COMMENTAAR OP HET MARCUSEVANGELIE , DERTIENDE HOOFDSTUK ( MC 13 ) - verwijzingen
-
Overzicht van het Marcusevangelie : Mc
1 , Mc 2
, Mc 3 , Mc
4 , Mc 5
, Mc 6 , Mc
7 , Mc 8
, Mc 9 , Mc
10 , Mc 11
, Mc 12 ,
Mc 13 , Mc
14 , Mc 15
, Mc 16
Tekstuitleg per pericope - Mc
13,1-4 - Mc
13,5-8 - Mc
13,9-13 - Mc
13,14-20 -
Mc 13,21-23 - Mc
13,24-27 - Mc
13,28-29 - Mc
13,30-32 - Mc
13,33-37
Bijbeluitleg vers per vers - Mc
13,1 - Mc
13,2 - Mc
13,3 - Mc
13,4 - Mc
13,5 - Mc
13,6 - Mc
13,7 - Mc
13,8 - Mc
13,9 - Mc
13,10 - Mc
13,11 - Mc
13,12 - Mc
13,13 - Mc
13,14 - Mc
13,15 - Mc
13,16 - Mc
13,17 - Mc
13,18 - Mc
13,19 - Mc
13,20 - Mc
13,21 - Mc
13,22 - Mc
13,23 - Mc
13,24 - Mc
13,25 - Mc
13,26 - Mc
13,27 - Mc
13,28 - Mc
13,29 - Mc
13,30 - Mc
13,31 - Mc
13,32 - Mc
13,33 - Mc
13,34 - Mc
13,35 - Mc
13,36 - Mc
13,37
ZOEKEN OP DE WEBSITES WEDERKERIGHEID EN INTERLEVENSBESCHOUWELIJK (meer
dan 650 webpagina's)
ZOEKEN OP HET INTERNET
WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenaam : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/
en http://www.bijbelleerhuis.be
(zie bijbel)
. WEBLOG : BIJBELLEERHUIS
Nieuwe website : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ
DE HAND - NIEUW
- OVERZICHT
- TIJDSCHRIFTEN
-
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B
- C - D
- E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X
-Y - Z
HOOFDTHEMA'S :
allochtonen , armoede , bahá'í
, bijbel , bijbel en koran ,
boeddhisme ,
christendom ,
extreemrechts
( Vlaams Blok
) , fundamentalisme
, globalisering en antiglobalisering
, hindoeïsme
, interlevensbeschouwelijke
dialoog , interreligieuze
meditatie , islam , jodendom
, levensbeschouwing
, levensbeschouwing / godsdienst
en onderwijs , migratie , racisme , samenleving ,
sikhisme , NIEUWE
RUBRIEK : SPIRITUALITEIT
, tewerkstelling
van allochtonen , vluchtelingen
en asielzoekers , vrijzinnigheid
, witte scholen , multiculturele
scholen en concentratiescholen ,
- Eigen-zinnige
beschouwingen - Het
kleine of grote ongenoegen -
|
Woordenschat
- blepô (kijken) bij Marcus, zie Mc
13,33
Bibliografie - Mc
13,1-37 -
Literatuur : marcusliteratuur13
.
Liturgisch gebruik
Mc 13,24-32 - Mc
13,24-27 - Mc
13,28-29 - Mc
13,30-32 - : 33ste
(drieëndertigste) zondag door het jaar (B)
Mc 13,33-37 - Mc
13,33-37 : 1ste
(eerste) zondag van de advent (B)
Overzicht bijbelboeken :
- OT :
Gn , Ex
, Lv , Nu
, Dt , Joz
, Re , Rt
, 1 S , 2
S , 1 K , 2
K , 1 Kr ,
2 Kr , Ezr
, Neh , Tob
, Jdt , Est
, 1 Mak , 2
Mak , Job
, Ps , Spr
, Pr , Hl
, W , Sir
, Js , Jr
, Kl , Bar
, Ez , Da
, Hos , Jl
, Am , Ob
, Jon , Mi
, Nah , Hab
, Sef , Hag
, Zach , Mal
.
- NT : Mt
- Mc - Lc
- Joh -
Hnd , Rom
, 1 Kor , 2
Kor , Gal
, Ef , Fil
, Kol , 1
Tes , 2 Tes
, 1 Tim , 2
Tim , Tit
, Film , Heb
, Jak , 1
Pe , 2 Pe
, 1 Joh , 2
Joh , 2 Joh
, Jud , Apk
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken :
bibliografie
van het Oude Testament - bibliografie
Matteüsevangelie - bibliografie
Marcusevangelie - bibliografie
Lucasevangelie - bibliografie
van het Johannesevangelie - bibliografie van het
Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse
Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en
Marc Vervenne volgende pericopen in het dertiende hoofdstuk van het Marcusevangelie
:
299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc
13,1-4 - Mt
24,1-3 - Lc
21,5-7 -
300. Het begin van het einde : Mc
13,5-8 - Mt
24,4-8 - Lc
21,8-11 -
301. Gedrag bij vervolgingen : Mc
13,9-13 - Mt
24,9-14 - Lc
21,12-19 -
302. De gruwel van de verwoesting van Judea : Mc
13,14-20 - Mt
24,15-22 - Lc
21,20-24 -
303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc
13,21-23 - Mt
24,23-25 -
305. De komst van de Mensenzoon : Mc
13,24-27 - Mt
24,29-31 - Lc
21,25-28 -
306. Gelijkenis van de vijgeboom : Mc
13,28-29 - Mt
24,32-33 - Lc
21,29-31 -
307. De tijd van het einde : Mc
13,30-32 - Mt
24,34-36 - Lc
21,32-33 -
308. Slot van de eschatologische rede (Mc) : Waakzaamheid bij afwezigheid van
de Heer :Mc
13,33-37 -
| Mc
13,1 |
Mc
13,3 |
| kai (en) |
kai (en) |
| ekporeuomenou (zich op weg begevende
weg) |
kathèmenou (gezeten) |
| autou (hij) |
autou (hij) |
| |
eis to oros tôn elaiôn (op de berg van de
Olijven) |
| ek tou hierou (uit de tempel) |
katenanti tou hierou (tegenover de tempel) |
| 299. Inleiding tot de eschatologische
rede : Mc
13,1-4 - Mt
24,1-3 - Lc
21,5-7 - |
|
| Mc 13,1 - Mc
13,1 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:1 kai ekporeuomenou autou ek tou hierou legei
autôi eis tôn mathètôn autou didaskale ide potapoi lithoi kai potapai
oikodomai |
1 et cum egrederetur de templo ait illi unus ex
discipulis suis magister aspice quales lapides et quales structurae |
|
1 Toen Jesus de tempel vcrliet, zei een van zijn
leerlingen tot Hem: Meester, kijk eens, wat een stenen en wat een
gebouwen! |
[1] Toen Hij wegging uit de tempel, zei een van
zijn leerlingen tegen Hem: ‘Meester, kijk toch eens wat een
stenen en wat een gebouwen.’ |
[1] Toen hij de tempel verliet, zei een van zijn
leerlingen tegen hem: ‘Meester, kijk eens, wat een enorme stenen
en wat een imposante gebouwen!’ |
1 ¶ Als hij uit het heiligdom vertrekt zegt
één van zijn leerlingen tot hem: leermeester, zie toch
wat een steenblokken en wat een gebouwen! |
Bij het buiitentreden van Jezus uit de tempel |
|
| - poreuomai
= zich op weg begeven (bij Marcus), zie Mc
10,1 . Ekporeuomenou autou (bij het naar buiten treden van Jezus). Participium
praesens genitief enkelvoud, losse genitief : (1) Mc
10,17 (2) Mc
10,46 (3) Mc
13,1 . Het vormt een link met Mc
11,27 : kai erchontai palin eis Hierosoluma kai en tôi hierôi
peripatountos autou (en zij gaan opnieuw naar Jeruzalem. En tijdens het
rondwandelen van Jezus in de tempel). |
| Mc 13,2 - Mc
13,2 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:2 kai o ièsous eipen autô blepeis tautas tas
megalas oikodomas ou mè afethè ôde lithos epi lithon os ou mè kataluthè |
2 et respondens Iesus ait illi vides has omnes
magnas aedificationes non relinquetur lapis super lapidem qui non
destruatur |
|
2 Maar Hij zei: Ziet ge die grote gebouwen? Geen
steen zal op de andere gelaten worden, alles zal worden verwoest. |
[2] Jezus zei hem: ‘Zie je die grote gebouwen?
Er zal hier geen steen op de andere blijven: alles wordt neergehaald.’ |
[2] Jezus zei tegen hem: ‘Die grote gebouwen
die je nu ziet – wees er maar zeker van dat geen enkele steen
op de andere zal blijven; alles zal worden afgebroken.’ |
1 ¶ Als hij uit het heiligdom vertrekt zegt
één van zijn leerlingen tot hem: leermeester, zie toch
wat een steenblokken en wat een gebouwen! 2 En Jezus zegt tot hem:
je kijkt op tegen deze grote gebouwen? er zal geen steen op een steen
gelaten worden die niet zal worden weggesloopt! |
|
|
| Mc 13,3 - Mc
13,3 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:3 kai kathèmenou autou eis to oros tôn elaiôn
katenanti tou ierou epèrôta auton kat idian petros kai iakôbos kai
iôannès kai andreas |
3 et cum sederet in montem Olivarum contra templum
interrogabant eum separatim Petrus et Iacobus et Iohannes et Andreas |
|
3 En nadat Hij Zich had neergezet op de Olijfberg
tegenover de tempel, stelden Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas,
terwiji er verder niemand bij was, Hem de vraag: |
[3] Toen Hij op de Olijfberg tegenover de tempel
zat, en ze met Jakobus, Johannes en Andreas onder elkaar waren, vroeg
Petrus* Hem: |
[3] Toen hij op de Olijfberg was gaan zitten, tegenover de tempel,
en Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas alleen met hem waren, stelde
Petrus hem de vraag: |
3 Toen hij zat op de helling van de Olijfberg,
tegenover het heiligdom, heeft, nu zij op zichzelf waren, Petrus met
Jakobus, Johannes en Andreas hem de vraag gesteld: |
|
|
| Mc 13,4 - Mc
13,4 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:4 eipon èmin pote tauta estai kai ti to sèmeion
otan mellè tauta sunteleisthai panta |
4 dic nobis quando ista fient et quod signum erit
quando haec omnia incipient consummari |
|
4 Zeg ons, wanneer dat zal gebeuren en wat zal
het teken zijn, dat dit alles gaat voltrokken worden? |
[4] ‘Zeg ons wanneer* dat zal gebeuren, en
wat het teken is dat dat alles in vervulling gaat.’ |
[4] ‘Vertel ons, wanneer zal dat allemaal
gebeuren en aan welk teken kunnen we herkennen dat het zover is?’ |
4 zeg ons, wanneer zal dat zijn, en wat is het teken
wanneer dat alles zich gaat voltrekken? |
|
|
Met Mc 13,5a // Mt 24, 4 // Lc 21,8 begint een lange rede die de eschatologische
rede (rede over de eschata : de laatste dingen) wordt genoemd. Deze
rede omhelst Mc 13,5b-37 ( Mt 24-25 en Lc 21). Het is de laatste rede vooraleer
de verhalen over paasmaal, lijden, dood en verrijzenis van Jezus aanvangen (Mc
14-16. Mt 26-28. Lc 22-24). Hier eindigt in feite het evangelie. In Mc 1,15
- bij het begin van het Marcusevangelie - zegt Jezus : De gunstige tijd is vervuld.
Nabij is het koninkrijk van God. In Mc 13,33 eindigt Marcus zijn eschatologische
rede met de woorden : Je weet niet wanneer de gunstige tijd is. Je weet niet
wanneer de huisheer komt. Er rest slechts : waken, uitzien, verwachten.
| Mc 13,5 - Mc
13,5 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:5 Ho de Ièsous èrxato legein autois blepete mè
tis humas planèsè |
5 et respondens Iesus coepit dicere illis videte
ne quis vos seducat |
|
|
|
|
5 ¶ Maar Jezus vangt aan met tot hen te zeggen:
kijkt uit dat niemand u tot dwaling brengt! |
|
|
- èrxato (hij begon) . In 18 verzen bij Marcus, zie Mc
1,45 -
- blepô (kijken) bij Marcus, zie Mc
13,33 . Blepete (kijk uit) . In deze vorm komt het in 8 verzen in Marcus
voor, waarvan in 4 verzen in Mc 13 : (1) Mc
4,24 (2) Mc
8,15 (3) Mc
8,18 (4) Mc
12,38 (5) Mc
13,5 (6) Mc
13,9 (7) Mc
13,23 (8) Mc
13,33 . |
| Mc 1,15 |
|
Mc 13,33 |
Mc 13,35 |
| kai legôn hoti (en zeggende dat) |
kai (en) |
ouk oidate gar +pote (je weet immers niet wanneer) |
ouk oidate gar pote (je weet immers nie wanneert) |
| peplèrôtai (tot vervulling is gekomen) |
èggiken (nabij is) |
|
|
| ho kairos (het gepaste moment - de gunstige tijd) |
hè basileia tou theou (het koninkrijk van God) |
ho kairos (de gunstige tijd) |
ho kurios tès oikias (de heer van het huis - de
huisheer) |
| |
|
estin (er is) |
erchetai (komt) |
| 21. Begin van Jezus'optreden in Galilea : Mc 1,14-15
// Mt 4,12-17 // Lc 4,14-15 - Mc
1,14-15 - Mt
4,12-17 - Lc
4,14-15 - |
|
308. Slot van de eschatologische rede (Mc) : Waakzaamheid
bij afwezigheid van de Heer : Mc 13,33-37 - Mc
13,33-37 - |
|
De komst van Jezus wekt hoge verwachtingen. Het moment is er. Het koninkrijk
van God komt. Wanneer Jezus optrekt naar Jeruzalem, nemen de verwachtingen nog
toe. Want daar zal het gebeuren. Daar zal Gods koninkrijk gevestigd worden.
In voorgaande pericopen staken de tegenstanders hun verbale tegenstand. Het
is de stilte voor de storm. De tegenstanders zullen tot geweld overgaan. De
spanning stijgt. De leerlingen vragen wanneer het dan wel allemaal gaat gebeuren
en welk teken dat gebeuren zal inzetten. De verwachtingen zullen niet ingelost
worden. Jezus wordt gevangen genomen, gekruisigd. Zijn leerlingen zijn overtuigd
dat Jezus verder leeft bij God, dat Hij verrezen is. Zij geloven dat Jezus weldra
zal terugkomen en het koninkrijk van God zal vestigen. Maar het blijft maar
uit. 'Je weet niet wanneer het koninkrijk van God komt" zegt Marcus op
het einde van zijn eschatologische rede.
| Mc
13,4 - Mc
13,5 |
Mc
13,7 |
Mc
13,9 |
Mc
13,11 |
Mc
13,14 |
Mc
13,14 |
Mc
13,21 |
Mc
13,23 |
Mc
13,26 |
Mc
13,27 |
Mc
13,33 |
Mc
13,33 |
Mc
13,35 |
| 4a : pote |
hotan (wanneer) |
|
kai hotan (en wanneer) |
hotan (wanneer) |
tote (dan |
kai tote (en dan) |
|
kai tote (en dan) |
kai tote (en dan) |
|
ouk oidate gar pote (je weet immers niet wanneer) |
ouk oidate gar pote (je weet immers niet wanneer) |
| blepete (kijk uit) |
|
blepete (kijk uit) |
|
|
|
|
humeis de blepete (julliej echter kijk uit) |
|
|
blepete (kijk uit) |
|
|
| |
de (echter) ... |
de (echter) ... |
|
de (echter) ... |
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
akousète (hoort) |
|
|
idète (ziet) |
|
|
|
|
|
|
|
|
| mè (dat iemand) |
mè (dat gij niet) |
|
mè (dat gij niet) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
Mc 13, 8 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
... gar (want) |
|
... gar (want) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 300. Het begin van het einde :Mc
13,5-8 - Mt
24,4-8 - Lc
21,8-11 - |
- |
301. Gedrag bij vervolgingen : Mc
13,9-13 - Mt
24,9-14 - Lc
21,12-19 - |
|
302. De gruwel van de verwoesting van Judea : Mc
13,14-20 - Mt
24,15-22 - Lc
21,20-24 - |
|
303. Pseudochristussen en pseudoprofeten :
Mc
13,21-23 - Mt
24,23-25 - |
|
305. De komst van de Mensenzoon : Mc
13,24-27 - Mt
24,29-31 - Lc
21,25-28 - |
|
308. Slot van de eschatologische rede (Mc) : Waakzaamheid
bij afwezigheid van de Heer :- Mc
13,33-37 - |
|
|
Mc 13,5 en Mc 13,22b-23 vormen een inclusio. Ze bakenen een
pericope af. In Mc 13,24 begint een nieuwe pericope : alla in ekeinais tais
hèmerais meta tèn thlipsin ekeinèn (maar in die dagen na
die verdrukking). Zie ABCDEF - A'B'C'D'E'F' in het kader.
| |
Mc 13,5a |
Mc 13,23b |
|
Mc 13,5b |
Mc 13,23a |
| |
ho de Ièsous (Jezus echter) |
|
|
|
|
| |
èrksato (begon) |
|
|
|
|
| |
legein (te spreken) (A) |
proeirèka (ik heb vooraf gezegd) (A') |
|
|
|
| |
autois (tot hen) (B) |
humin (tot u) (B') |
|
|
|
| |
de rede (C) |
panta (alles) (C') |
|
|
|
| |
|
|
|
blepete (kijk uit) (D) |
humeis de blepete (D')(jullie echter, kijkt uit!) |
| |
|
|
|
mè tis humas(E) planèsèi (F) (dat
iemand je niet misleide) |
22b : pros to apoplanèn (F') ei dunaton, tous eklektous
(E') (om indien mogelijk, de uitverkorenen te misleiden) |
| woorden |
6 |
3 |
|
5 |
3. v.22b: 7 |
| lettergrepen |
11 |
7 |
|
10 |
6. v.22b: 14 |
| |
300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8
// Lc 21,8-11 - Mc
13,5-8 - Mt
24,4-8 - Lc
21,8-11 - |
303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23
// Mt 24,23-25 - Mc
13,21-23 - Mt
24,23-25 - |
|
300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8
// Lc 21,8-11 - Mc
13,5-8 - Mt
24,4-8 - Lc
21,8-11 - |
303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23
// Mt 24,23-25 - Mc
13,21-23 - Mt
24,23-25 - |
Het tweede gedeelte van Mc 13,5 leidt de eschatologische rede in. Het bestaat
uit een hoofdzin en een ondergeschikte zin. De ondergeschikte zin is een aansporende
doelzin : opdat niet... Dit inleidend vers kunnen we vergelijken met
vers 21. Ook daar is er een hoofdzin en een ondergeschikte zin. De
hoofdzin echter staat achteraan, de ondergeschikte zin vooraan. De hoofdzin
: Mc 13,5 : blepete (kijk uit) , Mc 13,21 : mè pisteuete (gelooft het
niet). De ondergeschikte zin : Mc 13,5 : mè tis humas planèsèi
(opdat niet iemand jullie misleide) , Mc 13,21 : kai hote ean tis humin eipèi
(en wanneer iemand jullie dan zou zeggen).
| |
Mc 13,5 |
Mc 13,21 |
|
Mc 13,6a |
Mc 13,21b |
|
Mc 13,6b |
Mc 13,22b |
|
Mc 13,5-6 |
Mc 13,23 |
| |
blepete (kijk uit) |
21c. mè pisteuete (gelooft het niet) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
mè (opdat niet) |
21a. kai tot ean (en dan iemand) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
tis (iemand) |
tis (iemand) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
humas (jullie) |
humin (jullie) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
planèsèi (misleide) |
eipèi (zegge) |
|
polloi ... legontes (velen... zeggende) |
|
|
kai pollous planèsousin (en zij zullen velen misleiden) |
pros to apoplanan ei dunaton tous eklektous (om te misleiden, indien mogelijk,
de uitverkorenen) |
|
|
|
| |
|
|
|
hoti egô eimi (dat ik het ben) |
ide hôde ho christos, ide ekei (zie daar de christus,
zie hier) |
|
|
|
|
|
|
| woorden |
v.5 : 11 |
totaal v.21 : 14 |
|
v.6: 13 |
|
|
|
totaal v.22 : 17 |
|
totaal v.5-6 : 24 |
totaal v.23: 6
algemeen totaal : 37 |
| lettergrepen |
v.5: 21 |
totaal v.21: 26 |
|
v.6: 30 |
|
|
|
totaal v.22: 42 |
|
totaal v.5-6: 51 |
totaal v.23: 14
algemeen totaal : 82 |
| |
300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8 //
Lc 21,8-11 - Mc
13,5-8 - Mt
24,4-8 - Lc
21,8-11 |
303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23 //
Mt 24,23-25 - Mc
13,21-23 - Mt
24,23-25 - |
|
300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8 //
Lc 21,8-11 - Mc
13,5-8 - Mt
24,4-8 - Lc
21,8-11 |
303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23 //
Mt 24,23-25 - Mc
13,21-23 - Mt
24,23-25 - |
|
300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8 //
Lc 21,8-11 - Mc
13,5-8 - Mt
24,4-8 - Lc
21,8-11 |
303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23 //
Mt 24,23-25 - Mc
13,21-23 - Mt
24,23-25 - |
|
300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8 //
Lc 21,8-11 - Mc
13,5-8 - Mt
24,4-8 - Lc
21,8-11 |
303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23 //
Mt 24,23-25 - Mc
13,21-23 - Mt
24,23-25 - |
| Mc 13,6 - Mc
13,6 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:6 polloi eleusontai epi tô onomati mou legontes
oti egô eimi kai pollous planèsousin |
6 multi enim venient in nomine meo dic entes quia
ego sum et multos seducent |
|
|
|
|
6 velen zullen komen onder mijn naam en zeggen
‘ik ben het!; en velen tot dwaling brengen; |
|
|
Mc 13,6 handelt over de misleiders en sluit dus aan op Mc 13,5. Het vers bestaat
uit 2 nevengeschikte zinnen. Bij de eerste hoofdzin staat een deelwoord (legontes
: zeggende) bij het onderwerp (polloi : velen) en dat deelwoord heeft nog een
voorwerpszin (hoti egô eimi : dat ik het ben). Het tweevoudig gebruik
van het woordje polloi (velen) valt op : velen zullen misleiden en velen zullen
misleid worden. Wat de misleiders zeggen wordt in Mc 13,21 gezegd : ide hôde
ho christos, ide ekei (zie daar de christus, zie hier). Mc 13,22 bestaat uit
2 nevengeschikte zinnen. De tweede nevengeschikte zin bevat een infinitiefzin
van doel en op zijn beurt een voorwaardelijke zin. Mc 13,22 handelt over het
optreden van de misleiders.
Mc 13,5-6 bevatten 24 woorden en 51 lettergrepen. Zonder de inleidingsformule
: 18 woorden en 40 lettergrepen.
Mc 13,5-6 hebben een stukje inclusio. Hierdoor wordt het ook duidelijk dat
planaô (misleiden) het thema is, zoals dat ook het geval is voor Mc 13,21-23.
Het egô eimi (ik ben het) roept de tekst op die we vinden in Mc 14,62
bij het verhoor van Jezus door de hogepriester (332. Jezus voor het Sanhedrin
: Mc 14,55-64 // Mt 26,59-66 // (Lc 22,66-71) - Mc
14,55-64 -
Mt 26,59-66 - Lc
22,66-71 -). Jezus antwoordt op de vraag van de hogepriester: su ei ho christos
ho huios tou eulogètou (u bent de christus, de zoon van de gezegende)
met egô eimi (ik ben het). In die tekst vinden we ook de combinatie su
ei (u bent) - egô eimi (ik ben het) met ho christos (de Christus), een
combinatie die we vinden in Mc 13,6a en Mc 13,21a.
| Mc 13,5b |
Mc 13,6b |
| mè (opdat niet) |
kai (en) |
| tis (iemand) |
|
| humas (jullie) |
pollous (velen) |
| planèsèi (misleide) |
planèsousin (zullen zij misleiden) |
Blepete (kijk uit) in Mc 13,5b leidt een sectie in die handelt over bedriegers.
Deze sectie eindigt bij Mc 13,6.
Blepete (kijk uit) in Mc 13,23a sluit een gelijkaardige sectie af. Het thema
van die sectie is eveneens de bedriegers (Mc 13,21-22a). De plaats van dit blepete
(kijk uit) wordt verklaard door de inclusio (omsluitings)functie.
Blepete (kijk uit) in Mc 13,9 staat aan het begin van de vervolgingssectie.
Het schema van het einde (eerst vervolging enz... en dan verheerlijking) kan
ingegeven zijn door wat Jezus is overkomen: lijden, dood, verrijzenis.
In Mc 13,9 en Mc 13,23a staat telkens het Griekse woordje de (echter) als tweede
woord. Het is een aanduiding dat er iets nieuws begint.
| Mc 13,4 |
Mc 13,4c |
Mc 13,7 |
Mc 13,8 |
Mc 13,23 |
Mc 13,30 |
|
Mc 13,31 |
|
Mc 13,37 |
Mc 13,33 |
Mc 13,35 |
| eipon hèmin (zeg ons) |
|
|
|
proeirèka (ik heb voorzegd) humin (aan jullie) |
amèn legô humin (voorwaar ik zeg jullie) |
|
|
|
ho de humin legô, pasin legô(wat ik echter
aan jullie zeg, zeg ik aan allen) |
|
|
| |
kai t´to sèmeion (en wat is het teken) |
|
|
|
hoti (dat) |
mechris hou (totdat) |
|
|
|
|
|
| pote (wanneer) |
hotan (waarop) |
|
|
|
|
|
|
|
|
ouk oidate gar pote (je weet immers niet wanneer) |
ouk oidate gar pote (je weet immers niet wanneer) |
| |
|
|
|
|
|
|
ho ouranos kai hè gè (de hemel en de aarde) |
hoi de logoi mou (mijn woorden echter) |
|
|
|
| tauta (dat)... |
mellèi tauta sunteleisthai panta (dat alles zich
zal voltrekken) |
|
|
panta (alles) |
|
tauta panta (dat alles) |
pareleusontai (zullen voorbijgaan) |
ou pareleusontai (zullen niet voorbijgaan) |
|
|
|
| estai (zal zijn) |
|
dei genesthai (het moet gebeuren) |
|
|
ou mè parelthèi (niet voorbijgaat) |
genètai (gebeurt) |
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
hè genea hautè (dit geslacht) |
|
|
|
|
|
|
| |
|
all'oupô to telos (maar nog niet het einde) |
archè ôdinôn |
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
tauta |
|
|
|
|
|
|
|
|
| 299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc
13,1-4 // Mt 24,1-3 // Lc 21,5-7 - Mc
13,1-4 - Mt
24,1-3 - Lc
21,5-7 - |
|
300. Het begin van het einde : Mc
13,5-8 // Mt 24,4-8 // Lc 21,8-11 - Mc
13,5-8 - Mt
24,4-8 - Lc
21,8-11 |
|
303. Pseudochristussen en pseudoprofeten
: Mc 13,21-23 // Mt 24,23-25 - Mc
13,21-23 - Mt
24,23-25 - |
307. De tijd van het einde : Mc 13,30-32 // Mt 24,34-36
// Lc 21,32-33 - Mc
13,30-32 - Mt
24,34-36 - Lc
21,32-33 - |
|
|
|
308. Slot van de eschatologische rede (Mc) : Waakzaamheid
bij afwezigheid van de Heer : Mc 13,33-37 - Mc
13,33-37 - |
|
|
| Mc 13,7 - Mc
13,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:7 otan de akousète polemous kai akoas polemôn
mè throeisthe dei genesthai all oupô to telos |
7 cum audieritis autem bella et opiniones bellorum
ne timueritis oportet enim fieri sed nondum finis |
|
|
|
|
7 maar wanneer ge zult horen van oorlogen en geruchten
van oorlogen, schrikt dan niet; ‘het móet geschieden;,
maar dat is het einde nog niet; |
|
|
| Mc 13,8 - Mc
13,8 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:8 egerthèsetai gar ethnos ep ethnos kai basileia
epi basileian esontai seismoi kata topous esontai limoi archè ôdinôn
tauta |
8 exsurget autem gens super gentem et regnum super
regnum et erunt terraemotus per loca et fames initium dolorum haec |
|
|
|
|
8 want ‘volk zal ontwaken tegen volk en koninkrijk
tegen koninkrijk;; er zullen op sommige plaatsen aardbevingen zijn,
er zullen hongersnoden zijn; het begin van de weeën is dat; |
|
|
301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 // Mt 24,9-14
// Lc 21,12-19 - verwijzingen
-
| Mc 13,9 - Mc
13,9 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:9 blepete de umeis eautous paradôsousin umas
eis sunedria kai eis sunagôgas darèsesthe kai epi ègemonôn kai basileôn
stathèsesthe eneken emou eis marturion autois |
9 videte autem vosmet ipsos tradent enim vos conciliis
et in synagogis vapulabitis et ante praesides et reges stabitis propter
me in testimonium illis |
|
|
|
|
9 maar gij, kijkt uit voor uzelf; ze zullen u overleveren
aan sanhedrins en synagogen; ge zult worden mishandeld en voor stadhouders
en koningen worden opgesteld vanwege mij, tot een getuigenis voor
hen; |
|
|
| - blepô
(kijken) bij Marcus, zie Mc
13,33 . Blepete (kijk uit) . In deze vorm komt het in 8 verzen in Marcus
voor, waarvan in 4 verzen in Mc 13 : (1) Mc
4,24 (2) Mc
8,15 (3) Mc
8,18 (4) Mc
12,38 (5) Mc
13,5 (6) Mc
13,9 (7) Mc
13,23 (8) Mc
13,33 . |
| Mc 13,10 - Mc
13,10 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:10 kai eis panta ta ethnè prôton dei kèruchthènai
to euaggelion |
10 et in omnes gentes primum oportet praedicari
evangelium |
|
|
|
|
10 en aan al de volkeren moet eerst de vreugdeboodschap
worden gepredikt; |
|
|
| Mc 13,11 - Mc
13,11 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:11 kai otan agôsin umas paradidontes mè promerimnate
ti lalèsète all o ean dothè umin en ekeinè tè ôra touto laleite ou
gar este umeis oi lalountes alla to pneuma to agion |
11 et cum duxerint vos tradentes nolite praecogitare
quid loquamini sed quod datum vobis fuerit in illa hora id loquimini
non enim estis vos loquentes sed Spiritus Sanctus |
|
|
|
|
11 en wanneer ze u wegvoeren en u overleveren,
weest niet bezorgd wat ge zult uitspreken, nee, wat u in dat uur zal
worden gegeven, spreekt dat uit; want niet gij zijt het die spreekt
maar de heilige Geest; |
|
|
| Mc 13,12 - Mc
13,12 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:12 kai paradôsei adelfos adelfon eis thanaton
kai patèr teknon kai epanastèsontai tekna epi goneis kai thanatôsousin
autous |
12 tradet autem frater fratrem in mortem et pater
filium et consurgent filii in parentes et morte adficient eos |
|
|
|
|
12 een broeder zal een broeder ter dood overleveren
en een vader een kind, en ‘kinderen zullen opstaan tegen ouders;
en hen ter dood brengen; |
|
|
| Mc 13,13 - Mc
13,13 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:13 kai esesthe misoumenoi upo pantôn dia to
onoma mou o de upomeinas eis telos outos sôthèsetai |
13 et eritis odio omnibus propter nomen meum qui
autem sustinuerit in finem hic salvus erit |
|
|
|
|
13 ge zult gehaat zijn door allen, vanwege mijn
naam; maar wie volhardt ten einde toe, die zal worden gered; |
|
|
| Mc 13,12 : kai paradôsei adelfos adelfon eis thanaton kai
patèr teknon (en een broer echter zal een broer ter dood overleveren
en een vader een kind) kai epanastèsontai tekna epi goneis (en kinderen
zullen opstaan tegen ouders) kai thanatôsousin autous (en zij zullen
hen doden) |
| Op ket nevenschikkend voegwoord kai (en) na is deze zin identiek aan Mt
10,21 . |
302. De gruwel van de verwoesting van Judea : Mc 13,14-20
// Mt 24,15-22 // Lc 21,20-24 - verwijzingen
-
| Mc 13,14 - Mc
13,14 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:14 otan de idète to bdelugma tès erèmôseôs estèkota
opou ou dei o anaginôskôn noeitô tote oi en tè ioudaia feugetôsan
eis ta orè |
14 cum autem videritis abominationem desolationis
stantem ubi non debet qui legit intellegat tunc qui in Iudaea sunt
fugiant in montes |
|
|
|
|
14 ¶ wanneer ge ‘de gruwel der verwoesting;
ziet staan waar het niet moet wie voorleest lette er op laten dan
die in Judea vluchten naar de bergen, |
|
|
| Mc 13,15 - Mc
13,15 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:15 o | | [de] | epi tou dômatos mè katabatô
mède eiselthatô | ti arai | arai ti | ek tès oikias autou |
15 et qui super tectum ne descendat in domum nec
introeat ut tollat quid de domo sua |
|
|
|
|
15 laat wie op het dak is niet afdalen en niet binnengaan
om iets weg te halen uit zijn huis, |
|
|
| Mc 13,16 - Mc
13,16 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:16 kai o eis ton agron mè epistreyatô eis ta
opisô arai to imation autou |
16 et qui in agro erit non revertatur retro tollere
vestimentum suum |
|
|
|
|
16 en laat wie op het veld is niet omkeren naar
achter zich om zijn kleed op te halen; |
|
|
| Mc 13,17 - Mc
13,17 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:17 ouai de tais en gastri echousais kai tais
thèlazousais en ekeinais tais èmerais |
17 vae autem praegnatibus et nutrientibus in illis
diebus |
|
|
|
|
17 wee haar die in die dagen een kind in de schoot
hebben en die zogen; |
|
|
| Mc 13,18 - Mc
13,18 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:18 proseuchesthe de ina mè genètai cheimônos |
17 vae autem praegnatibus et nutrientibus in illis
diebus 18 orate vero ut hieme non fiant |
|
|
|
|
18 bidt dat het niet ‘s winters geschiedt;
|
|
|
| Mc 13,19 - Mc
13,19 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:19 esontai gar ai èmerai ekeinai thliyis oia
ou gegonen toiautè ap archès ktiseôs èn ektisen o theos eôs tou nun
kai ou mè genètai |
19 erunt enim dies illi tribulationes tales quales
non fuerunt ab initio creaturae quam condidit Deus usque nunc neque
fient |
|
|
|
|
19 want die dagen zullen zijn ‘een verdrukking
zoals er niet geschied is vanaf het begin der schepping; die God geschapen
heeft tot nu toe en niet meer geschieden zal; |
|
|
| Mc 13,20 - Mc
13,20 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:20 kai ei mè ekolobôsen kurios tas èmeras ouk
an esôthè pasa sarx alla dia tous eklektous ous exelexato ekolobôsen
tas èmeras |
20 et nisi breviasset Dominus dies non fuisset salva
omnis caro sed propter electos quos elegit breviavit dies |
|
|
|
|
20 en als de Heer die dagen niet verkortte, zou
niemand van alle vlees worden gered; maar ter wille van de uitverkorenen
die hij heeft uitverkoren heeft hij de dagen verkort; |
|
|
303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23
// Mt 24,23-25 - verwijzingen
-
We hebben reeds een aantal gelijkenissen aangeduid tussen Mc 13,5-6 en Mc 13,21-23
Zie : 300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8 // Lc 21,8-11 -
Mc 13,5-8
- Mt
24,4-8 - Lc
21,8-11 -. We merken evenwel dat Mc 13,21-23 met een inclusio en een centraal
vers is opgebouwd.
| Mc 13,21a |
Mc 13,23b |
|
Mc 13,21b |
Mc 13,23a |
| . kai tot ean (en dan iemand) |
|
|
|
|
| tis (iemand) |
|
|
|
|
| |
proeirèka (ik heb vooraf gezegd)
|
|
|
|
| humin (jullie) |
humin (tot u) |
|
|
|
| eipèi (zegge) |
|
|
mè pisteuete (geloof het niet) |
humeis de blepete (jullie echter, kijkt uit!) |
| ide hôde ho christos, ide ekei (zie
daar de christus, zie hier) |
panta (alles) |
|
|
|
| 303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23
// Mt 24,23-25 - Mc
13,21-23 - Mt
24,23-25 - |
|
|
|
|
| Mc 13,21 - Mc
13,21 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:21 kai tote ean tis umin eipè ide ôde o christos
ide ekei mè pisteuete |
21 et tunc si quis vobis dixerit ecce hic est Christus
ecce illic ne credideritis |
|
|
|
|
21 en als dán iemand tot u zegt: zie, hier
is de Christus, zie daar!, gelooft het niet; |
|
|
| Mc 13,22 - Mc
13,22 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:22 egerthèsontai gar yeudochristoi kai yeudoprofètai
kai dôsousin sèmeia kai terata pros to apoplanan ei dunaton tous eklektous
|
22 exsurgent enim pseudochristi et pseudoprophetae
et dabunt signa et portenta ad seducendos si potest fieri etiam electos
|
|
|
|
|
22 er zullen namaakchristussen en namaakprofeten
ontwaken, en zij zullen tekenen en wonderen doen, om, als dat mogelijk
is, de uitverkorenen tot dwaling te brengen; |
|
|
| Mc 13,23 - Mc
13,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:23 humeis de blepete proeirèka humin panta |
|
|
|
|
|
23 gij, kijkt uit, ik heb u alles voorzegd! |
|
|
| - blepô
(kijken) bij Marcus, zie Mc
13,33 . Blepete (kijk uit) . In deze vorm komt het in 8 verzen in Marcus
voor, waarvan in 4 verzen in Mc 13 : (1) Mc
4,24 (2) Mc
8,15 (3) Mc
8,18 (4) Mc
12,38 (5) Mc
13,5 (6) Mc
13,9 (7) Mc
13,23 (8) Mc
13,33 . |
In een kader hebben we de opbouw van deze kleine pericope, onderdeel van de
eschatologische rede van Marcus, geplaatst. We komen tot de opmerkelijke vaststelling
dat deze pericope uit 70 woorden en 144 lettergrepen bestaat. De 70 doet denken
aan de 70 weken van het boek Daniël en 144 aan de 144.000 getekenden in
het boek Openbaring.
De structuur van de pericope wordt aangeduid door tijdsaanduidingen in het begin
van een zin : verzen 24-25 : alla in ekeinais tais hèmerais meta tèn
thipsin ekeinèn (maar in die dagen na die verdrukking); vers 26 : kai
tote : en dan ... ; vers 27 : kai tote ... en dan . De pericope bestaat uit
7 nevenschikkende zinnen, waarvan de eerste met alla (maar) en de andere zes
met kai (en) beginnen. 7X staat het werkwoord in de toekomstige tijd. De woordvolgorde
in de zin is meestal : onderwerp, vervoegd werkwoord, lijdend voorwerp.
In deze pericope komt hemel 3X voor : vers 25a : ek tou ouranou piptontes (uit
de hemel vallend) ; vers 25b : hai dunameis hai en tois ouranois (de krachten
die in de hemelen zijn) ; vers 27 : heôs akrou ouranou (tot het uiteinde
van de hemel). Daarenboven vinden we in vers 26 : en nefelais (op de wolken).
Het getal vier speelt een belangrijke rol in deze pericope : in verzen 24-25
is er sprake van vier hemellichamen; in vers 27 is er sprake van de vier windstreken.
Verzen 24-25 tellen 36 (4 x 9) woorden en 72 (4 x 2 x 9) lettergrepen. Het totaal
bestaat uit 144 (4 x 4 x 9) lettergrepen.
Met v.24 begint een nieuwe pericope. Verzen 24-25 bestaan uit vier nevengeschikte
zinnen, met elkaar verbonden door het nevenschikkende woord kai (en). Opmerkelijk
is wel dat deze verzen 24-25 uit 36 woorden en 72 lettergrepen bestaat. De inleiding
bestaat uit 9 woorden en de eerste zin bestaat verder uit 3 woorden; samen 12
woorden (3 X 4). De andere drie zinnen bestaan telkens uit 8 woorden (2 X 4).
Aan de komst van de Mensenzoon gaat een kosmische revolutie vooraf. De hemellichamen
worden in volgorde van belangrijkheid voor de mens gegeven : zon, maan, sterren,
hemelkrachten. De zon wordt verduisterd (tegenstelling : licht - duisternis).
De maan geeft geen licht (tegenstelling licht - duisternis). De sterren vallen
van de hemel (tegenstelling : vaste plaats aan de hemel - vallen). De hemelkrachten
worden geschud (tegenstelling : vast patroon - uit hun vast ritme raken). De
eerste twee zinnen hebben gemeen dat zon en maan geen licht meer geven; de derde
en de vierde zin bevatten de tegenstelling : ek tou ouranou (uit de hemel) en
en tois ouranois (in de hemelen). De eindkank van het eerste en het vierde werkwoord
is ongeveer hetzelfde -thèsetai en -thèsontai. Om dan reeds van
een chiasme te spreken lijkt me wat ver gezocht.
De komst van de mensenzoon gebeurt vanuit de hemel. De komst gaat vergezeld
van een hemels gezelschap : de engelen. Zij moeten iedereen verzamelen: van
boven tot beneden, van oost tot west. Sommige exegeten verbinden doksè
(heerlijkheid) met de eerste twee hemellichamen, de dunamis (kracht) met de
twee laatste hemellichamen (sterren en hemelkrachten).
| aanduiding bijbelvers |
Mc 13,24a |
Mc 13,24b |
Mc 13,25a |
Mc 13,25b |
|
Mc 13,27a |
Mc 13,27b |
| nevenschikkend voegwoord |
alla (maar) |
kai (en) |
kai (en) |
kai (en) |
|
kai (en) |
kai (en) |
| tijdsaanduiding |
en ekeinais tais hèmerais (in die dagen) meta tèn
thipsin ekeinèn (na die verschrikking) |
|
|
|
|
tote (dan) |
|
| onderwerp |
ho hèlios (de zon) |
hè selènè (de maan) |
hoi asteres (de sterren) |
hai dunameis (de krachten) hai en tois ouranois (die in
de hemelen) |
|
|
|
| vervoegd werkwoord |
skotisthèsetai (zal verduisterd worden) |
ou dôsei (zal niet geven) |
esontai (zullen zijn) |
saleuthèsontai (zullen geschud worden) |
|
apostelei (zal hij zenden) |
episunaksei (hij zal verzamelen) |
| |
|
|
ek tou ouranou piptontes (uit de hemel vallende) |
(cfr hierboven en tois ouranois : in de hemelen) |
|
|
|
| lijdend woorwerp |
|
to feggos autès (haar licht) |
|
|
|
tous aggelous (de engelen) |
tous eklektous - autou - ( - zijn - uitverkorenen) |
| aantal woorden |
12 |
8 |
8 |
8 Totaal verzen 24-25 : 36 |
|
5 |
14 Totaal vers 27: 19 (20) |
| aantal lettergrepen |
27 |
13 |
16 |
16 Totaal verzen 24-25 : 72 |
|
11 |
29 Totaal vers 27 : 40 (42) |
| thema |
zon |
maan |
sterren |
hemellichamen |
|
|
op aarde |
| 305. De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 // Mt 24,29-31
// Lc 21,25-28 - Mc
13,24-27 - Mt
24,29-31 - Lc
21,25-28 |
|
|
|
|
|
|
|
| Mc 13,24 - Mc
13,24 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:24 alla en ekeinais tais èmerais meta tèn thliyin
ekeinèn o èlios skotisthèsetai kai è selènè ou dôsei to feggos autès
|
23 vos ergo videte ecce praedixi vobis omnia 24
sed in illis diebus post tribulationem illam sol contenebrabitur et
luna non dabit splendorem suum |
|
|
|
|
24 ¶ maar in die dagen zal na die verdrukking
‘de zon worden verduisterd en de maan haar schijnsel niet geven;, |
|
|
| Mc 13,25 - Mc
13,25 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:25 kai oi asteres esontai ek tou ouranou piptontes
kai ai dunameis ai en tois ouranois saleuthèsontai |
25 et erunt stellae caeli decidentes et virtutes
quae sunt in caelis movebuntur |
|
|
|
|
25 en ‘de sterren zullen uit de hemel vallen,
en de machten in de hemelen zullen wankelen;, |
|
|
| Mc 13,26 - Mc
13,26 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:26 kai tote oyontai ton uion tou anthrôpou erchomenon
en nefelais meta dunameôs pollès kai doxès |
26 et tunc videbunt Filium hominis venientem in
nubibus cum virtute multa et gloria |
|
|
|
|
26 en dan zullen ze zien ‘de mensenzoon, komend
in wolken; met grote macht en heerlijkheid; |
|
|
| Mc 13,27 - Mc
13,27 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:27 kai tote apostelei tous aggelous kai episunaxei
tous eklektous [autou] ek tôn tessarôn anemôn ap akrou gès eôs akrou
ouranou |
27 et tunc mittet angelos suos et congregabit electos
suos a quattuor ventis a summo terrae usque ad summum caeli |
|
|
|
|
27 en dán zal hij de engelen uitzenden en
zijn uitverkorenen ‘samenbrengen uit de vier windstreken, vanaf
de rand van de aarde tot aan de rand van de hemel;; |
|
|
Marcus gebruikt de profetie van Jesaja tegen Babel ( Js 13,10)
Bij de vraag van de hogepriester of hij de messias, de zoon van de Gezegende
is, antwoordde Jezus positief en haalde dan het citaat van Daniël over
de komst van de mensenzoon aan. Hiermee duidt Jezus aan dat zijn veroordeling
tot de dood geen nederlaag zal zijn, maar een overwinning, geen uit de wegruiming,
maar een definitieve komst. In apocalyptische taal neemt men de beelden niet
letterlijk, waarom zouden we het hier doen? Ook hier is einde en begin aan elkaar
gekoppeld.
| Mc 14,62 |
Mc 8,38 |
Mc 9,1 |
Mc 13,26 |
| kai (en) |
hotan (wanneer) |
heôs an (totdat) |
kai tote (en dan) |
| opsesthe (gij zult zien) |
|
idôsin (zij zullen zien) |
opsontai (zullen zij zien) |
| ton huion tou anthrôpou (de mensenzoon) |
|
tèn basileian tou theou (het koninkrijk van God) |
ton huion tou anthrôpou (de mensenzoon) |
| ek deksiôn (rechts) |
|
|
|
| kathèmenon (zittend) |
|
|
|
| dunameôs (van de kracht) |
|
|
|
| kai (en) |
|
|
|
| erchomenon (komende) |
elthèi (hij komt) |
elèluthuian (gekomen zijnde) |
erchomenon (komende) |
| |
en tèi doksèi tou patros autou (in de heerlijkheid
van zijn vader) |
en dunamei (in kracht) |
en nefelais meta dunameôs pollès kai doksès
(op de wolken met grote kracht en heerlijkheid) |
| meta tôn nefelôn tou ouranou (op de wolken
van de hemel) |
meta tôn aggelôn tôn hagiôn (met
zijn heilige engelen) |
|
|
| 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 // Mt
26,59-66 // (Lc 22,66-71) - Mc
14,55-64 -
Mt 26,59-66 - Lc
22,66-71 - |
166. Wat baat het een mens de hele wereld te winnen
: Mc 8,36-38 // Mt 16,26-27 // Lc 9,25-26 - Mc
8,36-38 - Mt
16,26-27 - Lc
9,25-26 - |
167. Nabijheid van het Rijk Gods : Mc 9,1 // Mt
16,28 // Lc 9,27 - Mc
9,1 - Mt
16,28 - Lc
9,27 - |
305. De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 //
Mt 24,29-31 // Lc 21,25-28 - Mc
13,24-27 - Mt
24,29-31 - Lc
21,25-28 - |
| Mc 13,27 : kai tote apostelei tous aggelous
(en dan zal hij de engelen zenden) |
- Mc
13,27 -
- kai
(en). Nevenschikkend voegwoord. In 555 verzen bij Marcus, zie Mc
1,4 -
|
306. Gelijkenis van de vijgeboom : Mc 13,28-29
// Mt 24,32-33 // Lc 21,29-31- verwijzingen
-
| Mc 13,28b |
|
Mc 13, 29b |
| hotan (wanneer) |
kai (en) |
hotan (wanneer) |
| èdè (reeds) |
|
idète (gij ziet) |
| ho klados autès (zijn twijg) |
ekfuèi (uitlopen) |
|
| hapalos (zacht) |
|
|
| genètai (wordt) |
ta fulla (de bladeren) |
tauta ginomena (dit gebeuren) |
| ginôskete (weet) |
|
ginôskete (weet) |
| hoti (dat) |
|
hoti (dat) |
| eggus (nabij) |
|
eggus (nabij) |
| to theros (de zomer) |
|
|
| estin (is) |
|
estin (is het) |
| |
|
epi thurais (bij de deur) |
| Mc 13,28 - Mc
13,28 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:28 apo de tès sukès mathete tèn parabolèn otan
èdè o klados autès apalos genètai kai ekfuè ta fulla ginôskete oti
eggus to theros estin |
28 a ficu autem discite parabolam cum iam ramus
eius tener fuerit et nata fuerint folia cognoscitis quia in proximo
sit aestas |
|
|
[28] Leer van het beeld van de vijgenboom: als zijn
twijgen zacht worden en zijn bladeren zich ontvouwen, dan weten jullie
dat de zomer in aantocht is. |
[28] Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn
takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht
is. |
28 ¶ leert dan van de vijgenboom deze gelijkenis:
wanneer haar hout al weer zacht wordt en haar bladeren uitschieten,
herkent ge daaraan dat de zomer dichtbij is; |
|
|
| Mc 13,29 - Mc
13,29 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:29 outôs kai umeis otan idète tauta ginomena
ginôskete oti eggus estin epi thurais |
29 sic et vos cum videritis haec fieri scitote quod
in proximo sit in ostiis |
|
|
[29] Zo moeten jullie ook weten: wanneer je deze
dingen ziet gebeuren, dan staat het vlak voor de deur. |
[29] Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die
dingen ziet gebeuren, dat het einde nabij is. |
29 zo ook gíj; wanneer ge ziet dat dit alles
geschiedt, herkent dan daaraan dat het nabij is en voor de deuren
staat; |
|
|
307. De tijd van het einde : Mc 13,30-32 // Mt 24,34-36
// Lc 21,32-33 - verwijzingen
-
| Mc 13,30 - Mc
13,30 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:30 amèn legô umin oti ou mè parelthè è genea
autè mechris ou tauta panta genètai |
30 amen dico vobis quoniam non transiet generatio
haec donec omnia ista fiant |
|
|
[30] Ik verzeker jullie, deze generatie gaat niet
voorbij voordat dit allemaal gebeurd is. |
[30] Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker
nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren. |
30 voorwaar, ik zeg u dat dit geslacht niet voorbij
zal gaan voordat dit alles is geschied; |
|
|
| Mc 13,31 - Mc
13,31 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:31 o ouranos kai è gè pareleusontai oi de logoi
mou ou | | mè | pareleusontai |
31 caelum et terra transibunt verba autem mea non
transibunt |
|
|
[31] Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar mijn
woorden zullen niet voorbijgaan. |
[31] Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn
woorden zullen nooit verdwijnen. |
31 de hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar
mijn woorden zullen niet voorbijgaan! |
|
|
| Mc 13,32 - Mc
13,32 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
(Liturgische lezing) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:32 peri de tès èmeras ekeinès è tès ôras oudeis
oiden oude oi aggeloi en ouranô oude o uios ei mè o patèr |
32 de die autem illo vel hora nemo scit neque angeli
in caelo neque Filius nisi Pater |
|
|
[32] Maar wanneer die dag of dat uur aanbreekt, weet niemand, de engelen
in de hemel niet, de Zoon niet, maar alleen de Vader. |
[32] Niemand weet wanneer die dag of dat moment
zal aanbreken, de engelen in de hemel niet en de Zoon niet, alleen
de Vader. |
32 maar over die dag en dat uur weet niemand iets,
ook de engelen in de hemel niet en ook de Zoon niet, alleen de Vader; |
|
|
Mc 13,33-37 sluit de eschatologische rede (Mc 13,5-37) af. Mc 13,33-37 haakt
in op de vraag bij het begin van de rede : “Zeg ons: wanneer zal dat zijn
en welke aanwijzingen zijn er wanneer dat alles zich zal voltrekken.”
Het antwoord van Jezus is eenvoudig: jullie weten niet wanneer hét moment
er is of wanneer de huisheer komt. Waken is het enige wat je te doen staat.
De vergelijking met de huisheer die van huis wegging, maakt het duidelijk. Waken
bestaat in het doen van wat de heer heeft opgedragen. Het is de heer verwachten.
In Mc 13,24-27 wordt in apocalyptische termen de wederkomst van de mensenzoon
beschreven: Hij zal komen op de wolken van de hemel, met grote kracht en heerlijkheid
om te oordelen de levenden en de doden.
De beschrijving van deze wederkomst schetst Christus als de overwinnaar. Vandaar
worden oorlogen en allerlei rampen gezien als teken dat de komst nabij is, want
Christus zal als overwinnaar uit de strijd te voorschijn treden.
Mc 13,33-37 sluit als ‘t ware het evangelie af. Na Mc 13 volgt het verhaal
van het lijden en de opstanding (Mc 14-16). Toen Jezus zijn optreden in Galilea
begon, zei Hij : “Hét moment is er en het koninkrijk Gods is nabij”
(Mc 1,15). Wat zijn wederkomst betreft, zegt Hij: “Hét moment ken
je niet.”
2. Oriëntering
Wederkomst
Tijdens het leven van Jezus hadden zijn leerlingen verwacht dat Jezus Gods koninkrijk
zou stichten en machthebbers zou overwinnen. De kruisdood van Jezus maakte een
abrupt einde aan hun dromen. Ze werden ervan doordrongen dat Gods koninkrijk
niet van deze aarde is en dat Jezus in Gods heerlijkheid werd opgenomen en zit
aan Gods rechterhand. Ze verwachtten hem elk ogenblik. Sommige christenen kwamen
ertoe om passief zijn komst af te wachten. Maar de wederkomst bleef maar uit.
Op de vraag wanneer de Heer zou komen, bleef men het antwoord schuldig: we weten
het niet.
In de loop der geschiedenis hebben sommigen het tijdstip van Jezus’wederkomst
voorspeld. Telkens bleek het een vergissing. Ook hebben sommigen zich als de
teruggekomen Christus voorgesteld; ze zijn evenwel gestorven zonder een hemels
koninkrijk achter te laten. Sommigen stellen dat Hij reeds gekomen is, in het
verborgene, en dat de eindtijd bezig is.
Waakzaamheid
Het uitzien naar de wederkomst van Christus en de bekommernis om in het dagelijks
onderhoud te voorzien moesten met elkaar worden verzoend. De evangelisten Marcus,
Matteüs en Lucas brengen dat op hun eigen wijze in beeld.
Marcus brengt de gelijkenis met een huisheer die op reis is. De huisgenoten
kregen elk hun werk. Bij hun werk houden ze de terugkomst van hun heer voor
ogen.
Matteüs bundelt in Mt 25 een aantal gelijkenissen. De laatste gelijkenis
vertelt het verhaal van het laatste oordeel. Daarin zegt de Koning: “Ik
verzeker jullie, alles wat je voor één van deze minste broeders
van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan” (Mt 25,40).
Lucas vertelt in het geboorteverhaal van Jezus dat herders tijdens de nacht
in het open veld waakten over hun kudde. In de uitoefening van hun beroep stonden
ze tevens open voor het hemels licht en de hemelse boodschap.
De eerste christenen leefden in benarde tijden.
Vergelijk met de benarde tijden in hun leven waarin vluchtelingen leven: herkenbaarheid
voor hen , zulke situaties. Het gevaar voor eigen leven hebben sommige vluchtelingen
ook meegemaakt. En dan zijn ze hier, maar toch blijven ze vaak nog heel lang
leven in onzekerheid. Beeld je de angst in van uitgeprocedeerde vluchtelingen
om opgepakt de worden.
Elk ogenblik konden ze door een huisgenoot of bekende overgeleverd worden aan
geestelijke en wereldlijke overheid en ter dood veroordeeld worden. Zo’n
situatie had Jezus ook meegemaakt. Hij had in de hof van Olijven tot God gebeden
(Mc 15,32-42) en hij had aan Petrus, Jakobus en Johannes gevraagd om te waken
en te bidden. Zij echter beseften de ernst van de situatie niet. Ze waren te
moe en sliepen. Nu beseffen de eerste christenen dat ze de weg van Jezus in
lijden en dood zullen gaan. Waken en bidden zijn noodzakelijk om aan de verleiding
te weerstaan om Jezus te verzaken. Waken en bidden opent de ogen voor wat kan
komen. Niet in glans en heerlijkheid, maar in het gelaat van de minsten, in
lijden en dood komt hun Heer hen tegemoet.
Waken betekent actief blijven. Actief de komst van de Messias verwachten. Dat
betekent ook: positief blijven denken, hoop blijven houden, blijven doen wat
Hij van ons zou verwachten.
In Mc
13,4 stellen de vier leerlingen aan Jezus : zeg ons wanneer dat zal zijn
en wanneer dat alles zal voltooid zijn. In Mc
13,33 - Mc
13,34 - Mc
13,35 antwoordt Jezus : jullie weten niet wanneer hét moment er is
(Mc 13,33)
; jullie weten niet wanneer de huisheer komt (Mc
13,35). Tussen nu en de komst van de heer is de tijd van waakzaamheid. Deze
bestaat niet in een louter afwachten. Ze houdt openheid en ontvankelijkheid
in. Ze is gericht op het ontvangen van de heer, op wat zal komen.
Mc 13,33
: aansporing en reden
Mc 13,34
- Mc
13,35 - Mc
13,36 : gelijkenis
Mc 13,37
: aansporing
| Mc 13,33 - Mc
13,33 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
Liturgische lezing: 1zvda (B) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:33 blepete agrupneite ouk oidate gar pote o kairos
estin |
33 videte vigilate et orate nescitis enim quando
tempus sit |
Zie toe! Wees waakzaam! Jullie weten immers
niet wanneer de tijd er is. |
33 Jezus zei tot zijn leerlingen: "Weest op
uw hoede, weest waakzaam; want gij weet niet wanneer het ogenblik
daar is. |
[33] Kijk uit, wees waakzaam. Want je weet niet
wanneer het moment daar is. |
[33] Pas op, wees waakzaam, want jullie weten niet wanneer die tijd
zal komen. |
33 kijkt goed, vecht tegen de slaap, want ge weet
niet wanneer de tijd daar is! |
Opgelet! waakt, want jullie weten niet wanneer hét
moment er is |
|
- blepô
(kijken) bij Marcus, zie Mc
13,33 . Blepete (kijk uit) . In deze vorm komt het in 8 verzen in Marcus
voor, waarvan in 4 verzen in Mc 13 : (1) Mc
4,24 (2) Mc
8,15 (3) Mc
8,18 (4) Mc
12,38 (5) Mc
13,5 (6) Mc
13,9 (7) Mc
13,23 (8) Mc
13,33 .
- gar
(want) . Het duidt de reden aan. In 63 verzen bij Marcus, zie Mc 1,16
: Mc
1,16-20
- pote (wanneer?) zie : hote
(toen, wanneer) : voegwoord van tijd. In 12 verzen bij Marcus, zie Mc
1,32 : Mc
1,32-34 . pote (wanneer ?). Vragend voegwoord van tijd. In 4 verzen
bij Marcus, zie Mc
1,32 . Zie verder : (1) Mc
9,19 (2) Mc
13,4 (3) Mc
13,33 (4) Mc
13,35
- kairos
(hét moment) bij Marcus, zie Mc 1,15 : Mc
1,14-15 - |
Wat de vertalingen betreft. De gebiedende wijze wordt - zoals in het Grieks
- in de meervoudsvorm (V, LZ, NB) gegeven, in de enkelvoudsvorm (SDV, WV,NV).
Het persoonlijk voornaamwoord is gij (LZ), ge (NB) of je (WV), jullie (NV).
Vermits de gebiedende wijze aan het begin van de zin staat, wordt het werkwoord
nog eens beklemtoond; de vertalingen versterken het werkwoord door een bijwoord
of een voorzetsel bij het werkwoord : goed kijken (NB), toe-zien (SDV), uit-kijken
(WV), op-passen (NV), op-letten (PV) of door een omschrijving : op uw hoede
zijn (LZ).
agrupneô : slaaploos of wakker zijn, waken. Agrupneite
(waak). Actief imperatief presans 2de persoon meervoud. In 3 verzen in de bijbel.
In Esr 8,29 is het de vertaling van sjiqdu (sjâqad). De 3de persoon enkelvoud
sjäqad komt in 5 verzen in het O.T. voor.
blepete (jullie kijken - kijk)
: indicatief praesens 2de persoon meervoud of imperatief 2de persoon meervoud.
Het komt in 33 verzen in de bijbel voor; in 2 verzen in het O.T., in 31 verzen
in het N.T. Bij Matteüs : (1) Mt
11,4 (2) Mt
13,7 (3) Mt
24,2 (4) Mt
24,4 . In deze vorm komt het in 8 verzen in Marcus voor, waarvan in 4 verzen
in Mc 13 : (1) Mc
4,24 (2) Mc
8,15 (3) Mc
8,18 (4) Mc
12,38 (5) Mc
13,5 (6) Mc
13,9 (7) Mc
13,23 (8) Mc
13,33 . We komen bij het laatste deel van de apocalyptische rede. Zoals
bij het begin van de rede, zo luidt ook bij het begin van het derde deel de
waarschuwing blepete (kijk uit). Het is een rede waarin de toekomst wordt bekeken.
Er speelt zich één en ander onder hun ogen af. Maar opgelet! Laat
je niet om de tuin leiden. Mensen zullen in de war komen. Sommigen zullen zich
voordoen alsof ik teruggekomen ben. Zij zullen vertellen over ten oorlog trekken
en over de overwinning. Zij zullen je voorhouden mee ten strijde te trekken.
Velen zullen erin trappen.Of sommigen zullen vertellen over oorlogen en daarin
het teken zien dat het einde in aantocht is. Want de Heer zal komen om de vijand
te verslaan en de overwinning te behalen. Dat is niet het einde. Dat alles moet
gebeuren. Want het ene volk zal tegen het andere opstaan en het ene koninkrijk
tegen het andere. Er zullen aardbevingen zijn en hongersnood. Dat is nog maar
het begin van de ellende.
- blepein (kijken). In 22 verzen in de bijbel; in 13 verzen in het O.T., in
9 verzen in het N.T.
grègoreite (waakt) . Imperatief praesens. In deze vorm
komt het in 10 verzen in de bijbel voor, slechts in het N.T. In 4 verzen bij
Matteüs, in 4 verzen bij Marcus. In twee verzen in Mc 13,33-37 en in twee
verzen in Mc
14,32-42 . In Mc 13,37 wordt het hele hoofdstuk hiermee afgesloten.
| Mc 13,34 - Mc
13,34 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
Liturgische lezing: 1zvda (B) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:34 ôs anthrôpos apodèmos afeis tèn oikian autou
kai dous tois doulois autou tèn exousian ekastô to ergon autou kai
tô thurôrô eneteilato ina grègorè |
34 sicut homo qui peregre profectus reliquit domum
suam et dedit servis suis potestatem cuiusque operis et ianitori praecipiat
ut vigilet |
34 Het is zoals een mens (doie) op reis (ging) die
zijn huis verliet en aan zijn dienaren de macht gaf, aan elk zijn
werk, en aan de deurwachter beval hij dat hij zou waken. |
34 Het is ermee als met een man die in het buitenland
vertoeft. Bij het verlaten van zijn huis heeft hij aan zijn dienaars
het beheer overgedragen, aan ieder zijn taak aangewezen en de deurwachter
bevolen waakzaam te zijn. |
34] Het is als met iemand die naar het buitenland
is, zijn huis heeft achtergelaten en het beheer heeft overgedragen
aan zijn knechten, ieder zijn eigen taak, en aan de poortwachter heeft
opgedragen om waakzaam te zijn. |
[34] Het is als met een man die op reis ging: hij
verliet zijn huis en droeg het beheer over aan zijn dienaren, die
elk een eigen taak kregen, en de deurwachter gaf hij opdracht om de
wacht te houden. |
34 het is als met een mens die op reis gaat: hij
laat zijn huis achter, geeft zijn dienaren de volmacht, aan ieder
zijn werk en de deurwachter gebiedt hij om wakker te zijn; |
|
|
| Mc 13,35 - Mc
13,35 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
Liturgische lezing: 1zvda (B) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:35 grègoreite oun ouk oidate gar pote o kurios
tès oikias erchetai è opse è mesonuktion è alektorofônias è prôi |
35 vigilate ergo nescitis enim quando dominus domus
veniat sero an media nocte an galli cantu an mane |
35 Waak dus, jullie weten immers niet wanneer de
heer des huizes komt, of (‘s avonds) laat of te middernacht
of bij het hanegekraai of (‘s morgens) vroeg, |
35 Weest dus waakzaam, want ge weet niet wanneer
de heer des huizes komt, 's avonds laat of midden in de nacht, bij
het hanegekraai of 's morgens vroeg. |
[35] Wees dus waakzaam, want je weet niet wanneer
de heer des huizes komt, ’s avonds laat* of midden in de nacht
of bij het kraaien van de haan of bij het eerste ochtendlicht, |
[35] Wees dus waakzaam, want jullie weten niet
wanneer de heer des huizes komt, ’s avonds, of midden in de
nacht, of bij het eerste hanengekraai, of ’s morgens vroeg. |
35 blijft dan wakker, want ge weet niet wanneer
de heer des huizes komt, laat, middernacht, bij het hanengekraai of
in de morgen, |
|
|
Lezen we dit vers van achter naar voren zoals we ook het evangelie van achter
naar voren proberen te lezen dan kan
| Mc 13,36 - Mc
13,36 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
Liturgische lezing: 1zvda (B) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:36 mè elthôn exaifnès eurè umas katheudontas |
36 ne cum venerit repente inveniat vos dormientes |
36 opdat hij, als hij plotseling komt, jullie met
slapend vindt. |
36 Als hij onverwachts komt, laat hij u dan niet
slapend vinden. |
[36] zodat hij niet onverwacht komt en jullie in
slaap vindt. |
[36] Laat hij jullie niet slapend aantreffen wanneer
hij plotseling komt. |
36 opdat hij, als hij plotseling komt, u niet slapende
zal vinden; |
|
|
| Mc 13,37 - Mc
13,37 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
Liturgische lezing: 1zvda (B) |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2004) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13:37 o de umin legô pasin legô grègoreite |
37 quod autem vobis dico omnibus dico vigilate
|
37 Wat ik Jullie echter zeg, zeg ik aan allen Waak
|
37 En wat Ik tot u zeg, zeg Ik tot allen: weest
waakzaam!" |
[37] Wat Ik jullie zeg, zeg Ik tegen iedereen: wees
waakzaam.’ |
[37] Wat ik tegen jullie zeg, zeg ik tegen iedereen:
wees waakzaam!’ |
37 en wat ik tot u zeg, zeg ik tot allen: blijft
wakker! |
|
|
3. Preekvoorstel
Het evangelie roept op tot waakzaamheid. Hiermee sluit Marcus zijn eschatologische
rede af.
Bij de nakende overlevering van Jezus door Judas roept Jezus in de Hof van Olijven
zijn drie meest nabije leerlingen op tot waakzaamheid. Het is een oproep tot
gebed om te doen wat God wil. Het is een aanmaning om Jezus niet te verloochenen.
Het waren benarde tijden. Johannes de Doper werd overgeleverd, gevangen gezet
en zonder enige vorm van proces tijdens een feestje van Herodes onthoofd. Vanaf
het begin van zijn optreden voelde Jezus de bedreiging om door iemand uit zijn
eigen kring aan de geestelijke en de wereldlijke overheid te worden overgeleverd.
Jezus week uit bij dreigend gevaar, sprak slechts voluit in beperkte kring,
vroeg uitdrukkelijk om over hem te zwijgen, want je wist maar nooit. Hij werd
door één van zijn vertrouwelingen, Judas, aan wie het geld was
toevertrouwd, uitgeleverd. Na Jezus werden zijn volgelingen vervolgd, verdrukt,
gedood. Het gevaar om uitgeleverd te worden door iemand uit de eigen kring was
voortdurend aanwezig. Cfr. De moeilijke maar actuele vraag: wie kan je eigenlijk
echt vertrouwen?
Het was uitkijken geblazen. De eerste christenen werden aangespoord om waakzaam
te zijn, zich voor te bereiden op lijden en dood, en te bidden om volharding
om Jezus trouw te blijven.
De evangelist Marcus vergelijkt waakzaamheid met de houding om je huisheer
die op reis is, op elk moment te kunnen ontvangen en onthalen. Je hebt dan alle
materiële voorzieningen getroffen om je huisheer bij zijn wederkomst goed
te onthalen. Je hebt ook je hart en geest ingesteld op zijn komst; je kijkt
ernaar uit; je verheugt je reeds erop; je hart is reeds bij hem.
De Heer komt. Je weet niet wanneer. Wees dus alert en waakzaam.
De evangelist Matteüs spoort de christenen aan om niet passief de komst
van de Heer uit den hoge af te wachten. Hij zet hen aan “werken van barmhartigheid”
te doen want hij is aanwezig in de arme, de naakte, de gevangene, de zieke mens.
In hen kan je het gelaat van Jezus zelf zien.
Waakzaamheid wordt vertaald in openheid en ontvankelijkheid. Daarenboven wordt
de waakzaamheid beoefend in de zorg voor de naaste.
Waakzaamheid heeft bij ons de bijklank van oppassen voor dreigend gevaar. Waakzaamheid
betekent bescherming, afscherming, verdediging, afstoten, niet binnenlaten.
Waakzaamheid roept het beeld op van veiligheidscamera’s, alarmsystemen,
veiligheidssloten, politiepatrouilles en zoveel meer. Binnen waant men zich
veilig, buiten is dreiging en gevaar. Buiten ligt zogenaamd de vijand zonder
ophouden op de loer om op het gepaste moment aan te vallen, in te breken en
te overvallen.
Over zee via Italië en Spanje, over land via de Oost-Europese landen trachten
vluchtelingen en asielzoekers Europa binnen te geraken. Op de grenzen stoten
ze op patrouilles. Ze zijn geen goed bewapende strijders in tanks, maar vaak
uitgehongerde mensen in een bootje dat dreigt te zinken vanwege het overwicht.
Het zijn angstige mensen met weinig handbagage die als verstekelingen uit een
vrachtwagen worden gehaald.
Na een soms lange procedure krijgen sommige vluchtelingen een verblijfsvergunning,
anderen krijgen de boodschap het land binnen de drie dagen te verlaten. Maar
sommigen van hen kunnen niet terug, omdat hun land in oorlog is. Sommigen van
hen duiken onder, gaan de illegaliteit in, trachten te overleven. Ze zijn waakzaam
in hun contacten, kijken uit om niet verraden en opgepakt en uitgezet te worden.
Ze verdwijnen in de anonimiteit. Sommigen van hen moeten hoge huurprijzen betalen
voor een krot. Sommigen krijgen werk voor een hongerloon in het illegale arbeidscircuit.
De werkgever dumpte onlangs een illegale werknemer nadat hij gewond was geraakt.
Officieel bestaan ze niet. Geen plaats, geen naam, geen gezicht.
Gelukkig vangen een aantal organisaties en vele vrijwilligers vluchtelingen
en illegalen op en komen voor hen op voor een menswaardig bestaan. Ze ontvangen
hen als hun huisheer die van de reis is teruggekeerd. Ze hebben hun waakzaamheid
omgezet in openheid en ontvankelijkheid. Ze zoeken hen op, zorgen voor huisraad,
helpen hen de wegen van de administratie door te lopen, zijn begaan met hun
gezondheid, met het onderwijs van hun kinderen, met hun welzijn.
De evangelist Marcus vertelt dat de huisheer verwacht dat al zijn onderdanen
zich instellen om hun heer te ontvangen. De huisheer verwacht een gezamenlijke
openheid en ontvankelijkheid.
Mogen we die ontvankelijkheid verwachten van Europa, ons eigen land, de kerk?
Een ontvankelijk Europa? We krijgen vaak een ander beeld : gesloten asielcentra
met prikkeldraad en camera’s; illegalen die door de politie worden ontdekt
en weggeleid.
Wees waakzaam. Wees alert, open en ontvankelijk voor je medemens. Misschien
is het wel Jezus die tot jou komt. Zeg je dan : “Kom Heer”?
Religie.opzijnbest.nl
- De beste links over religie voor u verzameld.