MARCUSEVANGELIE : DERDE HOOFDSTUK , Mc 3 commentaar .

Op deze pagina vind je een vlot commentaar op de verschillende perikopen van dit hoofdstuk . Op de webpagina Mc 3 vind je een gedetailleerde uitleg .

Het vlot commentaar is gebaseerd op de gedetailleerde uitleg en gesprekken in de bijbelgroepen .


Marcus 3,1-6 .

Het verhaal van de man met een verschrompelde hand is het vijfde en laatste verhaal (Mc 3,1-6) van vijf strijdgesprekken tussen Jezus en tegenstanders (Mc 2,1-3,6) . Het verhaal speelt zich af in de synagoge (van Kafarnaüm) . Het is dezelfde pleek waar Jezus zijn 'opernbaar leven' begon , er onderrichtte en een onreine geest uit een man uitdreef (Mc 1,21-28) . Deze twee verhalen lijken een geheel van verhalen (Mc 1,21-3,6) te omarmen . Op de heilige plaats als de synagoge is er blijkbaar onreinheid aanwezig : een mens met een onreine geest , een mens met een verschrompelde hand .

De wijze waarop Jezus naar de stad Kafarnaüm gaat en de synagoge binnengaat (Mc 1,21) gelijkt zeer sterk op de wijze waarop hij naar Jeruzalem gaat en de tempel binnengaat (Mc 11,15) . Zo mogen we de man met een onreine geest vergelijken met de marktsituatie van de tempel (Mc 11,15) . De eigenlijke bedoeling van de joodse godsdienst ligt onder een dikke laag stof van geld en macht . De reactie van de hogepriesters en de schriftgeleerden (Mc 11,18) komt sterk overeen met de reactie van de Farizeeën en de Herodianen (Mc 3,6) . In beide gevallen gaat het om het uitschakelen van Jezus . Wanneer Jezus en zijn leerlingen 's avonds de stad Jeruzalem uitgaan , merken zij op dat de vijgeboom , die Jezus 's morgens vervloekte , tot op de wortel verdord was (Mc 11,20) . De gelijkenis met de man met de verdorde hand kan niet treffender zijn . De mens met de verdorde hand en de verdorde vijgeboom liggen in elkaars lijn .
Een mens met een verdorde hand kan zijn hand niet uitstrekken om de zegen uit te spreken . Als er geen zegen is , is er ook geen toekomst . Zo zijn de mens met de verdorde hand en de verdorde vijgeboom beelden van de toestand waarin het volk zich bevindt . De schriftgeleerden van de Farizeeën pleiten voor een status quo . Wie gezondigd heeft , valt uit de boot . Daar kan geen mens iets aan doen . Dat behoort God toe . Jezus doorbreekt dat denken . De mensenzoon (hoe je hem ook beschouwt) kan zonden vergeven . Een nieuwe gemeenschap , een messiaanse , kan opgebouwd worden . Zo kan een gemeenschap op weg gaan , de last van het verleden dragen zonder eronder gebukt te gaan , zo kan een dorre en levenloze gemeenschap weer de hand strekken , zegenen en toekomst koesteren . Voeten en handen kunnen weer tot leven komen .
De Farizeeën willen een status quo . Dat kan hen een religieus superioriteitsgevoel geven . Schriftgeleerden en hogepriesters willen een status quo . Dat verzekert hen van de nodige tienden , een economische dominatie die zich ook vertaalt in religieuze en politieke macht . Ook de koning wil een status quo . Dat verzekert hem zijn baan die de Romeinen hem schonken . Met de zondenvergeving wordt het status quo doorbroken . Tollenaars en zondaars voelen zich geroepen en volgen Jezus . Zij laten hun beroep als belastingen- en tiendeninners in de steek . Belastingen werden niet meer geïnd . Dat moet de heersende klasse van priesters , koningen en keizer pijn doen . Dat is het ondergraven van het economische en politieke bestel .
Het verhaal speelt zich af op sabbat . Het zou een dag van gelukzaligheid kunnen zijn , maar blijkbaar is het een dag van doffe ellende en uitzichtloosheid .
Het beeld van de verdorde hand roept het beeld op van de dorre beenderen die tot leven komen uit het boek Ezechiël . De uitgestrekte hand roept het beeld op van de zegen van de hogerpiester met uitgestrekte hand . De mens met de verdorde hand is beeld van de situatie van het volk en mischien ook wel van de hogepriester wiens hand in feite een verdorde hand is , wiens 'zegen' geen toekomst geeft .
De man moet in het midden komen staan . Het is een beeld dat uitdrukt dat het volk zich bevindt tussen Jezus en zijn tegenstanders . Het volk moet gewekt , wakker gemaakt worden , niet versuft neerliggen en bij de pakken blijven zitten . Het gaat om toekomst of ondergang , leven of dood . Welke kant zal het met het volk uitgaan en welke richting zullen zijn leiders nemen ? De farizeeën houden Jezus nauwlettend in het oog want zij weten wat er op het spel staat . Zij zien geen heil in de messiaanse boodschap en de messiaanse gemeenschap . Zij stellen voor om Jezus uit te schakelen .
Jezus is kwaad om zoveel starheid van de Farizeeën . De tegenstelling tussen Jezus en de Farizeeën is groot . Jezus brengt leven en toekomst . De Farizeeën kiezen voor de dood van Jezus .

Nogmaals Mc 3,1-6

Volgens Mc 3,1 gaat Jezus voor de tweede maal naar de synagoge , wellicht opnieuw in Kafarnaüm . Bij zijn eerste bezoek was er reeds tegenstand . Die kwam van een man met een onreine geest . Hij wierp de vraag op : 'Ben jij gekomen om ons ten gronde te richten?' Hierop had Jezus de onreine geest uit de man uitgedreven . Bij een tweede bezoek van Jezus mogen we verwachten dat er wel meer tegenstand zou kunnen opduiken .
Bij een eerste bezoek was Jezus vergezeld van zijn leerlingen . Bij het tweede bezoek wordt geen melding van de leerlingen gemaakt . Blijkbaar spitst het verhaal zich toe tussen Jezus en zijn tegenstanders .
We lopen wat vooruit op het verhaal , door de vraag te stellen waarin die tegenstand bestaat . Heel eenvoudig uitgedrukt zouden we kunnen zeggen dat de tegenstand bestaat in een fundamentele visie op de wet . Moet de wet onderhouden worden omwille van God , omdat God die wet heeft uitgevaardigd enz. Of staat de mens voorop en staat de wet in dienst van de mens ? Deze tweevoudige benadering van de wet hoeft niet persé tegengesteld te zijn . De benadering is evenwel zeer verschillend . In de ene benadering is God het uitgangspunt , in het andere de mens . De tegenstelling tussen beide benaderingen ontstaat wanneer de wetten van God als tijdloos worden beschouwd waaraan de mens in welke tijd en situatie dan ook zich moet onderwerpen . Er hoeft geen tegenstelling te bestaan wanneer de wetten van God als tijdelijk , in een bepaalde situatie , gegeven zijn tot geluk van de concrete mens van die tijd en plaats . Dat betekent dat de wetten van God telkens opnieuw moeten herinterpreteerd worden voor de mens hic et nunc , met het oog op zijn geluk . In Mc 3,4 wordt de tegenstelling op de spits gedreven : 'Is het toegelaten op sabbat goed te doen of kwaad te doen , een leven te redden of te laten sterven .' Ofwel doe je niets omdat God geboden heeft de sabbat te onderhouden en op die dag niet te arbeiden , ofwel genees je , arbeid je ondanks het sabbatgebod van God . Ondanks... misschien moet dat gebod van God om de sabbat te onderhouden en niet te arbeiden herinterpreteerd worden en hoeft het genezen op sabbat niet in tegenstelling te zijn met Gods gebod .
De plaats van bijeenkomst , de synagoge , de beth haknèsèth , hoeft geen plaats van het eeuwig herhalen van Gods geboden te zijn en het eeuwig herhalen van het onveranderlijk toepassen in het dagelijks leven . Het kan een plaats zijn waarin de wetten van God worden herinterpreteerd voor de concrete mens hier en nu en uitdagingen worden aangereikt voor het concrete leven hic et nunc . Ging Jezus en zijn tegenstanders met een verschillende visie op de synagogebijeenkomst en op de wetten van God naar de synagoge ? Of was het Jezus die met de klassieke benadering geen genoegen nam en in feite de toestand bekritiseerde en eraan weerstand bood ? Brengt de komst van Jezus naar de synagoge geen onweer , donder en bliksem mee ?
In de synagoge is een man met een verschrompelde hand . Het is een man met een lichamelijk gebrek en een verlangen naar genezing . Uit de tekst kunnen we afleiden dat in de klassieke opvatting over de sabbat er geen plaats is voor genezing . Op sabbat , en in ieder geval in de synagoge op sabbat , is alles op God gericht . De mens in dienst van God . Jezus keert blijkbaar de rollen om . De mens staat op de eerste plaats . Volgens Jezus heeft God in de allereerste plaats het geluk van de mens op het oog . Voor Jezus is de aanwezigheid van een man met een lichamelijk gebrek een reden om hem te genezen . Een synagogebijeenkomst is dus geen plaats waarin de toestand van de mens een status-quo blijft ; het is een plaats van genezing en heling .
Blijkbaar zijn de actoren voldoende gekend ofschoon ze tot hiertoe nog niet met naam worden genoemd . In de visie van Jezus zal hij de man genezen . In de andere visie is het niet toegelaten op sabbat iets te doen , dus ook niet genezen ; het is een gebod van God . De klassieke versie heeft het voor het zeggen . De tegenstanders van Jezus houden hem in het oog of hij op sabbat zou genezen opdat zij hem zouden beschuldigen . Een andere mening erop nahouden is niet persé strafbaar . Een gebod van God overtreden is dat eventueel wel . Of het gebod van God al dan niet overtreden wordt hangt af van de interpretatie van dat gebod . De tegenstanders gaan er blijkbaar van uit dat hun interpretatie de enige juiste is en dat een gedrag dat op die andere interpretatie gestoeld is , blijkbaar fout en eventueel strafbaar is .
Goed doen , een leven redden , geen mens kan ertegen zijn . Alhoewel . Volgens een joodse strekking is het niet op sabbat toegelaten . Omdat het beschouwd wordt als werken . En werken op sabbat is niet toegelaten . Er zijn immers nog zes dagen in de week om goed te doen en een leven te redden . Waarom moet dat dan persé op sabbat ? Op sabbat wordt duidelijk om wat het in de godsdienst gaat . Het gaat om God . Het gaat om de mens en zijn geluk . Volgens Jezus staan godsdienstige instellingen in dienst van de mens . Het sabbatgebod davert op zijn grondvesten omdat het aan het menselijk geluk en aan menselijke interpretatie onderhevig is , dus tijdelijk geldig , veranderlijk , relatief .

DE ROEPING VAN DE TWAALF (Mc 3,13-19)

Wie protestants is opgevoed , zal wellicht de namen van de twaalf geroepenen volgens het Marcusevangelie kunnen opsommen en zal wellicht ook nog kunnen vertellen hoe de lijst van de twaalf bij  de synoptici van elkaar verschilt . Als katholiek slaag ik er bijna niet in om de namen van de twaalf bij elkaar te sprokkelen , laat staan de verschillen onder de synoptici te kunnen aangeven . Maar door studie en gesprek in de bijbelgroepen kom ik tot het besef dat het om meer gaat dan om een lijstje van illustere apostelen .
In het voorafgaande verhaal bevindt Jezus zich aan de oever van het meer van Galilea en wordt hij omstuwd door een grote menigte , een massa . Hij is naar het meer getrokken uit veiligheidsoverwegingen , want de Farizeeën en Herodianen gaan een besluit voorleggen om Jezus uit de weg te ruimen . Jezus is geen  een geslagen hond of hij gaat niet onder de dreiging gebukt , want er gaat van hem een kracht en een energie uit als nooit tevoren waardoor massa’s naar hem toestromen , zieken worden genezen en demonen gaan zwijgen .
Dat Jezus de berg opgaat , doet natuurlijk denken aan de verbondssluiting van Mozes op de berg Sinaï (Ex 24,9) .  Mozes ging de berg op met zijn zoon Aäron , met zijn twee kleinzonen Nadab en Abihu en met 70 oudsten van het volk . Zij allen waren betrokken bij het sluiten van het verbond tussen de God van Israël en het volk .
Bij de roeping van de twaalf door Jezus denken we in de eerste plaats aan de bekommernis van Jezus om zijn werk verder te zetten wanneer hij er niet meer zal zijn . We denken dan vooral aan de twaalf geroepenen en uitgekozenen , die dan wordt onderscheiden van de anderen , de massa . We geven dan slechts aandacht aan het organisatorische aspect . We lopen dan het gevaar het inhoudelijk aspect onder te belichten . En die inhoud is uiterst rijk .
Het visioen van Jezus bestaat in het opnemen van de oerdroom van Israël : broers (en zussen) worden van elkaar . Reeds vóór het bestaan van Israël is het probleem gesteld in het verhaal van Kaïn en Abel . Kaïn zegt : “Ben ik soms de hoeder van mijn broer?” (Gn 4,9) . En de lange geschiedenis van Israël is er één van broederliefde en broederstrijd . Denken we aan Esau en Jakob . Een emotioneel moment van beiden is hun ontmoeting aan de Jabbokrivier (Ex 32,2-33,17) . Jakob ontvangt de naam Israël (Gn 32,29) . Zijn 12 zonen zullen uitgroeien tot 12 stammen . Mozes bevrijdt het volk uit Egypte en geeft het zijn grondwet . Jozua neemt bezit van het land Kanaän . Aan iedere stam wordt een gebied aangewezen , behalve aan de stam Levi , die voor de eredienst moet zorgen . Met David groeit het 12-stammengebied  tot een koninkrijk met Jeruzalem als hoofdstad (1000-970 v. Chr.) . Na Salomo (+ 930 v. Chr.) wordt het koninkrijk gesplitst in een Noord- en een Zuidrijk . In het Noordrijk wordt Samaria de hoofdstad . In het Zuidrijk blijft Jeruzalem de hoofdstad . Het Noordrijk omvat 10 stammen , het Zuidrijk 2 stammen (Juda en Benjamin) . Vaak zullen deze beide koninkrijkjes tegen elkaar ten oorlog trekken . In 722 v. Chr. veroveren de Assyriërs het Noordrijk en de  hoofdstad Samaria . Een gedeelte van de bevolking van het Noordrijk wordt weggevoerd en vreemde volkeren worden aangevoerd . Uit de vermenging van de autochtone bevolking en de geïmporteerden  ontstaan de Samaritanen . Voor altijd blijft het Noorden onder vreemde overheersing . Het Zuidrijk zal nu eens autonoom zijn , dan weer onder vreemde heerschappij  leven . In 586 v. Chr. valt Jeruzalem in handen van de Babyloniërs ; stad en tempel worden verwoest en een groot deel van de bevolking van Jeruzalem en Juda wordt weggevoerd naar Babylonië . In 538 v. Chr. mogen de bannelingen terugkomen . In de 2de eeuw komt het Zuidrijk onder het gezag van de Seleuciden , dat gevestigd is in Syrië . In 165 v. Chr. winnen de Makkabeeën de strijd en kunnen opnieuw onafhankelijk worden tot 67 v. Chr. wanneer een troonpretendent de hulp van de Romeinen inroept . Om het gevaar van verdwijning tegen te gaan plooit de kleine stam Juda op zichzelf terug en hoopt door het onderhouden van de geboden het tij van overheersing door de Romeinen te keren . Niet alleen worden de Samaritanen van het Noordrijk gehaat, maar ook zondaars , tollenaars , zieken worden uit het maatschappelijk leven van het kleine koninkrijk Juda geweerd . Van de vroegere droom van Israël om een gemeenschap van broers op te bouwen , schiet nog weinig over . Jezus vindt dat het welletjes is geweest en dat er eens komaf moet worden gemaakt met uitsluitingen van allerlei aard . De roeping van de twaalf is een heropnemen van de droom van Israël . Niet de afzonderlijke namen zijn belangrijk , maar het geheel , de twaalf . De namen van de twaalf zijn personificaties van de 12 stammen van Israël . Het gaat niet om 12 mannen met uitsluiting van vrouwen . Het gaat om het hele volk : mannen , vrouwen , kinderen . Zo wil Jezus komaf maken met een geschiedenis van meer dan 10 eeuwen broederstrijd . Uitsluiting moet worden geweerd , vergeving en barmhartigheid beoefend .  Jezus stelt zich niet tot doel het koninkrijk van David te herstellen , maar wel om het verbinden van de 12 stammen met elkaar . Niet het grondgebied is belangrijk , maar de onderlinge band . Dat moeten de 12 onder elkaar leren . Dat zal ook hun zending inhouden en van die boodschap zullen zij getuigen .
In zijn levensproject is Jezus trouw aan zichzelf , aan de gemeenschap en aan de God van Israël , zijn Vader . Daarenboven verruimt en verdiept  de ene relatie  de andere . Zo is Jezus trouw aan het verbond tussen het volk Israël en zijn God .
Twaalf staat symbool voor volledigheid zoals de 12 maanden een jaar rond maken . In de kring wil Jezus de verschillende stammen , strekkingen , stromingen opnemen . Het zijn niet allemaal lievertjes . Twee van hen worden donderzonen genoemd . Bij hen kan je onweer , donder en bliksem verwachten . Ze zullen niet terugschrikken voor geweld en halen soms  de ‘grote kanonnen’ boven . Er is ook Simon Kananeüs of Simon de zeloot . Zeloten ijverden voor de zaak van God en schuwden geen geweld . In de naam Iskariot bij de naam Judas treffen we de Latijnse naam sicarius (dolk) aan . Sicariërs droegen een dolk en deinsden er niet voor terug om aanslagen tegen de Romeinen te plegen . Die twaalf was een zootje bij elkaar . Jezus speelt met vuur door die twaalf te kiezen .  Hij neemt in zijn kring mensen op die het uiteindelijk niet met hem eens zullen zijn . Judas zal hem overleveren .
Bij de naam Judas zijn we geneigd te denken aan Juda , één van de zonen van Israël . Hij verhinderde dat zijn broers Jozef vermoordden en hij deed het voorstel om Jozef aan de Midjanitische kooplieden voor twintig zilverlingen te verkopen .
Opmerkelijk is de tegenwoordige tijd van de eerste twee werkwoorden : “Jezus gaat de berg op en roept” (Mc 3,13) . Marcus zou hiermee kunnen aanduiden dat de roeping door Jezus niet alleen gold voor de tijd van Jezus (de vertelde tijd) , maar ook voor de tijdgenoten van de schrijver (verteltijd) en daarenboven voor de lezers in latere tijd . Het is de roeping om de oerdroom van Israël , Mozes , Jezus enz. voor ogen te houden en waar te maken : een mensengemeenschap van broers en zussen te vormen .
Tegenover de macht en het geweld van de Romeinse keizer stelt Jezus het ideaal van Israël . Tegenover de Romeinse pax romana (de Romeinse vrede) stelt Jezus de sjalôm van de God van Israël .
Jezus stelde toen geen hiërarchie van mannen in , die dan op basis van het Laatste Avondmaal de eucharistie zouden kunnen claimen . Jezus bracht de twaalf (het hele volk) bijeen om dan samen het brood te breken en het verbond van God met Israël te vernieuwen .