COMMENTAAR OP HET MATTEÜSEVANGELIE : ACHTENTWINTIGSTE HOOFDSTUK , MT 28 (verwijzingen) - Mt 28 - Mt 28,1-10 -- Mt 28,11-15 - Mt 28,16-20

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

Overzicht van het Matteüsevangelie : Mt 1 , Mt 2 , Mt 3 , Mt 4 , Mt 5 , Mt 6 , Mt 7 , Mt 8 , Mt 9 , Mt 10 , Mt 11 , Mt 12 , Mt 13 , Mt 14 , Mt 15 , Mt 16 , Mt 17 , Mt 18 , Mt 19 , Mt 20 , Mt 21 , Mt 22 , Mt 23 , Mt 24 , Mt 25 , Mt 26 , Mt 27 , Mt 28 .
Bijbeluitleg per pericope - Mt 28,1-10 - Mt 28,11-15 - Mt 28,16-20 -
Bijbeluitleg vers per vers - Mt 28,1 - Mt 28,2 - Mt 28,3 - Mt 28,4 - Mt 28,5 - Mt 28,6 - Mt 28,7 - Mt 28,8 - Mt 28,9 - Mt 28,10 - Mt 28,11 - Mt 28,12 - Mt 28,13 - Mt 28,14 - Mt 28,15 - Mt 28,16 - Mt 28,17 - Mt 28,18 - Mt 28,19 - Mt 28,20 -


Religie.opzijnbest.nl

ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenaam : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.bijbelleerhuis.be (zie bijbel) . WEBLOG : BIJBELLEERHUIS
Nieuwe website : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í , bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , mystiek , racisme , samenleving , sikhisme , NIEUWE RUBRIEK : SPIRITUALITEIT , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen - - Eigen-zinnige beschouwingen - Het kleine of grote ongenoegen -

Woordenschat
- didômi (geven) , zie Mt 28,18 .
- dôdeka (twaalf) , zie Mt 28,16 .
- entellô (bevelen, opdragen, vragen) , zie Mt 28,20 .
- exousia (macht) , zie Mt 28,18 .
- gè (aarde) , zie Mt 28,18 .
- hendeka (elf) , zie Mt 28,16 .
- ho (de) , zie Mt 28,18 .
- kathèmai (zich zetten, gaan zitten, zitten) , zie Mt 28,2 .
- kuliô (rollen) , zie Mt 28,2 .
- lidwoord , zie Mt 28,18 .
- mathèteuô (tot leerling maken) , zie Mt 28,19 .
- opse (laat) , zie Mt 28,1 .
- ouranos (hemel) , zie Mt 28,18 .
- tèreô (behouden, bewaren) , zie Mt 28,20 .
- thura (deur) , zie Mt 28,2 .
- tsâwâh (opdragen) , zie Mt 28,20 .
Bibliografie - Mt 28,1-10 b (zie ook Mc 16,1-8 b ) - Mt 28,16-20 b)
Literatuur
Liturgisch gebruik
- Mt 28,1-10 : Pasen . Paaswake A
- Mt 28,16-20 : H. Drie-eenheid B
Overzicht bijbelboeken : OT : Gn (Genesis ) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) -   Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende perikopen in het achtentwintigste hoofdstuk van het Matteüsevangelie :
351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12
352. Het omkopen van de wacht : Mt 28,11-15
353. Verschijning aan de elf in Galilea : Mt 28,16-20

351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mt 28,1-10 - Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- verwijzingen -- Mt 28,1 - Mt 28,2 - Mt 28,3 - Mt 28,4 - Mt 28,5 - Mt 28,6 - Mt 28,7 - Mt 28,8 - Mt 28,9 - Mt 28,10 -- Mt 28 -- Mt 28,11-15 - Mt 28,16-20 -

Evangelie van Pasen . Paaswake A : Mt 28,1-10 :
Na de sabbat, bij het aanbreken van de eerste dag der week, kwamen Maria Magdalena en de andere Maria naar het graf kijken. Plotseling ontstond er een hevige aardbeving en een engel van de Heer daalde uit de hemel, kwam naderbij, rolde de steen weg en zette zich daarop neer. Hij straalde als een bliksemschicht en zijn kleed was wit als sneeuw. De bewakers begonnen van schrik voor hem te beven en het leven scheen uit hen geweken. De engel sprak de vrouwen aan en zei: "Gij behoeft niet bevreesd te zijn; ik weet dat gij Jezus zoekt, de gekruisigde. Hij is niet hier, Hij is verrezen zoals Hij gezegd heeft; komt zien naar de plaats waar Hij gelegen heeft. Gaat nu terstond aan zijn leerlingen zeggen: Hij is verrezen van de doden, en nu gaat Hij u voor naar Galilea; daar zult gij Hem zien. Dat had ik u te zeggen." Terstond gingen zij weg van het graf, met vrees en grote vreugde, en haastten zich het nieuws aan zijn leerlingen over te brengen. En zie, Jezus kwam hen tegemoet en zeide: "Weest gegroet." Zij traden op Hem toe, omklemden zijn voeten en aanbaden Hem. Toen sprak Jezus tot hen: "Weest niet bevreesd. Gaat aan mijn broeders de boodschap brengen dat zij naar Galilea moeten gaan; daar zullen zij Mij zien."

1. Maria Magdalena en ... 2. beving + engel 3. de engel (verschijningsvorm) 4. de wachters 5. de engel  6. de vrouwen  7. de vrouwen tot Jezus
Mt 28,1 Mt 28,2 Mt 28,3 Mt 28,4 Mt 28,5 - Mt 28,6 - Mt 28,7   Mt 28,8   Mt 28,9  
  kai idou (en zie)          
2de woord : de (echter)   2de woord : de (echter) 2de woord : de (echter) 2de woord : de (echter)   2de woord : de (echter)

 

Mt 28,1 - Mt 28,1 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : - Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- verwijzingen -- Mt 28,1 - Mt 28,2 - Mt 28,3 - Mt 28,4 - Mt 28,5 - Mt 28,6 - Mt 28,7 - Mt 28,8 - Mt 28,9 - Mt 28,10 -- Mt 28 -- Mt 28,11-15 - Mt 28,16-20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Pasen . Paaswake A Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28:1 opse de sabbatôn tèi epifôskousèi eis mian sabbatôn èlthen | Maria hè Magdalènè kai hè allè Maria theôrèsai ton tafon  1 vespere autem sabbati quae lucescit in primam sabbati venit Maria Magdalene et altera Maria videre sepulchrum Na de sabbat echter , bij het oplichten op de eerste dag van de week , kwam Maria Magdalena, en de andere Maria , het graf zien . Na de sabbat, bij het aanbreken van de eerste dag der week, kwamen Maria Magdalena en de andere Maria naar het graf kijken.   [1] Na de sabbat, bij het aanbreken van de eerste dag van de week, gingen Maria van Magdala* en de andere Maria naar het graf kijken.  [1] Na de sabbat, toen de ochtend van de eerste dag van de week gloorde, kwam Maria uit Magdala met de andere Maria naar het graf kijken. 1 ¶ Laat op de sabbat,  in het oplichten van de eerste van de sabbatsweek, komt Maria Magdalena, en ook de andere Maria, om de begraafplaats te aanschouwen.   1. Après le jour du sabbat, comme le premier jour de la semaine commençait à poindre, Marie de Magdala et l'autre Marie vinrent visiter le sépulcre.

Persoonlijke vertaling : Na de sabbat echter bij het ochtendgloren van de eerste dag van het wekenfeest ging Maria van Magdala en de andere Maria naar het graf kijken .

Tekstanalyse van Mt 28,1 . Met een losse genitief in Mt 2,1 wordt de situatie geschetst dat Jezus geboren is en gaan Wijzen op weg . In Mt 28,1 gaan twee vrouwen naar het graf kijken . Geboorte en graf omsluiten het verhaal van het Matteüsevangelie .

1. opse (laat) . Verwijzing : opse (laat) , zie Mt 28,1 . Het komt in zeven verzen in de bijbel voor . In vier verzen in het O.T. . : (1) Gn 24,11 : de dienaars van Abraham wachten bij de bron tot 's avonds wanneer de vrouwen water komen putten , onder wie Rebecca . (2) Ex 30,8 (reukoffer bij avond) . (3) Js 5,11 . (4) Jr 2,23 . In drie verzen in het N.T. : (1) Mt 28,1 . (2) Mc 11,19 . (3) Mc 13,35 .

Mt 28,2 - Mt 28,2 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : - Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- verwijzingen -- Mt 28,1 - Mt 28,2 - Mt 28,3 - Mt 28,4 - Mt 28,5 - Mt 28,6 - Mt 28,7 - Mt 28,8 - Mt 28,9 - Mt 28,10 -- Mt 28 -- Mt 28,11-15 - Mt 28,16-20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Pasen . Paaswake A Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28:2 kai idou seismos egeneto megas aggelos gar kuriou katabas ex ouranou kai proselthôn apekulisen ton lithon kai ekathèto epanô autou  2 et ecce terraemotus factus est magnus angelus enim Domini descendit de caelo et accedens revolvit lapidem et sedebat super eum  En zie, er ontstond een grote aardbeving ; een engel immers van de Heer daalde af uit de hemel en naderde (en) wentelde de steen weg .   Plotseling ontstond er een hevige aardbeving en een engel van de Heer daalde uit de hemel, kwam naderbij, rolde de steen weg en zette zich daarop neer.   [2] Plotseling kwam er een zware aardbeving. Want een engel van de Heer daalde uit de hemel neer, kwam naderbij, rolde de steen weg en ging erop zitten.   [2] Plotseling begon de aarde hevig te beven, want een engel van de Heer daalde af uit de hemel, liep naar het graf, rolde de steen weg en ging erop zitten.   2 En zie, er geschiedt een groot beven. Want een engel van de Heer daalt neer uit de hemel, komt naderbij, wentelt de steen weg en gaat er bovenop zitten.  2. Et voilà qu'il se fit un grand tremblement de terre : l'Ange du Seigneur descendit du ciel et vint rouler la pierre, sur laquelle il s'assit.

Tekstanalyse van Mt 28,2

- Mt 8,24 : kai idou seismos megas egeneto = en zie er was een grote beving .
- Mt 28,2 : kai idou seismos egeneto megas = en zie een beving was groot .

1. kai (en) , zie Mt 1,2 . Nevenschikkend voegwoord . In 705 verzen bij Matteüs . In Mt 28,2 leidt kai (en) een nevenschikkende zin in . Er is verandering van personage ; we zouden dan eerder de (echter) verwachten , maar meestal hebben we de constructie kai idou (en zie) en niet idou de (zie echter) .

2. idou (zie) . Verwijzing : idou (zie) , zie Mt 1,20 . Het duidt een verandering van situatie aan . In vijf verzen in Mt 28 : (1) Mt 28,2 . (2) Mt 28,7 . (3) Mt 28,9 . (4) Mt 28,11 . (5) Mt 28,20 . In vier van de vijf verzen staat kai idou (en zie) , niet in Mt 28,11 . Na de beginsituatie (Mt 28,1) wordt "de verandering" aangevat met kai idou (en zie) . Het vestigt meestal de aandacht op het onderwerp dat op idou (zie) volgt . Dat onderwerp is het personage dat de verandering veroorzaakt .

3. seismos (beving, trilling) , zie Mt 8,24 .

6. - 8. aggelos gar kuriou (want een engel van de Heer) . aggelos kuriou (de engel van de Heer) . Verwijzing : aggelos (engel) , zie Mt 13,41 . In vijf verzen bij Matteüs : (1) Mt 1,20 (losse genitief + idou + ) . (2) Mt 1,24 (uitvoering van wat in Mt 1,20 werd opgedragen) . (3) Mt 2,13 (losse genitief + idou + ) . (4) Mt 2,19 (losse genitief + idou + ) . (5) Mt 28,2 : aggelos gar kuriou (want een engel van de Heer) . In drie verzen gaat een losse genitief , gevolgd door idou (zie) vooraf .

12. - 16 . kai proselthôn apekulisen ton lithon (en naderbijgekomen rolde hij de steen weg) . Dit is een woordelijke overeenkomst met de LXX van Gn 29,10 .

14. apekulisen (hij rolde weg) . Actief aorist derde persoon enkelvoud . Slechts in Gn 29,10 en Mt 28,2 .
- kuliô (rollen) . Verwijzing : kuliô (rollen) , zie Mt 28,2 . Vormen van apokuliô (wegrollen) in : Gn 29,10 . Mc 16,3 : apokulisei (hij zal wegrollen) . Mc 16,4 : apokekulistai (hij is weggerold) . Mt 28,2 : apekulisen (hij rolde weg) . Lc 24,2 : apokekulismenon (weggerold) .
- apokuliô (wegrollen) .
De evangelisten maken gebruik van het verhaal van Jakob die de steen van de put wegrolt om de schapen van Rachel te laten drinken . Zoals de steen van de waterput leven of dood betekent , zo ook de steen van het graf .
--- apokulisei (hij zal wegrollen) . Indicatief futurum derde persoon enkelvoud . In deze vorm enkel in Mc 16,3 .
--- apokekulistai (hij is weggerold) . Slechts in Mc 16,4 .
- proskuliô (aanrollen, bijrollen) .
--- prosekulisen (hij rolde bij, op) : Mc 15,46
--- proskulisas (aangerold) : Mt 27,61

- thura (deur) . Verwijzing : thura (deur) , zie Mt 28,2 en Mc 1,33 . Thura of thurai kan nominatief of datief enkelvoud zijn . Het komt in zesentwintig verzen in de bijbel voor . In zeventien verzen in het O.T. . In negen verzen in het N.T. . Het is de vertaling van het Hebreeuwse dâlèth (de medeklinkers daleth en lameth liggen dicht bij elkaar -> d eu r) . Het is toch merkwaardig dat de opening (de ingang) van het graf deur wordt genoemd . Een deur heeft de functie om in- en uit te gaan . Dat kan toch niet het geval zijn bij een graf . Normalerwijze dient de steen toch om af te sluiten .
--- thuras (deur) . Het kan genitief enkelvoud en accusatief meervoud zijn . Het komt in achtennegentig verzen in de bijbel voor . In negentig verzen in het O.T. . In acht verzen in het N.T.
--- thuran is accusatief enkelvoud . Het komt in tweeënzeventig verzen in de bijbel voor . In zestig verzen in het O.T. en in twaalf verzen in het N.T.
--- thurôn . Genitief meervoud . In veertien verzen in de bijbel . In tien verzen in het O.T. . In vier verzen in het N.T. : Joh 20,19 en Joh 20,26

Mc 15,46 Mc 16,3 Mt 27,60 Mt 28,2 Gn 29,2   Gn 29,2 LXX  Gn 29,10   Gn 29,10 LXX 
kai (en)   kai (en) kai proselthôn (en naderbijgekomen)     wajjiggasj Ja`aqobh (En Jakob kwam naderbij) kai proselthôn Iakôb (en Jakob naderbijgekomen)
prosekulisen lithon (hij rolde een steen ernaartoe)  tís apokulisei hèmin ton lithon (wie zal wegrollen voor ons de steen)  proskulisas lithon megan (en een grote steen ernaartoe gerold) apekulisen ton lithon (rolde hij de steen weg)     wajjâggèl è´th hâ´èbhèn (en hij rolde de steen weg) apekulisen ton lithon (rolde hij de steen weg)
epi tèn thuran tou mnèmeiou (bij de deur van het aandenken) ek tès thuras tou mnèmeiou (van de deur van het aandenken)  tèi thurai tou mnèmeiou (bij de deur van het aandenken)        me`al pî habbë´er (van de opening van de put) apo tou stomatos tou freatos (van de opening van de put)
  èn gar megas sfodra (hij was geweldig groot)     wëhâ´èbhèn gëdolah `al pi habbë´er (en de steen was groot op de opening van de put) lithos de èn megas epi tôi stomati tou freatos (de steen echter was groot op de opening van de put)    
349. Begrafenis van Jezus : Mc 15,42-47 - Mt 27,57-61 - Lc 23,50-56a - 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 349. Begrafenis van Jezus : Mc 15,42-47 - Mt 27,57-61 - Lc 23,50-56a - 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 - Jakobs verblijf bij Laban : Gn 29,1-30 -      

18. ekathèto (hij ging zitten) . Imperfectum derde persoon enkelvoud .
- kathèmai (zich zetten, gaan zitten, zitten) . Verwijzing : kathèmai (zich zetten, gaan zitten, zitten) , zie Mt 28,2 . Het komt in drieënveertig verzen in de bijbel voor . In tweeëndertig verzen in het O.T. . In elf verzen in het N.T. . In vijf verzen bij Matteüs .

Betekenis van Mt 28,3

In het verhaal van het lege graf hebben de synoptici gebruik gemaakt van het verhaal van Jakob bij de put (Gn 29,1-11 - Gn 29) . Jakob is gevlucht voor zijn broer Esau . Op zijn vlucht komt hij bij een waterput waar drie kudden schapen liggen te wachten om water te putten . Daar ontmoet hij Rachel . Hij rolt de steen weg van de waterput en geeft de schapen van Rachel te drinken . Deze waterput betekent leven voor de schapen . Bij deze put ontstaat ook een nieuwe toekomst , want Rachel zal later de vrouw van Jakob worden .
In nog twee andere verhalen gebeurt iets gelijkaardigs . In Gn 24 worden enkele dienaars van Abraham erop uitgestuurd om een vrouw voor Isaak te zoeken . Bij een waterput ontmoeten zij Rebekka , die de vrouw van Isaak zal worden . In het N.T. vinden we het verhaal van Jezus in gesprek met de Samaritaanse vrouw bij de waterput (Joh 4) .
In Ex 2,16-22 (Ex 2) is Mozes op de vlucht voor de farao van Egypte . Hij ontmoet er bij de waterput van de kudden de zeven dochters van de priesters Jethro . Met één van hen zal Mozes later huwen .
Het wegrollen van de steen betekent de mogelijkheid scheppen om water te putten en de dieren te drinken te geven . Het is toegang krijgen tot de bron van leven . De ontmoeting van Jakob en Rachel is de bron van toekomst , van elkaar huwen en nageslacht .
Het wegrollen van de steen bij het graf betekent de deur naar nieuw leven openen . Want hoe tegenstrijdig het ook moge klinken , de plaats die beschouwd wordt als een plaats van de dood is een plaats van leven . Zo zingt een lied : Midden in de dood is het leven .
Vanuit deze gedachten kan het doopsel gezien worden als een afdalen naar de bron , om eruit op te stijgen als nieuw geborene .
Ook het verhaal van de lamme (Mc 2,1-12) krijgt een diepere betekenis . De vier dragers van de lamme kunnen niet bij Jezus komen vanwege de menigte . Zij klimmen op het dak , maken een opening en laten de lamme voor Jezus' voeten neerdalen , de bron van leven . Na afgedaald te zijn tot de bron van het leven kan de lamme opstaan .

Mt 28,3 - Mt 28,3 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : - Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- verwijzingen -- Mt 28,1 - Mt 28,2 - Mt 28,3 - Mt 28,4 - Mt 28,5 - Mt 28,6 - Mt 28,7 - Mt 28,8 - Mt 28,9 - Mt 28,10 -- Mt 28 -- Mt 28,11-15 - Mt 28,16-20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Pasen . Paaswake A Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28:3 èn de è eidea autou ôs astrapè kai to enduma autou leukon ôs ciôn  3 erat autem aspectus eius sicut fulgur et vestimentum eius sicut nix  Zijn voorkomen nu was als de bliksam en zijn kleding wit als sneeuw .  Hij straalde als een bliksemschicht en zijn kleed was wit als sneeuw.  [3] Zijn uiterlijk schitterde als een bliksemflits en zijn kleding was wit als sneeuw.  [3] Hij lichtte als een bliksem en zijn kleding was wit als sneeuw.  3 Zijn aanzien is als een bliksem, en zijn kleding wit als sneeuw.  3. Il avait l'aspect de l'éclair, et sa robe était blanche comme neige. 

 

Mt 28,4 - Mt 28,4 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : - Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- verwijzingen -- Mt 28,1 - Mt 28,2 - Mt 28,3 - Mt 28,4 - Mt 28,5 - Mt 28,6 - Mt 28,7 - Mt 28,8 - Mt 28,9 - Mt 28,10 -- Mt 28 -- Mt 28,11-15 - Mt 28,16-20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Pasen . Paaswake A Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28:4 apo de tou fobou autou eseisthèsan oi tèrountes kai egenèthèsan ôs nekroi   4 prae timore autem eius exterriti sunt custodes et facti sunt velut mortui  De bewakers nu beefden van vrees voor hem .   De bewakers begonnen van schrik voor hem te beven en het leven scheen uit hen geweken.   [4] De wachters beefden van angst en werden lijkbleek  [4] De bewakers beefden van angst en vielen als dood neer.   4 Van vrees voor hem béven de bewakers en worden ze als doden.  4. A sa vue, les gardes tressaillirent d'effroi et devinrent comme morts. 

Mt 28,5 - Mt 28,5 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : - Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- verwijzingen -- Mt 28,1 - Mt 28,2 - Mt 28,3 - Mt 28,4 - Mt 28,5 - Mt 28,6 - Mt 28,7 - Mt 28,8 - Mt 28,9 - Mt 28,10 -- Mt 28 -- Mt 28,11-15 - Mt 28,16-20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Pasen . Paaswake A Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28:5 apokritheis de ho aggelos eipen tais gunaixin mè fobeisthe humeis oida gar hoti Ièsoun ton estaurômenon zèteite 5 respondens autem angelus dixit mulieribus nolite timere vos scio enim quod Iesum qui crucifixus est quaeritis  De engel echter antwoordde (en) zei aan de vrouwen : "Vrezen jullie niet , ik weet dat je Jezus de gekruisigde zoekt ;   De engel sprak de vrouwen aan en zei: "Gij behoeft niet bevreesd te zijn; ik weet dat gij Jezus zoekt, de gekruisigde.   . [5] De engel zei tegen de vrouwen: ‘U hoeft niet bang te zijn, want ik weet dat u Jezus zoekt die gekruisigd is.   [5] De engel richtte zich tot de vrouwen en zei: ‘Wees niet bang, ik weet dat jullie Jezus, de gekruisigde, zoeken.  5 Maar ten antwoord zegt de engel tot de vrouwen: weest gíj niet bevreesd; ik weet immers dat ge Jezus zoekt, de gekruisigde;  5. Mais l'ange prit la parole et dit aux femmes : « Ne craignez point, vous : je sais bien que vous cherchez Jésus, le Crucifié. 

Tekstuitleg van Mt 28,5 . Aan Mt 28,5 gaat geen vraag vooraf ; wel een reactie van vrees en beven op de verschijning van de engel . De inleidingsformule bestaat uit zeven woorden en vijftien lettergrepen . Er is verandering van personage . Dit wordt aangegeven door het gebruik van het partikel de (echter) . De engel is een tussenpersoon , een boodschapper , en ook de vrouwen zijn tussenpersonen , die de boodschap zullen moeten doorgeven . De engel geeft antwoord op de onuitgesproken vraag van de vrouwen waar Jezus is , vermits zij het graf geopend en leeg vinden .

1. apokritheis (beantwoord) . In drieënveertig verzen bij Matteüs , zie Mt 11,4 . +

Mt 28,6 - Mt 28,6 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : - Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- verwijzingen -- Mt 28,1 - Mt 28,2 - Mt 28,3 - Mt 28,4 - Mt 28,5 - Mt 28,6 - Mt 28,7 - Mt 28,8 - Mt 28,9 - Mt 28,10 -- Mt 28 -- Mt 28,11-15 - Mt 28,16-20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Pasen . Paaswake A Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28:6 ouk estin hôde ègerthè gar kathôs eipen deute idete ton topon hopou ekeito  6 non est hic surrexit enim sicut dixit venite videte locum ubi positus erat Dominus   hij is niet hier , hij is immers opgewekt zoals hij gezegd heeft . Komaan , zie de plaats waar hij gelegen heeft .   Hij is niet hier, Hij is verrezen zoals Hij gezegd heeft; komt zien naar de plaats waar Hij gelegen heeft.  [6] Hij is niet hier: Hij is tot leven gewekt, zoals Hij gezegd heeft. Kom, kijk naar de plaats waar Hij gelegen heeft.  [6] Hij is niet hier, hij is immers opgestaan, zoals hij gezegd heeft. Kijk maar, dat is de plaats waar hij gelegen heeft.  6 hij is niet hier, want hij is opgewekt, zoals hij heeft gezegd; komt, ziet de plek waar hij heeft gelegen;   6. Il n'est pas ici, car il est ressuscité comme il l'avait dit. Venez voir le lieu où il gisait,  

Mt 28,7 - Mt 28,7 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : - Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- verwijzingen -- Mt 28,1 - Mt 28,2 - Mt 28,3 - Mt 28,4 - Mt 28,5 - Mt 28,6 - Mt 28,7 - Mt 28,8 - Mt 28,9 - Mt 28,10 -- Mt 28 -- Mt 28,11-15 - Mt 28,16-20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Pasen . Paaswake A Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28:7 kai tachu poreutheisai eipate tois mathètais autou hoti ègerthè apo tôn nekrôn kai idou proagei humas eis tèn Galilaian ekei auton opsesthe idou eipon humin   7 et cito euntes dicite discipulis eius quia surrexit et ecce praecedit vos in Galilaeam ibi eum videbitis ecce praedixi vobis  En ga vlug , zeg aan zijn leerlingen : Hij is opgewekt uit de doden , en zie , hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je hem zien ; zie , ik heb het je gezegd ".   Gaat nu terstond aan zijn leerlingen zeggen: Hij is verrezen van de doden, en nu gaat Hij u voor naar Galilea; daar zult gij Hem zien. Dat had ik u te zeggen."   [7] Ga snel tegen zijn leerlingen zeggen: “Hij is uit de doden opgewekt, en zie, Hij gaat voor u uit naar Galilea; daar zult u Hem zien.” Dit had ik u te zeggen.’  [7] En ga nu snel naar zijn leerlingen en zeg hun: “Hij is opgestaan uit de dood, en dit moeten jullie weten: hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je hem zien.” Dat is wat ik jullie te zeggen had.’  7 maakt snel voort en zegt aan zijn leerlingen dat hij is opgewekt uit de doden, en zie, hij gaat u vóór naar Galilea,– dáár zult ge hem zien; zie, dit had ik u te zeggen!  7. et vite allez dire à ses disciples : Il est ressuscité d'entre les morts, et voilà qu'il vous précède en Galilée; c'est là que vous le verrez. Voilà, je vous l'ai dit.» 

3. poreutheisai (zich op weg begeven) , zie Mt 2,9 en poreuomai (zich op weg begeven) .. Participium nominatief vrouwelijk meervoud . In drie verzen in de bijbel . In twee verzen in het O.T. . In één vers in het N.T. nl. Mt 28,7 .
--- poreuthentes (zich op weg begeven) . In zesentwintig verzen in de bijbel . In elf verzen in het O.T. . In vijftien verzen in het N.T. . In zeven verzen bij Matteüs . In één vers bij Marcus . In zeven verzen bij Lucas . Bij Matteüs : (1) Mt 2,8 . (2) Mt 9,13 . (3) Mt 11,4 . (4) Mt 21,6 . (5) Mt 22,15 . (6) Mt 27,66 . (7) Mt 28,19 . In vijf van de acht teksten volgt een imperatief tweede persoon meervoud .

Jezus gaat slechts tweemaal naar Galilaia (Galilea) . De eerste maal is het om als leraar op te treden , de tweede maal als verrezene (waar hij zijn leerlingen verzamelt) . zie Mc 1,9-11 . Zie ook hieronder bij Mt 28,16-20 .

1. 2. 3. 4. 5.
Mt 4,12 Mt 26,32 Mt 28,7 Mt 28,10 Mt 28,16
    kai tachu poreutheisai (en vlug vertrokken zijnde) hupagete (ga) hoi de hendeka (de elf echter)
    eipate tois mathètais autou (zeg aan zijn leerlingen) apaggeilate tois adelfois mou (meld aan mijn broeders)  
Akousas de hoti paredothè (Gehoord echter dat Johannes was uitgeleverd) meta de to egerthènai me (nadat echter ik ben verrezen hoti ègerthè apo tôn nekrôn (dat hij is opgewekt uit de doden)    eporeuthèsan (gingen)
anechôrèsen (week hij uit) proaksô humas (zal ik je voorgaan)   kai idou proagei humas (en zie hij gaat je voor) hina (opdat) apelthôsin zouden vertrekken)  
eis (naar) eis (naar) tèn Galilaian (Galilea) eis (naar) tèn Galilaian (Galilea) eis (naar) tèn Galilaian (Galilea) eis (naar) tèn Galilaian (Galilea)
    ekei auton opsesthe (daar hem zult gij zien) kakei me opsontai (en daar zullen zij mij zien)  
    idou eipon humin (zie ik heb het je gezegd)   17. kai idontes auton (en hem gezien hebbende)
21. Begin van Jezus'optreden in Galilea : Mc 1,14-15 - Mt 4,12-17 - Lc 4,14-15 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39   351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12  353. Verschijning aan de elf in Galilea : Mt 28,16-20

Wellicht in Galilea werd na Jezus' dood zijn boodschap verder verkondigd en ontstonden er de eerste christelijke gemeenschappen .

Mt 28,8 - Mt 28,8 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : - Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- verwijzingen -- Mt 28,1 - Mt 28,2 - Mt 28,3 - Mt 28,4 - Mt 28,5 - Mt 28,6 - Mt 28,7 - Mt 28,8 - Mt 28,9 - Mt 28,10 -- Mt 28 -- Mt 28,11-15 - Mt 28,16-20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Pasen . Paaswake A Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28:8 kai apelthousai tachu apo tou mnèmeiou meta fobou kai charas megalès edramon apaggeilai tois mathètais autou   8 et exierunt cito de monumento cum timore et magno gaudio currentes nuntiare discipulis eius  8 En vlug heengaand van de grafkamer met vrees en grote vreugde, liepen ze om het te boodschappen aan zijn leerlingen.  Terstond gingen zij weg van het graf, met vrees en grote vreugde, en haastten zich het nieuws aan zijn leerlingen over te brengen.  [8] Ze gingen snel van het graf weg, vol angst en met grote vreugde, en ze liepen hard om het aan zijn leerlingen te vertellen.  
[8] Ontzet en opgetogen verlieten ze haastig het graf om het aan zijn leerlingen te gaan vertellen. 
8 Snel gaan ze weg van het graf, in vreze en grote vreugde, en haasten zich om het aan zijn leerlingen te verkondigen.    8. Quittant vite le tombeau, tout émues et pleines de joie, elles coururent porter la nouvelle à ses disciples.  

Mt 28,9 - Mt 28,9 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : - Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- verwijzingen -- Mt 28,1 - Mt 28,2 - Mt 28,3 - Mt 28,4 - Mt 28,5 - Mt 28,6 - Mt 28,7 - Mt 28,8 - Mt 28,9 - Mt 28,10 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Pasen . Paaswake A Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28:9 kai idou ièsous upèntèsen autais legôn cairete ai de proselqousai ekratèsan autou tous podas kai prosekunèsan autôi   9 et ecce Iesus occurrit illis dicens havete illae autem accesserunt et tenuerunt pedes eius et adoraverunt eum  9 En zie, Jezus kwam hen tegemoet, zeggend: “Wees gegroet!” Zij nu naderden (en) grepen zijn voeten, en knielden voor hem neer.  En zie, Jezus kwam hen tegemoet en zeide: "Weest gegroet." Zij traden op Hem toe, omklemden zijn voeten en aanbaden Hem.  [9] En zie, Jezus kwam hun tegemoet. ‘Gegroet’, zei Hij. Ze gingen naar Hem toe, grepen Hem bij de voeten vast en vielen voor Hem op de knieën.  [9] Op dat moment kwam Jezus hun tegemoet en groette hen. Ze liepen op hem toe, grepen zijn voeten vast en bewezen hem eer.   9 En zie, Jezus komt hun tegemoet en zegt: met vreugde gegroet! Zij treden nader, grijpen zijn voeten vast en bewijzen hem hulde.  9. Et voici que Jésus vint à leur rencontre : « Je vous salue », dit-il. Et elles de s'approcher et d'étreindre ses pieds en se prosternant devant lui.  

16. prosekunèsan (zij knielden bij) , zie Mt 2,11 . In. vier verzen bij Matteüs : (1) Mt 2,11 . (2) Mt 14,33 . (3) Mt 28,9 . (4) Mt 28,17 . Wijzen , leerlingen en leerlingen-vrouwen knielen voor Jezus . Het is een reactie op een Godsopenbaring .

Mt 28,10 - Mt 28,10 : 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : - Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -- verwijzingen -- Mt 28,1 - Mt 28,2 - Mt 28,3 - Mt 28,4 - Mt 28,5 - Mt 28,6 - Mt 28,7 - Mt 28,8 - Mt 28,9 - Mt 28,10 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Pasen . Paaswake A Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28:10 tote legei autais o Ièsous mè fobeisthe upagete apaggeilate tois adelfois mou ina apelthôsin eis tèn Galilaian kakei me opsontai  10 tunc ait illis Iesus nolite timere ite nuntiate fratribus meis ut eant in Galilaeam ibi me videbunt  10 Toen zei Jezus hun: “Vrees niet! Ga heen, verkondig aan mijn broeders dat ze heengaan* naar Galilea, en daar zullen ze mij zien.”  Toen sprak Jezus tot hen: "Weest niet bevreesd. Gaat aan mijn broeders de boodschap brengen dat zij naar Galilea moeten gaan; daar zullen zij Mij zien."  [10] Toen zei Jezus hun: ‘Wees niet bang. Ga mijn broeders vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan. Daar zullen ze Mij zien.’  [10] Daarop zei Jezus: ‘Wees niet bang. Ga mijn broeders vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan, daar zullen ze mij zien.’  10 Dan zegt Jezus tot hen: weest niet bevreesd!– gaat heen, verkondigt aan mijn broeders dat ze moeten weggaan naar Galilea, en dáár zullen ze mij zien!  10. Alors Jésus leur dit : « Ne craignez point ; allez annoncer à mes frères qu'ils doivent partir pour la Galilée, et là ils me verront. » 

352. Het omkopen van de wacht : Mt 28,11-15 - Mt 28,11-15 -- verwijzingen -- Mt 28,11 - Mt 28,12 - Mt 28,13 - Mt 28,14 - Mt 28,15 -- Mt 28 - Mt 28,1-10 - Mt 28,16-20 -

Mt 28,11 - Mt 28,11 : 352. Het omkopen van de wacht - Mt 28,11-15 -- verwijzingen -- Mt 28,11 - Mt 28,12 - Mt 28,13 - Mt 28,14 - Mt 28,15 -- Mt 28 - Mt 28,1-10 - Mt 28,16-20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28:11 poreuomenôn de autôn idou tines tès koustôdias elthontes eis tèn polin apèggeilan tois archiereusin hapanta ta genomena   11 quae cum abissent ecce quidam de custodibus venerunt in civitatem et nuntiaverunt principibus sacerdotum omnia quae facta fuerant   Terwijl ze nu gingen , zie , enigen van de wacht gingen naar de stad (en) boodschapten aan de hogepriesters alle dingen die gebeurd waren .   11 En als zij heengingen, ziet, enigen van de wacht kwamen in de stad, en boodschapten den overpriesters al de dingen, die geschied waren.  [11] Ze waren nog onderweg toen enkelen van de wacht naar de stad gingen om aan de hogepriesters alles te vertellen wat er was voorgevallen.  [11] Terwijl de vrouwen onderweg waren, gingen enkele van de bewakers naar de stad. Daar vertelden ze de hogepriesters alles wat er gebeurd was.  11 ¶ Maar terwijl zij voortmaken, zie, enkelen van de wacht komen de stad in en verkondigen aan de overpriesters alles wat is geschied.   11. Tandis qu'elles s'en allaient, voici que quelques hommes de la garde vinrent en ville rapporter aux grands prêtres tout ce qui s'était passé.

Persoonlijke vertaling . Terwijl zij zich echter op weg begaven zie sommigen van de wacht kwamen in de stad al het gebeurde aan de hogepriesters berichten .

Tekstuitleg van Mt 28,11

8. elthontes (gegaan, gekomen) , zie Mt 8,14 . In elf verzen bij Matteüs : (1) Mt 2,11 (de wijzen) . (2) Mt 9,10 . (3) Mt 14,12 . (4) Mt 16,5 . (5) Mt 18,31 . (6) Mt 20,9 . (7) Mt 20,10 . (8) Mt 27,33 . (9) Mt 27,64 . (10) Mt 28,11 (de wachters bij het graf) . (11) Mt 28,13 .

Mt 28,12 - Mt 28,12 : 352. Het omkopen van de wacht - Mt 28,11-15 -- verwijzingen -- Mt 28,11 - Mt 28,12 - Mt 28,13 - Mt 28,14 - Mt 28,15 -- Mt 28 - Mt 28,1-10 - Mt 28,16-20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28:12 kai sunachthentes meta tôn presbuterôn sumboulion te labontes arguria ikana edôkan tois stratiôtais   12 et congregati cum senioribus consilio accepto pecuniam copiosam dederunt militibus  En na vergaderd te hebben met de oudsten en een besluit gebomen te hebben , gaven ze veel geld aan de soldaten ,  12 En zij vergaderd zijnde met de ouderlingen, en te zamen raad genomen hebbende, gaven zij den krijgsknechten veel gelds,   [12] Die kwamen samen met de oudsten en namen een besluit. Ze gaven de soldaten een flink bedrag,   [12] Die vergaderden met de oudsten en besloten de soldaten een flinke som geld te geven  12 In een vergadering met de oudsten nemen zij een raadsbesluit en geven rijkelijk zilverstukken aan de soldaten,   12. Ceux-ci tinrent une réunion avec les anciens et, après avoir délibéré, ils donnèrent aux soldats une forte somme d'argent, 

Mt 28,13 - Mt 28,13 : 352. Het omkopen van de wacht - Mt 28,11-15 -- verwijzingen -- Mt 28,11 - Mt 28,12 - Mt 28,13 - Mt 28,14 - Mt 28,15 -- Mt 28 - Mt 28,1-10 - Mt 28,16-20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28:13 legontes eipate oti oi mathètai autou nuktos elthontes eklepsan auton èmôn koimômenôn   13 dicentes dicite quia discipuli eius nocte venerunt et furati sunt eum nobis dormientibus  zeggend : "Zeg : zijn leerlingen zijn 's nachts gekomen (en) hebben hem gestolen terwijl we sliepen .   13 En zeiden: Zegt: Zijn discipelen zijn des nachts gekomen, en hebben Hem gestolen, als wij sliepen.   [13] met de opdracht: ‘Zeg maar: “Zijn leerlingen zijn Hem ’s nachts komen stelen terwijl wij sliepen.”  [13] en hun op te dragen: ‘Zeg maar: “Zijn leerlingen zijn ’s nachts gekomen en hebben hem heimelijk weggehaald terwijl wij sliepen.”  13 zeggend: zegt dat zijn leerlingen vannacht toen wij sliepen hem zijn komen stelen!   13. avec cette consigne : « Vous direz ceci : «Ses disciples sont venus de nuit et l'ont dérobé tandis que nous dormions. » 

Persoonlijke vertaling . zeggende :"Zegt : Zijn leerlingen kwamen hem 's nachts stelen terwijl wij sliepen

Tekstuitleg van Mt 28,13

8. elthontes (gegaan, gekomen) , zie Mt 8,14 . In elf verzen bij Matteüs : (1) Mt 2,11 (de wijzen) . (2) Mt 9,10 . (3) Mt 14,12 . (4) Mt 16,5 . (5) Mt 18,31 . (6) Mt 20,9 . (7) Mt 20,10 . (8) Mt 27,33 . (9) Mt 27,64 . (10) Mt 28,11 (de wachters bij het graf) . (11) Mt 28,13 . Zijn leerlingen kwamen hem stelen .

Mt 28,14 - Mt 28,14 : 352. Het omkopen van de wacht - Mt 28,11-15 -- verwijzingen -- Mt 28,11 - Mt 28,12 - Mt 28,13 - Mt 28,14 - Mt 28,15 -- Mt 28 - Mt 28,1-10 - Mt 28,16-20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28:14 kai ean akousqè touto epi tou ègemonos èmeis peisomen | | [auton] | kai umas amerimnous poièsomen   14 et si hoc auditum fuerit a praeside nos suadebimus ei et securos vos faciemus   En als dit bij de landvoogd gehoord mocht worden , zullen we (hem) wel overtuigen en jullie onbezorgd laten gaan . " 14 En indien zulks komt gehoord te worden van den stadhouder, wij zullen hem tevreden stellen, en maken, dat gij zonder zorg zijt.   [14] Als dat de gouverneur ter ore komt, zullen wij hem wel bepraten, zodat jullie je geen zorgen hoeven te maken.’  [14] En mocht dit de prefect ter ore komen, dan zullen wij hem wel bepraten en ervoor zorgen dat jullie buiten schot blijven.’  14 en mocht dit gehoord worden door de landvoogd, dan zullen wij hem overreden en maken dat gij geen zorgen krijgt!   14. Que si l'affaire vient aux oreilles du gouverneur, nous nous chargeons de l'amadouer et de vous épargner tout ennui. »  

Mt 28,15 - Mt 28,15 : 352. Het omkopen van de wacht - Mt 28,11-15 -- verwijzingen -- Mt 28,11 - Mt 28,12 - Mt 28,13 - Mt 28,14 - Mt 28,15 -- Mt 28 - Mt 28,1-10 - Mt 28,16-20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28:15 oi de labontes ta | arguria epoièsan ôs edidathèsan kai diefèmisthè o logos outos para ioudaiois mechri tès sèmeron [èmeras] 15 at illi accepta pecunia fecerunt sicut erant docti et divulgatum est verbum istud apud Iudaeos usque in hodiernum diem   Zij nu namen het geld (en) deden zoals hun geleerd was . En dit woord werd bij Joden verbreid tot op de dag van vandaag .   15 En zij, het geld genomen hebbende, deden, gelijk zij geleerd waren. En dit woord is verbreid geworden bij de Joden tot op den huidigen dag.  [15] Ze namen het geld aan en handelden volgens deze aanwijzingen. En dit verhaal gaat rond onder de Joden tot op de dag van vandaag.  [15] Ze namen het geld aan en deden zoals hun was opgedragen. En tot op de dag van vandaag doet dit verhaal onder de Joden de ronde.  15 Zij nemen de zilverstukken aan en doen zoals zij onderricht zijn. Dat woord is bij de Judeeërs verbreid tot op vandaag.   15. Les soldats, ayant pris l'argent, exécutèrent la consigne, et cette histoire s'est colportée parmi les Juifs jusqu'à ce jour.  

353. Verschijning aan de elf in Galilea : Mt 28,16-20 - Mt 28,16-20 -- verwijzingen -- Mt 28,16 - Mt 28,17 - Mt 28,18 - Mt 28,19 - Mt 28,20 -- Mt 28,1-10 -- Mt 28,11-15 -- Mt 28 -

Evangelielezing op H. Drie-eenheid B : Mt 28,16-20 :
De elf leerlingen begaven zich naar Galilea, naar de berg die Jezus hun aangewezen had. Toen zij Hem zagen wierpen ze zich in aanbidding neer; sommigen echter twijfelden. Jezus trad nader en sprak tot hen: "Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld."

"De korte maar majesteitelijke afscheidsscène van het evangelie bestaat uit twee delen, een beschrijvend deel en de woorden van de Heer (Mt 28,16 - Mt 28,17) en (Mt 28,18 - Mt 28,19 - Mt 28,20). Beide delen kunnen weer in drie onderdelen uitgelegd worden. Het eerste deel bestaat uit de tocht naar de berg van de Heer; de verschijning en de reactie daarop nl. de aanbidding en de twijfel. De woorden van Jezus bestaan uit het Machtswoord, de opdracht en de belofte" (BOUWMAN, G., Oud en nieuw. Over het evangelie van Matteüs, Averbode, Altiora, 1986, p.149) .

Wat Jezus gezegd en gedaan heeft, mag niet verloren gaan . Zijn 'werk' moet verder gezet worden . Dat is de wens van Jezus . Hiervan worden de elf leerlingen overtuigd. Ze weten en vertrouwen erop dat Jezus hen vergeeft dat zij hem in de steek hebben gelaten . Zoals Jezus hen verzamelde na de gevangenneming van Johannes de Doper , zo verzamelt hij hen na zijn dood . Daarom begeven de leerlingen zich op weg , naar de berg . Dat 'verzamelen' wordt eerder in het evangelie in de roeping en de zending van deTwaalf verwoord met het werkwoord 'samenroepen' : Jezus riep hen bij zich.

Mt 28,18 - Mt 28,19 - Mt 28,20 heeft iets alomvattends , totalitair : in de hemel en op de aarde , alle macht , alle volkeren , alles wat ik je heb bevolen , alle dagen tot de voleinding van de tijden / wereld , vader , zoon en heilige geest . Het positieve in de formulering ligt hierin dat niets of niemand is uitgesloten . Het is een totaalvisie .

de elf sommige leerlingen Jezus
Mt 28,16 Mt 28,17 Mt 28,18 - Mt 28,19 - Mt 28,20
    kai (en)
2de woord : de (echter) hoi de (sommigen echter)  


Mt 28,16 - Mt 28,16 - 353. Verschijning aan de elf in Galilea : Mt 28,16-20 - Mt 28,16 - Mt 28,17 - Mt 28,18 - Mt 28,19 - Mt 28,20 -- verwijzingen -- Mt 28,1-10 -- Mt 28,11-15 -- Mt 28 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Denaux-Vervenne H. Drie-eenheid B Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
Hoi de endeka mathètai eporeuthèsan eis tèn Galilaian eis to horos hou etaxato autois ho Ièsous 16 undecim autem discipuli abierunt in Galilaeam in montem ubi constituerat illis Iesus  16. De elf leerlingen nu gingen naar Galilea, naar de berg die Jezus hun aangewezen had. 16. De elf leerlingen begaven zich naar Galilea, naar de berg die Jezus hun aangewezen had. 16. De elf leerlingen trokken naar Galilea, naar de berg* die Jezus hun had aangewezen 16. De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg waar Jezus hen had onderricht, 16 Maar de elf leerlingen maken voort naar Galilea, naar de berg waar Jezus hen heeft ontboden,  16. Quant aux onze disciples, ils se rendirent en Galilée, à la montagne où Jésus leur avait donné rendez-vous.  

Mt 28,16 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 33 (3 X 11) lettergrepen .

2. de (echter), zie Mt 1,2 . Partikel. In 421 verzen bij Matteüs

3. hendeka (elf) . Verwijzing : hendeka (elf) , zie Mt 28,16 .
--- hoi hendeka mathètai (de elf leerlingen) .
--- hendeka (elf) komt slechts in één vers bij Matteüs voor. Na de dood van Judas zijn de twaalf leerlingen van Jezus herleid tot elf . Na de dood van Jezus worden de elf leerlingen als groep voor het eerst in Mt 28,16 vermeld .
Eerder in het evangelie was er sprake over de dôdeka (twaalf) leerlingen (a). dôdeka (twaalf). Verwijzing : dôdeka (twaalf) , zie Mt 28,16 . Twaalf in twaalf verzen bij Matteüs : (1) Mt 9,20 (twaalf jaar) . (2) Mt 10,1 ( proskalesamenos tous dôdeka mathètas autou = en zijn twaalf leerlingen samengeroepen) . (3) Mt 10,2 (tôn de dôdeka apostolôn ta onomata = de namen echter van de twaalf apostelen) . (4) Mt 10,5 (toutous tous dôdeka apesteilen = deze twaalf zond hij) . (5) Mt 11,1 (diatassôn tois dôdeka mathètais autou = bevolen aan zijn twaalf leerlingen). (6) Mt 14,20 (twaalf korven) . (7) Mt 19,28 (twaalf tronen) . (8) Mt 20,17 (parelaben tous dôdeka mathètas = nam hij de twaalf leerlingen bij zich) . (9) Mt 26,14 (heis tôn dôdeka = één van de twaalf) . (10) Mt 26,20 (meta tôn dôdeka = met de twaalf) . (11) Mt 26,47 (heis tôn dôdeka = één van de twaalf) . (12) Mt 26,53 (twaalf legioenen) .
Twaalf komt bij Matteüs in twaalf verzen voor ; in acht verzen in verband met de Twaalf . Slechts in één vers is er sprake van 'de twaalf apostelen' . De twaalf leerlingen : (1) Mt 10,1 (zijn twaalf leerlingen) . (2) Mt 11,1 (zijn twaalf leerlingen) . (3) Mt 20,17 (de twaalf leerlingen) . Bibliografie : Claes Jo e.a. , De Twaalf . Apocriefe verhalen over de apostelen , Davidsfonds / Leuven , Ten Have , 2006 .
Bij Marcus komt dôdeka (twaalf) in vijftien verzen voor :
(1) Mc 3,14 : dôdeka (twaalf) // Mt 10,1 : tous dôdeka mathètas autou (zijn twaalf leerlingen) .
(2) Mc 3,16 : tous dôdeka (de twaalf) // Mt 10,1 : tous dôdeka mathètas autou (zijn twaalf leerlingen) .
(3) Mc 4,10 : sun tois dôdeka (met de twaalf) .
(4) Mc 5,25 // Mt 9,20 . De vrouw lijdt reeds twaalf jaar aan bloedvloeiing . Bij Matteüs komt "twaalf" voor de eerste keer voor .
(5) Mc 5,42 . (6) Mc 6,7 // Mt 10,1 . (7) Mc 6,43 // Mt 14,20 . (8) Mc 8,19 . (9) Mc 9,35 . (10) Mc 10,32 . (11) Mc 11,11 . (12) Mc 14,10 . (13) Mc 14,17 . (14) Mc 14,20 . (15) Mc 14,43 .

5. eporeuthèsan (zij begaven zich op weg) . poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan) . In twee verzen bij Matteüs , zie Mt 2,9 . (1) Mt 2,9 . (2) Mt 28,16 . De twee verhalen vertonen nogal wat gelijkenissen. De magiërs in Mt 2 en de elf leerlingen in Mt 28 begeven zich op weg om Jezus te zien . Ze situeren zich aan de beide uiteinden van Jezus' leven : geboorte en dood (wedergeboorte) . In Mt 2 brengt de ster de magiërs in beweging , in Mt 28 zijn het de woorden van Jezus , via de vrouwen aan de leerlingen , die de leerlingen in beweging brengen . Het werkwoord poreuomai (zich op weg begeven) wordt bij Matteüs vaak gebruikt bij een opdracht of de uitvoering van een opdracht cfr. poreuomai (op weg gaan) . Bij Matteüs , zie Mt 2,7 .

6. - 8. eis tèn Galilaian (naar Galilea), zie Mt 4,12 . In vijf verzen bij Matteüs : (1) Mt 4,12 . (2) Mt 26,32 . (3) Mt 28,7 . (4) Mt 28,10 . (5) Mt 28,16 . Driemaal is de aansporing nodig om na de dood van Jezus naar Galilea te gaan. De eerste maal zegt Jezus zelf het aan zijn leerlingen op de avond waarop hij zal gearresteerd worden (Mt 26,32) . De tweede en derde maal verloopt de boodschap via de vrouwen Mt 28,7 en Mt 28,10 . Blijkbaar hebben de vrouwen de boodschap aan de leerlingen kunnen overbrengen , want de leerlingen voeren de opdracht uit .
De elf leerlingen komen in beweging . Ze blijven niet in Jeruzalem hangen en verkommeren door wat Jezus en hen is overkomen . Hun gaan naar Galilea is geen afgang , geen terugkeer na een verloren veldslag . Hun gaan naar Galilea is een weg van bewustwording , van ontdekking waar Jezus te vinden is . Zo was het wijken van Jezus na de arrestatie van Johannes geen vaandelvlucht . Jezus' uitwijken naar Galilea werd onmiddellijk gevolgd door de roeping van de leerlingen , door onderricht en genezingen . Jezus hergroepeerde de leerlingen van Johannes en zette zijn werk verder .
We zouden de indruk kunnen krijgen dat de leerlingen in groep naar Galilea trekken . Dat is echter onwaarschijnlijk . Bij Jezus'arrestatie vluchten allen . Ze worden verstrooid . In Mt 26,31 wordt naar de schrift verwezen : Ik zal de herder slaan en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden . De hergroepering zal in Galilea gebeuren . Dat roept herinneringen op aan het begin van het evangelie . Wellicht had Jezus de leerlingen van Johannes hergegroepeerd nadat Johannes de Doper in Judea was gearresteerd. (zie naar Galilea zie Mt 4,12 ) . Sommige leerlingen van Johannes de Doper en van Jezus maken voor de tweede maal een gelijkaardige situatie mee . Dat kan de ondergesneeuwde ervaringen en herinneringen aan het begin van Jezus' optreden blootleggen en activeren . Wat zich afspeelde na de arrestatie van Johannes de Doper , doet zich opnieuw voor : vlucht , verstrooiing , hergroepering . Zoals Jezus het werk van Johannes verder zette , zo zullen zijn leerlingen het werk van Jezus verder zetten . Zo kan de teleurstelling en de ontgoocheling plaats maken voor hoop en opdracht . Zo ontdekken ze wat Jezus van hen verwacht . Dat wordt verwoord door Jezus woorden in de mond te leggen . En de vrouwen weten nog heel goed hoe het met hun mannen ging toen Johannes werd gearresteerd en hoe Jezus hen verzamelde . Wellicht hebben zij een beslissende rol gespeeld in dat bewustwordingsproces . Want vanop een zekere afstand hebben ze het allemaal zien gebeuren : de vernieuwingsbeweging van Johannes de Doper , zijn arrestatie en dood , Jezus'optreden , zijn optreden in Jeruzalem , zijn arrestatie en kruisiging . Ze hebben gezien hoe hun mannen als scheepjes dobberden op de golven van vreugde en teleurstelling , van de gedachte dat ze prinsen waren wiens troon in het verschiet stond , en van gezocht wild dat schichtig wegvlucht voor de jagers .

11. horos (berg) . In 196 verzen in de bijbel . In 168 verzen in het O.T. . In achtentwintig verzen in het N.T. . In acht verzen bij Matteüs : (1) Mt 4,7 . (2) Mt 5,1 . (3) Mt 14,23 . (4) Mt 15,29 . (5) Mt 17,1 - Mt 17,2 . (6) Mt 21,1 . (7) Mt 26,30 . (8) Mt 28,16 . Een eerste overeenkomst tussen Mt 17,1-9 en Mt 28,16-20 is dat het gebeuren zich afspeelt op de berg (Mt 17,1 - Mt 17,2 en Mt 28,16) .
De berg wordt beschouwd als de ontmoetingsplaats van God en mens . Die plaats garandeert geen Godservaring . In Mt 4,8 is de berg een plaats van beproeving die tot een keuze noodzaakt .

1. de duivel 2. Jezus 3. Jezus 4. 5. 6.   7. 8.  de elf leerlingen
Mt 4,7 Mt 5,1 Mt 14,23 Mt 15,29 Mt 17,1 - Mt 17,2 Mt 21,1 Mt 24,3 Mt 26,30 Mt 28,16
palin (opnieuw)     kai (en) kai ... (en) kai (en)...   kai (en ) Hoi de endeka mathètai (De elf leerlingen echter)
paralambanei (neemt bij zich) auton (hem) ho diabolos (de duivel) anebè (hij klom omhoog) anebè (hij klom omhoog) anabas (opgeklommen) paralambanei (neemt bij zich) ... kai anaferei autous (en hij voert hen omhoog) èlthon ( zij kwamen)... kathèmenou de autou epi orous tôn Helaiôn (terwijl hij echter zich op de Olijfberg neerzet) exèlthon ( zij gingen naar buiten) eporeuthèsan (gingen op weg)
eis horos hupsèlon lian (naar een zeer hoge berg) eis to horos (naar de berg) eis to horos (naar de berg)  kat'idian (op zichzelf) eis to horos (naar de berg) eis horos hupsèlon (naar een hoge berg)  kat'idian (op zichzelf) eis to horos tôn Helaiôn (naar de Olijfberg)   eis to horos (naar de berg)  ... eis to horos (naar de berg)
  kai kathisantos autou (en nadat hij zich had neergezet)   ekathèto ekei (zette hij zich naar)          
  prosèlthan autôi hoi mathètai autou (kwamen zijn leerlingen bij hem)         prosèlthan autôi hoi mathètai autou (kwamen deleerlingen bij hem) kat'idian (afzonderlijk)    
 20. Jezus door de Satan op de proef gesteld : Mc 1,12-13 - Mt 4,1-11 - Lc 4,1-13 -  24. Jezus leert en geneest : Mc 1,21 - Mt 4,23-25 ; 5,1-2 - Lc 4,31 - 152. Jezus wandelt op het meer - Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33  157. Genezing van een doofstomme : Mc 7,31-37 - Mt 15,29-31 -  168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 -  281. Jezus gaat Jerzalem binnen : Mc 11,11 - Mt 21,1-11 - 299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -  328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -  353. Verschijning aan de elf in Galilea : Mt 28,16-20

13. tassö (bevelen, opdragen) , zie Mt 21,6 . Vertaling van het Hebreeuwse werkwoord tzâwah . Vormen van tassô bij Matteüs : (1) Mt 1,24 (prosetaxen = hij schreef voor) . (2) Mt 8,4 (prosetaxen = hij schreef voor) . (3) Mt 21,6 (sunetaxen = hij kwam overeen) . (4) Mt 26,19 (sunetaxen = hij kwam overeen) . (5) Mt 27,10 (sunetaxen = hij kwam overeen) . (6) Mt 28,16 (etaxato = hij bepaalde) . Mediaal aorist . In deze vorm uniek in Matteüs . De zinsstructuur van Mt 28,16 is dezelfde als in Mt 1,24 , Mt 21,6 , Mt 26,19 en Mt 27,10 . Mt 28,16 verwijst naar Mt 26,32 , Mt 28,7 en Mt 28,10 .

Mt 28,17 - Mt 28,17 - 353. Verschijning aan de elf in Galilea : Mt 28,16-20 - Mt 28,16 - Mt 28,17 - Mt 28,18 - Mt 28,19 - Mt 28,20 -- verwijzingen -- Mt 28,1-10 -- Mt 28,11-15 -- Mt 28 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis H. Drie-eenheid B Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem 

kai idontes auton prosekunèsan  hoi de edistasan

17 et videntes eum adoraverunt quidam autem dubitaverunt  17. En toen ze hem zagen knielden ze neer; ze twijfelden echter. 17. Toen zij Hem zagen, wierpen ze zich in aanbidding neer; sommigen echter twijfelden. 17. Toen ze Hem zagen, vielen ze op de knieën, sommigen twijfelden. 17. en toen ze hem zagen bewezen ze hem eer, al twijfelden enkelen nog. 17 en als ze hem zien bewijzen ze hem hulde, al twijfelen sommigen.   17. Et quand ils le virent, ils se prosternèrent ; d'aucuns cependant doutèrent.

Tekstuitleg van Mt 28,17 . Dit vers Mt 28,17 telt 7 woorden en 17 lettergrepen . Een eerste overeenkomst tussen Mt 17,1-9 en Mt 28,16-20 is dat het gebeuren zich afspeelt op de berg (Mt 17,1 - Mt 17,2 en Mt 28,16) . Een tweede overeenkomst zijn de verzen Mt 17,6 en Mt 28,17 . Mt 17,6 lijkt een variante van Mt 28,17 : 1. gehoord - gezien , 2. zij vielen op hun aangezicht - zij knielden bij , 3. zij vreesden - zij echter twijfelden .

2. idontes (gezien) , zie Mt 2,16 . Verwijzing : râ´âh (zien) , zie Ex 3,7 . Verwijzing : horaô (zien) , zie Mc 16,7 . In veertien verzen bij Matteüs : (1) Mt 2,10 . (2) Mt 8,34 . (3) Mt 9,8 . (4) Mt 9,11 . (5) Mt 12,2 . (6) Mt 14,26 . (7) Mt 18,31 . (8) Mt 21,15 . (9) Mt 21,20 . (10) Mt 21,32 . (11) Mt 21,38 . (12) Mt 26,8 . (13) Mt 27,54 . (14) Mt 28,17 .

4. prosekunèsan (zij knielden bij) . Verwijzing : prosekunèsan (zij knielden bij) , zie Mt 2,11 . Actief aorist derde persoon enkelvoud . In zesenveertig verzen in de bijbel . In vijfendertig verzen in het O.T. . In elf verzen in het N.T. . In. vier verzen bij Matteüs : (1) Mt 2,11 . (2) Mt 14,33 . (3) Mt 28,9 . (4) Mt 28,17 . Wijzen , leerlingen en leerlingen / vrouwen knielen voor Jezus . Het is een reactie op een Godsopenbaring .
Er is een combinatie van een werkwoordvorm van 'zien' en prosekunèsan (zij knielden) :
- Mt 28,17 : kai idontes auton prosekunèsan = en hem gezien knielden zij .
- Mt 2,11 : eidon to paidion meta marias tès mètros autou kai pesontes prosekunèsan autô = zij zagen het kind met Maria zijn moeder en zij knielden voor hem .

Jezus verschijnt niet . Matteüs veronderstelt dat hij er is. Wanneer de Elf op de berg komen , zien ze hem . De berg is de ontmoetingsplaats tussen God en mens . Na het zien volgen geen reacties van vrees of verwondering zoals we dat vaak in het evangelie tegenkomen . Zij knielen echter . Maar er is ook twijfel . Er is toch wel een opmerkelijk verschil tussen de houding van de vrouwen (Mt 28,9 - Mt 28,10) en de Elf .

7. distazô (twijfelen). In Mt 28,17 .

Mt 28,18 - Mt 28,18 - 353. Verschijning aan de elf in Galilea : Mt 28,16-20 - Mt 28,16 - Mt 28,17 - Mt 28,18 - Mt 28,19 - Mt 28,20 -- verwijzingen -- Mt 28,1-10 -- Mt 28,11-15 -- Mt 28 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis H. Drie-eenheid B Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem 
Kai proselthôn ho Ièsous elalèsen autois legôn  Edothè moi pasa exousia en ouranôi kai epi tès gès 18 et accedens Iesus locutus est eis dicens data est mihi omnis potestas in caelo et in terra  18. En Jezus naderde (en) sprak hun toe, zeggend: "Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. 18. Jezus trad nader en sprak tot hen: "Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. 18. Jezus kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. 18. Jezus kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. 18 Jezus komt naderbij en spreekt tot hen; hij zegt: mij is gegeven alle gezag in hemel en op aarde;   18. S'avançant, Jésus leur dit ces paroles : « Tout pouvoir m'a été donné au ciel et sur la terre.

King James Bible : And Jesus came and spake unto them, saying, All power is given unto me in heaven and in earth.

Tekstanalyse van Mt 28,18 . Dit vers Mt 28,18 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 75 (3 X 5 X 5) letters . De getalwaarde van Mt 28,18 is 7548 (2 X 29 X 131) . Het citaat telt 9 (3 X 3) woorden en 36 (2 X 2 X 3 X 3) letters ; een verhouding 1 op 4 . Een eerste overeenkomst tussen Mt 17,1-9 en Mt 28,16-20 is dat het gebeuren zich afspeelt op de berg (Mt 17,1 - Mt 17,2 en Mt 28,16) . Een tweede overeenkomst zijn de verzen Mt 17,6 en Mt 28,17 . Mt 17,6 lijkt een variante van Mt 28,17 : 1. gehoord - gezien , 2. zij vielen op hun aangezicht - zij knielden bij , 3. zij vreesden - zij echter twijfelden . Een derde overeenkomst bestaat erin dat Jezus naar zijn leerlingen toegaat (Mt 17,7 en Mt 28,18) .

1. kai (en) . Er heeft verandering van personage plaats . In Mt 28,16 - Mt 28,17 zijn de leerlingen van Jezus het onderwerp van de zin , in Mt 28,18 is Jezus het onderwerp . Nochtans wordt het verbindingswoord kai (en) gebruikt . We hadden het partikel de (echter) verwacht , juist om die verandering van personage aan te geven . Verwijzing : kai (en) , zie Mt 1,2 . Nevenschikkend voegwoord . In 705 verzen bij Matteüs .

2. proselthôn (naderbijgekomen) . Actief participium aorist nominatief mannelijk enkelvoud . Verwijzing : proselthôn (naderbijgekomen) , zie Mt 4,3 . Het komt in veertien verzen bij Matteüs voor . Het is één van de zeldzame keren bij Matteüs dat Jezus naderbij komt .

3. ho (de) . Verwijzing : lidwoord , zie Mt 28,18 . Bepaald lidwoord . Nominatief mannelijk enkelvoud . In 408 verzen bij Matteüs . In 331 verzen bij Lucas .
--- tou . Genitief mannelijk en onzijdig enkelvoud . In 8480 verzen in de bijbel . In 234 verzen bij Mt (Matteüs) . In vijf verzen in Mt 1 (zie Mt 1,18) . tou de , zie Mt 1,18) .
--- tès . Genitief vrouwelijk enkelvoud . In 5271 verzen in de bijbel . In 109 verzen bij Lc .
--- tèi . Liwoord , datief vrouwelijk enkelvoud . In 3381 verzen in de bijbel . In 94 verzen bij Mt . In 119 verzen bij Lucas .
--- tôn . Lidwoord genitief meervoud . In 5178 verzen in de bijbel . In 119 verzen bij Lc .
--- tais . Lidwoord datief vrouwelijk meervoud . In 980 verzen in de bijbel . In drieëndertig verzen bij Lc . In zeven verzen in Lc 1 ; in vijf verzen wordt het lidwoord tais voorafgegaan door het voorzetsel van plaats / tijd en (in) ; eveneens in vijf verzen wordt het lidwoord tais gevolgd door de bepaling van tijd hèmerais (dagen) . In Lc 2 wordt het lidwoord tais slechts tweemaal gebruikt ; in één vers gaat en (in) vooraf aan het lidwoord en wordt het gevolgd gevolgd door hèmerais (dagen) .

4. Ièsous (Jezus) . Verwijzing : Ièsous (Jezus), zie Mt 1,1 . Zelfstandig naamwoord. Eigennaam . Nominatief mannelijk enkelvoud .

5. elalèsen (hij sprak) . Actief aorist derde persoon enkelvoud . Verwijzing : laleô (lallen, spreken, praten) , zie Mt 4,6 . In zeven verzen bij Matteüs . Hier gebruikt Matteüs niet eipen (hij zei) maar elalèsen (hij sprak) . In zes van de zeven verzen bij Matteüs is Jezus onderwerp van elalèsen (hij sprak). Wanneer woorden geciteerd worden , worden deze over het algemeen voorafgegaan door legôn (zeggend) : Mt 13,3 , Mt 14,27 , Mt 23,1 , Mt 28,18 . In vier verzen (van de zes) wordt de naam ho Ièsous (Jezus) uitdrukkelijk vermeld ; in twee verzen voor het werkwoord elalèsen (hij sprak) : Mt 13,34 , Mt 14,27 , in twee verzen erna : Mt 23,1 en Mt 28,18 . In zes verzen volgt op het werkwoord elalèsen (hij sprak) een datief ; in vier verzen is het autois (tot hen) ; in twee verzen is het tois ochlois (de menigten) .

6. autois (aan hen) . Datief mannelijk meervoud .

7. legôn (zeggend) . Actief deelwoord praesens nominatief mannelijk enkelvoud . Verwijzing : legô (zeggen) , zie Mt 4,6 .

8. edothè (werd gegeven) . Passief aorist derde persoon enkelvoud van het werkwoord didômi (geven) . Verwijzing : didômi (geven) , zie Mt 28,18 . Het komt in achtenvijftig verzen in de bijbel voor . In dertig verzen in het O.T. : Da 7,14 . In achtentwintig verzen in het N.T. . In dit verband moet Ex 36,1 nader bekeken worden. In twee verzen bij Matteüs : (1) Mt 14,11 . (2) Mt 28,18 . In één vers bij Lucas . In twee verzen bij Johannes . In achttien verzen in Openbaring : (1) Apk 6,2 . (2) Apk 6,4 . (3) Apk 6,8 . (4) Apk 6,11 . (5) Apk 7,2 . (6) Apk 8,3 . (7) Apk 9,1 . (8) Apk 9,3 . (9) Apk 9,5 . (10) Apk 11,1 . (11) Apk 11,2 . (12) Apk 13,5 . (13) Apk 13,7 . (14) Apk 13,14 . (15) Apk 13,15 . (16) Apk 16,8 . (17) Apk 19,8 . (18) Apk 20,4 .
Mt 28,18 is geïnspireerd op Da 7,14 : kai edothè autôi exousia (En aan hem werd macht gegeven) kai panta ta ethnè tès gès (en alle volkeren van de aarde)...
--- dôsô (ik zal geven) . Actief futurum eerste persoon enkelvoud . In 209 verzen in de bijbel . In twintig verzen in Gn . In 188 verzen in het O.T.. In éénentwintig verzen in het N.T. .
--- edôken (hij gaf) . Actieg aorist derde persoon mannelijk enkelvoud . In 426 verzen in de bijbel .
--- dos (then) = geef . In negenentachtig verzen in de bijbel . In zestien verzen in het N.T. . In drie verzen bij Lucas o.a. Lc 15,12 .
--- edothè (werd gegeven) . Passief aorist derde persoon enkelvoud .

Da 7,14 Mt 28,18 Apk 6,8 Apk 9,3 Apk 13,5 Apk 13,7
kai (en)   kai (en) kai (en) kai (en) kai (en)
edothè (werd gegeven) edothè (werd gegeven) edothè (werd gegeven) edothè (werd gegeven) edothè (werd gegeven) edothè (werd gegeven)
autôi (aan hem) moi (aan mij) autois (aan hen)   autois (aan hen)   autôi (aan hem) autôi (aan hem)
exousia (macht) pasa exousia (alle macht) exousia (macht)   exousia (macht)   exousia (macht) exousia (macht)
  en ouranôi (in de hemel)        
  kai (en)        
  epi tès gès (op de aarde) epi to tetarton tès gès (op het vierde - deel - van de aarde)       epi pasan ... (over elke... ) 
  353. Verschijning aan de elf in Galilea : Mt 28,16-20         


9. moi (aan mij) . Datief mannelijk enkelvoud .
10 . pasa (al) . Nominatief vrouwelijk enkelvoud van pas (al) .
11. exousia (macht) . Nominatief enkelvoud . Verwijzing : exousia (macht), zie Mt 28,18 .
--- exousia (gezag , macht) . Nominatief en datief enkelvoud . In 39 verzen in de bijbel; in 10 verzen in het O.T., in 29 verzen in het N.T. In 3 verzen bij Marcus, in 6 verzen bij Lucas, niet bij Johannes, enz. In 4 verzen bij Matteüs . Nominatief, komt slechts in 1 vers voor bij Matteüs : Mt 28,18 .
Nominatief, komt slechts in 1 vers voor bij Matteüs : Mt 28,18 . En poiai exousiai (door welke macht) komt in 3 verzen bij Matteüs voor : (1) Mt 21,23 . (2) Mt 21,24 . (3) Mt 21,27 . In acht verzen in Apk .
--- De accuatief exousian (macht) komt in 6 verzen : Mt 8,9 . Exousian echô (macht hebben) : (1) Mt 7,29 . (2) Mt 9,6 . Exousian didômi (macht geven) : (1) Mt 9,8 . (2) Mt 10,1 . (3) Mt 21,3 .
We kunnen niet ontkennen dat hier sterke taal gesproken wordt: Gegeven is aan mij alle macht in hemel en op de aarde. Laat het nog zijn dat hier naar Da 7,14 verwezen wordt (edothè autôi exousia - gegeven werd aan hem macht). De vraag rijst hoe we iets dergelijks kunnen beweren over wat in het hierna-maals gebeurt.
12. en + datief (in) . Plaatsaanduiding .

13. ouranôi ( - in de - hemel) . Datief enkeloud van het zelfstandig naamwoord ouranos (hemel) . In 76 verzen in de bijbel . In 42 verzen in het O.T. In 34 verzen in het N.T. In acht verzen bij Mt .
- ouranos (hemel) . Verwijzing : ouranos (hemel) , zie Mt 28,18 . In 48 verzen in de bijbel . In 26 verzen in het O.T. In 12 verzen in het N.T.
- accusatief mannelijk enkelvoud ouranon . In 182 verzen in de bijbel . In 142 verzen in het O.T. . In veertig verzen in het N.T. .
- accusatief mannelijk meervoud ouranous . In achttien verzen in de bijbel .
--- basjsjâmaîm (in de hemelen) . In 48 verzen in de bijbel .
--- -- sjâmâîm (hemelen , hemel) . In tweeënnegentig verzen in de bijbel .
--- -- hasjsjâmaîm (de hemelen , de hemel) . In 223 verzen in de bijbel . ´èth hasjsjâmaîm (de hemel) is een hapax .
14.
17. gès (op de aarde) . Genitief enkelvoud van het zelfstandig naamwoord gè (aarde) .
- gè (aarde) . Nominatief enkelvoud gè of datief enkelvoud gèi . Verwijzing : gè (aarde) , zie Mt 28,18 . In 771 verzen in de bijbel .
- MT : ´ârèts (aarde) . In 453 verzen in de bijbel . Met lidwoord hâ´ârèts (de aarde) . In 851 verzen in de bijbel .
--- bâ´ârèts (op de aarde) . In 398 verzen in de bijbel .
- Vulgaat : terra . Nominatief en ablatief enkelvoud . Het lidwoord speelt geen rol . In 1163 verzen in de bijbel .

Mt 28,19 - Mt 28,19 - 353. Verschijning aan de elf in Galilea : Mt 28,16-20 - Mt 28,16 - Mt 28,17 - Mt 28,18 - Mt 28,19 - Mt 28,20 -- verwijzingen -- Mt 28,1-10 -- Mt 28,11-15 -- Mt 28 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis H. Drie-eenheid B Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem 
poreuthentes oun mathèteusate panta ta ethnè baptizontes eis to onoma tou patros kai tou huiou kai tou hagiou pneumatos 19 euntes ergo docete omnes gentes baptizantes eos in nomine Patris et Filii et Spiritus Sancti   19. Ga dus (en) maak alle volkeren tot leerling, hen dopend in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige Geest, 19. Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest 19. Ga, en maak alle volkeren tot leerling; doop hen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, 19. Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, 19 maakt dan voort, maakt alle volkeren tot leerlingen, hen dopend in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige Geest,   19. Allez donc, de toutes les nations faites des disciples, les baptisant au nom du Père et du Fils et du Saint Esprit,

King James Bible : Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of the Father, and of the Son, and of the Holy Ghost:

Tekstuitleg van Mt 28,19 . Dit vers Mt 28,19 telt 20 (2 X 2 X 5) woorden en 102 (2 X 3 X 17) letters . De getalwaarde van Mt 28,19 is 12663 (3 X 3 X 3 X 7 X 67) . De opdracht van Jezus aan de leerlingen wordt in één zin uitgedrukt . Aan het hoofdwerkwoord gaat een participium vooraf en het hoofdwerkwoord wordt gevolgd door twee participiazinnen .

1. poreuthentes (zich op weg begeven) , zie Mt 2,9 en poreuomai (zich op weg begeven) . In zeven verzen bij Matteüs : (1) Mt 2,8 . (2) Mt 9,13 . (3) Mt 11,4 . (4) Mt 21,6 . (5) Mt 22,15 . (6) Mt 27,66 . (7) Mt 28,19 . poreuthentes (zich op weg begeven) . Het staat aan het begin van de opdracht . Het is het zevende vers bij Matteüs die poreuthentes (zich op weg begeven) gebruikt . Het is de vierde maal dat het participium in de opdracht wordt gebruikt . De eerste maal was het in Mt 2,8 . Koning Herodes gaf opdracht aan de magiërs om zich op weg te begeven en nauwkeurig uit te zoeken waar het kind te vinden is . Tegenover deze koning die zich bedreigd voelt in zijn macht staat Jezus die alle macht ontvangen heeft . In nog twee andere teksten maakt poreuthentes (zich op weg begeven) deel uit van de opdracht van Jezus . In Mt 9,13 gaat het om het leren van barmhartigheid , in Mt 11,4 om wat Jezus doet . Zich op weg begeven gevolgd door een imperatief heeft bij Jezus niets met macht te maken ; het gaat erom hoe mensen leren leven. Het zich op weg begeven heeft iets te maken met anderen mee op weg gaan , groeien .

2. oun (derhalve, bijgevolg) , zie Mt 1,17 . In zesenvijftig verzen bij Matteüs . oun (derhalve, bijgevolg) wijst erop dat een zin voorafgaat . Het geeft een verantwoording voor de opdracht , de zending .

- mathèteuô (tot leerling maken) .
- mathèteusate (maakt tot leerling) . Actief imperatief aorist 2de persoon meervoud. Hapax .
Nog gebruikt in Mt 13,52 en Mt 27,57. Het participium aorist meervoud poreuthentes (zich op weg begeven) staat in twee zinnen waarbij Jezus een opdracht geeft nl. Mt 9,13 en Mt 28,19. Tussen die twee zinnen is een opmerkelijke gelijkenis vermits beide hoofdwerkwoorden in de imperatief aorist meervoud aan elkaar verwant zijn : Mt 9,13 : mathete (leert), Mt 28,19 : mathèteusate : maakt tot leerlingen. Vanuit de gelijkenis met Mt 9,13 krijgt het leerling maken een bijzondere betekenis. Want de tollenaar Matteüs werd door Jezus geroepen en ontving barmhartigheid. Het leerling maken gaat gepaard met barmhartigheid.
- lâmad (leren) . In 6 verzen in de bijbel.
--- limmûdîm (leerlingen) . Meervoud . Hapax . këlimmûdîm (als leerlingen). Hapax . limmûdê . status constructus. Js 54,13 : wekâl bânajikh limmûdê JHWH (en al jouw zonen zijn leerlingen van JHWH) .

Mt 28,20 - Mt 28,20 - 353. Verschijning aan de elf in Galilea : Mt 28,16-20 - Mt 28,16 - Mt 28,17 - Mt 28,18 - Mt 28,19 - Mt 28,20 -- verwijzingen -- Mt 28,1-10 -- Mt 28,11-15 -- Mt 28 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis H. Drie-eenheid B Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem 
didaskontes autous tèrein panta hosa eneteilamèn humin kai idou egô meth humôn eimi pasas tas hèmeras heôs tès sunteleias tou aiônos 20 docentes eos servare omnia quaecumque mandavi vobis et ecce ego vobiscum sum omnibus diebus usque ad consummationem saeculi   20. hen lerend te onderhouden alles wat ik jullie bevolen heb. En zie,ik ben met jullie alle dagen tot aan de voleinding van de wereldtijd." 20. en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld." 20. en leer hun alles onderhouden wat Ik jullie geboden heb. Weet wel, Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld.’ 20. en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’ 20 hen onderrichtend in het bewaren van al wat ik u heb geboden; en zie, ik ben met u, al de dagen, tot aan de voleinding van de wereld.   20. et leur apprenant à observer tout ce que je vous ai prescrit. Et voici que je suis avec vous pour toujours jusqu'à la fin du monde.

King James Bible : Teaching them to observe all things whatsoever I have commanded you: and, lo, I am with you alway even unto the end of the world. Amen.
Luther-Bibel (1984) . und lehret sie halten alles, was ich euch befohlen habe. Und siehe, cich bin bei euch alle Tage bis an der Welt Ende.

Tekstuitleg van Mt 28,20 . Dit vers Mt 28,20 telt 22 (2 X 11) woorden en 110 (2 X 5 X 11) letters ; verhouding : 1 op 5 . De getalwaarde van Mt 28,20 is 13198 (2 X 6599) . Het citaat Mt 28,18b - Mt 28,19 - Mt 28,20 telt 9 + 20 + 22 = 51 (3 X 17) woorden en 36 + 102 + 110 = 248 (2 X 2 X 2 X 31) letters .

1. didaskontes (onderrichtend) . In tien verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. : Js 29,13 . In negen verzen in het N.T. : (1) Mt 15,9 . (2) Mt 28,20 . (3) Mc 7,7 = Mt 15,9 . (4) Hnd 5,5 . (5) Hnd 5,42 . (6) Hnd 15,35 . (7) Kol 1,28 . (8) Col 3,16 . (9) Tit 1,11 . Verwijzing : didaskô (onderrichten - onderwijzen) , zie Mc 1,45 .

3. tèrein (te bewaren, te behouden) . Infinitief .
- tèreô (behouden, bewaren) . Verwijzing : tèreô (behouden, bewaren) , zie Mt 28,20 . Zie ook Hnd 4,3 .
--- tèrein. Infinitief . In negen verzen in de bijbel . In twee verzen in het O.T. . In zeven verzen in het N.T. . Slechts in Mt 28,20 wat de evangelies betreft .

6. eneteilamèn (ik beval, opdroeg) . In eenenveertig verzen in de bijbel . In veertig verzen in het O.T. : (1) Gn 3,11 . (2) Gn 3,17 . (3) Ex 23,15 . (4) Ex 29,35 . (5) Ex 31,11 . (6) Dt 1,16 . (7) Dt 1,18 . (8) Dt 3,18 . (9) Dt 3,21 . (10) Dt 11,28 . (11) Dt 12,21 . (12) Dt 24,8 . (13) Dt 31,5 . (14) Dt 31,29 . (15) Joz 13,6 . (16) Joz 22,2 . (17) Re 2,20 . (18) (26) (27) Jr 7,22 . (28) Jr 7,23 . (29) Jr 7,31 . (30) Jr 11,4 . (31) In één vers in het N.T. : Mt 28,20 .
- entellô (bevelen, opdragen, vragen) . Verwijzing : entellô (bevelen, opdragen, vragen) , zie Mt 28,20 .
--- entellomai . In 48 verzen in de bijbel . In 46 verzen in het O.T. In 2 verzen in het N.T.
--- entelletai . In 2 verzen in de bijbel . Nu 32,25 . Am 6,11 .
--- entetaltai (hij heeft opgedragen) . Perfectum derde persoon enkelvoud . In 8 verzen in de bijbel . In 7 verzen in het O.T. : (4) 1 K 13,17 : hoti houtôs entetaltai moi en logôi kurios = want zo heeft de Heer met een woord mij opgedragen . In 1 vers in het N.T. : Hnd 13,47 : houtôs gar entetaltai hèmin kurios = want zo heeft de Heer ons opgedragen . Men moet zich houden aan de opdracht die iemand van God heeft ontvangen .
--- eneteilato (hij droeg op) . Aorist derde persoon enkelvoud . In 232 verzen in de bijbel . In acht verzen in het N.T. : (1) Mt 17,9 . (2) Mt 19,7 . (3) Mc 10,3 . (4) Mc 13,34 . (5) Joh 8,5 . (6) Joh 14,31 . (7) Heb 9,20 . (8) Heb 11,22 .
--- enteilamenos (opgedragen) . Participium aorist passief nominatief mannelijk enkelvoud : Hnd 1,2 . Hapax .
- tsâwâh (opdragen) . Verwijzing : tsâwâh (opdragen) , zie Mt 28,20 .
--- mëtsawwâh . In 19 verzen in de bijbel . ´äsjèr ´ânokhî metsawwèh ´èthkhèm (die ik jullie heb opgedragen) :(1) Dt 4,2 (tweemaal) . (2) Dt 11,13 . (3) Dt 11,22 . (4) Dt 11,27 . (5) Dt 11,28 . (6) Dt 12,11 . (7) Dt 13,1 . (8) Dt 27,1 . (9) Dt 27,4 . (10) Dt 28,14 .
--- wajatsawwehû of wëjatsawwehû (en hij stelde aan) . Piel imperfectum derde persoon enkelvoud . In vijf verzen in de bijbel .

Js 29,13 Mt 15,9 Mt 28,20 Dt 27,1 Mt 17,9 Mt 19,17 Mt 23,3
didaskontes (onderrichtend)  didaskontes (onderrichtend) didaskontes (onderrichtend) Kai prosetaxen Môusès... (En Mozes schreef voor ... )      
  didaskalias (onderrichtingen) tèrein (te behouden, bewaren) panta (alles) fulassasthe pasas tas entolas tautas (Behoed al deze opdrachten)   tèrèson tas entolas (onderhoud de geboden) panta oun hosa ean eipôsin humin poièsate kai tèrète (alles dus wat ze jullie zeggen, doet en onderhoudt)
entalmata anthrôpôn (opdrachten van mensen) kai  didaskalias (en onderrichtingen) entalmata anthrôpôn (opdrachten van mensen) hosa eneteilamèn humin (wat ik jullie heb opgedragen) hosas egô entellomai humin sèmeron (die ik u vandaag opdraag) eneteilato autois ho Ièsous (droeg Jezus hen op)    
God zal straffen : Js 29,9-16  154. Twistgesprek met de Farizeeën en schriftgeleerden : Mc 7,1-13 - Mt 15,1-9 -  353. Verschijning aan de elf in Galilea : Mt 28,16-20 - Dt 27 168. Verheerlijking van Jezus : Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 - 268. De rijke (jonge) man : Mc 10,17-22 - Mt 19,16-22 - Lc 18,18-23 - 295. Aanklacht tegen schriftgeleerden en Farizeeën : Mc 12,37b-40 - Mt 23,1-12 - Lc 20,45-47 -

Bible de Jérusalem : 1. Après le jour du sabbat, comme le premier jour de la semaine commençait à poindre, Marie de Magdala et l'autre Marie vinrent visiter le sépulcre. 2. Et voilà qu'il se fit un grand tremblement de terre : l'Ange du Seigneur descendit du ciel et vint rouler la pierre, sur laquelle il s'assit. 3. Il avait l'aspect de l'éclair, et sa robe était blanche comme neige. 4. A sa vue, les gardes tressaillirent d'effroi et devinrent comme morts. 5. Mais l'ange prit la parole et dit aux femmes : « Ne craignez point, vous : je sais bien que vous cherchez Jésus, le Crucifié. 6. Il n'est pas ici, car il est ressuscité comme il l'avait dit. Venez voir le lieu où il gisait, 7. et vite allez dire à ses disciples : Il est ressuscité d'entre les morts, et voilà qu'il vous précède en Galilée; c'est là que vous le verrez. Voilà, je vous l'ai dit.» 8. Quittant vite le tombeau, tout émues et pleines de joie, elles coururent porter la nouvelle à ses disciples. 9. Et voici que Jésus vint à leur rencontre : « Je vous salue », dit-il. Et elles de s'approcher et d'étreindre ses pieds en se prosternant devant lui. 10. Alors Jésus leur dit : « Ne craignez point ; allez annoncer à mes frères qu'ils doivent partir pour la Galilée, et là ils me verront. » 11. Tandis qu'elles s'en allaient, voici que quelques hommes de la garde vinrent en ville rapporter aux grands prêtres tout ce qui s'était passé. 12. Ceux-ci tinrent une réunion avec les anciens et, après avoir délibéré, ils donnèrent aux soldats une forte somme d'argent, 13. avec cette consigne : « Vous direz ceci : «Ses disciples sont venus de nuit et l'ont dérobé tandis que nous dormions. » 14. Que si l'affaire vient aux oreilles du gouverneur, nous nous chargeons de l'amadouer et de vous épargner tout ennui. » 15. Les soldats, ayant pris l'argent, exécutèrent la consigne, et cette histoire s'est colportée parmi les Juifs jusqu'à ce jour. 16. Quant aux onze disciples, ils se rendirent en Galilée, à la montagne où Jésus leur avait donné rendez-vous. 17. Et quand ils le virent, ils se prosternèrent ; d'aucuns cependant doutèrent. 18. S'avançant, Jésus leur dit ces paroles : « Tout pouvoir m'a été donné au ciel et sur la terre. 19. Allez donc, de toutes les nations faites des disciples, les baptisant au nom du Père et du Fils et du Saint Esprit, 20. et leur apprenant à observer tout ce que je vous ai prescrit. Et voici que je suis avec vous pour toujours jusqu'à la fin du monde. »