RAMADAN EN VEERTIGDAGENTIJD
- ramadan (Meditatie en maatschappij-betrokkenheid - 4 - 26.09.06) -

ZOEKEN

PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
Zoeken naar informatie op deze website . Klik op hulp, ga naar onderaan, tik het woord in en klik op zoeken.

Zoeken naar informatie op het internet

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenaam : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ . http://levensbeschouwing.info/ . http://www.levensbeschouwing.info/ .
http://www.bijbelleerhuis.be (zie bijbel)
Nieuwe website : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , racisme , samenleving , sikhisme , NIEUWE RUBRIEK : SPIRITUALITEIT , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen ,
- Eigen-zinnige beschouwingen - Het kleine of grote ongenoegen -

  • Uit Kerk en Leven, Woorden ontvreemden, VASTEN
  • Tijdschrift voor Geestelijk Leven, jg. 50 (1994), nr.1, blz.77-82  DE SPIRITUALITEIT VAN DE RAMADAN. EEN KENN1SMAKING
  • Tijdschrift voor Geestelijk Leven, jg. 50 (1994), nr.1, blz.83-92. Mimi Deckers-Dijs VASTEN: EEN UITVINDING VAN MENSEN? EEN ANALYSE VANUIT DE BIJBELSE GESCHRIFTEN

  • Woorden ontvreemden, VASTEN

    Soms hoor je iemand zeggen: ,,lk heb te veel gegeten; ik zal morgens eens goed vasten”. Iedereen verstaat daaruit dat die kerel de volgende dag minder of niet zal eten. Dat is echter niet de oorspronkelijke betekenis van ,,vasten”. Dit woord is inderdaad een van de vele speficiek christelijke woorden die zijn overgegaan naar het niet-christelijke en niet-kerkelijke spraakgebruik.

    In de eerste paar eeuwen van het christendom bestonden er nog niet veel officiële kerkelijke gebruiken in verband met het vasten. Dat was toen nog vooral een persoonlijke aangelegenheid, een uiting van vroomheid die gericht was op boete voor zonden of op onderdrukking van de zinnelijkheid. Ook vastte men om in de lichamelijke gesteltenis te geraken die nodig geacht werd voor het verkeer met de godheid, en zo meer.

    Toen men daarin ging overdrijven, vooral wanneer zulks gebeurde uit ketterse opvattingen betreffende het lichaam, trad de kerkelijke overheid op, en gaf preciese voorschriften inzake het vasten. Vasten kreeg zodoende een gemeenschapskarakter en trad de sfeer van de liturgie binnen.

    Die kerkelijke bepalingen zijn in de loop van de geschiedenis dikwijls veranderd. Aanvankelijk moest men slechts één dag in de week vasten: later kwamen er andere dagen bij, zoals de dag vóór grote liturgische feesten of gedurende de tijd die onmiddellijk voorafging aan het ontvangen van bepaalde sacramenten, zoals de eucharistie. In die vierde eeuw ontstond een vastentijd van veertig dagen, meer bepaald veertig werkdagen, vóór Pasen: van Aswoensdag tot en met Paaszaterdag: 's zondags vast men niet. Het woord ,,veertig luidt in het Latijn ,,quadraginta”; de vastentijd heet in het Latijn ,,quadragesima”: het is het vrouwelijke rangtelwoord, waarbij het woord "dies” (dag) verzwegen is. De grot evasten begint op de „veertigste (dag)” vóór Pasen, op Aswoensdag.

    Toen het christendom de gebieden binnenkwam waar Germaans werd gesproken zocht men voor het christelijk vasten-gebruik een eigen woord. Men voelde zich verplicht op bepaalde kerkelijke richtlijnen tè onderhouden, zich eraan vast te houden: denk aan het Latijnse begrip ,,observare’, dat onder meer hetekent: „in acht nemen, zich aan iets houden”; men moest de vaste wil opbrengen om de verbodsbepalingen inzake het gebruiken van vlees in acht te nemen. Zo ontstond in het Duits, waarschijnlijk via het Gotisch, een thans uitgestorven tak van het Oostgermaans, het werkwoord ‚fasten” en ook het zelfstandig naamwoord "die Fasten”. Het Nederlands heeft het woord „vasten” uit het Duits overgenomen.

    Ook het Engels heeft het werkwoord ,,to fast”, mar voor de vastenperiode heeft het een eigen zelfstandig naarnwoord, namelijk ,,Lent”. Het is hetzelfde woord als het Nederlandse ,,lente” en zou terug te voeren zijn op enerzijds het „lengen” van de dagen en daaraan toegevoegd een restant van een Oudgermaans woord *tina, dat "dag” betekent en verwant is met het Latijnse ,,dies”. Zoals men weet, valt Pasen op de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente; de veertig dagen die daaraan voorafgaan, zijn allemaal "lengende dagen”.

    Terug naar het begin van de pagina



    Tijdschrift voor Geestelijk Leven, jg. 50 (1994), nr.1, blz.77-82  DE SPIRITUALITEIT VAN DE RAMADAN. EEN KENN1SMAKING

    De vierde van de vijf pijlers van de islam is het vasten tijdens de ramadan. Door de aanwezigheid van heel wat moslims in onze landen is deze vastenmaand ook bij ons niet onbekend. Wat is echter de ramadan en wat is de bedoeling? Deze tekst werd door Ignace D'hert vertaald uit J. Jomier, Pour connaître l'Islam (Parijs, Cerf, 1988, p.76-79).

    De ramadanmaand is de negende van het moslim maanjaar. De vasten die gedurende deze maand gevraagd wordt, behelst een strenge naleving van de regels, die niet alleen het persoonlijk leven tekent van diegenen die haar praktikeren, maar eveneens het publieke leven van de moslimgemeenschappen. Het uitzicht van een moslim land verandert gedurende de 29 of 30 dagen van inspanningen, onthoudingen en collectieve feesten.

    DE VASTEN IN DE RAMADANMAAND

    Een lange tekst uit de Koran vormt de basis voor de wetgeving van de vasten. Hij luidt: Jullie die geloven / Aan jullie is voorgeschreven te vasten, zoals het was voorgeschreven aan hen die er voor jullie waren — misschien zullen jullie godvrezend zijn — voor een bepaald aantal dagen. Maar als iemand van jullie ziek is of op reis, dan een aantal andere dagen. En zij die er wel toe in staat zijn maar het niet doen hebben als vervangende plicht een behoeftige te spijzigen, maar als iemand uit zichzelf iets goeds doet, is dat beter voor hem en dat jullie vasten is ook beter voor jullie, als jullie dat maar weten. De maand Ramadaan is het waarin de Koran werd neergezonden als een leidraad voor de mensen en als duidelijke bewijzen van de leidraad en het reddend onderscheidingsmiddel. Wie van jullie aanwezig is in de maand die moet erin vasten en als iemand ziek is of op reis, dan een aantal andere dagen. God wenst het jullie gemakkelijk te maken en niet moeilijk. Maakt het aantal dus vol en verheerlijkt God. Misschien zullen jullie dank betuigen (Soerat Al-Bakara, 2,183-185).
    Het vervolg spreekt over God die nabij is aan diegene die bidt. Vervolgens staat de tekst toe, aan degenen die op legale wijze verenigd zijn, om tijdens de vastentijd 's nachts seksuele betrekkingen te hebben; uitgezonderd zij die zich hebben teruggetrokken in de moskee. Ten slotte luidt het voorschrift:  Eet en drinkt totdat voorjullie in de morgenschemering de witte draad van de zwarte draad te onderscheiden is. Vast dan tot aan de nacht (2,187).

    COMMENTAAR OP DE TEKST

    Vooreerst toont cle tekst hoe moeilijk het is een wetgeving te bouwen op de Koran alleen. Vandaar de noodzaak te rade te gaan bij de tradities.
    De Koran vergelijkt de vasten die hij voorschrijft aan deze van vroegere religies. Dit kan gebeuren vanuit twee gezichtspunten. Om te beginnen: hoe vasten? Zoals in de vroegere religies onthoudt de gelovige zich van alle voedsel, van alle drank, van seksuele betrekkingen gedurende de hele dag tot zonsondergang. De dagelijkse vasten begint wanneer men een witte draad kan onderscheiden van een zwarte (is dit een beeld om de lijn aan de horizon aan te wijzen die de dageraad onderscheidt van het einde van de nacht?). Hij eindigt bij zonsondergang. Er is een verschil met de christenen van destijds die ook 's nachs geen seksuele betrekkingen hadden tijdens de vastentijd. Daarom preciseert de Koran dit punt verderop.
    Wat betreft de duur van de vastenperiode is het niet zo duidelijk op welke vroegere religie de tekst alludeert. De vasten van de volle maanmaand is te vinden noch in de joodse noch in de christelijke traditie. In de beginperiode van de kerk vasten de christenen enkele dagen voor Pasen, vanwaar ze algauw overgingen naar de 40 dagen als aandenken aan het vasten van Christus; maar de zondagen en bij sommigen de zaterdagen waren geen vastendagen. De manicheeërs (christelijke Perzische sekte uit de derde eeuw, red.) kenden een continue vasten van een maanmaand. Zouden er andere sekten in Arabië geweest zijn die er dezelfde praktijk op nahielden?
    De vrijstellingen: zieken en gelovigen op reis waren vrijgesteld op voorwaarde dat ze later deze vrijgestelde dagen zouden compenseren met evenveel vastendagen. De juristen hebben uitvoerig geredetwist over de gevallen waar het voedsel dat gegeven was aan een arme een onmogelijk te vervullen vasten kon vervangen. We gaan niet op deze discussies in. Tot op heden geldt echter het grote principe van de vervanging van weggelaten vastendagen door eenzelfde aantal dagen later.
    De tekst leert op een duidelijke manier dat de ramadanmaand deze van de openbaring van de Koran geweest is. Talrijke tradities preciseren de manier waarop de engel Gabriël Mohammed gedurende een maand heeft onderricht en hem de eerder geleerde teksten opnieuw heeft doen opzeggen. Een bepaalde nacht van de ramadan, de nacht van het Lot genoemd, wordt beschouwd als deze van de openbaring van de Koran. Ze wordt op heel bijzondere wijze gevierd in de moskeeën. Sommigen houden het bij één van de laatste tien nachten van de maand, zonder te kunnen preciseren welke. Anderen situeren haar op de 27ste ramadan (meer bepaald cle nacht die de dag van 27 ramadan voorafgaat, want voor de moslims beginnen de 24 uren van de dag bij zonsondergang).

    TOELICHTING BIJ DE RAMADAN

    De maanmaand begint met een officiële verklaring door de autoriteiten (mufti) nadat haar begin is vastgesteld volgens de erkende procedures Vanaf dat ogenblik is elke moslim die de puberteitsleeftijd bereikt heeft normaliter aan de vasten gehouden.
    Deze vasten bestaat erin voedsel noch drank te gebruiken (zelfs geen water) vanaf het einde van de nacht tot zonsondergang. Tijdens diezelfde tijd zijn ook tabak, seksuele betrekkingen en verschillende andere zaken verboden. ‘s Avonds gelden de beperkingen niet meer. De maaltijd die de vasten na zonsondergang onderbreekt is een teken van broederlijkheid, hij is zelfs bijna een sacrament van broederlijkheid. Tegen het einde van de nacht hebben zij die vasten de gewoonte een lichte maaltijd te gebruiken. In de steden gaat iemand van huis tot huis diegenen wekken die een beroep hebben gedaan op zijn diensten. In grote steden wordt men vaak gewekt door een kanonschot een schot bij zonsondergang wanneer men mag beginnen eten en drinken en nog een één bij het einde van de nacht, wanneer dit niet meer is toegestaan.
    Juristen discuteren uitgebreid over de wettelijkheid van bepaalde praktijken tijdens de ramadan. In principe mag er niets van buitenaf in het darmkanaal en de ingewanden komen: lavementen b.v. zijn verboden. Maar wat met hetgeen op een andere plaats in het lichaam komt? In Egypte lieten de juristen toe dat er druppels in de oren en de ogen werden gedaan en dat vaccins werden toegediend; maar versterkende inspuitingen waren niet toegelaten, enz. Vaak weigeren de mensen alles. Heel wat beroepen moeten hun werkuren aanpassen: tandartsen ontvangen hun moslim cliënten ‘s nachts: water doorslikken, bloed, enz. verbreekt de vasten.

    Vastgesteld om de herinnering te vieren aan de openbaring van de Koran is de ramadan tevens de maand waarin de honger de rijken herinnert aan het bestaan van de armen en waarin aalmoezen worden aanbevolen. Er is bovendien een officiële aalmoes voorzien, de zaka, voor het verbreken van de vasten, zodat allen, ook de behoeftigen zich kunnen verheugen bij het feest op het einde van de vasten.
    Deze maand is er één van zelfbeheersing en van wilsoefening om de passies te beheersen, weerstand te bieden aan de honger, aan de dorst, aan de behoefte te roken, enz. Voor de gemotiveerden is het ook een tijd van gebed en religieus onderricht (moskeeën, radio, televisie, met talrijke recitaties van de Koran door gereputeerde specialisten). In de moskeeën zijn er speciale gebeden (de tarâwîh) na het laatste van de vijf dagelijkse gebeden, dat van de zwarte nacht. De Koran wordt frequent gereciteerd hetzij in de moskeeën, hetzij thuis; vooral de dageraadsrecitatie wordt bijzonder gewaardeerd. Het zich terugtrekken in de moskeeën is zeldzaam geworden in de Arabische landen. Vroeger kwam het vaker voor.
    Na zonsondergang heerst er overal een feestelijke sfeer. Dit is niet zo vanzelfsprekend gezien de beperkte middelen waarover de meerderheid van de mensen beschikken en hun vermoeidheid. Het gebeurt dan ook vooral in de familiekring, met bezoeken van verwanten en vrienden, met maaltijden die de gelegenheid vormen voor wederzijdse uitnodigingen en avondlijke samenkomsten. Deze duren soms tot laat in cle nacht. Dat laat zich gevoelen in het werk. De dagelijkse vasten en de nachtelijke bezigheden putten iedereen uit. Zowel het gebrek aan slaap als de honger blijven niet zonder gevolgen. Het idee volgens hetwelk men zijn werk moet verder zetten is, enkele individuele gevallen niet te na gesproken, erg theoretisch. Dat heeft sommige Staten, zoals Tunesië omstreeks 1960, doen reageren. President Bourgiba die zich inzette voor de ontwikkeling van zijn land maar die te kampen had zowel met een gebrek aan materieel als met een oorlogssituatie, vroeg dat men voor alles zou werken; voor hen die de combinatie van werken en vasten niet aankonden vroeg de president gebruik te maken van de vrijstellingen voorzien voor hen die deelnemen aan de heilige oorlog.

    De ramadan is voor velen de aanleiding van een diepe vreugde. Het is zeker waar dat sommige gelovigen enkel vasten onder druk van de sociale controle, maar hun aantal mag niet overschat worden, want de anderen vasten meestal geheel vrijwillig. De ramadanmaand is voor velen de gelegenheid om terug te gaan praktizeren (definitief of tijdelijk). Het idee dat goede werken zuiverend werken, wordt frequent herhaald en de predikanten citeren het hadîth volgens hetwelk diegene die zijn vasten goed onderhoudt weer zuiver wordt als een pasgeboren kind.
    Het naleven van de ramadan verschilt naargelang het land. Het is echter, met de veranderingen van het moderne leven en de eisen van de industriële arbeid, maar ook met de mogelijkheden voor de predikatie door het gebruik van de moderne massamedia, niet te voorspellen in welke richting de ramadan zal evolueren. Reeds rond 1955 herinnerde een gezaghebbende stem in Egypte eraan dat het Oosten toch zijn jaarlijkse betaalde vakantiedagen had waarin het industriële leven op lagere toeren draaide: de ramadan diende te worden geïntegreerd.
    Ofschoon de ramadan veel meer vraagt dan wat er tegenwoordig nog overblijft van het vasten bij de christenen, kan hij vergeleken worden met het vasten van de christelijke kerken van het Oosten. En toch is de sfeer in een moslimland tijdens deze maand niet die van de christelijke vasten. Deze laatste staat helemaal gericht op het paasmysterie en dient als voorbereiding op de Goede week. Hij brengt de mens zijn huidige staat in herinnering en zijn verlossing. De ramadan heeft niets dat gelijkt op een dergelijk mysterie. Noemt de Islam zich trouwens zelf niet een godsdienst zonder mysterie? In de ramadan ligt de nadruk op de oefening van de wil en de gehoorzaamheid aan God, de dankzegging voor de gave van de Koran, de nabijheid van God, de moslim broederschap, de aandacht voor de armen, de spirituele zuivering.

    Terug naar het begin van de pagina



    Tijdschrift voor Geestelijk Leven, jg. 50 (1994), nr.1, blz.83-92. Mimi Deckers-Dijs VASTEN: EEN UITVINDING VAN MENSEN? EEN ANALYSE VANUIT DE BIJBELSE GESCHRIFTEN

    Met deze laatste blik over de muur naar andere culturen komen we opnieuw dicht bij huis terecht. De joodse en beginnende christelijke visie zoals die verwoord wordt in het Oude en Nieuwe Testament, vormt immers één van de dragende pijlers van onze eigen wijze van samenleven. Is de manier waarop wij vasten, en de inhoud van deze praktijk nog wel in overeenstemming met wat in de Schrift klinkt?

    Vasten is gezond. Deze stelling treffen we — explixiet of impliciet — aan in talrijke publikaties van de New-Age beweging. Wat opvalt is dat subgroepen uit deze beweging een relatie leggen tussen spiritualiteit en voeding. Voorjaars-vasten-kuren, taboe’s op vlees of vis, lacto-vegetarische, granenrijke of juist graanloze diëten, een verbod op suikerhoudend voedsel, zij behoren tot het arsenaal van welgemeende voedingsadviezen. Zij vinden gehoor en worden opgevolgd omwille van hun heilbrengende en/of genezende werking. Het samengaan van
    religie en gezondheid is in onze tijd een dankbaar en financieel zeker geen verliesgevend object. Wanneer ik in kranten weer eens wordt geconfronteerd met deze religieuze of semi-religieuze zorg voor het eigen lijf, dan denk ik wel eens met spijt terug aan de vroegere (gezonde) vasten van de katholieke kerk. Is de hedendaagse solidariteit met de ontrechten, de armen, de misdeelden niet een zinvol maar modern alternatief, uitgevonden door een gelovige gemeenschap die niet goed raad weet met haar eigen welvaart?
    In dit artikel wordt een antwoord gezocht op bovenstaande vraag. Het verschijnsel ‘vasten’ zal worden benaderd vanuit TeNaCH (Oude Testament), Mìsjna en Nieuwe Tesament. In het bijbelse verleden werd om verschillende redenen individueel of collectief gevast. Toch ontkomt men hierbij niet aan de vraag wat JHWH zelf daar nu van vindt? Is het gebaar van de mens om zijn lichaam te pijnigen door zich van voedsel te onthouden aan God welgevallig? Op deze vraag vinden we een helder antwoord in het boek Jesaja en bij de evangelisten Matteüs en Lucas. En dan blijkt dat onze huidige wijze van vasten geen trendy moderniteit is, maar een terugkeer naar de bijbelse oerbron.

    TWEE HEBREEUWSE WOORDEN
    De Hebreeuwse wortel ts-oo-m (LXX nèsteuo = vasten) vinden we in TeNaCH: in de boeken van de Profeten en in de Geschriften. In de Tora of Pentateuch (= eerste vijf boeken), waarvan men lange tijd heeft aangenomen dat zij door Mozes zelf waren geschreven, komt ts-oo-m niet voor. In de Nederlandse inleiding op de vertaling van het traktaat Taäniet uit de Misjna (traktaten met na-bijbelse joodse wetgeving) wordt evenwel nog naar een tweede bijbels-Hebreeuwse wortel verwezen a-na-h  (LXX apeinoö = vernederen). De naam van dit traktaat ‘Taäniet', dat handelt over het hoe en wanneer van het vasten, is zelf afgeleid van dit Hebreeuws a-na-b. Deze wortel kan meerdere betekenissen hebben al naar gelang de stamformatie, waarin hij voorkomt: antwoorden, vertellen, vemederen. De pi’el-vorm van deze wortel, gecombineerd met het woord nefesj (wezen,  persoon) kan eveneens ‘vasten’ betekenen. Deze woordcombinatie komen we wél tegen in de Tora (Lev. 16,29.31; 23,27.29.32; Num. 29,7, Jes. 58,3.5; Ps. 35,11). Zij heeft aan vertalers problemen gegeven, want wij komen verschillend vertaal-varianten tegen: KBS geeft ‘kastijden’, de NBG ‘verootmoedigen’, de Petrus Canisius zowel ‘boete doen’ (Lev.) als ‘vasten’ (Num.), la Bible de Jérusalem vertaalt consequent met ‘jeûner’ (vasten). Dit vertalersprobleem lijkt wat ver gezocht, maar hierin ligt precies de vraag verborgen die boven dit artikel staat: is vasten een goddelijke voorschrift of een uitvinding van mensen? Als a-na-b zoals boven bedoeld, met ‘vasten’ moet worden vertaald dan zegt Mozes in opdracht van JHWH: ‘Het is een blijvend voorschrift voor u, dat gij u op de tiende van de maand moet kastijden’ (Lev. 16,29). De vertalers van de KBS zeggen eigenlijk: het voorschrift tot vasten komt niet in de Tora voor, is dus niet een direct gebod van God via Mozes. De vertalers van La Bible de Jérusalem, die ‘vasten’ lezen i.p.v. ‘kastijden’ verwijzen daarentegen, zoals de vertalers van de Misjna naar een goddelijk gebod.
    De Bijbel is wel op meer plaatsen ambigu. Een zoektocht langs verschillende perikopen verruimt in ieder geval het blikveld.

    VASTEN IN KONINKLIJKE KRING

    Drie bijbelse verhalen laten zien hoe koningen en koninginnen hun toevlucht nemen tot ‘vasten’ (ts-oo-m). Het zijn alle drie bekende verhalen. Door ze achter elkaar te plaatsen valt op hoe verschillend het verschijnsel vasten erin naar voren wordt gebracht.

    David en Batseba (2 Sam. 12-13)
    David wordt verliefd op de vrouw van zijn buurman. Hij nodigt haar bij zich aan huis en van het een komt het ander. Batseba wordt zwanger van de koning. David moet zijn gezicht redden. Hij geeft daarom aan zijn legeroverste Joab de opdracht om Uria, haar echtgenoot, tijdens een aanval op een dusdanig gevaarlijke plaats in te zetten dat hij zeker zal sneuvelen. Uria sneuvelt. Batseba komt na de rouwperiode in het paleis wonen en baart een zoon. De profeet Natan wijst David op zijn zondige gedrag, waarop David diep berouw toont. Hoewel God hem vergeeft zal het kind van hem en Batseba moeten sterven. Als Natan is vertrokken wordt het kind ernstig ziek. En David bad tot God voor de jongen; David vastte streng en als hij zich terugtrok voor de nacht legde hij zich op de grond te slapen (2 Sam. 12,16 vert. KBS).
    Het kind sterft. De hovelingen spreken er fluisterend over. Maar David merkt dat er iets aan de hand is en begrijpt dat het noodlot heeft toegeslagen en het kind dood is. David staat op van de grond, wast en zalft zich, trekt schone kleren aan, brengt eer aan God en gaat naar huis. De dienaren begrijpen niets van zijn gedrag. Zij spreken er David op aan: En David antwoordt: Zolang het kind nog leefde heb ik gevast en geweend, want ik dacht :Wie weet, misschien is JHWH mij genadig en blijft de jongen in leven. Maar nu hij dood is, waarom zal ik dan nog vasten. Kan ik hem terughalen? Ik ga wel naar hem, maar hij keert niet terug naar mij (2 Sam. 12,22-23).
    Davids vasten zou men een vorm van vermetel vertrouwen kunnen noemen; een poging om tegen beter weten in het noodlot dat hij zelf over zich afriep af te wenden.

    Isabel van Sidon (1 Kon, 21,1-29.)
    Zij speelt als buitenlandse prinses de hoofdrol in het bijbelse verhaal. Haar medestander is Israëls koning Achab met wie zij is getrouwd (1 Kon. 16,31). Haar tegenstanders zijn Nabot en de profeet Elia. Het verhaal is als volgt.
    Achab heeft zijn zinnen gezet op de wijngaard van Nabot, maar deze wil zijn grond niet verkopen. Het is het erfdeel van zijn vaderen en dat verkoop je slechts in uiterste nood en dan nog met behoud van het recht tot terugkoop (Lev. 25,25-28). Achab gedraagt zich bij deze teleurstelling als een verwend kind: hij gaat op bed liggen en eet niet meer. Zo vindt zijn vrouw hem en zij hoort het probleem aan. In haar cultuur komt een dergelijk grondrecht niet voor. Zij is opgegroeid met de vanzelfsprekendheid dat koningen gewoon nemen wat zij zich wensen. Op uiterst scherpzinnige maar geraffineerde wijze lost zij hèt probleern op. Zij schrijft een vasten uit voor de god van haar land: Baäl. Nahot weigert hieraan mee te doen. Hij wordt beschuldigd van godslastering en majesteitsschennis en ter dood veroordeeld. De grond van een ter dood veroordeelde komt in haar cultuur toe aan de koning. De wijngaard van Nabot is van Achab. Izebel misbruikt hier het vasten om er materieel beter van te worden. Gods straf is gruwelijk: de honden zullen haar verslinden (2 Kon. 9,30-37).

    Koningin Ester (Ester 4,16)
    Ahasveros is koning van de Meden en Perzen (485-465). Toen de Perzen Babylon veroverden hief de Perzische koning Kores de ballingschap voor de joden op; zij konden naar hun land terugkeren. Veel joden bleven echter in Perzië. Over deze joden gaat het volgende verhaal.
    Ester, een joodse meisje wordt de echtgenote van Ahasveros en zo koningin van Perzië. Haar man weet niet dat zij joodse is. Na haar huwelijk wordt de Pers Haman tot een hoge waardigheid verheven. Alle mensen moeten voor hem buigen. Mordechai, de oom van koningin Ester (dit weet echter niemand aan het hof) weigert dit. Daarmee begint voor de joden de ellende. Haman wil de joodse bewoners uitmoorden, Mordechai verzoekt Ester in te grijpen. Als Perzische koningin mag zij echter niet ongevraagd bij de koning verschijnen. Dit gebod overtreden kan met de dood worden bestraft. Zij wil dit wel wagen en antwoordt aan Mordechai: Roep alle joden die in Susan wonen bijeen en gaat dan voor mij vasten. Drie etmalen lang moet u niet eten of drinken, overdag niet en ‘s nachts niet. Ik zal ook zelfzo vasten, met mijn kameniers; en dan ga ik naar de koning, tegen de Wet in. Moet ik te gronde gaan dan ga ik maar te gronde (Ester 4,16). De koning reikt haar de gouden scepter toe ten teken dat hij haar deze overtreding niet euvel duidt.
    Ester weet te bewerkstelligen dat Haman als een verrader wordt ontmaskerd. Zij redt zo haar volk van de ondergang. Haar vasten en dat van haar volk wordt beloond.

    Drie personages van koninklijke bloede vasten om iets van JHWH te verkrijgen. David vast voor een individuele gunst, hij wordt niet verhoord. Ester vast voor een collectieve gunst, zij wordt wel beloond. Isabel  van Sidon, de buitenlandse vrouw van koning Achab, schoffeert de vastenpraktijk; zij wordt gruwelijk gestraft.

    VASTEN BIJ DE PROFETEN

    Hoewel in twee van bovenstaande verhalen ook profeten optreden — Natan bij David, en Elia bij Izebel ligt het accent op de koninklijke ambiance. De twee volgende verhalen gaan uit van een meer profetisch gezichtspunt. Er wordt bij veel profeten over vasten geschreven, maar de beperktheid van dit artikel dwingt tot een keuze. Daarom één verhaal over vasten in joodse kring en één over het vasten van buitenlanders.

    Het boek Joël
    Een grote ramp — een sprinkhanenplaag — wordt in dit boek zeer beeldend beschreven: Wat de knager overliet dat vrat de sprinkbaan; wat de sprinkhaan overliet dat vrat de verslinder; wat de verslinder overliet, dat vrat de kaalvreter (Joël 1,4). Alle vier de benamingen zijn waarschijnlijk poëtische synoniemen voor de sprinkhaan. Als alles verschrompelt en verdort gaat het volk vasten (ts-oo-m): Kondigt een heilige vastentijd af, roept een plechtige samenkomst bijeen, verzamelt de oudsten, verzamelt de bewoners van het land, in het huis van JKWH uw God, en roept tot JHWH om hulp (Joël 1,14). Na een beschrijving van de versclìrikkingen die nog zullen komen volgt een oproep tot bekering: Keert tot mij terug, van ganser harte, met vasten, met geween en met rouwklacht. Scheurt uw hart... (Joël 2,12-13a).  Het volk vast, doet boete en betert zijn leven. En JHWH is gevoelig voor de omkeer van het volk. Akkerland en steppe zullen weer groen worden, de bomen zullen weer vruchten dragen. JHWH zegt: Dan vergoed ik de jaren die opgevreten zijn door de sprinkhanen en de verslinder, door de kaalvreter en de knager, door de grote legermacht die ik op u heb losgelaten (Joël 2,25).

    Het boek Jona
    Jona, de profeet, moet de bewoners van Ninive de wacht aan gaan zeggen, want hun verdorvenheid is doorgedrongen tot God. Jona ontvlucht zijn verantwoordelijkheid en vertrekt per boot de andere kant op. Na een reeks avonturen, waarbij hij voortdurend verder afdaalt tot in de buik van een vis toe, gaat hij uiteindelijk toch naar de Assyrische hoofdstad. Drie dagen had men nodig om die stad door te trekken. Na één dag begint
    Jona te roepen dat de stad over veertig dagen met de grond gelijk zal worden gemaakt (Jona 3,4). Het volk van deze grootstad reageert merkwaardig genoeg direct: zij zochten hun steun bij God; zij riepen een vasten uit en allen, van groot tot klein, trokken zij boetekleren aan (Jona 3,5). Zelfs de koning onderwerpt zich aan deze vasten en hij laat afkondigen dat alles en iedereen, mensen en dieren, mogen eten, drinken noch grazen (Jona 3,7). Wat echter belangrijker is, de koning wil dat allen zich omkeren, het kwade de rug toekeren en zich begeven op de weg die naar rechtvaardigheid leidt. Het helpt ook hier. God krijgt spijt van zijn dreigementen en brengt ze niet ten uitvoer.
    Twee verhalen over rampspoed waaraan het volk een einde weet te maken door te vasten én te veranderen van leefwijze.

    VASTEN IN DE MISJNA

    Ook in de Misjna, in het boven al genoemde traktaat ‘Taãniet’ komt men de relatie tussen rampspoed en vasten tegen. Het uitblijven van regen is zo’n rampzalige gebeurtenis. “Van wanneer af vermeldt men de machtsdaden van de regen? Rabbi Eli’ézer zegt: van de eerste feestdag van het loofhuttenfeest. Rabbi Jehosjoea zegt: van de laatste feestdag van het Loofhuttenfeest. (...) Men vraagt niet eerder om regen dan kort vóór de regentijd. Wie voor de Heilige Arke treedt op de laatste feestdag van het Loofhuttenfeest vermeldt als hij de láátste voorlezer is de regen.” Vervolgens wordt op verschillende wijzen uiteengezet wanneer en hoe er wordt gevast. Een voorbeeld: Is de nieuwmaansdag van Kislév gekomen en er is nog geen regen gevallen, dan stelt het gerechtshof drie vastendagen voor de gemeenschap vast (1).
    De Misjna is feitelijk na-bijbels (op het einde van de tweede eeuw is deze verzameling min of meer afgebakend). Toch vermeld ik haar hier, omdat het onmisbare informatie geeft over het tweede werkwoord voor vasten a-na-h.

    TRITO-JESAJA

    Algemeen wordt aangenomen dat het boek Jesaja uit drie delen bestaat: Proto-Jesaja (1-39); Deutero-Jesaja (40-55) en Trito-Jesaja (56-66). Hoewel men niet zeker weet of het laatste deel door één of meerdere personen is geschreven, wordt de tekst die voor het onderwerp ‘vasten’ interessant is — Jes. 58,1-12
    — als een eenheid beschouwd (2). In de perikoop die hier ter sprake komt (Jes. 58,2b-7.9b- 10) komen beide vormen van 'vasten’ ts-oo-m en a-na-h voor (58,3.5). Dit leidt met name voor de Bible de Jérusalem direct tot het boven al genoemde vertaalprobleem. Men heeft dit opgelost door op deze plaatsen a-na-h te vertalen door ‘mortifier’ (versterven). De hier gebruikte KBS vertaling geeft ‘vernederen’; ik heb dit vervangen door ‘versterven’.
    Het literaire genre van de tekst is een godsspraak. Als een acteur uit een klassiek drama beklaagt God zich over zijn volk en neemt daarbij hun wijze van bidden op de korrel.
    Rechtvaardige oordelen vragen zij mij, verlangend naar Gods nabijheid. “Waarom ziet gij niet dat wij vasten, merkt gij niet dat wij ons versterven ?“ Op de dag dat gij vast zoekt gij nog uw voordeel, en beult gij uw slaven af Gij kijft en krakeelt als gij vast en slaat er boosaardig met uw vuisten op los. Neen, bij een vasten als dit dringt uw stem in den hoge niet door. Is dat soms het vasten dat ik verkies, is dat een dag waarop een mens zich versterft? Zijn hoofd als een riet laten hangen en neerlíggen in zak en as: noemt gij dat soms vasten, een dag die JHWH behaagt?
    Is di! niet het vasten zoals ik het verkies: boosaardige boeien slaken, de strengen van het juk losmaken, de geknechte de vrijheid hergeven, en alle jukken door te breken?
    Is vasten niet dit: uw brood delen met wie honger heeft; arme zwervers opnemen in uw huis; een naakte kleden die gij ziet en u niet onttrekken aan de zorg voor uw broeder’
    Als gij het juk uit uw midden verwijdert, geen vinger bedreigend meer uitsteekt en geen valse aanklachten meer indient, de hongerigen aanbiedt wat gij voor uzelf verlangt en de onderdrukte met voedsel verzadigt, dan zal uw licht in de duisternis opgaan, uw nacht als de heldere middag zijn (Jes. 58,2b-7.9b. 10).
    De tekst spreekt voor zichzelf. De God van deze profeet heeft geen boodschap aan een vastenpraktijk die geen veranderingsproces in gang zet waar de wereld leefbaarder door wordt.

    HET VASTEN VAN JEZUS

    Jezus vastte veertig dagen in de woestijn, schrijven zowel Matteüs als Lucas (Mt. 4,1-11; Lc. 4,1-13). Het Griekse werk-woord voor vasten bij Matteüs is nèsteuo, Het is hetzelfde werkwoord waarmee in de LXX het Hebreeuwse ts-oo-m wordt vertaald. Jezus staat in een traditie en gedraagt zich door en door als mens. Hij schaart zich in de rij van hen die menen dat vasten goed is. Na veertig dagen ‘niets’ krijgt hij honger. Dé evangelisten schilderen zeer plastisch de grote verleiding waaraan een hongerig mens blootstaat: streven naar macht, rijkdom eñ aanzien. De Jesajaanse thematiek wordt op narratieve wijze uitgewerkt. De alliantie van macht, rijkdom en aanzien heeft iets duivels, omdat zij het gevaar met zich brengt blind te maken voor de nood van de medemens. Volle buiken voelen geen honger. Precies hier ligt bijbels de functie van vasten: voelen wat het zeggen wil om niets te hebben. Vasten kan de aanzet zijn tot het doen van gerechtigheid. Daar heeft Jezus voor geleefd, daarvoor is hij gestorven.

    BESLUIT

    Wat huidige spìrituele bewegingen ontdekken wisten in de bijbelse tijd priestergroeperingen waarschijnlijk al lang: dat vasten gezond was voor lijf en leden. Vasten blijkt bovendien de geest te verruimen, helder en ontvankelijk te maken voor geestelijke waarden. Ook dat zal wel een bekend gegeven zijn geweest. Waarom een dergelijke gezonde praktijk afschaffen? Mijn onderzoekje naar het verschijnsel 'vasten’ toont dat in de Bijbel duidelijk andere prioriteiten worden gelegd waar het de gezondheid betreft. Jezus die velen genas van hun kwalen verwijst nergens naar het gezonde van vasten voor het individu. Integendeel, hij doet evenals Trito-Jesaja een appel op mensen tot geven en delen. Vasten is in de Bijbel geen doel op zich, maar een middel om tot het besef te komen dat JHWH gerechtigheid wil. De hedendaagse solidariteitsbeweging in de veertigdagentijd is bijgevolg geen moderniteit, maar een zuivere vorm van herbronning.

    1. Zie voor de in dit artikel gegeven informatie: De Misjna. Hebreeuwsche gepunctueerde tekst met vertaling en inleiding in het Nederlandsch, bewerkt door S. Hammelburg, deel II, p. 474-478 (de spelling van het Nederlands is door mij aangepast).
    2 Zie de inleiding in Dr. W.A.M. Beuken, Jesaja, deel IIIa (De Prediking van het Oude Testament. Nijkerk, 1969.

    Terug naar het begin van de pagina



    Uit de bijdrage van Sajidah Abdus Sattar in Begrip, nr. 123 - Vasten in de islam

    “0 gelovigen, aan u is voorgeschreven te vasten, zoals het was voorgeschreven aan hen die voor u waren - wellicht zult u godbewust worden - voor een geteld aantal dagen. Maar als iemand van u ziek is of op reis, dan een aantal andere dagen. En zij die ertoe in staat zijn (maar het nalaten), als verzoening het spijzigen van een behoeftige. Als iemand uit zichzelf iets goeds doet, is dat beter voor hem - en dat  u vast, is ook beter voor u, als u het wist.

    Het is de maand Ramadan waarin de Koran is geopenbaard als leiding voor de mensen en als bewijstekenen van leiding en onderscheiding. Wie van jullie die maand meemaakt, dient daarin te vasten, en wie ziek is of op reis een aantal andere dagen. God wil het u gemakkelijk maken, niet moeilijk. Maak het aantal dan vol en verheerlijk God voor zijn leiding aan u. Wellicht zult u dankbaar zijn. (Koran 2:183-1 85)

    Koran voorschriften

    Met deze instructies voor de Ramadan kregen de moslims de basis van een eigen traditie voor vasten. Alleen een volwassen moslim die bij zijn (haar) volle verstand is, wordt geacht te vasten. Verplicht is alleen het vasten gedurende de maan-maand Ramadan, hoewel daarnaast ook vrijwillig op andere dagen kan worden gevast. De dagelijkse periode van abstinentie duurt van de eerste ochtendschemering tot zonsondergang. Het is volgens de instructies van Mohammed verplicht om hij zonsondergang het vasten te verbreken door iets te eten en te drinken. Het vasten heeft slechts rituele geldigheid, wanneer het bewust gebeurt en vooral wordt gegaan door het formuleren van de intentie, voor het begin van de maand en liefst voor elke dag opnieuw.
    De methode van vasten bestaat uit het zich onthouden van voedsel, drinken, roken, seksuele handelingen en in het algemeen het niet opnemen van vreemde substanties in het lichaam (bv. ook injecties). Ook het bewust laten wegvloeien van lichaamseigene stoffen (bv. bloed) of het moedwillig overgeven, verbreken het vasten. Gemiste vastendagen dienen in veel gevallen te worden ingehaald en in bepaalde omstandigheden moeten extra vasten-dagen worden toegevoegd ter compensatie van ernstig gebrek aan zelfbeheersing.
    Als vasten niet meer zou zijn dan het navolgen van deze regels, verdient het nauwelijks de status van spirituele methodiek. De profeet Mohammed zou gezegd hebben dat veel mensen niets meer uit hun vasten halen dan honger en dorst. Als het voedsel waarmee we ons in leven houden Gods gave is, dan is het niet meer dan fatsoenlijk om de Gever te eerbiedigen door soms de consumptie van voedsel en drank uit te stellen in Zijn gedachtenis. In dat opzicht is vasten een kwestie van spirituele beschaving. De toestand waarin de vastende zich bevindt, wordt beschouwd als geheiligd. Hij of zij is beschermd tegen satanische krachten en verdient speciale consideratie. Ruzie maken met iemand die vast, of hem provoceren door in zijn bijzijn demonstratief te eten, te drinken of te roken, wordt beschouwd als buitengewoon onbeschoft.
    Het is mogelijk dat het Arabische woord voor vasten, saum, aanvankelijk een ruimere betekenis had dan nu. In islamitische bronnen is ook een soort vasten van de spraak bekend. In de formele regelgeving voor het islamitische vasten speelt deze abstinentie van de spraak geen grote rol meer, behalve dat er herhaaldelijk gewaarschuwd wordt tegen misbruik van de spraak door laster en kwaadsprekerij. Verder is er veel vrijwillige retraite die traditioneel gepaard gaat met zwijgzaamheid. Gedurende de laatste tien dagen van de Ramadan trekken sommige moslims zich, naar het voorbeeld van de profeet, terug in retraite. In de moskee of elders wijden zij zich vastend en zwijgend (wat betreft wereldse zaken) geheel aan gebed en Koranrecitatie.

    Drie graden

    Denkers en mystici onder de moslims hebben geen genoegen genomen met de wettische benadering van het vasten. In zijn werk dat de spirituele aspecten van de sjaria behandelt, heeft Al-Ghazali (gestorven in 1111) het over drie graden van vasten. De laagste graad is die van de gewone moslims en omvat de bekende regels met betrekking tot onthouding van voedsel en seks. Dit niveau vormt de basis van alle volgende stappen~ want de gehoorzaamheid aan de regels van de wet is de onontbeerlijke grondslag voor verdere spirituele groei.
    De middelste graad van vasten bestaat uit de beheersing van de zintuigen en andere organen. Men bereikt dit stadium door zes maatregelen. waaronder het zich door niets laten afleiden van de gedachtenis aan God, het herhalen van gebedsformules in plaats van praten over mensen en het niet benaderen van dingen die verboden zijn. Aan het eind van de dag mag alleen met eerlijk verdiend voedsel de vasten verbroken worden en met matigheid worden gegeten, want een volle maag wekt sluimerende lusten. Ook het slapend doorbrengen van een deel van de dag om het ongemak van het vasten niet te voelen, doet het geestelijk effect ervan teniet. Tenslotre mag er geen zelfgenoegzaamheid of trots worden gevoeld wegens het volbrengen van de vasten-dag, want niemand kan zeker zijn dat zijn inspanningen wel aanvaardbaar waren voor God. De hogere stadia van de geestelijke weg kunnen niet zonder inspanning en discipline worden bereikt.
    Al-Uhazali’s derde graad van vasten is slechts voor weinigen weggelegd. Men moet alle wereldlijke gedachten vermijden door ononderbroken aan God te denken en Zijn naam te herhalen. Elders beschrijft en analyseert Al-Ghazali de geestelijke staat van liefde en toewijding die het voortdurend gedenken van God mogelijk maakt. Het is duidelijk dat een dergelijk niveau niet kan worden opgelegd aan alle moslims, maar het blijft een bewonderenswaardig ideaal.

    Terug naar het begin van de pagina


    Iftar: mogelijkheid tot kennismaking verschillende culturen - door Köksal Gör (http://www.zeeburgnieuws.nl/integratie/ramadan01.html

    Zeeburg, 2 december 2001 - Van 16 november tot en met 15 december zullen dit jaar honderden miljoenen mensen overal in de wereld gaan vasten, waarvan enkele honderdduizenden moslims in Nederland. In Nederland leven al meer dan 50 jaar moslims. In het verleden bleef misschien de Ramadan onopgemerkt maar tegenwoordig kan men in de grote steden zien dat de Ramadan is begonnen. Het lijkt erop dat er een unieke Ramadan cultuur in Nederland is ontstaan.

    Ramadan en het vasten

    Ramadan is de negende maand van de islamitische jaar kalender die twaalf maanden telt. Een maand begint met de nieuwe maan en eindigt met de daaropvolgende nieuwe maan. Een andere kenmerk van deze kalender is dat het jaar circa 350 dagen telt, waardoor elk jaar iedere maand 10 of 11 dagen naar voren schuift. Dit heeft als direct gevolg dat de maand Ramadan elk jaar op een andere datum valt. De maand Ramadan is voor de moslims een heilige maand, de verzen van het heilige boek van de moslims, De Koran, werden in deze maand voor het eerst is geopenbaard. Vasten kan gezien worden als een vorm van gebed dat niet alleen onder moslims voorkomt, maar nagenoeg in alle religies. Alhoewel de wijze waarop gevast wordt van religie tot religie kan verschillen, zijn er belangrijke overeenkomsten met betrekking tot het doel van het vasten. Veelal is het vasten gericht op de zuivering van geest en lichaam, en is het doel vooral een spirituele bewustwording. In de Islam vormt het vasten een van de belangrijkste verplichtingen om zo de balans in het leven te vinden. Het vasten voor de moslims betekent o.a. het zich onthouden van eten, drinken, roken en geslachtsgemeenschap tussen
    zonsopgang tot zonsondergang. In de praktijk betekent dit dat men circa 3 uur voor zonsopgang opstaat om te eten. Met de ingang van de imsak, de zonsopgang, die ongeveer 2 uur voor de werkelijke zonsopgang ingaat, begint men met het vasten tot de zonsondergang. Het vasten wordt na zonsondergang beëindigd met een maaltijd. Deze maaltijd noemt men Iftar. Na de iftarmaaltijd gelden de beperkingen van het vasten niet meer tot de volgende imsak.
                                             Voordelen vasten
                                             Naast de voordelen die het vasten voor de moslim heeft, is
                                             het in belangrijke zin ook een middel tot verering van God,
                                             omdat zodoende de relatie tussen God en het individu
                                             versterkt wordt.
                                             Tijdens de Ramadan krijgen sommige organen, met name
                                             die van de spijsvertering een gelegenheid om tot rust te
                                             komen. Bovendien krijgt het lichaam een kans om
                                             overtollige stoffen, zoals vetten en gal te verwerken en te
                                             verwijderen. Hierdoor wordt ook het cholesterol-gehalte
                                             verlaagd, wat gunstig is voor het tegengaan van de hart- en
                                             vaatziekten. Aan de andere kant, wordt zowel de
                                             lichamelijke als de geestelijke weerstand vergroot. Dat
                                             betekent dat men beter bestand is tegen allerlei ziekten.
                                             Hoewel men gemakkelijk wat kan eten, drinken of een
                                             sigaretje opsteken en er niemand is die hem of haar
                                             tegenhoudt, onthoudt men zich toch van deze behoeften tot
                                             zonsondergang. Door het vasten worden de zelfdiscipline en
                                             de zelfcontrole sterker.
                                             Voor een gedetailleerde uitleg over de geestelijke aspecten
                                             van het vasten verwijs ik u naar Islam&Dialoog, web-site
                                             http://www.xs4all.nl/~siend/
                                             Tijdens de Ramadan zijn de rijken solidair met de armen.
                                             Een rijke voelt, maakt mee, en begrijpt wat armoede
                                             betekent. Vooral wanneer de Ramadan in de zomer valt, is
                                             dat onvermijdelijk omdat bijvoorbeeld in Nederland pas na
                                             22:00 de zon ondergaat.
                                             Tijdens de Ramadan dienen de rijke moslims aalmoes te
                                             geven aan de armere mensen. Bovendien, de aalmoes,
                                             zekat, (ter waarde van 2.5% van vermogen), wordt meestal
                                             in deze maand aan de armen gegeven.
                                             Een ander sociaal aspect is dat men leert waarderen wat hij
                                             heeft; alles wat je eet en drinkt smaakt lekkerder!
                                             Verder is het vasten zeker niet zo zwaar als het lijkt. Na
                                             enige dagen treedt een gewenningsproces op.
                                             Cultuur
                                             Ik ben in december 1990 in dienst getreden. Na 4 maanden
                                             begon de Ramadan. Op de eerste dag vroeg een collega 's
                                             ochtends of ik iets wilde drinken. Toen ik zei dat ik niets
                                             hoefde, vroeg hij of ik aan het vasten was. Ik was verbaasd
                                             dat hij wist dat de vastenmaand begonnen was. Hij zag mijn
                                             verbazing en zei dat hij het in de krant had gelezen. Tot nu
                                             toe heb ik nooit hoeven te vertellen dat ik met het vasten
                                             begonnen ben. Ramadan blijft niet meer onopgemerkt in
                                             Nederland; men wordt goed geïnformeerd d.m.v. de media.
                                             Er zijn natuurlijk ook andere indicaties: in de Turkse,
                                             Marokkaanse of Pakistaanse voedingsmiddelen winkels
                                             worden opeens veel meer dadels aangeboden, merkte een
                                             andere collega op. Het is een van de rituelen om de maaltijd
                                             na de zonsondergang te beginnen met een natuurlijke
                                             voedingsmiddel, bijvoorkeur een dadel.
                                             Mensen die in de buurt van een moskee wonen, merken
                                             gelijk dat het weer vastenmaand is. Tijdens deze maand
                                             worden namelijk de moskeeën elke avond druk bezocht
                                             voor de Ramadan gebed, teravi.
                                             Sinds enkele jaren organiseren de tientallen Turkse
                                             organisaties in Nederland maaltijd na de zonsondergang
                                             (iftar) voor de bestuurders, leden, omwonenden en
                                             bestuurders van andere Turkse organisaties. Maar sinds
                                             een jaar of vijf worden voor deze maaltijden ook
                                             Nederlanders uitgenodigd. Het organiseren van deze
                                             iftar-maaltijden is een gewoonte geworden in Amsterdam.
                                             Om een beter beeld te geven; een van de landelijke Turkse
                                             organisatie Milli Gorus organiseert laatste 3 jaren
                                             regelmatig iftar-maaltijden waarbij ook autochtone
                                             Nederlanders uitgenodigd worden.
                                             Tijdens de vorige Ramadan zijn alleen al in Amsterdam bij 4
                                             verschillende moskeeën en 9 verschillende jongeren- en
                                             vrouwenorganisaties van Milli Gorus iftar-maaltijden
                                             georganiseerd waaraan ieder van 25 tot 200 mensen
                                             deelnamen, en het percentage van de autochtone
                                             Nederlanders varieerde van 5 tot 80%.
                                             Onder de uitgenodigden bevonden zich o.a. politici,
                                             journalisten, zakenmensen, studenten en omwonenden.
                                             Mensen uit de verschillende bevolkingsgroepen en sociale
                                             klassen kwamen bij elkaar en leerden elkaar kennen in een
                                             gezellige sfeer. Ik beschouw deze ontwikkeling als het
                                             ontstaan van een nieuwe cultuur in Nederland.
                                             Het lijkt me erg leuk om eens een keertje met collegae een
                                             iftar-maaltijd te nuttigen op het werk. Nu kan het nog. Over
                                             een paar jaar zal de zon zo laat ondergaan dat ik pas thuis
                                             zal beginnen met dadels eten.
    Terug naar het begin van de pagina


    LAYLATUL QADR (http://www.walidin.com/laylatul-qadr.htm.)
    Eén van de nachten van de Ramadan is erg bijzonder, en beter dan duizend maanden. ("De nacht van de beslissing is beter dan duizend maanden" (Koran 97:3)). Goede daden die
    gedurende deze ene nacht worden beoefend zijn gelijk aan deze beoefend over duizend maanden. Dit is de nacht van Laylatul Qadr, wanneer de Koran geopenbaard werd. Het
    is een heel bijzondere nacht, een viering om de komst van de laatste leiding voor de mensheid te vieren (Moslims beschouwen Muhammad als laatste Boodschapper, en de
    Koran als laatste Boodschap van God aan de gehele mensheid). Deze nacht is een eerbetoon aan het begin van die Boodschap die door de Schepper werd geopenbaard, een
    Boodschap waarin Allah de mensen toont hoe men het geluk in beide werelden (hier en in het hiernamaals) kan verwerven.
    Volgens sommige ahadith wordt het lot voor het komende jaar van elke gelovige gedurende deze nacht gedecreteerd. De gelovigen worden aangemoedigd de hele nacht
    wakker te blijven en te bidden voor zegening en vergiffenis. Het is de heiligste nacht van het jaar.

    Gebeden voor de nacht:

    Smeekbede (Doe'a)**:
    ALLAHOEMA IENNAKA AFOEWWOEN TOEHIEBBOEL AFWA FA'FOE ANNIE JA GAFOEROE, JA GAFOEROE, JA GAFOER
    Betekenis: "O Allah, U bent degene die vergeving schenkt voor zonden, U schenkt graag vergeving, O Allah vergeef mij"

    2 Rakaat namaaz Nafil
    In elke rakaat 1X Soera Fatiha*, 1X Iena anzalnahoe*, 3X Qoelhoe Allahoe Ahad*
    Na de Salaam leest men de bovenstaande Smeekgebede**

    4 Rakaat namaaz Nafil
    In elke rakaat 1X Soera Fatiha*, 1X Iena anzalnahoe*, 27X Qoelhoe Allahoe Ahad*
    Na de Salaam leest men de bovenstaande Smeekbede**

    4 Rakaat namaaz Nafil
    In elke rakaat 1X Soera Fatiha*, 3X Iena anzalnahoe*, 50X Qoelhoe Allahoe Ahad*
    Na de Salaam verricht men een extra Sadjda. In de Sadjda leest men 1X SOEBHANALLAH WALHAMDOELIELAH WA LAA IELAHA IELLALLAHOE WALLAHOE AKBAR
    Zittende leest men de bovenstaande Smeekbede**

    Vraag na deze Sadjda in Uw gebed alles wat je aan Allah wilt vragen in je eigen woorden en taal!

    2 Rakaat namaaz Nafil
    In elke rakaat 1X Soera Fatiha*, 7X Qoelhoe Allahoe Ahad*
    Na de Salaam leest men Tasbieh ASTAGFIROELLAHIE RABBIE MIEN KOELLIE ZAMBIEWN WA ATOEBOE IELAIH

    4 Rakaat namaaz Nafil
    In elke rakaat 1X Soera Fatiha*, 1X Al Hakoemoettaka*, 1X Qoelhoe Allahoe Ahad*

    20 Rakaat namaaz Nafil
    In elke rakaat 1X Soera Fatiha*, 21X Qoelhoe Allahoe Ahad*

    2 Rakaat namaaz Nafil
    In elke rakaat 1X Soera Fatiha*, 7X Qoelhoe Allahoe Ahad*
    Na Salaam 70X Tasbieh ASTAGFIEROELLAHIE RABBIE MIEN KOELLIE ZAMBIEWN WA ATOEBOE IELAIH

    Verder mag U net zo veel Nafil namaaz, Tasbieh en de Heilige Quran lezen als U kunt!

    **In de bovenstaande beschrijving komen de volgende gebeden voor:

    Soera Fatiha (Surah 1: AL-FATIHA)
    Alhamdu lil-lahi rab-bil' alameen
    Ar rahma nir-raheem.
    Maliki yawmid-deen
    Iyyaka na'budu wa iyyaka nasta'een
    ihdinas siratal mustaqeem.
    Siratal lazeena an'amta alayhim.
    Ghayril maghdubi
    alayhim walad dal-leen.

    (vertaling)
    Alle lof zij Allah, de Heer der Werelden.
    De Barmhartige, de Genadevolle.
    Meester van de Dag des Oordeels.
    U alleen aanbidden wij en U alleen smeken wij omhulp.
    Leid ons op het rechte pad,
    Het pad dergenen, aan wie Gij gunsten hebtgeschonken - niet dat van hen, opwie toorn is nedergedaald, noch dat der dwalenden.

    Qoelhoe Allahoe Ahad (Surah 112: AL-IKHLAS)
    Qul huwal lahu ahad.
    Allah hus-samad.
    Lam yalid walam yulad.
    Walam yakul-lahu Kufuwan ahad.

    (vertaling)
    Zeg: "Allah is de Enige.
    Allah is zichzelf-genoeg, Eeuwig.
    Hij verwekte niet, noch werd Hij verwekt.
    En niemand is Hem in enig opzicht gelijk."

    Iena anzalnahoe (Surah 97: AL-QADR)
    Bismillahir-Rahmanir-Raheem
    inna anzalnahu fee laylatil-qadr
    wa ma adraaka ma laylatul-qadr?
    laylatul-qadr khayroom-min alfi shahar
    tanazzalul-malaa'ikatu war-roohu feeha bi'idhni rabbihim min kulli amr
    salamun hiya Hatta maTla'il-fajr

    (vertaling)
    Waarlijk, Wij hebben u (de Koran) nedergezonden, inde waardevolle nacht.
    Wat weet gij (er van) wat de waardevolle nacht is?
    De waardevolle nacht is beter dan duizend maanden.
    Daarin dalen engelen en de Geest door Gods gebodneder (zeggende)
    "In alles Vrede," tot het rijzen van de dageraad.

    Al Hakoemoettaka  (Surah 102: AL-TAKATHUR)
    Alhakumu alttakathuru
    Hatta zurtumu almaqabira
    Kalla sawfa taAAlamoona
    Thumma kalla sawfa taAAlamoona
    Kalla law taAAlamoona AAilma alyaqeeni
    Latarawunna aljaheema
    Thumma latarawunnaha AAayna alyaqeeni
    Thumma latus-alunna yawma-ithin AAani alnnaAAeemi

    (Vertaling)
    Jacht naar vermeerdering van rijkdom (en kinderen)maakt u onachtzaam,
    Totdat gij in uw graven nederdaalt.
    Neen - gij zult weldra te weten komen,
    Nogmaals neen! Gij zult weldra te weten komen.
    Waarlijk, indien gij de zekerheid van kennis bezit-
    Zult gij zeker de hel zien.
    Ja, dan zult gij haar met zekerheid van blik zien.
    Op die Dag zult gij worden ondervraagd over degaven.

    Instructies om Namaaz (Het gebed) te leren lezen kunt U makkelijk leren met het Gratis software programma Cybersalat (zie onze software pagina)
    Een overzicht van alle Surah's, vertaling in het Nederlands en het besluisteren van alle citaten vind op onze site van de heilige Quran

    LINKS

    Hieronder vind U meer web-sites over "IAYLATUL-QADR", klik op de link om de desbetreffende site te openen.
    Dagelijks worden er nieuwe sites aan de lijst toegevoegd, dus kom regelmatig terug.
    Wij zijn niet verantwoordelijk voor de inhoud van onderstaande sites, wij trachten er wel naar om U van interessante en correcte pagina's te voorzien.
     
     

     www.islaam.com
                                     Compleet verhaal over Surah Al-Qadr (Engels)
     www.integratedislam.com
                                     Web-site over Laylatul-Qadr (Engels)
     www.islamworld.net/LaylatulQadr
                                     Uitleg Laylatul-Qadr (Engels)
     www.duas.org/laylat.htm
                                     Gebeden voor Laylatul-Qadr in het Arabisch met Engelse vertaling
     
     

    Dit is een pagina van de Nederlandse Non-Profit Onafhankelijke Islamitische web portaal WALIDIN.com
    Deze Islamitische web-site WALIDIN.com is opgezet voor alle moslims en non-moslims in Nederland. Moge Allah en onze Profeet Mohammed ons zegenen en behoeden voor fouten. De vertalingen uit het
    Arabisch (zoals de Quran en de Hadith's) zijn puur om het begrip voor niet Arabisch sprekende moslims, om de recitaten uit de Heilige Quran exact te begrijpen dient een iedere Musliem zelf arabisch te leren.
    De data vermeld m.b.t. de maand Ramadan, zoals in de Islamitische kalender en calculator (Hijri) mogen NOOIT en te nimmer worden gebruikt om de Ied-ul-fitr (suikerfeest) vast te stellen, hiervoor zijn de
    voorschriften opgenomen in de heilige Quran. Al onze web-links gerelateerd aan de Islam worden zo goed mogelijk bewaakt op de inhoud, maar wij zijn niet verantwoordelijk daarvoor. Zaken met betrekking tot
    Haram en Halal proberen wij onder Uw aandacht te brengen en laten de beslissing over aan U!. Bezoek onze Islamitische web-site www.walidin.com regelmatig, onze informatie wordt dagelijks aangevuld!