- Bibliografie
- Literatuur
- Liturgisch
gebruik - Overzicht
bijbelboeken - Overzicht
van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht
van deze website
Overzicht Mt
1 , Mt 2
, Mt 3 ,
Mt 4 , Mt
5 , Mt 6
, Mt 7 ,
Mt 8 , Mt
9 , Mt 10
, Mt 11 ,
Mt 12 , Mt
13 , Mt 14
, Mt 15 ,
Mt 16 , Mt
17 , Mt 18
, Mt 19 ,
Mt 20 , Mt
21 , Mt 22
, Mt 23 ,
Mt 24 , Mt
25 , Mt 26
, Mt 27 ,
Mt 28 .
Tekstuitleg per pericope - Mt
17,1-9 - Mt
17,10-13 - Mt
17,14-21 - Mt
17,22-23 - Mt
17,24-27 -
Tekstuitleg vers per vers - Mt
17,1 - Mt
17,2 - Mt
17,3 - Mt
17,4 - Mt
17,5 - Mt
17,6 - Mt
17,7 - Mt
17,8 - Mt
17,9 - Mt
17,10 - Mt
17,11 - Mt
17,12 - Mt
17,13 - Mt
17,14 - Mt
17,15 - Mt
17,16 - Mt
17,17 - Mt
17,18 - Mt
17,19 - Mt
17,20 - Mt
17,21 - Mt
17,22 - Mt
17,23 - Mt
17,24 - Mt
17,25 - Mt
17,26 - Mt
17,27 -
WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE
VERSA)
websitenaam : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/
en http://www.bijbelleerhuis.be
(zie bijbel)
. WEBLOG : BIJBELLEERHUIS
Nieuwe website : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ
DE HAND - NIEUW
- OVERZICHT
- TIJDSCHRIFTEN
-
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B
- C - D
- E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X
-Y - Z
HOOFDTHEMA'S :
allochtonen , armoede , bahá'í
, bijbel , bijbel en koran ,
boeddhisme ,
christendom ,
extreemrechts
( Vlaams Blok
) , fundamentalisme
, globalisering en antiglobalisering
, hindoeïsme
, interlevensbeschouwelijke
dialoog , interreligieuze
meditatie , islam , jodendom
, levensbeschouwing
, levensbeschouwing / godsdienst
en onderwijs , migratie , mystiek
, racisme , samenleving ,
sikhisme , NIEUWE
RUBRIEK : SPIRITUALITEIT
, tewerkstelling
van allochtonen , vluchtelingen
en asielzoekers , vrijzinnigheid
, witte scholen , multiculturele
scholen en concentratiescholen - Eigen-zinnige
beschouwingen - Het
kleine of grote ongenoegen -
|
Woordenschat
Bibliografie : - Mt
17,1-13 -
Literatuur : - JANSSEN
Jaak 01 -
Liturgisch gebruik
Overzicht bijbelboeken
: OT
: Gn (Genesis )
, Ex (Exodus) ,
Lv (Leviticus)
, Nu (Numeri) ,
Dt (Deuteronomium)
, Joz (Jozua)
, Re (Rechters)
, Rt (Ruth) , 1
S (1 Samuël) , 2
S (2 Samuël) , 1
K (1 Koningen) , 2
K (2 Koningen) , 1
Kr ( 1 Kronieken) , 2
Kr (2 Kronieken) , Ezr
(Ezra) , Neh (Nehemia)
, Tob (Tobia)
, Jdt (Judith)
, Est (Esther)
, 1 Mak (1 Makkabeeën)
, 2 Mak (2 Makkabeeën)
, Job , Ps
(Psalmen ) , Spr
(Spreuken) , Pr
(Prediker) , Hl
(Hooglied) , W (Wijsheid)
, Sir (Sirach)
, Js (Jesaja) ,
Jr (Jeremia) ,
Kl (Klaagliederen)
, Bar (Baruch)
, Ez (Ezechiël)
, Da (Daniël)
, Hos (Hosea)
, Jl (Joël)
, Am (Amos) , Ob
(Obadja) , Jon
(Jona) , Mi (Micha)
, Nah (Nahum)
, Hab (Habakuk)
, Sef (Sefanja)
, Hag (Haggai)
, Zach (Zacharia)
, Mal (Maleachi)
.
- NT : Mt
(Matteüs) - Mc
(Marcus) - Lc
(Lucas) - Joh
(Johannes) - Hnd
(Handelingen) , Rom
(Rome) , 1 Kor
(Korinte) , 2 Kor
(Korinte) , Gal
(Galatië) , Ef
(Efese) , Fil
(Filippi) , Kol
(Kolosse) , 1 Tes
(Tessalonika) , 2
Tes (Tessalonika) , 1
Tim (Timoteüs) , 2
Tim (Timoteüs) , Tit
(Titus) , Film
(Filemon) , Heb
(Hebreeën) , Jak
(Jakobus) , 1 Pe
(Petrus) , 2 Pe
(Petrus) , 1 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , Jud
(Judas) , Apk
(Apokalyps) .
Overzicht van
de bibliografie van de bijbelboeken :
bibliografie
van het Oude Testament - bibliografie
Matteüsevangelie - bibliografie
Marcusevangelie - bibliografie
Lucasevangelie - bibliografie
van het Johannesevangelie - bibliografie van het
Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse
Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en
Marc Vervenne volgende pericopen in het zeventiende hoofdstuk van het Matteüsevangelie
:
168. Verheerlijking van Jezus : Mc
9,2-10 - Mt
17,1-9 - Lc
9,28-36 -
169. Vraag omtrent de wederkomst van Elia : Mc
9,11-13 - Mt
17,10-13 -
170. Genezing van een bezeten kind : Mc
9,14-29 - Mt
17,14-21 - Lc
9,37-43a -
171. Tweede lijdensvoorspelling : Mc
9,30-32 - Mt
17,22-23 - Lc
9,43b-45 -
172. Tempelbelasting : Mt
17,24-27 -
Gij badt op enen berg, alleen, / En Jezus, ik en vind er geen / Waar 'k hoog
genoeg kan klimmen / Om U alleen te vinden. / De wereld wil mij achterna / Al
waar ik ga of sta, / of ooit mijn ogen sla. / En arm als ik en is er geen /
Geen een / Die nood hebbe en niet klagen kan, / Die honger en niet vragen kan,
/ Die pijn en niet gewagen kan / Hoe wee het doet, / O, leer mij arme dwaas
/ Hoe dat ik bidden moet. Guido Gezelle
| 168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 // Mt 17,1-9
// Lc 9,28-36 - Mc
9,2-10 - Mt
17,1-9 - Lc
9,28-36 - |
|
|
|
|
| Synopsis Denaux-Vervenne |
Liturgische lezing (KBS 1961) |
Willibrordvertaling (1995) |
Nieuwe BijbelVertaling (2004) |
Eigen vertaling (Arseen De Kesel) |
| 1. En na zes dagen nam Jezus Petrus en Jakobus en
Johannes, zijn broer, mee en bracht hen omhoog op een hoge berg. |
1 Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer
Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg, waar zij alleen
waren. |
[1] Zes dagen later nam Jezus Petrus*, Jakobus en diens
broer Johannes met zich mee een hoge berg* op, waar Hij met hen alleen was. |
Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer
Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze alleen waren. |
Na 6 dagen nam Jezus Petrus, Jakobus en zijn broer
Johannes met zich mee en voerde hen omhoog naar een hoge berg om op zichzelf
te zijn |
| 2. En hij werd vóór hen van gedaante veranderd;
en zijn gezicht scheen als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. |
2 Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd: zijn
gelaat begon te stralen als de zon en zijn kleed werd glanzend als het licht. |
[2] Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante. Zijn gezicht
ging stralen als de zon en zijn kleren werden wit als licht. |
[2] Voor hun ogen veranderde hij van gedaante, zijn gezicht
straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. |
Hij werd van gedaante veranderd in hun bijzijn.
Zijn gezicht straalde als de zon, zijn kleren werden wit als het licht.
|
| 3. En zie, hun verschenen Mozes en Elia, die met hem spraken. |
3 Opeens verschenen hun Mozes en Elia, die zich met Hem
onderhielden. |
. [3] Opeens verschenen hun Mozes en Elia, in gesprek
met Hem. |
[3] Plotseling verschenen aan hen Mozes en Elia, die met
Jezus in gesprek waren. |
Plotseling verschenen hen Mozes en Elia, die met
hem in gesprek waren. |
| 4. Petrus nu antwoordde (en) zei aan Jezus: 'Heer, het
is goed dat wij hier zijn; als u wilt, zal ik hier drie tenten maken: voor
u één, en voor Mozes één en voor Elia één.' |
4 Petrus nam het woord en zei tot Jezus: "Heer, het
is goed dat wij hier zijn. Als Gij wilt zal ik hier drie tenten opslaan,
een voor U, een voor Mozes en een voor Elia." |
[4] Petrus zei daarop tegen Jezus: ‘Heer, het is
maar goed dat wij hier zijn. Als U wilt, zal ik hier drie hutten* maken,
voor U een en voor Mozes een en voor Elia een.’ |
[4] Petrus nam het woord en zei tegen Jezus: ‘Heer,
het is goed dat wij hier zijn. Als u wilt zal ik hier drie tenten opslaan,
een voor u, een voor Mozes en een voor Elia.’ |
Petrus zei tot Jezus. Heer, het is goed hier te
zijn. Als je wil, trek ik hier drei tenten op: voor jou één,
voor Mozes één en voor Elia één. |
| Terwijl hij nog sprak, zie, en verlichte wolk overschaduwde
hen; en zie, een stem (kwam uit de wolk, zeggend: 'Deze is mijn geliefde
zoon, in wie ik welbehagen heb gesteld.' |
5 Nog had hij niet uitgesproken of een lichtende wolk
overschaduwde hen en uit de wolk klonk een stem: "Dit is mijn Zoon,
de Welbeminde, in wie Ik mijn welbehagen heb gesteld; luistert naar Hem." |
[5] Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam een lichtende
wolk die hen overdekte, en opeens klonk er een stem uit die wolk: ‘Dit
is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind. Luister naar Hem.’ |
[5] Hij was nog niet uitgesproken, of de schaduw van een
stralende wolk gleed over hen heen, en uit de wolk klonk een stem: ‘Dit
is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde. Luister naar hem!’ |
Terwijl hij nog aan het spreken was, overschaduwde
hen een lichtende wolk en een stem uit de wolk zei : Deze is mijn zoon,
de welbeminde, in wie Ik welbehagen heb. Luistert naar hem. |
| 6. En toen de leerlingen dit hoorden, vielen ze op hun
aangezicht en ze werden geweldig bevreesd. |
6 Op het horen daarvan wierpen de leerlingen zich ter
aarde neer, aangegrepen door een hevige vrees. |
[6] Toen de leerlingen dat hoorden, wierpen ze zich op
de grond en werden ze vreselijk bang. |
[6] Toen de leerlingen dit hoorden, wierpen ze zich neer
en verborgen uit angst hun gezicht. |
De leerlingen hoorden het, vielen op hun aangezicht
en waren geweldig bang. |
| 7. En Jezus naderde en raakte hen aan (en) zei: 'Sta op
en vrees niet!' |
7 Maar Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei:
"Staat op en weest niet bang." |
[7] Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: ‘Sta
op en wees niet bang.’ |
[7] Jezus kwam dichterbij, raakte hen aan en zei: ‘Sta
op, jullie hoeven niet bang te zijn.’ |
Jezus trad naderbij, raakte hen aan en zei : 'Sta
op, wees niet bang.' |
| 8. Toen ze nu hun ogen opsloegen, zagen ze niemand behalve
hemzelf, Jezus alleen. |
Toen zij hun ogen opsloegen zagen zij niemand meer dan
alleen Jezus. |
[8] Toen ze hun ogen opsloegen, zagen ze niemand meer
dan Jezus alleen. |
[8] Ze keken op en zagen niemand meer, Jezus was alleen. |
Ze keken op en zagen alleen Jezus. |
| 9. En nadat ze van de berg afgedaald waren, beval Jezus
hun, zeggend: 'Zeg aan niemand dit gezicht totdat de Mensenzoon uit de doden
is opgewekt.' |
9 Onder het afdalen van de berg gelastte Jezus hun: "Spreekt
met niemand over wat ge hebt aanschouwd voordat de Mensenzoon uit de doden
is opgestaan." |
[9] Terwijl ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun:
‘Vertel niemand van dit visioen voordat de Mensenzoon uit de doden
is opgewekt.’ |
[9] Toen ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun:
‘Praat met niemand over wat jullie hebben gezien voordat de Mensenzoon
uit de dood is opgewekt.’ |
Bij het afdalen van de berg gebood Jezus hen: 'Vertel
dit visioen aan niemand tot de mensenzoon uit de doden is opgewekt.' |
Structuur van de tekst (verandering van personage)
| 168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 // Mt 17,1-9
// Lc 9,28-36 - Mc
9,2-10 - Mt
17,1-9 - Lc
9,28-36 - |
1. Jezus |
2. zijn gelaat / zijn kleren |
3. Mozes en Elia |
4. Petrus |
5. wolk en stem |
6. de leerlingen |
7. Jezus |
8. de leerlingen |
9. Jezus |
| |
Mt 17,1-2a |
Mt 17,2b |
Mt 17,3 |
Mt 17,4 |
Mt 17,5 |
Mt 17,6 |
Mt 17,7 |
Mt 17,8 |
Mt 17,9 |
| |
3 nevenschikkende zinnen met kai (en) |
2 zinnen; |
1 zin |
inleiding + citaat |
2 zinnen idou (zie) kai idou (en zie) |
2 zinnen verbonden met kai (en) |
2 zinnen met kai (en) |
1 zin |
1 zin : inleiding en citaat |
| |
begin pericope kai (en) |
1X kai (en) 1X de (echter) |
kai idou (en zie) |
de (echter) |
idou (zie) kai idou (en zie) |
begin van de zin kai (en) en 1X in de zin |
begin van de zin kai (en) in de zin 1X kai (en) |
de (echter) |
kai bij het begin van de zin |
| |
2X T.T., 1X V.T. |
2X V.T. |
1X V.T. |
V.T. |
1X V.T. |
V.T. |
2X V.T. |
V.T. |
V.T. |
Kai (en) - kai
(en. nevenschikkend voegwoord. 705X bij Matteüs) - Het gebruik van kai
(en) is veelvuldig (19X) en zeer verscheiden. Vooreerst wordt kai (en) gebruikt
bij het begin (Mt 17,1) van de pericope. Het wordt 6X gebruikt bij het begin
van een zin ondanks de personageverandering : Mt 17,2b. Mt 17,3 (voor idou =
zie). Mt 17,5b (eveneens voor idou = zie). Mt 17,6. Mt 17,7 en Mt 17,9. Kai
(en) verbindt nevenschikkende zinnen met hetzelfde onderwerp (5X): Mt 17,1.
Mt 17,2. Mt 17,6 en Mt 17,7 (2X). Kai (en) verbindt ook zinsdelen met elkaar
(7X): Mt 17,1 (2X). Mt 17,3. Mt 17,4 (2X). Mt 17,7 (2X). De (echter) als tweede
woord in de zin om de persoonsverandering aan te duiden (3X) : Mt 17,2c. Mt
17,4. Mt 17,8. De pericope werd in 9 verzen ingedeeld; 6 ervan beginnen met
kai (en), 2 ervan hebben als tweede woord de (echter).
Mt 17,1-9 heeft 3X idou (zie) - idou
(zie. 59X bij Matteüs) - . Het heeft telkens te maken met het hemelse :
Mt 17,3. Mt 17,5a. Mt 17,5b.
| Mt 17,1 - Mt
17,1 : 168. Verheerlijking van Jezus - Mc
9,2-10 - Mt
17,1-9 - Lc
9,28-36 -- verwijzingen
-- Mt 17
-- Mt
17,1-9 - Mt
17,10-13 - Mt
17,14-21 - Mt
17,22-23 - Mt
17,24-27 -- Mt
17,1 - Mt
17,2 - Mt
17,3 - Mt
17,4 - Mt
17,5 - Mt
17,6 - Mt
17,7 - Mt
17,8 - Mt
17,9 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 17:1 kai meth èmeras ex paralambanei o ièsous
ton petron kai iakôbon kai iôannèn ton adelfon
autou kai anaferei autous eis oros upsèlon kat idian |
|
1. En na zes dagen nam Jezus Petrus en Jakobus
en Johannes, zijn broer, mee en bracht hen omhoog op een hoge berg. |
|
|
|
|
|
|
Tekstanalyse van Mt
17,1
Het verhaal van de testen, de gedaanteverandering, de doodstrijd in de hof
van Olijven worden aan elkaar gelinkt. - paralambanô
(bij zich nemen. 5X bij Matteüs) -
21. horos (berg) . In 196 verzen in de bijbel . In 168 verzen in het O.T. .
In achtentwintig verzen in het N.T. . In acht verzen bij Matteüs : (1)
Mt 4,7
. (2) Mt
5,1 . (3) Mt
14,23 . (4) Mt
15,29 . (5) Mt
17,1 - Mt
17,2 . (6) Mt
21,1 . (7) Mt
26,30 . (8) Mt
28,16 .
De berg wordt beschouwd als de ontmoetingsplaats van God en mens . Die plaats
garandeert geen Godservaring . In Mt
4,8 is de berg een plaats van beproeving die tot een keuze noodzaakt .
| 1. de duivel |
2. Jezus |
3. Jezus |
4. |
5. |
6. |
|
7. |
8. de elf leerlingen |
| Mt
4,7 |
Mt
5,1 |
Mt
14,23 |
Mt
15,29 |
Mt
17,1 - Mt
17,2 |
Mt
21,1 |
Mt
24,3 |
Mt
26,30 |
Mt
28,16 |
| palin (opnieuw) |
|
|
kai (en) |
kai ... (en) |
kai (en)... |
|
kai (en ) |
Hoi de endeka mathètai (De elf leerlingen echter)
|
| paralambanei (neemt bij zich) auton
(hem) ho diabolos (de duivel) |
anebè (hij klom omhoog) |
anebè (hij klom omhoog) |
anabas (opgeklommen) |
paralambanei (neemt bij zich) ... kai anaferei autous
(en hij voert hen omhoog) |
èlthon ( zij kwamen)... |
kathèmenou de autou epi orous tôn Helaiôn
(terwijl hij echter zich op de Olijfberg neerzet) |
exèlthon ( zij gingen naar buiten) |
eporeuthèsan (gingen op weg) |
| eis horos hupsèlon lian (naar
een zeer hoge berg) |
eis to horos (naar de berg) |
eis to horos (naar de berg) kat'idian (op zichzelf) |
eis to horos (naar de berg) |
eis horos hupsèlon (naar een hoge berg) kat'idian
(op zichzelf) |
eis to horos tôn Helaiôn (naar de Olijfberg) |
|
eis to horos (naar de berg) |
... eis to horos (naar de berg) |
| |
kai kathisantos autou (en nadat hij zich had neergezet) |
|
ekathèto ekei (zette hij zich naar) |
|
|
|
|
|
| |
prosèlthan autôi hoi mathètai autou
(kwamen zijn leerlingen bij hem) |
|
|
|
|
prosèlthan autôi hoi mathètai autou
(kwamen deleerlingen bij hem) kat'idian (afzonderlijk) |
|
|
| 20. Jezus door de Satan op de
proef gesteld : Mc
1,12-13 - Mt
4,1-11 - Lc
4,1-13 - |
24. Jezus leert en geneest : Mc
1,21 - Mt
4,23-25 ; 5,1-2 - Lc
4,31 - |
152. Jezus wandelt op het meer - Mc
6,45-52 - Mt
14,22-33 |
157. Genezing van een doofstomme : Mc
7,31-37 - Mt
15,29-31 - |
168. Verheerlijking van Jezus : Mc
9,2-10 - Mt
17,1-9 - Lc
9,28-36 - |
281. Jezus gaat Jerzalem binnen : Mc
11,11 - Mt
21,1-11 - |
299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc
13,1-4 - Mt
24,1-3 - Lc
21,5-7 - |
328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen
en van Petrus' verloochening : Mc
14,26-31 - Mt
26,30-35 - Lc
22,39 - |
353. Verschijning aan de elf in Galilea :Mt
28,16-20 - |
| Mt 17,2 - Mt
17,2 : 168. Verheerlijking van Jezus - Mc
9,2-10 - Mt
17,1-9 - Lc
9,28-36 -- verwijzingen
-- Mt 17
-- Mt
17,1-9 - Mt
17,10-13 - Mt
17,14-21 - Mt
17,22-23 - Mt
17,24-27 -- Mt
17,1 - Mt
17,2 - Mt
17,3 - Mt
17,4 - Mt
17,5 - Mt
17,6 - Mt
17,7 - Mt
17,8 - Mt
17,9 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 2kai metemorfôthè emprosthen autôn, kai elampsen
to prosôpon autou ôs o èlios, ta de imatia autou egeneto leuka ôs
to fôs. |
|
2. En hij werd vóór hen van gedaante
veranderd; en zijn gezicht scheen als de zon en zijn kleren werden
wit als het licht. |
|
|
|
|
|
|
3. emprosthen (vóór) .
Verhalen van gedaanteverandering en verrijzenis doorweven elkaar.
| Mt
17,2 b |
Mt
17,2 c |
Mt
28,3a |
Mt
28,3 b |
Da 10,6 |
Ex
24,17 |
| kai elampsen (en schitterde) |
ta de himatia autou (zijn kleren echter) egeneto (werden |
èn de (was echter) |
kai (en) |
kai (en) |
|
| to prosôpon autou (zijn aangezicht) |
|
hè eidea autou (zijn gezicht) |
to enduma autou (zijn kleed) |
to (het) prosôpou (aangezicht) autou
(van hem) |
to de eidos tès doksès kuriou hôsei
(de gestalte echter van de heerlijkheid van de heer als...° |
| hôs ho hèlios (als de zon) |
leuka hôs to fôs (wit als het licht) |
hôs astrapè (als een schitternde ster) |
leukon hôs astrapè (wit als een schitternde
ster) |
hôsei (zoals) horasis astrapijs (het zicht
van een ster) |
|
| |
|
|
|
kai (en) kai hoi brachiones autou kai hoi podes
(B-versie: kai ta skelè) (en zijn armen en benen) hôsei
chalkos eksastraptôn (als schitterend koper); b-versie : hôs
horasis chalkou stilbontos (als het zicht van schitterend koper) |
|
| 168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 // Mt
17,1-9 // Lc 9,28-36 - Mc
9,2-10 - Mt
17,1-9 - Lc
9,28-36 - |
|
351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis
: Mc 16,1-8 // Mt 28,1-10 // Lc 23,56b-24,12 - Mc
16,1-8 - Mt
28,1-10 - Lc
23,56b-24,12 - |
|
|
Het verbond - Ex
24,1-18 - |
| Mt 17,3 - Mt
17,3 : 168. Verheerlijking van Jezus - Mc
9,2-10 - Mt
17,1-9 - Lc
9,28-36 -- verwijzingen
-- Mt 17
-- Mt
17,1-9 - Mt
17,10-13 - Mt
17,14-21 - Mt
17,22-23 - Mt
17,24-27 -- Mt
17,1 - Mt
17,2 - Mt
17,3 - Mt
17,4 - Mt
17,5 - Mt
17,6 - Mt
17,7 - Mt
17,8 - Mt
17,9 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 3kai idou ôfthè autois môusès kai èlias sullalountes
met autou. |
|
3. En zie, hun verschenen Mozes en Elia, die met
hem spraken. |
|
|
|
|
|
|
Mt 17,4
Structuur en woordgebruik van van de zin apokritheis de ho Petros eipen tôi
Ièsou (beantwoord echter zei Petrus tot Jezus) komt vaak voor bij Matteüs
: - apokritheis
(beantwoord. 43X bij Matteüs) -.
| Mt 17,4 - Mt
17,4 : 168. Verheerlijking van Jezus - Mc
9,2-10 - Mt
17,1-9 - Lc
9,28-36 -- verwijzingen
-- Mt 17
-- Mt
17,1-9 - Mt
17,10-13 - Mt
17,14-21 - Mt
17,22-23 - Mt
17,24-27 -- Mt
17,1 - Mt
17,2 - Mt
17,3 - Mt
17,4 - Mt
17,5 - Mt
17,6 - Mt
17,7 - Mt
17,8 - Mt
17,9 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 4apokritheis de o petros eipen tô ièsou, kurie,
kalon estin èmas ôde einai: ei theleis, poièsô ôde treis skènas, soi
mian kai môusei mian kai èlia mian. |
|
4. Petrus nu antwoordde (en) zei aan Jezus: 'Heer,
het is goed dat wij hier zijn; als u wilt, zal ik hier drie tenten
maken: voor u één, en voor Mozes één en
voor Elia één.' |
|
|
|
|
|
|
| Mt 17,5 - Mt
17,5 : 168. Verheerlijking van Jezus - Mc
9,2-10 - Mt
17,1-9 - Lc
9,28-36 -- verwijzingen
-- Mt 17
-- Mt
17,1-9 - Mt
17,10-13 - Mt
17,14-21 - Mt
17,22-23 - Mt
17,24-27 -- Mt
17,1 - Mt
17,2 - Mt
17,3 - Mt
17,4 - Mt
17,5 - Mt
17,6 - Mt
17,7 - Mt
17,8 - Mt
17,9 -- Mt
(Matteüs) - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 5 eti autou lalountos idou nefelè fôteinè epeskiasen
autous, kai idou fônè ek tès nefelès legousa, houtos estin ho huios
mou ho agapètos, en hôi eudokèsa: akouete autou. |
adhuc eo loquente ecce nubes lucida obumbravit eos
et ecce vox de nube dicens hic est Filius meus dilectus in quo mihi
bene conplacuit ipsum audite |
Terwijl hij nog sprak, zie, en verlichte wolk overschaduwde
hen; en zie, een stem (kwam uit de wolk, zeggend: 'Deze is mijn geliefde
zoon, in wie ik welbehagen heb gesteld.' |
5 Terwijl hij nog sprak, ziet, een luchtige wolk
heeft hen overschaduwd; en ziet, een stem uit de wolk, zeggende: Deze
is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; hoort
Hem! |
[5] Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam een
lichtende wolk die hen overdekte, en opeens klonk er een stem uit
die wolk: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind.
Luister naar Hem.’ |
[5] Hij was nog niet uitgesproken, of de schaduw
van een stralende wolk gleed over hen heen, en uit de wolk klonk een
stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde. Luister
naar hem!’ |
5 Terwijl hij nog spreekt,
zie, een lichtende wolk
overwelft hen;
en zie, vanuit de wolk een stem
die zegt: dit is mijn zoon, de geliefde,
in wie ik welbehagen heb:
hoort naar hem! |
Comme il parlait encore, voici qu'une nuée
lumineuse les prit sous son ombre, et voici qu'une voix disait de
la nuée : « Celui-ci est mon Fils bien-aimé, qui
a toute ma faveur, écoutez-le. » |
|
King James Bible . While he yet spake, behold, a bright cloud overshadowed
them: and behold a voice out of the cloud, which said, This is my beloved Son,
in whom I am well pleased; hear ye him.
Luther-Bibel (1984) . 5 Als er noch so redete, siehe, da überschattete
sie eine lichte Wolke. Und siehe, eine Stimme aus der Wolke sprach: dDies ist
mein lieber Sohn, an dem ich Wohlgefallen habe; den sollt ihr hören!
Tekstuitleg van Mt
17,5 . Dit vers Mt
17,5 telt 27 (3 X 3 X 3) woorden en 131 (priemgetal) letters . De getalwaarde
van Mt
17,5 is 18395 (5 X 13 X 283) .
| 1. 7. |
2. 3. |
4. |
5. |
6. |
8. |
9. |
10. |
11. |
| Mt
3,17 = Mt
17,5 |
Mt
4,3 . Mt
4,6 |
Mt
8,29 |
Mt
14,33 |
Mt
16,16 |
Mt
26,63 |
Mt
27,40 |
Mt
27,43 |
Mt
27,54 |
|
ei (indien gij) |
Tí hèmin kai soi, wat is er tussen ons
en u |
alèthôs (waarlijk) |
|
ei (indien) |
ei (indien gij) |
eipen gar hoti (want hij zei) |
alèthôs (waarlijk) |
| houtos (deze) |
huios (zoon) |
huie (zzon) |
|
su (gij) |
su (gij) |
huios (zoon) |
|
|
| estin (is) |
ei (zijt) |
|
|
ei (zijt) |
ei (zijt) |
ei (zijt) |
|
|
| ho huios mou (mijn zoon) ho agapètos (de beminde) |
tou theou (van God) |
tou theou (van God) |
theou huios ei (u bent zoon van God) |
ho christos, ho huios tou theou tou zôntos (de
Christus, de zoon van de levende God) |
ho christos ho huios tou theou: de Christus, de zoon
van God |
tou theou (van God) |
theou eimi huios (ik ben zoon van God) |
theou huios èn houtos (zoon van God was deze)
|
| 18. Doop van Jezus :
Mc 1,9-11 - Mt
3,13-17 - Lc
3,21-22 -168. Verheerlijking van Jezus : Mc
9,2-10 - Mt
17,1-9 - Lc
9,28-36 |
20. Jezus door de Satan op de proef gesteld : Mc
1,12-13 - Mt
4,1-11 - Lc
4,1-13
|
66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd
: Mt
8,28-34 - Mc
5,1-20 - Lc
8,26-39 |
Jezus wandelt op het meer : Mc
6,45-52 - Mt
14,22-33 |
162. belijdenis van Petrus : Mc
8,27-30 - Mt
16,13-20 - Lc
9,18-21 |
332. Jezus voor het Sandredin : Mc
14,55-64 -
Mt 26,59-66 - Lc
22,66-71 |
346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc
15,27-32 - Mt
27,38-44 - Lc
23,35-43 - |
346. Bespotting van de gekruisigde Jezus : Mc
15,27-32 - Mt
27,38-44 - Lc
23,35-43 - |
347. Kruisdood van Jezus : Mc
15,33-39 - Mt
27,45-54 - Lc
23,44-48 - |
| Mt 17,6 - Mt
17,6 : 168. Verheerlijking van Jezus - Mc
9,2-10 - Mt
17,1-9 - Lc
9,28-36 -- verwijzingen
-- Mt 17
-- Mt
17,1-9 - Mt
17,10-13 - Mt
17,14-21 - Mt
17,22-23 - Mt
17,24-27 -- Mt
17,1 - Mt
17,2 - Mt
17,3 - Mt
17,4 - Mt
17,5 - Mt
17,6 - Mt
17,7 - Mt
17,8 - Mt
17,9 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 6 kai akousantes oi mathètai epesan epi prosôpon
autôn kai efobèthèsan sfodra. |
|
6. En toen de leerlingen dit hoorden, vielen ze
op hun aangezicht en ze werden geweldig bevreesd. |
|
|
|
|
|
|
Tekstuitleg van Mt
17,6 . Mt
17,6 lijkt een variante van Mt
28,17 : 1. gehoord - gezien , 2. zij vielen op hun aangezicht - zij knielden
bij , 3. zij vreesden - zij echter twijfelden .
| Mt 17,7 - Mt
17,7 : 168. Verheerlijking van Jezus - Mc
9,2-10 - Mt
17,1-9 - Lc
9,28-36 -- verwijzingen
-- Mt 17
-- Mt
17,1-9 - Mt
17,10-13 - Mt
17,14-21 - Mt
17,22-23 - Mt
17,24-27 -- Mt
17,1 - Mt
17,2 - Mt
17,3 - Mt
17,4 - Mt
17,5 - Mt
17,6 - Mt
17,7 - Mt
17,8 - Mt
17,9 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 17:7 kai prosèlthen ho Ièsous kai
hapsamenos autôn eipen egerthète kai mè fobeisthe
|
|
7. En Jezus naderde en raakte hen aan (en) zei:
'Sta op en vrees niet!' |
|
|
|
|
|
|
| Mt 17,8 - Mt
17,8 : 168. Verheerlijking van Jezus - Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36
-- verwijzingen -- Mt 17 -- Mt 17,1-9 - Mt 17,10-13 - Mt 17,14-21 - Mt 17,22-23
- Mt 17,24-27 -- Mt 17,1 - Mt 17,2 - Mt 17,3 - Mt 17,4 - Mt 17,5 - Mt 17,6
- Mt 17,7 - Mt 17,8 - Mt 17,9 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 8eparantes de tous ofthalmous autôn oudena eidon
ei mè auton ièsoun monon. |
|
8. Toen ze nu hun ogen opsloegen, zagen ze niemand
behalve hemzelf, Jezus alleen. |
|
|
|
|
|
|
| Mt 17,9 - Mt
17,9 : 168. Verheerlijking van Jezus - Mc
9,2-10 - Mt
17,1-9 - Lc
9,28-36 -- verwijzingen
-- Mt 17
-- Mt
17,1-9 - Mt
17,10-13 - Mt
17,14-21 - Mt
17,22-23 - Mt
17,24-27 -- Mt
17,1 - Mt
17,2 - Mt
17,3 - Mt
17,4 - Mt
17,5 - Mt
17,6 - Mt
17,7 - Mt
17,8 - Mt
17,9 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 9kai katabainontôn autôn ek tou orous eneteilato
autois o ièsous legôn, mèdeni eipète to orama eôs ou o uios tou anthrôpou
ek nekrôn egerthè. |
|
9. En nadat ze van
de berg afgedaald waren, beval Jezus hun, zeggend: 'Zeg aan niemand
dit gezicht totdat de Mensenzoon uit de doden is opgewekt.' |
|
|
|
|
|
|
| - prosèlthen
(hij kwam naderbij), zie Mt
4,3 . In 6 verzen bij Matteüs : (1) Mt
8,5 . (2) Mt
17,7 . (3) Mt
17,14 . (4) Mt
20,20 . (5) Mt
26,7 . (6) Mt
26,69 . In Mt
17,7 komt Jezus naderbij. - proselthôn
(naderbijgekomen), zie Mt
4,3 . In 14 verzen bij Matteüs : 1) Mt
4,3 . (2) Mt
8,2 . (3) Mt
8,19 . (4) Mt
18,21 . (5) Mt
19,16 . (6) Mt
21,28 . (7) Mt
21,30 . (8) Mt
25,20 . (9) Mt
25,22 . (10) Mt
25,24 . (11) Mt
26,49 . (12) Mt
27,58 . (13) Mt
28,2 . (14) Mt
28,18 . In Mt
28,18 komt Jezus eveneens naderbij. In 2 uitzonderlijke verhalen komt
Jezus naderbij nl. in dat van de verheerlijking en in dat van de zending
nade verrijzenis. |
| Mt
17,6 |
Da 8,18 |
Da 10,9 |
| kai akousantes hoi mathètai (en terwijl de leerlingen
het hoorden) |
kai lalountos autou met'emou (en terwijl hij met mij sprak)
|
|
| epesan epi prosôpon autôn (vielen zij op hun
aangezicht) |
ekoimèthèn epi prosôpon chamai (werd
ik neergesmakt op het gezicht op de grond |
|
| ... |
|
|
| Mt
17,7 kai prosèlthen ho Ièsous (en Jezus kwam naderbij) |
|
|
| kai hapsamenos autôn eipen (en hen aangeraakt zei
hij) |
kai hapsamenos mou (en mij aangeraakt) |
|
| egerthète (ontwaakt) ... |
ègeire me... wekte hij me op) |
|
| 168. Verheerlijking van Jezus : Mc
9,2-10 - Mt
17,1-9 - Lc
9,28-36 |
|
|
.
| Mt 17,9 |
| - mèdeni
(aan niemand) 3X bij Matteüs - |
| Mt 17,10 - Mt
17,10 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 10kai epèrôtèsan auton oi mathètai legontes, ti
oun oi grammateis legousin oti èlian dei elthein prôton; |
|
|
|
|
|
|
|
|
| Mt 17,11 - Mt
17,11 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 11o de apokritheis eipen, èlias men ercetai kai
apokatastèsei panta: |
|
|
|
|
|
|
|
|
| Mt 17,12 - Mt
17,12 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 12legô de umin oti èlias èdè èlthen, kai ouk epegnôsan
auton alla epoièsan en autô osa èthelèsan: outôs kai o uios tou anthrôpou
mellei pascein up autôn. |
|
|
|
|
|
|
|
|
| Mt 17,13 - Mt
17,13 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 13tote sunèkan oi mathètai oti peri iôannou tou
baptistou eipen autois. |
|
|
|
|
|
|
|
|
| Mt 17,14 - Mt
17,14 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 14kai elthontôn pros ton oclon prosèlthen autô anthrôpos
gonupetôn auton |
|
|
|
|
|
|
|
|
| Mt 17,15 - Mt
17,15 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 15kai legôn, kurie, eleèson mou ton uion, oti selèniazetai
kai kakôs pascei: pollakis gar piptei eis to pur kai pollakis eis
to udôr. |
|
|
|
|
|
|
|
|
| Mt 17,16 - Mt
17,16 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 16kai prosènegka auton tois mathètais sou, kai ouk
èdunèthèsan auton therapeusai. |
|
|
|
|
|
|
|
|
| Mt 17,17 - Mt
17,17 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 17apokritheis de o ièsous eipen, ô genea apistos
kai diestrammenè, eôs pote meth umôn esomai; eôs pote anexomai umôn;
ferete moi auton ôde. |
|
|
|
|
|
|
|
|
| Mt 17,18 - Mt
17,18 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 18kai epetimèsen autô o ièsous, kai exèlthen ap
autou to daimonion: kai etherapeuthè o pais apo tès ôras ekeinès. |
|
|
|
|
|
|
|
|
| Mt 17,19 - Mt
17,19 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 19tote proselthontes oi mathètai tô ièsou kat idian
eipon, dia ti èmeis ouk èdunèthèmen ekbalein auto; |
|
|
|
|
|
|
|
|
| Mt 17,20 - Mt
17,20 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 20o de legei autois, dia tèn oligopistian umôn:
amèn gar legô umin, ean ecète pistin ôs kokkon sinapeôs, ereite tô
orei toutô, metaba enthen ekei, kai metabèsetai: kai ouden adunatèsei
umin. |
|
|
|
|
|
|
|
|
| Mt 17,21 - Mt
17,21 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 21sustrefomenôn |
|
|
|
|
|
|
|
|
171. Tweede lijdensvoorspelling : Mc 9,30-32 // Mt 17,22-23
// Lc 9,43b-45 - Mc
9,30-32 -- verwijzingen
-
| Mt 17,22 - Mt
17,22 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 22de autôn en tè galilaia eipen autois o ièsous,
mellei o uios tou anthrôpou paradidosthai eis ceiras anthrôpôn, |
|
|
|
|
|
|
|
|
| Mt 17,23 - Mt
17,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 23kai apoktenousin auton, kai tè tritè èmera egerthèsetai.
kai elupèthèsan sfodra. |
|
|
|
|
|
|
|
|
| Mc 7,17 // Mt 15,12 |
|
Mc 9,28 // Mt 17,19 |
Mt 17,19 // Mc 9,28 |
Mc 10,2 // Mt 19,3 |
Mc 9,33 // Mt 18,1 |
Mt 18,1 // Mc 9,33 |
Mt 19,3 // Mc 10,2 |
Mc 10,10 |
Mt 15,1 // Mc 7,1.5 |
Mc 7,5 // Mt 15,1 |
| Kai (en) hote (toen) |
Tote (toen) |
Kai (en) |
Tote (toen) |
Kai (en) |
Kai (en) |
En ekeiniji tiji hoorai (Op hetzelfde moment) |
Kai (en) |
Kai (en) |
Tote (toen) |
kai (en) |
| eisijlthen (hij binnenging) |
proselthontes (gekomen zijnde bij) |
eiselthontos autou (nadat hij binnengegaan was) |
proselthontes (gekomen zijnde bij) |
proselthontes (gekomen zijnde bij) |
|
prosijlthon (kwamen) |
prosijlthon (kwamen) |
|
proserchontai (gaan naar) |
|
| eis oikon (in huis) apo tou ochlou (weg van de menigte) |
|
eis oikian (in huis) |
|
|
en tiji oikiai genomenos (in het huis zijnde) |
|
|
eis tijn oikian (thuis) palin (opnieuw) |
tooi Iijsou (Jezus) |
|
| |
hoi mathijtai (de leerlingen) |
hoi mathijtai autou (zijn leerlingen) kat'idiav
(onder elkaar) |
hoi mathijtai (de leerlingen) |
Farisaioi (de Farizeeën) |
|
hoi mathijtai (de leerlingen) |
Farisaioi (de Farizeeën) |
hoi mathijtai (de leerlingen) |
apo Hierosolumoon Farisaioi kai grammateis (vanuit
Jeruzalem Farizeeën en schriftgeleerden) |
|
| |
|
|
tooi Iijsou (tot Jezus) |
|
|
tooi Iijsou (tot Jezus) |
autooi (tot hem) |
|
|
|
| epijrootoon (vroegen) |
legousin (zij zeggen) |
epijrootoon (vroegen) |
eipon (zeiden zij) |
epijrootoon (vroegen) |
epijroota (ondervroeg) |
legontes (zeggende) |
peirazontes auton kai legontes (hem op de proef stellende
en zeggende) |
peri toutou (hierover) epijrootoon (vroegen) |
legontes (zeggende) |
eperootoosin (ondervroegen) |
| auton (hem) |
autooi (tot hem) |
auton (hem) |
|
auton (hem) |
autous (hen) |
|
|
auton (hem) |
|
auton (hem) |
| hoi mathijtai autou ( de leerlingen van hem) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
hoi Farisaioi kai hoi grammateis (de Farizeeën
en de schriftgeleerden) |
| 155. Rein en onrein : Mc 7,14-23 // Mt 15,10-20 |
155. Rein en onrein : Mc 7,14-23 // Mt 15,10-20 |
170. Genezing van een bezeten kind : Mc 9,14-29
// Mt 17,14-21 // Lc 9,37-43a |
170. Genezing van een bezeten kind : Mc 9,14-29
// Mt 17,14-21 // Lc 9,37-43a |
265. Onontbindbaarheid van het huwelijk :
Mc 10,2-12 // Mt 19,3-9 |
173. De grootste in het Rijk Gods : Mc 9,33-37
// Mt 18,1-5 // Lc 9,46-48 |
173. De grootste in het Rijk Gods : Mc 9,33-37
// Mt 18,1-5 // Lc 9,46-48 |
265. Onontbindbaarheid van het huwelijk :
Mc 10,2-12 // Mt 19,3-9 |
265. Onontbindbaarheid van het huwelijk : Mc 10,2-12 //
Mt 19,3-9 |
154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden
: Mc 7,1-13 // Mt 15,1-9 |
154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden
: Mc 7,1-13 // Mt 15,1-9 |
| Mc 8,27 // Mt 16,13 // Lc 9,18 |
Mt 16, 13 // Mc 8,27 |
Mc 9,11// Mt 17,10 |
Mt 17,10 // Mc 9,11 |
| kai (en) |
kai (en) |
kai (en) |
Kai (en) |
| en tiji hoddooi (onderweg) |
|
|
|
| epijroota (vroeg hij) |
epijroota (vroeg hij) |
epijrootoon (zij vroegen) |
epijrootijsan (vroegen) |
| tous mathijtas autou (zijn leerlingen) |
tous mathijtas autou (zijn leerlingen) |
auton (hem) |
auton (hem) |
| |
|
|
hoi mathijtai ( de leerlingen) |
| legoon autois (hen zeggend) |
legoon (zeggend) |
legontes (zeggende) |
legontes (zeggende) |
162. Belijdenis van Petrus : Mc 8,27-30 // Mt 16,13-20
// Lc 9,18-21
|
|
169. Vraag omtrent de wederkomst van Elia : Mc 9,11-13
// Mt 17,10-13
|
169. Vraag omtrent de wederkomst van Elia : Mc 9,11-13
// Mt 17,10-13
|
24 februari 2002 - 2de zondag in de veertigdagentijd ( Gn 12,1-4 - Mt 17,1-9)
- Marc Christiaens o.p. ( Schilde) De preek bij de lezingen kan je vinden op
webpagina http://www.dominicanen.be/preken/a2vasten.htm
. Zie verder http://www.preekvandeweek.be/index.htm
.
Op de website Partenia (die verwijst naar bisschop Gaillot van het onbestaande
bisdom Partenia) vind je eveneens een preek over de gedaanteverandering (wel
naar het evangelie volgens Lucas) : http://www.partenia.org/nl/c_0007nl.htm#cf0
.
Via een parabel vraagt Jezus naar de mening van Petrus. Hij vraagt van wie
de koningen van de aarde belastingen ontvangen, van hun eigen burgers of van
vreemdelingen. In Mt
17,26 geeft Jezus zijn mening. Hierna komt Jezus tot een besluit.
| Mt 17,24 - Mt
17,24 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 24elthontôn de autôn eis kafarnaoum prosèlthon
oi ta didracma lambanontes tô petrô kai eipan, o didaskalos umôn ou
telei [ta] didracma; |
|
|
|
|
|
|
|
|
| Mt 17,25 - Mt
17,25 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 25legei, nai. kai elthonta eis tèn oikian proefthasen
auton o ièsous legôn, ti soi dokei, simôn; oi basileis tès gès apo
tinôn lambanousin telè è kènson; apo tôn uiôn autôn è apo tôn allotriôn; |
|
|
|
|
|
|
|
|
| Mt 17,26 - Mt
17,26 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 26eipontos de, apo tôn allotriôn, efè autô o ièsous,
ara ge eleutheroi eisin oi uioi. |
|
|
|
|
|
|
|
|
| Mt 17,27 - Mt
17,27 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 27ina de mè skandalisômen autous, poreutheis eis
thalassan bale agkistron kai ton anabanta prôton icthun aron, kai
anoixas to stoma autou eurèseis statèra: ekeinon labôn dos autois
anti emou kai sou. |
|
|
|
|
|
|
|
|
| Mt 17,25 - Mt
17,25 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Synopsis Denaux-Vervenne |
Liturgische lezing |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| Tí soi dokei, Simôn; |
ait etiam et cum intrasset domum praevenit
eum Iesus dicens quid tibi videtur Simon reges terrae a quibus accipiunt
tributum vel
censum a filiis
suis an ab
alienis |
Wat dunkt je, Simon? |
- |
Hij zei: ‘Jazeker.’ Toen Petrus thuisgekomen
was, was Jezus hem voor met de vraag: ‘Wat vind je, Simon? Van
wie heffen de koningen van de aarde tol of belasting? Van hun kinderen
of van vreemden?’ |
Hij antwoordde: ‘Zeker wel!’ Toen hij
thuiskwam, was Jezus hem voor met de vraag: ‘Wat denk je, Simon?
Van wie innen de heersers op aarde tol of belasting? Van hun eigen
kinderen of van anderen?’ |
|
Wat is je mening, Simon? |
|
dokei (het schijnt, het blijkt) komt in 30 verzen in de bijbel
voor; in 10 verzen in het O.T., in 20 verzen in het N.T. In 6 verzen bij Matteüs,
in 3 verzen bij Lucas, in Joh 11,56 enz. Bij Matteüs komt het in 6 verzen
voor, telkens in een vragende zin. De zinsstructuur is telkens dezelfde : het
vragend voornaamwoord tí (wat) als onderwerp, het meewerkend voorwerp
(telkens de 2de persoon; enkelvoud : soi, het meervoud humin), tenslotte het
werkwoord dokei (het schijnt...). Een letterlijke vertaling naar het Nederlands
is moeilijk: wat lijkt het jou / jullie -> wat ben / zijn jij / jullie van
mening of wat is jouw / jullie mening of nog:
wat denk je / wat denken jullie. In de vertalingen wordt ook de beleefdheidsvorm
U gebruikt.
In Mt
17,25 richt Jezus zich tot Petrus, een hogere persoon tot een lagere. In
al de vertalingen wordt de je-vorm gebruikt. Staat in het Nederlands het persoonlijk
voornaamwoord 2de persoon enkelvoud (je) na het werkwoord (indicatief onvoltooid
tegenwoordige tijd) dan vervalt de -t van de 2de persoon enkelvoud van het werkwoord;
nochtans lezen we "wat dunkt je" waarschijnlijk uit het meer dialectische
"wat dunkt ge".
Mt
17,24-27 is een tekst, eigen aan Matteüs. Na de vraag : wat is jouw
mening? vervolgt Jezus met een volgende vraag waarover Petrus zijn mening moet
geven. Het is een vraag met een dilemma, maar het antwoord in de ene richting
ligt voor het grijpen. Petrus geeft dat bijna vanzelfsprekende antwoord. Daaruit
trekt Jezus dan de conclusie die in tegenstelling staat met het antwoord dat
Petrus eerder had gegeven.
| 1. de vraag van Jezus tot Petrus |
2. een soort retorische vraag van Jezus aan zijn leerlingen |
3. een vraag van Jezus aan de hogepriesters en oudsten
van het volk |
4. vraag van leerlingen van de farizeeën samen met
de Herodianen aan Jezus |
5. Een vraag van Jezus aan de farizeeën |
6. de vraag van de hogepriester aan de hogepriesters en
heel het sanhedrin |
| Mt
17,25 |
Mt
18,12 |
Mt
21,28 |
Mt
22,17 |
Mt
22,42 |
Mt
26,66 |
| Tí (wat) |
Tí (Wat) |
Tí de (Wat echter) |
Tí (wat) |
Tí (Wat) |
Tí (Wat) |
| |
|
|
|
|
|
| soi (voor jou) |
humin (voor jullie) |
humin (voor jullie) |
soi (voor jou) |
humin (voor jullie) |
humin (voor jullie) |
| dokei; (lijkt het?) |
dokei; (lijkt het ?). |
dokei; (lijkt het ?). |
dokei; (lijkt het?) |
dokei; (lijkt het ?). |
dokei; (lijkt het ?). |
| + parabel |
+ parabel |
+ parabel |
|
|
|
| 172. Tempelbelasting : Mt
17,24-27 - |
178. Gelijkenis van het verdwaalde schaap : Mt
18,10-14 - Lc
15,1-7 - |
288. Gelijkenis van de twee zonen :
Mt 21,28-32 - |
291. Vraag van de Farizeeën over de belasting
aan de keizer : Mc
12,13-17 - Mt
22,15-22 - Lc
20,20-26 - |
294. Zoon en Heer van David : Mc
12,35-37a - Mt
22,41-46 - Lc
20,41-44 - |
332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc
14,55-64 -
Mt 26,59-66 - Lc
22,66-71 |
1kai meth èmeras ex paralambanei o ièsous ton petron kai iakôbon kai iôannèn
ton adelfon autou, kai anaferei autous eis oros upsèlon kat idian. 2kai metemorfôthè
emprosthen autôn, kai elampsen to prosôpon autou ôs o èlios, ta de imatia autou
egeneto leuka ôs to fôs. 3kai idou ôfthè autois môusès kai èlias sullalountes
met autou. 4apokritheis de o petros eipen tô ièsou, kurie, kalon estin èmas
ôde einai: ei theleis, poièsô ôde treis skènas, soi mian kai môusei mian kai
èlia mian. 5eti autou lalountos idou nefelè fôteinè epeskiasen autous, kai idou
fônè ek tès nefelès legousa, outos estin o uios mou o agapètos, en ô eudokèsa:
akouete autou. 6kai akousantes oi mathètai epesan epi prosôpon autôn kai efobèthèsan
sfodra. 7kai prosèlthen o ièsous kai apsamenos autôn eipen, egerthète kai mè
fobeisthe. 8eparantes de tous ofthalmous autôn oudena eidon ei mè auton ièsoun
monon. 9kai katabainontôn autôn ek tou orous eneteilato autois o ièsous legôn,
mèdeni eipète to orama eôs ou o uios tou anthrôpou ek nekrôn egerthè. 10kai
epèrôtèsan auton oi mathètai legontes, ti oun oi grammateis legousin oti èlian
dei elthein prôton; 11o de apokritheis eipen, èlias men ercetai kai apokatastèsei
panta: 12legô de umin oti èlias èdè èlthen, kai ouk epegnôsan auton alla epoièsan
en autô osa èthelèsan: outôs kai o uios tou anthrôpou mellei pascein up autôn.
13tote sunèkan oi mathètai oti peri iôannou tou baptistou eipen autois. 14kai
elthontôn pros ton oclon prosèlthen autô anthrôpos gonupetôn auton 15kai legôn,
kurie, eleèson mou ton uion, oti selèniazetai kai kakôs pascei: pollakis gar
piptei eis to pur kai pollakis eis to udôr. 16kai prosènegka auton tois mathètais
sou, kai ouk èdunèthèsan auton therapeusai. 17apokritheis de o ièsous eipen,
ô genea apistos kai diestrammenè, eôs pote meth umôn esomai; eôs pote anexomai
umôn; ferete moi auton ôde. 18kai epetimèsen autô o ièsous, kai exèlthen ap
autou to daimonion: kai etherapeuthè o pais apo tès ôras ekeinès. 19tote proselthontes
oi mathètai tô ièsou kat idian eipon, dia ti èmeis ouk èdunèthèmen ekbalein
auto; 20o de legei autois, dia tèn oligopistian umôn: amèn gar legô umin, ean
ecète pistin ôs kokkon sinapeôs, ereite tô orei toutô, metaba enthen ekei, kai
metabèsetai: kai ouden adunatèsei umin. 21sustrefomenôn 22de autôn en tè galilaia
eipen autois o ièsous, mellei o uios tou anthrôpou paradidosthai eis ceiras
anthrôpôn, 23kai apoktenousin auton, kai tè tritè èmera egerthèsetai. kai elupèthèsan
sfodra. 24elthontôn de autôn eis kafarnaoum prosèlthon oi ta didracma lambanontes
tô petrô kai eipan, o didaskalos umôn ou telei [ta] didracma; 25legei, nai.
kai elthonta eis tèn oikian proefthasen auton o ièsous legôn, ti soi dokei,
simôn; oi basileis tès gès apo tinôn lambanousin telè è kènson; apo tôn uiôn
autôn è apo tôn allotriôn; 26eipontos de, apo tôn allotriôn, efè autô o ièsous,
ara ge eleutheroi eisin oi uioi. 27ina de mè skandalisômen autous, poreutheis
eis thalassan bale agkistron kai ton anabanta prôton icthun aron, kai anoixas
to stoma autou eurèseis statèra: ekeinon labôn dos autois anti emou kai sou.