)
                 
autois (aan hen) autois (aan hen) autois (aan hen) autôi (aan hem) autois (aan hen) tô! Thomai (aan Thomas)   autôi (aan hem) autôi (aan hem)
  ho Ièsous (Jezus)   hoi alloi mathètai (de andere leerlingen)     Thomas (Thomas)   ho Ièsous (Jezus)
                 

 

Joh 20,19 - Joh 20,19 : Verschijning aan de leerlingen - verwijzingen - Joh 20,19-23 -- Joh 20,19 - Joh 20,20 - Joh 20,21 - Joh 20,22 - Joh 20,23 -
Griekse tekst Vulgaat   Beloken Pasen C. 2de (tweede) paaszondag C Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:19 ousès oun opsias tèi hèmerai ekeinèi tèi miai sabbatôn kai tôn thurôn kekleismenôn opou èsan hoi mathètai dia ton fobon tôn Ioudaiôn èlthen o Ièsous kai estè eis to meson kai legei autois eirènè humin         [19] Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar. Hoewel de deur op slot was uit vrees voor de Joden, kwam Jezus. Ineens stond Hij in hun midden en zei: ‘Vrede!’   [19] Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’  19 ¶ Als het dan laat is op die dag, de eerste na de sabbat, en de deuren gesloten zijn daar waar de leerlingen zijn –uit vrees voor de Judeeërs– komt Jezus binnen en gaat in het midden staan; hij zegt tot hen: vrede voor u!   terwijl het derhalve avond was op die dag op de eerste dag van de week en terwijl de deuren gesloten waren waar de leerlingen waren 

Joh 20,19 telt 35 woorden en (19 + 25 + 22) 66 lettergrepen. De eerste drie woorden beginnen met o. De hoofdzin wordt voorafgegaan door twee losse genitiefzinnen. Aan de tweede genitiefzin is nog een ondergeschikte zin van plaatsbepaling gehecht. tôn thurôn kekleismenôn (terwijl de deuren waren gesloten) komt slechts in 2 verzen in Johannes voor : Joh 20,19 en Joh 20,26 .

- oun (bij-gevolg) (eropvolgend, dus, derhalve), zie Joh 1,21 . In 194 verzen bij Johannes.
- ekeinè (die) bij Johannes, zie Joh 20,1 - hèmera (dag) bij Johannes, zie Joh 2,12 : Joh 2,1-12 -
- sabbatôn (sabbat). - sabbaton (sabbat), zie Mc 16,1 . Genitief meervoud. In 10 verzen in het N.T. In Mt 28,1 . In Mc 16,2 (// Lc 24,1 // Joh 20,1 ) . In 2 verzen in Lucas: (1) Lc 4,16 . (2) Lc 24,1 (// Mc 16,2 // Joh 20,1 ). In 2 verzen bij Johannes: (1) Joh 20,1 (// Mc 16,2 // Lc 24,1 ) . (2) Joh 20,19 . In 3 verzen in Hnd. In Col 2,16 .

- eimi (zijn) . eimi (zijn), zie Mc 1,6 .
--- ousès . Participium aorist genitief vrouwelijk enkelvoud van het werkwoord eimi (zijn). Het komt in 15 verzen in de bijbel voor; in 9 verzen in het O.T., in 6 verzen in het N.T. In het N.T. : (1) Mc 11,11 (opsias èdè ousès tès hôras = toen het reeds een laat uur was geworden) . (2) Joh 4,9 . (3) Joh 20,1 (prôi skotias eti ousès = vroeg terwijl er nog duisternis was) . (4) Joh 20,19 (ousès oun opsias = toen het derhalve avond was) . (5) Hnd 9,38 . (6) Hnd 11,22 .
- tèi miai tôn sabbatôn (op de eerste dag van de week / de weken) zie Joh 20,19 komt slechts in 2 verzen in Johannes voor: Joh 20,1 en Joh 20,19 .
Een losse genitief om de tijd aan te duiden met het werkwoord eimi (zijn) komt eveneens slechts in 2 verzen bij Johannes voor, nl. Joh 20,1 : skotias eti ousès (terwijl duisternis er nog is) en Joh 20,19 : ousès oun opsias (terwijl het derhalve avond is).
- kleiô (sluiten).
--- kekleismenos (gesloten, besloten, beloken). In 1 vers in de bijbel, in het O.T.
--- kekleismena. In geen enkel vers in de bijbel.
--- kekleismenon. In 1 vers in de bijbel, nl. in Hand 5,23
--- kekleismenôn. Slechts in 2 verzen in de bijbel: (1) Joh 20,19 . (2) Joh 20,26 .

.

Joh 20,26: èsan (zij waren) verwijst naar Joh 20,19. Joh 20,26 : palin èsan esô hoi mathètai autou (zijn leerlingen waren opnieuw binnen). komt sterk overeen met Joh 20,19 : hopou èsan hou mathètai (waar de leerlingen waren).

 

Joh 20,20 - Joh 20,20 : Verschijning aan de leerlingen - verwijzingen - Joh 20,19-23 -- Joh 20,19 - Joh 20,20 - Joh 20,21 - Joh 20,22 - Joh 20,23 -
Griekse tekst Vulgaat   Beloken Pasen C. 2de (tweede) paaszondag C Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:20 kai touto eipôn edeixen | kai | | tas cheiras kai tèn pleuran autois echarèsan oun oi mathètai idontes ton kurion        [20] Na* deze groet toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. Vreugde vervulde de leerlingen toen ze de Heer zagen.   [20] Na deze woorden toonde hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen.   20 Als hij dat zegt toont hij aan hen zijn handen en zijn zijde. Vol vreugde zijn dan de leerlingen bij het zien van de Heer.   

Joh 20,21 - Joh 20,21 : Verschijning aan de leerlingen - verwijzingen - Joh 20,19-23 -- Joh 20,19 - Joh 20,20 - Joh 20,21 - Joh 20,22 - Joh 20,23 -
Griekse tekst Vulgaat   Beloken Pasen C. 2de (tweede) paaszondag C Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:21 eipen oun autois [o ièsous] palin* eirènè umin kathôs apestalken me o patèr kagô pempô umas         [21] ‘Vrede’, zei Jezus nogmaals. ‘Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik jullie.’  [21] Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.’  21 Dan zegt Jezus weer tot hen: vrede voor u!– zoals de Vader mij heeft uitgezonden zo stuur ook ik u uit!    

Joh 20,22 - Joh 20,22 : Verschijning aan de leerlingen - verwijzingen - Joh 20,19-23 -- Joh 20,19 - Joh 20,20 - Joh 20,21 - Joh 20,22 - Joh 20,23 -
Griekse tekst Vulgaat   Beloken Pasen C. 2de (tweede) paaszondag C Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:22 kai touto eipôn enefusèsen kai legei autois labete pneuma agion        [22] Na deze woorden ademde* Hij over hen. ‘Ontvang de heilige Geest’, zei Hij.  [22] Na deze woorden blies hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest.  22 Als hij dat gezegd heeft blaast hij hen toe en zegt hij tot hen: neemt in u op aanblazing van de Heilige;    

Joh 20,23 - Joh 20,23 : Verschijning aan de leerlingen - verwijzingen - Joh 20,19-23 -- Joh 20,19 - Joh 20,20 - Joh 20,21 - Joh 20,22 - Joh 20,23 -
Griekse tekst Vulgaat   Beloken Pasen C. 2de (tweede) paaszondag C Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:23 an tinôn afète tas amartias afeôntai autois an tinôn kratète kekratèntai         [23] ‘Als jullie iemand zijn zonden vergeven*, dan zijn ze ook vergeven; als jullie ze niet vergeven, dan blijven ze behouden.’ Jezus en Tomas   [23] Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’  23 wier zonden ge vergeeft, hun zijn ze vergeven; wie ge ze laat houden, die houden ze!    

Jezus en Tomas : Joh 20,24-29 - verwijzingen -

Joh 20,24 - Joh 20,24 -
Griekse tekst Vulgaat   Beloken Pasen C. 2de (tweede) paaszondag C Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:24 thômas de eis ek tôn dôdeka o legomenos didumos ouk èn met autôn ote èlthen ièsous         [24] Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was er niet bij toen Jezus kwam.  
[24] Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam.
24 Maar één van de twaalf, Tomas, die Tweeling genoemd wordt, was niet bij hen toen Jezus kwam;    

Joh 20,25 - Joh 20,25 -
Griekse tekst Vulgaat   Beloken Pasen C. 2de (tweede) paaszondag C Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:25 elegon oun autô oi alloi mathètai eôrakamen ton kurion o de eipen autois ean mè idô en tais chersin autou ton tupon tôn èlôn kai balô ton daktulon mou eis ton tupon tôn èlôn kai balô mou tèn cheira eis tèn pleuran autou ou mè pisteusô       [25] De andere leerlingen vertelden hem: ‘We hebben de Heer gezien.’ Maar hij zei: ‘Ik wil zijn handen zien, met de gaten van de spijkers erin; ik wil ze met mijn vingers voelen. Ik wil met mijn hand de opening in zijn zijde voelen. Anders geloof ik niet.’  [25] Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’  25 dus hebben de andere leerlingen het hem gezégd: wij hebben de Heer gezien! Maar hij zei tot hen: als ik niet in zijn handen het litteken van de spijkers zie en niet mijn vinger kan leggen op de plek van de spijkers en mijn hand mag leggen op zijn zijde, zal ik echt niet geloven!    

Joh 20,26 - Joh 20,26 -
Griekse tekst Vulgaat   Beloken Pasen C. 2de (tweede) paaszondag C Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:26 kai meth hèmeras oktô palin èsan esô hoi mathètai autou kai thômas met autôn erchetai o ièsous tôn thurôn kekleismenôn kai estè eis to meson kai eipen eirènè umin        [26] Acht* dagen later waren de leerlingen weer bijeen, en nu was Tomas erbij. Hoewel de deur op slot was, kwam Jezus. Ineens stond Hij in hun midden en zei: ‘Vrede!’  [26] Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei hij,  26 ¶ Acht dagen later zijn zijn leerlingen weer daarbinnen en is ook Tomas bij hen. Jezus komt binnen; de deuren zijn gesloten; hij gaat in het midden staan en zegt: vrede voor u!    

 Joh 20,26 : Kai meth'hèmeras oktô palin èsan esô hou mathètai autou (En na 8 dagen waren zijn leerlingen opnieuw bijeen)
-

 

Joh 20,26: èsan (zij waren) verwijst naar Joh 20,19. Joh 20,26 : palin èsan esô hoi mathètai autou (zijn leerlingen waren opnieuw binnen). komt sterk overeen met Joh 20,19 : hopou èsan hou mathètai (waar de leerlingen waren).

 

Joh 20,27 - Joh 20,27 -
Griekse tekst Vulgaat   Beloken Pasen C. 2de (tweede) paaszondag C Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:27 eita legei tô thôma fere ton daktulon sou ôde kai ide tas cheiras mou kai fere tèn cheira sou kai bale eis tèn pleuran mou kai mè ginou apistos alla pistos         [27] Vervolgens richtte Hij zich tot Tomas: ‘Kijk maar, hier zijn mijn handen; kom nu maar met je vinger. En kom met je hand om de opening in mijn zijde te voelen. Wees niet langer ongelovig, maar gelovig.’   [27] en daarna richtte hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’   27 Daarop zegt hij tot Tomas: breng je vinger eens hierheen, en zie mijn handen; breng je hand hierheen en leg hem op mijn zijde; geef je ongeloof óp en geloof!    

Joh 20,28 - Joh 20,28 -
Griekse tekst Vulgaat   Beloken Pasen C. 2de (tweede) paaszondag C Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:28 apekrithè thômas kai eipen autô o kurios mou kai o theos mou         [28] Hierop zei Tomas: ‘Mijn Heer! Mijn God!’  [28] Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’ 28 Tomas antwoordt en zegt tot hem: mijn Heer en mijn God!   

Joh 20,29 - Joh 20,29 -
Griekse tekst Vulgaat   Beloken Pasen C. 2de (tweede) paaszondag C Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:29 legei autô | [o] | o | ièsous oti eôrakas me pepisteukas makarioi oi mè idontes kai pisteusantes         [29] Jezus zei: ‘Omdat* je Me gezien hebt geloof je? Gelukkig zij die zonder gezien te hebben toch tot geloof komen.’  [29] Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’  29 Jezus zegt tot hem: omdat je mij gezien hebt ben je tot geloof gekomen; zalig die niet zien en toch geloven!    
               

Bedoeling van dit boek : Joh 20,30-31 - verwijzingen -

Joh 20,30 - Joh 20,30 -
Griekse tekst Vulgaat   Beloken Pasen C. 2de (tweede) paaszondag C Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:30 polla men oun kai alla sèmeia epoièsen o ièsous enôpion tôn mathètôn | | [autou*] | a ouk estin gegrammena en tô bibliô toutô        [30] Nog veel andere tekenen heeft Jezus voor de ogen van zijn leerlingen verricht, die niet in dit boek zijn neergeschreven.   [30] Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan,  30 Dan doet Jezus ook wel vele andere tekenen voor het aanschijn van de leerlingen, die niet zijn opgeschreven in dit boek;   

Joh 20,31 - Joh 20,31 -
Griekse tekst Vulgaat   Beloken Pasen C. 2de (tweede) paaszondag C Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel  
20:31 tauta de gegraptai hina pisteuète hoti Ièsous estin ho christos ho huios tou theou kai hina pisteuontes zôèn echète en tôi onomati autou        [31] Die welke u hier vindt, zijn neergeschreven opdat u zult geloven dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leven zult bezitten in zijn naam.   [31] maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.   31 (21:30) maar déze zijn opgeschreven opdat gij zult geloven dat Jezus is: de Christus, de Zoon van God, en opdat u die dit gelooft leven hebt in zijn naam!    

- hina (opdat) met een conjunctief tegenwoordige tijd van het werkwoord echô (hebben, bezitten) + (zôèn = leven) : (1) Joh 3,15 (3de persoon enkelvoud). (2) Joh 3,16 (3de persoon enkelvoud). (3) Joh 5,40 (2de persoon meervoud). (4) Joh 6,40 (3de persoon enkelvoud). (5) Joh 10,10 (3de persoon meervoud). (6) Joh 20,31 (2de persoon meervoud). We treffen hier een zeer korte formule aan. Geen aiônion (eeuwig) en zôèn (leven) staat vóór echète (jij zoudt hebben), zoals Joh 5,40 en Joh 10,10.

 

In Joh 20 ligt de klemtoon op de eerste - achtste dag van de week:
Joh 20, 1: tiji de miai sabbatoon... prooi skotias eti ousijs: op de eerste (dag) van de week... vroeg terwijl er nog duisternis is
Joh 20,19: ousijs oun opsias tiji hijmerai ekeiniji tiji miai sabbatoob: terwijl het derhalve avond is op diezelfde eerste dag van de week
Joh 20,26: kai meth'hijmeras oktoo...: en na acht dagen...
Waarom komen de eerste christenen op de eerste dag van de week samen? Waarom niet op donderdagavond, want dan werd het laatste avondmaal gevierd en dat was toch het belangrijkste om Jezus te gedenken (zie eucharistieviering).
Of waarom niet op vrijdag, want dan is Jezus gestorven.
Tussen vrijdagnamiddag en zondagmorgen lag de sabbat. Dan was het rustdag.
Het moet iets te maken hebben met de derde dag - een symboliek die uit de natuur werd gehaald; tussen het laatste kwartier van de maan en het eerste kwartier (of nieuwe maan) liggen drie dagen; het is een symboliek van de overgang van ondergaan, sterven, naar opgaan, verrijzen. Door gebruik van deze symboliek komen we op de eerste dag van de week.
Er zijn twee verhalen van de eerste dag. Het eerste speelt zich 's morgens af, het andere 's avonds. Ik dacht dat de joodse dag 's avonds begon. Hoe moeten we dan 's avonds van de eerste dag interpreteren? 's Zaterdag 's avonds is uitgesloten want de morgen gaat eraan vooraf. Het moet dan wel zondagavond zijn, maar in het joodse denken moet het dan al de tweede dag zijn nl. de maandag.
In het Romeinse denken is de eerste dag de zondag dies Solis. De zon is in hun denken het grootste hemellichaam.
Die eerste dag werd een rust-dag. Maar die rustdag viel voortaan op de eerste dag, en niet meer op de zevende dag. Dat is een fundamenteel verschil. Als men op de eerste dag rust, begint men met rusten, en werkt men op de zevende dag. Dat staat in schril contrast met het scheppingsverhaal.
Nu is de mens vrij om zijn werk- en rusttijden te kiezen, het geeft wel spanningen in bepaalde godsdienstige visies.

Jezus komt in het midden van de leerlingen, terwijl de deuren gesloten zijn. Enerzijds komt Jezus zichtbaar aanwezig, anderzijds is hij blijkbaar niet aan fysische wetten gebonden. Jezus toont zijn handen en zijn zijde. Wellicht is dit bedoeld om aan te duiden dat het de gekruisigde Jezus is. In vers 25 zeggen de leerlingen tot Thomas:wij hebben de Heer gezien (heoorakamen ton kurion). Kurios wijst op de 'verheerlijkte' Jezus. Jezus is bij God. Hoe? Met een lichaam? een verheerlijkt lichaam? In ieder geval wil men zeggen dat Jezus die gekruisigd werd, bij God verheerlijkt werd. Jezus leeft dus, bij God.
De leerlingen hebben dus de ervaring van Jezus'aanwezigheid. Die ervaring is een ervaring van geloof. Thomas had die ervaring eerst niet, daarna wel. Er wordt dan een onderscheid gemaakt tussen hen die die ervaring hebben (we hebben de Heer gezien) en zij die de Heer niet gezien hebben of m.a.w. die de ervaring van Jezus'aanwezigheid niet hebben maar geloven (wellicht op basis van hen die die ervaring wel hebben). -
Er wordt heel wat verondersteld. Ten eerste: het geloof in God. Ten tweede: dat Jezus op een of andere manier bij God leeft. Ten derde: dat Jezus initiatief kan nemen opdat de leerlingen hem als aanwezig kunnen ervaren. Ten vierde: dat hij de geest kan zenden. Ten vijfde: dat hij zonden kan vergeven.

Wanneer iemand sterft, kunnen we hopen en geloven dat de persoon op de een of andere manier verder leeft bij God. We kunnen ons herinneren wat hij gezegd en gedaan heeft. Dat de overledene nog meeleeft met de achtergeblevenen, is slechts aan een aantal gegeven. Dat de overledene nog actief kan ingrijpen, zien we in het geloof dat heiligen kunnen helpen, wonderen verrichten enz. Maar over het algemeen zijn mensen van mening dat wie zijn liedje hier heeft uitgezongen, helemaal uitgezongen is en geen onhoorbare melodie op de achtergrond geeft.
En waarom zendt Jezus de geest? Omdat hijzelf er niet meer is?

We moeten naar het verhaal van Elia en Elisa (2 Kon 2). Als Elisa de profeet Elia ten hemel zal zien opstijgen, zal hij het dubbele van zijn geest ontvangen. Elisa ziet Elia ten hemel opgenomen worden en Elisa ontvangt dan de geest van Elia. Het ligt dus in de lijn van dit Oudtestamentisch verhaal.


STATISTIEKEN

Religie.opzijnbest.nl - De beste links over religie voor u verzameld.