- WEBSITEWEGWIJZER - MANDAAT Rooms-katholieke godsdienst

- Overzicht van deze webpagina : aanvraag + engagementsverklaring - bisdom Antwerpen - bisdom Brugge - bisdom Gent - bisdom Hasselt - bisdom Mechelen-Brussel -
- Webpagina's die samenhangen met deze webpagina : tewerkstelling van allochtone leerkrachten, standpunt van het bisdom Hasselt, mandaat Rooms-katholieke godsdienst, Vlaamse onderwijsraad 19 mei 1998, actie 2000 Provinciale Integratiedienst en hogescholen


ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm .
- STARTPAGINA -- BIJ DE HAND -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
OF (met aanvullingen) : - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : - Arabisch , allochtonen , Aramees , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , getallen , globalisering en antiglobalisering , Grieks , Hebreeuws ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , Latijn , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen . Ongehoorzame priesters (Van Oostenrijk tot ... ) : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/ongehoorzame priesters.html . Uitgetreden priesters .

Zie het formulier naargelang het bisdom : http://www.idkg.be/solliciteren.htm#Hoe solliciteren .

TOELICHTING

Het mandaat tot het geven van onderricht in de rooms-katholieke godsdienst gebeurt volledig in overeenstemming met de bepalingen van het wetboek voor kerkelijk recht

Aan het gezag van de Kerk zijn onderworpen het katholiek godsdienstonderricht en de katholieke godsdienstige opvoeding die in welke scholen ook gegeven worden...“ “Het is de taak van de bisschoppenconferentie voor dit werkterrein algemene normen uit te vaardigen, en van de diocesane bisschop dit werkveld te ordenen en erop toe te zien.” (Canon 804, 1, aL 2)

“De plaatselijke ordinaris dient ervoor te zorgen dat degenen die als leerkracht aangesteld worden voor het godsdienstonderricht op scholen, ook niet-katholieke schoIen, zich onderscheiden door rechtzinnigheid in de leer, door hun getuigenis van christelijk leven en door hun pedagogische bekwaamheid.” (Canon 804, §2)

Het gemandateerd zijn door de bevoegde instantie van de rooms-katholieke godsdienst is een noodzakelijke voorwaarde tot het geven van rooms-katholiek gosdienstonderricht.

Het geven en het gebeurljk ontnemen van kerkelijk mandaat is decretaaI vastgelegd zowel in het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschaps-onderwijs als in het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde PMS-centra.

Terug naar het begin van de pagina


BISDOM ANTWERPEN (Zie http://www.idkg.be/solliciteren.htm#Hoe solliciteren ) .

Godsdienstinspectie Noorderlaan 108, 2030 Antwerpen

Mededeling in verband met de mandaatverlening voor het geven van RK godsdienst in het vrij katholiek gewoon en buitengewoon basisonderwijsMANDAAT RK GODSDIENST IN HET BASISONDERWIJS

In het vrij katholiek basisonderwijs in Vlaanderen - zowel in kleuter- als lager onderwijs -verzorgt in principe de klastitularis de godsdienstmomenten of de godsdienstles voor haar/zijn kinderen van de klasgroep. Dit heeft het groot voordeel dat godsdienst geïntegreerd kan worden in het geheel van de opvoeding en het onderwijs. In deze opdracht is de klastitularis een medewerker van de bisschop. Elke bisschop is volgens canon 804 van het wetboek van kerkelijk recht verantwoordelijk voor de geloofsop­voeding en het godsdienstonderricht in zijn bisdom.

Aan elke leerkracht die zich hiervoor wil engageren geeft hij een mandaat. Vanuit Canon 804 § 1 komt het de bisschop toe de voorwaardente bepalen voor het mandaat om godsdienst te geven op school.
“De plaatselijke ordinans dient ervoor te zorgen dat degenen dIe als leerkracht aangesteld worden voor het godsdienstonderricht op scholen, ook niet katholieke scholen, zich onder­scheiden door rechtzinnigheid in de leer, door hun getuigenis van christelijk leven en door hun pedagogische bekwaamheid.”

In de praktijk betekent dit dat de bisschop van iedereen die instaat voor het geven van gods­dienst vraagt dat hij/zij aan volgende voorwaarden voldoet:

• Christelijk gedoopt zijn
• De boodschap van het Evangelie en van de Kerk verkondigen
• Zich inzetten om die boodschap zo goed mogelijk voor te leven

De nodige inhoudelijke en pedagogische bekwaamheid verworven hebben (dit kan zijn het diploma van een departement lerarenopleiding van een katholieke hogeschool of bijko­mend het getuigschrift van een hoger Instituut voor godsdienstwetenschappen) Persoonlijk de aanvraag doen voor het bekomen van een mandaat voor het geven van katholiek godsdienstonderwijs

• Een engagementsverklaring ondertekenen

Gunstig advies gekregen hebben van de inspecteur-adviseur RK godsdienst.

mandaat om godsdienst te geven is dus een officiële opdracht, een zending, vanwege de bisschop. Hij drukt hierin tevens zijn vertrouwen uit dat hij stelt in zijn medewerker. Elke leerkracht kan om in deze opdracht te groeien ook rekenen op de nodige begeleiding en ondersteuning vanwege de inspecteurs-adviseur RK godsdienst
Het mandaat behoort eveneens tot de wettelijke voorwaarden voor het geven van godsdienst. We lezen dit in het decreet rechtspositie voor personeelsleden van het gesubsidieerd onder­wijs van 27 maart 1991, art 4 § 3:
“De godsdienstleerkrachten worden door de inrichtende macht tijdelijk aangesteld of vast benoemd, op voordracht van de bevoegde instantie van de betrokken godsdienst.”
De bisschop geeft het mandaat voor zijn bisdom. Dit mandaat geldt enkel voor zijn bisdom. In de praktijk geeft de bisschop de taak het mandaat te verlenen door aan enkele medewer­kers. In ons bisdom gebeurt dit voor het basisonderwijs door de inspecteur-adviseur-coördi­nator, behalve in enkele congregationele scholen met eigen mandaatverlening.
 
2 Procedure


2.1 Het mandaat aanvragen

In het verleden werd dit mandaat voor het katholiek basisonderwijs automatisch verleend.

Wie een vrije katholieke lerarenopleiding volgde kreeg automatisch een visum, waaraan het mandaat gekoppeld was. Deze automatische koppeling van diploma, visum en mandaat wordt nu doorbroken. We willen streven naar een bewuster kerkelijk engagement van de leerkracht met betrekking tot het geven van godsdienst.

Daarom wordt er een onderscheid gemaakt tussen:

• De aanwerving van personeelsleden in het katholiek onderwijs

• De toekenning van een mandaat om RK godsdienst te geven

Het aanvragen en toekennen van een mandaat heeft alleen betrekking op leerkrachten die het vak RK godsdienst zullen geven. Voor leerkrachten in het katholiek onderwijs die geen godsdienst geven, zoals bv. leermeesters bewegingsopvoeding, geldt deze regeling niet.

Dit betekent concreet dat voortaan elke leerkracht (die nog geen visumnummer heeft en/of voor het eerst RK godsdienst zal geven vanaf 1 september 1999) persoonlijk het mandaat aanvraagt bij de godsdienstinspectie basisonderwijs, Noorderlaan 108 te 2030 Antwerpen.

Deze aanvraag bevat (zie model in de bijlage):

• De verklaring vanwege de aanvrager dat hij/zij:

rooms-katholieke godsdienst wil geven als medewerker van de bisschop

christelijk gedoopt is

de nodige inhoudelijke en pedagogische bekwaamheid heeft verworven aan een katholieke lerarenopleiding of aan een hoger instituut voor godsdienstwetenschappen

• Een engagementsverklaring waarbij de kandidaat zich engageert om de boodschap van het Evangelie en van de Kerk te verkondigen en ze naar best vermogen voor te leven.

• In een begeleidend schrijven de vermelding van naam en adres van de school waarin de aanvrager werd aangeworven.

2.2 Toekenning van het mandaat

De toekenning van het mandaat gebeurt in twee stappen:

2.2.1 Bij de aanwerving wordt een voorwaardelijk mandaat (vroeger visum) verleend.

Het voorwaardelijk mandaat is de uitdrukking van het feit dat hij/zij voldoet aan de basisvoor­waarden om in functie te treden om godsdienst te geven in een tijdelijk ambt.

Het is echter maar een voorwaardelijk mandaat, omdat aan één van de gestelde voorwaarden nog moet voldaan worden, namelijk het gunstig advies van de inspecteur-adviseur RK gods­dienst. Pas als dit verleend is zal het (eigenlijke) mandaat worden toegekend.

Het voorwaardelijk mandaat krijgt een nummer, dat als volgt is samengesteld:

1. Beginletter van het bisdom

2. Beginletters van de naam van de mandaatverlener

3. Burgerlijk jaar van toekenning

4. Volgnummer (van 001 tot 999) gegeven door de mandaatverlener bv. A-JB-1999-003

Eén exemplaar van de aanvraag wordt met het voorwaardelijk mandaatnummer persoonlijk aan de aanvrager teruggestuurd. De aanvrager bewaart zelf zijn/haar voorwaardelijk man­daat. Het tweede exemplaar wordt bewaard op de dienst van de godsdienstinspectie. De betrokken leerkracht moet bij elke nieuwe aanwerving zijn/haar voorwaardelijk mandaat-nummer meedelen aan de directeur van de school Deze noteert dan het mandaatnummer op de aanwervingsovereenkomst op de daartoe voorziene plaats.

2.2.2 De tweede stap is de toekenning van het (eigenlijk) mandaat

Voor de betrokken leerkracht prioritair wordt en alleszins voor de vaste benoeming moet hij/zij gunstig advies krijgen van de inspecteur-adviseur RK godsdienst. Het is de verantwoordelijk­heid van de directeur en het schoolbestuur tijdig de inspectie hiertoe te contacteren. Na een gunstig advies zal de bevoegde mandaatverlener het (eigenlijke) mandaat toekennen.

Het nummer van het voorwaardelijk mandaat wordt als volgt vervolledigd:

1. De hoofdletter M (van Mandaat)

2. Burgerlijk jaar van toekenning bv. A-JB-1 999-003-M-2001

Op het aanwervingscontract wordt nu het (eigenlijke) mandaatnummer vermeld.

3 Overgangsmaatregelen

Deze regeling start vanaf 1 september 1999 voor alle leerkrachten die nog geen visumnum­mer hebben en voor het eerst godsdienst zullen geven.

Voor vastbenoemclen (deeltijds of voltijds) blijft het oude contract geldig. Zij moeten dus geen nieuw mandaat aanvragen.

Tijdelijken de reeds in dienst waren in de voorbije schooljaren en op hun aanwervingsover­eenkomst een visumnummer hebben moeten ook geen nieuwe aanvraag indienen.

4 Aandachtspunten voor schoolbestuur en directeur

Bij elke aanwerving in zowel lager als kleuteronderwijs van een nieuwe leerkracht die tevens godsdienst zal geven, is het belangrijk dat het schoolbestuur en de directeur nagaan of de kandidaat beschikt over een mandaat.

De verantwoordelijkheid van schoolbestuur en directeur blijft niet beperkt tot het moment van de aanwerving. Zij hebben de zorg het functioneren van hun leerkrachten op te volgen en te ondersteunen - ook voor godsdienst. Hiertoe kunnen zij beroep doen op de inspecteurs-adviseur godsdienst. Ook hun taak is niet beperkt tot de formaliteiten bij aanstelling. Zij hebben een begeleidende opdracht.
Leerkrachten die vanaf 1 september 1999 voor het eerst belast worden met het geven van godsdienst, kunnen hiermee starten wanneer ze het mandaat aanvragen.

Deze aanvraag gebeurt dus niet door de school maar door de leerkracht zelf. De school stelt wel het formulier ter beschikking waarmee de leerkracht het mandaat kan aanvragen.

De directeur stuurt bij elke aanstelling (tijdelijke zowel als vaste) twee exemplaren van deze overeenkomst naar:

Godsdienstinspectie Basisonderwijs
Noorderiaan 108
2030 Antwerpen
E-mailadres: dpb.antwerpen@skynet.be,

Als de kandidaat een mandaatnummer heeft gekregen, vermeldt de directeur dit nummer op de aanwervingsovereenkomst in het vak dat voorzien is voor het vroegere visum.

Wanneer een tijdelijke leerkracht op weg is om prioriteit te verwerven in de scholen van de inrichtende macht en nog steeds een voorwaardelijk mandaat heeft, moet de school de inspectie godsdienst verwittigen.

J. Bonroy, L. Van Lommel
inspecteur-adviseur-coördinator bisschoppelijk vicaris voor het onderwijs

Terug naar het begin van de pagina



Bisdom Brugge (Zie : http://www.ond.vlaanderen.be/inspectie/lbv/coordinaten-RK.htm#2 ) .

 

Terug naar het begin van de pagina



BISDOM GENT
Godsdienstinspectie
MANDAAT GODSDIENST IN HET KATHOLIEK BASISONDERWIJS
juni 1999
 
Algemene situering
 
In het katholiek basisonderwijs in ons land (zowel kleuter- als lager onderwijs) verzorgen de klastitularissen in principe het godsdienstonderricht voor de kinderen van hun klas. Dit heeft het grote voordeel dat godsdienst kan geïntegreerd worden in het geheel van de opvoeding en het onderwijs in de klas. In deze opdracht is elke klastitularis een medewerker van de bisschop, want de bisschop is verantwoordelijk voor de geloofsopvoeding en het godsdienstonderricht in zijn bisdom. Van iedereen die instaat voor het godsdienston­derricht vraagt de bisschop dat hij/zij gedoopt is, dat hij/zij de boodschap van het Evange­lie en van de Kerk verkondigt, dat hij/zij zich inzet om die boodschap ook zo goed moge­lijk voor te leven en dat hij/zij de nodige pedagogische bekwaamheid verworven heeft in een katholieke lerarenopleiding. Deze voorwaarden zijn vermeld in het wetboek van kerkelijk recht, canon 804.

Aan elke leerkracht die zich hiervoor bewust wil engageren geeft de bisschop een man­daat. Dat mandaat is bedoeld als een uitdrukking van vertrouwen vanwege de bisschop en van dat bewust engagement van die leerkracht. De bisschop drukt (via zijn vertegenwoor­diger) in dat mandaat ook zijn erkentelijkheid uit en zijn verwachting. Elke bisschop verleent het mandaat in zijn bisdom. Wie zich engageert, kan vanwege de inspecteurs-adviseurs godsdienst rekenen op de nodige begeleiding om in dit engagement verder te groeien.

In de praktijk heeft de bisschop aan de inspecteurs-adviseurs godsdienst en aan de verant­woordelijke van enkele congregaties de taak gegeven het mandaat toe te kennen aan de leerkrachten.

Het mandaat behoort ook tot de voorwaarden voor het geven van godsdienstonderricht, zoals vastgelegd in het decreet rechtspositie voor personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs van 27 Maart 1991.

Aanvraag van het mandaat

In het verleden werd het mandaat automatisch gekoppeld aan een visum. Dit visum werd verleend aan alle afgestudeerden van een katholieke lerarenopleiding. Nu willen we streven naar een bewuster kerkelijk engagement van de leerkracht m.b.t. het geven van godsdienstonderricht. Dit is dus in feite een ontkoppeling van diploma, visum en mandaat.

Dit betekent dat elke leerkracht die afgestudeerd is vanaf 1998 het mandaat persoonlijk aanvraagt bij de inspecteur-adiviseur godsdienst van het gebied waarin bij/zij aan het werk wil gaan. In die aanvraag verklaart hij/zij te voldoen aan de voorwaarden voor het gods­dienstonderricht. Deze aanvraag wordt in twee exemplaren aan de inspecteur-adviseur bezorgd.

Toekenning van het mandaat

In eerste instantie ontvangt de leerkracht een ‘voorwaardelijk’ mandaat. Dit is de toestem­ming om te starten met godsdienstonderricht in de tijdelijke opdrachten waarvoor men als klastitularis in het katholiek onderwijs wordt aangeworven. Dit is een ‘voorwaardelijk’ mandaat, omdat het nog gekoppeld is aan de voorwaarde van de goedkeuring van het werk van de leerkracht door de inspecteur-adviseur godsdienst.

Dit voorwaardelijk mandaat wordt gegeven op het aanvraagformulier. Een exemplaar van dit aanvraagformulier wordt aan de leerkracht terugbezorgd, met daarop het nummer van het voorwaardelijk mandaat. Het tweede exemplaar wordt bewaard door de inspecteur. adviseur.

De leerkracht deelt het nummer van het voorwaardelijk mandaat mee aan de directie van elke school, waar hij/zij aangeworven wordt. De directie vermeldt dit nummer op het aanwervingscontract.

Voor de tijdelijke leerkracht in een school prioritair wordt, en alleszins voor de vaste benoeming, brengt de inspecteur-adviseur hem/haar een klasbezoek voor de evaluatie van zijn/haar godsdienstonderricht. Wanneer deze evaluatie positief is, geeft de inspecteur-adviseur aan de leerkracht het eigenlijke mandaat.

Deze regeling geldt dus voor ieder die gediplomeerd is vanaf 1998.

Dit is een ouder document . Voor de huidige stand , zie http://www.idkg.be/solliciteren.htm#Hoe solliciteren (bisdom Gent) .

Adressen van de inspecteurs-adviseurs godsdienst

 

Terug naar het begin van de pagina



BISDOM HASSELT (Zie : http://www.idkg.be/solliciteren.htm#Hoe solliciteren ) .

Toelichtingen :

Formulier :

STEEKKAART  VOOR  KANDIDATUUR

DIPLOMA

Aard: ................................................................. ...........................................................................
Behaald aan: ......................................................
............................................................................
Datum: ...............................................................
Datum eindverhandeling: ...................................
Datum aggregaat: ...............................................

Gevolgd secundair onderwijs
Aard: ..................................................................
............................................................................
Datum van getuigschrift: ...................................
Behaald aan instituut: ........................................ ............................................................................
Adres: ................................................................. ............................................................................. .............................................................................

PERSOONLIJKE GEGEVENS

Familienaam (drukletters): .................................
Voornaam: ..........................................................
Geboorteplaats: ...................................................
Geboortedatum: ..................................................
Naam van echtgeno(o)t(e): .................................
.............................................................................

Straat en nummer: ...............................................
.............................................................................
Postnummer: .......................................................
Gemeente: ...........................................................
Telefoonnummer:
   Persoonlijk: .....................................................
   Niet-persoonlijk: .............................................
   .........................................................................
   .........................................................................

Referenties
........................................................................................................................................................... ........................................................................................................................................................... ............................................................................................................................................................

Betrekkingen tijdens twee voorbije jaren
........................................................................................................................................................... ........................................................................................................................................................... ............................................................................................................................................................
............................................................................................................................................................

Terug te zenden aan:             Vicariaat Onderwijs
                                               Kandidaturen
                                               Vrijwilligersplein 14
                                               3500 HASSELT (' 011/ 22.79.21)

Uit: Het kleine Mostaardzaadje, jaargang 10 (1998-1999), nr.2, blz.8-14
 
MEDEDELING IN VERBAND MET DE MANDAATVERLENING VOOR HET GEVEN VAN R.K.-GODSDIENST IN HET BASISONDERWIJS
 
1 Algemene situering
 
De plaatselijke bisschop is de eerste verantwoordelijke voor de geloofsopvoeding en het godsdienstonderricht in zijn bisdom. Dit is zo bepaald in het Wetboek van Kerkelijk Recht, Canon 804, paragraaf 1: “Aan het gezag van de kerk zijn onderworpen het katholiek gods­dienstonderricht en de katholieke godsdienstige opvoeding die in welke scholen ook gegeven worden...; het is de taak van de bisschop­penconferentie voor dit werkterrein algemene normen uit te vaardigen, en van de diocesane bisschop dit werkveld te ordenen en erop toe te zien.”


De bisschop heeft dus medewerkers nodig voor de geloofsopvoeding en het godsdienstonderricht. In het onderwijs zijn dat de godsdienstleerkrachten, hetzij als bijzondere leermeester R.K.-Godsdienst, hetzij als klastitularis die tevens het godsdienstonderricht verzorgt.

In het katholiek basisonderwijs in Vlaanderen (zowel kleuter- als lager on­derwijs, gewoon en buitengewoon onderwijs) is het in principe de klastitularis die de godsdienstmomenten en/of het godsdienstonderricht verzorgt voor de kinderen van zijn/haar klas. Dit heeft als groot voordeel dat het godsdienstonderricht er geïntegreerd kan worden in het geheel van de opvoeding en het onderwijs in die klas.

Aan elke leerkracht die zich bewust wil engageren om R.K.-Godsdienst te geven, verleent de bisschop een mandaat.

Dit mandaat is de uitdrukking van het vertrouwen dat de bisschop stelt in zijn medewerker en van het bewuste engagement van de betrokken leer­kracht. In dat mandaat drukt de bisschop dus zijn erkentelijkheid uit maar ook zijn verwachting. Wie zich als godsdienstleerkracht wil engageren kan bo­vendien rekenen op de nodige begeleiding vanwege de Inspecteurs-Adviseur RKG om aan dit engagement te kunnen beantwoorden.

Elke bisschop geeft het mandaat voor zijn bisdom. Een mandaat verkregen in één bisdom is dus niet geldig in een ander bisdom. In de praktijk geeft de bisschop de taak het mandaat te verlenen door aan enkele medewerkers, meestal de Inspecteurs-Adviseur RKG.

Het mandaat behoort tot de wettelijke voorwaarden voor het geven van godsdienstonderricht. We lezen dit in het decreet rechtspositie voor perso­neelsleden van het gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, artikel 4, pa­ragraaf 3: “De godsdienstieerkrachten worden door de inrichtende macht tijdelijk aangesteld of vast benoemd, op voordracht vande bevoegde instantie van de betrokken godsdienst.”

En voor het officieel onderwijs in de wet van 29 mei 1959, zoals gewijzigd door het decreet van 27 maart 1993, artikel 9: In de onderwijsinrichtingen van de staat wordt het godsdienstonder­richt verstrekt door bedienaars van de eredienst of hun afgevaardigde.
In de officiële lagere scholen die niet door de Staat tot stand zijn ge­bracht, worden de bedienaars van de onderscheiden erediensten ver­zocht het godsdienstonderricht te verstrekken of het onder hun toe­zicht te laten verstrekken...”

Het komt dus aan de bisschop (of zijn afgevaardigden) toe de voorwaarden te bepalen voor een kerkelijk mandaat voor het geven van R.K.-Godsdienst. Dit wordt ook zo gesteld in het reeds geciteerde Wetboek van Kerkelijk Recht, Canon 804, paragraaf 1: “De plaatselijke ordinaris dient ervoor te zorgen dat degenen die als leerkracht aangesteld worden voor het godsdienstonderricht op scho­len, ook niet katholieke scholen, zich onderscheiden door rechtzinnig­heid in de leer, door hun getuigenis van christelijk leven en door hun pedagogische bekwaamheid.”

Concreet betekent dit dat de bisschop van iedereen die instaat voor het ge­ven van godsdienstonderricht vraagt dat hij/zij aan volgende voorwaarden voldoet:

christelijk gedoopt is

de boodschap van het Evangelie en van de Kerk verkondigt

zich inzet om die boodschap zo goed mogelijk voor te leven

de nodige inhoudelijke en pedagogische bekwaamheid verworven heeft in een lerarenopleiding (dit kan zijn het diploma van een depar­tement lerarenopleiding van een Katholieke Hogeschool, het diploma van een departement lerarenopleiding van een andere Hogeschool met vermelding van het vak Rooms-Katholieke Godsdienst of het aan­vullend getuigschrift van een Hoger Instituut voor Godsdienst-wetenschappen).

persoonlijk de aanvraag doet voor het bekomen van een mandaat voor het geven van katholiek godsdienstonderwijs

een engagementsverklaring onderteként.

2 Woordgebruik: visum - mandaat

Het mandaat om R.K.-Godsdienst te geven is een officiële opdracht, een zending, vanwege de bisschop. Hiermee geeft hij aan de betrokken leer­kracht de bevoegdheid om in zijn bisdom kinderen in de kleuterschool te be­geleiden in hun godsdienstige ontwikkeling of in de lagere school het vak R.K.-Godsdienst te geven onder de voorwaarden vermeld in het Wetboek van Kerkelijk Recht, canon 804, paragraaf 2 (zie hoger).

Naast deze voorwaarden is het nog nodig dat het godsdienstonderricht van de betrokken leerkracht goed wordt bevonden door de Inspecteur-Adviseur RKG.

Het visum is de statutaire of rechtspositionele toestemming vanwege de bis­schop om de facto RK-Godsdienst te geven in het ambt, in de school en voor de tijd vermeld in het aanwervingscontract. Deze term zal bij ons niet meer worden gebruikt. Hij wordt vervangen door de term “voorwaardelijk mandaat”.

Het voorwaardelijk mandaat gaat het eigenlijke mandaat vooraf.

3 Procedure

3.1 Het mandaat aanvragen

In het verleden werd dit mandaat voor het katholiek basisonderwijs automa­tisch verleend. Wie een katholieke lerarenopleiding volgde kreeg automa­tisch het visum, waaraan het mandaat gekoppeld was. Deze automatische koppeling van diploma, visum en mandaat wordt nu doorbroken. We willen streven naar een bewuster kerkelijk engagement van de leerkracht met be­trekking tot het geven van godsdienstonderricht.

Daarom wordt er een onderscheid gemaakt tussen:

- de aanwerving van personeelsleden in het katholiek onderwijs;

- het toekennen van een mandaat om R.K.-Godsdienst te geven.

Het aanvragen en toekennen van een mandaat heeft alleen betrekking op leerkrachten die het vak R.K.-Godsdienst willen geven. Voor leerkrachten in het katholiek onderwijs die géén godsdienst geven, zoals bv. leermeesters bewegingsopvoeding, geldt deze regeling niet.

Dit betekent concreet dat elke leerkracht die nog geen visumnummer heeft en/of voor het eerst RK-Godsdienst zal geven vanaf 1 september 1998, persoonlijk het mandaat aanvraagt bij de Godsdienstinspectie Basisonder­wijs, Bonnefantenstraat 1 3500 Hasselt. De aanvraag gebeurt dus niet door de school.

Deze aanvraag bevat:

- de verklaring vanwege de aanvrager dat hij/zij:

• rooms-katholieke godsdienst wil geven als medewerker van de bisschop;

• christelijk gedoopt is;

• de nodige inhoudelijke en pedagogische bekwaamheid heeft ver­worven aan een lerarenopleiding (een katholieke, of een andere met vermelding van het vak R.K. - Godsdienst) of aan een Hoger Instituut voor Godsdienstwetenschappen;

- een engagementsverklaring waarbij de kandidaat zich engageert om de boodschap van het Evangelie en van de Kerk te verkondigen en ze naar best vermogen voor te leven en ook een korte motivatie voor dit engagement.

Deze aanvraag wordt persoonlijk door de betrokken leerkracht in twee exemplaren aan de godsdienstinspectie op het boven vermelde adres ge­richt, en dus niet samen met de aanwervingsovereenkomst via de school.

3.2 Toekenning van het mandaat

De toekenning van het mandaat gebeurt in twee stappen:

3.2.1 Als men voldoet aan de voorwaarden wordt eerst een voorwaardelijk mandaat (vroeger visum) verleend.

Met zo een voorwaardelijk mandaat (voorheen visum) kan de leerkracht dan starten met het geven van godsdienst in een tijdelijk ambt. Het is de uitdrukking van het feit dat hij/zij voldoet aan de voorwaarden om in func­tie te treden als godsdienstleerkracht. Het is echter maar een voorwaar­delijk mandaat, omdat één van de gestelde voorwaarden nog moet vast­gesteld worden, namelijk of het godsdienstonderricht van de betrokken leerkracht ook goed bevonden wordt door de Inspecteur-Adviseur RKG. Pas als dit het geval is, zal het eigenlijke mandaat worden toegekend.

Het voorwaardelijk mandaat krijgt een nummer, dat als volgt is samengesteld:

1 Beginletter van het bisdom
2 Beginletters van de naam van de mandaatverlener
3 Burgerlijk jaar van toekenning
4 Volgnummer (van 001 tot 999) gegeven door de mandaatverlener vb: H-HP-1998-003, H-JK-1 998-024, H-PP-1998-116

Eén exemplaar van de aanvraag wordt met het voorwaardelijk mandaat-nummer persoonlijk aan de aanvrager teruggestuurd. Het tweede exem­plaar wordt bewaard op de dienst van de Godsdienstinspectie.

De aanvrager bewaart zelf zijn voorwaardelijk mandaat. Omdat de aan­vraag een persoonlijke motivering bevat en dus een persoonlijke aange­legenheid is, wordt ze bij de aanwerving niet voorgelegd en ook niet aan het schooldossier toegevoegd. Wel moet de betrokken leerkracht bij elke nieuwe aanwerving zijn/haar voorwaardelijk mandaatnummer meedelen aan de directeur van de school. Deze noteert dan het mandaatnurnmer op de aanwervingsovereenkomst op de daartoe voorziene plaats.

3.2.2 De tweede stap is de toekenning van het eigenlijke mandaat

Voor de betrokken leerkracht prioritair wordt en alleszins voor de vaste benoeming moet hij/zij een bezoek krijgen van de Inspecteur-Adviseur RKG. Het is de verantwoordelijkheid van de betrokken leerkracht, de di­rectie en het schoolbestuur de inspecteur te verwittigen en een bezoek aan te vragen.

Na dit bezoek en op basis van het inspectieverslag zal de bevoegde mandaatverlener het eigenlijke mandaat toekennen, indien de betrokken leerkracht voldoet aan alle gestelde voorwaarden en blijk geeft van een positieve inhoudelijke en pedagogische bekwaamheid.

De leerkracht krijgt dan een nieuw nummer, dat als volgt is samengesteld:

1 Begin letter van het bisdom
2 Beginletters van de naam van de mandaatverlener
3 De hoofdletter M (van Mandaat)
4 Burgerlijk jaar van toekenning
5 Volgnumrner (van 001 tot 999), gegeven door de mandaatverlener vb: H-HP-M-1998-228, H-JK-M-1 998-012, H-PP-M-1998-007

Op het aanwervingscontract wordt nu het eigenlijke mandaatnummer vermeld.

4 Overgangsmaatregelen

Deze regeling start vanaf 1 september 1998 voor alle leerkrachten die nog geen visumnummer hebben en voor het eerst godsdienst zullen geven.

Voor vastbenoemden (deeltijds of voltijds) blijft het oude contract geldig. Zij moeten dus geen nieuw mandaat aanvragen.

Tijdelijken die reeds in dienst waren in de voorbije schooljaren en op hun aanwervingsovereenkomst een visumnummer hebben, moeten ook geen nieuwe aanvraag indienen.

5 Aandachtspunten voor schoolbestuur en directie

Het is dus belangrijk dat schoolbestuur en directie bij elke aanwerving van een nieuwe leerkracht die tevens godsdienst zal geven, nagaan of de kandi­daat beschikt over een mandaat. Dit mandaat is immers noodzakelijk voor elke leerkracht die godsdienst dient te geven, of het nu een bijzondere leer­meester is of een klastitularis. In het katholiek onderwijs geldt dit ook voor de kleuterleid(st)ers!

Deze verantwoordelijkheid van schoolbestuur en directie met betrekking tot het godsdienstonderwijs blijft niet beperkt tot het moment van de aanwerving. Zeker in het katholiek onderwijs hebben zij de taak ook dit aspect van het functioneren van hun leerkrachten blijvend op te volgen en desgevallend te melden aan de Inspecteur-Adviseur RKG.

Leerkrachten die vanaf 1 september 1998 voor het eerst belast worden met het geven van godsdienst, kunnen maar in functie treden wanneer ze het mandaat hebben aangevraagd en beschikken over een voorwaardelijk mandaat.

De directie vermeldt het mandaatnummer op de aanwervingsovereenkomst in het vak dat voorzien is voor het vroegere visum.

De contracten worden zoals voorheen opgestuurd naar het DSKO. De In­specteurs-Adviseur RKG zullen nagaan of ze in overeenstemming zijn met de nieuwe mandaatregeling.

Elke wijziging in de opdracht met betrekking tot het geven van RK-Godsdienst moet gemeld worden aan de Inspecteur-Adviseur RKG.

Wanneer een tijdelijke leerkracht op weg is om prioriteit te verwerven in de scholen van de inrichtende macht en nog steeds een voorwaardelijk mandaat heeft, moet de Inspecteur-Adviseur RKG verwittigd worden en een inspectie-bezoek aangevraagd worden.

Bij elk contract van vaste benoeming (RP4) wordt het mandaatnummer inge­schreven in het vak dat vroeger voorzien was voor het visumnummer.

N.B.: Elke aanwervingsovereenkomst, ook als de betrokkene geen godsdienst zal geven, moet ter visering worden opgestuurd naar het DSKO.

Jaak JANSSEN, Vicaris Generaal, Vrijwilligersplein 14, 3500 HASSELT. E-mail: bisdom.hasselt@kerknet.be.
Jos KERKHOFS, Inspecteur-Adviseur-Coördinator RKG, Hendrik PLESSERS, Inspecteur-Adviseur RKG, Paul PULINX, Inspecteur-Adviseur RKG. E-mail: Bonnefantenstraat 1, 3500 HASSELT. E-mail: dpbbao@diohasselt.be.

Terug naar het begin van de pagina

 ( Overgenomen van webpagina : http://www.kerknet.be/vic.onderwijs.mb/inbao.htm )

A A R T S B I S D O M M E C H E L E N - B R U S S E L

Vicariaat Onderwijs
2800 Mechelen, Fr. de Merodestraat 18
tel. (015)29 84 02 fax (015)29 84 03

MANDAAT GODSDIENST
IN HET KATHOLIEK BASISONDERWIJS

Procedure vanaf het schooljaar 1999-2000

1. Algemene situering

De bisschop is in zijn bisdom verantwoordelijk voor de geloofsopvoeding en het godsdienstonderricht. Hierbij heeft hij medewerkers nodig.

In het katholiek basisonderwijs (zowel kleuter- als lager onderwijs) hebben de klastitularissen in principe de opdracht het godsdienstonderricht te verzorgen. Hiertoe geeft de bisschop hen een mandaat, in overeenstemming met de bepalingen uit het kerkelijk recht:

"Aan het gezag van de Kerk zijn onderworpen het katholiek godsdienstonderricht en de katholieke godsdienstige opvoeding die in welke scholen ook gegeven worden ..."

"Het is de taak van de bisschoppenconferentie voor dit werkterrein algemene normen uit te vaardigen, en van de diocesane bisschop dit werkveld te ordenen en erop toe te zien."

(Canon 804, par. 1, al. 2)

"De plaatselijke ordinarius (de bisschop) dient ervoor te zorgen dat degenen die als leerkracht aangesteld worden voor het godsdienstonderricht op scholen, ook niet-katholieke scholen, zich onderscheiden door rechtzinnigheid in de leer, door hun getuigenis van christelijk leven en door hun pedagogische bekwaamheid."

(Canon 804, par. 2)

De bisschop vraagt dat zijn medewerkers in het godsdienstonderricht aan deze voorwaarden voldoen en zich bewust engageren. Het mandaat dat de bisschop toekent (via zijn vertegenwoordiger), is bedoeld als een uitdrukking van vertrouwen in dat bewust engagement van de leerkracht. Het is tevens een uitdrukking van zijn erkentelijkheid en van zijn verwachting.

Wie zich engageert, kan vanwege de inspecteurs-adviseur godsdienst rekenen op de nodige begeleiding om in dit engagement verder te groeien.

In de praktijk heeft de bisschop aan de vicaris voor het onderwijs en aan de verantwoordelijken van enkele congregaties de taak gegeven het mandaat toe te kennen aan de leerkrachten die voldoen aan bovenstaande voorwaarden.

De mandaatverlening is bisdom-gebonden.

Het mandaat gegeven door een congregationele mandaatverlener is congregatie-gebonden.

Het mandaat behoort tot de voorwaarden voor het geven van godsdienstonderricht, zoals vastgelegd in het Decreet Rechtspositie voor personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.

2. Termgebruik: visum - mandaat

Het voorwaardelijk mandaat (visum) is de statutaire of rechtspositionele toestemming vanwege de bisschop om de facto Rooms-katholieke godsdienst te geven in het ambt, in de school en voor de tijd vermeld in het aanwervingscontract.

Naast de voorwaarden vastgelegd in het wetboek van kerkelijk recht is het nodig dat het godsdienstonderricht van de leerkracht goed bevonden wordt door de inspecteur-adviseur godsdienst. Dan wordt het mandaat toegekend.

Het mandaat is de opdracht (de zending - missio canonica) van de bisschop die aan de betrokkene de bevoegdheid geeft om in zijn bisdom kinderen in de kleuterschool te begeleiden in hun godsdienstige ontwikkeling of het vak Rooms-katholieke godsdienst te onderwijzen in de lagere school, onder de voorwaarden vermeld in het wetboek van het kerkelijk recht (canon 804, par. 2).

3. Voorwaarden bij de toekenning van het mandaat

In het verleden werd het mandaat automatisch gekoppeld aan een visum.

Dit visum werd verleend aan alle afgestudeerden van een katholieke lerarenopleiding. Wie aangenomen werd en verder fungeerde in het vrij katholiek onderwijs, ontving het visum waaraan de mandaatverlening verbonden werd op grond van een diploma van een katholieke normaalschool (lerarenopleiding).

Er was dus een automatische koppeling van diploma, visum en mandaat.

Vanaf nu willen we streven naar een bewuster kerkelijk engagement van de leerkracht met betrekking tot het geven van godsdienstonderricht. Er is dus in feite een ontkoppeling van diploma, visum en mandaat.

Daarom maken we onderscheid tussen:

Voorwaarden om Rooms-katholieke godsdienst te onderrichten:

Na positief advies van de inspecteur-adviseur of van de congregationele adjutor gedurende de tijdelijke onderwijsloopbaan zal de bevoegde kerkelijke mandaatverlener het mandaat toekennen.

4. Procedure bij het toekennen van het mandaat aan klastitularissen in het katholiek onderwijs die godsdienstonderricht geven

4.1 Aanvraag (zie bijlage 1)

4.2 Toekenning voorwaardelijk mandaat (visum)

-beginletters bisdom
-beginletters van de naam van de mandaatverlener
-burgerlijk jaar van toekenning
-volgnummer gegeven door de mandaatverlener
(Voorbeeld: MB-JP-1999-001)

4.3 Mandaatverlening

Na positief advies gedurende de tijdelijke onderwijsloopbaan zal de bevoegde kerkelijke mandaatverlener het mandaat toekennen.

De leerkracht krijgt dan een mandaatnummer dat als volgt is samengesteld:

-beginletters bisdom
-beginletters van de naam van de mandaatverlener
-M (voor mandaat)
-burgerlijk jaar van toekenning
-volgnummer gegeven door de mandaatverlener.

Op elk aanwervingscontract wordt het mandaatnummer vermeld.
Bij het overgaan naar een ander bisdom dient men daar het mandaat aan te vragen.

5. Deze regeling geldt voor ieder die gediplomeerd is vanaf 1999.

 

AARTSBISDOM MECHELEN-BRUSSEL (Zie : www.IDKG.be en http://www.idkg.be/solliciteren.htm#Hoe solliciteren )

Toelichtingen :

  1. Schriftelijke aanvraag in de loop van de maand mei of juni/juli met bijgevoegd sollicitatieformulier (met naam en adres van enkele referentiepersonen) sturen aan bisschoppelijk gedelegeerde voor het onderwijs Fons Uytterhoeven, F. de Merodestraat 18, 2800 Mechelen, Tel. 015/29.84.02 - godsdienst.mb@kerknet.be

  2. Alle info in een notendopje in deze bijlage.

N.B.: (1) Het is nuttig dat pas afgestudeerden, indien ze nog geen baan in het onderwijs hebben, na enkele maanden aan het vicariaat van het onderwijs laten weten of ze 'uitkeringsgerechtigd' zijn op de RVA. Dan komen ze bv. in aanmerking voor vervanging van leerkrachten met loopbaanonderbreking. Of ze uitkeringsgerechtigd zijn, kunnen ze op de RVA zelf vernemen. (2) Het is ook nuttig aan het vicariaat te laten weten of men bereid is in aanmerking te willen komen voor Geko-projecten (gesubsidieerde contractuelen). Dit stelsel vervangt de vroegere BTK- of DAC-projecten.

 

Formulier :

vzw Vicariaat Onderwijs Aartsbisdom Mechelen-Brussel
F. de Merodestraat 18, 2800 Mechelen

       INLICHTINGENFORMULIER VOOR KANDIDATEN-GODSDIENSTLERAREN

 

Naam (hoofdletters)/voornaam: .....................................................................................................

Geboorteplaats en -datum: ............................................................................................................

Nationaliteit: ................................................................................................................................

Behoort door het doopsel tot de rooms-katholieke kerk:   ja  -  neen    

Adres: straat, nr.: ………………………………………………………………………………………….

Postnummer, gemeente: …………………………………………………………………………………..

Telefoon: ................................. GSM: …………................ E-mailadres: ………….……………………

 

  1. Ik ben houder van de volgende diploma’s:

 

Diploma’s na secundair onderwijs

 

Behaald aan

 

Jaartal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2. Ik beschik niet over de vereiste of voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen om godsdienst te geven, maar ben houder van een getuigschrift of bijscholing om het vak godsdienst te onderwijzen of te doceren.

 

* getuigschrift Hoger Instituut Godsdienstwetenschappen (kopie bijvoegen)

* bijscholing godsdienstwetenschappen K.U.Leuven (kopie bijvoegen)

 

 

* andere getuigschriften



Bent u op dit ogenblik werkzaam in een bezoldigde betrekking? Welke vakken? Waar? Tot wanneer?
....................................................................................................................................................

Wenst u een volledige of een deeltijdse betrekking: ………………………………………………………

 

Datum en handtekening:

 

Terug naar het begin van de pagina