INFORMATIE OVER KIEWIT-HEIDE

Webpagina's die met deze webpagina verwant zijn : KIEWIT , PAROCHIE SINT-LAMBERTUS KIEWIT
- Geschiedenis van de Heide - Heiwind oktober 1989 - ZONDAG 17.10.04 - Martha Broux-Spekkens - Overzicht van deze website - Theo Mathijs -
ZOEKEN
Google

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenaam : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ . http://levensbeschouwing.info/ . http://www.levensbeschouwing.info/ .
http://www.bijbelleerhuis.be (zie bijbel)
Nieuwe website : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , mystiek , racisme , samenleving , sikhisme , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen ,
- Eigen-zinnige beschouwingen - Het kleine of grote ongenoegen -

Wat in Kerk & Leven, federatie Hasselt Noord-Oost, had kunnen verschijnen op woensdag 8 maart 2006.

MARTHA VAN KIEWIT-HEIDE (HASSELT): EEN VROUW IN DE GEMEENSCHAP

Jaarlijks wordt op 8 maart de dag van de vrouw gevierd. Bij die gelegenheid willen we ook jaarlijks een artikel besteden aan de vrouw in de plaatselijke gemeenschap. Dit jaar staat Martha Broux-Spekkens van Kiewit-Heide in de kijker.

Kiewit-Heide

Gerard Verbeek heeft reeds veel over Kiewit-Heide geschreven nl. in het boek Kiewit. Van Heidegebied tot bloeiende leefgemeenschap (Kiewit-Hasselt, 1985), in de brochure: Een rijke boom op schrale grond. 75 jaar parochie Sint-Lambertus Kiewit (naar aanleiding van de viering van het 75-jarig bestaan van de parochie op 14-15 september 2002), en in Kriskras Kiewit o.a. nrs 9-11. Ik mag de lezer naar de vermelde literatuur verwijzen.

In de tweede helft van de twintigste eeuw kreeg Kiewit-Heide een aantal voorzieningen : de school (1959), de kapel (1959), ontmoetingscentrum Heidewind (1989). Door heel veel mensen van Kiewit-Heide en met steun van heel wat mensen buiten Kiewit-Heide werd dit alles gerealiseerd. Over 3 jaar – in 2009 – zal de school en de kapel 50 jaar bestaan, de vzw 25 jaar, de Heidewind 30 jaar en zal Theo Mathijs - als God ‘t belieft – 45 jaar ‘priester’ (herder) zijn op de Heide.

Martha Broux-Spekkens

In het novembernummer 2004 van Kriskras Kiewit (jaargang 6, nr.21, blz.10-11) blikt Jef Leroy terug op de viering van het 20-jarig bestaan van de vzw, van het 45-jarig bestaan van de school en de kapel, van het 40-jarig priester-zijn van Theo Mathijs op Kiewit-Heide. In deze viering op 17 oktober 2004 werd Martha in de bloemetjes gezet. Jef Leroy schrijft : “Het was vooral Martha die het dagelijks werk van het beheer van de Heidewind op zich nam. De vele taken zoals de verhuring, de relatie met de leveranciers, het bijhouden van de voorraden, het onderhoud en poetswerk en de vele zaken die men niet direct ziet deed zij met de glimlach. Terwijl ze naast dat alles ook nog, na het overlijden van haar man, Michel de koster, diens rol van koster in de kapel overnam. Het was dan ook een dankbare buurt die Martha bij de viering letterlijk in de bloemetjes zette.”

Martha wil niet in de kijker staan. Ik moet haar wat overreden. Ik argumenteer: “Bij begrafenissen gebeurt het wel eens dat er over de overleden persoon zoveel goede dingen gezegd worden. Er zijn dan mensen die zeggen: “dat had hij of zij nog moeten kunnen horen”. Is het dan niet goed dat we in bescheidenheid over elkaar de goede dingen vertellen.” Martha beklemtoont dat vele mensen zich inzetten op Kiewit-Heide.

Martha Broux-Spekkens werd geboren op Kiewit-Heide op 20 juni 1931 in de Zonhovenstraat (in het huis tegenover het wegje dat langs de school en de kapel loopt, nu officieel “Schutterspleintje” genoemd). Ze heeft 3 zussen en 1 broer (die vroeg gestorven is). Ze huwde op 1 december 1951 met Michel Broux (die op 22 juni 1996 overleed). Sinds 1955 woont het gezin Broux-Spekkens in het huidige huis (dus meer dan 50 jaar). Martha heeft 4 kinderen, 5 kleinkinderen en 1 achterkleinkind. Sinds 4 januari 2006 is Martha dus overgrootmoeder geworden.

Voor Martha wordt 2006 een bijzonder jaar. Op 22 juni herdenkt ze dat haar man Michel 10 jaar geleden overleden is. Ze mag op 20 juni haar 75ste verjaardag vieren, samen met het feit dat ze 10 jaar kosteres van de kapel is.

Op zaterdag om 19.00 u en op zondag om 10 u. zijn de eucharistievieringen. Sinds 1964 is Theo Mathijs er voorganger. Martha zorgt ervoor dat het klokje op tijd geluid wordt, de deur van de kapel geopend is, er een aangename temperatuur in de kapel is, misgewaden klaar liggen, de misbenodigdheden klaarstaan. Tijdens de mis hanteert ze de CD-speler enz.
Na de eucharistieviering dient alles netjes opgeborgen te worden.
In de week wast ze de kelkdoekjes. De familie Bevilacqua zorgt voor de bloemen. Wekelijks gebeurt de kleine poets van de kapel en viermaal per jaar de grote poets.

Ze ontvangt de mensen die misintenties bestellen of die vragen om het doopsel van hun kindje. In het jaar 3 februari 2005 – 2 februari 2006, werden 49 kindjes in de kapel gedoopt. Als voorbereiding heeft Theo één à twee doopgesprekken met de familie. De gedoopte kinderen worden ingeschreven in het doopregister.
Soms heeft in de kapel van de Heide ’s avonds vóór de begrafenis een gebedsweke plaats. voor een overledene van de Heide.

Waarom doe je het?

Martha heeft geen grote woorden voor haar inzet. Ze zegt : “Waarom doe je het? Ik weet het niet. Mijn man deed het en ik ben er met mijn twee voeten erin gelopen.” En verder : “Mensen ontvangen: dat is mijn leven.” “Dat sociaal zijn heb ik van thuis uit meegekregen.” “Je doet het graag of niet”.

Wat na ons?

Martha wordt 75 jaar en priester Theo Mathijs dit jaar 70. Als ’t God belieft kunnen zij zich nog vele jaren inzetten voor de Heide. Maar Martha hoopt stilletjes dat er opvolging komt. Als “concierge” van de Heidewind is ze vaak aan huis gebonden.
Ze hoopt dat er na haar en Theo nog toekomst is voor de kapel van de Heide. Ze hoopt dat er toekomst is voor de geloofsgemeenschap van Kiewit-Heide.
Die hoop delen wij met haar en Theo.

Met hartelijke dank aan Martha Broux-Spekkens

Arseen De Kesel


ZONDAG 17.10.04 : KIEWIT–HEIDE VIERT FEEST !

Die zondag wapperden de vlaggen in de Hasseltse Beverzakstraat, nr. 220.
Kiewit-Heide of voor de buurtbewoners : “de HEI” vierde feest.
Een feest van vriendschap en er was reden tot feest !

45 j. kapel en wijkschool, 40 j. E.H. Theo Mathijs (de” professor” of “Theo”) als dienstdoende priester, 40 j. Michel+ en Martha Broux-Spekkens als koster(es), 40 j. lidmaatschap van de Kerkfabriek van Frans Jeuris, 20 j. v.z.w. Kiewit-Heide en 15 j. buurtlokaal “Heiwind”.

Om 10.00 uur heette Pol Verheijen, voorzitter v/d parochieraad iedereen in de kapel welkom; hij dankte de feestelingen om hun jarenlange inzet en loofde de hele buurt om haar eenvoud, vriendschap en samenhorigheid. Het zangkoor van Kiewit luisterde de Eucharistieveiring feestelijk op, waarin Theo en diaken Guido Geboors voorgingen. In zijn homilie getuigde Theo over en dankte voor de vriendschap jegens zichzelf met de nodige, vertrouwde humor en anekdotes. Met een warm applaus vanwege de eivolle kapel ontving Martha bij het einde van de viering een bloemstuk en Theo en Frans een spiritueel aandenken. En zoals “op de HEI” steeds bij een (kerkelijk) feest gebruikelijk nodigde lector Hilda alle kapelgangers uit tot de receptie in de Heiwind.

De receptie was een gezellige drukte. Iedereen voelde zich blij, dankbaar en in feeststemming. Jef Leroy, voorzitter van de v.z.w. schetste de historiek van de buurt en gaf een kort beeld van de huidige activiteiten. Hij riep tevens de jongere buurtbewoners op om het buurtwerk op langere termijn verder te zetten. Toon Hermans, schepen en getogen Kiewitenaar bracht hulde aan de feestelingen namens het stadsbestuur. Met een glaasje en een hapje keuvelden de aanwezigen tot ruim 13.00 uur onder elkaar over hun onderlinge vriendschap, over Theo als mens tussen de mensen en vertaler van Jezus’ liefdevolle boodschap, over Martha’s dagdagelijkse inzet ten dienste van de kapel en de buurt, over koetjes en kalfjes uit het gewone eenvoudige leven.

Theo, Martha, Frans en de vele andere (stille) werkers voor en achter de schermen : Proficiat en bedankt voor alles. Moge God jullie allen nog vele gezonde en actieve jaren gunnen !

Agnes Somers-Delsaer



PRIESTER THEO MATHIJS : 40 JAAR PRIESTER
Theo Mathijs is bijna 40 jaar ‘pastoor’ van Kiewit-Heide. Hij is geboren op 30 mei 1936 te Lanklaar. Hij werd priester gewijd te Luik op 8 juli 1962. Hij is dus een jaargenoot van pastoor Willy Vanormelingen en zal dit jaar eveneens 40 jaar priester zijn.

We hadden met hem een gesprek op zondag 2 juni 2002. De tijd was te kort om alles te vertellen wat hij gedurende die veertig jaar deed. Ik laat Theo zelf aan het woord.

"Ik ben afkomstig van  Lanklaar uit een braaf christelijk gezin. Mijn vader is vroeg gestorven. Mijn moeder was geëngageerd in het kinderheil en ging bij overlijdens de familie bezoeken. Op initiatief van de maatschappelijk  sterk geëngageerde kapelaan René Venken ging ik als chiroleider met de leidingsploeg  naar het barakkenkamp waar Griekse en Italiaanse gastarbeiders verbleven.

Ik ging naar het seminarie niet zozeer vanuit een mystieke band maar vanuit de bewogenheid om voor mensen iets te betekenen, om in lief en leed naast mensen te staan en ze nabij te zijn. Van 1962 tot 1972  werd ik leraar aan het college van Hasselt. Ik gaf latijn, grieks, godsdienst, filosofie en gedurende twee jaren ook muziek. Ik was er aalmoezenier van de Welpen.

In 1964 werd ik diocesaan proost van de chirojongens in Limburg naast Marcel Matthijs, proost van de chiromeisjes. Ik had een grote bewondering voor hem; hij was een godsman, een mystieke man; hij was  ook sociaal bewogen.
Ik gaf ook bezinningen (o.a. in Herckenrode) en vorming en ik sprak ik in verloofdencursussen over relaties.

Eveneens in 1964 kwam ik een pater minderbroeder van Berkenbos (Heusden-Zolder) vervangen in Kiewit-Centrum. Zo ging ik enkele malen in de week per fiets - in weer en wind - naar Kiewit voor de 7-uurmis. In dat jaar ben ik op de Kiewit-Heide begonnen.

Eénmaal per maand hadden we in Kiewit-Centrum met de jeugdklub een jeugdmis. Met tien leden van de jeugdliturgiegroep zijn we naar Oostenrijk getrokken. Ook kwam Sinterklaas in de kerk. Uit deze jeugdklub is Hades gegroeid. En ook de gebedstocht naar Herckenrode is hieruit voortgekomen. We kwamen bijeen bij Servais Spitz zaliger. Van 1964 tot ongeveer 1980 was ik proost van de chiro van Kiewit. Bijna 40 jaar doe ik dienst in Keiwit-heide. Zowat 15 jaar geleden zijn we hier begonnen met gebedsdiensten. Het is bemoedigend dat mensen dat willen en kunnen.

Op het einde van de zestiger jaren werd ik door Mgr Heuschen vrijgesteld voor de jongerengemeenschappen en de jeugdhuizen. In 1970 kwam ik in de Vlaamse federatie van de jeugdclubs en in de Nederlandstalige jeugdraad met Jean-Luc Dehaene als voorzitter. Hier kwam ik in contact met pluralisme. In jeugdclubs kwamen jongeren met problemen. Ook in Hasselt (o.a. spijbelen). Zo is de idee gegroeid om een centrum (Release) op te richten waar jongeren met hun problemen terecht konden in verband met sexualiteit, relatie, ongewenste zwangerschap, weglopen, drugs. We streefden structurele veranderingen na. Ik was er voorzitter van 1972-1982.
Ik gaf cursussen aan verantwoordelijken van jeugdklubs.

Ik werkte ook mee met de Vlaamse Federatie van bergmonitoren. Aanvankelijk was ik proost van de 12-13jarigen. Later stond ik mee in de opleiding van bergmonitoren. Ik zelf heb de opleiding bergmonitor gevolgd en heb de gletser Le Diabeleret beklommen. Hier heb ik ervaren dat geloven en leven heel dicht bij elkaar kunnen komen. Bij het beklimmen hangen we met koorden aan elkaar vast. Zo kon een viering opgebouwd worden rond 'knopen ontwarren'. Zo'n viering kon anderhalf uur duren.
Ik was gedurende de twee vakantiemaanden bijna constant op kamp. Een priester vinden om me op Kiewit-Heide te vervangen was in die tijd geen probleem; nu is het moeilijker.

In 1972 volgde ik in het Koninklijk Atheneum van Hasselt godsdienstleraar priester Piet Tournelle op, die in de week-ends pastoor Schifflers kwam helpen. Daar bleef ik tot 1998. Naast het atheneum gaf ik ook les in het koninklijk lyceum van Hasselt, het technisch atheneum in Genk, in Heusden-Zolder en in de hotelschool in Hasselt. Zo had ik in het technisch atheneum van Genk een zevende jaar dat bestond uit elf leerlingen van 7 verschillende nationaliteiten, van wie verschillende Turkse. In de Hotelschool van Hasselt kreeg  ik eens 2 klassen van elk 34 leerlingen. De ene klas had reeds enkele godsdienstleerkrachten gehad, die het na enkele weken voor bekeken zagen. Met heel creatief werk en opdrachten kreeg ik greep op de groep. Het waren open, aanhankelijke leerlingen, rechtuit, maar je moet ze binnen de lijnen houden.
Op het atheneum had ik een goed contact met de leraar zedeleer Ivo Wellens en de leraar protestantse godsdienst Jan Rightering. We overlegden in openheid en vrijmoedigheid en werkten gezamenlijk rond bepaalde projecten zoals b.v. Vredeseilanden.

Met Fratelzon, een organisatie die goedkope reizen voor studenten organiseert, ben ik een 20x als begeleider op reis naar Griekenland geweest.

Gedurende een 15-tal jaren heb ik de pastoor van Wilskerke (Middelkerke) vervangen.
Sinds 10 jaar werk ik mee in de PLOT, Provincie Limburg Opleiding en Training, opleiding van toekomstige politiemensen. Ik geef vorming over sociale vaardigheden.
Ik ben stadsgids en werk mee in de opleiding van toekomstige gidsen. Bij het bezoek aan de Japanse tuin leg ik de klemtoon op de symbolen.

Ik kom in oecumenische en pluralistische middens. Ik ben mens met de medemens. Ik luister naar de verhalen van anderen. Ik krijg uitnodigingen uit humanistische middens, van homo's en lesbiennes.

Ik ben medewerker van Lodewijk De Raetstichting. Twintig jaar geleden vroeg Gilbert Vanbaelen  VLD-provincieraadslid, me hem te vervangen. Ik werkte er halftijds. Ik begeleid er cusussen over sociale vaardigheden, spreken in het openbaar, oecumene, jodendom, islam enz.
In 1986 behaalde ik aan de KULeuven de licentie in de theologie met een thesis over de kritische basisgroepen in het bisdom Hasselt.
En iedere 4de zondag van de maand ga ik voor in Ter elfder ure. "

Theo Mathijs is een veelzijdig man. Hij is op de allereerste plaats priester. Hij beleeft het in de vele middens waarin hij komt. Hij wil naast de mensen staan, hen nabij zijn in lief en leed. Hij is er voor de kwetsbare mens.
Hij denkt niet vanuit de structuur van de kerk, maar vanuit de concrete mens. Hij pleit voor een gelovige taal die herkenbaar is, voor gehuwde priesters (mannen en vrouwen), voor meer uitwisseling en communie onder de gelovigen.
De sabbat is er voor de mens en niet omgekeerd.
Van harte wensen we je geluk met je 40 jaar priesterschap.

Theo Mathijs, Sint-Kwintensheideweg 54,3520 Zonhoven
GSM 0476 97 99 26
E-mail: mathijstheo@hotmail.com

Arseen De Kesel 


DE HEI TOEN ZIJ NOG (ECHT) JONG WAREN (1) Gerard Verbeek in Kriskras Kiewit nr.10, maart 2002

In Kiewit, van heidegebied lot bloeiende leefgemeenschap, het boek dat in 1985 ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de kerkwijding verscheen, werd onze wijk Kiewit van voor en rond de Eerste Wereldoorlog nog geschetst als ‘een geïsoleerd gehucht zonder enige infrastructuur en met een bevolking die meer dan waarschijnlijk het toen al zo lage levensminimum niet eens haalde.’’ In het boek wordt een somber beeld opgehangen van een uiterst arme bevolking: ze had een laag inkomen uit haar landbouwbednjvigheid, uit slecht betaalde beroepsarbeid in Hasselt en wie in de Luikse industrie of in Duitsland wat meer verdiende moest daar onmenselijk harde levensomstandigheden voor veil hebben; boeren op de schrale grond was nauwelijks lonend, maar in de eigen tuin wonnen die mensen toch wat groenten, op het gehuurde stukje grond kweekten ze de typische teelten uit de Kempen als rogge, boekweit en aardappelen, ze hielden een (eigen of ‘gehuurd’) koetje voor de melk, kippen - nog echte scharrelkippen! - voor de eieren en in het beste geval een varken om toch wat vlees te hebben; met wildstroperij probeerden velen toch wat beter voedsel te vergaren; zonder de steun van enige sociale voorziening probeerden ze hun meestal grote gezinnen het levensnoodzakelijke te geven; ze woonden in lemen huisjes, ze hadden geen enkele vorm van elders toch al bestaande infrastructuur als elektriciteit en waterleiding, alleen de Kempischesteenweg was verhard, maar al de andere wegen waren in het droge seizoen zo mul en in de regentijd zo drassig dat elke verplaatsing een ware beproeving was; voor school en kerk waren ze grotendeels op het centrum van Zonhoven georiënteerd; luxe en cultuur waren er onbekend. In Hasselt, Zonhoven en de marktsteden in Limburg werden die Kiewitenaren - wat veralgemenend - bezembinders geheten; er waren inderdaad nogal wat bezembinders in Kiewit, vooral op de Hei. "De mannen (vaak met hun vrouw en kinderen) kapten berk en brem op de heide en maakten er bezems van, die ze dan naar de markten te Hasselt, Tongeren, Borgloon, Sint-Truiden en soms zelfs Landen en Tienen brachten met de hondenkar, de handkar, de kruiwagen en niet zelden zelfs op hun schouders... Een bezembinder verdiende in 1908 ongeveer drie frank per dag (gemiddeld), maar dat was dan ook het loon van de hele familie: de vrouwen en kinderen hakten het “flikkerhout” voor de bezems, sneden het naar maat en haalden de wissen uit de vochtige grachtkanten of rond de vijvers in Bokrijk, terwijl de mannen het ruwe bindwerk verzorgden. Het leven van deze mensen was dan ook bikkelhard.” Het ontmoetingscentrum van onze wijk heet De Binder. De naam is een blijvende herinnering aan een schrijnend stukje geschiedenis van onze wijk.

Dat is nu ongeveer een eeuw geleden. Het centrum van Kiewit evolueerde geleidelijk naar betere omstandigheden; in 1925 werd er een lagere school opgericht, er was vanaf 1927 zelfs een “kapel” in de nieuwe schoolgebouwen en in 1935 werd de kerk gewijd. De Hei bleef evenwel nog jaren grotendeels geïsoleerd. Isolement betekent ook vervreemding en de bewoners “van deze kant van het vliegplein” bekeken “die van de Hei” al te vaak (maar altijd ten onrechte) als de dragers van een “beschaving uit vroegere tijden” en “die van de Hei” vonden dat “die van de Kiewit een dikke nek hadden”...

Kriskras Kiewit wilde wel eens weten hoe de toestand in het midden van de twintigste eeuw was en Jef Leroy, Theo Mathijs en Gerard Verbeek gingen het vragen aan Maria en Martha Spekkens en Josée Vaes, toen jonge meisjes en nu “goede rond-de-zeventigers”: hoe hebben zij het leven op de Hei in hun jonge jaren ervaren?

Ze hebben de Hei nog wel gekend als een veel minder bevolkte wijk dan nu: voor de Tweede Wereldoorlog woonden er zeker niet meer dan 30 gezinnen op de Hei. De infrastructuur was er in hun jeugd nog zoals ze rond 1900 was: geen enkele verharde weg, geen school, geen kerk, geen elektriciteit, geen waterleiding. Er waren ook nog verschillende lemen huisjes, waarin meestal wel veel mensen onderdak vonden maar die de naam woning nauwelijks waardig waren. Zelfs Theo Mathijs, nog steeds de geliefde “professor-pastoor” van dc Hei, heeft rond 1965 de communie bij de zieke bewoner van zo’n hut gebracht; de kippen liepen er in de woonruimte rond, de vloer was verhard met as en de zieke lag als het ware verborgen achter de spinnenwebben... In het huis van de familie Leroy (Zonhovenstraat) woonden net voor de Tweede Wereldoorlog vijf ”groepen” mensen, waarvan de banden niet nauwkeurig te bepalen waren.... Ze hebben Jan Hendrikx ook nog als laatste bezembinder van de Hei gekend en bij de boerderijtjes steeds een open mesthoop en ... een waterput zien liggen. Erg hygiënisch was het niet!

Ze hebben ook de eerste elektriciteitsleiding nog weten leggen. Toen de gemeente Zonhoven in de Bokrijkweg en de Daaleindeweg elektriciteitswerken uitvoerde, kaartten enkele vertegenwoordigers van de Hei het probleem van de elektriciteitsvoorziening aan bij de gemeenten Zonhoven en Hasselt. Beide gemeenten kwamen tot een akkoord: Zonhoven leverde de palen en liet de werken uitvoeren en Hasselt zorgde voor de levering van de “stroom”. Het was geen slechte zaak voor de gemeente Zonhoven, want een aanzienlijk gedeelte van de Hei was eigendom van de gemeente Zonhoven; met de elektriciteitswerken kreeg haar eigendom meer waarde. En voor een verre en vergeten uithoek van Hasselt verbeterden de levensomstandigheden aanzienlijk zonder dat het de stad Hasselt veel kostte; de bewoners moesten immers de stroom, die Hasselt leverde, toch betalen... De elektriciteitsvoorziening was een enorme verbetering, maar de Hei lag op het einde van de “lijn” en de netspanning wilde wel eens grillig zijn.

(2) (Gerard Verbeek en Jef Leroy) in Kriskras Kiewit, juni 2002, jg. 3, nr.11

De dubbelzinnige situatie “eigendom Zonhoven maar grondgebied Hasselt” leidde tot soms wat bizarre toestanden. Burgemeester Sterkmans van Zonhoven liet de mensen van de Hei op eigendom van zijn gemeente bouwen. Nog toen onze dames jong waren, gingen kandidaat-bouwers eens met de burgemeester praten en die kwam dan het bouwperceel “aftreden”; er kwam geen landmeter bij te pas, van betaling eer men mocht bouwen was er geen sprake: men zou de grond “later” wel betalen. Een dergelijke werkwijze moest wel moeilijkheden veroorzaken, want mensen die wat slordig waren met de betaling of het niet goed konden doen, stelden maar uit en toen de huizen moesten geregistreerd worden, kwam men tot de vaststelling dat bepaalde mensen geen eigenaar waren van de grond: ze woonden in een “eigen” huis op grond die nog eigendom van de gemeente Zonhoven was. Sommigen van hen hebben meer administratiekosten moeten betalen om de eigendomstitels in orde te krijgen dan hun grond zou gekost hebben. De bouwpercelen waren meestal niet zo groot, maar de gemeente Zonhoven verhuurde aangrenzende gronden aan de bouwers, zodat die naar oude gewoonte wat landbouwbedrijvigheid konden uitoefenen. Ook dat was voor de gemeente Zonhoven een goede zaak: de grond werd onderhouden en echte kwatongen hebben wel eens beweerd dat arme inwoners van Zonhoven de voorkeur kregen bij de toewijzing van gronden; die arme mensen, die wel eens een beroep moesten doen op “openbare onderstand”, woonden dan immers in Hasselt. Zonhoven was ze kwijt!
Zonhoven speelde ook in het dagelijks leven van onze dames en hun medebewoners van de Hei een vrij belangrijke rol. Zij hebben van de aloude strubbelingen tussen beide gemeenten nog wel gehoord, maar ze hebben er zelf nooit hinder van ondervonden. Iedereen kende wel het versje “Zijt ge van Zonhoven, dan zijt ge mijn neef; zijt ge van Hasselt, dan krijgt ge sleeg”, maar in het dagelijks leven was dat van geen betekenis meer. Voor 1925, toen in Kiewit een paar schoollokalen als kapel ingericht werden, gingen de inwoners van de Hei allemaal in Zonhoven naar de mis. Dat veranderde nauwelijks toen Kiewit in 1927 parochie werd; velen bleven de oude vertrouwde weg volgen en de kerk van Zonhoven lag ook dichterbij.
I)al leidde wel eens tot misverstanden met de pastoor van Kiewit; in de homogeen katholieke samenleving van toen hoorde iedereen elke zondag naar de kerk te gaan, maar de pastoor van Kiewit meende te weinig mensen van de Hei in zijn kerk te zien en hij kwam dan wel eens informeren hoe het met de naleving van de godsdienstige plichten gesteld was. Voor de school in Kiewit geopend werd, liepen de meeste schoolplichtige kinderen van de Hei in Zonhoven school. Na de oprichting van de school in Kiewit (1925) en zeker na het bouwen van de parochiekerk (1935) veranderde dat geleidelijk. Vanaf toen waren de bewoners van de Hei meer op Kiewit gericht, vooral omdat er toen nog de vrij strikte verplichting was dat men “zijn communie” in de parochiekerk moest doen. Ook voor geneeskundige verzorging boven het “niveau van de lokale experts” was de Hei op Zonhoven gericht; voor dokter Willy van Stee in 1955 de eerste dokterspraktijk in Kiewit begon, werden de dokters Marx of Peeters van Zonhoven ter hulp geroepen. Onze dames hebben ze voor de auto het gewone verplaatsingsmiddel voor iedere arts werd, nog per fiets of motorfiets door de zandwegen zien ploeteren. Dokter van Stee bezocht zijn patiënten niet meer per fiets of motorfiets, maar hij is wel bij herhaling blij geweest dat een of andere bewoner van de Hei hem duwde of ”uitgroef” als hij met zijn auto in de modder was blijven steken...

De groei van de parochiale infrastructuur in Kiewit maakte het de bewoners van de Hei niet heel veel gemakkelijker. De afstand van de Hei naar de kerk en de school in Kiewit bleef uiteraard dezelfde en de wegen bleven even slecht. Ze konden wel een eindje weg afsnijden als ze dwars over het verlaten vliegveld trokken, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen onze dames in Kiewit naar school gingen, was het vliegveld door de Duitsers bezet en die sloten het vliegveld af. De jongere schoolkinderen kwamen dan samen bij Kuubke Broux, op de uithoek van het vliegveld, vanwaar een gewapende Duitse soldaat ze door de Luchtvaartstraat naar de Kempischesteenweg bracht. De “plechtige communicanten”, die elke morgen na de mis de voorbereidende “catechisrnus”-lessen in Kiewit moesten volgen, kregen geen begeleiding en moesten dan de omweg via de Zavelvennestraat nemen. Als het goed weer was, konden ze die weg al spelend en ravottend afleggen. bij slecht weer was het een helleweg. Ze kwamen vaak met natte voeten in de kerk aan en het bleef verkleumen tot ze na mis en “catechismus” bij juffrouw Moors werden opgevangen. Die had al in de vroegte de grote kolomkachel in het klaslokaal aangestoken en daar konden ze zich warmen, hun kleren laten drogen en hun boterhammetjes opeten. We moeten daarbij ook bedenken dat men toen “nuchter” - zonder te eten of te drinken - naar de kerk ging. Wie in Zonhoven naar school ging, had het bijna even moeilijk, want de wegen in Zonhoven waren zoals al de wegen in Kiewit: zandwegen met diepe karrensporen. Welke school men ook koos, het bleef in alle gevallen “ploeteren”. \\‘at moet dat wel betekend hebben voor die moeder die met drie kinderen op de fiets naar Zonhoven moest!

De kinderen hadden het ook thuis niet gemakkelijk. Er was wel geen echte armoede meer maar er was altijd wel een werkje dat ze konden doen en daarbij waren heel wat taken die nu gewoonweg als “kinderarbeid” veroordeeld worden: ze moesten in het huishouden en in de tuin helpen, breien en kousen stoppen, op het veld schoven binden, aren lezen, aardappelen rapen, soms koe of geit of schaap langs de weg laten grazen, zelfs bij het vangen van een bijenzwerm helpen; Josée Vaes ziet het nog allemaal gebeuren: “Als de bijen gingen zwermen, moesten wij ze in een bepaalde richting drijven; wij moesten dan twee deksels tegen elkaar slaan of zand of water naar de bijen gooien, zodat die op één plaats samentroepten; dan trok vader iets over het hoofd en met de bijenkorf ging hij ze dan vangen...” Voor kinderspel hadden ze niet veel tijd, maar de schoolweg maakte veel goed. Vrijwel niemand studeerde na het lager onderwijs verder; het milieu stimuleerde daar immers niet toe. De meisjes gingen na hun schooljaren vaak “dienen” en de jongens vonden ook wel ergens werk; menige jongen van de Hei is toen als zestienjarige in de kolenmijn gaan werken.

(3) Gerard Verbeek en Jef Leroy . Kris Kras Kiewit, september 2002, jg.3, nr.12

Een goede borrel moet in het verleden nogal wat activiteiten op de Hei ondersteund hebben ... Elke gebeurtenis werd bij wijze van spreken met een borrel of een pint bezegeld. Onze dames hebben in hun jeugd gelijktijdig niet minder dan vijf cafés op de Hei gekend en daarbij kwamen nog een paar “zwarte cafés”; dat waren winkels of privéhuizen, waar men in de keuken sterke drank kon krijgen. Zwarte cafés ontsnapten op die manier aan de bepalingen van de Wet-Van de Velde, de “borrelwet”. Nadat een kind gedoopt was, gingen de peter, de meter en de vrouw die het kind naar de kerk gedragen had, “nadopen” in de cafés op hun weg naar huis en dat waren er dus alleszins een vijftal... Als ze dan thuis kwamen, was er een doopfeest voor het gezin en de peter en de meter en ook daar hoorde een borrel bij. De geburen gingen bij elkaar “op het nieuwe jaar” drinken. De feesten van Schutterij Sint-Barbara duurden van vrijdag tot dinsdagmorgen en nogal wat mannen kwamen die dagen niet eens naar huis; ze leefden op spek, eieren en ... drank! Eens per jaar, op de zondag na 18 juni, was er de “Vliegpleinkermis”; dan waren er enkele attracties voor de kinderen, maar voor de volwassenen was er een bal en de tapkranen stonden vrijwel heel de duur van de kermis open. Op “kermismaandag” was er dan een wielerwedstrijd over de bekende slechte wegen en bij al de cafés konden de (lokale) renners premies winnen. Enkele cafés hadden ook een kegelbaan en er werd vaak gekegeld voor een “rondje”. Er was altijd wel een gelegenheid om “op te drinken”... En het was om de drank en het gezelschap te doen; Lies en Staaf Bellefroid hebben negen jaar lang café Bonanza uitgebaat. “Op zeker ogenblik hadden we drie jonge meisjes achter de toog staan en als er een klant kwam, vroeg hij altijd naar Staaf, mijn man; ge moet niet vragen wie ze graag hadden,” zegt Lies. Onze dames herinneren zich ook nog dat er op de Hei hanengevechten georganiseerd werden, wat toen al verboden was. Ook daarbij vloeide de drank rijkelijk en er werd ook zwaar gewed. Het drankgebruik moet - altijd op enkele uitzonderingen na - gezien worden als “sociaal drinken”; de Hei was een gezellige wijk en de mensen ontmoetten elkaar graag en dikwijls. De tijd van de armoegezinnen was ook grotendeels voorbij, want nogal wat mannen werkten in de naburige kolen-mijnen en hun families hadden dus een behoorlijk inkomen.

Er waren ook zo weinig andere ontspanningsmogelijkheden. De hele week moest er hard gewerkt worden en zondagnamiddag was een buurtnamiddag; in de zomer zaten de volwassenen buiten te keuvelen en er werden oude liederen gezongen; ook de jonge mensen vonden toen wel wat thans als een “lummelhoekje”wordt beschreven, waar ze vrij konden babbelen, “contacten leggen” en ook wel afspraakjes maken. Naar de film gingen ze zelden; ze moesten daarvoor naar Hasselt (wel de Cameo en de Plaza, maar zeker niet de “slechte zaal” Eden) of Winterslag (Kursaal) gaan en dat waren voor die tijd echte verplaatsingen. Als in de zaal in Kiewit, thans de sportzaal van de basisschool, toneel werd gespeeld, gingen “die van de Hei” wel kijken, maar daarbuiten waren er heel weinig contacten: “die van de Hei” voelden zich goed in hun gesloten milieu en “die van de Kiewit” achtten zich al te weinig geroepen om met hen één groter geheel voor de verdediging van hun gemeenschappelijke belangen te vormen.

Dat laatste kan evenwel niet gezegd worden van de pastoors van Kiewit. De pastoors Vandevoort en Reggers probeerden wel contact te houden met hun parochianen op de Hei, maar het is pastoor Hermans - pastoor van Kiewit van 1947 tot 1961 - die samen met landbouwerkoopman Jef Van Oostveldt de enorme goede wil op de Hei naar grootse inspanningen heeft helpen oriënteren. Dat leidde in 1959 tot de bouw van een eigen school en kapel op de Hei. Wat toen op de Hei gepresteerd werd is zo bewonderenswaardig dat het een aparte bijdrage in Kriskras Kiewit verdient. En die zal er komen, zeker als Maria, Martha, Josée en dan ook Lies ons nog eens zo goed ontvangen in ontmoetingslokaal Heiwind!


HEIWIND - oktober 1989

Aan ALLE bewoners van KIEWIT—HEIDE.

Mag ik me even voorstellen: ik ben een kersverse “ Heiwind’ een informatiebladje voor en door de heibewoners. Geen reklamebladje, alhoewel we toch wat publiciteit moeten voeren, kwestie van te kunnen leven en iets over te houden. Want plannen hebben we voor de Hei genoeg. Zoals het buurt- en ontmoetingslokaal aan het schooltje, dat met uw hulp nog verder moet worden uitgebouwd en afgewerkt. Verschijnen doen we als het nodig is en we de tijd hebben om het allemaal klaar te krijgen. Al wat op de hei gebeurd is of nog moet gebeuren kan in de Heiwind worden gepubliceerd. Via de koster komt het wel terecht. Onderscheid tussen Hasselaars en Zonhovenaars, maken we niet, ander onderscheid al evenmin, als het maar heibewoners zijn of het gaan worden.

Dit is dus een schuchter begin, met uw steun wordt Heiwind hopelijk geen Windei.
Oktober 1989 de redaktie



Religie.opzijnbest.nl - De beste links over religie voor u verzameld.