WITTE SCHOLEN, MULTICULTURELE SCHOLEN, CONCENTRATIESCHOLEN

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) - STARTPAGINA - AGENDA -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES : JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S -
T - U - V - W - Z HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbijbeluitleg , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , islam , jodendom , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , racisme , samenleving , sikhisme , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen ,

* Conferentie , 24 april 2003 , 9.30 tot 16.30 uur , De Eenhoorn te Amersfoort , Conferentie Zwarte en witte scholen
* Zwarte scholen ,
  • In: Tertio van 3 januari 2001, blz.3: MYTHE DOORGEPRIKT. Katholieke scholen wassen niet witter. Koenraad De Wolf
  • In: Tertio van 3 januari 2001, blz.3: Jos Horemans van het diocesaan secretariaat van het basisonderwijs maakt de balans op van vijf jaar non-discrIminatiebeleid in de stad Antwerpen. Multiculturele scholen onder druk
  • Van het Internet geplukt: Jos Geudens, onderwijzer bij anderstalige nieuwkomers te Antwerpen
  • Gent Brugse Poort: Artikel door Annelies Vergracht: Afbraak en opbouw: leven in de Brugse Poort, in: Kerkplein, jg.11 (febr. 2002).
  • De Standaard, 13 april 2000: REPORTAGE  Scholen bekennen kleur (3) Brugsepoort Gent
  • De Standaard, maandag 18 juni 2001 ( R E P 0 R T A G E ) GENTSE CONCENTRATIESCHOOL DENKT MULTICULTUREEL. Vluchtelingen welkom in de  Brugsepoort
  • MOCEF: Een Turks project succesvol toegepast in Gent - 2000 (van het net geplukt) - De Standaard, 25 april 2000 - In Terzake, jg. (2001), nr.5, blz. 51.53, Ayse Isci (Pedagogische Begeleidingsdienst Gent): MOCEF levert opvoedingsondersteuning in Gent - Gids ‘Pedaqoqische opvoedingsondersteuning en allochtone ouders'
  • De wijk Sluizeken-Tolhuis-Ham-Blaisantvest-Voormuide (Gent) is een wijk...
  • Welwijs, jg.12 (2001), nr.2, blz.3-6 JOUW KIND GROEiT OP IN DE WIJK - Michèle VAN ELSLANDER
  • Meulenberg (Houthalen-Helchteren), In Terzake, jg. (2001), nr.5, blz. 11-15 Integraal werken in een multiculturele wijk
  • Klasse, nr.68  Oktober 1996 Maandblad voor Onderwijs in Vlaanderen De  wortels bovenhalen - Europaschool. Zo heet sinds 1 september (1996) de Genkse rijksbasisschool Kolderbos.
  • LIESBETH STOFFELS, ONDERWIJZERES IN EEN BRUSSELSE CONCENTRATIESCHOOL: je kunt iemand pas iets leren als die je begrijpt’ - Peter Zwertvagher in: Tertio, 13 juni 2001, blz.4
  • De Standaard van maandag 3 februari 2003 brengt een inteview met directrice Marthe Delpaire van de vrije basisscholen Mikado en Somerkriebels van Borgerhout. Ze vertelt waarom ze een goede concenrearieschool is.
    Ges. Vrije Basisschool (Gemengd), Somersstraat 23 , 2018 Antwerpen . Tel.en fax : 03/233 30 29
    Directie : Mevrouw Marthe Belpaire (directeur)
    Vestigingsplaatsen basisonderwijs
    Vest. Naam Adres Telefoon Kleuters 1e lj 2e lj 3e lj 4e lj 5e lj 6e lj
    1 Ges.Vrije Basisschool(Gemengd) Somersstraat 23, 2018 Antwerpen 03 233 30 29 G - - - - - -
    2 Ges.Vrije Basisschool(Gemengd) Kroonstraat 122, 2140 Borgerhout 03 235 62 08 G G G G G G G



    Conferentie , 24 april 2003 , 9.30 tot 16.30 uur , De Eenhoorn te Amersfoort , Conferentie Zwarte en witte scholen

    In Nederland is de politiek-maatschappelijke aandacht voor het bestaan van zwarte en witte scholen toegenomen. Afgelopen jaren zijn er ouders geweest die actie hebben gevoerd tegen segregatie. Er is een aantal scholen dat moest sluiten, of gaat sluiten omdat er zich geen nieuwe leerlingen aanmelden, omdat de scholen te zwart zijn. Politieke partijen doen voorstellen over hoe de segregatie moet worden aangepakt. Een aantal wethouders uit grote steden wil een offensief tegen de segregatie in het onderwijs. Zijn er oplossingen binnen de wet- en regelgeving in Nederland om tot een spreiding van leerlingen te komen in het onderwijs? Is spreiding gewenst? Wat zijn de oorzaken dat ouders zwarte scholen mijden? Wat denken de ouders van kinderen en directies van zwarte scholen over hun school? Is er verschil in opvatting binnen de samenleving over segregatie, tussen nu en twintig jaar geleden? Is het mogelijk om het tij te keren?

    Over deze en andere vragen gaat de conferentie, waar de initiatiefnemers de - vaak tegengestelde - standpunten over oorzaken, gevolgen, aanpak en verantwoordelijkheden t.a.v. deze problematiek bij elkaar brengen. Er verschijnt een speciaal essay over het thema. De dag wordt ingeleid met een reactie op dit essay. Daarna volgen plenair presentaties van een aantal visies rond onderwijssegregatie (o.a. door Vlaams minister van onderwijs mevrouw Vanderpoorten) en een debat met onder meer vertegenwoordigers van de onderwijsbonden en schoolbesturen. In de namiddag kunt u deelnemen aan workshops, waarin praktijkoplossingen worden gepresenteerd.
    Op het eind van de dag komen de initiatiefnemers van de conferentie tot een gemeenschappelijk manifest.

    Het definitieve programma en overige informatie ontvangt u bij aanmelding.

    De conferentie is met name bestemd voor onderwijsambtenaren, wethouders, raadsleden, schooldirecties en onderwijspersoneel, schoolbesturen, welzijnsinstellingen, schoolbegeleidingsdiensten en belangengroepen van ouders.

    Deelnameprijs is € 75, inclusief lunch en de essaybundel.

    De conferentie is een initiatief van: AOb, Onderwijsbond CNV, VOO, Humanistisch Verbond, VOS/ABB, VBKO, PSC/HVO en FORUM Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling.

    Voor meer informatie en inschrijving kunt u contact opnemen met Dinie Schaik, secretariaatsmedewerker FORUM via 030- 2974221 of D.Schaik@forum.nl

     Terug


    * Zwarte scholen ( http://www.trouw.nl/opvoedingenonderwijs/zwartescholen/index.html )

    De kwaliteit van zwarte scholen staat vaak ter discussie. Maar of allochtone kinderen beter onderwijs kunnen krijgen op witte scholen is ook nog maar de vraag. Trouw volgt de discussie op de voet.


    In: Tertio van 3 januari 2001, blz.3: MYTHE DOORGEPRIKT. Katholieke scholen wassen niet witter. Koenraad De Wolf

    Een hardnekkig vooroordeel wil dat het vrij onderwijs vooral ‘witte’ scholen telt, terwijl de ‘zwarte’ onderwijsinstellingen in het gemeenschaps- en het stedelijk net terug te vinden zijn. Recente cijfers ontkrachten evenwel die mythe en tonen aan dat het aantal allochtone leerlingen in het katholiek onderwijs fors toeneemt. De ‘interculturaliteit’ blijft een uitdaging voor het onderwijs van de 2lste eeuw

    .Waar zouden wij staan zonder de non-discriminatieverklaring van 1993?, vraagt kanunnik André De Wolf, de directeur-generaal van het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (VSKO) zich af. Door die verklaring vond een ruime verspreiding van de allochtone leerlingen plaats over de scholen en schoolnetten in Vlaanderen.
    ,,De opvatting dat de ‘witte’ scholen in het vrije net zijn terug te vinden, en de ‘zwarte’ scholen in het openbaar onderwijs klopt niet,” onderstreept Georges Monard, secretaris-generaal van het Onderwijsministerie van de Vlaamse Gemeenschap. In het vrije basisonderwijs lopen 64 procent van de Vlaamse kinderen en 50 procent van de allochtone leerlingen school. En in het secundair onderwijs, waar het aandeel van het katholieke net 75 procent bedraagt, is 60 procent van de migrantenkinderen ingeschreven.
    ,,Een meerderheid komt dus terecht in het katholiek onderwijs,” stelt Monard vast.» Toch neemt het openbaar net een relatief groter aandeel voor zijn rekening waarbij een zware last drukt op het stedelijk onderwijs in Antwerpen, Gent en Mechelen.”

    Overigens groeit het aandeel van de allochtonen in het katholiek onderwijs gestaag. Gerda Bruneel, stafmedewerkster van Beatrijs Plctinck, de secretaris-generaal van het Vlaams Verbond van het Katholiek Basisonderwijs, groepeerde de cijfers voor Mechelen en Gent. In de beide steden is vanaf het schooljaar 1995-’96 een non-discriminatiebeleid van toepassing.
    In Mechelen daalde het aantal migranten-kinderen in het gemeenschapsonderwijs sinds 1 februari 1993 van 33 naar 32 procent.

    Tegelijkertijd steeg het aandeel in het stedelijke net de voorbije zeven jaar van 20 naar 24 procent en in het katholiek onderwijs van 11 naar 18 procent. Op 1 februari 2000 volgde 44,7 procent van de allochtone leerlingen les in een katholieke school. In het stadscentrum nam het aantal concentratiescholen niet toe.
    Er is meer. Een kleuterschool slaagde erin zich te herprofileren en opnieuw een groter aantal Vlaamse kinderen aan te trekken. Een belangrijk percentage van de groeiende groep migrantenkinderen kwam terecht in de basisscholen buiten het Mechelse stadscentrum. Daar veroorzaakte de ‘witte’ vlucht de omvorming van vier multiculturele scholen tot concentratiescholen. In de residentiële periferie van de stad wijzigde de situatie niet. Migranten wonen er niet en gaan er bijgevolg evenmin naar school. Zo simpel is dat.

    Ook in Gent groeide door de grotere openheid van de katholieke kleuterscholen de afgelopen vier jaar de inbreng van de kinderen van allochtone ouders: van 20,3 naar 26,4 procent. Of jaarlijks een gemiddelde toename met 1,5 procent. Toch zijn de verschillen binnen de stad groot. In de omgeving ten zuiden van het Sint-Pietersstation, het zogenaamde Miljoenenkwartier, behielden de scholen hun exclusief ‘wit’ karakter wegens de
    samenstelling van de bevolking aldaar.
    In schril contrast hiermee stapte een school in Muide, een volksbuurt met een grote concentratie van migranten, onder druk van het lokaal integratiecentrum af van haar inschrijvingsbeleid. Het aantal allochtonen steeg er pijlsnel van 35 naar 87 procent.
    In Gent leidde de ‘zwarte’ uittocht, die volgt in het spoor van de ‘witte’ vlucht tot het sluiten van twee katholieke concentratiescholen. Wel had het herprofileringsbeleid op twee plaatsen een verhoging van het aantal autochtone leerlingen met tien procent tot gevolg. Met enkele jaren vertraging zet deze trend door in de Gentse lagere katholieke scholen. Hier nam het aantal allochtone leerlingen tussen 1996 en 2000 toe van 13,8 naar 17,7 procent.

    Op de studiedag over ‘intercultureel onderwijs’ van het Centrum voor Comparatieve Pedagogiek van de KU Leuven deelde secretaris-generaal Monard in oktober mee dat Vlaanderen 5,5 procent ‘doelgroepleerlingen’ telt. Dat zijn volgens de ingewikkelde definitie van het ministerie: ,,Kinderen wier grootmoeders langs moederszijde niet in België zijn geboren, en waarvan de moeders geen hoger onderwijs hebben genoten”. De meesten groeien op in kansarme gezinnen. En de grootste concentraties zijn terug te vinden in Gent, Mechelen en Antwerpen (24 procent).
    Door het succes van het Vlaams Blok staat vanaf het einde van de jaren tachtig de integratie van de allochtonen in onze samenleving hoog op de politieke agenda. De voorbije tien jaar werd een hele weg afgelegd. In het onderwijs kregen het ‘voorrangsbeleid’, het ‘zorgverbredingsbeleid’ en het ‘onthaalbeleid’ grote aandacht. Het bijkomend budget voor de tijdeljjke ondersteuning van de scholen met een groot aantal kansarmen liep de voorbije jaren op naar 2,1 miljard frank. En vanaf de jaren negentig groeide, wegens de onophoudelijke
    toevloed van nieuwe migranten, het besef van het permanente karakter van deze hulp. Daar is ook de Vlaamse regering van overtuigd. De komende vier jaar wordt een verhoging van dit krediet tot 2,6 miljard frank in het vooruitzicht gesteld.
    Een mijlpaal vormde tevens de non-discriminatieverkaring van 1993. Het lokale overleg tussen de netten leidde vanaf het schooljaar 1995-96 tot overeenkomsten in 29 steden en gemeenten waaronder Antwerpen, Genk, Gent, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Lokeren, Mechelen, Sint-Niklaas en Oostende. De scholen sluiten geen leerlingen uit op basis van hun ras, huidskleur of afkomst. Tevens engageren zij zich vrijwillig om
    de migrantenleerlingen evenwichtiger te spreiden. Dat gebeurt in overleg met de ouders en na het verstrekken van informatie aan de migrantengemeenschap.
    Deze formule werkte de voorbije jaren behoorlijk. Er kwam effectief een grotere spreiding en cijfers wijzen uit dat het aantal concentratiescholen niet steeg. Hoewel de druk op de multiculturele scholen toenam, bleven de klachten over het weigeren van leerlingen beperkt. En dat in weerwil van de ‘sterke verhalen’ die in sommige media buiten proportie werden uitvergroot.

    Terug naar het begin van de pagina

    In: Tertio van 3 januari 2001, blz.3: Jos Horemans van het diocesaan secretariaat van het basisonderwijs maakt de balans op van vijf jaar non-discrIminatiebeleid in de stad Antwerpen. Multiculturele scholen onder druk

    Hoe blikt u terug op de voorbije vijf jaar?
    ,,in Antwerpen namen de concentratiescholen, die allemaal in het stadscentrum zijn gelegen, in aantal niet toe. Wel zien we een stijging van het aantal multiculturele scholen — ook in de districten — en komen ‘witte’ scholen almaar minder voor.”

    Zorgt het toelatings- en het spreidingsbeleid van allochtone leerlingen voor spanningen?
    "Vooral in de multiculturele scholen zijn de stress en de psychologische druk sterk toegenomen. Het is geen toeval dat vanaf 1995 tien directeurs van de 29 bij ons secretariaat aangesloten scholen vroegtijdig opstapten of met pensioen gingen. Onlangs kwam voor een openstaande vacature geen enkele kandidaat opdagen. Pas na lang aandringen was iemand bereid om die taak op zich te nemen.”

    Wordt de sfeer grimmiger?
    ,,Het plaatselijke overleg in Antwerpen viel na het opstappen van de voorzitter in 1998 nagenoeg stil. Het zal moeilijk zijn om de werking opnieuw op gang te trekken. De Marokkaanse Federatie en de integratiesector (de LIG’s) nemen radicale standpunten in. Zij klagen bijna elke oriëntering of doorverwijzing van allochtone leerlingen aan. De inrichtende overheden van het officieel onderwijs bieden weinig weerwerk, waardoor het katholieke net zich in een geïsoleerde positie bevindt. De negatieve berichtgeving in de pers en het opblazen van klachten en conflicten werken een polarisering in de hand. Wij voelen een groeiend extremisme rond dit ‘hot item’.”

    Welke zijn uw prioriteiten?
    ,,Een bescherming van de multiculturele scholen om te voorkomen dat nog meer concentratiescholen ontstaan, is dringend nodig. Alleen een eigen statuut voor de multiculturele scholen — met een vaste verhouding van bijvoorbeeld twee autochtonen tegenover een allochtoon — kan een ‘witte’ vlucht voorkomen. Nog te weinig leeft het besef welke kostbare hefboom de multiculturele scholen vormen voor het verwezenlijken van een multiculturele samenleving. Want zo ervaren ook nieuwe generaties van jongeren de integratie van allochtonen als positief en vanzelfsprekend.”

    Hoe kijkt u aan tegen de aangekondigde aanvaardingsplicht?
    ,,De gevolgen daarvan zijn niet te overzien. Met één pennentrek dreigt vijf jaar hard en geduldig werken aan een multicultureel onderwijsaanbod verloren te gaan. Binnen de kortste tijd zal naar schatting de helft van de multiculturele scholen evolueren naar concentratiescholen. Vanuit politiek oogpunt is dit voor Antwerpen een dwaasheid. Zowel de ouden als de leerkrachten worden recht in de armen van het Vlaams Blok gedreven.” (KDW)

    Terug naar het begin van de pagina


    Van het Internet geplukt: Jos Geudens, onderwijzer bij anderstalige nieuwkomers te Antwerpen
    http://www.google.com/search?q=cache:_lIwGaieQCc:users.belgacom.net/KifKif/geudens1.html+vluchtelingenkinderen+(Belgi%EB)&hl=nl

    Vrijdag 1 september 2000

    Op 1 september 2000 hervatte ik mijn job in het onderwijs. Als 53-jarige onderwijzer opteerde ik deze keer voor een job als
    onderwijzer voor Anderstalige Nieuwkomers (AN), met andere woorden "Nederlandse taal voor vluchtelingenkinderen" in het
    stedelijk onderwijs van Antwerpen. De inspectie was zo vriendelijk om mijn vraag positief te beantwoorden

    Ik gaf reeds jaren les aan een vijfde en zesde leerjaar (in een school met ongeveer 25 allochtone kinderen) in Deurne, maar gezien ik in de voorbije periode meer en meer betrokken raakte met de problematiek van de Sans Papiers was het logisch om ook in het kader van mijn beroepsactiviteiten daar op in te spelen.

    Vrijdagmorgen vertrok ik dus met een klein hartje naar de "nieuwe school" in het hartje van Antwerpen. Voor de poort staan autochtone en meestal allochtone ouders en kinderen elkaar te verdringen. Ik geraak gemakkelijk via de andere poort met mijn fiets binnen. De conciërge toont me de fietsenstalling. Geen enkele leerling komt met de fiets. Alle fietsen zijn van leerkrachten. In de leraarskamer wordt er weinig nagepraat over de vakantie. Het gespreksonderwerp is eerder het nieuwe schooljaar, het gebrek aan leerkrachten voor scholen als deze en de doorverwijzing van allochtone leerlingen door de zgn. "witte scholen".

    Op de speelplaats heerst er een gemoedelijke sfeer. Kinderen, die elkaar sinds het afgelopen jaar kenden, praten rustig. De nieuwe leerlingen, o.m. "Anderstalige Nieuwkomers", kijken argwanend rond zich.

    De meeste leerkrachten ken ik reeds. Deze school was de enige Antwerpse stedelijke school die bereid was om de Sans papiers
    tijdens het schoolasiel van vorig jaar te ontvangen.

    Samen met de Interculturele commissie van het ACOD/onderwijs brachten we trouwens verleden schooljaar een bezoek aan de
    school om poolshoogte te nemen van de moeilijkheden waarmee scholen met veel vluchtelingenkinderen geconfronteerd worden.
    Toch zijn er twee nieuwe jonge leerkrachten: Tom en Joeri. Tom heeft enkele jaren in een college gestaan, kon niet akkoord gaan met het "elitair karakter van deze vrije school" en opteerde
    zeer moedig voor een job in het stedelijk onderwijs én in een concentratieschool. Tom heeft nu een eerste klas van 43 leerlingen. De klas is veel te klein voor dit aantal leerlingen. Er zullen dus oplossingen gezocht moeten worden, via de lessen Anderstalige Nieuwkomers of Onderwijsvoorrangsbeleid.

    Gedurende een aantal uren zullen de leerlingen AN en OVB opgevangen worden door de respectievelijke leerkrachten.
    Dit zal echter niet voor de eerste dagen zijn, want ikzelf krijg de derde klas omdat er geen leerkracht is voor deze klas en er toch
    iemand deze klas moet opvangen. Ik krijg al onmiddellijk een zicht waar deze leerkrachten mee geconfronteerd worden. De klas telt gelukkig slechts 17 leerlingen, waaronder 3 Vlaamse kinderen, 9 OVB-kinderen (van allochtone afkomst maar reeds meer dan 1 jaar in België), 5 leerlingen die in aanmerking komen voor AN (en dus hier nog geen jaar zijn). Alleen de aanwezige leerlingen afroepen betekent, gezien de moeilijke en vreemde namen, al een hele opdracht. Vladislav van Russische afkomst heeft het moeilijk. Hij is juist gearriveerd en kent geen woord Nederlands. Het zal dus gebarentaal worden. Gelukkig kent de directeur een beetje Russisch. De wereld zit voor mij in de klas: verschillende Marokkaanse en Turkse leerlingen, enkele Roma-kinderen uit Kosova en Slowakije en ook twee Russische kinderen.

    Ik begin maar onmiddellijk met een voorstellingsronde, maar ondervind onmiddellijk dat het kringgesprek niet al te best gaat
    eindigen indien ik geen ondersteuning geef. Ik verzin dan maar een "knijpspelletje" waarbij, na elke knijp in de arm, achtereenvolgens naam, adres, leeftijd en afkomst wordt
    verteld.

    "Ik ben Melania" ... knijp... "Ik kom uit Rusland"...knijp ... "Ik ben negen jaar"... knijp "Ik woon in de .... Straat" enz.. Gelukkig schijnen de kinderen het te appreciëren. Zo ken ik ook meteen hun taalkennis. Deze is zeer zwak. Ook de Vlaamse kinderen hebben moeilijkheden om zich, zelfs met deze simpele zinnen, uit te drukken. Het rekenen gaat iets beter. Zeker de Russische kinderen munten uit. Wat wel opvalt is de leergierigheid van sommige kinderen.

    Grote paniek: wie blijft er eten? En wie gaat er naar huis? Hoe leg je dat uit aan de kinderen. Beroep moet worden gedaan op gebarentaal. Of andere leerlingen die hier iets langer zijn. Ik mag ook de rij doen. Veel ouders wachten de kinderen op, maar weinig of geen ouders met auto. Van wildparkeren voor de poort
    is hier geen sprake. Agalev moet hier absoluut geen actie voeren voor een "schooldag zonder auto". We passeren het huis op de hoek, waar de bewoners van een opvangtehuis voor daklozen hun fauteuil aan de deur hebben gezet. Zij zijn reeds goed in de wind.

    Een man schreeuwt tegen de begeleidende vrouwelijke leerkracht: " Awel juffrake.. met ua zo ik wel eens in de klas willen zette..." waarna hij lallend terug naar de fauteuil waggelt.

    's Middags probeer ik toch maar de voorstelling te herhalen en ze te laten opschrijven. Wonder bij wonder slaag ik er toch in bij sommigen een zekere schriftelijke voorstelling op papier te krijgen. Ik laat hen er dan ook maar een tekening bijmaken en na wat knip en plakwerk slaag ik erin om een echte olifant uit de brand te slepen. Oef, eerste dag redelijk geslaagd.

    En ik maar dromen van teksten op computer, correspondentie via internet, enz.. Misschien komt het er nog wel van.

    Maandag 4 september 2000

    Nog niemand voor het derde leerjaar. Ik begin een beetje te wanhopen. Ik heb niet voor niks mijn derde graad opgegeven. Een middengraad staat me helemaal niet aan. 's Avonds hoor ik op de vakbondsvergadering dat er verschillende vacatures zijn in de scholen van de steden. "Wie wil er nu nog een job in het onderwijs?" Een financiële herwaardering voor alle leerkrachten is echt noodzakelijk. Daarenboven moeten er absoluut meer middelen komen voor de scholen met veel allochtone kinderen.
    In deze scholen vinden we niet alleen allochtone kinderen die hier reeds langere tijd zijn ( en het Nederlands redelijk beheersen) maar nu ook de vluchtelingenkinderen of AN's.

    Dinsdag 5 september 2000

    Oh, wat een geluk. Er is een jonge leerkracht die de derde klas gaat overnemen. Eindelijk kan ik me klaar maken voor het lesgeven aan de AN's. De uurrooster moet echter nog gemaakt worden. Ik maak drie groepen voor AN:
    a) een groep van 13 AN's van het eerste leerjaar (dit vooral om Tom van het eerste leerjaar te ontlasten). Deze leerlingen kunnen niet schrijven. Het lesgeven zal dus volledig mondeling moeten gebeuren...
    b) een tweede groep van zwakkere AN's uit 2 en 3
    c) een groep van sterkere leerlingen uit 4,5,6

    Woensdag 6 september 2000

    We puzzelen nog wat met de uurrooster, breng de klas in orde.. Bekijk de verschillende methodes voor AN's die me op het eerste zicht niet bevallen. Te schools, te gestructureerd, te weinig "Méthode Naturelle" zoals Freinet gezegd zou hebben...
    Ik heb voor de eerste keer de derde sterkere groep. We besluiten om een uitstap in de omgeving van de school voor te bereiden.
    Misschien is de natuurlijke methode toch de beste ... De meeste leerlingen zijn Roma- kinderen uit Kosovo of Slowakije, maar ook een meisje uit Ecuador. We zullen morgen wel verder zien.
    Ik probeer vanavond wel in de verschillende handleidingen te vinden hoe ik kinderen die geen woord Nederlands kennen en niet kunnen schrijven een aantal woordjes Nederlands moet bij brengen. Ik besluit dan maar om in mijn oudere computer een nieuwe harddisk te plaatsen zodat ik hem mee naar school kan nemen om alleszins niet beperkt te blijven tot "kleur of knip- en plakwerk"

    Donderdag 7 september 2000 - Vrijdag 8 september 2000 - Maandag 11 september 2000

    Het zijn toch werkelijk schatjes van kinderen: zo aanhankelijk en zo leergierig. Ook de Roma-kinderen, waar zo dikwijls kritiek wordt op geuit. Kinderen uit Tsjetsjenië, Kosovo, Slowakije, Turkije, Rusland, Ecuador, Mongolië... Allemaal minder dan één jaar in Antwerpen. Ik ben erg benieuwd wat ze allemaal meegemaakt hebben, wat ze vinden van Antwerpen,... er valt heel wat te vragen eens ze meer Nederlands kennen. Ik vraag me af of ik ook en op welke manier ik HUN cultuur en taal in de klas kan brengen. Via muziek, via internet, via hun wedervaren... Onze sympathieke Roma-jongen Sona probeert reeds een zigeunerdeuntje uit. Hij lijkt enorm gelukkig in de school. Vladislov wil me absoluut wijsmaken dat hij geen Rus is, maar afkomstig is van Kirgistan... Hij troont me mee naar de landkaart en slaagt er zonder problemen in zijn land aan te wijzen op de kaart. Een zeer intelligent kind. Vladislov zal heel vlug vooruitgang boeken...Net als Melania en Helena. Afrikaanse kinderen zijn er ook (o.a. van Angola) maar ze zijn hier al langer dan een jaar en volgen dus de OVB-klas.

    Ik begin met een liedje waar een aantal essentiële woorden in voorkomen. De leerlingen schijnen het erg te appreciëren. Het gaat traag maar het werkt. Weldra klinkt het door de klas: Goeiemorgen, Goeiemorgen, dag school, dag klas, Goeiemorgen, dag das, dag jas,.. enz... (Ik heb thuis vergeefs naar een das gezocht en .. heb het dan maar geprobeerd met een tekening van een clown met een das....). Een paar spelletjes doen het ook...ik fluister in hun oren dat ze dag moeten zeggen aan de "speelplaats." "Dag bank, dag school, dag toiletten, enz..." Wat zijn we toch een vriendelijke groep...

    Vrijdag kregen we bezoek van De Nieuwe Gazet. Een vriendelijke journaliste had op internet mijn dagboek gelezen en was er door
    gecharmeerd. Alhoewel ik in mijn dagboek de naam van de school niet had vermeld, was ze er toch in geslaagd om me via de vakbond op te sporen.
    Van onderzoeksjournalistiek gesproken. Zaterdag verscheen het artikel in de krant. Dit is dan ook weer meegenomen: als de problematiek van deze scholen maar in de belangstelling blijft.
    Toch merk ik onmiddellijk dat we voorzichtig moeten zijn.
    De school wil een buurtschool blijven en is terecht allergisch aan "slechte reclame". De situatie van de school is zoal moeilijk
    genoeg. Vlaamse ouders verlaten meestal scholen als deze en dit proberen de leerkrachten te vermijden. De discussie is er reeds: kan zo'n school wel dezelfde kwaliteit bereiken als een "elite-school?"
    Neen, dus. Hoe proberen we de Vlaamse ouders dan te overtuigen om hun kinderen verder naar deze school te sturen?
    Misschien door te mikken op andere kwaliteiten van de school en die zijn er: kindvriendelijkheid, openheid, het multiculturele
    aspect, de creativiteit,...
    Een leerkracht van de nabijgelegen kleuterschool, waarvan de leerlingen meestal doorstromen naar deze school vertelde me wat voor moeite ze moet doen om een advocate van de buurt, die voortreffelijk werk doet voor de vluchtelingenfamilies, te overtuigen om haar kind verder naar deze kleuterschool te blijven sturen. Dit jaar is het geslaagd, maar zal dit kind ook terecht komen in deze school volgend jaar.
    Toch is de sfeer in de school formidabel: alle leerkrachten zijn erg gemotiveerd en erg vriendelijk voor de leerlingen.
    We gaan vrijdag en maandag op bezoek in de wijk. We benoemen de auto's, de bussen, de bomen, de winkels, de bakker,....De kinderen genieten ervan om buiten te zijn. Ik merk ook dat heel wat mensen"open staan" voor de kinderen.
    Uiteraard krijg ik wat hulp van de "daklozen" die zich blijkbaar met dit weer permanent op de hoek van de straat hebben
    geïnstalleerd: zij leren de leerlingen van de school een nieuwe zin..." meneer zit op de stoel en is zat...".
    We gaan een krant kopen in de krantenwinkel over de school; we maken foto's, die kunnen we later gebruiken als de kinderen wat
    beter de zinnen kunnen formuleren... "Een krant alstublieft meneer". "Dank u wel, meneer. " "Bij een Marokkaanse kruidenier: " Zes bananen alstublieft, meneer" "Dank u, meneer."

    Maandag 11 september 2000 - dinsdag 12 september 2000

    We hebben nu reeds een aantal belangrijke woordjes geleerd over de buurt van de school. We maken met de eerste klas een collage over de buurt: knip- en kleefwerk. De leerlingen vinden het blijkbaar wel leuk.
    Ik begeleid ook de tweede klas naar het zwemdok. Het is een hele weg. Vuilnis en sluikstort versperren heel dikwijls de weg in de wijk. In een aantal winkels proberen we de vruchten de herkennen.
    In een winkel met een vriendelijke Pakistaanse eigenaar herkennen enkele Afrikaanse kinderen de maniokwortel. Hier moeten we eens terugkomen om de supermarkt eens goed te bekijken. Het zwemdok blijkt eerder een plonsbad te zijn. Ze amuseren zich nochtans kostelijk in het zwembad. Toch erg opvallend hoe vlug de leerlingen tevreden zijn met een kleinigheid. Veel klagen is hier in de school niet bij: met het minste kun je de kinderen blij krijgen. Een knuffel is reeds voldoende, een handje geven in de rij is genoeg om een lach van hier naar ginder terug te krijgen,..
    Tom geeft me ook reeds een steuntje, hij merkt op dat de leerlingen al heel wat Nederlandse woorden kennen.. Ik lach het weg, maar ik moet constateren dat de leerlingen duidelijk wel wat meer zelfvertrouwen hebben.

    Volgende donderdag is het ouderavond.

    Vooral de Roma-ouders blijken moeilijk bereikbaar ( de taalkloof is erg groot) . Ik neem contact op met Wolf B. van Opre Roma om
    een ouderavond specifiek naar de Roma-ouders te begeleiden. Wolf is getrouwd met een Roma-vrouw en is woordvoerder van een Roma-organisatie. Ik ben heel benieuwd hoe het zal verlopen.

    Maandagavond is het traditioneel vakbondsvergadering. De discussie gaat o.a. weer over het gebrek aan leerkrachten in de grote steden. In verschillende scholen weigert men Anderstalige Nieuwkomers omdat er geen leerkrachten voor te vinden zijn en...dan zitten de "klasseleerkrachten ermee", zoals een directeur het uitdrukte. De jarenlange besparingspolitiek in onderwijs, de verslechtering van de onderwijsomstandigheden door de maatschappelijke omstandigheden, enz.. eisen duidelijk hun tol.
    Er moet dringend een halt geroepen worden aan de groeiende kloof tussen arm en rijk in de maatschappij en in het onderwijs.
    Maar terug naar de school.
    Het is de bedoeling dat de leerlingen zo vlug mogelijk geïntegreerd worden in de klas: Het is dus nodig om de leerlingen de meest essentiële "klassewoorden" te leren: bord, stift, bank enz... Een kwartetspel, als mogelijkheid, vind ik in "Goochelen met woorden" . Het lijkt me wel wat. Wat moeilijk voor het eerste leerjaar (een aanpassing was vereist), maar groep 2 en de uitgedunde groep 3 (klas 5 en 6 zijn naar de
    Ardennenklassen) schijnen het wel te appreciëren. Ook het computerwerk (dank u Freddy Fish) is voor hen hét van hét...
    Morgen heb ik een vergadering van de Commissie Interculturalisme van de ACOD.

    Het leven in mijn klasjes gaat rustig zijn gang...

    De vijfde en zesde klas zijn een week naar de Ardennen geweest. De meeste leerlingen zijn meegegaan: een pluim voor de leerkrachten. Het is duidelijk dat de ouders en de kinderen vertrouwen stellen in hen. Gelukkig is er een fonds dat een bijdrage levert wat de kosten voor de ouders een beetje drukt.

    Woensdag was het een vergadering van de Interculturele commissie van ACOD/onderwijs. In verschillende grote steden is er een tekort aan leerkrachten. Eens te meer zijn de scholen met veel allochtone kinderen weer het eerste slachtoffer. De vervangingspool heeft er hoogstwaarschijnlijk voor gezorgd dat de leerkrachten een school in de buurt vinden. Het vorige jaar waren er wel wat leerkrachten uit het verre Limburg of de Kempen, die naar Anwterpen kwamen afgezakt. Ook onze school heeft nog recht op een leerkracht Anderstalige Nieuwkomers. Indien je een leerkracht kent die de uitdaging wil aannemen ...

    Ik heb nu ook gemerkt dat twee Roma-leerlingen bij mij in de buurt wonen. Zij komen met tram 24 naar de school. 's Morgens passeren ze me met de tram en wuiven naar me. Regelmatig zie ik ze ook naar de wasserij of buurtwinkel gaan of voetballen op het pleintje in mijn buurt.

    Ook het leven in de buurt van de school gaat rustig zijn gang. De daklozen zitten nog steeds op de hoek, wuiven vriendelijk wanneer ik voorbij fiets of wandel. Zij doen zelfs mee aan taalonderwijs. Wanneer ik passeer roepen ze : " Dit is het zebrapad, links en rechts kijken..." Wel grappig. Ook de hoertjes tippelen verder. Enkel de oudere leerlingen begrijpen dat de dames niet op de tramhalte staan te wachten... Ik heb ook een telefoon gekregen van het buurtcentrum "Het Oude Badhuis" dat mijn dagboek wil publiceren in de buurtgazet. Zij hadden gehoord dat we in de school met een "nieuw experiment" bezig waren. Ik heb hen dan ook moeten uitleggen dat ik GEEN ervaring had in het onderwijs aan Anderstalige Nieuwkomers en dat ik helemaal niet de bedoeling heb om "eens te laten
    zien hoe het moet." Ze gaan het dan wel met een andere inleiding publiceren.
    Ik heb het wel even met de directie besproken. Hij is akkoord. De school zal niet vermeld worden.
    Ik heb de indruk dat het onderwijs aan Anderstalige Nieuwkomers nog in zijn beginstadium staat en dat er weinig ervaringen op papier zijn gezet.

    Meer en meer merk ik trouwens dat het ook (of vooral ?) voor mij, ondanks mijn jarenlange ervaring in het gewone onderwijs met "gewone " allochtone jongeren " trial- and-error" is. Het belangrijkste is de kinderen zich goed te laten voelen vanaf het eerste moment. De kinderen zijn blij wanneer ze naar mijn klasje mogen, merk ik. Dat heeft uiteraard niets te maken met de leerkracht van hun klas, maar eerder omdat ze zich wat verloren voelen in de gewone klas.

    Ik ben dit dagboek gestart om vooral voor de buitenwereld duidelijk te maken, waarmee idealistische leerkrachten in deze scholen geconfronteerd worden. Ik heb reeds in de vorige editie het dilemma aangereikt waar de leerkrachten mee zitten....
    We hebben dat vroeger ook gezien op sommige onderwijsconferenties wanneer er een evaluatie werd gemaakt van een bepaalde pedagogische methode: de leerkrachten durfden (uit zelfbehoud) niet zeggen dat deze methode niet geschikt was voor de leerlingen van de klas. Indien ze dat wel deden en over de moeilijkheden praatten, werden ze ofwel als kritikaster of als onbekwame leerkracht bestempeld...
    Er werd dan maar gezwegen... Dit is op de duur nefast. Van sommige directies horen we ook: "Je moet de vuile was niet buitenhangen.. dat doet het vrij onderwijs ook niet.". Zo kregen we een telefoon van een ander directielid , " die vond dat het artikel in De Nieuwe Gazet negatief was voor de school en voor het onderwijs aan Anderstalige leerlingen," omdat erin werd gezegd dat er geen echt geschikte methode was voor het taalonderwijs aan Anderstalige Nieuwkomers. Ja, als je zo redeneert dan blijf je "positief" naar de buitenwereld en intern met problemen kampen...
    De schrik zit er goed in : zeg je aan de buitenwereld dat er problemen zijn dan komen ook de Vlaamse ouders het te weten en dan werk je mee aan "de witte vlucht." Ook als leerkracht stel je je zwak op... Iedereen wil toch een goede leerkracht zijn, die
    RESULTATEN behaalt, nietwaar. Negatieve punten zijn een slecht signaal naar de buitenwereld. Nu, de " vuile was" moet niet meer buitengehangen worden. Het is duidelijk
    doorgedrongen dat deze school "anders" is dan de andere scholen..  Het komt erop aan om andere accenten te leggen: gelukkige kinderen in een gelukkige multiculturele school, lijkt me voor een school als de onze een goede slogan....

    De ouderavond, georganiseerd door Tom van het eerste leerjaar, was alleszins geslaagd. Een tiental ouders, enkele Vlaamse mama's maar meestal allochtone vaders en moeders, volgden de uitleg van Tom. Er werd wat spontaan getolkt door een Turkse mama. Met wat gebaren kwam alles in orde. De ouders waren duidelijk geïnteresseerd in wat er in de klas dit schooljaar staat te gebeuren. Volgende week hebben we een oudernamiddag voor de Roma-ouders met tolk met Wolf B. van Roma Opre.

    Met het vijfde en zesde leerjaar zijn we een wat grotere uitstap gaan maken: naar de Chinese supermarkt ( ik liet wat snoepjes kopen), naar het station, de cinema, de ingang van de zoo,...
    Woordjes als loket, spoor, ingang, ticket, film .. vinden langzaam hun weg. Ik merk ook dat er heel wat verschillen zijn (groeien? ) tussen de leerlingen wat taalbeheersing betreft. Sommigen kunnen reeds zinnen formuleren, anderen houden het bij woordjes..

    Met de eerste groep gingen we naar de markt in de buurt van het St.Jansplein. We kochten wat pruimen aan een kraam (bestellen en betalen, de natuurlijke methode dus ) en we kregen gratis een hele tros druiven. Verder wordt er heel wat herhaald in de
    klas. De kinderen spelen graag "bingo" met de woordjes die ze juist geleerd hebben.. Dit is te onthouden.... Een stoelendans is ook altijd meegenomen, blijkt in de tweede groep. Voor de Roma-kinderen heb ik een cassette met Roma-muziek opgenomen. Sommigen spreken echter geen Roma- taal, maar enkel Slowaaks. Enkele Roma-kinderen zijn zondag in Brussel in de betoging van de Roma-zigeuners opgestapt om tegen de uitwijzingen te protesteren. Het zal nodig zijn want in de nacht
    van zaterdag op zondag is de politie op "bezoek" geweest in verschillende woningen (meer dan 600) van de vluchtelingen. Het was geen razzia, zei de politie, maar controle van de woninginfrastructuur. Maar je kunt je wel voorstellen wat de reactie van de Nederlandsonkundige vluchtelingen moet geweest zijn. Enkele leerlingen zijn niet in de school. Heeft het iets met de controle te maken?

    Ik heb vandaag de CD "Allemaal Kleuren" van K3 gekocht op CD. Anojin, de lieverd uit Mongolië, begon het te zingen ( "Van Amerika tot Afrika,...") . Zij kent nog maar enkele woordjes Nederlands maar zong de strofe met vol overgave op de speelplaats. Ik had het liedje nog nooit gehoord. Te oud geworden, zeker? Misschien kunnen we er iets mee doen. Het is trouwens ook een liedje over "samenleven"..

    Ach ja... In de klas heeft de juffrouw van 4 een kakkerlak doodgetrapt, die uit een boekentas kroop. Het zal niet de laatste zijn dit jaar.. verzekert men mij. Of schrijven we dit beter niet?
    In de media spreekt men over de "verschrikkelijke onhygiënische omstandigheden" in sommige huurwoningen. De mensen betalen zich nochtans blauw aan de huur van de
    krotten. Zo vloeit het OCMW-geld dan toch terug naar onze meestal "Vlaamse huisjesmelkers", die er goed hun kost aan verdienen.
    Vlaanderen kan tevreden zijn... .

    Jos Geudens

    Terug naar het begin van de pagina


    Gent wijk Brugse Poort

    Sinds 1993 is Albert van De Kerkhove pastoor-deken van Gent-Noord. Hij is pastoor van de parochies Sint-Jan Baptist, O.L.Vrouw Koningin van de Vrede (Malem) en Sint-Theresia van het Kind Jezus. Samen vormen deze parochies de wijk Brugse Poort. In de parochie Sint-Jan Baptist is een sociale dienst en een kringloopwinkel. Diaken is Werner De Greve. Daar zijn de Dochters van liefde, de Kleine Zusters van Nazaret, o.wie Zr Jo Ghyoot. Er zijn straatverantwoordelijken en buurtwerkers. Artikel door Annelies Vergracht: Afbraak en opbouw: leven in de Brugse Poort, in: Kerkplein, jg.11 (febr. 2002).

    De Standaard, 13 april 2000: REPORTAGE  Scholen bekennen kleur (3) Brugsepoort Gent
    Multiculturele scholen. Er moesten er meer zijn, zegt het katholiek basisonderwijs. Maar vanaf dertig tot vijftig procent migrantenleerlingen zou een school kinderen moeten kunnen weigeren. Anders worden het in een mum van tijd gettoscholen.
    Scholen bekennen kleur. Een reportagereeks.

    ,,Migrantenschool niet slecht”
    Van onze redactrice
    Annemie Eeckhout
    MENSEN ervaren kansarmoede als dermate bedreigend, dat ze ervoor wegvluchten. Een migrantenschool is nochtans niet per definitie slechter dan een andere. Ik ben er zelfs van overtuigd dat alle kinderen hier een betere vorming als mens krijgen dan in de ‘witte’ scholen.”
    De Vrije Basisschool in de Reinaertstraat in Gent. ,,Maak er een positief verhaal van”, begroet directeur Ludo De Wilde me. ,,Het moet eindelijk eens gedaan zijn met die hetze tegen migranten en vluchtelingen! Deze kinderen zijn niet altijd synoniem van problemen.” Hij zal het blijven herhalen, met een almaar dwingender ondertoon.
    De Brugse Poort. waar de school middenin ligt is een verzameling van alle mogelijke rampspoed. Verloederde huizen, werkloosheid, gebroken gezinnen, ziekte, armoede... De schoolpopulatie is een afspiegeling van de buurt en bestaat voor 99 procent uit migranten en vluchtelingen.
    ,,Deze school is niet slechter dan een andere”, verdedigt De Wilde zich meteen. ,,De cijfers op het rapport en de doorstroming naar het algemeen secundair zullen hier misschien wat lager liggen dan in de zogeheten ‘betere’, traditionele scholen. Maar is dat het belangrijkste?”
    ,,Hier staat het proces van menswording centraal. Elk kind wordt individueel gevolgd, in zijn eigenheid en op zijn niveau. Differentiatie, succeservaring, zorgverbreding... Al die onderwijsmethodes die de andere scholen vandaag aan het ontdekken zijn, waren bij ons, uit noodzaak, al dagelijkse kost voor ze een naam hadden. Wij hebben uitstekende leerkrachten. U zou er verbaasd van staan hoe innoverend een migrantenschool is.”
    Wil de directeur niet graag wat meer Vlaamse kinderen inschrijven? ,,Ja, want de confrontatie met andere culturen en sociale milieus zou, alleen al voor hen, een hele verrijking zijn. Maar door altijd maar negatief over dit soort scholen te berichten, komt er geen mentaliteitsverandering op en dat moeten we hebben. Belgen moeten af van het, onterechte, vooroordeel dat de zogeheten verstandelijke kinderen hier niet thuishoren. Migranten of vluchtelingen weigeren, past niet in onze filosofie.”
    De Wilde bepleit meer erkenning en steun voor concentratiescholen. ,,Want er komt wat op ons af. Onderschat de kansarmoede niet. Ik wil u wel eens voor een klas met 25 vluchtelingenkinderen zien staan die geen woord Nederlands verstaan.”
    ,,Ik ga er geen doekjes omwinden”, zegt juf An. ,,Het is onmogelijk de achterstand van deze kinderen volledig wèg te werken. Je moet ontzettend creatief zijn, veel geduld hebben, en je verwachtingspatroon op hun mogelijkheden afstemmen.”
    Aardrijkskundeles, over het klimaat. De les begint met het tonen van een thermometer. Juf An: ,,In een gewone klas weten alle kinderen wat een thermometer is. Hier niet, ze verstaan het niet. Dus begin ik met dat te tonen en te illustreren wat je daar kan mee doen. Zo geven wij hier les. Met veel gebaren, en geduld. Je moet vaak heel lang op resultaten wachten. Want dat verwachten ze wel.”
    Juf An geeft al dertien jaar les. Ze heeft nog nooit in een blanke school gestaan. ,,Het is zwaar, toch heb ik het gevoel iets voor deze kinderen te kunnen doen. Dat geeft voldoening.”
    Voor hoofdvakken zoals taal en rekenen krijgen de leerlingen niet per klas maar in groepjes van hetzelfde niveau les. ,,Zo kun je echt differentiëren en voelen de kinderen zich niet de minderen. Door hen daarenboven elk ook een rol in de groep te geven, kunnen ze status opbouwen en hun gevoel van eigenwaarde opkrikken. Dat is ontzettend belangrijk.”
    Het stopt niet bij creatief lesgeven. Leerkrachten in een concentratieschool voelen zich vaak sociaal-assistente ,,en zoveel meer”. Een kind dat ‘s middags op school blijft eten maar geen boterhammen meekreeg. Een nierpatiëntje dat van de pijn vergaat omdat de moeder geen geld meer heeft om medicijnen te kopen. ,,We helpen waar we kunnen. Kopen eten voor dat kind of schakelen discreet een arts in voor die zieke leerling. Maar je kunt als leerkracht niet alles oplossen. Wie de problemen thuis niet kan loslaten, houdt het niet vol.”

    (Schoolgegevens: Ges.Vrije Basisschool(Gemengd), Reinaertstraat 26, 9000 Gent (Basisonderwijs), Telefoon  (09)226 12 73 Telefax  (09)226 12 73)

    • Dit is het derde artikel in een reeks. De vorige afleveringen verschenen op 11 en 12 april 2000.

    Terug naar het begin van de pagina


    De Standaard, maandag 18 juni 2001 ( R E P 0 R T A G E ) GENTSE CONCENTRATIESCHOOL DENKT MULTICULTUREEL
    Vluchtelingen welkom in Brugsepoort

    Onder het goedkeurend oog van enkele juffen lopen een veertigtal kinderen over de speelplaats van het Sint-Jan-Baptist-Instituut. De Gentse kleuter- en lagere school telt onder haar 149 leerlingen maar Iiefst 20 verschillende nationaliteiten en 93 kinderen van vluchtelingen. Albanese, Kosovaarse, Slovaakse en Congolese kindjes spelen broederlijk met elkaar.

    Van onze medewerker Bart Aerts

    SLECHTS één Belgisch meisje volgt les in de vrije basisschool. Tjanka is pas zeven, maar is er zich terdege van bewust dat ze het enige autochtone kind is tussen de vele alIochtone vriendjes. ,,Dat is toch geen probleem”, zegt ze bijna verontwaardigd.
    Het schooltje bevindt zich in één van de kansarmste buurten van Vlaanderen, de Brugsepoort, in de middeleeuwse gordel rond Gent. Zowat 25 jaar geleden was dit een honderd procent blanke school. ,,Met de komst van de vele Turkse en Marokkaanse gezinnen, verdwenen steeds meer Vlaamse kinderen van de school”, vertelt directeur Ludo De Wilde. ,,Nu halen de Turken en Marokkanen hun kinderen weg omwille van de kinderen van vluchtelingen.”

    In weinig Vlaamse scholen is de concentratie vluchtelingen zo groot als in Sint-Jan-Baptist. ,,Vele kinderen van vluchtelingen hebben al een hele weg afgelegd voor ze hier terechtkomen”, sakkert De Wilde. ,,Onbegrijpelijk hoeveel scholen deze kinderen weigeren.”
    Het is niet evident om een goed spreidingsbeleid te voeren. Ook al is de Gentse onderwijsschepen niet bevoegd voor de vrije school, directeur De Wilde is gecharmeerd door de ideeën van Freya Van den Bossche. ,,Haar plan om quota vast te leggen voor het aantal allochtonen of autochtone leerlingen dat een school mag of moet opnemen is heel verdienstelijk. Al is het misschien moeilijk te verwezenlijken. Alleszins heeft ze de discussie op gang gebracht.”
    Omdat er zo veel verschillende nationaliteiten zijn, moeten de kinderen wel Nederlands leren. Dat is het enige wat ze gemeen hebben. Mina en Islam zijn twee Kosovaartjes van tien jaar die sinds september in België verblijven. Ze drukken zich heel vlot uit in het Nederlands. ,,We zijn hier graag, het is leuk om met vriendjes te spelen. We leren ook veel schrijven, lezen en rekenen”, zegt Mina ietwat verlegen. ,,En we kunnen het al heel goed”, voegt Islam daar snel aan toe.
    Juffrouw An heeft haar handen vol met de kleuters. ,,Ik doe het heel graag. Het is heel anders werken dan met Vlaamse kinderen. Je bent voortdurend met taal bezig.” De kindjes van de derde kleuterklas beseffen dat het ene klasgenootje uit Turkije komt en het andere uit Palestina. ,,Ze maken daar echt geen probleem van”, zegt kleuterjuf An. Directeur De Wilde beaamt dat. ,,Kinderen zijn van nature helemaal niet racistisch. Dat wordt hen ingelepeld door volwassenen.”

    Plots krijgt de leuze tegen de wand in de gang tussen de kleuterklasjes een veelzeggende betekenis: "Een wijde blik verruimt het denken”. De aanwezigheid van verschillende culturen noodzaakt een open vizier. De Wilde: ,,We merken dat we meer bereiken met zo’n aanpak. Vele kinderen zijn letterlijk en figuurlijk verschoppelingen. Ze zijn getraumatiseerd door oorlog en miserie. Schoolervaring hebben ze
    niet. Ze zijn arm op elk gebied. Hier moeten ze het gevoel krijgen dat ze welkom zijn."
    Uniek in de aanpak is de centrale plaats die twee sociaal assistenten krijgen. Tomas Peirsegaele is één van ben en kwijt zich met een flinke dosis enthousiasme van zijn taak.» Ik doe het heel graag. Als je een Kosovaars kind dat de oorlog heeft meegemaakt hier volledig ziet openbloeien, dan geeft dat veel voldoening.”
    Als het nodig is, gaat Peirsegaele op thuisbezoek. Overal wordt hij hartelijk ontvangen. ,,Sommige gezinnen wonen in schrijnende omstandigheden. Ze hebben zo veel meegemaakt. Maak die ouders maar eens duidelijk dat hier een schoolplicht geldt. Het wordt helemaal moeilijk als de ouders ontkennen dat hun kind al 90 halve dagen afwezig is geweest.” Tot voor kort werd er weinig of niets gedaan aan veelvuldige afwezigheden bij kleuters en leerlingen uit basisscholen. De minister van Onderwijs, Marleen Vanderpoorten, bereidt nu een nieuwe regelgeving voor om het probleem aan te pakken. Dit schooljaar loopt in 57 scholen een spijbelproject dat de afwezigheden en de oorzaken ervan in kaart moet brengen.
    Volgens directeur De Wilde kan er naar de school niet met beschuldigende vinger gewezen worden. ,,De school speelt een cruciale rol, maar het spijbelprobleem hangt nauw samen let sociale problemen. Alle organisaties die met sociale problematiek bezig zijn, moeten samenwerken. Een systeem van thuisbegeleiding kan veel problemen verhelpen. Je kan toch niet kwaad zijn op kinderen die spijbelen als je weet dat ze thuis het huishouden moeten doen. In Nederland is er nu sprake van geldboetes ouders die hun kinderen doen spijbelen. Dat is een
    spoor dat we moeten overwegen."
    Dat het Sint-Jan-Baptist-instituut op haar eigenste manier kan blijven doorwerken, is alles behalve zeker.
    ,,Ik weet niet of we in september het schooljaar  opnieuw met twee sociaal assistenten kunnen starten", moet De Wilde bekennen. ,,Er mag zeker wat meer ondersteuning komen.

    Zie het inittiatief "De Speelvogels": http://home.tiscalinet.be/despeelvogels/middenframe%20theorie.htm

    Terug naar het begin van de pagina



    MOCEF: Een Turks project succesvol toegepast in Gent 2000 (van het net geplukt)

    Ook in de Freinetscholen doen we steeds meer ervaring op rond het opvangen van allochtone kinderen. Het wordt duidelijker dat we de ouders van onze allochtone kinderen bij de school moeten betrekken. In dit verband werden Ayse Isçi en Fatma Pehlivan, twee Turkse projectmedewerksters van de Pedagogische Begeleidingsdienst, uitgestuurd naar Turkije om opgeleid te worden in het werken met "moedergroepen" (het project dat ze er bestudeerden is in Turkije bekend onder de naam Mocef). Ayse werkt met moedergroepen in De Vlieger en Het Trappenhuis en Fatma in de basisscholen De Puzzel, De Muze en F.Van Rijhove. Hierbij een verslag van de werking van het voorbije schooljaar, het project wordt dit schooljaar verder gezet.

    Fatma Pehlivan: 7de plaats op de senaatslijst van de SP (verkiezingen 1999). Medewerkster aan vredescahier 2:1999.

    Gemeentelijk onderwijs, basisonderwijs, De loods annex De Puzzel, Jozef II-straat 28, 9000 Gent. Tel.: 09/225.15.34 Situering: Coupure (W), Verbindingskanaal (N), Brugse poort (ZW)

    Gemeentelijk onderwijs, basisonderwijs De Muze, Gravin Johannastraat 7, 9000 Gent. Tel.: 09/225.14.55 en 09/233.31.34. Situering: Coupure (W), Oud Begijnhof, Rabot

    Basisschool Frans Van Ryhove, Frans Van Ryhovelaan 191, 9000 Gent. Tel.: 09/227.95.73. Mariakerke, Kanaal Gent-Oostende (W), Verbindingskanaal (Z)

    Het Trappenhuis, Lucas Munichstraat 29, 9000 Gent +32-(0)9/224 05 04  trappenhuis@gent.be  Geklemd tussen de Leie (W), Dampoort (N) en spoorwegen (O) Gemeentelijk onderwijs, voorschoolse opleidingen, dagverblijven nr.22 "Het Trappenhuis",  Schoolkaai 23, 9000 Gent. Tel.:09/233.64.25.

    De Vlieger, Dendermondsesteenweg 53, 9000 Gent, België. +32-(0)9/228 29 77 devlieger@gent.be  De Vlieger
    Sint-Amandsberg, Dampoort

    Wat is Mocef (Moeder en kind ontwikkelingsfonds)?
    Mocef werd in Istanbul opgericht in 1993 en heeft als voornaamste doelstelling het ondersteunen
    van moeders bij het opvoedingsproces van hun kinderen, waarbij men zich specifiek richt naar de opvoedingsfase tussen 0 en 6 jaar.
    Het doelpubliek bestaat uit laaggeschoolde vrouwen die in een sociaal-economische achtergestelde situatie verkeren.
    Mocef maakt gebruik van een programma dat werd ontwikkeld door de Universiteit Bogazië van Istanbul en de Universiteit van Minnesota in de Verenigde Staten. Het uitgewerkte programma wordt ondersteund door het Van Leer Project uit Nederland en de Wereldbank. Mocef werkt in Turkije samen met het Ministerie van Onderwijs en het Centrum voor Volksontwikkeling.
    Het programma van Mocef bestaat uit drie delen: algemene ontwikkeling van het kind; geboorteregeling; cognitieve ontwikkeling van het kind.

    Overdracht van het project naar Gent
    De doelgroep die door Mocef in Turkije wordt bereikt kunnen we vergelijken met de migrantenvrouwen in Gent. Het eerste en het tweede deel van het programma van Mocef wordt hier opgevangen door Kind en Gezin en andere instanties.
    In Gent kampen de vrouwen echter met een bijkomend probleem: de moeders ervaren dat er een grote kloof bestaat tussen de thuissituatie en het schoolgebeuren. Zij voelen aan dat ze de opvoeding die zij kregen niet kunnen toepassen op hun eigen kinderen. Hun kinderen zitten namelijk in een heel andere leefsituatie en de maatschappij waar de moeder is opgegroeid is heel anders dan de huidige.
    Bij de opvoeding van hun kinderen ondervinden moeders weinig steun, noch van de omgeving noch van de buitenwereld. Daardoor voelen zij zich vaak onzelfzeker in de omgang met hun kinderen.
    Deze onzekerheid veroorzaakt op haar beurt schuldgevoelens. Ze worden nog versterkt als moeders zien dat hun kinderen een schoolachterstand oplopen en dat een van de redenen hiervoor de thuissituatie kan zijn. Zij ervaren ook dat er voor de leerstof die de kinderen op school aangeboden krijgen, thuis vaak geen referentiekader bestaat in hun moedertaal. Zij kunnen hun kinderen thuis onvoldoende opvangen waardoor de kloof tussen de thuissituatie en de school alsmaar groter wordt.
    Moeders worden dus gedwongen om zich een ander opvoedingspatroon eigen te maken. Hierbij wordt grote druk uitgeoefend op de moeder, zowel vanuit de eigen omgeving als vanuit andere betrokken partijen zoals de school, SOW, PMS, ... De moeder blijft immers de aangewezen persoon en hoofdverantwoordelijke voor de opvoeding van haar kinderen.
    Deze problemen worden ons dikwijls gesignaleerd via de moedergroepen. Zij vragen ondersteuning en hulp, maar weten niet waarnaar ze zich kunnen wenden.
    Omdat de doelgroep van Mocef bestaat uit kansarme, laaggeschoolde moeders denken wij dat het door hen ontwikkelde programma ook toepasbaar kan zijn op de migrantenmoeders en hen kan ondersteunen bij de opvoeding van hun kinderen.

    Algemene evaluatie
    In de werking van de moedergroepen gaven de moeders herhaaldelijk te kennen dat ze steun nodig hebben bij het opvoedingsproces van hun kinderen en het opvolgen van het schoolgebeuren. De moeders voelden meer en meer een druk van de buitenwereld (de school en de gemeenschap) die op hen werd uitgeoefend.
    Om een gestructureerde ondersteuning te kunnen bieden hadden we zelf nood aan een bepaald programma. We denken hierbij dat we een stuk tegemoet gekomen zijn aan de nood van de moeders door gebruik te maken van Mocef.
    Eerst en vooral willen we vermelden dat we het project opgevat hebben als een experiment. We konden op voorhand niet zeggen of een programma dat met succes werd gegeven in Turkije in zijn globaliteit kon overgenomen worden. Maar uiteindelijk hebben de verschillende actoren ingespeeld op het programma en hebben we zelf kunnen vaststellen dat het programma ook hier met positieve resultaten toepasbaar is.
    Het resultaat van ons project werd onmiddellijk door de leerkracht waargenomen, een echt pluspunt.

    Vaststellingen van de kleuterleidster
    Ouders die dit project volgen, helpen hun kinderen bij het verwerken van thema's in de klas. Heel duidelijke vooruitgang i.v.m. de begrippen. De kleuters brengen dit zelf aan via materialen en boekjes. Kleuters krijgen meer aandacht voor boeken en verhalen. Het inkijken van boeken gebeurt op de juiste wijze. De kleuters voelen zich zelfzeker omdat ze het verhaaltje heel goed verstaan. Ze kunnen goed antwoorden op de vraagjes (zelfs in details). Bij het praten over de achtergrond van het verhaal met de ganse groep kunnen ze de andere kleuters goed volgen. Ze begrijpen de opdrachten beter. Ze zien vlugger hoeveelheden en kunnen ze vlugger benoemen, ze kunnen ook letters identificeren. Getallen zijn gekend. Ze weten dat er eerst een opdracht komt en dan pas het uitvoeren ervan. De kinderen kunnen praten en inpikken op andere dingen.
    Voor de kinderen is dit heel goed. Ze worden gestimuleerd om zelf initiatieven te nemen in de klas en om bijvoorbeeld het verhaal zelf te vertellen aan de Nederlandstalige kinderen.
    Er is een merkelijk verschil bij kinderen waarvan de ouders de cursus volgen en de andere kinderen. Bij de kinderen waarvan de moeders na een tijdje afhaakten, is merkbaar dat de betrokkenheid van het kind ook verminderd is. De kinderen maken globaal gezien een duidelijke vooruitgang.

    Volgens de enquête die we gedaan hebben bij de moeders kunnen we vaststellen dat
    de moeders zich meer betrokken voelen bij het schoolgebeuren van hun kinderen. Ze zich zelfstandiger en zelfzekerder voelen. Ze meer leren luisteren naar hun kinderen. Ze meer inzicht hebben in de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van hun kinderen. Hun kennis over het opvoeden van hun kinderen verhoogd is. Ze zelf in groep hebben leren spreken. De relatie met hun kinderen verbeterd is. Ze nog meer bewust geworden zijn van hun verantwoordelijkheid als moeder. Ze de mogelijkheden van hun kinderen leren kennen. Ze beseffen dat je ook als moeder bijdraagt om je kinderen te helpen kennis op te doen.

    Aandachtspunten
    Om het project optimaal te laten verlopen moeten een aantal voorwaarden vervuld worden:
    De moeder moet openstaan en zelf gemotiveerd zijn om deel te nemen. De leerkracht moet openstaan voor de inbreng van het kind en het kind hierbij stimuleren. De leerkracht moet het project aanvaarden en integreren in de eigen werking. De werking moet gezien worden als een project van de school. Er moet een overlegmoment zijn tussen de projectbegeleider en de leerkracht. De projectbegeleider moet ruim tijd investeren (huisbezoeken, moeders thuis begeleiden, vertaling, contacten met de leerkracht, overlegmomenten,...)

    De cursussen werden gegeven in Het Trappenhuis en De Puzzel. Doelgroep van het project waren de moeders van kinderen van het geboortejaar 1992 (kinderen uit de 3de kindertuin).
    Groep 1 bestond uit de moeders van 14 kinderen uit Het Trappenhuis en van zes kinderen uit De Vlieger en werd begeleid door Ayse. Groep 2 (begeleid door Fatma) bestond uit de moeders van 14 kinderen uit F.Van Rijhove, van 5 kinderen uit De Muze en van een kind uit De Puzzel.

    Ik ben Hava Kabak, moeder van Zübeyir, Sema en Kerime. Ik ben deze lessen beginnen volgen om mijn dochter Kerime behulpzaam te zijn, doch het volgen van deze lessen kwam eveneens ten goede voor mijn andere kinderen en voor heel mijn gezin. Ik ben heel tevreden. De periode van 8 maanden cursus heeft heel ons leven beïnvloed en was zeer nuttig. De lessen hebben onze gezinsstructuur beïnvloed. Nu kan ik nog meer behulpzaam zijn bij de lessen van mijn kinderen. Zowel mijn kinderen als ik zijn op elk vlak beïnvloed. Het behalen van het diploma was een bijzondere trots. Deze verdienen geeft een grote voldoening. Zo een cursus raad ik alle moeders aan. Bij het begin van het schooljaar starten er opnieuw lessen voor moeders van wie de kinderen geboren zijn in 1993. Ik raad hen aan van te gaan. U kan informatie verkrijgen van Mevrouw Ayse Isçi, de lerares. Hierbij wens ik mevrouw Ayse Isçi te bedanken voor het geven van de lessen.

    Copyright © De Viervoeter oktober 1998.

    De Standaard, 25 april 2000

    BRUSSEL — Bij het begin van bet derde en Iaatste schooltrimester buigt Voor de dag zich over het fenomeen taalachterstand. Ann Rootveld neemt vandaag bet Gentse Mocef-project onder de Ioep.

    • Radio 1, 6.00-9.00 uur Voor de dag, dinsdag 25 april 2000

    KINDEREN van migranten hebben het vaak moeilijk op school. Ze worstelen met het Nederlands en kunnen de lessen niet altijd goed volgen. Hun wereld thuis staat vaak mijlenver af van het schoolgebeuren.
    Daarom heeft de Pedagogische Begeleidingsdienst van de stad Gent het Mocef-project (Mother Child Education Foundation) op-gestart in enkele Gentse scholen. Het is een programma dat Turkse moeders helpt bij de opvoeding van hun kind. Ze leren hoe ze hun kleuter in de laatste kleuterklas beter kunnen voorbereiden op het eerste leerjaar.
    Ze komen 25 keer één ochtend per week samen. Dan bespreken ze de problemen van het opvoe-den. Ze krijgen van een Turkse leerkracht ook oefeningen in hun moedertaal die ze later thuis maken met hun kind. De kleuterjuf neemt op school dezelfde oefeningen door in het Nederlands.
    De resultaten zijn ronduit posi-tief. De kinderen gaan snel vooruit en doen het duidelijk beter dan andere migrantenkinderen. Ann Rootveld ging praten met Fatma Tayyare, een Turkse moeder van 28 die de cursus volgde met haar dochtertje Kübra.

    In Terzake, jg. (2001), nr.5, blz. 51.53, Ayse Isci (Pedagogische Begeleidingsdienst Gent): MOCEF levert opvoedingsondersteuning in Gent

    Het opvoedingsondersteuningsproject MOCEF kwam tot stand in Istanbul in 1993. Het is ontwikkeld in de Universiteit Bogaziçi van Istanbul en de Universiteit van Minnesota in de Verenigde Staten. Het programma wordt ondersteund door het Van Leer-Fonds Nederland en de Wereldbank. MOCEF werkt in Turkije samen met het ministerie van Onderwijs en het Centrum voor Volksontwikkeling. Het wordt nu al vier jaar toegepast in Gent.

    In de werking haalden de moeders herhaaldelijk aan dat ze steun nodig hebben bij de opvoeding van hun kinderen en de opvolging van de school. De moeders ervaren dat er een grote kloof bestaat tussen de thuis- en de schoolsituatie van hun kinderen. Zij voelen aan dat ze de opvoeding die zij zelf gekregen hebben niet kunnen toepassen op hun kinderen. Ook de maatschappij waarin de moeder is opgegroeid, is heel anders dan de huidige maatschappij waarin de kinderen opgroeien. Bij de opvoeding ondervinden moeders weinig steun van de omgeving, noch van de buitenwereld. Daardoor voelen zij zich vaak onzeker bij de omgang met hun kinderen. Die onzekerheid veroorzaakt op haar beurt schuldgevoelens bij de moeders omdat ze menen dat ze hun kinderen niet op de juiste manier opvoeden. Dat wordt nog versterkt als ze zien dat hun kinderen een schoolachterstand oplopen en dat één van de oorzaken in de thuissituatie ligt.

    Kloof

    Moeders worden dus gedwongen zich een ander opvoedingspatroon eigen te maken. Daarbij wordt er grote druk uitgeoefend op de moeder door de eigen omgeving en de school, de leerkrachten, het Centrum leerlingenbegeleiding. De moeder blijft immers de aangewezen persoon en hoofdverantwoordelijke voor de opvoeding van haar kind.
    Voor de leerstof die kinderen op school aangeboden krijgen, vinden ze thuis vaak geen referentiekader in de moedertaal. Zij kunnen hun kinderen dus thuis onvoldoende opvangen zodat de kloof tussen de thuissituatie en de school almaar groter wordt.
    De kinderen groeien op in twee verschillende culturen en talen, waarbij ze de kans niet hebben om zelfs één van beide talen tot een volwaardig niveau te ontwikkelen. Op die manier lopen ze taalachterstand op die een nefaste invloed heeft op de verdere kansen in het onderwijs. De maandelijkse bijeenkomsten met de sporadische bespreking van de bepaalde thema’s voldoen niet aan hun noden. De moeders vinden dat er een gestructureerd programma moet zijn. Het MOCEF-project biedt een antwoord en betekent een steun voor de moeders.

    MOCEF is een opvoedingsondersteunend programma dat zich richt tot allochtone Turkse moeders. Het programma bestaat uit twee delen en duurt 25 weken. De bijeenkomsten worden wekelijks gehouden en duren telkens ongeveer 3 uur.

    In het eerste deel, het moederondersteuningsprogramma, wordt informatie gegeven over cognitieve, lichamelijke en sociale ontwikkeling van het kind, gezonde voeding, ziektes, zindelijkheid, discipline en luisterbereidheid naar het kind toe. Die ondersteuning van de moeder vergemakkelijkt de ontwikkeling van het kind. Die onderwerpen komen wekelijks aan bod in de gespreksmomenten.

    In het tweede deel, het cognitieve ontwikkelingsprogramma, wordt ter voorbereiding van het kind dat het volgende schooljaar naar de lagere school gaat, het accent gelegd op de ondersteuning van de cognitieve ontwikkeling. Dat programma bestaat uit 25 oefenboeken en acht verhaal-boeken, die de moeders dagelijks gedurende 10 à 15 minuten doorwerken met hun kinderen.

    Uitvoering

    In oktober 1997 startte het MOCEF-project in twee scholen als experiment, waarvan de grootste groep deelneemsters bestond uit de moeders van de betrokken scholen, met name de Ryhovenlaan en het Trappenhuis. 0p hetzelfde moment werd het experiment opengesteld voor andere scholen in andere wijken. Na de positieve reacties van de moeders, de leerkrachten en op basis van de bevindingen werd het project in 1998 voortgezet met een grotere betrokkenheid en deelname van de moeders. In oktober 1999 werd netoverschrijdend gestart met vier groepen in vier wijken. Het komt neer op een uitbreiding met twee groepen in vergelijking met schooljaar 1998-1999 op aanvraag van scholen.

    Op 25 april 2000 werd een colloquium georganiseerd met als titel “Hoe help ik mijn kind op school? Ondersteuningsprogramma’s voor allochtone moeders en kinderen in relatie tot onderwijs”. Tijdens het colloquium werd het project bekendgemaakt aan een ruimer publiek en de ervaringen met het MOCEF-project in Gent werden getoetst aan gelijkaardige initiatieven uit het buitenland. Alle basisscholen (netoverschrijdend), alle instanties en organisaties die met de doelgroep werken (Lokale integratiecentra, schoolopbouwwerk, brugfiguren, centra leerlingenbegeleiding) werden uitgenodigd. 150 mensen participeerden aan het colloquium.

    Na het colloquium waren er contacten met de sprekers uit andere landen (Duitsland, Frankrijk en Turkije) om samen een Europees project uit te werken.

    Begin mei werd een project ingediend bij het Vlaamse ministerie van Welzijn en Gelijke Kansen. Het doel van het project is:
    • bruikbaarheid van het programma voor de andere doelgroepen onderzoeken;
    • het buitenlandse materiaal aan de Gentse situatie aanpassen en aanvullen;
    • het Turkse opvoedingsprogramma vertalen in het Nederlands en in talen van andere doelgroepen.

    In het kader van het project heeft de Turkse multiculturele vrouwenwerking (GTBK) begin november 2000 twee medewerkers aangeworven die een twee weken durende opleiding volgden in Istanbul. Ze kregen een kantoor in de pedagogische begeleidingsdienst.

    Huidige situatie

    Dit schooljaar 2000-2001 werden in oktober zes cursussen georganiseerd door twee medewerkers van de pedagogische begeleidingsdienst, netoverschrijdend en in vijf SIF-wijken: Dampoort, Sint-Amandsberg, Ledeberg, Brugsepoort, Wondelgem en Sluizeken-Muide. De twee nieuwe medewerkers (GTKB) hebben de groepen geleidelijk overgenomen. De provinciale begeleidingsdienst volgt het project op, begeleidt de lesgeefster en legt de contactcn met de scholen.

    Om het project technisch en inhoudelijk op te volgen is een stuurgroep opgericht waaraan verschillende instanties deelnemen, namelijk het schoolopbouwwerk, de stedelijke integratiedienst, de multiculturele vrouwenorganisatie, de pedagogische begeleidingsdienst, het Vlaams centrum voor de begeleiding van het jonge kind, het steunpunt allochtone meisjes en vrouwen, de interculturele netwerken Gent en de vrije basisschool De Mozaiëk. Er wordt onderzocht of Kind en Gezin en het gemeenschapsonderwijs ook aan de stuurgroep kunnen participeren.

    Het project wordt nu in zijn originele vorm toegepast. Het materiaal werd inmiddels vertaald in het Nederlands (boeken en belangrijkste activiteiten met begrippen, kleuren, wiskundige begrippen, enz.). Er wordt contact opgenomen met de school, met de kleuterleidsters of met de brugfiguur. Ze krijgen elk een pakket van het materiaal en de vertaling van de verhalen.

    Om het project te optimaliseren, is het nodig om het programma aan te passen aan de situatie in Gent en Vlaanderen. Daarvoor is er een werkgroep opgericht met de medewerkers van de pedagogische begeleidingsdienst die de begeleiding op zich nemen van kleuterklassen, een aantal kleuterleidsters en medewerkers van het MOCEF-project.

    Toeleiding

    Het MOCEF-project is in het bestaande aanbod van de Pedagogische Begeleidingsdienst (PBD) opgenomen. De scholen die interesse hebben voor het project kunnen contact opnemen met de PBD. Er wordt informatie verspreid via het brugfigurenoverleg, de collegagroepen en de directies. Er worden ook rechtstreekse contacten gelegd met de scholen.
    De ouders krijgen informatie langs de school, de brugfiguur en de MOCEF-medewerkers.

    De pedagogische begeleiding vindt het belangrijk om samenwerkingsverbanden op te zetten met andere partners op wijkniveau over de verschillende onderwijsnetten heen (scholen, schoolopbouwwerkers, wijksteunpunten, buurtcentra, ...). Op die manier kan de methode algemener toegepast worden in kansarme wijken voor alle kansarme kinderen en hun moeders, onafhankelijk van hun etnische afkomst.

    De initiatiefnemers willen de werking met de huidige groepen met Turkse moeders voortzetten. Ze willen starten met twee Magrebijnse groepen. Ze onderzoeken of het project toepasbaar is bij autochtone groepen en zoeken daarbij naar het gepaste materiaal. Ze gaan op zoek naar ander materiaal voor de andere leeftijden. Tegelijk proberen ze samenwerkingsverbanden op te zetten met andere initiatieven, die met gelijkaardige projecten bezig zijn. Ten slotte willen ze op basis van wetenschappelijk onderzoek de effecten meten van het project.

    Gids ‘Pedaqoqische opvoedingsondersteuning en allochtone ouders'

    In 1998 organiseerde het Intercultureel Centrum voor Migranten (ICCM) in opdracht van de toenmalige Vlaamse minister voor het Gelijke kansenbeleid, Brigitte Grouwels, een Forum voor migrantenvrouwen. Tijdens de discussies in de werkgroep ‘Intercultureel samenleven’ werd door de aanwezige allochtone vrouwen gewezen op het belang van het betrekken van migrantenouders bij het onderwijs van hun kinderen. Men pleitte ervoor dat ouders goed en volledig geïnformeerd zouden worden inzake onderwijs en dat vooral de rol van de allochtone moeders in de contacten met de scholen versterkt en ondersteund zou worden.

    In 1999 voerde het Steunpunt allochtone meisjes en vrouwen een actieonderzoek uit om een representatief beeld te schetsen van de noden van allochtone meisjes en vrouwen en de behoeften van hun verenigingen. Uit dat onderzoek kwam naar voor dat allochtone vrouwen met een aantal cruciale vragen zitten over de opvoeding en het onderwijs van hun kinderen. Negentig procent van de ondervraagde vrouwenverenigingen gaven aan dat er nood is aan vorming of ondersteuning inzake pedagogische thema’s. Vanuit de vraag van de allochtone vrouwenverenigingen nam het hogergenoemde steunpunt het initiatief om een soort wegwijzer te maken voor alle organisaties die opvoedingsondersteuning voor allochtone ouders (willen) opzetten.

    De publicatie van een specifieke gids ‘Pedagogische opvoedingsondersteuning’ betekent niet dat allochtone ouders meer nood hebben aan opvoedingsondersteuning dan autochtone ouders. Uit onderzoek in Nederland blijkt dat beide groepen ouders met evenveel vragen en onzekerheden zitten over de opvoeding van hun kinderen, maar allochtone ouders vinden minder makkelijk de weg naar de ondersteunende instanties. Dat blijkt nu inmiddels ook uit een Vlaams onderzoek. Daarnaast werd ook vastgesteld dat bij allochtone ouders in Nederland zeker niet kan worden gesproken over een gebrek aan interesse voor de opvoeding en het onderwijs van hun kinderen. Het belang van een goede opleiding blijkt centraal te staan in veel allochtone gezinnen en dat geldt in toenemende mate voor meisjes.

    Terug naar het begin van de pagina


    Dit schooljaar (2000-2001) werd basisschool De Mozaïek samen met drie andere buurtscholen door de Stichting Koninging Paola erkend als ‘School van de hoop’. Op woensdag 29 maart mogen we ons project op het koninklijk Paleis te Brussel gaan voorstellen aan de koningin.

    Hieronder volgt de volledige beschrijving van het project.

    Jouw kind groeit op in de wijk...

    Motieven voor het project

    De wijk Sluizeken-Tolhuis-Ham-Blaisantvest-Voormuide is een wijk waar heel wat verschillende culturen en bevolkingsgroepen wonen. Dit kan voor de wijk een enorme verrijking betekenen. Het samenleven verloopt echter niet altijd eenvoudig. In dit kader vroeg de bewonersvereniging ‘Wijk in de Kijker’ eind ’97 aan Opbouwwerk Steunpunt Gent om het thema onderwijs in de wijk Sluizeken-Tolhuis-Ham-Blaisantvest-Voormuide eens grondig onder de loep te nemen. In het voorjaar ’98 gingen we vanuit het opbouwwerk aan de slag.

    Een eerste stap was de opmaak van een startdossier rond het thema ‘onderwijs’ in de wijk. In dit dossier werden alle gegevens rond het onderwijs in de wijk gebundeld.

    De tweede stap was een bevraging van niet-georganiseerde bewoners (30) en oplossers (o.a. de vier wijkscholen,…) omtrent het thema 'onderwijs’. Deze bevraging bestond uit zes bijeenkomsten tussen maart en juni ’99 rond de volgende probleemstelling: ‘De verwachtingen van het onderwijs en van ouders en kinderen uit de wijk stemmen onvoldoende overeen’. Tijdens deze bijeenkomsten kwamen de ervaren problemen aan bod en werd er gezocht naar oplossingen.

    De oplossingen die werden voorgesteld (18 in het totaal), hebben vooral te maken met de bekendmaking van het onderwijsaanbod, met voor- en naschoolse opvang en activiteiten, met huistaakbegeleiding, met extra vormingskansen voor leerkrachten en ouders en met de bereikbaarheid van de scholen.

    De Stuurgroep Onderwijs (een samenwerkingsverband tussen bewoners, de vier wijkscholen, de kinderdagverblijven en enkele omringende organisaties zoals het PMS en het Schoolopbouwwerk vanuit De Poort-Beraber en Kadanz) werd geboren en kreeg een erkenning als ‘School van de Hoop’ om de realisatie van de voorstellen een extra stimulans te geven.

    De belangrijkste uitdaging van dit project is immers om vanuit een samenwerkingsverband van bewoners, scholen, kinderdagverblijven en omringende organisaties te zorgen voor een sterkere band tussen het onderwijs en de buurt.

    Verwachte resultaten na 2 à 3 jaar

    Via het project ‘Jouw kind groeit op in de wijk...’ willen we op termijn de 18 voorgestelde oplossingen realiseren. Hierna worden ze kort weergegeven:

    Bekendmaking/sensibilisering/werving:

         - bundelen schoolvisies in brochure (lay-out en drukwerk)

         - laagdrempelige essentiële informatie van scholen en organisaties periodiek aanbieden (drukwerk, huisbezoeken, een infobeurs)

         - sleutelfiguren inschakelen om sommige ouders te bereiken (honoraria voor extra huisbezoeken)

         - bestaande informatiekanalen verder uitbreiden (moedergroepen, oudergroepen, informatie-namiddagen, open
         klasmomenten, oudercontacten, ...)

    Investeringen gekoppeld aan de voorstellen:

         - aantrekkelijker maken van scholen via kleine investeringen Voor- en naschoolse opvang en activiteiten:

         - bijkomende uren opvang (vergoeding)

         - ondersteunen gastgezinnen

         - activiteiten voor buurtkinderen in de scholen

    Huistaakbegeleiding:

            - honoraria, lokaal in de buurt

    Extra vormingskansen:

            - voor leerkrachten (bijscholing, aantrekkelijke studiedag)

            - voor ouders (basiseducatie, vorming, cursus in schoollokaal)

    Bereikbaarheid scholen:

            - begeleiding, tussenkomsten, verkeersveiligheid in de schoolomgeving

    Opvoedingsondersteuning:

            - opzetten van gerichte initiatieven
     

    Gedurende het schooljaar ‘99-2000 zal er vooral gewerkt worden aan de volgende twee doelstellingen:

    bewoners sensibiliseren voor het onderwijs in de buurt;

              Gezien het aantal voorstellen dat betrekking heeft op ‘informatie en publiciteit’ en het belang dat alle partijen
              hieraan hechten (imago scholen, Open Wijkdag) leek het aangewezen om het eerste jaar vooral daarop de nadruk
              te leggen.

    scholen een buurtgerichte functie geven.

              Gezien het belang dat gehecht wordt aan buitenschoolse activiteiten zal er dit schooljaar vooral gewerkt worden aan het uitbouwen van activiteiten voor kinderen uit de buurt. Wel belangrijk daarbij is dat het zaken zijn die nog niet bestaan (in de wijk) en vol te houden zijn mocht de middelenstroom ophouden. Daarnaast zullen er ook activiteiten georganiseerd worden voor leerkrachten om de buurt en haar bewoners beter te leren kennen.

    De Stuurgroep Onderwijs engageert zich om gedurende de volgende schooljaren de realisatie van de andere voorstellen te beijveren en daarnaast verder te blijven werken op de huidige twee sporen (sensiblisering, buurtgerichte functie van scholen). De centrale doelstelling blijft immers om een sterkere band te smeden tussen buurt en onderwijs.

    Knelpunten en resultaten tot op heden

    1. Resultaten

    De buurt en de vier buurtscholen slaan de handen in elkaar om de vrije tijd van alle buurtkinderen op een aangename manier in te vullen:

    Op woensdag 22 maart opende de kinderbibliotheek Baloe haar deuren in de Basisschool De Mozaïek, Sint-Margrietstraat 33. Deze bibliotheek richt zich naar alle kinderen van 0 tot 7 jaar en is elke woensdag open van 15 tot 17 uur. Ze wordt opengehouden door twee bewoners en twee personeelsleden van de school. Er wordt ondermeer gewerkt met een wisselcollectie vanuit de Centrale Openbare Bibliotheek. Folders en affiches worden verspreid bij ouders van kinderen tot en met 7 jaar, via Kind en gezin, de scholen en kinderdagverblijven en de buurtorganisaties.

    In maart en april worden er in de vier wijkscholen activiteiten georganiseerd voor kinderen van 3 tot 12 jaar. Het gaat om reeksen van vijf bijeenkomsten telkens op woensdagnamiddag en ze zijn ook gericht op kinderen die niet betrokken zijn bij één van de vier scholen. Via folders en affiches worden dit aanbod bekend gemaakt bij ouders van kinderen tussen 3 en 12 jaar, via Kind en Gezin, de scholen en kinderdagverblijven en de buurtorganisaties.

    Kleuterturnen (3 tot 5 jaar) in de Stedelijke basisschool Dr. Jean Herrel: 17 inschrijvingen
    Spelend dansen (6 tot 8 jaar) in de Vrije Basisschool De Mozaïek: 8 inschrijvingen
    Koken (8 tot 10 jaar) in de Basisschool De Buurt: 8 inschrijvingen
    Afrikaans trommelen (9 tot 10 jaar) en Theater (10 tot 12 jaar) gaan niet door wegens te weinig interesse

    In mei en juni starten er nieuwe activiteitenreeksen in de vier scholen.

    Na een rondvraag bij leerkrachten van de vier wijkscholen werd er op woensdag 22 maart een multiculturele wandeling georganiseerd om de wijk en haar bewoners beter te leren kennen.

    De vier scholen, de twee kinderdagverblijven en de buurt zorgen samen voor een betere bekendmaking:

    Op dinsdagvoormiddag 29 februari 2000 werd er vanuit de vier buurtscholen en het Buurtcentrum en mede naar aanleiding van de oproep vanuit het departement Onderwijs van de Vlaamse gemeenschap om op deze ‘extra’ dag iets speciaals te organiseren een gemeenschappelijke karnavalstoet georganiseerd;

    Half maart wordt er één gemeenschappelijke brochure verspreid waarin de vier basisscholen en de twee
    kinderdagverblijven zichzelf voorstellen. Deze brochure wordt verspreid bij nieuwe bewoners, bij ouders van kinderen onder de twee jaar en bij ouders van kinderen die de overstap moeten maken van kleuter- naar lager onderwijs. Ze wordt ook verspreid via Kind en Gezin, de kinderdagverblijven en de buurtorganisaties. De verspreiding zal ook ondersteund worden door huisbezoeken en affiches.

    In elk nummer van het Buurtnieuws en van de Wijkkrant wordt er informatie verspreid over de activiteiten die verder
    gepland worden door de Stuurgroep Onderwijs;

    Via regelmatige persconferenties in aanwezigheid van de lokale beleidsactoren.

    2. Knelpunten

    De knelpunten situeren zich voornamelijk op het vlak van de bekendmaking van al onze initiatieven. Gezien het gaat om een multiculturele wijk is ‘taal’ hierbij een groot probleem, zowel naar de folders als naar de huisbezoeken toe. Er wonen mensen van tientallen nationaliteiten in de wijk. Vertaling voorzien is bijgevolg niet evident. Vandaar momenteel de optie om te kiezen voor eenvoudige boodschappen in de Nederlandse taal, wat evenwel gevolgen kan hebben voor het bereik van sommige groepen.

    Een ander knelpunt is het grote verloop van wijkbewoners. De verhuisbeweging is groot, zowel bij Belgen als bij vluchtelingen. Dit heeft ook consequenties op de schoolkeuze van kinderen.

    Positief aan het project is de vlotte samenwerking tussen de verschillende Stuurgroepleden en de vele stappen die al zijn gezet. We hopen in dit elan verder te kunnen blijven werken.

    Michèle Van Elslander van Opbouwwerk Steunpunt Gent vzw in opdracht van de Stuurgroep Onderwijs
    Sint-Jacobsnieuwstraat 50
    9000 Gent

    Tel: 223.95.15
    Fax: 265.84.79

    E-mail: osg.komi@pi.be

    Terug naar het begin van de pagina


    Welwijs, jg.12 (2001), nr.2, blz.3-6 JOUW KIND GROEiT OP IN DE WIJK - Michèle VAN ELSLANDER
    De Stichting Koningin Paola ondersteunt de werking van de Stuurgroep Onderwijs in de Gen,tse wijk Sluizeken via het programma ‘School van de Hoop’. Een beschrijving van doelstellingen, activiteiten en voorlopige resultaten.

    De aanleiding

    De wijk Sluizeken-Tolhuis-Ham-Blaisantvest-Voormuide is een wijk waar heel wat verschillende culturen en bevolkingsgroepen wonen. Dit kan voor de wijk een enorme verrijking betekenen. Het samenleven verloopt echter niet altijd eenvoudig. In dit kader vroeg de bewonersvereniging ‘Wijk in de Kijker’ eind ‘97 aan het toenmalige Opbouwwerk Steunpunt Gent (nu Regionaal Instituut voor de SamenlevingsOpbouw Gent, kortweg RISO Gent) om het thema onderwijs in de wijk Sluizeken-Tolhuis-Ham-Blaisantvest-Voormuide eens grondig onder de loep te nemen. In het voorjaar ‘98 gingen we vanuit het opbouwwerk aan de slag.
    Een eerste stap was de opmaak van een startdossier rond het thema ‘onderwijs’ in de wijk. In dit dossier werden alle gegevens rond het onderwijs in de wijk gebundeld.
    De tweede stap was een bevraging van niet-georganiseerde bewoners (30) en oplossers (o.a. de vier wijk-scholen,...) omtrent het thema ‘onderwijs’. Deze bevraging bestond uit zes bijeenkomsten tussen maart en juni ‘99 rond de volgende probleemstelling: ‘De verwachtingen van het onderwijs en van ouders en kinderen uit de wijk stemmen onvoldoende overeen’. Tijdens deze bijeenkomsten kwamen de ervaren problemen aan bod en werd er gezocht naar oplossingen.
    De oplossingen die werden voorgesteld (18 in het totaal), hebben vooral te maken met de bekendmaking van het onderwijsaanbod, voor- en naschoolse opvang en activiteiten, huistaakbegeleiding, extra vormingskansen voor leerkrachten en ouders en de bereikbaarheid van de scholen.

    In september ‘99 werd de Stuurgroep Ondewijs opgericht in de wijk Sluizeken-Tolhuis-Ham-Blaisantvest-Voormuide. Het kreeg meteen een erkenning als ‘School van de Hoop’ door de Stichting Koningin Paola. De Stuurgroep Onderwijs is een samenwerkingsverband tussen bewoners, de vier wijkscholen, de kinderdagverblijven en enkele omringende organisaties zoals de CLB’s, het Jeugdwelzijnswerk vzw Kadanz, de Stedelijke Pedagogische Begeleidingsdienst, de Stedelijke Buurtwerking en het Schoolopbouwwerk vanuit Steunpunt Gent-Noord van het ING. Dit samenwerkingsverband wordt ondersteund door RISO Gent. De belangrijkste bedoeling van het .project is om vanuit een netoverschrijdend samenwerkingsverband van bewoners, scholen, kinderdagverblijven en omringende organisaties te zorgen voor een sterkere band tussen het onderwijs en de buurt.
    Dit stuk kwam reeds uitvoerig aan bod in het Welwijsnummer 4 (jrg 10) van december 1999.
    De subsidie voor het project School van de Hoop kan op basis van een positieve evaluatie tot viermaal toe
    verlengd worden. Dit gebeurde reeds eenmaal (schooljaar 2000-2001).

    De doelstellingen

    Gedurende het eerste schooljaar werd gepoogd om de band tussen het onderwijs en de buurt te smeden via het sensibiliseren van de bewoners voor het onderwijs in de buurt en door het geven van een buurtgerichte functie aan de scholen.

    Doelstelling 1: bewoners sensibiliseren voor het onderwijs in de buurt
    Gezien het aantal voorstellen dat betrekking heeft op ‘informatie en publiciteit’ en het belang dat alle partijen hieraan hechten (imago scholen, Open Wijkdag) leek het aangewezen om het eerste jaar vooral daarop de nadruk te leggen.

    Doelstelling 2: scholen een buurtgerichte functie geven Gezien het belang dat gehecht wordt aan buiten-schoolse activiteiten voor kinderen zou er in het begin eveneens werk worden gemaakt van het uitbouwen van activiteiten voor kinderen uit de buurt. Wel belangrijk daarbij is dat het om een activiteitenaanbod gaat dat nog niet bestaat (in de wijk) en dat dit gecontinueerd kan worden mocht de middelenstroom ophouden.
    Daarnaast zouden er ook activiteiten georganiseerd worden voor leerkrachten om de buurt en haar bewoners beter te leren kennen.
    Tijdens het tweede schooljaar engageerde de Stuurgroep Onderwijs zich om bovenstaande doelstellingen verder te beijveren en zich bovendien in te zetten voor de taalstimulering bij kinderen en het aanbieden van extra vormingskansen voor ouders.

    Doelstelling 3: kinderen stimuleren in hun taalontwikkeling
    Kleine kinderen hebben nood aan extra ondersteuning bij hun taalontwikkeling. Enige stimulatie vanuit de ouders, de school, in de vrije tijd kan hierbij wonderen doen. Daardoor kunnen taal-en leerproblemen misschien voorkomen worden.

    Doelstelling 4: aanbieden van extra vormingskansen voor ouders
    Bij het opvoeden van kinderen, hebben ouders nood aan allerlei informatie. Niet alle ouders beschikken daarover. Daarom moet er gezocht worden naar manieren om ouders te bereiken die moeilijk bereikt worden en om hen laagdrempelige informatie aan te bieden in een vertrouwde omgeving.
    Bij continuering van het project zal de Stuurgroep Onderwijs de realisatie van de andere voorstellen beijveren. De centrale doelstelling blijft om een sterkere band te smeden tussen buurt en onderwijs. Volgend schooljaar willen we zeker verder werken aan de eerste vier doelstellingen en bovendien een vijfde doelstelling opnemen met name ‘het verduidelijken aan de ouders van de visie en de werking in de scholen rond huiswerk, taken, agenda’s, ...‘.

    De activiteiten en voorlopige resultaten

    • Op het vlak van het sensibiliseren van de bewoners voor het onderwijs in de wijk

    * Er werd een gemeenschappelijke brochure opgemaakt waarin de vier basisscholen en de twee kinderdagverblijven zichzelf voorstellen. Deze brochure wordt regelmatig verspreid bij nieuwe bewoners, bij ouders van kinderen onder de twee jaar en bij ouders van kinderen die de overstap moeten maken van kleuter- naar lager onderwijs. Ze wordt ook verspreid via de consultatiebureaus van Kind en Gezin, de kinderdagverblijven en de buurtorganisaties. De verspreiding wordt ondersteund door huisbezoeken en affiches.
    In samenwerking met het Steunpunt Intercultureel Onderwijs van de Universiteit Gent loopt er vanaf mei 2000 een opvolgingsonderzoek aan de hand van de brochure naar de redenen waarom bewoners kiezen voor een school en hoe ze die hebben leren kennen. Dit onderzoek verloopt in twee fases. In juni 2000 werden de brochures gericht verspreid bij nieuwe wijkbewoners en ouders van 2-jarigen die geen oudere broer of zus hebben. In september 2000 werden diezelfde mensen terug opgezocht en via een diepte-interview bevraagd over hun motieven bij de schoolkeuze. Tegelijkertijd registreerden zowel de scholen als de kinderdagverblijven dergelijke gegevens bij inschrijving. Dit proces wordt herhaald in juni en september 2001. Deze keer zal de bevraging gebeuren aan de hand van een format (voorgestructureerde vragenlijst) die wordt opgemaakt op basis van de eerste gegevens. Alle resultaten zullen worden verwerkt tegen december 2001.
    * Op dinsdagvoormiddag 29 februari 2000 werd er vanuit de vier buurtscholen en het Buurtcentrum en mede naar aanleiding van de oproep vanuit het departement Onderwijs van de Vlaamse gemeenschap om op deze ‘extra’ dag iets speciaals te organiseren; een gemeenschappelijke karnavalstoet werd georganiseerd. Deze stoet was een groot succes (600 kinderen) en kwam uitgebreid aan bod in de pers.
    * In juni 2000 werd een brochure opgemaakt en verspreid met de mogelijkheden aan vakantie-opvang voor kinderen in de wijk. Dagkribbe Nieuwland, Dagverblijf ‘t Sleepken, Speelpleinwerking vzw Kadanz en Grabbelpas stelden hierin voor wanneer en waar ze voor welke kinderen opvang of activiteiten organiseren tegen welke prijs. De effecten van deze brochure waren onduidelijk. Vandaar dat dit initiatief gedurende dit schooljaar niet zal worden herhaald.
    * In het Buurtnieuws en de Wijkkrant wordt op regelmatige basis informatie verspreid over de activiteiten van de Stuurgroep Onderwijs. Zo blijven alle buurtbewoners op de hoogte van onze werking.
    * Regelmatig organiseert de Stuurgroep Onderwijs persconferenties, meestal in aanwezigheid van de lokale beleidsactoren. In november 1999 was er één om het project voor te stellen, op 29 februari 2000 was er veel pers aanwezig tijdens de carnavalstoet, op 22 maart 2000 was er een persconferentie naar aanleiding van de opening van de kinderbibliotheek en de start van de kinderactiviteiten, in januari 2001 was er één om het voorleesproject voor te stellen en in maart 2001 om het éénjarig bestaan van de Kinderbibliotheek te vieren.
    * Via panelen in de vier wijkscholen, de kinderdagverblijven en het Buurtcentrum, affiches en folders maken we al onze initiatieven bekend. Ook werd er een video gemaakt van Kinderbibliotheek Baloe. Gedurende acht minuten wordt de bibliotheek voorgesteld (tot wie Baloe zich richt, wanneer de bibliotheek open is, wat er allemaal te doen is, ...). Zowel deze video als de panelen worden gebruikt bij school- en buurtfeesten.
    Via deze activiteiten raken meer en meer mensen op de hoogte van het project en worden ze geïnformeerd over het onderwijs- en opvangaanbod voor hun kinderen in de wijk. Bovendien werken deze maatregelen een positieve imagovorming in de hand.

    • Op het vlak van het geven van een buurtgerichte functie aan de scholen

    * Sinds maart 2000 worden regelmatig kinderactiviteiten georganiseerd in de vier wijkscholen voor kinderen van 3 tot 12 jaar. Het gaat om reeksen van vijf bijeenkomsten telkens op woensdagnamiddag en ze zijn ook gericht op kinderen die niet betrokken zijn bij één van de vier scholen. Via folders en affiches wordt dit aanbod bekend gemaakt bij ouders van kinderen tussen 3 en 12 jaar, via Kind en Gezin, de scholen en kinderdagverblijven en de buurtorganisaties. Meestal worden er vijf activiteitenreeksen voorgesteld telkens voor een andere leeftijd en in een andere school. De deelnemers-groepen zijn veelal gemengd samengesteld met zowel Belgische als migrantenkinderen en met kinderen uit verschillende scholen. Voorbeelden van activiteiten zijn kleuterturnen, dansen, koken, judo, circustechnieken, taekwondo, creativiteit en muziek. Momenteel wordt dit initiatief voor de zesde maal georganiseerd. In december 2000 werd het aanbod, het tijdstip, de plaats, ... geëvalueerd bij de gebruikers. Deze bevraging leverde het volgende op: suggesties voor soorten activiteiten, herkenbare folder verder hanteren maar duidelijke kleurverandering, activiteiten ook op zaterdag. Alleen de laatste suggestie kon (voorlopig) niet opgepakt worden door de Stuurgroep Onderwijs omwille van praktische problemen.
    * Na een rondvraag bij leerkrachten van de vier wijkscholen werd op woensdag 22 maart 2000 een multiculturele wandeling georganiseerd om de wijk en haar bewoners beter te leren kennen. Zestien leerkrachten gingen op dit voorstel in. Op 19 april 2001 werd dit aanbod herhaald voor een andere groep van veertien leerkrachten.
    * Op 22 maart 2000 opende de kinderbibliotheek Baloe haar deuren in één van de vier deelnemende scholen. Schepen van Sociale Zaken Martine De Regge knipte het lint door. Deze bibliotheek richt zich naar alle kinderen van 0 tot 7 jaar en is elke woensdag open van 15 tot 17 uur. Ze wordt opengehouden door zes vrijwilligers. Voor dit initiatief wordt er onder andere samengewerkt met de Centrale Openbare Bibliotheek. Momenteel zijn er al een 70-tal kinderen ingeschreven die regelmatig komen. In december 2000 werd het aanbod, het openingsuur, de plaats, ... geëvalueerd bij de gebruikers. Men was zeer tevreden en stelde alleen een extra openingsmoment voor aansluitend op de schooluren of in het weekend. Sinds maart 2001 is Baloe nu ook open op donderdag van 15u30 tot 17 uur.
    Via deze initiatieven betreden ouders en kinderen ook eens een (andere) school in hun wijk. Ze krijgen beter zicht op wat zich achter de muren afspeelt, hoe het gebouw er van binnen uitziet, ze leren ouders en kinderen kennen van andere scholen, en bovendien biedt het aanbod een antwoord op de grote vraag naar buitenschoolse activiteiten in de wijk.

    • Op het vlak van het stimuleren van de taalontwikkeling hij kinderen en het aanbieden van extra vormingskansen aan ouders

    * Kinderbibliotheek Baloe is een initiatief dat we hebben genomen omwille van de vaststelling in de Centrale Openbare Bibliotheek dat ze weinig kinderen uit deze wijk bereiken en zeker geen kleine kinderen. Veel ouders of kinderen zetten pas veel later de stap naar boeken of de bibliotheek. Meestal is het dan in functie van het leren lezen of het zelfstandig lezen van kinderen. Wanneer dit niet goed lukt, krijgen boeken meteen een negatieve bijklank. Het is zeer belangrijk om vroeg met voorlezen en vertellen te beginnen in het kader van de ontluikende geletterdheid. Vertellen en voorlezen uit boekjes heeft enorm veel invloed op de taalontwikkeling van kinderen. Vandaar ook dat Baloe zich richt op de allerkleinsten (0-7 jaar). Op die manier kunnen kinderen bijna spelenderwijs hun taalgevoel aanscherpen en hun woordenschat uitbreiden. Baloe bereikt zowel Belgische als migrantenkinderen en zowel kinderen uit één van de wijkscholen of kinderdagverblijven als andere. Omdat Baloe zich richt tot zeer kleine kinderen, vervult ze ook een functie naar de ouders toe. Ouders komen mee, zien hoe enthousiast hun kinderen zijn als een vrijwilliger hen een boekje aanbiedt of uit voorleest,
    * Regelmatig gaan er op woensdagnamiddagen vertel-of voorleessessies door in de Kinderbibliotheek met gemiddeld een 30-tal aanwezige kindjes. Schrijvers (bvb Geertrui Daem, Katrien Van Hecke, Riet Wille) en vertellers (Annemie Grootaers, Leen Persijn, ...) komen voorlezen aan kinderen tussen 2,5 en 7 jaar. Na evaluatie beslisten we om voortaan twee mensen uit te nodigen, één voor de kleintjes (2,5-4 jaar) en één voor de oudere kindjes (5-7 jaar). Binnenkort zullen we ook eens een Turkse verteller uitnodigen. Ook bij deze activiteit zijn ouders aanwezig. Ze zien hoe je het voorlezen boeiend kunt maken via intonatie, het gebruik van andere stemmen, hoge of lage klanken,...
    * We werkten ook samen met het voorleesproject vanuit de Arteveldehogesehool (KLBO). Dit voorleesproject liep dit schooljaar gedurende de maand februari 2001. Ook de lerarenopleiding speelt een belangrijke rol in het maken van een brug tussen het onderwijs en de buurt (de omgeving van de school). Het voorleesproject van de KLBO wil naast het stimuleren van de taalontwikkeling van kinderen via voorlezen ook gewoon studenten laten kennismaken met de thuisomgeving van kinderen. Voorlezen aan jonge kinderen zit meteen ook gelinkt aan de Kinderbibliotheek. De studenten maken van de voorleesgelegenheid gebruik om de kinderen te laten kennismaken met Kinderbibliotheek Baloe. Ze deden dit door een foldertje achter te laten en/of door samen een bezoekje te brengen aan de kinderbibliotheek of aan een vertelnamiddag. Dc Stuurgroep Onderwijs zorgt ervoor dat de ouders die deelnemen aan het voorleesproject de kans krijgen in te gaan op een informatieve bijeenkomst over het belang van voorlezen en vertellen aan jonge kinderen. Een dertigtal moeders gingen op dit voorstel in, waren zeer enthousiast en namen meteen ook boekjes mee om voor te lezen aan hun kinderen. Het Centrum voor Lezen en Informatie van LINC verzorgde deze vormingssessies.
    * Veel mensen vervullen in de wijk een voorbeeldfunctie ten aanzien van ouders. Hierbij gaat het niet alleen om leerkrachten, maar ook om kinderverzorgsters van de kinderdagverblijven, vrijwilligers van de Consultatiebureaus voor het Jonge Kind, vrijwilligers van Kinderbibliotheek Baloe, vrijwilligers en beroepskrachten van het voorleesproject vanuit Steunpunt Gent-Noord van het ING en jeugdwelzijnswerkers van Kadanz. Al deze groepen worden in mei 2001 door het Centrum voor Lezen en Informatie gevormd rond het belang van voorlezen en vertellen aan (jonge) kinderen. Deze vormingssessies worden gekoppeld aan een introductie in Kinderbibliotheek Baloe. De sleutelfiguren kunnen dan op hun beurt deze informatie doorgeven aan de ouders waarmee ze werken, zowel door het voor te doen als door het te vertellen of door te verwijzen naar Baloe.
    Via al deze initiatieven slagen wij erin ouders en kinderen te bereiken voor wie voorlezen en vertellen nieuw is. Mogelijk hebben deze inspanningen invloed op de (taal)ontwikkeling van de kinderen.

    Beleidsbeïnvioeding

    Op woensdag 29 maart 2000 was de Stuurgroep Onderwijs te gast op het Koninklijk Paleis te Brussel samen met de andere acht Belgische projecten die een erkenning kregen van de Stichting Koningin Paola. Naast de directies van de vier wijkscholen (De Buurt, De Mozaïek, Dr. Jean Herrel en Sint-Salvator), iemand van De Poort-Beraber, kinderdagverblijf ’t Sleepken en Opbouwwerk Steunpunt Gent gingen er ook
    zeven bewoners mee. In het bijzijn van de Koningin, de Minister van Onderwijs en de mensen van de Stichting Koningin Paola vertelden we wat het onderwijsproject in het Sluizeken allemaal doet. We werden gefeliciteerd met ons project en Minister Vanderpoorten beloofde ons binnenkort uit te nodigen omdat zij haar beleid wil baseren op onze ervaringen.

    Op woensdag 10 mei 2000 werden we vervolgens uitgenodigd bij de Minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten om samen met de andere erkende School van de Hoop-projecten onze ervaringen door te geven om het kabinet van de Minister te inspireren.

    Op 26 oktober 2000 was de nieuwe Schepen van Onderwijs Freya Van den Bossche te gast op de Stuurgroep Onderwijs. Wij stelden ons project aan haar voor en maakten een afspraak om het luik Intelligent uit het Gentse Bestuursakkoord samen met haar te bespreken. Deze afspraak ging door op vrijdag 24 november.

    Bij continuering van het project zullen we vanaf volgend schooljaar zoeken naar mogelijkheden om onze werkzaamheden en activiteiten na verloop van de erkenning als School van de Hoop (maximum 5 jaar) te laten overnemen door reguliere structuren of middelen.

    Besluitend: iets over het proces van de Stuurgroep

    De Stuurgroep Onderwijs heeft al een gans proces afgelegd. Bij de bevraging, het prille begin, was er een gespannen sfeer tussen de scholen, de kinderdagverblijven, de omringende actoren en de bewoners. Bewoners en beroepskrachten stonden tegenover elkaar. Weinig zaken waren bespreekbaar en tussen of na de bijeenkomsten waren er geen contacten. Naar het einde van de bevraging toe ontstond er een groepsgevoel en werd het engagement genomen (los van middelen) om zich als groep in te zetten voor de realisatie van de voorstellen. De middelen yan de Stichting Koningin Paola zorgden eerst voor een verdeelreflex maar direct erna voor een gezamenlijke inzet om de middelen goed te besteden. Er ontstonden onderlinge contacten en de discussies werden kwaliteitsvoller en oplossingsgerichter. Beetje bij beetje worden ook gevoeliger punten besproken en aangepakt. Alle betrokkenen zetten zich naar eigen vermogen in en dragen verantwoordelijkheid voor het project. De sfeer is ontspannen en aangenaam. Kortom: de erkenning was de moeite waard om te komen tot een netoverschrijdend en grensverleggend project!

    Michèle VAN ELSLANDER
    RISO Gent vzw
    Sint-Jacobsnieuwstraat 50
    9000 Gent
    E-mail: komi@risogent.be

    Terug naar het begin van de pagina


    In Terzake, jg. (2001), nr.5, blz. 11-15Integraal werken in een multiculturele wijk (Meulenberg - Houthalen-Helchteren)

    Vorig jaar ontving de vzw Buurtopbouwwerk Meulenberg, op advies van de Limburgse integratieraad, de tweejaarlijkse integratieprijs van het Limburgse provinciebestuur. Dit was een hart onder de riem van deze autonome opbouwwerkinstelling, die nu ruim een kwarteeuw actief is in de wijk Meulenberg van de gemeente Houthalen-Helchteren. Het samenleven in de buurt met verschillende nationaliteiten vormde op zich nooit een probleem. Vanuit het buurtopbouwwerk is jarenlang gewerkt aan een duurzame ontwikkeling van de sociale infrastructuur. De overheid heeft de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in de fysieke infrastructuur. Wel rees de jongste tijd het probleem van sociale onveiligheid en dat bedreigt het positief samenleven. Een belangrijk knelpunt blijft de hoge werkloosheid, ontstaan na de mijns/uiting. Bij de uitreiking van de integratieprijs benadrukte Buurtopbouwwerk Meulenberg vooral de vele positieve ontwikkelingen en samenwerkingsprojecten van de voorbije 25 jaar en het belang van lokaal geïntegreerd werken.

    Buurtgerichte werking

    Buurtopbouwwerk Meulenberg is ontstaan in 1976 vanuit een groep vrijwilligers die samen met bewoners en lokale verenigingen een initiatief namen om de leefsituatie van de wijk te verbeteren. De wijk werd in het verleden, zoals veel andere mijncités in Limburg, sterk verwaarloosd. Het merendeel van de bewoners, de migranten, hadden geen stem in het lokale beleid. De eerste acties waren gericht op het verbeteren van de leefomstandigheden in de sociale appartementen. Daarna ging de aandacht ook naar andere problemen in de wijk. Om die activiteiten enige continuïteit te geven, vroeg de groep vrijwilligers een erkenning aan als “buurtopbouwwerk”.

    Na de formele erkenning vanuit de overheid werd een werking opgezet voor migrantenjongeren en kinderen. Het toenmalige jeugdhuis bereikte de migranten onvoldoende. Na verloop van tijd heeft het buurtopbouwwerk die migrantenjongerenen kinderwerking via een BTK-project uitgebouwd in samenwerking met het betreffende jeugdhuis. Inmiddels is dat uitgegroeid tot een zelfstandige jeugdwelzijnswerkorganisatie die losstaat van de vzw Buurtopbouwwerk. Er zijn wel contacten en samenwerking via het gemeentelijk SIF-overleg.

    Begin de jaren ‘80 is er vanuit Buurtopbouwwerk Meulenberg een sterke migrantenvrouwenwerking ontwikkeld. In een eerste fase lag het accent op ontmoetingsactiviteiten en taalcursussen met Marokkaanse, Turkse en Europese migrantenvrouwen. Het betrof activiteiten om het sociale isolement te doorbreken, hun sociale redzaamheid en positie te versterken. Er was toen nog geen sprake van een lokaal integratiecentrum, noch van basiseducatie. Midden ‘80 diende het buurtopbouwwerk een DAC-project in dat werd goedgekeurd zodat die werking een eigen personeelskader kreeg. De opbouwwerkster kan zich nu richten op andere nieuwe projecten.
    Inmiddels is er geen migrantenvrouwenwerking meer in de traditionele zin. De taalcursussen worden nu begeleid door medewerksters van een centrum basiseducatie, opgezet vanuit en in het buurthuis. Tijdens de cursussen worden ook frequent
    thema’s vanuit de buurt en vanuit andere projecten behandeld. Er is een zelforganisatie van migrantenvrouwen die zelf activiteiten organiseert vanuit het buurthuis. De DAC-medewerksters van Buurtopbouwwerk Meulenberg zetten de laatste jaren nieuwe projecten op, deels gericht op migrantenvrouwen, maar ook op andere doelgroepen (zie verder).

    Eind de jaren ‘80 werd vanuit Buurtopbouwwerk Meulenberg het eerste beroepsorientatie- en opleidingsproject voor migrantenvrouwen in Limburg opgezet. Dit project gold als proefproject en is daarna ook in andere wijken in de mijnstreek uitgebouwd en gecoördineerd door STEBO (Steunpunt Buurtopbouwwerk Limburg). Dat project is inmiddels in Meulenberg gestopt. Op dit ogenblik probeert het opbouwwerk als alternatief, in samenwerking met STEBO, een vorm van “activering en trajectbegeleiding” uit te stippelen voor de werklozen van de wijk.

    Begin de jaren ‘90 heeft het Buurtopbouwwerk Meulenberg één van de eerste buurtgerichte schoolopbouwwerkprojecten opgezet in Limburg. Vanuit dat project werden de contacten tussen de migrantenouders, de school en de buurt versterkt. Migrantenmoeders en -vaders werden extra gestimuleerd en geactiveerd inzake onderwijs- en opvoedingsproblematiek. Er zijn sterke relaties en samenwerkingsinitiatieven uitgebouwd met de verschillende onderwijsinstellingen in de buurt. Dat project wordt inmiddels via een SIF-project van de gemeente voortgezet en uitgebreid naar andere wijken in de gemeente. Eén SIF-schoolopbouwwerkster werkt permanent in samenwerking met de andere medewerksters in het buurthuis Meulenberg om de verschillende vormen van buurtactivering inhoudelijk op elkaar af te stemmen, met name het schoolopbouwwerk, de basiseducatie, het opbouwwerk en andere activeringsprojecten.

    Spoor 1. Integrale buurtactivering

    In de jaren ‘90 werd in de erkenningscriteria vanuit het nieuwe decreet “maatschappelijk opbouwwerk” een streng onderscheid gemaakt tussen buurtwerk en opbouwwerk, Op sommige plaatsen in Vlaanderen werd het niet gesubsidieerde “buurtwerk" daarom opgedoekt maar is later met SIF-middelen weer uitgebouwd. Meulenberg combineerde altijd het maatschappelijk opbouwwerk (projectmatig, probleemgericht, tijdelijk) met de buurtactivering en -ontwikkeling (versterken van de contacten, duurzame sociale netwerken, zelfredzaamheid, activering en participatie).

    Buurtopbouwwerk Meulenberg wijzigde in de jaren ‘90 de koers. In plaats van een activering door sociaal-culturele activiteiten koos het opbouwwerk voor een meer projectmatige en probleemgerichte activering. De traditionele bijeenkomsten met migrantenvrouwen en -meisjes werden stopgezet. In plaats daarvan werd meer projectmatig gewerkt met meerdere doelgroepen in de wijk en rond meerdere levensgebieden. Daarbij werd ook intensief samengewerkt met gespecialiseerde organisaties buiten de buurt. Voorbeelden van
    die benadering zijn:
    • i.s.m. het Rode Kruis: een themareeks uitgevoerd in verschillende taalgroepen rond EHBO in eigen huis. De eerste migrantencursisten hebben inmiddels een diploma gekregen;
    • i.s.m. de gemeentelijke diensten: een project inzake gescheiden afvalverwerking in huis, met informatie- en praktijksessies en bezoeken aan het containerpark;
    • i.s.m. gespecialiseerde hulpverlening:
    project “groepswerk met Turkse vrouwen gericht op psychosociale problemen”. Met dat project kregen de vrouwen de kans om hun problemen binnen het gezin te bespreken en sterker te worden in de aanpak ervan.

    De vroegere migrantenmeisjeswerking werd omgebouwd tot het “klusjesproject”. Met dat project krijgen migrantentieners in de wijk de gelegenheid om zich actief in te zetten door het uitvoeren van “klussen” in opdracht van oudere bewoners en sociale instellingen. Doelstellingen zijn: sociale vaardigheden ontwikkelen, de relatie tussen jongeren en ouderen verbeteren en zinvolle tijdsbesteding scheppen. Het aantal migrantenouderen in de wijk is inmiddels sterk gestegen.

    In samenwerking met het PRIC werd het project “oudere migranten” uitgevoerd. Met verschillende cursusreeksen worden diverse nationaliteitsgroepen in het buurthuis bereikt. De thema’s hebben te maken met het ouder worden: wonen in eigen huis of elders, beschikbare diensten, sociale veiligheid, ... Meulenberg is één van de weinige plaatsen, waar na de cursusreeks opvolggroepen bij elkaar komen en waarbij oudere migranten dieper op bepaalde kwesties ingaan. Een nieuwe ontwikkeling betreft het werken met de reminiscentiemethode met oudere migranten.
    In de jaren ‘90 is de samenwerking met het OCMW van Houthalen-Helchteren sterk toegenomen. Het OCMW is betrokken bij het activeringsproject “oudere migranten". Groepen oudere migranten bezoeken geregeld de ouderenvoorzieningen van het OCMW. Daarbij ontstaan ook discussies over de aanpassing van voorzieningen aan de wensen van oudere migranten. OCMW-personeelsleden krijgen langs die contacten ook meer inzicht in de situatie van de migranten, de cultuurverschillen en specifieke behoeften van oudere migranten. Er is ook een samenwerking met het OCMW in het kader van SIT (samenwerking in de thuiszorg). Bij het opmaken van zorgplannen voor migranten uit Meulenberg, legt het OCMW contacten met medewerksters van het Buurtopbouwwerk voor het tolken en het adviseren in bepaalde kwesties. Sommige migrantenbewoners komen met hun individuele problemen eerst naar het Buurtopbouwwerk dat hen aanmoedigt contact op te nemen met het OCMW.

    Verschillende verenigingen organiseren hun activiteiten in het buurthuis. Het betreft een aantal lokale migrantenverenigingen, zoals een Italiaanse vereniging van gepensioneerden, een Turkse jongerengroep en een syndicale migrantenorganisatie. Daarnaast zijn er ook enkele gespecialiseerde hulpverleningsorganisaties die hun “zit-dag” houden in het buurthuis omdat ze de mensen daar makkelijker bereiken en beter kunnen helpen. Het gaat om het project “Kind in nood" dat ouders en kinderen met gedragsproblemen helpt en het MPCB dat zich richt op de individuele psycho-sociale hulpverlening voor migranten.

    Spoor 2. Integrale buurtonwikkeling

    Buurtopbouwwerk Meulenberg heeft een belangrijke rol gespeeld in de verbetering van de materiële leefinfrastructuur in de wijk. In de jaren ‘90 heeft het een sterke bewonersorganisatie uitgebouwd met verschillende nationaliteiten, de Werkgroep Infrastructuur Meulenberg (WIM). Het buurtopbouwwerk heeft in samenwerking met de bewoners en de bewonersgroep invloed kunnen uitoefenen op het beleid. De gemeente heeft de beschikbare reconversiemiddelen (Rechar) prioritair ingezet in een grondige renovatie van de wijk (straten, riolering, omgevingswerken).
    Bij de uitvoering van die renovatiewerken was er een sterke participatie van de bewoners en de bewonersorganisatie in overleg met de technische dienst van de gemeente en de aannemer.

    De samenwerking met de technische dienst van de gemeente werd daarna voortgezet onder andere met de “meldingskaart”. Het ging om een initiatief van de bewonersgroep WIM, die nieuwe knelpunten (beschadigingen, opduikende verloedering, enz.) signaleert in de meldingskaarten, die periodiek werden besproken met de technische dienst. Deze activiteit is nu overgenomen door de stadswachten. Daarnaast is de bewonersgroep betrokken bij de renovatie en uitbreiding van de sociaal-culturele infrastructuur in de wijk: de renovatie van het parochiehuis en omgeving, de uitbouw van een “sportschuur” op de wijk, de bouw van speeltoestellen en de aanleg van parkings.

    Na de renovatie van de straten en riolering, werd de aandacht verlegd naar de renovatie van de sociale huurwoningen. Er is een sterke samenwerkingsrelatie gegroeid tussen de sociale verhuurmaatschappij Kempisch Tehuis, het buurtopbouwwerk en de bewonersgroep WIM. De bewoners en de bewonersgroep worden systematisch betrokken bij de verschillende fases van de woningrenovatie, onder andere bij de begeleiding van tijdelijke verhuis en het toezicht en de controle naar aanleiding van de oplevering van de renovatie.

    Daarnaast is er het project “WoonlnformatieCentrum” (WIC), opgezet door STEBO (Steunpunt Buurtopbouwwerk Limburg) in de verschillende mijncités van Limburg. Dit project ondersteunt de eigenaars van oude mijnhuizen bij de renovatie van hun woningen. Dit project wordt uitgevoerd vanuit het buurthuis, waar een STEBO-medewerker een aantal dagen actief is en gebruik maakt van de contacten en netwerken van het Buurtopbouwwerk Meulenberg.

    Een ander samenwerkingsproject tussen het buurtopbouwwerk en de sociale verhuurmaatschappij betreft het project inzake leefbaarheid van de appartementen. De woonblokken (4 x 21 woningen) hebben af te rekenen met vernielingen in de omgeving en de inkomhal, slecht nakomen van afspraken voor de poetsbeurten, groot aantal kinderen in te kleine appartementen, enz. Er is een grondige renovatie uitgevoerd in de inkomhal. Er zijn conciërges aangesteld die het woonreglement opvolgen en kleine herstellingen uitvoeren. De conciërges worden in hun werk begeleid door het buurtopbouwwerk en de sociale huurmaatschappij samen. Er vinden jaarlijks bewonersbijeenkomsten plaats om de toestand te evalueren en nieuwe maatregelen af te spreken.

    Naast de verbetering van de materiële leef-infrastructuur gaat de laatste tijd meer aandacht naar de sociale leefbaarheid en de versterking van de sociale infrastructuur. Meulenberg is er de laatste jaren sterk op vooruitgegaan, zeker op materieel gebied. Daarentegen is de sociale leefbaarheid nog sterk bedreigd wegens voortdurende sociale onveiligheid. Die is te wijten aan een combinatie van factoren: een groot aantal inbraken en andere feiten zoals vernielingen aan openbare en privé-gebouwen, overlastgevend gedrag van groepen jongeren (bedreigingen van kinderen en oudere bewoners), aanwezigheid van gok- en drugmilieu. De bewonersgroep en het buurtopbouwwerk hebben die kwesties herhaaldelijk aan de kaak gesteld bij de gemeente. Verschillende inspanningen, zoals de straathoekwerkers, de CAD-hulpverleners, de stadswachien, de extra jeugdwerkers hebben nog weinig effect op het bestrijden van de onveiligheid.

    Op een bewonersbijeenkomst in Meulenberg stelde de burgemeester dat het probleem bij Justitie lag. Daarop hielden de bewonersorganisatie en het opbouwwerk een grootschalige petitie-actie bij de procureur. De procureur heeft daarop gereageerd door voor het eerst in de geschiedenis (van Limburg, Vlaanderen?) een bezoek te brengen en een afvaardiging van de bewoners te ontvangen. Bij dat bezoek liet de procureur verstaan dat hij de leefbaarheid in de buurt nu in het vizier heeft bij de beoordeling van de zogenaamde “kleine criminaliteit”. Op basis van dat overleg is er nu een dossier opgemaakt en wordt er gewerkt aan een integrale benadering, met een combinatie van sociaal-preventief en repressief-curatief beleid. Dat staat nog in de kinderschoenen, maar de samenwerking die is ontstaan tussen de betrokken partijen biedt hopelijk meer perspectief dan voorheen.
    Het buurtopbouwwerk heeft een belangrijke rol in de sociaal-preventieve aanpak van de sociale veiligheid door het versterken van de sociale infrastructuur. De contacten en de samenwerking tussen de verschillende groepen en instanties binnen en buiten de wijk moeten worden versterkt. Daarbij moeten ook nieuwe wegen bewandeld worden.

    Eén van deze nieuwe wegen zijn we onlangs ingeslagen met de organisatie van een “Turkse vadergroep”. Het gaat om een groep van sleutelfiguren uit de Turkse gemeenschap die medeverantwoordelijkheid wil nemen voor de sociale leefbaarheid in de buurt.

    Voorheen werden er met het schoolopbouwwerk en andere activeringsprojecten meer migrantenmoeders bereikt. De migrantenvaders werden tijdens de verschillende activiteiten meer als individuen dan als organisatie aangesproken. Door het organiseren van een afzonderlijke groep van Turkse vaders wil het opbouwwerk dat zij nadenken over hun bijdrage en zelf ook initiatieven nemen, zowel in de eigen gemeenschap, de eigen gezinnen en in de buurt. Daarbij komen verschillende thema’s aan bod: de sociale veiligheid, de opvoeding van opgroeiende jeugd, de contacten tussen de verschillende gemeenschappen en het wonen in de buurt. Bepaalde thema’s die behandeld worden in die groep worden verder uitgewerkt en besproken in ruimer verband van de eigen verenigingen (o.a. via de preekstoel in de moskee). Op die manier wenst het opbouwwerk dat de Turkse gemeenschap zich niet terugtrekt in de eigen kringen (o.a. de moskee), maar dat zij ook actief relaties opbouwt met de hele samenleving. Zo waren zij ook aanwezig bij het bezoek van de procureur. Binnenkort wil het opbouwwerk starten met een Marokkaanse vadergroep in hetzelfde perspectief. Daarna kan gewerkt worden aan relaties tussen de verschillende georganiseerde groepen.

    Spoor 3. Geïntegreerde wijkwerking

    Buurtopbouwwerk Meulenberg is meer dan de som van de afzonderlijke activiteiten. De meerwaarde heeft vooral te maken met de synergie die wordt ontwikkeld vanuit de samenwerking tussen de verschillende projecten van het buurtopbouwwerk in de samenwerking met andere organisaties in en buiten de wijk. Het buurthuis is de gemeenschappelijke plaats waar verschillende activiteiten worden uitgevoerd, tevens loket en schakel voor zowel buurtbewoners als relevante instanties.
    Een andere belangrijke succesfactor is de continuïteit en herkenbaarheid. De medewerksters van het buurtopbouwwerk — een multicultureel team met Spaanse, Italiaanse, Marokkaanse en Vlaamse roots — hebben door de jarenlange ervaring een grote kennis en deskundigheid opgebouwd in het werken met migranten en buurtproblemen. De jarenlang opgebouwde contacten met bewoners en organisaties kunnen telkens ingezet worden bij nieuwe problemen en uitdagingen.

    Het probleem van onveiligheidsgevoelens van oudere Europese migranten tegenover Marokkaanse jongeren werd gesignaleerd in de cursusreeks over het ouder worden en in de bewonersgroep. Het opbouwwerk nam nu een initiatief om een overleg te organiseren tussen een grote groep oudere Europese migranten, een Marokkaanse straathoekwerker en de STEBO-medewerker, die eveneens van Marokkaanse origine is en contact heeft met Marokkaanse gezinnen.

    Het schoolopbouwwerk, dat wordt uitgevoerd in samenwerking met het buurtopbouwwerk, vormt op zich een heel netwerk van migrantenouders, schooldirecties en leerkrachten, kinderen, het CLB en organisaties gericht op jeugdhulpverlening. Zo wordt het thema schoolloopbaankeuze behandeld voor de kinderen van het laatste jaar van de lagere school door leerkrachten en het CLB, in dezelfde periode ook voor ouders via specifieke bijeenkomsten voor verschillende nationaliteiten, voor mannen en vrouwen afzonderlijk, in het buurthuis in samenwerking met het CLB. Het schoolopbouwwerk (en het buurtopbouwwerk) helpt scholen, leerkrachten en CLB-instanties om contacten te leggen met ouders en gezinnen, waar men via een huisbezoek bepaalde problemen wil bespreken.
    Het schoolopbouwwerk Meulenberg is ook gestart met een netwerk van hulpverleningsinstellingen, dat zich richt tot kinderen met gedragsproblemen. Daarbij zijn ook de schoolinstanties betrokken. Ook binnen de basiseducatie-activiteiten wordt frequent aandacht besteed aan opvoedings- en buurtproblemen.
    Naast samenwerking binnen het buurtopbouwwerk zijn er sterke, samenwerkingsrelaties met organisaties buiten de buurt. De sociale bouwmaatschappij doet een beroep op het opbouwwerk om de huurders te betrekken bij de renovatie van de sociale woningen. Daarnaast wordt er regelmatig een beroep gedaan op medewerksters van het buurtopbouwwerk, als er problemen opduiken van en met individuele huurders. Omgekeerd ondersteunt het opbouwwerk ook huurders die bepaalde problemen willen oplossen met de sociale verhuurmaatschappij.

    Er is een goede samenwerking met verschillende diensten van de gemeente. Knelpunten in de woonomgeving worden door de bewonersgroep besproken met de technische dienst. De opbouwwerkster participeert aan het preventieoverleg inzake veiligheid. Het opbouwwerk werkt samen met de lokale integratiedierist en zet gezamenlijke activiteiten op voor migranten van verschillende wijken in de gemeente. Ten slotte is er de samenwerking met het OCMW voor de individuele hulpverlening, de thuiszorg, de werking met oudere migranten en de jeugdhulpverlening.

    In samenwerking met het Centrum voor Alcohol- en Drugpreventie en de rijkswacht werden vorig jaar informatie- en voorlichtingsbijeenkomsten gehouden. Voor de Turkse en Marokkaanse vrouwen gebeurde dat in het buurthuis. Daarna werd dit ook uitgevoerd in de moskee waar veel migrantenmannen samenkomen.

    De integrale benadering en de wederzijdse afstemming is niet gebaseerd op frequent overleg noch op veel coördinatie. Het gaat om directe contacten tussen medewerksters van het buurtopbouwwerk en andere organisaties, telkens betreffende heel concrete kwesties, gericht op concrete resultaten. De informele en functionele netwerken tussen de verschillende organisaties zijn gedurende verschillende jaren langzaam opgebouwd, op basis van gezamenlijke doelstellingen en samenwerking met respect voor
    ieders rol en positie. De integrale aanpak wordt gekenmerkt door:
    - het werken vanuit de beleving en eigen kracht van mensen en buurtorganisaties;
    - het overtuigen van instanties om te investeren in Meulenberg en hun diensten aan te passen aan de eigen situatie, de mogelijkheden en de capaciteiten van de bewoners en de buurt;
    - de verschillende problemen in onderlinge samenhang aan te pakken, het gebruikmaken van informele en functionele netwerken, het werken aan fundamentele probleemoplossing én het versterken van de sociale sâmenhang.

    De lokale inbedding en onafhankelijkheid zijn belangrijke voorwaarden om succesvol te werken aan de buurtontwikkeling.

    Carmen Maiquez, buurtopbouwwerkster Meulenberg
    Johny Vanschoren, bestuurslid Fontys Hogeschool Sociaal Werk, Eindhoven
    buurtopbouwwerkmeulenberg@hotmail.com

    Demografie (gegevens eigen onderzoek 1998)
    Aantal inwoners: 2.809 waarvan volgens "herkomst” (dus niet de formele nationaliteit):
    Belgische herkomst: 340 (12 %) - allochtone herkomst: 2.469 (88 %), waarvan
    Turken: 980 (35 %) - Marokkanen: 705 (25 %) - Italianen: 414 (15 %) - Spanjaarden: 183 (7 %) - Grieken: 98 - overige: 89
    Trend laatste tien jaar: forse stijging Turkse en Marokkaanse gezinnen tegenover andere nationaliteiten.
    Aantal jongeren 0 tot en met 24 jaar: 1.473 (aandeel 52 %)

    Sociaal-Economisch
    * gemiddeld inkomen per inwoner: 185.993
    * aantal werkzoekenden Meulenberg (1998): 290 = 32 % van de beroepsbevolking

    Onderwijs en scholingsgraad
    * bevolking die onderwijs volgt in het secundair en aard van het gevolgde onderwijs
     
    aandeel % ASO TSO  BSO
    Meulenberg 27,9 23,5 47,8
    Houthalen-Helchteren 46,5 27,9 24,2
    Limburg 50,6 26,3 22,1

    * scholingsgraad Meulenberg 6 (tegenover Houthalen-Helchteren: 13 - Limburg: 23) (factor totale bevolking die hoger onderwijs volgt t.o.v. 15-24-jarigen)

    Terug naar het begin van de pagina



    Nr.68  Oktober 1996 Maandblad voor Onderwijs in Vlaanderen De  wortels bovenhalen
    Europaschool. Zo heet sinds 1 september (1996) de Genkse rijksbasisschool Kolderbos. Deze concentratieschool, een school met veel allochtone leerlingen, kreeg een grondige herprofilering. Een professionele voorbereiding, communicatie met de ouders, low budget ondersteuning en veel geloof in eigen kunnen werpen nu al vruchten af. Met ruim 280 kleuters en lagere-schoolkinderen, die hun wortels hebben overal in Europa, telt de school zo’n vijftig leerlingen meer dan vorig schooljaar. Wat is er dan wel nieuw in deze Europaschool? «De leerlingen krijgen een Europees getinte opleiding», antwoordt Irène Fransaert. Zij coördineert de werking van het Onderwijs Voorrangsbeleid. «Vanaf het derde leerjaar al zitten bijvoorbeeld Frans, Engels en filosofie in het vakkenpakket. Vier nainiddagen op de vijf maken de traditionele lessen plaats voor namiddagactiviteiten: veel sport, computerles, handvaardigheden zoals koken enz. Creativiteit staat centraal. We werken met een zeswekensysteem waardoor alle leerlingen binnen één schooljaar in alle ateliers aan de slag gaan. Een lesdag duurt nu twintig minuten langer dan vorig jaar - er zijn twee extra lesuren per week - maar een dag die begint om kwart voor negen en eindigt om kwart voor vier is best redelijk. De leerkrachten krijgen er compensatie voor in de vorm van een extra halve dag vrij.» Met steun van de Europese Gemeenschap werkt de school ook samen met basisscholen uit andere landen rond het thema gelijkwaardigheid. Alle ouders werden vooraf- per taalgroep -uitgebreid over het initiatief gebrieft. Ze staan alvast honderd procent achter het project, dat de steun geniet van inspectie en pedagogische begeleiding en dat met argusogen wordt gevolgd door pedagogen. Uit heel Europa.

    E-mail: BS.GENK.KOLDERBOS@argo.be.

    Terug naar het begin van de pagina


    LIESBETH STOFFELS, ONDERWIJZERES IN EEN BRUSSELSE CONCENTRATIESCHOOL: je kunt iemand pas iets leren als die je begrijpt’ - Peter Zwertvagher in: Tertio, 13 juni 2001, blz.4

    Liesbeth Stoffels is kleuteronderwijzeres in de gemeenteschool van Sint-Joost-ten-Node. Die school evolueerde het voorbije decennium tot een zogenaamde concentratieschool. Hoe komt dat? En welke gevolgen heeft dat voor het lesgeven?

    Op een van de talrijke donkere lentedagen arriveren we in het station van Zaventem, dat omgeschapen is tot een enorme bouwwerf. De grijze betonnen muren ogen mistroostig. Het regent pijpenstelen. Het doel van deze grauwe reis is Liesbeth Stoffels (23), kleuteronderwijzeres in de gemeenteschool van Sint-Joost-ten-Node, een Brusselse randgemeente die wel eens de kleinste en armste gemeente van België wordt genoemd.
    Stoffels geeft les in een zogenaamde concentratieschool: 84 procent van de leerlingen in de kleuterafdeling en 86 procent van de leerlingen in de lagere school zijn van allochtone afkomst. Naast hoofdzakelijk Marokkaanse en Turkse leerlingen, lopen er ook kinderen school van Kosovaarse, Spaanse, Chinese en van Belgische afkomst. Een gesprek over het lief en leed van een onderwijzeres in een concentratieschool.

    Hoe is de gemeenteschool tot een zogenaamde concentratieschool uitgegroeid?
    ,,Vroeger waren er meer autochtone dan allochtone kinderen. Maar in de loop der jaren werden er meer en meer allochtone kinderen ingeschreven terwijl het aantal Belgische kinderen terugliep. Dat kwam volgens mij vooral doordat het onderwijsniveau iets lager kwam te liggen dan in een gewone school.
    Allochtone kinderen hebben in de kleuterschool een taalachterstand van zowat 2.500 woorden. Tegen het eerste leerjaar kan die achterstand onmogelijk volledig worden weggewerkt. De manier van lesgeven wordt daaraan dan ook aangepast. De meeste kinderen doen echt hun best en evolueren enorm, maar het gaat allemaal iets trager. Begrijpelijk, als je ziet met welke achterstand sommige allochtone kinderen moeten beginnen. In de kleuterschool zitten twee autochtone kindjes die door hun ouders bewust naar onze school zijn gestuurd. Maar nu her oudste in september naar het eerste leerjaar overgaat, beginnen de ouders te twijfelen of ze het niet beter naar een andere school sturen waar het op een ‘normaler’ niveau les kan volgen.
    Ik vind het logisch dat ouders hun kinderen weghalen wegens het lagere onderwijspeil. Kinderen hebben er baat bij op hun onderwijsniveau les te kunnen volgen. Ik zal ook nooit ontkennen dat het peil hier lager ligt dan in een gewone school. Toch kan het voor een kind heel verrijkend zijn om in een school als de onze les te volgen. Ze leren al heel jong met verschillen en onderscheiden achtergronden om te gaan. Indien ik zelf een kind had, liet ik het zeker schoollopen in onze kleuterschool. Maar misschien zou ik vanaf het eerste leerjaar ook voor een andere school opteren.”

    Heb je jouw manier van lesgeven moeten aanpassen aan de school?
    "Ja. Ik geef les aan de allerkleinsten, de 2,5-jarigen. Waar ik in eerste instantie mee bezig ben, is veiligheid. Die ukjes moeten zich eerst en vooral veilig en op hun gemak voelen. Als ze hier binnenkomen, kennen ze geen woord Nederlands en zijn ze, bij wijze van spreken, nooit meer dan een meter van hun moeder verwijderd geweest. Het is alsof wij op zeer jonge leeftijd ergens in een school in China zouden worden gedropt.
    Ik probeer er dus voor te zorgen dat de kinderen zich zo snel mogelijk goed voelen. Dat gebeurt vooral door veel met hen te spelen en hen op die manier een aantal basiswoordjes en zinnetjes aan te leren. Pas later kun je meer op evolutie gerichte oefeningen doen, zoals knutselen en sporten. Je kunt echter niemand iets leren als die niet eerst in staat is je te begrijpen, of als die zich niet goed voelt.”

    Hield je opleiding daarmee rekening?
    ,,Neen, ik vind dat de opleiding meer aandacht moet besteden aan intercultureel onderwijs en dan specifiek naar migranten toe. Er werden maar twee weken besteed aan intercultureel onderwijs, waarvan twee dagen aan migranten. Wat betekenen twee weken in een opleiding van drie jaar.
    Als je in een omgeving als de mijne terechtkomt, ben je echt niet goed voorbereid. Het lessenpakket zit veel te vol. Er wordt ons een basis meegegeven waarmee we ons in de meeste situaties uit de slag kunnen trekken. Je weet hoe je met kinderen moet omgaan en dat bij erg jonge kinderen het veiligheidsgevoel belangrijk is. Bij oudere kleuters is het belangrijk dat ze goed voorbereid naar het eerste leerjaar kunnen. Die basis blijft overal dezelfde. De rest heb ik al doende moeten leren. Misschien is dat nog de beste manier. Toch lijkt wat meer achtergrond me nuttig.”

    Ouders spelen een belangrijke rol in de begeleiding van het leerproces van hun kinderen. Beheersen de ouders daartoe het Nederlands voldoende?
    ,,Sommige ouders spreken Nederlands, maar de mate waarin varieert enorm. In het begin kreeg ik te horen dat ik al blij mocht zijn als mijn kleuters tegen het einde van het schooljaar ‘boekentas’ of ‘jas’ konden zeggen. Maar ik sta al veel verder. Ik denk dat ik op dat vlak vooral geluk heb. Een groot aantal ouders van kinderen uit mijn klas interesseert zich voor het Nederlands. Velen wonen de Nederlandse lessen die de school organiseert, bij. Sommigen spreken gewoonlijk Frans, maar als ze met mij spreken vragen ze uitdrukkelijk om Nederlands te gebruiken.
    Enkele jaren geleden stuurden migranten-ouders hun kinderen vooral naar het Franstalig onderwijs. In Brussel hoorden ze ook alleen maar Frans praten. Stilaan zien we een ommekeer. Veel migranten beseffen nu dat ook de kennis van het Nederlands belangrijk is. Het leerlingenaantal neemt bij ons dan ook gestaag toe.”

    Merk je een verschil in leervooruitgang tussen kinderen die thuis al dan niet Nederlands praten?
    ,,Eigenlijk niet. Ik merk in mijn klas vooral een verschil tussen Marokkaanse en Turkse kindjes. Marokkaanse kinderen blijken het Nederlands vlugger op te pikken. Dat is eigenaardig want meestal is het net omgekeerd. Vermoedelijk komt het doordat in mijn klas de Marokkaanse kinderen een hele dag op school blijven. Daardoor komen ze meer in contact met het Nederlands. In het Marokkaans bestaan er ook veel verschillende dialecten waardoor Marokkaanse kinderen vaak verplicht zijn om met elkaar in het Nederlands te communiceren als ze elkaar willen verstaan.”

    Wordt er op de school rekening gehouden met religieuze verschillen?
    ,,De ouders vragen er in ieder geval niet expliciet om. Toch denk ik dat wij respect hebben voor hun religieuze feesten en zij voor de onze. Als wij in het buitenland gingen wonen, zouden we onze religie ook niet zomaar laten vallen. Dat kunnen we van hen evenmin eisen.
    Toch is een zekere vorm van integratie nodig, in die mate dat je in staat moet zijn mee te draaien in deze maatschappij. Je moet hier op een degelijke manier kunnen leven en werken, en in het eigen onderhoud kunnen voorzien. Daarvoor moet je zeker het Nederlands of het Frans beheersen. Voor de rest mag je leven zoals je wilt. Dat sommige islamitische vrouwen een hoofddoek dragen, stoort mij niet.
    Ik vind het ook logisch dat elk kind in onze school de eigen religie onderwezen kan krijgen. We organiseren activiteiten rond zowel de christelijke geloofsfeesten als rond feesten die met andere religies te maken hebben. We houden daarbij met bepaalde zaken rekening. Toen Sinterklaas een bezoek bracht aan de school, stond er bijvoorbeeld geen kruis op zijn mijter.”

    Wat betekent een mufticulturele samenleving voor jou?
    ,,Dat je kunt samenleven zonder elkaar te veroordelen op grond van culturele verschillen en dat uiteenlopende culturen samen in een maatschappij kunnen functioneren zonder dat daar problemen van komen.
    Er zijn, volgens mij, nog altijd te veel wrijvingen tussen de verschillende culturen in België. We weten te weinig af van elkaar en doen te weinig dingen samen. Weinig Belgen gaan spontaan naar een Turks volksfeest of omgekeerd. Je moet natuurlijk ook geïnteresseerd zijn in elkaars cultuur.
    Door voortdurend met migranten samen te werken is mijn beeld van hen erg veranderd. Ik vind het echt mooi dat in onze school al die verschillende nationaliteiten, religies en culturen bij elkaar kunnen zitten. Dat maakt het allemaal erg boeiend.”

    Wat is de rol van het onderwijs in het bevorderen van een multiculturele samenleving?
    ,,Er zou al heel wat opgelost geraken als migrantenkinderen in elke school welkom waren. Nu worden ze in veel scholen geweigerd om de meest dubieuze redenen. Daardoor moeten ze wel bij ons komen aankloppen. Ik denk dat het onderwijspeil in gemengde scholen niet zou dalen. Allochtone kinderen zouden daardoor ook meer verplicht worden om Nederlands te praten met hun autochtone klasgenoten en van de weeromstuit makkelijker meekunnen met het onderwijsniveau. Door kinderen met verschillende culturele achtergronden bij elkaar te zetten, komen ze ook meer over elkaars cultuur te weten en krijgen ze meer respect voor elkaar. Nu bestaan er zoveel vooroordelen die louter en alleen te wijten zijn aan onwetendheid. Uiteraard zou het ook spanningen met zich meebrengen. Maar spanningen kunnen leerrijk zijn.”

    Beleef je zelf veel plezier aan het lesgeven?
    ,,Op sommige momenten vraag ik me af waar ik mee bezig ben. Het is soms echt moeilijk en uitputtend. Je steekt er zoveel tijd en energie in... Maar als er dan op een gegeven moment één van mijn kleuters naar me toekomt en in haar beste Nederlands probeert uit te leggen dat ze een zusje heeft bijgekregen en dat ze dolgelukkig is, dan voel je je ongelooflijk goed. Je weet dan dat je met al die inspanningen iets hebt bereikt.”

    Terug naar het begin van de pagina



    Religie.opzijnbest.nl - De beste links over religie voor u verzameld.