INTERRELIGIEUZE EN INTERLEVENSBESCHOUWELIJKE VORMING - structurering van de tijd 


Religie.opzijnbest.nl

ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenaam : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.bijbelleerhuis.be (zie bijbel) . WEBLOG : BIJBELLEERHUIS
Nieuwe website : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , NIEUWE RUBRIEK : SPIRITUALITEIT , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen ,
- Eigen-zinnige beschouwingen - Het kleine of grote ongenoegen : Een bestelling in het buitenland

Interlevensbeschouwelijke dialoog, Abrahamhuis, interreligieus leren (van het net geplukt)interculturele en interreligieuze kalender,  Interreligieus leren in opvoeding en onderwijs (Bert Roebben), Interreligieus leren op de Brede School (Rotterdam), Interreligieuze levensdialoog, Interreligieuze school Ede, Islamitisch Dialoog-en Informatiecentrum, Kerkwerk Multicultureel Samenleven (KMS), Mehmet Aydin: biografie - conferentie in het Engels en in Nederlandse vertaling - verslag, Stichting Echelon en          levensbeschouwelijke communicatie, Trees ANDREE en Cok BAKKER: Religie, geweld en opvoeding tot vrede, Wat ons bindt (Frank Siddiqui)

INLEIDING

We leven in een multiculturele samenleving; groepen van mensen met verschillende culturen. Ofwel kunnen deze groepen los van elkaar leven ofwel kunnen deze groepen met elkaar dialogeren, begrip opbrengen voor elkaars eigenheid, van elkaar leren en elkaar beïnvloeden.
Wat voor de culturen geldt, is ook waar voor de multireligieuze samenleving. Dialoog, begrip, respect, wederzijdse beïnvloeding.
We zetten de verschillende godsdiensten en levensbeschouwingen niet op een rijtje naast elkaar. We benaderen ze vanuit een zestal invalshoeken; wat hebben mensen ervaren; op welke problemen zijn ze gestoten en hoe hebben ze een antwoord gezocht op die problemen; welke inzichten in de werkelijkheid hadden ze verworven? De vraag rijst of die inzichten nog waardevol zijn. Hoe hebben ze tijd en ruimte gestructureerd? Hoe moeten mensen handelen? Wat is goed? Wat is kwaad? Welke plaats neemt iemand in in de gemeenschap? Hoe is de samenleving georganiseerd?
Uiteindelijk gaat het erom hoe we zelf zin aan ons leven kunnen geven, hoe we de verschillende aspecten van het leven aan bod kunnen laten komen, hoe we een goed en zinvol leven kunnen leiden. Dat is een zaak van volwassenen. Enigszins wel. Volwassenen hebben meer mogelijkheden om zelf over hun handelen, structurering van tijd en ruimte, samenlevingsopbouw, ethiek enz. te beslissen. Kinderen en jongeren zijn hierin van volwassenen afhankelijk. Ze worden door volwassenen hierin binnen geleid.
In een multireligieuze samenleving gaan mensen anders om met plaatsen, tijd, ervaringen, ethiek, samenleving, inzichten enz... Kinderen maken deel uit van een bepaalde religieuze gemeenschap.
Leerkrachten krijgen kinderen van verschillende religieuze gemeenschappen in hun klas. Ze moeten rekening houden met de eigenheden van de verschillende religieuze gemeenschappen. Ze moeten voortdurend beseffen hoe kinderen in hun familie en hun gemeenschap met eten en drinken, bidden, rusten, ontspannen, werken, klussen opknappen, tijd en ruimte omgaan. Omdat kinderen deel uitmaken van een multiculturele en multireligieuze gemeenschap, zijn leerkrachten het aan zichzelf verplicht intercultureel te werken en respect op te brengen voor de religieuze verscheidenheid. Oplossing is geenszins dat men uit respect voor de verscheidenheid geen enkele religieuze vorming meer verzorgt.
Deze cursus is tamelijk theoretisch van aard. Leerkrachten zullen zich de vraag stellen wat deze bijbrengt naar de kinderen toe. In het huidige stadium wellicht niet zoveel. Misschien moeten we bij de studie van de godsdiensten en levensbeschouwingen voortdurend de vragen wakker houden die onszelf bezig houden en die bij het werk naar kinderen zinvol zijn:
Welke ervaringen komen op me af? Welke oplossingen vind ik op kleine en grote problemen?
Welke inzichten verwerf ik in de werkelijkheid?
Wat is goed? Wat is kwaad? Wanneer handel ik goed of slecht?
Hoe structureer ik de tijd en de ruimte?
Hoe liggen de verhoudingen in de samenleving, klas, school?

We beginnen niet met de levensbeschrijvingen van de belangrijke stichters en gaan zo door tot onze tijd. We gaan uit van bepaalde verschijnselen: feesten, heilige tijden en heilige plaatsen en trachten zo dieper door te dringen in de godsdienst en/of levensbeschouwing.

0.1. DE VERSCHILLENDE DIMENSIES VAN EEN GODSDIENST/ LEVENSBESCHOUWING

GODSDIENST - DIMENSIE   BOEDDHISME HINDOEÏSME ISLAM JODENDOM CHRISTENDOM

ERVARINGSDIMENSIE
B.: Het komen tot verlichting !boeddha).Gautama Boeddha
H.: In alles is iets van het goddelijke aanwezig.  Er is Brahma, de ene God. Alle andere goden worden gezien als verschijningsvormen van Brahma.
I.: God wordt Allah genoemd.Mohammed
J.: De naam van God is JHWH: A Ik ben, die Ik ben d.w.z. Ik ben bij u. Een naam spreekt nooit Gods naam uit. Daarom zegt hij Adonai: mijn Heer.Mozes
Ch.: Christenen zien God als een drie-eenheid: de Vader, de Zoon (Jezus) en de heilige Geest.Jezus Christus
DOCTRINELE DIMENSIE (GELOOFSLEER) Het universele lijden vindt zijn oorzaak in de begeerte naar aardse, vergankelijke dingen. Door een juiste levenswandel moet dit lijden opgeheven worden door de begeerte te overmeesteren. Zo kan de gelovige uiteindelijk een toestand van eeuwige gelukzaligheid (nirwana) bereiken. De juiste levenswandel bestaat in het streven naar wijsheid, d.w.z. inzicht in de wereldwet (dharma). Het komt erop aan zich te verzekeren van een goede reïncarnatie (in een hogere kaste) door het doen van goede daden (dharma). A Er is maar een God (Allah) en Mohammed is zijn profeet @. In deze korte geloofsbelijdenis wordt de geloofsleer van de islam samengevat. De moslim wil zich onvoorwaardelijk aan de wil van Allah onderwerpen. De jood dankt en prijst JHWH om wat Hij voor zijn volk in de geschiedenis heeft gedaan: daden van bevrijding uit de slavernij. Vooral door als rechtvaardige (tsadik) te leven. Verder is er het geloof dat Gods gerechtigheid uiteindelijk op aarde gevestigd zal worden, door de bemiddelende komst van een verlosser: de Messias. Christenen proberen, in navolging van Jezus Christus, de Zoon van God, en door bemiddeling van zijn heilige Geest, het Rijk van God op aarde naderbij te brengen, d.i. een rijk van vrede, rechtvaardigheid en liefde. Daartoe moeten zij God liefhebben en de medemens (het dubbele liefdesgebod).
ETHISCHE DIMENSIE (GEDRAGSREGELS) De weg naar een toestand van eeuwige gelukzaligheid (nirwana) is aangegeven met de A vier edele waarheden @ en het A edele achtvoudige pad @.  Degenen die reeds tot wijsheid gekomen zijn (boeddha=s) kunnen de gelovige tot voorbeeld en leidsman zijn. ADharma@ betekent: orde, regelmaat, harmonie, allereerst in de wereld, de kosmos. Dharma duidt alle daden aan die in overeenstemming zijn met deze wereldorde. Goede daden (dharma) zijn afhankelijk van iemands plaats in het kastenstelsel. Iedereen dient zich te gedragen volgens de Adharma van zijn eigen kaste. 1. Onderwerping aan Allah (islam).2. Het vervullen van de godsdienstige plichten nl. De vijf zuilen).3. De lofprijzing van Allah in het algemeen (iman). Tsedek (gerechtigheid, rechtvaardigheid) is het centrale begrip om het joodse ethische gevoel aan te duiden. Het jodendom kent geen systeem van gedragsregels. De tsadik (rechtvaardige) is degene die God welgevallig is en zijn medemensen recht doet.  De christelijke ethiek bestaat in een navolging van Jezus Christus. Deze navolging bevat twee aspecten: God liefhebben en de naaste (medemens.
SOCIALE DIMENSIE Er zijn monniken en leken.De monniken hebben een centrale plaats en functie. Voor de monniken is de relatie leraar  -  leerlingen zijn belangrijk. Kloosters,  tempels, heiligdommen De maatschappij is geordend volgens vier kasten: 1. De Brahmanen (priesters)2 De Ksaatrija (soldaten)3. De Vaisja (boeren)4. De Soedra (dienaren) Hierbuiten staan de paria’s (kastenlozen). De godsdienstige leider is de imam. De kalief is de hoogste geestelijke leider.Moskee Zionisme, het streven naar een eigen land voor het joodse volk. De joden buiten Israël leven in de diaspora. De christenen zijn gegroepeerd in verschillende kerken: 1. De rooms-katholieke kerk2. De protestantse kerken3. De oosters - orthodoxe kerken4. De anglicaanse kerkenDe katholieke kerk is zeeer hierarchisch opgebouwd.
RITUELE DIMENSIERiten rond de levensloop van de mens- Geboorte- Puberteit- Huwelijk- StervenRiten in de jaarcyclus- NieuwjaarRiten in het dagelijks leven  Samskara=sDivali-, Holi-, Wagenfeest Id al Fitr, Id al ad’ha Besnijdenis, Bar/bat MtswaNieuwjaarsfeest, Kol Nidrei, Yom Kippoer, Pesach, Loofhuttenfeest, WekenfeestSabbat Doopsel, vormsel, eucharistie, biecht, huwelijk, priesterschap, ziekenzalvingadvent, Kerstmis, 40-dagentijd, Pasen, Hemelvaart van Jezus, Pinksteren
HEILIGE  BOEKEN Tripiraka (de drie manden)1 Vinaya-oitaka2 Sutta-pitaka3 Abhidhamma-pitaka Bhagavad GitaUpanishadsVeda=sRamayana Koran Tenach1 Torah2 Nebiim3 Ketubim Bijbel1 Oude Testament2 Nieuwe Testament

0.2. NAAMGEVING

GODSDIENST boeddhismepersoon: Boeddha(bijnaam) hindoeïsmeplaats: India (Indusvallei) islamhouding: onderwerping jodendomplaats: Juda (k) christendom persoon: Christus(bijnaam)
AanhangerBijvoeglijk naamwoord boeddhistboeddhistisch hindoehindoeïstisch moslimislamitisch joodjoods christenchristelijk
Stichter Boeddha - Mohammed Mozes Jezus Christus
Tijd rond 563-480 voor Christus vanaf 2000 voor Christus 570-632 Abraham: rond 1800 voor Christus bij het begin van de christelijke tijdrekening
Plaats India (Indusvallei) India (Ganges) Saoedi-Arabië; Mekka en Medina Egypte  -  Sinaï  - Kanaän Palestina - Galilea - Jeruzalem

Wij willen stilstaan bij een aantal godsdiensten. In deze paragraaf willen we aandacht schenken aan de woordvorming.

We bespreken vooreerst de uitgangen van de woorden.
Enkele woorden eindigen op -isme: boeddhisme en hindoeïsme,
-isme is een uitgang om een leer of een levensbeschouwing aan te duiden. -isme is afkomstig van het Franse -isme, dat op zijn beurt afkomstig is van het Latijnse -ismus en het Griekse -ismos. Een aanhanger van een -isme is een -ist, zoals boeddhisme - boeddhist.. Let evenwel op: een aanhanger van het hindoeïsme wordt geen hindoeïst, maar een hindoe genoemd. In het Frans spreekt men van judaïsme en christianisme om respectievelijk het jodendom en het christendom aan te duiden.
-dom. Het achtervoegsel -dom (het Duitse -tum) zou afkomstig zijn van >doem=, dat  >stand, toestand= betekent De woorden joden-dom en christen-dom zijn met het achtervoegsel -dom gevormd.

Het eerste gedeelte van woord
 het woord werd gevormd op grond van de naam van de gelovige (enkelvoud: jood, meervoud: joden; christen), van een bijnaam van de stichter (boeddha) of van de bewoners van een bepaald gebied (Juda -> jood; Indus -> hindoe).
BOEDDHISME: de godsdienst, genoemd naar Boeddha = de verlichte, de bijnaam van Siddharta Gautama (geboren in 553 voor Christus), de stichter van het boeddhisme.
HINDOEÏSME: de godsdienst, genoemd naar de bewoners bij de rivier de Indus.
ISLAM: de godsdienst, genoemd naar de houding van de gelovigen ervan. Islam betekent overgave, onderwerping. Het betekent de overgave of onderwerping van de gelovige moslims aan de wil van Allah. Het woord islam is afkomstig van de Arabische stam slm: zich onderwerpen. Moslim is een deelwoord van het werkwoord slm (aslama: zich overgeven; salama: gered worden); m is een voorvoegsel om het deelwoord aan te duiden, zoals we dat ook in het Nederlands kennen, b.v. spreken - gesproken - ge-sprek - spreker). Moslim betekent: degene die zich onderwerpt. Het komt ook voor dat men het woord islamiet gebruikt, waarvan het bijvoeglijk naamwoord islamitisch is afgeleid.
De stichter van de islam is Mohammed (geboren: 570; gestorven: 632). In tegenstelling tot de christenen, die zich naar Christus laten noemen, laten moslims zich niet Mohammedanen noemen.
JODENDOM: de godsdienst, genoemd naar de gelovigen (joden), waarvan de oorsprong bij de bewoners van  Juda (IsraNl) ligt. Het woord jood is dus gevormd naar het woord Juda.
CHRISTENDOM: de godsdienst, genoemd naar de gelovige (christen). Christen is afgeleid van het Latijnse woord christianus, dat op Christus teruggaat. Christus, de bijnaam van Jezus. Christus is een Latijns woord; het is een transcriptie van het Griekse woord Christos, dat een vertaling van het Hebreeuwse woord Messiah is. Het betekent gezalfde. De eerste twee letters van het Griekse woord zijn chi (kleine letter , hoofdletter ) en ro (kleine letter , hoofdletter , geschreven zoals onze hoofdletter P). Vaak worden de twee letters, de chi en de ro  door elkaar geschreven als     . Dit teken wordt gebruikt door de katholieke  jeugdbeweging chiro. Vaak wordt dit teken ook gelezen als p x (wat een foutieve lezing is). Hiervan afgeleid komt de benaming pax Christi (de vrede van Christus), een katholieke wereldbeweging die zich inzet voor vrede in de wereld.

0.3. Stromingen

 boeddhisme hindoeïsme islam jodendom christendom
 Theravada  soennieten (koran en hadrith)  orthodoxen
 Mahayana  sji’ieten (sjia: partij)  protestanten
     anglicanen

In het boeddhisme zijn twee grote richtingen ontstaan:
- het zuidelijk boeddhisme (omdat dit soort boeddhisme in meer zuidelijke landen van AziN wordt beleefd) of Theravada ('de weg der ouderen'). Deze richting houdt zich streng aan de oorspronkelijke woorden van de boeddha, zoals die opgetekend zijn in de zogenaamde Pali-canon. Deze versie gaat uit van de idee, dat ieder verantwoordelijk is voor zichzelf om ooit het nirvana te bereiken.
- het  noordelijk boeddhisme of  Mahayana ('groot voertuig'). Volgens deze richting moet iedereen in staat zijn de verlossing te bereiken.

In de islam bestaan twee belangrijke strekkingen: de soennieten en de sji'ieten.
Soennieten is afgeleid van 'soenna': leefregel, gewoonte. Het zijn moslims die naast de koran ook de soenna bepalend vinden voor hun geloof. Alle gebruiken en voorbeelden van het gedrag van de profeet Mohammed, verslagen over wat hij heeft gezegd en gedaan en verhalen over zijn leven worden de soenna genoemd. Hiertoe behoren de hadiths en de siera (levensbeschrijving van de profeet Mohammed). De soenna is niet in boekvorm, zoals de verzamelingen hadiths en de levensbeschrijving.
De sji’ieten zijn de moslims, die Ali, de neef en schoonzoon van Mohammed, als enige rechtmatige kalief na de dood van Mohammed erkennen en het kalifaat voor de nakomelingen van Ali opeisen.
In het  christendom onderscheiden we katholieken, orthodoxen, protestanten en anglicanen.
In het vroege christendom bestonden er vijf patriarchaten (een soort kerkprovincie): Rome (de zetel van Petrus, de eerste paus, en zijn opvolgers; hoofdplaats van het Romeinse rijk, later van het West-Romeinse rijk), Constantinopel (hoofdplaats van het Romeinse rijk, later van het Oost-Romeinse, vervolgens van het Byzantijnse rijk tot 1453; in het huidige Turkije), Jeruzalem (de hoofdstad van Juda; de startplaats van het christendom), Alexandrië (Egypte) en AntiochiN (Syrië). In 1054 kwam er een breuk tussen de kerk van Rome en die van Constantinopel, tussen de westerse, Latijnse of Rooms-katholieke kerk en de oosterse, Griekse of Byzantijnse kerk. De oosterse christenen, die niet met Rome verbonden zijn, heten orthodoxen. Sommige oosterse kerken herstelden de band met Rome en worden geünieerde oosterse kerken of uniaten genoemd. Door emigratie bevinden zich allerlei oosterse kerken in het Westen.
In de 16de eeuw kwamen verschillende breuken in de Rooms-katholieke kerk. Wegens hun protest tegen wantoestanden in de kerk worden zij samen 'protestanten' genoemd en wordt de gezamenlijke richting 'protestantisme' genoemd. Zij stuurden aan op hervorming.
Twee belangrijke takken komen voor in het protestantisme; ze worden genoemd naar hun inspirator: lutheranisme naar Luther (1483-1546); calvinisme naar Calvijn (1509-1564).
Sinds de regering van Hendrik VIII (1509-1547) bestaat de Engelse kerk; de christelijke godsdienst heet er anglicanisme.

HOOFSTUK 1: HEILIGE TIJDEN

http://webexhibits.org/calendars/calendar-ancient.html
 

INLEIDING

We maken veranderingen mee, in onszelf en buiten onszelf; in onszelf: we krijgen honger; we eten; we werken; we worden moe; we rusten; we slapen; we voelen ons uitgeslapen enz.; buiten onszelf: de zon gaat op en onder; het wordt licht en donker; dagen worden langer en korter; de zon staat hoog of laag aan de hemel; de natuur slaapt of ontluikt. We ervaren in en buiten onszelf de opeenvolging van een aantal veranderingen; we ervaren tijd. We ervaren het nu; we kunnen terugkijken naar het verleden; we kunnen plannen maken voor de toekomst; we kunnen natuurlijke of kunstmatige tijdseenheden gebruiken. Hierin moeten kinderen meer inzicht verwerven. Dat gaat slechts langzaam.
Godsdiensten en levensbeschouwingen hebben pogingen gedaan om de tijd van de mensen te structureren: tijden van werken en rusten; van bezig zijn met alledaagse dingen en feesten; van opstaan en slapen gaan; van eten, ontspannen en bidden; van kind zijn en volwassen worden; van geboorte en dood.
In onze tijd kunnen mensen in vele gevallen hun tijd zelf structureren; ofwel ondergaan ze de tijd en zijn ze er slaaf van ofwel zijn ze zelf zeer actief betrokken in het structureren van hun tijd; de tijd van werken en rusten; eten en ontspannen; vrijen en klusjes opknappen.
Dit hoofdstukje over de heilige tijden heeft de bedoeling inzicht te verwerven in de structurering van de tijd door enkele godsdiensten en levensbeschouwingen. Dat inzicht moet ons kunnen helpen om beter onze eigen tijd te structureren en aan de verschillende aspecten van het leven recht te doen, want uiteindelijk gaat het erom hoe we zin geven aan het leven en de verschillende aspecten ervan voldoende aan bod laten komen. Leerkrachten hebben de opgave kinderen in te wijden in het tijdsbesef.

0.1. TIJDREKENING

AD: Anno Domini = in het jaar van de Heer
AH: Anno Hidjrae = in het jaar van de uitwijking (islamitische tijdrekening)
AM: Anno mundi: in het jaar van (de schepping van) de wereld

GODSDIENST boeddhisme hindoeisme islam jodendom (k) christendom
tijdrekeningbegin 28/1/1998: China: 2549Japan: 2658India: 1920 verschillende kalenders en tijdrekeningen 27/4/1998: 141916/7/622: uitwijking van Mohammed van Mekka naar MedinaIran: 1377 1-2/10/1997: 57583761 voor Chr.: schepping van de wereld 1/1/19981: geboorte van Jezus

Mensen worden geboren en mensen sterven. Koningen en keizers worden gekroond, regeren en sterven. Een paus wordt gekozen; een bisschop wordt gewijd. De ene volgt de andere op.
Een probleem van structurering van de tijd is het bepalen van het begin. Het absoluut begin kennen we niet; we weten niet wanneer precies het heelal ontstaan is, wanneer de aarde leefbaar werd, wanneer de mens op aarde is verschenen. Daarom hebben mensen zelf een begin bepaald; een relatief begin, want er is een tijd ervoor - een verleden - en er is een tijd erna - een toekomst.
Een koning, een rijk, een macht heeft wel eens de neiging om het beslissend moment van de geschiedenis bij zichzelf te leggen; zo gebeurde dat bepaalde beslissende momenten als het tijdsbegin worden aangeduid.
Een kalender doorbreekt het denken dat alle bestaan een cyclisch verloop kent (ontstaan - volwassen worden - sterven), maar geeft aan dat alle bestaan opgenomen is in een geschiedenis (evolutie - ontwikkeling) m.a.w. dat de geschiedenis lineair is.
Omdat onze westerse cultuur heel wat schatplichtig is aan het vroegere Romeinse Rijk, beginnen we met het Oude Rome.

In de  Oudheid heeft de stad Rome een tijdrekening gebruikt, waarin de tijd berekend werd naar de stichting van de stad Rome. De jaren na de stichting van de stad Rome werden aangeduid als anno  X ab urbe condita (a.u.c.),  d.w.z. in het jaar X sinds de stichting van de stad (Rome). De legendarische stichting van de stad Rome viel in 754 v. Chr.
Ook Napoleon heeft een eigen tijdrekening ingevoerd.
De westerse tijdrekening is over het algemeen de christelijke tijdrekening, zo genoemd omdat de tijd berekend wordt naar de geboorte van Jezus Christus. Men ging ervan uit om de geboorte van Jezus als het begin van onze tijdrekening te beschouwen (het jaar 1). In de loop der tijden kwam men echter tot de vaststelling dat men in zijn berekening enkele fouten had gemaakt en dat het geboortejaar van Jezus vroeger moest gedateerd worden.
De jaren voor het jaar 1 worden door een minteken voor het jaartal aangeduid, b.v. -57 betekent 57 jaar voor het jaar 1; de jaren na het jaar 1 door het jaartal (zonder plusteken) b.v. 1997 betekent 1997 jaar na het jaar 1.

In India is een groot aantal kalenders en tijdrekeningen gebruikt, wat mede veroorzaakt is door de grootte van het land en het ontbreken van eenheid.
In Noord-India wordt de maankalender van de Vikrama-tijdrekening (tijdperk 57 v. Chr.) gebruikt.
In Zuid-India geldt de Saka-tijdrekening (tijdperk 78 n. Chr.).
In  Bengalen wordt een zonnekalender gebruikt tezamen met de Bengali San tijdrekening (tijdperk 1556 n. Chr.).
De Ilahi-tijdrekening, ingevoerd door Akbar, is dezelfde als de Nauroz-tijdrekening, die op zijn beurt weer identiek is.

De joden hebben een eigen tijdrekening. In de nacht van 1 op 2 oktober 1997 is het nieuwe maan en begint het joodse jaar 5758. De joodse jaartelling begon in 3761 voor het begin van de christelijke jaartelling. Volgens traditionele berekeningen was dat het moment van de schepping.

Ook de moslims hebben een eigen jaartelling.
In 1998 valt het islamitische nieuwjaar op 27 april. Dan is het het begin van het islamitische jaar 1419. De islamitische kalender is volgens de traditie omstreeks 640 ingevoerd door kalief Omar. Hij laat de jaartelling beginnen met de uitwijking van de profeet Mohammed van Mekka naar Medina in 622. Dat is volgens de gregoriaanse kalender vrijdag 16 juli 622.
Hidjra, in het Westen soms Hegira genoemd, betekent emigratie, vertrek uit het vaderland. Het is meeer dan een geografische verplaatsing, het is een ware breuk met de familie en de clan en een verbintenis met andere clans. De hidjra is een van de belangrijkste gebeurtenissen in de geschiedenis van de islam, want zij deelt de tijd in tweeën. Ervoor ligt de tijd waarin de maatschappij in stammen was georganiseerd; erna begint een tijd die gebaseerd is op de islam, die zowel een religieuze boodschap is als de organisatie van een geloofsgemeenschap.
Dus Hidjra 1.1.1 komt op de gregoriaanse kalender overeen met 16 juli 622.

We hebben dus verschillende kalenders en tijdrekeningen. Er is een beginpunt gemaakt, van waaruit dan het verleden en de toekomst kon worden bepaald.

0.2. JAAR (ZONNE- EN MAANJAAR)

De veranderingen binnen onszelf zijn heel verschillend van persoon tot persoon en zijn dus moeilijk te hanteren voor een grote groep mensen. De veranderingen buiten onszelf, die evenwel een grote invloed op ons uitoefenen, worden bepaald door de stand van de zon en de maan.
In onze cultuur  wordt weinig of geen rekening gehouden met de stand van de maan. We hebben verlichtingsmogelijkheden genoeg en kunnen het gerust zonder het licht van de maan stellen. Religies structureren hun tijd aan zon en maan. Hierbij gaat het niet louter om de zakelijke tijd; hierbij is veel symboliek gemoeid. Het gaat om nieuw beginnen, groeien, tot volheid komen, afzwakken en sterven. Religies structureren het leven.

 boeddhisme hindoeïsme islam jodendom christendom
solair systeem (sol = zon): 365 1/4 dagenzonnekalender     solair systeemzonnekalender
lunair systeem (luna = maan) 354 of  355 dagenmaankalender   maankalender maankalendercyclus van 19 maanjaren
combinatie van beide    7 jaren met een schrikkelmaand in de cyclus van 19 maanjaren

Een jaar is de tijd die de aarde nodig heeft om een kring om de zon te maken. Een jaar duurt 365 1/4 dagen, precieser 365 dagen 5 uur, 48 minuten en 46,08 seconden.. Een maan-d is de tijd die de maan nodig heeft om een kring om de aarde te maken. Dat is 29 dagen, 12 uren, 44 minuten en 3,5 (2,8 ?) seconden of 29,530588 dagen. Men kan de tijd meten naar de stand van de zon, of naar de stand van de maan. De maantijd-kalender noemt men ook lunaire kalender (luna = maan) of maankalender. Een maanjaar is de tijd die de maan nodig heeft om twaalf keer om de aarde te draaien. Dat is iets langer dan 354 dagen. De zonnetijd-kalender noemt men ook solaire kalender (sol = zon) of zonnekalender. Dat duurt iets langer dan 365 dagen. Een zonnejaar is ongeveer elf dagen langer dan een maanjaar.
Het is toeval dat de lengte van het jaar in dagen zo dicht ligt bij het zeer ronde getal 360, dat op zijn beurt  weer toevallig heel dicht ligt bij 12 maal de periode van de maan. Zulk toeval helpt een beetje, maar niet genoeg. Reusachtig veel vernuft is geïnvesteerd om de verschillen weg te werken.
Wanneer men aan het maanjaar niet enkele dagen toevoegt, zal het elk jaar elf dagen korter zijn dan het zonnejaar. De feestdagen, die in een bepaald seizoen horen te vallen, raken dan helemaal in de war. Na een aantal jaren kan men paaseieren gaan rapen in de sneeuw.
Mensen die met maanjaren rekenen,  proberen dat op verschillende manieren op te lossen.
In de oudste kalenders, ontstaan in het Nabije Oosten, kende men alleen een systeem, gebouwd op maanomlopen.
Reeds in Babylonië werd echter deze maankalender ingepast in een zonnekalender, het zogenaamde lunisolaire systeem. Daarom werd een schrikkelmaand ingevoegd.
Elke griekse stad had een eigen systeem; het best bekend is dat van Athene, waar men afwisseleend werkte met maanden van 29 en 30 dagen, zodat het jaar op 354 dagen kwam. De maanden werden genoemd naar de godsdienstige feesten, een herinnnering aan het feit dat de kalender een sacrale (heilige) oorsprong heeft. De maand begon met nieuwe maan en was in 3 periodes verdeeld.
Bij de Romeinen kende men eerst alleen 10 maanden (maart - december) met een lacune in de winter; later kwam januari - februari erbij. Ze waren alle op de maanomloop gebaseerd, zodat het jaar op 355 dagen uitkwam. Nu was weer telkens een schrikkelmaand nodig, doch dit systeem was zo inefficiNnt, dat Julius Caesar in 46 v. Chr. een nieuwe kalender liet ontwerpen; het is de Juliaanse kalender, gebaseerd op het egyptische solaire systeem, waarin het jaar op 365 1/4 dagen kwam. In de Juliaanse kalender hebben de gewone jaren 365 dagen, maar elk jaar waarvan het nummer deelbaar is door 4 heeft een extra dag, de 29ste februari, waarmee het aantal dagen op 366 komt. Het gemiddelde Juliaanse jaar heeft derhalve 356,25 dagen en loopt daarmee een dag per 128 jaar voor.
Deze kalender heeft tot 1582 bestaan. Toen werd een correctie van 10 dagen aangebracht door Gregorius XIII omdat de kalendertijd niet meer overeenstemde met het natuurgebeuren. Vandaar wordt deze kalender de juliaans-gregoriaanse kalender genoemd.
De juliaans-gregoriaanse kalender lost het probleem van de overeenstemming van het maanjaar met het zonnejaar als volgt op. Oorspronkelijk waren de maanden januari en februari de laatste maanden. Maan-jaar: (6 x 29) + (6 x 30) = 354 dagen.  12 dagen werden toegevoegd  en van de laatste maand (februari) een dag afgetrokken (354 + 12 - 1 = 365). Praktisch om de vier jaar wordt aan februari een dag toegevoegd (28 + 1 = 29). Dat jaar wordt schrikkeljaar genoemd. Deze Gregoriaanse kalender bevat ten opzichte van de Juliaanse een kleine maar belangrijke verbetering. De jaren deelbaar door 100 zijn geen schrikkeljaar, uitgezonderd degene die door 400 deelbaar zijn en die juist wel een schrikkeljaar zijn. De Gregoriaanse kalender loopt een dag per 3333 jaar voor.

naam van de maand maan-dagen toevoeging totaal
maart 30 + 1 31
april 29 + 1 30
mei 30 + 1 31
juni 29 + 1 30
juli 30 + 1 31
augustus 29 + 1  + 1 31
september 29  + 1 30
oktober 30 + 1 31
november 29 + 1 30
december 30 + 1 31
januari 30 + 1 31
februari 29 - 1 28

Een andere oplossing is het toevoegen van een extra maand, die ze schrikkelmaand noemen, zodat de kalender weer overeenkomt met de seizoenen. Joden voegen  7X (elk 3de, 6de, 8ste, 11de, 14de, 17de en 19de jaar) van een cyclus van 19 jaar een tweede lentemaand of een dertiende maand toe die ze Addar II noemen.
Een andere manier om het verschil tussen zonnetijd en maantijd te regelen, is niets doen. Zo pakken de moslims het aan. Ze veranderen hun maankalender wel een beetje. In dertig jaar voegen ze elf keer één dag toe aan de laatste maanmaand van het jaar. Maar dan nog komen de maanden van de moslims elk zonnejaar ongeveer tien dagen vroeger.

We hebben ontdekt hoe een jaar wordt berekend. We kennen een solair, lunair en lunisolair systeem. We hebben hier stilgestaan bij het jaar als geheel. Nauw hiermee hangt natuurlijk het feest van nieuwjaar samen. We behandelen nieuwjaar hier niet omdat we bij nieuwjaar ons eerder toespitsen op het begin, de eerste dag van het jaar.

0.3. MAAND

Mensen hebben nood aan een begin en een einde. Dat is zo voor de beleving van de dag, de week, het jaar. Dat is ook zo voor de maand. Het begin van een maanstand is het gemakkelijkst vast te stellen bij  het zichtbaar worden van de kleine sikkel van de nieuwe maan. Sommige culturen plaatsen hun feesten bij nieuwe maan, andere bij volle maan.
Tussen het verdwijnen van de maansikkel van het laatste kwartier en het verschijnen van de maansikkel van de nieuwe maan verlopen drie dagen, waardoor deze drie dagen symbool werden van sterven en verrijzen.

Maan-d, gevormd van 'maan', duidt een 'maan-omloop' aan; te vergelijken met het latijn: 'mensis': maand, en het grieks 'mana': maan; af te leiden van de indogermaanse wortel 'me': meten; de maan is dan de 'tijdsmeter', wat hij inderdaad van de vroegste tijd is geweest. De Germanen berekenden de tijd naar nachten, zegt reeds Tacitus ( Marcus Claudius (200-276) Romeins keizer (275-276).
De satelliet van de aarde is de maan. (Natuurlijk of kunstmatig lichaam dat om een ander lichaam draait hetgeen zo veel meer massa bezit, dat het zwaartepunt van het massasysteem vrijwel in het zwaartepunt van de zwaarste massa ligt.) De tijd die de maan nodig heeft om een kring om de aarde te maken, was oorspronkelijk een maan-d.
Zoals reeds gezegd, bestaat een maand uit 29 dagen, 12 uren, 44 minuten en 3,5 seconden. In sommige culturen bestaat een maand afwisselend uit 29 en 30 dagen.
Vanaf  de eerste ‘wassende maansikkel’ via ‘halve maan, eerste kwartier’ en ‘driekwart maan’ tot ‘volle maan’ spreken we van ‘wassende maan’. Als de maan volledig rond zichtbaar is, spreken we van volle maan. Nu staat de aarde tussen zon en maan. Afnemend of ‘krimpend’ is de maan vanaf volle maan via de ‘afnemende driekwart maan’, ‘halve maan, laatste kwartier’ en ‘afnemende maansikkel’ terug naar ‘nieuwe maan’. Bij nieuwe maan staat de maan tussen aarde en zon in - dus dichter bij de zon dan de aarde - en wordt zij door de zon overstraald. Dat is de reden waarom we de maan in die periode niet kunnen zien.

In het jodendom en in de islam begint een nieuwe maand telkens met nieuwe maan. In het hindoeïsme loopt iedere maand van volle maan tot volle maan en wordt verdeeld in een lichte helft en een donkere helft.

We bekijken de verschillende islamitische maanden wat van nabij. Ofschoon de namen van de islamitische kalender nog doet denken aan een oude arabische zonnekalender, zijn de maanden van de islamitische kalender geenszins gebonden aan seizoenen. Dat heeft tot gevolg dat de feesten eerder te maken hebben met het leven van Mohammed of met belangrijke personen en feiten van de islam.
Muharram, de heilige maand, is de eerste maand. Het eerste feest, de Asjoera, vindt plaats op de tiende dag. Asjoera ontstond uit het joodse paasfeest en is voor de moslims tevens de dag dat Noeh (Noach) de ark verliet. De sjiVeten herdenken die dag de marteldood van de kleinzoon van Mohammed.
Safar, de maand die leeg is, de tweede maand, wordt gekenmerkt door een langdurige ziekte van de Profeet, waardoor hij niet in staat was nieuwe openbaringen te ontvangen. De laatste woensdag wordt het herstel van de Profeet gevierd met een soort carnaval.
Rabi-al-awal, de lente, is de derde maand. De naam, die niet toepasselijk is, is wellicht een overblijfsel van de oude Arabische kalender, die wel op de zonnewende gebaseerd was. Het grootste deel van de maand wordt besteed aan de herdenking van de geboorte en de dood van Mohammed, die volgens de traditie op dezelfde dag vielen. Moslims vieren de Id-Mawlid al-Nabi met geschenken en het branden van wierook en kaarsen. Vergelijkingen met Kertsmis zijn uit den boze, want de moslims vereren Mohammed niet als een God.
Rabi al-achir, de maand na de lente, is de vierde maand, die weinig betekent voor soenieten en sjiVeten, maar wel voor de soefi's, vooral in India en Pakistan. Ze houden feesten ter ere van de heilige Abd-al Qadir, de stichter van een belangrijke orde.
Jumada-l-awal, de eerste maand van de droogte, en Jumada-l-achir, de tweede maand van de droogte zijn respectievelijk de vijfde en de zesde mand, waarin de belangrijkste feesten worden voorbereid.
Rajab, de eerbiedwaardige maand, de zevende maand, wordt gekenmerkt door de viering van de Ten-Hemel-Stijging van de Profeet, op de zeventwintigste dag. Sjieten vieren op de dertiende dag ook het martelaarschap van Ali, de schoonzoon van Mohammed.
Sjabaan, maand van de verdeling, de achtste maand, herdenkt tijdens de eerste nacht van de volle maan de verovering van Mekka.
Ramadan, de maand van de grote hitte, de negende maand. Het is de grote vastenmaand. De zevenentwintigste dag wordt de Nacht van de Macht gevierd. Gebeden tijdens die nacht worden volgens de traditie als 'krachtiger' beschouwd.
Sjawal, de maand  van de jacht, de tiende maand en Dhu-al kada, de maand van de rust, beginnen met het feest van het einde van de vasten (het Suikerfeest bij de Turken).
Dhu-l-hidjah, de maand van de hadj, de laatste maand, is de maand van de bedevaart. De tiende dag is de heiligste van het hele jaar, want dan wordt de bereidheid herdacht van de profeet Ibrahim om zijn zoon te offeren uit gehoorzaamheid an Allah. Die dag slacht de moslim een dier, meestal een schaap, maar een geit, koe of kameel mogen ook.

 oorsprong   Sihks
januari (31) ianua: deur. De god Janus was de god van de tijd en van de vrede. De god Janus wordt vaak  met twee gezichten afgebeeld. Een jong gezicht en een oud. Deze twee gezichten stellen het oude en het nieuwe jaar voor.   Magh
februari (28 of 29) Genoemd naar de Romeinse godin Februa (de bij-naam van Juno) of naar februare, wat reinigen betekent. Februs, een Romeins reinigingsfeest   Phaganh
maart (31) Genoemd naar de Romeinse god Mars. Hij was de krijgsgod en de stamvader en stichter van het oude Rome. Hij wordt ook de vader van Romulus en Remus genoemd.   Chaiter
april (30) aperire: openen, ontluiken;aprilis is een bijnaam van Venus   Baisakh
mei (31) majus (van magnus): groter; genoemd naar Maia, de moder van de Romeinse god Mercurius   Jaith
juni (30) Juno, de Romeinse godin van het huwelijk   harh
juli (31) genoemd naar Julius Caesar (vroeger de maand quintilius)   Saun
augustus (31) genoemd naar keizer Augustus = verhevene   Bhadron
september (30) septem = zeven   Asoo
oktober (31) octo = acht   Katak
november (30) novem = negen   Maghar
december (31) decem = tien  Pausha Poh

oorsprong arabisch turks babylonisch hebreeuws Hindi Sihks
januari (31) ianua: deur. Janus: een god met twee gezichten. (1) muharram(de heilige maand) (30) Ocak Sebatu (11) Sjewat  Magha Magh
februari (28 of 29) genoemd naar Februs, een Romeins reinigingsfeest (2) safar (29)die leeg is subat (sjoebat) Addaru (12) Adar Phalguna Phaganh
maart (31) Mars: god van de oorlog. (3) rabi-al-awal (30) de lente mart Nisannu (1) Niesan (30) Chaitra Chaiter
april (30) aperire: openen, ontluiken;aprilis is een bijnaam van Venus (4) rabi-al-achir (29) de maand na de lente nisan Airu (2) Iejar (29) Vaishaka Baisakh
mei (31) majus (van magnus): groter; genoemd naar Maia, de moder van de Romeinse god Mercurius (5) jumada-l-awwal  (30) maand van de droogte mayis (majus) Sivanu (3) Siewan (30) Jyaistha Jaith
juni (30) Juno, de Romeinse godin van het huwelijk (6) jumada-l-achir (29) tweede maand van de droogte haziran Duzu (4) Tammuz (29) Ashadha harh
juli (31) genoemd naar Julius Caesar (vroeger de maand quintilius) (7) rajab (30) de eerbiedwaardige temmuz Abu (5) Aw (30) Shravana Saun
augustus (31) genoemd naar keizer Augustus = verhevene (8) sja'baan (29) maand van de verdeling aqustos (a`estos Ululu (6) Elloel (29) Bhadra Bhadron
september (30) septem = zeven (9) ramadan (30) maand van de grote hitte eylhl Tasritu (7) Tisjrie (30) Ashvina Asoo
oktober (31) octo = acht (10) sjawal (29) maand van de jacht ekim Arah-samna (8) Chesjwan (29) Karttika Katak
november (30) novem = negen (11) dhu-l-ka'da (30) maand van de rust kasim Kislou (9) Kislew (30) Aghan Maghar
december (31) decem = tien (12) dhu-l-hiddja (29 of 30) aralik (araluk) Tabitu (10) Teiweis (Te weth) (29) Pausha Poh

De twaalf maanden van het jaar vallen op natuurlijke wijze uiteen in vier seizoenen van elk drie maanden, de twaalf tekens van de dierenriem worden verdeeld in vier groepen die respectievelijk vuur, lucht, aarde en water worden verbonden. In veel kalendersystemen worden de twaalf maanden verdeeld in zes lange en zes korte maanden. De klok telt twaalf uren, die elk twee maal per etmaal worden aangewezen. Het twaalfdelig stelsel, met grondtal 12, staat toe dat derden, vierden en zesden heel eenvoudig worden voorgesteld.

0.4. WEEK

Tegenover de aarde neemt de aarde vier standen in: nieuwe maan (eerste kwartier), halve maan (tweede kwartier), volle maan (derde kwartier), halve maan (vierde kwartier).
Deze standen worden verklaard door de zichtbaarheid op aarde van de belichting van de maan door de zon.
We kunnen twee grote processen onderscheiden: wassende maan (van nieuwe maan tot volle maan) en afnemende maan (van volle maan tot nieuwe maan). In verschillende culturen worden sommige feesten bij nieuwe of volle maan gevierd.
De gemiddelde tijdsduur van een bepaalde stand van de maan t.o.v. de aarde is 29 1/2 gedeeld door 4 is 7; rest: 1 1/2 dagen.
Oorspronkelijk is een week de tijd die de maan gedurende een bepaalde stand t.o.v. de aarde in haar omloop om de aarde inneemt. Een week bestaat uit 7 dagen.
Vaak worden de dagen genoemd naar de planeten.
In ons zonnestelsel wordt de zon beschouwd als een vast hemellichaam d.w.z. als een hemel-lichaam dat zelf 'onbeweeglijk' is en waarrond andere hemellichamen draaien, die 'planeten' worden genoemd. Het woord planeet komt, via het volkslatijn 'planeta', van het Grieks planP-tPs (astPr): dwalende (ster), van het Grieks planaomai: ronddwalen, zweven.
De volgorde van de planeten volgens hun afstand tot de zon is: zon - Mercurius - Venus - aarde - Mars - Jupiter - Saturnus.


1. Links midden: zon
3. Links boven: Mars
5. Rechts boven:  Jupiter
7. rechts midden: Saturnus
2. Rechts onder: maan
4. Onderaan: Mercurius
6. Links onder: Venus

De  astrologische zeven-dagenweek is waarschijnlijk van Babylonisch-Assyrische oorsprong. Wanneer precies de Romeinen beginnen zijn hun dagen de namen van hemellichamen te geven, weten we niet. Het oude IsraNl had een week van 7 dagen, opgevat als een herinnering aan de 7 dagen waarin de wereld geschapen werd. De joodse dagen hadden geen eigen namen, maar werden als 'eerste dag', 'tweede dag' enz. aangeduid. Alleen de zevende dag, de rustdag, had een eigen naam, sabbat.
We weten wel dat de Romeinen, die een 8-dagenweek hadden gekend (met de achtste dag als marktdag), in ieder geval tijdens keizer Augustus, dus kort voor het begin van onze jaartelling, de zevendaagse planetenweek hadden.
Tot hun 7 planeten konden natuurlijk nog niet Uranus, Neptunus en Pluto behoren, die resp. in 1781, in 1846 en in 1910 ontdekt zijn. Er waren 5 planeten bekend: Saturnus, Jupiter, Mars, Venus en Mercurius. Het antieke zevental omvatte echter ook de Zon en de Maan. In de reeds aangestipte astrologische volgorde kregen de dagen van de week (in het latijn) de namen: Saturnus-dag, Zon-dag, Maan-dag, Mars-dag, Mercurius-dag, Jupiter-dag, Venus-dag. Daaraan beantwoordde bij de Grieken de reeks: Kronos-dag, Zon-dag, Maan-dag, Ares-dag, Hermes-dag, Zeus-dag, Afrodite-dag.  De dagen waren genoemd naar de planeten en deze op hun beurt naar de goden op de Olumpos.

Nederlands Arabisch Chinees Hebreeuws Engels Frans Turks
zon-dag al ahadeerste (dag) xing qi tiBnsjing tsic thjen jom Phadeerste dag sundayzon-dag dimanche (dies dominica: dag van de Heer) pazarpasar(markt)
maan-dag al ithnajntweede (dag) xing qi yisjing tsic jicx jom sjenitweede dag monday lundiluna = maan pazartesipasartesie
dins-dag ath thalathaderde (dag) ing qi Prsjing tsic ur jom sjelisiderde dag tuessay mardi (dag van Mars)Mars (gr. Ares) salisalu
woens-dag (Wodan) al arba'avierde (dag) xing qi sBnsjing tsic san jom revi'ivierde dag wednesday mecrediMercurius (gr. Hermes) Harsambatsjarsajamba
donderdag (Thonar) al chamiesvijfde (dag) xing qi sisjing tsic su jom hamisjivijfde dag thursday JeudiJupiter - Iovis (gr. Zeus) persembepersjembP
vrij-dagFreya al  dzjoemasamenkomst xing qi wjsjing tsic woe JvJd sjabbatvooravond van sjabbat friday VendrediVenus - Veneris(gr. Afrodite) cumadzjoemB
zater-dagSaturnus as sabtzevende (dag) xing qi lijsjing tsic ljo sjabbatsjabbat saturday SamediSaturnus cumartesi2 november 19972 november 1997dzjoemartesi

 Latijn Grieks Chaldeeuws Germaans
zon-dag sol HJlios Sjamasj zon
maan-dag luna SJlJnP Sin maan
dins-dag Mars Ares Nergal is genoemd naar de Germaanse  god Tiwas
woens-dag (Wodan) Mercurius Hermes Naboe was gewijd aan Wodan, de Germaanse oppergod
donderdag (Thonar) Jupiter (Iovis) Zeus Mardoek de dondergod Thor
vrij-dagFreia Venus Aphrodite Isjtar komt van Freia, de Germaanse godin van de liefde
zater-dagSaturnus Saturnus Kronos Ninib

Een week heeft een ritme van werken en ontspanning, van bezig zijn met alledaagse dingen en van onbekommerd zijn.

De vrijdag van de moslims kan vergeleken worden met de zondag van de christenen of de zaterdag van de joden.
De teleurstelling over het feit, dat de joden hem niet erkenden, was er mede de oorzaak van dat Mohammed in Medina, naar waar hij in 622 was uitgeweken, de vrijdag invoerde ter onderscheiding van de sabbat en de zondag.
Het is geen rustdag, het dagelijks leven gaat normaal door. Alleen is het aanbevolen en naar het voorbeeld van de profeet, zich op het vrijdagsgebed en de feestgebeden voor te bereiden door een bad te nemen, reukolie te gebruiken en schone kleren aan te trekken.
In de islamitische samenleving laat men vanaf een uur voor de gebedstijd tot na het gebed de handel en alle bezigheden rusten.
De vrijdag is de dag van de 'djoem'ah'; het betekent dag van de samenkomst; dat is de functie van deze dag: een samenkomst met een preek en gebed.
Dit gebed wordt wekelijks verricht, wordt voorafgegaan door een preek (choetbah) en komt in plaats van en op de tijd van het middaggebed (zuhr). In de preek worden zowel religieuze als wereldse adviezen gegeven.
Het is alleen een plicht voor mannen. Voor vrouwen, reizigers, zieken, gebrekkigen en kinderen is het geen plicht. Als er een aparte ingang en gebedsruimte voor vrouwen is in de moskee dan kunnen de vrouwen aan het vrijdagsgebed deelnemen; vooral om door de preek kennis te verwerven.

In het jodendom is de sabbat ('s zaterdags), een bijzondere dag. Hij begint op vrijdagavond nadat de schemering verdwenen is en eindigt op zaterdagavond na de avondschemering. Hij is de zevende dag van de week. De jood onderhoudt de sabbat volgens het bevel van JHWH, die zelf zes dagen werkte en op de zevende dag rustte.

In het christendom wordt de zondag gevierd. Het Nieuwe Testament verhaalt de verrijzenis van Jezus op de eerste dag van de week. Die dag krijgt omwille van de verrijzenis vlug de betekenis van nieuw leven.
Aanvankelijk is er geen sprake van zondagsrust. De zondag was een gewone werkdag. De joodse christenen hadden immers al de sabbat als dag-zonder-werken. De heidenchristenen hadden naar analogie (in vergelijking met) de sabbat hun saturnusdag (die samenviel met de sabbat) vrijgehouden van arbeid. Daardoor kwam het trouwens dat de christenen op zondagavond samenkwamen, na het werk dus. Pas op 3 maart 321 bepaalt keizer Constantijn bij wet dat de zondag een rustdag is. Enkel de landbouwers mogen werken, opdat zij tijden van goed weer niet zouden moeten missen. In 380 verbood het concilie van Laodicea de christenen verder nog de sabbat te vieren.

0.5 DAG

De verschillende standen van de zon structureren het leven van de mens: slapen gaan, opstaan, eten, werken, rusten enz... Het begin van de dag is relatief. Sommigen bepaalden het begin van de dag bij het verdwijnen van de avondschemering en het begin van de nacht; anderen bij de ochtendschemering; nog anderen om middernacht enz.
De  tijdsduur, die de aarde nodig heeft om een volledige omwenteling om haar as te maken, is een dag.
Zo gebeurt het, dat gedurende een bepaalde tijd van de dag bepaalde gedeelten van de aarde naar de zon gericht zijn, door de zon verlicht worden en andere gedeelten afgewend zijn van de zon, niet door de zon belicht worden.
Op bepaalde delen van de aarde schijnt de zon; daar is het dag; op de bepaalde delen is het duister en is het nacht.
Een dag bestaat uit 24 uren of uit 2 x 12 uren.
De tijd gedurende dewelke de aarde het meest naar de zon gericht is, noemen wij mid-dag (midden van de dag); het meest van de zon afgewend, noemen wij middernacht (midden van de nacht).
De overgang van de duisternis naar het licht, van de nacht naar de dag, noemen wij morgen; van licht naar duisternis, van dag naar nacht, noemen wij avond. De tijd voordat de dag op zijn hoogtepunt is, noemen wij voormiddag; de tijd nadat de dag op zijn hoogtepunt is geweest, noemen wij namiddag.

In de islam wordt 5x daags gebeden: zonsonderganggebed, nachtgebed, ochtendgebed, middaggebed, namiddaggebed.

 tijdstip van gebed tijdstip van gebed benaming
1 Vier minuten na zonsondergang vlak na zonsondergang tot de rode schemering verdwijnt. In de winter vanaf 15.51 u., in de zomer tot na 21.00 u. salat-al-maghrib = zonsonderganggebed
2 Wanneer de schemering voorbij is en het helemaal donker is  vanaf ongev. anderhalf tot twee uur na zonsondergang tot voor de eerste ochtendschemering.  salat-al-isha = nachtgebed
3 Bij het eerste licht in het Oosten tussen eerste ochtendschemering en zonsopgang. Winter: soms pas om 6.43 u. Zomer: soms al om 2.39 u. salat-al-fajr: dageraad - fadjr = ochtendgebed
4 Direct na het middaguur wanneer de zon begint te dalen vanaf ongev. eeen kwartier na de hoogste stand van de zon tot de namiddag. Dit varieert van 11.50 u. in de winter tot 13.13 u. in de zomer. salat-al-zoehr: middag - zuhr = middaggebed
5 Tussen de middag en het invallen van de avond  vanaf het laatste gedeelte van de namiddag tot een half uur voor zonsondergang. Winter: al om 14.00 u.. Zomer: soms pas om 17.19 u. salat-al-asr = namiddaggebed

De gebedstijden (salat) hangen samen met de zonsop- en ondergang en de stand van de zon en verschillen dus door het jaar heen van dag tot dag. Men kan een gebed niet verrichten voordat de tijd is aangebroken.
Er zijn drie momenten op een dag waarop het sterk afgeraden tot verboden is om het islamitische gebed te verrichten.
1. Vanaf zonsopgang tot veertig minuten erna;
2. Vanaf het hoogste punt van de zon tot twintig minuten erna;
3. Vlak voor en tijdens zonsondergang, alleen als door onvoorziene omstandigheden het Asr of namiddaggebed tot dit moment is uitgesteld, kan het nog verricht worden.
EJn van de redenen voor deze 'afgeraden tijden' (kerahat-tijden) is dat moslims nooit de indruk willen wekken zon- of vuuraanbidders te zijn.

In het jodendom wordt driemaal per dag in de sjoel of thuis het gebed (Hebreeuws: tefillah) gebeden (Het woord tefilla wordt ook gebruikt voor het joodse gebedenboek; dat boek wordt ook wel siddoer genoemd.)  Het is het ochtendgebed (sjaggariet), het middaggebed (mincha) en het avondgebed (mangariew). Naast deze gebeden bestaat het nachtgebed, dat nooit in de sjoel, maar alleen thuis gebeden wordt. Het is het gebed voor het slapen gaan.

Monikken in het christendom bidden achtmaal per dag. Het eerste uur van de dag is zes uur bij ons.
1. Ad matutinum (metten), die 's morgens vroeg worden gebed;
2. Ad laudes (lauden), bij zonsopgang;
3. Ad primam (horam) (primen om JJn uur nl. om zes uur 's morgens);
4. Ad tertiam (tertsen; om drie uur, nl. om negen uur in de voormiddag);
5. Ad sextam (sexten; om zes uur, nl. 'smiddags);
6. Ad nonam (nonen; om negen uur, nl. om drie uur 's namiddags);
7. Ad vesperam (vespers; 's avonds);
8. Ad completam (completen; om de dag te sluiten).

Op sommige plaatsen van ons land gebeurt het nog dat driemaal per dag ('s morgens, 's middags en 's avonds) de Angelus wordt geluid, waarbij de menswording van Jezus Christus wordt herdacht. Het heet angelus omdat het gebed begint met de woord: "De engel heeft aan Maria geboodschapt enz... Het klokje dat tot het gebed  oproept, heet angelusklokje.

De islam kent vijf heilige nachten

 datum Arabische benaming Turkse benaming betekenis uitleg
1.  de 12de van de 3de maand (rabi' al-awal) maulid al Nabi'Id-Maulid mevlit geboortedag van de Profeetfeest van de geboorte De preciese geboortedatum van Mohammed in Mekka is onbekend. Mohammed stierf op 8 juni 632 in Mekka.Volgens de traditie vond de geboorte en de dood van Mohammed op dezelfde dag plaats
2. de 27ste van de 7de maand (sjaban) lailat (nacht) al-miradj  de nacht van de hemelvaart van de Profeet de wonderbaarlijke reis van Mohammed door de ancht van Mekka neeer Jeruzalem op de rug van een gevleugeld beest. De plaats van het wonder waarbij hem de poorten van hemel en hel werden getoond, wordt nu gemarkeerd door de Rotskoepelmoskee in Jeruzalem.
3. de 14de van de 8ste maand lailat al-bara'ah  de nacht van de verzoeningnacht van de slag van Badrnacht van het lot Hij vindt plaats op de nacht van de volle maan en herdenkt formeel de verovering van Mekka door Mohammed.
4. de 27ste van de 9de maand lalait al-kadr         al-qadr  de nacht van de beslissing Mohammed ontving zijn eerste openbaring tijdens de maand Ramadan in het jaar 610. Hij was toen ongeveer veertig. Hij was bezig aan een van zijn regelmatige perioden van eenzame meditatie in een grot die bekend staat als de Hira bij de top van de berg Jabal Nur, in de buurt van Mekka, toen de aartsengel GabriNl (Jibreel) aan hem verscheen.
5.

Enkele aanvullingen bij de vijf heilige nachten

Lailat al-qadr (de nacht van de beslissing)
"De nacht van de beslissing is beter dan duizend maanden. De engelen en de geest dalen erin neer met toestemming van uw Heer voor elke beschikking. Vol vrede is hij tot aan de opkomst van de dageraad." (soera 97, 3-5)

0.6. DE SEIZOENEN

Gedurende de tijd van een jaar draait de aarde om de zon.
De aardas staat niet loodrecht op het vlak waarin de aarde zich rond de zon verplaatst, maar maakt een hoek van ongeveer 23/4. Zijn winter- (22 december) en zomersolstitium (21 juni) (solstitium betekent letterlijk stilstand - stitium van de zon - sol; wij spreken van zonnewending; immers er heeft een wending/ kering plaats nl. het tot stilstand komen van het lengen of korten van de dagen en het begin van het tegendeel) de tijdstippen waarop de poolafstand van de aarde tot de zon onderscheidelijk zijn grootste (90/ + 23/4 = 113/4) en zijn kleinste gradenaantal (90/ - 23/4 = 66/6) bereikt, men geeeeft ook bijzondere aandacht aan de tijdstippen waarop deze poolsafstand juist 90/ bedraagt en men noemt ze lente- (21 maart) en herfstequinoctium (23 september) (equinoctium = nachtevening: dag en nacht zijn dan even lang).
De aanhoudende dagelijkse verandering van de poolafstand van de aarde tot de zon brengt een voortdurende verandering mee in de verlichting van de aardoppervlakten, hetgeen uiteindelijk de verklaring van de jaargetijden of seizoenen geeft.
 

Bovenaan: solstitium of zonnestilstand of zonnewende van de winter
links: de dagen lengen

links midden: equinoctium of nachtevening van de lente
links onder: solstitium of zonnestilstand of zonnewende van de zomer
rechts: de dagen korten, de nachten worden langer
rechts midden: equinoctium of nachtevening van de herfst

0.7. DE DIERENRIEM OF ZODIAK
Langs de cirkelvormige baan die de zon in JJn jaar aan de sterrenhemel doorloopt, had men in BabyloniN verschillende heldere sterren gegroepeerd tot zogenaamde sterrenbeelden.
Deze sterrenbeelden langs de zonnebaan vormen de 'dierenriem' of zodiak. We kunnen niet genoeg benadrukken dat deze sterrengroepen slechts op verbeelding berusten; in feite liggen de sterren en de  zon  op onvoorstelbare afstanden van de aarde en ze hebben in werkelijkheid niets met elkaar te maken.
De BabyloniNrs kenden een reNle betekenis toe aan de sterrebeelden of 'tekens' van de dierenriem. Zo regende het doorgaans overvloedig in MesopotamiN als de zon in de 'Vissen' stond. Het spreekt vanzelf dat de MesopotamiNrs aan die bepaalde groep sterren de naam of de de betekenis 'vissen' gegeven hebben. Toen waren immers de gezwollen rivieren vol vis.
Maar na enige tijd dachten ze gewoonweg dat het regende omdat de zon juist in dat sterrebeeld stond. De Grieken namen sommige dierenriemtekens van de BabyloniNrs over en voegden er figuren aan toe. Het uiteindelijke aantal werd twaalf, en hierin vinden we waarschijnlijk het zoeken naaar wiskundige volmaaktheid, eigen aan de Grieken, terug: het kan geen toeval zijn dat de dierenriem nauwkeurig in twaalf gelijke delen werd verdeeld.


 sterrebeeld van de dierenriem latijnse naam
23/12 - 20/1 steenbok capricornus
21/1 - 18/2 waterman aquarius
19/2 - 20/3  vissen pisces
21/3 - 20/4 ram aries
21/4 - 21/5 stier taurus
22/5 - 21/6 tweelingen gemini
22/6 - 23/7 kreeft cancer
24/7 - 23/8 leeuw leo
24/8 - 23/9 maagd virgo
24/9 - 23/10 weegschaal libra
24/10 - 22/11 schorpioen, adelaar, arend scorpius
23/11 - 22/12 schutter sagitarius

0.8. SLOTBEMERKINGEN

 jaar maanden week dagen  seizoenen
jaar  12 52 354/355 of 365/366 4
maand 12  4... 29 of 30
dagen 354/355 of 365/366  7
 360/ (cirkel) 12 7 29 / 30 4

We hebben een aantal merkwaardige getallen aangetroffen, die in ons rekenkundig stelsel een belangrijke rol spelen. Ook als symbolen vervullen zij een belangrijke functie.
4 : standen van de maan;  seizoenen. 7: dagen van de week. 12: maanden van een jaar. 29:  dagen in een maand. 30: dagen in een maand. 365: dagen in een jaar.
Hieruit afgeleid zijn 360/, 90/, 12, 4.