COMMENTAAR OP HET MARCUSEVANGELIE , DERTIENDE HOOFDSTUK ( MC 13 ) - verwijzingen -

Overzicht van het Marcusevangelie :   Mc 1 , Mc 2 , Mc 3 , Mc 4 , Mc 5 , Mc 6 , Mc 7 , Mc 8 , Mc 9 , Mc 10 , Mc 11 , Mc 12 , Mc 13 , Mc 14 , Mc 15 , Mc 16
Tekstuitleg per pericope - Mc 13,1-4 - Mc 13,5-8 - Mc 13,9-13 - Mc 13,14-20 - Mc 13,21-23 - Mc 13,24-27 - Mc 13,28-29 - Mc 13,30-32 - Mc 13,33-37
Bijbeluitleg vers per vers - Mc 13,1 - Mc 13,2 - Mc 13,3 - Mc 13,4 - Mc 13,5 - Mc 13,6 - Mc 13,7 - Mc 13,8 - Mc 13,9 - Mc 13,10 - Mc 13,11 - Mc 13,12 - Mc 13,13 - Mc 13,14 - Mc 13,15 - Mc 13,16 - Mc 13,17 - Mc 13,18 - Mc 13,19 - Mc 13,20 - Mc 13,21 - Mc 13,22 - Mc 13,23 - Mc 13,24 - Mc 13,25 - Mc 13,26 - Mc 13,27 - Mc 13,28 - Mc 13,29 - Mc 13,30 - Mc 13,31 - Mc 13,32 - Mc 13,33 - Mc 13,34 - Mc 13,35 - Mc 13,36 - Mc 13,37
ZOEKEN OP DE WEBSITES WEDERKERIGHEID EN INTERLEVENSBESCHOUWELIJK (meer dan 650 webpagina's)
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
ZOEKEN OP HET INTERNET

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenaam : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.bijbelleerhuis.be (zie bijbel) . WEBLOG : BIJBELLEERHUIS
Nieuwe website : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , racisme , samenleving , sikhisme , NIEUWE RUBRIEK : SPIRITUALITEIT , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen ,
- Eigen-zinnige beschouwingen - Het kleine of grote ongenoegen -

Woordenschat
- blepô (kijken) bij Marcus, zie Mc 13,33
Bibliografie - Mc 13,1-37 -
Literatuur : marcusliteratuur13 .
Liturgisch gebruik
Mc 13,24-32 - Mc 13,24-27 - Mc 13,28-29 - Mc 13,30-32 - : 33ste (drieëndertigste) zondag door het jaar (B)
Mc 13,33-37 - Mc 13,33-37 : 1ste (eerste) zondag van de advent (B)
Overzicht bijbelboeken :
- OT : Gn , Ex , Lv , Nu , Dt , Joz , Re , Rt , 1 S , 2 S , 1 K , 2 K , 1 Kr , 2 Kr , Ezr , Neh , Tob , Jdt , Est , 1 Mak , 2 Mak , Job , Ps , Spr , Pr , Hl , W , Sir , Js , Jr , Kl , Bar , Ez , Da , Hos , Jl , Am , Ob , Jon , Mi , Nah , Hab , Sef , Hag , Zach , Mal .
- NT : Mt - Mc - Lc - Joh -   Hnd , Rom , 1 Kor , 2 Kor , Gal , Ef , Fil , Kol , 1 Tes , 2 Tes , 1 Tim , 2 Tim , Tit , Film , Heb , Jak , 1 Pe , 2 Pe , 1 Joh , 2 Joh , 2 Joh , Jud , Apk
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het dertiende hoofdstuk van het Marcusevangelie :
299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -
300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -
301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -
302. De gruwel van de verwoesting van Judea : Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -
303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 -
305. De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 -
306. Gelijkenis van de vijgeboom : Mc 13,28-29 - Mt 24,32-33 - Lc 21,29-31 -
307. De tijd van het einde : Mc 13,30-32 - Mt 24,34-36 - Lc 21,32-33 -
308. Slot van de eschatologische rede (Mc) : Waakzaamheid bij afwezigheid van de Heer :Mc 13,33-37 -

299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 - Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -- verwijzingen -- Mc 13,1 - Mc 13,2 - Mc 13,3 - Mc 13,4 -

Mc 13,1 Mc 13,3
kai (en) kai (en)
ekporeuomenou (zich op weg begevende weg) kathèmenou (gezeten)
autou (hij) autou (hij)
  eis to oros tôn elaiôn (op de berg van de Olijven)
ek tou hierou (uit de tempel) katenanti tou hierou (tegenover de tempel)
299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -  

 

Mc 13,1 - Mc 13,1 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:1 kai ekporeuomenou autou ek tou hierou legei autôi eis tôn mathètôn autou didaskale ide potapoi lithoi kai potapai oikodomai   1 et cum egrederetur de templo ait illi unus ex discipulis suis magister aspice quales lapides et quales structurae    1 Toen Jesus de tempel vcrliet, zei een van zijn leerlingen tot Hem: Meester, kijk eens, wat een stenen en wat een gebouwen!  [1] Toen Hij wegging uit de tempel, zei een van zijn leerlingen tegen Hem: ‘Meester, kijk toch eens wat een stenen en wat een gebouwen.’ [1] Toen hij de tempel verliet, zei een van zijn leerlingen tegen hem: ‘Meester, kijk eens, wat een enorme stenen en wat een imposante gebouwen!’  1 ¶ Als hij uit het heiligdom vertrekt zegt één van zijn leerlingen tot hem: leermeester, zie toch wat een steenblokken en wat een gebouwen!   Bij het buiitentreden van Jezus uit de tempel  

- poreuomai = zich op weg begeven (bij Marcus), zie Mc 10,1 . Ekporeuomenou autou (bij het naar buiten treden van Jezus). Participium praesens genitief enkelvoud, losse genitief : (1) Mc 10,17 (2) Mc 10,46 (3) Mc 13,1 . Het vormt een link met Mc 11,27 : kai erchontai palin eis Hierosoluma kai en tôi hierôi peripatountos autou (en zij gaan opnieuw naar Jeruzalem. En tijdens het rondwandelen van Jezus in de tempel).

 

Mc 13,2 - Mc 13,2 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:2 kai o ièsous eipen autô blepeis tautas tas megalas oikodomas ou mè afethè ôde lithos epi lithon os ou mè kataluthè  2 et respondens Iesus ait illi vides has omnes magnas aedificationes non relinquetur lapis super lapidem qui non destruatur    2 Maar Hij zei: Ziet ge die grote gebouwen? Geen steen zal op de andere gelaten worden, alles zal worden verwoest.  [2] Jezus zei hem: ‘Zie je die grote gebouwen? Er zal hier geen steen op de andere blijven: alles wordt neergehaald.’  [2] Jezus zei tegen hem: ‘Die grote gebouwen die je nu ziet – wees er maar zeker van dat geen enkele steen op de andere zal blijven; alles zal worden afgebroken.’  1 ¶ Als hij uit het heiligdom vertrekt zegt één van zijn leerlingen tot hem: leermeester, zie toch wat een steenblokken en wat een gebouwen! 2 En Jezus zegt tot hem: je kijkt op tegen deze grote gebouwen? er zal geen steen op een steen gelaten worden die niet zal worden weggesloopt!   

Mc 13,3 - Mc 13,3 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:3 kai kathèmenou autou eis to oros tôn elaiôn katenanti tou ierou epèrôta auton kat idian petros kai iakôbos kai iôannès kai andreas   3 et cum sederet in montem Olivarum contra templum interrogabant eum separatim Petrus et Iacobus et Iohannes et Andreas    3 En nadat Hij Zich had neergezet op de Olijfberg tegenover de tempel, stelden Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas, terwiji er verder niemand bij was, Hem de vraag:  [3] Toen Hij op de Olijfberg tegenover de tempel zat, en ze met Jakobus, Johannes en Andreas onder elkaar waren, vroeg Petrus* Hem:  
[3] Toen hij op de Olijfberg was gaan zitten, tegenover de tempel, en Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas alleen met hem waren, stelde Petrus hem de vraag:  
3 Toen hij zat op de helling van de Olijfberg, tegenover het heiligdom, heeft, nu zij op zichzelf waren, Petrus met Jakobus, Johannes en Andreas hem de vraag gesteld:    

 

Mc 13,4 - Mc 13,4 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:4 eipon èmin pote tauta estai kai ti to sèmeion otan mellè tauta sunteleisthai panta   4 dic nobis quando ista fient et quod signum erit quando haec omnia incipient consummari    4 Zeg ons, wanneer dat zal gebeuren en wat zal het teken zijn, dat dit alles gaat voltrokken worden?   [4] ‘Zeg ons wanneer* dat zal gebeuren, en wat het teken is dat dat alles in vervulling gaat.’    [4] ‘Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we herkennen dat het zover is?’  4 zeg ons, wanneer zal dat zijn, en wat is het teken wanneer dat alles zich gaat voltrekken?    

pote (wanneer ?). Vragend voegwoord van tijd. In 4 verzen bij Marcus, zie Mc 1,32 . Zie verder : (1) Mc 9,19 (2) Mc 13,4 (3) Mc 13,33 (4) Mc 13,35

300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8 // Lc 21,8-11 - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 - verwijzingen

Met Mc 13,5a // Mt 24, 4 // Lc 21,8 begint een lange rede die de eschatologische rede (rede over de eschata : de laatste dingen) wordt genoemd. Deze rede omhelst Mc 13,5b-37 ( Mt 24-25 en Lc 21). Het is de laatste rede vooraleer de verhalen over paasmaal, lijden, dood en verrijzenis van Jezus aanvangen (Mc 14-16. Mt 26-28. Lc 22-24). Hier eindigt in feite het evangelie. In Mc 1,15 - bij het begin van het Marcusevangelie - zegt Jezus : De gunstige tijd is vervuld. Nabij is het koninkrijk van God. In Mc 13,33 eindigt Marcus zijn eschatologische rede met de woorden : Je weet niet wanneer de gunstige tijd is. Je weet niet wanneer de huisheer komt. Er rest slechts : waken, uitzien, verwachten.

Mc 13,5 - Mc 13,5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:5 Ho de Ièsous èrxato legein autois blepete mè tis humas planèsè 5 et respondens Iesus coepit dicere illis videte ne quis vos seducat          5 ¶ Maar Jezus vangt aan met tot hen te zeggen: kijkt uit dat niemand u tot dwaling brengt!   

- èrxato (hij begon) . In 18 verzen bij Marcus, zie Mc 1,45 -
- blepô (kijken) bij Marcus, zie Mc 13,33 . Blepete (kijk uit) . In deze vorm komt het in 8 verzen in Marcus voor, waarvan in 4 verzen in Mc 13 : (1) Mc 4,24 (2) Mc 8,15 (3) Mc 8,18 (4) Mc 12,38 (5) Mc 13,5 (6) Mc 13,9 (7) Mc 13,23 (8) Mc 13,33 .

 

Mc 1,15   Mc 13,33 Mc 13,35
kai legôn hoti (en zeggende dat) kai (en) ouk oidate gar +pote (je weet immers niet wanneer) ouk oidate gar pote (je weet immers nie wanneert)
peplèrôtai (tot vervulling is gekomen) èggiken (nabij is)    
ho kairos (het gepaste moment - de gunstige tijd) hè basileia tou theou (het koninkrijk van God) ho kairos (de gunstige tijd) ho kurios tès oikias (de heer van het huis - de huisheer)
    estin (er is) erchetai (komt)
 21. Begin van Jezus'optreden in Galilea : Mc 1,14-15 // Mt 4,12-17 // Lc 4,14-15 - Mc 1,14-15 - Mt 4,12-17 - Lc 4,14-15 -    308. Slot van de eschatologische rede (Mc) : Waakzaamheid bij afwezigheid van de Heer : Mc 13,33-37 - Mc 13,33-37 -  

De komst van Jezus wekt hoge verwachtingen. Het moment is er. Het koninkrijk van God komt. Wanneer Jezus optrekt naar Jeruzalem, nemen de verwachtingen nog toe. Want daar zal het gebeuren. Daar zal Gods koninkrijk gevestigd worden. In voorgaande pericopen staken de tegenstanders hun verbale tegenstand. Het is de stilte voor de storm. De tegenstanders zullen tot geweld overgaan. De spanning stijgt. De leerlingen vragen wanneer het dan wel allemaal gaat gebeuren en welk teken dat gebeuren zal inzetten. De verwachtingen zullen niet ingelost worden. Jezus wordt gevangen genomen, gekruisigd. Zijn leerlingen zijn overtuigd dat Jezus verder leeft bij God, dat Hij verrezen is. Zij geloven dat Jezus weldra zal terugkomen en het koninkrijk van God zal vestigen. Maar het blijft maar uit. 'Je weet niet wanneer het koninkrijk van God komt" zegt Marcus op het einde van zijn eschatologische rede.

Mc 13,4 - Mc 13,5 Mc 13,7 Mc 13,9 Mc 13,11 Mc 13,14 Mc 13,14 Mc 13,21 Mc 13,23 Mc 13,26 Mc 13,27 Mc 13,33 Mc 13,33 Mc 13,35
4a : pote hotan (wanneer)   kai hotan (en wanneer) hotan (wanneer) tote (dan kai tote (en dan)   kai tote (en dan) kai tote (en dan)   ouk oidate gar pote (je weet immers niet wanneer) ouk oidate gar pote (je weet immers niet wanneer)
blepete (kijk uit)   blepete (kijk uit)         humeis de blepete (julliej echter kijk uit)      blepete (kijk uit)    
  de (echter) ...  de (echter) ...    de (echter) ...                
   akousète (hoort)      idète (ziet)                
mè (dat iemand) mè (dat gij niet)   mè (dat gij niet)                  
  Mc 13, 8                      
  ... gar (want)   ... gar (want)                  
300. Het begin van het einde :Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -  -  301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -    302. De gruwel van de verwoesting van Judea : Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -     303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 -   305. De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 -   308. Slot van de eschatologische rede (Mc) : Waakzaamheid bij afwezigheid van de Heer :- Mc 13,33-37 -    

 

Mc 13,5 en Mc 13,22b-23 vormen een inclusio. Ze bakenen een pericope af. In Mc 13,24 begint een nieuwe pericope : alla in ekeinais tais hèmerais meta tèn thlipsin ekeinèn (maar in die dagen na die verdrukking). Zie ABCDEF - A'B'C'D'E'F' in het kader.

  Mc 13,5a Mc 13,23b   Mc 13,5b Mc 13,23a
  ho de Ièsous (Jezus echter)        
  èrksato (begon)        
  legein (te spreken) (A) proeirèka (ik heb vooraf gezegd) (A')      
  autois (tot hen) (B) humin (tot u) (B')      
   de rede (C) panta (alles) (C')      
        blepete (kijk uit) (D) humeis de blepete (D')(jullie echter, kijkt uit!)
        mè tis humas(E) planèsèi (F) (dat iemand je niet misleide) 22b : pros to apoplanèn (F') ei dunaton, tous eklektous (E') (om indien mogelijk, de uitverkorenen te misleiden)
 woorden  6  3    5  3. v.22b: 7
 lettergrepen  11   10 6. v.22b: 14
  300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8 // Lc 21,8-11 - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 - 303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23 // Mt 24,23-25 - Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 -   300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8 // Lc 21,8-11 - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 - 303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23 // Mt 24,23-25 - Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 -

Het tweede gedeelte van Mc 13,5 leidt de eschatologische rede in. Het bestaat uit een hoofdzin en een ondergeschikte zin. De ondergeschikte zin is een aansporende doelzin : opdat niet... Dit inleidend vers kunnen we vergelijken met vers 21. Ook daar is er een hoofdzin en een ondergeschikte zin. De hoofdzin echter staat achteraan, de ondergeschikte zin vooraan. De hoofdzin : Mc 13,5 : blepete (kijk uit) , Mc 13,21 : mè pisteuete (gelooft het niet). De ondergeschikte zin : Mc 13,5 : mè tis humas planèsèi (opdat niet iemand jullie misleide) , Mc 13,21 : kai hote ean tis humin eipèi (en wanneer iemand jullie dan zou zeggen).

  Mc 13,5 Mc 13,21   Mc 13,6a Mc 13,21b   Mc 13,6b Mc 13,22b   Mc 13,5-6 Mc 13,23
  blepete (kijk uit) 21c. mè pisteuete (gelooft het niet)                  
                       
  mè (opdat niet) 21a. kai tot ean (en dan iemand)                  
  tis (iemand) tis (iemand)                  
  humas (jullie) humin (jullie)                  
  planèsèi (misleide) eipèi (zegge)   polloi ... legontes (velen... zeggende)     kai pollous planèsousin (en zij zullen velen misleiden) pros to apoplanan ei dunaton tous eklektous (om te misleiden, indien mogelijk, de uitverkorenen)      
        hoti egô eimi (dat ik het ben) ide hôde ho christos, ide ekei (zie daar de christus, zie hier)            
woorden v.5 : 11 totaal v.21 : 14   v.6: 13       totaal v.22 : 17   totaal v.5-6 : 24 totaal v.23: 6
algemeen totaal : 37
lettergrepen v.5: 21 totaal v.21: 26   v.6: 30       totaal v.22: 42   totaal v.5-6: 51 totaal v.23: 14
algemeen totaal : 82
  300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8 // Lc 21,8-11 - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23 // Mt 24,23-25 - Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 -   300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8 // Lc 21,8-11 - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23 // Mt 24,23-25 - Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 -   300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8 // Lc 21,8-11 - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23 // Mt 24,23-25 - Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 -   300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8 // Lc 21,8-11 - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23 // Mt 24,23-25 - Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 -

 

 

Mc 13,6 - Mc 13,6 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:6 polloi eleusontai epi tô onomati mou legontes oti egô eimi kai pollous planèsousin   6 multi enim venient in nomine meo dic entes quia ego sum et multos seducent          6 velen zullen komen onder mijn naam en zeggen ‘ik ben het!; en velen tot dwaling brengen;   

 


Mc 13,6 handelt over de misleiders en sluit dus aan op Mc 13,5. Het vers bestaat uit 2 nevengeschikte zinnen. Bij de eerste hoofdzin staat een deelwoord (legontes : zeggende) bij het onderwerp (polloi : velen) en dat deelwoord heeft nog een voorwerpszin (hoti egô eimi : dat ik het ben). Het tweevoudig gebruik van het woordje polloi (velen) valt op : velen zullen misleiden en velen zullen misleid worden. Wat de misleiders zeggen wordt in Mc 13,21 gezegd : ide hôde ho christos, ide ekei (zie daar de christus, zie hier). Mc 13,22 bestaat uit 2 nevengeschikte zinnen. De tweede nevengeschikte zin bevat een infinitiefzin van doel en op zijn beurt een voorwaardelijke zin. Mc 13,22 handelt over het optreden van de misleiders.
Mc 13,5-6 bevatten 24 woorden en 51 lettergrepen. Zonder de inleidingsformule : 18 woorden en 40 lettergrepen.

Mc 13,5-6 hebben een stukje inclusio. Hierdoor wordt het ook duidelijk dat planaô (misleiden) het thema is, zoals dat ook het geval is voor Mc 13,21-23. Het egô eimi (ik ben het) roept de tekst op die we vinden in Mc 14,62 bij het verhoor van Jezus door de hogepriester (332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 // Mt 26,59-66 // (Lc 22,66-71) - Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -). Jezus antwoordt op de vraag van de hogepriester: su ei ho christos ho huios tou eulogètou (u bent de christus, de zoon van de gezegende) met egô eimi (ik ben het). In die tekst vinden we ook de combinatie su ei (u bent) - egô eimi (ik ben het) met ho christos (de Christus), een combinatie die we vinden in Mc 13,6a en Mc 13,21a.

Mc 13,5b

Mc 13,6b

mè (opdat niet) kai (en)
tis (iemand)  
humas (jullie) pollous (velen)
planèsèi (misleide) planèsousin (zullen zij misleiden)

Blepete (kijk uit) in Mc 13,5b leidt een sectie in die handelt over bedriegers. Deze sectie eindigt bij Mc 13,6.
Blepete (kijk uit) in Mc 13,23a sluit een gelijkaardige sectie af. Het thema van die sectie is eveneens de bedriegers (Mc 13,21-22a). De plaats van dit blepete (kijk uit) wordt verklaard door de inclusio (omsluitings)functie.
Blepete (kijk uit) in Mc 13,9 staat aan het begin van de vervolgingssectie. Het schema van het einde (eerst vervolging enz... en dan verheerlijking) kan ingegeven zijn door wat Jezus is overkomen: lijden, dood, verrijzenis.
In Mc 13,9 en Mc 13,23a staat telkens het Griekse woordje de (echter) als tweede woord. Het is een aanduiding dat er iets nieuws begint.

Mc 13,4 Mc 13,4c Mc 13,7 Mc 13,8 Mc 13,23 Mc 13,30   Mc 13,31   Mc 13,37 Mc 13,33  Mc 13,35
eipon hèmin (zeg ons)       proeirèka (ik heb voorzegd) humin (aan jullie) amèn legô humin (voorwaar ik zeg jullie)       ho de humin legô, pasin legô(wat ik echter aan jullie zeg, zeg ik aan allen)    
  kai t´to sèmeion (en wat is het teken)       hoti (dat) mechris hou (totdat)          
pote (wanneer) hotan (waarop)                 ouk oidate gar pote (je weet immers niet wanneer)  ouk oidate gar pote (je weet immers niet wanneer)
              ho ouranos kai hè gè (de hemel en de aarde) hoi de logoi mou (mijn woorden echter)      
tauta (dat)... mellèi tauta sunteleisthai panta (dat alles zich zal voltrekken)     panta (alles)   tauta panta (dat alles) pareleusontai (zullen voorbijgaan) ou pareleusontai (zullen niet voorbijgaan)      
estai (zal zijn)   dei genesthai (het moet gebeuren)     ou mè parelthèi (niet voorbijgaat) genètai (gebeurt)          
          hè genea hautè (dit geslacht)            
     all'oupô to telos (maar nog niet het einde)  archè ôdinôn                
       tauta                
 299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 // Mt 24,1-3 // Lc 21,5-7 - Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -    300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8 // Lc 21,8-11 - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11    303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23 // Mt 24,23-25 - Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 -  307. De tijd van het einde : Mc 13,30-32 // Mt 24,34-36 // Lc 21,32-33 - Mc 13,30-32 - Mt 24,34-36 - Lc 21,32-33 -        308. Slot van de eschatologische rede (Mc) : Waakzaamheid bij afwezigheid van de Heer : Mc 13,33-37 - Mc 13,33-37 -    

 

Mc 13,7 - Mc 13,7 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:7 otan de akousète polemous kai akoas polemôn mè throeisthe dei genesthai all oupô to telos   7 cum audieritis autem bella et opiniones bellorum ne timueritis oportet enim fieri sed nondum finis          7 maar wanneer ge zult horen van oorlogen en geruchten van oorlogen, schrikt dan niet; ‘het móet geschieden;, maar dat is het einde nog niet;   

Mc 13,8 - Mc 13,8 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:8 egerthèsetai gar ethnos ep ethnos kai basileia epi basileian esontai seismoi kata topous esontai limoi archè ôdinôn tauta  8 exsurget autem gens super gentem et regnum super regnum et erunt terraemotus per loca et fames initium dolorum haec          8 want ‘volk zal ontwaken tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk;; er zullen op sommige plaatsen aardbevingen zijn, er zullen hongersnoden zijn; het begin van de weeën is dat;   

 

301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 // Mt 24,9-14 // Lc 21,12-19 - verwijzingen -

 

Mc 13,9 - Mc 13,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:9 blepete de umeis eautous paradôsousin umas eis sunedria kai eis sunagôgas darèsesthe kai epi ègemonôn kai basileôn stathèsesthe eneken emou eis marturion autois   9 videte autem vosmet ipsos tradent enim vos conciliis et in synagogis vapulabitis et ante praesides et reges stabitis propter me in testimonium illis          9 maar gij, kijkt uit voor uzelf; ze zullen u overleveren aan sanhedrins en synagogen; ge zult worden mishandeld en voor stadhouders en koningen worden opgesteld vanwege mij, tot een getuigenis voor hen;    

- blepô (kijken) bij Marcus, zie Mc 13,33 . Blepete (kijk uit) . In deze vorm komt het in 8 verzen in Marcus voor, waarvan in 4 verzen in Mc 13 : (1) Mc 4,24 (2) Mc 8,15 (3) Mc 8,18 (4) Mc 12,38 (5) Mc 13,5 (6) Mc 13,9 (7) Mc 13,23 (8) Mc 13,33 .

 

Mc 13,10 - Mc 13,10 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:10 kai eis panta ta ethnè prôton dei kèruchthènai to euaggelion  10 et in omnes gentes primum oportet praedicari evangelium           10 en aan al de volkeren moet eerst de vreugdeboodschap worden gepredikt;   

Mc 13,11 - Mc 13,11 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:11 kai otan agôsin umas paradidontes mè promerimnate ti lalèsète all o ean dothè umin en ekeinè tè ôra touto laleite ou gar este umeis oi lalountes alla to pneuma to agion  11 et cum duxerint vos tradentes nolite praecogitare quid loquamini sed quod datum vobis fuerit in illa hora id loquimini non enim estis vos loquentes sed Spiritus Sanctus          11 en wanneer ze u wegvoeren en u overleveren, weest niet bezorgd wat ge zult uitspreken, nee, wat u in dat uur zal worden gegeven, spreekt dat uit; want niet gij zijt het die spreekt maar de heilige Geest;   

Mc 13,12 - Mc 13,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:12 kai paradôsei adelfos adelfon eis thanaton kai patèr teknon kai epanastèsontai tekna epi goneis kai thanatôsousin autous  12 tradet autem frater fratrem in mortem et pater filium et consurgent filii in parentes et morte adficient eos          12 een broeder zal een broeder ter dood overleveren en een vader een kind, en ‘kinderen zullen opstaan tegen ouders; en hen ter dood brengen;   

Mc 13,13 - Mc 13,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:13 kai esesthe misoumenoi upo pantôn dia to onoma mou o de upomeinas eis telos outos sôthèsetai  13 et eritis odio omnibus propter nomen meum qui autem sustinuerit in finem hic salvus erit          13 ge zult gehaat zijn door allen, vanwege mijn naam; maar wie volhardt ten einde toe, die zal worden gered;   

 

Mc 13,12 : kai paradôsei adelfos adelfon eis thanaton kai patèr teknon (en een broer echter zal een broer ter dood overleveren en een vader een kind) kai epanastèsontai tekna epi goneis (en kinderen zullen opstaan tegen ouders) kai thanatôsousin autous (en zij zullen hen doden)
Op ket nevenschikkend voegwoord kai (en) na is deze zin identiek aan Mt 10,21 .

302. De gruwel van de verwoesting van Judea : Mc 13,14-20 // Mt 24,15-22 // Lc 21,20-24 - verwijzingen -

Mc 13,14 - Mc 13,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:14 otan de idète to bdelugma tès erèmôseôs estèkota opou ou dei o anaginôskôn noeitô tote oi en tè ioudaia feugetôsan eis ta orè  14 cum autem videritis abominationem desolationis stantem ubi non debet qui legit intellegat tunc qui in Iudaea sunt fugiant in montes         14 ¶ wanneer ge ‘de gruwel der verwoesting; ziet staan waar het niet moet wie voorleest lette er op laten dan die in Judea vluchten naar de bergen,    

Mc 13,15 - Mc 13,15 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:15 o | | [de] | epi tou dômatos mè katabatô mède eiselthatô | ti arai | arai ti | ek tès oikias autou 15 et qui super tectum ne descendat in domum nec introeat ut tollat quid de domo sua          15 laat wie op het dak is niet afdalen en niet binnengaan om iets weg te halen uit zijn huis,   

Mc 13,16 - Mc 13,16 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:16 kai o eis ton agron mè epistreyatô eis ta opisô arai to imation autou   16 et qui in agro erit non revertatur retro tollere vestimentum suum           16 en laat wie op het veld is niet omkeren naar achter zich om zijn kleed op te halen;    

Mc 13,17 - Mc 13,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:17 ouai de tais en gastri echousais kai tais thèlazousais en ekeinais tais èmerais  17 vae autem praegnatibus et nutrientibus in illis diebus          17 wee haar die in die dagen een kind in de schoot hebben en die zogen;   

Mc 13,18 - Mc 13,18 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:18 proseuchesthe de ina mè genètai cheimônos  17 vae autem praegnatibus et nutrientibus in illis diebus 18 orate vero ut hieme non fiant           18 bidt dat het niet ‘s winters geschiedt;    

Mc 13,19 - Mc 13,19 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:19 esontai gar ai èmerai ekeinai thliyis oia ou gegonen toiautè ap archès ktiseôs èn ektisen o theos eôs tou nun kai ou mè genètai  19 erunt enim dies illi tribulationes tales quales non fuerunt ab initio creaturae quam condidit Deus usque nunc neque fient           19 want die dagen zullen zijn ‘een verdrukking zoals er niet geschied is vanaf het begin der schepping; die God geschapen heeft tot nu toe en niet meer geschieden zal;   

Mc 13,20 - Mc 13,20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:20 kai ei mè ekolobôsen kurios tas èmeras ouk an esôthè pasa sarx alla dia tous eklektous ous exelexato ekolobôsen tas èmeras 20 et nisi breviasset Dominus dies non fuisset salva omnis caro sed propter electos quos elegit breviavit dies          20 en als de Heer die dagen niet verkortte, zou niemand van alle vlees worden gered; maar ter wille van de uitverkorenen die hij heeft uitverkoren heeft hij de dagen verkort;   

 

303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23 // Mt 24,23-25 - verwijzingen -

We hebben reeds een aantal gelijkenissen aangeduid tussen Mc 13,5-6 en Mc 13,21-23 Zie : 300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8 // Lc 21,8-11 - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -. We merken evenwel dat Mc 13,21-23 met een inclusio en een centraal vers is opgebouwd.

 

Mc 13,21a Mc 13,23b   Mc 13,21b Mc 13,23a
. kai tot ean (en dan iemand)        
tis (iemand)        
  proeirèka (ik heb vooraf gezegd)      
humin (jullie) humin (tot u)      
eipèi (zegge)     mè pisteuete (geloof het niet) humeis de blepete (jullie echter, kijkt uit!)
ide hôde ho christos, ide ekei (zie daar de christus, zie hier) panta (alles)      
303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23 // Mt 24,23-25 - Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 -        


Mc 13,21 - Mc 13,21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:21 kai tote ean tis umin eipè ide ôde o christos ide ekei mè pisteuete  21 et tunc si quis vobis dixerit ecce hic est Christus ecce illic ne credideritis           21 en als dán iemand tot u zegt: zie, hier is de Christus, zie daar!, gelooft het niet;   

Mc 13,22 - Mc 13,22 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:22 egerthèsontai gar yeudochristoi kai yeudoprofètai kai dôsousin sèmeia kai terata pros to apoplanan ei dunaton tous eklektous   22 exsurgent enim pseudochristi et pseudoprophetae et dabunt signa et portenta ad seducendos si potest fieri etiam electos           22 er zullen namaakchristussen en namaakprofeten ontwaken, en zij zullen tekenen en wonderen doen, om, als dat mogelijk is, de uitverkorenen tot dwaling te brengen;   

Mc 13,23 - Mc 13,23 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:23 humeis de blepete proeirèka humin panta            23 gij, kijkt uit, ik heb u alles voorzegd!   

- blepô (kijken) bij Marcus, zie Mc 13,33 . Blepete (kijk uit) . In deze vorm komt het in 8 verzen in Marcus voor, waarvan in 4 verzen in Mc 13 : (1) Mc 4,24 (2) Mc 8,15 (3) Mc 8,18 (4) Mc 12,38 (5) Mc 13,5 (6) Mc 13,9 (7) Mc 13,23 (8) Mc 13,33 .

305. De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 // Mt 24,29-31 // Lc 21,25-28 - Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 - verwijzingen - Mc 13,24 - Mc 13,25 - Mc 13,26 - Mc 13,27 -

In een kader hebben we de opbouw van deze kleine pericope, onderdeel van de eschatologische rede van Marcus, geplaatst. We komen tot de opmerkelijke vaststelling dat deze pericope uit 70 woorden en 144 lettergrepen bestaat. De 70 doet denken aan de 70 weken van het boek Daniël en 144 aan de 144.000 getekenden in het boek Openbaring.
De structuur van de pericope wordt aangeduid door tijdsaanduidingen in het begin van een zin : verzen 24-25 : alla in ekeinais tais hèmerais meta tèn thipsin ekeinèn (maar in die dagen na die verdrukking); vers 26 : kai tote : en dan ... ; vers 27 : kai tote ... en dan . De pericope bestaat uit 7 nevenschikkende zinnen, waarvan de eerste met alla (maar) en de andere zes met kai (en) beginnen. 7X staat het werkwoord in de toekomstige tijd. De woordvolgorde in de zin is meestal : onderwerp, vervoegd werkwoord, lijdend voorwerp.
In deze pericope komt hemel 3X voor : vers 25a : ek tou ouranou piptontes (uit de hemel vallend) ; vers 25b : hai dunameis hai en tois ouranois (de krachten die in de hemelen zijn) ; vers 27 : heôs akrou ouranou (tot het uiteinde van de hemel). Daarenboven vinden we in vers 26 : en nefelais (op de wolken). Het getal vier speelt een belangrijke rol in deze pericope : in verzen 24-25 is er sprake van vier hemellichamen; in vers 27 is er sprake van de vier windstreken. Verzen 24-25 tellen 36 (4 x 9) woorden en 72 (4 x 2 x 9) lettergrepen. Het totaal bestaat uit 144 (4 x 4 x 9) lettergrepen.
Met v.24 begint een nieuwe pericope. Verzen 24-25 bestaan uit vier nevengeschikte zinnen, met elkaar verbonden door het nevenschikkende woord kai (en). Opmerkelijk is wel dat deze verzen 24-25 uit 36 woorden en 72 lettergrepen bestaat. De inleiding bestaat uit 9 woorden en de eerste zin bestaat verder uit 3 woorden; samen 12 woorden (3 X 4). De andere drie zinnen bestaan telkens uit 8 woorden (2 X 4). Aan de komst van de Mensenzoon gaat een kosmische revolutie vooraf. De hemellichamen worden in volgorde van belangrijkheid voor de mens gegeven : zon, maan, sterren, hemelkrachten. De zon wordt verduisterd (tegenstelling : licht - duisternis). De maan geeft geen licht (tegenstelling licht - duisternis). De sterren vallen van de hemel (tegenstelling : vaste plaats aan de hemel - vallen). De hemelkrachten worden geschud (tegenstelling : vast patroon - uit hun vast ritme raken). De eerste twee zinnen hebben gemeen dat zon en maan geen licht meer geven; de derde en de vierde zin bevatten de tegenstelling : ek tou ouranou (uit de hemel) en en tois ouranois (in de hemelen). De eindkank van het eerste en het vierde werkwoord is ongeveer hetzelfde -thèsetai en -thèsontai. Om dan reeds van een chiasme te spreken lijkt me wat ver gezocht.

De komst van de mensenzoon gebeurt vanuit de hemel. De komst gaat vergezeld van een hemels gezelschap : de engelen. Zij moeten iedereen verzamelen: van boven tot beneden, van oost tot west. Sommige exegeten verbinden doksè (heerlijkheid) met de eerste twee hemellichamen, de dunamis (kracht) met de twee laatste hemellichamen (sterren en hemelkrachten).

aanduiding bijbelvers Mc 13,24a Mc 13,24b Mc 13,25a Mc 13,25b   Mc 13,27a Mc 13,27b
nevenschikkend voegwoord alla (maar) kai (en) kai (en) kai (en)   kai (en) kai (en)
tijdsaanduiding en ekeinais tais hèmerais (in die dagen) meta tèn thipsin ekeinèn (na die verschrikking)         tote (dan)  
onderwerp ho hèlios (de zon) hè selènè (de maan) hoi asteres (de sterren) hai dunameis (de krachten) hai en tois ouranois (die in de hemelen)      
vervoegd werkwoord skotisthèsetai (zal verduisterd worden) ou dôsei (zal niet geven) esontai (zullen zijn) saleuthèsontai (zullen geschud worden)   apostelei (zal hij zenden) episunaksei (hij zal verzamelen)
      ek tou ouranou piptontes (uit de hemel vallende) (cfr hierboven en tois ouranois : in de hemelen)      
lijdend woorwerp   to feggos autès (haar licht)       tous aggelous (de engelen) tous eklektous - autou - ( - zijn - uitverkorenen)
aantal woorden 12 8 8 8 Totaal verzen 24-25 : 36   5 14 Totaal vers 27: 19 (20)
aantal lettergrepen 27 13 16 16 Totaal verzen 24-25 : 72   11 29 Totaal vers 27 : 40 (42)
thema zon maan sterren hemellichamen     op aarde
305. De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 // Mt 24,29-31 // Lc 21,25-28 - Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28              

 

Mc 13,24 - Mc 13,24 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:24 alla en ekeinais tais èmerais meta tèn thliyin ekeinèn o èlios skotisthèsetai kai è selènè ou dôsei to feggos autès   23 vos ergo videte ecce praedixi vobis omnia 24 sed in illis diebus post tribulationem illam sol contenebrabitur et luna non dabit splendorem suum          24 ¶ maar in die dagen zal na die verdrukking ‘de zon worden verduisterd en de maan haar schijnsel niet geven;,   

Mc 13,25 - Mc 13,25 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:25 kai oi asteres esontai ek tou ouranou piptontes kai ai dunameis ai en tois ouranois saleuthèsontai 25 et erunt stellae caeli decidentes et virtutes quae sunt in caelis movebuntur           25 en ‘de sterren zullen uit de hemel vallen, en de machten in de hemelen zullen wankelen;,   

Mc 13,26 - Mc 13,26 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:26 kai tote oyontai ton uion tou anthrôpou erchomenon en nefelais meta dunameôs pollès kai doxès  26 et tunc videbunt Filium hominis venientem in nubibus cum virtute multa et gloria           26 en dan zullen ze zien ‘de mensenzoon, komend in wolken; met grote macht en heerlijkheid;    

Mc 13,27 - Mc 13,27 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:27 kai tote apostelei tous aggelous kai episunaxei tous eklektous [autou] ek tôn tessarôn anemôn ap akrou gès eôs akrou ouranou  27 et tunc mittet angelos suos et congregabit electos suos a quattuor ventis a summo terrae usque ad summum caeli          27 en dán zal hij de engelen uitzenden en zijn uitverkorenen ‘samenbrengen uit de vier windstreken, vanaf de rand van de aarde tot aan de rand van de hemel;;   

Marcus gebruikt de profetie van Jesaja tegen Babel ( Js 13,10)

Bij de vraag van de hogepriester of hij de messias, de zoon van de Gezegende is, antwoordde Jezus positief en haalde dan het citaat van Daniël over de komst van de mensenzoon aan. Hiermee duidt Jezus aan dat zijn veroordeling tot de dood geen nederlaag zal zijn, maar een overwinning, geen uit de wegruiming, maar een definitieve komst. In apocalyptische taal neemt men de beelden niet letterlijk, waarom zouden we het hier doen? Ook hier is einde en begin aan elkaar gekoppeld.

Mc 14,62 Mc 8,38 Mc 9,1 Mc 13,26
kai (en) hotan (wanneer) heôs an (totdat) kai tote (en dan)
opsesthe (gij zult zien)   idôsin (zij zullen zien) opsontai (zullen zij zien)
ton huion tou anthrôpou (de mensenzoon)   tèn basileian tou theou (het koninkrijk van God) ton huion tou anthrôpou (de mensenzoon)
ek deksiôn (rechts)      
kathèmenon (zittend)      
dunameôs (van de kracht)      
kai (en)      
erchomenon (komende) elthèi (hij komt)  elèluthuian  (gekomen zijnde)  erchomenon (komende)
  en tèi doksèi tou patros autou (in de heerlijkheid van zijn vader) en dunamei (in kracht) en nefelais meta dunameôs pollès kai doksès (op de wolken met grote kracht en heerlijkheid)
meta tôn nefelôn tou ouranou (op de wolken van de hemel) meta tôn aggelôn tôn hagiôn (met zijn heilige engelen)      
 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 // Mt 26,59-66 // (Lc 22,66-71) - Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -   166. Wat baat het een mens de hele wereld te winnen : Mc 8,36-38 // Mt 16,26-27 // Lc 9,25-26 - Mc 8,36-38 - Mt 16,26-27 - Lc 9,25-26 -  167. Nabijheid van het Rijk Gods : Mc 9,1 // Mt 16,28 // Lc 9,27 - Mc 9,1 - Mt 16,28 - Lc 9,27 -  305. De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 // Mt 24,29-31 // Lc 21,25-28 - Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 -

 

Mc 13,27 : kai tote apostelei tous aggelous (en dan zal hij de engelen zenden)
- Mc 13,27 -
- kai (en). Nevenschikkend voegwoord. In 555 verzen bij Marcus, zie Mc 1,4 -

 

306. Gelijkenis van de vijgeboom : Mc 13,28-29 // Mt 24,32-33 // Lc 21,29-31- verwijzingen -

 

Mc 13,28b    Mc 13, 29b
hotan (wanneer)  kai (en)  hotan (wanneer)
èdè (reeds)    idète (gij ziet)
 ho klados autès (zijn twijg)  ekfuèi (uitlopen)  
hapalos (zacht)     
genètai (wordt)  ta fulla (de bladeren) tauta ginomena (dit gebeuren) 
 ginôskete (weet)    ginôskete (weet)
hoti (dat)    hoti (dat) 
 eggus (nabij)   eggus (nabij)
 to theros (de zomer)    
 estin (is)   estin (is het)
     epi thurais (bij de deur)

 

Mc 13,28 - Mc 13,28 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:28 apo de tès sukès mathete tèn parabolèn otan èdè o klados autès apalos genètai kai ekfuè ta fulla ginôskete oti eggus to theros estin  28 a ficu autem discite parabolam cum iam ramus eius tener fuerit et nata fuerint folia cognoscitis quia in proximo sit aestas       [28] Leer van het beeld van de vijgenboom: als zijn twijgen zacht worden en zijn bladeren zich ontvouwen, dan weten jullie dat de zomer in aantocht is.    [28] Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is.   28 ¶ leert dan van de vijgenboom deze gelijkenis: wanneer haar hout al weer zacht wordt en haar bladeren uitschieten, herkent ge daaraan dat de zomer dichtbij is;   

Mc 13,29 - Mc 13,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:29 outôs kai umeis otan idète tauta ginomena ginôskete oti eggus estin epi thurais  29 sic et vos cum videritis haec fieri scitote quod in proximo sit in ostiis      [29] Zo moeten jullie ook weten: wanneer je deze dingen ziet gebeuren, dan staat het vlak voor de deur.   [29] Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het einde nabij is.  29 zo ook gíj; wanneer ge ziet dat dit alles geschiedt, herkent dan daaraan dat het nabij is en voor de deuren staat;   

307. De tijd van het einde : Mc 13,30-32 // Mt 24,34-36 // Lc 21,32-33 - verwijzingen -

 

Mc 13,30 - Mc 13,30 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:30 amèn legô umin oti ou mè parelthè è genea autè mechris ou tauta panta genètai  30 amen dico vobis quoniam non transiet generatio haec donec omnia ista fiant      [30] Ik verzeker jullie, deze generatie gaat niet voorbij voordat dit allemaal gebeurd is.   [30] Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren.   30 voorwaar, ik zeg u dat dit geslacht niet voorbij zal gaan voordat dit alles is geschied;    

Mc 13,31 - Mc 13,31 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:31 o ouranos kai è gè pareleusontai oi de logoi mou ou | | mè | pareleusontai   31 caelum et terra transibunt verba autem mea non transibunt      [31] Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan.  [31] Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen.   31 de hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan!    

Mc 13,32 - Mc 13,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne (Liturgische lezing) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:32 peri de tès èmeras ekeinès è tès ôras oudeis oiden oude oi aggeloi en ouranô oude o uios ei mè o patèr  32 de die autem illo vel hora nemo scit neque angeli in caelo neque Filius nisi Pater     
[32] Maar wanneer die dag of dat uur aanbreekt, weet niemand, de engelen in de hemel niet, de Zoon niet, maar alleen de Vader.  
[32] Niemand weet wanneer die dag of dat moment zal aanbreken, de engelen in de hemel niet en de Zoon niet, alleen de Vader.  32 maar over die dag en dat uur weet niemand iets, ook de engelen in de hemel niet en ook de Zoon niet, alleen de Vader;   

308. Slot van de eschatologische rede (Mc) : Waakzaamheid bij afwezigheid van de Heer : Mc 13,33-37 - Mc 13,33-37 -- verwijzingen -- Mc 13,33 - Mc 13,34 - Mc 13,35 - Mc 13,36 - Mc 13,37 -

Mc 13,33-37 sluit de eschatologische rede (Mc 13,5-37) af. Mc 13,33-37 haakt in op de vraag bij het begin van de rede : “Zeg ons: wanneer zal dat zijn en welke aanwijzingen zijn er wanneer dat alles zich zal voltrekken.” Het antwoord van Jezus is eenvoudig: jullie weten niet wanneer hét moment er is of wanneer de huisheer komt. Waken is het enige wat je te doen staat. De vergelijking met de huisheer die van huis wegging, maakt het duidelijk. Waken bestaat in het doen van wat de heer heeft opgedragen. Het is de heer verwachten.
In Mc 13,24-27 wordt in apocalyptische termen de wederkomst van de mensenzoon beschreven: Hij zal komen op de wolken van de hemel, met grote kracht en heerlijkheid om te oordelen de levenden en de doden.
De beschrijving van deze wederkomst schetst Christus als de overwinnaar. Vandaar worden oorlogen en allerlei rampen gezien als teken dat de komst nabij is, want Christus zal als overwinnaar uit de strijd te voorschijn treden.
Mc 13,33-37 sluit als ‘t ware het evangelie af. Na Mc 13 volgt het verhaal van het lijden en de opstanding (Mc 14-16). Toen Jezus zijn optreden in Galilea begon, zei Hij : “Hét moment is er en het koninkrijk Gods is nabij” (Mc 1,15). Wat zijn wederkomst betreft, zegt Hij: “Hét moment ken je niet.”

2. Oriëntering

Wederkomst
Tijdens het leven van Jezus hadden zijn leerlingen verwacht dat Jezus Gods koninkrijk zou stichten en machthebbers zou overwinnen. De kruisdood van Jezus maakte een abrupt einde aan hun dromen. Ze werden ervan doordrongen dat Gods koninkrijk niet van deze aarde is en dat Jezus in Gods heerlijkheid werd opgenomen en zit aan Gods rechterhand. Ze verwachtten hem elk ogenblik. Sommige christenen kwamen ertoe om passief zijn komst af te wachten. Maar de wederkomst bleef maar uit. Op de vraag wanneer de Heer zou komen, bleef men het antwoord schuldig: we weten het niet.
In de loop der geschiedenis hebben sommigen het tijdstip van Jezus’wederkomst voorspeld. Telkens bleek het een vergissing. Ook hebben sommigen zich als de teruggekomen Christus voorgesteld; ze zijn evenwel gestorven zonder een hemels koninkrijk achter te laten. Sommigen stellen dat Hij reeds gekomen is, in het verborgene, en dat de eindtijd bezig is.

Waakzaamheid
Het uitzien naar de wederkomst van Christus en de bekommernis om in het dagelijks onderhoud te voorzien moesten met elkaar worden verzoend. De evangelisten Marcus, Matteüs en Lucas brengen dat op hun eigen wijze in beeld.
Marcus brengt de gelijkenis met een huisheer die op reis is. De huisgenoten kregen elk hun werk. Bij hun werk houden ze de terugkomst van hun heer voor ogen.
Matteüs bundelt in Mt 25 een aantal gelijkenissen. De laatste gelijkenis vertelt het verhaal van het laatste oordeel. Daarin zegt de Koning: “Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan” (Mt 25,40).
Lucas vertelt in het geboorteverhaal van Jezus dat herders tijdens de nacht in het open veld waakten over hun kudde. In de uitoefening van hun beroep stonden ze tevens open voor het hemels licht en de hemelse boodschap.

De eerste christenen leefden in benarde tijden.
Vergelijk met de benarde tijden in hun leven waarin vluchtelingen leven: herkenbaarheid voor hen , zulke situaties. Het gevaar voor eigen leven hebben sommige vluchtelingen ook meegemaakt. En dan zijn ze hier, maar toch blijven ze vaak nog heel lang leven in onzekerheid. Beeld je de angst in van uitgeprocedeerde vluchtelingen om opgepakt de worden.

Elk ogenblik konden ze door een huisgenoot of bekende overgeleverd worden aan geestelijke en wereldlijke overheid en ter dood veroordeeld worden. Zo’n situatie had Jezus ook meegemaakt. Hij had in de hof van Olijven tot God gebeden (Mc 15,32-42) en hij had aan Petrus, Jakobus en Johannes gevraagd om te waken en te bidden. Zij echter beseften de ernst van de situatie niet. Ze waren te moe en sliepen. Nu beseffen de eerste christenen dat ze de weg van Jezus in lijden en dood zullen gaan. Waken en bidden zijn noodzakelijk om aan de verleiding te weerstaan om Jezus te verzaken. Waken en bidden opent de ogen voor wat kan komen. Niet in glans en heerlijkheid, maar in het gelaat van de minsten, in lijden en dood komt hun Heer hen tegemoet.

Waken betekent actief blijven. Actief de komst van de Messias verwachten. Dat betekent ook: positief blijven denken, hoop blijven houden, blijven doen wat Hij van ons zou verwachten.

In Mc 13,4 stellen de vier leerlingen aan Jezus : zeg ons wanneer dat zal zijn en wanneer dat alles zal voltooid zijn. In Mc 13,33 - Mc 13,34 - Mc 13,35 antwoordt Jezus : jullie weten niet wanneer hét moment er is (Mc 13,33) ; jullie weten niet wanneer de huisheer komt (Mc 13,35). Tussen nu en de komst van de heer is de tijd van waakzaamheid. Deze bestaat niet in een louter afwachten. Ze houdt openheid en ontvankelijkheid in. Ze is gericht op het ontvangen van de heer, op wat zal komen.

Mc 13,33 : aansporing en reden
Mc 13,34 - Mc 13,35 - Mc 13,36 : gelijkenis
Mc 13,37 : aansporing

Mc 13,33 - Mc 13,33 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne Liturgische lezing: 1zvda (B) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:33 blepete agrupneite ouk oidate gar pote o kairos estin   33 videte vigilate et orate nescitis enim quando tempus sit   Zie toe! Wees waakzaam! Jullie weten immers niet wanneer de tijd er is. 33 Jezus zei tot zijn leerlingen: "Weest op uw hoede, weest waakzaam; want gij weet niet wanneer het ogenblik daar is.  [33] Kijk uit, wees waakzaam. Want je weet niet wanneer het moment daar is. 
[33] Pas op, wees waakzaam, want jullie weten niet wanneer die tijd zal komen. 
33 kijkt goed, vecht tegen de slaap, want ge weet niet wanneer de tijd daar is!  Opgelet! waakt, want jullie weten niet wanneer hét moment er is 

- blepô (kijken) bij Marcus, zie Mc 13,33 . Blepete (kijk uit) . In deze vorm komt het in 8 verzen in Marcus voor, waarvan in 4 verzen in Mc 13 : (1) Mc 4,24 (2) Mc 8,15 (3) Mc 8,18 (4) Mc 12,38 (5) Mc 13,5 (6) Mc 13,9 (7) Mc 13,23 (8) Mc 13,33 .
- gar (want) . Het duidt de reden aan. In 63 verzen bij Marcus, zie Mc 1,16 : Mc 1,16-20
- pote (wanneer?) zie : hote (toen, wanneer) : voegwoord van tijd. In 12 verzen bij Marcus, zie Mc 1,32 : Mc 1,32-34 . pote (wanneer ?). Vragend voegwoord van tijd. In 4 verzen bij Marcus, zie Mc 1,32 . Zie verder : (1) Mc 9,19 (2) Mc 13,4 (3) Mc 13,33 (4) Mc 13,35
- kairos (hét moment) bij Marcus, zie Mc 1,15 : Mc 1,14-15 -

Wat de vertalingen betreft. De gebiedende wijze wordt - zoals in het Grieks - in de meervoudsvorm (V, LZ, NB) gegeven, in de enkelvoudsvorm (SDV, WV,NV). Het persoonlijk voornaamwoord is gij (LZ), ge (NB) of je (WV), jullie (NV). Vermits de gebiedende wijze aan het begin van de zin staat, wordt het werkwoord nog eens beklemtoond; de vertalingen versterken het werkwoord door een bijwoord of een voorzetsel bij het werkwoord : goed kijken (NB), toe-zien (SDV), uit-kijken (WV), op-passen (NV), op-letten (PV) of door een omschrijving : op uw hoede zijn (LZ).

agrupneô : slaaploos of wakker zijn, waken. Agrupneite (waak). Actief imperatief presans 2de persoon meervoud. In 3 verzen in de bijbel. In Esr 8,29 is het de vertaling van sjiqdu (sjâqad). De 3de persoon enkelvoud sjäqad komt in 5 verzen in het O.T. voor.
blepete (jullie kijken - kijk) : indicatief praesens 2de persoon meervoud of imperatief 2de persoon meervoud. Het komt in 33 verzen in de bijbel voor; in 2 verzen in het O.T., in 31 verzen in het N.T. Bij Matteüs : (1) Mt 11,4 (2) Mt 13,7 (3) Mt 24,2 (4) Mt 24,4 . In deze vorm komt het in 8 verzen in Marcus voor, waarvan in 4 verzen in Mc 13 : (1) Mc 4,24 (2) Mc 8,15 (3) Mc 8,18 (4) Mc 12,38 (5) Mc 13,5 (6) Mc 13,9 (7) Mc 13,23 (8) Mc 13,33 . We komen bij het laatste deel van de apocalyptische rede. Zoals bij het begin van de rede, zo luidt ook bij het begin van het derde deel de waarschuwing blepete (kijk uit). Het is een rede waarin de toekomst wordt bekeken. Er speelt zich één en ander onder hun ogen af. Maar opgelet! Laat je niet om de tuin leiden. Mensen zullen in de war komen. Sommigen zullen zich voordoen alsof ik teruggekomen ben. Zij zullen vertellen over ten oorlog trekken en over de overwinning. Zij zullen je voorhouden mee ten strijde te trekken. Velen zullen erin trappen.Of sommigen zullen vertellen over oorlogen en daarin het teken zien dat het einde in aantocht is. Want de Heer zal komen om de vijand te verslaan en de overwinning te behalen. Dat is niet het einde. Dat alles moet gebeuren. Want het ene volk zal tegen het andere opstaan en het ene koninkrijk tegen het andere. Er zullen aardbevingen zijn en hongersnood. Dat is nog maar het begin van de ellende.
- blepein (kijken). In 22 verzen in de bijbel; in 13 verzen in het O.T., in 9 verzen in het N.T. 

grègoreite (waakt) . Imperatief praesens. In deze vorm komt het in 10 verzen in de bijbel voor, slechts in het N.T. In 4 verzen bij Matteüs, in 4 verzen bij Marcus. In twee verzen in Mc 13,33-37 en in twee verzen in Mc 14,32-42 . In Mc 13,37 wordt het hele hoofdstuk hiermee afgesloten.

Mc 13,34 - Mc 13,34 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne Liturgische lezing: 1zvda (B) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:34 ôs anthrôpos apodèmos afeis tèn oikian autou kai dous tois doulois autou tèn exousian ekastô to ergon autou kai tô thurôrô eneteilato ina grègorè  34 sicut homo qui peregre profectus reliquit domum suam et dedit servis suis potestatem cuiusque operis et ianitori praecipiat ut vigilet  34 Het is zoals een mens (doie) op reis (ging) die zijn huis verliet en aan zijn dienaren de macht gaf, aan elk zijn werk, en aan de deurwachter beval hij dat hij zou waken.  34 Het is ermee als met een man die in het buitenland vertoeft. Bij het verlaten van zijn huis heeft hij aan zijn dienaars het beheer overgedragen, aan ieder zijn taak aangewezen en de deurwachter bevolen waakzaam te zijn.   34] Het is als met iemand die naar het buitenland is, zijn huis heeft achtergelaten en het beheer heeft overgedragen aan zijn knechten, ieder zijn eigen taak, en aan de poortwachter heeft opgedragen om waakzaam te zijn.  [34] Het is als met een man die op reis ging: hij verliet zijn huis en droeg het beheer over aan zijn dienaren, die elk een eigen taak kregen, en de deurwachter gaf hij opdracht om de wacht te houden.  34 het is als met een mens die op reis gaat: hij laat zijn huis achter, geeft zijn dienaren de volmacht, aan ieder zijn werk en de deurwachter gebiedt hij om wakker te zijn;   

Mc 13,35 - Mc 13,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne Liturgische lezing: 1zvda (B) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:35 grègoreite oun ouk oidate gar pote o kurios tès oikias erchetai è opse è mesonuktion è alektorofônias è prôi 35 vigilate ergo nescitis enim quando dominus domus veniat sero an media nocte an galli cantu an mane  35 Waak dus, jullie weten immers niet wanneer de heer des huizes komt, of (‘s avonds) laat of te middernacht of bij het hanegekraai of (‘s morgens) vroeg,  35 Weest dus waakzaam, want ge weet niet wanneer de heer des huizes komt, 's avonds laat of midden in de nacht, bij het hanegekraai of 's morgens vroeg.  [35] Wees dus waakzaam, want je weet niet wanneer de heer des huizes komt, ’s avonds laat* of midden in de nacht of bij het kraaien van de haan of bij het eerste ochtendlicht,  [35] Wees dus waakzaam, want jullie weten niet wanneer de heer des huizes komt, ’s avonds, of midden in de nacht, of bij het eerste hanengekraai, of ’s morgens vroeg.  35 blijft dan wakker, want ge weet niet wanneer de heer des huizes komt, laat, middernacht, bij het hanengekraai of in de morgen,   

- gar (want) . Het duidt de reden aan. In 63 verzen bij Marcus, zie Mc 1,16 : - Mc 1,16-20 -
- pote (wanneer ?). Vragend voegwoord van tijd. In 4 verzen bij Marcus, zie Mc 1,32 . Zie verder : (1) Mc 9,19 (2) Mc 13,4 (3) Mc 13,33 (4) Mc 13,35

Lezen we dit vers van achter naar voren zoals we ook het evangelie van achter naar voren proberen te lezen dan kan

Mc 13,36 - Mc 13,36 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne Liturgische lezing: 1zvda (B) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:36 mè elthôn exaifnès eurè umas katheudontas  36 ne cum venerit repente inveniat vos dormientes  36 opdat hij, als hij plotseling komt, jullie met slapend vindt.  36 Als hij onverwachts komt, laat hij u dan niet slapend vinden.  [36] zodat hij niet onverwacht komt en jullie in slaap vindt.   [36] Laat hij jullie niet slapend aantreffen wanneer hij plotseling komt.  36 opdat hij, als hij plotseling komt, u niet slapende zal vinden;    

Mc 13,37 - Mc 13,37 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne Liturgische lezing: 1zvda (B) Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
13:37 o de umin legô pasin legô grègoreite   37 quod autem vobis dico omnibus dico vigilate   37 Wat ik Jullie echter zeg, zeg ik aan allen Waak   37 En wat Ik tot u zeg, zeg Ik tot allen: weest waakzaam!"   [37] Wat Ik jullie zeg, zeg Ik tegen iedereen: wees waakzaam.’  [37] Wat ik tegen jullie zeg, zeg ik tegen iedereen: wees waakzaam!’  37 en wat ik tot u zeg, zeg ik tot allen: blijft wakker!    

3. Preekvoorstel

Het evangelie roept op tot waakzaamheid. Hiermee sluit Marcus zijn eschatologische rede af.
Bij de nakende overlevering van Jezus door Judas roept Jezus in de Hof van Olijven zijn drie meest nabije leerlingen op tot waakzaamheid. Het is een oproep tot gebed om te doen wat God wil. Het is een aanmaning om Jezus niet te verloochenen.

Het waren benarde tijden. Johannes de Doper werd overgeleverd, gevangen gezet en zonder enige vorm van proces tijdens een feestje van Herodes onthoofd. Vanaf het begin van zijn optreden voelde Jezus de bedreiging om door iemand uit zijn eigen kring aan de geestelijke en de wereldlijke overheid te worden overgeleverd. Jezus week uit bij dreigend gevaar, sprak slechts voluit in beperkte kring, vroeg uitdrukkelijk om over hem te zwijgen, want je wist maar nooit. Hij werd door één van zijn vertrouwelingen, Judas, aan wie het geld was toevertrouwd, uitgeleverd. Na Jezus werden zijn volgelingen vervolgd, verdrukt, gedood. Het gevaar om uitgeleverd te worden door iemand uit de eigen kring was voortdurend aanwezig. Cfr. De moeilijke maar actuele vraag: wie kan je eigenlijk echt vertrouwen?

Het was uitkijken geblazen. De eerste christenen werden aangespoord om waakzaam te zijn, zich voor te bereiden op lijden en dood, en te bidden om volharding om Jezus trouw te blijven.

De evangelist Marcus vergelijkt waakzaamheid met de houding om je huisheer die op reis is, op elk moment te kunnen ontvangen en onthalen. Je hebt dan alle materiële voorzieningen getroffen om je huisheer bij zijn wederkomst goed te onthalen. Je hebt ook je hart en geest ingesteld op zijn komst; je kijkt ernaar uit; je verheugt je reeds erop; je hart is reeds bij hem.
De Heer komt. Je weet niet wanneer. Wees dus alert en waakzaam.

De evangelist Matteüs spoort de christenen aan om niet passief de komst van de Heer uit den hoge af te wachten. Hij zet hen aan “werken van barmhartigheid” te doen want hij is aanwezig in de arme, de naakte, de gevangene, de zieke mens. In hen kan je het gelaat van Jezus zelf zien.

Waakzaamheid wordt vertaald in openheid en ontvankelijkheid. Daarenboven wordt de waakzaamheid beoefend in de zorg voor de naaste.

Waakzaamheid heeft bij ons de bijklank van oppassen voor dreigend gevaar. Waakzaamheid betekent bescherming, afscherming, verdediging, afstoten, niet binnenlaten. Waakzaamheid roept het beeld op van veiligheidscamera’s, alarmsystemen, veiligheidssloten, politiepatrouilles en zoveel meer. Binnen waant men zich veilig, buiten is dreiging en gevaar. Buiten ligt zogenaamd de vijand zonder ophouden op de loer om op het gepaste moment aan te vallen, in te breken en te overvallen.
Over zee via Italië en Spanje, over land via de Oost-Europese landen trachten vluchtelingen en asielzoekers Europa binnen te geraken. Op de grenzen stoten ze op patrouilles. Ze zijn geen goed bewapende strijders in tanks, maar vaak uitgehongerde mensen in een bootje dat dreigt te zinken vanwege het overwicht. Het zijn angstige mensen met weinig handbagage die als verstekelingen uit een vrachtwagen worden gehaald.
Na een soms lange procedure krijgen sommige vluchtelingen een verblijfsvergunning, anderen krijgen de boodschap het land binnen de drie dagen te verlaten. Maar sommigen van hen kunnen niet terug, omdat hun land in oorlog is. Sommigen van hen duiken onder, gaan de illegaliteit in, trachten te overleven. Ze zijn waakzaam in hun contacten, kijken uit om niet verraden en opgepakt en uitgezet te worden. Ze verdwijnen in de anonimiteit. Sommigen van hen moeten hoge huurprijzen betalen voor een krot. Sommigen krijgen werk voor een hongerloon in het illegale arbeidscircuit. De werkgever dumpte onlangs een illegale werknemer nadat hij gewond was geraakt. Officieel bestaan ze niet. Geen plaats, geen naam, geen gezicht.

Gelukkig vangen een aantal organisaties en vele vrijwilligers vluchtelingen en illegalen op en komen voor hen op voor een menswaardig bestaan. Ze ontvangen hen als hun huisheer die van de reis is teruggekeerd. Ze hebben hun waakzaamheid omgezet in openheid en ontvankelijkheid. Ze zoeken hen op, zorgen voor huisraad, helpen hen de wegen van de administratie door te lopen, zijn begaan met hun gezondheid, met het onderwijs van hun kinderen, met hun welzijn.

De evangelist Marcus vertelt dat de huisheer verwacht dat al zijn onderdanen zich instellen om hun heer te ontvangen. De huisheer verwacht een gezamenlijke openheid en ontvankelijkheid.
Mogen we die ontvankelijkheid verwachten van Europa, ons eigen land, de kerk?

Een ontvankelijk Europa? We krijgen vaak een ander beeld : gesloten asielcentra met prikkeldraad en camera’s; illegalen die door de politie worden ontdekt en weggeleid.

Wees waakzaam. Wees alert, open en ontvankelijk voor je medemens. Misschien is het wel Jezus die tot jou komt. Zeg je dan : “Kom Heer”?

 



Religie.opzijnbest.nl - De beste links over religie voor u verzameld.