LUCASEVANGELIE , DRIEËNTWINTIGSTE HOOFDSTUK , LC 23 -- bijbeloverzicht -- Lc (Lucas) -- Lc 23 -- bijbelverwijzingen -- Lc 23,1 - Lc 23,2-5 - Lc 23,6-12 - Lc 23, (17) 18-23 - Lc 23,24-25 - Lc 23,26-32 - Lc 23,33-34 - Lc 23,35-43 - Lc 23,44-48 - Lc 23,49 - Lc 23,50-56a -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

Overzicht van het Lucasevangelie :  Lc 1 , Lc 2 , Lc 3 , Lc 4 , Lc 5 , Lc 6 , Lc 7 , Lc 8 , Lc 9 , Lc 10 , Lc 11 , Lc 12 , Lc 13 , Lc 14 , Lc 15 , Lc 16 , Lc 17 , Lc 18 , Lc 19 , Lc 20 , Lc 21 , Lc 22 , Lc 23 , Lc 24 ,
Tekstuitleg per perikope - Lc 23,1 - Lc 23,2-5 - Lc 23,6-12 - Lc 23, (17) 18-23 - Lc 23,24-25 - Lc 23,26-32 - Lc 23,33-34 - Lc 23,35-43 - Lc 23,44-48 - Lc 23,49 - Lc 23,50-56a -
Tekstuitleg vers per vers : - Lc 23,1 - Lc 23,2 - Lc 23,3 - Lc 23,4 - Lc 23,5 - Lc 23,6 - Lc 23,7 - Lc 23,8 - Lc 23,9 - Lc 23,10 - Lc 23,11 - Lc 23,12 - Lc 23,13 - Lc 23,14 - Lc 23,15 - Lc 23,16 - Lc 23,17 - Lc 23,18 - Lc 23,19 - Lc 23,20 - Lc 23,21 - Lc 23,22 - Lc 23,23 - Lc 23,24 - Lc 23,25 - Lc 23,26 - Lc 23,27 - Lc 23,28 - Lc 23,29 - Lc 23,30 - Lc 23,31 - Lc 23,32 - Lc 23,33 - Lc 23,34 - Lc 23,35 - Lc 23,36 - Lc 23,37 - Lc 23,38 - Lc 23,39 - Lc 23,40 - Lc 23,41 - Lc 23,42 - Lc 23,43 - Lc 23,44 - Lc 23,45 - Lc 23,46 - Lc 23,47 - Lc 23,48 - Lc 23,49 - Lc 23,50 - Lc 23,51 - Lc 23,52 - Lc 23,53 - Lc 23,54 - Lc 23,55 - Lc 23,56 -


Religie.opzijnbest.nl

ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenaam : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.bijbelleerhuis.be (zie bijbel) . Weblog : BIJBELLEERHUIS
Nieuwe website : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , racisme , samenleving , sikhisme , NIEUWE RUBRIEK : SPIRITUALITEIT , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen ,
- Eigen-zinnige beschouwingen - Het kleine of grote ongenoegen -

Woordenschat
- agathos (goed) , zie Lc 23,50 .
- agô (leiden) , zie Lc 23,1 .
- cheir (hand) , zie Lc 23,46 .
- ekmuktèzô (uitlachen) , zie Lc 23,35 .
- ekpneô (uitademen, sterven) , zie Lc 23,46 .
- huparchô (zijn) , zie Lc 23,50 .
- onoma (naam) , zie Lc 23,50 .
Bibliografie :
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht bijbelboeken : OT : Gn (Genesis ) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) -   Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)  

In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het drieëntwintigste hoofdstuk van het Lucasevangelie :
336. Naar Pilatus : Mc 15,1 - Mt 27,1-2 - Lc 22,66-71 - Lc 23,1 -
338. Jezus vóór Pilatus : Mc 15,2-5 - Mt 27,11-14 - Lc 23,2-5 -
339. Jezus vóór Herodes : Lc 23,6-12
340. Pilatus verklaart Jezus onschuldig : Lc 23,13-16
341. Jezus of Barabbas : Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 -
342. Jezus ter dood veroordeeld : Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 -
344. Naar Golgota : Mc 15,21 - Mt 27,32 - Lc 23,26-32
345. Kruisiging : Mc 15,22-26 - Mt 27,33-37 - Lc 23,33-34 -
346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43
347. Kruisdood van Jezus : Mc 15,33-39 - Mt 27,45-54 - Lc 23,44-48 -
348 Vrouwen als getuigen van Jezus'dood : Mc 15,40-41 - Mt 27,55-56 - Lc 23,49 -
349. Begrafenis van Jezus : Mc 15,42-47 - Mt 27,57-61 - Lc 23,50-56a

336. Naar Pilatus : Lc 22,66-71; Lc 23,1 -- bijbeloverzicht -- Lc (Lucas) -- Lc 23 -- bijbelverwijzingen -- Mc 15,1 - Mt 27,1-2 - Lc 22,66-71 - Lc 23,1 -

Lc 23,1 - Lc 23,1 : 336. Naar Pilatus -- bijbeloverzicht -- Lc (Lucas) -- Lc 23 -- bijbelverwijzingen -- Mc 15,1 - Mt 27,1-2 - Lc 22,66-71 - Lc 23,1 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:1 kai anastan apan to plèthos autôn ègagon auton epi ton pilaton  1 et surgens omnis multitudo eorum duxerunt illum ad Pilatum  En hun hele groep stond op (en) ze leidden hem naar Pilatus.     [1] Het hele gezelschap stond op, en men leidde Hem voor aan Pilatus*.   [1] Ze stonden allen op en leidden hem voor aan Pilatus.  1 ¶ Dan staan ze op, heel hun menigte, en leiden hem naar Pilatus.   

Tekstuitleg van Lc 23,1

7. ègagon (zij leidden) . Actief aorist derde persoon meervoud . In negenendertig verzen in de bijbel . In zesentwintig verzen in het O.T. . In dertien verzen in het N.T. : (1) Mt 21,7 . (2) Lc 4,29 . (3) Lc 4,40 . (4) Lc 19,35 . (5) Lc 22,54 ... eis tèn oikian tou archiereôs = naar het huis van de hogepriester . (6) Lc 23,1 : ègagon auton epi ton Pilaton = zij leidden hem tot bij Pilatus . (7) Joh 18,13 : ègagon pros Annan = zij leidden (hem) naar Annas . In zes verzen in Hnd : (1) Hnd 6,12 : kai ègagon eis to sunedrion = en zij leidden (hem) naar het sanhedrin . (2) Hnd 17,15 . (3) Hnd 17,19 . (4) Hnd 18,12 : kai ègagon auton epi to bèma = en zij leidden hem tot de rechterstoel . . (5) Hnd 20,12 . (6) Hnd 23,31 . Vaak in de betekenis van : iemand voor het gerecht brengen , voorleiden .
- agô (leiden) . Verwijzing : agô (leiden) , zie Lc 23,1 .
--- ègen autous (hij leidde hen) . Slechts in Hnd 5,26 .
- anèchtè (hij werd omhooggevoerd) . In twee verzen in de bijbel . Slechts in het N.T. : (1) Mt 4,1 . (2) Hnd 18,21 .
--- agagontes (geleid) . Participium aorist nominatief mannelijk meervoud . In één vers in de bijbel : Hnd 5,27
--- apègagon (zij leidden weg) . In twaalf verzen in de bijbel . In vijf verzen in het O.T. . In zeven verzen in het N.T. : (1) Mt 26,57 . (2) Mt 27,2 . (3) Mt 27,31 . (4) Mc 14,53 . (5) Mc 15,16 . (6) Lc 22,66 . (7) Lc 23,26 .

Mt 26,57 Mc 14,53 Lc 22,54 Lc 22,66
Hoi de kratèsantes (Zij echter overmeesterd) Kai (en) Sullabontes de (Meegenomen echter)  
ton Ièsoun (Jezus)   auton (hem)  
apègagon (leidden zij weg) apègagon (leidden zij weg) ègagon (leidden zij) ) kai eisègagaon (en leidden binnen) apègagon (zij leidden weg)
  ton Ièsoun (Jezus)   auton (hem) 
      eis to sunedrion autôn (naar hun sanhedrin) .  

Via T.V. zijn vele beelden in ons geheugen gebrand van onschuldige mensen die midden in de nacht van hun bed gelicht worden , opgepakt , afgevoerd of weggeleid worden .

338. Jezus vóór Pilatus : Lc 23,2-5 - verwijzingen - Mc 15,2-5 - Mt 27,11-14 - Lc 23,2-5 -- Lc 23,2 - Lc 23,3 - Lc 23,4 - Lc 23,5 -

Lc 23,2 - Lc 23,2 : 338. Jezus vóór Pilatus - verwijzingen - Mc 15,2-5 - Mt 27,11-14 - Lc 23,2-5 -- Lc 23,2 - Lc 23,3 - Lc 23,4 - Lc 23,5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:2 èrxanto de katègorein autou legontes touton euramen diastrefonta to ethnos èmôn kai kôluonta forous kaisari didonai kai legonta eauton christon basilea einai   2 coeperunt autem accusare illum dicentes hunc invenimus subvertentem gentem nostram et prohibentem tributa dari Caesari et dicentem se Christum regem esse  Ze begonnen hem nu aan te klagen, zeggend: “We hebben bevonden dat deze ons volk misleidt en verhindert belastingen aan de keizer te geven, en van zichzelf zegt Christus, koning te zijn”.    [2] Daar brachten zij hun beschuldiging tegen Hem in: ‘Wij hebben vastgesteld dat deze man ons volk opruit; Hij zegt dat ze geen belasting moeten betalen aan de keizer, en Hij geeft zichzelf uit voor de Messias, de koning.’ 
[2] Daar brachten ze de volgende beschuldigingen tegen hem in: ‘We hebben vastgesteld dat deze man ons volk van het rechte pad afbrengt en de mensen ervan weerhoudt belastingen aan de keizer te betalen en dat hij van zichzelf zegt de messiaanse koning te zijn.’ 
2 Ze beginnen hem te beschuldigen door te zeggen: deze man hebben we aangetroffen als iemand die ons volk afvallig maakt en wil verhinderen dat men de keizer belastingen betaalt en van zichzelf zegt een gezalfde, een koning te zijn!   

Lc 23,3 - Lc 23,3 : 338. Jezus vóór Pilatus - verwijzingen - Mc 15,2-5 - Mt 27,11-14 - Lc 23,2-5 -- Lc 23,2 - Lc 23,3 - Lc 23,4 - Lc 23,5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:3 o de pilatos èrôtèsen auton legôn su ei o basileus tôn ioudaiôn o de apokritheis autô efè su legeis   3 Pilatus autem interrogavit eum dicens tu es rex Iudaeorum at ille respondens ait tu dicis  Pilatus nu vroeg hem, zeggend: “Bent u de koning van de Joden?” Hij nu antwoordde hem (en) verklaarde: “U zegt het”.    [3] Pilatus vroeg hem: ‘Bent u de koning van de Joden?’ Hij antwoordde hem: ‘U zegt het zelf.’  [3] Pilatus vroeg hem: ‘Bent u de koning van de Joden?’ Jezus antwoordde: ‘U zegt het.’  3 Maar Pilatus vraagt hem en zegt: ú bent de koning van de Judeeërs? Maar als antwoord aan hem brengt hij uit: dat zegt ú!   

Lc 23,4 - Lc 23,4 : 338. Jezus vóór Pilatus - verwijzingen - Mc 15,2-5 - Mt 27,11-14 - Lc 23,2-5 -- Lc 23,2 - Lc 23,3 - Lc 23,4 - Lc 23,5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:4 o de pilatos eipen pros tous archiereis kai tous ochlous ouden euriskô aition en tô anthrôpô toutô  4 ait autem Pilatus ad principes sacerdotum et turbas nihil invenio causae in hoc homine  4 Pilatus nu zei tegen de hogepriesters en de volksmenigten: “Ik vind niets schuldigs in die mens”.     [4] Pilatus zei tegen de hogepriesters en de volksmenigte: ‘Ik vind niets waaraan deze man schuldig is.’  [4] Daarop zei Pilatus tegen de hogepriesters en de samengeschoolde menigte: ‘Ik vind niets waaraan deze man schuldig is.’  4 Pilatus zegt tot de overpriesters en de scharen: ik vind geen enkele schuld in deze mens!    

Lc 23,5 - Lc 23,5 : 338. Jezus vóór Pilatus - verwijzingen - Mc 15,2-5 - Mt 27,11-14 - Lc 23,2-5 -- Lc 23,2 - Lc 23,3 - Lc 23,4 - Lc 23,5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:5 oi de epischuon legontes oti anaseiei ton laon didaskôn kath olès tès ioudaias kai arxamenos apo tès galilaias eôs ôde 5 at illi invalescebant dicentes commovet populum docens per universam Iudaeam et incipiens a Galilaea usque huc  Zij echter drongen aan, zeggeçid: “Hij ruit het volk op, al lerend door heel Judea heen, en beginnend van Galilea tot hier toe”.     [5] Zij hielden echter vol: ‘Hij maakt met zijn leer in heel het Joodse land het volk oproerig, eerst in Galilea, en nu hier ook al.’  [5] Maar ze bleven hardnekkig beweren: ‘In heel Judea ruit hij met zijn onderricht het volk op, van Galilea tot hier!’  5 Maar zij hebben met nog meer klem gezegd: hij ruit de gemeente op met zijn onderricht over heel Judea,– in Galilea begonnen en nu tot hier gekomen!   

339. Jezus vóór Herodes : Lc 23,6-12 - Lc 23,6-12 -- verwijzingen -- Lc 23,6 - Lc 23,7 - Lc 23,8 - Lc 23,9 - Lc 23,10 - Lc 23,11 - Lc 23,12 -

Lc 23,6 - Lc 23,6 : 339. Jezus vóór Herodes : Lc 23,6-12 -- verwijzingen -- Lc 23,6 - Lc 23,7 - Lc 23,8 - Lc 23,9 - Lc 23,10 - Lc 23,11 - Lc 23,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:6 pilatos de akousas epèrôtèsen ei | [o] | o | anthrôpos galilaios estin   6 Pilatus autem audiens Galilaeam interrogavit si homo Galilaeus esset       [6] Toen Pilatus dat hoorde, vroeg hij of de man een Galileeër was;  [6] Toen Pilatus dit hoorde, vroeg hij aan Jezus of hij uit Galilea kwam,  6 Pilatus hoort dat en vraagt of de man een Galileeër is,   

Lc 23,7 - Lc 23,7 : 339. Jezus vóór Herodes : Lc 23,6-12 -- verwijzingen -- Lc 23,6 - Lc 23,7 - Lc 23,8 - Lc 23,9 - Lc 23,10 - Lc 23,11 - Lc 23,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:7 kai epignous oti ek tès exousias èrôdou estin anepempsen auton pros èrôdèn onta kai auton en ierosolumois en tautais tais èmerais   7 et ut cognovit quod de Herodis potestate esset remisit eum ad Herodem qui et ipse Hierosolymis erat illis diebus      [7] en toen hij begreep dat Hij onder Herodes* ressorteerde, stuurde hij Hem door naar Herodes, die op dat moment eveneens in Jeruzalem verbleef.  [7] en toen hij besefte dat hij onder Herodes’ gezag viel, stuurde hij hem naar Herodes, die op dat moment in Jeruzalem verbleef. 7 en als hij verneemt dat hij uit het machtsgebied van Herodes is stuurt hij hem naar Herodes, omdat ook die in Jeruzalem is in die dagen.   

Lc 23,8 - Lc 23,8 : 339. Jezus vóór Herodes : Lc 23,6-12 -- verwijzingen -- Lc 23,6 - Lc 23,7 - Lc 23,8 - Lc 23,9 - Lc 23,10 - Lc 23,11 - Lc 23,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:8 o de èrôdès idôn ton ièsoun echarè lian èn gar ex ikanôn chronôn thelôn idein auton dia to akouein peri autou kai èlpizen ti sèmeion idein up autou ginomenon   8 Herodes autem viso Iesu gavisus est valde erat enim cupiens ex multo tempore videre eum eo quod audiret multa de illo et sperabat signum aliquod videre ab eo fieri      [8] Herodes was erg blij dat hij Jezus te zien kreeg, want hij had Hem allang willen ontmoeten, na wat hij over Hem gehoord had. Hij hoopte Hem een wonder te zien doen. 
[8] Herodes was bijzonder blij toen hij Jezus zag, want hij wilde hem al heel lang ontmoeten omdat hij veel over hem gehoord had. Bovendien hoopte hij hem een wonder te zien doen 
8 Als Herodes Jezus ziet is hij zeer verheugd,– want hij wilde hem al geruime tijd eens zien door wat hij over hem hoorde, en hij hoopte een of ander teken door hem te zien geschieden.   

Lc 23,9 - Lc 23,9 : 339. Jezus vóór Herodes : Lc 23,6-12 -- verwijzingen -- Lc 23,6 - Lc 23,7 - Lc 23,8 - Lc 23,9 - Lc 23,10 - Lc 23,11 - Lc 23,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:9 epèrôta de auton en logois ikanois autos de ouden apekrinato autô   9 interrogabat autem illum multis sermonibus at ipse nihil illi respondebat       [9] Hij ondervroeg Hem uitvoerig, maar Jezus gaf Hem nergens antwoord op.  [9] Hij ondervroeg hem uitvoerig, maar Jezus antwoordde hem niet één keer.   9 Hij ondervraagt hem met een stroom van woorden, maar hij antwoordt hem níets.   

Lc 23,10 - Lc 23,10 : 339. Jezus vóór Herodes : Lc 23,6-12 -- verwijzingen -- Lc 23,6 - Lc 23,7 - Lc 23,8 - Lc 23,9 - Lc 23,10 - Lc 23,11 - Lc 23,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:10 eistèkeisan de oi archiereis kai oi grammateis eutonôs katègorountes autou   10 stabant etiam principes sacerdotum et scribae constanter accusantes eum       [10] De hogepriesters en de schriftgeleerden stonden Hem heftig te beschuldigen.  [10] De hogepriesters en de schriftgeleerden die erbij stonden, brachten zware beschuldigingen tegen hem in.  10 Maar de overpriesters en de schriftgeleerden hebben hem heftig staan beschuldigen.   

Lc 23,11 - Lc 23,11 : 339. Jezus vóór Herodes : Lc 23,6-12 -- verwijzingen -- Lc 23,6 - Lc 23,7 - Lc 23,8 - Lc 23,9 - Lc 23,10 - Lc 23,11 - Lc 23,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:11 exouthenèsas de auton | | [kai*] | o èrôdès sun tois strateumasin autou kai empaixas peribalôn esthèta lampran anepempsen auton tô pilatô  11 sprevit autem illum Herodes cum exercitu suo et inlusit indutum veste alba et remisit ad Pilatum      [11] Ook Herodes en zijn manschappen beledigden Hem en maakten Hem belachelijk door Hem een pronkgewaad aan te doen. Daarna stuurde hij Hem terug naar Pilatus. [11] Hierop begonnen Herodes en zijn soldaten Jezus te honen, en ze dreven de spot met hem door hem een pronkgewaad om te hangen. Zo stuurde hij hem terug naar Pilatus.  11 Herodes vernedert hem, samen met zijn soldaten, en bespot hem, gooit hem schitterende kleding om en stuurt hem zo terug naar Pilatus.   

Lc 23,12 - Lc 23,12 : 339. Jezus vóór Herodes : Lc 23,6-12 -- verwijzingen -- Lc 23,6 - Lc 23,7 - Lc 23,8 - Lc 23,9 - Lc 23,10 - Lc 23,11 - Lc 23,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:12 egenonto de filoi ho te Hèrôdès kai ho pilatos en autè tè hèmera met allèlôn proupèrchon gar en echthra ontes pros autous  12 et facti sunt amici Herodes et Pilatus in ipsa die nam antea inimici erant ad invicem      [12] Herodes en Pilatus werden op die dag vrienden van elkaar; tevoren waren ze namelijk vijanden.  [12] Op die dag werden Herodes en Pilatus vrienden, terwijl ze altijd elkaars vijanden waren geweest.  12 Op die dag worden ze vrienden met elkaar, Herodes en Pilatus; daarvoor immers stonden ze vijandig tegenover elkaar.   

340. Pilatus verklaart Jezus onschuldig : Lc 23,13-16 - Lc 23,13-16 -- verwijzingen -- Lc 23,13 - Lc 23,14 - Lc 23,15 - Lc 23,16 -

Lc 23,13 - Lc 23,13 : 340. Pilatus verklaart Jezus onschuldig - Lc 23,13-16 -- verwijzingen -- Lc 23,13 - Lc 23,14 - Lc 23,15 - Lc 23,16 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:13 pilatos de sugkalesamenos tous archiereis kai tous archontas kai ton laon  13 Pilatus autem convocatis principibus sacerdotum et magistratibus et plebe      13] Daarop riep Pilatus de hogepriesters, de leiders en het volk bij elkaar  [13] Pilatus riep de hogepriesters en de leiders en het volk bij zich   13 ¶ Pilatus roept de overpriesters, de oversten en de gemeenschap bijeen   

Lc 23,14 - Lc 23,14 : 340. Pilatus verklaart Jezus onschuldig - Lc 23,13-16 -- verwijzingen -- Lc 23,13 - Lc 23,14 - Lc 23,15 - Lc 23,16 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:14 eipen pros autous prosènegkate moi ton anthrôpon touton ôs apostrefonta ton laon kai idou egô enôpion umôn anakrinas outhen euron en tô anthrôpô toutô aition ôn katègoreite kat autou  14 dixit ad illos obtulistis mihi hunc hominem quasi avertentem populum et ecce ego coram vobis interrogans nullam causam inveni in homine isto ex his in quibus eum accusatis      [14] en zei tegen hen: ‘U hebt deze man bij mij gebracht omdat Hij het volk zou ophitsen. Wel, ik heb de man verhoord in uw bijzijn, en voor uw beschuldigingen tegen Hem heb ik geen enkele grond gevonden;  [14] en zei tegen hen: ‘U hebt die man voor mij gebracht als iemand die het volk van het rechte pad afbrengt, maar u weet dat ik hem, toen ik hem in uw bijzijn verhoorde, aan geen van de zaken waarvan u hem beticht schuldig heb bevonden.  14 en zegt tot hen: u hebt deze mens vóór mij gebracht als iemand die uw gemeente afvallig maakt, en zie, ik heb hem in uw bijzijn verhoord en geen enkele schuld in deze mens gevonden aan alles waarvan u hem beschuldigt;    

Lc 23,15 - Lc 23,15 : 340. Pilatus verklaart Jezus onschuldig - Lc 23,13-16 -- verwijzingen -- Lc 23,13 - Lc 23,14 - Lc 23,15 - Lc 23,16 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:15 all oude èrôdès anepempsen gar auton pros èmas kai idou ouden axion thanatou estin pepragmenon autô 15 sed neque Herodes nam remisi vos ad illum et ecce nihil dignum morte actum est ei       [15] en Herodes evenmin, want hij heeft Hem naar ons teruggestuurd. Kortom, Hij heeft niets gedaan waarop de doodstraf staat.   [15] En Herodes evenmin, hij heeft hem immers naar ons teruggestuurd; hij heeft niets gedaan waarop de doodstraf staat.  15 en Herodes óók niet, want die heeft hem naar ons teruggestuurd,– zie, niets wat de dood verdient is door hem bedreven!–   

Lc 23,16 - Lc 23,16 : 340. Pilatus verklaart Jezus onschuldig - Lc 23,13-16 -- verwijzingen -- Lc 23,13 - Lc 23,14 - Lc 23,15 - Lc 23,16 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:16 paideusas oun auton apolusô   16 emendatum ergo illum dimittam      [16] Ik zal Hem daarom laten geselen en dan vrijlaten.’  [16] Dus zal ik hem vrijlaten, nadat ik hem heb laten geselen.’  16 dus kastijd ik hem en laat hem los!    

341. Jezus of Barabbas : Lc 23, (17) 18-23 -- verwijzingen - Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 -- Lc 23,17 - Lc 23,18 - Lc 23,19 - Lc 23,20 - Lc 23,21 - Lc 23,22 - Lc 23,23 -

Lc 23,17 - Lc 23,17 : 341. Jezus of Barabbas - verwijzingen - Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 -- Lc 23,17 - Lc 23,18 - Lc 23,19 - Lc 23,20 - Lc 23,21 - Lc 23,22 - Lc 23,23 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:17   17 necesse autem habebat dimittere eis per diem festum unum       17 Hij had de verplichting op elk feest er één aan hen los te laten.   

Lc 23,18 - Lc 23,18 : 341. Jezus of Barabbas - verwijzingen - Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 -- Lc 23,17 - Lc 23,18 - Lc 23,19 - Lc 23,20 - Lc 23,21 - Lc 23,22 - Lc 23,23 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:18 anekragon de pamplèthei legontes aire touton apoluson de èmin ton barabban  18 exclamavit autem simul universa turba dicens tolle hunc et dimitte nobis Barabban      [18] Maar ze schreeuwden in koor: ‘Weg met Hem, laat Barabbas vrij.’  [18] Maar ze begonnen met zijn allen luidkeels te schreeuwen: ‘Weg met hem! Laat Barabbas vrij!’  18 Maar zij schreeuwen het uit met man en macht en zeggen: hang hém op en laat Barabbas voor ons los!   

Lc 23,19 - Lc 23,19 : 341. Jezus of Barabbas - verwijzingen - Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 -- Lc 23,17 - Lc 23,18 - Lc 23,19 - Lc 23,20 - Lc 23,21 - Lc 23,22 - Lc 23,23 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:19 ostis èn dia stasin tina genomenèn en tè polei kai fonon blètheis en tè fulakè  19 qui erat propter seditionem quandam factam in civitate et homicidium missus in carcerem       [19] Die was in de gevangenis gezet wegens een oproer in de stad en wegens doodslag.  [19] Deze laatste was gevangengezet wegens een oproer dat in de stad had plaatsgevonden en wegens moord.   19 Die was wegens een opstand die in de stad was uitgebroken en een moord in de gevangenis gegooid.   

Lc 23,20 - Lc 23,20 : 341. Jezus of Barabbas - verwijzingen - Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 -- Lc 23,17 - Lc 23,18 - Lc 23,19 - Lc 23,20 - Lc 23,21 - Lc 23,22 - Lc 23,23 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:20 palin de o pilatos prosefônèsen autois thelôn apolusai ton ièsoun   20 iterum autem Pilatus locutus est ad illos volens dimittere Iesum      [20] Maar omdat Pilatus Jezus wilde vrijlaten, sprak hij hen opnieuw toe.   [20] Pilatus praatte opnieuw op hen in omdat hij Jezus wilde vrijlaten.  20 Maar nog eens verhief Pilatus tegenover hen zijn stem dat hij Jezus wilde loslaten.   

Lc 23,21 - Lc 23,21 : 341. Jezus of Barabbas - verwijzingen - Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 -- Lc 23,17 - Lc 23,18 - Lc 23,19 - Lc 23,20 - Lc 23,21 - Lc 23,22 - Lc 23,23 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:21 oi de epefônoun legontes staurou staurou auton  21 at illi succlamabant dicentes crucifige crucifige illum      [21] Maar zij schreeuwden ertegenin: ‘Aan het kruis met Hem, aan het kruis!’  [21] Maar ze schreeuwden het uit: ‘Kruisig hem, kruisig hem!’  21 Maar zij overstemden hem en zeiden: kruisig, kruisig hem!   

Lc 23,22 - Lc 23,22 : 341. Jezus of Barabbas - verwijzingen - Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 -- Lc 23,17 - Lc 23,18 - Lc 23,19 - Lc 23,20 - Lc 23,21 - Lc 23,22 - Lc 23,23 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:22 o de triton eipen pros autous ti gar kakon epoièsen outos ouden aition thanatou euron en autô paideusas oun auton apolusô  22 ille autem tertio dixit ad illos quid enim mali fecit iste nullam causam mortis invenio in eo corripiam ergo illum et dimittam      [22] Voor de derde keer zei hij tegen hen: ‘Wat heeft deze man dan voor kwaad gedaan? Ik heb niets kunnen vinden waarop de doodstraf staat; ik zal Hem dus na geseling vrijlaten.’   [22] Voor de derde maal zei hij tegen hen: ‘Wat voor kwaad heeft die man dan gedaan? Ik heb niets gevonden waarvoor hij de doodstraf verdient. Dus zal ik hem vrijlaten, nadat ik hem heb laten geselen.’  22 Hij zegt de derde keer tot hen: wat voor kwaad heeft deze man toch gedaan?– geen enkele schuld waar de dood op staat vind ik in hem; dus kastijd ik hem en laat hem los!   

Lc 23,23 - Lc 23,23 : 341. Jezus of Barabbas - verwijzingen - Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23 -- Lc 23,17 - Lc 23,18 - Lc 23,19 - Lc 23,20 - Lc 23,21 - Lc 23,22 - Lc 23,23 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:23 oi de epekeinto fônais megalais aitoumenoi auton staurôthènai kai katischuon ai fônai autôn  23 at illi instabant vocibus magnis postulantes ut crucifigeretur et invalescebant voces eorum      [23] Maar luidkeels schreeuwend bleven zij eisen dat Hij gekruisigd zou worden. Hun geschreeuw gaf de doorslag.  [23] Maar ze bleven luidkeels eisen dat hij gekruisigd zou worden, en met hun geschreeuw wonnen ze het pleit:   23 Maar zij bleven met grote stem eisen dat hij gekruisigd zou worden, en hun stemmen gaven de doorslag.   

342. Jezus ter dood veroordeeld : Lc 23,24-25 -- verwijzingen -- Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 -- Lc 23,24 - Lc 23,25 -

Lc 23,24 - Lc 23,24 : 342. Jezus ter dood veroordeeld - verwijzingen -- Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 -- Lc 23,24 - Lc 23,25 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:24 kai pilatos epekrinen genesthai to aitèma autôn  24 et Pilatus adiudicavit fieri petitionem eorum      [24] Pilatus besloot hun eis in te willigen.   [24] Pilatus besloot hun eis in te willigen.  24 Pilatus besliste dat zou geschieden wat zij eisten.   

Lc 23,25 - Lc 23,25 : 342. Jezus ter dood veroordeeld - verwijzingen -- Mc 15,15 - Mt 27,24-26 - Lc 23,24-25 -- Lc 23,24 - Lc 23,25 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:25 apelusen de ton dia stasin kai fonon beblèmenon eis fulakèn on ètounto ton de ièsoun paredôken tô thelèmati autôn 25 dimisit autem illis eum qui propter homicidium et seditionem missus fuerat in carcerem quem petebant Iesum vero tradidit voluntati eorum      [[25] De man die wegens oproer en doodslag in de gevangenis was gezet, om wie ze hadden gevraagd, liet hij vrij en Jezus leverde hij over aan hun willekeur.  [25] Hij liet de man gaan die wegens oproer en moord gevangen was gezet en om wiens vrijlating ze hadden gevraagd, en leverde Jezus uit aan hun willekeur  25 Hij laat los degene die wegens opstand en moord in de gevangenis was geworpen, die zij opeisten, en Jezus geeft hij over aan hun wil.    

344. Naar Golgota : Lc 23,26-32 - Mc 15,21 - Mt 27,32 - Lc 23,26-32 -- verwijzingen -- Lc 23,26 - Lc 23,27 - Lc 23,28 - Lc 23,29 - Lc 23,30 - Lc 23,31 - Lc 23,32

Lc 23,26 - Lc 23,26 : 344. Naar Golgota : Mc 15,21 - Mt 27,32 - Lc 23,26-32 -- verwijzingen -- Lc 23,26 - Lc 23,27 - Lc 23,28 - Lc 23,29 - Lc 23,30 - Lc 23,31 - Lc 23,32
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:26 kai ôs apègagon auton epilabomenoi simôna tina kurènaion erchomenon ap agrou epethèkan autô ton stauron ferein opisthen tou ièsou  26 et cum ducerent eum adprehenderunt Simonem quendam Cyrenensem venientem de villa et inposuerunt illi crucem portare post Iesum      [26] Toen ze Hem wegvoerden hielden ze een zekere Simon uit Cyrene* aan, die van zijn akker kwam; hem lieten ze het kruis achter Jezus aan dragen.  [26] Toen Jezus werd weggeleid, hielden de soldaten een zekere Simon van Cyrene aan, die net de stad binnenkwam. Ze legden het kruis op zijn rug en lieten het hem achter Jezus aan dragen.  26 ¶ Als ze hem wegvoeren grijpen ze een zekere Simon van Cyrene die van het veld komt en leggen hem het kruis op om dat achter Jezus aan te dragen.   

Lc 23,27 - Lc 23,27 : 344. Naar Golgota : Mc 15,21 - Mt 27,32 - Lc 23,26-32 -- verwijzingen -- Lc 23,26 - Lc 23,27 - Lc 23,28 - Lc 23,29 - Lc 23,30 - Lc 23,31 - Lc 23,32
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:27 èkolouthei de autô polu plèthos tou laou kai gunaikôn ai ekoptonto kai ethrènoun auton  27 sequebatur autem illum multa turba populi et mulierum quae plangebant et lamentabant eum     
[27] Een grote massa mensen volgde Hem; er waren vrouwen bij, die om Hem rouwden en treurden. 
[27] Een grote volksmenigte volgde Jezus, evenals enkele vrouwen die zich op de borst sloegen en over hem weeklaagden.   27 Hem is gevolgd een grote schare van de gemeenschap en wel van vrouwen die zich rouwend op de borst sloegen en hem hebben beklaagd.    

Tekstuitleg van Lc 23,27

1. 3. èkolouthei (hij volgde) . Verwijzing : akoloutheô (volgen) , zie Mt 4,20 . Actief imperfectum derde persoon enkelvoud . In vier verzen bij Lucas : (1) Lc 5,28 : èkolouthei autôi (hij volgde hem) . (2) Lc 18,43 : èkolouthei autôi (hij volgde hem) . (3) Lc 22,54 . (4) Lc 23,27 : èkolouthei de autôi (het volgde hem echter) .

4.5. polu plèthos (een grote menigte) . In vier verzen in het N.T. : (1) Mc 3,7 . (2) Lc 23,27 . (3) Hnd 14,1 . (4) Hnd 17,4 .
- plèthos tou laou (een menigte volk) . In drie verzen in het N.T. : (1) Lc 1,10 . (2) Lc 23,27 . (3) Hnd 21,36 .
Bij de kruisweg is een grote menigte volk en vrouwen aanwezig . In Lc 23,35 staat het volk (ho laos) toe te kijken terwijl Jezus aan het kruis hangt . In Lc 23,48 hebben alle menigten ( pantes hoi ochloi) gezien hoe Jezus stierf . Het volk / de menigte(n) was dus getuige van de kruisweg , de kruisiging en het sterven van Jezus .

Lc 23,28 - Lc 23,28 : 344. Naar Golgota : Mc 15,21 - Mt 27,32 - Lc 23,26-32 -- verwijzingen -- Lc 23,26 - Lc 23,27 - Lc 23,28 - Lc 23,29 - Lc 23,30 - Lc 23,31 - Lc 23,32
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:28 strafeis de pros autas ièsous eipen thugateres ierousalèm mè klaiete ep eme plèn ef eautas klaiete kai epi ta tekna humôn  28 conversus autem ad illas Iesus dixit filiae Hierusalem nolite flere super me sed super vos ipsas flete et super filios vestros      [28] Jezus draaide zich om en zei tegen hen: ‘Vrouwen van Jeruzalem, huil niet om Mij, huil liever om uzelf en uw kinderen.  [28] Jezus keerde zich echter naar hen om en zei: ‘Dochters van Jeruzalem, huil niet om mij. Huil liever om jezelf en je kinderen,  28 Maar Jezus keert zich naar hen om en zegt: dochters van Jeruzalem, weent niet over mij; weent liever over uzelf en over uw kinderen,   

Lc 23,29 - Lc 23,29 : 344. Naar Golgota : Mc 15,21 - Mt 27,32 - Lc 23,26-32 -- verwijzingen -- Lc 23,26 - Lc 23,27 - Lc 23,28 - Lc 23,29 - Lc 23,30 - Lc 23,31 - Lc 23,32
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:29 oti idou erchontai èmerai en ais erousin makariai ai steirai kai ai koiliai ai ouk egennèsan kai mastoi oi ouk ethrepsan   29 quoniam ecce venient dies in quibus dicent beatae steriles et ventres qui non genuerunt et ubera quae non lactaverunt       [29] Want er komen dagen dat men zal zeggen: “Gelukkig de onvruchtbare vrouwen, de schoot die niet heeft gebaard en de borsten die niet hebben gezoogd.”  [29] want weet, de tijd zal aanbreken dat men zal zeggen: “Gelukkig wie onvruchtbaar is, gelukkig de moederschoot die niet gebaard heeft en de borst die geen kind heeft gezoogd.”  29 omdat er, zie, dagen zullen komen waarop ze zullen zeggen: zalig de onvruchtbaren, de schoten die niet hebben gebaard en de borsten die nooit hebben gevoed!–   

Lc 23,30 - Lc 23,30 : 344. Naar Golgota : Mc 15,21 - Mt 27,32 - Lc 23,26-32 -- verwijzingen -- Lc 23,26 - Lc 23,27 - Lc 23,28 - Lc 23,29 - Lc 23,30 - Lc 23,31 - Lc 23,32
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:30 tote arxontai legein tois oresin pesete ef èmas kai tois bounois kalupsate èmas   30 tunc incipient dicere montibus cadite super nos et collibus operite nos      [30] Dan zal men zeggen tegen de bergen: “Val op ons”, en tegen de heuvels: “Bedek ons.”   [30] Dan zullen de mensen tegen de bergen zeggen: “Val op ons neer!” en tegen de heuvels: “Bedek ons!”  30 dan zullen ze beginnen te zeggen tot de bergen: valt op ons!, en tot de heuvels: bedekt ons!–   

Lc 23,31 - Lc 23,31 : 344. Naar Golgota : Mc 15,21 - Mt 27,32 - Lc 23,26-32 -- verwijzingen -- Lc 23,26 - Lc 23,27 - Lc 23,28 - Lc 23,29 - Lc 23,30 - Lc 23,31 - Lc 23,32
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:31 oti ei en | | tô | ugrô xulô tauta poiousin en tô xèrô ti genètai   31 quia si in viridi ligno haec faciunt in arido quid fiet      [31] Want als ze dit doen met het groene hout, wat moet er dan gebeuren met het dorre?’  [31] Want als dit gebeurt met het jonge hout, wat zal het verdorde hout dan niet te wachten staan?’  31 want als ze dit doen met het groene hout, het dorre, wat zal daarmee geschieden?   

Lc 23,32 - Lc 23,32 : 344. Naar Golgota : Mc 15,21 - Mt 27,32 - Lc 23,26-32 -- verwijzingen -- Lc 23,26 - Lc 23,27 - Lc 23,28 - Lc 23,29 - Lc 23,30 - Lc 23,31 - Lc 23,32
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:32 ègonto de kai eteroi kakourgoi duo sun autô anairethènai   32 ducebantur autem et alii duo nequam cum eo ut interficerentur      [32] Er werden ook nog twee misdadigers weggevoerd om samen met Hem ter dood te worden gebracht.  [32] Samen met Jezus werden nog twee anderen, beiden misdadigers, weggeleid om terechtgesteld te worden.  32 ¶ Ze hebben ook twee anderen, echte kwaaddoeners, weggeleid, om met hem terechtgesteld te worden.   

345. Kruisiging : Lc 23,33-34 - Mc 15,22-26 - Mt 27,33-37 - Lc 23,33-34 -- verwijzingen -- Lc 23,33 - Lc 23,34 -- Lc 23 -- Lc 23,1 - Lc 23,2-5 - Lc 23,6-12 - Lc 23, (17) 18-23 - Lc 23,24-25 - Lc 23,26-32 -- Lc 23,35-43 - Lc 23,44-48 - Lc 23,49 - Lc 23,50-56a -

Lc 23,33 - Lc 23,33 : 345. Kruisiging : Mc 15,22-26 - Mt 27,33-37 - Lc 23,33-34 -- verwijzingen -- Lc 23,33 - Lc 23,34 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:33 kai ote èlthon epi ton topon ton kaloumenon kranion ekei estaurôsan auton kai tous kakourgous on men ek dexiôn on de ex aristerôn  33 et postquam venerunt in locum qui vocatur Calvariae ibi crucifixerunt eum et latrones unum a dextris et alterum a sinistris      [33] Toen ze op het zogeheten Schedelveld* kwamen, sloegen ze Hem daar aan het kruis, en ook die twee misdadigers, de een rechts en de ander links van Hem.  33] Aangekomen bij de plek die de Schedelplaats heet, werd hij gekruisigd, samen met de twee misdadigers, de een rechts van hem, de ander links.  33 Wanneer ze komen op de plek genaamd ‘Schedel’ kruisigen ze dáár hem en de twee misdadigers, de een rechts en de ander links van hem.   

Lc 23,34 - Lc 23,34 : 345. Kruisiging : Mc 15,22-26 - Mt 27,33-37 - Lc 23,33-34 -- verwijzingen -- Lc 23,33 - Lc 23,34 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:34 [[o de ièsous elegen pater afes autois ou gar oidasin ti poiousin]] diamerizomenoi de ta imatia autou ebalon | klèron | klèrous |  34 Iesus autem dicebat Pater dimitte illis non enim sciunt quid faciunt dividentes vero vestimenta eius miserunt sortes      [34] Jezus sprak: ‘Vader, vergeef het hun, want* ze weten niet wat ze doen.’ Ze verdobbelden zijn kleren.   [34] Jezus zei: ‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.’* De soldaten verdeelden zijn kleren onder elkaar door erom te dobbelen.   34 Maar Jezus heeft gezegd: Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen! Om zijn kleren te verdelen werpen ze het lot.   

Tekstuitleg van Lc 23,34

1. 2. 3. In Lc 22 , Lc 23 , Lc 24 wordt het onderwerp Ièsous (Jezus) (Verwijzing : Ièsous (Jezus) , zie Lc 15,11) zevenmaal aangewend :
(1) Lc 22,48 (Ièsous de eipen autôi = Jezus echter zei tot hem - Judas -) .
(2) Lc 22,51 (apokritheis de ho Ièsous eipen = beantwoord echter zei Jezus) .
(3) Lc 22,52 (eipen de Ièsous pros ... = Jezus echter zei tot ...) .
(4) Lc 23,28 (strafeis de pros autas ho Ièsous eipen = gekeerd echter tot hen zei Jezus) .
(5) Lc 23,34 (ho de Ièsous elegen , pater = Jezus echter zei : Vader,) .
(6) Lc 23,46 (kai fônèsas fônèi megalèi ho Ièsous eipen pater = en geroepen met luide stem zei Jezus : Vader... ) .
(7) Lc 24,15 (Jezus liep met hen mee) .
In zes verzen is Jezus onderwerp van het werkwoord zeggen ; vijfmaal eipen = hij zei ; eenmaal elegen = hij zei . In vijf van de zes verzen gaat het onderwerp Jezus vooraf aan de werkwoordsvorm van legô = zeggen ; in één vers volgt het onderwerp Jezus op de werkwoordsvorm . In vijf van de zeven verzen wordt het partikel de (echter) gebruikt , in twee verzen het verbindingswoord kai (en) . In vier verzen gaat een participium aorist aan het hoofdwerkwoord vooraf . In drie verzen ervan staat dan het bepalend lidwoord ho bij het onderwerp Ièsous . Lc 23,34 (ho de Ièsous elegen , pater = Jezus echter zei : Vader,) is iets bijzonders : 1) de werkwoordvorm elegen = hij zei . 2) het gebruik van het bepalend lidwoord bij Ièsous (Jezus) .

5. pater (vader) . Verwijzing : patèr (vader), zie Lc 15,12 . Vocatief . In elf verzen bij Lucas . In vijf verzen richt Jezus zich tot God als 'Vader' :
(1) Lc 10,21 (dankgebed van Jezus) .
(2) Lc 11,2 (het Onzevader) . .
(9) Lc 22,42 (Jezus in Getsemane) .
(10) Lc 23,34 (vergevingswoorden bij de kruisiging) .
(11) Lc 23,46 (Jezus' laatste woorden) .
Bij de conceptie zegt de engel tot Maria : Daarom zal het kind heilig genoemd worden , zoon van God (Lc 1,35) . Bij de doop (Lc 3,21-22) zegt een stem uit de hemel : Gij zijt mijn zoon, mijn welbeminde , in wie ik welbehagen heb . In het verhaal van de verheerlijking (Lc 9,28-36) zegt een stem uit de wolk : Deze is mijn zoon , de uitverkorene . Luistert naar hem (Lc 9,35) . Jezus beleeft zijn relatie tot God als een vader-zoon relatie . Allerlei tegenstanders vermelden het zoonschap van Jezus : de duivel , een onreine geest . Bij de ondervraging van Jezus door de raad was het doorslaggevend getuigenis het antwoord van Jezus op de vraag : "U bent dus de zoon van God" (Lc 22,70) .

6. Afes (vergeef) . Verwijzing : afièmi (weg-laten, af-laten, vergeven, kwijtschelden, los-laten , ver-laten) , zie Mt 6,14 . Imperatief aorist tweede persoon enkelvoud . Deze vorm komt bij Lucas in zes verzen voor : (1) Lc 6,42 . (2) Lc 9,60 . (3) Lc 11,4 . (4) Lc 13,8 . (5) Lc 17,3 . (6) Lc 23,34 , maar zeldzaam in de betekenis van vergeven , wel in de betekenis van sta me toe, ver-ont-schuldig me, laat achter enz.

346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Lc 23,35-43 - Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43 -- verwijzingen -- Lc 23,35 - Lc 23,36 - Lc 23,37 - Lc 23,38 - Lc 23,39 - Lc 23,40 - Lc 23,41 - Lc 23,42 - Lc 23,43

Lc 23,35 - Lc 23,35 : 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43 -- verwijzingen -- Lc 23,35 - Lc 23,36 - Lc 23,37 - Lc 23,38 - Lc 23,39 - Lc 23,40 - Lc 23,41 - Lc 23,42 - Lc 23,43
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:35 kai eistèkei ho laos theôrôn exemuktèrizon de kai oi archontes legontes allous esôsen sôsatô eauton ei houtos estin o christos tou theou ho eklektos 35 et stabat populus expectans et deridebant illum principes cum eis dicentes alios salvos fecit se salvum faciat si hic est Christus Dei electus      [35] Het volk stond toe te kijken. De leiders lachten Hem uit en zeiden: ‘Anderen heeft Hij gered; laat Hij nu zichzelf redden als Hij de Messias van God is, de uitverkorene!’  [35] Het volk stond toe te kijken. De leiders hoonden hem en zeiden: ‘Anderen heeft hij gered; laat hij nu zichzelf redden als hij de messias van God is, zijn uitverkorene!’  35 De gemeente stond daar en zag het aan; ook de oversten lachten om hem en zeiden: anderen heeft hij bevrijd, laat hij nu zichzelf bevrijden!, als hij de Gezalfde van God is, ‘de uitverkorene’!  En het volk stond te kijken.  

Tekstuileg van Lc 23,35

In vijf woorden wordt de houding van het volk geschetst . Het volk stond erop toe te kijken alsof het naar een theatervoorstelling (theôrôn) of een spektakel (expectans) was gaan kijken . Het keek ernaar en deed niets . Het liet gebeuren . Het stond . Het bewoog niet . Het kwam niet in actie . Het keek . Het volk zegt ook niets . Het zegt niets tot hun oversten , Jezus of de medegekruisigden . Het volk zwijgt .

5. theôrôn (kijkend). Enige vorm bij de synoptici. Verwijzing : theôreô (zien, kijken), zie Mc 16,4 .

6. ekmuktèrizô (uitlachen) . Verwijzing : ekmuktèrizô (uitlachen) , zie Lc 23,35 . Zie ook verwijzing : lâ`ag (bespotten, beschimpen) , zie Ps 2,4
--- exemuktèrizon (zij lachten uit) . Imperfectum derde persoon meervoud . In twee verzen in de bijbel : (1) Lc 16,14 . (2) Lc 23,35 .
--- exemuktèrisan . Aorist . In twee verzen in de bijbel : (1) Ps 22,18 . (2) Ps 35,16 .
--- ekmukturiei (hij lacht uit). Praesens derde persoon enkelvoud. In slechts één vers in de bijbel : Ps 2,4 .
In vijf woorden wordt de houding van de oversten geschetst . De oversten (de hogepriesters , de schriftgeleerden en de priesters) spreken wel . Ze lachen en spotten . Er is een ongelijke strijd : Jezus die hoog aan het kruis hangt , de oversten die beneden onder het kruis staan .
Wat zeggen de oversten? "Anderen heeft hij gered, red uzelf (in het grieks: tweemaal twee woorden : sôzô: redden , vanwaar het zelfstandig naamwoord sôtèr : redder) . Dit staat in schril contrast met wat de engelen aan de herders aankondigen : Lc 2,11 : want is geboren voor u heden de redder , die is Christus de Heer (grieks: christos kurios) . Maar het gaat in beide gevallen om redden (sôzô - sôtèr) . En we merken nog meer gelijkenis:
Lc 2,11 : hos estin christos kurios (die is Christus de Heer)
Lc 23,35 : ei houtos estin christos tou theou , ho eklektos (indien deze is Christus van God, de uitverkorene).
En het doet ook denken aan de ondervraging door de hogepriester : Mc 14,60 : gij zijt de Christus, de zoon van God (su ei ho Christis ho huios tou theou).
Op deze uitlatingen van de oversten zegt Jezus niets .

Lc 23,36 - Lc 23,36 : 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43 -- verwijzingen -- Lc 23,35 - Lc 23,36 - Lc 23,37 - Lc 23,38 - Lc 23,39 - Lc 23,40 - Lc 23,41 - Lc 23,42 - Lc 23,43
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:36 enepaixan de autô kai oi stratiôtai proserchomenoi oxos prosferontes autô   36 inludebant autem ei et milites accedentes et acetum offerentes illi      [36] Ook de soldaten dreven de spot met Hem; ze kwamen Hem wijn brengen   [36] Ook de soldaten dreven de spot met hem, ze gingen voor hem staan en boden hem zure wijn aan,  36 Ook spotten de soldaten met hem, die erbij kwamen om hem edik aan te bieden;   

Lc 23,37 - Lc 23,37 : 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43 -- verwijzingen -- Lc 23,35 - Lc 23,36 - Lc 23,37 - Lc 23,38 - Lc 23,39 - Lc 23,40 - Lc 23,41 - Lc 23,42 - Lc 23,43
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:37 kai legontes ei su ei o basileus tôn ioudaiôn sôson seauton  37 dicentes si tu es rex Iudaeorum salvum te fac       [37] en zeiden: ‘Ben jij de koning van de Joden? Red dan jezelf!’  [37] terwijl ze zeiden: ‘Als je de koning van de Joden bent, red jezelf dan!’  37 ze zeiden: als jíj het bént: de koning der Joden, bevrijd dan jezelf!   

Lc 23,38 - Lc 23,38 : 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43 -- verwijzingen -- Lc 23,35 - Lc 23,36 - Lc 23,37 - Lc 23,38 - Lc 23,39 - Lc 23,40 - Lc 23,41 - Lc 23,42 - Lc 23,43
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:38 èn de kai epigrafè ep autô o basileus tôn ioudaiôn outos 38 erat autem et superscriptio inscripta super illum litteris graecis et latinis et hebraicis hic est rex Iudaeorum     [38] Boven zijn hoofd hing het opschrift: Dit is de koning van de Joden. [38] Boven hem was een opschrift aangebracht: ‘Dit is de koning van de Joden’.   38 Er was ook een opschrift boven hem: de koning der Joden is dit!    

Lc 23,39 - Lc 23,39 : 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43 -- verwijzingen -- Lc 23,35 - Lc 23,36 - Lc 23,37 - Lc 23,38 - Lc 23,39 - Lc 23,40 - Lc 23,41 - Lc 23,42 - Lc 23,43
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:39 eis de tôn kremasthentôn kakourgôn eblasfèmei auton | | legôn | ouchi su ei o christos sôson seauton kai èmas  unus autem de his qui pendebant latronibus blasphemabat eum dicens si tu es Christus salvum fac temet ipsum et nos       [39] Eén van de misdadigers die daar hingen zei smalend tegen Hem: ‘Ben jij de Messias? Red dan jezelf en ons erbij!’  [39] Een van de gekruisigde misdadigers zei spottend tegen hem: ‘Jij bent toch de messias? Red jezelf dan en ons erbij!’  39 Een van de gehangen misdadigers lasterde hem door te zeggen: ben jíj niet de Gezalfde?– bevrijd dan jezelf en ons ook!   

Lc 23,40 - Lc 23,40 : 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43 -- verwijzingen -- Lc 23,35 - Lc 23,36 - Lc 23,37 - Lc 23,38 - Lc 23,39 - Lc 23,40 - Lc 23,41 - Lc 23,42 - Lc 23,43
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:40 apokritheis de o eteros epitimôn autô efè oude fobè su ton theon oti en tô autô krimati ei   40 respondens autem alter increpabat illum dicens neque tu times Deum quod in eadem damnatione es     [40] Maar de ander wees hem terecht: ‘Heb zelfs jij geen ontzag voor God, nu jij ook deze straf ondergaat?  [40] Maar de ander wees hem terecht met de woorden: ‘Heb jij dan zelfs geen ontzag voor God nu je dezelfde straf ondergaat?  40 Maar de andere gaf antwoord en strafte hem af; hij zei: vrees jij Gód niet nu je in dit oordeel bent?–   

Lc 23,41 - Lc 23,41 : 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43 -- verwijzingen -- Lc 23,35 - Lc 23,36 - Lc 23,37 - Lc 23,38 - Lc 23,39 - Lc 23,40 - Lc 23,41 - Lc 23,42 - Lc 23,43
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:41 kai èmeis men dikaiôs axia gar ôn epraxamen apolambanomen outos de ouden atopon epraxen  41 et nos quidem iuste nam digna factis recipimus hic vero nihil mali gessit      [41] In ons geval is dat terecht, want wij krijgen ons verdiende loon. Maar Hij heeft niets verkeerds gedaan.’  [41] Wij hebben onze straf verdiend en worden beloond naar onze daden. Maar die man heeft niets onwettigs gedaan.’  41 en wij terecht want wij krijgen wat we verdienen voor onze praktijken; maar hij hier heeft niets bijzonders gedaan!    

Lc 23,42 - Lc 23,42 : 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43 -- verwijzingen -- Lc 23,35 - Lc 23,36 - Lc 23,37 - Lc 23,38 - Lc 23,39 - Lc 23,40 - Lc 23,41 - Lc 23,42 - Lc 23,43
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:42 kai elegen ièsou mnèsthèti mou otan elthès eis tèn basileian sou  42 et dicebat ad Iesum Domine memento mei cum veneris in regnum tuum      [42] Daarop zei hij: ‘Jezus, vergeet mij niet wanneer U in uw koninkrijk komt.’  [42] En hij zei: ‘Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt.’  42 En hij zei: Jezus, gedenk mij wanneer je aankomt in je koninkrijk!   

Lc 23,43 - Lc 23,43 : 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43 -- verwijzingen -- Lc 23,35 - Lc 23,36 - Lc 23,37 - Lc 23,38 - Lc 23,39 - Lc 23,40 - Lc 23,41 - Lc 23,42 - Lc 23,43
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:43 kai eipen autô amèn soi legô sèmeron met emou esè en tô paradeisô  43 et dixit illi Iesus amen dico tibi hodie mecum eris in paradiso  43 En hij zei hem:
“Voorwaar ik zeg je, vandaag zul je met mij in het paradijs zijn”.
 
  [43] Hij zei tegen hem: ‘Ik beloof je, vandaag nog zul je bij Mij zijn in het paradijs.’  [43] Jezus antwoordde: ‘Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn.’  43 En hij zegt hem: amen, jou zeg ik, vandaag nog zul je er mét mij zijn, in het paradijs.    

Lc 23,35: ei houtos estin christos tou theou, ho eklektos (indien deze is Christus van God, de uitverkorene). En het doet ook denken aan de ondervraging door de hogepriester: Mc 14, 60 : gij zijt de Christus, de zoon van God (su ei ho Christis ho huios tou theou).
Op deze uitlatingen van de oversten zegt Jezus niets.
37 De soldaten van de Romeinse procurator Pilatus zeggen al spottend, en de formulering is zeer gelijkend op voorgaande:
de priesters (Lc 23,35): soosatoo seauton, ei houtos estin ho christos tou theou ho eklektos (red uzelf indien deze is de Christus van God, de uitverkorene)
de soldaten (Lc 23,37) ei su ei ho basileus toon Ioudaaioon, seooson seauton (indien gij zijt de koning van de Joden, red uzelf)

Deze zin doet denken aan de ondervraging door Pilatus: Mc 15,2 : su ei ho basileus toon Ioudaaioon (identiek als Lc 23,37): gij zijt de koning van de Joden.

Vanuit het oogpunt van de leiders van het Joodse volk wordt het messiasschap van Jezus ontkend, vanuit het oogpunt van de Romeinse overheerser het koningschap van Jezus, of tenminste een koningschap van aardse macht.
Hoe is dat koningschap van Jezus ingevuld? Het werd een koningschap dat geen bedreiging voor de Romeinse keizer werd, meer nog: beiden zouden met elkaar kunnen samengaan. Jezus zegt: Mijn koningschap is niet van deze wereld; indien mijn koningschap van deze wereld was... Geef aan de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt.
Het koningschap van Jezus overtreft zelfs dat van de Romeinse keizer, want het is een geestelijk koningschap.
Op deze manier heeft het christendom zich kunnen realiseren, door enerzijds afstand te nemen van het jodendom, door anderzijds de lont uit de spanning tussen twee koninklijke machten te halen door het koninkrijk van Jezus als een geestelijk koninkrijk te interpreteren. Het is ook de weg waardoor aan Jezus grotere macht werd toegekend en de weg openmaakte voor de interpretatie van het zoonschap van God als God zelf.

Bron : ??? De Levende : Lc. 23,47-24,12
Van de hoofdman die getuige was van het sterven van Jezus, vermeldt Lucas dat hij God verheerlijkte door Jezus een tsaddiek, een rechtvaardige te noemen. Uit de mond van een Romein is deze benaming stellig ongewoon, hoewel hij die natuurlijk gebruikt kan hebben zonder de bedoeling er dezelfde ‘technische’ betekenis aan te hechten die in de joodse term tsaddiek ligt opgesloten. Mogelijk is ook dat Lucas deze term kiest als omschrijving van het bij Mattheüs (27 : 54) en Marcus (15: 39) voorkomende ‘Zoon Gods’, dat dan uiteraard in de visie van een Romein geen strikt Messiaanse benaming behoeft te zijn — tenzij deze hoofdman tot de ‘godvrezenden’ behoorde. Daarover geeft de Schrift ons geen uitsluitsel.
De man die in eerste instantie voor de begrafenis van Jezus zorg draagt, is een zekere Jozef, van wie Lucas ons meedeelt dat hij een goed en rechtvaardig man was, die niet had ingestemd met ‘raad en bedrijf’ van het sanhedrin, waarvan hij blijkbaar wel lid was (Lc 23,50, vgl. Mc 15, 43). Lucas tekent hem ook als een volgeling van Jezus door te vermelden dat hij ‘het Koninkrijk Gods verwachtte’. De plaats Arimatea, waarvan deze Jozef afkomstig was, wordt door Lucas (vs. 51) ‘een stad der joden’ genoemd, waarschijnlijk om daarmee aan te geven dat Arimatea in Judea lag (vgl. pag. 36 en de daar genoemde teksten).
De manier waarop Lucas in vs 53 de begrafenis beschrijft, is in overeenstemming met de mededeling van Johannes (19, 40): ‘zoals het bij de joden gebruikelijk is te begraven’.
Van de uit Galilea afkomstige vrouwen, die blijkens vss. 55-56 deze begrafenis wilden voltooien door bijvoeging van ‘specerijen en mirre’, vermeldt Lucas uitdrukkelijk dat ze ‘op de sabbat rustten, naar het gebod’. Ook deze volgelingen van Jezus behoorden dus tot de kring der vrome Israëlieten. Van deze vrouwen worden er in Lc 24,10 drie met name genoemd. Twee van deze namen, Maria Magdalena en Johanna, kwamen bij Lucas reeds eerder voor (8,2-3), terwijl de derde, Maria, de moeder van Jakobus (de jongere), ook door de beide andere synoptici als een der eerste woordgetuigen van de opstanding wordt vermeld. Hun getuigenis vindt echter bij de apostelen geen geloof: ‘deze woorden schenen hun zotteklap’ (24,11). Naar joodse opvatting stonden de apostelen daarmee althans juridisch in hun recht: reeds Josefus vermeldt dat in rechtszaken het getuigenis van vrouwen niet geldig is. Dat gold overigens ook van het getuigenis van engelen. Daarom is het merkwaardig dat Matth. 28,5 de ene jongeling van Mc 16,5 een engel noemt. Opvallend is het echter dat Lucas het aantal jongelingen van Marcus verdubbelt en spreekt van ‘twee mannen in blinkend gewaad’ (Lc 24,4). Volgens het wetsvoorschrift van Dt 19,15 is één getuige niet voldoende: ‘op de verklaring van twee of drie getuigen zal een zaak vaststaan’. Dat gold m.n. voor een doodvonnis (Nu 35,30 ; Dt 17,6; He 10,28 ), maar evenzeer voor ‘elke andere ongerechtigheid of zonde’ (Dt 19,15 ). Zowel Jezus als Paulus hebben, in ander verband, naar dit wetsvoorschrift verwezen (Joh 8,17 ; 2 Kor 13,1).
Ook in het opstandingsevangelie gaat het om een zaak van leven of dood: ‘Wat zoekt gij de Levende bij de doden?’ (Lc 24,5 ). Strikt genomen geldt deze uitspraak alleen van God, zoals een joodse midrasj op Ex 5,1 aantoont: ‘Toen Mozes en Aäron in de Naam des HEREN tot Farao kwamen, raadpleegde deze eerst zijn boeken, of hij, temidden van de goden der volken, ook de naam van de God van Israël vinden kon. Daarop zeiden Mozes en Aäron tot hem: ‘Gij dwaas, men pleegt wel de doden onder de levenden te zoeken, maar soms ook de levenden bij de doden? Onze God is een levende God — die andere, waarover gij spreekt, zijn immers dood?’
Opvallend is dat ook in deze midrasj twee getuigen worden genoemd: Mozes en Aäron. Even opvallend is trouwens dat Lucas hier een uitspraak die in de midrasj op God betrekking heeft, toepast op de opgestane Heer.

347. Kruisdood van Jezus : Lc 23,44-48 - Mc 15,33-39 - Mt 27,45-54 - Lc 23,44-48 -- verwijzingen -- Lc 23,44 - Lc 23,45 - Lc 23,46 - Lc 23,47 - Lc 23,48 -- Lc 23 -- Lc 23,1 - Lc 23,2-5 - Lc 23,6-12 - Lc 23, (17) 18-23 - Lc 23,24-25 - Lc 23,26-32 - Lc 23,33-34 - Lc 23,35-43 -- Lc 23,49 - Lc 23,50-56a -

Lc 23,44 - Lc 23,44 : 347. Kruisdood van Jezus . Mc 15,33-39 - Mt 27,45-54 - Lc 23,44-48 -- verwijzingen -- Lc 23,44 - Lc 23,45 - Lc 23,46 - Lc 23,47 - Lc 23,48 -- Lc 23 -- Lc 23,1 - Lc 23,2-5 - Lc 23,6-12 - Lc 23, (17) 18-23 - Lc 23,24-25 - Lc 23,26-32 - Lc 23,33-34 - Lc 23,35-43 -- Lc 23,49 - Lc 23,50-56a -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:44 kai èn èdè ôsei ôra ektè kai skotos egeneto ef olèn tèn gèn eôs ôras enatès  44 erat autem fere hora sexta et tenebrae factae sunt in universa terra usque in nonam horam  En het was al ongeveer het zesde uur en er ontstond duisternis over het hele land tot het negende uur, 44 En het was omtrent de zesde ure, en er werd duisternis over de gehele aarde, tot de negende ure toe. [44] Al rond het zesde* uur werd het donker in heel het land, tot het negende uur.  [44] Rond het middaguur werd het donker in het hele land omdat de zon verduisterde.  44 ¶ Het is reeds ongeveer het zesde uur als duisternis valt over heel de aarde, tot aan het negende uur,  44. C'était déjà environ la sixième heure quand, le soleil s'éclipsant, l'obscurité se fit sur la terre entière, jusqu'à la neuvième heure.  

Lc 23,45 - Lc 23,45 : 347. Kruisdood van Jezus . Mc 15,33-39 - Mt 27,45-54 - Lc 23,44-48 -- verwijzingen -- Lc 23,44 - Lc 23,45 - Lc 23,46 - Lc 23,47 - Lc 23,48 -- Lc 23 -- Lc 23,1 - Lc 23,2-5 - Lc 23,6-12 - Lc 23, (17) 18-23 - Lc 23,24-25 - Lc 23,26-32 - Lc 23,33-34 - Lc 23,35-43 -- Lc 23,49 - Lc 23,50-56a -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:45 tou èliou | ekleipontos | eklipontos | eschisthè de to katapetasma tou naou meson 45 et obscuratus est sol et velum templi scissum est medium  daar de zon uitdoofde; het voorhangsel van de tempel werd middendoor gescheurd   45 En de zon werd verduisterd, en het voorhangsel des tempels scheurde midden door. [45] Er was een zonsverduistering. Het voorhangsel in de tempel scheurde middendoor.  De duisternis hield drie uur aan. Toen scheurde het voorhangsel van de tempel doormidden.  45 doordat de zon geen licht meer geeft. Het voorhangsel van het tempelschip scheurt middendoor.   45. Le voile du Sanctuaire se déchira par le milieu, 

Lc 23,46 - Lc 23,46 : 347. Kruisdood van Jezus . Mc 15,33-39 - Mt 27,45-54 - Lc 23,44-48 -- verwijzingen -- Lc 23,44 - Lc 23,45 - Lc 23,46 - Lc 23,47 - Lc 23,48 -- Lc 23 -- Lc 23,1 - Lc 23,2-5 - Lc 23,6-12 - Lc 23, (17) 18-23 - Lc 23,24-25 - Lc 23,26-32 - Lc 23,33-34 - Lc 23,35-43 -- Lc 23,49 - Lc 23,50-56a -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:46 kai fônèsas fônèi megalèi ho Ièsous eipen pater eis cheiras sou paratithemai to pneuma mou touto de eipôn exepneusen   46 et clamans voce magna Iesus ait Pater in manus tuas commendo spiritum meum et haec dicens exspiravit  46 En Jezus riep met luide stem (en) zei: “Vader, in uw handen vertrouw ik mijn geest toe ”. Toen hij dit gezegd had, blies hij de laatstc adem uit.   46 En Jezus, roepende met grote stemme, zeide: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En als Hij dat gezegd had, gaf Hij den geest. [46] Toen riep Jezus luidkeels: ‘Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.’ Na deze woorden stierf Hij.  [46] En Jezus riep met luide stem: ‘Vader, in uw handen leg ik mijn geest.’ Toen hij dat gezegd had, blies hij de laatste adem uit.  46 Zijn stem verheffend met grote stem zegt Jezus: Vader, in jouw handen beveel ik mijn geest! En dat gezegd hebbend, geeft hij de geest.   46. et, jetant un grand cri, Jésus dit : « Père, en tes mains je remets mon esprit. » Ayant dit cela, il expira.

King James Bible . And when Jesus had cried with a loud voice, he said, Father, into thy hands I commend my spirit: and having said thus, he gave up the ghost.
Luther-Bibel (1984) . Und Jesus rief laut: Vater, aich befehle meinen Geist in deine Hände! Und als er das gesagt hatte, verschied er .

Tekstuitleg van Lc 23,46 . Dit vers Lc 23,46 telt 19 woorden en 95 (5 X 19) letters . De getalwaarde van Lc 23,46 is 11414 (2 X 13 X 439) . Lc 23,46 telt negentien woorden en achtendertig lettergrepen ; Hnd 7,60 telt achttien woorden en achtendertig lettergrepen . De structuur van beide verzen komt met elkaar overeen . Het vers bevat drie nevenschikkende zinnen . De eerste zin leidt het citaat in ; de tweede zin geeft het citaat ; de derde zin vertelt wat er gebeurt na de geciteerde woorden . Het citaat wordt omgeven door een vorm van het werkwoord legô (zeggen) . Het is als 't ware dat Jezus met zijn laatste adem de woorden uitspreekt : "Vader , in uw handen beveel ik mijn geest (to pneuma mou)" . Terwijl Jezus dat zegt laat hij zijn geest los , ademt hij zijn geest uit (exepneusen = hij ademde uit , hij stierf ) .

Lc 23,46 kai fônèsas fônè megalè o Ièsous eipen pater eis cheiras sou paratithemai to pneuma mou touto de eipôn exepneusen
Mc 15,34 kai tèi enatèi hôrai eboèsen ho Ièsous fônèi megalèi      
Mc 15,37   ho de Ièsous afeis fônèn megalèn     exepneusen
Mt 27,46 peri de tèn enatèn hôran aneboèsen ho Ièsous fônèi megalèi legôn      
Mt 27,50   ho de Ièsous palin kraksas fônèi megalèi     afèken to pneuma
Hnd 7,59   legonta (en zeggend) Kurie Ièsou , dexai to pneuma mou    
Hnd 7,60 theis de ta gonata ekraksen fônèi megalèi Kurie mè stèsèis autois  tautèn tèn hamartian kai touto eipôn ekoimèthè

1. kai (en) , zie Lc 1,2 . Nevenschikkend voegwoord . In 822 verzen bij Lucas . In eenenveertig verzen in Lc 23 . kai (en) staat bij het begin van het vers Lc 23,46 en verbindt bijgevolg Lc 22,45 met Lc 23,46 .

2. fônèsas . Verwijzing : fôneô (roepen, schreeuwen) , zie Mc 1,26 . anakrazô (uitschreeuwen) , zie Mc 1,23 . boaô (luid roepen, schreeuwen) , zie Mc 15,34 . Participium aorist nominatief mannelijk enkelvoud . In vijf verzen in de bijbel :
(1) Lc 16,2 : kai fônèsas auton eipen autôi = en hem geroepen zei hij aan hem . (Een rijk man riep zijn rentmeester bij zich) .
(2) Lc 16,24 : kai autos fônèsas eipen, pater Abraam = en zelf geroepen zei : Vader Abraham... (De rijke riep in het dodenrijk tot vader Abraham) .
(3) Lc 23,46 : kai fônèsas fônèi megalèi ho Ièsous eipen pater = en geroepen met luide stem zei Jezus : Vader... ) . (Met luide stem riep Jezus, Vader...) .
(4) Hnd 9,41 : fônèsas de ... = geroepen echter ... .
(5) Hnd 10,7 .
In de verzen van het Lucasevangelie is het hoofdwerkwoord eipen = hij zei (aorist van het werkwoord legô = zeggen) . Het leidt een citaat in . In één vers nl. Lc 23,46 is Jezus aan het woord .

3. 4. fônèi (met - luide - stem) megalèi . Verwijzing : fôneô (roepen, schreeuwen) , zie Mc 1,26 . anakrazô (uitschreeuwen) , zie Mc 1,23 . boaô (luid roepen, schreeuwen) , zie Mc 15,34 . Het zelfstandig naamwoord is van dezelfde stam als het werkwoord fôneô (roepen) . Met luide stem roepen komt bij de drie synoptici voor . fônèi megalèi komt bij Lucas in vier verzen voor :
(3) Lc 4,33 : anekraxen fônèi megalèi = en hij schreeuwde het uit met luide stem .
(4) Lc 8,28 : kai fônèi megalèi eipen = en met luide stem zei hij .
(6) Lc 19,17 : ainein ton theon fônèi megalèi = God loven met luide stem .
(7) Lc 23,46 : kai fônèsas fônèi megalèi ho Ièsous eipen pater = en geroepen met luide stem zei Jezus : Vader... .Het geeft de indruk dat Jezus zijn lot niet lijdzaam ondergaat , maar bewust beleeft . Luid roepen vraagt inspanning , energie . Hij beleeft zijn situatie in tegenwoordigheid van God . Jezus is aan het bidden . Het is een gebed waarbij een Psalm woorden aanreikt waardoor de situatie een verwoorde en geduide situatie wordt .

5. 6. ho Ièsous (Jezus) . Verwijzing : Ièsous (Jezus) , zie Lc 15,11 . In Lc 22 , Lc 23 , Lc 24 wordt het onderwerp Ièsous (Jezus) zevenmaal aangewend . In zes verzen is Jezus onderwerp van het werkwoord zeggen ; vijfmaal eipen = hij zei ; eenmaal elegen = hij zei . In vijf van de zes verzen gaat het onderwerp Jezus vooraf aan de werkwoordsvorm van legô = zeggen ; in één vers volgt het onderwerp Jezus op de werkwoordsvorm . In vijf van de zeven verzen wordt het partikel de (echter) gebruikt , in twee verzen het verbindingswoord kai (en) . In vier verzen gaat een participium aorist aan het hoofdwerkwoord vooraf . In drie verzen ervan staat dan het bepalend lidwoord ho bij het onderwerp Ièsous .

7. eipen (hij zei) . Verwijzing : legô (zeggen) , zie Lc 15,11 . In 223 verzen bij Lucas . In zes verzen in Lc 23 :
(4) Lc 23,28 : strafeis de pros autas ho Ièsous eipen = gekeerd echter tot hen zei Jezus (Jezus tot de vrouwen) .
(5) Lc 23,43 (Jezus tot één van de misdadigers) .
(6) Lc 23,46 (kai fônèsas fônèi megalèi ho Ièsous eipen pater = en geroepen met luide stem zei Jezus : Vader... ) .
- Lc 23,34 (ho de Ièsous elegen , pater = Jezus echter zei : Vader,) .
- Lc 23,3 : apokritheis autôi efè = hem beantwoord zei hij (Jezus) . Jezus beantwoordde de vraag van Pilatus of hij de koning van de joden is.

8. pater (vader) . Verwijzing : patèr (vader), zie Lc 15,12 . Vocatief . In elf verzen bij Lucas . In vijf verzen richt Jezus zich tot God als 'Vader' :
(1) Lc 10,21 (dankgebed van Jezus) .
(2) Lc 11,2 (het Onzevader) . .
(9) Lc 22,42 (Jezus in Getsemane) .
(10) Lc 23,34 (vergevingswoorden bij de kruisiging) .
(11) Lc 23,46 (Jezus' laatste woorden) .
Bij de conceptie zegt de engel tot Maria : Daarom zal het kind heilig genoemd worden , zoon van God (Lc 1,35) . Bij de doop (Lc 3,21-22) zegt een stem uit de hemel : Gij zijt mijn zoon, mijn welbeminde , in wie ik welbehagen heb . In het verhaal van de verheerlijking (Lc 9,28-36) zegt een stem uit de wolk : Deze is mijn zoon , de uitverkorene . Luistert naar hem (Lc 9,35) . Jezus beleeft zijn relatie tot God als een vader-zoon relatie . Allerlei tegenstanders vermelden het zoonschap van Jezus : de duivel , een onreine geest . Bij de ondervraging van Jezus door de raad was het doorslaggevend getuigenis het antwoord van Jezus op de vraag : "U bent dus de zoon van God" (Lc 22,70) .
In de aanroeping 'Vader' ligt de kern van het hele evangelie . Deze aanroeping geeft de relatie tussen Jezus en zijn Vader weer . Deze relatie wordt niet in filosofische termen weergegeven . Deze relatie is een mystieke beleving en wordt in 'mystieke' termen weergegeven .
Slechts vijfmaal roept Jezus zijn 'Vader' aan . Het is telkens een gebed . De bundeling van die verschillende gebeden gebeurt in het Onzevader .

10 cheiras (handen) . In 392 verzen in de bijbel . In negenenevijftig verzen in het N.T. . In elf verzen bij Lucas .
- cheir (hand) . Verwijzing : jad (hand) , zie Ps 31,6 - cheir (hand) , zie Lc 23,46 . In 142 verzen in de bijbel .
bëjâdëkhâ (in jouw hand) . Het kan ook bëjâdèkhâ (in jouw handen) gevocaliseerd worden . Ps 31,6a spreekt Jezus uit op het kruis (Lc 23,46) . Het is een gebed van overgave aan God . Er is ook enige verwijzing in Hnd 7,59 .
(1) Lc 4,40 : tas cheiras epititheis = de handen opleggend .
(2) Lc 9,44 : mellei paradidosthai eis cheiras anthrôpôn = zal overgeleverd worden in handen van mensen .
(3) Lc 13,13 : kai epethèken autèi tas cheiras = en hij legde haar de handen op .
(4) Lc 13,13 : epiballein ep'auton tas cheiras = op te leggen op hem de handen .
(5) Lc 21,12 : epibalousin ef'humas tas cheiras autôn = zij zullen op jullie hun handen opleggen . Zie Mc 14,46 . 3. epebalon (zij legden op) .
(6) Lc 23,53 : ouk exeteinate tas cheiras ep'eme = jullie strekten de handen niet uit op mij .
(7) Lc 23,46 : pater eis cheiras sou paratithemai to pneuma mou = Vader , in uw handen beveel ik mijn geest .
(8) Lc 24,7 : hoti dei paradothènai eis cheiras anthrôpôn kai hamartôlôn = dat hij moest overgeleverd worde in handen van mensen en zondaars .
(9) Lc 24,39 : idete tas cheiras mou kai tas podas mou = zie mijn handen en mijn voeten .
(10) Lc 24,40 : edeixen autois tas cheiras kai tas podas = hij toonde hen de handen en de voeten .
(11) Lc 24,50 : eparas tas cheiras autou = zijn handen omhooggeheven .
- genitief enkelvoud cheiros . In 292 verzen in de bijbel . In zesentwintig verzen in het N.T. .
Handen opleggen . Naar iemand een hand uitsteken (om iemand te bemachtigen) . De hand op iemand leggen (overweldigen) . In iemands handen overleveren . In iemands handen neerleggen . Zijn handen en voeten tonen . Zijn handen omhoogheffen om te zegenen .
- epicheireô : de handen slaan aan , aanpakken , ondernemen , beproeven .
--- epecheirèsan (zij beproefden) . Actief aorist derde persoon meervoud . Slechts in Lc 1,1 .

12. paratithemai (ik beveel aan) . In vier verzen in de bijbel : (1) Tob 10,13 . (2) Lc 23,46 . (3) Hnd 20,32 . (4) 1 Tim 1,18 .
- ´aphëgîd (ik zal toevertrouwen) . Actief hifil imperfectum eerste persoon enkelvoud . Slechts in één vers in de bijbel : Ps 31,6 . Verwijzing : pâqad (omzien) , zie Ex 3,7 .
- LXX : parathèsomai . Futurum eerste persoon enkelvoud .
- paratithèmi (neerzetten voor , bij) ; bij iemand neerleggen , toevertrouwen , aanbevelen . Verwijzing : paratithèmi (neerzetten voor , bij) , zie Ps 31,6 .

13. 14. 15. to pneuma mou (mijn geest) . Verwijzing : pneuma (adem, wind, geest) , zie Lc 4,1 . In Lc 1,35 zei de engel : Heilige geest zal over jou komen en de kracht van God zal je overschaduwen . Het begin van Jezus' leven heeft met geest te maken . In het verhaal van de vorming van de mens schrijft Gn 2,7 : Hij blies hem de levensadem in de neus : zo werd de mens een levend wezen . Op het einde van zijn leven beveelt Jezus uitdrukkelijk zijn geest aan God aan . Hij geeft zijn geest .

16. touto (dit) . Verwijzing : tauta (die 'dingen') , zie Mt 1,20 . In zevenendertig verzen in de bijbel . In tien verzen in Lc 22 , Lc 23 , Lc 24 . In acht verzen in Lc 22 .

17. de (echter) . Verwijzing : de (echter) , zie Lc 1,2 . In 478 verzen bij Lucas . In eenendertig verzen in Lc 23 . In Lc 23,44-48 vind je driemaal kai (en) en driemaal de (echter) .

18. eipôn (gezegd) . Verwijzing : legô (zeggen) , zie Mt 4,6 . In tweeëndertig verzen in de bijbel . In drie verzen in het O.T. . In negenentwintig verzen in het N.T. . In vijf verzen bij Lucas :
(1) Lc 9,22 (eerste lijdensvoorspelling) .
(2) Lc 19,28 (kai eipôn tauta = en dit gezegd) . Jezus was op weg naar Jeruzalem .
(3) Lc 22,8 . Bij de zending van Petrus en Johannes gaf Jezus hen een opdracht , die ingeleid wordt door eipôn (gezegd) .
(4) Lc 23,46 ( touto de eipôn = dit echter gezegd) .
(5) Lc 24,40 (kai touto eipôn = en dit gezegd) . Daarop toonde Jezus zijn handen en zijn voeten .

19. exepneusen (hij ademde uit, hij stierf) . In drie verzen in de bijbel : (1) Mc 15,37 . (2) Mc 15,39 . (3) Lc 23,46 .
- ekpneô (uitademen, sterven) . Verwijzing : ekpneô (uitademen, sterven) , zie Lc 23,46 .

Lc 23,47 - Lc 23,47 : 347. Kruisdood van Jezus . Mc 15,33-39 - Mt 27,45-54 - Lc 23,44-48 -- verwijzingen -- Lc 23,44 - Lc 23,45 - Lc 23,46 - Lc 23,47 - Lc 23,48 -- Lc 23 -- Lc 23,1 - Lc 23,2-5 - Lc 23,6-12 - Lc 23, (17) 18-23 - Lc 23,24-25 - Lc 23,26-32 - Lc 23,33-34 - Lc 23,35-43 -- Lc 23,49 - Lc 23,50-56a -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:47 idôn de o ekatontarchès to genomenon edoxazen ton theon legôn ontôs o anthrôpos outos dikaios èn   47 videns autem centurio quod factum fuerat glorificavit Deum dicens vere hic homo iustus erat   47 Toen nu de honderdman zag wat gebeurd was, verheerlijkte hij God, zeggend: “Werkelijk, deze mens was rechtvaardig!”  47 Als nu de hoofdman over honderd zag, wat er geschied was, verheerlijkte hij God, en zeide: Waarlijk, deze Mens was rechtvaardig.  [47] De centurio, die zag wat er gebeurde, verheerlijkte God en zei: ‘Waarachtig, die man was een rechtvaardige.’  [47] De centurio zag wat er gebeurd was en loofde God met de woorden: ‘Werkelijk, deze mens was een rechtvaardige!’   47 Toen de overste over honderd zag wat er geschiedde, heeft hij God verheerlijkt en gezegd: waarlijk, deze mens is een rechtvaardige geweest!  47. Voyant ce qui était arrivé, le centenier glorifiait Dieu, en disant : « Sûrement, cet homme était un juste ! »  

Lc 23,48 - Lc 23,48 : 347. Kruisdood van Jezus . Mc 15,33-39 - Mt 27,45-54 - Lc 23,44-48 -- verwijzingen -- Lc 23,44 - Lc 23,45 - Lc 23,46 - Lc 23,47 - Lc 23,48 -- Lc 23 -- Lc 23,1 - Lc 23,2-5 - Lc 23,6-12 - Lc 23, (17) 18-23 - Lc 23,24-25 - Lc 23,26-32 - Lc 23,33-34 - Lc 23,35-43 -- Lc 23,49 - Lc 23,50-56a -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:48 kai pantes oi sumparagenomenoi ochloi epi tèn theôrian tautèn theôrèsantes ta genomena tuptontes ta stèthè upestrefon  48 et omnis turba eorum qui simul aderant ad spectaculum istud et videbant quae fiebant percutientes pectora sua revertebantur  48 En toen alle voor dit schouwspel samengekomen volksmenigten de dingen die gebeurd waren hadden aanschouwd, keerden ze terug terwijl ze zich op de borst sloegen.   48 En al de scharen, die samengekomen waren om dit te aanschouwen, ziende de dingen, die geschied waren, keerden wederom, slaande op hun borsten.   [48] Alle mensen die voor dit schouwspel waren samengestroomd, gingen naar huis; ze sloegen zich van rouw op de borst om wat ze hadden gezien.  [48] De mensen die voor het schouwspel samengekomen waren en de gebeurtenissen hadden gadegeslagen, keerden terug naar huis, terwijl ze zich op de borst sloegen.  48 En alle scharen die voor dit schouwspel zijn samengestroomd, zijn, toen ze hadden aanschouwd wat geschiedde, zich op de borst slaand teruggekeerd.  48. Et toutes les foules qui s'étaient rassemblées pour ce spectacle, voyant ce qui était arrivé, s'en retournaient en se frappant la poitrine.  

- Duisternis over Golgota door J.P. van de Giessen : CENTRUM VOOR BIJBELONDERZOEK , Postbus 503 , 3900 AM Veenendaal . Tel: 0318-50 30 98 . Fax: 0318-50 31 63 . E-mail : info@studiebijbel.nl . Internet: http://www.studiebijbel.nl . De verschillende theorieën : Zonsverduistering . Meteorieten en Kometen . Sarab of Sirocco Vulkaanuitbarstingen . Maansverduistering . Bovennatuurlijk verschijnsel .

Mc 15,33 Mt 27,45 Lc 23,44 Am 8,9 
Kai (en) ... de (echter) Kai (en)  kai (en)
genomeès hôras hektès (toen het zes uur werd) Apo ... hektès hôras (vanaf... zes uur) èn èdè hôsei hôra hektè (het was ongeveer zes uur) dusetai ho hèlios mesèmbtias (de middagzon zal ondergaan) 
skotos egeneto ef' holèn tèn gèn (duisternis was er over de hele aarde) skotos egeneto epi pasan tèn gèn (duisternis was er over de ganse aarde) kai skotos egeneto ef' holèn tèn gèn (duisternis was er over de hele aarde)  kai suskotasei epi tès gès en hèmerai to fôs (en het licht zal overdag verduisteren op aarde.)
heôs hôras enatès (tot negen uur) heôs hôras enatès (tot negen uur) heôs hôras enatès (tot negen uur)  
 347. Kruisdood van Jezus : Mc 15,33-39 // Mt 27,45-54 // Lc 23,44-48  347. Kruisdood van Jezus : Mc 15,33-39 // Mt 27,45-54 // Lc 23,44-48  347. Kruisdood van Jezus : Mc 15,33-39 // Mt 27,45-54 // Lc 23,44-48 Am 8,1-14 : vierde visioen  

Mc 15,33 // Mt 27,45 // Lc 23,44 . De tekst van de drie evangelisten is ongeveer dezelfde. Het verbindingspartikel ' kai ' (en) in Marcus zwakt Matteüs af tot ' de' (echter). De losse genitief van Marcus (een ondergeschikte tijdszin) ' genomenès hôras ektès ' (toen het zes uur werd) vervanht Matteüs door een tijdsbepaling met het voorzetsel ' apo' (vanaf). Deze constructie kan ingegeven zijn door de tijdsbepaling op het einde van de zin ' hèôs hôras enatès ' (tot negen uur). Matteüs zet het telwoord ' hektès' (zesde) voor het zelfstandig naamwoord ' hôras ' (uur) waardoor ' hektès ' (zesde) vooraan de zin en ' enatès ' achteraan de zin staat en zo het geheel omvat. We vertalen Matteüs : Van zes tot negen was er duisternis over het ganse land.
Lucas zet de ondergeschikte tijdszin om in een nevenschikkende hoofdzin : ' kai ' (en) ... ' kai ' (en). In zijn eerste nevenschikkende zin voegt Lucas twee woordjes toe : ' èdè ' (reeds) en ' hôsei ' (ongeveer).
De tekst van de synoptici alludeert op Am 8,9. De LXX-tekst staat het vervoegde werkwoord in de derde persoon en 'de middagzon' en 'het daglicht' zijn onderw

348 Vrouwen als getuigen van Jezus'dood : Lc 23,49 - Mc 15,40-41 - Mt 27,55-56 - Lc 23,49 -- verwijzingen -

-
Lc 23,49 - Lc 23,49 : 348 Vrouwen als getuigen van Jezus'dood : Mc 15,40-41 - Mt 27,55-56 - Lc 23,49 -- verwijzingen -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:49 eistèkeisan de pantes oi gnôstoi autô apo makrothen kai gunaikes ai sunakolouthousai autô apo tès galilaias orôsai tauta  49 stabant autem omnes noti eius a longe et mulieres quae secutae erant eum a Galilaea haec videntes  49 Alle kennissen van hem stonden nu van verre - ook vrouwen die hem samen gevolgd waren vanaf Galilea — naar deze dingen te kijken.   [49] Al zijn vrienden bleven uit de verte staan toekijken, ook de vrouwen* die Hem vanuit Galilea waren gevolgd en dit gadesloegen.  [49] Alle mensen die Jezus gekend hadden waren op een afstand blijven staan, ook de vrouwen die hem vanuit Galilea gevolgd waren en alles hadden zien gebeuren.  49 ‘Al zijn bekenden stonden van verre’, ook vrouwen die hem volgden vanaf Galilea, en zagen dit aan.   

In de Hebreeuwse tekst staat het vervoegde werkwoord in de eerste persoon en verwijst naar God . De vertaling luidt : Ik laat de zon ondergaan op de middag en het licht verduisteren over de aarde overdag .

349. Begrafenis van Jezus : Lc 23,50-56a . Mc 15,42-47 - Mt 27,57-61 - Lc 23,50-56a -- verwijzingen -- Lc 23,50 - Lc 23,51 - Lc 23,52 - Lc 23,53 - Lc 23,54 - Lc 23,55 - Lc 23,56 -- Lc 23 -- Lc 23,1 - Lc 23,2-5 - Lc 23,6-12 - Lc 23, (17) 18-23 - Lc 23,24-25 - Lc 23,26-32 - Lc 23,33-34 - Lc 23,35-43 - Lc 23,44-48 - Lc 23,49 -

Lc 23,50 - Lc 23,50 : 349. Begrafenis van Jezus . Mc 15,42-47 - Mt 27,57-61 - Lc 23,50-56a - verwijzingen -- Lc 23,50 - Lc 23,51 - Lc 23,52 - Lc 23,53 - Lc 23,54 - Lc 23,55 - Lc 23,56 -- Lc 23 -- Lc 23,1 - Lc 23,2-5 - Lc 23,6-12 - Lc 23, (17) 18-23 - Lc 23,24-25 - Lc 23,26-32 - Lc 23,33-34 - Lc 23,35-43 - Lc 23,44-48 - Lc 23,49 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:50 kai idou anèr onomati iôsèf bouleutès uparchôn kai anèr agathos kai dikaios   50 et ecce vir nomine Ioseph qui erat decurio vir bonus et iustus  50 En zie, (er was) een man met de naam van Jozef, die raadsheer was en een goed en rechtvaardig man   50 En zie, een man, met name Jozef, zijnde een raadsheer, een goed en rechtvaardig man,   [50] Nu* was daar een zekere Jozef, een lid van de raad, een goed en rechtvaardig man, [50] Er was ook een man die Josef heette en afkomstig was uit de Joodse stad Arimatea. 50 ¶ En zie, een man met de naam Jozef, een raadsheer, een goed en rechtvaardig man,   50. Et voici un homme nommé Joseph, membre du Conseil, homme droit et juste.  

50 Und siehe, da war ein Mann mit Namen Josef, ein Ratsherr, der war ein guter, frommer Mann

Tekstuitleg van Lc 23,50

Lc 2,25 Lc 23,50
kai (en ) kai (en )
idou (zie) idou (zie)
anthrôpos (een man) anèr (een man)
hôi onoma (aan wie de naam) onomati (met de naam)
Sumeôn (Simeon) Iôsèf (Jozef)
kai (en) (kai) en  
ho anthrôpos houtos (en die man) anèr (een man)
dikaios (rechtvaardig) agathos (goed)
kai (en) kai (en)
eulabès (gewetensvol) dikaios (rechtvaardig)
prosdechomenos (verwachtende) hos prosedecheto (die verwachtte)
paraklèsin tou Israèl (de vertroosting van Israël) tèn basileian tou theou (het koninkrijk van God)
27. kai (en) 52. houtos (deze)
èlthen (hij ging) proselthoon (gegaan zijnde) 
eis to hieron (naar de tempel)  tôi Pilatôi (naar Pilatus) 
7. Jezus' besnijdenis en opdracht in de tempel . Simeon en Anna : Lc 2,21-40 349. Begrafenis van Jezus : Mc 15,42-47 - Mt 27,57-61 - Lc 23,50-56a

1. kai (en) , zie Lc 1,2 . Nevenschikkend voegwoord . In 822 verzen bij Lucas . De vraag rijst wat er nu gaat gebeuren na de dood van Jezus aan het kruis .

2. idou (zie) , zie Mt 1,20 .

3. anèr (man) , zie Lc 5,12 .

4. onomati (met naam) . Verwijzing : onoma (naam) , zie Lc 23,50 . In 260 verzen in de bijbel . In 168 verzen in het O.T. . In tweeënnegentig verzen in het N.T. . In zestien verzen in Lc : (1) Lc 1,5 (onomati Zacharias = met de naam Zacharia) . (2) Lc 1,59 . (3) Lc 1,61 . (4) Lc 5,27 (onomati Levin = met de naam Levi) . (5) Lc 9,48 . (6) Lc 9,49 . (7) Lc 10,17 . (8) Lc 10,38 (onomati Martha = met de naam Martha) . (9) Lc 13,35 . (10) Lc 16,20 (onomati Lazaros = met de naam Lazarus) . (11) Lc 19,2 (onomati kaloumenos Zakchaios = met de naam genoemd Zacheüs) . (12) Lc 19,38 . (13) Lc 21,8 . (14) Lc 23,50 (onomati Iôsèf = met de naam Jozef) . (15) Lc 24,18 (onomati Kleopas = met de naam Kleopas) . (16) Lc 24,47 . In zeven verzen volgt een eigennaam op onomati (met de naam) : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 5,27 . (3) Lc 10,38 . (4) Lc 16,20 . (5) Lc 19,2 . (6) Lc 23,50 . (7) Lc 24,18 . In twee verzen staat : kai idou anèr onomati + eigennaam : (1) Lc 19,2 . (2) Lc 23,50 .
In vijfendertig verzen in Hnd : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 3,6 . (3) Hnd 4,7 . (4) Hnd 4,10 . (5) Hnd 4,17 . (6) Hnd 4,18 . (7) Hnd 5,1 . (8) Hnd 5,28 . (9) Hnd 5,34 . (10) Hnd 5,40 . (11) Hnd 8,9 . (12) Hnd 9,10 . (13) Hnd 9,11 . (14) Hnd 9,12 . (15) Hnd 9,27 . (16) Hnd 9,28 . (17) Hnd 9,33 . (18) Hnd 9,36 . (19) Hnd 10,1 . (20) Hnd 10,48 . (21) Hnd 11,28 . (22) Hnd 12,13 . (23) Hnd 15,14 . (24) Hnd 16,1 . (25) Hnd 16,14 . (26) Hnd 16,18 . (27) Hnd 17,34 . (28) Hnd 18,2 . (29) Hnd 18,7 . (30) Hnd 18,24 . (31) Hnd 19,24 . (32) Hnd 20,9 . (33) Hnd 21,10 . (34) Hnd 27,1 . (35) Hnd 28,7 .
--- en tôi onomati . In zevenentwintig verzen in het N.T. . In zes verzen in Hnd : (1) (2) Hnd 3,6 . (2) (4) Hnd 4,10 . (3) (15) Hnd 9,27 . (4) (16) Hnd 9,28 . (5) (20) Hnd 10,48 . (6) (26) Hnd 16,18 .
--- epi tôi onomati (in de naam van) . In zes verzen in Hnd : (1) (1) Hnd 2,38 . (2) (5) Hnd 4,17 . (3) (6) Hnd 4,18 . (4) (8) Hnd 5,28 . (5) (10) Hnd 5,40 . (6) (23) Hnd 15,14 .
- onoma (naam) . In 676 verzen in de bijbel . In 578 verzen in het O.T. . In achtennegentig verzen in het N.T. . In tien verzen bij Matteüs . In zes verzen bij Marcus . In vijftien verzen in Lc : (1) Lc 1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet) . (2) Lc 1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes noemen) . (3) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) . (4) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) . (5) Lc 1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen) . (6) Lc 1,49 . (7) Lc 1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam) . (8) Lc 2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd) . (9) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) . (10) Lc 6,22 . (11) Lc 8,30 . (12) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) . (13) Lc 11,2 . (14) Lc 21,17 . (15) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs) . In vijftien verzen in Hnd .
- betrekkelijk voornaamwoord datief enkelvoud + onoma : (3) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) . (4) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) . (9) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) . (12) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) . (15) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs) .

7. huparchôn (zijnde) . Als copula huparchô (zijn) . Verwijzing : huparchô (zijn) , zie Lc 23,50 . Voorvoegsel hupo onder , onderuit . archô : het hoofd zijn , beginnen , aan het hoofd staan , leiden , commanderen . In tweeëntwintig verzen in de bijbel . In zeven verzen in het O.T. . In vijftien verzen in het N.T. . In drie verzen in Lc : (1) Lc 9,48 . (2) Lc 16,23 . (3) Lc 23,50 . In vijf verzen in Hnd : (1) Hnd 2,30 . (2) Hnd 3,2 . (3) Hnd 7,55 . (4) Hnd 18,24 . (5) Hnd 22,3 .
- huparchonta (bezit) . Iets waarover je macht hebt , bezit , datgene wat onder je staat .
--- nominatief (of accusatief) onzijdig meervoud huparchonta . In veertig verzen in de bijbel . In tweeëndertig verzen in het O.T. . In acht verzen in het N.T. : (1) Mt 19,21 . (2) Mt 25,14 . (3) Lc 11,21 . (4) Lc 12,33 . (5) Lc 16,1 . (6) Hnd 17,27 . (7) 1 Kor 13,3 . (8) 2 Pe 1,8 .
--- genitief onzijdig meervoud huparchontôn . In vijftien verzen in de bijbel . In tien verzen in het O.T. . In vijf verzen in het N.T. : (1) Lc 8,3 . (2) Lc 12,15 . (3) Lc 19,8 . (4) Hnd 4,32 . (5) Heb 10,34 .
--- datief onzijdig meervoud huparchousin . In elf verzen in de bijbel . In zeven verzen in het O.T. . In vier verzen in het N.T. : (1) Mt 24,47 . (2) Lc 12,44 . (3) Lc 14,33 .

9. anèr (man) , zie Lc 5,12 . Zie 3.

10. agathos (goed) . Verwijzing : agathos (goed) , zie Lc 23,50 . In drieënvijftig verzen in de bijbel . In veertig verzen in het O.T. . In tien verzen in het N.T. . anèr agathos (een goed man) : (1) Lc 23,50 (Jozef van Arimatea) . (2) Hnd 11,24 (Barnabas) .

eulabès : godsvruchtig, vroom, gewetensvol

Lc 23,51 - Lc 23,51 : 349. Begrafenis van Jezus . Mc 15,42-47 - Mt 27,57-61 - Lc 23,50-56a - verwijzingen -- Lc 23,50 - Lc 23,51 - Lc 23,52 - Lc 23,53 - Lc 23,54 - Lc 23,55 - Lc 23,56 -- Lc 23 -- Lc 23,1 - Lc 23,2-5 - Lc 23,6-12 - Lc 23, (17) 18-23 - Lc 23,24-25 - Lc 23,26-32 - Lc 23,33-34 - Lc 23,35-43 - Lc 23,44-48 - Lc 23,49 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:51 outos ouk èn sugkatatetheimenos tè boulè kai tè praxei autôn apo arimathaias poleôs tôn ioudaiôn os prosedecheto tèn basileian tou theou  51 hic non consenserat consilio et actibus eorum ab Arimathia civitate Iudaeae qui expectabat et ipse regnum Dei  rechtvaardig man
51. hij had niet ingestemd met de raad en haar praktijken —van Arimatea, een stad van de Joden, die het Rijk Gods verwachtte.
 
51 (Deze had niet mede bewilligd in hun raad en handel) van Arimathea, een stad der Joden, en die ook zelf het Koninkrijk Gods verwachtte; 
[51] die niet had ingestemd met hun plannen en praktijken. Hij was afkomstig uit de Joodse stad Arimatea en leefde in de verwachting van het koninkrijk van God.
Hij was een raadsheer, een goed en rechtvaardig mens, die de komst van het koninkrijk van God verwachtte en niet had ingestemd met het besluit en de handelwijze van de raad. 51 –hij heeft niet meegedaan met hun raad en daad– afkomstig van Arimatea, een stad van de Judeeërs, die het koninkrijk van God verwachtte,  51. Celui-là n'avait pas donné son assentiment au dessein ni à l'acte des autres. Il était d'Arimathie, ville juive, et il attendait le Royaume de Dieu.  

51 und hatte ihren Rat und ihr Handeln nicht gebilligt. Er war aus Arimathäa, einer Stadt der Juden, und awartete auf das Reich Gottes.

Lc 23,52 - Lc 23,52 : 349. Begrafenis van Jezus . Mc 15,42-47 - Mt 27,57-61 - Lc 23,50-56a - verwijzingen -- Lc 23,50 - Lc 23,51 - Lc 23,52 - Lc 23,53 - Lc 23,54 - Lc 23,55 - Lc 23,56 -- Lc 23 -- Lc 23,1 - Lc 23,2-5 - Lc 23,6-12 - Lc 23, (17) 18-23 - Lc 23,24-25 - Lc 23,26-32 - Lc 23,33-34 - Lc 23,35-43 - Lc 23,44-48 - Lc 23,49 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:52 outos proselthôn tô pilatô ètèsato to sôma tou ièsou   52 hic accessit ad Pilatum et petiit corpus Iesu   Deze naderde tot Pilatus (en) vroeg het lichaam van Jezus.   52 Deze ging tot Pilatus, en begeerde het lichaam van Jezus.
schilderij van Rafaël: De graflegging  
 
[52] Hij vervoegde zich bij Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus.
[52] Hij ging naar Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus.  52 hij komt bij Pilatus en vraagt het lichaam van Jezus.   52. Il alla trouver Pilate et réclama le corps de Jésus. 

52 Der ging zu Pilatus und bat um den Leib Jesu

Lc 23,53 - Lc 23,53 : 349. Begrafenis van Jezus . Mc 15,42-47 - Mt 27,57-61 - Lc 23,50-56a - verwijzingen -- Lc 23,50 - Lc 23,51 - Lc 23,52 - Lc 23,53 - Lc 23,54 - Lc 23,55 - Lc 23,56 -- Lc 23 -- Lc 23,1 - Lc 23,2-5 - Lc 23,6-12 - Lc 23, (17) 18-23 - Lc 23,24-25 - Lc 23,26-32 - Lc 23,33-34 - Lc 23,35-43 - Lc 23,44-48 - Lc 23,49 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:53 kai kathelôn enetulixen auto sindoni kai ethèken auton en mnèmati laxeutô ou ouk èn oudeis oupô keimenos  53 et depositum involvit sindone et posuit eum in monumento exciso in quo nondum quisquam positus fuerat  53 En hij nam het af (en) wikkelde het in linnen en legde hem in een grafkamer* uit steen gehouwen* waar nog nooit iemand gelegd was.   53 En als hij hetzelve afgenomen had, wond hij dat in een fijn lijnwaad, en legde het in een graf, in een rots gehouwen, waarin nog nooit iemand gelegd was.    
[53] Hij haalde het van het kruis, wikkelde het in linnen en legde Hem in een graf dat in de rotsen was uitgehouwen, en waarin nog niemand lag. 
[53] Nadat hij het lichaam van het kruis had gehaald, wikkelde hij het in linnen doeken en legde het in een rotsgraf dat nog nooit was gebruikt.  53 Hij haalt het omlaag en wikkelt het in linnen en legt het in een rotsgraf waar nog nooit iemand heeft gelegen.  53. Il le descendit, le roula dans un linceul et le mit dans une tombe taillée dans le roc, où personne encore n'avait été placé. 

53 und nahm ihn ab, wickelte ihn in ein Leinentuch und legte ihn in ein Felsengrab, in dem noch nie jemand gelegen hatte.

Lc 23,54 - Lc 23,54 : 349. Begrafenis van Jezus . Mc 15,42-47 - Mt 27,57-61 - Lc 23,50-56a - verwijzingen -- Lc 23,50 - Lc 23,51 - Lc 23,52 - Lc 23,53 - Lc 23,54 - Lc 23,55 - Lc 23,56 -- Lc 23 -- Lc 23,1 - Lc 23,2-5 - Lc 23,6-12 - Lc 23, (17) 18-23 - Lc 23,24-25 - Lc 23,26-32 - Lc 23,33-34 - Lc 23,35-43 - Lc 23,44-48 - Lc 23,49 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:54 kai èmera èn paraskeuès kai sabbaton epefôsken  54 et dies erat parasceves et sabbatum inlucescebat  54. En het was een voorbereidingsdag
en de sabbat lichtte op.
 
54 En het was de dag der voorbereiding, en de sabbat kwam aan.  
[54] Het was voorbereidingsdag* en de sabbat zou zo aanbreken. 
[54] Het was de voorbereidingsdag, de sabbat was bijna aangebroken.  54 Het is een dag van voorbereiding, en sabbatslicht is begonnen te schijnen.   54. C'était le jour de la Préparation, et le sabbat commençait à poindre.  

54 Und es war Rüsttag, und der Sabbat brach an.

Lc 23,55 - Lc 23,55 : 349. Begrafenis van Jezus . Mc 15,42-47 - Mt 27,57-61 - Lc 23,50-56a - verwijzingen -- Lc 23,50 - Lc 23,51 - Lc 23,52 - Lc 23,53 - Lc 23,54 - Lc 23,55 - Lc 23,56 -- Lc 23 -- Lc 23,1 - Lc 23,2-5 - Lc 23,6-12 - Lc 23, (17) 18-23 - Lc 23,24-25 - Lc 23,26-32 - Lc 23,33-34 - Lc 23,35-43 - Lc 23,44-48 - Lc 23,49 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:55 katakolouthèsasai de ai gunaikes aitines èsan sunelèluthuiai ek tès galilaias autô etheasanto to mnèmeion kai ôs etethè to sôma autou 55 subsecutae autem mulieres quae cum ipso venerant de Galilaea viderunt monumentum et quemadmodum positum erat corpus eius  55 De vrouwen nu
die met hem eegekomen waren uit Galilea, waren (Jozef) gevolgd (en) bezagen de grafkamer en hoe zijn lichaam werd neergelegd.  
55 En ook de vrouwen, die met Hem gekomen waren uit Galilea, volgden na en aanschouwden het graf, en hoe Zijn lichaam gelegd werd. 
[55] De vrouwen die met Hem uit Galilea waren meegekomen, waren Jozef gevolgd en zagen het graf en hoe zijn lichaam erin werd neergelegd. 
[55] De vrouwen die met Jezus waren meegereisd uit Galilea, volgden Josef naar het graf om het te bekijken en om te zien hoe Jezus’ lichaam er werd neergelegd.  55 Op de weg omlaag volgden hem de vrouwen die met hem meegekomen zijn uit Galilea, ze aanschouwen het graf en hoe zijn lichaam wordt neergelegd;   55. Cependant les femmes qui étaient venues avec lui de Galilée avaient suivi Joseph ; elles regardèrent le tombeau et comment son corps avait été mis. 

55 Es folgten aber die Frauen nach, die mit ihm gekommen waren aus Galiläa, und beschauten das Grab und wie sein Leib hineingelegt wurde.

Lc 23,56 - Lc 23,56 : 349. Begrafenis van Jezus . Mc 15,42-47 - Mt 27,57-61 - Lc 23,50-56a - verwijzingen -- Lc 23,50 - Lc 23,51 - Lc 23,52 - Lc 23,53 - Lc 23,54 - Lc 23,55 - Lc 23,56 -- Lc 23 -- Lc 23,1 - Lc 23,2-5 - Lc 23,6-12 - Lc 23, (17) 18-23 - Lc 23,24-25 - Lc 23,26-32 - Lc 23,33-34 - Lc 23,35-43 - Lc 23,44-48 - Lc 23,49 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23:56 upostrepsasai de ètoimasan arômata kai mura kai to men sabbaton èsuchasan kata tèn entolèn   56 et revertentes paraverunt aromata et unguenta et sabbato quidem siluerunt secundum mandatum  56. Ze keerden terug (en) bereidden specerijen en mirre. 56 En wedergekeerd zijnde, bereidden zij specerijen en zalven; en op den sabbat rustten zij naar het gebod.  
[56] Toen gingen ze naar huis en maakten kruiden en balsem klaar.  [56] Op sabbat namen ze de voorgeschreven rust in acht, 
[56] Daarna gingen ze naar huis en bereidden ze geurige olie en balsem. Op sabbat namen ze de voorgeschreven rust in acht.  56 dan keren ze om en bereiden geurige kruiden en mirre. Op de zevende dag houden zij rust, overeenkomstig het gebod;   56. Puis elles s'en retournèrent et préparèrent aromates et parfums. Et le sabbat, elles se tinrent en repos, selon le précepte.  

56 Sie kehrten aber um und bereiteten wohlriechende Öle und Salben. bUnd den Sabbat über ruhten sie nach dem Gesetz.