Soms hoor je iemand zeggen: ,,lk heb te veel gegeten; ik zal morgens eens goed vasten”. Iedereen verstaat daaruit dat die kerel de volgende dag minder of niet zal eten. Dat is echter niet de oorspronkelijke betekenis van ,,vasten”. Dit woord is inderdaad een van de vele speficiek christelijke woorden die zijn overgegaan naar het niet-christelijke en niet-kerkelijke spraakgebruik.
In de eerste paar eeuwen van het christendom bestonden er nog niet veel officiële kerkelijke gebruiken in verband met het vasten. Dat was toen nog vooral een persoonlijke aangelegenheid, een uiting van vroomheid die gericht was op boete voor zonden of op onderdrukking van de zinnelijkheid. Ook vastte men om in de lichamelijke gesteltenis te geraken die nodig geacht werd voor het verkeer met de godheid, en zo meer.
Toen men daarin ging overdrijven, vooral wanneer zulks gebeurde uit ketterse opvattingen betreffende het lichaam, trad de kerkelijke overheid op, en gaf preciese voorschriften inzake het vasten. Vasten kreeg zodoende een gemeenschapskarakter en trad de sfeer van de liturgie binnen.
Die kerkelijke bepalingen zijn in de loop van de geschiedenis dikwijls veranderd. Aanvankelijk moest men slechts één dag in de week vasten: later kwamen er andere dagen bij, zoals de dag vóór grote liturgische feesten of gedurende de tijd die onmiddellijk voorafging aan het ontvangen van bepaalde sacramenten, zoals de eucharistie. In die vierde eeuw ontstond een vastentijd van veertig dagen, meer bepaald veertig werkdagen, vóór Pasen: van Aswoensdag tot en met Paaszaterdag: 's zondags vast men niet. Het woord ,,veertig luidt in het Latijn ,,quadraginta”; de vastentijd heet in het Latijn ,,quadragesima”: het is het vrouwelijke rangtelwoord, waarbij het woord "dies” (dag) verzwegen is. De grot evasten begint op de „veertigste (dag)” vóór Pasen, op Aswoensdag.
Toen het christendom de gebieden binnenkwam waar Germaans werd gesproken zocht men voor het christelijk vasten-gebruik een eigen woord. Men voelde zich verplicht op bepaalde kerkelijke richtlijnen tè onderhouden, zich eraan vast te houden: denk aan het Latijnse begrip ,,observare’, dat onder meer hetekent: „in acht nemen, zich aan iets houden”; men moest de vaste wil opbrengen om de verbodsbepalingen inzake het gebruiken van vlees in acht te nemen. Zo ontstond in het Duits, waarschijnlijk via het Gotisch, een thans uitgestorven tak van het Oostgermaans, het werkwoord ‚fasten” en ook het zelfstandig naamwoord "die Fasten”. Het Nederlands heeft het woord „vasten” uit het Duits overgenomen.
Ook het Engels heeft het werkwoord ,,to fast”, mar voor de vastenperiode heeft het een eigen zelfstandig naarnwoord, namelijk ,,Lent”. Het is hetzelfde woord als het Nederlandse ,,lente” en zou terug te voeren zijn op enerzijds het „lengen” van de dagen en daaraan toegevoegd een restant van een Oudgermaans woord *tina, dat "dag” betekent en verwant is met het Latijnse ,,dies”. Zoals men weet, valt Pasen op de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente; de veertig dagen die daaraan voorafgaan, zijn allemaal "lengende dagen”.
Terug naar het begin van de pagina
De vierde van de vijf pijlers van de islam is het vasten tijdens de ramadan. Door de aanwezigheid van heel wat moslims in onze landen is deze vastenmaand ook bij ons niet onbekend. Wat is echter de ramadan en wat is de bedoeling? Deze tekst werd door Ignace D'hert vertaald uit J. Jomier, Pour connaître l'Islam (Parijs, Cerf, 1988, p.76-79).
De ramadanmaand is de negende van het moslim maanjaar. De vasten die gedurende deze maand gevraagd wordt, behelst een strenge naleving van de regels, die niet alleen het persoonlijk leven tekent van diegenen die haar praktikeren, maar eveneens het publieke leven van de moslimgemeenschappen. Het uitzicht van een moslim land verandert gedurende de 29 of 30 dagen van inspanningen, onthoudingen en collectieve feesten.
DE VASTEN IN DE RAMADANMAAND
Een lange tekst uit de Koran
vormt de basis voor de wetgeving van de vasten. Hij luidt: Jullie die geloven
/ Aan jullie is voorgeschreven te vasten, zoals het was voorgeschreven aan
hen die er voor jullie waren — misschien zullen jullie godvrezend zijn — voor
een bepaald aantal dagen. Maar als iemand van jullie ziek is of op reis, dan
een aantal andere dagen. En zij die er wel toe in staat zijn maar het niet
doen hebben als vervangende plicht een behoeftige te spijzigen, maar als
iemand uit zichzelf iets goeds doet, is dat beter voor hem en dat jullie vasten
is ook beter voor jullie, als jullie dat maar weten. De maand Ramadaan is
het waarin de Koran werd neergezonden als een leidraad voor de mensen en
als duidelijke bewijzen van de leidraad en het reddend onderscheidingsmiddel.
Wie van jullie aanwezig is in de maand die moet erin vasten en als iemand
ziek is of op reis, dan een aantal andere dagen. God wenst het jullie gemakkelijk
te maken en niet moeilijk. Maakt het aantal dus vol en verheerlijkt God. Misschien
zullen jullie dank betuigen (Soerat Al-Bakara, 2,183-185).
Het vervolg spreekt over God
die nabij is aan diegene die bidt. Vervolgens staat de tekst toe, aan degenen
die op legale wijze verenigd zijn, om tijdens de vastentijd 's nachts seksuele
betrekkingen te hebben; uitgezonderd zij die zich hebben teruggetrokken in
de moskee. Ten slotte luidt het voorschrift: Eet en drinkt totdat voorjullie
in de morgenschemering de witte draad van de zwarte draad te onderscheiden
is. Vast dan tot aan de nacht (2,187).
COMMENTAAR OP DE TEKST
Vooreerst toont cle tekst
hoe moeilijk het is een wetgeving te bouwen op de Koran alleen. Vandaar
de noodzaak te rade te gaan bij de tradities.
De Koran vergelijkt de vasten
die hij voorschrijft aan deze van vroegere religies. Dit kan gebeuren vanuit
twee gezichtspunten. Om te beginnen: hoe vasten? Zoals in de vroegere religies
onthoudt de gelovige zich van alle voedsel, van alle drank, van seksuele betrekkingen
gedurende de hele dag tot zonsondergang. De dagelijkse vasten begint wanneer
men een witte draad kan onderscheiden van een zwarte (is dit een beeld om
de lijn aan de horizon aan te wijzen die de dageraad onderscheidt van het
einde van de nacht?). Hij eindigt bij zonsondergang. Er is een verschil met
de christenen van destijds die ook 's nachs geen seksuele betrekkingen hadden
tijdens de vastentijd. Daarom preciseert de Koran dit punt verderop.
Wat betreft de duur van de
vastenperiode is het niet zo duidelijk op welke vroegere religie de tekst
alludeert. De vasten van de volle maanmaand is te vinden noch in de joodse
noch in de christelijke traditie. In de beginperiode van de kerk vasten de
christenen enkele dagen voor Pasen, vanwaar ze algauw overgingen naar de 40
dagen als aandenken aan het vasten van Christus; maar de zondagen en bij sommigen
de zaterdagen waren geen vastendagen. De manicheeërs (christelijke Perzische
sekte uit de derde eeuw, red.) kenden een continue vasten van een maanmaand.
Zouden er andere sekten in Arabië geweest zijn die er dezelfde praktijk
op nahielden?
De vrijstellingen: zieken
en gelovigen op reis waren vrijgesteld op voorwaarde dat ze later deze vrijgestelde
dagen zouden compenseren met evenveel vastendagen. De juristen hebben uitvoerig
geredetwist over de gevallen waar het voedsel dat gegeven was aan een arme
een onmogelijk te vervullen vasten kon vervangen. We gaan niet op deze discussies
in. Tot op heden geldt echter het grote principe van de vervanging van weggelaten
vastendagen door eenzelfde aantal dagen later.
De tekst leert op een duidelijke
manier dat de ramadanmaand deze van de openbaring van de Koran geweest is.
Talrijke tradities preciseren de manier waarop de engel Gabriël Mohammed
gedurende een maand heeft onderricht en hem de eerder geleerde teksten opnieuw
heeft doen opzeggen. Een bepaalde nacht van de ramadan, de nacht van het Lot
genoemd, wordt beschouwd als deze van de openbaring van de Koran. Ze wordt
op heel bijzondere wijze gevierd in de moskeeën. Sommigen houden het
bij één van de laatste tien nachten van de maand, zonder te
kunnen preciseren welke. Anderen situeren haar op de 27ste ramadan (meer bepaald
cle nacht die de dag van 27 ramadan voorafgaat, want voor de moslims beginnen
de 24 uren van de dag bij zonsondergang).
TOELICHTING BIJ DE RAMADAN
De maanmaand begint met
een officiële verklaring door de autoriteiten (mufti) nadat haar begin
is vastgesteld volgens de erkende procedures Vanaf dat ogenblik is elke moslim
die de puberteitsleeftijd bereikt heeft normaliter aan de vasten gehouden.
Deze vasten bestaat erin voedsel
noch drank te gebruiken (zelfs geen water) vanaf het einde van de nacht tot
zonsondergang. Tijdens diezelfde tijd zijn ook tabak, seksuele betrekkingen
en verschillende andere zaken verboden. ‘s Avonds gelden de beperkingen niet
meer. De maaltijd die de vasten na zonsondergang onderbreekt is een teken
van broederlijkheid, hij is zelfs bijna een sacrament van broederlijkheid.
Tegen het einde van de nacht hebben zij die vasten de gewoonte een lichte
maaltijd te gebruiken. In de steden gaat iemand van huis tot huis diegenen
wekken die een beroep hebben gedaan op zijn diensten. In grote steden wordt
men vaak gewekt door een kanonschot een schot bij zonsondergang wanneer men
mag beginnen eten en drinken en nog een één bij het einde van
de nacht, wanneer dit niet meer is toegestaan.
Juristen discuteren uitgebreid
over de wettelijkheid van bepaalde praktijken tijdens de ramadan. In principe
mag er niets van buitenaf in het darmkanaal en de ingewanden komen: lavementen
b.v. zijn verboden. Maar wat met hetgeen op een andere plaats in het lichaam
komt? In Egypte lieten de juristen toe dat er druppels in de oren en de
ogen werden gedaan en dat vaccins werden toegediend; maar versterkende inspuitingen
waren niet toegelaten, enz. Vaak weigeren de mensen alles. Heel wat beroepen
moeten hun werkuren aanpassen: tandartsen ontvangen hun moslim cliënten
‘s nachts: water doorslikken, bloed, enz. verbreekt de vasten.
Vastgesteld om de herinnering
te vieren aan de openbaring van de Koran is de ramadan tevens de maand waarin
de honger de rijken herinnert aan het bestaan van de armen en waarin aalmoezen
worden aanbevolen. Er is bovendien een officiële aalmoes voorzien, de
zaka, voor het verbreken van de vasten, zodat allen, ook de behoeftigen zich
kunnen verheugen bij het feest op het einde van de vasten.
Deze maand is er één
van zelfbeheersing en van wilsoefening om de passies te beheersen, weerstand
te bieden aan de honger, aan de dorst, aan de behoefte te roken, enz. Voor
de gemotiveerden is het ook een tijd van gebed en religieus onderricht (moskeeën,
radio, televisie, met talrijke recitaties van de Koran door gereputeerde specialisten).
In de moskeeën zijn er speciale gebeden (de tarâwîh) na
het laatste van de vijf dagelijkse gebeden, dat van de zwarte nacht. De Koran
wordt frequent gereciteerd hetzij in de moskeeën, hetzij thuis; vooral
de dageraadsrecitatie wordt bijzonder gewaardeerd. Het zich terugtrekken in
de moskeeën is zeldzaam geworden in de Arabische landen. Vroeger kwam
het vaker voor.
Na zonsondergang heerst er
overal een feestelijke sfeer. Dit is niet zo vanzelfsprekend gezien de beperkte
middelen waarover de meerderheid van de mensen beschikken en hun vermoeidheid.
Het gebeurt dan ook vooral in de familiekring, met bezoeken van verwanten
en vrienden, met maaltijden die de gelegenheid vormen voor wederzijdse uitnodigingen
en avondlijke samenkomsten. Deze duren soms tot laat in cle nacht. Dat laat
zich gevoelen in het werk. De dagelijkse vasten en de nachtelijke bezigheden
putten iedereen uit. Zowel het gebrek aan slaap als de honger blijven niet
zonder gevolgen. Het idee volgens hetwelk men zijn werk moet verder zetten
is, enkele individuele gevallen niet te na gesproken, erg theoretisch. Dat
heeft sommige Staten, zoals Tunesië omstreeks 1960, doen reageren. President
Bourgiba die zich inzette voor de ontwikkeling van zijn land maar die te kampen
had zowel met een gebrek aan materieel als met een oorlogssituatie, vroeg
dat men voor alles zou werken; voor hen die de combinatie van werken en vasten
niet aankonden vroeg de president gebruik te maken van de vrijstellingen voorzien
voor hen die deelnemen aan de heilige oorlog.
De ramadan is voor velen
de aanleiding van een diepe vreugde. Het is zeker waar dat sommige gelovigen
enkel vasten onder druk van de sociale controle, maar hun aantal mag niet
overschat worden, want de anderen vasten meestal geheel vrijwillig. De ramadanmaand
is voor velen de gelegenheid om terug te gaan praktizeren (definitief of tijdelijk).
Het idee dat goede werken zuiverend werken, wordt frequent herhaald en de
predikanten citeren het hadîth volgens hetwelk diegene die zijn vasten
goed onderhoudt weer zuiver wordt als een pasgeboren kind.
Het naleven van de ramadan
verschilt naargelang het land. Het is echter, met de veranderingen van het
moderne leven en de eisen van de industriële arbeid, maar ook met de
mogelijkheden voor de predikatie door het gebruik van de moderne massamedia,
niet te voorspellen in welke richting de ramadan zal evolueren. Reeds rond
1955 herinnerde een gezaghebbende stem in Egypte eraan dat het Oosten toch
zijn jaarlijkse betaalde vakantiedagen had waarin het industriële leven
op lagere toeren draaide: de ramadan diende te worden geïntegreerd.
Ofschoon de ramadan veel meer
vraagt dan wat er tegenwoordig nog overblijft van het vasten bij de christenen,
kan hij vergeleken worden met het vasten van de christelijke kerken van het
Oosten. En toch is de sfeer in een moslimland tijdens deze maand niet die
van de christelijke vasten. Deze laatste staat helemaal gericht op het paasmysterie
en dient als voorbereiding op de Goede week. Hij brengt de mens zijn huidige
staat in herinnering en zijn verlossing. De ramadan heeft niets dat gelijkt
op een dergelijk mysterie. Noemt de Islam zich trouwens zelf niet een godsdienst
zonder mysterie? In de ramadan ligt de nadruk op de oefening van de wil en
de gehoorzaamheid aan God, de dankzegging voor de gave van de Koran, de nabijheid
van God, de moslim broederschap, de aandacht voor de armen, de spirituele
zuivering.
Terug naar het begin van de pagina
Met deze laatste blik over de muur naar andere culturen komen we opnieuw dicht bij huis terecht. De joodse en beginnende christelijke visie zoals die verwoord wordt in het Oude en Nieuwe Testament, vormt immers één van de dragende pijlers van onze eigen wijze van samenleven. Is de manier waarop wij vasten, en de inhoud van deze praktijk nog wel in overeenstemming met wat in de Schrift klinkt?
Vasten is gezond. Deze stelling
treffen we — explixiet of impliciet — aan in talrijke publikaties van de New-Age
beweging. Wat opvalt is dat subgroepen uit deze beweging een relatie leggen
tussen spiritualiteit en voeding. Voorjaars-vasten-kuren, taboe’s op vlees
of vis, lacto-vegetarische, granenrijke of juist graanloze diëten, een
verbod op suikerhoudend voedsel, zij behoren tot het arsenaal van welgemeende
voedingsadviezen. Zij vinden gehoor en worden opgevolgd omwille van hun heilbrengende
en/of genezende werking. Het samengaan van
religie en gezondheid is in
onze tijd een dankbaar en financieel zeker geen verliesgevend object. Wanneer
ik in kranten weer eens wordt geconfronteerd met deze religieuze of semi-religieuze
zorg voor het eigen lijf, dan denk ik wel eens met spijt terug aan de vroegere
(gezonde) vasten van de katholieke kerk. Is de hedendaagse solidariteit met
de ontrechten, de armen, de misdeelden niet een zinvol maar modern alternatief,
uitgevonden door een gelovige gemeenschap die niet goed raad weet met haar
eigen welvaart?
In dit artikel wordt een antwoord
gezocht op bovenstaande vraag. Het verschijnsel ‘vasten’ zal worden benaderd
vanuit TeNaCH (Oude Testament), Mìsjna en Nieuwe Tesament. In het bijbelse
verleden werd om verschillende redenen individueel of collectief gevast.
Toch ontkomt men hierbij niet aan de vraag wat JHWH zelf daar nu van vindt?
Is het gebaar van de mens om zijn lichaam te pijnigen door zich van voedsel
te onthouden aan God welgevallig? Op deze vraag vinden we een helder antwoord
in het boek Jesaja en bij de evangelisten Matteüs en Lucas. En dan blijkt
dat onze huidige wijze van vasten geen trendy moderniteit is, maar een terugkeer
naar de bijbelse oerbron.
TWEE HEBREEUWSE WOORDEN
De Hebreeuwse wortel ts-oo-m
(LXX nèsteuo = vasten) vinden we in TeNaCH: in de boeken van de Profeten
en in de Geschriften. In de Tora of Pentateuch (= eerste vijf boeken), waarvan
men lange tijd heeft aangenomen dat zij door Mozes zelf waren geschreven,
komt ts-oo-m niet voor. In de Nederlandse inleiding op de vertaling van het
traktaat Taäniet uit de Misjna (traktaten met na-bijbelse joodse wetgeving)
wordt evenwel nog naar een tweede bijbels-Hebreeuwse wortel verwezen a-na-h
(LXX apeinoö = vernederen). De naam van dit traktaat ‘Taäniet',
dat handelt over het hoe en wanneer van het vasten, is zelf afgeleid van dit
Hebreeuws a-na-b. Deze wortel kan meerdere betekenissen hebben al naar gelang
de stamformatie, waarin hij voorkomt: antwoorden, vertellen, vemederen. De
pi’el-vorm van deze wortel, gecombineerd met het woord nefesj (wezen,
persoon) kan eveneens ‘vasten’ betekenen. Deze woordcombinatie komen we wél
tegen in de Tora (Lev. 16,29.31; 23,27.29.32; Num. 29,7, Jes. 58,3.5; Ps.
35,11). Zij heeft aan vertalers problemen gegeven, want wij komen verschillend
vertaal-varianten tegen: KBS geeft ‘kastijden’, de NBG ‘verootmoedigen’, de
Petrus Canisius zowel ‘boete doen’ (Lev.) als ‘vasten’ (Num.), la Bible de
Jérusalem vertaalt consequent met ‘jeûner’ (vasten). Dit vertalersprobleem
lijkt wat ver gezocht, maar hierin ligt precies de vraag verborgen die boven
dit artikel staat: is vasten een goddelijke voorschrift of een uitvinding
van mensen? Als a-na-b zoals boven bedoeld, met ‘vasten’ moet worden vertaald
dan zegt Mozes in opdracht van JHWH: ‘Het is een blijvend voorschrift voor
u, dat gij u op de tiende van de maand moet kastijden’ (Lev. 16,29). De vertalers
van de KBS zeggen eigenlijk: het voorschrift tot vasten komt niet in de Tora
voor, is dus niet een direct gebod van God via Mozes. De vertalers van La
Bible de Jérusalem, die ‘vasten’ lezen i.p.v. ‘kastijden’ verwijzen
daarentegen, zoals de vertalers van de Misjna naar een goddelijk gebod.
De Bijbel is wel op meer plaatsen
ambigu. Een zoektocht langs verschillende perikopen verruimt in ieder geval
het blikveld.
VASTEN IN KONINKLIJKE KRING
Drie bijbelse verhalen laten zien hoe koningen en koninginnen hun toevlucht nemen tot ‘vasten’ (ts-oo-m). Het zijn alle drie bekende verhalen. Door ze achter elkaar te plaatsen valt op hoe verschillend het verschijnsel vasten erin naar voren wordt gebracht.
David en Batseba (2 Sam.
12-13)
David wordt verliefd op de
vrouw van zijn buurman. Hij nodigt haar bij zich aan huis en van het een komt
het ander. Batseba wordt zwanger van de koning. David moet zijn gezicht redden.
Hij geeft daarom aan zijn legeroverste Joab de opdracht om Uria, haar echtgenoot,
tijdens een aanval op een dusdanig gevaarlijke plaats in te zetten dat hij
zeker zal sneuvelen. Uria sneuvelt. Batseba komt na de rouwperiode in het
paleis wonen en baart een zoon. De profeet Natan wijst David op zijn zondige
gedrag, waarop David diep berouw toont. Hoewel God hem vergeeft zal het kind
van hem en Batseba moeten sterven. Als Natan is vertrokken wordt het kind
ernstig ziek. En David bad tot God voor de jongen; David vastte streng en
als hij zich terugtrok voor de nacht legde hij zich op de grond te slapen
(2 Sam. 12,16 vert. KBS).
Het kind sterft. De hovelingen
spreken er fluisterend over. Maar David merkt dat er iets aan de hand is
en begrijpt dat het noodlot heeft toegeslagen en het kind dood is. David
staat op van de grond, wast en zalft zich, trekt schone kleren aan, brengt
eer aan God en gaat naar huis. De dienaren begrijpen niets van zijn gedrag.
Zij spreken er David op aan: En David antwoordt: Zolang het kind nog leefde
heb ik gevast en geweend, want ik dacht :Wie weet, misschien is JHWH mij
genadig en blijft de jongen in leven. Maar nu hij dood is, waarom zal ik
dan nog vasten. Kan ik hem terughalen? Ik ga wel naar hem, maar hij keert
niet terug naar mij (2 Sam. 12,22-23).
Davids vasten zou men een
vorm van vermetel vertrouwen kunnen noemen; een poging om tegen beter weten
in het noodlot dat hij zelf over zich afriep af te wenden.
Isabel van Sidon (1 Kon,
21,1-29.)
Zij speelt als buitenlandse
prinses de hoofdrol in het bijbelse verhaal. Haar medestander is Israëls
koning Achab met wie zij is getrouwd (1 Kon. 16,31). Haar tegenstanders
zijn Nabot en de profeet Elia. Het verhaal is als volgt.
Achab heeft zijn zinnen gezet
op de wijngaard van Nabot, maar deze wil zijn grond niet verkopen. Het is
het erfdeel van zijn vaderen en dat verkoop je slechts in uiterste nood en
dan nog met behoud van het recht tot terugkoop (Lev. 25,25-28). Achab gedraagt
zich bij deze teleurstelling als een verwend kind: hij gaat op bed liggen
en eet niet meer. Zo vindt zijn vrouw hem en zij hoort het probleem aan. In
haar cultuur komt een dergelijk grondrecht niet voor. Zij is opgegroeid met
de vanzelfsprekendheid dat koningen gewoon nemen wat zij zich wensen. Op
uiterst scherpzinnige maar geraffineerde wijze lost zij hèt probleern
op. Zij schrijft een vasten uit voor de god van haar land: Baäl. Nahot
weigert hieraan mee te doen. Hij wordt beschuldigd van godslastering en majesteitsschennis
en ter dood veroordeeld. De grond van een ter dood veroordeelde komt in haar
cultuur toe aan de koning. De wijngaard van Nabot is van Achab. Izebel misbruikt
hier het vasten om er materieel beter van te worden. Gods straf is gruwelijk:
de honden zullen haar verslinden (2 Kon. 9,30-37).
Koningin Ester (Ester 4,16)
Ahasveros is koning van de
Meden en Perzen (485-465). Toen de Perzen Babylon veroverden hief de Perzische
koning Kores de ballingschap voor de joden op; zij konden naar hun land terugkeren.
Veel joden bleven echter in Perzië. Over deze joden gaat het volgende
verhaal.
Ester, een joodse meisje wordt
de echtgenote van Ahasveros en zo koningin van Perzië. Haar man weet
niet dat zij joodse is. Na haar huwelijk wordt de Pers Haman tot een hoge
waardigheid verheven. Alle mensen moeten voor hem buigen. Mordechai, de oom
van koningin Ester (dit weet echter niemand aan het hof) weigert dit. Daarmee
begint voor de joden de ellende. Haman wil de joodse bewoners uitmoorden,
Mordechai verzoekt Ester in te grijpen. Als Perzische koningin mag zij echter
niet ongevraagd bij de koning verschijnen. Dit gebod overtreden kan met de
dood worden bestraft. Zij wil dit wel wagen en antwoordt aan Mordechai: Roep
alle joden die in Susan wonen bijeen en gaat dan voor mij vasten. Drie etmalen
lang moet u niet eten of drinken, overdag niet en ‘s nachts niet. Ik zal ook
zelfzo vasten, met mijn kameniers; en dan ga ik naar de koning, tegen de
Wet in. Moet ik te gronde gaan dan ga ik maar te gronde (Ester 4,16). De
koning reikt haar de gouden scepter toe ten teken dat hij haar deze overtreding
niet euvel duidt.
Ester weet te bewerkstelligen
dat Haman als een verrader wordt ontmaskerd. Zij redt zo haar volk van de
ondergang. Haar vasten en dat van haar volk wordt beloond.
Drie personages van koninklijke bloede vasten om iets van JHWH te verkrijgen. David vast voor een individuele gunst, hij wordt niet verhoord. Ester vast voor een collectieve gunst, zij wordt wel beloond. Isabel van Sidon, de buitenlandse vrouw van koning Achab, schoffeert de vastenpraktijk; zij wordt gruwelijk gestraft.
VASTEN BIJ DE PROFETEN
Hoewel in twee van bovenstaande verhalen ook profeten optreden — Natan bij David, en Elia bij Izebel ligt het accent op de koninklijke ambiance. De twee volgende verhalen gaan uit van een meer profetisch gezichtspunt. Er wordt bij veel profeten over vasten geschreven, maar de beperktheid van dit artikel dwingt tot een keuze. Daarom één verhaal over vasten in joodse kring en één over het vasten van buitenlanders.
Het boek Joël
Een grote ramp — een sprinkhanenplaag
— wordt in dit boek zeer beeldend beschreven: Wat de knager overliet dat vrat
de sprinkbaan; wat de sprinkhaan overliet dat vrat de verslinder; wat de
verslinder overliet, dat vrat de kaalvreter (Joël 1,4). Alle vier de
benamingen zijn waarschijnlijk poëtische synoniemen voor de sprinkhaan.
Als alles verschrompelt en verdort gaat het volk vasten (ts-oo-m): Kondigt
een heilige vastentijd af, roept een plechtige samenkomst bijeen, verzamelt
de oudsten, verzamelt de bewoners van het land, in het huis van JKWH uw God,
en roept tot JHWH om hulp (Joël 1,14). Na een beschrijving van de versclìrikkingen
die nog zullen komen volgt een oproep tot bekering: Keert tot mij terug, van
ganser harte, met vasten, met geween en met rouwklacht. Scheurt uw hart...
(Joël 2,12-13a). Het volk vast, doet boete en betert zijn leven.
En JHWH is gevoelig voor de omkeer van het volk. Akkerland en steppe zullen
weer groen worden, de bomen zullen weer vruchten dragen. JHWH zegt: Dan vergoed
ik de jaren die opgevreten zijn door de sprinkhanen en de verslinder, door
de kaalvreter en de knager, door de grote legermacht die ik op u heb losgelaten
(Joël 2,25).
Het boek Jona
Jona, de profeet, moet de
bewoners van Ninive de wacht aan gaan zeggen, want hun verdorvenheid is doorgedrongen
tot God. Jona ontvlucht zijn verantwoordelijkheid en vertrekt per boot de
andere kant op. Na een reeks avonturen, waarbij hij voortdurend verder afdaalt
tot in de buik van een vis toe, gaat hij uiteindelijk toch naar de Assyrische
hoofdstad. Drie dagen had men nodig om die stad door te trekken. Na één
dag begint
Jona te roepen dat de stad
over veertig dagen met de grond gelijk zal worden gemaakt (Jona 3,4). Het
volk van deze grootstad reageert merkwaardig genoeg direct: zij zochten hun
steun bij God; zij riepen een vasten uit en allen, van groot tot klein, trokken
zij boetekleren aan (Jona 3,5). Zelfs de koning onderwerpt zich aan deze vasten
en hij laat afkondigen dat alles en iedereen, mensen en dieren, mogen eten,
drinken noch grazen (Jona 3,7). Wat echter belangrijker is, de koning wil
dat allen zich omkeren, het kwade de rug toekeren en zich begeven op de weg
die naar rechtvaardigheid leidt. Het helpt ook hier. God krijgt spijt van
zijn dreigementen en brengt ze niet ten uitvoer.
Twee verhalen over rampspoed
waaraan het volk een einde weet te maken door te vasten én te veranderen
van leefwijze.
VASTEN IN DE MISJNA
Ook in de Misjna, in het
boven al genoemde traktaat ‘Taãniet’ komt men de relatie tussen rampspoed
en vasten tegen. Het uitblijven van regen is zo’n rampzalige gebeurtenis.
“Van wanneer af vermeldt men de machtsdaden van de regen? Rabbi Eli’ézer
zegt: van de eerste feestdag van het loofhuttenfeest. Rabbi Jehosjoea zegt:
van de laatste feestdag van het Loofhuttenfeest. (...) Men vraagt niet eerder
om regen dan kort vóór de regentijd. Wie voor de Heilige Arke
treedt op de laatste feestdag van het Loofhuttenfeest vermeldt als hij de
láátste voorlezer is de regen.” Vervolgens wordt op verschillende
wijzen uiteengezet wanneer en hoe er wordt gevast. Een voorbeeld: Is de nieuwmaansdag
van Kislév gekomen en er is nog geen regen gevallen, dan stelt het
gerechtshof drie vastendagen voor de gemeenschap vast (1).
De Misjna is feitelijk na-bijbels
(op het einde van de tweede eeuw is deze verzameling min of meer afgebakend).
Toch vermeld ik haar hier, omdat het onmisbare informatie geeft over het tweede
werkwoord voor vasten a-na-h.
TRITO-JESAJA
Algemeen wordt aangenomen
dat het boek Jesaja uit drie delen bestaat: Proto-Jesaja (1-39); Deutero-Jesaja
(40-55) en Trito-Jesaja (56-66). Hoewel men niet zeker weet of het laatste
deel door één of meerdere personen is geschreven, wordt de
tekst die voor het onderwerp ‘vasten’ interessant is — Jes. 58,1-12
— als een eenheid beschouwd
(2). In de perikoop die hier ter sprake komt (Jes. 58,2b-7.9b- 10) komen
beide vormen van 'vasten’ ts-oo-m en a-na-h voor (58,3.5). Dit leidt met
name voor de Bible de Jérusalem direct tot het boven al genoemde vertaalprobleem.
Men heeft dit opgelost door op deze plaatsen a-na-h te vertalen door ‘mortifier’
(versterven). De hier gebruikte KBS vertaling geeft ‘vernederen’; ik heb dit
vervangen door ‘versterven’.
Het literaire genre van de
tekst is een godsspraak. Als een acteur uit een klassiek drama beklaagt God
zich over zijn volk en neemt daarbij hun wijze van bidden op de korrel.
Rechtvaardige oordelen vragen
zij mij, verlangend naar Gods nabijheid. “Waarom ziet gij niet dat wij vasten,
merkt gij niet dat wij ons versterven ?“ Op de dag dat gij vast zoekt gij
nog uw voordeel, en beult gij uw slaven af Gij kijft en krakeelt als gij vast
en slaat er boosaardig met uw vuisten op los. Neen, bij een vasten als dit
dringt uw stem in den hoge niet door. Is dat soms het vasten dat ik verkies,
is dat een dag waarop een mens zich versterft? Zijn hoofd als een riet laten
hangen en neerlíggen in zak en as: noemt gij dat soms vasten, een dag
die JHWH behaagt?
Is di! niet het vasten zoals
ik het verkies: boosaardige boeien slaken, de strengen van het juk losmaken,
de geknechte de vrijheid hergeven, en alle jukken door te breken?
Is vasten niet dit: uw brood
delen met wie honger heeft; arme zwervers opnemen in uw huis; een naakte kleden
die gij ziet en u niet onttrekken aan de zorg voor uw broeder’
Als gij het juk uit uw midden
verwijdert, geen vinger bedreigend meer uitsteekt en geen valse aanklachten
meer indient, de hongerigen aanbiedt wat gij voor uzelf verlangt en de onderdrukte
met voedsel verzadigt, dan zal uw licht in de duisternis opgaan, uw nacht
als de heldere middag zijn (Jes. 58,2b-7.9b. 10).
De tekst spreekt voor zichzelf.
De God van deze profeet heeft geen boodschap aan een vastenpraktijk die geen
veranderingsproces in gang zet waar de wereld leefbaarder door wordt.
HET VASTEN VAN JEZUS
Jezus vastte veertig dagen in de woestijn, schrijven zowel Matteüs als Lucas (Mt. 4,1-11; Lc. 4,1-13). Het Griekse werk-woord voor vasten bij Matteüs is nèsteuo, Het is hetzelfde werkwoord waarmee in de LXX het Hebreeuwse ts-oo-m wordt vertaald. Jezus staat in een traditie en gedraagt zich door en door als mens. Hij schaart zich in de rij van hen die menen dat vasten goed is. Na veertig dagen ‘niets’ krijgt hij honger. Dé evangelisten schilderen zeer plastisch de grote verleiding waaraan een hongerig mens blootstaat: streven naar macht, rijkdom eñ aanzien. De Jesajaanse thematiek wordt op narratieve wijze uitgewerkt. De alliantie van macht, rijkdom en aanzien heeft iets duivels, omdat zij het gevaar met zich brengt blind te maken voor de nood van de medemens. Volle buiken voelen geen honger. Precies hier ligt bijbels de functie van vasten: voelen wat het zeggen wil om niets te hebben. Vasten kan de aanzet zijn tot het doen van gerechtigheid. Daar heeft Jezus voor geleefd, daarvoor is hij gestorven.
BESLUIT
Wat huidige spìrituele bewegingen ontdekken wisten in de bijbelse tijd priestergroeperingen waarschijnlijk al lang: dat vasten gezond was voor lijf en leden. Vasten blijkt bovendien de geest te verruimen, helder en ontvankelijk te maken voor geestelijke waarden. Ook dat zal wel een bekend gegeven zijn geweest. Waarom een dergelijke gezonde praktijk afschaffen? Mijn onderzoekje naar het verschijnsel 'vasten’ toont dat in de Bijbel duidelijk andere prioriteiten worden gelegd waar het de gezondheid betreft. Jezus die velen genas van hun kwalen verwijst nergens naar het gezonde van vasten voor het individu. Integendeel, hij doet evenals Trito-Jesaja een appel op mensen tot geven en delen. Vasten is in de Bijbel geen doel op zich, maar een middel om tot het besef te komen dat JHWH gerechtigheid wil. De hedendaagse solidariteitsbeweging in de veertigdagentijd is bijgevolg geen moderniteit, maar een zuivere vorm van herbronning.
1. Zie voor de in dit artikel
gegeven informatie: De Misjna. Hebreeuwsche gepunctueerde tekst met vertaling
en inleiding in het Nederlandsch, bewerkt door S. Hammelburg, deel II, p.
474-478 (de spelling van het Nederlands is door mij aangepast).
2 Zie de inleiding in Dr.
W.A.M. Beuken, Jesaja, deel IIIa (De Prediking van het Oude Testament. Nijkerk,
1969.
Terug naar het begin van de pagina
“0 gelovigen, aan u is voorgeschreven te vasten, zoals het was voorgeschreven aan hen die voor u waren - wellicht zult u godbewust worden - voor een geteld aantal dagen. Maar als iemand van u ziek is of op reis, dan een aantal andere dagen. En zij die ertoe in staat zijn (maar het nalaten), als verzoening het spijzigen van een behoeftige. Als iemand uit zichzelf iets goeds doet, is dat beter voor hem - en dat u vast, is ook beter voor u, als u het wist.
Het is de maand Ramadan waarin de Koran is geopenbaard als leiding voor de mensen en als bewijstekenen van leiding en onderscheiding. Wie van jullie die maand meemaakt, dient daarin te vasten, en wie ziek is of op reis een aantal andere dagen. God wil het u gemakkelijk maken, niet moeilijk. Maak het aantal dan vol en verheerlijk God voor zijn leiding aan u. Wellicht zult u dankbaar zijn. (Koran 2:183-1 85)
Koran voorschriften
Met deze instructies voor de Ramadan kregen de moslims de basis van een
eigen traditie voor vasten. Alleen een volwassen moslim die bij zijn (haar)
volle verstand is, wordt geacht te vasten. Verplicht is alleen het vasten
gedurende de maan-maand Ramadan, hoewel daarnaast ook vrijwillig op andere
dagen kan worden gevast. De dagelijkse periode van abstinentie duurt van de
eerste ochtendschemering tot zonsondergang. Het is volgens de instructies
van Mohammed verplicht om hij zonsondergang het vasten te verbreken door iets
te eten en te drinken. Het vasten heeft slechts rituele geldigheid, wanneer
het bewust gebeurt en vooral wordt gegaan door het formuleren van de intentie,
voor het begin van de maand en liefst voor elke dag opnieuw.
De methode van vasten bestaat uit het zich onthouden van voedsel, drinken,
roken, seksuele handelingen en in het algemeen het niet opnemen van vreemde
substanties in het lichaam (bv. ook injecties). Ook het bewust laten wegvloeien
van lichaamseigene stoffen (bv. bloed) of het moedwillig overgeven, verbreken
het vasten. Gemiste vastendagen dienen in veel gevallen te worden ingehaald
en in bepaalde omstandigheden moeten extra vasten-dagen worden toegevoegd
ter compensatie van ernstig gebrek aan zelfbeheersing.
Als vasten niet meer zou zijn dan het navolgen van deze regels, verdient
het nauwelijks de status van spirituele methodiek. De profeet Mohammed zou
gezegd hebben dat veel mensen niets meer uit hun vasten halen dan honger
en dorst. Als het voedsel waarmee we ons in leven houden Gods gave is, dan
is het niet meer dan fatsoenlijk om de Gever te eerbiedigen door soms de
consumptie van voedsel en drank uit te stellen in Zijn gedachtenis. In dat
opzicht is vasten een kwestie van spirituele beschaving. De toestand waarin
de vastende zich bevindt, wordt beschouwd als geheiligd. Hij of zij is beschermd
tegen satanische krachten en verdient speciale consideratie. Ruzie maken
met iemand die vast, of hem provoceren door in zijn bijzijn demonstratief
te eten, te drinken of te roken, wordt beschouwd als buitengewoon onbeschoft.
Het is mogelijk dat het Arabische woord voor vasten, saum, aanvankelijk
een ruimere betekenis had dan nu. In islamitische bronnen is ook een soort
vasten van de spraak bekend. In de formele regelgeving voor het islamitische
vasten speelt deze abstinentie van de spraak geen grote rol meer, behalve
dat er herhaaldelijk gewaarschuwd wordt tegen misbruik van de spraak door
laster en kwaadsprekerij. Verder is er veel vrijwillige retraite die traditioneel
gepaard gaat met zwijgzaamheid. Gedurende de laatste tien dagen van de Ramadan
trekken sommige moslims zich, naar het voorbeeld van de profeet, terug in
retraite. In de moskee of elders wijden zij zich vastend en zwijgend (wat
betreft wereldse zaken) geheel aan gebed en Koranrecitatie.
Drie graden
Denkers en mystici onder de moslims hebben geen genoegen genomen met de
wettische benadering van het vasten. In zijn werk dat de spirituele aspecten
van de sjaria behandelt, heeft Al-Ghazali (gestorven in 1111) het over drie
graden van vasten. De laagste graad is die van de gewone moslims en omvat
de bekende regels met betrekking tot onthouding van voedsel en seks. Dit niveau
vormt de basis van alle volgende stappen~ want de gehoorzaamheid aan de regels
van de wet is de onontbeerlijke grondslag voor verdere spirituele groei.
De middelste graad van vasten bestaat uit de beheersing van de zintuigen
en andere organen. Men bereikt dit stadium door zes maatregelen. waaronder
het zich door niets laten afleiden van de gedachtenis aan God, het herhalen
van gebedsformules in plaats van praten over mensen en het niet benaderen
van dingen die verboden zijn. Aan het eind van de dag mag alleen met eerlijk
verdiend voedsel de vasten verbroken worden en met matigheid worden gegeten,
want een volle maag wekt sluimerende lusten. Ook het slapend doorbrengen
van een deel van de dag om het ongemak van het vasten niet te voelen, doet
het geestelijk effect ervan teniet. Tenslotre mag er geen zelfgenoegzaamheid
of trots worden gevoeld wegens het volbrengen van de vasten-dag, want niemand
kan zeker zijn dat zijn inspanningen wel aanvaardbaar waren voor God. De
hogere stadia van de geestelijke weg kunnen niet zonder inspanning en discipline
worden bereikt.
Al-Uhazali’s derde graad van vasten is slechts voor weinigen weggelegd.
Men moet alle wereldlijke gedachten vermijden door ononderbroken aan God
te denken en Zijn naam te herhalen. Elders beschrijft en analyseert Al-Ghazali
de geestelijke staat van liefde en toewijding die het voortdurend gedenken
van God mogelijk maakt. Het is duidelijk dat een dergelijk niveau niet kan
worden opgelegd aan alle moslims, maar het blijft een bewonderenswaardig
ideaal.
Terug naar het begin van de pagina
Gebeden voor de nacht:
Smeekbede (Doe'a)**:
ALLAHOEMA IENNAKA AFOEWWOEN TOEHIEBBOEL AFWA FA'FOE ANNIE JA GAFOEROE, JA
GAFOEROE, JA GAFOER
Betekenis: "O Allah, U bent degene die vergeving schenkt voor zonden, U
schenkt graag vergeving, O Allah vergeef mij"
2 Rakaat namaaz Nafil
In elke rakaat 1X Soera Fatiha*, 1X Iena anzalnahoe*, 3X Qoelhoe Allahoe
Ahad*
Na de Salaam leest men de bovenstaande Smeekgebede**
4 Rakaat namaaz Nafil
In elke rakaat 1X Soera Fatiha*, 1X Iena anzalnahoe*, 27X Qoelhoe Allahoe
Ahad*
Na de Salaam leest men de bovenstaande Smeekbede**
4 Rakaat namaaz Nafil
In elke rakaat 1X Soera Fatiha*, 3X Iena anzalnahoe*, 50X Qoelhoe Allahoe
Ahad*
Na de Salaam verricht men een extra Sadjda. In de Sadjda leest men 1X SOEBHANALLAH
WALHAMDOELIELAH WA LAA IELAHA IELLALLAHOE WALLAHOE AKBAR
Zittende leest men de bovenstaande Smeekbede**
Vraag na deze Sadjda in Uw gebed alles wat je aan Allah wilt vragen in je eigen woorden en taal!
2 Rakaat namaaz Nafil
In elke rakaat 1X Soera Fatiha*, 7X Qoelhoe Allahoe Ahad*
Na de Salaam leest men Tasbieh ASTAGFIROELLAHIE RABBIE MIEN KOELLIE ZAMBIEWN
WA ATOEBOE IELAIH
4 Rakaat namaaz Nafil
In elke rakaat 1X Soera Fatiha*, 1X Al Hakoemoettaka*, 1X Qoelhoe Allahoe
Ahad*
20 Rakaat namaaz Nafil
In elke rakaat 1X Soera Fatiha*, 21X Qoelhoe Allahoe Ahad*
2 Rakaat namaaz Nafil
In elke rakaat 1X Soera Fatiha*, 7X Qoelhoe Allahoe Ahad*
Na Salaam 70X Tasbieh ASTAGFIEROELLAHIE RABBIE MIEN KOELLIE ZAMBIEWN WA
ATOEBOE IELAIH
Verder mag U net zo veel Nafil namaaz, Tasbieh en de Heilige Quran lezen als U kunt!
**In de bovenstaande beschrijving komen de volgende gebeden voor:
Soera Fatiha (Surah 1: AL-FATIHA)
Alhamdu lil-lahi rab-bil' alameen
Ar rahma nir-raheem.
Maliki yawmid-deen
Iyyaka na'budu wa iyyaka nasta'een
ihdinas siratal mustaqeem.
Siratal lazeena an'amta alayhim.
Ghayril maghdubi
alayhim walad dal-leen.
(vertaling)
Alle lof zij Allah, de Heer der Werelden.
De Barmhartige, de Genadevolle.
Meester van de Dag des Oordeels.
U alleen aanbidden wij en U alleen smeken wij omhulp.
Leid ons op het rechte pad,
Het pad dergenen, aan wie Gij gunsten hebtgeschonken - niet dat van hen,
opwie toorn is nedergedaald, noch dat der dwalenden.
Qoelhoe Allahoe Ahad (Surah 112: AL-IKHLAS)
Qul huwal lahu ahad.
Allah hus-samad.
Lam yalid walam yulad.
Walam yakul-lahu Kufuwan ahad.
(vertaling)
Zeg: "Allah is de Enige.
Allah is zichzelf-genoeg, Eeuwig.
Hij verwekte niet, noch werd Hij verwekt.
En niemand is Hem in enig opzicht gelijk."
Iena anzalnahoe (Surah 97: AL-QADR)
Bismillahir-Rahmanir-Raheem
inna anzalnahu fee laylatil-qadr
wa ma adraaka ma laylatul-qadr?
laylatul-qadr khayroom-min alfi shahar
tanazzalul-malaa'ikatu war-roohu feeha bi'idhni rabbihim min kulli amr
salamun hiya Hatta maTla'il-fajr
(vertaling)
Waarlijk, Wij hebben u (de Koran) nedergezonden, inde waardevolle nacht.
Wat weet gij (er van) wat de waardevolle nacht is?
De waardevolle nacht is beter dan duizend maanden.
Daarin dalen engelen en de Geest door Gods gebodneder (zeggende)
"In alles Vrede," tot het rijzen van de dageraad.
Al Hakoemoettaka (Surah 102: AL-TAKATHUR)
Alhakumu alttakathuru
Hatta zurtumu almaqabira
Kalla sawfa taAAlamoona
Thumma kalla sawfa taAAlamoona
Kalla law taAAlamoona AAilma alyaqeeni
Latarawunna aljaheema
Thumma latarawunnaha AAayna alyaqeeni
Thumma latus-alunna yawma-ithin AAani alnnaAAeemi
(Vertaling)
Jacht naar vermeerdering van rijkdom (en kinderen)maakt u onachtzaam,
Totdat gij in uw graven nederdaalt.
Neen - gij zult weldra te weten komen,
Nogmaals neen! Gij zult weldra te weten komen.
Waarlijk, indien gij de zekerheid van kennis bezit-
Zult gij zeker de hel zien.
Ja, dan zult gij haar met zekerheid van blik zien.
Op die Dag zult gij worden ondervraagd over degaven.
Instructies om Namaaz (Het gebed) te leren lezen kunt U makkelijk leren
met het Gratis software programma Cybersalat (zie onze software pagina)
Een overzicht van alle Surah's, vertaling in het Nederlands en het besluisteren
van alle citaten vind op onze site van de heilige Quran
LINKS
Hieronder vind U meer web-sites over "IAYLATUL-QADR", klik op de link
om de desbetreffende site te openen.
Dagelijks worden er nieuwe sites aan de lijst toegevoegd, dus kom regelmatig
terug.
Wij zijn niet verantwoordelijk voor de inhoud van onderstaande sites, wij
trachten er wel naar om U van interessante en correcte pagina's te voorzien.
www.islaam.com
Compleet verhaal over Surah Al-Qadr (Engels)
www.integratedislam.com
Web-site over Laylatul-Qadr (Engels)
www.islamworld.net/LaylatulQadr
Uitleg Laylatul-Qadr (Engels)
www.duas.org/laylat.htm
Gebeden voor Laylatul-Qadr in het Arabisch met Engelse vertaling
Dit is een pagina van de Nederlandse Non-Profit Onafhankelijke Islamitische
web portaal WALIDIN.com
Deze Islamitische web-site WALIDIN.com is opgezet voor alle moslims en non-moslims
in Nederland. Moge Allah en onze Profeet Mohammed ons zegenen en behoeden
voor fouten. De vertalingen uit het
Arabisch (zoals de Quran en de Hadith's) zijn puur om het begrip voor niet
Arabisch sprekende moslims, om de recitaten uit de Heilige Quran exact te
begrijpen dient een iedere Musliem zelf arabisch te leren.
De data vermeld m.b.t. de maand Ramadan, zoals in de Islamitische kalender
en calculator (Hijri) mogen NOOIT en te nimmer worden gebruikt om de Ied-ul-fitr
(suikerfeest) vast te stellen, hiervoor zijn de
voorschriften opgenomen in de heilige Quran. Al onze web-links gerelateerd
aan de Islam worden zo goed mogelijk bewaakt op de inhoud, maar wij zijn
niet verantwoordelijk daarvoor. Zaken met betrekking tot
Haram en Halal proberen wij onder Uw aandacht te brengen en laten de beslissing
over aan U!. Bezoek onze Islamitische web-site www.walidin.com regelmatig,
onze informatie wordt dagelijks aangevuld!