INTERRELIGIEUZE EN INTERLEVENSBESCHOUWELIJKE VORMING - structurering van de tijd
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
We leven in een multiculturele samenleving; groepen van mensen met verschillende
culturen. Ofwel kunnen deze groepen los van elkaar leven ofwel kunnen deze
groepen met elkaar dialogeren, begrip opbrengen voor elkaars eigenheid,
van elkaar leren en elkaar beïnvloeden.
Wat voor de culturen geldt, is ook waar voor de multireligieuze samenleving.
Dialoog, begrip, respect, wederzijdse beïnvloeding.
We zetten de verschillende godsdiensten en levensbeschouwingen niet
op een rijtje naast elkaar. We benaderen ze vanuit een zestal invalshoeken;
wat hebben mensen ervaren; op welke problemen zijn ze gestoten en hoe hebben
ze een antwoord gezocht op die problemen; welke inzichten in de werkelijkheid
hadden ze verworven? De vraag rijst of die inzichten nog waardevol zijn.
Hoe hebben ze tijd en ruimte gestructureerd? Hoe moeten mensen handelen?
Wat is goed? Wat is kwaad? Welke plaats neemt iemand in in de gemeenschap?
Hoe is de samenleving georganiseerd?
Uiteindelijk gaat het erom hoe we zelf zin aan ons leven kunnen geven,
hoe we de verschillende aspecten van het leven aan bod kunnen laten komen,
hoe we een goed en zinvol leven kunnen leiden. Dat is een zaak van volwassenen.
Enigszins wel. Volwassenen hebben meer mogelijkheden om zelf over hun handelen,
structurering van tijd en ruimte, samenlevingsopbouw, ethiek enz. te beslissen.
Kinderen en jongeren zijn hierin van volwassenen afhankelijk. Ze worden
door volwassenen hierin binnen geleid.
In een multireligieuze samenleving gaan mensen anders om met plaatsen,
tijd, ervaringen, ethiek, samenleving, inzichten enz... Kinderen maken
deel uit van een bepaalde religieuze gemeenschap.
Leerkrachten krijgen kinderen van verschillende religieuze gemeenschappen
in hun klas. Ze moeten rekening houden met de eigenheden van de verschillende
religieuze gemeenschappen. Ze moeten voortdurend beseffen hoe kinderen
in hun familie en hun gemeenschap met eten en drinken, bidden, rusten,
ontspannen, werken, klussen opknappen, tijd en ruimte omgaan. Omdat kinderen
deel uitmaken van een multiculturele en multireligieuze gemeenschap, zijn
leerkrachten het aan zichzelf verplicht intercultureel te werken en respect
op te brengen voor de religieuze verscheidenheid. Oplossing is geenszins
dat men uit respect voor de verscheidenheid geen enkele religieuze vorming
meer verzorgt.
Deze cursus is tamelijk theoretisch van aard. Leerkrachten zullen zich
de vraag stellen wat deze bijbrengt naar de kinderen toe. In het huidige
stadium wellicht niet zoveel. Misschien moeten we bij de studie van de
godsdiensten en levensbeschouwingen voortdurend de vragen wakker houden
die onszelf bezig houden en die bij het werk naar kinderen zinvol zijn:
Welke ervaringen komen op me af? Welke oplossingen vind ik op kleine
en grote problemen?
Welke inzichten verwerf ik in de werkelijkheid?
Wat is goed? Wat is kwaad? Wanneer handel ik goed of slecht?
Hoe structureer ik de tijd en de ruimte?
Hoe liggen de verhoudingen in de samenleving, klas, school?
We beginnen niet met de levensbeschrijvingen van de belangrijke stichters en gaan zo door tot onze tijd. We gaan uit van bepaalde verschijnselen: feesten, heilige tijden en heilige plaatsen en trachten zo dieper door te dringen in de godsdienst en/of levensbeschouwing.
0.1. DE VERSCHILLENDE DIMENSIES VAN EEN GODSDIENST/ LEVENSBESCHOUWING
GODSDIENST - DIMENSIE BOEDDHISME HINDOEÏSME ISLAM JODENDOM CHRISTENDOM
ERVARINGSDIMENSIE
B.: Het komen tot verlichting !boeddha).Gautama Boeddha
H.: In alles is iets van het goddelijke aanwezig. Er is Brahma,
de ene God. Alle andere goden worden gezien als verschijningsvormen van
Brahma.
I.: God wordt Allah genoemd.Mohammed
J.: De naam van God is JHWH: A Ik ben, die Ik ben d.w.z. Ik ben bij
u. Een naam spreekt nooit Gods naam uit. Daarom zegt hij Adonai: mijn Heer.Mozes
Ch.: Christenen zien God als een drie-eenheid: de Vader, de Zoon (Jezus)
en de heilige Geest.Jezus Christus
DOCTRINELE DIMENSIE (GELOOFSLEER) Het universele lijden vindt
zijn oorzaak in de begeerte naar aardse, vergankelijke dingen. Door een
juiste levenswandel moet dit lijden opgeheven worden door de begeerte te
overmeesteren. Zo kan de gelovige uiteindelijk een toestand van eeuwige
gelukzaligheid (nirwana) bereiken. De juiste levenswandel bestaat in het
streven naar wijsheid, d.w.z. inzicht in de wereldwet (dharma). Het komt
erop aan zich te verzekeren van een goede reïncarnatie (in een hogere
kaste) door het doen van goede daden (dharma). A Er is maar een God (Allah)
en Mohammed is zijn profeet @. In deze korte geloofsbelijdenis wordt de
geloofsleer van de islam samengevat. De moslim wil zich onvoorwaardelijk
aan de wil van Allah onderwerpen. De jood dankt en prijst JHWH om wat Hij
voor zijn volk in de geschiedenis heeft gedaan: daden van bevrijding uit
de slavernij. Vooral door als rechtvaardige (tsadik) te leven. Verder is
er het geloof dat Gods gerechtigheid uiteindelijk op aarde gevestigd zal
worden, door de bemiddelende komst van een verlosser: de Messias. Christenen
proberen, in navolging van Jezus Christus, de Zoon van God, en door bemiddeling
van zijn heilige Geest, het Rijk van God op aarde naderbij te brengen,
d.i. een rijk van vrede, rechtvaardigheid en liefde. Daartoe moeten zij
God liefhebben en de medemens (het dubbele liefdesgebod).
ETHISCHE DIMENSIE (GEDRAGSREGELS) De weg naar een toestand van
eeuwige gelukzaligheid (nirwana) is aangegeven met de A vier edele waarheden
@ en het A edele achtvoudige pad @. Degenen die reeds tot wijsheid
gekomen zijn (boeddha=s) kunnen de gelovige tot voorbeeld en leidsman zijn.
ADharma@ betekent: orde, regelmaat, harmonie, allereerst in de wereld,
de kosmos. Dharma duidt alle daden aan die in overeenstemming zijn met
deze wereldorde. Goede daden (dharma) zijn afhankelijk van iemands plaats
in het kastenstelsel. Iedereen dient zich te gedragen volgens de Adharma
van zijn eigen kaste. 1. Onderwerping aan Allah (islam).2. Het vervullen
van de godsdienstige plichten nl. De vijf zuilen).3. De lofprijzing van
Allah in het algemeen (iman). Tsedek (gerechtigheid, rechtvaardigheid)
is het centrale begrip om het joodse ethische gevoel aan te duiden. Het
jodendom kent geen systeem van gedragsregels. De tsadik (rechtvaardige)
is degene die God welgevallig is en zijn medemensen recht doet. De
christelijke ethiek bestaat in een navolging van Jezus Christus. Deze navolging
bevat twee aspecten: God liefhebben en de naaste (medemens.
SOCIALE DIMENSIE Er zijn monniken en leken.De monniken hebben
een centrale plaats en functie. Voor de monniken is de relatie leraar
- leerlingen zijn belangrijk. Kloosters, tempels, heiligdommen
De maatschappij is geordend volgens vier kasten: 1. De Brahmanen (priesters)2
De Ksaatrija (soldaten)3. De Vaisja (boeren)4. De Soedra (dienaren) Hierbuiten
staan de paria’s (kastenlozen). De godsdienstige leider is de imam. De
kalief is de hoogste geestelijke leider.Moskee Zionisme, het streven naar
een eigen land voor het joodse volk. De joden buiten Israël leven
in de diaspora. De christenen zijn gegroepeerd in verschillende kerken:
1. De rooms-katholieke kerk2. De protestantse kerken3. De oosters - orthodoxe
kerken4. De anglicaanse kerkenDe katholieke kerk is zeeer hierarchisch
opgebouwd.
RITUELE DIMENSIERiten rond de levensloop van de mens- Geboorte-
Puberteit- Huwelijk- StervenRiten in de jaarcyclus- NieuwjaarRiten in het
dagelijks leven Samskara=sDivali-, Holi-, Wagenfeest Id al Fitr,
Id al ad’ha Besnijdenis, Bar/bat MtswaNieuwjaarsfeest, Kol Nidrei, Yom
Kippoer, Pesach, Loofhuttenfeest, WekenfeestSabbat Doopsel, vormsel, eucharistie,
biecht, huwelijk, priesterschap, ziekenzalvingadvent, Kerstmis, 40-dagentijd,
Pasen, Hemelvaart van Jezus, Pinksteren
HEILIGE BOEKEN Tripiraka (de drie manden)1 Vinaya-oitaka2
Sutta-pitaka3 Abhidhamma-pitaka Bhagavad GitaUpanishadsVeda=sRamayana Koran
Tenach1 Torah2 Nebiim3 Ketubim Bijbel1 Oude Testament2 Nieuwe Testament
0.2. NAAMGEVING
GODSDIENST boeddhismepersoon: Boeddha(bijnaam) hindoeïsmeplaats:
India (Indusvallei) islamhouding: onderwerping jodendomplaats: Juda (k)
christendom persoon: Christus(bijnaam)
AanhangerBijvoeglijk naamwoord boeddhistboeddhistisch hindoehindoeïstisch
moslimislamitisch joodjoods christenchristelijk
Stichter Boeddha - Mohammed Mozes Jezus Christus
Tijd rond 563-480 voor Christus vanaf 2000 voor Christus 570-632
Abraham: rond 1800 voor Christus bij het begin van de christelijke tijdrekening
Plaats India (Indusvallei) India (Ganges) Saoedi-Arabië;
Mekka en Medina Egypte - Sinaï - Kanaän Palestina
- Galilea - Jeruzalem
Wij willen stilstaan bij een aantal godsdiensten. In deze paragraaf willen we aandacht schenken aan de woordvorming.
We bespreken vooreerst de uitgangen van de woorden.
Enkele woorden eindigen op -isme: boeddhisme en hindoeïsme,
-isme is een uitgang om een leer of een levensbeschouwing aan te duiden.
-isme is afkomstig van het Franse -isme, dat op zijn beurt afkomstig is
van het Latijnse -ismus en het Griekse -ismos. Een aanhanger van een -isme
is een -ist, zoals boeddhisme - boeddhist.. Let evenwel op: een aanhanger
van het hindoeïsme wordt geen hindoeïst, maar een hindoe genoemd.
In het Frans spreekt men van judaïsme en christianisme om respectievelijk
het jodendom en het christendom aan te duiden.
-dom. Het achtervoegsel -dom (het Duitse -tum) zou afkomstig zijn van
>doem=, dat >stand, toestand= betekent De woorden joden-dom en christen-dom
zijn met het achtervoegsel -dom gevormd.
Het eerste gedeelte van woord
het woord werd gevormd op grond van de naam van de gelovige (enkelvoud:
jood, meervoud: joden; christen), van een bijnaam van de stichter (boeddha)
of van de bewoners van een bepaald gebied (Juda -> jood; Indus -> hindoe).
BOEDDHISME: de godsdienst, genoemd naar Boeddha = de verlichte, de
bijnaam van Siddharta Gautama (geboren in 553 voor Christus), de stichter
van het boeddhisme.
HINDOEÏSME: de godsdienst, genoemd naar de bewoners bij de rivier
de Indus.
ISLAM: de godsdienst, genoemd naar de houding van de gelovigen ervan.
Islam betekent overgave, onderwerping. Het betekent de overgave of onderwerping
van de gelovige moslims aan de wil van Allah. Het woord islam is afkomstig
van de Arabische stam slm: zich onderwerpen. Moslim is een deelwoord van
het werkwoord slm (aslama: zich overgeven; salama: gered worden); m is
een voorvoegsel om het deelwoord aan te duiden, zoals we dat ook in het
Nederlands kennen, b.v. spreken - gesproken - ge-sprek - spreker). Moslim
betekent: degene die zich onderwerpt. Het komt ook voor dat men het woord
islamiet gebruikt, waarvan het bijvoeglijk naamwoord islamitisch is afgeleid.
De stichter van de islam is Mohammed (geboren: 570; gestorven: 632).
In tegenstelling tot de christenen, die zich naar Christus laten noemen,
laten moslims zich niet Mohammedanen noemen.
JODENDOM: de godsdienst, genoemd naar de gelovigen (joden), waarvan
de oorsprong bij de bewoners van Juda (IsraNl) ligt. Het woord jood
is dus gevormd naar het woord Juda.
CHRISTENDOM: de godsdienst, genoemd naar de gelovige (christen). Christen
is afgeleid van het Latijnse woord christianus, dat op Christus teruggaat.
Christus, de bijnaam van Jezus. Christus is een Latijns woord; het is een
transcriptie van het Griekse woord Christos, dat een vertaling van het
Hebreeuwse woord Messiah is. Het betekent gezalfde. De eerste twee letters
van het Griekse woord zijn chi (kleine letter , hoofdletter ) en ro (kleine
letter , hoofdletter , geschreven zoals onze hoofdletter P). Vaak worden
de twee letters, de chi en de ro door elkaar geschreven als
. Dit teken wordt gebruikt door de katholieke jeugdbeweging chiro.
Vaak wordt dit teken ook gelezen als p x (wat een foutieve lezing is).
Hiervan afgeleid komt de benaming pax Christi (de vrede van Christus),
een katholieke wereldbeweging die zich inzet voor vrede in de wereld.
0.3. Stromingen
boeddhisme hindoeïsme islam jodendom christendom
Theravada soennieten (koran en hadrith) orthodoxen
Mahayana sji’ieten (sjia: partij) protestanten
anglicanen
In het boeddhisme zijn twee grote richtingen ontstaan:
- het zuidelijk boeddhisme (omdat dit soort boeddhisme in meer zuidelijke
landen van AziN wordt beleefd) of Theravada ('de weg der ouderen'). Deze
richting houdt zich streng aan de oorspronkelijke woorden van de boeddha,
zoals die opgetekend zijn in de zogenaamde Pali-canon. Deze versie gaat
uit van de idee, dat ieder verantwoordelijk is voor zichzelf om ooit het
nirvana te bereiken.
- het noordelijk boeddhisme of Mahayana ('groot voertuig').
Volgens deze richting moet iedereen in staat zijn de verlossing te bereiken.
In de islam bestaan twee belangrijke strekkingen: de soennieten en de
sji'ieten.
Soennieten is afgeleid van 'soenna': leefregel, gewoonte. Het zijn
moslims die naast de koran ook de soenna bepalend vinden voor hun geloof.
Alle gebruiken en voorbeelden van het gedrag van de profeet Mohammed, verslagen
over wat hij heeft gezegd en gedaan en verhalen over zijn leven worden
de soenna genoemd. Hiertoe behoren de hadiths en de siera (levensbeschrijving
van de profeet Mohammed). De soenna is niet in boekvorm, zoals de verzamelingen
hadiths en de levensbeschrijving.
De sji’ieten zijn de moslims, die Ali, de neef en schoonzoon van Mohammed,
als enige rechtmatige kalief na de dood van Mohammed erkennen en het kalifaat
voor de nakomelingen van Ali opeisen.
In het christendom onderscheiden we katholieken, orthodoxen,
protestanten en anglicanen.
In het vroege christendom bestonden er vijf patriarchaten (een soort
kerkprovincie): Rome (de zetel van Petrus, de eerste paus, en zijn opvolgers;
hoofdplaats van het Romeinse rijk, later van het West-Romeinse rijk), Constantinopel
(hoofdplaats van het Romeinse rijk, later van het Oost-Romeinse, vervolgens
van het Byzantijnse rijk tot 1453; in het huidige Turkije), Jeruzalem (de
hoofdstad van Juda; de startplaats van het christendom), Alexandrië
(Egypte) en AntiochiN (Syrië). In 1054 kwam er een breuk tussen de
kerk van Rome en die van Constantinopel, tussen de westerse, Latijnse of
Rooms-katholieke kerk en de oosterse, Griekse of Byzantijnse kerk. De oosterse
christenen, die niet met Rome verbonden zijn, heten orthodoxen. Sommige
oosterse kerken herstelden de band met Rome en worden geünieerde oosterse
kerken of uniaten genoemd. Door emigratie bevinden zich allerlei oosterse
kerken in het Westen.
In de 16de eeuw kwamen verschillende breuken in de Rooms-katholieke
kerk. Wegens hun protest tegen wantoestanden in de kerk worden zij samen
'protestanten' genoemd en wordt de gezamenlijke richting 'protestantisme'
genoemd. Zij stuurden aan op hervorming.
Twee belangrijke takken komen voor in het protestantisme; ze worden
genoemd naar hun inspirator: lutheranisme naar Luther (1483-1546); calvinisme
naar Calvijn (1509-1564).
Sinds de regering van Hendrik VIII (1509-1547) bestaat de Engelse kerk;
de christelijke godsdienst heet er anglicanisme.
HOOFSTUK 1: HEILIGE TIJDEN
http://webexhibits.org/calendars/calendar-ancient.html
INLEIDING
We maken veranderingen mee, in onszelf en buiten onszelf; in onszelf:
we krijgen honger; we eten; we werken; we worden moe; we rusten; we slapen;
we voelen ons uitgeslapen enz.; buiten onszelf: de zon gaat op en onder;
het wordt licht en donker; dagen worden langer en korter; de zon staat
hoog of laag aan de hemel; de natuur slaapt of ontluikt. We ervaren in
en buiten onszelf de opeenvolging van een aantal veranderingen; we ervaren
tijd. We ervaren het nu; we kunnen terugkijken naar het verleden; we kunnen
plannen maken voor de toekomst; we kunnen natuurlijke of kunstmatige tijdseenheden
gebruiken. Hierin moeten kinderen meer inzicht verwerven. Dat gaat slechts
langzaam.
Godsdiensten en levensbeschouwingen hebben pogingen gedaan om de tijd
van de mensen te structureren: tijden van werken en rusten; van bezig zijn
met alledaagse dingen en feesten; van opstaan en slapen gaan; van eten,
ontspannen en bidden; van kind zijn en volwassen worden; van geboorte en
dood.
In onze tijd kunnen mensen in vele gevallen hun tijd zelf structureren;
ofwel ondergaan ze de tijd en zijn ze er slaaf van ofwel zijn ze zelf zeer
actief betrokken in het structureren van hun tijd; de tijd van werken en
rusten; eten en ontspannen; vrijen en klusjes opknappen.
Dit hoofdstukje over de heilige tijden heeft de bedoeling inzicht te
verwerven in de structurering van de tijd door enkele godsdiensten en levensbeschouwingen.
Dat inzicht moet ons kunnen helpen om beter onze eigen tijd te structureren
en aan de verschillende aspecten van het leven recht te doen, want uiteindelijk
gaat het erom hoe we zin geven aan het leven en de verschillende aspecten
ervan voldoende aan bod laten komen. Leerkrachten hebben de opgave kinderen
in te wijden in het tijdsbesef.
0.1. TIJDREKENING
AD: Anno Domini = in het jaar van de Heer
AH: Anno Hidjrae = in het jaar van de uitwijking (islamitische tijdrekening)
AM: Anno mundi: in het jaar van (de schepping van) de wereld
GODSDIENST boeddhisme hindoeisme islam jodendom (k) christendom
tijdrekeningbegin 28/1/1998: China: 2549Japan: 2658India: 1920 verschillende
kalenders en tijdrekeningen 27/4/1998: 141916/7/622: uitwijking van Mohammed
van Mekka naar MedinaIran: 1377 1-2/10/1997: 57583761 voor Chr.: schepping
van de wereld 1/1/19981: geboorte van Jezus
Mensen worden geboren en mensen sterven. Koningen en keizers worden
gekroond, regeren en sterven. Een paus wordt gekozen; een bisschop wordt
gewijd. De ene volgt de andere op.
Een probleem van structurering van de tijd is het bepalen van het begin.
Het absoluut begin kennen we niet; we weten niet wanneer precies het heelal
ontstaan is, wanneer de aarde leefbaar werd, wanneer de mens op aarde is
verschenen. Daarom hebben mensen zelf een begin bepaald; een relatief begin,
want er is een tijd ervoor - een verleden - en er is een tijd erna - een
toekomst.
Een koning, een rijk, een macht heeft wel eens de neiging om het beslissend
moment van de geschiedenis bij zichzelf te leggen; zo gebeurde dat bepaalde
beslissende momenten als het tijdsbegin worden aangeduid.
Een kalender doorbreekt het denken dat alle bestaan een cyclisch verloop
kent (ontstaan - volwassen worden - sterven), maar geeft aan dat alle bestaan
opgenomen is in een geschiedenis (evolutie - ontwikkeling) m.a.w. dat de
geschiedenis lineair is.
Omdat onze westerse cultuur heel wat schatplichtig is aan het vroegere
Romeinse Rijk, beginnen we met het Oude Rome.
In de Oudheid heeft de stad Rome een tijdrekening gebruikt, waarin
de tijd berekend werd naar de stichting van de stad Rome. De jaren na de
stichting van de stad Rome werden aangeduid als anno X ab urbe condita
(a.u.c.), d.w.z. in het jaar X sinds de stichting van de stad (Rome).
De legendarische stichting van de stad Rome viel in 754 v. Chr.
Ook Napoleon heeft een eigen tijdrekening ingevoerd.
De westerse tijdrekening is over het algemeen de christelijke tijdrekening,
zo genoemd omdat de tijd berekend wordt naar de geboorte van Jezus Christus.
Men ging ervan uit om de geboorte van Jezus als het begin van onze tijdrekening
te beschouwen (het jaar 1). In de loop der tijden kwam men echter tot de
vaststelling dat men in zijn berekening enkele fouten had gemaakt en dat
het geboortejaar van Jezus vroeger moest gedateerd worden.
De jaren voor het jaar 1 worden door een minteken voor het jaartal
aangeduid, b.v. -57 betekent 57 jaar voor het jaar 1; de jaren na het jaar
1 door het jaartal (zonder plusteken) b.v. 1997 betekent 1997 jaar na het
jaar 1.
In India is een groot aantal kalenders en tijdrekeningen gebruikt, wat
mede veroorzaakt is door de grootte van het land en het ontbreken van eenheid.
In Noord-India wordt de maankalender van de Vikrama-tijdrekening (tijdperk
57 v. Chr.) gebruikt.
In Zuid-India geldt de Saka-tijdrekening (tijdperk 78 n. Chr.).
In Bengalen wordt een zonnekalender gebruikt tezamen met de Bengali
San tijdrekening (tijdperk 1556 n. Chr.).
De Ilahi-tijdrekening, ingevoerd door Akbar, is dezelfde als de Nauroz-tijdrekening,
die op zijn beurt weer identiek is.
De joden hebben een eigen tijdrekening. In de nacht van 1 op 2 oktober 1997 is het nieuwe maan en begint het joodse jaar 5758. De joodse jaartelling begon in 3761 voor het begin van de christelijke jaartelling. Volgens traditionele berekeningen was dat het moment van de schepping.
Ook de moslims hebben een eigen jaartelling.
In 1998 valt het islamitische nieuwjaar op 27 april. Dan is het het
begin van het islamitische jaar 1419. De islamitische kalender is volgens
de traditie omstreeks 640 ingevoerd door kalief Omar. Hij laat de jaartelling
beginnen met de uitwijking van de profeet Mohammed van Mekka naar Medina
in 622. Dat is volgens de gregoriaanse kalender vrijdag 16 juli 622.
Hidjra, in het Westen soms Hegira genoemd, betekent emigratie, vertrek
uit het vaderland. Het is meeer dan een geografische verplaatsing, het
is een ware breuk met de familie en de clan en een verbintenis met andere
clans. De hidjra is een van de belangrijkste gebeurtenissen in de geschiedenis
van de islam, want zij deelt de tijd in tweeën. Ervoor ligt de tijd
waarin de maatschappij in stammen was georganiseerd; erna begint een tijd
die gebaseerd is op de islam, die zowel een religieuze boodschap is als
de organisatie van een geloofsgemeenschap.
Dus Hidjra 1.1.1 komt op de gregoriaanse kalender overeen met 16 juli
622.
We hebben dus verschillende kalenders en tijdrekeningen. Er is een beginpunt gemaakt, van waaruit dan het verleden en de toekomst kon worden bepaald.
0.2. JAAR (ZONNE- EN MAANJAAR)
De veranderingen binnen onszelf zijn heel verschillend van persoon tot
persoon en zijn dus moeilijk te hanteren voor een grote groep mensen. De
veranderingen buiten onszelf, die evenwel een grote invloed op ons uitoefenen,
worden bepaald door de stand van de zon en de maan.
In onze cultuur wordt weinig of geen rekening gehouden met de
stand van de maan. We hebben verlichtingsmogelijkheden genoeg en kunnen
het gerust zonder het licht van de maan stellen. Religies structureren
hun tijd aan zon en maan. Hierbij gaat het niet louter om de zakelijke
tijd; hierbij is veel symboliek gemoeid. Het gaat om nieuw beginnen, groeien,
tot volheid komen, afzwakken en sterven. Religies structureren het leven.
boeddhisme hindoeïsme islam jodendom christendom
solair systeem (sol = zon): 365 1/4 dagenzonnekalender
solair systeemzonnekalender
lunair systeem (luna = maan) 354 of 355 dagenmaankalender
maankalender maankalendercyclus van 19 maanjaren
combinatie van beide 7 jaren met een schrikkelmaand
in de cyclus van 19 maanjaren
Een jaar is de tijd die de aarde nodig heeft om een kring om de zon
te maken. Een jaar duurt 365 1/4 dagen, precieser 365 dagen 5 uur, 48 minuten
en 46,08 seconden.. Een maan-d is de tijd die de maan nodig heeft om een
kring om de aarde te maken. Dat is 29 dagen, 12 uren, 44 minuten en 3,5
(2,8 ?) seconden of 29,530588 dagen. Men kan de tijd meten naar de stand
van de zon, of naar de stand van de maan. De maantijd-kalender noemt men
ook lunaire kalender (luna = maan) of maankalender. Een maanjaar is de
tijd die de maan nodig heeft om twaalf keer om de aarde te draaien. Dat
is iets langer dan 354 dagen. De zonnetijd-kalender noemt men ook solaire
kalender (sol = zon) of zonnekalender. Dat duurt iets langer dan 365 dagen.
Een zonnejaar is ongeveer elf dagen langer dan een maanjaar.
Het is toeval dat de lengte van het jaar in dagen zo dicht ligt bij
het zeer ronde getal 360, dat op zijn beurt weer toevallig heel dicht
ligt bij 12 maal de periode van de maan. Zulk toeval helpt een beetje,
maar niet genoeg. Reusachtig veel vernuft is geïnvesteerd om de verschillen
weg te werken.
Wanneer men aan het maanjaar niet enkele dagen toevoegt, zal het elk
jaar elf dagen korter zijn dan het zonnejaar. De feestdagen, die in een
bepaald seizoen horen te vallen, raken dan helemaal in de war. Na een aantal
jaren kan men paaseieren gaan rapen in de sneeuw.
Mensen die met maanjaren rekenen, proberen dat op verschillende
manieren op te lossen.
In de oudste kalenders, ontstaan in het Nabije Oosten, kende men alleen
een systeem, gebouwd op maanomlopen.
Reeds in Babylonië werd echter deze maankalender ingepast in een
zonnekalender, het zogenaamde lunisolaire systeem. Daarom werd een schrikkelmaand
ingevoegd.
Elke griekse stad had een eigen systeem; het best bekend is dat van
Athene, waar men afwisseleend werkte met maanden van 29 en 30 dagen, zodat
het jaar op 354 dagen kwam. De maanden werden genoemd naar de godsdienstige
feesten, een herinnnering aan het feit dat de kalender een sacrale (heilige)
oorsprong heeft. De maand begon met nieuwe maan en was in 3 periodes verdeeld.
Bij de Romeinen kende men eerst alleen 10 maanden (maart - december)
met een lacune in de winter; later kwam januari - februari erbij. Ze waren
alle op de maanomloop gebaseerd, zodat het jaar op 355 dagen uitkwam. Nu
was weer telkens een schrikkelmaand nodig, doch dit systeem was zo inefficiNnt,
dat Julius Caesar in 46 v. Chr. een nieuwe kalender liet ontwerpen; het
is de Juliaanse kalender, gebaseerd op het egyptische solaire systeem,
waarin het jaar op 365 1/4 dagen kwam. In de Juliaanse kalender hebben
de gewone jaren 365 dagen, maar elk jaar waarvan het nummer deelbaar is
door 4 heeft een extra dag, de 29ste februari, waarmee het aantal dagen
op 366 komt. Het gemiddelde Juliaanse jaar heeft derhalve 356,25 dagen
en loopt daarmee een dag per 128 jaar voor.
Deze kalender heeft tot 1582 bestaan. Toen werd een correctie van 10
dagen aangebracht door Gregorius XIII omdat de kalendertijd niet meer overeenstemde
met het natuurgebeuren. Vandaar wordt deze kalender de juliaans-gregoriaanse
kalender genoemd.
De juliaans-gregoriaanse kalender lost het probleem van de overeenstemming
van het maanjaar met het zonnejaar als volgt op. Oorspronkelijk waren de
maanden januari en februari de laatste maanden. Maan-jaar: (6 x 29) + (6
x 30) = 354 dagen. 12 dagen werden toegevoegd en van de laatste
maand (februari) een dag afgetrokken (354 + 12 - 1 = 365). Praktisch om
de vier jaar wordt aan februari een dag toegevoegd (28 + 1 = 29). Dat jaar
wordt schrikkeljaar genoemd. Deze Gregoriaanse kalender bevat ten opzichte
van de Juliaanse een kleine maar belangrijke verbetering. De jaren deelbaar
door 100 zijn geen schrikkeljaar, uitgezonderd degene die door 400 deelbaar
zijn en die juist wel een schrikkeljaar zijn. De Gregoriaanse kalender
loopt een dag per 3333 jaar voor.
naam van de maand maan-dagen toevoeging totaal
maart 30 + 1 31
april 29 + 1 30
mei 30 + 1 31
juni 29 + 1 30
juli 30 + 1 31
augustus 29 + 1 + 1 31
september 29 + 1 30
oktober 30 + 1 31
november 29 + 1 30
december 30 + 1 31
januari 30 + 1 31
februari 29 - 1 28
Een andere oplossing is het toevoegen van een extra maand, die ze schrikkelmaand
noemen, zodat de kalender weer overeenkomt met de seizoenen. Joden voegen
7X (elk 3de, 6de, 8ste, 11de, 14de, 17de en 19de jaar) van een cyclus van
19 jaar een tweede lentemaand of een dertiende maand toe die ze Addar II
noemen.
Een andere manier om het verschil tussen zonnetijd en maantijd te regelen,
is niets doen. Zo pakken de moslims het aan. Ze veranderen hun maankalender
wel een beetje. In dertig jaar voegen ze elf keer één dag
toe aan de laatste maanmaand van het jaar. Maar dan nog komen de maanden
van de moslims elk zonnejaar ongeveer tien dagen vroeger.
We hebben ontdekt hoe een jaar wordt berekend. We kennen een solair, lunair en lunisolair systeem. We hebben hier stilgestaan bij het jaar als geheel. Nauw hiermee hangt natuurlijk het feest van nieuwjaar samen. We behandelen nieuwjaar hier niet omdat we bij nieuwjaar ons eerder toespitsen op het begin, de eerste dag van het jaar.
0.3. MAAND
Mensen hebben nood aan een begin en een einde. Dat is zo voor de beleving
van de dag, de week, het jaar. Dat is ook zo voor de maand. Het begin van
een maanstand is het gemakkelijkst vast te stellen bij het zichtbaar
worden van de kleine sikkel van de nieuwe maan. Sommige culturen plaatsen
hun feesten bij nieuwe maan, andere bij volle maan.
Tussen het verdwijnen van de maansikkel van het laatste kwartier en
het verschijnen van de maansikkel van de nieuwe maan verlopen drie dagen,
waardoor deze drie dagen symbool werden van sterven en verrijzen.
Maan-d, gevormd van 'maan', duidt een 'maan-omloop' aan; te vergelijken
met het latijn: 'mensis': maand, en het grieks 'mana': maan; af te leiden
van de indogermaanse wortel 'me': meten; de maan is dan de 'tijdsmeter',
wat hij inderdaad van de vroegste tijd is geweest. De Germanen berekenden
de tijd naar nachten, zegt reeds Tacitus ( Marcus Claudius (200-276) Romeins
keizer (275-276).
De satelliet van de aarde is de maan. (Natuurlijk of kunstmatig lichaam
dat om een ander lichaam draait hetgeen zo veel meer massa bezit, dat het
zwaartepunt van het massasysteem vrijwel in het zwaartepunt van de zwaarste
massa ligt.) De tijd die de maan nodig heeft om een kring om de aarde te
maken, was oorspronkelijk een maan-d.
Zoals reeds gezegd, bestaat een maand uit 29 dagen, 12 uren, 44 minuten
en 3,5 seconden. In sommige culturen bestaat een maand afwisselend uit
29 en 30 dagen.
Vanaf de eerste ‘wassende maansikkel’ via ‘halve maan, eerste
kwartier’ en ‘driekwart maan’ tot ‘volle maan’ spreken we van ‘wassende
maan’. Als de maan volledig rond zichtbaar is, spreken we van volle maan.
Nu staat de aarde tussen zon en maan. Afnemend of ‘krimpend’ is de maan
vanaf volle maan via de ‘afnemende driekwart maan’, ‘halve maan, laatste
kwartier’ en ‘afnemende maansikkel’ terug naar ‘nieuwe maan’. Bij nieuwe
maan staat de maan tussen aarde en zon in - dus dichter bij de zon dan
de aarde - en wordt zij door de zon overstraald. Dat is de reden waarom
we de maan in die periode niet kunnen zien.
In het jodendom en in de islam begint een nieuwe maand telkens met nieuwe maan. In het hindoeïsme loopt iedere maand van volle maan tot volle maan en wordt verdeeld in een lichte helft en een donkere helft.
We bekijken de verschillende islamitische maanden wat van nabij. Ofschoon
de namen van de islamitische kalender nog doet denken aan een oude arabische
zonnekalender, zijn de maanden van de islamitische kalender geenszins gebonden
aan seizoenen. Dat heeft tot gevolg dat de feesten eerder te maken hebben
met het leven van Mohammed of met belangrijke personen en feiten van de
islam.
Muharram, de heilige maand, is de eerste maand. Het eerste feest, de
Asjoera, vindt plaats op de tiende dag. Asjoera ontstond uit het joodse
paasfeest en is voor de moslims tevens de dag dat Noeh (Noach) de ark verliet.
De sjiVeten herdenken die dag de marteldood van de kleinzoon van Mohammed.
Safar, de maand die leeg is, de tweede maand, wordt gekenmerkt door
een langdurige ziekte van de Profeet, waardoor hij niet in staat was nieuwe
openbaringen te ontvangen. De laatste woensdag wordt het herstel van de
Profeet gevierd met een soort carnaval.
Rabi-al-awal, de lente, is de derde maand. De naam, die niet toepasselijk
is, is wellicht een overblijfsel van de oude Arabische kalender, die wel
op de zonnewende gebaseerd was. Het grootste deel van de maand wordt besteed
aan de herdenking van de geboorte en de dood van Mohammed, die volgens
de traditie op dezelfde dag vielen. Moslims vieren de Id-Mawlid al-Nabi
met geschenken en het branden van wierook en kaarsen. Vergelijkingen met
Kertsmis zijn uit den boze, want de moslims vereren Mohammed niet als een
God.
Rabi al-achir, de maand na de lente, is de vierde maand, die weinig
betekent voor soenieten en sjiVeten, maar wel voor de soefi's, vooral in
India en Pakistan. Ze houden feesten ter ere van de heilige Abd-al Qadir,
de stichter van een belangrijke orde.
Jumada-l-awal, de eerste maand van de droogte, en Jumada-l-achir, de
tweede maand van de droogte zijn respectievelijk de vijfde en de zesde
mand, waarin de belangrijkste feesten worden voorbereid.
Rajab, de eerbiedwaardige maand, de zevende maand, wordt gekenmerkt
door de viering van de Ten-Hemel-Stijging van de Profeet, op de zeventwintigste
dag. Sjieten vieren op de dertiende dag ook het martelaarschap van Ali,
de schoonzoon van Mohammed.
Sjabaan, maand van de verdeling, de achtste maand, herdenkt tijdens
de eerste nacht van de volle maan de verovering van Mekka.
Ramadan, de maand van de grote hitte, de negende maand. Het is de grote
vastenmaand. De zevenentwintigste dag wordt de Nacht van de Macht gevierd.
Gebeden tijdens die nacht worden volgens de traditie als 'krachtiger' beschouwd.
Sjawal, de maand van de jacht, de tiende maand en Dhu-al kada,
de maand van de rust, beginnen met het feest van het einde van de vasten
(het Suikerfeest bij de Turken).
Dhu-l-hidjah, de maand van de hadj, de laatste maand, is de maand van
de bedevaart. De tiende dag is de heiligste van het hele jaar, want dan
wordt de bereidheid herdacht van de profeet Ibrahim om zijn zoon te offeren
uit gehoorzaamheid an Allah. Die dag slacht de moslim een dier, meestal
een schaap, maar een geit, koe of kameel mogen ook.
oorsprong Sihks
januari (31) ianua: deur. De god Janus was de god van de tijd en van
de vrede. De god Janus wordt vaak met twee gezichten afgebeeld. Een
jong gezicht en een oud. Deze twee gezichten stellen het oude en het nieuwe
jaar voor. Magh
februari (28 of 29) Genoemd naar de Romeinse godin Februa (de bij-naam
van Juno) of naar februare, wat reinigen betekent. Februs, een Romeins
reinigingsfeest Phaganh
maart (31) Genoemd naar de Romeinse god Mars. Hij was de krijgsgod
en de stamvader en stichter van het oude Rome. Hij wordt ook de vader van
Romulus en Remus genoemd. Chaiter
april (30) aperire: openen, ontluiken;aprilis is een bijnaam van Venus
Baisakh
mei (31) majus (van magnus): groter; genoemd naar Maia, de moder van
de Romeinse god Mercurius Jaith
juni (30) Juno, de Romeinse godin van het huwelijk harh
juli (31) genoemd naar Julius Caesar (vroeger de maand quintilius)
Saun
augustus (31) genoemd naar keizer Augustus = verhevene
Bhadron
september (30) septem = zeven Asoo
oktober (31) octo = acht Katak
november (30) novem = negen Maghar
december (31) decem = tien Pausha Poh
oorsprong arabisch turks babylonisch hebreeuws Hindi Sihks
januari (31) ianua: deur. Janus: een god met twee gezichten. (1) muharram(de
heilige maand) (30) Ocak Sebatu (11) Sjewat Magha Magh
februari (28 of 29) genoemd naar Februs, een Romeins reinigingsfeest
(2) safar (29)die leeg is subat (sjoebat) Addaru (12) Adar Phalguna Phaganh
maart (31) Mars: god van de oorlog. (3) rabi-al-awal (30) de lente
mart Nisannu (1) Niesan (30) Chaitra Chaiter
april (30) aperire: openen, ontluiken;aprilis is een bijnaam van Venus
(4) rabi-al-achir (29) de maand na de lente nisan Airu (2) Iejar (29) Vaishaka
Baisakh
mei (31) majus (van magnus): groter; genoemd naar Maia, de moder van
de Romeinse god Mercurius (5) jumada-l-awwal (30) maand van de droogte
mayis (majus) Sivanu (3) Siewan (30) Jyaistha Jaith
juni (30) Juno, de Romeinse godin van het huwelijk (6) jumada-l-achir
(29) tweede maand van de droogte haziran Duzu (4) Tammuz (29) Ashadha harh
juli (31) genoemd naar Julius Caesar (vroeger de maand quintilius)
(7) rajab (30) de eerbiedwaardige temmuz Abu (5) Aw (30) Shravana Saun
augustus (31) genoemd naar keizer Augustus = verhevene (8) sja'baan
(29) maand van de verdeling aqustos (a`estos Ululu (6) Elloel (29) Bhadra
Bhadron
september (30) septem = zeven (9) ramadan (30) maand van de grote hitte
eylhl Tasritu (7) Tisjrie (30) Ashvina Asoo
oktober (31) octo = acht (10) sjawal (29) maand van de jacht ekim Arah-samna
(8) Chesjwan (29) Karttika Katak
november (30) novem = negen (11) dhu-l-ka'da (30) maand van de rust
kasim Kislou (9) Kislew (30) Aghan Maghar
december (31) decem = tien (12) dhu-l-hiddja (29 of 30) aralik (araluk)
Tabitu (10) Teiweis (Te weth) (29) Pausha Poh
De twaalf maanden van het jaar vallen op natuurlijke wijze uiteen in vier seizoenen van elk drie maanden, de twaalf tekens van de dierenriem worden verdeeld in vier groepen die respectievelijk vuur, lucht, aarde en water worden verbonden. In veel kalendersystemen worden de twaalf maanden verdeeld in zes lange en zes korte maanden. De klok telt twaalf uren, die elk twee maal per etmaal worden aangewezen. Het twaalfdelig stelsel, met grondtal 12, staat toe dat derden, vierden en zesden heel eenvoudig worden voorgesteld.
0.4. WEEK
Tegenover de aarde neemt de aarde vier standen in: nieuwe maan (eerste
kwartier), halve maan (tweede kwartier), volle maan (derde kwartier), halve
maan (vierde kwartier).
Deze standen worden verklaard door de zichtbaarheid op aarde van de
belichting van de maan door de zon.
We kunnen twee grote processen onderscheiden: wassende maan (van nieuwe
maan tot volle maan) en afnemende maan (van volle maan tot nieuwe maan).
In verschillende culturen worden sommige feesten bij nieuwe of volle maan
gevierd.
De gemiddelde tijdsduur van een bepaalde stand van de maan t.o.v. de
aarde is 29 1/2 gedeeld door 4 is 7; rest: 1 1/2 dagen.
Oorspronkelijk is een week de tijd die de maan gedurende een bepaalde
stand t.o.v. de aarde in haar omloop om de aarde inneemt. Een week bestaat
uit 7 dagen.
Vaak worden de dagen genoemd naar de planeten.
In ons zonnestelsel wordt de zon beschouwd als een vast hemellichaam
d.w.z. als een hemel-lichaam dat zelf 'onbeweeglijk' is en waarrond andere
hemellichamen draaien, die 'planeten' worden genoemd. Het woord planeet
komt, via het volkslatijn 'planeta', van het Grieks planP-tPs (astPr):
dwalende (ster), van het Grieks planaomai: ronddwalen, zweven.
De volgorde van de planeten volgens hun afstand tot de zon is: zon
- Mercurius - Venus - aarde - Mars - Jupiter - Saturnus.
1. Links midden: zon
3. Links boven: Mars
5. Rechts boven: Jupiter
7. rechts midden: Saturnus
2. Rechts onder: maan
4. Onderaan: Mercurius
6. Links onder: Venus
De astrologische zeven-dagenweek is waarschijnlijk van Babylonisch-Assyrische
oorsprong. Wanneer precies de Romeinen beginnen zijn hun dagen de namen
van hemellichamen te geven, weten we niet. Het oude IsraNl had een week
van 7 dagen, opgevat als een herinnering aan de 7 dagen waarin de wereld
geschapen werd. De joodse dagen hadden geen eigen namen, maar werden als
'eerste dag', 'tweede dag' enz. aangeduid. Alleen de zevende dag, de rustdag,
had een eigen naam, sabbat.
We weten wel dat de Romeinen, die een 8-dagenweek hadden gekend (met
de achtste dag als marktdag), in ieder geval tijdens keizer Augustus, dus
kort voor het begin van onze jaartelling, de zevendaagse planetenweek hadden.
Tot hun 7 planeten konden natuurlijk nog niet Uranus, Neptunus en Pluto
behoren, die resp. in 1781, in 1846 en in 1910 ontdekt zijn. Er waren 5
planeten bekend: Saturnus, Jupiter, Mars, Venus en Mercurius. Het antieke
zevental omvatte echter ook de Zon en de Maan. In de reeds aangestipte
astrologische volgorde kregen de dagen van de week (in het latijn) de namen:
Saturnus-dag, Zon-dag, Maan-dag, Mars-dag, Mercurius-dag, Jupiter-dag,
Venus-dag. Daaraan beantwoordde bij de Grieken de reeks: Kronos-dag, Zon-dag,
Maan-dag, Ares-dag, Hermes-dag, Zeus-dag, Afrodite-dag. De dagen
waren genoemd naar de planeten en deze op hun beurt naar de goden op de
Olumpos.
Nederlands Arabisch Chinees Hebreeuws Engels Frans Turks
zon-dag al ahadeerste (dag) xing qi tiBnsjing tsic thjen jom Phadeerste
dag sundayzon-dag dimanche (dies dominica: dag van de Heer) pazarpasar(markt)
maan-dag al ithnajntweede (dag) xing qi yisjing tsic jicx jom sjenitweede
dag monday lundiluna = maan pazartesipasartesie
dins-dag ath thalathaderde (dag) ing qi Prsjing tsic ur jom sjelisiderde
dag tuessay mardi (dag van Mars)Mars (gr. Ares) salisalu
woens-dag (Wodan) al arba'avierde (dag) xing qi sBnsjing tsic san jom
revi'ivierde dag wednesday mecrediMercurius (gr. Hermes) Harsambatsjarsajamba
donderdag (Thonar) al chamiesvijfde (dag) xing qi sisjing tsic su jom
hamisjivijfde dag thursday JeudiJupiter - Iovis (gr. Zeus) persembepersjembP
vrij-dagFreya al dzjoemasamenkomst xing qi wjsjing tsic woe JvJd
sjabbatvooravond van sjabbat friday VendrediVenus - Veneris(gr. Afrodite)
cumadzjoemB
zater-dagSaturnus as sabtzevende (dag) xing qi lijsjing tsic ljo sjabbatsjabbat
saturday SamediSaturnus cumartesi2 november 19972 november 1997dzjoemartesi
Latijn Grieks Chaldeeuws Germaans
zon-dag sol HJlios Sjamasj zon
maan-dag luna SJlJnP Sin maan
dins-dag Mars Ares Nergal is genoemd naar de Germaanse god Tiwas
woens-dag (Wodan) Mercurius Hermes Naboe was gewijd aan Wodan, de Germaanse
oppergod
donderdag (Thonar) Jupiter (Iovis) Zeus Mardoek de dondergod Thor
vrij-dagFreia Venus Aphrodite Isjtar komt van Freia, de Germaanse godin
van de liefde
zater-dagSaturnus Saturnus Kronos Ninib
Een week heeft een ritme van werken en ontspanning, van bezig zijn met alledaagse dingen en van onbekommerd zijn.
De vrijdag van de moslims kan vergeleken worden met de zondag van de
christenen of de zaterdag van de joden.
De teleurstelling over het feit, dat de joden hem niet erkenden, was
er mede de oorzaak van dat Mohammed in Medina, naar waar hij in 622 was
uitgeweken, de vrijdag invoerde ter onderscheiding van de sabbat en de
zondag.
Het is geen rustdag, het dagelijks leven gaat normaal door. Alleen
is het aanbevolen en naar het voorbeeld van de profeet, zich op het vrijdagsgebed
en de feestgebeden voor te bereiden door een bad te nemen, reukolie te
gebruiken en schone kleren aan te trekken.
In de islamitische samenleving laat men vanaf een uur voor de gebedstijd
tot na het gebed de handel en alle bezigheden rusten.
De vrijdag is de dag van de 'djoem'ah'; het betekent dag van de samenkomst;
dat is de functie van deze dag: een samenkomst met een preek en gebed.
Dit gebed wordt wekelijks verricht, wordt voorafgegaan door een preek
(choetbah) en komt in plaats van en op de tijd van het middaggebed (zuhr).
In de preek worden zowel religieuze als wereldse adviezen gegeven.
Het is alleen een plicht voor mannen. Voor vrouwen, reizigers, zieken,
gebrekkigen en kinderen is het geen plicht. Als er een aparte ingang en
gebedsruimte voor vrouwen is in de moskee dan kunnen de vrouwen aan het
vrijdagsgebed deelnemen; vooral om door de preek kennis te verwerven.
In het jodendom is de sabbat ('s zaterdags), een bijzondere dag. Hij begint op vrijdagavond nadat de schemering verdwenen is en eindigt op zaterdagavond na de avondschemering. Hij is de zevende dag van de week. De jood onderhoudt de sabbat volgens het bevel van JHWH, die zelf zes dagen werkte en op de zevende dag rustte.
In het christendom wordt de zondag gevierd. Het Nieuwe Testament verhaalt
de verrijzenis van Jezus op de eerste dag van de week. Die dag krijgt omwille
van de verrijzenis vlug de betekenis van nieuw leven.
Aanvankelijk is er geen sprake van zondagsrust. De zondag was een gewone
werkdag. De joodse christenen hadden immers al de sabbat als dag-zonder-werken.
De heidenchristenen hadden naar analogie (in vergelijking met) de sabbat
hun saturnusdag (die samenviel met de sabbat) vrijgehouden van arbeid.
Daardoor kwam het trouwens dat de christenen op zondagavond samenkwamen,
na het werk dus. Pas op 3 maart 321 bepaalt keizer Constantijn bij wet
dat de zondag een rustdag is. Enkel de landbouwers mogen werken, opdat
zij tijden van goed weer niet zouden moeten missen. In 380 verbood het
concilie van Laodicea de christenen verder nog de sabbat te vieren.
0.5 DAG
De verschillende standen van de zon structureren het leven van de mens:
slapen gaan, opstaan, eten, werken, rusten enz... Het begin van de dag
is relatief. Sommigen bepaalden het begin van de dag bij het verdwijnen
van de avondschemering en het begin van de nacht; anderen bij de ochtendschemering;
nog anderen om middernacht enz.
De tijdsduur, die de aarde nodig heeft om een volledige omwenteling
om haar as te maken, is een dag.
Zo gebeurt het, dat gedurende een bepaalde tijd van de dag bepaalde
gedeelten van de aarde naar de zon gericht zijn, door de zon verlicht worden
en andere gedeelten afgewend zijn van de zon, niet door de zon belicht
worden.
Op bepaalde delen van de aarde schijnt de zon; daar is het dag; op
de bepaalde delen is het duister en is het nacht.
Een dag bestaat uit 24 uren of uit 2 x 12 uren.
De tijd gedurende dewelke de aarde het meest naar de zon gericht is,
noemen wij mid-dag (midden van de dag); het meest van de zon afgewend,
noemen wij middernacht (midden van de nacht).
De overgang van de duisternis naar het licht, van de nacht naar de
dag, noemen wij morgen; van licht naar duisternis, van dag naar nacht,
noemen wij avond. De tijd voordat de dag op zijn hoogtepunt is, noemen
wij voormiddag; de tijd nadat de dag op zijn hoogtepunt is geweest, noemen
wij namiddag.
In de islam wordt 5x daags gebeden: zonsonderganggebed, nachtgebed, ochtendgebed, middaggebed, namiddaggebed.
tijdstip van gebed tijdstip van gebed benaming
1 Vier minuten na zonsondergang vlak na zonsondergang tot de rode schemering
verdwijnt. In de winter vanaf 15.51 u., in de zomer tot na 21.00 u. salat-al-maghrib
= zonsonderganggebed
2 Wanneer de schemering voorbij is en het helemaal donker is
vanaf ongev. anderhalf tot twee uur na zonsondergang tot voor de eerste
ochtendschemering. salat-al-isha = nachtgebed
3 Bij het eerste licht in het Oosten tussen eerste ochtendschemering
en zonsopgang. Winter: soms pas om 6.43 u. Zomer: soms al om 2.39 u. salat-al-fajr:
dageraad - fadjr = ochtendgebed
4 Direct na het middaguur wanneer de zon begint te dalen vanaf ongev.
eeen kwartier na de hoogste stand van de zon tot de namiddag. Dit varieert
van 11.50 u. in de winter tot 13.13 u. in de zomer. salat-al-zoehr: middag
- zuhr = middaggebed
5 Tussen de middag en het invallen van de avond vanaf het laatste
gedeelte van de namiddag tot een half uur voor zonsondergang. Winter: al
om 14.00 u.. Zomer: soms pas om 17.19 u. salat-al-asr = namiddaggebed
De gebedstijden (salat) hangen samen met de zonsop- en ondergang en
de stand van de zon en verschillen dus door het jaar heen van dag tot dag.
Men kan een gebed niet verrichten voordat de tijd is aangebroken.
Er zijn drie momenten op een dag waarop het sterk afgeraden tot verboden
is om het islamitische gebed te verrichten.
1. Vanaf zonsopgang tot veertig minuten erna;
2. Vanaf het hoogste punt van de zon tot twintig minuten erna;
3. Vlak voor en tijdens zonsondergang, alleen als door onvoorziene
omstandigheden het Asr of namiddaggebed tot dit moment is uitgesteld, kan
het nog verricht worden.
EJn van de redenen voor deze 'afgeraden tijden' (kerahat-tijden) is
dat moslims nooit de indruk willen wekken zon- of vuuraanbidders te zijn.
In het jodendom wordt driemaal per dag in de sjoel of thuis het gebed (Hebreeuws: tefillah) gebeden (Het woord tefilla wordt ook gebruikt voor het joodse gebedenboek; dat boek wordt ook wel siddoer genoemd.) Het is het ochtendgebed (sjaggariet), het middaggebed (mincha) en het avondgebed (mangariew). Naast deze gebeden bestaat het nachtgebed, dat nooit in de sjoel, maar alleen thuis gebeden wordt. Het is het gebed voor het slapen gaan.
Monikken in het christendom bidden achtmaal per dag. Het eerste uur
van de dag is zes uur bij ons.
1. Ad matutinum (metten), die 's morgens vroeg worden gebed;
2. Ad laudes (lauden), bij zonsopgang;
3. Ad primam (horam) (primen om JJn uur nl. om zes uur 's morgens);
4. Ad tertiam (tertsen; om drie uur, nl. om negen uur in de voormiddag);
5. Ad sextam (sexten; om zes uur, nl. 'smiddags);
6. Ad nonam (nonen; om negen uur, nl. om drie uur 's namiddags);
7. Ad vesperam (vespers; 's avonds);
8. Ad completam (completen; om de dag te sluiten).
Op sommige plaatsen van ons land gebeurt het nog dat driemaal per dag ('s morgens, 's middags en 's avonds) de Angelus wordt geluid, waarbij de menswording van Jezus Christus wordt herdacht. Het heet angelus omdat het gebed begint met de woord: "De engel heeft aan Maria geboodschapt enz... Het klokje dat tot het gebed oproept, heet angelusklokje.
De islam kent vijf heilige nachten
datum Arabische benaming Turkse benaming betekenis uitleg
1. de 12de van de 3de maand (rabi' al-awal) maulid al Nabi'Id-Maulid
mevlit geboortedag van de Profeetfeest van de geboorte De preciese geboortedatum
van Mohammed in Mekka is onbekend. Mohammed stierf op 8 juni 632 in Mekka.Volgens
de traditie vond de geboorte en de dood van Mohammed op dezelfde dag plaats
2. de 27ste van de 7de maand (sjaban) lailat (nacht) al-miradj
de nacht van de hemelvaart van de Profeet de wonderbaarlijke reis van Mohammed
door de ancht van Mekka neeer Jeruzalem op de rug van een gevleugeld beest.
De plaats van het wonder waarbij hem de poorten van hemel en hel werden
getoond, wordt nu gemarkeerd door de Rotskoepelmoskee in Jeruzalem.
3. de 14de van de 8ste maand lailat al-bara'ah de nacht van de
verzoeningnacht van de slag van Badrnacht van het lot Hij vindt plaats
op de nacht van de volle maan en herdenkt formeel de verovering van Mekka
door Mohammed.
4. de 27ste van de 9de maand lalait al-kadr
al-qadr de nacht van de beslissing Mohammed ontving zijn eerste openbaring
tijdens de maand Ramadan in het jaar 610. Hij was toen ongeveer veertig.
Hij was bezig aan een van zijn regelmatige perioden van eenzame meditatie
in een grot die bekend staat als de Hira bij de top van de berg Jabal Nur,
in de buurt van Mekka, toen de aartsengel GabriNl (Jibreel) aan hem verscheen.
5.
Enkele aanvullingen bij de vijf heilige nachten
Lailat al-qadr (de nacht van de beslissing)
"De nacht van de beslissing is beter dan duizend maanden. De engelen
en de geest dalen erin neer met toestemming van uw Heer voor elke beschikking.
Vol vrede is hij tot aan de opkomst van de dageraad." (soera 97, 3-5)
0.6. DE SEIZOENEN
Gedurende de tijd van een jaar draait de aarde om de zon.
De aardas staat niet loodrecht op het vlak waarin de aarde zich rond
de zon verplaatst, maar maakt een hoek van ongeveer 23/4. Zijn winter-
(22 december) en zomersolstitium (21 juni) (solstitium betekent letterlijk
stilstand - stitium van de zon - sol; wij spreken van zonnewending; immers
er heeft een wending/ kering plaats nl. het tot stilstand komen van het
lengen of korten van de dagen en het begin van het tegendeel) de tijdstippen
waarop de poolafstand van de aarde tot de zon onderscheidelijk zijn grootste
(90/ + 23/4 = 113/4) en zijn kleinste gradenaantal (90/ - 23/4 = 66/6)
bereikt, men geeeeft ook bijzondere aandacht aan de tijdstippen waarop
deze poolsafstand juist 90/ bedraagt en men noemt ze lente- (21 maart)
en herfstequinoctium (23 september) (equinoctium = nachtevening: dag en
nacht zijn dan even lang).
De aanhoudende dagelijkse verandering van de poolafstand van de aarde
tot de zon brengt een voortdurende verandering mee in de verlichting van
de aardoppervlakten, hetgeen uiteindelijk de verklaring van de jaargetijden
of seizoenen geeft.
Bovenaan: solstitium of zonnestilstand of zonnewende van de winter
links: de dagen lengen
links midden: equinoctium of nachtevening van de lente
links onder: solstitium of zonnestilstand of zonnewende van de zomer
rechts: de dagen korten, de nachten worden langer
rechts midden: equinoctium of nachtevening van de herfst
0.7. DE DIERENRIEM OF ZODIAK
Langs de cirkelvormige baan die de zon in JJn jaar aan de sterrenhemel
doorloopt, had men in BabyloniN verschillende heldere sterren gegroepeerd
tot zogenaamde sterrenbeelden.
Deze sterrenbeelden langs de zonnebaan vormen de 'dierenriem' of zodiak.
We kunnen niet genoeg benadrukken dat deze sterrengroepen slechts op verbeelding
berusten; in feite liggen de sterren en de zon op onvoorstelbare
afstanden van de aarde en ze hebben in werkelijkheid niets met elkaar te
maken.
De BabyloniNrs kenden een reNle betekenis toe aan de sterrebeelden
of 'tekens' van de dierenriem. Zo regende het doorgaans overvloedig in
MesopotamiN als de zon in de 'Vissen' stond. Het spreekt vanzelf dat de
MesopotamiNrs aan die bepaalde groep sterren de naam of de de betekenis
'vissen' gegeven hebben. Toen waren immers de gezwollen rivieren vol vis.
Maar na enige tijd dachten ze gewoonweg dat het regende omdat de zon
juist in dat sterrebeeld stond. De Grieken namen sommige dierenriemtekens
van de BabyloniNrs over en voegden er figuren aan toe. Het uiteindelijke
aantal werd twaalf, en hierin vinden we waarschijnlijk het zoeken naaar
wiskundige volmaaktheid, eigen aan de Grieken, terug: het kan geen toeval
zijn dat de dierenriem nauwkeurig in twaalf gelijke delen werd verdeeld.
sterrebeeld van de dierenriem latijnse naam
23/12 - 20/1 steenbok capricornus
21/1 - 18/2 waterman aquarius
19/2 - 20/3 vissen pisces
21/3 - 20/4 ram aries
21/4 - 21/5 stier taurus
22/5 - 21/6 tweelingen gemini
22/6 - 23/7 kreeft cancer
24/7 - 23/8 leeuw leo
24/8 - 23/9 maagd virgo
24/9 - 23/10 weegschaal libra
24/10 - 22/11 schorpioen, adelaar, arend scorpius
23/11 - 22/12 schutter sagitarius
0.8. SLOTBEMERKINGEN
jaar maanden week dagen seizoenen
jaar 12 52 354/355 of 365/366 4
maand 12 4... 29 of 30
dagen 354/355 of 365/366 7
360/ (cirkel) 12 7 29 / 30 4
We hebben een aantal merkwaardige getallen aangetroffen, die in ons rekenkundig
stelsel een belangrijke rol spelen. Ook als symbolen vervullen zij een belangrijke
functie.
4 : standen van de maan; seizoenen. 7: dagen van de week. 12: maanden
van een jaar. 29: dagen in een maand. 30: dagen in een maand. 365: dagen
in een jaar.
Hieruit afgeleid zijn 360/, 90/, 12, 4.