COMMENTAAR OP HET MATTEÜSEVANGELIE : ZEVENTIENDE HOOFDSTUK , MT 17 -- Mt (Matteüs) -- Mt 17 -- verwijzingen -- Mt 17,1-9 - Mt 17,10-13 - Mt 17,14-21 - Mt 17,22-23 - Mt 17,24-27 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

Overzicht Mt 1 , Mt 2 , Mt 3 , Mt 4 , Mt 5 , Mt 6 , Mt 7 , Mt 8 , Mt 9 , Mt 10 , Mt 11 , Mt 12 , Mt 13 , Mt 14 , Mt 15 , Mt 16 , Mt 17 , Mt 18 , Mt 19 , Mt 20 , Mt 21 , Mt 22 , Mt 23 , Mt 24 , Mt 25 , Mt 26 , Mt 27 , Mt 28 .
Tekstuitleg per pericope - Mt 17,1-9 - Mt 17,10-13 - Mt 17,14-21 - Mt 17,22-23 - Mt 17,24-27 -
Tekstuitleg vers per vers - Mt 17,1 - Mt 17,2 - Mt 17,3 - Mt 17,4 - Mt 17,5 - Mt 17,6 - Mt 17,7 - Mt 17,8 - Mt 17,9 - Mt 17,10 - Mt 17,11 - Mt 17,12 - Mt 17,13 - Mt 17,14 - Mt 17,15 - Mt 17,16 - Mt 17,17 - Mt 17,18 - Mt 17,19 - Mt 17,20 - Mt 17,21 - Mt 17,22 - Mt 17,23 - Mt 17,24 - Mt 17,25 - Mt 17,26 - Mt 17,27 -
Religie.opzijnbest.nl

ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
             

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenaam : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.bijbelleerhuis.be (zie bijbel) . WEBLOG : BIJBELLEERHUIS
Nieuwe website : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , mystiek , racisme , samenleving , sikhisme , NIEUWE RUBRIEK : SPIRITUALITEIT , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen - Eigen-zinnige beschouwingen - Het kleine of grote ongenoegen -

Woordenschat
Bibliografie : - Mt 17,1-13 -
Literatuur : - JANSSEN Jaak 01 -
Liturgisch gebruik
Overzicht bijbelboeken : OT : Gn (Genesis ) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) -   Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het zeventiende hoofdstuk van het Matteüsevangelie :
168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 -
169. Vraag omtrent de wederkomst van Elia : Mc 9,11-13 - Mt 17,10-13 -
170. Genezing van een bezeten kind : Mc 9,14-29 - Mt 17,14-21 - Lc 9,37-43a -
171. Tweede lijdensvoorspelling : Mc 9,30-32 - Mt 17,22-23 - Lc 9,43b-45 -
172. Tempelbelasting : Mt 17,24-27 -

168. Verheerlijking van Jezus : Mt 17,1-9 - Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 -- verwijzingen -- Mt 17 -- Mt 17,1-9 - Mt 17,10-13 - Mt 17,14-21 - Mt 17,22-23 - Mt 17,24-27 -- Mt 17,1 - Mt 17,2 - Mt 17,3 - Mt 17,4 - Mt 17,5 - Mt 17,6 - Mt 17,7 - Mt 17,8 - Mt 17,9 -

Gij badt op enen berg, alleen, / En Jezus, ik en vind er geen / Waar 'k hoog genoeg kan klimmen / Om U alleen te vinden. / De wereld wil mij achterna / Al waar ik ga of sta, / of ooit mijn ogen sla. / En arm als ik en is er geen / Geen een / Die nood hebbe en niet klagen kan, / Die honger en niet vragen kan, / Die pijn en niet gewagen kan / Hoe wee het doet, / O, leer mij arme dwaas / Hoe dat ik bidden moet. Guido Gezelle

168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 // Mt 17,1-9 // Lc 9,28-36 - Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 -        
Synopsis Denaux-Vervenne Liturgische lezing (KBS 1961) Willibrordvertaling (1995) Nieuwe BijbelVertaling (2004) Eigen vertaling (Arseen De Kesel)
 1. En na zes dagen nam Jezus Petrus en Jakobus en Johannes, zijn broer, mee en bracht hen omhoog op een hoge berg. 1 Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg, waar zij alleen waren. [1] Zes dagen later nam Jezus Petrus*, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg* op, waar Hij met hen alleen was. Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze alleen waren.  Na 6 dagen nam Jezus Petrus, Jakobus en zijn broer Johannes met zich mee en voerde hen omhoog naar een hoge berg om op zichzelf te zijn
2. En hij werd vóór hen van gedaante veranderd; en zijn gezicht scheen als de zon en zijn kleren werden wit als het licht.  2 Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd: zijn gelaat begon te stralen als de zon en zijn kleed werd glanzend als het licht. [2] Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante. Zijn gezicht ging stralen als de zon en zijn kleren werden wit als licht. [2] Voor hun ogen veranderde hij van gedaante, zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht.  Hij werd van gedaante veranderd in hun bijzijn. Zijn gezicht straalde als de zon, zijn kleren werden wit als het licht.
3. En zie, hun verschenen Mozes en Elia, die met hem spraken.  3 Opeens verschenen hun Mozes en Elia, die zich met Hem onderhielden. . [3] Opeens verschenen hun Mozes en Elia, in gesprek met Hem. [3] Plotseling verschenen aan hen Mozes en Elia, die met Jezus in gesprek waren.  Plotseling verschenen hen Mozes en Elia, die met hem in gesprek waren.
4. Petrus nu antwoordde (en) zei aan Jezus: 'Heer, het is goed dat wij hier zijn; als u wilt, zal ik hier drie tenten maken: voor u één, en voor Mozes één en voor Elia één.'  4 Petrus nam het woord en zei tot Jezus: "Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als Gij wilt zal ik hier drie tenten opslaan, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia." [4] Petrus zei daarop tegen Jezus: ‘Heer, het is maar goed dat wij hier zijn. Als U wilt, zal ik hier drie hutten* maken, voor U een en voor Mozes een en voor Elia een.’ [4] Petrus nam het woord en zei tegen Jezus: ‘Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als u wilt zal ik hier drie tenten opslaan, een voor u, een voor Mozes en een voor Elia.’  Petrus zei tot Jezus. Heer, het is goed hier te zijn. Als je wil, trek ik hier drei tenten op: voor jou één, voor Mozes één en voor Elia één.
 Terwijl hij nog sprak, zie, en verlichte wolk overschaduwde hen; en zie, een stem (kwam uit de wolk, zeggend: 'Deze is mijn geliefde zoon, in wie ik welbehagen heb gesteld.' 5 Nog had hij niet uitgesproken of een lichtende wolk overschaduwde hen en uit de wolk klonk een stem: "Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn welbehagen heb gesteld; luistert naar Hem." [5] Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam een lichtende wolk die hen overdekte, en opeens klonk er een stem uit die wolk: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind. Luister naar Hem.’ [5] Hij was nog niet uitgesproken, of de schaduw van een stralende wolk gleed over hen heen, en uit de wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde. Luister naar hem!’  Terwijl hij nog aan het spreken was, overschaduwde hen een lichtende wolk en een stem uit de wolk zei : Deze is mijn zoon, de welbeminde, in wie Ik welbehagen heb. Luistert naar hem.
6. En toen de leerlingen dit hoorden, vielen ze op hun aangezicht en ze werden geweldig bevreesd.  6 Op het horen daarvan wierpen de leerlingen zich ter aarde neer, aangegrepen door een hevige vrees. [6] Toen de leerlingen dat hoorden, wierpen ze zich op de grond en werden ze vreselijk bang. [6] Toen de leerlingen dit hoorden, wierpen ze zich neer en verborgen uit angst hun gezicht.  De leerlingen hoorden het, vielen op hun aangezicht en waren geweldig bang.
7. En Jezus naderde en raakte hen aan (en) zei: 'Sta op en vrees niet!'  7 Maar Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: "Staat op en weest niet bang." [7] Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: ‘Sta op en wees niet bang.’ [7] Jezus kwam dichterbij, raakte hen aan en zei: ‘Sta op, jullie hoeven niet bang te zijn.’  Jezus trad naderbij, raakte hen aan en zei : 'Sta op, wees niet bang.'
8. Toen ze nu hun ogen opsloegen, zagen ze niemand behalve hemzelf, Jezus alleen.   Toen zij hun ogen opsloegen zagen zij niemand meer dan alleen Jezus. [8] Toen ze hun ogen opsloegen, zagen ze niemand meer dan Jezus alleen. [8] Ze keken op en zagen niemand meer, Jezus was alleen.  Ze keken op en zagen alleen Jezus.
9. En nadat ze van de berg afgedaald waren, beval Jezus hun, zeggend: 'Zeg aan niemand dit gezicht totdat de Mensenzoon uit de doden is opgewekt.' 9 Onder het afdalen van de berg gelastte Jezus hun: "Spreekt met niemand over wat ge hebt aanschouwd voordat de Mensenzoon uit de doden is opgestaan." [9] Terwijl ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Vertel niemand van dit visioen voordat de Mensenzoon uit de doden is opgewekt.’ [9] Toen ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Praat met niemand over wat jullie hebben gezien voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt.’  Bij het afdalen van de berg gebood Jezus hen: 'Vertel dit visioen aan niemand tot de mensenzoon uit de doden is opgewekt.'

Structuur van de tekst (verandering van personage)

168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 // Mt 17,1-9 // Lc 9,28-36 - Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 - 1. Jezus 2. zijn gelaat / zijn kleren 3. Mozes en Elia 4. Petrus 5. wolk en stem 6. de leerlingen 7. Jezus 8. de leerlingen 9. Jezus
  Mt 17,1-2a Mt 17,2b Mt 17,3 Mt 17,4 Mt 17,5 Mt 17,6 Mt 17,7 Mt 17,8 Mt 17,9
  3 nevenschikkende zinnen met kai (en) 2 zinnen; 1 zin inleiding + citaat 2 zinnen idou (zie) kai idou (en zie) 2 zinnen verbonden met kai (en) 2 zinnen met kai (en) 1 zin 1 zin : inleiding en citaat
  begin pericope kai (en) 1X kai (en) 1X de (echter) kai idou (en zie) de (echter) idou (zie) kai idou (en zie) begin van de zin kai (en) en 1X in de zin begin van de zin kai (en) in de zin 1X kai (en) de (echter) kai bij het begin van de zin
  2X T.T., 1X V.T. 2X V.T. 1X V.T. V.T. 1X V.T. V.T. 2X V.T. V.T. V.T.

Kai (en) - kai (en. nevenschikkend voegwoord. 705X bij Matteüs) - Het gebruik van kai (en) is veelvuldig (19X) en zeer verscheiden. Vooreerst wordt kai (en) gebruikt bij het begin (Mt 17,1) van de pericope. Het wordt 6X gebruikt bij het begin van een zin ondanks de personageverandering : Mt 17,2b. Mt 17,3 (voor idou = zie). Mt 17,5b (eveneens voor idou = zie). Mt 17,6. Mt 17,7 en Mt 17,9. Kai (en) verbindt nevenschikkende zinnen met hetzelfde onderwerp (5X): Mt 17,1. Mt 17,2. Mt 17,6 en Mt 17,7 (2X). Kai (en) verbindt ook zinsdelen met elkaar (7X): Mt 17,1 (2X). Mt 17,3. Mt 17,4 (2X). Mt 17,7 (2X). De (echter) als tweede woord in de zin om de persoonsverandering aan te duiden (3X) : Mt 17,2c. Mt 17,4. Mt 17,8. De pericope werd in 9 verzen ingedeeld; 6 ervan beginnen met kai (en), 2 ervan hebben als tweede woord de (echter).
Mt 17,1-9 heeft 3X idou (zie) - idou (zie. 59X bij Matteüs) - . Het heeft telkens te maken met het hemelse : Mt 17,3. Mt 17,5a. Mt 17,5b.

Mt 17,1 - Mt 17,1 : 168. Verheerlijking van Jezus - Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 -- verwijzingen -- Mt 17 -- Mt 17,1-9 - Mt 17,10-13 - Mt 17,14-21 - Mt 17,22-23 - Mt 17,24-27 -- Mt 17,1 - Mt 17,2 - Mt 17,3 - Mt 17,4 - Mt 17,5 - Mt 17,6 - Mt 17,7 - Mt 17,8 - Mt 17,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17:1 kai meth èmeras ex paralambanei o ièsous ton petron kai iakôbon kai iôannèn ton adelfon autou kai anaferei autous eis oros upsèlon kat idian      1. En na zes dagen nam Jezus Petrus en Jakobus en Johannes, zijn broer, mee en bracht hen omhoog op een hoge berg.            

Tekstanalyse van Mt 17,1

Het verhaal van de testen, de gedaanteverandering, de doodstrijd in de hof van Olijven worden aan elkaar gelinkt. - paralambanô (bij zich nemen. 5X bij Matteüs) -

21. horos (berg) . In 196 verzen in de bijbel . In 168 verzen in het O.T. . In achtentwintig verzen in het N.T. . In acht verzen bij Matteüs : (1) Mt 4,7 . (2) Mt 5,1 . (3) Mt 14,23 . (4) Mt 15,29 . (5) Mt 17,1 - Mt 17,2 . (6) Mt 21,1 . (7) Mt 26,30 . (8) Mt 28,16 .

De berg wordt beschouwd als de ontmoetingsplaats van God en mens . Die plaats garandeert geen Godservaring . In Mt 4,8 is de berg een plaats van beproeving die tot een keuze noodzaakt .

1. de duivel 2. Jezus 3. Jezus 4. 5. 6.   7. 8.  de elf leerlingen
Mt 4,7 Mt 5,1 Mt 14,23 Mt 15,29 Mt 17,1 - Mt 17,2 Mt 21,1 Mt 24,3 Mt 26,30 Mt 28,16
palin (opnieuw)     kai (en) kai ... (en) kai (en)...   kai (en ) Hoi de endeka mathètai (De elf leerlingen echter)
paralambanei (neemt bij zich) auton (hem) ho diabolos (de duivel) anebè (hij klom omhoog) anebè (hij klom omhoog) anabas (opgeklommen) paralambanei (neemt bij zich) ... kai anaferei autous (en hij voert hen omhoog) èlthon ( zij kwamen)... kathèmenou de autou epi orous tôn Helaiôn (terwijl hij echter zich op de Olijfberg neerzet) exèlthon ( zij gingen naar buiten) eporeuthèsan (gingen op weg)
eis horos hupsèlon lian (naar een zeer hoge berg) eis to horos (naar de berg) eis to horos (naar de berg)  kat'idian (op zichzelf) eis to horos (naar de berg) eis horos hupsèlon (naar een hoge berg)  kat'idian (op zichzelf) eis to horos tôn Helaiôn (naar de Olijfberg)   eis to horos (naar de berg)  ... eis to horos (naar de berg)
  kai kathisantos autou (en nadat hij zich had neergezet)   ekathèto ekei (zette hij zich naar)          
  prosèlthan autôi hoi mathètai autou (kwamen zijn leerlingen bij hem)         prosèlthan autôi hoi mathètai autou (kwamen deleerlingen bij hem) kat'idian (afzonderlijk)    
 20. Jezus door de Satan op de proef gesteld : Mc 1,12-13 - Mt 4,1-11 - Lc 4,1-13 -  24. Jezus leert en geneest : Mc 1,21 - Mt 4,23-25 ; 5,1-2 - Lc 4,31 - 152. Jezus wandelt op het meer - Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33  157. Genezing van een doofstomme : Mc 7,31-37 - Mt 15,29-31 -  168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 -  281. Jezus gaat Jerzalem binnen : Mc 11,11 - Mt 21,1-11 - 299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -  328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -  353. Verschijning aan de elf in Galilea :Mt 28,16-20 -

 

 

Mt 17,2 - Mt 17,2 : 168. Verheerlijking van Jezus - Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 -- verwijzingen -- Mt 17 -- Mt 17,1-9 - Mt 17,10-13 - Mt 17,14-21 - Mt 17,22-23 - Mt 17,24-27 -- Mt 17,1 - Mt 17,2 - Mt 17,3 - Mt 17,4 - Mt 17,5 - Mt 17,6 - Mt 17,7 - Mt 17,8 - Mt 17,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2kai metemorfôthè emprosthen autôn, kai elampsen to prosôpon autou ôs o èlios, ta de imatia autou egeneto leuka ôs to fôs.    2. En hij werd vóór hen van gedaante veranderd; en zijn gezicht scheen als de zon en zijn kleren werden wit als het licht.             

3. emprosthen (vóór) .

Verhalen van gedaanteverandering en verrijzenis doorweven elkaar.

Mt 17,2 b Mt 17,2 c Mt 28,3a Mt 28,3 b Da 10,6 Ex 24,17  
kai elampsen (en schitterde)  ta de himatia autou (zijn kleren echter) egeneto (werden èn de (was echter)   kai (en)  kai (en)  
to prosôpon autou (zijn aangezicht)   hè eidea autou (zijn gezicht) to enduma autou (zijn kleed) to (het)  prosôpou (aangezicht) autou (van hem)  to de eidos tès doksès kuriou hôsei (de gestalte echter van de heerlijkheid van de heer als...°
hôs ho hèlios (als de zon) leuka hôs to fôs (wit als het licht) hôs astrapè (als een schitternde ster) leukon hôs astrapè (wit als een schitternde ster) hôsei (zoals) horasis astrapijs (het zicht van een ster)   
         kai (en) kai hoi brachiones autou kai hoi podes (B-versie: kai ta skelè) (en zijn armen en benen)  hôsei chalkos eksastraptôn (als schitterend koper); b-versie : hôs horasis chalkou stilbontos (als het zicht van schitterend koper)  
 168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 // Mt 17,1-9 // Lc 9,28-36 - Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 -    351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 // Mt 28,1-10 // Lc 23,56b-24,12 - Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -     Het verbond - Ex 24,1-18 -

 


Mt 17,3 - Mt 17,3 : 168. Verheerlijking van Jezus - Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 -- verwijzingen -- Mt 17 -- Mt 17,1-9 - Mt 17,10-13 - Mt 17,14-21 - Mt 17,22-23 - Mt 17,24-27 -- Mt 17,1 - Mt 17,2 - Mt 17,3 - Mt 17,4 - Mt 17,5 - Mt 17,6 - Mt 17,7 - Mt 17,8 - Mt 17,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3kai idou ôfthè autois môusès kai èlias sullalountes met autou.     3. En zie, hun verschenen Mozes en Elia, die met hem spraken.             

 

Mt 17,4

Structuur en woordgebruik van van de zin apokritheis de ho Petros eipen tôi Ièsou (beantwoord echter zei Petrus tot Jezus) komt vaak voor bij Matteüs : - apokritheis (beantwoord. 43X bij Matteüs) -.

Mt 17,4 - Mt 17,4 : 168. Verheerlijking van Jezus - Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 -- verwijzingen -- Mt 17 -- Mt 17,1-9 - Mt 17,10-13 - Mt 17,14-21 - Mt 17,22-23 - Mt 17,24-27 -- Mt 17,1 - Mt 17,2 - Mt 17,3 - Mt 17,4 - Mt 17,5 - Mt 17,6 - Mt 17,7 - Mt 17,8 - Mt 17,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4apokritheis de o petros eipen tô ièsou, kurie, kalon estin èmas ôde einai: ei theleis, poièsô ôde treis skènas, soi mian kai môusei mian kai èlia mian.     4. Petrus nu antwoordde (en) zei aan Jezus: 'Heer, het is goed dat wij hier zijn; als u wilt, zal ik hier drie tenten maken: voor u één, en voor Mozes één en voor Elia één.'             

Mt 17,5 - Mt 17,5 : 168. Verheerlijking van Jezus - Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 -- verwijzingen -- Mt 17 -- Mt 17,1-9 - Mt 17,10-13 - Mt 17,14-21 - Mt 17,22-23 - Mt 17,24-27 -- Mt 17,1 - Mt 17,2 - Mt 17,3 - Mt 17,4 - Mt 17,5 - Mt 17,6 - Mt 17,7 - Mt 17,8 - Mt 17,9 -- Mt (Matteüs) -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5 eti autou lalountos idou nefelè fôteinè epeskiasen autous, kai idou fônè ek tès nefelès legousa, houtos estin ho huios mou ho agapètos, en hôi eudokèsa: akouete autou. adhuc eo loquente ecce nubes lucida obumbravit eos et ecce vox de nube dicens hic est Filius meus dilectus in quo mihi bene conplacuit ipsum audite  Terwijl hij nog sprak, zie, en verlichte wolk overschaduwde hen; en zie, een stem (kwam uit de wolk, zeggend: 'Deze is mijn geliefde zoon, in wie ik welbehagen heb gesteld.'  5 Terwijl hij nog sprak, ziet, een luchtige wolk heeft hen overschaduwd; en ziet, een stem uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem!  [5] Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam een lichtende wolk die hen overdekte, en opeens klonk er een stem uit die wolk: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind. Luister naar Hem.’   [5] Hij was nog niet uitgesproken, of de schaduw van een stralende wolk gleed over hen heen, en uit de wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde. Luister naar hem!’  5 Terwijl hij nog spreekt, zie, een lichtende wolk overwelft hen; en zie, vanuit de wolk een stem die zegt: dit is mijn zoon, de geliefde, in wie ik welbehagen heb: hoort naar hem!  Comme il parlait encore, voici qu'une nuée lumineuse les prit sous son ombre, et voici qu'une voix disait de la nuée : « Celui-ci est mon Fils bien-aimé, qui a toute ma faveur, écoutez-le. » 

King James Bible . While he yet spake, behold, a bright cloud overshadowed them: and behold a voice out of the cloud, which said, This is my beloved Son, in whom I am well pleased; hear ye him.
Luther-Bibel (1984) . 5 Als er noch so redete, siehe, da überschattete sie eine lichte Wolke. Und siehe, eine Stimme aus der Wolke sprach: dDies ist mein lieber Sohn, an dem ich Wohlgefallen habe; den sollt ihr hören!

Tekstuitleg van Mt 17,5 . Dit vers Mt 17,5 telt 27 (3 X 3 X 3) woorden en 131 (priemgetal) letters . De getalwaarde van Mt 17,5 is 18395 (5 X 13 X 283) .

1. 7. 2. 3. 4. 5. 6. 8. 9.  10. 11.
Mt 3,17 = Mt 17,5 Mt 4,3 . Mt 4,6 Mt 8,29 Mt 14,33 Mt 16,16 Mt 26,63 Mt 27,40 Mt 27,43 Mt 27,54

ei (indien gij) Tí hèmin kai soi, wat is er tussen ons en u alèthôs (waarlijk)
ei (indien) ei (indien gij) eipen gar hoti (want hij zei) alèthôs (waarlijk)
houtos (deze) huios (zoon) huie (zzon)   su (gij) su (gij) huios (zoon)    
estin (is) ei (zijt)     ei (zijt) ei (zijt) ei (zijt)    
ho huios mou (mijn zoon) ho agapètos (de beminde) tou theou (van God) tou theou (van God) theou huios ei (u bent zoon van God) ho christos, ho huios tou theou tou zôntos (de Christus, de zoon van de levende God) ho christos ho huios tou theou: de Christus, de zoon van God tou theou (van God) theou eimi huios (ik ben zoon van God) theou huios èn houtos (zoon van God was deze)
18. Doop van Jezus : Mc 1,9-11 - Mt 3,13-17 - Lc 3,21-22 -168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 20. Jezus door de Satan op de proef gesteld : Mc 1,12-13 - Mt 4,1-11 - Lc 4,1-13
66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mt 8,28-34 - Mc 5,1-20 - Lc 8,26-39 Jezus wandelt op het meer : Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 162. belijdenis van Petrus : Mc 8,27-30 - Mt 16,13-20 - Lc 9,18-21 332. Jezus voor het Sandredin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43 -  346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc 15,27-32 - Mt 27,38-44 - Lc 23,35-43 -  347. Kruisdood van Jezus : Mc 15,33-39 - Mt 27,45-54 - Lc 23,44-48 -

 

Mt 17,6 - Mt 17,6 : 168. Verheerlijking van Jezus - Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 -- verwijzingen -- Mt 17 -- Mt 17,1-9 - Mt 17,10-13 - Mt 17,14-21 - Mt 17,22-23 - Mt 17,24-27 -- Mt 17,1 - Mt 17,2 - Mt 17,3 - Mt 17,4 - Mt 17,5 - Mt 17,6 - Mt 17,7 - Mt 17,8 - Mt 17,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6 kai akousantes oi mathètai epesan epi prosôpon autôn kai efobèthèsan sfodra.    6. En toen de leerlingen dit hoorden, vielen ze op hun aangezicht en ze werden geweldig bevreesd.             

Tekstuitleg van Mt 17,6 . Mt 17,6 lijkt een variante van Mt 28,17 : 1. gehoord - gezien , 2. zij vielen op hun aangezicht - zij knielden bij , 3. zij vreesden - zij echter twijfelden .


Mt 17,7 - Mt 17,7 : 168. Verheerlijking van Jezus - Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 -- verwijzingen -- Mt 17 -- Mt 17,1-9 - Mt 17,10-13 - Mt 17,14-21 - Mt 17,22-23 - Mt 17,24-27 -- Mt 17,1 - Mt 17,2 - Mt 17,3 - Mt 17,4 - Mt 17,5 - Mt 17,6 - Mt 17,7 - Mt 17,8 - Mt 17,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17:7 kai prosèlthen ho Ièsous kai hapsamenos autôn eipen egerthète kai mè fobeisthe    7. En Jezus naderde en raakte hen aan (en) zei: 'Sta op en vrees niet!'            

Mt 17,8 - Mt 17,8 : 168. Verheerlijking van Jezus - Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 -- verwijzingen -- Mt 17 -- Mt 17,1-9 - Mt 17,10-13 - Mt 17,14-21 - Mt 17,22-23 - Mt 17,24-27 -- Mt 17,1 - Mt 17,2 - Mt 17,3 - Mt 17,4 - Mt 17,5 - Mt 17,6 - Mt 17,7 - Mt 17,8 - Mt 17,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8eparantes de tous ofthalmous autôn oudena eidon ei mè auton ièsoun monon.    8. Toen ze nu hun ogen opsloegen, zagen ze niemand behalve hemzelf, Jezus alleen.            

Mt 17,9 - Mt 17,9 : 168. Verheerlijking van Jezus - Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 -- verwijzingen -- Mt 17 -- Mt 17,1-9 - Mt 17,10-13 - Mt 17,14-21 - Mt 17,22-23 - Mt 17,24-27 -- Mt 17,1 - Mt 17,2 - Mt 17,3 - Mt 17,4 - Mt 17,5 - Mt 17,6 - Mt 17,7 - Mt 17,8 - Mt 17,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9kai katabainontôn autôn ek tou orous eneteilato autois o ièsous legôn, mèdeni eipète to orama eôs ou o uios tou anthrôpou ek nekrôn egerthè.      9. En nadat ze van de berg afgedaald waren, beval Jezus hun, zeggend: 'Zeg aan niemand dit gezicht totdat de Mensenzoon uit de doden is opgewekt.'           

 

- prosèlthen (hij kwam naderbij), zie Mt 4,3 . In 6 verzen bij Matteüs : (1) Mt 8,5 . (2) Mt 17,7 . (3) Mt 17,14 . (4) Mt 20,20 . (5) Mt 26,7 . (6) Mt 26,69 . In Mt 17,7 komt Jezus naderbij. - proselthôn (naderbijgekomen), zie Mt 4,3 . In 14 verzen bij Matteüs : 1) Mt 4,3 . (2) Mt 8,2 . (3) Mt 8,19 . (4) Mt 18,21 . (5) Mt 19,16 . (6) Mt 21,28 . (7) Mt 21,30 . (8) Mt 25,20 . (9) Mt 25,22 . (10) Mt 25,24 . (11) Mt 26,49 . (12) Mt 27,58 . (13) Mt 28,2 . (14) Mt 28,18 . In Mt 28,18 komt Jezus eveneens naderbij. In 2 uitzonderlijke verhalen komt Jezus naderbij nl. in dat van de verheerlijking en in dat van de zending nade verrijzenis.

 

Mt 17,6 Da 8,18 Da 10,9
kai akousantes hoi mathètai (en terwijl de leerlingen het hoorden) kai lalountos autou met'emou (en terwijl hij met mij sprak)  
epesan epi prosôpon autôn (vielen zij op hun aangezicht) ekoimèthèn epi prosôpon chamai (werd ik neergesmakt op het gezicht op de grond  
...    
Mt 17,7 kai prosèlthen ho Ièsous (en Jezus kwam naderbij)    
kai hapsamenos autôn eipen (en hen aangeraakt zei hij) kai hapsamenos mou (en mij aangeraakt)  
egerthète (ontwaakt) ... ègeire me... wekte hij me op)  
168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36    

.

 Mt 17,9
- mèdeni (aan niemand) 3X bij Matteüs  -

 

Mt 17,10 - Mt 17,10 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10kai epèrôtèsan auton oi mathètai legontes, ti oun oi grammateis legousin oti èlian dei elthein prôton;               

169. Vraag omtrent de wederkomst van Elia : Mc 9,11-13 // Mt 17,10-13 - Mc 9,11-13 -- Mt 17,10 - Mt 17,11 - Mt 17,12 - Mt 17,13 -- verwijzingen -

Mt 17,11 - Mt 17,11 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11o de apokritheis eipen, èlias men ercetai kai apokatastèsei panta:                

Mt 17,12 - Mt 17,12 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12legô de umin oti èlias èdè èlthen, kai ouk epegnôsan auton alla epoièsan en autô osa èthelèsan: outôs kai o uios tou anthrôpou mellei pascein up autôn.               

Mt 17,13 - Mt 17,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13tote sunèkan oi mathètai oti peri iôannou tou baptistou eipen autois.                

170. Genezing van een bezeten kind : Mc 9,14-29 // Mt 17,14-21 // Lc 9,37-43a - Mc 9,14-29 - Mt 17,14-21 - Lc 9,37-43a -- verwijzingen -- Mt 17,14 - Mt 17,15 - Mt 17,16 - Mt 17,17 - Mt 17,18 - Mt 17,19 - Mt 17,20 - Mt 17,21 -

Mt 17,14 - Mt 17,14 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14kai elthontôn pros ton oclon prosèlthen autô anthrôpos gonupetôn auton                

Mt 17,15 - Mt 17,15 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15kai legôn, kurie, eleèson mou ton uion, oti selèniazetai kai kakôs pascei: pollakis gar piptei eis to pur kai pollakis eis to udôr.              

Mt 17,16 - Mt 17,16 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16kai prosènegka auton tois mathètais sou, kai ouk èdunèthèsan auton therapeusai.                

Mt 17,17 - Mt 17,17 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17apokritheis de o ièsous eipen, ô genea apistos kai diestrammenè, eôs pote meth umôn esomai; eôs pote anexomai umôn; ferete moi auton ôde.                

Mt 17,18 - Mt 17,18 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18kai epetimèsen autô o ièsous, kai exèlthen ap autou to daimonion: kai etherapeuthè o pais apo tès ôras ekeinès.               

Mt 17,19 - Mt 17,19 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19tote proselthontes oi mathètai tô ièsou kat idian eipon, dia ti èmeis ouk èdunèthèmen ekbalein auto;                

Mt 17,20 - Mt 17,20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20o de legei autois, dia tèn oligopistian umôn: amèn gar legô umin, ean ecète pistin ôs kokkon sinapeôs, ereite tô orei toutô, metaba enthen ekei, kai metabèsetai: kai ouden adunatèsei umin.                

Mt 17,21 - Mt 17,21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21sustrefomenôn               

171. Tweede lijdensvoorspelling : Mc 9,30-32 // Mt 17,22-23 // Lc 9,43b-45 - Mc 9,30-32 -- verwijzingen -

Mt 17,22 - Mt 17,22 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22de autôn en tè galilaia eipen autois o ièsous, mellei o uios tou anthrôpou paradidosthai eis ceiras anthrôpôn,               

Mt 17,23 - Mt 17,23 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23kai apoktenousin auton, kai tè tritè èmera egerthèsetai. kai elupèthèsan sfodra.               

 

Mc 7,17 // Mt 15,12    Mc 9,28 // Mt 17,19 Mt 17,19 // Mc 9,28  Mc 10,2 // Mt 19,3 Mc 9,33 // Mt 18,1  Mt 18,1 // Mc 9,33  Mt 19,3 // Mc 10,2 Mc 10,10 Mt 15,1 // Mc 7,1.5 Mc 7,5 // Mt 15,1 
Kai (en) hote (toen)  Tote (toen)   Kai (en)  Tote (toen) Kai (en)    Kai (en)  En ekeiniji tiji hoorai (Op hetzelfde moment) Kai (en) Kai (en)   Tote (toen)  kai (en)
eisijlthen (hij binnenging)  proselthontes (gekomen zijnde bij)  eiselthontos autou (nadat hij binnengegaan was)  proselthontes (gekomen zijnde bij)  proselthontes (gekomen zijnde bij)    prosijlthon (kwamen)   prosijlthon (kwamen)    proserchontai (gaan naar)  
eis oikon (in huis) apo tou ochlou (weg van de menigte)    eis oikian (in huis)     en tiji oikiai genomenos (in het huis zijnde)      eis tijn oikian (thuis) palin (opnieuw)  tooi Iijsou (Jezus)  
   hoi mathijtai (de leerlingen)  hoi mathijtai autou (zijn leerlingen) kat'idiav (onder elkaar)  hoi mathijtai (de leerlingen) Farisaioi (de Farizeeën)    hoi mathijtai (de leerlingen)  Farisaioi (de Farizeeën)  hoi mathijtai (de leerlingen) apo Hierosolumoon  Farisaioi kai grammateis (vanuit Jeruzalem Farizeeën en schriftgeleerden)  
      tooi Iijsou (tot Jezus)     tooi Iijsou (tot Jezus)  autooi (tot hem)      
 epijrootoon (vroegen) legousin (zij zeggen)  epijrootoon (vroegen)  eipon (zeiden zij)  epijrootoon (vroegen) epijroota (ondervroeg)   legontes (zeggende) peirazontes auton kai legontes (hem op de proef stellende en zeggende)   peri toutou (hierover) epijrootoon (vroegen) legontes (zeggende)   eperootoosin (ondervroegen)
auton (hem)  autooi (tot hem) auton (hem)    auton (hem)  autous (hen)     auton (hem)    auton (hem) 
hoi mathijtai autou ( de leerlingen van hem)                    hoi Farisaioi kai hoi grammateis (de Farizeeën en de schriftgeleerden)
155. Rein en onrein : Mc 7,14-23 // Mt 15,10-20 155. Rein en onrein : Mc 7,14-23 // Mt 15,10-20  170. Genezing van een bezeten kind : Mc 9,14-29 // Mt 17,14-21 // Lc 9,37-43a   170. Genezing van een bezeten kind : Mc 9,14-29 // Mt 17,14-21 // Lc 9,37-43a    265. Onontbindbaarheid van het huwelijk : Mc 10,2-12 // Mt 19,3-9   173. De grootste in het Rijk Gods : Mc 9,33-37 // Mt 18,1-5 // Lc 9,46-48   173. De grootste in het Rijk Gods : Mc 9,33-37 // Mt 18,1-5 // Lc 9,46-48   265. Onontbindbaarheid van het huwelijk : Mc 10,2-12 // Mt 19,3-9 265. Onontbindbaarheid van het huwelijk : Mc 10,2-12 // Mt 19,3-9  154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : Mc 7,1-13 // Mt 15,1-9  154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : Mc 7,1-13 // Mt 15,1-9

 

Mc 8,27 // Mt 16,13 // Lc 9,18 Mt 16, 13 // Mc 8,27 Mc 9,11// Mt 17,10 Mt 17,10 // Mc 9,11
kai (en) kai (en) kai (en) Kai (en)
en tiji hoddooi (onderweg)      
epijroota (vroeg hij) epijroota (vroeg hij)  epijrootoon (zij vroegen)  epijrootijsan (vroegen)
tous mathijtas autou (zijn leerlingen) tous mathijtas autou (zijn leerlingen) auton (hem)  auton (hem) 
      hoi mathijtai ( de leerlingen)
legoon autois (hen zeggend) legoon (zeggend) legontes (zeggende) legontes (zeggende)
 162. Belijdenis van Petrus : Mc 8,27-30 // Mt 16,13-20 // Lc 9,18-21
  169. Vraag omtrent de wederkomst van Elia : Mc 9,11-13 // Mt 17,10-13
169. Vraag omtrent de wederkomst van Elia : Mc 9,11-13 // Mt 17,10-13

24 februari 2002 - 2de zondag in de veertigdagentijd ( Gn 12,1-4 - Mt 17,1-9) - Marc Christiaens o.p. ( Schilde) De preek bij de lezingen kan je vinden op webpagina http://www.dominicanen.be/preken/a2vasten.htm . Zie verder http://www.preekvandeweek.be/index.htm .
Op de website Partenia (die verwijst naar bisschop Gaillot van het onbestaande bisdom Partenia) vind je eveneens een preek over de gedaanteverandering (wel naar het evangelie volgens Lucas) : http://www.partenia.org/nl/c_0007nl.htm#cf0 .

172. Tempelbelasting : Mt 17,24-27 - Mt 17,24-27 -- verwijzingen -- Mt 17,24 - Mt 17,25 - Mt 17,26 - Mt 17,27 -

Via een parabel vraagt Jezus naar de mening van Petrus. Hij vraagt van wie de koningen van de aarde belastingen ontvangen, van hun eigen burgers of van vreemdelingen. In Mt 17,26 geeft Jezus zijn mening. Hierna komt Jezus tot een besluit.

Mt 17,24 - Mt 17,24 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24elthontôn de autôn eis kafarnaoum prosèlthon oi ta didracma lambanontes tô petrô kai eipan, o didaskalos umôn ou telei [ta] didracma;               

Mt 17,25 - Mt 17,25 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25legei, nai. kai elthonta eis tèn oikian proefthasen auton o ièsous legôn, ti soi dokei, simôn; oi basileis tès gès apo tinôn lambanousin telè è kènson; apo tôn uiôn autôn è apo tôn allotriôn;              

 

Mt 17,26 - Mt 17,26 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26eipontos de, apo tôn allotriôn, efè autô o ièsous, ara ge eleutheroi eisin oi uioi.                

Mt 17,27 - Mt 17,27 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
27ina de mè skandalisômen autous, poreutheis eis thalassan bale agkistron kai ton anabanta prôton icthun aron, kai anoixas to stoma autou eurèseis statèra: ekeinon labôn dos autois anti emou kai sou.                

 

 

Mt 17,25 - Mt 17,25 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne Liturgische lezing Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
 Tí soi dokei, Simôn; ait etiam et cum intrasset domum praevenit eum Iesus dicens quid tibi videtur Simon reges terrae a quibus accipiunt tributum vel censum a filiis suis an ab alienis Wat dunkt je, Simon?  - Hij zei: ‘Jazeker.’ Toen Petrus thuisgekomen was, was Jezus hem voor met de vraag: ‘Wat vind je, Simon? Van wie heffen de koningen van de aarde tol of belasting? Van hun kinderen of van vreemden?’ Hij antwoordde: ‘Zeker wel!’ Toen hij thuiskwam, was Jezus hem voor met de vraag: ‘Wat denk je, Simon? Van wie innen de heersers op aarde tol of belasting? Van hun eigen kinderen of van anderen?’   Wat is je mening, Simon?

tí ... dokei (wat is je / jullie mening?) : zie Mt 17,25 . Verder : Mt 18,12 . Mt 21,28 . Mt 22,17 . Mt 22,42 . Mt 26,66 .

dokei (het schijnt, het blijkt) komt in 30 verzen in de bijbel voor; in 10 verzen in het O.T., in 20 verzen in het N.T. In 6 verzen bij Matteüs, in 3 verzen bij Lucas, in Joh 11,56 enz. Bij Matteüs komt het in 6 verzen voor, telkens in een vragende zin. De zinsstructuur is telkens dezelfde : het vragend voornaamwoord tí (wat) als onderwerp, het meewerkend voorwerp (telkens de 2de persoon; enkelvoud : soi, het meervoud humin), tenslotte het werkwoord dokei (het schijnt...). Een letterlijke vertaling naar het Nederlands is moeilijk: wat lijkt het jou / jullie -> wat ben / zijn jij / jullie van mening of wat is jouw / jullie mening of nog: wat denk je / wat denken jullie. In de vertalingen wordt ook de beleefdheidsvorm U gebruikt.
In Mt 17,25 richt Jezus zich tot Petrus, een hogere persoon tot een lagere. In al de vertalingen wordt de je-vorm gebruikt. Staat in het Nederlands het persoonlijk voornaamwoord 2de persoon enkelvoud (je) na het werkwoord (indicatief onvoltooid tegenwoordige tijd) dan vervalt de -t van de 2de persoon enkelvoud van het werkwoord; nochtans lezen we "wat dunkt je" waarschijnlijk uit het meer dialectische "wat dunkt ge".
Mt 17,24-27 is een tekst, eigen aan Matteüs. Na de vraag : wat is jouw mening? vervolgt Jezus met een volgende vraag waarover Petrus zijn mening moet geven. Het is een vraag met een dilemma, maar het antwoord in de ene richting ligt voor het grijpen. Petrus geeft dat bijna vanzelfsprekende antwoord. Daaruit trekt Jezus dan de conclusie die in tegenstelling staat met het antwoord dat Petrus eerder had gegeven.

1. de vraag van Jezus tot Petrus 2. een soort retorische vraag van Jezus aan zijn leerlingen 3. een vraag van Jezus aan de hogepriesters en oudsten van het volk 4. vraag van leerlingen van de farizeeën samen met de Herodianen aan Jezus 5. Een vraag van Jezus aan de farizeeën 6. de vraag van de hogepriester aan de hogepriesters en heel het sanhedrin
Mt 17,25 Mt 18,12 Mt 21,28 Mt 22,17 Mt 22,42 Mt 26,66
Tí (wat) Tí (Wat) Tí de (Wat echter) Tí (wat) Tí (Wat) Tí (Wat)
           
soi (voor jou) humin (voor jullie) humin (voor jullie) soi (voor jou) humin (voor jullie) humin (voor jullie)
dokei; (lijkt het?) dokei; (lijkt het ?). dokei; (lijkt het ?). dokei; (lijkt het?) dokei; (lijkt het ?). dokei; (lijkt het ?).
 + parabel + parabel + parabel      
 172. Tempelbelasting : Mt 17,24-27 -  178. Gelijkenis van het verdwaalde schaap : Mt 18,10-14 - Lc 15,1-7 -  288. Gelijkenis van de twee zonen : Mt 21,28-32 -  291. Vraag van de Farizeeën over de belasting aan de keizer : Mc 12,13-17 - Mt 22,15-22 - Lc 20,20-26 -  294. Zoon en Heer van David : Mc 12,35-37a - Mt 22,41-46 - Lc 20,41-44 -  332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71

1kai meth èmeras ex paralambanei o ièsous ton petron kai iakôbon kai iôannèn ton adelfon autou, kai anaferei autous eis oros upsèlon kat idian. 2kai metemorfôthè emprosthen autôn, kai elampsen to prosôpon autou ôs o èlios, ta de imatia autou egeneto leuka ôs to fôs. 3kai idou ôfthè autois môusès kai èlias sullalountes met autou. 4apokritheis de o petros eipen tô ièsou, kurie, kalon estin èmas ôde einai: ei theleis, poièsô ôde treis skènas, soi mian kai môusei mian kai èlia mian. 5eti autou lalountos idou nefelè fôteinè epeskiasen autous, kai idou fônè ek tès nefelès legousa, outos estin o uios mou o agapètos, en ô eudokèsa: akouete autou. 6kai akousantes oi mathètai epesan epi prosôpon autôn kai efobèthèsan sfodra. 7kai prosèlthen o ièsous kai apsamenos autôn eipen, egerthète kai mè fobeisthe. 8eparantes de tous ofthalmous autôn oudena eidon ei mè auton ièsoun monon. 9kai katabainontôn autôn ek tou orous eneteilato autois o ièsous legôn, mèdeni eipète to orama eôs ou o uios tou anthrôpou ek nekrôn egerthè. 10kai epèrôtèsan auton oi mathètai legontes, ti oun oi grammateis legousin oti èlian dei elthein prôton; 11o de apokritheis eipen, èlias men ercetai kai apokatastèsei panta: 12legô de umin oti èlias èdè èlthen, kai ouk epegnôsan auton alla epoièsan en autô osa èthelèsan: outôs kai o uios tou anthrôpou mellei pascein up autôn. 13tote sunèkan oi mathètai oti peri iôannou tou baptistou eipen autois. 14kai elthontôn pros ton oclon prosèlthen autô anthrôpos gonupetôn auton 15kai legôn, kurie, eleèson mou ton uion, oti selèniazetai kai kakôs pascei: pollakis gar piptei eis to pur kai pollakis eis to udôr. 16kai prosènegka auton tois mathètais sou, kai ouk èdunèthèsan auton therapeusai. 17apokritheis de o ièsous eipen, ô genea apistos kai diestrammenè, eôs pote meth umôn esomai; eôs pote anexomai umôn; ferete moi auton ôde. 18kai epetimèsen autô o ièsous, kai exèlthen ap autou to daimonion: kai etherapeuthè o pais apo tès ôras ekeinès. 19tote proselthontes oi mathètai tô ièsou kat idian eipon, dia ti èmeis ouk èdunèthèmen ekbalein auto; 20o de legei autois, dia tèn oligopistian umôn: amèn gar legô umin, ean ecète pistin ôs kokkon sinapeôs, ereite tô orei toutô, metaba enthen ekei, kai metabèsetai: kai ouden adunatèsei umin. 21sustrefomenôn 22de autôn en tè galilaia eipen autois o ièsous, mellei o uios tou anthrôpou paradidosthai eis ceiras anthrôpôn, 23kai apoktenousin auton, kai tè tritè èmera egerthèsetai. kai elupèthèsan sfodra. 24elthontôn de autôn eis kafarnaoum prosèlthon oi ta didracma lambanontes tô petrô kai eipan, o didaskalos umôn ou telei [ta] didracma; 25legei, nai. kai elthonta eis tèn oikian proefthasen auton o ièsous legôn, ti soi dokei, simôn; oi basileis tès gès apo tinôn lambanousin telè è kènson; apo tôn uiôn autôn è apo tôn allotriôn; 26eipontos de, apo tôn allotriôn, efè autô o ièsous, ara ge eleutheroi eisin oi uioi. 27ina de mè skandalisômen autous, poreutheis eis thalassan bale agkistron kai ton anabanta prôton icthun aron, kai anoixas to stoma autou eurèseis statèra: ekeinon labôn dos autois anti emou kai sou.