COMMENTAAR OP HET LUCASEVANGELIEZEVENTIENDE HOOFDSTUK , LC 17 - verwijzingen -

Tekstuitleg per pericope : - Lc 17,1-3a - Lc 17,3b-4 - Lc 17,5-6 - Lc 17,7-10 - Lc 17,11-19 - Lc 17,20-21 - Lc 17,22-24 - Lc 17,25 - Lc 17,26-30 - Lc 17,31-32 - Lc 17,33 - Lc 17,34-35 (36) - Lc 17,37 -
Uitleg hoofdstuk per hoofdstuk : Lc 1 - Lc 2 - Lc 3 - Lc 4 - Lc 5 - Lc 6 - Lc 7 - Lc 8 - Lc 9 - Lc 10 - Lc 11 - Lc 12 - Lc 13 - Lc 14 - Lc 15 - Lc 16 - Lc 17 - Lc 18 - Lc 19 - Lc 20 - Lc 21 - Lc 22 - Lc 23 - Lc 24 -
Tekstuitleg vers per vers : - Lc 17,1 - Lc 17,2 - Lc 17,3 - Lc 17,4 - Lc 17,5 - Lc 17,6 - Lc 17,7 - Lc 17,8 - Lc 17,9 - Lc 17,10 - Lc 17,11 - Lc 17,12 - Lc 17,13 - Lc 17,14 - Lc 17,15 - Lc 17,16 - Lc 17,17 - Lc 17,18 - Lc 17,19 - Lc 17,20 - Lc 17,21 - Lc 17,22 - Lc 17,23 - Lc 17,24 - Lc 17,25 - Lc 17,26 - Lc 17,27 - Lc 17,28 - Lc 17,29 - Lc 17,30 - Lc 17,31 - Lc 17,32 - Lc 17,33 - Lc 17,34 - Lc 17,35 - Lc 17,36 - Lc 17,37 - Lc 17,10 - Lc 17,10 -Lc 17,11 - Lc 17,11 -
Bibliografie : - Lc 17,1-3a - Lc 17,3b-4 - Lc 17,5-6 - Lc 17,7-10 - Lc 17,11-19 - Lc 17,20-21 - Lc 17,22-24 - Lc 17,25 - Lc 17,26-30 - Lc 17,31-32 - Lc 17,33 - Lc 17,34-35 (36) - Lc 17,37 -
Religie.opzijnbest.nl

ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
             

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenaam : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.bijbelleerhuis.be (zie bijbel)
Nieuwe website : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , mystiek , racisme , samenleving , sikhisme , NIEUWE RUBRIEK : SPIRITUALITEIT , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen ,
- Eigen-zinnige beschouwingen - Het kleine of grote ongenoegen -


Woordenschat :
Literatuur
Overzicht van de bijbelboeken : OT : Gn , Ex , Lv , Nu , Dt , Joz , Re , Rt , 1 S , 2 S , 1 K , 2 K , 1 Kr , 2 Kr , Ezr , Neh , Tob , Jdt , Est , 1 Mak , 2 Mak , Job , Ps , Spr , Pr , Hl , W , Sir , Js , Jr , Kl , Bar , Ez , Da , Hos , Jl , Am , Ob , Jon , Mi , Nah , Hab , Sef , Hag , Zach , Mal .
- NT : Mt - Mc - Lc - Joh -   Hnd , Rom , 1 Kor , 2 Kor , Gal , Ef , Fil , Kol , 1 Tes , 2 Tes , 1 Tim , 2 Tim , Tit , Film , Heb , Jak , 1 Pe , 2 Pe , 1 Joh , 2 Joh , 2 Joh , Jud , Apk
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)  

In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het zeventiende hoofdstuk van het Lucasevangelie :
249. Ergernis : Lc 17,1-3a // (Mc 9,42) // (Mt 18,7.6) - Lc 17,1-3a - Mc 9,42 - Mt 18,6-7 -
250. Vergevingsgezindheid : Lc 17,3b-4 // (Mt 18,15.21-22) - Lc 17,3b-4 - Mt 18,15-18 - Mt 18,21-22 -
251. Geloof : Lc 17,5-6 // (Mt 17,20) - Lc 17,5-6 - Mt 17,14-21 -
252. Onnutte knechten : Lc 17,7-10 - Lc 17,7-10 -
253. Genezing van de tien melaatsen : Lc 17,11-19 - Lc 17,11-19
254. Vraag naar de tijd van het Rijk Gods : Lc 17,20-21 - Lc 17,20-21 -
255. Geen voorbarige verwachting van de dagen van de Mensenzoon : Lc 17,22-24 // (Mt 24,26-27) - Lc 17,22-24 - Mt 24,26-28 -
256. Lijden en verwerping van de Mensenzoon : Lc 17,25 - Lc 17,25 -
257. De dagen van de Mensenzoon komen onverwacht : Lc 17,26-30 // (Mt 24,37-39) - Lc 17,26-30 - Mt 24,37-41 -
258. Alles achterlaten op die dag : Lc 17,31-32 // (Mc 13,15-16) // (Mt 24,17-18) - Lc 17,31-32 - Mt 24,15-22 - Mc 13,14-20 -
259. Zijn leven verliezen om het te behouden : Lc 17,33 // (Mt 10,39) - Lc 17,33 - Mt 10,39 -
260. Dagen van oordeel en scheiding : Lc 17,34-35 (36) // (Mt 24,40-41) - Lc 17,34-35 (36) - Mt 24,37-41 -
261. Waar de gieren zich verzamelen : Lc 17,37 // (Mt 24,28) - Lc 17,37 - Mt 24,26-28 -

Lc 17,
-

 

249. Ergernis : Lc 17,1-3a // (Mc 9,42) // (Mt 18,7.6) - Lc 17,1-3a - Mc 9,42 - Mt 18,6-7 -- verwijzingen -- Lc 17,1 - Lc 17,2 - Lc 17,3 -

Lc 17,1 - Lc 17,1 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
               

Lc 17,2 - Lc 17,2 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
               

Lc 17,3 - Lc 17,3 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
               

Lc 17,1
- Lc 17,1 -

 

Lc 17,2
- Lc 17,2 -

 

Lc 17,3 prosechete heautois (let op jezelf) ean hamartèsèi ho adelfos sou epitimèson autôi (indien je broeder zondigt), maak hem er attent op )
- Lc 17,3 -


250. Vergevingsgezindheid : Lc 17,3b-4 // (Mt 18,15.21-22) - verwijzingen -- Lc 17,4 -

Lc 17,3 - Lc 17,3 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
               

 

Lc 17,4 - Lc 17,4 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
               

Lc 17,4 : kai ean heptakis tès hèmeras hamartèsèi eis se (en indien hij zeven keer per dag tegen jou zondigt)
- Lc 17,4 -
- ean ... hamartèsèi eis se (indien... hij zondigt tegen jou) : Mt 18,15 en Lc 17,4

 


251. Geloof : Lc 17,5-6 // (Mt 17,20) - verwijzingen -

Lc 17,5 - Lc 17,5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
               

Lc 17,6 - Lc 17,6 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
               


252. Onnutte knechten : Lc 17,7-10 - verwijzingen -

Lc 17,7 - Lc 17,7 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
               

Lc 17,8 - Lc 17,8 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
               

Lc 17,9 - Lc 17,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
               

 

Lc 17,12 - Lc 17,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
               

BIJBEL EN BEZINNING - TIJDSCHRIFT: JG XII — NR. 2— MEI-JULI 1993 — BLZ. 669-672. Zaligverklaring VAN PATER DAMIAAN  - René Obbels, picpus

  • Uit de koran:5. Het Tafel (Al-Maidah)

  • 253. Genezing van de tien melaatsen : Lc 17,11-19 - verwijzingen -

    Lc 17,9 - Lc 17,9 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

     

    Lc 17,12 - Lc 17,12 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

    Lc 17,13 - Lc 17,13 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

    Lc 17,14 - Lc 17,14 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

    Lc 17,15 - Lc 17,15 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

    Lc 17,16 - Lc 17,16 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

    Lc 17,17 - Lc 17,17 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

    Lc 17,18 - Lc 17,18 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

    Lc 17,19 - Lc 17,19 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

    Tekstuitleg van Lc 17,19

    Inleiding op de 'genezings'formule hè pistis sou sesôken se = je geloof heeft je gered - je geloof is je redding) .

    (1) Mt 9,22 (// Mc 5,34 // Lc 8,48) . (2) Mc 5,34 (// Mt 9,22 // Lc 8,48) . (3) Mc 10,52 (// Lc 18,42) . (4) Lc 7,50 . (5) Lc 8,48 (Mc 5,34 // Mt 9,2) . (6) Lc 17,19 . (7) Lc 18,42 (// Mc 10,52) .
    ho de Ièsous (Jezus echter) ... ho de (hij echter) kai ho Ièsous (en Jezus)   ho de (hij echter)   kai ho Ièsous (en Jezus)
    eipen (zei) eipen (zei) haar eipen (zei) eipen de (hij echter zei) eipen (zei) haar kai eipen (en hij zei) eipen (zei)
      autèi autôi (hem) pros tèn gunaika (tot de vrouw) autèi autôi (hem) autôi (hem)
      thugater (dochter)     thugater (dochter)    
        hupage (ga) ... ... poreuou eis eirènèn (begeef je op weg in vrede) ... poreuou eis eirènèn (begeef je op weg in vrede) anastas poreuou (opgestaan begeef je op weg) anablèpson (kijk op)
    71. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng . Opwekking van Jaïrus'dochter : Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56   71. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng . Opwekking van Jaïrus'dochter : Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56    276. Genezing van de blinde Bartimeüs : Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43   115. De boetvaardige zondares : Lc 7,36-50 - Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 71. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng . Opwekking van Jaïrus'dochter : Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56    253. Genezing van de tien melaatsen : Lc 17,11-19 - Lc 17,11-19  276. Genezing van de blinde Bartimeüs : Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43 

    - sesôken (hij heeft gered / verlost) . In zeven verzen in de bijbel, enkel in het N.T. : (1) Mt 9,22 (// Mc 5,34 // Lc 8,48) . (2) Mc 5,34 (// Mt 9,2 // Lc 8,48) . (3) Mc 10,52 (// Lc 18,42) . (4) Lc 7,50 . (5) Lc 8,48 (Mc 5,34 // Mt 9,2) . (6) Lc 17,19 . (7) Lc 18,42 (// Mc 10,52) . In deze zeven verzen komt de uitdrukking hè pistis sou sesôken se = je geloof heeft je gered - je geloof is je redding) . Vier lettergrepen beginnen met s- . Vijf woorden . Acht lettergrepen . Het gaat om drie wonderverhalen en een verhaal van zondenvergeving van een vrouw die haar zonden berouwt . Bij de wonderverhaal gaat het om de genezing van een bloedvloeiende vrouw , van een blinde man en van een melaatse man . De 'genezings'formule is dus gericht tot twee vrouwen en twee mannen .


    Zie 2 K 5,1-26 : de genezing van Naäman en 63. Genezing van een melaatse : Mc 1,40-45 // (Mt 8,2-4) // Lc 5,12-16 - Mc 1,40-45 - Mt 8,2-4 - Lc 5,12-16 -

    Het verhaal heeft een afgerond geheel met een begin en een einde. Het neemt een bepaalde plaats in in het evangelie. Het is daarenboven ingedeeld in een aantal verzen. Waarom heeft de latere versindeler de pericope zo ingedeeld?
    In Lc 17,11-14 komt 7 X het voegwoord kai (en) voor; 6X om een zin in te leiden en 1X om twee plaatsnamen met elkaar te verbinden (Samaria en Galilea). In 4 van de 6 gevallen heeft de versindeler gekozen voor het begin van een vers. Lc 17,11 en Lc 17,14 vormen dan een inclusio (omsluiting, omarming). Dat zou dan een eerste deel van het verhaal zijn, nl. de genezing van tien melaatsen.
    Lc 17,15-19 zou dan een tweede deel vormen, nl. de terugkeer van een Samaritaan om God te loven en Jezus te bedanken. In dit deel komt driemaal het voegwoord kai (en) voor,dat voor de versindeler aanleiding was om een vers te beginnen. Maar het partikel de (echter) komt eveneens driemaal voor.
    Zo komen we tot elf zinnen, beginnend met het Griekse kai (en) of de (echter, nu).

    1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11.
    Lc 17,11a Lc 17,11b Lc 17,12 Lc 17,13 Lc 17,14a Lc 17,14b Lc 17,15 Lc 17,16  Lc 17,16b  Lc 17,17  Lc 17,19
    Kai (en) kai (en) kai (en) kai (en) kai (en) Kai (en)   kai (en) kai (en)    kai (en)
    egeneto (het gebeurde) ... autos (hij)   autoi (zij) ...   egeneto (het gebeurde) ... heis de ex autôn, (één echter uit hen)   autos (hij)  apokritheis de ho Ièsous (antwoordende echter Jezus)  
    en tôi +infinitief       idôn (ziende) en tôi +infinitief idôn (ziende)        
          legontes (zeggende) eipen (zei hij)     epesen epi prosôpon (hij viel op het gezicht)    eipen (zei hij)  eipen (hij zei)
            autois (aan hen)            autôi (aan hem)
    253. Genezing van de tien melaatsen : Lc 17,11-19 - Lc 17,11-19                    

     

    We moeten nog iets zeggen over Lc 17, 15-18. In vers 15 komt iemand terug om God te loven en Jezus te bedanken. Op het einde van vers 16 wordt dan gezegd dat de teruggekomene een Samaritaan is. De zin komt wat achternahinken waardoor sommige bijbelverklaarders van mening zijn dat het een latere toevoeging van Lucas kan zijn.
    In vers 17 is er een verandering van personage. Dit wordt dikwijls weergegeven door het Griekse woordje de (echter, nu) op de tweede plaats in de zin. Het personage in Lc 17,17 is Jezus. Het eerste woord van de zin is : apokritheis (antwoordend). We zouden vertalen : hierop reagerend enz. Maar Lucas gebruikt het echter meestal na een vraag. In Lc 17,15-16 wordt geen vraag gesteld. De reactie van Jezus is geen reactie op de houding van de Samaritaan die is teruggekeerd. Jezus stelt twee vragen. De eerste vraag is van dubbele aard: Zijn niet de tien gereinigd? En daarbij aansluitend: Waar zijn de negen (anderen)? Het lijkt een vraag aan de teruggekomen Samaritaan. Blijkbaar heeft Jezus verwacht dat ze alle tien zouden teruggekomen zijn. Maar Jezus zelf had hen toch naar de priesters gestuurd om hun genezing vast te stellen. Hij zou hen toch niet kwalijk mogen nemen dat ze nog niet terugkeren. De Samaritaan was teruggekeerd terwijl ze nog onderweg (naar Jeruzalem) waren. Blijkbaar hebben de negen anderen de bevestiging van de priesters nodig om genezen verklaard te worden. De Samaritaan heeft genoeg aan de vaststelling om te geloven dat hij daadwerkelijk genezen is en om God in de persoon van Jezus te danken. De Samaritaan heeft geen priesters, tempel en Jeruzalem nodig. Houdt dit een kritiek op de tempel en de priesters in? Wil Jezus zeggen: je hebt die niet nodig, maar wel het geloof in mijn persoon. Op deze (dubbelvoudige) vraag geeft noch de teruggekomen Samaritaan noch de anonieme aanwezigen een antwoord.
    Jezus stelt nog een tweede vraag (aansluitend bij de negen niet teruggekomenen): werden ze (de negen) niet (gereinigd) bevonden om terug te keren en eer aan God te brengen, tenzij deze vreemdeling? Het is een vreemde zinsstructuur. De tweede vraag begint op gelijke wijze als de eerste vraag: ouch (zijn niet). Het vervoegd werkwoord in beide vragen is passief verleden tijd, beiden eindigend op -thèsan; dat geeft : zijn niet gereinigd (de tien)? zijn niet bevonden (de negen)? Hadden de negen een bewijs van hun genezing nodig? Hebben ze getwijfeld of ze wel daadwerkelijk genezen waren? Het vervolg van de tweede vraag lijkt sterk op vers 15 : om eer aan God te brengen. En "tenzij deze vreemdeling" verwijst dan naar "en deze was een Samaritaan" in vers 16b of één van hen (vers 16a). Is de tweede vraag naar anonieme omstaanders gericht, want het lijkt dat de Samaritaan (de vreemdeling) tot voorbeeld wordt gesteld. Lc 17,15-18 lijkt eveneens concentrisch opgebouwd.
    In Lc 17,19 wordt nog eens hernomen dat Jezus aan het woord is. Jezus richt zich nu uitdrukkelijk tot de teruggekomen Samaritaan / vreemdeling: sta op, ga, je geloof heeft je gered. Wat wil dit eigenlijk zeggen?

    Lc 17,11a : op weg naar Jeruzalem

    We bekijken vooreerst het begin van Lc 17,11. Deze zinsconcstructie (zie eerste kolom in het kader) komt meermaals bij Lucas voor.

      Lc 9,51 - Lc 9,51-56 -  Lc 5,1 - Lc 5,1-11 -  Lc5,17 - Lc 5,17-26 -  Lc 8,22 - Lc 8,25 - Lc 17,11 - Lc 17,11-19 -
    eerste nevenschikkende zin. Nevenschikkend voegwoord kai (en)        Kai (en)    Kai (en)
    Hoofdwerkwoord van de eerste nevenschikkende zin egeneto (het gebeurde) egeneto (het gebeurde)  egeneto (het gebeurde) egeneto (het gebeurde)  egeneto (het gebeurde)
     nevenschikkend voegwoord de (echter) de (echter) de (echter)   de (echter)  
     en tôi ... + infinitiefzin: ondergeschiktezin, bijwoordelijk en tôi + infinitiefzin (in het...) en tôi + infinitiefzin (in het...)     en tôi + infinitiefzin (in het...)
    werkwoord en onderwerp van de infinitiefin sumplèrousthai tas hèmeras tès analèmpseôs autou (toen de dagen van zij -ten hemel - opneming in het verschiet waren) ton ochlon epikeisthai autôi kai akouein ton logon tou theou (toen het volk tegen hem opdrong en het woord van God aanhoorde)      poreuesthai eis Ierousalèm (terwijl zij op weg gingen naar Jeruzalem)
     tijdsbepaling      en miai tôn hèmerôn (op één van de dagen)  en miai tôn hèmerôn (op één van de dagen)  
    tweede nevenschikkende zin; nevenschikkend voegwoord kai (en)   kai (en) kai (en) kai (en) kai (en) kai (en)
     onderwerp (autos = Jezus) autos (hij) autos (hij) autos (hij) autos (hij) autos (hij)
       183. Het ongastvrije samaritanendorp : - Lc 9,51-56 -  62. Wonderbare visvangst. Roeping van Simon Petrus en metgezellen : Lc 5,1-11 // (Mc 1,16-20) // (Mt 4,18-22) - Lc 5,1-11 - Mc 1,16-20 - Mt 4,18-22 -  67. Genezing van de lamme : Mc 2,1-12 // Mt 9,1-8 // Lc 5,17-26 - Mc 2,1-12 - Lc 5,17-26 - Mt 9,1-8 -  142. Het bedaren van de storm : Mc 4,35-41 // Lc 8,22-25 // (Mt 8,23-27) - Mc 4,35-41 - Mt 8,23-27 - Lc 8,22-25 -  253. Genezing van de tien melaatsen : Lc 17,11-19 - Lc 17,11-19 -

    Vanaf Lc 9,51 is Jezus op weg naar Jeruzalem. In Lc 19,28-40 // Mc 11,1-10 // Mt 21,1-9 heeft de blijde inkomst in Jeruzalem plaats. In Lc 18,15-17 neemt Lucas weer de draad van het Marcusevangelie op. Maar daartussen ligt het lange verhaal van de tocht van Jezus naar Jeruzalem doorheen Samaria. Dat verhaal is grotendeels eigen aan Lucas. Hier en daar zet hij wegwijzers, aanduidingen uit. Daardoor blijven we ons ervan bewust dat we nog steeds op weg naar Jeruzalem zijn. We kunnen ons de vraag stellen waarom Lucas precies op die bepaalde plaatsen die wegwijzers heeft geplaatst. In het kader hieronder vind je een aantal aanduidingen, wegwijzers.
    Lucas besteedt heel wat aandacht aan zijn tocht door Samaria. Hij stelt vaak ook de Samaritaan tot voorbeeld. Bij het begin van het lange tochtverhaal van Jezus door Samaria wordt de Samaritaan die barmhartigheid beoefent, tot voorbeeld gesteld (Lc 10,25-37). In Lc 17,11-17 wordt de teruggekomen Samaritaan voorgesteld als voorbeeld van een gelovige, die God looft en dankt om de komst van de profeet Jezus. Misschien hebben we hier bij het tochtverhaal van Jezus met een concentrische (in cirkels) opbouw te maken. Volgens Benoît Standaert zou het centrale gedeelte liggen in Lc 13,18-21.
    Lucas wil duidelijk maken dat Jezus gekomen is om de eenheid van Israël te herstellen, waartoe ook de Samaritanen behoren.
    In Lc 17,11-19 komen we de eigenaardigheid tegen dat Jezus zich in Samaria bevindt en dat de Samaritaan beschouwd wordt als een vreemdeling terwijl hij in feite thuis is en dat Jezus als een vreemdeling (Galileeër) door Samaria trekt. Is "en deze was een Samaritaan" een latere toevoeging aan het verhaal?

    Lc 9,51 b - Lc 9,51-56 - Lc 9,52 - Lc 9,51-56 - Lc 9,53b - Lc 9,51-56 -  Lc 9,56 - Lc 9,51-56 -  Lc 9, 57 - Lc 9,57-62 - Lc 10,38 - Lc 10,38-42 - Lc 13,22a Lc 13,22b Lc 17,11a   Lc 18,35 // Mc 10,46 Lc 19,28 // Mc 11,1 Lc 19,29 // Mc 11,1
    kai (en) kai (en) hoti (omdat)  kai (en)  kai (en)   kai (en) kai (en) kai (en)   kai (en) kai (en)  kai (en)
                    egeneto (het gebeurde)    egeneto (het gebeurde)    egeneto (het gebeurde)
    autos (hij)                        
    to prosôpon (het aangezicht)   to prosôpon autou (zijn aangezicht)               en tôi + infinitiefzin (in het...)    hôs (zodra)
    estèrisen (was vast van plan) apesteilen... pro prosôpou autou (hij zond... voor zijn aangezicht)                 eggizein auton (naderen - hij - ) eis Ierichô (bij Jericho)    èggisen (hij naderde)
    tou poreuesthai (om te gaan) kai poreuthentes (en gaande) eisèlthon (gingen zij)  èn poreuomenon (was gaande)  eporeuthèsan (zij gingen)  poreuomenôn autôn en tôi hodôi (terwijl zij onderweg gingen)n  en de tôi poreuesthai autous autos eisèlthen (terwijl zij aan het gaan waren, ging hij zelf binnen) dieporeueto kata poleis kai kômas (hij trok door steden en dorpen) poreian poioumenos (weg - tocht - makende) en tôi poreuesthai (in het gaan) dièrchetodia meson Samareias kai Galilaias (hij trok temidden van Samaria en Galilea)   eporeueto emprosthen (hij trok voor hen) anabainôn (opklimmende)  eis (naar)....
    eis (naar) eis (naar) eis (naar)   eis heteran kômèn (naar een ander dorp)   eis  (naar)   eis (naar) eis (naar)     eis (naar) eis (naar)  
    Ierousalèm (naar Jeruzalem) kômèn Samaritôn (van de Samaritanen) Ierousalèm (Jeruzalem)       kômèn tina (een bepaald dorp)   Hierosoluma (Jeruzalem) Ierousalèm (Jeruzalem)     Iericho (Jericho) Hierosoluma (Jeruzalem)  
     183. Het ongastvrije samaritanendorp : Lc 9,51-56 - Lc 9,51-56 -  183. Het ongastvrije samaritanendorp : Lc 9,51-56 - Lc 9,51-56 -  183. Het ongastvrije samaritanendorp : Lc 9,51-56 - Lc 9,51-56 -  183. Het ongastvrije samaritanendorp : Lc 9,51-56 - Lc 9,51-56 -  184. Voorwaarden van het volgen : Lc 9,57-62 // Mt 8,19-22 - Lc 9,57-62 -  193. Maria en Marta : Lc 10,38-42 - Lc 10,38-42 -  226. Gelijkenis van de uitsluiting uit het Rijk Gods : Lc 13,22-29 - Lc 13,22-29 -   226. Gelijkenis van de uitsluiting uit het Rijk Gods : Lc 13,22-29 - Lc 13,22-29 -  253. Genezing van de tien melaatsen : Lc 17,11-19 - Lc 17,11-19 -  253. Genezing van de tien melaatsen : Lc 17,11-19 - Lc 17,11-19 -  276. Genezing van de blinde Bartimeüs : Mc 10,46-52 // Mt 20,29-34 // Lc 18,35-43 - Mc 10,46-52 - Mt 20,29-34 - Lc 18,35-43 -  279. Intocht in Jeruzalem : Mc 11,1-10 // Mt 21,1-9 // Lc 19,29-40 - Lc 19,29-40 -   279. Intocht in Jeruzalem : Mc 11,1-10 // Mt 21,1-9 // Lc 19,29-40 - Lc 19,29-40 -

    genezing van een melaatse : Mc 1,40-45 - Mt 8,2-4 - Lc 5,12-16 - 2 K 5,1-26

    Lc 17,11-19 - vooral Lc 17,11-14 - heeft overeenkomsten en verschillen met Lc 5,12-16. Het verhaal van Lc 5,12-16 is een redactie van het Marcusverhaal Mc 1,40-45. Dit verhaal is een eindverhaal van een groter geheel : Mc 1,21-45. Het is het optreden van Jezus te Kafarnaüm en erbuiten. Het is ook concentrisch opgebouwd. Mc 1,20-28 verhaalt het optreden van Jezus in de synagoge van Kafarnaûm op sabbat in woord en daad. Mc 1,23-28 verhaalt hoe een onreine geest uit een man wordt uitgedreven. In Marcus is dit het eerste verhaal van het wonderdadig optreden van Jezus. Jezus, bezield door de goede geest (Mc 1,9-11) bindt de strijd aan met de kwade, onreine geest. Mc 1,40-45, het laatste verhaal van dat geheel, vertelt de genezing van een melaatse; hij wordt gereinigd. De ene is onrein van geest, de andere van lichaam. Maar beide zijn getekend door zonde (onrein).
    Gelijkenissen tussen Lc 5,12-16 en Lc 17,11-19. In Lc 5,12 gaat het om één man, in Lc 17,11 om tien mannen. De woordvolgorde in de opdracht: ga je (jullie) laten zien aan de priester(s) is in beide gevallen dezelfde. In het ene geval staat priester in het enkelvoud, in het andere geval in het meervoud. In Lc 5,13 raakt Jezus de melaatse aan. Normalerwijze kan een melaatse /zieke een gezond mens besmetten, vooral door aanraking. Hier gebeurt het omgekeerde. De gezonde Jezus raakt de besmette melaatse aan en de melaatse wordt gezond. Communicatieve vaten in omgekeerde richting! In Lc 17,11-19 gebeurt de genezing op afstand. Hier kan de invloed van het verhaal van de genezing van de melaatse Naäman ( 2 K 5,1-26) meespelen. In beide (Lc 5,12-16 en Lc 17,11-19) verhalen staat de opdracht om zich aan de priester(s) te laten zien om de genezing vast te stellen, zoals dat in het O.T. staat voorgeschreven (Lev 23-24).
    Dat ziek-zijn of een gebrek hebben een uiting van zondigheid is (volgens het N.T.) blijkt uit het verhaal van Mc 2,1-12 : de genezing van de lamme. Dat verhaal maakt deel uit van een reeks twistgesprekken (Mc 2,1-3,6). Het is het eerste verhaal van die reeks. Jezus neemt eerst de zonde weg: hij vergeeft de zonden. Dat gebeurt ook in de verschijningsverhalen. Jezus wenst zijn leerlingen dan de vrede toe en vergeeft hun zonden. Er valt heel wat te vergeven want ze hebben hun meester op het cruciale moment van Jezus'leven in de steek gelaten en verloochend. Er werd hen vergeven. Dankzij die vergeving zijn ze steunpilaren van de kerk geworden. Maar de gelijkenis tussen de genezing van de lamme en de verrijzenisverhalen en dodenopwekkingsverhalen (Lazarus, dochtertje van Nain, Jezus) is nog sterker.In al die gevallen liggen mensen. Jezus staat uit de doden op of hij wekt mensen uit de doden of doet hen opstaan, vandaar verrijzenis-, opstandings- of opwekkingsverhalen. Het verhaal van de lamme is een opwekkingsverhaal. De genezing van de lamme betekent het begin van een nieuw (en eeuwig) leven.
    De genezing van de melaatse is eveneens de start van een nieuw leven. Want de onreine geest of de onreinheid verdwijnt en maakt plaats voor de goede geest, zoals bij de doop Jezus. Gods goede geest ontving.
    Op de achtergrond van Lc 17,11-19 resoneert het verhaal van de genezing van de melaatse Naäman. Deze vreemdeling werd door de profeet Elisa (ongeveer 850 voor Christus) in het Noordrijk Israël genezen. Hij kreeg de opdracht zich zevenmaal te wassen in de rivier de Jordaan. De vermelding van deze rivier maakt allusie op Mozes. De Israëlieten zijn deze rivier overgetrokken om zich in het land Kanaän te vestigen. De genezing door Elisa gebeurde van verre. Na de genezing komt Naäman terug om de profeet Elisa te danken en eer te brengen aan de God van Israël.
    Rond 850 zijn de twaalf stammen van Jakob / Israël gegroepeerd in een Noordrijk met tien stammen en een Zuidrijk met twee stammen, waaronder de stam Juda. Deze deling in een Noord- en een Zuidrijk gaat terug op de erfopvolging van Salomo. Het Noorden opteerde voor een opvolging door keuze en het werd de legeroverste Jerobeam. Het Zuiden koos voor een dynastieke opvolging; dat werd de zoon van David Rechabeam. Salomo was een zoon van David. David had Jeruzalem op de inheemse bevolking veroverd en de stammen tot één koninkrijk verenigd (vandaat dat eeuwige verlangen erna). De hoofdstad van het Noordrijk was Samaria, van het Zuidrijk Jeruzalem. In 721 valt Samaria in handen van het Assyrische rijk. Dat past de tactiek van deportaties en volksverhuizingen toe en verzekert zich zo van machtsoverheersing. De vermenging van de overblijvende Israëlische bevolking en de ingevoerde vreemde bevolking schoot het Zuiden in het verkeerde keelgat en was voor het Zuiden een reden tot afkeer en vijandschap. De biologische afstamming primeerde op de geestelijke beleving. De pejoratieve klank van Samaritanen dateert dus pas na 721 voor Christus. In het verhaal van de genezing van Naäman speelt het dus nog geen rol.
    Het Lucasverhaal Lc 17,11-19 wil ook duidelijk maken dat Jezus groter is dan Elisa en dat Jezus een profeet is. In het kader van zijn tocht naar Jeruzalem zijn de melaaatsen de voorboden van Jezus'komst naar Jeruzalem. De genezenen moeten zich aan de priesters laten zien. Daardoor zullen ze ook weten dat de profeet Jezus in aantocht is. Zo werden in Lc 10 ook leerlingen uitgezonden naar de dorpen in Samaria om Jezus aan te kondigen.

    God verheerlijken

    De teruggekomen Samaritaan verheerlijkt God. In Lucas komt God verheerlijken 7X voor. In 6 gevallen gebeurt dat in een wonderverhaal. De verheerlijking van God gebeurt ook in het verhaal van de genezing van de blinde van Jericho. Met dat verhaal (- Mc 10,46-52 - - Lc 18,35-43 -) heeft Lc 17,11-19 een aantal overeenkomsten: de inleiding (op weg naar Jeruzalem - naderen van Jericho), de bede : ontferm U over mij (elèison), de toezegging van Jezus: je geloof heeft je gered , en tenslotte de verheerlijking van God.

    Lc 5,25 - Lc 5,17-26 -  Lc 5,26 - Lc 5,17-26 -  Lc 7,16 - Lc 7,11-17 -  Lc 13,13 - Lc 13,10-17 - Lc 17, 15 - Lc 17,11-19 -  Lc 18,43 - Lc 18,35-43 - Lc 23,47 - Lc 23,44-48
      kai ekstasis elaben hapantes (en ontzertting benam allen)    elaben de fobos pantas (vrees echter benam allen)        
    doxazôn ton theon (God verheerlijkend)  kai edoxazon ton theon (en zij verheerlijkten God)   kai edoxazon ton theon (en zij verheerlijkten God)    kai edoxazon ton theon (en zij verheerlijkten God) doxazôn ton theon (God verheerlijkend)  doxazôn ton theon (God verheerlijkend)    edoxazen ton theon (hij verheerlijkte God)
     67. Genezing van de lamme : Mc 2,1-12 // Mt 9,1-8 // Lc 5,17-26 - Mc 2,1-12 - - Lc 5,17-26 - - Mt 9,1-8 -  67. Genezing van de lamme : Mc 2,1-12 // Mt 9,1-8 // Lc 5,17-26 - Mc 2,1-12 - - Lc 5,17-26 - - Mt 9,1-8 -  110. De zoon van de weduwe van Naïn : Lc 7,11-17 - Lc 7,11-17 -  223. Genezing van een kromgebogen vrouw op sabbat : Lc 13,10-17 - Lc 13,10-17 -  253. Genezing van de tien melaatsen : Lc 17,11-19 - Lc 17,11-19 -  276. Genezing van de blinde Bartimeüs : Mc 10,46-52 // Mt 20,29-34 // Lc 18,35-43 - Mc 10,46-52 - - Lc 18,35-43 -  347. Kruisdood van Jezus : Mc 15,33-39 // Mt 27,45-54 // Lc 23,44-48

    Oorspronkelijk werd de Hebreeuwse bijbel (Tenach) enkel met medeklinkers geschreven. Pas vele eeuwen later hebben geleerden de klinkers (die men vanuit de mondelinge overlevering kende) erbij geschreven. Deze geleerden worden massoreten genoemd. De eigennaam van God is JHWH. Dit vierletterwoord (tetragram) werd nooit als Jahweh gelezen. Men las dan Adonai - Heer / mijn Heer (in het Grieks kurios zie ons kyrie). De massoreten plaatsten de klinkers van het woord Adonai bij het woord JHWH . De a van adonai is zeer kort en is in feite een zwakke e. Getuigen van Jehovah lezen JHWH met zijn klinkers als J e H o W a H . Deze lezing vindt geen enkele grond in de bijbelse geschiedenis. Kurios werd ook de titel van de verrezen en verheerlijke Jezus. Ook koningen en kiezers werden kurios genoemd. Gevaar voor vergoddelijking door het gebruik van de term kurios was niet uit de lucht gegrepen.

    Besluit : Jezus brengt de goede geest. Door geloof in hem wordt de mens gereinigd. Door hem als profeet, man Gods, te erkennen, wordt God verheerlijkt.


    Obbels René , Zaligverklaring van pater Damiaan, Bijbel en Bezinning , jg (1993), nr.2 , blz. 669-672

    Door Pater Damiaan zalig te verklaren, wil de Kerk hem onder de aandacht brengen als voorbeeld, als model van christelijk leven. Dit betekent dat, behalve het verhaal over de melaatsen, ook vele andere schriftteksten op hem toepasselijk zijn. Zo werd bijvoorbeeld, toen zijn stoffelijk overschot in 1936 naar België werd overgebracht, Johannes 15, 13 boven zijn graf geplaatst: Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden! Toch ligt het voor de hand dat Jezus’ ontmoeting met de tien melaatsen uit Lucas 17 ons doet denken aan Damiaans “ontmoeting” met de melaatsen van Molokai.

    Vragen ter bezinning of ter bespreking

    1. Waarom stuurt Jezus de tien melaatseri naar de priesters?
    2. Het verhaal heeft twee delen. Welke? En welk deel krijgt volgens jou de hoofdklemtoon?
    3. Ken je nog gevallen van discriminatie en marginalisering omwille van ziekte?
    4. Ken je nog andere plaatsen in het evangelie die het hebben over Samaritanen?

    Damiaangebed van de Paters en Zusters der Heilige Harten

    God, onze Vader, wij danken U voor Pater Damiaan.
    Om Jezus, Uw Zoon, in alles te volgen
    is hij naar Molokai gegaan, naar de uitgestoten lepralijders.
    Hij is er één van hen geworden, tot in de dood toe.
    Daardoor heeft hij ze hun menswaardigheid teruggeschonken en weer toekomst gegeven.
    In hem is duidelijk geworden hoezeer Gij alle mensen liefhebt.
    Nu vragen wij U:
    moge Uw Geest ons bewegen om in Damiaans voetspoor te gaan,
    en moge zijn geloof het onze worden.
    Leer ons oog en hart te hebben
    voor mensen die niet meetellen of buitenspel zijn gezet.
    Laat hen door ons ontdekken wie Gij zijt.
    Doe mensen opstaan die dezelfde weg gaan die hij is gegaan.
    Dit vragen wij U, goede God, die ons blijft liefhebben,
    vandaag, en alle dagen, tot in eeuwigheid. Amen.

    Documentatie

    Steven Debroey, Wij, melaatsen, Altiora, Averbode, 1989
    Edouard Brion sscc, Brieven uit Molokaï, Unistad, Antwerpen, 1989.
    Gavan Daws, Pater Damiaan. De heilige man van Molokai, Lannoo, Tielt, 1983.

    Verklaring van de bijbeltekst

    Lepra is één van de oudste ziekten die de mensheid heeft gekend. De bijbel geeft in Leviticus 13 een aantal harde voorschriften m.b.t. melaatsen. Melaatsheid werd aangezien als straf van God voor zondig gedrag. Een melaatse was ,,onrein”. Om de gezonde bevolking te beschermen, wist men in feite niets anders te doen dan de zieken af te zonderen, ja uit te stoten. Deze aangelegenheid werd door priesters geregeld. In Jezus’ tijd was het niet anders.

    In de evangelieverhalen worden vele genezingen verteld. Jezus wil er mee duidelijk maken hoe het Rijk Gods gevestigd wordt en hoe kwaad, ziekte en dood overwonnen worden. Daaruit blijkt dat een genezing door Jezus niet zonder meer een genezing is. Er is steeds méér aan de hand. Het gaat om het geloof van de genezene, of de (gelovige) verwondering van de omstaanders. Dat met de genezing niet alles is gezegd, is overduidelijk bij onze tien melaatsen, vermits het verhaal — na de genezing — verder gaat. Het accent ligt zelfs op het tweede deel: op het dankbaar zijn. Dankbaarheid is in het evangelie een grondhouding; wie in Jezus gelooft, gaat tot op deze diepte. Het is niet voldoende gezond te zijn, we horen daar God voor te danken! Terloops kunnen we parallellen trekken naar andere domeinen. Het is niet voldoende te zorgen voor een schoon en zuiver leefmilieu: wij moeten doorstoten tot de verwondering om Gods schepping. Wij moeten niet enkel streven naar rechtvaardige wetten: het doel is pas bereikt als er liefde is.

    Er is nog wat. Dat één van de melaatsen geen Jood is maar een Samaritaan, is merkwaardig. Joden hadden slechts misprijzen voor Samaritanen en wilden niet in hun gezelschap gezien worden. Maar melaatse Joden oordeelden daar blijkbaar anders over. Zij hadden geen bezwaar tegen het gezelschap van melaatse Samaritanen. Zij voelden verwantschap met deze eveneens uitgestoten lotgenoten. En nu is het precies een Samaritaanse melaatse — een ,,vreemdeling” zegt Lucas — die op zijn stappen terugkeert om Jezus te bedanken. Dit is beschamend voor de Joden (zie ook de parabel van de Barmhartige Samaritaan)! Door hierop de aandacht te trekken, klaagt Jezus het discriminerend gedrag van de Joden aan.

    Actualisering

    In de geschiedenis van de christelijke caritas heeft de melaatsheid een speciale plaats. Bekend is de ontmoeting van Frans van Assisi met een melaatse, waarbij hij in deze lijdende mens de trekken van Jezus Christus herkent en hem omhelst. Het is zijn bekering! Melaatsen verzorgen getuigde steeds van méér dan gewone christelijke bewogenheid. De hele middeleeuwen door waren het praktisch de religieuzen die zich om de melaatsen bekommerden en kloosters omvormden tot leprozerieën. Ook Damiaan staat nog in die religieuze traditie. Tot in recente tijden zullen het vaak religieuze persoonlijkheden zijn die bekend raken door hun bekommernis voor melaatsen: Albert Schweitzer, Raoul Follereau, Frans Hemerijckx...
    Damiaan heeft de melaatsen niet genezen. Zoals in het evangelie ging het bij hem om méér dan genezen: hij heeft de uitgestotenen van Molokai hun menswaardigheid teruggegeven. Door zijn leven met het hunne te delen, door zelf uitgestotene te worden — ,,wij, melaatsen!” —heeft hij deze verwaarloosde en verbitterde troep mensen kunnen motiveren en hoop geven. Damiaan is doorgestoten tot op de evangelische grondhouding: de medemens nieuwe levenskansen, kortom, nieuw leven geven.

    Met Damiaan begint een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de melaatsenzorg. Bij zijn dood in 1889 ging er een schok door de wereld. Nog hetzelfde jaar werd er een vereniging (*) opgericht die systematisch opzoekwerk begon naar methoden en medicamenten om melaatsen te genezen. Vandaag zijn de organisaties ter bestrijding van lepra het er over eens dat we het einde van deze gesel zien naderen. Het is dus bij wijze van spreken Damiaan die miljoenen melaatseri genezen heeft.

    Door de melaatsen te ,,ontmoeten”, d.w.z. door zelf melaats te worden, is Damiaan als mens en als christen gerijpt. In het missionaire milieu van zijn tijd heerste tussen verschillende christelijke belijdenissen geen verdraagzaamheid. Midden een oceaan van lijden, zag hij de betrekkelijkheid van deze dingen in en kreeg hij een open geest. Zo schrijft hij ondermeer enkele maanden vóór zijn dood aan de anglicaan Clifford: ,,Wij zien mekaar weer in de hemel!” Zijn laatste brieven laten ons zijn steeds groeiende gemoedsrust en sereniteit zien. Lofprijzing, miskenning, het aanschijn van de dood... het kon hem niet langer innerlijk beroeren: ,,lk ben de gelukkigste missionaris ter wereld”. Het lijkt wel één van de zaligsprekingen (!).
    Damiaans ,,ontmoeting” met de melaatsen is bijzonder vruchtbaar geweest. Niet in het minst voor de velen die, tot op vandaag, in deze grote melaatse een bron vinden van inspiratie en van leven!

    Rene Obbels

    Terug naar het begin van de pagina



    Uit de koran: 5. Het Tafel (Al-Maidah)

    Strofe drie bevat waarschijnlijk de laatste woorden van de Koran die werden gereveleerd. Geopenbaard nà de Hidjrah. Dit hoofdstuk heeft 120 strofen.

    110. Wanneer Allah zal zeggen: "O Jezus, zoon van Maria, gedenk Mijn gunst aan u en uw moeder, toen Ik u met de geest van heiligheid versterkte, dat gij als kind en op middelbare leeftijd tot het volk spraakt en toen Ik u het Boek en de wijsheid en de Torah en het Evangelie onderwees en toen gij door Mijn gebod uit klei de vorm van een vogel maakte, dan er in blies en het een vogel werd door Mijn gebod; en toen gij de blinden en de melaatsen door Mijn gebod hebt genezen en de doden opgewekt; en toen Ik de kinderen Israëls er van weerhield, (u te doden), toen gij met duidelijke tekenen tot hen kwaamt en degenen onder hen die verwierpen, zeiden: "Dit is niets, dan klaarblijkelijke tovenarij."

    32. De aanbidding (as-Sadjdah) - http://alkatib.freeyellow.com/koran032.html.
                            
    9. Dan vormde Hij hem en ademde hem van Zijn geest in. En Hij gaf u oren, ogen en hart. Maar gij betoont weinig dankbaarheid.

    Taqwa (Gehoorzaamheid aan Allah) - M. Ali (Moballiegh AAIIU) - In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle. - http://www.faaiin.nl/vasten02.htm.

    Het Goetbah thema van Ied Ul Fitre gaat over Taqwa- gehoorzaamheid aan Allah.

    Op deze dag hebben wij allen met Gods genade en barmhartigheid onze plichten jegens Allah met name het vasten volbracht ,waarvoor wij heel dankbaar moeten Zijn. De dankbaarheid wordt de moslim uitdrukkelijk bevolen door de H.Koran .

    In Soera Al Baqra hoofdstuk 2 staat vermeld: "Als je het vasten voltooid of volbracht hebt, roep Allah's naam hoogverhevend overeenkomstig de Soennat (voorbeeld) van de Heilige Profeet Mohammed (s.a.w.) om op deze wijze aan God dankbaarheid te tonen, hetgeen wij z'n allen zo net hebben verricht n.l. 2 rakaats namaaz.

    Het vasten welke voor de moslims in de H. Koran is voorgeschreven is een van de grondbeginselen of de basis waarop deze goddienst is gebaseerd en het vasten was ook voorgeschreven aan diegenen die voor ons waren. Het nut, de beloning of het voordeel van het vasten wordt in het Arabisch Taqwa (gehoorzaamheid aan Allah) genoemd en staat op meer dan 40 plaatsen in de H.Koran vermeld en moet de mens, door de naleving van de goede daden en de de gevolgen daarvan vroom en heilig worden en deze Taqwa is dan de bron van alle goede eigenschappen.

    In Soera Al Imraan staat het volgende vermeld: "O Moslims let op Uw plicht jegens Allah met alle goede handelingen en toon in de ware zin een moslim te zijn". Dit kan alleen tot ontplooiing komen met het naleven van de regels zoals de Taqwa het voorschrijft. Vasten is een jaarlijkse terugkomende plechtigheid om de mens waker te schudden met de waarschuwing: "O mens wees op je hoede, blijf van alle slechte handelingen af (wat normaal ook niet mag) scherm je tegen de duivelse fluisteringen en van alle andere verleidingen en afleidingen en begeerten welke van kwade aard kunnen zijn."

    Verdergaande in de H.Koran betreffende dit onderwerp wordt er vermeld: "Kom niet aan de eigendommen van de wezen, ontfermt U zich daarover totdat zij meerderjarig geworden zijn; spreek de waarheid, wees eerlijk met het nemen en geven van handelswaar b.v. bij het meten en wegen en spreek niet over datgene waarover gij geen kennis draagt; zeer zeker zullen je ogen, jouw mond, je oren en het hart op de dag des oordeels als getuigen worden gehoord."

    Hoogmoedigheid is afkeurend, de aardse bezittingen zijn van tijdelijke aard. Deze helpen de mens niet in het voortbestaan van de zielerust na dit aardse leven. Verder waarschuwt de H.Koran, dat indien iemand een slecht nieuws ter ore komt , onderzoek het nauwkeurig, dat is het beste middel, voordat men later door onwetendheid spijt van krijgt. Allah heeft in Uw harten het geloof of Iemaan dierbaar gemaakt . Ongeloof, ongehoorzaamheid en handelingen in strijd met goede zeden en orde, die zijn in Allah's ogen afkeurenswaardig.

    Vasten en bidden is inderdaad een factor van bezinning. Vervolgens wordt gezegd: 0 gij die gelooft, laat de ene mens de andere niet bespotten, wie weet dat die waarschijnlijk beter is en spreek geen laster van elkaar en noem elkaar niet met bijnamen en verwijt elkaar ook niet, ook al wordt iemand niet verdacht, want achterdochtigheid is ook zonde.

    En weerhoudt het achten van gunsten, want gij hebt de Islam omhelst, Allah heeft U geleid door middel van de H.Koran als richtsnoer zoals vermeld staat in hoofdstuk Al Bakr: Za likal kietabo la raibevie........., dat U het geloof van vrede heeft aanvaard en dat gij waarachtig zijt.

    Verder wordt ook gezegd: Doodt niemand, geen mens, want Allah heeft de mens heilig verklaard, want Hij zegt het volgende: "Gij moslims zijn het beste volk dat deel uitmaakt van de hele samenleving van het mensdom."

    Dus op deze wijze rust op elke moslim de taak om deze godsdienst die de naam Vrede draagt te bewaren of goed na te leven, te verdedigen en te verspreiden.

    Het vasten komt ieder jaar terug met de boodschap van de H.Koran van leiding en onderscheid. Dit alles onder het motto van Taqwa, vroomheid en dienstbaar aan de Orde van de Schepper en zegt: 0 moslim houdt allen te samen aan Allah's richtlijnen vast en wees niet verdeeld, want verdeeldheid betekent zwakte en verlies ( Wa tesoemo bihab liellah djemieha wa la ferrieko H. Koran).

  • Het antwoord bestaat uit drie zinnen. De eerste twee zinnen beginnen met het ontkennend woord ouk... oude (niet ... noch). De derde zin geeft de verantwoording van de ontkenning en van het positieve antwoord (gar : immers, want). Het antwoord op de vraag lijkt eenvoudig: Het koninkrijk van God is niet hier, niet daar, maar binnenin jullie.

    Terug naar het begin van de pagina


    254. Vraag naar de tijd van het Rijk Gods : Lc 17,20-21 - Lc 17,20-21 -- verwijzingen -

    Lc 17,20 - Lc 17,20 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

    Lc 17,21 - Lc 17,21 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

    De pericope bestaat uit een vraag en een antwoord, die telkens ingeleid worden.
    Zoals het wel vaker gebeurt gaat in Lc 17,20 aan de hoofdzin een deelwoordzin als bijstelling bij het onderwerp vooraf. Het tweede woordje - het Griekse de (echter) - wijst erop dat een nieuwe pericope is ingezet. Het gaat om een vraag van de Farizeeën en een antwoord van Jezus. Het gaat om een vraag aan Jezus. Zo construeert Lucas een passieve bijzin, waardoor Jezus onderwerp blijft van de hele zin.
    Na een vraag komt meestal een antwoord
    . Daarvoor gebruikt Lucas dikwijls een vorm van het werkwoord apokrinomai (antwoorden). Staat eperôtètheis (ondervraagd) aan het begin van de bijzin, zo staat apekrithè (antwoordde hij) staat aan het begin van de hoofdzin. Na eperôtètheis (ondervraagd) staat de bepaling hupo tôn Farisaiôn (door de Farizeeërs) en na apekrithè (antwoordde hij) staat autois (hen) waarmee de Farizeeërs zijn bedoeld. Wanneer een persoon geciteerd wordt in de rechtstreekse rede, wordt dit meestal ingeleid door een vorm van het werkwoord legô (zeggen).
    Het antwoord bestaat uit drie zinnen.
    De eerste twee zinnen beginnen met het ontkennend woord ouk... oude (niet ... noch). Niet via waarneming (ouk ... meta paratèrèseôs). De volgende zin verduidelijkt het: "Men zal niet zeggen: kijk daar of hier". Uiterlijke aanwijzingen worden afgewezen. In het antwoord begint de eerste zin met het ontkennende ouk (niet) gevolgd door het werkwoord (erchetai : komt), de tweede zin eveneens met het ontkennende oude (noch) eveneens gevolgd door het werkwoord (erousin : zullen zij zeggen). Er staat ook tweemaal het woordje idou (zie, kijk); de eerste maal in de tweede zin bij de uiterlijke aanduidingen, de tweede maal in de derde zin bij de verantwoording (gar: want, immers) van het positieve antwoord. De derde zin geeft de verantwoording van de ontkenning en van het positieve antwoord (gar : immers, want). Het woord idou (zie), dat in de derde zin herhaald wordt, duidt juist aan waar het wel en niet te vinden is. Het antwoord op de vraag lijkt eenvoudig: Het koninkrijk van God is niet hier, niet daar, maar binnenin jullie.
    In de vraag van Lc 17,20 komt eerst het vragend woord pote (wanneer), dan volgt het vervoegd werkwoord en dan het onderwerp. Deze woordvolgorde is aangehouden in de eerste zin van het antwoord. In de eindzin komt eerst het onderwerp en op het einde het werkwoord. In Lc 17,20b staat het vraagwoord en het werkwoord bij elkaar. In het eindantwoord is dat ook het geval : de bepaling entos humôn (binnenin jullie) staat bij het werkwoord.
    We hebben de indruk dat op de vraag wanneer het koninkrijk van God komt, geantwoord wordt op de vraag : waar is het koninkrijk van God. Het is niet daar, niet hier, maar binnenin jullie. En toch is het een antwoord op de vraag wanneer. De vraag houdt in alsof het koninkrijk van God nog moet komen. Jezus antwoordt erop dat het koninkrijk van God er reeds is en wel binnenin de mens.

    Lc 17,20 Lc 17,20 Lc 17,20 Lc 17,21      
    Eperôtètheis (ondervraagd) apekrithè antwoordde hij)          
    de (echter)            
    hupo tôn Farisaiôn (door de Farizeeën) autois (aan hen)          
      kai eipen (en hij zei)          
              idou (zie) è (of)     idou (zie) gar (immers)
    pote (wanneer)        hôde (daar)  ekei (daar)  
     erchetai (komt)    ouk erchetai (niet komt)  oude erousin (noch zullen zij zeggen)      
    hè basileia tou theou (het koninkrijk van God)     hè basileia tou theou (het koninkrijk van God)         hè basileia tou theou (het koninkrijk van God) 
         meta patatèrèseôs (via waarneming)        entos humôn (binnenin u)
                estin (is)
     20a + 20b : 5 + 6 woorden; 13 + 13 lettergrepen  
    inleiding vraag : 5 woorden; 13 lettergrepen
    de vraag : 6 woorden, 13 lettergrepen
     20c : 4 woorden; 9 lettergrepen
    inleiding antwoord
     20d : 8 woorden; 20 lettergrepen  21a: 2 woorden; 5 lettergrepen  21b1 : 2 woorden; 4 lettergrepen  2 woorden; 3 lettergrepen 21c : 9 woorden; 17 lettergrepen
    254. Vraag naar de tijd van het Rijk Gods : Lc 17,20-21 - Lc 17,20-21 -  inleiding op vraag, vraag en inleiding op antwoord : 15 woorden; 35 lettergrepen (5 X 7)  het antwoord : 23 woorden; 49 lettergrepen (7 X 7)
          totaal : 38 woorden; 84 lettergrepen (12 X 7 )

    Het werkwoord eperôtaô (vragen) komt vaker voor. In Lc 20,20-26, Lc 20,27-38 en Lc 21,5-7 komt het als inleidingsformule bijna identiek voor. In Lc 20,20-26 zijn de vragenstellers afgevaardigden, in Lc 20,27-38 zijn het Sadduceeërs, in Lc 21,5-7 leerlingen van Jezus. Het gevolg ervan is dat de afgevaardigden zwijgen (Lc 20,26), de Sadduceeën niets meer durven vragen (Lc 20,40) en Jezus een lange rede houdt (Lc 21,8-37).

    Lc 17,20 Lc 21,7 Lc 20, 21  Lc 20,27-28
    Eperôtètheis (ondervraagd) epèrôtèsan (Zij ondervroegen) kai epèrôtèsan (rn zij vroegen) Proselthontes de tines tôn Saddoukaiôn ... epèrôtèsan (Komende echter bij - hem - enige Sadduceeërs, vroegen  
    de (echter) de (echter)    
    hupo tôn Farisaiôn (door de Farizeeën)      
      auton (hem) auton (hem) auton (hem)
      legontes (zeggende) legontes (zeggende) legontes (zeggende)
      didaskale (meester) didaskale (meester) didaskale (meester)
    pote (wanneer) ... pote (wanneer) ...    
     apekrithè autois kai eipen (hij antwoordde hen en zei) ho de eipen (hij echter zei)     
     254. Vraag naar de tijd van het Rijk Gods : Lc 17,20-21 - Lc 17,20-21 -  299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 // Mt 24,1-3 // Lc 21,5-7 - Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -  291. Vraag van de Farizeeën over de belasting aan de keizer : Mc 12,13-17 // Mt 22,15-22 // Lc 20,20-26 - Mc 12,13-17 - Mt 22,15-22 - Lc 20,20-26 -  292. Vraag van de Sadduceeën over de verrijzenis : Mc 12,18-27 // Mt 22,23-33 // Lc 20,27-38 - Mc 12,18-27 - Mt 22,23-33 - Lc 20,27-38 -

    De vraag : "Wanneer komt het koninkrijk van God?" Deze vraag wordt uitvoeriger beantwoord in de eschatologische rede van Mc 13 // Mt 24-25 // Lc 23. We vinden parallellen in Lc 21. In Lc 21,7 luidt de dubbele vraag : 'Wanneer zal dat dan gebeuren en wat is het teken wanneer dat zal gebeuren?' Deze vraag staat aan het begin van de grote eschatologische rede. Het einde van de eschatologische rede in Mc 13,33-37 (dat Lucas weglaat) besluit dat de vragen : "Wanneer is het de gunstige tijd?" en "Wanneer komt de huisheer?" niet beantwoord kunnen worden.

    Lc 17,20b Lc 17,20c Lc 17,21b Mc 13,33 Mc 13,35 Lc 21,7 Lc 21,7
        idou gar (zie immers) Ouk oidate gar (jullie weten immers niet) Ouk oidate gar (jullie weten immers niet)    
                 
                 
    pote (wanneer)     pote (wanneer) pote (wanneer) pote oun (wanneer dan) hotan (wanneer
        hè basileia tou theou (het konijkrijk van God) ho kairos (de gunstige tijd - het moment) ho kurios tès oikias (de heer van het huis) tauta (dat) mellè tauta (dat zou kunnen)
    erchetai (komt) ouk erchetai (komt niet) ... estin (is) estin (is) erchetai (komt) estai zal zijn) ginesthai (gebeuren)
    hè basileia tou theou (het koninkrijk van God) hè basileia tou theou (het koninkrijk van God)          
      meta paratèrèseôs (met waarneming)          
        entos humôn (binnenin jullie)        
    254. Vraag naar de tijd van het Rijk Gods : Lc 17,20-21 - Lc 17,20-21 -      308. Slot van de eschatologische rede (Mc) : Waakzaamheid bij afwezigheid van de Heer : Mc 13,33-37 - Mc 13,33-37 -    299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 // Mt 24,1-3 // Lc 21,5-7 - Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -  

    Dit antwoord verduidelijkt waarom de leerlingen zich niet mogen laten misleiden, andere pseudomessiassen en pseudoprofeten achternalopen. Het koninkrijk van God moet je niet buitenuit zoeken, maar binnen in jezelf.

    Lc 17,20b Lc 17,20c Lc 17,21a Lc 17,21b1 Lc 17,21b2 Lc 17,21c Lc 17,23a Lc 17,23b1 Lc 17,23b2 Mc 13,21a   Lc 21,8 // Mc 13,5
        oude erousin (noch zullen zij zeggen)       kai erousin humin (en zij zullen zeggen aan jullie)     Kai tote ean tis humin eipèi (en wanneer iemand dan aan jullie zou zeggen)   polloi gar eleusontai epi tôi onomoati mou legontes (velen immers zullen in mijn naam komen zeggende)
          idou (zie)   idou (zie)   idou (zie) idou (zie) ide (zie) ide (zie)  
              gar (immers)            
    pote (wanneer)     hôde (daar) è ekei (of hier)     ekei (hier) hôde (daar) hôde ho christos (zie, daarr de messias) ekei (hier) egô eimi (ik ben het)
    erchetai (komt) ouk erchetai (komt niet)                    
    hè basileia tou theou (het koninkrijk van God) hè basileia tou theou (het koninkrijk van God)       hè basileia tou theou (het koninkrijk van God)            
      meta paratèrèseôs (met waarneming)                    
              entos humôn estin (binnenin jullie is)            
    254. Vraag naar de tijd van het Rijk Gods : Lc 17,20-21 - Lc 17,20-21 -           255. Geen voorbarige verwachting van de dagen van de Mensenzoon : Lc 17,22-24 // (Mt 24,26-27) - Lc 17,22-24 -      303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23 // Mt 24,23-25 - Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 -    300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8 // Lc 21,8-11 - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -

    De pericope die voorafgaat (Lc 17,11-19 : de genezing van de tien melaatsen) omsluit het geheel van Lc 9,56-17,19. De doortocht door Samaria loopt stilaan ten einde. We naderen Jeruzalem. Zuiveren mogen deze binnentreden. De Farizeeën die ijveren voor de dienst aan God, stellen zich de vraag of nu het koninkrijk van God zal komen. Sommige van deze ijveraars zijn vervallen in uiterlijkheden. En wellicht stellen zij die op uiterlijkheden gericht zijn de vraag aan Jezus. Het antwoord van Jezus zou de Farizeeën naar het hart moeten gaan, want Jezus wijst erop dat het koninkrijk van God binnenin de mens is.

    Bibliografie

    255. Geen voorbarige verwachting van de dagen van de Mensenzoon : Lc 17,22-24 // (Mt 24,26-27) -- verwijzingen -

    Lc 17,22 - Lc 17,22 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

    Lc 17,23 - Lc 17,23 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

     

    Lc 17,24 - Lc 17,24 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

    Bibliografie

    256. Lijden en verwerping van de Mensenzoon : Lc 17,25 - verwijzingen -

    Lc 17,25 - Lc 17,25 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

    Bibliografie

    257. De dagen van de Mensenzoon komen onverwacht : Lc 17,26-30 // (Mt 24,37-39) - verwijzingen -

    Lc 17,26 - Lc 17,26 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

    Lc 17,27 - Lc 17,27 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

     

    Lc 17,28 - Lc 17,28 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

     

    Lc 17,29 - Lc 17,29 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

    Lc 17,30 - Lc 17,30 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

    Bibliografie

    258. Alles achterlaten op die dag : Lc 17,31-32 // (Mc 13,15-16) // (Mt 24,17-18) - verwijzingen -

    Lc 17,31 - Lc 17,31 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

    Lc 17,32 - Lc 17,32 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

    Bibliografie

    259. Zijn leven verliezen om het te behouden : Lc 17,33 // (Mt 10,39) - verwijzingen -

    Lc 17,33 - Lc 17,33 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

    peripoieomai : eromheen doen, pantseren, inkapselen, betonneren, ommuren,
    Wanneer iemand zijn ziel wil behouden, zal haar verliezen en wie haar zal verliezen, zal haar tot leven wekken. Vrij vertaald. Als je je inkapselt, ben je verloren. Als je je aan het leven overgeeft, bloei je open. In Lc 9,24a zou men kunnen vertalen: Als je je leven wilt beveiligen, ben je verloren. Als je je overgeeft aan het leven, leef je. In Lc 21,12-19 wordt verhaald wat de leerlingen van Jezus te wachten staat. Op het einde ervan staat: geen haar van je hoofd zal verloren gaan. In je standvastigheid verwerf je je zielen. Anders gezegd: blijf onkreukbaar, houd vol en leef.

    Mc 9,35 Mc 10,43 // Mt 20,26 // Lc 22,26 Mc 10,44 //  Mc 8,34  Mc 8,35a = Lc 9,24a Mc 8,35b  Lc 21,18 Lc 21,19      
    ei (indien) all' (maar) kai (en) ei (indien)     kai thrix ek tès kefalès humôn (en geen haar van je hoofd) en tèi hupomonèi huôn (in je volharding)      
    tis (iemand) hos an (wie) hos an (wie) tis (iemand) hos gar ean (want indien iemand)   hos d'an (wie echter)          
    thelei (wil) thelèi (zou willen) theliji (zou willen) thelei (wil)  thelèi (zou willen) apolesèi (zou verliezen)          
    prôtos (eerste) megas (groot) en humin (onder jullie)  opisô mou (na mij) tèn psuchèn autou (zijn ziel) sôsai (redden) tèn psuchèn autou (zijn ziel)           
    einai (zijn), genesthai (worden) einai (zijn) elthein (gaan)    heneken emou (omwille van mij)            
      en humin (onder jullie) prootos (eerste)                
    estai (hij zal zijn) estai (hij zal zijn) estai (hij zal zijn)  aparnijsasthoo heauton ... (dat hij zichzelf verloochene...) apolesei (zal verliezen) (Lc = houtos : die) sôsei autèn (zal het vinden)  ou mè apolètai (moge verloren gaan) ktèsesthe (zal je bezitten)      
    pantôn ( van allen)       autèn (haar)      tas psuchas humôn (jullie levens)      
    eschatos (de laatste)                    
    kzi (en)                    
    pantôn (van allen)  humoon (van jullie)  pantoon (van allen)                
    diakonos (dienaar)  diakonos (dienaar)

     doulos (slaaf)

                   
     173. De grootste in het Rijk Gods : Mc 9,33-37 // Mt 18,1-5 // Lc 9,46-48 - Mc 9,33-37 - Mt 18,1-5 - Lc 9,46-48 -
     275. Heersen is dienen (Mc 10,41-45 // Mt 20,24-28 // (Lc 22,24-27)   275. Heersen is dienen (Mc 10,41-45 // Mt 20,24-28 // (Lc 22,24-27)  165. Zijn kruis opnemen. Zijn leven verliezen om het te winnen : Mc 8,34-35 // Mt 16,24-25 // Lc 9,23-24
     165. Zijn kruis opnemen. Zijn leven verliezen om het te winnen : Mc 8,34-35 // Mt 16,24-25 // Lc 9,23-24
     165. Zijn kruis opnemen. Zijn leven verliezen om het te winnen : Mc 8,34-35 // Mt 16,24-25 // Lc 9,23-24
             


    Bibliografie

    260. Dagen van oordeel en scheiding : Lc 17,34-35 (36) // (Mt 24,40-41) - verwijzingen -

    Lc 17,34 - Lc 17,34 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

    Lc 17,35 - Lc 17,35 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

    Lc 17,36 - Lc 17,36 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
                   

    Bibliografie

    261. Waar de gieren zich verzamelen : Lc 17,37 // (Mt 24,28) - verwijzingen -

    Lc 17,37 - Lc 17,37 -
    Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling